Tagarchief: klimaatpsychologie

Verslaafd

Leuke cartoon van Anabella Meijer – kanai.nl

 

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie en klimaat

Opwarming van de aarde is een systemisch probleem

Milieujournalist Richard Heinberg is op de systeemtheoretische toer net als ik zelf als therapeut. Hij wordt geciteerd in de laatste nieuwsbrief van Jelmer Mommers*, dè milieuman van De Correspondent en beide journalisten bevinden zich in goed gezelschap. Een klein stukje uit Mommers nieuwsbrief:

‘We must restrain ourselves,’ schrijft Heinberg, ‘like an alcoholic foreswearing booze. That requires honesty and soul-searching.’ Op De Correspondent hebben denkers als Naomi Klein en paus Franciscus dat eerder ook bepleit.

Zoals u weet gaat het bij ‘soul-searching’ om een diepe en noodzakelijke beschouwing van onze emoties, motieven en de juistheid van ons handelen. Wij zullen volgens Heinberg net zoals de alcoholist moeten gaan matigen willen we prettig kunnen blijven leven op deze planeet.

Heinberg heeft een manifest geschreven: ‘There is no app for that’. Hij is Senior Fellow van het Post Carbon Institute en wordt in het algemeen beschouwd als een van de voornaamste bepleiters van de noodzaak om af te stappen van fossiele brandstoffen.

Ook Mommers vraagt zich af hoe wij opnieuw kunnen leven binnen de draagkracht van de aarde. Een deel van het antwoord is voor hem onvermijdelijk nl. dat de rijkste consumenten hun impact moeten verkleinen. Maar ook de gemiddelde Nederlander vervuilt en verbruikt alsof er 3,6 aardes zijn, stelt Babette Porcelijn in haar boek: De verborgen impact.

Het probleem is dat we het grootste deel van de impact die we veroorzaken niet zien. En bij het leren waarnemen en het matigen is de ‘soul-searching’ dus nodig.

Ik besloot om eens diep in het artikel van Heinberg te duiken en vooral ook om het filmpje te bekijken dat bij het artikel en het manifest hoort. In 2 minuten krijg je een uitleg over welke rol de technologie heeft gespeeld en in de toekomst nog spelen kan bij het oplossen van problemen. Mooi gemaakt en indrukwekkend!

Wat wij niet zien is dat we voorbij gaan aan onszelf

De kern van het ecologische probleem zit ‘m volgens Heinberg niet in de opwarming van de aarde zelf. Het probleem zit ‘m in de ‘overshoot’, ‘het voorbij gaan aan’, ‘het voorbijstreven van’ waar wij als mensen mee bezig zijn, waarbij de opwarming van de aarde een symptoom is.

Het voorbij gaan aan onze diepere trauma’s, onze werkelijke behoeften en gevoelens is ook in psychologisch opzicht natuurlijk een van de grootste oorzaken van allerlei problemen, denk aan stress, depressie, angst, ‘burn out’, enz. Andere oorzaken van psychische symptomen zitten volgens systeemdenkers o.a. in de manier waarop we met elkaar omgaan. Ook daar staan we vaak niet bij stil en streven we aan voorbij.

‘Overshoot’, het voorbijstreven, is volgens Heinberg een systemisch probleem en dat zit zo: De laatste anderhalve eeuw hebben de enorme hoeveelheden goedkope energie uit de fossiele industrie, de groei, de productie en de consumptie mogelijk gemaakt wat leidde tot overbevolking, vervuiling, verlies van de natuurlijke leefomgeving en verlies van biodiversiteit. Het systeem van de mensheid breidde zich enorm uit en ging ondertussen voorbij aan de lange termijn vermogens van onze aarde. We hebben de ecologische systemen waar we afhankelijk van zijn, van streek gemaakt.

Zolang we deze systemische onbalans niet echt begrijpen en aanpakken zullen symptomatische oplossingen zoals het tegengaan van vervuiling, het redden van bedreigde diersoorten en het voeden van een groeiende bevolking met genetisch gemodificeerde gewassen, niet meer zijn dan een reeks eindeloze pleisters op de wonden die te weinig effect hebben.

De milieubeweging van de jaren ’70 van de vorige eeuw profiteerde nog van het denken in systemen. Deze manier van denken was toen in de mode en de wetenschap die de wisselwerking tussen organismen en hun omgeving bestudeerde, de ecologie, was op zichzelf een systemische wetenschap. Alle vooraanstaande ecologen zagen het milieu, de maatschappij en de mensheid als ten diepste met elkaar verbonden.

Maar naarmate de opwarming van de aarde als onderwerp is gaan domineren, lijken de systemische verbanden te zijn vervaagd. Opwarming en ecologische problemen zoals overbevolking, vervuiling, uitsterven van soorten, verlies van gezonde bouwgrond en schoon drinkwater worden nu veel meer als los van elkaar bekeken. Waarom is dit?

Zijn klimaatwetenschappers gaan denken dat het denken in systemen te moeilijk is voor beleidsmakers? Denken ze dat ze het niet kunnen maken om te zeggen dat ons hele economische systeem moet veranderen? Is het misschien gemakkelijker om te zeggen dat er een probleem is met vervuiling en dat daar technische oplossingen voor zijn? Is het misschien gemakkelijker om de daarmee samenhangende problemen (overbevolking, biodiversiteit, enz.) dan maar op de achtergrond te plaatsen?

