Tagarchief: verslaving

Opwarming van de aarde is een systemisch probleem

Milieujournalist Richard Heinberg is op de systeemtheoretische toer net als ik zelf als therapeut. Hij wordt geciteerd in de laatste nieuwsbrief van Jelmer Mommers*, dè milieuman van De Correspondent en beide journalisten bevinden zich in goed gezelschap. Een klein stukje uit Mommers nieuwsbrief:

‘We must restrain ourselves,’ schrijft Heinberg, ‘like an alcoholic foreswearing booze. That requires honesty and soul-searching.’ Op De Correspondent hebben denkers als Naomi Klein en paus Franciscus dat eerder ook bepleit.

Zoals u weet gaat het bij ‘soul-searching’ om een diepe en noodzakelijke beschouwing van onze emoties, motieven en de juistheid van ons handelen. Wij zullen volgens Heinberg net zoals de alcoholist moeten gaan matigen willen we prettig kunnen blijven leven op deze planeet.

Heinberg heeft een manifest geschreven: ‘There is no app for that’. Hij is Senior Fellow van het Post Carbon Institute en wordt in het algemeen beschouwd als een van de voornaamste bepleiters van de noodzaak om af te stappen van fossiele brandstoffen.

Ook Mommers vraagt zich af hoe wij opnieuw kunnen leven binnen de draagkracht van de aarde. Een deel van het antwoord is voor hem onvermijdelijk nl. dat de rijkste consumenten hun impact moeten verkleinen. Maar ook de gemiddelde Nederlander vervuilt en verbruikt alsof er 3,6 aardes zijn, stelt Babette Porcelijn in haar boek: De verborgen impact.

Het probleem is dat we het grootste deel van de impact die we veroorzaken niet zien. En bij het leren waarnemen en het matigen is de ‘soul-searching’ dus nodig.

Ik besloot om eens diep in het artikel van Heinberg te duiken en vooral ook om het filmpje te bekijken dat bij het artikel en het manifest hoort. In 2 minuten krijg je een uitleg over welke rol de technologie heeft gespeeld en in de toekomst nog spelen kan bij het oplossen van problemen. Mooi gemaakt en indrukwekkend!

Wat wij niet zien is dat we voorbij gaan aan onszelf

De kern van het ecologische probleem zit ‘m volgens Heinberg niet in de opwarming van de aarde zelf. Het probleem zit ‘m in de ‘overshoot’, ‘het voorbij gaan aan’, ‘het voorbijstreven van’ waar wij als mensen mee bezig zijn, waarbij de opwarming van de aarde een symptoom is.

Het voorbij gaan aan onze diepere trauma’s, onze werkelijke behoeften en gevoelens is ook in psychologisch opzicht natuurlijk een van de grootste oorzaken van allerlei problemen, denk aan stress, depressie, angst, ‘burn out’, enz. Andere oorzaken van psychische symptomen zitten volgens systeemdenkers o.a. in de manier waarop we met elkaar omgaan. Ook daar staan we vaak niet bij stil en streven we aan voorbij.

‘Overshoot’, het voorbijstreven, is volgens Heinberg een systemisch probleem en dat zit zo: De laatste anderhalve eeuw hebben de enorme hoeveelheden goedkope energie uit de fossiele industrie, de groei, de productie en de consumptie mogelijk gemaakt wat leidde tot overbevolking, vervuiling, verlies van de natuurlijke leefomgeving en verlies van biodiversiteit. Het systeem van de mensheid breidde zich enorm uit en ging ondertussen voorbij aan de lange termijn vermogens van onze aarde. We hebben de ecologische systemen waar we afhankelijk van zijn, van streek gemaakt.

Zolang we deze systemische onbalans niet echt begrijpen en aanpakken zullen symptomatische oplossingen zoals het tegengaan van vervuiling, het redden van bedreigde diersoorten en het voeden van een groeiende bevolking met genetisch gemodificeerde gewassen, niet meer zijn dan een reeks eindeloze pleisters op de wonden die te weinig effect hebben.

De milieubeweging van de jaren ’70 van de vorige eeuw profiteerde nog van het denken in systemen. Deze manier van denken was toen in de mode en de wetenschap die de wisselwerking tussen organismen en hun omgeving bestudeerde, de ecologie, was op zichzelf een systemische wetenschap. Alle vooraanstaande ecologen zagen het milieu, de maatschappij en de mensheid als ten diepste met elkaar verbonden.

Maar naarmate de opwarming van de aarde als onderwerp is gaan domineren, lijken de systemische verbanden te zijn vervaagd. Opwarming en ecologische problemen zoals overbevolking, vervuiling, uitsterven van soorten, verlies van gezonde bouwgrond en schoon drinkwater worden nu veel meer als los van elkaar bekeken. Waarom is dit?

