Categorie archief: Psychologie

Opvoeden met het oog op een betere wereld

Er is een nieuw opvoed-ideaal nodig volgens pedagoge, filosofe en moeder Daan Roovers. Het gesprek over goed en kwaad moet met kinderen gevoerd worden. Dit betoogt ze in haar essay ‘Mensen maken’ en in het interview dat Lex Bohlmeijer met haar had voor de Correspondent. Luister vooral naar het interview maar hier volgt een samenvatting.

Armoedige, op problemen gerichte pedagogische cultuur

Roovers vind het gesprek over opvoeden onder ouders van nu armoedig  Het gaat teveel over gedrag en persoonlijkheidsvorming en te weinig over hoe je mens wordt, het gaat te weinig over dat je je kinderen iets bijbrengt over deze wereld, het gaat te weinig over hoe je leert denken. Ook is ze het niet eens met het psychologisch determinisme van tegenwoordig ofwel de ‘wij zijn ons brein’ cultuur: “Alsof je het af en toe water moet geven en er niet veel meer aan hoeft te doen.” Dit leidt tot een armoedige pedagogische cultuur.

Tot ‘leren denken’ behoort bijvoorbeeld het leren om onderscheid te maken tussen hoofd- en bijzaken. Dit is volgens Roovers van vitaal belang om onszelf niet te laten leiden door alles wat op ons afkomt en om zodoende gezond te blijven.

In opvoeden krijg je geen les en het is uit den boze om je met de opvoeding van een ander te bemoeien. Als je dit toch doet voelt de ander zich persoonlijk aangevallen. Dit komt omdat we zijn gaan opvoeden binnen het kerngezin. Er zou een veel bredere opvoed-cultuur moeten zijn. ‘It takes a village to raise a child’ is niet bedacht door Hillary Clinton. Plato had het er al over. Er zou een soort bredere familie moeten zijn of een breder opvoedkundig netwerk waar de buurt en de school bij inbegrepen zijn. Het alleen zijn met het opvoeden is niet goed. Als we nu een probleem hebben gaan we naar een deskundige, een pedagoog, een huisarts, een bureau ‘zus en zo’ en we gaan niet naar iemand uit onze eigen sociale omgeving. Bij deskundigen wordt het probleem vaak groter want zij zijn op problemen georiënteerd, zij weten alles over problemen en zo hebben we nu een op problemen georiënteerde opvoed-cultuur.

Weten wat je kind weet

We beschermen onze kinderen teveel wordt er nu beweerd. Maar met niemand minder dan Jean-Jacques Rousseau aan haar zijde – Rousseau die mogelijk het beroemdste boek over opvoeding ooit schreef – vind Roovers dat we kinderen wel degelijk moeten beschermen. Rousseau vond dat we kinderen met name in psychologische zin moeten beschermen tegen de slechte invloeden van buiten. Kinderen van nu ontkomen niet meer aan de voortdurende informatiestroom over oorlog, vluchtelingen, crisis en het klimaat. Opvoeders moeten zich afvragen of kinderen in mentaal opzicht wel opgewassen zijn tegen die invloeden. Ouders moeten in de buurt van hun kinderen blijven, een lijntje met ze blijven houden. Als kinderen ergens bang voor zijn, zeggen ze het niet altijd onmiddellijk. Roovers: “Je moet naast je kind blijven lopen. Het nieuws op het journaal is voor kinderen veel moeilijker om te relativeren dan voor volwassenen. Wij weten dat het journaal een selectie weergeeft van wat er in de wereld gebeurt en dat de wereld niet zo slecht is als op het journaal.”

Je houdt een lijntje met je kind maar je hebt ook verantwoordelijkheid. Wat betreft het nieuws op het journaal; je gaat niet bij de pakken neerzitten, je toont moed als het nodig is en je houdt er een optimistisch perspectief in. Dat is je taak als ouder. Waar haal je dat optimisme vandaan in de wereld van vandaag? Een begrijpelijke vraag van Bohlmeijer. Volgens Roovers moet de ouder laten zien dat je altijd enig grip hebt op de wereld waarin je leeft. Je kunt invloed hebben op de manier waarop je in je buurt, je stad, je land samenleeft en hoe je omgaat met het klimaat. Dat is de houding die je als opvoeder moet aannemen. Een kind opvoeden tot individualist in deze individualistische tijd zodat ze zich straks staande kunnen houden vindt Roovers te mager. Je hoort dit veel maar Roovers vindt het mooier om op te voeden met het oog op vernieuwing van de wereld. Volwassenen geven de wereld door aan kinderen, kinderen moeten behalve zichzelf ook die wereld in stand houden. Ze daarvoor iets meegeven vind ze mooier. Je moet tegen het individualisme in gaan en dat betekent niet dat je kinderen leert om in communes te wonen maar dit betekent dat je ze een breder perspectief aanbiedt, breder dan alleen het eigen perspectief.

Opvoeden met een oog op de wereld

Rousseau had een afkeer van de corrupte maatschappij en experts en pleitte voor een zo lang mogelijke onbezorgde kindertijd. Hier zet Roovers iets tegenover. Ze vindt met de filosoof Emmanuel Kant dat kinderen moeten leren denken want aan het eind van de opvoeding moeten kinderen ‘das Weltbeste’ voor ogen hebben. Dit wil niet zeggen dat je de opvoeding ondergeschikt maakt aan een of ander politiek ideaal. Maar toch moet je opvoeden met zowel een oog op het kind als met een oog op de wereld. Anders krijg je kinderen die niet op de wereld zijn voorbereid en krijg je een samenleving die op los zand staat. Bij de filosoof Hannah Arendt gaat het ook om zowel het kind als de wereld. Deze twee kun je niet van elkaar losmaken. Je moet je als ouder juist publiek engageren. Daar moet je in je relatie tot je kind het voortouw in nemen.

Moraal kun je niet afdwingen, zegt Kant, maar je kunt het er wel over hebben. Zo kan moraal zich van binnenuit ontwikkelen. Het gesprek over goed en kwaad moet gevoerd worden en je moet aan kinderen uitleggen wat het is. Op den duur zullen kinderen het goede herkennen en het goede doen. Zo kom je uit op het ideaal van de ‘Bildung’; het mens worden. Zo voed je op zodat je kind kan leven in de toekomst. Een toekomst die we nog niet kennen. Het gaat bij ‘Bildung’ niet zozeer om het aanleren van vaardigheden, dat laatste is ‘Ausbildung’, maar het gaat in de eerste plaats om het aanleren van een oriëntatie-vermogen zodat kinderen weten hoe ze zichzelf kunnen ontwikkelen in de toekomst. Volgens Arendt gaat politiek over het vormgeven van de toekomst en zijn kinderen de mensen van de toekomst. Ze moeten opgevoed worden voor een wereld die er nog niet is.

Rousseau vind dat je kinderen niet zozeer tot burgers moet opvoeden maar eerder dat je ze tot mens moet opvoeden. Het gaat er niet op de eerste plaats om dat je kinderen een ambacht leert, dat kan later ook nog, je moet ze vooral leren leven. Dat voelt misschien wat kaal aan maar samen met het leren denken kom je er volgens Roover uit. Opvoeden is kinderen leren leven, leren om mens worden en leren denken. Zo komen kinderen te weten hoe ze met nieuwe en onbekende dingen om kunnen gaan. Zo leer je ze te leven in een wereld die er nog niet is.