Beleidsmakers en industriëlen blijven liever in dezelfde ‘mind-set’

Het antwoord op deze vragen moet wel ‘ja’ zijn. Als klimaatverandering namelijk gezien wordt als een losstaand probleem waar een technische oplossing voor is, dan kunnen beleidsmakers en economen op de voor hen bekende terreinen blijven opereren. Ze hoeven hun ‘mind-set’ niet te veranderen. Technologische oplossingen als zonne-pannelen, windmolens, kernenergie, batterijen, elektrische auto’s, en als alles faalt het beïnvloeden van de kracht van de zon via atmosferische aerosolen, vereisen een zelfde manier van denken als financieel investeren of industrieel produceren. Systemisch denken is daarvoor niet vereist.

Men hoeft dan niet in te zien hoe menselijke systemen werken op het systeem aarde. Het enige waar de beleidsmakers zich dan mee bezig hoeven houden is het transplanteren van investeringen, het geven van bepaalde opdrachten aan andere ingenieurs en beleid maken zodanig dat de nieuwe banen in de groene industrie compenseren voor het verlies van banen in de fossiele industrie.

Deze ‘techno-fix’ strategie veronderstelt dat we op een zeker moment in de toekomst in staat zullen zijn om een systeemverandering te installeren en dat het probleem van de opwarming en alle andere symptomatische crises opgevangen kunnen worden met een of andere techniek. Deze manier van denken komt beleidsmakers en investeerders bekend voor. Iedereen houdt van techniek. Techniek lost bijna alle problemen op: ziektes, voedseltekorten, vervoer, enz. enz. Waarom zou techniek niet ook de opwarming van de aarde kunnen oplossen?

Technologische oplossingen zijn te oppervlakkig en de technocraat is allergisch voor vermindering van groei

Heinberg heeft zich maandenlang samen met wetenschappers beziggehouden met technische oplossingen. Hun conclusie is dat kernenergie te duur en te riskant is en dat zon- en wind energie – als zij een grote hoeveelheid van het totale gebruik aan elektriciteit voor haar rekening wil nemen – drie grote strategische problemen moeten oplossen: de overtollige productie van energie, de opslag van energie en de aanpassing aan de vraag. Tegelijkertijd moeten de industriële landen ten aanzien van het gebruik van energie geheel overstappen op elektriciteit.

Deze energietransitie wordt een enorme onderneming, ongekend in zijn vereisten ten aanzien van het investeren en het vervangen. Als je de grootte van de transitie goed beschouwd dan zie je niet hoe onze huidige energieproductie gehandhaafd kan blijven.

De grootste horde die dus genomen moet worden is de schaal! Alleen als de enorme hoeveelheid energie die de mensheid nu gebruikt, aangepakt wordt is de kans op een weg naar een post-carboon tijdperk geloofwaardig.

Het verminderen van energiegebruik betekent een vermindering van industrie, van fabricage, van transport, van afval, enz. enz. En dàt is een systemische interventie. Een interventie waar de ecologen van de jaren ’70 in de vorige eeuw toe opriepen: “Reduce, re-use and recycle”. Ook de bevolkingsaanwas moet verminderen. En hier raken we aan de kern van het probleem en juist voor de interventie van het verminderen, het matigen, zijn technocraten, industriëlen en investeerders op een kwaadaardige manier allergisch.

Het ecologische betoog is in essentie een moreel betoog

Elke systeemdenker die begrijpt wat ‘voorbij gaan aan en voorbijstreven’ betekent en die ‘consuminderen’ voorschrijft als behandeling, is in feite bezig met de behandeling van verslavingsgedrag. Onze maatschappij is verslaafd aan groei en dat heeft verschrikkelijke gevolgen voor de planeet en als gevolg daar weer van, voor ons zelf. We moeten ons collectieve en ons individuele gedrag veranderen en iets opgeven waar we afhankelijk van zijn: de macht over onze omgeving. We moeten leren matigen net als de alcoholist en daar is eerlijkheid en ‘soul-searching’ voor nodig.

De milieubeweging kwam in de jaren ’70 nog wèl met het morele betoog en het werkte tot op zekere hoogte. De bezorgdheid over de snelle bevolkingsgroei bijvoorbeeld leidde in de hele wereld tot geboortebeperking. Bezorgdheid over biodiversiteit en vervuiling van lucht en water leidde tot regulering.  Maar het was niet genoeg.

Sommige milieu theoretici, de eco-modernisten hebben het morele gevecht laten vallen. Hun rechtvaardiging daarvoor is dat mensen een blijmoedige toekomst-visie willen en niet een die om opoffering vraagt. Alleen de techniek biedt hoop denken zij nu.

Het punt van Heinberg is dat zelfs als een moreel betoog van milieuactivisten faalt, de techniek ons niet gaat redden. Volgens hem zal zèlfs een reusachtige investering in de nieuwe technologie ons niet redden of het nu om kernenergie of om zonne-energie gaat. Techniek biedt geen hoop.

Het goede nieuws

De morele milieubeweging is tekortgeschoten omdat het niet in staat was om het kernprincipe van de industriële maatschappij te veranderen. Dat kernprincipe is: het voluit gaan voor groei ten koste van alles. Het kern-principe is het geloof in ‘groei-isme’. Als we hier niet overheen komen betekent dit niet alleen het falen van de milieubeweging maar ook het falen van de beschaving.

Het goede nieuws is echter dat systemische veranderingsprocessen fractaal van aard zijn. Dit houdt in dat systemische verandering handeling vereist op verschillende niveau’s tegelijk. We kunnen op individueel zowel als op gemeenschappelijk niveau in actie komen. Op individueel niveau kunnen we ons gedrag bijstellen. We hoeven niet te wachten op een catharsis op globaal of nationaal niveau. Zelfs als onze individuele pogingen de consumptiemaatschappij niet redt dan kunnen ze in ieder geval een zaadje planten van een mensheid die waardig is om te overleven.

