Tagarchief: verbinden

Een gevoel van isolement

In een nieuwe bijdrage op De Correspondent van Nina Polak gaat ze samen met filosoof en psycholoog Bert van den Bergh op zoek naar een nieuwe taal rond het verschijnsel depressie. Van den Bergh promoveerde op een culturele geschiedenis van het denken hierover: ‘De schaduw van de zwarte hond. Depressie als symptoom van onze tijd’.

Zwarte hond is een metafoor voor depressie, bedacht door de Britse staatsman Winston Churchill. Matthew Johnstone, een Australisch auteur en illustrator herkent zichzelf terug in deze metafoor en maakte er een treffend stripverhaal over: “Black Dog. Leven met een depressie.” (Acco, 2011). En hier is een filmpje van gemaakt.

Hier volgt een korte versie van de bijdrage van Polak in de Correspondent.

Sociale pathologie

Van den Bergh vindt het belangrijkste kenmerk van depressie: een gevoel van isolement, niet terug in de lijst symptomen van de DSM. Isolement: Het gevoel dat je anderen niet kunt bereiken, dat je eenzaam, geïsoleerd en opgesloten bent in je ervaring.

‘Physically I was not alone, but I felt an immense and aching solitude’, zo schreef de Amerikaanse auteur William Styron in een van de beroemdste depressiedagboeken, Darkness Visible (1990).

Depressief zijn is een persoonlijke ervaring maar de taal waarin depressie besproken wordt is vaak medisch, mechanisch en heeft betrekking op symptomen en niet op de existentiële beleving.

‘Het is zaak’, zo schrijft Van den Bergh in zijn inleiding, ‘om de individuele aandoening te beschouwen als een sociale pathologie: een probleem met een collectieve voedingsbodem. Depressie is een schop tegen onze fundamenten. Het gaat over onze existentie.’

Hiermee schaart Van den Bergh zich bij vakgenoten als Paul Verhaeghe en Dirk De Wachter, die psychische ziekten beschouwen als sociale pathologie, te maken met de tijdgeest. Verhaeghe pleit in zijn laatste boek: ‘Intimiteit’, voor een biopsychosociale benadering waarbij lichaam en geest geen dualiteiten meet zijn. De Wachter heeft het over dè ziekte van deze tijd: het idee dat het leven vooral leuk moet zijn. Ook schaart Van den Bergh zich bij wetenschapsfilosoof Trudy Dehue wiens boek ‘De depressie-epidemie‘, veel invloed heeft gehad sinds het tien jaar geleden verscheen.

De bewering dat depressie een hersenziekte is, is misleidend

Overal zie je de aanname dat depressie een hersenziekte is terug. Van den Bergh haalt de psychiater Kraepelin, een tijdgenoot van Freud, er bij:

‘Als cabaretier Mike Boddé bij Jinek vertelt over zijn depressie herhaalt hij, gevraagd naar wat depressie is, bijna letterlijk wat Kraepelin al schreef in 1883: “Wat een depressie is, is heel moeilijk uit te leggen. Dat weten ze ook nog niet precies. We weten inmiddels dat het waarschijnlijk een hersenziekte is.”

Ook de Hersenstichting herhaalt dit vaak. Depressie is een hersenziekte, je kunt er niks aan doen, horen we een jonge depressieve vrouw zeggen in een recent spotje.

Van den Bergh wil de ervaring van mensen die zich doodziek voelen in hun depressie niet bagatelliseren. Het kan een opluchting zijn om te horen dat je ziek bent. Toch is de bewering dat depressie een hersenziekte is, gezien de huidige stand van onze kennis, misleidend. Het een hersenziekte noemen, is een van vele manieren om de aandoening in een biologisch kader te plaatsen en te suggereren dat de wetenschap op een dag een definitieve, lichamelijke oorzaak zal vinden.

Deze manier van denken is volgens Van den Bergh extra dominant geworden door de ‘DSM-revolutie’. Met het diagnostisch handboek van de psychiatrie, de Diagnostical and Statistical Manual of Mental Disorders, die vanaf de jaren tachtig steeds meer toonaangevend werd, deed het medisch-diagnostisch model van psychische ziekten definitief zijn intrede. De medische benadering ontneemt ons het zicht op de betekenis van de individuele ervaring.