Dit is een fantastisch maar ook haalbaar ideaal. De opvoeder kan zich op deze manier zelfs enige bescheidenheid veroorloven. Zowel de ouder als het kind kennen de toekomst niet. Je bent als volwassene verantwoordelijk voor de wereld waar je nu in leeft maar je bent niet de deskundige van de toekomst. Die bescheiden houding voelt prettig aan.

In haar eigen gezin hanteert Roovers zelf twee regels. De eerste is dat ze met elkaar praten tijdens het eten. De tweede is dat ze geen klagende houding aannemen. Je kunt je bij haar thuis niet zomaar in zijn geheel afkeren van de wereld, van een ander of van een gesprek. Een zeker optimisme is geldig voor alle gezinsleden.

Haar grootste zorg is dat ze haar kinderen niet begrijpt: “Niet begrijpen wat er in je kind omgaat, dat vind ik het moeilijkste.” Roover zal blijven proberen om zo dicht mogelijk in de buurt te komen. Er is veel onbegrip tussen generaties en het is moeilijk om elkaar ten diepste te begrijpen. Vooral het onbegrip dat tot eenzaamheid leidt wens je je kind niet toe. Je kunt dit niet uitsluiten maar je hoopt dat je in de buurt komt van hoe je kinderen iets beleven, hoe ze iets zien.

Als je kinderen krijgt, krijg je er tijd bij

Aandacht hebben voor je kind, weten wat je kind weet, er zoveel mogelijk tijd mee doorbrengen zegt Rousseau en dat betekent dat je tijd mag verliezen. Zolang je kind bent heb je het voorrecht om tijd te verliezen. De mooiste tijd is de tijd waarin niets gebeurt. Hier is Roovers het hartstochtelijk mee eens. Ouders kunnen hier hun voordeel mee doen: “Als je kinderen krijgt dan krijg je er tijd bij, je besteedt uren aan voorlezen, liedjes zingen enz. Als je je hieraan kunt overgeven krijg je iets terug wat je in jaren niet had en wat heel nuttig kan zijn.


Voor meer over het ouders die wel of niet proberen hun kind te begrijpen lees het Zomergasten interview met de schrijfster Griet op de Beeck: Een ode aan de psychotherapie, onder het kopje ‘Gezien worden’.

Voor meer over ‘leren leven’ lees wat psychiater Dirk de Wachter hierover zegt en schrijft: Hoe moet ik leven?

 

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Opvoedkunde, Persoonlijk en politiek, Psychologie

De waarheid van Trump

Een van de psychologisch spelletjes die de nieuwe president van de Verenigde Staten, Donald Trump, speelt wordt in Amerika ‘gaslighting’ genoemd. Dit is het geestelijk manipuleren van iemand totdat diegene gaat twijfelen aan zijn eigen geestelijke vermogens. Hoe Trump dit doet wordt beschreven door Frida Ghitis van CNN.

Hier werd ik op gewezen door de journalist en filosoof Rob Wijnberg van de Correspondent die onlangs schreef over de ‘post-waarheid’ samenleving waarin we terecht lijken te zijn gekomen sinds de verkiezing van Trump.

De onbeschaamdheid waarmee Trump halve waarheden en hele leugens verkoopt leidt tot een gevoel dat de ‘waarheid’ irrelevant is geworden. Maar wat ìs waarheid vraagt Wijnberg zich af.

Vier soorten waarheid

Volgens Wijnberg waren er lange tijd drie soorten waarheid: 1. De gegeven waarheid (het geloof). 2. De gevonden waarheid (de kennis) en 3. De zelfgemaakte waarheid (interpretaties). Hoewel alle drie soorten waarheid in alle tijden en in alle samenlevingen tegelijk aanwezig zijn geweest, verschillen tijdperken en maatschappijen in dominantie van één van de typen. Tot 16oo was volgens Wijnberg de gegeven waarheid, het geloof, in het Westen dominant. Ik weet niet zo zeker of ik het hier mee eens ben want volgens mij is in het Westen een bepaald geloof nog steeds dominant namelijk het geloof in de marktwerking. Dit is weliswaar geen geloof zoals in God, Allah of het hiernamaals maar het is volgens mij tòch een geloof.

Wijnberg komt ook uit op de marktwerking. Volgens hem heeft die er voor gezorgd dat er een vierde soort waarheid is bijgekomen: De waarheid als product. Waar is wat verkoopt.

Onze informatievoorziening is sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw steeds commerciëler geworden zegt Wijnberg. Marktwerking is niet alleen doorgedrongen in de zorg en het onderwijs maar ook in de productie van ons wereldbeeld:

Bijna alle invloedrijke informatie over de wereld om ons heen – van televisie tot boeken tot nieuwssites – is in handen van circa dertig multinationals. Bedrijven die allemaal luisteren naar de wetten van de markt en dus hoofdzakelijk gestuurd worden op kijkcijfers, oplages, advertentie-inkomsten, rendement en winst.

De waarheid als product is de waarheid waar het vaakst op wordt geklikt en het is deze vorm van waarheid die nu de boventoon voert. De opkomst van deze nieuwe soort waarheid geeft ons het gevoel dat we in een post-waarheid samenleving terecht gekomen zijn.

Terug naar het CNN artikel van Ghitis en de psychologische spelletjes van Trump.


‘Gaslighting’ 

Het werkwoord ‘gaslighting’ komt uit een film met de naam Gaslight, met Ingrid Bergman in de hoofdrol. Misschien heeft u hem wel eens gezien. Hij kwam uit in 1944.

Een echtgenoot probeert van zijn vrouw af te komen door haar perceptie van de werkelijkheid te manipuleren. Hij zorgt voor het dimmen van de gaslampen en doet dan net alsof zij het zich verbeeldt dat de lampen afwisselend meer en minder licht geven. Dit is nog maar het begin. Hij gebruikt een hele serie van waarheid versluierende technieken met het doel om haar onzeker te maken over wat wel en niet waar en werkelijk is. Uiteindelijk is het zijn doel om haar te bestelen. Ik heb de film lang geleden gezien en dacht dat hij van Hitchcock was maar hij is van Cukor.

Volgens psychologen is ‘gaslighting’ een van de favoriete praktijken van mensen met een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Ghitis schrijft dat het knoeien met de waarheid in het algemeen toegepast wordt door de sterke mannen van deze wereld. Dictators passen het toe maar het is nu ook in de mode bij politici die in min of meer democratische landen de macht over nemen.

Trump zegt en doet dingen die hij vervolgens weer ontkent. Bij hem in de buurt wordt de waarheid vaag volgens Ghitis. Zijn technieken bestaan bijvoorbeeld uit het zeggen en doen van dingen die hij later ontkent en anderen de schuld geven van het misverstand, het geringschatten van de bezorgdheid die mensen hebben over zijn uitspraken als overgevoelig en het beweren dat de schandalige uitspraken die hij deed, grappen of misverstanden waren.

Als Trump eerst iets zegt dat door een deel van het volk schandelijk wordt gevonden stelt hij een ander deel van de bevolking tevreden en als hij het gezegde vervolgens ontkent stelt hij het andere deel van het volk tevreden. Uiteindelijk kunnen maar weinig mensen bijhouden wat de feiten zijn. Journalisten die de feiten wilden checken tijdens zijn verkiezingscampagne konden hem nauwelijks bijhouden. Zo lang was de lijst van dingen die hij zei en dan weer ontkende.