En het andere goede nieuws is dat als wij mensen er voor kiezen om te minderen zowel in aantal als in consumptie dat dan de technologie ons kan ondersteunen. Techniek kan onze voortgang bij het minderen begeleiden, ook simpele technische middelen kunnen helpen en sommige technologie kan ons zelfs helpen bij het herstel van ecosystemen. Maar het zijn niet de machines die de belangrijkste keuzes zullen maken en ons op een duurzame weg zullen zetten. Dat zal een systemische verandering die geleid wordt door een moreel ontwaken wèl doen. En dat is niet alleen onze enige hoop, het is de enige hoop die we ooit gehad hebben.

Over het matigen van de grote verschillen tussen arm en rijk 

Graag voeg ik aan Heinberg’s artikel en systemische analyse van de milieuproblematiek iets toe. Wat ik mis in zijn pleidooi is dat het vooral de rijken en de rijke landen zijn die reusachtige hoeveelheden fossiele energie gebruiken en dat het vooral de rijke landen zijn die moeten matigen. Jelmer Mommers van De Correspondent benoemt dit wèl expliciet.

Ook in een volgende nieuwsbrief van Mommers* is bijvoorbeeld te lezen dat de Guardian- columnist George Monbiot heel duidelijk het kapitalistische systeem aanwijst. Echt praten over klimaatontwrichting is het hele systeem waarin we leven ter discussie stellen. Monbiot:

‘It is to challenge the very basis of capitalism; to inform us that our lives are dominated by a system that cannot be sustained – a system that is destined, if it is not replaced, to destroy everything.’

Naomi Klein heeft het over het roofkapitalisme dat mens, dier en klimaat vermorzelt en over het ‘ecocidale’ kapitalisme, het kapitalisme dat de natuurlijke omgeving verwoest. Lees vooral haar verslag van het inspirerende verzet tegen de oliepijpleiding bij het indiaanse reservaat Standing Rock in Noord-Amerika: Een jaar na Standing Rock is het verzet tegen Donald Trump springlevend.

Uit de serie Faces of Standing Rock van fotograaf Mico Toledo

Verbetering van de positie van vrouwen, minder armoede en betere verkrijgbaarheid van voorbehoedsmiddelen kunnen veel betekenen bij het afremmen van de overbevolking. Wanneer milieudeskundigen eenzijdig wijzen naar overbevolking in arme landen, wat Heinberg overigens niet doet, dan moeten we op onze hoede zijn want het klimaatprobleem wordt nu juist veroorzaakt door de rijke landen, door bedrijven zoals Shell en ExxonMobile die veel belang hebben bij onze verslaving aan hun producten. Het gaat hier om bedrijven waar arme mensen in arme landen veelal het slachtoffer van zijn.

Heinberg heeft het er over dat milieudeskundigen het niet meer aandurven om te adviseren dat het hele economische systeem moet veranderen maar hij noemt in zijn artikel het systeem niet bij naam. Bij een systemische aanpak hoort denk ik ook dat we man en paard noemen. Het gaat om het kapitalistische systeem dat de grote verschillen tussen arm en rijk veroorzaakt, een systeem waarbij de productiemiddelen in handen zijn van grote bedrijven die winstmaximalisatie als doel hebben. Laat het duidelijk zijn dat vooral dit onder het ‘groei-isme’ valt. In zijn manifest ‘There’s no app for that’ noemt Heinberg de ongelijkheid tussen rijk en arm wel als problematisch maar hij meent dat dit probleem ons afleidt van de ecologische aspecten die daar toe bijdragen. In dit deel van zijn betoog mis ik dus iets.

De milieubeweging moet volgens mij hand in hand gaan met de vredesbeweging en de strijd tegen de ongelijkheid tussen rijk en arm, mannen en vrouwen, wit en zwart om het systeem van het ‘ecocidale’ kapitalisme te veranderen. Dit alles bij elkaar valt volgens mij onder het moreel ontwaken waar Heinberg het over heeft en wat onze enige hoop is.


*Je kunt de nieuwsbrief van Jelmer Mommers ontvangen als je abonnee bent van De Correspondent.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Opvoedkunde, Persoonlijk en politiek, Psychologie en klimaat, Systeemtherapie

Klimaatparadox

‘Caring about climate change: it’s time to built a bridge between data and emotion’, is de titel van een artikel uit The Guardian. Het is van de wetenschapper en schrijver Ketan Joshi die constateert dat de communicatie vanuit de klimaatwetenschap nog steeds onvoldoende leidt tot motivatie om in actie te komen tegen de opwarming van de aarde. Misschien helpen de blauwe lijntjes in onderstaande grafiek erbij. Deze lijntjes zijn er onlangs aan toegevoegd om gegevens uit de klimaatwetenschap meer te verbinden met het leven van mensen.

De toekomst komt al wat minder ver van ons af te staan als we simpelweg bedenken dat de kinderen die we nu kennen, nog zullen leven in die toekomst en dat ook zij banen, voedsel, energie en een veilige infrastructuur nodig zullen hebben. Wat we nu doen met betrekking tot de vervuiling en opwarming betekent veel voor die kinderen.

Klimaatparadox

De Noorse psycholoog Per Espen Stokes zocht uit hoe het komt dat mensen zich nog te weinig verbinden met de klimaatproblemen ondanks waarschuwingen vanuit de wetenschap. Mensen denken dat het niet gaat over het hier en nu of over hun, ze denken dat het probleem zich alleen op de noordpool of de zuidpool afspeelt en bij andere mensen. Ze denken: het zal mijn tijd wel duren, anderen zijn er verantwoordelijk voor, niet ik. Hij noemt dit verschijnsel de ‘klimaatparadox’; een tegenstrijdige relatie tussen wetenschappelijke informatie en de zorg om het klimaat. Mensen nemen van wetenschappers nog wel aan dat het een belangrijk onderwerp is maar niet dat zij zelf de oorzaak zijn van de problemen.

