Tagarchief: stress

Psyche en Klimaat: Houd het hoofd koel

Het symposium over klimaatstemmingen van de Stichting Psychiatrie en Filosofie bracht minder mensen bij elkaar in de Hogeschool van Leiden dan was verwacht. We waren met zijn 60-en.

Een naar binnen gekeerde GGZ

Een van de organisatoren van het symposium en tevens voorzitter van de dag, Jaap van der Stel, lector GGZ aan de Hogeschool Leiden, had gegoogeld en gevonden dat GGZ instellingen in Nederland niet met het klimaat bezig zijn. Àls ze met het klimaat bezig zijn dan is het met het eigen klimaat. Als je googled op werkloosheid in plaats van klimaatopwarming dan vindt je trouwens hetzelfde. We zitten in Nederland met een naar binnen gekeerde GGZ. Van der Stel had tips voor de instellingen om zich alsnog met die bredere context van het klimaat te verbinden.

Ondanks dat de grote instellingen achterbleven was ongeveer de helft van de aanwezigen afkomstig uit de GGZ. Enkele zelfstandige psychologen waaronder ondergetekende, een enkele psychoanalyticus, enkele psychiaters, docenten psychologie en enkele journalisten van vaktijdschriften. De meeste andere aanwezigen kwamen uit de klimaat- en milieubeweging.

Om in de stemming te komen bekeken we een trailer van de film ‘How to let Go of the World and Love All the Things Climate Can’t Change’. Meerdere mensen in de zaal kenden deze film. Alleen al de trailer gaf verdiepte aan mijn bezorgdheid over het klimaat. Onderaan dit bericht vindt u een link naar de hele film. Hier de trailer:


Een zwakke overheid

Gevoelens en emoties die het gevolg zijn van de opwarming van de aarde variëren van angst, paniek, depressie, apathie, wanhoop, stress, boosheid, woede enz. Natuurlijk speelt trauma een rol. Zoals een psycho-analyticus in de zaal meteen opmerkte zullen we elkaar bij deze emoties en persoonlijke problemen moeten helpen en kan therapie een positieve rol spelen. Hierover later meer.

De emotie van de wanhoop bij een ieder die zich zorgen maakt over het milieu wordt mede veroorzaakt door de zwakke houding van de overheid. De overheid reguleert de multinationals en de fossiele industrie niet of nauwelijks en gelooft in de vrije markt. Het feit dat de politieke partij Groen Links moeite heeft om te regeren met de VVD en het CDA heeft veel met het klimaatprobleem te maken, namelijk met het maken van afspraken over hoe we met klimaatvluchtelingen omgaan.

Het feit dat we door een stortvloed aan reclames worden gestimuleerd om te consumeren enerzijds en anderzijds vernemen dat consumeren (auto rijden, vliegreizen, vlees eten) de opwarming van de aarde tot gevolg heeft, leidt bij mensen tot de mentale toestand van de zogenaamde ‘double bind’ wat apathie tot gevolg heeft. Kort nadat ik hier onlangs iets over las gaf ik mij op voor dit symposium.

We zullen stilstaan bij de effecten van klimaatverandering op het menselijk gemoed. Hoe reageren we op de veranderingen en de dreigingen? Wat kunnen we ermee?

Optimist of pessimist

We kunnen de hoop op het voortbestaan van de mensheid op aarde ook gewoon opgeven. Kijkend naar de ‘diepe tijd’ is de mensheid er nog maar kort en in dat opzicht niet zo belangrijk. De planeet gaat echt wel door ook al hebben wij onze eigen beschaving vernietigd. Optimisten kunnen heel irritante mensen zijn zal de Denker des Vaderlands René ten Bos uit Almelo in zijn presentatie betogen.

Voordat de mensheid goed en wel van de planeet verdwenen is, krijgen we eerst nog te maken met de geleidelijke verwoesting van de beschaving. Dat is eigenlijk al begonnen. Neem alleen al de grote stromen vluchtelingen, ziektes door vervuiling, de verwoesting van leefgebieden, enz. enz. We gaan hier allemaal steeds meer last van krijgen hoewel rijke landen en rijke mensen het beste af zijn. Er zijn zelfs rijke mensen die zich hele delen van de aarde toe-eigenen waardoor ze de verwoesting nog lang kunnen overleven, ver verwijderd van de ontreddering van de rest van de mensheid.

Eigenlijk is klimaatverandering een veiligheidsprobleem betoogde de klimaatwetenschapper Leo Meyer. Interessant: Veiligheid is natuurlijk ook een psychologisch onderwerp. Ik denk aan de begrippen veilige en onveilige hechting uit de hechtingstheorie en de psychologische en maatschappelijke gevolgen van onveilige hechting. De GGZ kan misschien ook vanuit deze invalshoek een bijdrage leveren en mag wat mij betreft in actie komen.

Opwarming van de aarde is een veiligheidsvraagstuk

Leo Meyer kwam na de inleiding van Van der Stel als eerste spreker aan de beurt. Meyer wordt door geen enkele van de eerder genoemde emoties, noch door slapeloosheid geplaagd. Zijn gemoedsrust blijft in tact omdat hij vindt dat het goed genoeg is dat hij zijn steentje bij draagt. Hij is bezorgd maar niet angstig.

Als scheikundige had hij al vroeg belangstelling voor milieuproblematiek. Hij probeert twee vragen te beantwoorden. 1. Is de angst voor de problemen rationeel of irrationeel? 2. Is de ontkenning van de problemen rationeel of irrationeel? Het is duidelijk dat de opwarming van de aarde de schuld is van de mens en niet van natuurlijke factoren zoals het komen en gaan van ijstijden, activiteiten van de zon of van vulkanen. Over het algemeen zijn mensen die er verstand van hebben het met elkaar eens hierover. De angst is dus rationeel en de ontkenning irrationeel. Meyer liet een cartoon zien van twee bioscopen naast elkaar: We houden ons zelf graag voor de gek.

Het grootste deel van de opwarming verdwijnt in de oceanen waardoor het ijs op de polen smelt en het koraal vernietigd wordt. De effecten op het land zijn bijvoorbeeld te zien rond de Middellandse zee, vooral in Syrië. De burgeroorlog daar wordt vooral veroorzaakt door Assad en de belanghebbende partijen en landen die zijn jihadistische oppositie bewapenen maar de opwarming van de aarde speelt wel degelijk een rol in de oorlog. Het heeft er al 5 jaar niet geregend.

Meyer maakte het punt dat de opwarming een veiligheidsvraagstuk is vanwege de grote gevolgen voor mensen en de natuur. Als we niets doen zal er sprake zijn van een 8 graden stijging en als we met zijn allen veel doen dan zal het bij 2 graden blijven. Hij verwacht dat we in het midden uit zullen komen. De gevolgen voor mensen zijn enorm, vluchten, ondervoeding, sterfte, enz. De gevolgen voor de natuur ook: De Noordpool zal in 2030 ijsvrij zijn. Voor Nederland hebben de veranderingen rond de Zuidpool nog meer invloed dan die op de Noordpool, ook al ligt de Zuidpool verder weg. In het jaar 2100 zal de zeespiegel hier 2,5 tot 3 meter gestegen zijn.

Onzekerheden horen bij de klimaatwetenschap en hierdoor krijgen klimaatsceptici en hun belangen de ruimte. Toch zullen er door de overheid bepaalde normen gesteld moeten worden. De sceptici waren grotendeels tot zwijgen gebracht maar met Trump is dat koor weer opgestaan. Meyer adviseert iedereen om het hoofd koel te houden en actie te ondernemen.


In de zaal was een cartoonist aanwezig: Anabella Kanai. Kijk vooral op haar website.

 

Geconfronteerd worden met het einde van de beschaving zoals wij die kennen, is niet niks. Hoe gaan mensen daar doorgaans mee om? Anabella Meijer – http://www.kanai.nl


Therapie voor klimaat depressie 

Na Meyer kwam Evanne Nowak aan het woord. Zij is programmamaker en geestelijk verzorger en op zoek naar zingeving in het antropoceen. Ze probeert van ontkenning en apathie naar verbinding te komen. Volgens haar zijn we te druk met niets doen en leven we in een wereld waarin zorgeloosheid voorop staat. Zo creëren we een afstand ten opzichte van onze verantwoordelijkheid. Zo komen we tot de ontkenning van existentiële vragen en vervreemden we ons van het systeem. Vandaar de apathie.

Hoe ontwikkel je een behandelplan voor iemands klimaatdepressie als er geen behandelplan is voor het systeem van de planeet? Iemand met klimaatdepressie kan volgens haar nog het beste steun zoeken bij ervaringsdeskundigen. Als behandelaar is het goed om een zekere mate van ‘niet-weten’ toe te laten. Nowak noemt nog Joanna Macy, die een goeroe voor klimaatpsychologen schijnt te zijn.

De filosoof Wouter Kusters was de volgende spreker en vertelde dat hij tot voor enkele jaren geleden er nog wel vertrouwen in had dat het geleidelijk steeds beter zou gaan met de mensheid of in ieder geval dat het niet veel slechter zou gaan. Maar toen kwamen de film ‘An Inconveniënt Truth’ en het boek van Clive Hamilton: ‘Requiem for a Species’, uit.