Hij raadde bijvoorbeeld zijn aanhangers aan om mensen die protesteerden op zijn verkiezingsbijeenkomsten in elkaar te slaan. “I will pay your legal fees,” zei hij. Later zei hij dat hij dit niet gezegd had.

Vlak voordat er informatie zou vrijkomen over eventuele Russische hackers die de Amerikaanse verkiezingen gemanipuleerd zouden hebben ‘tweette’ Trump goedkeurend over Julian Assange’s opmerking dat de Russen er niet bij betrokken waren. Toen Trump kritiek kreeg op het vertrouwen dat hij stelde in de leider van WikiLeaks, meer dan in de Amerikaanse geheime dienst, beschuldigde hij de media er van dat ze hadden beweerd dat hij het met Assange eens zou zijn.


Autocratische kleptocratie

Hoe gevaarlijk het is om voortdurend twijfel te zaaien maakt Wijnberg duidelijk in een volgend artikel in de Correspondent: Zo verslaan we Donald Trumps aanval op de democratie. Een gesprek bij de koffieautomaat:

‘Heb je gehoord wat Trump nu weer heeft gedaan?’
‘Ja, ongelofelijk.’
‘Alhoewel, ik hoorde ook alweer dat het niet klopte.’
‘Ja, moeilijk te zeggen inderdaad.’
‘Hmm, nou ja, benieuwd hoe het afloopt.’

Dit soort gesprekken zullen zich herhalen en precies die herhaling is volgens Wijnberg het perfecte recept voor vermoeidheid, gewenning en uiteindelijk apathie. Uit de Correspondent:

Zo kweekt nieuws de perfecte emotionele staat waarin fascistische, autocratische en kleptocratische bewegingen gedijen. Nieuws is de wieg waarin democratisch verzet in slaap wordt gesust.

Lees vooral ook dit artikel van Wijnberg over Trump want het toont op een overtuigende manier aan hoe deze president in een rap tempo de democratie aan het veranderen is in een kleptocratische autocratie. Uiteindelijk is Trump er op uit om zijn eigen entourage te verrijken en de bevolking te bestelen. De transformatie naar de kleptocratische autocratie was al aan de gang sinds het begin van de privatiseringen eind vorige eeuw maar is nu in de VS in een stroomversnelling gekomen.


Ontkenning is de hoeksteen in de relatie met de ‘gaslighter’

Ghitis verwijst naar een weblog van een Amerikaanse psychotherapeut die over ‘gaslighting’ en narcisme schrijft: Christine Louis de Canonville. Hier volgt een samenvatting.

‘Gaslighting’ is een vorm van misbruik waarbij het de bedoeling is dat er bij het slachtoffer veel angst en verwarring ontstaat tot dat deze niet langer vertrouwt op zijn eigen geheugen, waarneming en oordeel. De techniek lijkt op die van het hersenspoelen.

Het mentale evenwicht, het zelfvertrouwen, het gevoel van eigenwaarde van het slachtoffer wordt zo danig aangetast dat h/zij niet langer op een onafhankelijke manier kan functioneren. Feitelijke informatie wordt het slachtoffer onthouden. Valse informatie komt er voor in de plaats.

De slachtoffers worden steeds onzekerder en kunnen zelfs over minder belangrijke zaken geen beslissingen meer nemen. Ze worden depressief, trekken zich terug en worden in hun voelen en denken over de werkelijkheid steeds meer afhankelijk van degene die hen aan het misbruiken is. De werkelijkheid van het slachtoffer wordt op zijn kop gezet.

Het begint met enkele subtiele spelletjes waarmee ingespeeld wordt op iemands beperkte vermogen om onzekerheid of dubbelzinnigheid te verdragen. Het slachtoffer raakt in de war. Ook al vraagt die zich af: ‘Wat gebeurt hier eigenlijk?’, is h/zij toch niet geneigd om de ‘gaslighter’ te zien voor wie die is: een manipulerende narcist. Dit is de ontkenning en de hoeksteen van de relatie.

Iedereen kan slachtoffer worden. ‘Gaslichting’ komt niet alleen voor in partnerrelaties, ook in ouder-kind relaties, tussen broers en zussen, vrienden, collega’s enz. Nu in Amerika nemen velen het waar in de relatie tussen de bevolking en hun leider. Het wereldwijde gevoel van verwarring over waar het heen gaat in de wereld onder Trump is evident. Velen zijn nog in de fase van de ontkenning maar niet iedereen.

Een web van bedrog

De relatie tussen het slachtoffer en narcist verloopt in drie fasen: Het idealiseren, het devalueren en het afdanken. Gelukkig zijn de beginfasen er want dan kan het slachtoffer nog weglopen uit het energieveld van de narcist, fysiek of metaforisch. Maar je moet de fasen wel herkennen.

In de fase van het idealiseren toont de narcist zijn mooiste gezicht zodat het slachtoffer zich voegt in de symbiotische relatie waarbij de narcist voor de toevoer zorgt. H/zij zorgt voor aandacht, is lief, charmant, energiek, opwindend en leuk om mee om te gaan. Het slachtoffer geniet van elk moment in de relatie en wil net zoals de narcist ook zo heerlijk en intens leven en begint zich sterk te hechten. In zijn/haar onschuld gelooft het slachtoffer dat de narcist zich precies zo voelt en dat de relatie wederkerig is. Maar dat is bedrieglijk.

Het slachtoffer raakt emotioneel verslaafd aan de ‘gaslighter’s’ uitbundigheid en grandiose uitstraling. Zijn of haar hormoonhuishouding veranderd zelfs; endorfines worden aangemaakt in de hersenen die voor de euforische gevoelens zorgen in deze fase van de relatie. Helaas is de relatie een illusie.

De narcist kent inmiddels de sterke en zwakke kanten van het slachtoffer en de tweede fase van de relatie kan beginnen. De fase van de devaluatie. De narcist lijkt te veranderen in een koud en zelfs wreed iemand.

Gegijzeld 

In de fase van de devaluatie kan het slachtoffer niets meer goed doen. De liefdevolle woorden zijn vervangen voor kritiek. Het slachtoffer wordt bij elke stap gedevalueerd, loopt op eieren, raakt in de war, gespannen en depressief. H/zij moet steeds harder werken om de narcist te geven wat die nodig heeft. Hun narcistische drugs, de endorfines, krijgen ze niet meer.

Om het gevoel van verlating en afwijzing niet te hoeven voelen neemt het slachtoffer zijn/haar toevlucht tot allerlei overlevingsmechanismen: ontkenning, regressie, cognitieve dissonantie, enz. en raakt geïsoleerd. Wat ze ook proberen elke keer raakt de narcist gekwetst en krijgt het slachtoffer een enorme woede over zich heen zonder dat deze begrijpt waar de woede door veroorzaakt werd. Door alleen bezig te zijn met overleven wordt het slachtoffer de gegijzelde in de relatie en afhankelijk van de narcist, de gijzelaar. Dit noemt men ook wel het Stockholm Syndroom.

Onvoorspelbaarheid en onzekerheid zijn aan de orde van de dag. En dat is de situatie waar de bevolking onder Trump in terecht gekomen is. Ze hebben voor hem gekozen, hoewel daar ook enkele manipulaties aan vooraf gingen die niet alleen van Trump kwamen. Neem alleen al het buiten spel zetten van Bernie Sanders door de Democraten en het vreemde kiessysteem in Amerika. Op de keper beschouwd had Clinton de meeste stemmen. Trump heeft zijn macht niet alleen te danken aan zijn narcistische spelletjes.

