Categorie archief: Psychotherapie – Trauma

Therapie is Taal

“Als woorden ontbreken om over een trauma te praten… dan ben je verbannen”.  Manon Uphoff aan het woord op de Parade. Hoe kunnen we een slachtoffer weer als mens zien, hoe kan een slachtoffer zichzelf weer als mens zien en zich verbonden voelen met anderen.

Hier een link naar haar gehele voordracht op de website van Brainwash:

https://www.brainwash.nl/bijdrage/als-woorden-ontbreken-om-over-een-trauma-te-praten

Uphoff komt met drie verhalen om haar punt duidelijk te maken. Het verhaal van Frans Kafka, de metamorfose, het verhaal van Sonali Deraniyagala over de tsunami bij Sri Lanka in 2004, de vloedgolf en een eigen verhaal over een bezoek aan Srebenica in 2004. In alle verhalen komt de vervreemding van degene met het trauma tot uiting; het is een eenzaam bestaan.

Dan komt ze met nog een verhaal met een systemische visie op de behandeling van trauma. We moeten volgens haar het trauma van het individu tot een gemeenschappelijk verhaal maken en het individu niet terugdringen in de rol van het slachtoffer. De titel van dit verhaal is De schapen met de blote billen en het is van de Japanse schrijver Kenzaburō Ōe.

Lees het artikel van Uphoff of bekijk haar voordracht op de Parade: https://www.brainwash.nl/bijdrage/als-woorden-ontbreken-om-over-een-trauma-te-praten.


Ik heb eerder een bericht geplaatst met de titel: Therapie is taal, over narratieve therapie. Mogelijk is dit bericht over schrijftherapie bij trauma nog interessant in dit verband.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie - Trauma, Systeemtherapie

Leiders op het gebied van trauma therapie

Zo werden de 24 mensen aangekondigd die mee werkten aan een ‘healing trauma summit’ op het internet. Je kon je er als toehoorder voor inschrijven voor een kleine 500 dollar, enkele weken later later afgeprijsd naar een kleine 300 dollar. Het was de ondernemende psychotherapeut Jeffrey Rutstein die deze top organiseerde. Ik bekeek wie er aan meewerkten en waar zij voor staan. Interessante mensen en therapieën.

Peter Levine legt er de nadruk op dat traumatische gebeurtenissen bepaalde herkenbare fysieke symptomen veroorzaken. Door aanraking van die lichamelijke sensaties kunnen patienten hun angst, hulpeloosheid en overweldigende verledens loslaten.

Judith Blackstone heeft het over hoe het bewonen van je lichaam ofwel het afstemmen op een gegronde vorm van bewustzijn van het lichaam ons helpen kan. Dit ‘zijn’ in het lichaam samen met een veerkracht tegen emotionele en sensorische prikkels en de mogelijkheid om ons te verbinden met anderen zonder dat we het contact met onszelf te verliezen en het loslaten van somatische beperkingen die trauma gerelateerd zijn, zal ons bevrijden.

Gabor Maté’s betoog is dat de meeste fysieke en mentale problemen manifestaties zijn van trauma’s uit de kindertijd. Het is nodig dat we diepgaand onderzoek doen naar overtuigingen die we al heel lang hebben en door het trauma zijn ontstaan. Ziektes zijn vaak een aanwijzing voor een overvraagd en overweldigend leven. Hij combineert Westerse en Oosterse theorieën over lijden en het ware zelf en ziet het als een voorwaarde dat professionals die mensen helpen zelf ook aan hun heling werken.

Zainab Salbi heeft ‘Women for Women International’ opgericht. Duizenden vrouwen uit oorlogssituaties zijn door deze organisatie geholpen om hun vernietigde levens weer op te bouwen. Zij vertelt hoe ze zelf heeft gestreden met haar eigen trauma door bijvoorbeeld de stilte te verbreken wat heel moeilijk kan zijn maar een belangrijke stap is op de weg naar heling. Naast zelf-onderzoek is het begrijpen van alles wat met het trauma te maken heeft van belang. Jezelf vergeven voor je eigen fouten en overtredingen kan helpen bij het accepteren van verontschuldigingen van anderen.

Volgens Mark Epstein is trauma niet iets dat slechts enkele mensen met pech overkomt; het overkomt iedereen. Als we niet lijden aan post traumatische stress dan lijden we wel aan pre-traumatische stress. Trauma staat aan de wieg van onze psyche. Dood en ziekte zal ons allemaal treffen maar ook dagelijkse angsten, stress en eenzaamheid kunnen traumatisch zijn. Psychoanalyse beschrijft de trauma’s ontwikkeld in de kindertijd en Boeddhisme heeft het over de inherente onzekerheid van ons eindige bestaan. Zowel psychoanalyse als ‘mindfulness’ kunnen helpen bij de verwerking van trauma. Zowel de westerse hechtingstheorieën als het boeddhistische concept van de onthechting en de leegte kunnen helpen bij het reguleren van sterke emoties.

Richard Miller maakt bij zijn traumatherapie gebruik van wat al heel is en wat altijd heel is in ons zelf; datgene dat nooit heling, opknappen of verandering nodig heeft. We zijn al heel. Als we dit niet kunnen ervaren dan zullen we altijd het gevoel hebben dat er nog iets mis is met ons. Als we ons bewust worden van die aangeboren heelheid dan ervaren we een onverwoestbare kracht in ons waarmee we datgene in ons lichaam of geest dat heling nodig heeft, kunnen aanspreken. We kunnen leren om onze wezenlijke heelheid te verwelkomen zodat we in staat zijn om te navigeren in de meest uitdagende omstandigheden in ons leven. Miller geeft o.a. yogatherapie.

Elizabeth Rosner is een dochter van Holocaust overlevenden en zij heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de intergenerationele en interculturele nasleep van genocide en andere gruweldaden, naar de impact er van op individuen, groepen en de maatschappij. Hoe herinneringen aan het verleden zowel educatief als verzoenend kunnen werken en hoe een creatieve aanpak kan helpen. Het gaat haar niet alleen om de Holocaust, ook om andere gruweldaden zoals de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, de genocide in Cambodja en de nog immer voortdurende traumatische gevolgen van de slavernij in de VS. Rosner heeft veel aandacht voor taal. Ze onderzoekt het vocabulaire van trauma en veerkracht.

David Emerson ontwikkelde een trauma gevoelige vorm van yoga. Door trauma kun je het gevoel voor je lichaam verliezen. Deze vorm van yoga geeft dat lichaamsgevoel terug.

Laurel Parnell ontwikkelde een hechtingsgerichte vorm van EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) voor mensen met trauma die in de hechtingsrelatie ontstond. De therapie benadrukt de waarde van een veilige therapeut-cliënt relatie voor de heling van het trauma.

Leslie Booker richt zich op het terugbrengen van de menselijkheid bij mensen die buitengesloten zijn geweest. We moeten de menselijkheid zien voordat we de kleur, handicap of misdaad van iemand zien. Heling van het trauma van kwetsbare groepen kan alleen als behandelaars zich zelf bewust zijn van hoe macht en vooroordeel werkt. De ontmanteling van macht is op zichzelf een daad van liefde en alleen van daaruit kunnen behandelaars echt een verschil maken. Booker werkt met lichamelijke belevingen zoals ‘holding’. Ze leert je om in je eigen lichaam gegrond te zijn en zo samen de emoties te reguleren. Ze leert je vallen en opstaan.

Edward Tick onderzoekt het effect van oorlog en geweld op de ziel, de onzichtbare wonden die het veroorzaakt en psychologische, spirituele en maatschappelijke manieren om die wonden te helen. Hij heeft het over een archetypische manier om trauma door geweld te begrijpen en ontwikkelt een filosofie en een strategie om trauma op individueel en maatschappelijk niveau aan te pakken.

Pat Ogden is van de somatische psychologie en integreert cognitieve en somatische interventies. Ze legt nadruk op het lichamelijke bewustzijn, op anders handelen en het opbouwen van krachtbronnen in het lichaam. De wijsheid van het lichaam staat centraal. Welke krachten in het lichaam kun je inzetten bij traumatische emotionele reacties? Welke handelingen geven kracht? Eerst worden traumatische emoties losgekoppeld van lichamelijke sensaties waarna gezocht wordt naar het voelen van nieuwe krachten door nieuwe handelingen. Het gaat om een herijking van het zenuwstelsel.

Shaka Senghor ontvluchtte op 13 jarige leeftijd een mishandelende thuissituatie om enkele jaren later in de gevangenis te belanden. In de 19 jaar dat hij opgesloten was begon hij te mediteren, compassie te beoefenen en vooral begon hij met het bijhouden van een dagboek. Hij werkte mee aan de hervorming van het rechtssysteem dat geen begrip heeft van trauma en ging anderen helpen. Hij legt de nadruk op actief luisteren en de noodzaak van een mentor bij de behandeling van trauma. Zijn memoires vormen een onvergetelijk verhaal van vergeving en tweede kansen en herinnert ons er aan dat hetgeen we fout doen niet bepaalt wie we zijn en wat we kunnen bijdragen aan de wereld.

Sandra Ingerman haalt inspiratie uit de ervaring van sjamanen over de hele wereld met het terughalen van de ziel om trauma te helen. Ze laat geeft oefeningen om vastliggende en oude wonden te laten gaan en je je weer vrij voelt om positief, gezond en met plezier in het heden te staan. Er staan veel filmpjes op Youtube waarin ze laat zien hoe zij werkt.

Richard Schwarz helpt met zijn Internal Family Systems model op een niet pathologische en empowering manier, om toegang te krijgen tot de onbeschadigde essentie van jezelf waarmee je de beschadigde delen van jezelf die nog in shock, pijn en schaamte leven, kunt helen. Veel trauma therapieën beschouwen het bestaan van verschillende delen van een persoonlijkheid als pathologisch maar Schwarz ziet dit juist als waardevol. Het zijn krachten, veelal voortkomend uit natuurlijke, gezonde en waardevolle toestanden die op een extreme en beschermende manier op de voorgrond treden en veroorzaken dat je het contact met je Zelf verliest. Dat Zelf bestaat uit een innerlijke essentie van kalmte, vertrouwen, helderheid, verbondenheid en creativiteit. Schwarz begon als gezinstherapeut maar leerde van zijn cliënten hoe delen van een persoonlijkheid net zo werken als delen van een netwerk en dus net zo werken als familierelaties.

Bonnie Badenoch vindt dat we tegenwoordig op een extreme manier elke dag opnieuw worden uitgedaagd. We zijn een getraumatiseerde soort en veiligheid ìs de therapie. Psychische en emotionele veiligheid ìs de basis voor heling en voor het voortbestaan in deze wereld. Door niet te oordelen, door trauma te integreren en elk aspect van onszelf en anderen welkom te heten. Door op een therapeutische manier aanwezig te zijn. Badenoch verbindt neuro-wetenschappelijke kennis met kennis van het hart.

David Grand komt met een hersen-lichaam ‘mindfulness’ therapie; ‘brainspotting’. De stand van de ogen speelt een rol in het lokaliseren en behandelen van het trauma in de hersenen. Er zijn drie oog posities die een rol spelen. ‘Brainspotting’ is een opvolger van EMDR.