Zijn klimaatwetenschappers gaan denken dat het denken in systemen te moeilijk is voor beleidsmakers? Denken ze dat ze het niet kunnen maken om te zeggen dat ons hele economische systeem moet veranderen? Is het misschien gemakkelijker om te zeggen dat er een probleem is met vervuiling en dat daar technische oplossingen voor zijn? Is het misschien gemakkelijker om de daarmee samenhangende problemen (overbevolking, biodiversiteit, enz.) dan maar op de achtergrond te plaatsen?

Beleidsmakers en industriëlen blijven liever in dezelfde ‘mind-set’

Het antwoord op deze vragen moet wel ‘ja’ zijn. Als klimaatverandering namelijk gezien wordt als een losstaand probleem waar een technische oplossing voor is, dan kunnen beleidsmakers en economen op de voor hen bekende terreinen blijven opereren. Ze hoeven hun ‘mind-set’ niet te veranderen. Technologische oplossingen als zonne-pannelen, windmolens, kernenergie, batterijen, elektrische auto’s, en als alles faalt het beïnvloeden van de kracht van de zon via atmosferische aerosolen, vereisen een zelfde manier van denken als financieel investeren of industrieel produceren. Systemisch denken is daarvoor niet vereist.

Men hoeft dan niet in te zien hoe menselijke systemen werken op het systeem aarde. Het enige waar de beleidsmakers zich dan mee bezig hoeven houden is het transplanteren van investeringen, het geven van bepaalde opdrachten aan andere ingenieurs en beleid maken zodanig dat de nieuwe banen in de groene industrie compenseren voor het verlies van banen in de fossiele industrie.

Deze ‘techno-fix’ strategie veronderstelt dat we op een zeker moment in de toekomst in staat zullen zijn om een systeemverandering te installeren en dat het probleem van de opwarming en alle andere symptomatische crises opgevangen kunnen worden met een of andere techniek. Deze manier van denken komt beleidsmakers en investeerders bekend voor. Iedereen houdt van techniek. Techniek lost bijna alle problemen op: ziektes, voedseltekorten, vervoer, enz. enz. Waarom zou techniek niet ook de opwarming van de aarde kunnen oplossen?

Technologische oplossingen zijn te oppervlakkig en de technocraat is allergisch voor vermindering van groei

Heinberg heeft zich maandenlang samen met wetenschappers beziggehouden met technische oplossingen. Hun conclusie is dat kernenergie te duur en te riskant is en dat zon- en wind energie – als zij een grote hoeveelheid van het totale gebruik aan elektriciteit voor haar rekening wil nemen – drie grote strategische problemen moeten oplossen: de overtollige productie van energie, de opslag van energie en de aanpassing aan de vraag. Tegelijkertijd moeten de industriële landen ten aanzien van het gebruik van energie geheel overstappen op elektriciteit.

Deze energietransitie wordt een enorme onderneming, ongekend in zijn vereisten ten aanzien van het investeren en het vervangen. Als je de grootte van de transitie goed beschouwd dan zie je niet hoe onze huidige energieproductie gehandhaafd kan blijven.

De grootste horde die dus genomen moet worden is de schaal! Alleen als de enorme hoeveelheid energie die de mensheid nu gebruikt, aangepakt wordt is de kans op een weg naar een post-carboon tijdperk geloofwaardig.

Het verminderen van energiegebruik betekent een vermindering van industrie, van fabricage, van transport, van afval, enz. enz. En dàt is een systemische interventie. Een interventie waar de ecologen van de jaren ’70 in de vorige eeuw toe opriepen: “Reduce, re-use and recycle”. Ook de bevolkingsaanwas moet verminderen. En hier raken we aan de kern van het probleem en juist voor de interventie van het verminderen, het matigen, zijn technocraten, industriëlen en investeerders op een kwaadaardige manier allergisch.

Het ecologische betoog is in essentie een moreel betoog

Elke systeemdenker die begrijpt wat ‘voorbij gaan aan en voorbijstreven’ betekent en die ‘consuminderen’ voorschrijft als behandeling, is in feite bezig met de behandeling van verslavingsgedrag. Onze maatschappij is verslaafd aan groei en dat heeft verschrikkelijke gevolgen voor de planeet en als gevolg daar weer van, voor ons zelf. We moeten ons collectieve en ons individuele gedrag veranderen en iets opgeven waar we afhankelijk van zijn: de macht over onze omgeving. We moeten leren matigen net als de alcoholist en daar is eerlijkheid en ‘soul-searching’ voor nodig.

De milieubeweging kwam in de jaren ’70 nog wèl met het morele betoog en het werkte tot op zekere hoogte. De bezorgdheid over de snelle bevolkingsgroei bijvoorbeeld leidde in de hele wereld tot geboortebeperking. Bezorgdheid over biodiversiteit en vervuiling van lucht en water leidde tot regulering.  Maar het was niet genoeg.

Sommige milieu theoretici, de eco-modernisten hebben het morele gevecht laten vallen. Hun rechtvaardiging daarvoor is dat mensen een blijmoedige toekomst-visie willen en niet een die om opoffering vraagt. Alleen de techniek biedt hoop denken zij nu.

Het punt van Heinberg is dat zelfs als een moreel betoog van milieuactivisten faalt, de techniek ons niet gaat redden. Volgens hem zal zèlfs een reusachtige investering in de nieuwe technologie ons niet redden of het nu om kernenergie of om zonne-energie gaat. Techniek biedt geen hoop.

Het goede nieuws

De morele milieubeweging is tekortgeschoten omdat het niet in staat was om het kernprincipe van de industriële maatschappij te veranderen. Dat kernprincipe is: het voluit gaan voor groei ten koste van alles. Het kern-principe is het geloof in ‘groei-isme’. Als we hier niet overheen komen betekent dit niet alleen het falen van de milieubeweging maar ook het falen van de beschaving.

Het goede nieuws is echter dat systemische veranderingsprocessen fractaal van aard zijn. Dit houdt in dat systemische verandering handeling vereist op verschillende niveau’s tegelijk. We kunnen op individueel zowel als op gemeenschappelijk niveau in actie komen. Op individueel niveau kunnen we ons gedrag bijstellen. We hoeven niet te wachten op een catharsis op globaal of nationaal niveau. Zelfs als onze individuele pogingen de consumptiemaatschappij niet redt dan kunnen ze in ieder geval een zaadje planten van een mensheid die waardig is om te overleven.

En het andere goede nieuws is dat als wij mensen er voor kiezen om te minderen zowel in aantal als in consumptie dat dan de technologie ons kan ondersteunen. Techniek kan onze voortgang bij het minderen begeleiden, ook simpele technische middelen kunnen helpen en sommige technologie kan ons zelfs helpen bij het herstel van ecosystemen. Maar het zijn niet de machines die de belangrijkste keuzes zullen maken en ons op een duurzame weg zullen zetten. Dat zal een systemische verandering die geleid wordt door een moreel ontwaken wèl doen. En dat is niet alleen onze enige hoop, het is de enige hoop die we ooit gehad hebben.

Over het matigen van de grote verschillen tussen arm en rijk 

Graag voeg ik aan Heinberg’s artikel en systemische analyse van de milieuproblematiek iets toe. Wat ik mis in zijn pleidooi is dat het vooral de rijken en de rijke landen zijn die reusachtige hoeveelheden fossiele energie gebruiken en dat het vooral de rijke landen zijn die moeten matigen. Jelmer Mommers van De Correspondent benoemt dit wèl expliciet.

Ook in een volgende nieuwsbrief van Mommers* is bijvoorbeeld te lezen dat de Guardian- columnist George Monbiot heel duidelijk het kapitalistische systeem aanwijst. Echt praten over klimaatontwrichting is het hele systeem waarin we leven ter discussie stellen. Monbiot:

‘It is to challenge the very basis of capitalism; to inform us that our lives are dominated by a system that cannot be sustained – a system that is destined, if it is not replaced, to destroy everything.’

Naomi Klein heeft het over het roofkapitalisme dat mens, dier en klimaat vermorzelt en over het ‘ecocidale’ kapitalisme, het kapitalisme dat de natuurlijke omgeving verwoest. Lees vooral haar verslag van het inspirerende verzet tegen de oliepijpleiding bij het indiaanse reservaat Standing Rock in Noord-Amerika: Een jaar na Standing Rock is het verzet tegen Donald Trump springlevend.

Uit de serie Faces of Standing Rock van fotograaf Mico Toledo

Verbetering van de positie van vrouwen, minder armoede en betere verkrijgbaarheid van voorbehoedsmiddelen kunnen veel betekenen bij het afremmen van de overbevolking. Wanneer milieudeskundigen eenzijdig wijzen naar overbevolking in arme landen, wat Heinberg overigens niet doet, dan moeten we op onze hoede zijn want het klimaatprobleem wordt nu juist veroorzaakt door de rijke landen, door bedrijven zoals Shell en ExxonMobile die veel belang hebben bij onze verslaving aan hun producten. Het gaat hier om bedrijven waar arme mensen in arme landen veelal het slachtoffer van zijn.

Heinberg heeft het er over dat milieudeskundigen het niet meer aandurven om te adviseren dat het hele economische systeem moet veranderen maar hij noemt in zijn artikel het systeem niet bij naam. Bij een systemische aanpak hoort denk ik ook dat we man en paard noemen. Het gaat om het kapitalistische systeem dat de grote verschillen tussen arm en rijk veroorzaakt, een systeem waarbij de productiemiddelen in handen zijn van grote bedrijven die winstmaximalisatie als doel hebben. Laat het duidelijk zijn dat vooral dit onder het ‘groei-isme’ valt. In zijn manifest ‘There’s no app for that’ noemt Heinberg de ongelijkheid tussen rijk en arm wel als problematisch maar hij meent dat dit probleem ons afleidt van de ecologische aspecten die daar toe bijdragen. In dit deel van zijn betoog mis ik dus iets.

De milieubeweging moet volgens mij hand in hand gaan met de vredesbeweging en de strijd tegen de ongelijkheid tussen rijk en arm, mannen en vrouwen, wit en zwart om het systeem van het ‘ecocidale’ kapitalisme te veranderen. Dit alles bij elkaar valt volgens mij onder het moreel ontwaken waar Heinberg het over heeft en wat onze enige hoop is.


*Je kunt de nieuwsbrief van Jelmer Mommers ontvangen als je abonnee bent van De Correspondent.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Opvoedkunde, Persoonlijk en politiek, Psychologie en klimaat, Systeemtherapie

Dit filmpje over verslaving gaat over verbinding

Een aanrader! Je ontwikkelen van een ongezonde verbinding naar gezonde verbindingen.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dierengedrag, Psychologie

Internet-verslaving: iDisorder

Onlangs publiceerde Steven de Jong een column in de NRC over internet verslaving. Het gaat zowel over Twitter en Facebook als over spelverslaving.

In mijn praktijk kom ik internet verslaving natuurlijk regelmatig tegen bij pubers en adolescenten en ook hun ouders geven soms toe dat zij zelf niet het goede voorbeeld geven.

Wat er op een dieper niveau onder of achter welke verslaving dan ook zit kan van alles zijn, van sociale faalangst, motivatieproblemen, leerproblemen tot uitgestelde rouw en emotionele verwaarlozing.

Met alcohol en drugs verslaving zijn we al lang bekend maar internet-verslaving is nu toegevoegd en het werkt op dezelfde manier. Net als bij alcohol en drugs wordt er ook door Twitter, Facebook, internet-spelen enz. dopamine aangemaakt in de hersenen: Het natuurlijke stofje dat een grote rol speelt bij de ervaring van genot.

Wanneer jongeren eenmaal met hun ouders bij mij aan tafel zijn geschoven is de ontkenning van de verslaving meestal voorbij en wil men iets aan de verslaving doen. In de behandeling worden dieper en breder liggende oorzaken ontrafelt, nieuwe bezigheden omhelst en de bevrijding van de verslaving is het resultaat.

Bevrijdt van verslaving
Tekening: Max Velthuis

In de column van Steven de Jong wordt een vergelijking gemaakt tussen mensen en kikkers. Kikkers zijn koudbloedig. Hun lichaamstemperatuur verandert mee met de omgevingstemperatuur. Mobiel comfort dus, alsof ze altijd zwembroek en winterjas bij zich hebben. Keerzijde is dat de beestjes langzaam gekookt kunnen worden zonder acht te slaan op welk gevaar dit heeft voor hun leven. Zo vergaat het ook mensen in een pan met tweets, sms’jes, pings en facebook-berichten. Zonder dat ze het doorhebben stompen ze geestelijk af.

Vandaar de titel van de Jong’s column: JE VOELT JE NOG PRIMA. MAAR PAS OP, TWITTER EN FACEBOOK KOKEN JE BREIN. Hier nog een andere blog-post over de sociale media.

Deze waarschuwing komt niet van een internet-hater maar van Stuart Crabb die zijn brood verdient als directeur Leren & Ontwikkeling bij Facebook. “De tijd die mensen online besteden heeft effect op hun prestaties en relaties, daar moeten ze zich bewust van worden”, zegt Crabb in The New York Times, terwijl hij het roemruchte kikkerexperiment aanstipt. En hij is niet de enige in Silicon Valley die er zo over denkt.

Eric Schiermeyer, medeoprichter van Zynga en maker van het extreem populaire internetspel FarmVille, geeft toe dat hij miljoenen mensen verslaafd heeft gemaakt aan dopamine.

Richard Fernandez, directeur Ontwikkeling bij Google, blijkt een Mindfulness-beweging binnen het bedrijf op poten gezet te hebben. Als mensen af en toe loskomen van hun apparatuur, zo legt hij de Times uit, dan kunnen ze “meer intieme en authentieke relaties aangaan”. Vervolgens mijmert hij nog wat over een ‘intern kompas’ en dat we een balans moeten vinden tussen online en offline leven. “Anders worden we weggevaagd door technologie.”

Toch moeten we niet denken dat de internet reuzen een stapje terug zullen doen. In Silicon Valley wordt ongeveer net zo gedacht als hoe het management van een investeringsbank als Goldman Sachs denkt. Zij noemen hun klanten consequent ‘muppets’ – wilsonbekwame wezentjes die je van alles kunt verkopen zonder dat ze zich bewust zijn van het financiële risico.

Hun bedrijfsmodel is erop gericht dat hun klanten vergroeien met apparatuur en software. Misschien kunnen we ze het beste vergelijken met dealers van harddrugs. Die propageren onderling de gedachte dat je niet verslaafd moet raken aan het spul dat je verkoopt. Verslaafden, daarentegen, worden kriegel van dit soort uitspraken. Vandaar dat mensen die de godganse dag op Twitter en Facebook zitten altijd zo boos worden op internetsceptici. Waarschijnlijk komt de boodschap van internetdealers ook niet aan: Verslaafden luisteren enkel naar hun driften.

Steven de Jong denkt dat er hoop komt van de American Psychiatric Association (APA) die overweegt de term ‘internetgebruikstoornis’ te introduceren in de vijfde versie van de DSM, het standaardclassificatiesysteem voor psychische aandoeningen. Persoonlijk heb ik het niet zo op de APA en de DSM omdat die club sterk gelieerd is aan de farmaceutische industrie en omdat de DSM vaak verkeerd gebruikt wordt binnen de hulpverlening maar ik wil hier toch graag de conceptdiagnose van de APA vermelden. De diagnose zou gesteld kunnen worden aan de hand van negen symptomen.

A.     In het geheel vervuld zijn van internet spelen

B.     Ontwenningsverschijnselen als internet wordt afgesloten

C.     Een gevoelde noodzaak om steeds meer tijd te besteden aan spelen op het internet

D.     Er niet in geslaagd zijn het internet spelen te beheersen

E.     Overmatig gebruik van internet ondanks bekendheid met de negatieve psychosociale gevolgen

F.     Verlies van interesse in bezigheden die men voorheen leuk vond

G.    Gebruik van het internet  om te ontsnappen aan een sombere stemming

H.   Liegen over de tijd die met internet spelen wordt doorgebracht

I.     Schade toegebracht aan of verlies van belangrijke relaties, studie of werk mogelijkheden

Eigenlijk omschrijft de APA hier een klassieke verslaving, vervolgt de column van de Jong. Larry Rosen, hoogleraar psychologie aan de California State University, gaat nog verder. In maart publiceerde hij iDisorder: Understanding Our Obsession with Technology and Overcoming Its Hold on Us. Een boek waarin hij betoogt dat internet bestaande gedragsstoornissen cultiveert. Zoals narcisme, dwangneurose, verslaving, bipolaire stoornis, ADHD, sociale fobie, hypochondrie, schizofrenie en voyeurisme.

Allemaal aandoeningen die Rosen afleidt van ons mediagebruik. Twitteren over je zielenroerselen, je vakantiefoto’s online knallen, neuzen in de fotoboeken van anderen, om de haverklap je e-mail checken, zelf diagnoses stellen op amateuristische gezondheidsforums. Deze stoornissen culmineren volgens hem in een iDisorder.

Het toeval wil dat de rode draad van Rosens boek in wezen het proces van de gekookte kikker is. Hij noemt het niet zo, maar stelt dat we onvoldoende tijd hebben gehad om te wennen aan recente innovaties op het gebied van mobiele telefonie, internet en sociale media. Met de vaste telefoon ging het aanpassen nog goed, het duurde twintig jaar voordat dit medium zich had genesteld in de samenleving. Nu zwemmen we in een pan die op hoog vuur staat. Koppelen we de analogie van Facebook-directeur Stuart Crabb aan de theorie van psycholoog Larry Rosen dan zitten we tegen het kookpunt aan. We voelen ons nog lekker, zelfs nu het begint te borrelen.

omslag boek van Larry Rosen

1 reactie

Opgeslagen onder Opvoedkunde, Psychologie