Het slachtoffer van de narcist raakt in de devaluatie fase gevangen in een macabere dans met het ziekelijk grandioze ego van de narcist en vervalt in een kinderlijk gedragspatroon. H/zij is niet meer dan een schaduw van zijn/haar vroegere zelf.

De narcist veracht degene waar hij zijn/haar narcistische bevrediging uit haalt. Hoe wanhopiger het slachtoffer is hoe meer die aanlevert wat de narcist nodig heeft en hoe belangrijker en machtiger deze zich voelt. H/zij zal verbaal en fysiek steeds gewelddadiger worden. Elke beweging die het slachtoffer maakt om uit de relatie te komen is een bedreiging van de narcistische bevrediging en dus wordt elke vorm van zelfbeschikking van het slachtoffer gedevalueerd op een meedogenloze manier. De devaluatie kan plaatsvinden op verschillende niveaus; het niveau van de hechtins-behoefte van het slachtoffer, op het niveau van het uiterlijk, de seksualiteit, de intelligentie, de creativiteit, enz.

De fase van het afdanken

Uiteindelijk is het slachtoffer totaal afhankelijk geworden en de narcist is geheel onverschillig geworden voor de behoeften of wensen van het slachtoffer. Het slachtoffer wil de stervende relatie nog repareren maar de pogingen daartoe stuiten op kilte. Deze pogingen voeden het ego van de narcist nog wel maar h/zij is eigenlijk toe aan een nieuw slachtoffer.

Het slachtoffer gaat door fasen van ongeloof, afweer en depressie. Velen gaan kapot aan de relatie. Degenen die in therapie gaan laten ‘shock’, ongeloof, diepe bedroefdheid, schuld, schaamte, boosheid, angst, eenzaamheid en allerlei lichamelijke symptomen zien zoals paniekaanvallen, herbelevingen, vermoeidheid, eetproblemen, dissociatie, enz. Deze cliënten gaan door de bekende rouwfasen maar laten ook opluchting zien. Eindelijk beginnen ze te begrijpen wat er gebeurt is en kunnen ze beginnen aan hun bevrijding.


Trump gediagnosticeerd

Een Amerikaanse top psychotherapeut John D Gartner durft het aan, breekt met de ethische codes en diagnosticeert Trump als een kwaadaardige narcist. Eerder hadden drie Harvard professoren in de psychiatrie al een brief geschreven naar Obama waarin ze hun zorgen meedeelden over de geestelijke gezondheid van Trump.

Op de site van de Britse internet krant: Independant, staat een twee minuten durend filmpje waarin duidelijk gemaakt wordt hoe ook andere psychologen op de diagnose narcisme uitkomen. Alle criteria voor narcisme worden nagelopen en met beeldmateriaal ondersteund. De diagnose kwaadaardig narcisme voor Trump is overtuigend en confronterend.

Kijk vooral zelf: http://www.independent.co.uk/life-style/health-and-families/donald-trump-mental-illness-narcisissm-us-president-psychologists-inauguration-crowd-size-paranoia-a7552661.html

Het blijft ondanks alles belangrijk dat we ons realiseren dat het individualistische prestatiegerichte systeem waarin we leven, voor de narcistische persoonlijkheidsstoornis een perfecte voedingsbodem is. Zie hierover o.a. mijn bericht: Waarom we narcistischer zijn geworden.


Om met een positieve noot te eindigen hier een interview met Noam Chomsky die uitlegt hoe we met het presidentschap van Trump om kunnen gaan. Volgens hem zijn er veel mogelijkheden en is er in Amerika meer betrokkenheid bij burgerrechten en het milieu dan ooit. De meerderheid van jonge stemmers waren tegen Trump en voor Sanders. Het is een lange weg naar een beschaafde maatschappij maar er zijn volgens hem genoeg tekenen van hoop. Zeker ook de arbeiders hebben daar behoefte aan. Trump heeft hen als oplichter hoop gegeven maar het is goed mogelijk dat arbeiders zich opnieuw zelf gaan verenigen om voor hun rechten op te komen. Dat hebben we al eerder gezien in de geschiedenis.

 

 

 

 

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek, Psychologie

Dit filmpje over verslaving gaat over verbinding

Een aanrader! Je ontwikkelen van een ongezonde verbinding naar gezonde verbindingen.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dierengedrag, Psychologie

Kerstwensen

holidayecard_owl2016

image1

4 reacties

Opgeslagen onder Psychologie

Bewustzijn van het ‘double bind’ probleem is belangrijk

Het is belangrijk voor ons allemaal; maar misschien vooral voor politici. Dit bewustzijn kan ons helpen om het opwarmen van de aarde tegen te gaan, om in een schoon milieu en stabiel klimaat verder te leven.

Jelmer Mommers, Correspondent Klimaat en Energie beschrijft de ‘double bind’ in een artikel voor De Correspondent. Het artikel gaat voor een groot deel over een ontdekking van de Amerikaanse klimaatpsycholoog Renee Lertzman; mensen blijken lang niet zo apathisch over de klimaatopwarming te zijn als we denken. Het echte probleem is volgens haar de machteloosheid. Mensen worden gek en machteloos door de waarschuwende boodschappen over het klimaat enerzijds en de oproep om te consumeren anderzijds, ze worden gek van de ‘double bind’. Lertzman hield hier in Nederland onlangs een lezing over. Mommers interviewde haar. Hieronder een bewerking van zijn artikel.

‘Double bind’ betekent letterlijk dubbele binding en is een dilemma in de communicatie, waarbij een individu (of groep) twee of meer tegenstrijdige boodschappen ontvangt waarbij de ene boodschap de andere ontkent. Het is een toestand waarin adequaat reageren op de ene boodschap, betekent dat je in gebreke blijft ten aanzien van de andere boodschap, en omgekeerd. Je zit altijd fout: ‘You are damned if you do and damned if you don’t’.

Het begrip werd voor het eerst gebruikt door de Amerikaanse filosoof en psycholoog Gregory Bateson. Hij gebruikte het om de toestand te beschrijven waarin kinderen komen als ze van hun ouders de boodschap meekrijgen om iets niet te doen en vlak daarna om datzelfde juist wèl te doen. Wat je ervaart in de ‘double bind’ is gespletenheid en incoherentie. Met machteloosheid tot gevolg.

De ontvanger van een ‘double bind’ boodschap kan geen commentaar leveren op het conflict, kan het niet oplossen en zich ook niet aan de situatie onttrekken.

Dit is precies wat schilder, schrijver, criticus, John Berger in de BBC serie ‘Ways of seeing’ uit 1972 nu juist wèl doet. Hij levert wel degelijk commentaar op het conflict waarin we terecht komen. Hoe kwellend het is om in een gesplitste werkelijkheid te leven wordt goed duidelijk in dit stukje film uit de vierde aflevering van deze serie. Een indrukwekkend stukje film.

Graaievangelie

Lertzman doet onderzoek naar de psychologische mechanismen van mensen om met milieukwesties en klimaatverandering om te gaan. Het collectieve onbewuste van de mensen kan door de ‘double bind’ gefragmenteerd en gekweld raken waardoor ze geneigd zijn om afstand te nemen tot een onderwerp zoals klimaatopwarming.