Linda Graham vindt dat mensen kunnen leren van tegenslagen en uitdagingen wanneer ze gesteund worden en genoeg vaardigheden in huis hebben. ‘Mindfulness’, mededogen met jezelf, empathie en vergeving helpen om het functioneren van de hersenen te veranderen van samentrekking en reactiviteit naar ontvankelijkheid en openheid, naar het bredere perspectief. Mensen kunnen vaardigheden terugkrijgen die de impact van stress of een trauma verminderen, ze kunnen hun innerlijke stabiliteit, betekenis en doelen herstellen en zich bewegen in de richting van voorspoed en groei. Graham maakt gebruik van lichaamswerk om je opnieuw kalm en veilig te voelen. Oefeningen in empathie en mentaliseren kunnen heftige emoties reguleren. We moeten veilige plaatsen ontwikkelen om naar toe te vluchten, zowel binnen in ons zelf als bij anderen. We kunnen een transformerende innerlijke dialoog voeren waarbij de innerlijke criticus en schaamte zich terugtrekken. Schaamte is een zeer krachtige vernietiger van bronnen van veerkracht. Met behulp van de ‘drama-driehoek’ ontdekken we hoe we kunnen ophouden om steeds terecht te komen in de rol van slachtoffer, redder of aanklager, of je dat nu doet in jezelf of dat je dat doet in relatie met anderen.

Kevin Pearce was een professionele ‘snowboarder’ die tijdens een training een traumatisch hersenletsel opliep. Het is zijn missie om hersenletsel te voorkomen, om steun te geven aan herstel en om gezondheid van de hersenen te promoten. Ook hij heeft het over ‘mindfulness’ en ‘body-mind’ oefeningen*.

De bijdrage van Dawson Church is nuttig voor iedereen die geplaagd wordt door herinneringen aan nare gebeurtenissen, door slapeloosheid, nachtmerries of ‘flashbacks’. Of voor degenen die mensen of situaties vermijden die werken als een ‘trigger’, voor mensen die het vertrouwen in anderen en de wereld  verloren hebben of degenen die emotioneel verdoofd de dag moeten zien door te komen. Hij maakt gebruik van de Emotion Freedom Technique (EFT).

Edith Eger wordt geïnterviewd over haar concentratiekamp ervaring. Zij biedt een hartverscheurend verhaal over het overleven van onvoorstelbare verschrikkingen en lijden. De lessen die ze leerde past ze ook als psycholoog toe. Ze legt uit hoe een ‘slachtoffer bewustzijn’ zichzelf kan versterken als je niet goed uitkijkt, hoe je volledig kunt leven in het huidige moment en hoe je een kracht kunt cultiveren die niemand van je kan afpakken. Je ‘ware zelf’ kun je terug pakken, je kunt je concentreren op het ‘wat’ en het ‘hoe’ in plaats van op het ‘waarom’; ‘waarom’ is een op het verleden georiënteerd woord, terwijl ‘hoe’ een op de toekomst gericht woord is. Je kunt leven met het verleden door het te integreren, niet door het verleden te vergeten.

Rick Doblin introduceert een therapie met de drug MDMA. Dit is een van de meest gebruikte synthetische drugs in de wereld van de elektronische muziek zoals techno, trance, house en hardcore maar wordt ook in psychotherapie gebruikt. De voor en nadelen (risico’s) van deze therapie worden besproken. Doblin heeft het over hoe de MDMA kan helpen bij seksueel misbruik, oorlogstrauma’s, of andere trauma’s. Er is onderzoek gedaan naar het gebruik van MDMA door veteranen, brandweermannen en politieagenten.

Doblin werkt mee aan het legaliseren van het gebruik van psychedelische middelen zoals marihuana als medicijn maar ook als middel bij persoonlijke groei voor gezonde mensen.  Doblin doet ook aan ‘holotropisch’ ademwerk. In het filmpje hieronder wordt uitgelegd wat dit inhoudt.

Volgens Diane Poole Heller kan trauma zo overweldigend zijn dat mensen het gevoel krijgen alsof alle verbindingen verbroken zijn, fysiek, emotioneel en spiritueel èn in hun relaties met anderen. Hoe los je het trauma op en kun je vitaliteit herstellen en deelnemen aan een gegrond en authentiek leven? Hoe kun je het lijden en dissociëren beëindigen? Met behulp van lichaamswerk lost ze het trauma op in een reis naar de bron van je ware aard en leert ze je hoe je met je ‘derde oor’ kunt luisteren naar je verblijdende kern. Ook zij werkt met het verminderen van schaamte en schuld en met het her-etiketteren van concepten en herinneringen aan de traumatische gebeurtenissen met de focus op compassie. Hoe kun je bedreigingen op  zo’n manier bekijken dat ze te tolereren zijn zodat symptomen afnemen? Heller maakt gebruik van hechtings-therapeutische modellen. Hier kun je een CD van haar bestellen: ‘Healing your attachment wounds’.

Stephen Porges ontwikkelde de polyvagale theorie die ons beter doet begrijpen hoe anders het autonome zenuwstelsel werkt op momenten dat we ons onveilig voelen en we het gevoel hebben dat we in gevaar zijn of op momenten dat we ons veilig voelen met vrienden of verzorgers om ons heen. Zijn theorie helpt om de werking van ‘triggers’ beter te begrijpen. ‘Triggers’ die ons verdedigingsmechanisme aan het werk zetten en ‘triggers’ die ons doen kalmeren en ons ondersteunen in het spontaan aangaan van sociale verbintenissen. Gezichtsuitdrukkingen, intonatie en gebaren kunnen bepalen of wij ons zullen verbinden of niet.

* ‘Mind-body practices’ , ofwel ‘lichaam-geest werk’ bestaat meestal uit yoga, tai chi en meditatie oefeningen.


Er zijn veel verschillende wegen naar Rome blijkt wel uit deze samenvatting. Wat mij inspireerde voor mijn trauma therapieën maar ook voor mijn eigen leven is de aandacht die er is voor het lichaam: de wijsheid van het lichaam. Ook de aandacht voor ‘mindfulness’ en het zoeken naar de verbinding met het ware, ongeschonden ‘zelf’ zie ik als waardevol. Dat ‘zelf’ dat we kunnen kwijtraken en terugvinden.

Maak bij de heling gebruik van wat al heel is en wat altijd heel is in ons zelf; datgene dat nooit heling, opknappen of verandering nodig heeft. We zijn al heel. Als we dit niet kunnen ervaren dan zullen we altijd het gevoel hebben dat er nog iets mis is met ons. Als we ons bewust worden van die aangeboren heelheid dan ervaren we een onverwoestbare kracht in ons waarmee we datgene in ons lichaam of geest dat heling nodig heeft, kunnen aanspreken.

Je ‘ware zelf’ kun je terug pakken, je kunt je concentreren op het ‘wat’ en het ‘hoe’ in plaats van op het ‘waarom’; ‘waarom’ is een op het verleden georiënteerd woord, terwijl ‘hoe’ een op de toekomst gericht woord is. Je kunt leven met het verleden door het te integreren, niet door het verleden te vergeten.

Als laatste vond ik het waardevol dat er bij meerdere therapeuten aandacht is voor gevoelens van schaamte die veerkracht bij ons wegneemt. Heel belangrijk om ons niet te schamen voor onze trauma’s.

Het mooiste is natuurlijk als we trauma kunnen voorkomen door een veilige omgeving te creëren waar geen plaats is voor uitbuiting en misbruik maar wel voor mededogen en liefde.

 

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologie en boeddhisme, Psychotherapie - Trauma

De zachte kracht van P.A.C.E.

PLAYFULNESS. ACCEPTATION. CURIOSITY. EMPATHY.

Dit bericht gaat over een therapie die gebaseerd is op de hechtingstheorie, ontwikkeld door Daniel Hughes. Hij was in april 2016 in Nederland om een training te geven. Cathy van Gorp en Nine van Stratum, beiden psycholoog en systeemtherapeut, interviewden hem. Een verslag van het interview stond in het tijdschrift Systeemtherapie, deel 3 in 2016 onder de titel: De zachte kracht van ‘pace’.

De therapie van Hughes heet ‘attachment focused family therapy’ (afft) of ook wel ‘dyadic, developmental psychotherapy’ (ddp) en ‘pace’ is er een belangrijk onderdeel van. In het Nederlands wordt ‘pace’ weleens vertaald met ‘sane’. We gaan speels, accepterend, nieuwsgierig en empathisch onze weg in deze therapie. Vooral in engelstalige landen worden therapeuten opgeleid in ddp maar in het najaar van 2016 ging Hughes ook therapeuten in Kenia en Tanzania opleiden. In het interview zei hij daarover:

Net als in Israël is het in deze omgevingen, waar gevaar zeer reëel is en alomtegenwoordig, een uitdaging om ouders te stimuleren om hun kinderen niet enkel als sterk gewapende individuen op te voeden, te eenzijdig gericht op autonomie, maar om hun ook het belang van een veilige en responsieve basis aan te leren.

Hughes richt zich in zijn boeken en DVD’s tot zowel ouders als therapeuten. Aan het eind van het interview vertelde hij dat zijn kleindochter zijn visie onlangs heel goed samenvatte in de vorm van een verzoek aan haar moeder die haar van school zou komen halen. Haar moeder had kort daarvoor een operatie ondergaan en ze vroeg: “Wil je me op tijd ophalen op school? Ik heb nog veel heftige gevoelens over jouw operatie en daar moet ik over nadenken en dat doe ik het beste thuis.”

Op een veilige manier met trauma aan de slag

Hughes werkt met mensen over de hele wereld die zeer onveilige situaties meegemaakt hebben. Van Gorp en Stratum beschrijven hem als een rustige man op leeftijd die zeer gedreven en doorleefd over zijn model en therapieën vertelt.

Zijn carrière begon met een zoektocht in de tijd dat hij werkte met misbruikte kinderen. Hij vertelt openhartig over zijn eerste ervaringen in de jaren ’80 van de vorige eeuw:

Het was erg moeilijk om de ouders van deze misbruikte kinderen te helpen, ze kwamen niet op de afspraak, of ze kwamen wel maar ontkenden de situatie. Zo kwam het dat ik me meer ging concentreren op de pleegouders aan wie de kinderen waren toegewezen. Mijn doel was toen om de pleegouders te leren om het kind beter te laten communiceren, waarbij ik ook oog had voor het verbeteren van de relatie. Ik merkte opnieuw dat ik daar niet veel succes mee oogstte. Daarenboven zag ik dat de kinderen afhaakten. Zij waren immers, vergeleken met niet-getraumatiseerde leeftijdgenoten, slecht in reflecteren en verbaliseren. In mijn pogingen te begrijpen waarom de behandelingen niet succesvol waren, kwam ik uit bij waardevolle literatuur en onderzoek omtrent hechting. Al heel snel werd duidelijk dat deze kinderen heel slecht in staat waren om een veilige hechtings-band met hun pleegouders op te bouwen. Ik zag dat de meeste kinderen die ik begeleidde in de categorie van gedesorganiseerde hechting onder te brengen waren.

De hechtingstheorie was al ontwikkeld toen Hughes begon als therapeut en de hechtings-stijlen waren bekend maar een hierop gebaseerde therapie was er eigenlijk niet. Hij begon interventies op te zetten en uit te proberen die voor zijn gevoel aansloten en werkt zijn ideeën nu nog steeds verder uit.

Een therapeut kan volgens hem niet stil, achteruit leunend en zogenaamd objectief op zijn/haar stoel blijven zitten. Vooral in zijn interactie met kinderen maar ook met adolescenten en volwassenen wil hij actief en enthousiast zijn. Hij probeerde de pleegouders van de kinderen hierin mee te krijgen en ook op die actieve manier contact te laten maken met hun getraumatiseerde kinderen.

Hughes vindt het concept van de ‘intersubjectiviteit’ eigenlijk belangrijker dan de gehechtheids-stijlen. We worden allemaal geboren met de mogelijkheid tot interactie. Hij vind het erg jammer dat er naar de therapeutische kracht van de speelse, vreugdevolle, actieve interactie nog maar weinig onderzoek is gedaan. Het onderzoek richt zich meer op modellen en te weinig op de relatie. Meer over de therapeutische relatie in het bericht de therapeutische alliantie.