Op het terugtrekken van Trump uit de Parijse afspraken volgde een bijna wereldwijd afkeuren en de media nemen momenteel meer afstand van de klimaat-ontkenners. Misschien is dit wel hèt moment voor klimaatwetenschappers. Zij werken er hard aan om hun boodschap te humaniseren, om meer verbanden te leggen met persoonlijke ervaringen van mensen en met de generaties die te maken krijgen van onze besluiten van nu. Trump zou wel eens de katalysator kunnen worden van een nieuw tijdperk met veel klimaatacties.

Misschien is de tijd aangebroken dat er een richting gevende verbinding ontstaat tussen het wetenschappelijk onderzoek en onze verantwoordelijkheid voor toekomstige aardbewoners die moeten leven in een atmosfeer die wij op dit moment injecteren met gigatonnen aan broeikasgassen. Het verbinden van de cijfers uit de wetenschap met een gevoel voor de volgende generaties kan misschien werken als een tegengif tegen de ‘klimaatparadox’.

Hallo Dampkring

Op Terschelling speelden onlangs kinderen voor een volwassen publiek een gezongen toneelstuk over de opwarming van de aarde. Hun eigen teksten zijn op muziek gezet in de vorm van een requiem. Deze voorstelling van Theater Artemis draagt vast en zeker bij aan een verbinding van wetenschappelijke feiten met verantwoordelijkheidsgevoelens van de mensen nu. De voorstelling ontroert, maakt echt contact en spreekt aan op een gevoelsniveau. Na het zien er van zul je echt wel stoppen met het verloochenen van je verantwoordelijkheid voor volgende generaties.

Theater Artemis – Hallo Dampkring – Oerol 2017 © Moon Saris

Ze zijn niet gek, ze zijn niet radicaal, ze hebben het begrepen

Hoe hard het nodig is om tot actie komen wordt nog eens goed uitgelegd door Jelmer Mommers in de Correspondent.

Als je alleen maar denkt aan de uitstoot van broeikasgassen dan zul je misschien verwachten dat we het klimaatprobleem hebben opgelost als we stoppen met de verbranding van fossiele energie, met  alle veeteelt en alle boskap. Maar het probleem is dat het voornaamste broeikasgas CO2 nog tientallen jaren in de atmosfeer achterblijft. Dus ook al stoppen we met uitstoten nu, het broeikasgas blijft hangen. De vraag is dus hoe snel moet de uitstoot dalen om een concentratie te bereiken die ons nog een redelijke kans geeft op een veilig leefklimaat over een eeuw of twee?

De concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer is nu al gevaarlijk hoog. Volgens de beste inschattingen van klimaatwetenschappers is een CO2-concentratie van 350 ppm (‘parts per million’) nog veilig; dan veranderen we het klimaat niet op een gevaarlijke manier. Maar we zitten inmiddels al een tijdje boven de 400 ppm. 

Er wordt aan gewerkt door wetenschappers maar we weten nog niet of we CO2 op grote schaal uit de atmosfeer kunnen halen. Zolang we doorgaan met uitstoten, vlees eten en bossen kappen leven we op de pof en nemen we een enorme gok.

We ontwrichten het klimaat al sinds de industriële revolutie. De gevolgen zien we inmiddels overal ter wereld en die zullen veel ernstiger worden naarmate we langer treuzelen met een streng klimaatbeleid. Dat is de reden dat mensen die zich zorgen maken over het klimaat vaak een alarmistische houding hebben. Ze zijn niet gek, niet radicaal, ze hebben het begrepen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologie en klimaat

Wat voor schepselen zijn wij?

Dit is een brede vraag. Maar het is wel een belangrijke vraag in ons tijdperk van het antropoceen. Een nieuw en gevaarlijk geologisch tijdperk waarin de macht van de mens zo groot is geworden dat deze in staat is om het leven op aarde te vernietigen.

Hierover schrijft Clive Hamilton in The Guardian, schrijver van het boek: ‘The defiant earth’. De uitdagende aarde.

Wat voor schepselen zijn wij? Zijn wij rivalen geworden van de natuur? Het lijkt er op dat we zo krachtig zijn dat we het natuurlijk verloop van de aarde kunnen veranderen maar we zijn niet in staat om onszelf te reguleren. We gaan eigenlijk gewoon op de oude voet verder.

Sommige mensen vinden het een absurd idee dat wij onszelf zouden zien als een geologische kracht van betekenis. De mens zou te nietig zijn om het klimaat te kunnen veranderen.

Weer andere mensen denken dat de aarde en de evolutie iets is waar God over gaat waardoor het vrijpostig of zelfs godslasterlijk zou zijn om te denken dat wij mensen zò almachtig zouden zijn dat we de aarde kunnen veranderen.

Sociale wetenschappers zijn met mensen bezig en daar geheel door in beslag genomen. Zij zijn niet bezig met de aarde. Dat mensen op de eerste plaats staan en niet de aarde of de natuur of het klimaat komt ook door de media die de ecologische crisis zien als een verschijnsel dat ver van ons af staat. Niet iedereen is het daar mee eens natuurlijk.

Om de schaal van de gebeurtenissen op aarde te kunnen bevatten moeten we niet alleen uit onze ‘mens bubbel’ komen maar moeten we een denkstap maken richting het ‘aarde-systeem denken’. We moeten de aarde gaan zien als een complex en dynamisch systeem.

