Tagarchief: narratieve therapie

LIEF EN LEED

Dit is de titel van een nieuw boek van klinisch psycholoog en gezinstherapeut Peter Rober. Het zijn korte verhalen uit de praktijk van de psychotherapeut. We horen de stemmen van mensen die in therapie zijn.

Ik vind de verhalen stuk voor stuk juweeltjes en dat komt mede door de poëtische vorm waarin ze gegoten zijn. Hier het voorwoord en het eerste verhaal.


VOORWOORD

Daar is de kleine mens

en hij zoekt zijn weg

in de wereld

 

Er is veel verdriet.

En hier en daar

schoonheid

en deugddoende momenten

die troosten.

 

De wereld is koppig,

vaak tegendraads.

En de kleine mens;

hij heeft voor deze wereld niet gekozen,

en hij heeft hem niet gemaakt.

 

Maar hij probeert er het beste van te maken.

 

Soms doet de kleine mens

daarbij een beroep op ons,

psychotherapeuten.

We luisteren naar zijn verhaal,

van het struikelen

en nog juist recht blijven,

van het wankelen

en vallen.

 

En we proberen nuttig te zijn

bij het zoeken en tasten,

het wroeten en trachten.

Soms lukt dat goed.

Soms minder.

Soms niet.

 

Maar we proberen er het beste van te maken.


Hier het eerste verhaal:


VOOR WE BEGINNEN…

Voor we beginnen, wil ik duidelijk zijn.

Ik wil niet dat je mij behandelt als een geval.

Ik wil dat je naar me luistert.

 

Ik heb een verhaal te vertellen

en ik heb iemand nodig

die me helpt het te vertellen.

Iemand die luistert en

niet vindt dat ik gestoord ben,

of dat mijn leven een mislukking is.

 

Mijn vorige therapeut gaf me het gevoel

dat er iets grondig mis met mij was.

 

Ik vertelde mijn verhaal

over weinig eten om slank te worden,

over kijken in de spiegel

en zien dat het nog te vet is,

over mijn neerslachtigheid dan,

over mijn angst om buiten te komen

met zo een dik lijf.

 

Ik vertelde ook

dat ik anderzijds

mijn dikke lijf nodig had,

omdat het me beschermde,

zoals de dikke huid van een olifant.

Ik vertelde over mijn vader

die met zijn handen niet van mij af kon blijven,

en over mijn moeder die het niet zag,

en over mijzelf die er niet over durfde te spreken.

 

Ik vertelde dit alles

en ik wilde graag

nog veel meer vertellen,

maar de therapeut zei:

En waar wil je dan aan werken?

 

Ik begreep niet wat hij bedoelde.

 

Hij legde uit:

Ik moet eerst een duidelijke diagnose stellen,

zodat we een behandelingsplan kunnen uitwerken, 

en zodat ik de geschikte interventies kan kiezen.

 

Ik zweeg.

 

Mijn stilte maakte hem onzeker.

In plaats van mij te vragen wat er was,

begon hij verder uit te leggen wat hij wilde…

Ja, we werken hier vraaggestuurd. Dat vinden we heel

belangrijk. Maar het is me niet duidelijk wat je vraag is. Ik

hoor depressie, eetstoornis, angststoornis. Mogelijk ook een

posttraumatische stressstoornis, maat dat moet ik nog verder

onderzoeken. Ik heb hier nog ergens een vragenlijst liggen

die ons daarbij kan helpen.

 

Ik ben niet onmiddellijk buiten gestapt

en heb beleefd verder meegewerkt

maar het was toen al duidelijk

dat ik nooit meer terug zou komen bij deze vent.

 

Daarom vraag ik je nu maar meteen,

in deze eerste ontmoeting met jou:

Wil je mij behandelen

of ga je naar mijn verhaal luisteren?


Op het weblog van Peter Rober zijn meerdere verhalen uit het boekje te lezen

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologie, proza en poëzie, Psychotherapie

De persoon is het probleem niet

HET PROBLEEM IS HET PROBLEEM

Door het probleem te externaliseren kunnen de persoon en het probleem uit elkaar gehaald worden. De persoon komt los van het probleem en kan er naar kijken. H/zij zal zichzelf niet langer als het probleem ervaren en meer mogelijkheden krijgen om het probleem aan te pakken.

Deze manier van werken hoort bij de narratieve therapie, waarin het gaat om het creëren van verhalen die werken. De verschillen tussen internaliserende en externaliserende gesprekken staan hieronder op een rij.

INTERNALISERENDE GESPREKKEN…

1. zien de persoon als het probleem,

2. lokaliseren het probleem binnen de persoon,

3. zoeken naar wat er mankeert aan de persoon,

4. zien handelingen als uitingen van de kern van iemand als persoon,

5. maken gebruik van de meningen van anderen om het gedrag of het probleem te verklaren,

6. beschrijven van het probleem valt samen met het beschrijven van de identiteit waardoor er weinig ruimte is voor andere aspecten van de persoon,

7. sociale gewoonten die het probleem voeden, steunen en promoten blijven onzichtbaar,

8. leiden tot ‘dunne’ conclusies over iemands leven, identiteit en relaties,

9. onderzoeken de innerlijke invloeden bij mensen die hulp vragen,

10. leiden tot het categoriseren van mensen in termen van hoe ze verschillen ten opzichte van de norm. Er worden labels bedacht voor ervaringen,

11. zien problemen als een onderdeel van de identiteit. De gesprekken gaan over hoe je leeft met een diagnose,

12. zien de professional als de expert,

13. beschouwen strategieën van anderen als de veroorzaker van de oplossing,

14. maken gebruik van woorden zoals:’ ik ben…’

15. en veel woorden gaan over details van het probleem

EXTERNALISERENDE GESPREKKEN…

1. zien het probleem als het probleem,

2. bespreken het probleem alsof het zich buiten de persoon bevindt zodat er ruimte is om zich tot het probleem te verhouden,

3. lokaliseren het probleem in een context buiten de persoon,

4. zien handelingen als achtereenvolgende gebeurtenissen die plaatsvinden in een bepaalde tijd volgens een bepaald plot,

5. nodigen de persoon uit om hun eigen betekenissen te geven voor wat er aan de hand is,

6. geven ruimte aan een meervoudige identiteit,

7. sociale gewoonten die het probleem voeden, steunen en promoten worden zichtbaar,

8. leiden tot rijke beschrijvingen van levens en relaties,

9. onderzoeken de culturele en sociaal-politieke verhalen die het leven van mensen beïnvloeden,

10. vieren de verscheidenheid en dagen de normen uit en omarmen verschillen en dagen discriminerende praktijken uit,

11. raadplegen de persoon en betrokkenen zelf over verandering en her-onderhandelen de verhouding tot het probleem,

12. laten mensen zelf de expert zijn over hun leven,

13. zien verandering als gemeenschappelijk tot stand gekomen en maken gebruik van al voorhanden zijnde kennis en vaardigheden,

14. gebruiken woorden zoals: ‘het is…’

15. en veel woorden gaan over gebeurtenissen die buiten het probleem staan.

De bovenstaande twee rijtjes van 15 vragen komen uit het boek van A. Morgan: ‘What is narrative therapy? An easy-to- read introduction’ (2000).

Goeie vragen stellen is een kunst

Eigenlijk kun je van alles externaliseren; gevoelens zoals angst, anorexia, stemmen, zelftwijfel enz. maar ook processen, patronen en conflicten tussen mensen en allerlei sociale en culturele praktijken zoals racisme en discriminatie kunnen geëxternaliseerd worden. Ook metaforen zoals: een muur van verwijten of een golf van wanhoop kunnen geëxternaliseerd worden.

Je begint met het probleem een naam te geven en je gebruikt daarbij een zelfstandig naamwoord. Met de naam maak je als het ware van het probleem ook een persoon. Je bent het probleem aan het personaliseren en dan stel je vragen om het probleem goed te leren kennen. Stel dat het probleem Onzekerheid heet.

Wat zijn de trucjes van Onzekerheid?

Wat zijn de tactieken, de manier van handelen, de manier van spreken en wat het zegt, de bedoelingen, de ideeën en het geloof van Onzekerheid?

Wat zijn zijn plannen, zijn voor-en afkeuren, regels, verlangens, motieven, technieken, dromen, bondgenoten?

Wie steunt Onzekerheid?

Tegen welke krachten moet Onzekerheid het opnemen?

Wat zijn de leugens of het bedrog van Onzekerheid?

Morgan licht toe dat je niet van alles zomaar kunt gaan externaliseren. Je luistert eerst naar iemands verhaal en probeert vast te stellen welk probleem prioriteit heeft. Problemen kunnen samenvallen zoals Zelftwijfel en Zelfkritiek. Welk van de twee ga je externaliseren? Ga je Uitschelden of Verdriet externaliseren? Dan vraag je bijvoorbeeld: Veroorzaakt het Uitschelden het Verdriet of andersom? Ook de bredere context is belangrijk. Is er misbruik, armoede, een migratie? Je gaat het probleem Angst niet externaliseren als er misbruik is. Dus eerst goed luisteren!


Deze manier van vragen stellen vereist oefening. Wij, een groep van 12 systeemtherapeuten, oefenden op de derde cursusdag van de specialistische cursus Systeemtherapie Kinderen en Jeugd met deze vragen en met het personaliseren van een probleem.

We kregen van gastdocent en psychotherapeut Tineke Haks een lijstje vragen waarvan sommigen erg kunstig in elkaar gezet waren en daar gingen we mee aan de slag. We gaven een naam aan een probleem dat ons zelf in de weg stond. Ik noemde mijn probleem: Oordeel.

Hoe is Oordeel in mijn leven terecht gekomen?

Hoe lukt het Oordeel om invloed uit te oefenen op mij?

Wat is het doel van Oordeel? Waar is het op uit? Waarom eigenlijk?

Met welke trucs lukt het Oordeel om macht te krijgen over mij?

Is het mij wel eens gelukt om macht te krijgen over Oordeel?

Hoe lukt het Gerie om Oordeel weg te jagen?

Wat is de zwakke plek van Oordeel?

Lukt het wel eens om Oordeel te slim af te zijn?

Wat gebeurt er met Oordeel als het Gerie steeds beter lukt om Oordeel weg te jagen?

Hoe zou het voor haar zijn als jij Oordeel bij haar bent weg gegaan?

Tineke voegde nog enkele  ‘advocaat van de duivel’ vragen toe: Wat zijn de goede intenties van Oordeel? Het probleem kan dus ook goede bedoelingen hebben! Heeft Gerie Oordeel ook wel eens niet nodig? En waar kwam ik achter bij het beantwoorden van deze vragen: Als ik mag dwalen en struinen door de natuur dan heb ik Oordeel niet nodig:) Dit had ik niet verwacht als uitkomst toen ik begon aan deze oefening. Ik krijg meer grip op Oordeel. En ik krijg zicht op een moment waarop mijn probleem niet speelt.

Morgan schrijft over de effecten van een probleem. Wat voor een effect heeft het op je zelf als persoon, hoe je over jezelf denkt, hoe je jezelf ziet als ouder, als partner, als broer, zus, , werknemer, enz. Wat voor effect heeft het op je hoop voor de toekomst, op je dromen, op je werk, je sociale leven, je gedachten, je gezondheid, je gemoed, je dagelijks leven. Zo krijg je een idee van wat iemand met het probleem ervaart, waarom iemand zich bezwaard voelt door het probleem.

Maar ook kom je er achter in welke unieke situaties of tijden het probleem weinig of geen effect heeft. Je komt er achter dat iemand manieren heeft ontwikkeld om niet zo geraakt te worden door het probleem. Je komt achter hun competenties.

Een probleem wil vaak graag het effect dat het heeft op mensen verbergen. Problemen vinden het niet leuk als mensen ze door hebben want dat zou hun kracht kunnen verzwakken. Na het gesprek over de effecten van het probleem kan de therapeut vragen of de cliënt vindt dat deze effecten bij zijn leven passen en of die er blij mee is. En dan zegt de client bijvoorbeeld iets als: “Nee het past niet bij me want ik was altijd zo’n vrolijk meisje…” Er komt ruimte voor een ander verhaal, een verhaal van voordat het probleem iemands leven overschaduwde. Iemand kan een standpunt gaan innemen tegenover het probleemverhaal.


We kunnen verschillende verhalen vertellen over ons leven. Dit tekenfilmpje maakt dit goed duidelijk.

‘Kracht oren’ opzetten

Een probleemverhaal herbergt waarden en kwaliteiten. Een van ons kreeg deze cursusdag de opdracht om een zeur-verhaal te houden en de ander moest daar naar luisteren met zijn ‘kracht oren’ op. Uit het zeur-verhaal van een collega kon ik opmaken dat zij er goed in was om allerlei wensen te genereren en zo kon ik reageren met: “Ik hoor dat je veel wensen hebt. Dus ik hoor hoop in je verhaal. Maar ik hoor ook vasthoudendheid want ik denk niet dat je wil dat ik het zeuren van je af pak. En ik hoor ook dat je liever zelf op zoek gaat naar oplossingen in plaats van dat je adviezen krijgt van anderen.”

Deze oefening was de opmaat voor het leren over de Unieke Uitkomst of de Unieke Uitzondering, een ander belangrijk ingrediënt van narratieve therapie. De Unieke Uitzondering doet zich voor op een moment dat Het Probleem niet speelt. Morgan schrijft dat het probleem het niet leuk vindt als de persoon unieke uitkomsten ontdekt. Het zijn sprankelende gebeurtenissen die niet zouden kunnen voorkomen in het probleemverhaal. Het zijn momenten dat het probleem geen grip heeft op de persoon. Ze gaan vaak aan de persoon voorbij maar ze zijn belangrijk. Deze unieke gebeurtenissen kunnen we met elkaar verbinden en zo vormen een alternatief op het probleemverhaal: het Voorkeursverhaal.

Belangrijk is de ‘timing’ van het gesprek over de unieke uitzondering of de ‘voorkeursverhalen’. Je neemt eerst de tijd voor het probleemverhaal en externaliseert het probleem. Als de cliënt er aan toe is kun je een speciale afspraak maken voor het Unieke Uitzonderingsgesprek, waarmee je een context voor dit gesprek creëert. Morgan schrijft ook dat alleen naar het positieve wijzen niet volstaat. Het gaat om het begrijpen van de unieke uitkomst, om het linken met andere gebeurtenissen en betekenissen. Zo wordt een context gecreëerd waarin een relatief klein en uniek voorval significant wordt. De unieke uitkomst hoeft op zich niets spectaculairs te zijn. Eventueel kun je deze vragen van Morgan gebruiken om de unieke uitkomst boven water te krijgen.

Hoe krijg je het voor elkaar om het probleem niet nog groter te laten worden?

Zijn er momenten waarop het probleem niet zo aanwezig is?

Is er wel eens een moment waarop het probleem op zou kunnen komen maar het niet gebeurde?

Heb je wel eens weerstand kunnen bieden tegen het probleem en je niet tegen laten houden?

Probleemverhalen kunnen zuigen 

Probleemverhalen kunnen zuigen maar je kunt steeds opnieuw verbinding zoeken met het voorkeursverhaal. Daarmee biedt je weerstand tegen de zuigende werking. De Unieke Uitzondering is meer dan een moment. Er zijn meerdere Unieke Uitzonderingen en als therapeut ben je op zoek naar de lijn hier in. Je vraagt naar wat mensen dan doen, naar hun handelingen en je vraagt naar wat deze acties zeggen over iemands identiteit. Onze identiteit is gemaakt van vele stemmen. Het gesprek gaat heen en weer tussen deze ‘landscapes of action’ en ‘landscapes of identity’.

In de zogenaamde ‘re-authoring’ gesprekken worden de unieke uitzonderingen vergroot. Het voorkeursverhaal wordt dikker. Momenten waar de persoon tevreden of blij mee is worden beschreven. ‘Re-authoring’ vragen zijn bijvoorbeeld:

Wat leidde er toe dat dit unieke voorval mogelijk werd?

Wat deed de persoon toen dat h/zij interessant vond?

Wat was waardevol aan dit moment?

Wanneer heb je zoiets eerder gedaan?

Kan er iets beschreven worden dat eerder in het leven van deze persoon gebeurde en raakt aan deze waarde of interesse?

Wat was er destijds dat er achter deze actie zat wat belangrijk was en wat de persoon beïnvloedde om het zo te doen?

Kan de persoon een moment beschrijven van nog langer geleden, wat ook raakt aan deze interesse of waarde?

Wat zou iemand die in die tijd goed naar jou keek, zeggen over wat dat over jou liet zien?

Als je naar de toekomst kijkt hoe zou dan die waarde of interesse van jou zichtbaar kunnen worden in toekomstige acties?

‘Re-membering’

In de eindfase van de therapie worden ‘re-membering’ gesprekken gevoerd. Daar horen weer andere vragen bij. ‘Re-membering’ heeft hier niet alleen de betekenis van herinneren, het heeft ook de betekenis van opnieuw lid (‘member’) worden. Je wordt opnieuw lid van de club van mensen die samen met jou voeding geven aan jouw voorkeursverhaal.

De ‘timing’ is belangrijk. Je gaat pas ‘re-memberen’ als iemand er klaar voor is. Vragen om het ‘re-memberen’ op gang te brengen zijn:

Kun je een relatie bedenken waar je tevreden over bent? Stel die persoon eens voor.

Wat is het in deze relatie waar je blij mee bent?

Past dit nog bij iets wat in jouw leven belangrijk voor je is?

Wat doet of zegt deze persoon dat hieraan bijdraagt?

Kun je daar een voorbeeld van geven?

Wat zegt dit over wat van waarde is voor deze persoon?

Als we naar jou zouden kijken door de ogen van deze persoon, wat denk je dat ze in jou waarderen?

Als deze versie van jezelf belangrijker wordt in de manier waarop je jezelf ziet, hoe zou dit dan helpend kunnen zijn voor jou in moeilijke tijden?

Wat zou het voor deze persoon betekenen om te weten dat ze een dergelijke bijdrage leveren aan jouw leven?

Hoe zou dit passen met jouw idee over waar zij voor staan en wat voor identiteit zij graag willen hebben?

Hoe draagt dit gesprek bij aan verdere ontwikkelingen in je leven?

Uiteindelijk kwam ik door deze oefening te doen met een collega uit op het besef dat veel mensen om mij heen, net zoals ik zelf, ervaren dat leren en ontwikkelen het leukste is wat er is. Het leuke van ‘re-memberen’ is dat we beseffen dat we niet alleen zijn. Daarom is het genieten. “Relaties creëren ons in plaats van dat wij relaties creëren”, zegt de psycholoog Kenneth Gergen. De Zuid-Afrikaanse ant-apartheidsstrijder Desmond Tutu zegt ook zo iets: “People become people through other people’.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie, Systeemtherapie

Wat we vertellen is wat we worden

NARRATIEVE THERAPIE VOOR DE WERELD

Soms krijg ik een mailtje van een van mijn favoriete correspondenten van De Correspondent om een nieuw artikel aan te kondigen. Een van die favorieten is Rutger Bregman. Deze keer begon het mailtje zo:

Dit stuk wilde ik al een hele tijd schrijven. Het gaat over de kracht van verhalen. ‘Wie de verhalen van een cultuur vertellen,’ zei de hoogleraar George Gerbner eens, ‘beheersen het menselijk gedrag. Ooit was dat de ouder, de school, de kerk, de gemeenschap. Nu is het een handvol bedrijven die niets te melden hebben, maar een heleboel te verkopen.’

George Gerbner is hoogleraar communicatie en de uitvinder van de cultivatie theorie. Deze theorie veronderstelt dat het beeld dat de mensen van de werkelijkheid hebben voor een groot deel gevormd (gecultiveerd) wordt door het televisiekijken.

Bregman in zijn mail:

Er zijn tientallen studies die uitwijzen dat met name televisie en het nieuws ons wantrouwiger en angstiger kunnen maken. Tv-verslaafden stemmen bijvoorbeeld vaker in met uitspraken als ‘De meeste mensen denken alleen aan zichzelf.’

Verhalen zijn nooit zomaar verhalen. Wat we vertellen is wat we worden. Het is tijd voor een nieuw verhaal en een heel ander mensbeeld, schrijft Bregman.

Welk verhaal vertel je het liefst: ‘De meeste mensen denken alleen aan zichzelf’ of: ‘Van jongs af aan zitten we vol met de drang om elkaar te helpen’?

Lees vooral het hele artikel van Rutger Bregman: Dit gebeurt als je gewone kinderen vrijlaat in de wildernis.

Het artikel beschrijft onder meer een groot Amerikaans sociaal-psychologisch experiment onder leiding van de Turkse psycholoog Muzafer Sherif in 1954. Het bleek dat het de onderzoekers veel moeite kostte om twee groepen jongens die op een onbewoond eiland verbleven, tegen elkaar op te zetten. Nadat het uiteindelijk gelukt was en de twee groepen elkaars vijanden waren geworden, werden ze weer vrienden toen ze met een reeks gezamenlijke uitdagingen werden geconfronteerd. Bregman:

Sindsdien is er veel meer onderzoek gepubliceerd over het gedrag van jonge kinderen. Uit deze literatuur blijkt dat we al vroeg gevoelig zijn voor wij-zij-denken, zeker als dat van bovenaf wordt gestimuleerd (zoals in de tweede week van Sherifs experiment).

Maar er is ook een bibliotheek vol bewijs dat we van jongs af aan vol zitten met de drang om elkaar te helpen (zoals in de eerste week) en dat gezamenlijke uitdagingen ons bij elkaar kunnen brengen (zoals in de derde week).

Dat wil zeggen: als het leven tegenzit, vallen we niet over elkaar heen. Bij rampspoed groeien we naar elkaar toe. Dan blijkt beschaving geen dun laagje, maar een dikke deken die ons allemaal warm houdt.

Bekijk ook dit leuke filmpje:

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek

Narratieve therapie voor de hele wereld

Narratieve therapie gaat over de transformatie van probleemverhalen naar voorkeursverhalen. En het is tijd voor een nieuw verhaal in de politiek. Het belangrijkst is dat dit nieuwe verhaal uitgaat van een positief mensbeeld.

Wederom een geweldig artikel van Rutger Bregman in De Correspondent!

Roep het van de daken: de meeste mensen deugen. De meeste mensen willen iets maken van hun leven en gunnen anderen het beste. De meeste mensen willen iets bijdragen aan hun land.

Bekijk vooral ook dit spotje van Bernie Sanders, de Amerikaanse politicus die een poging deed om presidentskandidaat te worden voor de Democratische Partij, maar in de voorverkiezingen verloor van Hillary Clinton.

Bregman:

Ik smacht naar de eerste Nederlandse of Belgische politicus van dit kaliber. Als we 10 procent van deze energie in ons verhaal kunnen leggen, dan zijn we al een heel eind.


Het narratieve aspect van transformatie en verandering zit hem vooral in de taal, in de woorden die gebruikt worden. Er is behoefte aan een andere taal, aan een eenvoudige taal die veel mensen kan bereiken. Bregman citeert Jos de Blok van Buurtzorg:

Het is heel makkelijk om iets moeilijker te maken, maar heel moeilijk om iets makkelijker te maken.

Het nieuwe politieke verhaal is positief en een verhaal van winnaars:

We roeien de armoede uit. We organiseren onze economie op basis van vakmanschap en vertrouwen in plaats van concurrentie en bureaucratie. We zetten de schoonmakers en verplegers, leraren en vuilnismannen, agenten en taxichauffeurs weer centraal. We maken de Nederlandse economie de duurzaamste van de wereld. En we bedenken een nationaal plan van ontmoeting, waardoor hoog- en laagopgeleid, zwart en wit elkaar veel vaker tegenkomen.


Zie ook het bericht: De ander is lui en hebzuchtig…

Zie ook het bericht: Therapie is taal, het is samen een rijker verhaal maken

 

 

1 reactie

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek

We zullen onze empathie moeten oefenen, overal

Hier samengevat de reactie van Jelmer Hommers van De Correspondent op de gevolgen van de winst van Trump voor de duurzaamheid en het klimaat.

Schone technologie wordt steeds goedkoper en landen als China en Duitsland hebben zo hun eigen redenen om ervoor te kiezen. Talloze burgers, steden, dorpen, coöperaties, bedrijven en actie-organisaties bouwen aan een duurzame wereld. Zij zullen de komende vier jaar extra hard werken, ze zullen nog beter worden in het vertellen van hun verhaal en uiteindelijk zal hun verhaal winnen, omdat het een beter verhaal is en het betere verhaal uiteindelijk altijd wint – al kan dat lang duren.

Klimaatverandering zal vermoedelijk voor grotere rampen zorgen dan de verkiezing van Trump als president. In die zin is zijn winst een oefening in weerbaarheid en doorzettingsvermogen. Trump en zijn aanhangers kunnen veel, maar ze kunnen niet alle goede plannen voor de toekomst verpesten, bij lange na niet.

Een interessante reactie uit China is te lezen in de Guardian: China critizizes Donald Trump’s plan to exit Paris climate deal:

In a rare comment on a foreign election, veteran climate chief says a wise political leader should make policy in line with global trends.

We moeten de komende jaren niet alleen een scherp oog ontwikkelen voor hoe het weer verandert en wat daarvan de gevolgen zijn, maar ook voor racisme, onderdrukking en uitsluiting in het dagelijkse leven. En voor de manieren waarop woorden kunnen splijten. We zullen onze empathie en onze stem moeten oefenen, overal. Naarmate klimaatontwrichting voor meer migratie en conflict zorgt, zullen wij nog sterker moeten pleiten voor open grenzen, voor open armen en gespreide bedden.

Zie ook mijn vorige bericht dat, net zoals dit bericht valt onder het kopje ‘Persoonlijk en Politiek’: Geen droevig verhaal maar een menselijk verhaal.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek

Congres: Insluiten en uitsluiten

CONGRES VAN MIJN BEROEPSVERENIGING: DE NVRG (De Nederlandse Vereniging van Relatie en Gezinstherapeuten).

Insluiten en uitsluiten was het thema 

Een belangrijk thema in een tijd waarin veel vluchtelingen naar Europa komen die zoeken naar insluiting of aansluiting om hun leven opnieuw op te bouwen. Een belangrijk thema in een tijd waarin steeds meer mensen, ook die niet gevlucht zijn voor oorlog en onderdrukking, buiten de ‘speedboat’ vallen zoals de bekende Belgische psychiater Dirk de Wachter het formuleerde op een vorig congres:

Voorop staan knappe jonge kerels, glinsterend in de zon, met rondborstige blon­dines aan hun gespierde armen. Ze lachen, drinken champagne. De boot racet steeds sneller maar zij kijken niet achterom, naar de mensen die uit de boot vallen: degenen die terecht­komen in de geestelijke gezondheidszorg of zeggen: ik kan niet meer, ik doe niet meer mee.

Een van de sprekers op dit congres was de psychiater Aram Hasan, zelf een vluchteling uit Syrië die vele jaren geleden moest vluchten vanwege zijn mensenrechten-activiteiten en die sinds eind jaren ’90 in Nederland woont. Voor hem is de cirkel van uitsluiting/insluiting rond: hij heeft zich van ‘de ene kant van de tafel’ (die van hulpzoekende) naar ‘de andere kant’ (die van hulpverlener) verplaatst en helpt nu de vluchtelingen die na hem gekomen zijn.

Eigenwaarde en context

Toen Hasan naar Nederland kwam riep Pim Fortuijn nog dat je vluchtelingen ‘streng maar rechtvaardig’ moest behandelen. Het lijkt alsof Hasan het hier mee eens kan zijn. Of de uitsluit/insluit cirkel afgelegd wordt en of je slaagt in het nieuwe land hangt volgens hem voor een groot deel af van je gevoel van eigenwaarde. Je moet er dus zelf iets voor doen om dat ingesloten gevoel te krijgen.

Zijn opmerking over eigenwaarde deed mij denken aan mijn emigratie naar Australië in 1984 als jonge vrouw van 32. Na 12 jaar kwam ik terug naar Nederland. Dat was opnieuw een emigratie.

Emigreren is natuurlijk niet hetzelfde als vluchten maar in de eerste jaren in Australië had ik wel degelijk insluit problemen omdat ik een vreemdeling was. Mijn opleiding als pedagoog werd bijvoorbeeld niet erkend. Op zoek naar insluiting kocht ik in die tijd een komisch boekje met de titel: ‘How to be normal in Australia’, maar ik belandde uiteindelijk na enige omzwervingen aan ‘de ene kant van de tafel’ en wel bij een psychiater. De goede man was toevallig Joods en hij vertelde dat veel psychiaters Joods zijn omdat Joden een geschiedenis van vervolging kennen (een ernstige vorm van uitsluiting). Met dit verhaal hielp hij mij niet direct maar het werd in onze gesprekken wel steeds duidelijker dat ik was geëmigreerd in een fase van mijn leven waarin ik nog niet veel zelfvertrouwen had ontwikkeld als professional.

Zelfvertrouwen is niet hetzelfde als eigenwaarde maar de twee begrippen zijn natuurlijk verwant. Het voelde voor mij als een confrontatie toen de psychiater over mijn zelfvertrouwen begon. Deze confrontatie was ‘hard maar rechtvaardig’. Het was waar; mijn pijn over het uitgesloten zijn van de arbeidsmarkt had niet alleen te maken met mijn status als vreemdeling maar ook met mijn gebrek aan zelfvertrouwen. Ik was namelijk nog maar twee en een half jaar vòòr de emigratie afgestudeerd en had in Nederland nog maar twee jaar werkervaring als professional achter de rug. Om mij duidelijk te kunnen presenteren op deze specifieke arbeidsmarkt in een vreemd land was dat niet voldoende.

Toen ik mij dit bewust werd viel er een ‘slachtoffer’ gevoel van mij af, werd ik sterker en namen de mogelijkheden om mij meer ingesloten te voelen uiteindelijk toe. Een gevoel van eigenwaarde is inderdaad een belangrijk ingrediënt om als vreemdeling het gevoel te krijgen dat je erbij hoort. Daar kan ik over meepraten. En om die eigenwaarde te ontwikkelen moet je zelf iets doen maar heb je ook je omgeving nodig.

Helaas worden vluchtelingen nu in Nederland ernstig tegengewerkt waardoor ze te lang buiten de maatschappij blijven staan. Het langdurige wachten alleen al werkt traumatiserend. De NOS berichtte recent nog over het wachten waar de vluchteling mee geconfronteerd wordt. Een vluchteling:

Je moet eerst wachten op een verblijfsvergunning. Dan moet je wachten op een huis. Daarna mag je pas de taalcursus doen. Wil je dan gaan studeren, moet je eerst nog een schakeljaar doen en na al die jaren wachten kan je dan eindelijk aan je studie beginnen. Dat maakt het zo moeilijk om weer onderdeel te worden van de maatschappij.

Volgens Hasan is naast de eigenwaarde ook de context belangrijk voor een uitsluit/insluit-gevoel. Een moeder met een ‘boerkini’ aan, kan gemakkelijk met haar kinderen mee de zee in om met hen te spelen. Dan is zij ingesloten in haar gezin in de situatie. Maar in gezelschap van een meerderheid van Nederlandse vrouwen die bikini’s dragen zal zij uitgesloten zijn. De context-afhankelijkheid van de begrippen uitsluiten en insluiten worden tijdens de gehele dag op het congres door verschillende sprekers naar voren gebracht.

d1089a0dd1e3f634e034e063dc7a08be1

Eigenwaarde en doorzettingsvermogen heb je nodig om je ingesloten te voelen maar je hebt net zo goed mensen om je heen nodig die je helpen.

Hasan richtte de stichting Psychiaters Zonder Grenzen op.

Behandelen van getraumatiseerde vluchtelingen: vertrouwen en psycho-educatie

Obstakels in therapie met getraumatiseerde vluchtelingen kunnen te maken hebben met vertrouwen, taal, vermijding, schaamte (gezichtsverlies), doelen en verwachtingen van de therapie, de geestelijke en sociale toestand waarin de client zich bevindt, het gebruik van medicatie, bijgeloof, verborgen discriminatie enz. Sommige vluchtelingen denken dat wanneer de hulpverlener/dokter/psychiater geen pillen geeft dat het dan geen goede dokter is.

Aan de hand van een casus illustreert Hassan hoe belangrijk het vertrouwen in de therapeut is en hoe dit voor een doorbraak zorgde. Het ging om een 51-jarige man die uit Irak was gevlucht met zijn vrouw en kinderen en die in Nederland gescheiden was. Deze man kon erg agressief worden en dreigde om zijn ex-vrouw te vermoorden. Het vertrouwen en de doorbraak in de behandeling betekende dat de man zijn levensverhaal begon te vertellen aan de therapeut. De relaties met zijn dochters werden hersteld en hij kreeg begrip voor zijn ex-vrouw.

Volgens Hasan is ook psycho-educatie van groot belang. Je moet uitleggen wat het nut van de behandeling is. Je moet duidelijk uitleggen wat het voor de cliënt kan betekenen als deze over zijn post- traumatische stress heen zal zijn. Hasan heeft hiervoor een filmpje gemaakt. Een van zijn cliënten zei na het zien van dit filmpje dat het zien er van meer invloed op hem had dan een jaar behandeling! Dit maakte mij erg nieuwsgierig maar we kregen het filmpje helaas niet te zien en het is niet te vinden op het internet.

Na vele jaren werken met vluchtelingen komt Hasan tot de conclusie dat diagnostiek en behandeling bij het grootste deel van cliënten uit Oosterse culturen om veel geduld, durf en flexibiliteit vraagt. Het systeem rond de cliënt moet er zoveel mogelijk bij betrokken worden, er moeten duidelijke en haalbare behandeldoelen gesteld worden en de therapie moet begrijpelijk gemaakt worden met psycho-educatie. Emoties, gevoelens en angsten moeten zoveel mogelijk benoemd worden.

Welke methode de therapeut ook gebruikt maakt niet zoveel uit. EMDR, BEPP of NET, ‘Narrrative Exposure Therapy’, waarbij het levensverhaal van de cliënt centraal staat, het maakt niet uit als zowel de cliënt als de therapeut er maar vertrouwen in hebben. Over EMDR denken veel vluchtelingen dat het een soort hypnose is. In de ‘Narrative Exposure Therapy’ heb ik persoonlijk het meest vertrouwen. Eerder schreef ik hier over op dit weblog, al maak ik gebruik van de term schrijftherapie. Tekenen of andere beeldende middelen kunnen ook ingezet worden binnen deze therapie.


Andere sprekers over insluiten en uitsluiten op dit congres: Trudy Dehue en Bill Madsen, en de uitstekende workshop van Monique Hof van Systeemwijs over pesten, komen in een volgend bericht aan de orde. Trudy Dehue sprak over: wat sluit je in en wat sluit je uit als je een wetenschappelijke definitie formuleert. Bill Madsen sprak over ‘mattering’ (er toe doen, ingesloten zijn) en ‘marginalization’ (uitgesloten worden) in gezinnen. Dus; ‘stay tuned!’

3 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychiatrie, Psychotherapie - Trauma, Systeemtherapie

Schrijftherapie bij trauma deel 2

EEN HELEND VERHAAL DRAAGT DE WOND, DE VRAAG EN HET MEDICIJN IN ZICH

Als je iets heel naars hebt meegemaakt wil je het zo snel mogelijk kwijt. Je gooit het daarom zo vlug mogelijk in een kist in je hoofd en probeert vervolgens die kist uit je hoofd te krijgen. Dat lukt niet goed. Soms lukt het om de deksel een tijd op de kist te houden. Vaak springt die open, bijv. als je net in bed ligt. Dat die kist openspringt komt omdat alles zo rommelig in die kist ligt. Je moest het snel kwijt dus had je geen tijd om het netjes neer te leggen. Omdat het er rommelig in ligt drukt het hard tegen de deksel aan en als hij opengaat springt de deksel helemaal open. Tijdens de schrijftherapie doen we de kist voorzichtig een stukje open, bekijken we wat er in ligt en gaan we het netjes neerleggen. Dan springt de kist niet meer zo makkelijk open en als hij een keer opengaat gaat hij maar een klein stukje open en kun je hem met een hand dichtdoen. Je zult merken dat je je veel rustiger en prettiger gaat voelen. We gaan het netjes neerleggen door er samen over te schrijven.

Deze metafoor van de kist vond ik in een artikel van GZ-psycholoog Sacha Lucassen in het tijdschrift Kind en Adolescent in maart 2005: ‘Schrijftherapie voor getraumatiseerde kinderen en adolescenten’. Sinds dat ik dit las ben ik steeds vaker met schrijftherapie bij trauma gaan werken en heb ik deze verder ontwikkeld, ook voor cliënten van boven de 18 jaar. De metafoor van de kist gebruik ik nog steeds om cliënten met een trauma te motiveren voor schrijftherapie.

Tijdens de schrijftherapie zal de cliënt vaker aan de traumatische gebeurtenis denken. Dit is niet prettig maar draagt wel bij aan de verwerking. Je gaat ervaren dat er in de hoeken en gaten van het verhaal zaadjes van kracht en veerkracht zitten en het wordt uiteindelijk een verhaal waar je mee kunt leven in plaats van te moeten overleven.

Drie fasen van de schrijftherapie

Deze fasen komen van Alfred Lange die schrijftherapieën met volwassenen doet.

Fase 1

In de eerste fase confronteert de cliënt zichzelf. H/zij wordt aangemoedigd om vrijuit en gedetailleerd te schrijven over feiten, gedachten en gevoelens die met de traumatische gebeurtenis samenhangen. De meest pijnlijke gedachten en beelden worden niet vermeden.

Fase 2

In de tweede fase vindt er een cognitieve herstructurering plaats al pratend tijdens de zitting: We herdenken en herordenen de vooronderstellingen, attitudes, ideeën, beelden, vermoedens, gedachten en denkstijlen die de cliënt er op na is gaan houden na het trauma. De therapeut kan suggesties doen waarvan hij denkt dat ze zouden kunnen passen bij de cliënt. De herstructureringen, de nieuwe en helpende gedachten worden opgeschreven. Allerlei positieve manieren van omgaan met de traumatische gebeurtenissen worden genoteerd.

Het verhaal wordt met elke sessie rijker. Lees ook het bericht: Therapie is taal, het is samen een rijker verhaal maken. We schrijven totdat het een verhaal is waar je mee kan leven en het trauma niet meer of aanzienlijk minder in de weg zit. Een helend verhaal draagt de wond, de vraag en het medicijn in zich.

De therapie neemt natuurlijk niet weg dat veel onrecht waar het trauma een resultaat van is ook op andere en misschien wel ‘politiek’ actieve manieren voorkomen moet worden. Soms werken cliënten als ervaringsdeskundigen daar na en door hun therapie aan mee.

Fase 1 en fase 2 wisselen elkaar af. Tijdens de sessie herlezen we wat al geschreven is en bedenken we nieuwe en helpende gedachten (fase 2) en schrijven we aan nieuwe delen, voegen we feiten en gebeurtenissen toe (fase 1). Dit alles in een tempo dat bij je past.

Fase 3

Afsluitend verzinnen we een ritueel of schrijf je een brief aan een belangrijke ander om het verhaal waar jij mee verder kunt te delen.  Je schrijft het verhaal voor je zelf maar misschien mogen anderen het lezen. De brief of het ritueel onderstreept het afscheid nemen van het trauma.

Soms hebben we aan het eind een sessie met belangrijke anderen en wordt het verhaal voorgelezen. De anderen luisteren, een beetje alsof ze naar de radio luisteren, waarna ze mogen reageren en vragen mogen stellen. Hierbij kunnen we gebruik maken van de zogenaamde ‘Outsider Witness’ vragen van Michael White. Door deze gestructureerde vorm van luisteren en vragen stellen wordt gezorgd dat het veilig blijft om het verhaal te delen; er wordt niet geoordeeld en er ontstaat ruimte voor verbinding en troost.

‘Outsider Witness’ vragen zijn bijvoorbeeld: Wat trekt je aandacht in één zin of in één woord. Wat trekt letterlijk de aandacht, dus los van de interpretatie? Wat denk je dat belangrijk is of van waarde is voor de verteller? Komt er een metafoor, een beeld bij je op? Raakt het verhaal van de verteller aan een eigen ervaring? Kom je bij het luisteren van het verhaal op nieuwe ideeën? Krijg je nieuwe voornemens?

Hoe gaat het verder in zijn werk?

Levensgrafiek

Levensgrafiek

Meestal is het verhaal in de ik-vorm. Bij het schrijven kunnen we gebruik maken van de levensgrafiek. We kunnen samen een titel bedenken. Tijdens de sessie bedenken we samen de eerste zinnen van het verhaal en schrijf jij ze op. Later werk je dit thuis op de computer uit. Zo zet je de zaken nog eens extra op een rij en kun je er nog iets aan veranderen. Wat je hebt uitgewerkt kan tijdens een volgende sessie nog eens voorgelezen worden, je luistert en beleeft en ontwikkelt nog meer meta-cognities, gedachten en wetenswaardigheden over het trauma. Je komt er steeds meer boven te staan.

De opbouw van het verhaal kan zijn; een korte inleiding, de beschrijving van het trauma, de feiten, de gevoelens, de gedachten, zeker wat het pijnlijkste deel van het trauma betreft. Waar je in je gedachten/dromen steeds naar terugkeert zijn vaak de pijnlijkste delen, de piek-ervaringen. We schrijven op wie naast de dader en het slachtoffer, de andere figuren in het trauma waren.

We schrijven ook op wat er na het trauma gebeurde, wat het trauma voor jou betekende en hoe je nu kunt omgaan met het trauma als je er aan herinnerd wordt.

We spelen rechtbank en bedenken een straf voor de dader. De straf wordt beschreven. De verantwoordelijkheid moet gelegd worden daar waar die hoort. Pas dan ben je vrij van het trauma.

Het idee over jezelf veranderde door het trauma. Het idee dat je had over jezelf voor het trauma is aan diggelen geslagen. We gaan op zoek naar de verbinding met gevoelens, waarden, overtuigingen, ideeën die bij je hoorden vòòr het trauma en die nu bij je horen.

Herstructurering en verbeeldingskracht in plaats van te moeten ontsnappen

Terwijl je schrijft onderzoeken we je gedachten op hun houdbaarheid en dagen we ze uit. Wat had je willen doen op dat moment?

Als er een absolute macht op je wordt uitgeoefend is er geen ruimte in de geest voor een eigen wil of een actieve vorm van denken. Het kan zijn dat iemand tijdens het trauma in zijn hoofd is ontsnapt door alsmaar te zeggen: ik wil hier niet zijn, ik wil hier weg, laat dit ophouden. Dit ontsnappen is wat men in de psychologie dissociatie noemt. Het is een slimme manier van overleven als je in een situatie bent waar je geen kant meer op kunt. Het ontsnappen zorgt er voor dat de naarste herinneringen vaag zijn gebleven. Als je herinnerd wordt aan het trauma zul je steeds weer willen ontsnappen maar dat hoeft na de therapie niet meer. De ruimte voor de eigen wil en een actieve vorm van denken is opgeëist.

Samenhangend schrijven draagt bij aan de gezondheid

Door het trauma is het levensverhaal verstoord. Grof geweld, mensen die willekeurig sterven, mishandeling, misbruik, het zijn ervaringen die het moeilijk maken om te blijven geloven in de goedheid van mensen of een rechtvaardige wereld. Naast het verwerken van het leed, plaatst zo’n ervaring vraagtekens bij de basale uitgangspunten van je levensverhaal. Wat klopt er eigenlijk nog van waarden die voor mij belangrijk waren voor dit gebeurde? Dat maakt het moeilijk om over zulke ervaringen te vertellen, want hoe vertel je het? Welke woorden kunnen het gebeurde uitdrukken als je het zelf niet meer begrijpt?

Mensen die getraumatiseerd zijn vertellen hun verhaal daarover vaak in flarden, onsamenhangend, dan weer los van het gevoel en dan ineens weer overspoeld van gevoel, er zit geen lijn in. Het terugvinden van die lijn, betekenis verlenen aan je ervaringen, is moeilijk. Er kan angst zijn om overspoeld te raken bij het terugdenken. Er kan angst zijn dat het verhaal te zwaar zal zijn voor de ander als je erover spreekt.

Woorden geven aan wat er is gebeurd is echter een kritisch onderdeel van het helingsproces. Hier helpt schrijftherapie bij. Het lijden houdt op lijden te zijn zodra we er een duidelijk beeld van hebben. In verschillende onderzoeken is gevonden dat het schrijven een positief effect heeft op de psychische én de lichamelijke gezondheid. Ook zijn er relaties gevonden met het verbeteren van het functioneren van het immuunsysteem. Naast het schrijven over het trauma werkt ook het schrijven over een voorgestelde gewenste toekomst, helend.

Meer over schrijftherapie met o.a. vluchtelingen in een vorig bericht: Schrijftherapie bij trauma 

Hoe vaak er aan het trauma voorbijgegaan wordt binnen de hulpverlening en hoe kwalijk dit is schreef ik over in dit bericht: Het onderliggende trauma wordt niet behandeld.

 

4 reacties

Opgeslagen onder Psychotherapie - Trauma