Eerst connectie, dan correctie

Behandelmodellen zijn veelal gebaseerd op de sociale leertheorie maar Hughes richt zich vooral op het opbouwen van een veilige band tussen het kind en de opvoeders en baseert zich op de hechtingstheorie. Technieken die voortkomen uit de sociale leertheorie, zoals straffen en belonen werken alleen als er sprake is van een goede relatie.

Als je misbruikte kinderen helpt om zich veilig te voelen, help je hen om het trauma te overstijgen

De basisaanname van hechting is veiligheid. De fundamentele ondertoon van trauma is het ontbreken van veiligheid. Als je misbruikte kinderen helpt om zich veilig te voelen, help je hen om het trauma te overstijgen. Ouders kunnen geen veiligheid bieden als ze kritisch blijven, op afstand blijven, straffend blijven, zich niet kunnen verbinden, enz. Deze ouders zitten wellicht vast in hun eigen hechtings-geschiedenis.

In sommige gevallen stelt Hughes de gezinsgesprekken uit en wordt er exclusief gewerkt aan de band met de ouders. Een goede afstemming en verhouding met hen is noodzakelijk. Tegelijkertijd krijgt in dat geval het kind individuele therapie. Maar soms is één gesprek al voldoende om draagvlak te creëren en wordt het kind er meteen erbij betrokken.

Omdat de focus van de therapie gericht is op de afstemming en de relatie is deze therapie geschikt voor kinderen maar net zo goed voor adolescenten en volwassenen. Zodra iemand signaleert dat het niet veilig is wordt er vertraagd. Het belang van non-verbale signalen is groot. Hughes geeft in het interview een mooi voorbeeld van een sessie met een meisje waarin hij plotseling voelde dat hij het contact verloor. Hij vroeg haar op een zachte toon:

‘Ik denk dat je aan iets anders denkt op dit moment. Je hebt beslist om over iets leukers dan het onderwerp van zonet na te denken, lijkt me. Misschien herinner je je plots een droom of een plaats die jou een blij gevoel geeft. Zou je me willen vertellen waar je mee bezig bent nu? Misschien praatte ik net over iets dat je niet zo leuk vindt of waar je nu liever niet over praat Als je me liever even wil negeren is dat prima hoor.’

Hier demonstreert Hughes twee belangrijke peilers van zijn model: acceptatie en nieuwsgierigheid. De reactie van het meisje na deze woorden:

‘Ik ben in het land van de dinosauriërs, ik rijd op Diamant, mijn eenhoorn.’ Hughes vraagt haar: ‘Echt? Je rijdt gewoon rond?’ ‘Ja, en als een dinosauriër te dichtbij komt, dan prikt Diamant hem met zijn hoorn.’ ‘Dat is geweldig. Je bent heel veilig daar. Mag ik je daar komen bezoeken?.’ ‘Nee! Het is mijn speciale plek.’ ‘Als je straks terug wil komen op bezoek bij mij, wil je dan eventueel Diamant meebrengen? Zo kan Diamant mij ook prikken als ik te dicht bij jou kom.’ Het meisje lachte, vertelt Hughes. ‘Laat je me weten als je terug bent?’ Ze kijkt hem aan wat voor hem een teken is dat ze terug is. ‘Wil je me waarschuwen als Diamant me gaat prikken?’ ‘Nee!’, roept het meisje. ‘Verdorie’, lacht Hughes, ‘ik kan maar beter oppassen dan’!

Hiermee is aangetoond hoe belangrijk het is om een dissociatie te accepteren. Een van de peilers van zijn model: acceptatie. De dissociatie is een zinvolle, betekenisvolle reactie op gevaar en gebrek aan veiligheid. Het accepteren er van geeft veiligheid en maakt de dissociatie minder hard nodig. Vaak uit angst gaan ouders of minder ervaren therapeuten dissociaties uit de weg. Uit angst gaan ze contact vermijden of de dissociatie bestrijden.

Een belangrijk punt is dus dat de therapeut in verbinding moet zijn met zijn/haar eigen gevoelens en zicht hebben op zijn/haar eigen hechtins-geschiedenis. Als we dat contact kwijt raken gaan we rationaliseren. Een belangrijk citaat uit zijn meest recente boek is: ‘Eerst connectie, dan correctie’. Dit geldt voor zowel de opvoeding als voor de therapie.

Mentaliseren

Als therapeut mag je dus directief zijn en mag je niet teveel in de ontvankelijke rol zitten. Het is essentieel om het belang van de intersubjectiviteit te beseffen en in te zetten in de therapie. Je stuurt als therapeut het proces, je zorgt actief mee voor de beweging.

Het kunnen reflecteren is bij getraumatiseerde mensen zeer beperkt. Zij hebben vaak geen woorden voor hun innerlijke belevingen. Als je hen laat leiden, verzand je. Je zoekt dus samen met hen actief naar woorden en je geeft hen de ruimte om jou te corrigeren. Ook kinderen zullen je corrigeren: ‘Nee ik ben niet verdrietig maar misschien wel in de war’. Het proces van samen zoeken en aftasten maakt mensen sterk en verhoogt hun gevoel van veiligheid. Als een kind ‘nee’ kan zeggen getuigt dit van een basisgevoel van veiligheid.

Speelsheid

Speelsheid is een kernelement voor Hughes die als speltherapeut begon maar speelsheid behelst nu voor hem veel meer dan het spelen met materiaal. Het materiaal haalt hij nog zelden uit de kast. Om je te verbinden met kinderen heb je het echt niet nodig. Onder speelsheid verstaat hij de afwisseling van enthousiasme, lichtheid, hoopvol zijn, gek doen, plagen, opgewonden zijn, enz. Hij is blij dat er veel interesse is voor het enthousiast, veilig en geëngageerd werken met zwaar getraumatiseerde kinderen.

Meer over hechtings-therapie op dit web-log: Mentaliseren en hechting, Hechting tussen client en therapeut, Hoe gehecht bent u?

Meer over trauma therapie op dit web-log: Schrijftherapie bij trauma, Schrijftherapie bij trauma deel 2, Het onderliggende trauma wordt niet behandeld.

 

3 reacties

Opgeslagen onder Opvoedkunde, Psychotherapie - Trauma, Systeemtherapie

Congres: Insluiten en uitsluiten

CONGRES VAN MIJN BEROEPSVERENIGING: DE NVRG (De Nederlandse Vereniging van Relatie en Gezinstherapeuten).

Insluiten en uitsluiten was het thema 

Een belangrijk thema in een tijd waarin veel vluchtelingen naar Europa komen die zoeken naar insluiting of aansluiting om hun leven opnieuw op te bouwen. Een belangrijk thema in een tijd waarin steeds meer mensen, ook die niet gevlucht zijn voor oorlog en onderdrukking, buiten de ‘speedboat’ vallen zoals de bekende Belgische psychiater Dirk de Wachter het formuleerde op een vorig congres:

Voorop staan knappe jonge kerels, glinsterend in de zon, met rondborstige blon­dines aan hun gespierde armen. Ze lachen, drinken champagne. De boot racet steeds sneller maar zij kijken niet achterom, naar de mensen die uit de boot vallen: degenen die terecht­komen in de geestelijke gezondheidszorg of zeggen: ik kan niet meer, ik doe niet meer mee.

Een van de sprekers op dit congres was de psychiater Aram Hasan, zelf een vluchteling uit Syrië die vele jaren geleden moest vluchten vanwege zijn mensenrechten-activiteiten en die sinds eind jaren ’90 in Nederland woont. Voor hem is de cirkel van uitsluiting/insluiting rond: hij heeft zich van ‘de ene kant van de tafel’ (die van hulpzoekende) naar ‘de andere kant’ (die van hulpverlener) verplaatst en helpt nu de vluchtelingen die na hem gekomen zijn.

Eigenwaarde en context

Toen Hasan naar Nederland kwam riep Pim Fortuijn nog dat je vluchtelingen ‘streng maar rechtvaardig’ moest behandelen. Het lijkt alsof Hasan het hier mee eens kan zijn. Of de uitsluit/insluit cirkel afgelegd wordt en of je slaagt in het nieuwe land hangt volgens hem voor een groot deel af van je gevoel van eigenwaarde. Je moet er dus zelf iets voor doen om dat ingesloten gevoel te krijgen.

Zijn opmerking over eigenwaarde deed mij denken aan mijn emigratie naar Australië in 1984 als jonge vrouw van 32. Na 12 jaar kwam ik terug naar Nederland. Dat was opnieuw een emigratie.

Emigreren is natuurlijk niet hetzelfde als vluchten maar in de eerste jaren in Australië had ik wel degelijk insluit problemen omdat ik een vreemdeling was. Mijn opleiding als pedagoog werd bijvoorbeeld niet erkend. Op zoek naar insluiting kocht ik in die tijd een komisch boekje met de titel: ‘How to be normal in Australia’, maar ik belandde uiteindelijk na enige omzwervingen aan ‘de ene kant van de tafel’ en wel bij een psychiater. De goede man was toevallig Joods en hij vertelde dat veel psychiaters Joods zijn omdat Joden een geschiedenis van vervolging kennen (een ernstige vorm van uitsluiting). Met dit verhaal hielp hij mij niet direct maar het werd in onze gesprekken wel steeds duidelijker dat ik was geëmigreerd in een fase van mijn leven waarin ik nog niet veel zelfvertrouwen had ontwikkeld als professional.

Zelfvertrouwen is niet hetzelfde als eigenwaarde maar de twee begrippen zijn natuurlijk verwant. Het voelde voor mij als een confrontatie toen de psychiater over mijn zelfvertrouwen begon. Deze confrontatie was ‘hard maar rechtvaardig’. Het was waar; mijn pijn over het uitgesloten zijn van de arbeidsmarkt had niet alleen te maken met mijn status als vreemdeling maar ook met mijn gebrek aan zelfvertrouwen. Ik was namelijk nog maar twee en een half jaar vòòr de emigratie afgestudeerd en had in Nederland nog maar twee jaar werkervaring als professional achter de rug. Om mij duidelijk te kunnen presenteren op deze specifieke arbeidsmarkt in een vreemd land was dat niet voldoende.

Toen ik mij dit bewust werd viel er een ‘slachtoffer’ gevoel van mij af, werd ik sterker en namen de mogelijkheden om mij meer ingesloten te voelen uiteindelijk toe. Een gevoel van eigenwaarde is inderdaad een belangrijk ingrediënt om als vreemdeling het gevoel te krijgen dat je erbij hoort. Daar kan ik over meepraten. En om die eigenwaarde te ontwikkelen moet je zelf iets doen maar heb je ook je omgeving nodig.

Helaas worden vluchtelingen nu in Nederland ernstig tegengewerkt waardoor ze te lang buiten de maatschappij blijven staan. Het langdurige wachten alleen al werkt traumatiserend. De NOS berichtte recent nog over het wachten waar de vluchteling mee geconfronteerd wordt. Een vluchteling:

Je moet eerst wachten op een verblijfsvergunning. Dan moet je wachten op een huis. Daarna mag je pas de taalcursus doen. Wil je dan gaan studeren, moet je eerst nog een schakeljaar doen en na al die jaren wachten kan je dan eindelijk aan je studie beginnen. Dat maakt het zo moeilijk om weer onderdeel te worden van de maatschappij.

Volgens Hasan is naast de eigenwaarde ook de context belangrijk voor een uitsluit/insluit-gevoel. Een moeder met een ‘boerkini’ aan, kan gemakkelijk met haar kinderen mee de zee in om met hen te spelen. Dan is zij ingesloten in haar gezin in de situatie. Maar in gezelschap van een meerderheid van Nederlandse vrouwen die bikini’s dragen zal zij uitgesloten zijn. De context-afhankelijkheid van de begrippen uitsluiten en insluiten worden tijdens de gehele dag op het congres door verschillende sprekers naar voren gebracht.

d1089a0dd1e3f634e034e063dc7a08be1

Eigenwaarde en doorzettingsvermogen heb je nodig om je ingesloten te voelen maar je hebt net zo goed mensen om je heen nodig die je helpen.