Het is één stap om te bedenken dat wij mensen het landschap, de oceanen en de atmosfeer beïnvloeden maar het is een andere stap om te begrijpen dat onze activiteiten het functioneren van de aarde als geheel, als complex, dynamisch en voor eeuwig evoluerend systeem verstoort; het is een extra denkstap om onze aarde te zien als een systeem van talloze in elkaar grijpende processen. Het gaat hier om het systeemdenken dat mij als systeemtherapeut natuurlijk aan het hart gaat.

Als je nagaat dat paleo-klimatologen met een redelijke waarschijnlijkheid kunnen voorspellen dat de volgende ijstijd zal  plaatsvinden over 50.000 jaar, maar dat deze ijstijd waarschijnlijk onderdrukt zal worden door de kooldioxide die millennia lang in de atmosfeer zal blijven dankzij de menselijke activiteiten van de 20e en 21e eeuw, dan sta je toch wel even stil bij de impact die wij mensen hebben. Dan mogen we toch wel eens opnieuw gaan nadenken over onze geschiedenis en maatschappij en iets verder kijken dan onze neus lang is.

Hoe is het toch mogelijk dat ondanks de grote hoeveelheid wetenschappelijk bewijs over het antropoceen en de enorme gebeurtenissen die zich momenteel voltrekken, wij niet voldoende in staat zijn om hier op een passende manier op te reageren?

De ecologische rampen van nu hebben nog te vaak een verdovend effect, vooral op opiniemakers en politieke leiders. De grootste tragiek is eigenlijk de afwezigheid van een gevoeligheid voor de tragiek. De onverschilligheid over de verstoring van het systeem aarde van veel mensen zou je kunnen toeschrijven aan foute denkwijzen of aan psychologische zwakte maar dit lijkt niet voldoende om te verklaren waarom we ons aan de rand van een afgrond bevinden. Hoe kunnen we ons falen begrijpen? Hoe krijgen we in de gaten waar we voor staan?

Een paar jaar nadat de tweede atoombom viel op Nagasaki (de eerste viel op Hiroshima) schreef Kazuo Ishiguro een roman over de mensen van Nagasaki waarin de bom zelf nergens genoemd wordt maar waarin de schaduw er van over iedereen heen viel. De schaduw van het antropoceen zal ook over ons allen heen vallen.

Er worden boeken geschreven door intellectuelen over de toekomst van onze wereld maar de ecologische crisis wordt niet genoemd. Er wordt geschreven over de opkomst van China, over botsende beschavingen en over machines die de wereld gaan overnemen alsof klimaatwetenschappers niet bestaan. Er wordt uitgekeken naar een toekomst waar de meest in het oog springende feiten uitgehaald worden. Er is sprake van een groot stilzwijgen.

Hamilton had een etentje met een eminente psychoanalyticus die over allerlei onderwerpen met verve sprak maar die stil viel toen het over de opwarming van de aarde ging. Hij had niets meer te zeggen. Voor de meeste intellectuelen is het alsof de voorspellingen van aardwetenschappers zo  ongerijmd zijn dat je deze het best maar kunt negeren.

Misschien wordt de intellectuele overgave veroorzaakt doordat de krachten waarvan men verwachtte dat die de wereld meer beschaving zouden brengen, krachten zoals persoonlijke vrijheden, democratie, materiële en technologische vooruitgang, dat juist die krachten de weg vrijmaken naar de ondergang. Het gaat om krachten waar we op vertrouwden die ons verraden; datgene waarin we geloofden en wat ons zou redden, dreigt ons te vernietigen.

Hamilton had aan dit rijtje krachten volgens mij ook het geloof in de privatisering kunnen toevoegen. Volgens mij zijn persoonlijke vrijheden en de democratie niet zozeer het probleem maar eerder de kapitalistische oligarchie waar een tendens tot dictatuur in zit. Kijk naar Trump, Poroshenko, enz. Die zijn eerder het probleem. Die moeten gereguleerd worden.

Sommigen lossen volgens Hamilton de spanning op door de bewijzen voor de opwarming ter zijde te leggen, anderen denigreren de roep om het gevaar ervan te willen keren door het te bestempelen als een verlies van vertrouwen in de mensheid alsof de zielsangst om de aarde een of andere romantisch waanidee is of een bijgelovige vorm van terugval.

Aardwetenschappers blijven ons achtervolgen, ze dagen steeds weer op terwijl wij gehaast verder gaan met ons leven om af en toe geërgerd even om te kijken en ons te beroepen op de Heilige Vooruitgang.

Vandaag, 9 juni 2017, hoop ik op het symposium ‘Klimaatstemmingen’ georganiseerd door de Stichting Psychiatrie en Filosofie om wat intellectuele inspiratie op te doen en te leren over de psychologische effecten van klimaatverandering.

Voor meer over klimaatpsychologie zie mijn bericht: Bewustzijn van het ‘double bind’ probleem is belangrijk.

1 reactie

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie en klimaat

Bewustzijn van het ‘double bind’ probleem is belangrijk

Het is belangrijk voor ons allemaal; maar misschien vooral voor politici. Dit bewustzijn kan ons helpen om het opwarmen van de aarde tegen te gaan, om in een schoon milieu en stabiel klimaat verder te leven.

Jelmer Mommers, Correspondent Klimaat en Energie beschrijft de ‘double bind’ in een artikel voor De Correspondent. Het artikel gaat voor een groot deel over een ontdekking van de Amerikaanse klimaatpsycholoog Renee Lertzman; mensen blijken lang niet zo apathisch over de klimaatopwarming te zijn als we denken. Het echte probleem is volgens haar de machteloosheid. Mensen worden gek en machteloos door de waarschuwende boodschappen over het klimaat enerzijds en de oproep om te consumeren anderzijds, ze worden gek van de ‘double bind’. Lertzman hield hier in Nederland onlangs een lezing over. Mommers interviewde haar. Hieronder een bewerking van zijn artikel.

‘Double bind’ betekent letterlijk dubbele binding en is een dilemma in de communicatie, waarbij een individu (of groep) twee of meer tegenstrijdige boodschappen ontvangt waarbij de ene boodschap de andere ontkent. Het is een toestand waarin adequaat reageren op de ene boodschap, betekent dat je in gebreke blijft ten aanzien van de andere boodschap, en omgekeerd. Je zit altijd fout: ‘You are damned if you do and damned if you don’t’.

Het begrip werd voor het eerst gebruikt door de Amerikaanse filosoof en psycholoog Gregory Bateson. Hij gebruikte het om de toestand te beschrijven waarin kinderen komen als ze van hun ouders de boodschap meekrijgen om iets niet te doen en vlak daarna om datzelfde juist wèl te doen. Wat je ervaart in de ‘double bind’ is gespletenheid en incoherentie. Met machteloosheid tot gevolg.

De ontvanger van een ‘double bind’ boodschap kan geen commentaar leveren op het conflict, kan het niet oplossen en zich ook niet aan de situatie onttrekken.

Dit is precies wat schilder, schrijver, criticus, John Berger in de BBC serie ‘Ways of seeing’ uit 1972 nu juist wèl doet. Hij levert wel degelijk commentaar op het conflict waarin we terecht komen. Hoe kwellend het is om in een gesplitste werkelijkheid te leven wordt goed duidelijk in dit stukje film uit de vierde aflevering van deze serie. Een indrukwekkend stukje film.

Graaievangelie

Lertzman doet onderzoek naar de psychologische mechanismen van mensen om met milieukwesties en klimaatverandering om te gaan. Het collectieve onbewuste van de mensen kan door de ‘double bind’ gefragmenteerd en gekweld raken waardoor ze geneigd zijn om afstand te nemen tot een onderwerp zoals klimaatopwarming.

Jelmer Mommers geeft in zijn artikel een actueel voorbeeld van twee tegenstrijdige verhalen over de werkelijkheid rond het klimaat waar je een gespleten gevoel aan over houdt. Deze twee advertenties hingen de afgelopen weken zij aan zij op stations in Nederland.

Links een afbeelding van een boom met de tekst: ‘Als we de aarde kunnen opwarmen, kunnen we haar ook weer afkoelen.’ Het is een aansporing om iets voor het klimaat te doen: stuur een sms’je en je helpt bomen aanplanten.

Rechts een advertentie over de snelle treinverbinding tussen station Rotterdam en luchthaven Brussel. ‘Vlieg ver, vertrek vlakbij!’

cwbl75txgaalnzw

De meeste mensen zullen aanvoelen dat deze twee advertenties tegenstrijdig zijn. Met één sms’je kun je de klimaatimpact van een verre vlucht niet compenseren. Belangrijker: je kunt niet tegelijkertijd leven in een wereld waar je je serieus inzet tegen klimaatverandering én in een wereld waarin je zorgeloos je vakantie tegemoet vliegt. Die twee gaan niet samen.

Het graaievangelie (mooi woord voor de boodschap van dit soort advertenties, bedacht door Arjen van Veelen, een collega van Mommers) gaat niet helpen bij de oplossing van het klimaatprobleem. Hier een voorbeeld van het graai-evangelie van Tele 2.

tele2-omdat-bericht

Eigenlijk zeggen dit soort advertenties: begin niet aan dat verhaal over het verlies van ons stabiele leefklimaat. Maar als we er niet aan beginnen betalen we dit o.a. met een complex van conflict en schuld. Het is volgens Lertzman moeilijk om je in deze tijd helemaal niet bewust te zijn van het feit dat er iets mis is met het klimaat. Ze gelooft ook niet dat mensen totaal afgehaakt zijn. Het milieuprobleem is op de achtergrond aanwezig maar het voelt voor de meeste mensen als een terrein dat je niet kunt betreden. Het is te veel. Het is overweldigend. Er is al teveel mis.

Er lijkt op het moment nog sprake te zijn van een collectieve en onbewuste overeenstemming om niet te kijken naar de implicaties van de klimaatopwarming. Er is een enorme weerstand maar het is niet zo dat het de mensen niets kan schelen.

Een verlangen naar een tijd dat dingen eenvoudiger waren

Lertzman verkent al sinds 1986 het terrein tussen het milieu en de menselijke psyche. Ze volgde destijds als student een vak over milieuwetenschap. Wat ze leerde over de menselijke invloed op het milieu en het klimaat vond ze vreselijk. Traumatisch zelfs. Iets later begon ze zich in de psychologie te verdiepen. Tot haar verbazing waren het onderzoek naar de menselijke psyche en het milieu totaal gescheiden.

Ze begon zelf onderzoek te doen. Haar belangrijkste nieuwe inzicht, verkregen door middel van diepte-interviews (voor een promotieonderzoek) die ze tussen 2006 en 2009 voerde met bewoners van de geïndustrialiseerde staat Wisconsin in de VS, is dat mensen zijn niet zo apathisch zijn als het lijkt. Hun bezorgdheid is begraven onder een diepe laag van machteloosheid.

Ze stralen misschien uit dat het milieu of het klimaat ze ‘niets kan schelen,’ maar dat is vooral een beschermingsmechanisme. Het is een houding die mensen zich onbewust aanmeten als ze wel een gevoel van verlies ervaren, maar niet het gevoel hebben dat ze daar iets aan kunnen doen.

In haar boek ‘Environmental Melancholia: Psychoanalytic Dimensions of Engagement’, schrijft ze: ‘apathy is a psychic defence for managing intolerable primitive anxieties and is the result of a peculiar combination of helplessness, fear and omnipotence.’ Mommers schrijft in zijn artikel dat Lertzman in Wisconsin o.a. melancholie aantrof:

een onbestemd gevoel van verlies, een verlangen naar een tijd dat dingen eenvoudiger waren, dat de seizoenen nog ‘gewoon’ waren. Totale ontkenning van klimaatverandering is ook een manier om aan die tijd vast te houden. Net als apathie is ontkenning dus een strategie: het is een manier om de zorgwekkende implicaties van klimaatverandering buiten te sluiten.

Psychoanalyse en praten

De psychoanalyse heeft volgens de klimaatpsycholoog een heel inzichtelijke en fijnzinnige manier om te beschrijven hoe onbewuste verdedigingsmechanismen werken. Ze vindt het nog steeds vreemd dat niet meer mensen zich hierin verdiepen. ‘Mensen lijken te vergeten dat ontkenning een klinisch concept is dat lang geleden is beschreven door psychoanalisten.’

In haar boek heeft ze het naast ontkenning ook over verloochening. Verloochening is volgens haar verraderlijker; het is het selectief overeenstemmen om je niet echt met het onderwerp te verbinden. Het is ook niet gemakkelijk om de gevolgen van de opwarming van de aarde te overzien. De uitstoot van CO2 is met onze levens verweven. Als mensen het gevoel hebben dat ze iets zullen verliezen als ze de klimaatopwarming echt serieus nemen, zullen ze het onderwerp ontwijken. Het eerste wat mensen denken bij een verlies is: wat betekent dit voor mij? Maar dit afvragen doen mensen onbewust.

We moeten over onze gevoelens praten. In campagnes en verhalen over klimaatverandering moet veel meer ruimte zijn voor ambivalentie en innerlijke strijd. De meeste campagnes over klimaatverandering verhogen het gevoel van urgentie en roepen vervolgens op tot actie. Maar dat werkt niet omdat de meeste mensen dubbelzinnigheid ervaren: gevoelens van conflict, verwarring en ongeloof.

Als je over klimaatverandering praat, komen er ook gevoelens van schuld en schaamte naar boven. Ons eigen gedrag is onderdeel van het probleem, dus natuurlijk voelen mensen zich schuldig. Milieuactivisten moeten mensen helpen om daar doorheen te bewegen. Zolang mensen schaamte voelen, zullen ze zich nergens mee verbinden.

Schuldgevoelens

De grote achterliggende vraag van Lertzman’s werk is: hoe vergroten we de psychische ruimte voor actie? En ze ziet het schuldgevoel als de grootste barrière. Want het schuldgevoel is ondraaglijk. Het is verlammend. En tragisch, omdat het vaak erg privé is. Schuldgevoelens worden vaak verzwegen.

Lertzman denkt dat veel mensen – al dan niet onbewust – met schuldgevoelens zitten over alle kleine en grote dingen die ze voor het klimaat zouden kunnen doen, maar nalaten.

‘Als we dat gevoel meer erkennen, zouden we misschien meer actie zien. Dat zou ik willen onderzoeken. Het wegnemen van schuld en schaamte werkt als het over andere onderwerpen gaat die maatschappelijk zwaarbeladen zijn. Mensen komen in beweging als ze zich niet veroordeeld voelen, als ze zich niet schamen. Dat is steeds opnieuw aangetoond.’

‘Mensen die zich schuldig voelen moet je uitnodigen: vertel het maar. Je moet niet over het gevoel van machteloosheid heen walsen. Een sms-je sturen gaat de planeet niet redden. Daar moet je eerlijk over zijn. Maar richt het gesprek daarna op iets anders: hoe zou het eruitzien als jij meer te zeggen had?  Zo’n gesprek kan ertoe leiden dat mensen zelf iets ondernemen én dat ze zich verbinden aan milieu- en klimaatorganisaties die verandering nastreven. Je hoeft alleen maar naar de geschiedenis te kijken om te zien dat collectieve actie grote impact kan hebben.’

‘We moeten culturen van verandering ondersteunen en mensen aanmoedigen om zichzelf als onderdeel van iets groters te zien. Sociale interacties zijn de beste voorspeller van gedrag. Mensen moeten een gevoel van gemeenschap hebben met organisaties die de waarden vertegenwoordigen waar het hier om gaat.’

Een politiek van compassie

En zo komt Mommers met Lerzman in gesprek over Trump. Als de man iets vertegenwoordigt, is het egoïsme. Een Amerikaanse psycholoog die Trumps geest analyseerde kon weinig méér onderscheiden dan narcistische motieven en een bijhorend persoonlijk verhaal van winnen, koste wat het kost. ‘His level of egotism is rarely exhibited outside of a clinical environment’, schreef een Amerikaanse journalist.

Het antwoord hierop is volgens Lertzman:

‘Compassie. Voor onszelf en anderen. In de zin van: bereidheid om de ongelooflijke pijn te erkennen die ons op deze plek heeft gebracht. Niemand heeft het zo bedoeld en toch zijn we hier beland. Het gevoel dat we stuurloos zijn. Dat ons hele onzekere tijden staan te wachten. Dat dingen instabiel voelen. We hebben een diepe toewijding nodig aan samenwerking en naar elkaar luisteren. Je kunt het een politiek van compassie noemen. Dit is een kans om dat echt te oefenen. Het zou ontwapenend kunnen werken.’

‘Politieke leiders hadden mensen moeten helpen om om te gaan met snelle verandering. Dat hebben ze onvoldoende gedaan en de huidige situatie is er het gevolg van. Dit is wat er gebeurt als mensen zich kwetsbaar en stuurloos voelen. Dan slaan ze terug.’

Mommers: ‘Dan houden ze zich vast aan wat ze kennen.’ Lertzman: ‘Ja. En dan verdedigen ze dat tot het bittere einde.’

Het doet Mommers denken aan het onderzoek van socioloog Arlie Hochschild, die vijf jaar optrok met de achterban van Trump in het arme Louisiana. ‘Wat je ziet op televisie is boosheid,’ zei Hochschild onlangs in Vrij Nederland, ‘maar wat eronder ligt, is rouw om een samenleving en een levensstijl die er niet meer is, om een land dat Trump-stemmers niet langer herkennen als het hunne. Ze voelen verdriet, pijn en angst. Trump speelt daar als geen ander op in, bewust of instinctief.’

Trumps antwoord op complexiteit en verandering is een radicale versimpeling van de werkelijkheid. Dat is een aantrekkelijke optie, zolang er geen ruimte is voor ambivalentie. ‘Het moet veel normaler worden om eerlijk te zeggen hoe we ons voelen over dit onderwerp,’ zegt Lertzman. ‘Het hele spectrum van gevoelens: angst, hoop en enthousiasme.’

Het bespreekbaar maken van deze gevoelens kan helpen om oplossingen los te weken, zegt Lertzman. Want creativiteit, zorg en bezorgdheid zijn nauw met elkaar verbonden. ‘Ik heb veel vertrouwen in mensen. We zijn in staat tot grote innovatie en weerbaarheid, zeker als we in groepen samenwerken.’


Lees ook mijn bericht: Emocratie en bekijk het filmpje waarin de psychiater Dirk de Wachter het heeft over waarom we met zijn allen iets moeten met de emoties die door maatschappelijke ontwikkelingen worden opgeroepen.


Misschien beschrijft Lertzman in haar boek wel dat de ontkenning van het probleem van de klimaatopwarming ook te maken heeft met een rouwproces en dus niet alleen met de ‘double bind’. In haar gesprek met Mommers ging het over de rouw die Trump-stemmers ervaren over het voorbijgaan van de leefstijl van de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw toen er sprake was van economische groei (gebaseerd op fossiele brandstoffen) en er minder werkeloosheid was enz.

De vijf fasen van een rouwproces zijn: ontkenning, boosheid, onderhandeling, loslaten en acceptatie van het verlies. In de fase van de ontkenning van het klimaatprobleem zitten veel mensen nu nog. Ze houden vast aan de oude (neo-liberale) economische groei. Ze ontkennen de klimaatopwarming en vervuilde oceanen. Milieuactivisten zitten niet meer in die fase en zijn overgestapt naar de fase van de boosheid over het verlies van schone lucht, schone oceanen en een stabiel klimaat maar velen zitten ook in de fase van de onderhandeling. Ze onderhandelen met vertegenwoordigers van industrie en politiek maar ze onderhandelen denk ik ook op een emotioneel en mentaal niveau. Zij hebben compensaties gevonden voor het verlies dat veroorzaakt wordt door het opgeven van consumpties zoals vliegreizen, auto’s, het eten van vlees enz. Compensaties zoals het plezier in het fietsen, het thuisblijven, het overstappen op vegetarische gerechten, enz. Dit is waar het in de fase van ‘de onderhandeling’ bij een rouwproces over gaat. Op zoek naar nieuwe invullingen en betekenissen. Een deur gaat dicht, een andere deur gaat open. Er zijn mensen die de pijn van het verlies van de auto en het maken van vliegreizen in hun leven allang hebben losgelaten. Deze mensen zitten in de fase van de acceptatie. Hun leefstijl is veranderd. Maar voor deze mensen is het rouwen niet echt afgelopen want ze blijven zitten in de vervuilde lucht en opgewarmde planeet zolang er niet een meerderheid van mensen is die aan de fase van het onderhandelen zijn toegekomen.

Het is een ingewikkeld rouwproces. Als we een geliefde verliezen door een overlijden kunnen we daar niets aan veranderen. Maar aan het verlies van een stabiel klimaat kunnen we wèl iets veranderen. Dat weten we maar dat willen we niet weten. Dat is de ontkenning. We moeten afscheid nemen van een oude manier van leven. Als we in actie zouden komen tegen de opwarming van de aarde, verliezen we onze zorgeloosheid bij het consumeren. We realiseren ons nog niet voldoende wat we daar allemaal voor terug krijgen. Wanneer mensen zich dat eenmaal realiseren zijn ze in de rouwfase van het zogenaamde onderhandelen gekomen. Misschien hebben mensen naast een bewustzijn van de ‘double bind’ ook behoefte aan hulp om in die fase te komen. Hulp bij het ontdekken van het plezier in de nieuwe manieren van leven. De overgang van fossiele naar zonne-energie betekent een verlies maar ook een winst. Ik verwacht dat de winst zal opwegen tegen het verlies.

Het probleem is natuurlijk niet alleen met psychologie op te lossen. Er is veel nieuwe politiek nodig die de weg naar zonne-energie ruimte geeft. Politiek gericht op verbinding. Zie mijn bericht: Narratieve therapie voor de hele wereld met de toespraak van de democratische en socialistische Amerikaanse politicus Bernie Sanders. Hij is een van de weinige politieke leiders die de mensen kan helpen om om te gaan met verandering. Naar zijn verkiezingsbijeenkomsten kwamen meer mensen dan naar die van Clinton en Trump bij elkaar. Volgens sommige opiniepeilingen zou hij van Trump hebben gewonnen als hij de Democratische kandidaat was geworden. Bijna was hij de president van het machtigste land ter wereld. De meerderheid van de mensen willen verandering.

4 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie