Categorie archief: Psychologie

Zonder afstemming op je lijf is een goed leven niet mogelijk

Psychoanalyticus en hoogleraar psychodiagnostiek Paul Verhaeghe schrijft met enige regelmaat voor Brainwash, podium voor verrassende ideeën. Deze keer schrijft hij: We zijn verleerd naar ons lichaam te luisteren

De titel raakte meteen een snaar. Naarmate ik ouder word, praat mijn lichaam steeds duidelijker terug. Ik voel steeds meer de noodzaak om er beter naar te luisteren en te leren om er fijner op af te stemmen. Hier had ik al veel jonger mee kunnen beginnen.

Het mooie is dat Verhaeghe laat zien hoe het persoonlijke en het lichamelijke verweven zijn met het publieke en het politieke. Concentratieproblemen, stoornissen die op lichamelijke aandoeningen lijken, burn-outs, depressie, enz. zijn beter aan te pakken als we ze begrijpen in de bredere context.


Hier een bewerking en enkele alinea’s uit het stuk van Verhaeghe.

Goed in je vel zitten vind ik een prachtige omschrijving voor een gezonde combinatie tussen lichaam en geest – eigenlijk tussen voelen en denken. Dat heb je voor een flink stuk te danken aan de interactie met je ouders, maar de uitbouw van je identiteit en de daarin besloten afstemming op je lichaam gebeurt natuurlijk ook buiten het gezin. Toch zien we dat het lichaam in onze moderne maatschappij steeds vaker te veel onder druk wordt gezet, met grote gevolgen voor je welzijn.

Sluiten de beelden die vanuit uit de maatschappij op ons af komen en ons beïnvloeden min of meer aan bij wat wij zelf voelen? Sluiten de verwachtingen van buiten aan bij onze persoonlijke mogelijkheden? In welke mate laten de beelden van buiten keuzes toe?

Als het antwoord op die vragen negatief is, dan spreken we over vervreemding. Dan nemen we ideeën en beelden over die ons ziek maken. Het gevolg is dat we niet langer afgestemd zijn op wat er binnen in ons en in ons lichaam aan het werk is.

We beseffen te weinig hoe een economische ideologie onze identiteit op een sluipende manier overgenomen heeft, ogenschijnlijk onafhankelijk van een ideologie. De meest doortrapte list bij deze onzichtbare vervreemding is de uitnodiging van de reclame- en mediawereld om onze ‘individualiteit’ belangrijk te maken. In de praktijk betekent dit dat we met zijn allen dezelfde, grotendeels overbodige spullen kopen, dezelfde rommel eten, aan dezelfde vormen van ontspanning doen, collectief steeds harder werken, gevolgd door hetzelfde soort vakantie die we vervolgens op hetzelfde soort Facebookpagina etaleren. En allemaal denken we uniek te zijn.

Wij zijn ‘onbewust gehoorzaam’ maar dat zien we niet, we zien onszelf eerder als realistisch, normaal of rationeel. We menen te weten hoe het leven echt is.

Als we ons niet goed voelen bij het leven dat we leiden – voor zover we dat gevoel al toelaten – schrijven we dat toe aan een persoonlijk falen. We moeten nog méér ons best doen, nog harder werken, nog bétere keuzes maken. Tegenwoordig moet alles steeds sneller, ook onze manier van denken, consumeren, werken, ontspannen zoals blijkt uit eigentijdse uitdrukkingen: quality time, short ski, fast food, speed dating, powernaps. Slaap dient om onze batterijen op te laden, niet om uit te rusten. Work hard, play hard.

De oorzaak van vervreemding en versnelling ligt in het alomtegenwoordig concurrentieprincipe gebaseerd op het gevoel constant geëvalueerd te worden. Via onze smartphone beoordelen we elkaar met één klik (van een tot vijf sterren). Je cijfer is voor iedereen zichtbaar en bepaalt je leven; van het soort auto dat je kan huren tot de kwaliteit van de medische zorg die je ontvangt. Alles hangt af van het aantal sterren toegekend door anderen.

Wie Uber-taxi’s gebruikt, kan de chauffeur een digitale beoordeling geven en krijgt er zelf ook een. De resultaten daarvan zijn publiek zichtbaar en hebben effecten: een passagier met een 4,8 rating heeft ‘recht’ op Uber VIP, met betere auto’s en chauffeurs met een hogere rating. Bij een hyperslechte rating raak je niet van de straat.

Met concurrentie is op zich niks verkeerd en competitie kan best leuk zijn. Het wordt een probleem als heel het leven in het teken van competitie komt te staan. Het idee dat concurrentie alleen maar ons professioneel leven betreft en we thuis lekker kunnen relaxen, klopt niet langer. Ik ben een product dat ik zelf aan de man moet brengen, in voortdurende competitie met andere producten in een omgeving die één grote markt geworden is. Omwille van die concurrentie moet ik mezelf aanprijzen en oppimpen, want enkel zichtbaar succes telt mee, met als typische illustratie het aantal ‘likes’ en ‘vrienden’ op je Facebook en Instagram, het aantal volgers op je Twitter en het aantal contacten op LinkedIn, het aantal dates op Tinder.

De verplichting om steeds meer te voldoen aan het verwachte ideaal maakt dat we steeds harder ons best doen. Tot het helemaal mislukt. Burn-out en depressie zijn de algemene noemers voor een instorting die volgt op een vaak langdurige periode van inspanning, naast alle andere medisch-psychologische gevolgen van stress.