Hasan richtte de stichting Psychiaters Zonder Grenzen op.

Behandelen van getraumatiseerde vluchtelingen: vertrouwen en psycho-educatie

Obstakels in therapie met getraumatiseerde vluchtelingen kunnen te maken hebben met vertrouwen, taal, vermijding, schaamte (gezichtsverlies), doelen en verwachtingen van de therapie, de geestelijke en sociale toestand waarin de client zich bevindt, het gebruik van medicatie, bijgeloof, verborgen discriminatie enz. Sommige vluchtelingen denken dat wanneer de hulpverlener/dokter/psychiater geen pillen geeft dat het dan geen goede dokter is.

Aan de hand van een casus illustreert Hassan hoe belangrijk het vertrouwen in de therapeut is en hoe dit voor een doorbraak zorgde. Het ging om een 51-jarige man die uit Irak was gevlucht met zijn vrouw en kinderen en die in Nederland gescheiden was. Deze man kon erg agressief worden en dreigde om zijn ex-vrouw te vermoorden. Het vertrouwen en de doorbraak in de behandeling betekende dat de man zijn levensverhaal begon te vertellen aan de therapeut. De relaties met zijn dochters werden hersteld en hij kreeg begrip voor zijn ex-vrouw.

Volgens Hasan is ook psycho-educatie van groot belang. Je moet uitleggen wat het nut van de behandeling is. Je moet duidelijk uitleggen wat het voor de cliënt kan betekenen als deze over zijn post- traumatische stress heen zal zijn. Hasan heeft hiervoor een filmpje gemaakt. Een van zijn cliënten zei na het zien van dit filmpje dat het zien er van meer invloed op hem had dan een jaar behandeling! Dit maakte mij erg nieuwsgierig maar we kregen het filmpje helaas niet te zien en het is niet te vinden op het internet.

Na vele jaren werken met vluchtelingen komt Hasan tot de conclusie dat diagnostiek en behandeling bij het grootste deel van cliënten uit Oosterse culturen om veel geduld, durf en flexibiliteit vraagt. Het systeem rond de cliënt moet er zoveel mogelijk bij betrokken worden, er moeten duidelijke en haalbare behandeldoelen gesteld worden en de therapie moet begrijpelijk gemaakt worden met psycho-educatie. Emoties, gevoelens en angsten moeten zoveel mogelijk benoemd worden.

Welke methode de therapeut ook gebruikt maakt niet zoveel uit. EMDR, BEPP of NET, ‘Narrrative Exposure Therapy’, waarbij het levensverhaal van de cliënt centraal staat, het maakt niet uit als zowel de cliënt als de therapeut er maar vertrouwen in hebben. Over EMDR denken veel vluchtelingen dat het een soort hypnose is. In de ‘Narrative Exposure Therapy’ heb ik persoonlijk het meest vertrouwen. Eerder schreef ik hier over op dit weblog, al maak ik gebruik van de term schrijftherapie. Tekenen of andere beeldende middelen kunnen ook ingezet worden binnen deze therapie.


Andere sprekers over insluiten en uitsluiten op dit congres: Trudy Dehue en Bill Madsen, en de uitstekende workshop van Monique Hof van Systeemwijs over pesten, komen in een volgend bericht aan de orde. Trudy Dehue sprak over: wat sluit je in en wat sluit je uit als je een wetenschappelijke definitie formuleert. Bill Madsen sprak over ‘mattering’ (er toe doen, ingesloten zijn) en ‘marginalization’ (uitgesloten worden) in gezinnen. Dus; ‘stay tuned!’

3 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychiatrie, Psychotherapie - Trauma, Systeemtherapie

Schrijftherapie bij trauma deel 2

EEN HELEND VERHAAL DRAAGT DE WOND, DE VRAAG EN HET MEDICIJN IN ZICH

Als je iets heel naars hebt meegemaakt wil je het zo snel mogelijk kwijt. Je gooit het daarom zo vlug mogelijk in een kist in je hoofd en probeert vervolgens die kist uit je hoofd te krijgen. Dat lukt niet goed. Soms lukt het om de deksel een tijd op de kist te houden. Vaak springt die open, bijv. als je net in bed ligt. Dat die kist openspringt komt omdat alles zo rommelig in die kist ligt. Je moest het snel kwijt dus had je geen tijd om het netjes neer te leggen. Omdat het er rommelig in ligt drukt het hard tegen de deksel aan en als hij opengaat springt de deksel helemaal open. Tijdens de schrijftherapie doen we de kist voorzichtig een stukje open, bekijken we wat er in ligt en gaan we het netjes neerleggen. Dan springt de kist niet meer zo makkelijk open en als hij een keer opengaat gaat hij maar een klein stukje open en kun je hem met een hand dichtdoen. Je zult merken dat je je veel rustiger en prettiger gaat voelen. We gaan het netjes neerleggen door er samen over te schrijven.

Deze metafoor van de kist vond ik in een artikel van GZ-psycholoog Sacha Lucassen in het tijdschrift Kind en Adolescent in maart 2005: ‘Schrijftherapie voor getraumatiseerde kinderen en adolescenten’. Schrijftherapie ben ik verder gaan ontwikkelen,  ook voor cliënten van boven de 18 jaar. De metafoor van de kist gebruik ik soms om te motiveren voor de therapie.

Tijdens het schrijven zul je vaker aan de traumatische gebeurtenis(sen) denken. Dit is niet prettig maar het draagt bij aan de verwerking. Je gaat ervaren dat er in de hoeken en gaten van het verhaal zaadjes van kracht en veerkracht zitten en het wordt uiteindelijk een verhaal waar je mee kunt leven in plaats van te moeten overleven.

Het trauma kan veroorzaakt zijn door een eenmalige gebeurtenis of door een reeks van gebeurtenissen, zoals bij seksueel misbruik of emotionele verwaarlozing.

Drie fasen van de schrijftherapie

Dit komt van Alfred Lange die ook schrijftherapieën met volwassenen doet.

Fase 1

In de eerste fase confronteert de cliënt zichzelf. H/zij wordt aangemoedigd om vrijuit en gedetailleerd te schrijven over feiten, gedachten en gevoelens die met de traumatische gebeurtenis samenhangen. De meest pijnlijke gedachten en beelden worden niet vermeden.

Fase 2

In de tweede fase vindt er een cognitieve herstructurering plaats al pratend tijdens de zitting: We herdenken en herordenen de vooronderstellingen, attitudes, ideeën, beelden, vermoedens, gedachten en denkstijlen die de cliënt er op na is gaan houden na het trauma. De therapeut kan suggesties doen waarvan hij denkt dat ze zouden kunnen passen bij de cliënt. De herstructureringen, de nieuwe en helpende gedachten worden opgeschreven. Allerlei positieve manieren van omgaan met de traumatische gebeurtenissen worden genoteerd.

Het verhaal wordt met elke sessie rijker. Lees ook het bericht: Therapie is taal, het is samen een rijker verhaal maken. We schrijven totdat het een verhaal is waar je mee kan leven en het trauma niet meer of aanzienlijk minder in de weg zit. Een helend verhaal draagt de wond, de vraag en het medicijn in zich.

De therapie neemt natuurlijk niet weg dat veel onrecht waar het trauma een resultaat van is ook op andere en misschien wel ‘politiek’ actieve manieren voorkomen moet worden. Soms werken cliënten als ervaringsdeskundigen daar na en door hun therapie aan mee.

Fase 1 en fase 2 wisselen elkaar af. Tijdens de sessie herlezen we wat al geschreven is en bedenken we nieuwe en helpende gedachten (fase 2) en schrijven we aan nieuwe delen, voegen we feiten en gebeurtenissen toe (fase 1). Dit alles in een tempo dat bij je past.

Fase 3

Afsluitend verzinnen we een ritueel of schrijf je een brief aan een belangrijke ander om het verhaal waar jij mee verder kunt te delen.  Je schrijft het verhaal voor je zelf maar misschien mogen anderen het lezen. De brief of het ritueel onderstreept het afscheid nemen van het trauma.

Soms hebben we aan het eind een sessie met belangrijke anderen en wordt het verhaal voorgelezen. De anderen luisteren, een beetje alsof ze naar de radio luisteren, waarna ze mogen reageren en vragen mogen stellen. Hierbij kunnen we gebruik maken van de zogenaamde ‘Outsider Witness’ vragen van Michael White. Door deze gestructureerde vorm van luisteren en vragen stellen wordt gezorgd dat het veilig blijft om het verhaal te delen; er wordt niet geoordeeld en er ontstaat ruimte voor verbinding en troost.

‘Outsider Witness’ vragen zijn bijvoorbeeld: Wat trekt je aandacht in één zin of in één woord. Wat trekt letterlijk de aandacht, dus los van de interpretatie? Wat denk je dat belangrijk is of van waarde is voor de verteller? Komt er een metafoor, een beeld bij je op? Raakt het verhaal van de verteller aan een eigen ervaring? Kom je bij het luisteren van het verhaal op nieuwe ideeën? Krijg je nieuwe voornemens?

Hoe gaat het verder in zijn werk?

Levensgrafiek

Levensgrafiek

Meestal is het verhaal in de ik-vorm. Bij het schrijven kunnen we gebruik maken van de levensgrafiek. We kunnen samen een titel bedenken. Tijdens de sessie bedenken we samen de eerste zinnen van het verhaal en schrijf jij ze op. Later werk je dit thuis op de computer uit. Zo zet je de zaken nog eens extra op een rij en kun je er nog iets aan veranderen. Wat je hebt uitgewerkt kan tijdens een volgende sessie nog eens voorgelezen worden, je luistert en beleeft en ontwikkelt nog meer meta-cognities, gedachten en wetenswaardigheden over het trauma. Je komt er steeds meer boven te staan.

De opbouw van het verhaal kan zijn; een korte inleiding, de beschrijving van het trauma, de feiten, de gevoelens, de gedachten, zeker wat het pijnlijkste deel van het trauma betreft. Waar je in je gedachten/dromen steeds naar terugkeert zijn vaak de pijnlijkste delen, de piek-ervaringen. We schrijven op wie naast de dader en het slachtoffer, de andere figuren in het trauma waren.

We schrijven ook op wat er na het trauma gebeurde, wat het trauma voor jou betekende en hoe je nu kunt omgaan met het trauma als je er aan herinnerd wordt.

We spelen rechtbank en bedenken een straf voor de dader. De straf wordt beschreven. De verantwoordelijkheid moet gelegd worden daar waar die hoort. Pas dan ben je vrij van het trauma.

Het idee over jezelf veranderde door het trauma. Het idee dat je had over jezelf voor het trauma is aan diggelen geslagen. We gaan op zoek naar de verbinding met gevoelens, waarden, overtuigingen, ideeën die bij je hoorden vòòr het trauma en die nu bij je horen.

Herstructurering en verbeeldingskracht in plaats van te moeten ontsnappen

Terwijl je schrijft onderzoeken we je gedachten op hun houdbaarheid en dagen we ze uit. Wat had je willen doen op dat moment?

Als er een absolute macht op je wordt uitgeoefend is er geen ruimte in de geest voor een eigen wil of een actieve vorm van denken. Het kan zijn dat iemand tijdens het trauma in zijn hoofd is ontsnapt door alsmaar te zeggen: ik wil hier niet zijn, ik wil hier weg, laat dit ophouden. Dit ontsnappen is wat men in de psychologie dissociatie noemt. Het is een slimme manier van overleven als je in een situatie bent waar je geen kant meer op kunt. Het ontsnappen zorgt er voor dat de naarste herinneringen vaag zijn gebleven. Als je herinnerd wordt aan het trauma zul je steeds weer willen ontsnappen maar dat hoeft na de therapie niet meer. De ruimte voor de eigen wil en een actieve vorm van denken is opgeëist.

Samenhangend schrijven draagt bij aan de gezondheid

Door het trauma is het levensverhaal verstoord. Grof geweld, mensen die willekeurig sterven, mishandeling, misbruik, het zijn ervaringen die het moeilijk maken om te blijven geloven in de goedheid van mensen of een rechtvaardige wereld. Naast het verwerken van het leed, plaatst zo’n ervaring vraagtekens bij de basale uitgangspunten van je levensverhaal. Wat klopt er eigenlijk nog van waarden die voor mij belangrijk waren voor dit gebeurde? Dat maakt het moeilijk om over zulke ervaringen te vertellen, want hoe vertel je het? Welke woorden kunnen het gebeurde uitdrukken als je het zelf niet meer begrijpt?

Mensen die getraumatiseerd zijn vertellen hun verhaal daarover vaak in flarden, onsamenhangend, dan weer los van het gevoel en dan ineens weer overspoeld van gevoel, er zit geen lijn in. Het terugvinden van die lijn, betekenis verlenen aan je ervaringen, is moeilijk. Er kan angst zijn om overspoeld te raken bij het terugdenken. Er kan angst zijn dat het verhaal te zwaar zal zijn voor de ander als je erover spreekt.

Woorden geven aan wat er is gebeurd is echter een kritisch onderdeel van het helingsproces. Hier helpt schrijftherapie bij. Het lijden houdt op lijden te zijn zodra we er een duidelijk beeld van hebben. In verschillende onderzoeken is gevonden dat het schrijven een positief effect heeft op de psychische én de lichamelijke gezondheid. Ook zijn er relaties gevonden met het verbeteren van het functioneren van het immuunsysteem. Naast het schrijven over het trauma werkt ook het schrijven over een voorgestelde gewenste toekomst, helend.

Meer over schrijftherapie met o.a. vluchtelingen in een vorig bericht: Schrijftherapie bij trauma 

Hoe vaak er aan het trauma voorbijgegaan wordt binnen de hulpverlening en hoe kwalijk dit is schreef ik over in dit bericht: Het onderliggende trauma wordt niet behandeld.

 

6 reacties

Opgeslagen onder Psychotherapie - Trauma

Het onderliggende trauma wordt niet behandeld

In de Groene Amsterdammer stond een artikel: De trauma-paradox. De paradox is dat mensen met de grootste problemen het minst geholpen worden. Er worden namelijk wèl behandelingen uitgevoerd voor allerlei stoornissen maar het onderliggende trauma wordt niet behandeld. Hier mijn samenvatting van het artikel.

Je moet er maar mee leren leven

De juiste diagnose wordt vaak niet gesteld omdat behandelaar en cliënt blijven steken bij een stoornis zoals een depressie of een eetprobleem. Dit werkt re-traumatiserend en versterkt het lijden van de cliënt. Ook zeggen hulpverleners tegen cliënten dat ze maar met het trauma moeten leren leven. Maar dat kunnen ze niet.

Veel mensen met vroegkinderlijke chronische traumatisering wordt de toegang tot de geestelijke gezondheidszorg geweigerd en tal van therapeuten met een particuliere praktijk voelen zich voor deze behandelingen onvoldoende toegerust.

Dit beweert Onno van der Hart, trauma-expert en emeritus hoogleraar aan de Universiteit Utrecht.

Het is deze alinea die mij motiveert om iets nieuws te gaan schrijven over mijn ervaring met trauma therapieën. Ook al werk ik in een eigen praktijk, ik voel mij wel degelijk toegerust. Het zijn zelfs mijn ‘favoriete’ therapieën. Waar de hoogleraar de opmerking over particuliere praktijken vandaan haalt wordt verder niet toegelicht. Een eerder bericht over trauma-behandeling op dit weblog is: Schrijftherapie bij trauma.

Als hulpverleners zich onvoldoende toegerust voelen dan zou dat weleens kunnen komen omdat zij binnen de instellingen door hun leidinggevenden onvoldoende ondersteund worden. Instellingen werken namelijk meestal vanuit de DSM, wat een armetierige basis is voor behandeling van trauma. Hierover uitte de Vlaamse psychotherapeut Paul Verhaeghe terecht zijn zorgen op het congres van de NVRG in 2015. We beseffen volgens hem te weinig hoe sociaal normerend de DSM is. Het woordje ‘te’ komt er het vaakst in voor. Mensen krijgen een label omdat ze ‘te’ veel dit of ‘te’ weinig dat doen. Maar voor dat ‘te’ is er geen andere maatstaf dan een sociale norm. O.a de norm van hun hulpverleners. Hulpverleners worden gedwongen om op deze manier te diagnosticeren en zijn daarmee automatisch gericht op sociale aanpassing.

Verder met het artikel uit de Groene Amsterdammer

Volgens een ervaringsdeskundige …

…. vinden ze in de ggz trauma gevallen meestal te zwaar. Er wordt in de regel niet aan de traumatische ervaringen gewerkt. Alles is gericht op stabilisatie. In de praktijk komt dat neer op medicijnen en coping-strategieën. Dan krijg je bijvoorbeeld een training emotieregulatie. Maar dat helpt niks. Mensen blijven zichzelf bijvoorbeeld snijden, want de traumatisering zelf wordt niet opgelost. Er zijn tegenwoordig zoveel technieken voor traumabehandeling, maar ze durven het niet aan. Bovendien moet alles kort en snel. Terwijl voor deze mensen het nemen van de tijd juist cruciaal is.’

Fatalisme bij hulpverleners

Vroegkinderlijk, herhaaldelijk en langdurig fysiek geweld leidt tot complexe trauma’s en laat enorme sporen na. Vaak is er sprake van depressies, psychoses, verslavingen, zelfbeschadiging. Maar ook zijn er veel al dan niet onbegrepen lichamelijke klachten. Bovendien is het vaak niet mogelijk om in een werkomgeving te functioneren.

Opeenstapeling van problematiek op veel gebieden tegelijk leidt tot een terughoudende opstelling in de ggz soms zelfs tot een soort fatalisme. Het adagium werd: ‘als je deze mensen gaat behandelen, worden ze alleen maar slechter.’ Maar er zijn nieuwe inzichten en er zijn hulpverleners die met zweet op hun rug beginnen aan trauma-behandelingen. Dat is heel spannend zegt een bestuurder van GGNet, een ggz-instelling de Achterhoek die zich op het screenen op trauma van al hun cliënten heeft gestort. Als hulpverleners merken dat het wél gaat en dat ze successen boeken, dan maken ze een omslag. Inmiddels blijkt uit onderzoek dat zelfs psychotische mensen met ptss behandeld kunnen en moeten worden.

Ook van de groep slachtoffers van seksueel geweld wordt te snel aangenomen dat zij een traumagerichte behandeling niet aankunnen.

De ggz is te aanbodgericht

Wilma Boevink, onderzoeker bij het Trimbos Instituut en ervaringsdeskundige, vertelt aan de telefoon: ‘Ik ben nu 52. Op mijn zeventiende belandde ik in de ggz. Eerst ambulant, daarna jarenlang via verschillende opnames. Ik ben mijn hele leven al bezig. En dat is niet omdat ik het zo leuk vind.’ De ggz is te aanbodgericht, volgens haar. ‘Uw ziekte bestaat niet omdat wij het aanbod hier niet hebben. Dat idee.’ Sinds 2000 houdt Boevink zich bezig met de zogenaamde herstelbeweging. ‘We begonnen met herstelwerkgroepen, waar mensen leerden te vertellen wat ze hadden meegemaakt. Daar kwam een enorme stoot van geweldsverhalen los. Naar die verhalen was nog nooit gevraagd. Mij was ook nooit gevraagd naar mijn verleden tijdens al die opnames. De vraag ‘wat is er met je gebeurd?’ was simpelweg nooit gesteld. In de psychiatrie is er een aanname dat iemand een ziekte heeft die je kunt opsnorren. Je praat dan dus niet met een persoon maar met een stoornis.’

Meer over de herstelbeweging op dit weblog: Herstel is een uniek proces.

Er zijn dappere hulpverleners nodig

In de kinderjaren mishandelde kinderen zijn de hoogste gebruikers van de gezondheidszorg als ze volwassen zijn. De zorgconsumptie is driemaal zo hoog vergeleken bij degenen die zijn opgegroeid in een veilige omgeving.

Hulp bieden aan traumaslachtoffers is niet alleen een morele verplichting, maar ook een praktische. Er valt immers zoveel te winnen: gezondheidswinst voor slachtoffers natuurlijk. Maar ook: verhoging van arbeidsparticipatie, verlaging van zorgkosten, het doorbreken van patronen die van generatie op generatie worden doorgegeven.

Slachtoffers van kindermishandeling zijn als bange kinderen. ‘Die hebben dappere hulpverleners nodig’ zegt een pleegvader.

Er is werk aan de winkel. Maar werken vanuit een stoornis helpt dus niet. Het levensverhaal en de verdere context van de cliënt moeten het uitgangspunt zijn.

Een bericht over mijn eigen schrijftherapieën bij trauma volgt nog.

2 reacties

Opgeslagen onder Psychotherapie - Trauma

Het geheim van mijn vader

marlieskleiner-650x300

Het geheim van mijn vader is een observerende documentaire waarin Marco’s dochter, Marlies, het gesprek aan gaat met haar vader over zijn incestverleden. Ze reizen samen af naar zijn stacaravan in de bossen in Harfsen. Gedurende hun weekend weg, gaan zij het gesprek met elkaar aan over de grote verschillen die Marlies en haar vader hebben ervaren gedurende hun jeugd. Ondanks Marco’s tragische en onveilige jeugd, heeft hij Marlies veilig en liefdevol grootgebracht.

Terecht schrijft de redacteur van NPO Doc over de filmmakers:

“Knap hoe jullie zo’n moeilijk onderwerp hebben vastgelegd en mooi om te zien hoe vader en dochter dichter bij elkaar komen”.

Ik zag de film op NPO Doc maar hij is hier te zien. Duur: 15 minuten. Heel erg de moeite waard.

http://www.worldvisualsfilm.nl/het-geheim-van-mijn-vader/

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie - Rouwen, Psychotherapie - Trauma

Het belangrijkste is om baas te worden over je eigen verhaal

Dit zegt de Rotterdamse priester Remy Jacobs in een interview met Lex Bohlmeijer in De Correspondent. Jacobs heeft een theatervoorstelling gemaakt over zijn trauma. Hij is tussen zijn tiende en zijn vijftiende seksueel misbruikt in de Katholieke kerk. Het stuk heet: Als ik de liefde niet heb.

Zie hier het artikel in de Correspondent en beluister de podcast.

Een voorstelling als deze kan denk ik gezien worden als een bijzonder mooie uitkomst van narratieve therapie en van schrijftherapie bij trauma. Eerder op dit blog over narratieve therapie: hier en hier. In de narratieve therapie werk je van ‘dunne, arme verhalen naar dikke, rijke verhalen‘.

Jacobs: “Ik ben de baas van mijn verhaal en niet de mannen die mij dit hebben aangedaan of degenen die toekeken”. Hij kan het verhaal nu vastpakken en het zelf aan of uitzetten.

Hij heeft een vorm gevonden samen met de theatermaakster Marjolein van Heemstra. “Vind maar eens mensen die je helpen om je verhaal goed te kunnen vertellen”, zegt hij. En dat is nu precies wat ook in een goede narratieve therapie gebeurt.

Een schadevergoeding wegens het misbruik vond Jacobs niet genoeg: “Er is iets in het systeem dat niet klopt. Waarom is er zo lang over gezwegen? Waarom doen we zo lang aan ‘damage-control’? Hij wilde niet alleen dat de kerk het zwijgen doorbrak, hij wilde ook zijn eigen zwijgen doorbreken. Steun en heling is wat je nodig hebt. En je kunt wonden alleen genezen als je ze ziet en als je kunt luisteren naar die wonden.

Hij verdwaalt af en toe in zijn verhaal en dat is volgens hem een ervaring die bij het leven hoort. Door te verdwalen kom je op zinnen zoals “om de liefde te krijgen moet je langs de liefdeloosheid”.

 

1 reactie

Opgeslagen onder Psychotherapie - Trauma

Narcisme: “Dat maak ik zelf wel uit”

We hebben in Nederland een autoriteit op het gebied van narcisme: Jan Derksen, hoogleraar klinische psychologie en psychotherapeut. Enige tijd geleden werd hij geïnterviewd in het Filmtheater van Hilversum. Derksen had toen net zijn boek ‘Het narcistisch ideaal, opvoeden in een tijd van zelfverheerlijking’,  gepubliceerd.

In dit bericht aandacht voor het narcisme aan de hand van een toespraak van Derksen, die ik op het internet vond en die u hier kunt downloaden. Narcistische eigenschappen gedijen zeer goed in onze individualistische maatschappij.

Een mooi voorbeeld is hoe we steeds vaker iemand (of onszelf) horen zeggen: “Dat maak ik zelf wel uit…”. Of ik voor een rood licht stop, of ik zacht praat in de trein, of ik op mijn beurt wacht… dat maak ik zelf wel uit.

Derksen komt met nog een mooi voorbeeld van narcisme: een werkloze man die daar zichtbaar onder lijdt maar die niet zelf op zoek is naar hulp zegt tegen een hulpverlener: “Motiveer jij mij maar eens om weer aan het werk te gaan”…

Elke persoonlijkheidsstoornis gaat in meer of mindere mate terug naar een stoornis van het zelfgevoel. Narcisme is een oud en vertrouwd psychoanalytisch begrip. Allerlei lichamelijke klachten zoals chronische vermoeidheid, ‘burn-out’ maar ook eetstoornissen en verslavingen kunnen allemaal gebaseerd zijn op een gestoord zelfgevoel en het daarmee gepaard gaande onvermogen om gevoelens en conflicten te beleven, te verwerken, te beheersen en gecontroleerd te uiten.

In zijn toespraak besteed Derksen aandacht aan het ontstaan, de maatschappelijke aspecten en de behandeling van een gestoord zelfgevoel. Hier mijn samenvatting en commentaar.

Hoe het begint

2012-11-03-15-36-55.vallenm1fz60xa47yp

Een kleuter van drie. Hij voelt zich de koning op aarde. Dan struikelt hij op straat en valt. De gigantische schreeuw-partij die volgt komt niet alleen door de pijn maar ook door de boosheid. De ‘koning’ is gekrenkt en ligt op de grond.

Kan zijn vader hem hierbij helpen?

Eén vader geeft de stoeptegel de schuld. Het zelfgevoel, de trots en de almacht van de kleuter blijven intact. Deze vader is misschien zelf ook narcistisch.

Een andere vader roept dat zijn kleuter een stommeling is. Om de kwetsuur en de belediging te repareren denkt de kleuter bij zichzelf: Niemand snapt mij, ze zijn allemaal te stom.

Een derde vader vangt de narcistische krenking op: Hij helpt zijn zoontje overeind, geeft een zoen op de pijnlijke plek en legt hem uit dat zijn beentjes nog kort zijn en zijn ogen nog te veel in de verte gericht. Nu valt hij nog af en toe, maar over een tijdje lukt het hem zijn voeten op te tillen op die momenten dat het voor zo’n stomme tegel noodzakelijk is. Ja, en dit allemaal in begrijpelijke taal voor het kind, opvoeden is niet makkelijk.

Het kunnen voelen van de eigen beperkingen met het uitzicht straks wel te kunnen lopen zonder te vallen mits daaraan gewerkt wordt – de kleuter moet er wel iets voor over hebben – helpt bij het reguleren van de krenking.

Hoe het verder gaat

In de kleuterfase transformeren de narcistische investeringen in een ‘ik-ideaal’: een wensenpakket omtrent wat voor iemand je in de toekomst wil zijn. Als ouders vaak genoeg helpen bij het reguleren van krenkingen van het ik-ideaal dan wordt de afstand tussen het zelf en het ik-ideaal niet te groot en niet te klein.

Een te grote afstand tussen het zelf en het ik-ideaal leidt tot minderwaardigheidsgevoelens en tot perfectionisme. Deze mensen gaan er van uit dat ze over elke tegel struikelen. Zij houden zich schuil, zijn niet assertief, introvert, angstig of somber. Hun frustratie richt zich vooral naar binnen.

Een te kleine of geen afstand tussen het zelf en het ik-ideaal leidt tot gevoelens van grootheid en belangrijkheid, tot overdrijving van eigen talenten en prestaties, het gevoel recht te hebben op een speciale behandeling en weinig belangstelling voor wat er in andere mensen leeft. Deze mensen zijn vooral bezig met eigen macht, succes en rijkdom. De ironie is dat deze narcistische trekken tegenwoordig hogelijk gewaardeerd worden! Thatcher riep niet lang geleden nog: “There is no such thing as society”; de maatschappij, de anderen, bestaan niet!

Narcistische mensen kunnen behoren tot het ‘vergeetachtige’ type; deze spreken niet mèt mensen maar spreken mensen toe, ze zijn uit op bewondering en applaus en zoeken een omgeving die dit biedt. Een variant is het ‘waakzame’ type; deze mijden contacten met anderen waarmee zij beschadiging van hun grootheidsfantasieën proberen te voorkomen.

Er ontstaat een probleem zodra de grootheidsfantasieën botsen op de werkelijkheid; zodra de stoeptegel dwars zit. Frustraties gaan een grote rol spelen. Krenkingen en narcistische woede kunnen depressies in de hand werken.

Therapie

Volgens Derksen moet de therapeut directief te werk gaan. Hij moet niet gaan wachten totdat duidingen en interpretaties bij de cliënt bijna als vanzelf opkomen zoals in de klassieke psychoanalyse. De therapeut gaat ook niet de devaluatie of de idealisering waarop de cliënt hem zal trakteren afwachten en deze laten uitgroeien totdat een structurele verandering mogelijk is en het narcistische tekort van vroeger geheeld kan worden. De ‘narcist van nu’  is dan al lang van therapeut gewisseld. Dus géén klassieke psychoanalyse.

De therapeut vermijdt de fase van de devaluaties en idealiseringen door meteen een krachtige en sterke indruk te maken op de cliënt. Zodra je als therapeut een tactische weerstand voelt bij de cliënt zoals: “ik ben nu eenmaal zo” of: “dit maakt me heus niet jaloers”, doorbreek je deze weerstand door dieper liggende gevoelslagen aan te boren. Je blijft tamelijk bot en ongeïnteresseerd zolang de tactische weerstanden sterk blijven maar je bent heel empathisch zodra de afgeweerde gevoelens van krenking naar boven komen; zodra de cliënt het over zijn pijn heeft.

Tactische weerstanden dienen er toe om de therapeut op afstand te houden. Maar als je als therapeut onmiddellijk over gaat tot spiegeling van deze weerstanden of afweer, kom je sterk over. Het gevolg is dat de emotionele betrokkenheid van de cliënt bij de therapie toeneemt.

Emotionele betrokkenheid op zichzelf is al helend omdat die in de plaats komt van de narcistische afweer. Door de duiding van de afgeweerde gevoelens van gekrenktheid worden ze doorleefd en begrepen. Dit vermindert de noodzaak tot de afweer.

Empathie is van groot belang zodra de gekrenktheid in de gevoelsbeleving van de cliënt naar boven komt drijven. Ook hierin ervaart de cliënt de stevigheid van de therapeut. De therapeut straalt uit dat hij niet bang is voor wat er in de cliënt leeft. De therapeut moet zich ‘goed genoeg’ voelen en niet afgeleid zijn door eigen vermoeidheid of zorgen. Je moet zowel het probleem van de stratenmaker als van de kleine beentjes en de onbekommerdheid overzien. Dit kun je bereiken door heel empathisch te zijn en door tegelijkertijd scherp te luisteren naar de woorden van de cliënt en elke narcistische kleuring vast te stellen.

De therapeut voelt dus mee met iemands gekwetste gevoelens en heeft positieve aandacht voor de kwaliteiten waarmee iemand heeft geprobeerd om zichzelf op de kaart te zetten. Maar tegelijk duidt de therapeut met enige scherpte de grootheidsfantasieën die ten grondslag liggen aan de krenkingen. En duidt hij de minderwaardigheidsgevoelens waarop de grootheidsgevoelens een afweer waren.

In feite is de therapeut de steunende ouder die in het volle licht van de schijnwerper het zelf losmaakt van het ik-ideaal. Tegelijk wijst hij de weg naar een toekomst waarin belangrijke wensen ten dele kunnen worden gerealiseerd maar niet zonder inspanning.

In deze fase wordt het verleden van de cliënt bespreekbaar. Hij is nu pas toe aan het voelen van zijn wortels en aan het voelen van de beperkingen maar ook van de stevigheid die zowel de wortels als de aarde met zich mee brengen.

Narcisme en slachtofferschap

Volgens Derksen is in onze maatschappij het individu naar buiten gericht. De oorzaak van bijvoorbeeld burn-out zoekt het individu volgens hem in de eerste plaats bij de werkomstandigheden. En wanneer posttraumatische stress zich tot een stoornis ontwikkelt (PTSS) wordt er gedaan alsof de dramatische gebeurtenis, de stressvolle werkomgeving, de oorzaak van de stoornis is. Derksen mist het psychologische aspect in deze denkwijze.

Ik denk dat het individu ook teveel naar binnen gericht kan zijn. Werkomstandigheden in onze maatschappij worden soms gekenmerkt door vervreemding, uitbuiting en pesterijen die werkelijk tot een ‘burn-out’ kunnen leiden. Aangemoedigd door de individualisering, het brein-denken en de medicalisering van psychische problemen, zoeken mensen de oorzaak van hun klachten soms juist bij zichzelf i.p.v. bij de omstandigheden. Graag verwijs ik naar een analyse van de oorzaak van veel psychische klachten door Trudy Dehue en Dirk de Wachter, die de meritocratische maatschappij en de ‘rat-race’ maatschappij er bij betrekken.

Toch blijf ik Derksen volgen in zijn analyse waarin hij de psychologische en narcistische oorzaken van klachten en stoornissen belicht. Derksen ziet ook wel dat de individualistische ‘rat-race’ maatschappij het narcisme alle ruimte geeft al is hij ook kritisch op het narcisme in het individu.

Vroeger was een oorlogservaring nodig om de diagnose PTSS te krijgen, nu lijkt volgens Derksen een treinvertraging al voldoende. Het slachtofferschap is de identiteit die wordt aangeroepen om zich van het eigen falen, met het oog op de grootheidsfantasieën, af te keren. Het slachtofferschap is in psychologisch opzicht het reddingsvest dat de persoon moet behoeden voor de narcistische krenkingen. Het aanklagen van de sociale omgeving, de politiek, de werkgever en de maatschappij gebeurt met de souplesse van de gevallen kleuter: “Dit ligt toch niet aan mij, dit kan toch niet”.

Het ‘ik heb borderline’ slachtoffer

De DSM (Diagnostictical and Statistical Manual of Mental Disorders) classificaties helpen mee aan het idee van het slachtofferschap door mensen middels het opplakken van labels passief te maken. De passiviteit heeft met name betrekking op de rol van het zelf, de identiteit. Een van Derksens cliënten draagt haar kruis aldus: “Ik heb borderline”, betoogt zij voor iedereen die het wil horen…

Zij bezoekt de lotgenotengroepen, ze heeft hiermee een ticket voor een woning, een uitkering, het gebruik van drugs, vergoeding van psychologische hulp en indien nodig volledige steun bij het indienen van een klacht aan de broek van de hulpverlener. Natuurlijk lijdt zij ook en is haar psychische ontregeling ernstig, maar hier overheen komt de sociale identiteit als slachtoffer-patiënt die verlammend werkt voor de eigen verantwoordelijkheid in de actieve participatie waardoor een behandeling voor de afgrond van de mislukking kan worden weggesleept. Minder dan een halve eeuw geleden zou ze niet zelfstandig en alleen hebben gewoond, maar zijn ondergebracht in een beschermend sociaal netwerk vormgegeven door familie, gezin of kerk. Nu komt ze naar buiten met haar (valse) identiteit en claimt aandacht voor haar kwetsbare kanten. Ze eist hulp, steun, geld, onderdak en beschuldigt haar omgeving van haar gebrek aan een klachtenvrij bestaan. De psychiatrie en klinische psychologie hebben diagnostische labels ter beschikking gesteld. Behandelmethoden en medicamenten liggen in de internet-etalage. De behandelaars worden afgezet tegen het forum gecreëerd door de patiëntenvereniging en nadat een klacht gegrond is verklaard door de professionele tuchtcommissie, doorgaans niet gehinderd door ervaring met deze patiëntengroep, volgt de schadeclaim via een civiele procedure. De goed bedoelende humanistisch ingestelde, goedgelovige klinisch psycholoog plukt de wrange vruchten van de eigen ideologische dwaling en gaat verbitterd, vervroegd met pensioen.

Om dit scenario te voorkomen pleit Derksen voor het snel spiegelen van de tactische weerstanden waar de DSM labels zoals ‘borderline’ dus toe behoren. Net zoals het: “ik ben nu eenmaal zo”, is ook het: “ik heb borderline”, een tactische weerstand. Leest u vooral ook  “Zo ben ik nu eenmaal!” van hoogleraar klinische psychologie Willem van der Does. De nieuwe editie van dit makkelijk leesbare boek bevat nog meer omgangstips met lastige of moeilijk te doorgronden individuen – ook als u er zelf een bent.

In de behandeling een passieve houding niet omzeilen

Het succes van de behandeling hangt af van hoe de cliënt op de spiegeling reageert. Het omzeilen van de passieve houding, van passief-agressieve uitingen en van de slachtoffer identiteit is geen goed idee want deze brengen elke poging om dingen te veranderen om zeep.

In een naar buiten gerichte cultuur zien we dat het verwerven van een slachtofferidentiteit en compensaties belangrijker gevonden worden dan zèlf veranderen binnen een behandeling. Het aanbieden van een therapeutische uitdaging aan iemand met een gekwetst narcisme kan erg ingewikkeld zijn. De buitenwereld is in de narcistische beleving van een adolescent soms een koude douche in een tot dan toe tropisch paradijs.

Een goede behandeling van trauma introduceert dus niet alleen de werkelijkheid op een passende manier en helpt bij de verwerking van vastzittende gevoelens, maar helpt ook om het zelf en het ik-ideaal uiteen te halen zodat een besef kan ontstaan voor de kwetsbaarheid van het eigen bestaan, het eigen lichaam en de eigen psyche. De neiging om deze kwetsbaarheid te verdringen ligt ten grondslag aan vele psychische klachten.

Bij allerlei typen cliënten moet de psycholoog volgens Derksen de verhouding tussen het zelf en het ik-ideaal onderzoeken. De narcistisch gestoorde cliënt zal de psycholoog niet makkelijk een blik gunnen op die verhouding. De psycholoog moet vooral goed luisteren naar datgene wat niet gezegd wordt, naar de tactische weerstanden en hij zal de cliënt vragen om door te praten waar die juist wilde stoppen, hij zal een komma zetten in plaats van een punt en zal een bijzin tot hoofdzin maken.

In de veel voorkomende stemmingsstoornissen (die de angststoornissen naar de tweede plaats hebben verdrongen) buitelen de narcistische krenkingen over elkaar heen. De onwelwillende werkelijkheid van de depressieve cliënt roept het failliet uit over de samensmelting van het zelf en het ik-ideaal. Bij sommige mensen roept de narcistische krenking en de frustratie woede op die zich naar binnen richt. De psycholoog kan hulp bieden bij de expressie van de woede maar mag niet vergeten om de verhouding tussen het zelf en het ik-ideaal te beïnvloeden want anders leidt de volgende krenking tot dezelfde problemen en kunnen we niet van psychologische groei spreken.

Cliënten die alleen uit zijn op een label en medicatie horen niet thuis bij de psycholoog.

Partnerrelaties

Naast depressie scoren relatieproblemen ook hoog op de agenda van de psycholoog. De keuze voor een partner kan op narcistische motieven gestoeld zijn. Maar een partner kan ook gekozen worden op basis van een van beide ouderfiguren. Dan speelt geschiedenis een rol, wat in deze tijd als ouderwets wordt gezien.

De individualistische jongere die onbewust is raakt gefascineerd door alles dat men in de ander herkent. Of hij kiest voor een wens-beeld dat ontstaan is uit een samensmelting tussen het zelf en het ik-ideaal wat hij projecteert in de ander. Vervolgens identificeert deze jongere zich met dit wens-beeld en zo tracht hij zijn identiteit van buitenaf te verstevigen. Deze narcistische collusie (een term van Laing, 1971)  is kwetsbaar. De partner krijgt een functie in het handhaven van een inadequaat zelfgevoel. Op allerlei momenten leidt dit tot schipbreuk en worden er verwijten op die partner gericht.

In plaats van een depressie zien we dan een op de partner gerichte agressie. De relatietherapeut en tegenwoordig ook de mediator staan klaar maar vaak zonder kennis van narcistische patronen. De hulp blijft dan oppervlakkig en gebrekkig maar wel heel duur.

Hoe het afloopt

Het door fantasie in plaats van traditie en geschiedenis aangeklede zelf, plus het in de relatie ontstane gemeenschappelijke zelf is de basis voor de opvoeding van de kinderen. Deze narcistische constellatie heeft de pedagogiek die gebaseerd is op opvoedingstraditie en ideologie verdrongen. Wederom geen sociale patronen die het gedrag van de opvoedende ouders ondersteunen, men heeft alleen zichzelf.

Een individualistisch impulsieve opvoedingsstijl die niet gebaseerd is op een gedachtengoed ziet er ongeveer zo uit:

Het lege zelf van de ouders geeft de aanzetten tot het lege zelf van de kinderen, overigens rijkelijk ingevuld met hockey, voetbal, zwemles, pianospelen, paardrijden, gameboys, dvd’s, internet, video’s en uitzicht op een nieuw zomerkamp terwijl de ouders overuren maken teneinde de hypotheek op te kunnen brengen. In de narcistische beeldcultuur hebben spelletjes met onkwetsbare helden het overgenomen van de boeken of nog verder terug van de verhalen over het verleden rondom het houtvuur. Al chattend, eventueel ondersteund door een webcam, kan men op het internet in narcistisch opzicht de meest bizarre fantasmatische relaties aller tijden aangaan en snel weer afbreken.

Aan het betoog van Derksen komt een einde met de leegte maar dat is nu eenmaal het gevolg van een narcistisch zelfgevoel dat zich dus kan ontwikkelen na een niet gereguleerde struikel-partij in de kleutertijd. Laten we opvoeden maar flink serieus nemen.


Een fijne website voor slachtoffers van ernstige vormen van narcisme kan die van Iris Koops zijn: Het verdwenen zelf.

21 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie, Psychotherapie, Psychotherapie - Trauma, Systeemtherapie

Mentaliseren, hechting en systeemtherapie

Net zoals ‘Mentaliseren en hechting’ vind onderstaand artikel zijn oorsprong in jaargang 20, nr 3 van het tijdschrift Systeemtherapie. De titel was oorspronkelijk: “Echt een kind van haar moeder” en het werd geschreven door Robert van Hennik en Annah Planjer. Deze collega’s laten zien hoe zij gezinsleden helpen om meer te mentaliseren en om flexibele verhalen over hun identiteit en relaties te ontwikkelen – flexibele verhalen in plaats van rigide verhalen of chaotische verhalen.

Dit artikel beschrijft hoe de gehechtheids-theorie en de systeemtheorie geïntegreerd kunnen worden zodat ook de wederkerigheid van de relatie ouder-kind en het bredere systeem rond de ouder-kind relatie een belangrijkere plek krijgt binnen een therapie die het mentaliseren wil bevorderen. Werkwijzen uit de narratieve therapie spelen een belangrijke rol hierbij.

“Echt een kind van haar moeder”, is een uitspraak van een tante over haar nichtje van 14 jaar, Nathalie. Op drie plaatsten zal de casus van Nathalie in het artikel terugkomen ter illustratie. 

Mentaliseren en gehechtheid worden opnieuw met elkaar in verband gebracht. Een onveilige basis (hechting) belemmert de ontwikkeling van een reflectief vermogen (mentaliseren) en het beleven van wederkerigheid in relaties. Bij angstig-vermijdende gehechtheid (de ouder was emotioneel niet beschikbaar en de gevoelens van het kind werden niet gespiegeld) leren kinderen zich af te sluiten voor contact. Ze gaan net als hun verzorgers de nadruk leggen op feitelijkheden en cognities en houden hun gevoelens op afstand. Bij angstig-ambivalente gehechtheid (de ouder reageerde vaak overdreven emotioneel geladen op de gevoelens van het kind) raken kinderen overdreven geprikkeld en zijn zij claimend en veeleisend in het contact.

angstig vermijdend

Gehechtheid in de werkrelatie met de therapeut

De twee verschillende manieren van onveilig gehecht zijn hebben invloed op de werkrelatie met de therapeut. Een veilig gehechte cliënt zal zichzelf ook in deze werkrelatie ervaren als iemand die de moeite waard is en er van uit gaan dat de therapeut sensitief en responsief zal reageren op zijn nood. Voor de angstig-vermijdend gehechte cliënt zal praten over problemen emotioneel belastend zijn en de angstig-ambivalent gehechte client zal een relatie aangaan waarin veel nadruk gelegd wordt op gevoel. Deze cliënten zullen hun gevoelens moeilijk kunnen koppelen aan concrete gebeurtenissen en deze gebeurtenissen moeilijk feitelijk kunnen beschrijven.

De rol van mentaliseren in gehechtheidsrelaties

Het begrip mentaliseren is ontwikkeld vanuit het psychoanalytisch gedachtengoed en de gehechtheidstheorie.

Mentaliseren is het veelal onbewust rekening houden met mentale toestanden van jezelf en anderen. Deze vaardigheid ontwikkelt een mens rond het vierde jaar in alledaagse interacties met gehechtheidsfiguren. Het spiegelen van gevoelens door de ouder draagt er aan bij. Als het goed is gebeurt dit spiegelen congruent met de gevoelens van het kind, voldoende ‘gemarkeerd’ (het is duidelijk dat het om het gevoel van het kind gaat en niet van de ouder) en contingent (het kind leert dat zijn acties of gevoelens een bepaald gevolg hebben).

Het spiegelen kan op een speelse, humorvole manier gebeuren. Door congruent, gemarkeerd en contingent te spiegelen, groeit er een stevig onderscheid tussen het ‘ik’ en de ‘ander’. Het kind ervaart dat de ander (de ouder) in staat is om bijvoorbeeld teleurstelling of boosheid te containen – te omvatten, te verteren voor het kind en terug te geven – zonder dat de ouder zelf (teveel) teleurgesteld, boos of gekrenkt raakt.

Het kind ontwikkelt een stevig en positief gekleurd ‘zelf’. Het weet dat zijn gedachten en gevoelens er toe doen. Er ontstaat een positief beeld van de ander. Die ander is in beginsel voldoende, good enough, sensitief en responsief.