De DSM omschrijft depressie aan de hand van negen symptomen, waaronder ‘somberheid’ en ‘verlies van interesse in bijna alle activiteiten’. Isolementsgevoelens zijn niet geclassificeerd als kernsymptoom, maar als bijverschijnsel. Terwijl uit autobiografische verslagen van depressieve personen blijkt dat verstoorde interpersoonlijke relaties een wezenlijk deel uitmaken van depressies, en er niet alleen een gevolg van zijn.

Van den Bergh denkt dat je dat gevoel van isolement het beste ‘fenomenologisch’ kunt benaderen, dat wil zeggen: kijkend naar de inhoud van de ervaring. En daar helpt de huidige psychiatrische praktijk vaak niet bij.

‘Depressie is formeel weliswaar gecategoriseerd als een stoornis van het gevoelsleven’, zegt hij, maar dat zie je niet terug in de omgang ermee. ‘Waarschijnlijk de meest toegepaste behandeling naast antidepressiva is paradoxaal genoeg cognitieve gedragstherapie, die ingaat op je gedachten.’

Van den Bergh: ‘Of je nu zegt “het is een hersenaandoening, waarvoor je medicatie moet nemen”, of “het is een cognitief probleem van negatieve gedachten, die je kunt ombuigen”; allebei leidt het tot symptoombestrijding, dweilen met de kraan open. Je adresseert niet de diepe ontstemdheid die depressie is.’ Die ontstemdheid tekent onze hedendaagse cultuur.

Wees alleen, wees een winnaar

Hoe cultuur depressie kan voortbrengen, leggen alle critici aan wie Van den Bergh verwant is, op een eigen manier uit. Voor Dehue is depressie de keerzijde van hedendaagse deugden als zelfverwerkelijking en de plicht het lot in eigen handen te nemen. Verhaeghe brengt het in verband met het maakbaarheidsideaal. De Britse Johann Hari noemt depressie een kwestie van verbroken sociale verbindingen.

Voor Van den Bergh heeft het te maken met wat we tegenwoordig zien als het ‘goede leven’, in feite een set etiketten en gedragsnormen die voorschrijven hoe je een succesvol mens moet zijn. De druk van die eisen voelt bijna iedereen – ze maken ons rijp voor depressie.

Wat dat ‘goede leven’ namelijk in ons opwekt laat zich in één woord samenvatten als isolisme – een giftig mengsel van egoïsme en hedonisme.

Je ziet de kern van dat isolisme bijvoorbeeld goed terug in de alomtegenwoordigheid van talentenshows, aldus Van den Bergh, die ook bij de jongste kinderen heel populair zijn. ‘Wat is de boodschap die de kijker aan talentenshows kan ontlenen?’ vraagt hij. ‘Schitter en geniet, ook van je medekandidaten, maar zorg dat ze verdwijnen.’

‘Wees succesvol, wees alleen en wees een winnaar’, kortom.

Van den Bergh: ‘Het is niet voor niets dat de persoon die troont in het hart van onze ultraliberale cultuur zo’n boodschap belichaamt. Donald Trump werd bekend door zijn talentenshow The Apprentice. We worden tegenwoordig allemaal aangesproken als aspiranten en worden geacht ontvankelijk te zijn voor die boodschap.’

‘Depressie is het isolisme dat pijn begint te doen’, zegt Van den Bergh. ‘Het is de erfenis van de jaren zestig en zeventig, en van de jaren tachtig en negentig. De zelfbevrijding van die eerste epoche en de marktbevrijding van het tweede klikten soepel in elkaar. En hier zijn we: een legioen isolisten die massaal last hebben van depressie.’

Van den Bergh haalt Jan Cremer aan, in plat Amsterdams: ‘Je komt alleen, je bent alleen en je gáát alleen. En als je dát maar doorhebt, dan heb je een geweldige tijd.’

‘Dat is onze hedendaagse opdracht’, zegt hij, ‘en die opdracht maakt ons depressief. Het staat haaks op het wezen van de mens. Wat is een mens? “Het niet-vastgestelde dier”, zei Friedrich Wilhelm Nietzsche (1844-1900) De mens is een afstemmingswezen. De mens wordt getypeerd door een fundamentele openheid ten aanzien van de wereld en moet zich aanhoudend afstemmen op anderen en op zichzelf.

‘Wat we een stemmingsstoornis noemen, is dus eigenlijk een afstemmingsstoornis.’

‘Dat afstemmen vraagt namelijk tijd en ruimte die we niet krijgen en nemen in deze hyperdynamische en ultra-individualistische wereld. Onze verhouding tot de wereld is vluchtig en instrumenteel. De depressie-epidemie vraagt om een elementaire en massale herstemming, om herstel van onze ontvankelijkheid en betrokkenheid, op allerlei fronten, op allerlei niveaus, op allerlei manieren.’

‘Anders zal de war on depression nooit ophouden.’

Depressie is een probleem van iedereen

Want door de aandoening massaal te duiden als een hersenziekte, stelt Van den Bergh, brengen we tot zwijgen wat depressie ons wil vertellen. ‘We verweren ons tegen ons eigen verweer.’

Neem Laura van Kaam, zegt hij, die in 2013 The Voice Kids won. ‘In 2016 deelt ze op Facebook dat ze zwaar depressief is. Niet veel later verschijnt ze weer op het podium, maar daarop volgt een suïcidepoging.’

‘Laura zat nog op school toen ze de talentenshow won. In een talkshow legt ze later uit dat ze daarvoor al op een hoog niveau paard reed. Ze zei: we zijn allemaal enorm ambitieus bij ons thuis – niet omdat het móét maar omdat we zo zijn.’

‘Je hoort haar tussen de regels door zeggen dat de prestatiedruk haar te veel is’, aldus Van den Bergh, ‘maar ze zegt het nét niet. Iemand concludeerde in een krantenartikel dat dit soort bekentenissen van bekende mensen zinnig zijn, omdat zo voor iedereen duidelijk wordt dat je depressief kunt zijn en toch op een podium kunt staan. Dat lijkt me nu echt precies de verkeerde conclusie!’

The show must go on, is de boodschap. Wees een winnaar, wees alleen.’ Terwijl de symptomen van je depressie – somberheid, slapeloosheid, schuldgevoel – eigenlijk een waarschuwing zijn: ‘Misschien moet je die show wat veranderen.’

Van Kaam flirt met een maatschappelijke duiding van haar depressie (prestatiedruk) maar uiteindelijk concludeert ze dat ze lijdt aan een individuele ziekte, die genezen moet worden. Juist dat is volgens Van den Bergh zo pijnlijk aan de moderne omgang met depressie.

Want hoewel de ervaring hoogst individueel is, zou het probleem dat niet moeten zijn. Van den Bergh: ‘Er bestaan culturen waarin emotie veel meer als een groepsding gezien wordt.’

Polak vraagt: ‘Maar is het niet ook gewoon veel overzichtelijker voor iemand die lijdt om te zeggen dat het een ziekte is waarvan je zelf kunt genezen? Wat heeft een depressief persoon aan het ingewikkelde boek van Van den Berg, behalve een hoop verwarring? Polak lijkt enige moeite te hebben met de verscheidenheid aan culturele verklaringen die voor depressie worden gegeven.

Van den Bergh geeft een verstandig antwoord: ‘Iets wat ingewikkeld is, moet je niet willen versimpelen. We moeten de complexiteit van het fenomeen depressie aandurven. Het kan troostrijk zijn en je minder eenzaam maken als je je realiseert dat dit complexe probleem iets is wat we delen. En dat het daarmee niet je eigen schuld is. De vervreemding speelt zich alom af en aldoor, iedereen kan daaraan relateren. We zullen ons met z’n allen moeten herschikken.’

Van onderlinge strijd naar solidariteit

‘Gelukkig hebben we een cultuur waarin je die mogelijkheden tot herschikking kunt verkennen’, meent de auteur. ‘Er zijn allerlei manieren waarop je op zoek kunt gaan naar meer verbinding en afstemming.’

De Duitse socioloog Hartmut Rosa, wiens werk van groot belang is voor Van den Bergh, hoopt bijvoorbeeld dat het basisinkomen kan helpen bij het omzetten van de existentiële grondmodus van onze cultuur, van onderlinge strijd naar solidariteit, zodat de diepe angst voor de sociale dood verdwijnt.

Van den Bergh: ’Zulk optimisme hoor ik ook in de verhalen van collega’s als Dehue, Verhaeghe en Johann Hari. Hoewel er geen simpele oplossing bestaat, wijzen ze allemaal in de richting van nieuwe vormen van collectiviteit als tegenwicht voor het dominante ultraliberalisme.’ Zo noemt hij het werk van de Vlaamse historica Tine De Moor, die spreekt van een ‘derde collectieven revolutie’.

Sinds Dehues boek, meent Van den Bergh, beginnen er steeds meer scheuren te ontstaan in het vertrouwen in het ‘DSM-regime’ en de visie op psychisch leed die daarbij hoort. ‘Op allerlei fronten in de geestelijke gezondheidszorg klinken tegengeluiden, waarbij meer aandacht komt voor het unieke verhaal en de individuele ervaring van mensen die lijden.’

Hij haalt hoogleraar Innovatie in de GGZ Floor Scheepers aan, die aan de Universiteit Utrecht onderzoek doet met ervaringsdeskundigen en net als veel collega’s pleit voor het afschaffen van de DSM labels.

Het zijn beginnetjes in het ontwikkelen van een nieuwe taal om over psychisch leed te praten. Een taal waarbinnen de ervaring meer ruimte heeft en het woord ‘diagnose’ een andere betekenis krijgt of wellicht helemaal verdwijnt.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Psychiatrie, Psychotherapie

Mooi interview met Dirk de Wachter

Te lezen op de website van Brainwash.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychiatrie, Psychologie

Ecologie is overal

‘Het gevoel dat er iets in jou zit, dat jij niet bent’. Dit is Freuds definitie van een depressie lees ik in een artikel van de filosoof Tomothy Morton die weet wat het is om depressief te zijn. Hij weet ook hoe het is om boos te zijn. Hij wil zich er mee verbinden.

In de manier waarop hij met zijn depressie en boosheid heeft leren omgaan ziet hij een manier van hoe we kunnen omgaan met het ecosysteem:

‘Wat is erop tegen om boos te zijn?’, vroeg de psychoanalyticus aan me. Zo had ik het nog nooit bekeken. Ik kwam de woede te boven, niet door het weg te werken, maar door het een plek te geven in een veel breder muziekstuk van menselijke emotie. Je valt niet samen met de woede, weet ik nu. Ik kan die woede daardoor toestaan en wie weet komt er nog iets moois uit. Ik denk dat de manier waarop we met depressie omgaan, leerzaam kan zijn voor de manier waarop we onszelf als ecologische wezens gedragen.’

Niet samenvallen met je woede kun je toepassen op je depressie, op je somberheid. Niet er mee samenvallen ofwel je er niet mee identificeren, het ook niet willen wegwerken maar het waarnemen, het bekijken. Het buiten jezelf plaatsen, het boze en sombere kunnen externaliseren.

Moet iedereen naar de eco-psycholoog om zichzelf en het ecosysteem gezond te maken? Het kan simpeler. Het enige dat we hoeven te doen is ons bewust te worden van de verbinding tussen onszelf en het systeem. Morton:

Stel jezelf voor, buiten een disco. Die disco is de biosfeer. Eigenlijk ben je nog steeds binnen, in die disco, maar op de een of manier heb je jezelf verleid te denken dat je buiten staat. De disco gaat door, vierentwintig uur per dag, zo’n disco is het. Onthoud dat je de disco nooit echt verlaten hebt, je hebt alleen het idee dat dat zo is. Je hoeft niets bijzonders te doen om die verbintenis weer te voelen. Die is er nog steeds, anders zou je allang dood zijn geweest. Ecologie is overal.

De Franse filosoof en socioloog Bruno Latour komt tot eenzelfde conclusie:  “We kunnen niets of niemand meer op afstand plaatsen. De dingen niet, de wereld niet, de natuur niet.” Alles en iedereen is met elkaar verbonden.

In het artikel: Hoe onze beschaving mensen ziek maakt, legt Morton uit dat andere wezens een deel van ons zijn en dat wij ons niet af kunnen scheiden van het ecosysteem dat naar de knoppen gaat. Morton geeft in het artikel ook een mooie definitie van het begrip: ‘gaslighting’ een vorm van manipulatie vanuit een narcistische afweer. Op dit weblog een eerder bericht hierover: De waarheid van Trump. Laat je niet ziek(er) maken!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Psychiatrie, Psychologie en klimaat, Psychotherapie, Systeemtherapie

Streven naar waarheid kan verbinden

Uit het ‘Pleidooi voor de waarheid‘ van de filosoof en psycholoog Kees Kraaijeveld hier een paar interessante citaten:

Streven naar waarheid betekent onderkennen dat de ene uitspraak meer waar is dan de andere. Als we de waarde van waarheid in ere herstellen, komen we niet meer weg met het gemakkelijke relativisme van ‘jij jouw waarheid, ik de mijne’. De waarde van waarheid houdt in dat ik ongelijk kan hebben en jij gelijk. Het betekent dat we met elkaar in debat moeten om hiërarchie aan te brengen in meer en minder waar. En dat staat op gespannen voet met gelijkheid, een centraal uitgangspunt van onze samenleving. Onze liefde voor gelijkheid en de hieruit volgende democratisering van kennis, macht en kapitaal, verklaart ook de minachting voor experts. Democratie betekent ‘one man one vote’. Maar zonder de waarheid als kwaliteitstoets leidt dit democratisch uitgangspunt al snel tot verwarring. De mening van de professor die er jaren op heeft gestudeerd, weegt ineens even waar als de mening van iemand die net voor het eerst op het onderwerp heeft gegoogeld.

Dus: Niet iedere zienswijze is even waar en daarmee even waardevol.

Logicus Bertrand Russell, een man die leefde voor de waarheid, heeft hiervoor ooit mooie vuistregels geformuleerd:

  1. 1)  als de experts het eens zijn, moeten leken accepteren dat het waarschijnlijker is dat deze consensus waar is, dan dat het tegendeel waar zou zijn; en
  2. 2)  als de experts van mening verschillen, kan de leek zich beter van een oordeel onthouden.

Waarheid verbindt en leidt tot vertrouwen

We hebben waarheid gewoon nodig, ook heel praktisch. Het streven naar het ware is wat ons bindt. Alleen voor wie naar waarheid zoekt, is het inhoudelijk interessant te debatteren. Vergeten we de waarheid, dan kunnen we ons net zo goed helemaal terugtrekken in de comfortabele filterbubbles van het eigen gelijk. Dan versplintert de samenleving. Als we de zoektocht naar de waarheid blijven relativeren, als we blijven ontkennen dat er zoiets bestaat als een meer en een minder waar en als we experts koppig als onze gelijke blijven zien, dan zullen paranoia en wantrouwen nog meer de overhand krijgen. En met het verlies van onze ‘high trust’-samenleving verdwijnen ook alle politieke, sociale, culturele, juridische én economische voordelen die daarbij horen. Dit mogen we niet laten gebeuren. Alleen met de waarheid hoog in het vaandel kunnen we samenleven in een maatschappij waarin we elkaar kunnen vertrouwen: ‘in truth we trust’.

Experts komen niet altijd met de waarheid

Ik kan het met Kraaijeveld eens zijn dat we naar de waarheid moeten blijven zoeken en ga er inderdaad van uit dat een bijvoorbeeld universitair opgeleide geneeskundige, een expert, eerder met de waarheid komt dan Jomanda. Aan de andere kant zijn er ook geneeskundigen geweest die in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw beweerden dat roken goed voor je gezondheid zou zijn. Experts komen niet altijd met de waarheid. En dan kan de regel van Bertrand Russell helpen: ‘onthoud je als leek van een oordeel’.
Het wordt vooral problematisch om op experts te vertrouwen voor de waarheid als ze verstrikt zijn geraakt in het politieke of economische establishment. Neem de ontkenning door het establishment van de klimaatopwarming. Daar werken sommige experts aan mee. Of neem bijvoorbeeld de expert en historicus en VVD kamerlid Arend-Jan Boekestijn die op TV zei dat hij bang was dat Saddam Hoessein een atoomraket zou afvuren richting zijn achtertuin, terwijl Irak in het geheel geen atoomwapens had.
Andersom kan een ‘niet expert’ zoals Jane Goodall, die geen bioloog was, dichter bij de waarheid zitten dan de experts. Goodall ontdekte namelijk dat chimpanzees zowel gereedschap gebruiken als ook maken, waarmee ze het establishment van biologen en zoölogen uitdaagde om met een nieuwe definitie te komen van de mens. Toen Goodall met haar waarnemingen kwam werd ze door de zogenaamde experts verketterd.

1 reactie

Opgeslagen onder Dierengedrag, Filosofie, Psychologie

Klimaatparadox

‘Caring about climate change: it’s time to built a bridge between data and emotion’, is de titel van een artikel uit The Guardian. Het is van de wetenschapper en schrijver Ketan Joshi die constateert dat de communicatie vanuit de klimaatwetenschap nog steeds onvoldoende leidt tot motivatie om in actie te komen tegen de opwarming van de aarde. Misschien helpen de blauwe lijntjes in onderstaande grafiek erbij. Deze lijntjes zijn er onlangs aan toegevoegd om gegevens uit de klimaatwetenschap meer te verbinden met het leven van mensen.

De toekomst komt al wat minder ver van ons af te staan als we simpelweg bedenken dat de kinderen die we nu kennen, nog zullen leven in die toekomst en dat ook zij banen, voedsel, energie en een veilige infrastructuur nodig zullen hebben. Wat we nu doen met betrekking tot de vervuiling en opwarming betekent veel voor die kinderen.

Klimaatparadox

De Noorse psycholoog Per Espen Stokes zocht uit hoe het komt dat mensen zich nog te weinig verbinden met de klimaatproblemen ondanks waarschuwingen vanuit de wetenschap. Mensen denken dat het niet gaat over het hier en nu of over hun, ze denken dat het probleem zich alleen op de noordpool of de zuidpool afspeelt en bij andere mensen. Ze denken: het zal mijn tijd wel duren, anderen zijn er verantwoordelijk voor, niet ik. Hij noemt dit verschijnsel de ‘klimaatparadox’; een tegenstrijdige relatie tussen wetenschappelijke informatie en de zorg om het klimaat. Mensen nemen van wetenschappers nog wel aan dat het een belangrijk onderwerp is maar niet dat zij zelf de oorzaak zijn van de problemen.

Op het terugtrekken van Trump uit de Parijse afspraken volgde een bijna wereldwijd afkeuren en de media nemen momenteel meer afstand van de klimaat-ontkenners. Misschien is dit wel hèt moment voor klimaatwetenschappers. Zij werken er hard aan om hun boodschap te humaniseren, om meer verbanden te leggen met persoonlijke ervaringen van mensen en met de generaties die te maken krijgen van onze besluiten van nu. Trump zou wel eens de katalysator kunnen worden van een nieuw tijdperk met veel klimaatacties.

Misschien is de tijd aangebroken dat er een richting gevende verbinding ontstaat tussen het wetenschappelijk onderzoek en onze verantwoordelijkheid voor toekomstige aardbewoners die moeten leven in een atmosfeer die wij op dit moment injecteren met gigatonnen aan broeikasgassen. Het verbinden van de cijfers uit de wetenschap met een gevoel voor de volgende generaties kan misschien werken als een tegengif tegen de ‘klimaatparadox’.

Hallo Dampkring

Op Terschelling speelden onlangs kinderen voor een volwassen publiek een gezongen toneelstuk over de opwarming van de aarde. Hun eigen teksten zijn op muziek gezet in de vorm van een requiem. Deze voorstelling van Theater Artemis draagt vast en zeker bij aan een verbinding van wetenschappelijke feiten met verantwoordelijkheidsgevoelens van de mensen nu. De voorstelling ontroert, maakt echt contact en spreekt aan op een gevoelsniveau. Na het zien er van zul je echt wel stoppen met het verloochenen van je verantwoordelijkheid voor volgende generaties.

Theater Artemis – Hallo Dampkring – Oerol 2017 © Moon Saris

Ze zijn niet gek, ze zijn niet radicaal, ze hebben het begrepen

Hoe hard het nodig is om tot actie komen wordt nog eens goed uitgelegd door Jelmer Mommers in de Correspondent.

Als je alleen maar denkt aan de uitstoot van broeikasgassen dan zul je misschien verwachten dat we het klimaatprobleem hebben opgelost als we stoppen met de verbranding van fossiele energie, met  alle veeteelt en alle boskap. Maar het probleem is dat het voornaamste broeikasgas CO2 nog tientallen jaren in de atmosfeer achterblijft. Dus ook al stoppen we met uitstoten nu, het broeikasgas blijft hangen. De vraag is dus hoe snel moet de uitstoot dalen om een concentratie te bereiken die ons nog een redelijke kans geeft op een veilig leefklimaat over een eeuw of twee?

De concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer is nu al gevaarlijk hoog. Volgens de beste inschattingen van klimaatwetenschappers is een CO2-concentratie van 350 ppm (‘parts per million’) nog veilig; dan veranderen we het klimaat niet op een gevaarlijke manier. Maar we zitten inmiddels al een tijdje boven de 400 ppm. 

Er wordt aan gewerkt door wetenschappers maar we weten nog niet of we CO2 op grote schaal uit de atmosfeer kunnen halen. Zolang we doorgaan met uitstoten, vlees eten en bossen kappen leven we op de pof en nemen we een enorme gok.

We ontwrichten het klimaat al sinds de industriële revolutie. De gevolgen zien we inmiddels overal ter wereld en die zullen veel ernstiger worden naarmate we langer treuzelen met een streng klimaatbeleid. Dat is de reden dat mensen die zich zorgen maken over het klimaat vaak een alarmistische houding hebben. Ze zijn niet gek, niet radicaal, ze hebben het begrepen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologie en klimaat

‘Down to Earth’

Er komen verschillende wijze mannen en vrouwen aan het woord in deze inspirerende bioscoop documentaire; zij zijn de ‘Keepers of the Earth’ en komen uit Australië, Peru, Ecuador, Namibië, Kenia, Japan, India, Verenigde Staten en Ierland. De meeste indruk maakte de man aan wie de film werd opgedragen: Nawate. Hij stierf in 2010, zijn naam betekent ‘hij die luistert’.

Hij maakte duidelijk hoe wij mensen allen met elkaar verbonden zijn. Wij zullen onszelf altijd in de ander herkennen. Ook al hebben wij die ander nooit eerder gezien, ook al zullen wij die nooit zien en woont die aan het andere eind van de wereld. Als wij dit maar zouden beseffen elke dag, steeds weer opnieuw. Hoe belangrijk het is dat we ons niet uit elkaar laten drijven. Dat we ons verregaand kunnen identificeren met de ander. Dat we niet bang zijn. Dat we de tijd nemen. Enzovoort.

Hier een mooie recensie in de Volkskrant.

 

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek

Narratieve therapie voor de hele wereld

Narratieve therapie gaat over de transformatie van probleemverhalen naar voorkeursverhalen. En het is tijd voor een nieuw verhaal in de politiek. Het belangrijkst is dat dit nieuwe verhaal uitgaat van een positief mensbeeld.

Wederom een geweldig artikel van Rutger Bregman in De Correspondent!

Roep het van de daken: de meeste mensen deugen. De meeste mensen willen iets maken van hun leven en gunnen anderen het beste. De meeste mensen willen iets bijdragen aan hun land.

Bekijk vooral ook dit spotje van Bernie Sanders, de Amerikaanse politicus die een poging deed om presidentskandidaat te worden voor de Democratische Partij, maar in de voorverkiezingen verloor van Hillary Clinton.

Bregman:

Ik smacht naar de eerste Nederlandse of Belgische politicus van dit kaliber. Als we 10 procent van deze energie in ons verhaal kunnen leggen, dan zijn we al een heel eind.


Het narratieve aspect van transformatie en verandering zit hem vooral in de taal, in de woorden die gebruikt worden. Er is behoefte aan een andere taal, aan een eenvoudige taal die veel mensen kan bereiken. Bregman citeert Jos de Blok van Buurtzorg:

Het is heel makkelijk om iets moeilijker te maken, maar heel moeilijk om iets makkelijker te maken.

Het nieuwe politieke verhaal is positief en een verhaal van winnaars:

We roeien de armoede uit. We organiseren onze economie op basis van vakmanschap en vertrouwen in plaats van concurrentie en bureaucratie. We zetten de schoonmakers en verplegers, leraren en vuilnismannen, agenten en taxichauffeurs weer centraal. We maken de Nederlandse economie de duurzaamste van de wereld. En we bedenken een nationaal plan van ontmoeting, waardoor hoog- en laagopgeleid, zwart en wit elkaar veel vaker tegenkomen.


Zie ook het bericht: De ander is lui en hebzuchtig…

Zie ook het bericht: Therapie is taal, het is samen een rijker verhaal maken

 

 

1 reactie

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek