Categorie archief: Zorgverzekeringen

Contract-vrije zorg-verleners opnieuw zwart gemaakt

Professionals zoals ik zelf worden op het moment in enkele media afgeschilderd als de veroorzakers van de ‘explosieve, ongebreidelde, onbeheersbare’ kostenstijging in de zorg. Enkele jaren geleden (2015) was het de minister van volksgezondheid zelf (Schippers) die probeerde om ons zwart te maken. Toen werden we afgeschilderd als cowboys die maar een eind weg declareerden. Wij zijn een doorn in het oog van de voorstanders van het geprivatiseerde zorg-stelsel. Maar de argumenten en de beelden die opgeroepen worden door de huidige beleidsmakers en zorg-verzekeraars kloppen niet.

U vraagt zich misschien al af hoe het mogelijk is dat een kleine groep onafhankelijke zorg-verleners verantwoordelijk zou kunnen zijn voor die ‘explosieve, ongebreidelde, onbeheersbare’ kostenstijging. En dat kan natuurlijk ook niet. Van het totale zorgbudget wordt momenteel 1% uitgegeven aan contract-vrije zorg.

Contract-vrije zorg-verleners zijn bonafide, gekwalificeerde en geregistreerde professionals die vooral werken vanuit beroepseer. Misschien vormen ze daarom een bedreiging voor dit zorg-stelsel en moeten ze zwart gemaakt worden. Beroepseer lijkt de zorg-verzekeraar niet te interesseren.

Lees eventueel wat er in 2015 speelde in het artikel van Follow The Money: Contract-vrij wordt vogelvrij. Hier nu eerst over de meer recente aanval op het contract-vrij werken.

Deze keer komt die van emiritus hoogleraar sociale ziektekostenverzekering Wynand van de Ven. Hij doet niet meer mee als hoogleraar, maar geeft nog even een trap na in zijn afscheidsrede. De rede wordt verkort weergegeven op de website van Skipr.

De reacties van mijn (gecontracteerde en contract-vrije) collega’s laten de kloof zien tussen de zorg-praktijk en de mensen die dit stelsel bedacht hebben. Hoe zou het toch komen dat steeds meer professionals in de zorg (artsen, psychiaters, psychologen, thuiszorg-medewerkers, enz.) zich tegen dit stelsel verzetten en proberen om er onder uit of om er van af te komen?

Hier een overzicht van de verschillende reacties van collega’s.

Domme zorg-verzekeraars

Mogelijk hangt Van de Ven zijn redenering op aan enkele malafide zorg-ondernemers met besloten vennootschappen zoals bijvoorbeeld de revalidatie-instelling Ciran, die onlangs in het nieuws kwam. Maar dan zou hij de verantwoordelijkheid voor de stijging van de kosten moeten zoeken bij de zorg-verzekeraars zelf omdat zij de criminele activiteiten van dit soort instellingen niet in de gaten hebben. Of hij zou de oorzaak van de kostenstijging moeten zoeken bij het commercialiseren van de zorg die het ontstaan dit soort perverse ondernemingen uitlokt.

Het is triest dat Ciran jaren lang door kon gaan voordat eerst Zembla de feiten boven tafel haalde. Verzekeraars staan volgens Van de Ven vrijwel machteloos tegenover deze zorg-ondernemers. Hij probeert hier geheel onterecht medelijden op te roepen voor de zorg-verzekeraars. Waarom zou Zembla dit wel kunnen aanpakken en de zorg-verzekeraars niet?

Als ik het goed begrijp hebben ze zich deze keer laten bedonderen door zorg-ondernemers die verslaafden behandelden met klankschaal-therapie. Het lijkt wel alsof zorg-verzekeraars deze blamage niet kunnen incasseren en daarom doen alsof alle contract-vrije zorg-verleners onbetrouwbaar en onprofessioneel zijn en onterecht hoge declaraties indienen. Vanzelfsprekend herken ik mij niet in dit beeld.

Ivo Knotnerus, zelfstandig adviseur en management controller in de zorg zegt hierover:

De voorbeelden van ‘te dure’ niet-gecontracteerde zorg in de ggz liggen meestal op het gebied van evidente onzin (zwemmen met dolfijnen, klankschaal-therapie). Beste zorgverzekeraars: daar bestaat al iets tegen en dat weten jullie best. Jullie hebben het recht om vast te stellen of declaraties doelmatig verleende basisverzekerde zorg betreffen. En dat recht heeft niets met contractering te maken, het is een wettelijke regeling die ook voor niet-gecontracteerd verleende zorg geldt. Ik begrijp best dat jullie het vervelend vinden dat je daarvoor in het geval van niet-gecontracteerde zorg je verzekerde zelf (in plaats van diens zorgverlener) moet aanspreken, maar dat lijkt me geen probleem waar de gemiddelde bonafide ongecontracteerde zorgaanbieder onder zou moeten lijden.

De malafide praktijken van Ciran doen mij trouwens denken aan de echtgenoot van ex-minister Schippers, Sander Spijker, die een bedrijf was begonnen om (gecontracteerde) zorg-instellingen te adviseren hoe zij slimmer (lees: hoger) konden declareren. Hiervan is verslag gedaan in 2016, alweer door Follow The Money. Spijker moest daarna stoppen met zijn advies werkzaamheden.

Het lijkt er op dat de oplichters in de zorg eigenlijk heel dicht staan bij de voorstanders van dit steeds commerciëlere zorg-stelsel. Commercie wakkert het produceren en consumeren van zorg aan. Uitbuiting en oplichting gaan wel vaker hand in hand met commercie. Dàt maakt de zorg onnodig duur. Omdat Van de Ven dit liever niet inziet moet hij op zoek naar een zondebok.

Valse voorstelling van zaken

Van de Ven vindt dat het zogenaamde hinderpaal-criterium aangepakt moet worden. Deze wettelijke bepaling zorgt er voor dat de vergoeding voor contract-vrije zorg niet zó laag mag zijn dat het de verzekerde verhindert om van die zorg gebruik te maken. Het criterium helpt om voor iedereen de vrije keuze mogelijk te maken. Niet alleen voor de rijken. De laatste keer dat dit criterium dreigde te verdwijnen, heeft de Eerste Kamer hier een stokje voor gestoken. Het hinderpaal-criterium zorgt er voor dat de macht van zorg-verzekeraars geen almacht is. En dat vindt Van de Ven niet fijn.

In zijn visie zouden ‘hoge declaraties’ van contract-vrije zorg-verleners de kostenstijging veroorzaken omdat zorg-verzekeraars door het hinderpaal-criterium verplicht zijn om deze ‘hoge declaraties’ te vergoeden.

Maar hij geeft hiermee een compleet valse voorstelling van zaken omdat contract-vrije zorg-verleners helemaal geen onredelijk hoge tarieven kùnnen vragen want zij zijn net zoals gecontracteerde zorg-verleners gebonden aan de NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) tarieven!

Vergoedingen voor àlle zorg-verleners zijn onder de maat, gecontracteerd of contract-vrij

In de praktijk gebeurt het niet of nauwelijks dat zorg-verzekeraars contract-vrije zorg geheel vergoeden aan verzekerden. Dit gebeurt alleen als dezen een restitutie polis hebben maar de meeste mensen hebben een natura polis. Soms krijgen natura verzekerden zelfs niet meer dan 50% vergoed van het maximale NZa-tarief en betalen zij de andere 50% zelf bij. Zo hoort het niet want zorg-verzekeraars moeten minimaal 75% van het NZa tarief vergoeden, maar zij houden zich daar vaak niet aan.

Zorg-verzekeraars hebben namelijk het zogenaamde ‘markt-conforme’ tarief bedacht dat beduidend lager ligt dan het door het NZa redelijk geachte tarief. Ze leggen een ‘slikken of stikken’ contract voor, benaderen zorg-verleners met wantrouwen; beknottend en bevoogdend. Door deze wurgcontracten moeten gecontracteerden voor veel te lage tarieven werken. Contract-vrije zorg-verleners kiezen voor ‘stikken’ en gaan hun eigen weg.

Volgens Van de Ven zouden verzekeraars vrijwel machteloos staan tegenover de ‘kwaadwillende, kosten- en winst-opdrijvende, contract-vrije zorg-ondernemers’. Inderdaad hebben zorg-verzekeraars meer grip op gecontracteerde zorg-verleners maar in werkelijkheid zijn àlle zorg-verleners, contract-vrij of gecontracteerd, de dupe van dit stelsel. Mogelijk wil Van de Ven een wig drijven tussen deze twee groepen maar dat gaat moeilijk worden want gecontracteerden beginnen steeds meer te ontdekken wat er mis is met het stelsel en met de contracten.

Er zijn op het moment steeds meer zorg-verleners die zonder contract gaan werken en dit is een goede zaak want daarmee wint de inhoud en komt er meer ruimte voor beroepseer. Gecontracteerde collega’s die binnen instellingen werken hoor je regelmatig klagen over hoe ze steeds korter (en soms onmogelijk korter) moeten werken omdat de verzekeraar dat wil en niet om dat het past bij het probleem waar de verzekerde mee zit.

De werkelijkheid

Zowel gecontracteerden als contract-vrije zorg-verleners werken voor minder dan het NZa tarief.

Een gecontracteerde collega schrijft:

Het sluiten van contracten met zorg-verzekeraars wordt steeds minder aantrekkelijk. Elk jaar lagere vergoedingen en lagere omzetplafonds waar meer bureaucratische eisen tegenover staan, die onderling soms zelfs onverenigbaar zijn. Overleg, laat staan onderhandelen met een zorg-verzekeraar is eenvoudigweg niet mogelijk.

Contracten vormen een groeiend financieel risico vanwege addertjes onder het gras geformuleerd in ondoorzichtige juridische alinea’s. Een voorbeeld hiervan is de rechtszaak van de LVVP tegen Menzis die dit jaar gevoerd zal worden. Menzis probeert onder het beleid van de NZa uit te komen en af te knijpen waar ze kunnen onder het mom van kwaliteit en wil boven een door hen bepaald uurtarief gaan terugvorderen.

Nieuwe praktijken krijgen bij enkele grote zorg-verzekeraars al jaren geen contract met als reden ‘er is al voldoende zorg in uw omgeving ingekocht’, terwijl de wachtlijsten gemiddeld langer dan 3 maanden zijn. Vragen om verhoging van het budget zijn nog nooit gehonoreerd, in al die jaren praktijkvoering niet.

Kortom zorg-verzekeraars zijn vaak geen betrouwbare zakenpartners die vanuit achterdocht, wantrouwen en afknijpen opereren. En als je dan na jarenlang zo behandeld te zijn geen contract meer sluit omdat je je werk gewoon wilt doen zonder al die aanmatigende onzin krijgen we mijnheer Van de Ven die de contract-vrije zorg-verlener nog even een trap na komt geven.

Een collega die zowel gecontracteerd als contract-vrij werkt kent beide kanten:

In de instelling had een voltallig secretariaat een dagtaak aan het managen van de contracten, budgetten, nota’s en allerlei correspondentie met zorg-verzekeraars. Halverwege het jaar moest er steevast zeer creatief omgegaan worden met de ‘inhoud’ van de behandelingen omdat bij de eerste verzekeraars de budgetten op begonnen te raken. Plotseling gaf elk inhoudelijk beeld de indicatie ‘bggz kort’ of ‘zelf betalen want geen diagnose’. Cliënten haakten af of meldden zich aan het begin van het nieuwe jaar opnieuw met toegenomen klachten. Volgens mij is dit alles heel erg duur.

In het contract-vrije werken betalen cliënten die geen restitutie-polis hebben een deel zelf. Helaas krijgen ze wanneer zij navraag doen bij de verzekeraar over de vergoeding nog wel eens te horen dat hun contract-vrije behandelaar een geldwolf of een niet erkend therapeut is. Jammer, want dat kost weer tijd (en geld) als cliënten hierop afhaken of wanneer dit eerst weer recht gezet moet worden. Cliënten die overblijven kiezen voor de inhoud, voor een behandeling ‘op maat’ in plaats van – in het ergste geval – een ‘protocol’ behandeling. Als behandelaar voel ik me ondanks de genoemde hobbels een stuk vrijer zonder contracten. Ik kan me bezig houden met de individuele cliënt en voel me weer psychotherapeut in plaats van financieel strateeg.

Zorg inkopen in een geprivatiseerd zorg-stelsel

Dat de overheid de rol van zorg-inkoper heeft afgestaan aan de zorg-verzekeraar vormt de kern van dit nieuwe zorg-stelsel. Van de Ven gelooft daar in en voor het goed functioneren er van moet volgens hem de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg zò laag zijn dat verzekerden voldoende geprikkeld worden om er geen gebruik te maken.

Afdelingen zorginkoop bij zorg-verzekeraars krimpen momenteel en afdelingen controle groeien. De bureaucratie en administratie waarmee zorg-verleners worden opgezadeld groeit en gaat ten koste van de tijd die aan zorg besteed kan worden.

Als verzekeraars echt zouden inzetten op de inhoud en op goede en fatsoenlijke contracten, gericht op het bevorderen van zorg op maat en op preventie in plaats van te werken vanuit uit een commerciële logica, dan zou er eventueel over goede zorg kunnen worden onderhandeld. Dan zou er daadwerkelijk inhoudelijk gestuurd kunnen worden op innovatie en ontwikkeling van zorg.

Nog één reactie van een collega op het betoog van Van der Ven:

Het doet echt pijn om te lezen dat contract-vrije zorg-verleners met een ‘krachtige lobby’ vanuit ‘welbegrepen eigenbelang’ de kosten aan het opdrijven zijn. Ik herken dat totaal niet, niet bij mezelf en niet bij mijn collega’s. Als iemand geen krachtige lobby heeft zijn het wel de contract-vrije zorg-verleners. Het zou fijn zijn als de heer Van de Ven stopt met generaliseren en het wegzetten van een complete groep zorg-verleners. Dagelijks probeer ik met hart en ziel en naar eer en geweten mijn werk te doen. Niet om rijk te worden en de kosten omhoog te drijven maar eenvoudigweg om mensen vooruit te helpen met mijn prachtige vak. Kunt u zich dat voorstellen meneer Van de Ven? Bent u bereid om open en eerlijk aandacht te besteden aan de vraag hoe het toch komt dat steeds meer zorg-verleners de keuze maken om buiten de gevestigde kaders te gaan opereren? Zou dat misschien iets kunnen zeggen over die gevestigde kaders? Of zijn contract-vrije zorg-verleners simpelweg slechte mensen in uw ogen?

Laten we niet vergeten dat collectieve ziekenfondsen met een verenigingsstructuur onder druk van rechts beleid commerciële hiërarchisch georganiseerde zorgverzekeraars zijn geworden. Dit proces begon in de jaren ’80 en nu zitten we met dit stelsel opgescheept. Dat hoeft niet zo te blijven.

In deze korte TED talk van onderzoeksjournalist Sander Heijne wordt duidelijk waarom marktwerking in de zorg geen goed idee is. De overheid kan onze collectieve behoeften waar zorg toe behoort beter bundelen dan de markt ooit zal doen.

 

Advertenties

2 reacties

Opgeslagen onder Zorgverzekeringen

‘Slow therapy’ in de mode

Uit het project ‘Notes from my therapist’ van fotograaf Carrie Thompson.

Net zoals ‘slow food’ blijkt nu ook ‘slow therapy’ in de mode te zijn. Dit wordt geconstateerd door psychoanalytici en was te lezen in een artikel van Marilse Eerkens van de Correspondent: ‘Waarom de psychoanalyse er na 100 jaar nog altijd toe doet‘. Het was een ode aan ‘de moeder van alle therapievormen’, geschreven nu het precies honderd jaar geleden is dat de psychoanalyse werd geïntroduceerd in Nederland.

Psychoanalyse onderzoekt de onderliggende, meestal onbewuste laag die het menselijk gedrag aanstuurt. Deze vorm van therapie werd ingehaald door de cognitieve gedragstherapie waarin het vooral draait om hoe je met negatieve gevoelens omgaat in plaats van om de vraag waar ze vandaan komen en wat die gevoelens in stand houdt. Cognitieve gedragstherapie zou efficiënter zijn: patiënten zouden gemiddeld met zo’n tien sessies geholpen zijn. Psychoanalytische behandelingen duren langer. Dat kan natuurlijk niet in onze ‘ratrace’ tijd waarin de marktwerking de boventoon voert in de gezondheidszorg.

Psychoanalyse is niet de enige vorm van ‘slow therapy’

In de reacties onder het artikel van Eerkens blijkt dat veel lezers, waaronder professionals en ervaringsdeskundigen, vinden dat Freud en de psychoanalyse niet op een voetstuk geplaatst zouden mogen worden en dat er ook andere vormen van therapie zijn die dieper en verder gaan dan de cognitieve gedragstherapie. Hier ben ik het mee eens.

Maar ik vind het idee dat ‘slow therapy’, waaronder de psychoanalyse, in de mode is, een goede zaak. Sommige veranderingsprocessen zijn taai en vragen veel tijd en ‘oefening’.  ‘Slow therapy’ hoeft misschien ook helemaal niet zo duur te zijn. Je zou kunnen denken aan ‘korte, langdurige therapie’. Dan ben je weliswaar lang in therapie maar heb je niet zo vaak een sessie met je therapeut. Misschien maar één sessie per twee of drie weken. In de psychoanalyse is het gebruikelijk om twee à drie sessies per week te hebben. Dat vind ik erg veel en het is de vraag of dat goed is. Een begrijpelijke reactie van een van de lezers van het artikel in de Correspondent luidt:

Toen ik in mijn jonge jaren in psycho-analyse was, voelde de rust, ruimte en aanwezigheid van mijn analyticus als re’parent’ing. Eindelijk iemand die er voor me was en die naar me luisterde. En de structuur van drie keer per week gaf me een veilig gevoel. Het voelde als een draagvlak voor zelfonderzoek en reflectie. Maar ik vond het ook zware luxe en voelde me redelijk a-sociaal dat er iemand, die zoveel geld kostte en bijna niets zelf zei, drie keer per week er voor mij was. Ik bedacht: ‘dat kan ik ook alleen’. Ik ben toen gestopt met de analyse en ben een dagboek gaan bijhouden voor mijzelf en daar had ik veel aan. Ik re’parent’e mijzelf op die manier.

De meeste professionals zijn het er over eens dat eigenlijk alle vormen van therapie een prijs verdienen en dat het resultaat van de therapie eerder bepaald wordt door de werkrelatie dan door de gebruikte methode. Dit idee wordt wel eens het Dodo bird verdict genoemd: ‘All therapies have won, all must have prices’.

Herbeleven

Volgens de ode van Eerkens aan de psychoanalyse verschaft deze meer dan het rationele inzicht van de cognitieve gedragstherapie. Rationeel inzicht is bijvoorbeeld:

‘ik ben boos op mijn baas omdat hij mij nooit eens complimenteert, maar ik weet dat die reactie misplaatst is, want eigenlijk ben ik op zoek naar de complimenten die ik van mijn vader nooit kreeg’.

De psychoanalyse zorgt er naast het rationele inzicht voor dat je met je therapeut de pijn uit het verleden herbeleeft. Nogmaals: Het herbeleven kan ook binnen andere vormen van psychotherapie, binnen de systeemtherapie en zelfs binnen de cognitieve gedragstherapie kan er ruimte voor zijn. Het herbeleven is belangrijk want pas wanneer je in een veilige situatie de pijn van bijvoorbeeld een gebrek aan erkenning echt doorvoelt, komt er ruimte voor rouw en kun je blijvend veranderen. Dat is het idee. De pijn moet verwerkt worden en dat kost tijd.

De theorie van de psychoanalyse komt erop neer dat het gedrag van de mens voor een groot deel wordt aangestuurd door onbewuste driften. De ontwikkeling van het onbewuste vindt voor een belangrijk deel plaats in de baby- en peutertijd. Gevoelens en behoeften zijn dan nog heel ‘rauw’, legt psychoanalytica Fernanda Sampaio de Carvalho uit aan Eerkens.

De manier waarop er tegemoet wordt gekomen aan primaire behoeften– eten bieden bij honger, warmte bieden bij kou, aanraken en praten bij behoefte aan contact – en de manier waarop de relatie met je vader en moeder (of andere vaste verzorger) op latere leeftijd verder vorm krijgt, is heel bepalend voor wat jij op volwassen leeftijd van een relatie – in welke vorm en met wie dan ook – zal gaan verwachten.

In je kindertijd creëer je onbewust een sjabloon van hoe een relatie eruitziet. Dit sjabloon en de bijbehorende verwachtingen zijn weer sterk van invloed op de keuzes die je maakt en je verdere gedrag en verhouding met de buitenwereld.

Door een gebrek aan ‘emotionele beschikbaarheid’ van je ouders krijg je als kind de boodschap dat jij en jouw gevoelens er niet zo toe doen.

Deze terugkerende ervaring, die jouw verwachtingen van het leven onbewust sterk kleurt, kan gevolgen hebben voor de keuzes die je op latere leeftijd maakt. De ervaring uit je jeugd kan er bijvoorbeeld toe leiden dat je – ter compensatie – op zoek gaat naar een partner die de ondankbare taak krijgt om jouw onbeantwoorde behoeften constant te vervullen.

Het kan er ook toe leiden dat je écht en warm contact met vrienden of geliefden gaat mijden, uit angst weer ‘weggeduwd’ te worden (en je dus de hele tijd merkt dat je relaties stuklopen). Of dat je heel erg narcistisch wordt omdat je de hele tijd wilt ervaren dat je er wél toe doet.

‘Slow therapy’ en zorg-verzekeraars

Het zou goed zijn als de Correspondent ook aandacht zou besteden aan de relatie tussen de psychotherapie en de zorg-verzekeraars waarbij dan ook de werkrelatie tussen client en therapeut wordt meegenomen. Ik ben het heel erg eens met deze reactie onder het artikel:

De waarde van een langdurige en/of intensieve therapie onderschrijf ik volledig, al is het maar als regelmatige check-up omdat aangeleerde patronen niet zo makkelijk structureel zijn te doorbreken of te veranderen en je voor nieuwe uitdagingen kan komen te staan. Daarbij kan het ook heel fijn en belangrijk zijn om bij één bepaalde therapeut terecht te kunnen, waar je goede ervaringen mee hebt en met wie je een goede werkrelatie hebt opgebouwd. Dat wordt nu vind ik te weinig gefaciliteerd door het vergoedingssysteem…

Het huidige systeem gaat er toch wel van uit dat je ofwel ziek ofwel genezen bent en dat het altijd gaat om een traject dat je kunt afsluiten en als zodanig kunt declareren bij de zorgverzekeraar. En daarnaast wordt er heel luchtig gedaan over de vraag naar welke therapeut je gaat. Zo was er een paar jaar terug nog het plan om de zelfstandig behandelende psychotherapeuten niet meer te vergoeden. Als mensen naar een behandelkliniek gaan moeten ze maar afwachten welke therapeut hen wordt toegewezen en zelfs in psychologenland is het flexcontracten troef.


Een mooie vorm van psychotherapie waarbij herbeleven een belangrijke rol speelt heb ik beschreven in het bericht: Wie ben ik nou echt.

 

 

 

 

 

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie, Psychotherapie - Rouwen, Zorgverzekeringen

STOP ROM

ALBERT EINSTEIN; NIET ALLES VAN WAARDE IS MEETBAAR

NIET ALLES WAT MEETBAAR IS, IS VAN WAARDE

header-stop-rom

Teken deze petitie

HIER

Routine Outcome Monitoring (ROM) is het regelmatig invullen van vragenlijsten, bedoeld ter ondersteuning van de behandeling.

Al in 2012 werd door onder meer alle acht kernhoogleraren psychiatrie gewaarschuwd voor grootschalige invoering van deze ROM om de kwaliteit van behandelingen te vergelijken. Daarvoor is het totaal ongeschikt. Dit is nog weer eens bevestigd door een onafhankelijk rapport van de rekenkamer van 26/1/17.

Helaas is hier niet naar geluisterd. Het is nu zelfs een wettelijke verplichting en zorgverzekeraars geven boetes als er onvoldoende ROM-gegevens worden aangeleverd. Het verkrijgen en verwerken van al die gegevens kost naar schatting 30 miljoen per jaar.

ROM was oorspronkelijk bedoeld voor het verbeteren van de individuele behandeling. Dit gebruik is verdrongen door het moeten leveren van ROM-gegevens aan de stichting benchmark GGZ. Privacygevoelige informatie wordt op grote schaal verstrekt zonder toestemming van de patiënt voor iets waar hij niets aan heeft.

Natuurlijk zijn we niet tegen het meten van de kwaliteit. We zijn tegen een verkeerde manier om de kwaliteit te meten. ROM is dáárvoor niet geschikt.

Het lukt de verschillende betrokken partijen (GGZ-NL, ZN, VWS, LP-GGZ) niet dit te stoppen. Dan is het aan de professionals en patiënten om orde op zaken te stellen.

“Als je niet kunt meten wat belangrijk is,
dan maak je belangrijk wat je kunt meten.”
– Jos de Blok Buurtzorg

Zoals Menno Oosterhoff, kinder en jeugd psychiater en blogger, schrijft in zijn ‘Vreselijk saai blog’:

Een enorme hoeveelheid gegevens wordt verzameld en doorgeleverd aan een door de verzekeraar betaalde stichting, niet ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, tegen uitdrukkelijk advies van de hoogleraren, wel belastend voor de patiënt, zonder toestemming en zonder oordeel van een medisch-ethische commissie. En dat in ons overgereguleerde land. Hoe bestaat het?

1 reactie

Opgeslagen onder Zorgverzekeringen

Je mag het hebben… open brief aan minister Schippers van collega psycholoog

Gelukkig komt er steeds meer beweging: veel meer contractvrij werkende collega’s, een NVVP (Nederlandse Vereniging Voor Psychiatrie) die er nu zelfs uitleg over geeft en natuurlijk ‘het roer moet om‘. Steeds meer cliënten weten van de gekkigheden van verzekeraars.

Mij geeft het moed.

 

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zorgverzekeringen

Partij van de Eenvoud

Iedereen die de zorg een warm hart toedraagt moet dit artikel van Rutger Bregman in De Correspondent lezen.

Waarom de baas van buurtzorg de baas van Nederland zou moeten zijn.

De baas van Buurtzorg is Jos de Blok. De kern van zijn filosofie kan op een tegeltje aan de wand:

‘Het is heel makkelijk om iets moeilijker te maken, maar het is heel moeilijk om iets makkelijker te maken.’

Terwijl de zorg een product werd en de patiënt een klant, begon De Blok met de bouw van een klein paradijs middenin de bureaucratische hel: Buurtzorg.

Volgens De Blok moet de zorg helemaal op de schop. Nog enkele citaten uit het artikel van Bregman zijn:

‘Het hele contracteren, dat financieel-juridische, is veel te dominant geworden. We moeten naar een andere manier van afspraken maken toe. Nu word je als tegenovergestelde partijen gezien: een partij die inkoopt, en een partij die verkoopt. Ik was vorige week nog bij een ziekenhuis waar ze me vertelden: ja, we hebben nu ons eigen verkoopteam. Moet je voorstellen! We hebben ziekenhuizen met commerciële afdelingen en verkoopteams. En aan de andere kant zitten de verzekeraars met inkoopteams. Op beide plekken zitten mensen zonder achtergrond in de zorg. De een koopt in, de ander verkoopt – en beiden weten ze niet waar het over gaat.’

Ondertussen groeit de bureaucratie. ‘Omdat ze elkaar niet vertrouwen gaan ze het ene na het andere voorbehoud inbakken. Allerlei controles, die resulteren in heel veel bureaucratie. Het is echt absurd om te zien. Bij de verzekeraars neemt het aantal consultants en bestuurskundigen alleen maar toe. En het aantal vakmensen neemt af.’

We moeten terug naar de basis. ‘Het begint met een simpele, maar radicale vraag: wat voor zorg hebben mensen nodig? Bij het antwoord op deze vraag hoort een totaal andere financiering.

 ‘Het productdenken moet eruit. Laten we de vakinhoud voorop stellen en simpele systemen van bekostiging bedenken. Hoe eenvoudiger de bekostiging, hoe meer aandacht er is voor de inhoud. Hoe ingewikkelder de bekostiging, hoe meer er naar mogelijkheden wordt gezocht om het systeem te misbruiken. Dan gaan de financiële afdelingen groeien en gaan zij beslissingen nemen over de inhoud.’

Hoe het verder moet met de revolutie?

De eerste stap is dat er meer organisaties zoals Buurtzorg komen, denkt De Blok, die laten zien dat het beter, goedkoper en eenvoudiger kan. ‘En de andere weg is dat het ook in Den Haag doordringt. Dat er een Partij van de Eenvoud komt. Mensen vragen me vaak wat voor obstakels we allemaal zijn tegengekomen bij het oprichten en uitbouwen van Buurtzorg. Maar ik zou eigenlijk niet zoveel weten. Ik vind eerlijk gezegd dat de zorg heel eenvoudig is. We hebben het heel complex gemaakt.’

Lees vooral het hele artikel van Bregman.

Laten we de GGZ net zo organiseren als Buurtzorg! Baseer de GGZ op het vertrouwen dat hulpverleners hun werk goed doen. Ontsla de bureaucratie.

2 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Zorgverzekeringen

Manifest Nationaal ZorgFonds 2016

Uit de NRC.

Stel één nationaal zorgfonds in, schaf de zorgverzekeraars af.

Ons zorgstelsel blijkt tien jaar na invoering niet beter en niet toegankelijker. Tot overmaat van ramp wél duurder, schrijven Corrie van Brenk, Renske Leijten, Jan Slagter, Martien Wijnen, Frans Slangen, Herman Suichies en Cobie Groenendijk.

Lees het Manifest Nationaal ZorgFonds.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zorgverzekeringen

“Het zorgstelsel loopt op zijn eind”

Dit stelt Rien Meijerink, oud-voorzitter van de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg (RVZ, tegenwoordig Raad voor Volksgezondheid en Samenleving). Zie: Zorgvisie Magazine.

In een volle collegezaal in Leiden wijst Meijerink erop dat de stijging van de zorguitgaven nog steeds de grootste uitdaging is voor het zorgstelsel. Innovatie en preventie zijn volgens hem nodig om die groei een halt toe te roepen. Maar het stelsel is contraproductief als het gaat om innovatie en preventie; het bevordert nu juist de productie van zorg.

De vijf hardnekkige fouten van het stelsel zijn:

1.

In de eerste plaats is kwaliteit van zorg gebaat bij goede samenwerking, terwijl het zorgstelsel juist van concurrentie uitgaat.

2.

In de tweede plaats zou de overheid verantwoordelijkheid moeten nemen voor de definitie van basiskwaliteit van zorg. De zorg-aanbieders  komen er niet uit. Het Kwaliteitsinstituut zou nu normen moeten vaststellen, maar dat schiet niet erg op.

3.

Het lukt de politiek maar niet om behandelingen uit het pakket te halen, ook al zijn daar goede argumenten voor. Bij elk protest van patiënten gaat de politiek weer door de bocht.

4.

Inkopen op kwaliteit lukt niet. ‘Zorgverzekeraars slagen er na tien jaar nog steeds niet in om in te kopen op kwaliteit. Ik heb bij de RVZ diverse rapporten hierover gepubliceerd en elke keer luidde de discussie dat het de goede kant op gaat. Maar als dat zo lang duurt zonder wezenlijke verbetering, dan zit er fundamenteel iets fout in het stelsel.’

5.

De concurrentie tussen zorgverzekeraars. ‘Wat je wil is dat verzekeraars verzekerden proberen te werven met het argument dat ze de beste zorg inkopen. In de praktijk gaat het vooral om geld. Er is een polis-rimboe ontstaan. Met name mensen met een kleine beurs zijn de dupe van de budgetpolis-ellende. Daarmee gooien verzekeraars de solidariteit in het stelsel te grabbel.’


 

Lees ook mijn bericht: Het zoveelste pleidooi voor een nationale solidaire zorgverzekering.

Lees ook deze column van Kees Kraaijeveld: Verrassing! Psychiater met hart levert beter werk

vn-psychiater-geld-financiele-prikkel_preview-1280x1134

Illustratie: Bas van der Schot

Psychiaters met een hart leveren beter werk maar er verdienen te weinig mensen geld aan deze zorg waardoor het economisch niet interessant is.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Zorgverzekeringen