De klimaatcrisis voelt voor hem als een traumatische beleving over iets dat nog moet komen. Pre traumatische stress. De crisis is moeilijk te lokaliseren en lijkt bovenmenselijk. Hij kan zich vinden in de woorden van de Australische filosoof Clive Hamilton: ‘The tragedy is the absence of tragedy’. Hierover meer in mijn bericht: Wat voor schepselen zijn wij?

Kusters vraagt zich af hoe de GGZ kan blijven praten over stoornissen als de wereld zelf ziek is. Als positieve ‘spin off’ van de klimaatcrisis zou je kunnen zeggen – ironisch bedoeld – dat wij als mensen eindelijk weer iets hebben dat boven ons dagelijks leven uitstijgt. We gaan samen ten onder.

Voor sommigen kan misschien het begrip disruptie een rol spelen bij troost. Disruptie betekent dat ‘iets nieuws en nog kleins’ (bijvoorbeeld wind en zonne-energie) in korte tijd ‘iets bestaands, groots en logs’ (fossiele energie) mogelijk gaat verdringen. De oude wereld staat verlamd toe te kijken en laat ‘het nieuwe’ gebeuren. Dit moeten we nog zien.

Kusters sluit in zekere zin aan bij Nowak als hij zegt dat we de klimaatcrisis niet moeten willen beheersen of managen. Laat ook de stilte zijn werk doen. Ons oude vertrouwde toekomstbeeld van de aarde is verwoest. Met deze werkelijkheid zullen we verder moeten.

Als psycholoog roepen Kusters woorden bij mij op dat we de afweer van de ontkenning het beste van ons af kunnen laten glijden en dat we de pijn en het verlies van hoop op een toekomst in een wereld die ons vertrouwd voorkomt moeten leren te verdragen. Rouwen is gezond. Het kan ons zelfs verder brengen in een nieuwe richting en in het actief mee ontwikkelen van een nieuwe toekomst.

Als je de rouwfase door bent gekomen kun je misschien makkelijker overeind blijven op momenten dat je mensen tegenkomt die nog in de fase van de ontkenning zitten of bij het moeten aanzien van een overheid die nauwelijks bezig is met de opwarming van de aarde.

‘Doomsday prepping’

Onder deze titel publiceerde op 10 mei 2017 journaliste  Sanne Bloemink in de Groene Amsterdammer een artikel. Het gaat over hoe mensen zich voorbereiden op de ondergang. Uit de Groene Amsterdammer:

Peter Thiel, de oprichter van Paypal en sponsor van Trump, heeft onlangs grote stukken land, inclusief landingsbanen voor zijn privé-vliegtuigen, gekocht in Nieuw-Zeeland. Dat doet hij natuurlijk niet voor niets. Noorwegen is rijk en schijnt een soort Italië te worden, badend in olijfolie en tomaten. En Zwitserland ligt natuurlijk lekker hoog. Tijd om de voorwaarden voor emigratie naar die landen eens door te nemen?

(Mocht je meer willen weten over hoe billionairs bezig zijn om zich veilig te stellen dan kun je dit artikel in de Daily Mail uit 2015 bekijken. Hier nog zo’n soort artikel uit 2017. De Daily Mail noemt Nieuw Zeeland ‘Apocalypse Island’.)

Bij ‘doomsday preppers’ gaat het louter om het beschermen van het eigen gezin tegen bijvoorbeeld plunderingen die het gevolg zijn van klimaatrampen. Net zoals de superrijken dit doen, doen de minder rijken dit op hun eigen manier.

Bloemink komt wetenschappers tegen die wel degelijk wakker liggen over de opwarming van de aarde. Dit in tegenstelling tot Leo Meyer die het allemaal nog wel aankan. Zelf ligt Bloemink er ook wel eens wakker van en kan ze bijvoorbeeld erg verdrietig worden over de regenwouden die gekapt worden. Ze toont ons een foto van een huilende wetenschapper die vele jaren het Great Barrier Reef onderzocht en toe moet zien hoe het vernietigd wordt.

Volgens Bloemink is de ontkenning van het probleem oftewel de struisvogelpolitiek een sociaal wenselijke reactie. Zij zit zelf met heen en weer slingerende gemoedstoestanden, met ‘mixed feelings’.


Een vraag uit de zaal na de sprekers tot nu toe is: Voelen de sprekers een soort minachting voor het voeren van actie? Leo Meyer zegt dat hij dat zeker niet heeft. Volgens hem lijkt er sprake te zijn van twee reacties; ontkenning of verlamming maar is er ook een andere reactie mogelijk. We kunnen gaan vechten.

Bloemink voegt nog toe dat zij over het onderwerp schrijft en dat zij dat ook ziet als een soort van actie voeren. Ze vindt het soms overweldigend wat ze er allemaal over leest. Leven met onzekerheid moeten we allemaal. Nowak vind dat we alle mogelijk oplossingen zouden moeten onderzoeken voordat we tot actie over gaan. Kusters ziet een grote variatie aan mogelijke acties en reacties. Meyer voegt nog toe dat je aan de kant van de actie en de oplossingen soms ook vreemde dingen tegenkomt zoals allerlei magische oplossingen of heilsverwachtingen.

Eén toehoorder voelt woede. Ze is kwaad op de politiek van Trump en het idee van dat we de oplossingen moeten overlaten aan de markt.

Een jongere toehoorder zegt dat zijn generatie is opgegroeid met het klimaatprobleem en dat jongeren over de hele wereld meer waarde hechten aan ervaringen en betekenis dan aan materie. Duurzaamheid is hip. Dit geldt wat minder voor lager opgeleide jongeren.

Sommige toehoorders en sprekers zeggen last te hebben van een soort handelingsverlegenheid. Ze durven op een feestje niet te beginnen over het onderwerp klimaat of durven hun verbazing over het feit dat iemand nog vlees eet, nog auto rijdt of nog vliegreizen maakt, niet te uiten. Dit veelal uit angst om afgewezen te worden, niet serieus genomen te worden. Heel menselijk! Weer anderen durven dat allemaal wel aan te kaarten en nemen geen blad voor de mond.

Kijk naar Kunst

Optimisten kunnen heel irritante mensen zijn betoogde de Denker des Vaderlands René ten Bos uit Almelo. Hij had een goede tip voor GGZ mensen die iets willen doen: Kijk veel naar Kunst! Met kunst kun je meer laten zien dan met woorden. Misschien is er voor optimisme dus toch nog wat te zeggen. Hij begon zijn optreden met een getekend filmpje van Steve Cutts.

Hardleersheid en ijdelheid

Wie zijn wij? Wij zijn een invasieve soort. De vernietiging gaan we niet meer tegenhouden. Minder mensen is misschien wel de oplossing. We zijn ook gedesoriënteerd. Wat de opwarming betekent voor ons weten we niet. We kunnen maar beter ophouden om onszelf te zien als nuttig. Hou op met het antropocentrisme! Vanuit het eeuwigheidsperspectief is er geen probleem.

Ontkenning van het probleem is irrationeel volgens Meyer maar ten Bos ziet in de ontkenning ook een vorm van hardleersheid en ijdelheid. En deze heeft politieke wortels. Bij Trump is dit goed te zien. We hoeven ons volgens hem niets van de opwarming van de aarde aan te trekken, het hoeft ons niet te raken. Trump wil geen rimpels op het gezicht. Hij leeft in een ‘gebotoxte’ wereld. Bij Putin zie je dezelfde ijdelheid. Het smelten van de noordelijke ijszee is voor Rusland lucratief. De ijszee wordt het nieuwe Suezkanaal. Het is een geo-politieke ‘opportunity’. Putin zet gerust nucleaire ijsbrekers in. Dit zijn grote ontwikkelingen waar we niet los van komen. Overigens stapt Rusland niet uit het akkoord van Parijs wat de VS wèl heeft gedaan.

De wetenschappers zijn het niet eens denkt Ten Bos. Ze kunnen genegeerd worden door de politiek. Wetenschap kan ook een vorm van verraad zijn. Ouderdom wordt door medische wetenschappers gezien als een ziekte. Als we die ziekte behandelen dan zouden we in de toekomst wel 130 jaar oud kunnen worden. Maar waar gaan al die oude mensen leven vraagt ten Bos zich af. Wantrouw het zeker weten! Wetenschappers zouden meer moeten samenwerken met kunstenaars.

Pessimisme moet meer gewaardeerd worden. Pessimisme is leuk. Het is de democratie van de momenten. Politiek met optimisme moet je wantrouwen. ‘Yes we can’, dat wordt een ramp. Lees vooral mensen waar je het niet mee eens bent. Ontmoet je vijanden!


Op de voordracht van ten Bos wilde Meyer graag reageren. Volgens hem zijn klimaatwetenschappers het wel degelijk eens over de opwarming van de aarde. Wèl verschillen ze van mening over de oplossingen voor de problemen. Maar de politiek is ook verdeeld. Rutte zegt dat de markt het moet doen, Klaver wil dat het probleem aangepakt wordt door de politiek.

Klimaat en rechtvaardigheid

Naomi van Steenbergen probeert als klimaatethicus antwoord te geven op vragen zoals wat we moeten doen met de opwarming, hoe de ‘uitstoot rechten’ verdeeld zouden moeten worden, dat de minder ontwikkelde landen meer rechten krijgen en wat er procedureel het meest rechtvaardig is. Misschien saaie onderwerpen maar heel belangrijk. Samen met haar studenten probeert ze deze vragen te beantwoorden. Ze gaat er van uit dat rijke landen de verantwoordelijkheid hebben en dat je altijd eerst je eigen troep moet opruimen. Klimaatvluchtelingen zijn onze verantwoordelijkheid.

Wie zitten er aan de onderhandelingstafel? Ze vind dat vooral de ontwikkelingslanden moeten mee bepalen. En hoe ga je er mee om dat de dieren niet aan tafel zitten? Dieren hebben geen stem. Biodiversiteit heeft geen stem.

Psychische gezondheid in een opgewarmde aarde

Jaap van der Stel vraagt zich af hoe we hysterie voorkomen en toch een grotere noodzaak gaan voelen om met de planeet bezig te zijn binnen de psychologie, de psychiatrie en de psychische zorg. De opwarming van de aarde is een existentiële bedreiging voor alles wat leeft.

Vragen die spelen variëren van: ‘Zullen we ooit genoodzaakt zijn om te vluchten? En waarheen? En vangt iemand ons dan op?’, tot: ‘Slapen we nog goed?’ De gezondheid van de planeet en de gezondheid van mensen hangen nauw samen.

Directe gevolgen van de opwarming zijn extreem weer zoals hittegolven, overstromingen, droogten, branden, ontbossing, verwoestijning, stormen, vervuiling van de lucht, vervuiling van de oceanen, tekort aan vers water, enz. enz.. Indirecte gevolgen zijn sociale conflicten, meer agressie en geweld, migratiestromen, verlies van bestaanszekerheid, werkeloosheid, verzwakking van de arbeidskracht, klimaat-gerelateerde infectieziekten door insecten en vervuild water, allergieën, veranderingen in de voedselproductie, ondervoeding, enz. En de zwaarste lasten rusten op de arme landen, op Afrika, het Midden-Oosten, Zuid-Amerika, India, enz.

Al houdt de GGZ in Nederland zich er niet mee bezig, de APA (American Psychological Association) kwam dit jaar met een overzicht van de impact die de opwarming van de aarde heeft op de gezondheid van mensen. Hier is zo een overzicht te zien.

Van de website van Climate Communication.

Mensen die zich niet hulpeloos voelen zullen eerder in actie komen

De schadelijke gevolgen voor de psychische gezondheid zijn al eerder op de dag de revue gepasseerd maar van der Stel komt met deze iets completere opsomming: Stress en aan stress gerelateerde stoornissen, solastalgia (stress door verandering van de vertrouwde fysieke omgeving), depressie en angst, druk op sociale relaties, gecompliceerde rouw, verlies van persoonlijke identiteit, hulpeloosheid, fatalisme, suïcidale gedachten en pogingen, alcohol en drugsmisbruik. Hoge risicogroepen zijn kinderen, ouderen, (zwangere) vrouwen, psychisch kwetsbare mensen, arme mensen en mensen die direct van de opbrengst van de aarde leven.

Als systeemtherapeut deed het me goed dat van der Stel het nut en de noodzaak van een systeembenadering bij de oplossingen benadrukt. Hoe processen verlopen, wat kritieke waarden zijn, hoe subsystemen met elkaar verband houden is complex, gelaagd en deels onvoorspelbaar. Een geïsoleerde benadering van losse factoren geeft onvoldoende inzicht in de werking van het systeem aarde en de systemen die er in omgaan.

Kennis over de klimaatverandering moet toegeëigend worden en vertaald in competenties, strategieën, handelingen en voorzieningen. Professionele netwerken gericht op preventie en opvang moeten gecreëerd worden. We moeten onze stem laten horen in het publieke debat. We moeten meewerken aan nationale en internationale oplossingen voor aan klimaat gerelateerde psychische gezondheid en verbindingen leggen met somatische en sociale zorgsystemen.

Van groot belang is dat de veerkracht bevorderd wordt en ook het optimisme. Psychologen en andere professionals  kunnen vaardigheden cultiveren voor het omgaan met stress en voor zelfregulatie, bij het handelen in tijden van crisis, bij het reguleren van emoties bij tegenspoed. We kunnen praktijken die bijdragen aan zingeving en gezonde gewoonten ondersteunen. We kunnen sociale verbondenheid en binding aan locatie, cultuur en gemeenschap bevorderen.

Mensen die zich niet hulpeloos voelen zullen eerder in actie komen. De woorden die we gebruiken doen er toe. De woorden ‘opwarming van de aarde’ prikkelen mensen meer om iets te doen dan het woord ‘klimaatverandering’. We moeten bedenken welke werkzame publieke boodschappen het verschil kunnen maken. Kortom er is genoeg te doen.


Hier een link naar de hele film: ‘How to let Go of the World and Love All the Things Climate Can’t Change’.

 

Advertenties

2 reacties

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek, Psychologie en klimaat

Zen en psychologie I

Tijd voor een vervolg op mijn vorige bericht over de 18 zen-lessen van Zen.nl in Hilversum. Het doel dat ik met het volgen van de lessen en de meditatie wil bereiken is vooral: meer aanwezig te kunnen zijn in het hier-en-nu. Zowel voor mij persoonlijk als voor mijn functioneren als hulpverlener vind ik dit een mooi doel.

Het is algemeen bekend dat ‘mindfulness’ en meditatie helpen bij psychische problemen. Dit heb ik door de lessen en de meditatie nu zelf ondervonden. En ik ben niet de enige reguliere hulpverlener die dit ontdekt. Binnen zen.nl is een groep huisartsen actief en er bestaat een Stichting Psychotherapie en Boeddhisme. Dit is een groep psychologen en psychiaters die interesse hebben in het samengaan en de wisselwerking tussen psychotherapie en boeddhisme.

Hieronder mijn verslag van de lessen 4 t/m 7.

4

Een les over concentratie, aandacht en afleiding.

De belangrijkste pijler van zen is om te doen wat je doet met zoveel mogelijk aandacht. Wie twee dingen tegelijk doet, doet beide dingen half en geniet ook maar voor de helft.  ‘Singletasken’ levert een gevoel van geluk op en het idee dat ‘multitasken’ tijd bespaart is een mythe. ‘Multitasken’ levert juist concentratieproblemen op.

Concentratieproblemen hangen inderdaad samen met allerlei vormen van stress en onverwerkte ervaringen en dus niet met zoiets als ADHD. ADHD is niets, het is een reïficatie, een label dat vervormd is tot een feit. Zeggen dat iemand concentratieproblemen heeft omdat hij ADHD heeft is hetzelfde als zeggen dat iemand veel geluid produceert omdat hij een schreeuwlelijk is.

We zeggen nogal gauw dat afleidingen komen door anderen maar vaak komt de afleiding door onszelf. Om daar achter te komen is zelfkennis nodig. Hoe meer onverwerkte ervaringen je hebt, hoe wijder de deur openstaat voor concentratie problemen maar ook voor slaapproblemen.

Mediteren is een voortdurende afwisseling van de concentratie (aandacht houden bij het tellen van de uitademing) en afleiding. Het grootste misverstand dat over mediteren de ronde doet is dat je alleen echt mediteert als je nergens aan denkt. Voor meer over ‘het tellen’ zie mijn vorige zen-bericht.

Als je tijdens het mediteren afgeleid raakt door een gedachte, een irritatie of iets pijnlijks dan is het niet gemakkelijk om tegen jezelf te zeggen: ‘dit is mijn gedachte en die laat ik nu gaan en ik breng mijn aandacht met zachte hand terug bij het tellen’. Onze zen-leraar stimuleerde ons om de afleidingen inderdaad te laten gaan tijdens de meditatie maar ook om achteraf een notitie te maken van de afleidende gedachten voor zover wij ons deze nog herinnerden.

In het Boeddhisme zegt men: ‘Pijn is onvermijdelijk maar lijden is een optie’. In therapie werkt het samen stilstaan bij een onverwerkte ervaring, iets irritants of iets wat pijnlijk is helend. Duurzame oplossingen en veranderingen bedenken ontstaat alleen in stilte en rust. We leren door te mediteren vooral dat we stil kùnnen staan.

Ons huiswerk voor deze les was om tenminste één handeling per dag met aandacht te doen. Dit kon zijn het tanden poetsen, het ontbijten of wat dan ook voor activiteit. Eigenlijk kun je van alles een meditatie maken. Zo kunnen we meer en meer genieten en minder lijden.

5

Les over het denkmodel van zen.nl: bubbels en puntjes.

Ik leg in het kort hier uit hoe het werkt maar het denkmodel staat ook op een CD.

Ons denken wordt gevoed door energie. Idealiter wordt de stroom energie getransformeerd in heldere gedachten en gedrag. Hoe minder onverwerkte ervaringen en verlangens de transformatie vertroebelen, hoe helderder en verlichter ons denken en handelen.

Verwerkte ervaringen zijn puntjes of inzichten. Onverwerkte ervaringen worden bubbels genoemd. Bubbels nemen veel ruimte in en slokken energie op. Hoe ouder de bubbel hoe beter de afweer.

De paradox van het mediteren is dat je probeert om je aandacht te houden bij het tellen maar dat juist daardoor onverwerkte ervaringen, irritaties, verlangens of passies, enz. (bubbels) uit het onbewuste naar boven komen. Het is niet de bedoeling dat je tijdens het mediteren tegen jezelf zegt op het moment dat een bubbel voorbij komt; ‘die moet ik onthouden!’, want dit ‘ik moet het onthouden’, is op zichzelf al een bubbel.

Er is niets mis met bubbels – die horen er bij – maar een te grote hoeveelheid ervan kan problematisch worden. Bubbels slokken energie op.

Tijdens het mediteren kan een en dezelfde bubbel meerdere keren aan ons geestesoog voorbij trekken. Het is alsof je een boeiende film keer op keer ziet. Hoe vaker je hem ziet hoe meer je begrijpt hoe die film in elkaar zit. Door regelmatig te mediteren komt onverwerkte materie steeds opnieuw langs waardoor je het beter verwerkt.

“Kleine bubbels los je op met mediteren voor de grote ga je naar de psycholoog”, zegt mijn zen-leraar en wel grappig was dat hij er aan toevoegde: “hoe meer puntjes hoe wijzer, hoe meer bubbels hoe eigenwijzer”.

Puntjes zijn verwerkte bubbels. Het zijn inzichten die je verkrijgt door bewust na te denken over de onverwerkte ervaringen. Dit nadenken doe je na de meditatie. Je kunt bewust naar een punt of inzicht toewerken. Maar bubbels kunnen ook puntjes worden tijdens een droom, dus via het onderbewuste.

Een mooi doel is om je van enkele bubbels bewust te willen worden. Dit is natuurlijk ook het doel van therapie. Mijn zen-leraar gebruikt de metafoor van de afwas: “als de afwas van de vorige maaltijd er nog staat, kun je niet lekker koken”.

Ik heb ervaren dat het mediteren een enorm goed middel is voor bewustwording juist omdàt je tijdens het mediteren er naar streeft om je aandacht niet te laten afleiden door onverwerkte ervaringen. Het werd steeds helderder wat mij in de weg zat.

6

Een les over projectie en selectief waarnemen.

Hoe meer bubbels hoe minder objectief of zuiver we waarnemen. Bij projectie ken je eigenschappen van jezelf toe aan anderen en bij selectief waarnemen vallen bepaalde eigenschappen je juist extra sterk op en andere eigenschappen vallen weg.

Het is cruciaal om te beseffen dat onze ideeën over de wereld of mensen om ons heen vaak meer zeggen over onszelf dan over de wereld.

Deze les is volgens mij echt een psychologische les maar ook echt zen volgens het les-materiaaal: ‘Alleen door reflectie kunnen we zuiver waarnemen. Zen werkt niet met beelden zoals God of iets anders en daarom is zen een pure vorm van reflectie’. Volgens zen.nl is naast meditatie ook schrijven een goede methode om emoties te verwerken. Er bestaat inderdaad zoiets als schrijftherapie.

7

Deze les gaat over de hart-soetra. Een kroonjuweel van het zen-Boeddhisme. De tekst van de hart-soetra vertolkt de kern van de zen-leer in theoretische en filosofische zin. De kern ervan kan in één regel worden uitgedrukt: ‘vorm is leegte, leegte is vorm’.

De functie van een kopje is dat die leeg is en gevuld kan worden. Het is de vraag of het kopje leegte is of vorm. Ook wij mensen zijn zowel vorm als leegte. Vorm verwijst naar hoe we gevormd zijn en leegte naar ons potentieel. Alles is in verandering. Hoogstens onze ideeën kunnen vastgeroest zijn maar de dingen zelf roesten nooit vast. Een klankschaal kan ook een helm zijn. Te zeer aan de vorm vasthouden veroorzaakt lijden. Als je ruzie maakt over woorden zit je teveel vast aan de vorm. Natuurlijk is standvastigheid ook belangrijk. Denk aan een boom. Die waait niet om door zijn wortels maar ook omdat die flexibel is.

Flexibiliteit is belangrijk. Ook bij het oplossen van problemen in bijvoorbeeld gezinstherapie is flexibiliteit belangrijk. De meeste problemen in gezinnen (in systemen) komen omdat er op een rigide manier omgegaan wordt met omstandigheden, posities of relaties waar juist nieuwe manieren nodig zijn.

Door één te worden met verandering leven we in het eenheidsbewustzijn ofwel in het nirvana.

Persoonlijk spreken de volgende regels van de hart-soetra mij aan:

Omdat er geen bereiken bestaat, ondervindt degene die het volmaakte inzicht heeft, geen hindernissen in de geest. Zonder hindernissen in de geest, bevrijden we ons van illusies en verwezenlijken we nirwana.

Waarschijnlijk spreken deze regels mij aan omdat ik van jongs af aan gestimuleerd ben om onmogelijke dingen te bereiken, mijn best te doen, de oudste en de wijste zijn, enzovoort. Het idee dat ‘dit bereiken’ belangrijk is, is een vastgeroest idee.

Het reciteren van de hart-soetra is ook een stemoefening en een oefening in het beheersen van het spreken en ademen vanuit de buik.

Hier een recitatie van de hart-soetra door drie bassen: Moritz Boegel, Rients Ritskes en Misha Beliën

Hier een rap-versie van de hart-soetra

Hier een Japanse rap-versie van de hart-soetra

Hier de tekst van de hart-soetra.

 

 

4 reacties

Opgeslagen onder Filosofie, Psychologie en boeddhisme

Zen en psychologie

Enkele maanden geleden ben ik begonnen aan een zenmeditatie-cursus bij Zen.nl. Veel van wat ik daar leer vertoont raakvlakken met mijn werk en de kennis die ik als psycholoog opdeed. Rien Ritskes, de oprichter van Zen.nl ziet in het Boeddhisme een traditie van filosofie en psychologie. Hij wil met Zen.nl het voor zoveel mogelijk mensen makkelijker maken om duurzaam gelukkig te zijn.

Nu de vorige week de les over het ego ging (les 11) vond ik het tijd om eindelijk eens aan een serie berichten hierover te beginnen. Ik kwam er achter dat ik een groot ego heb dat soms te groot voor mij is. Met mijn grote ego ben ik wel in goed gezelschap. Bijvoorbeeld Mahatma Gandhi had ook een groot ego want hij wilde wereldvrede bereiken. Mahatma betekent ‘groot ego’ zei mijn zen-leraar.

Het ego is volgens zen.nl ‘het geest en lichaam sturende zelfbeeld’. We kunnen meerdere grote en kleine ego’s hebben. Ondanks de negatieve betekenis die het ego wel eens krijgt kunnen we volgens zen.nl niet zonder ego: ‘Zonder ego kom je je bed niet uit’. Door je ego kun je gemotiveerd raken.

Ik vraag me af hoe systeem-therapeutisch zen is. Want dat is mijn favoriete manier van werken: met systeemtherapie mensen helpen. Dit is psychologische hulp met aandacht voor context en interacties in het (gezins)systeem. Door meditatie kun je meer harmonie in jezelf bereiken maar daardoor ook meer harmonie met je omgeving. ‘Als je alles met liefdevolle aandacht doet zul je niet gauw vervallen in egoïstisch of onethisch handelen’, volgens het lesmateriaal.

Er zijn in ieder geval duidelijk raakvlakken met de zogenaamde rationeel emotieve therapie waarbij de vijf g’s: gebeurtenis, gedachten, gevoelens, gedrag, gevolgen centraal staan. Deze ‘psychologische’ g’s komen ook steeds terug in de lessen van zen.nl. Door zenbeoefening leren we om meer te denken wat we willen denken en te voelen wat we willen voelen. Het resultaat is dat we zo beter in staat zijn om te doen (gedrag) wat we echt belangrijk vinden in ons leven. Zo kunnen we beter met onze problemen omgaan.

Het lijkt wel alsof we bij zen.nl een antwoord zouden kunnen vinden op de vraag: Hoe moet ik leven? Dit is de vraag waarmee mensen komen zegt de Belgische psychiater Dirk de Wachter: Dokter, hoe moet ik leven? Overigens gelooft deze psychiater terecht niet in de hypes rond meditatie en mindfulness en de bijbehorende tijdschriften omdat daarmee een menselijke noodzaak commercie wordt, zoals alles in onze maatschappij. Volgens De Wachter dreigen veel manieren om ‘stilligheid’ te brengen in dit ‘hyper-leven’ in het domein te komen van een drang naar méér, efficiënter en succesvoller. De oorspronkelijke betekenis en waarde van zaken zoals ‘stilte’ kan ontaarden in een ‘ver-wellnessing’ van waarden. Op deze kritische kanttekening na heb ik ervaren dat meditatie therapeutisch kan werken.

Wanneer mensen die psychisch lijden hun heil niet zoeken bij de reguliere GGZ maar in zen of mindfulness dan is dat mede te begrijpen omdat organisatie van de GGZ zelf veelal ziek is. Natuurlijk werken er goede hulpverleners maar in het algemeen is de GGZ ver verwijderd geraakt van de filosofie en vaak ook van de psychologie. Het is de psychiatrie met de DSM stoornissen en bijbehorende psychomedicatie tezamen met het beleid van de zorgverzekeraars, die de psychiatrische classificaties gekaapt en vermarkt hebben, waardoor de GGZ ziek is. Ook in de zorg draait het om macht, geld en bureaucratie, zoals overal in deze maatschappij. Daar komt bij dat de privacy in de (gecontracteerde) GGZ zo goed als onmogelijk is geworden. Ik neem hiervan zo veel mogelijk afstand door geen contracten af te sluiten met zorgverzekeraars.

IMG_5907

De cursus van zen.nl bestaat uit 18 lessen en droeg op een positieve manier bij aan mijn persoonlijke leven. Het persoonlijke contact tussen de hulpverlener en het cliëntsysteem speelt bij psychologische hulpverlening een belangrijke rol en daarom droeg de cursus ook bij aan mijn werk. Alleen al de vaardigheid om meer en meer in het hier-en-nu te kunnen zijn leverde een belangrijke bijdrage.

Mensen die mediteren zijn zich meer bewust van wat er in hun omgeving speelt en van wat zich in hen zelf afspeelt. Op de hersenscans is te zien dat beoefenaars met meditatie-ervaring minder moeite hebben om in een gefocuste toestand te blijven. Ze kunnen beter omgaan met onplezierige gevoelens. Door te mediteren train je jezelf in het bewust aanwezig te blijven, zonder te interpreteren, zonder iets te willen veranderen, te doen stoppen of te negeren. Je voelt een onaangename prikkel of stress even sterk maar je reageert minder heftig en je kan kalm blijven. Voor meer over dit onderzoek zie o.a. ZenActueel. Voor het effect van mediteren op het brein kun je ook onderstaand filmpje bekijken.

Verandering, heling, verlichting

Mensen gaan naar een psycholoog omdat ze iets willen veranderen in hun leven, omdat ze beter willen functioneren vaak nadat er iets in hun leven is misgegaan. In de psychologie wordt gesproken van verandering, heling. Bij zen gaat het om verlichting.

Zen betekent, aandacht en inzicht als weg naar verlichting. Verlichting betekent voor de een het bereiken van een ultiem inzicht, maar voor de meeste mensen betekent het zoiets als beter slapen, meer rust en energie voelen of gemakkelijker kunnen communiceren met vrienden, familie en collega’s. Het bereiken van bewustzijn, zelfkennis en verlichting liggen dicht bij elkaar.

De overlap met de vraag om psychologische hulp is groot. Denk alleen al aan de hoeveelheid psychische problemen die door stress worden veroorzaakt of versterkt en die worden opgelost door de tijd te nemen om er over te spreken en/of door stil te zitten. Tijdens een sessie bij de psycholoog is het de bedoeling dat er met aandacht wordt geluisterd en gesproken. Het verschil met zen zit hem misschien vooral in de hoeveelheid stilte en de oefening daarin. Die is bij zen groter.

Tot zover enkele ideeën over de relatie zen en psychologie. Wat ik in de verschillende 18 lessen leerde volgt nu. Hieronder de eerste drie lessen.

1.

In de eerste les leerde ik over de meditatiehouding en sindsdien mediteer ik bijna elke dag twee maal 20 minuten. Tijdens het mediteren tel je op je uitademing steeds opnieuw van 1 tot 10 en je kijkt naar een vast punt op de vloer voor je. Dit is een gemakkelijke taak die iedereen kan uitvoeren. Omdat deze taak zo gemakkelijk is en het bewuste eigenlijk op vakantie kan, doet het onbewuste beter zijn werk. We overschatten ons bewuste. 99% van wat wij doen wordt door het onbewuste geregeld.

Je leert dat je niet overal op hoeft te reageren. Je leert dat je aandacht kunt richten op dingen waarop je het wil richten. Je leert te denken wat je wilt denken. Dit draagt bij aan autonomie en concentratie.

Mediteren bestaat uit drie dingen: Uit de houding en het tellen van de uitademing, uit afleidingen en uit het zien van onze gedachten en deze weer laten gaan. We kregen de opdracht om na de meditatie te noteren waar onze gedachten tijdens het mediteren heen gingen voor zover we ons deze gedachten herinnerden.

Ik dacht dat ik die 2×20 minuten mediteren zou gaan ervaren als tijdverspilling en mij zou gaan vervelen maar dat bleek niet het geval. Integendeel. Er gebeurt veel tijdens het mediteren. Soms voel ik mijn hart kloppen. Op een keer brak de zon door wat ik ervoer als een enorme gebeurtenis. Het fascineert mij hoe ik steeds weer afgeleid raak van het tellen. Gedachten aan mensen passeren de revue, wat ze zeiden of wat ze deden, een compliment wat ik had gekregen of juist een kritische opmerking, een dode kat die ik in een documentaire had gezien, soms lijkt de vloer te bewegen in mijn ogen, lichamelijke ongemakken, kramp in de benen, enz. enz. Er gebeurt ontzettend veel, hoewel het soms rustig kan zijn. Geen verveling dus.

Het idee om meer te leren vertrouwen op mijn onbewuste sprak mij aan. Niet altijd alles onder controle willen hebben, accepteren dat je iets nog niet begrijpt of weet. Minder angst, meer vrede, meer rust.

2.

We kregen de opdracht om doelen te formuleren voor wat we wilden bereiken met de cursus. Ook al is bij zen de doelloosheid het hoogste doel. Onze doelen moesten SMART zijn maar we moesten ze ook weer kunnen loslaten. Zen leert je om de knop op ‘aan’ en op ‘uit’ te zetten. Zen leert je om je energie te bundelen. Daarbij gaat het om het proces; het doel is het proces, is de weg. Denk aan het spreekwoord: ‘Het bezit van de zaak is het einde van het vermaak’.

Goed weten waar je naar streeft maakt ook dat je het los kunt laten. We moesten ons doel formuleren in haalbare, positieve en concrete termen. Dit deed me denken aan de ‘wondervraag‘ van de oplossingsgerichte therapie: ‘Stel dat er een wonder gebeurt en morgen als je wakker wordt is je probleem opgelost, waaraan merk je dit’? Met deze vraag wordt de cliënt uitgedaagd om na te denken in positieve en concrete termen.

Zen is geen ontspanning, het is een serieuze aandachtstraining. We vluchten niet voor stress en ongemak maar we bekwamen ons er in om er bij te blijven en er evenwichtig mee om te gaan.

3.

Ik koos als doel om meer vertrouwen en meer mildheid te bereiken. Ik ga mijn strenge innerlijke criticus aanpakken. Ik wil er meer op vertrouwen dat hetgeen er op mijn pad komt dat ik daar klaar voor ben. Meer zelfvertrouwen. Heel concreet wil ik het aantal afstraffende gedachten verminderen. Ik wil leren om heel te blijven in het hier-en-nu onder àlle (ha, ha) omstandigheden. Ik gaf mijzelf als waardering voor deze doelen nu een 5 en wil over een half jaar mij zelf kunnen waarderen met een 7.

Over de innerlijke criticus spreekt ook een andere cursist van zen.nl in dit sympathieke filmpje en het heet: ‘Een schip vol zen’.

Nu ik mijn meditatiedoel had geformuleerd werd ik mij er sterker van bewust hoe zeer mijn zelfvertrouwen en mildheid aan onderhoud toe waren. Hoe ik gewend was om (vooral) mijzelf af te rekenen op kleine fouten en gebreken en hoe vaak ik fantaseerde dat anderen mij daar op zouden afrekenen. Eigenlijk was dit alles te herleiden naar de zogenaamde ‘oerbubbel’ van de angst. Over bubbels later meer.

Als psycholoog zie ik mijn eigen probleem als een neurotische angst en als ik mijzelf zou kunnen behandelen zou ik een behandeling willen gericht op het verwoorden van mijn diepere verlangens tijdens angstige momenten. Een therapie gericht op het gevoel van een veilige hechting. Veilige hechting is gebaseerd op een innerlijk model van jezelf als competent en ‘om van te houden’ en van de ander als veilig en betrouwbaar.

Wat ging ik binnen de cursus doen om mijn doel te bereiken? Elke dag evalueren en twee dingen opschrijven die goed gingen en één ding opschrijven wat beter kon met betrekking tot mijn doel. Dit soort van huiswerk krijgen cliënten van een (cognitieve) therapeut ook vaak mee. Maar nu zijn de rollen omgedraaid!

Het huiswerk helpt bij de bewustwording en bij het op gang brengen en versterken van een veranderingsproces. Dat heb ik nu weer eens zelf ondervonden. En ik blijf voorlopig 2 x 20 minuten per dag mediteren.

Over de volgende lessen later meer. Hier een eerder bericht met een leuk filmpje over ‘mindfullness’.

IMG_6072

De foto’s zijn genomen in Meijendel, de eerste foto vlak voor zonsopgang en de tweede vlak er na.

 

 

 

4 reacties

Opgeslagen onder Filosofie, Psychologie, Psychologie en boeddhisme, Psychotherapie, Systeemtherapie

Minuchin IV. Bronnen van stress voor het gezin

Druk die op het gezin wordt uitgeoefend kan van binnen en van buiten komen. Om er op te kunnen reageren wordt een transformatie vereist van de posities van de gezinsleden ten opzichte van elkaar. Het gezin moet tegelijk door (continuïteit) en het moet veranderen. Hierdoor wordt stress opgeroepen. Als de therapeut geen aandacht heeft voor het proces van doormoeten en tegelijk moeten veranderen dan kan die een fout maken. De fout is dat er teveel nadruk gelegd wordt op pathologie.

Aanpassing aan nieuwe situaties gaat altijd gepaard met gebrekkige differentiatie, narigheid en angst. Het is belangrijk dat de therapeut het gezin blijft zien als een normaal systeem in transformatie. Onderzoek van zowel de nieuwe situatie als van de stress van het aanpassen is vereist. Het etiket pathologie kan gereserveerd worden voor gezinnen die in stress-situaties de rigiditeit van hun interactiepatronen en grenzen verhogen en die het exploreren van alternatieven weerstaan of vermijden.

Vier bronnen van stress die een gezinssysteem kunnen overbelasten

1.

Stress gevend contact van één gezinslid met de buitenwereld

Een van de belangrijkste functies van het gezin is steun verlenen aan zijn leden. Dus als een gezinslid stress heeft moeten de anderen zich aanpassen. Bijvoorbeeld: Een ouder heeft moeilijkheden op zijn werk.

De interactie hierover kan beperkt blijven tot het subsysteem van de echtgenoten. Bijv: De vrouw steunt haar man of juist niet. In het laatste geval wordt de stress van buiten niet opgelost en blijft hangen in het subsysteem van de echtgenoten. Zij hebben een conflict.

Maar de stress kan ook reacties oproepen in meerdere subsystemen. Bijvoorbeeld: De man en de vrouw vermijden het conflict over de moeilijkheden op het werk en vallen uit tegen een kind. Het gevaar voor het subsysteem van de partners vermindert hierdoor maar het kind krijgt stress. Of: De man doet geïrriteerd tegen de vrouw die een coalitie vormt met het kind tegen de vader. De grens rond het partnersubsysteem wordt dan diffuus/vaag en de grens rond de coalitie rond moeder en kind wordt rigide/strak want deze grens sluit vader uit. Een disfunctioneel patroon van twee generaties is ontstaan.

Ook kan het hele gezin onder stress komen te staan. Stel de man raakt zijn baan kwijt. Om het voortbestaan van het gezin te verzekeren moet het hele gezin zich hergroeperen. Misschien moet de vrouw meer gaan werken. Dat geeft verandering in het leidinggevende subsysteem van de ouders. Bijvoorbeeld: De vader neemt het huishouden over of een grootouder gaat verzorgen terwijl de ouders werk zoeken.

Als er star wordt gereageerd op de stress van buiten dan kunnen dys-functionele patronen ontstaan in het systeem. De therapeut beoordeelt de flexibiliteit van de gezinsstructuur. Als er flexibiliteit is en de stress blijft toch bestaan dan zal de therapeut zich richten op het raakvlak van het ene gezinslid met de buitenwereld en de bron van de stress. Het kan ook nodig zijn dat de therapeut zich zowel op het gezin als op het raakvlak met de buitenwereld richt.

2.

Stress-gevend contact van het hele gezin met de buitenwereld

Bijvoorbeeld bij een arm of gediscrimineerd gezin. Bij een economische depressie of een gedwongen verhuizing.

Ook nu zal de therapeut een inschatting maken van de mogelijkheden van het gezin. Als het gezin best flexibel is en toch overbelast blijft kan de therapeut gaan optreden als ombudsman voor het gezin. Hij kan proberen de activiteiten van sociale instanties proberen te coördineren.

3.

Stress tijdens overgangsperioden van het gezin

Er zijn vele fasen in de natuurlijke evolutie van een gezin die vereisen dat een gezin zijn regels opnieuw moet vaststellen. In dat proces rijzen er conflicten. Idealiter zullen deze conflicten opgelost worden door onderhandelingen over de overgang van de ene fase naar de andere. hierdoor kunnen alle gezinsleden groeien.

Overgang door de ontwikkeling van één gezinslid

Vaak is dit de overgang van een kind naar de puberteit. Het kind krijgt meer contacten in de buitenwereld. De relatie tussen kind en ouders is ontwricht. Zijn autonomie en verantwoordelijkheden moeten aan zijn leeftijd worden aangepast.

Het kan echter dat een verandering in de relatie van een van de ouders tot de puber wordt tegengehouden omdat dit ook een verandering vereist in de relatie tot de andere partner. Er kunnen ongewenste coalities ontstaan van twee generaties, bijv de moeder met de puber. Het hele gezin kan hierbij betrokken raken. Als er geen verandering optreedt zullen disfunctionele patronen ontstaan die iedere keer opduiken als er zich een probleem voordoet.

Overgang door het opnemen van een nieuw gezinslid 

Bijvoorbeeld bij de geboorte van een kind, bij een huwelijk van een kind( en het leven in familieverband), bij het samengaan van twee gezinnen door een huwelijk van twee alleenstaande ouders, bij het opnemen van een pleegkind, enz.. Het nieuwe lid moet zich aanpassen aan de regels van het systeem en het systeem moet zich omvormen om het nieuwe lid te omvatten.

Wanneer oude patronen gehandhaafd blijven kan het nieuwe lid onder stress komen te staan.

Overgang door het uitsluiten van een gezinslid

Door het overlijden, door een echtscheiding, door opname in een inrichting enz. Er moeten nieuwe subsystemen en grenzen worden ontwikkeld. Bijvoorbeeld bij een scheiding wordt het systeem {beide ouders +kinderen}, {een ouder+kinderen} waarbij de andere ouder is uitgesloten. Gezinnen komen vaak in behandeling wanneer onderhandelingen over deze overgangsfase blokkeren.

En dan is er nog stress door specifieke problemen zoals het hebben van een gehandicapt kind, een gezinslid dat ziek wordt, een ziek gezinslid die weer beter wordt, enz. Dit alles vraagt om aanpassingen.

Samengevat

1. Een normaal gezin transformeert zich in de loop van de tijd om te kunnen blijven functioneren cq. om bescherming te blijven bieden en leiding te blijven geven aan zijn leden. Wanneer een normaal gezin op stress, ten gevolge van een interne of externe ontwikkeling, reageert door vast te houden aan oude structurele schema’s, dan kunnen disfunctionele transactiepatronen ontstaan.

2. De structuur van het gezin met de gebruikelijke transactiepatronen is toereikend voor de gebruikelijke eisen die aan een gezin gesteld worden. Maar de sterkte van het gezinssysteem hangt af van de mogelijkheden om alternatieve transactiepatronen te mobiliseren als de omstandigheden daarom vragen. De grenzen rond de subsystemen moeten sterk zijn maar flexibel genoeg om hergroepering of herstructurering toe te staan.

3. Gezinnen reageren op stress op een manier die het gezin laat voortbestaan terwijl ondertussen herstructurering mogelijk gemaakt wordt. Als het gezin op een rigide wijze reageert kunnen disfunctionele patronen ontstaan. Deze patronen kunnen een gezin in therapie brengen.

Voor meer over Minuchin’s gezinstherapie: zie Minuchin’s gezinstherapie I, II en III.

 

2 reacties

Opgeslagen onder Opvoedkunde, Systeemtherapie

Minuchin’s gezinstherapie III

Na het blog Minuchin’s gezinstherapie I, over de mythe van de geïdentificeerde patiënt en het blog Minuchin’s gezinstherapie II, over de mythe van het vreedzame normale gezin ga ik nu in op de interventies van de therapeut. Die moeten gericht zijn op de structuur van het gezin, op ontwikkelingen binnen gezinnen en op de aanpassingen binnen gezinnen. Dit om zowel het gezin te doen voortbestaan als om de psychosociale groei van de individuele gezinsleden te blijven bevorderen ondanks de moeilijkheden van het normale gezinsleven.

Gezinsstructuur

Het gezin is een systeem dat werkt dankzij transactiepatronen. Gezinsstructuur is de manier waarop de gezinsleden transacties met elkaar aangaan, met elkaar omgaan. Herhaalde reacties op elkaar vormen patronen van hoe, wanneer en met wie er een relatie is en deze patronen zijn de pijlers van het systeem.