Jelmer Mommers geeft in zijn artikel een actueel voorbeeld van twee tegenstrijdige verhalen over de werkelijkheid rond het klimaat waar je een gespleten gevoel aan over houdt. Deze twee advertenties hingen de afgelopen weken zij aan zij op stations in Nederland.

Links een afbeelding van een boom met de tekst: ‘Als we de aarde kunnen opwarmen, kunnen we haar ook weer afkoelen.’ Het is een aansporing om iets voor het klimaat te doen: stuur een sms’je en je helpt bomen aanplanten.

Rechts een advertentie over de snelle treinverbinding tussen station Rotterdam en luchthaven Brussel. ‘Vlieg ver, vertrek vlakbij!’

cwbl75txgaalnzw

De meeste mensen zullen aanvoelen dat deze twee advertenties tegenstrijdig zijn. Met één sms’je kun je de klimaatimpact van een verre vlucht niet compenseren. Belangrijker: je kunt niet tegelijkertijd leven in een wereld waar je je serieus inzet tegen klimaatverandering én in een wereld waarin je zorgeloos je vakantie tegemoet vliegt. Die twee gaan niet samen.

Het graaievangelie (mooi woord voor de boodschap van dit soort advertenties, bedacht door Arjen van Veelen, een collega van Mommers) gaat niet helpen bij de oplossing van het klimaatprobleem. Hier een voorbeeld van het graai-evangelie van Tele 2.

tele2-omdat-bericht

Eigenlijk zeggen dit soort advertenties: begin niet aan dat verhaal over het verlies van ons stabiele leefklimaat. Maar als we er niet aan beginnen betalen we dit o.a. met een complex van conflict en schuld. Het is volgens Lertzman moeilijk om je in deze tijd helemaal niet bewust te zijn van het feit dat er iets mis is met het klimaat. Ze gelooft ook niet dat mensen totaal afgehaakt zijn. Het milieuprobleem is op de achtergrond aanwezig maar het voelt voor de meeste mensen als een terrein dat je niet kunt betreden. Het is te veel. Het is overweldigend. Er is al teveel mis.

Er lijkt op het moment nog sprake te zijn van een collectieve en onbewuste overeenstemming om niet te kijken naar de implicaties van de klimaatopwarming. Er is een enorme weerstand maar het is niet zo dat het de mensen niets kan schelen.

Een verlangen naar een tijd dat dingen eenvoudiger waren

Lertzman verkent al sinds 1986 het terrein tussen het milieu en de menselijke psyche. Ze volgde destijds als student een vak over milieuwetenschap. Wat ze leerde over de menselijke invloed op het milieu en het klimaat vond ze vreselijk. Traumatisch zelfs. Iets later begon ze zich in de psychologie te verdiepen. Tot haar verbazing waren het onderzoek naar de menselijke psyche en het milieu totaal gescheiden.

Ze begon zelf onderzoek te doen. Haar belangrijkste nieuwe inzicht, verkregen door middel van diepte-interviews (voor een promotieonderzoek) die ze tussen 2006 en 2009 voerde met bewoners van de geïndustrialiseerde staat Wisconsin in de VS, is dat mensen zijn niet zo apathisch zijn als het lijkt. Hun bezorgdheid is begraven onder een diepe laag van machteloosheid.

Ze stralen misschien uit dat het milieu of het klimaat ze ‘niets kan schelen,’ maar dat is vooral een beschermingsmechanisme. Het is een houding die mensen zich onbewust aanmeten als ze wel een gevoel van verlies ervaren, maar niet het gevoel hebben dat ze daar iets aan kunnen doen.

In haar boek ‘Environmental Melancholia: Psychoanalytic Dimensions of Engagement’, schrijft ze: ‘apathy is a psychic defence for managing intolerable primitive anxieties and is the result of a peculiar combination of helplessness, fear and omnipotence.’ Mommers schrijft in zijn artikel dat Lertzman in Wisconsin o.a. melancholie aantrof:

een onbestemd gevoel van verlies, een verlangen naar een tijd dat dingen eenvoudiger waren, dat de seizoenen nog ‘gewoon’ waren. Totale ontkenning van klimaatverandering is ook een manier om aan die tijd vast te houden. Net als apathie is ontkenning dus een strategie: het is een manier om de zorgwekkende implicaties van klimaatverandering buiten te sluiten.

Psychoanalyse en praten

De psychoanalyse heeft volgens de klimaatpsycholoog een heel inzichtelijke en fijnzinnige manier om te beschrijven hoe onbewuste verdedigingsmechanismen werken. Ze vindt het nog steeds vreemd dat niet meer mensen zich hierin verdiepen. ‘Mensen lijken te vergeten dat ontkenning een klinisch concept is dat lang geleden is beschreven door psychoanalisten.’

In haar boek heeft ze het naast ontkenning ook over verloochening. Verloochening is volgens haar verraderlijker; het is het selectief overeenstemmen om je niet echt met het onderwerp te verbinden. Het is ook niet gemakkelijk om de gevolgen van de opwarming van de aarde te overzien. De uitstoot van CO2 is met onze levens verweven. Als mensen het gevoel hebben dat ze iets zullen verliezen als ze de klimaatopwarming echt serieus nemen, zullen ze het onderwerp ontwijken. Het eerste wat mensen denken bij een verlies is: wat betekent dit voor mij? Maar dit afvragen doen mensen onbewust.

We moeten over onze gevoelens praten. In campagnes en verhalen over klimaatverandering moet veel meer ruimte zijn voor ambivalentie en innerlijke strijd. De meeste campagnes over klimaatverandering verhogen het gevoel van urgentie en roepen vervolgens op tot actie. Maar dat werkt niet omdat de meeste mensen dubbelzinnigheid ervaren: gevoelens van conflict, verwarring en ongeloof.

Als je over klimaatverandering praat, komen er ook gevoelens van schuld en schaamte naar boven. Ons eigen gedrag is onderdeel van het probleem, dus natuurlijk voelen mensen zich schuldig. Milieuactivisten moeten mensen helpen om daar doorheen te bewegen. Zolang mensen schaamte voelen, zullen ze zich nergens mee verbinden.

Schuldgevoelens

De grote achterliggende vraag van Lertzman’s werk is: hoe vergroten we de psychische ruimte voor actie? En ze ziet het schuldgevoel als de grootste barrière. Want het schuldgevoel is ondraaglijk. Het is verlammend. En tragisch, omdat het vaak erg privé is. Schuldgevoelens worden vaak verzwegen.

Lertzman denkt dat veel mensen – al dan niet onbewust – met schuldgevoelens zitten over alle kleine en grote dingen die ze voor het klimaat zouden kunnen doen, maar nalaten.

‘Als we dat gevoel meer erkennen, zouden we misschien meer actie zien. Dat zou ik willen onderzoeken. Het wegnemen van schuld en schaamte werkt als het over andere onderwerpen gaat die maatschappelijk zwaarbeladen zijn. Mensen komen in beweging als ze zich niet veroordeeld voelen, als ze zich niet schamen. Dat is steeds opnieuw aangetoond.’

‘Mensen die zich schuldig voelen moet je uitnodigen: vertel het maar. Je moet niet over het gevoel van machteloosheid heen walsen. Een sms-je sturen gaat de planeet niet redden. Daar moet je eerlijk over zijn. Maar richt het gesprek daarna op iets anders: hoe zou het eruitzien als jij meer te zeggen had?  Zo’n gesprek kan ertoe leiden dat mensen zelf iets ondernemen én dat ze zich verbinden aan milieu- en klimaatorganisaties die verandering nastreven. Je hoeft alleen maar naar de geschiedenis te kijken om te zien dat collectieve actie grote impact kan hebben.’