De buik laat zich als eerste horen

Als het de verkeerde richting uitgaat, laat mijn lijf van zich horen. ‘Mijn lichaam heeft niet dezelfde ideeën als ik’ – deze uitdrukking komt van de Franse cultuurfilosoof Roland Barthes. Als ik mij identificeer met – beter: als ik mij vervreemd aan – beelden en idealen die ingaan tegen mijn lichaam, dan is mijn buik de eerste lichaamsregio die protest aantekent, lang voordat ik bewust besef wat er aan de hand is. Onze (onder)buik is de plaats waar affecten voelbaar worden, zoals blijkt uit de wijsheid van onze taal. ‘Het ligt zwaar op mijn maag’; ‘ik doe het in mijn broek van angst’; ‘er ligt iets op mijn lever’. Wanneer ik daar geen gehoor aan geef en ondanks de protesten verder ga op de ingeslagen weg, worden de signalen dwingender en verschuift protest naar ongemak en pijn en vervolgens naar ziekte.

Mijn lijf tekent protest aan. Geef ik daar gehoor aan? Bij gebrek aan een goede afstemming op mijn lichaam doe ik dat niet. Het kan nog erger: vanuit het concurrentieprincipe kan ik een stap verdergaan en de pijn als deel van het ‘offer’ beschouwen dat ik moet brengen om een ideale vrouw of man te worden, als een te betalen prijs voor succes. Een dergelijke interpretatie van pijn illustreert hoe vervreemding erin slaagt ons een voordehandliggende betekenis van signalen te doen negeren of zelfs om te keren. Pijn lezen als een aanmoediging om nog harder door te gaan op de ingeslagen weg – veel gekker hoeft het niet te worden.

De grappige vervreemdingseffecten op ons uiterlijk, van gescheurde broeken tot gekke kapsels, zijn klein bier in vergelijking met de dodelijke vervreemdingseffecten op de binnenkant van ons lijf. Onderzoek legt steeds duidelijker het verband tussen langdurige stress en ernstige ziektes. Ondanks onze langere levensduur en betere gezondheid zien we dat mensen op jongere leeftijd ziektes en stoornissen ontwikkelen waarvoor ogenschijnlijk een duidelijke verklaring ontbreekt. We vinden geen oorzaak omdat we nog te vaak exclusief medisch-biologisch redeneren en omdat we alles netjes in hokjes willen opdelen en benoemen, zelfs als we niet begrijpen wat er aan de hand is. Misschien zelfs vooral wanneer we het niet begrijpen; hokjes scheppen een illusie van veiligheid. Naast de stijging van het aantal mensen dat aan onverklaarbare pijn lijdt, zien we een toename van obesitas, diabetes en auto-immuunziektes. Op mentaal vlak zetten depressie en angst de toon, samen met een veralgemeende ADHD-drukte (we stappen, spreken, eten een flink stuk sneller dan een generatie terug) die heel plots kan omslaan in een totaal energieverlies van burn-out of het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS).

Deze ziektes ontstaan nooit plots, ze hebben een jarenlange voorgeschiedenis waarbij ons lichaam al heel wat signalen gaf dat we verkeerde ‘keuzes’ aan het maken zijn, als individu en als gemeenschap. Veel mensen voelen de signalen niet, ook al omdat ze die met de hulp van pillen, lijntjes coke en alcohol het zwijgen opleggen. Maar het lichaam blijft van zich laten horen, het buikgevoel wordt pijn en pijn wordt ziekte, tot we luisteren of helemaal verdwijnen (meestal in een ziekenhuisbed).

Zonder afstemming op je lijf is een goed leven niet mogelijk.


Een ander stuk van Verhaeghe luidt:

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie

Bedriegerssyndroom

In het Engels wordt dit het ‘Imposter syndrome’ genoemd en het klinkt alsof het uit de DSM (handleiding voor diagnostiek in de psychiatrie) komt. Het valt echter niet onder de psychiatrische stoornissen.

De term werd geïntroduceerd door psychologen om mensen te beschrijven die niet in staat zijn om hun prestaties te internaliseren. Ondanks bewezen vaardigheden blijven mensen met dit syndroom ervan overtuigd dat ze bedriegers zijn en hun succes niet verdienen. De grote meerderheid van ons – tot 70 procent zelfs – wordt af en toe overvallen door het gevoel een bedrieger te zijn.

Hieronder een artikel in De Standaard van Ellen Meulemans van 17 augustus jl., die verschillende mensen vraagt of zij aan het oplichters- of bedriegerssyndroom lijden.

Psychiater Dirk de Wachter had een leuke reactie op deze vraag. Hij pleit voor meer ‘imposter syndrome’.

‘Soms denk ik: laat me met rust, alsjeblieft. Ik weet het ook allemaal niet’

‘Ik vind zelf dat ik regelmatig over het paard getild word. Er worden mij gedachten toegedicht die ik niet heb, en goeroe-achtige eigenschappen toebedeeld die ik niet wil opnemen. Ik heb ook geen antwoord op alle maatschappelijke vragen. Bij mij speelt imposter syndrome dus ook een rol, maar ik vind eigenlijk dat veel succesvolle mensen het best wat meer impostergevoelens zouden mogen hebben. Dat is vaak een blijk van gezonde zelfkritiek. Er bestaat wel een gevaar dat we zouden vervallen van een pretentieuze positie in een slachtofferrol: “Ik kan niks, ik ben niets.” Dat is al even hooghartig, een soort omgekeerd narcisme. Er moet altijd nuance zijn.’

Ervaart u uw succes in de academische wereld anders dan in de media?

‘Dat zijn totaal andere werelden. Aan de universiteit en in het ziekenhuis ben ik maar een kleine garnaal, in de media word ik opgevoerd als een opiniemaker. Ik moet daar bescheiden over spreken, want dat is veel gebakken lucht. Ik stel hier en daar een vraag, en af en toe zijn die vragen relevant. Maar ze hebben grote impact, dat moet ik ook niet ontkennen.’

‘Het zou vals bescheiden zijn om te zeggen dat wat ik doe totaal onbelangrijk en volkomen belachelijk is, maar veel van wat ik zeg is ook maar heel gewoon. Onlangs zei ik in Nederland dat het belangrijk is voor een maatschappij dat ouders goed voor hun kinderen zorgen. Dat werd overal verspreid als een ongelooflijk intellectueel inzicht. Moet je daar dan zo lang voor gestudeerd hebben, vroeg mijn vrouw zich af. Maar goed, blijkbaar moest iemand dat eens zeggen. Mijn gedachtegoed raakt blijkbaar een gevoelige snaar.’

‘Tegelijk verwachten mensen van mij ook de oplossing. “Je zegt dat er iets mis is met de wereld, nu moet je ook zeggen wat we daaraan kunnen doen.” Ik moet altijd herhalen dat ik een psychiater ben, en een psychiater brengt geen oplossingen aan. Ik maak een kader waarin mensen zelf over oplossingen kunnen nadenken. Het doel is om in dialoog nieuwe inzichten te creëren, zowel met mijn patiënten als in de maatschappij.’

Als iedereen zijn kwetsbaarheden en twijfels zou toegeven, zouden we allemaal een stuk beter in ons vel zitten.’

‘Dat is ook wat ik overal verkondig. Niet in een emocultuur – in tranen, op tv, voor een miljoen kijkers. Maar ik pleit ervoor om het aan mensen die je vertrouwt toe te geven als je het even niet meer weet, als het lastig gaat, als je het moeilijk hebt. Om de schijn van gelukzaligheid niet hoog te blijven houden, tegen beter weten in. Om geen feestfoto’s te delen op Facebook terwijl je in je bed ligt te huilen. Dan kun je uiteindelijk alleen nog maar eerlijk zijn tegen je psychiater, tegen betaling dan nog. Over kwetsbaarheid spreken werkt verbindend.’

Toch is dat in grote mate taboe.

‘Wat mensen tegen mij vertellen, in de duisternis van mijn praktijk, dat wil ik aan de wereld vertellen. Als mensen mij zeggen dat ze zo eenzaam zijn, dat ze niemand hebben, dan wil ik aan de wereld duidelijk maken dat dat veel voorkomt. Iedereen is beschaamd daarover te spreken. Ik wil, als advocaat van die mensen, spreken over wat ik in mijn praktijk hoor, en zeggen dat dat van belang is.’

‘Ik word zelf ook overrompeld. Soms denk ik: laat me met rust, alsjeblieft. Ik weet het ook allemaal niet. Wat vragen ze mij toch allemaal? Ik heb het soms ook moeilijk met kritiek, omdat ik er snel van uitga dat kritiek terecht is. Ik vertrek als psychiater dan ook steeds van het standpunt van de ander. Als ik een giftige mail krijg, dan schrik ik een beetje. Maar ik vraag me ook af waar die reactie vandaan komt, wat die mens heeft meegemaakt.’

U zegt dat de invloed van geluk niet te onderschatten is.

‘De maakbaarheid van succes is een illusie. Ik pleit voor gewonigheid. Je mag fier zijn op de dingen die je gerealiseerd hebt met hard werken, talent, creativiteit en studie. Wees maar fier, want je succes is zeker te danken aan dingen die je zelf gedaan hebt. Maar weet ook dat er veel geluk en toeval bij komt kijken. It was half my fault, and half the atmosphere. Dat is zo bij mislukking, maar ook bij succes.’

‘Als je veel gerealiseerd hebt, zorg er dan voor dat je met beide voetjes op de grond blijft. Soms ontmoet ik in mijn praktijk heel succesvolle mensen die heel kwetsbaar zijn. Succes heeft vaak een heel hoge prijs. Ik zie mensen die heel eenzaam zijn en bijvoorbeeld hun gezinsleven compleet ontmanteld hebben. Die staan dan zogezegd succesvol in de schijnwerpers, maar ze zijn helemaal verlaten. Dat is een karikatuur, maar ze bestaat wel.’

Is kwetsbaarheid tonen moeilijker voor vrouwen of voor mannen?

‘Imposter syndrome werd ontwikkeld als theorie over vrouwen, die zich vaker zouden wegcijferen, terwijl mannen zich zomaar overal staan te profileren. Dat is later ontkracht en de theorie werd sterk verbreed. Het is ook heel subjectief en dus moeilijk te onderzoeken.’

‘Je zou kunnen zeggen dat vrouwen vanuit een cultuurhistorische achtergrond, en misschien ook wel biologisch, makkelijker toegang hebben tot kwetsbaarheid. Maar we zien ook dat vrouwen in topfuncties net afgerekend worden als ze die kwetsbaarheid tonen. Een vrouw die huilt op een vergadering: dat is fin de carrière. Een man die huilt op een vergadering wordt meteen opgehemeld. We hebben hem nodig! Oh zo kwetsbaar!’

‘Tegelijk zie ik hoe sommige mannen, vanuit de klassieke machogedachte, niet in staat lijken te zijn om enige kwetsbaarheid te tonen. Het is heel dubbel.’

U zei dat succesvolle mensen best wat meer imposter syndrome mogen hebben.

‘Ik pleit voor meer imposter syndrome. Uiteraard bedoel ik niet dat mensen zich slecht moeten voelen en moeten denken dat ze niets kunnen. Maar ik pleit voor twijfel. Je moet jezelf af en toe een spiegel voorhouden en zeggen: komaan jong, je bent toch ook maar een klein ventje. Doe maar gewoon.’

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychiatrie, Psychologie

Ons denken heeft aandacht nodig

Het meest interessante fragment waar VPRO TV zomergast Marleen Stikker mee kwam ging over David Bohm.

Hij was een Amerikaanse natuurkundige die een theorie rondom dialoog ontwikkelde. Het basisprincipe is dat een constructief (groeps)gesprek het doel heeft om tot een gezamenlijk begrip te komen, en niet te vervallen in een strijd om je eigen gedachten bevestigd te horen.

Druk op de link om het fragment te zien: Stikker laat dit zien omdat Bohm je anders laat denken over denken.

Hieronder een deel van een documentaire ‘Art Meets Science and Spirituality in a Changing Economy – From Fragmentation to Wholeness’ met David Bohm. Kunstenaars, wetenschappers, religieuze leiders en economen kwamen bij elkaar in Amsterdam in 1990 om het idee van een holistisch wereldbeeld te onderzoeken en wat de gevolgen daarvan zouden kunnen zijn voor de wereldeconomie.

Bohm beweert in dit fragment onder andere dat het verlangen van de mens om te wedijveren niet zozeer een zwakte is maar een vergissing.

 

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Psychologie, Psychologie en klimaat, Systeemtherapie

Niet gezond meer!

Dit is de titel van een TV programma van Jet van Nieuwkerk voor de NTR. Het gaat over orthorexia. Wat ik er van begrijp is dat deze term gebruikt wordt als iemand dwangmatig met sport, fitheid en gezond eten bezig is. Zowel de persoon zelf als de mensen in zijn/haar omgeving hebben er last van. Ze lijden er onder.

Bezig met fit zijn is momenteel een rage. Goed dat Jet er aandacht aan besteedt. Het blijkt voor velen niet zo makkelijk om de grens tussen gezond en ongezond bezig zijn met fitheid in de gaten te houden. Het lijkt tegenstrijdig: Wanneer ben je op een ongezonde manier bezig met gezond zijn? Bijvoorbeeld als  je in paniek raakt omdat je je een keer niet aan een sport of voedingsschema kunt houden. Dan ga je te ver.

Dit is Jet van Nieuwkerk overkomen. Als ze terug bladert door haar dagboeken uit de periode dat ze orthorexia had, wordt ze er verdrietig van. Zo kritisch, veeleisend en ontevreden als ze toen was.

Als een psychiater haar vraagt naar haar persoonlijke omstandigheden in die periode deinst ze even terug. En dit is tegelijk de ‘cliffhanger’ van deze aflevering van ‘Niet gezond meer’. Ben benieuwd of Jet in de volgende aflevering net zoveel van zichzelf laat zien als bijvoorbeeld Kate Perry bij de therapeut in ‘VICELAND’. Niet dat dit hoeft.

Wat er achter de orthorexia zit zal bij iedereen weer anders zijn. Het zal mij niet verbazen als het iets te  maken heeft met de kindertijd. Hechtingsproblemen hebben we allemaal. Meestal gaat het om een of andere hechtingsangst. Bijvoorbeeld de angst om niet goed genoeg te zijn, om niet gewaardeerd te worden of geliefd te zijn als je er niet super fit uit ziet. Die angst is ergens in je leven ontstaan.

De vraag: Bestaat orthorexia? is een eigenlijk een rare vraag. Orthorexia is een begrip, een woord*. Bestaat een woord? Niet echt. De gedragingen die er onder vallen bestaan wel, zijn zichtbaar. Jet bedoelt eigenlijk met deze vraag of orthorexia net zoals anorexia als classificatie in de DSM opgenomen zou moet worden. Of dat gaat gebeuren zal de toekomst uitwijzen.


*Hier is sprake van reïficatie: van een woord een ding maken. Een denkfout: Reïficeren – ook wel ‘verdinglijken’ – wil zeggen dat een abstract begrip of concept tot een zelfstandig, op zichzelf staand ding of eenheid wordt gemaakt. Voor meer hier over: https://psychologenpraktijk.wordpress.com/2016/10/29/congres-insluiten-en-uitsluiten-deel-2/

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologie

Helder denken en kritisch denken

Deze week in het Filmtheater Hilversum werd psycholoog, filosoof, journalist en mede oprichter van de Argumentenfabriek, Kees Kraaijeveld, geïnterviewd voor een goed gevulde zaal. Hij schreef dit voorjaar een artikel in de Volkskrant over wat volgens onderzoek steeds weer opnieuw de grootste zorg van Nederlanders schijnt te zijn.

Onze grootste zorg gaat over onze mentaliteit; over onze manier van denken. Over hoe we samenleven. Over hoe we ons gedragen en voelen. Over de ‘verhuftering’.

Het artikel in de Volkskrant: ‘Stop met dat gemopper. Laten we als samenleving trainen in geluk’, werd tijdens het interview aangehaald en heb ik er voor dit bericht bij gepakt.

We vinden denken en mentaliteit belangrijk maar we doen er niet veel aan, zegt Kraaijeveld, ook beleidsmatig niet. Mede hierom richtte hij de Argumentenfabriek op. Inmiddels 30 medewerkers trainen o.a. beleidsmakers om helder te denken door middel van het visualiseren van argumenten: een argumenten kaart.

Helder denken is denken waar structuur in zit en kan er voor zorgen dat mensen betrokken blijven en niet afhaken. Mensen vinden het prettig om argumenten te visualiseren; ze vinden het fijn om grip te krijgen op de ‘overload’ aan informatie. Mensen vinden het prettig om de tijd te krijgen om na te denken. Argumenten voor en tegen komen op een rij. Je leert om van perspectief te wisselen. Je leert om optimistische verklarings-taktieken te onderscheiden van negatieve. Je traint mentale fitheid en veerkracht. Hierdoor wordt het makkelijker om te wegen en te besluiten. En daar is behoefte aan.

Helder denken is volgens Kraaijeveld ook positief denken

85% van de Nederlanders noemt zichzelf ‘gelukkig en welvarend’ maar we menen met zijn allen ook dat de toestand in de wereld alleen maar is verslechterd. Volgens Kraaijeveld is dit beeld verwrongen en komt het omdat negatieve berichten een grotere invloed hebben op ons brein dan positieve. En deze ‘negativiteitsfout’ zit ons dwars zegt hij. Kraaijeveld in de Volkskrant:

We zijn overmatig kritisch, ook op ons eigen functioneren. Kijk maar naar de stijging van het aantal burn-outs. Onder al het gerapporteerde geluk ligt veel somberheid. De pakweg 800 duizend Nederlanders die nu antidepressiva slikken, doen dat heus niet allemaal voor niets.

Ik ben er niet zo zeker van of ‘burn-outs’ alleen veroorzaakt worden door overmatige zelfkritiek of negatief denken. Volgens mij komen ze eerder door van bovenaf opgelegde werkdruk en door de extreme prestatiegerichtheid. We worden overvraagd en overvragen onszelf.

Misschien wil Kraaijenveld het leven leuker maken met het positieve denken maar is dat wel de kant die we op moeten? Het lijkt er op dat hij denkt dat de grote problemen van deze tijd overgaan als we maar een roze bril opzetten.

Economie en mentaliteit

Beleid moet niet gaan over ‘meer economie’ maar over ‘meer mentaliteit’, zegt hij. Daar kan ik in mee gaan. Een toehoorder in de zaal vroeg wat hij dacht over de ‘participatie samenleving’.  De boodschap daarvan is: ‘doe zèlf iets en wacht niet op de overheid’, maar het werkt niet. Het idee van de ‘participatiesamenleving’ is weliswaar gericht op de veerkracht van mensen maar de regering investeerde er niet in. Integendeel; de regering bezuinigde. Het individualisme – en het egoïsme bleven alle ruimte krijgen.

Kraaijeveld haalt in de Volkskrant de econoom Layard er bij. Volgens Layard zal ons welbevinden niet lineair doorgroeien naarmate we rijker worden. We moeten eerder streven naar ‘bruto nationaal geluk’ dan ‘bruto nationaal product’.

Layard ontwikkelde samen met de Britse regering grootschalig beleid gericht op het verbeteren van de mentale gezondheid. Jaarlijks worden bijna een miljoen Britten geholpen bij het voorkomen en genezen van depressie en angststoornissen, schrijft Kraaijeveld in de Volkskrant maar voor zover ik weet breekt de conservatieve regering in Groot-Brittannië nu juist de gezondheidszorg af, waaronder de geestelijke gezondheidszorg. Hoeveel helder denken is hier bij te pas gekomen?

Kraaijeveld denkt dat de maatschappij ‘maakbaarder’ is dan we denken. Dit wil ik geloven en vind ik hoopgevend. Hij geeft als voorbeeld dat we in de laatste 20 jaar heel anders zijn gaan denken over roken. Goeie ideeën zijn inderdaad besmettelijk. Ik herinner me Oscar Wilde die zei:  ‘Stronger than a thousand armies, is an idea whose time has come.’

Waar zet je positieve psychologie en mentale veerkracht voor in?

Kraaijeveld wil bij mentaliteitsverbetering gebruik maken van de zogenaamde positieve psychologie, de wetenschap over hoe mensen mentaal kunnen floreren. Deze psychologie is gebaseerd op de bevindingen van psychologen zoals Martin Seligman en Carol Dweck. Er schijnt wereldwijd een beweging gaande te zijn gericht op mentale vooruitgang, zowel individueel als collectief.

Ook hier een kritische kanttekening: Seligman maakt furore in de VS, onder andere met programma’s waarmee hij de mentale veerkracht van de Amerikaanse strijdkrachten weet te vergroten. ‘Hunt the good stuff’, zegt men nu stoer in het Amerikaanse leger. Seligman heeft de militairen onder meer geleerd dagelijks hun positieve emoties bij te houden in een dagboek. En dat werkt.

Furore maken met het stimuleren van positief denken binnen een organisatie als het Amerikaanse leger kan ik niet zien als positief. Soldaten veerkrachtig maken zodat ze nog meer Afghaanse, Jemenitische en andere burgers kunnen doden vind ik zelfs zeer kwalijk! Psychologen zouden hun kennis daarvoor niet moeten inzetten.

Het werk van Dweck kan ik wèl zien als positief. Met haar ‘growth mindset’ wil Dweck onder meer bereiken dat we, naast meer energie om inspanningen te leveren op het gebied van het leren ook meer gelijkheid en meer kansen voor kinderen uit lagere milieus creëren.

Een mentale schijf van vijf

Seligman noemt vijf terreinen die aandacht verdienen bij een mentale leefstijl verandering: emoties, betrokkenheid, relaties, betekenis en prestaties. Zodra het op deze gebieden beter gaat, ben je als mens mentaal fitter.

Hoe bouwen we een samenleving waarin mensen floreren op elk van deze deel terreinen?

  • Het gaat erom dat we meer positieve emoties ervaren. Blijdschap, plezier, geluk. Dat begint met begrijpen van wát je voelt. Psychologen noemen dit: emotie-differentiatie. Mensen die beter weten wat ze voelen, kunnen gevoelens beter bijsturen, bijvoorbeeld door rekening te houden met de negativiteitsfout en er bewust positieve emoties voor in de plaats te zetten.
  • Ook betrokkenheid begint bij weten wát je intrinsiek motiveert en wat niet. Vervolgens is het dan de kunst tijd te maken voor de dingen waar je plezier in hebt. In utopische zin betekent betrokkenheid een samenleving waarin mensen zichzelf beter kennen, waarin we weten waarin we goed zijn en dingen doen waarvoor we intrinsiek gemotiveerd zijn.
  • Relaties, het derde aandachtsgebied, bepalen ons bestaan. Tegelijkertijd weten we hoe moeilijk het is om zinvolle relaties te onderhouden. De psychologie biedt al honderden interventies waarmee we de kwaliteit van onze relaties kunnen verbeteren; gesprekstechnieken, aandachtiger luisteren, conflicthantering. Het kan allemaal veel beter en dat is leerbaar. In utopische zin verschijnt er zo een samenleving waarin we beter met elkaar omgaan, minder misverstanden, minder frustratie, minder agressie, minder gepest, gezanik en gezeur. Meer complimenten, meer steun voor elkaar, meer aandacht, meer vertrouwen en meer vriendschap.
  • Behalve zinnige relaties willen mensen ook betekenisvol bezig zijn. Dat is aandachtsgebied vier. Voor de meeste mensen is religie hierbij de belangrijkste steunpilaar. In het geseculariseerde Nederland is het aan onszelf om het bestaan zin te geven. Dat is niet eenvoudig. Het vergt gerichte introspectie, verbeeldingskracht en oefening: je eigen waarden expliciet maken; nieuwe betekenisvolle gewoonten en rituelen ontwikkelen. De mentale utopie is een samenleving waarin mensen weten wat ze belangrijk vinden en waarom. Een samenleving met minder verveling en zinloosheid en meer zinvolle gesprekken en nieuwsgierigheid naar elkaars waarden.
  • Het vijfde aandachtsgebied heeft te maken met presteren. Het gevoel iets goed te kunnen en daarvoor waardering te krijgen, is geweldig. Tegelijkertijd zien we steeds meer mensen gebukt gaan onder ‘prestatiedruk’. Met haar groeimentaliteit-aanpak heeft Stanford-hoogleraar Carol Dweck laten zien dat gezond presteren iets is wat we kunnen leren. De mentale utopie is daarom een samenleving vol prachtige menselijke prestaties, waarin we uitdagingen waarderen, volhouden bij tegenslag en elkaar steunen. Waarin we inspanning zien als manier om vooruit te komen en we gemotiveerd raken door het succes van anderen.

Mentale utopie

Kraaijeveld heeft het over een mentale utopie: ‘Stop met dat gemopper, schrijft hij in de Volkskrant. Laten we ons als samenleving trainen in geluk’.

Als meer mensen positief in het leven staan, is het makkelijker je te wapenen tegen de ingebakken negativiteit. Werken aan zelfkennis, aan positieve emoties, aan meer betrokkenheid, aan betere relaties, aan betekenis en aan prestaties doe je niet alleen. Mentaliteitsverbetering is hierdoor lekker besmettelijk.

Een betere mentaliteit heeft positieve neveneffecten, benadrukken Seligman en zijn collega’s. Betere motivatie, hogere productiviteit, minder relationele ellende, minder ziekten.

De mentale utopie is een prachtdoel. Niet alleen voor u en voor mij, maar ook voor de politiek, het bedrijfsleven en het onderwijs. De ingrediënten voor een ‘nationaal programma mentale vooruitgang’ liggen al klaar: meer karaktervorming en psychologie op school; meer tijd en aandacht voor reflectie en mindfullness in de zorg; progressiegericht leidinggeven en meer vertrouwen op de werkvloer; op waarden gebaseerde besluitvorming in de bestuurskamers; en politiek sturen op een breder welvaartsbegrip, waarin de kwaliteit van onze mentaliteit centraal staat.

Het klinkt allemaal fantastisch maar ik blijf graag nog wat door mopperen. Zoals bijvoorbeeld op de waarde die gehanteerd wordt in de bestuurskamers van grote concerns. Hun enige waarde is namelijk: winst maken. Dit bleek onlangs weer eens uit een commentaar in De Correspondent op een interview met Shell baas Van Beurden over klimaatverandering. Zonder kritiek op kapitalisme en militarisme kom je er niet. Aan kritisch denken is net zoveel behoefte als aan helder denken.


Kraaijeveld schreef eerder een pleidooi voor de waarheid waarover op dit blog het bericht: Streven naar waarheid kan verbinden.

Over de toename van depressie en het gebruik van pillen heeft psychiater Dirk de Wachter ook interessante dingen te zeggen. Zie het bericht: Het idee dat het leven vooral leuk moet zijn, is dè ziekte van deze tijd

Voor meer over Carol Dweck lees: ‘Manier van denken bij het leren: geloven in groei’. 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek, Psychologie

Streven naar waarheid kan verbinden

Uit het ‘Pleidooi voor de waarheid‘ van de filosoof en psycholoog Kees Kraaijeveld hier een paar interessante citaten:

Streven naar waarheid betekent onderkennen dat de ene uitspraak meer waar is dan de andere. Als we de waarde van waarheid in ere herstellen, komen we niet meer weg met het gemakkelijke relativisme van ‘jij jouw waarheid, ik de mijne’. De waarde van waarheid houdt in dat ik ongelijk kan hebben en jij gelijk. Het betekent dat we met elkaar in debat moeten om hiërarchie aan te brengen in meer en minder waar. En dat staat op gespannen voet met gelijkheid, een centraal uitgangspunt van onze samenleving. Onze liefde voor gelijkheid en de hieruit volgende democratisering van kennis, macht en kapitaal, verklaart ook de minachting voor experts. Democratie betekent ‘one man one vote’. Maar zonder de waarheid als kwaliteitstoets leidt dit democratisch uitgangspunt al snel tot verwarring. De mening van de professor die er jaren op heeft gestudeerd, weegt ineens even waar als de mening van iemand die net voor het eerst op het onderwerp heeft gegoogeld.

Dus: Niet iedere zienswijze is even waar en daarmee even waardevol.

Logicus Bertrand Russell, een man die leefde voor de waarheid, heeft hiervoor ooit mooie vuistregels geformuleerd:

  1. 1)  als de experts het eens zijn, moeten leken accepteren dat het waarschijnlijker is dat deze consensus waar is, dan dat het tegendeel waar zou zijn; en
  2. 2)  als de experts van mening verschillen, kan de leek zich beter van een oordeel onthouden.

Waarheid verbindt en leidt tot vertrouwen

We hebben waarheid gewoon nodig, ook heel praktisch. Het streven naar het ware is wat ons bindt. Alleen voor wie naar waarheid zoekt, is het inhoudelijk interessant te debatteren. Vergeten we de waarheid, dan kunnen we ons net zo goed helemaal terugtrekken in de comfortabele filterbubbles van het eigen gelijk. Dan versplintert de samenleving. Als we de zoektocht naar de waarheid blijven relativeren, als we blijven ontkennen dat er zoiets bestaat als een meer en een minder waar en als we experts koppig als onze gelijke blijven zien, dan zullen paranoia en wantrouwen nog meer de overhand krijgen. En met het verlies van onze ‘high trust’-samenleving verdwijnen ook alle politieke, sociale, culturele, juridische én economische voordelen die daarbij horen. Dit mogen we niet laten gebeuren. Alleen met de waarheid hoog in het vaandel kunnen we samenleven in een maatschappij waarin we elkaar kunnen vertrouwen: ‘in truth we trust’.

Experts komen niet altijd met de waarheid

Ik kan het met Kraaijeveld eens zijn dat we naar de waarheid moeten blijven zoeken en ga er inderdaad van uit dat een bijvoorbeeld universitair opgeleide geneeskundige, een expert, eerder met de waarheid komt dan Jomanda. Aan de andere kant zijn er ook geneeskundigen geweest die in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw beweerden dat roken goed voor je gezondheid zou zijn. Experts komen niet altijd met de waarheid. En dan kan de regel van Bertrand Russell helpen: ‘onthoud je als leek van een oordeel’.
Het wordt vooral problematisch om op experts te vertrouwen voor de waarheid als ze verstrikt zijn geraakt in het politieke of economische establishment. Neem de ontkenning door het establishment van de klimaatopwarming. Daar werken sommige experts aan mee. Of neem bijvoorbeeld de expert en historicus en VVD kamerlid Arend-Jan Boekestijn die op TV zei dat hij bang was dat Saddam Hoessein een atoomraket zou afvuren richting zijn achtertuin, terwijl Irak in het geheel geen atoomwapens had.
Andersom kan een ‘niet expert’ zoals Jane Goodall, die geen bioloog was, dichter bij de waarheid zitten dan de experts. Goodall ontdekte namelijk dat chimpanzees zowel gereedschap gebruiken als ook maken, waarmee ze het establishment van biologen en zoölogen uitdaagde om met een nieuwe definitie te komen van de mens. Toen Goodall met haar waarnemingen kwam werd ze door de zogenaamde experts verketterd.

1 reactie

Opgeslagen onder Dierengedrag, Filosofie, Psychologie

Het idee dat het leven vooral leuk moet zijn, is dè ziekte van deze tijd

Het is dé ziekte van deze tijd, zegt psychiater Dirk de Wachter in zijn Brainwash Talk. Het idee dat ons leven vooral leuk moet zijn. En dat terwijl juist tegenslag ons zoveel kan brengen.

Hier kun je deze toespraak van 19 november 2017 zien: https://www.brainwash.nl/bijdrage/het-idee-dat-het-leven-vooral-leuk-moet-zijn-is-de-ziekte-van-deze-tijd , maar hieronder is hij te lezen.

Psychiater zijn, het leek me wel een leuk beroep. Rustig aan: boekje lezen, patiënten spreken. Maar het is onvoorstelbaar hoeveel mensen mij komen opzoeken. Ik krijg het werk niet gedaan. En mijn collega’s ook niet; er zijn overal wachtlijsten.

Wat is er aan de hand in dit leven, dat ogenschijnlijk zo goed is? Waarom wil iedereen naar de psychiater? We hebben geen grote hongersnood, geen epidemieën waar hele bevolkingsgroepen aan sterven en materieel hebben we het in onze geschiedenis nog nooit zo goed gehad als nu. Waarom zijn we dan zo erg in nood? Waarom zijn we zo vermoeid, nemen we zoveel pillen en heeft iedereen een diagnose?

We zijn te geobsedeerd met geluk. We zijn te zeer bezig met gelukkig zijn. We willen dat alles leuk, leuk, leuk is. En dat lijkt me een vergissing. We moeten in dit aardse leven aanvaarden dat het af en toe een klein beetje lastig kan zijn. Een klein beetje, liefst niet te veel. Maar we hebben het moeilijk met de kleine lastigheden van het gewone leven. We lijken niet te kunnen accepteren dat het dagelijkse leven af en toe een klein beetje gewoon en een klein beetje verdrietig is.

Voorheen konden we uitkijken naar een hemel na dit leven, waar het leven goed zou zijn. Deze hemel is afgeschaft, dat paste niet meer in de begroting. Nu willen wij zonodig de hemel hier. Met onze westerse hoogmoed denken we ook dat we deze hemel kunnen maken, produceren of zelfs kunnen kopen. Dat lijkt me een meritocratische vergissing: dat we dat kunnen grijpen. En dit streven naar een onmogelijke regen van geluk zorgt voor veel miserie, depressie en vermoeidheid.

Meestal hebben we nog niet voldoende aan het gewone geluk, maar we willen zonodig fantastisch gelukkig zijn. De meeste mensen willen dat alles ongelofelijk is. Niet zomaar een beetje content, maar fantastisch. Na het weekend kom je op je werk en men vraagt wat je gedaan hebt. ‘Oh gewoon, een beetje thuis geweest.’ Dan is de reactie: ‘gaat het wel, ben je ziek?’ We moeten verre reizen maken. Heel ver, zo ver: maar als je op de aardbol maar ver genoeg gaat, dan kom je gewoon weer terug bij je huis uit.

Dirk de Wachter tijdens de Brainwash Talk Foto: Anna van Kooij.

Hoe kunnen we rustig aan doen, gewoon doen? Ik pleit voor gewonigheid en het plezier daarin te vinden. Ik pleit niet voor ongelukkigheid an sich, maar voor geluk vinden in het gewone. We willen altijd party time, foto’s van verre reizen, en multiple orgasms. Zeer vermoeiend. Hoe kunnen we de lastigheid van het leven een plaats geven?

Ik denk dat de lastigheden van het leven aanleiding geven tot de liefde. De liefde verschijnt niet in de fantastische kant van het leven. Niet als iedereen zich geweldig voelt en bonussen binnenharkt. Want juist als het leven een beetje moeilijk wordt, heeft het menselijke dier nood aan een ander. Dan hebben we nood aan hechting, streling, de blik van de ander en samenzijn met de ander. Dat komt vooral als het moeilijk is. Dan overstijgt de ongelukkigheid zich en het verandert zich paradoxaal in verbondenheid. Liefdevolheid ontstaat in het menselijk tekort. Het verdriet, dat we liever niet willen en niet zo leuk vinden, dat geeft aanleiding tot de liefde.

En wat is nu het probleem van onze maatschappij? Dat verdriet moet altijd worden weggemoffeld in de duisternis; onze lastigheid, onze moeilijkheid, onze kwetsbaarheid en ons tekort wordt weggeduwd in de duisternis. We kunnen daarvoor niet terecht bij onze vrienden en onze geliefden, want we willen altijd stoer en leuk en sterk zijn. En dus gaan we ons afsluiten en inbunkeren voor de liefdevolheid.

Onze maatschappij lijkt door te schieten in ‘ikkigheid’, in een overgewaardeerd denken van autonomie, van ‘ik kan het helemaal alleen’. Het ontstaan van het individu, wat een goede zaak is, is begonnen in de Verlichting. Maar dat is gekanteld naar een teveel aan helemaal alleen alles presteren. Ik pleit ervoor om meer kwetsbaarheid, gevoeligheid en de kleine verdrietigheden met elkaar te delen. Zodat mensen een beetje elkaars psychiater kunnen zijn.

5 reacties

Opgeslagen onder Filosofie, Psychiatrie, Psychologie