Transactiepatronen – in de loop van de jaren ontstaan – regelen het gedrag van de gezinsleden. Het systeem laat overschrijdingen van vertrouwde patronen niet gemakkelijk toe. Als de overschrijding te groot is, komen er mechanismen in werking die het oude patroon proberen te herstellen.

Maar als de omstandigheden veranderen moet de gezinsstructuur zich aanpassen. De kracht van het gezin als systeem hangt af van de beschikbaarheid van alternatieve transactiepatronen en van de flexibiliteit waarmee deze gemobiliseerd kunnen worden als het nodig is.

Een systeem dat moet reageren op interne en externe veranderingen moet kunnen transformeren om nieuwe omstandigheden het hoofd te kunnen bieden zonder dat de continuïteit, die voor de gezinsleden het referentiekader is, verloren gaat.

Subsystemen

Een gezinssysteem differentieert zich en kan zijn functies uitoefenen door de subsystemen. Individuen zijn subsystemen maar ook dyaden kunnen subsystemen zijn. Dyaden zoals man-vrouw of moeder-kind kunnen subsytemen zijn.

Subsystemen kunnen worden gevormd naar generatie, naar sekse, naar interesse of naar taken. Subsystemen worden bepaald door regels die de interacties tussen subsystemen bepalen. De transactiepatronen die de interacties tussen moeder en kind regelen bepalen ook de grens rond het moeder-kind subsysteem.

Een individu kan tot verschillende subsystemen behoren. Daarin heeft hij verschillende machtsposities en leert hij verschillende vaardigheden. Een man kan tegelijk zoon zijn of neef, oudere broer, jongere broer, echtgenoot, vader, etc. In de verschillende subsystemen gaat hij verschillende complementaire relaties aan. Mensen passen zich op een kaleidoscopische manier aan om de wederzijdsheid te verkrijgen die menselijke interactie mogelijk maakt. Het kind moet zich als zoon gedragen als zijn vader zich als een vader gedraagt. Het kan zijn dat hij dan de machtspositie die hij graag heeft in de interactie met zijn jongere broer, moet afstaan. Op deze manier krijgen de leden van een gezin een waardevolle training in het handhaven van een gedifferentieerd ‘ik’.

Grenzen moeten duidelijk zijn: hoe duidelijker, hoe beter het systeem functioneert

De grenzen van een subsysteem worden gesteld door de regels die bepalen wie er deelneemt en hoe. De grens van het subsysteem van de ouders wordt bijvoorbeeld bepaald als een moeder tegen haar oudste kind zegt: “Jij hoeft je broertje niet te verbieden. Als hij met zijn fietsje op straat komt, zeg het dan tegen mij dan zal ik hem wel terug roepen.”

moeder                         (gezaghebbend subsysteem)

———————————————————— (grens)

kinderen                       (subsysteem van kinderen)

Als het subsysteem van de ouders een ‘adjudant’ (hulp in de opvoeding) omvat dan wordt de grens anders bepaald. De moeder zegt bijvoorbeeld tegen de kinderen: “Tot ik terug ben van het boodschappen doen, moeten jullie naar Annie (de oudste dochter, het oudste zusje) luisteren.”

moeder en Annie       (gezaghebbend subsysteem)

————————————————————-(grens)

andere kinderen         (subsysteem van kinderen)

De grenzen beschermen de differentiatie binnen het systeem. Ieder subsysteem heeft specifieke functies en stelt specifieke eisen aan zijn leden. De ontwikkeling van vaardigheden om met elkaar om te gaan, is afhankelijk van de mate waarin het subsysteem bescherming biedt tegen inmenging door andere subsystemen. Een voorbeeld: om complementair gedrag tussen echtgenoten mogelijk te maken is het een vereiste dat er geen inmenging is van kinderen of van schoonfamilie en soms ook niet van de buitenwereld. Een ander voorbeeld: om met leeftijdsgenoten te leren omgaan, iets wat kinderen van elkaar leren, is het een vereiste dat de ouders zich er niet in mengen.

Voor het goed functioneren van een gezin moeten de grenzen tussen subsystemen duidelijk zijn. Zo kunnen de leden van het subsysteem hun functie uitoefenen. Tegelijk moet het subsysteem ook contact kunnen houden met leden van andere subsystemen. De functies zijn minder belangrijk dan de duidelijkheid van de grenzen. Het is zelfs zo dat de duidelijkheid van de grenzen als parameter gebruikt kan worden om het functioneren van een gezin te beoordelen!

Vage grenzen ………………………………………..

Sommige gezinnen keren zich geheel in zichzelf en vormen zo hun eigen microkosmos. Dit is een kluwen-gezin. De communicatie met elkaar en de zorg voor elkaar zijn sterk. De differentiatie binnen het systeem vervaagt. Zo’n systeem kan overbelast raken en de reserves missen om zich aan te passen en te veranderen in nieuwe omstandigheden.

Starre grenzen _________________

Er is onderling weinig contact met leden van andere subsystemen. Dit is het los-zand gezin.

Duidelijke grenzen ——————————-


kluwen-gezin                                                                                     los-zand gezin

……………………———————————————————————__________


Er is een breed stuk op bovenstaand continuüm dat ‘normaal’ genoemd kan worden, waar de grenzen tussen de subsystemen duidelijk zijn en waar de meeste gezinnen te plaatsen zijn. De benamingen ‘kluwen-gezin’ en ‘los-zand gezin’ slaan op de stijl van transacties, op de voorkeur voor een bepaalde soort transacties. Zij duiden geen kwalitatief verschil aan tussen functioneel of disfunctioneel. De meeste gezinnen hebben subsystemen die een kluwen zijn en anderen die los-zand zijn. Het subsysteem moeder-kinderen zal vaak in de richting van een kluwen gaan als de kinderen klein zijn en de vader zal een afstandelijker positie hebben tot de kinderen.

Maar interacties die zich afspelen op de uiteinden van het continuüm kùnnen pathologisch zijn. De saamhorigheid van de leden van een subsysteem of een gezin dat een ‘kluwen’ vormt kan ten koste gaan van de autonomie. Er is binnen een kluwen te weinig differentiatie tussen de leden, wat remmend werkt op het autonoom exploreren en oplossen van problemen. Speciaal bij kinderen kunnen cognitieve en affectieve vaardigheden hierdoor gehandicapt raken. Stress bij één individueel lid dringt door de vage grenzen heen en direct vindt dit zijn weerklank in andere subsystemen. Leden van een ‘los-zand’ subsysteem of gezin kunnen autonoom functioneren maar hebben een overtrokken gevoel van zelfstandigheid en een gebrek aan saamhorigheidsgevoel en loyaliteit. Hun mogelijkheid om afhankelijk te zijn of om hulp of steun te kunnen vragen kunnen gehandicapt zijn. Pas bij extreem zware stress binnen een subsysteem worden de mogelijkheden om elkaar te steunen geactiveerd.

In beide bovenstaande gevallen zijn de aanpassingsmechanismen scheef getrokken. Ouders van een kluwen-gezin kunnen te snel en te hevig reageren op iedere afwijking en bijvoorbeeld geheel van slag zijn als een kind zijn toetje niet op eet. Een los-zand gezin reageert niet als het wel noodzakelijk is. Ze maken zich er bijvoorbeeld geen enkele zorg over als een kind met veel tegenzin naar school gaat.

De therapeut heeft vaak de taak om de vage grenzen te verduidelijken en de rigide grenzen te openen. Het taxeren van de subsystemen in het gezin en het functioneren van de grenzen geeft hem een snel diagnostisch beeld waarop hij zijn interventies kan richten.

Het subsysteem van de echtgenoten

Meestal heeft een echtpaar de bedoeling om een gezin te stichten. Daarvoor zijn bepaalde taken of functies van levensbelang. Voor de uitvoering van deze functies zijn aanpassingsvermogen, wederzijdse afhankelijkheid en complementariteit een vereiste. Het paar moet patronen ontwikkelen die het functioneren van beide partners op velerlei gebied kan ondersteunen. Ze moeten complementaire patronen ontwikkelen waardoor iedere partner kan toegeven zonder het gevoel te hebben dat hij iets opgeeft. Man en vrouw moeten beiden iets opgeven van hun zelfstandigheid om daardoor te winnen aan saamhorigheid.

Het partnersubsysteem kan een vluchtheuvel zijn voor stress uit de buitenwereld maar kan ook een middel zijn om contact te leggen met andere sociale systemen. Het kan creativiteit en groei bevorderen. In het proces van wederzijdse aanpassing kunnen de partners de creatieve aspecten van elkaar die eerder niet aan bod kwamen, actualiseren en elkaars beste kanten bevestigen.

Andersom kan een echtpaar ook elkaars negatieve kanten activeren. Ze kunnen elkaar willen verbeteren, beschermen of redden en elkaar daardoor diskwalificeren. Er kan een afhankelijk-beschermend patroon ontstaan waarin het afhankelijke lid afhankelijk blijft om het ‘beschermersgevoel’ van de partner te beschermen. Er kunnen dergelijke patronen ontstaan zonder dat er sprake hoeft te zijn van uitgebreide pathologie of kwaadwillige intenties van de partners. Om de complementariteit van het systeem te benadrukken en de positieve en negatieve kanten van iedere partner te verbinden zou een therapeut in het geval van een afhankelijk-beschermend patroon kunnen opmerken: “U beschermt uw vrouw op een manier die haar remt, maar anderzijds bent u er knap in om van uw man meer bescherming te krijgen dan nodig is”.

Het partnersubsysteem moet een grens hebben die het beschermt tegen de inmenging van vragen en eisen van andere systemen. Vooral als er kinderen zijn moet het paar een eigen psychosociaal territorium hebben, een toevluchtsoord waar zij elkaar emotioneel kunnen steunen. Als de grenzen te star zijn kan het systeem onder stress komen te staan door hun isolement. Als de grenzen te vaag zijn kunnen andere subsystemen zoals schoonfamilie of kinderen inbreuk maken op het subsysteem van het echtpaar.

Eenvoudig gezegd: man en vrouw moeten bij elkaar hun toevlucht kunnen zoeken tegen de vele eisen die het leven hen stelt. Een therapeut moet zo nodig de grenzen rond dit subsysteem beschermen.

Het subsysteem van de ouders

Bij de geboorte van een kind moet het partnersubsysteem gaan differentiëren omdat het nu ook moet zorgen voor het kind zonder dat daarbij de wederzijdse steun – die het partnersubsysteem kenmerkt – verloren gaat. Er moet een grens komen die het kind toestaat zijn beide ouders te bereiken terwijl het kind buiten de partnerfuncties wordt gehouden.

Als het kind groter wordt gaat het meer autonomie maar ook meer leiding vragen. Het ouderlijk subsysteem moet zich aanpassen om aan deze vragen tegemoet te kunnen komen. Het kind komt in contact met andere socialiserende factoren. Het ouderlijk subsysteem moet zich aanpassen aan deze nieuwe factoren die een inbreuk kunnen zijn op zijn socialiserende en leidinggevende taak. Als het kind buiten het gezin onder zware stress staat dan kan dit zowel invloed hebben op zijn relatie met zijn ouders als op de transacties binnen het partnersubsysteem.

Het oude onbetwistbare gezag van het oudersubsysteem is grotendeels verdwenen. Ouders van nu hebben een meer flexibele, rationele autoriteit. Ze moeten begrip hebben van de behoeften van hun kinderen in de verschillende ontwikkelingsfasen en de regels die zij stellen kunnen uitleggen. Opvoeden is een heel moeilijk proces dat verandert met de leeftijd van de kinderen. Waarschijnlijk is het altijd min of meer onmogelijk om er zonder schrammen doorheen te komen. Het is essentieel dat men begrijpt hoe moeilijk opvoeden is. Om te kunnen opvoeden moet men kunnen verzorgen, leiding geven en controleren afhankelijk van de ontwikkelingsfase van de kinderen. Volgens Minuchin vereist opvoeden altijd autoriteit: om effectief te kunnen functioneren is het een vereiste dat zowel ouders als kinderen het feit accepteren dat een gedifferentieerd gebruik van autoriteit een noodzakelijk bestanddeel is van het ouderlijk subsysteem. Maar een puber probeert autonoom te worden en te groeien. Dat is zijn recht en zijn plicht en het kan zijn dat een therapeut ziet dat dit een therapeutisch doel is. In deze situaties moet de therapeut in gedachten houden dat alleen een zwak ouderlijk subsysteem teveel inperkende controle uitoefent en dat teveel controle vooral voorkomt als de controle niet effectief is. De therapeut moet het stellen van regels blijven ondersteunen. Het is zijn functie om de subsystemen te helpen bij hun onderhandelingen en hun aanpassing aan elkaar.

Het subsysteem van de kinderen

Binnen dit subsysteem steunen en isoleren kinderen elkaar, maken zij elkaar tot zondebok en leren zij van elkaar. In de wereld van broertjes en zusjes leren kinderen onderhandelen, samenwerken en wedijveren, hoe je vrienden en bondgenoten moet maken, hoe je je gezicht kunt redden als je voor iemand moet onderdoen en hoe je erkenning kunt krijgen voor je vaardigheden. Zij kunnen verschillende wegen opgaan om de uitdagingen aan elkaar te ontlopen en deze posities, reeds vroeg in het subsysteem ingenomen, kunnen bepalend zijn voor de rest van hun leven.

In grotere gezinnen is het subsysteem van de kinderen nog onderverdeeld. De jongeren die nog verzorging nodig hebben en de ouderen die gericht zijn op de buitenwereld.

Als kinderen contact leggen met leeftijdsgenoten buiten het gezin, dan zullen zij dat eerst doen op de manier zoals zij dat met hun broers en zussen deden. Als zij buiten andere manieren leren nemen ze dat mee naar binnen. Wanneer het gezin er een heel aparte stijl op na houdt, dan kunnen de grenzen tussen het gezin en de wereld daarbuiten te star, te rigide worden. Het kind kan het dan moeilijk krijgen om in andere sociale systemen te worden opgenomen. Enige kinderen ontwikkelen al vroeg een gedrag dat aangepast is aan de volwassenen. Zij kunnen moeilijkheden ervaren in het ontwikkelen van autonomie, in het kunnen delen, samenwerken en wedijveren met anderen.

De therapeut moet het recht van het kind op autonomie ondersteunen zonder af te doen aan het recht van de ouders. Soms is hij tolk tussen de ouders en de kinderen. Soms zal hij een subsysteem moeten helpen om duidelijke maar overschrijdbare grenzen te trekken naar de buitenwereld toe en andersom als het kind gevangen zit in een  web van overdreven gezinsloyaliteit zal de therapeut als brug fungeren tussen het kind en de buitenwereld.

Aanpassing van het gezin aan de druk van buiten en de druk van binnen

Om op deze druk te kunnen reageren is vaak een transformatie nodig van de posities van de gezinsleden ten opzichte van elkaar. Het gezin als geheel bewaart ondanks deze transformaties zijn continuïteit. Kenmerkend voor een overgangsproces zijn gevoelens van angst en een gebrekkige differentiatie waardoor het proces vaak gezien wordt als pathologisch. Dit is onterecht. Het gezin, het systeem heeft te kampen met een nieuwe situatie. De nadruk moet liggen op het overgangsproces waar het systeem zich in bevind. Het systeem moet beschouwd en behandeld worden als een gewoon gezin in een overgangssituatie, met alle narigheid die het aanpassen aan nieuwe situaties met zich meebrengt. De therapeut kan er op vertrouwen dat het systeem hulpbronnen kan mobiliseren binnen het systeem zelf die voor een transformatie zorgen.

Het woord pathologisch reserveert de therapeut voor systemen die in stress-situaties de rigiditeit van hun transactiepatronen verhogen en die het exploreren van alternatieven weerstaan of vermijden. In deze systemen moet een therapeut een acteur worden in het gezinsdrama. Hij moet tijdelijke coalities aangaan met gezinsleden om het bestaande systeem uit het lood te brengen zodat er een nieuw evenwicht bereikt kan worden.

In een volgende blog-post staat een beschrijving van de vier bronnen van stress die een gezinssysteem kunnen overbelasten en hoe de therapeut daar volgens Minuchin mee om moet gaan.

 

3 reacties

Opgeslagen onder Systeemtherapie

Jongen met autisme gaat tegen pesters in

Een van de moeilijkste dingen om te doen is om een pester te confronteren. Nog moeilijker is het om het op zo’n manier te doen dat het probleem niet erger wordt.

Dit maakt wat Jake hier doet buitengewoon. Tijdens een gymles gaat hij in tegen de pesters van zijn klas. Deze dappere daad werd gefilmd als onderdeel van een campagne tegen het pesten in de VS.

Hij zegt: “Eh….ik geloof niet dat jullie mij zien voor wie ik ben. Ik denk dat jullie mij zien als een doelwit. Jullie houden mij overal buiten….besteden geen aandacht aan mij of aan wat ik zeg.”

“Ik probeer jullie vriend te zijn, maar jullie proberen niet om mijn vriend te zijn”, vervolgt hij: “en dat geeft echt een rot gevoel”.

Sinds de film is opgenomen gaat het veel beter met hem zegt hij: “Pesten had een belangrijke invloed op mijn leven maar sinds het filmpje heb ik een heleboel vrienden”. Hij adviseert andere kinderen met autisme die gepest worden om te proberen te zeggen dat de pesters moeten stoppen en als dat niet werkt om op een volwassene af te stappen. “Dit lijkt moeilijk omdat wij minder goed tegen spanning kunnen dan andere kinderen, maar je komt er doorheen en dan zul je ontzagwekkend zijn – wat je al bent!”

‘Awesome’! Ontzagwekkend!

Kijk zelf hoe Jake dit doet.

 

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Opvoedkunde

Mindfulness helpt bij stress

Bekijk dit ontzettend leuke en leerzame filmpje:

Meer over stress op dit blog hier.

2 reacties

Opgeslagen onder Psychologie en boeddhisme