‘We moeten culturen van verandering ondersteunen en mensen aanmoedigen om zichzelf als onderdeel van iets groters te zien. Sociale interacties zijn de beste voorspeller van gedrag. Mensen moeten een gevoel van gemeenschap hebben met organisaties die de waarden vertegenwoordigen waar het hier om gaat.’

Een politiek van compassie

En zo komt Mommers met Lerzman in gesprek over Trump. Als de man iets vertegenwoordigt, is het egoïsme. Een Amerikaanse psycholoog die Trumps geest analyseerde kon weinig méér onderscheiden dan narcistische motieven en een bijhorend persoonlijk verhaal van winnen, koste wat het kost. ‘His level of egotism is rarely exhibited outside of a clinical environment’, schreef een Amerikaanse journalist.

Het antwoord hierop is volgens Lertzman:

‘Compassie. Voor onszelf en anderen. In de zin van: bereidheid om de ongelooflijke pijn te erkennen die ons op deze plek heeft gebracht. Niemand heeft het zo bedoeld en toch zijn we hier beland. Het gevoel dat we stuurloos zijn. Dat ons hele onzekere tijden staan te wachten. Dat dingen instabiel voelen. We hebben een diepe toewijding nodig aan samenwerking en naar elkaar luisteren. Je kunt het een politiek van compassie noemen. Dit is een kans om dat echt te oefenen. Het zou ontwapenend kunnen werken.’

‘Politieke leiders hadden mensen moeten helpen om om te gaan met snelle verandering. Dat hebben ze onvoldoende gedaan en de huidige situatie is er het gevolg van. Dit is wat er gebeurt als mensen zich kwetsbaar en stuurloos voelen. Dan slaan ze terug.’

Mommers: ‘Dan houden ze zich vast aan wat ze kennen.’ Lertzman: ‘Ja. En dan verdedigen ze dat tot het bittere einde.’

Het doet Mommers denken aan het onderzoek van socioloog Arlie Hochschild, die vijf jaar optrok met de achterban van Trump in het arme Louisiana. ‘Wat je ziet op televisie is boosheid,’ zei Hochschild onlangs in Vrij Nederland, ‘maar wat eronder ligt, is rouw om een samenleving en een levensstijl die er niet meer is, om een land dat Trump-stemmers niet langer herkennen als het hunne. Ze voelen verdriet, pijn en angst. Trump speelt daar als geen ander op in, bewust of instinctief.’

Trumps antwoord op complexiteit en verandering is een radicale versimpeling van de werkelijkheid. Dat is een aantrekkelijke optie, zolang er geen ruimte is voor ambivalentie. ‘Het moet veel normaler worden om eerlijk te zeggen hoe we ons voelen over dit onderwerp,’ zegt Lertzman. ‘Het hele spectrum van gevoelens: angst, hoop en enthousiasme.’

Het bespreekbaar maken van deze gevoelens kan helpen om oplossingen los te weken, zegt Lertzman. Want creativiteit, zorg en bezorgdheid zijn nauw met elkaar verbonden. ‘Ik heb veel vertrouwen in mensen. We zijn in staat tot grote innovatie en weerbaarheid, zeker als we in groepen samenwerken.’


Lees ook mijn bericht: Emocratie en bekijk het filmpje waarin de psychiater Dirk de Wachter het heeft over waarom we met zijn allen iets moeten met de emoties die door maatschappelijke ontwikkelingen worden opgeroepen.


Misschien beschrijft Lertzman in haar boek wel dat de ontkenning van het probleem van de klimaatopwarming ook te maken heeft met een rouwproces en dus niet alleen met de ‘double bind’. In haar gesprek met Mommers ging het over de rouw die Trump-stemmers ervaren over het voorbijgaan van de leefstijl van de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw toen er sprake was van economische groei (gebaseerd op fossiele brandstoffen) en er minder werkeloosheid was enz.

De vijf fasen van een rouwproces zijn: ontkenning, boosheid, onderhandeling, loslaten en acceptatie van het verlies. In de fase van de ontkenning van het klimaatprobleem zitten veel mensen nu nog. Ze houden vast aan de oude (neo-liberale) economische groei. Ze ontkennen de klimaatopwarming en vervuilde oceanen. Milieuactivisten zitten niet meer in die fase en zijn overgestapt naar de fase van de boosheid over het verlies van schone lucht, schone oceanen en een stabiel klimaat maar velen zitten ook in de fase van de onderhandeling. Ze onderhandelen met vertegenwoordigers van industrie en politiek maar ze onderhandelen denk ik ook op een emotioneel en mentaal niveau. Zij hebben compensaties gevonden voor het verlies dat veroorzaakt wordt door het opgeven van consumpties zoals vliegreizen, auto’s, het eten van vlees enz. Compensaties zoals het plezier in het fietsen, het thuisblijven, het overstappen op vegetarische gerechten, enz. Dit is waar het in de fase van ‘de onderhandeling’ bij een rouwproces over gaat. Op zoek naar nieuwe invullingen en betekenissen. Een deur gaat dicht, een andere deur gaat open. Er zijn mensen die de pijn van het verlies van de auto en het maken van vliegreizen in hun leven allang hebben losgelaten. Deze mensen zitten in de fase van de acceptatie. Hun leefstijl is veranderd. Maar voor deze mensen is het rouwen niet echt afgelopen want ze blijven zitten in de vervuilde lucht en opgewarmde planeet zolang er niet een meerderheid van mensen is die aan de fase van het onderhandelen zijn toegekomen.

Het is een ingewikkeld rouwproces. Als we een geliefde verliezen door een overlijden kunnen we daar niets aan veranderen. Maar aan het verlies van een stabiel klimaat kunnen we wèl iets veranderen. Dat weten we maar dat willen we niet weten. Dat is de ontkenning. We moeten afscheid nemen van een oude manier van leven. Als we in actie zouden komen tegen de opwarming van de aarde, verliezen we onze zorgeloosheid bij het consumeren. We realiseren ons nog niet voldoende wat we daar allemaal voor terug krijgen. Wanneer mensen zich dat eenmaal realiseren zijn ze in de rouwfase van het zogenaamde onderhandelen gekomen. Misschien hebben mensen naast een bewustzijn van de ‘double bind’ ook behoefte aan hulp om in die fase te komen. Hulp bij het ontdekken van het plezier in de nieuwe manieren van leven. De overgang van fossiele naar zonne-energie betekent een verlies maar ook een winst. Ik verwacht dat de winst zal opwegen tegen het verlies.

Het probleem is natuurlijk niet alleen met psychologie op te lossen. Er is veel nieuwe politiek nodig die de weg naar zonne-energie ruimte geeft. Politiek gericht op verbinding. Zie mijn bericht: Narratieve therapie voor de hele wereld met de toespraak van de democratische en socialistische Amerikaanse politicus Bernie Sanders. Hij is een van de weinige politieke leiders die de mensen kan helpen om om te gaan met verandering. Naar zijn verkiezingsbijeenkomsten kwamen meer mensen dan naar die van Clinton en Trump bij elkaar. Volgens sommige opiniepeilingen zou hij van Trump hebben gewonnen als hij de Democratische kandidaat was geworden. Bijna was hij de president van het machtigste land ter wereld. De meerderheid van de mensen willen verandering.

4 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie

Geen droevig verhaal maar een menselijk verhaal

HET VERHAAL VAN DE OPWARMING VAN DE AARDE

Heeft u dat nou ook? Dat u een beetje moedeloos wordt van het verhaal over de opwarming van de aarde? Of bent u over de klimaat veranderingen zelfs in de fase van de ontkenning gaan zitten, de eerste fase van het rouwproces? Als dit zo is dan is dat begrijpelijk. Het dominante verhaal over de opwarming van de aarde is namelijk apocalyptisch en daar kunnen we niets mee.

Het is allemaal te erg. Beelden van een verwoeste aarde worden voorgeschoteld. Dat werkt verlammend. De angst die het oproept maakt minder creatief. Angstige mensen zoeken naar manieren om het onderwerp te vermijden.

Jelmer Hommers van de Correspondent komt met een verhaal over de opwarming van de aarde dat klopt, dat menselijk is en hoopvol.

Hier dit hoop- en inzichtgevende verhaal, een TED talk: Klimaatverandering is niet het einde van de wereld.

Klimaatverandering gaat vooral over ons Westerse mensen; rijke consumenten. Wij veroorzaken de klimaatverandering. Klimaatverandering gaat over geweld. De plekken op aarde waar het meeste geweld is liggen aan de randen van de woestijnen, gebieden waar mensen vechten om olie en water, droge gebieden waar weinig groeit en waar mensen radicaliseren.

Er is hoop want veel mensen zijn begonnen om op te houden met fossiele brandstoffen. Er zijn veel mensen die een einde willen maken aan het geweld en de grote inkomensverschillen. Veel mensen zijn begonnen met het helen van de wereld en het kijken naar de behoeften van de meest kwetsbare mensen op onze planeet. En het zijn niet alleen activisten die deel uit maken van dit enorme netwerk van veranderaars.

Zonne-energie is vrede’s energie. Het stopt het gevecht om olie en gas. Klimaatverandering is een ‘wake-up-call’ om vrede en recht te brengen. De verandering kan snel gaan.

Dus dit is geen droevig verhaal. Het is een menselijk verhaal.

1 reactie

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie, Psychotherapie - Rouwen

De ander is lui en hebzuchtig…

MAAR WIJZELF ZIJN DAT NIET…

Het artikel in De Correspondent van Rutger Bregman: ‘Weg met controle. Leve de intrinsiek gemotiveerde mens.’, gaat over het mensbeeld dat wij hebben van onze medemens. We zien niet onszelf maar vooral de ander als lui en hebzuchtig, als een ‘homo economicus’.

Bregman is de journalist die graag argumenten aandraagt voor het idee van ‘gratis geld voor iedereen’. Hij is een van mijn favoriete correspondenten. In dit artikel citeert hij meerdere psychologen.

Over onszelf denken we dat wij prikkels van buitenaf, zoals geld of dwang, niet nodig hebben. Wij denken dat het vooral de ander is die alleen maar in actie komt als er van dit soort prikkels mee gemoeid zijn. Alsof die ander de intrinsieke motivatie niet kent.

Bewezen is echter dat de meeste mensen in actie komen vanuit intrinsieke motivatie. Dus ook onze medemens. De meeste studenten bijvoorbeeld gaan iets studeren omdat het vakgebied hen interessant lijkt. Niet om het geld. Niet omdat ze gedwongen worden. Waarom geloven we dit alleen over onszelf en niet van de ander? Fluistert het systeem waarin wij leven ons in om de ander te wantrouwen? Hier een samenvatting en bewerking van het artikel van Bregman.

Homo economicus is een chimpansee

Over het mensbeeld dat de ander lui en hebzuchtig:

Eigenlijk is het hele moderne kapitalisme op dit mensbeeld gebaseerd. ‘Wat werknemers het liefste willen van hun werkgevers, meer dan wat ook, is een hoog loon,’ zei een van de eerste consultants, Frederick Taylor, honderd jaar geleden al. Taylor is beroemd geworden met zijn ‘wetenschappelijke bedrijfsvoering’ die ervan uitging dat prestaties heel precies gemeten moeten worden om fabrieken zo efficiënt mogelijk te maken. (En om arbeiders zo hard mogelijk uit te buiten.)

Als het vandaag gaat over thuiszorgers die in zeven minuten steunkousen moeten uittrekken, callcentermedewerkers die constant gemonitord worden of dokters die betaald worden per ‘diagnose-behandelcombinatie,’ dan hebben we het eigenlijk nog steeds over het taylorisme.

Taylor had een gitzwart mensbeeld. Hij zag zijn ideale werknemer als een beest – ‘zo dom, zo onverschillig, dat hij geestelijk meer wegheeft van een os.’

Het blijkt een psycholoog te zijn geweest die lijnrecht tegen Taylor inging. Deze psycholoog heette Edward Deci. Hij werkte aan zijn proefschrift toen de psychologie in de ban was van het ‘behaviorisme’. Het behaviorisme gaat er vanuit dat mensen passieve wezens zijn die prikkels nodig hebben en alleen in beweging komen voor een beloning of uit angst voor straf.

Maar Deci had het gevoel dat er iets niet klopte. Mensen doen voortdurend rare dingen die niet passen in het behavioristische mensbeeld. Denk aan bergbeklimmen (koud!), vrijwilligerswerk (gratis!) en kinderen krijgen (heftig!).

We doen de hele tijd dingen die geen geld opleveren en zelfs doodvermoeiend zijn, zonder dat we ertoe gedwongen worden. Waarom, in vredesnaam?

Deci kwam er zelfs achter dat mensen soms juist mìnder gemotiveerd zijn wanneer ze ergens geld voor krijgen. De meeste economen moesten niets van hem hebben en jammer genoeg konden ook de behavioristische psychologen niet aannemen dat extrinsieke beloningen de intrinsieke motivatie konden ondermijnen. Het ‘taylorisme’ heeft zich ondanks Deci als een virus over de wereld verspreid. Pas later in de 20e eeuw zouden steeds meer wetenschappers de vermoedens van Deci bevestigen.

De London School of Economics vond bijvoorbeeld bewijs dat financiële bonussen, de intrinsieke motivatie en het morele kompas van werknemers kunnen afstompen. Ze kunnen de creativiteit aantasten. Met extrinsieke prikkels zoals geld of angst voor straf krijg je eigenlijk vooral meer van hetzelfde.

Als je betaalt per uur krijg je meer uren. Als je betaalt per publicatie krijg je meer publicaties. Als je betaalt per operatie krijg je meer operaties.

Communistisch of kapitalistisch – in beide gevallen draait de cijferdictatuur de intrinsieke motivatie de nek om.

Bonussen blijken alleen effectief te zijn als het gaat om eenvoudige, mechanische handelingen. In onze moderne economie wordt meer en meer van dat werk door robots gedaan. Robots kunnen zonder intrinsieke motivatie maar wij mensen niet. Wij zijn niet de calculerende robots waar de tayloristen en behavioristen van uit gingen.

Het definitieve bewijs hiervoor is geleverd door Joseph Henrich van de Harvard-universiteit. Samen met zijn team zocht hij de hele wereld af naar homo economicus. Ze bezochten vijftien kleine gemeenschappen in twaalf landen op vijf continenten. Ze lieten landbouwers, nomaden, jagers en verzamelaars allerlei testjes doen, op zoek naar diegenen die voldeden aan het mensbeeld waar economen decennia vanuit gingen. Zonder resultaat. Keer op keer bleken mensen te sociaal en te intrinsiek gemotiveerd.

Het model van de homo economicus bleek eigenlijk alleen maar succesvol te zijn bij het voorspellen van het gedrag van chimpansees in eenvoudige experimenten.

Intrinsieke motivatie wordt afgestompt

We gaan er te vaak vanuit dat mensen van dit soort chimpansees zijn. Op kantoor. In callcenters. Op school. In ziekenhuizen. Aan de balies van de sociale dienst. Keer op keer nemen we het luie en zelfzuchtige in elkaar aan. Tegelijk blijkt uit onderzoek dat de overgrote meerderheid van de mensen zich meer identificeert met waarden als behulpzaamheid, eerlijkheid en rechtvaardigheid dan met geld, status en macht.

We hebben een verwrongen beeld van elkaar. Het probleem is echter ook dat het beeld dat we hebben van elkaar, ‘zelfvervullende voorspellingen’ kunnen worden. Wat je aanneemt in de ander is wat je eruit krijgt. Hoe meer we geloven dat we homo economicus zijn, hoe meer we ons als chimpansees (proefdieren) gaan gedragen.

Het bewijs stapelt zich hier voor op. Hoe langer studenten economie studeren, hoe meer ze op homo economicus gaan lijken. Ze gaan zich steeds zelfzuchtiger gedragen en verwachten dat ook van anderen. Ook de manier waarop je beloond wordt, kan je een ander mens maken. Psychologen hebben een paar jaar geleden aangetoond dat advocaten en consultants die per uur worden betaald uiteindelijk een prijs op ál hun tijd zetten. Ook als ze niet aan het werk zijn. Veel van onze grootste problemen worden veroorzaakt worden door de dictatuur van dit mensbeeld:

De lijst is eindeloos. CEO’s die alleen maar focussen op hun kwartaalresultaten trekken hun bedrijf de afgrond in. Academici die vooral worden afgerekend op hun plaats op een ranglijst voelen de verleiding te frauderen. Scholen die worden beoordeeld op de meetbare resultaten van gestandaardiseerde toetsen geven minder aandacht aan wat niet meetbaar is. Psychologen die betaald worden om zo lang mogelijk te behandelen gaan steeds langer behandelen. Bankiers die hun bonussen verdienen door zo veel mogelijk rommelhypotheken te verkopen, brengen het mondiale financiële systeem aan het wankelen. Enzovoorts, en zo verder.

Honderd jaar na Frederick Taylor zijn we elkaars intrinsieke motivatie nog altijd aan het afstompen. Uit een enorm onderzoek onder 230.000 werknemers in 142 landen bleek een paar jaar geleden dat slechts 13 procent zich ‘geëngageerd’ voelt op zijn werk. Nederland scoorde nog slechter dan gemiddeld: hier is slechts 9 procent echt enthousiast over zijn baan.

Het belang van intrinsieke motivatie wordt steeds duidelijker

De psycholoog Barry Schwarz vond dat 90 procent van de volwassenen inmiddels de helft van hun wakkere leven besteedt aan dingen die ze liever niet doen op plaatsen waar ze liever niet zijn.

Dat extrinsieke beloningen en angst voor straffen of dwang de intrinsieke motivatie kunnen ondermijnen is ‘een van de meest robuuste bevindingen van de sociale wetenschap – en ook een van de meest genegeerde’, zegt de psycholoog Dan Pink die een bestseller schreef over intrinsieke motivatie. We laten een enorme hoeveelheid ambitie en energie liggen.

Stel je voor dat we op grote schaal inzetten op elkaars intrinsieke motivatie. Het zou een immense revolutie betekenen. CEO’s zouden ploeteren omdat ze geloven in hun bedrijf, academici zouden overuren draaien omdat ze gewoon nieuwsgierig zijn, leraren zouden lesgeven omdat ze verantwoordelijkheid voelen voor hun kinderen, psychologen zouden zo lang behandelen als nodig is voor hun cliënt en bankiers zouden voldoening halen uit hun rol als dienstverlener. Vakmanschap en competentie zouden centraal staan, niet rendement en productiviteit.

Natuurlijk zijn er op dit moment nog steeds talloze leraren, psychologen en ondernemers die tot op het bot intrinsiek gemotiveerd zijn om anderen te helpen. Maar die motivatie hebben ze eerder ondanks, dan dankzij de extrinsieke middelen van het geld en de dwang.

Bregman vroeg Jos de Blok, de oprichter van het succesvolle Buurtzorg, wat de grootste risico’s van intrinsieke motivatie zijn. Zijn antwoord: ‘Dat mensen te hard werken.’

Je leest het goed: een organisatie die de extrinsieke prikkels vaarwel zegt, krijgt niet te maken met luiheid en ledigheid. Integendeel. Ze moet oppassen dat haar werknemers geen burn-out krijgen door een explosie van werklust.

Nieuwsgierigheid en speelsheid zijn meer onze natuur dan luiheid en hebzucht

Als we het nu hebben over gedemotiveerde werklozen, gefrustreerde werknemers of hebzuchtige bankiers, dan hebben we steeds de neiging om aan te nemen dat er van nature iets mis is met de mens. Maar wat als het andersom is? Wat als luiheid, cynisme en hebzucht eerst aangeleerd moeten worden? En wat als veel van onze bedrijven, onze sociale regelingen en onze universiteiten daar min of meer voor ontworpen zijn?

Dan blijkt: het probleem zit niet in onze natuur. Iedere ouder weet dat kinderen als nieuwsgierige en speelse wezens geboren worden. Maar zoals een plant vruchtbare grond nodig heeft, zo heeft ook de mens een stimulerende omgeving nodig. De belofte van een nieuwe generatie psychologen en economen is dat we naar een samenleving kunnen evolueren waarin we kunnen blijven spelen. Of beter gezegd: waar het onderscheid tussen ‘werken’ en ‘spelen’ is vervaagd, we onze talenten kunnen ontwikkelen en onze dromen najagen.

Naar wat onze aard van nature is doet de bioloog Frans de Waal interessant onderzoek. We zouden van nature niet alleen nieuwsgierig en speels zijn maar ook empathisch. Een eerder bericht hierover is bijvoorbeeld: Empathie en mededogen.

De man bij wie de revolutie in het denken over motivatie begon, Edward Deci, gelooft dat de vraag niet langer is hoe we elkaar motiveren. De echte vraag luidt: hoe scheppen we een samenleving waarin mensen zichzelf motiveren? Dat is niet links of rechts, en ook niet kapitalistisch of communistisch. We hebben het hier over een derde beweging, waar de naam nog niet voor gevonden is. Maar één ding is zeker: niets is krachtiger dan mensen die doen wat ze doen omdat ze het willen doen.


Bregman kwam met collega Jesse Frederiks, kort na het publiceren van dit artikel met een podcast over hoe geld is ontstaan en waarom het hetzelfde is als schuld. Daar maakte een 17 jarige lezer van De Correspondent, Lotte Schuengel een leuke animatie bij. Die moet u zien en u begrijpt hoe de extrinsieke motivatiefactor van het geld is ontstaan.

 

 

 

3 reacties

Opgeslagen onder Dierengedrag, Persoonlijk en politiek, Psychologie