Als iemand niet veilig gehecht is kan hij de psychische werkelijkheid op twee manieren beleven.

1) De equivalente manier: Een mentale beleving staat voor dit mens gelijk aan de realiteit. Men is zich nauwelijks bewust van een verschil tussen zichzelf en de ander of tussen zichzelf en de buitenwereld. Andere perspectieven dan het eigen perspectief worden niet gezien of niet verdragen. In deze toestand kun je dingen louter concreet begrijpen. Extreem rigide gedachtegangen, absolute overtuigingen van het eigen gelijk en de overtuiging dat jouw lezing van de gedachten van een ander de enige juiste lezing is, zijn kenmerken van de equivalente manier van beleven.

2) De ‘alsof’ manier: Gedachten en gevoelens leiden een eigen leven zonder dat er een koppeling is met de buitenwereld. De verhalen voelen als onecht aan. Dissociëren en pseudo-mentaliseren vallen hier onder. Bij pseudo-mentaliseren worden er met zekerheid beweringen gedaan over de gedachten of het gevoel van een ander.

Om het mentaliseren te bevorderen blijft de therapeut gericht op de manier waarop iets verteld wordt. De therapeut doet niet aan duiding van hetgeen de cliënt verteld. Hij beloont interacties waarin gezinsleden nieuwsgierig zijn naar elkaars perspectieven. Er is dan namelijk een besef dat een gedachte van een ander een weerspiegeling is van de werkelijke gebeurtenis.

Systeemtheorie en gehechtheids-relaties

Vanuit de systeemtheorie is het duidelijk dat veiligheid en veerkracht ontwikkeld worden in een web van relaties en ervaringen die gedurende de levensloop en door generaties heen ontstaan. In veel literatuur over hechtings-stoornissen wordt beschreven hoe een kind reageert op de inconsequente of afwezige ouder. Dit is een lineaire benadering. Maar interacties zijn volgens de systeemtheorie circulair: Zoals kinderen zichzelf in de ogen van de ouders ontdekken, ontdekken ouders zichzelf in de ogen van hun kinderen. Daarnaast kleuren inter-generationele conflicten en actuele stresserende omstandigheden de ouder-kind interacties. Ouder en kind beïnvloeden elkaar binnen grotere systemen en ontlenen veiligheid of niet aan die grotere systemen die hen omringen.

Emoties zijn geen autonome sensaties. Emotie wordt door Hughes (Attachment Focussed Family Therapy, 2007) intersubjectief gedefinieerd. Emoties ontlokken reacties afhankelijk van de betekenis die zij van iemand krijgen. Ouder en kind ervaren in onderlinge afstemming, acceptatie van elkaar in de relatie. Hughes spreekt van het co-reguleren van de betekenis van een (escalerende) emotie. Ouder en kind interpreteren non-verbale signalen in termen van innerlijke beleving. Zij reflecteren samen op de ervaring en bouwen samen aan een betekenis die daarbij past.

Als het kind 4 jaar is leert het om zich kritisch te verhouden tot de ouders, gaat het hun zienswijzen bevragen en gaat het begrijpen dat gebeurtenissen op verschillende manieren kunnen worden uitgelegd. De betrouwbaarheid van de ouders, maar ook de vrijheid om hun zienswijzen te bevragen zijn voorwaarden voor het samen creëren van coherente verhalen. In dit soort van verhalen zijn verschillende perspectieven geïntegreerd.

Een narratief perspectief

In het diagnosticeren van gehechtheids-problematiek is voor een narratief therapeut niet zozeer de inhoud maar zeker ook de vorm waarin over gehechtheids-relaties wordt gesproken, indicatief.

Gefragmenteerde onsamenhangende vertellingen over interpersoonlijke en emotionele thema’s zijn een kenmerk. Het ontbreekt aan een passende samenhang tussen de beschreven feiten en gevoelens en aan een passende integratie van positieve en negatieve aspecten van relaties. Dit beperkt het vermogen om te leren van ervaringen, om zich te vereenzelvigen met geprefereerde aspecten van het zelf en om in de sociale context veerkracht te ontwikkelen.

In de narratieve therapie zijn gesprekstechnieken ontwikkeld die uitnodigen tot reflectie, betekenis-geving en het samen bouwen aan voorkeurs-verhalen over het eigen leven, over de eigen relaties en identiteit. Narratieven ontstaan in conversaties met anderen en in innerlijke dialogen met een geïnternaliseerde ander of een geïnternaliseerde ander die bepaalde culturele normen en waarden representeert. Narratieve flexibiliteit neemt toe al naargelang er meerdere perspectieven mogen bestaan en leidt tot een breder verhaal. Circulair vragen stellen draagt bij tot het kijken vanuit een ander perspectief, tot het inleven in de mentale toestand van de ander, tot het ontwaren van intenties achter gedragingen van anderen. Circulaire vragen stellen is een mentalisatie bevorderende interventie van de therapeut: Hoe denk je dat jouw kind dit beleeft? Hoe denk je dat jouw vader dit beleeft? Enz.

Trauma is aantoonbaar beter te verdragen wanneer de ervaringen geïntegreerd kunnen worden in een coherent verhaal over de gebeurtenissen en wanneer deze verhalen gedeeld kunnen worden met een belangrijke ander. De narratief therapeut probeert naast het probleem-verzadigde verhaal een alternatief verhaal te laten ontstaan dat ervaringen beschrijft waarvoor nog weinig taal was en dat recht doet aan intenties, waarden en voorkeuren over jouw identiteit en leven. Hierover meer in het artikel over schrijftherapie bij trauma.

Michael White spreekt over ‘the absent but implicit’. Iemand die over wanhoop spreekt heeft ook een idee van wat hoop is. Een vrouw die vertelt dat zij door het geweld wat haar is aangedaan het vertrouwen in anderen is verloren, vertelt impliciet over iets wat van waarde is voor haar. Namelijk: Het vertrouwen hebben in anderen. Dat wat voor haar van waarde is werd door het trauma geschonden of raakte verloren.

Wat is de geschiedenis van deze waarde voor deze vrouw? Kan deze waarde verbonden worden met haar verhalen van nu en zo een contrast vormen met het probleem-verzadigde trauma verhaal? White spreekt over een ‘testimony to what was precious and violated’. Een getraumatiseerde cliënt zou zich extra goed kunnen identificeren met een nieuwe verhaallijn wanneer er respons van belangrijke anderen volgt op haar verhaal. Dit kan gestructureerd plaatsvinden in outsider witness conversations: Vanuit een veilige postie kan een cliënt reflecteren op de reacties van ‘getuigen van buiten’ op zijn verhaal en deze reacties van buitenstaanders verbinden met eigen belevingen en ervaringen. Als deze nieuwe verhalen wijder bekend raken en dieper beleefd worden, wordt het weer mogelijk om te leven vanuit datgene waar waarde aan gehecht wordt en wordt het weer mogelijk om verbindingen aan te gaan met diegenen die belangrijk voor de cliënt zijn.

Mentaliseren bevorderende narratieve systeemtherapie: Een integratie van verschillende visies

Overeenkomsten tussen de verschillende therapeutische benaderingen bij gehechtheids-problematiek zijn bijvoorbeeld het gestructureerd reflecteren, meta-communiceren en het stellen van circulaire vragen. Overeenkomsten tussen de Mentalisatie Bevorderende Therapie (MBT) en de narratieve therapie zijn het werken vanuit de not-knowing positie. De therapeut gaat er in beide benaderingen van uit dat hij niet kan weten wat de cliënt denkt en voelt. De therapeut is alleen deskundig in het stellen van vragen om daar achter te komen. Overeenkomstig zijn ook de inter-generationele ideeën: Ouders die veilig gehecht zijn hebben een grotere kans op veilig gehechte kinderen. Dallos (Attachment Narrative Therapy, 2006) brengt de gehechtheids-relaties in kaart (geno-gram, sociogram) en gaat op zoek naar de beleving van verlies en troost door de generaties heen. Hoe is emotioneel en gedragsmatig omgegaan met gebeurtenissen die een appel doen op het systeem? Dallos heeft aandacht voor de vorm waarin er verteld wordt: Op een coherente, chaotische of rigide manier. De manier waarop er verteld wordt zegt hem iets over de gehechtheids-stijl (veilige, angstige of vermijdende stijl).

Er zijn ook verschillen. Het eerste verschil gaat over de therapeutische relatie. In de systemische en narratieve benaderingen lijkt te worden voorbijgegaan aan het feit dat kinderen die onveilig gehecht zijn weinig besef hebben van de eigen mentale toestand en die van anderen. Zij zullen ook de therapeutische relatie niet automatisch als veilig, betrouwbaar en helpend beschouwen. Daarom wordt het belang benadrukt om aandacht te besteden aan het samen opbouwen van die relatie in het hier-en-nu, in de therapiekamer.

Een tweede verschil is het werken met het tweetal (ouder-kind of therapeut-kind) in de MBT of met een complexer systeem van gehechtheids-relaties in de systeemtherapie. Al die relaties hebben volgens de systeemtherapie invloed op het vormen van een veilige gezinsbasis. het derde verschil betreft de focus van de therapie. Bij MBT is het mentaliseren zelf de focus. Het idee is dat wanneer gezinsleden leren mentaliseren dat zij dan zelf hun relationele problematiek kunnen aanpakken. In de narratieve systeemtherapie is er meer aandacht voor  het bespreken van het emotionele appel in de relatie. Emoties worden volgens de narratieve systeembenadering niet alleen gestuurd door interne toestanden maar ook door interacties.

Op basis van deze overeenkomsten en verschillen komen van Hennik en Planjer op een werkmodel met 5 stappen waartussen ook heen en weer geschakeld kan worden.

1. Een veilige basis in de therapie.

2. Een veilige basis in het gezin.

3. Een context creëren voor meervoudige perspectieven en flexibele narratieven.

4. Het samen bouwen aan samenhangende en geprefereerde verhalen over identiteit en relaties.

5. Het bevorderen van het emotionele gezinsgesprek en het samen reguleren van affecten (gevoelswaarden).

Gedurende alle stappen wordt het mentaliseren bevorderd.

1. Veilige basis in de therapie. De rol van de therapeut is vergelijkbaar met de rol van de ouder die zijn kind voorziet van een veilige basis van waaruit geëxploreerd kan worden. Hij of zij geeft het goede voorbeeld en bespreekt wat hij of zij beleeft in reactie tot anderen en benoemt in het gesprek wat hij of zij zich voorstelt bij de mentale toestanden van de gezinsleden. De therapeut neemt daarbij een speelse, accepterende, waarderende, nieuwsgierige, niet-wetende  en empathische positie in.

Een voorbeeld: De moeder van Nathalie (14) is acht jaar geleden overleden aan een overdosis drugs. Nathalie is misbruikt in een pleeggezin en vervolgens in instellingen opgegroeid. De therapeut vraagt terwijl ze een schema tekenen van de mensen om haar heen: “Waar zou je mij zetten”? Nathalie: “Jij hoort hier niet bij. Als ik straks de deur uitloop, ben je mij vergeten”. De therapeut: “Goh, ik wist niet dat je dat over mij dacht. Het lijkt me moeilijk om iemand in vertrouwen te nemen waarvan je denkt dat die je zo gemakkelijk vergeten zal”.

2. Veilige basis in het gezin. Hoe kan het gezin aan alle gezinsleden een veilige basis bieden waarin zij kwetsbaar kunnen zijn en elkaar kunnen vertellen wat hun hechtings-behoeften zijn? De therapeut voelt zich vooral verantwoordelijk voor de veiligheid van de ouders. Samen met de ouders kan veiligheid voor de kinderen gewaarborgd worden. Er is aandacht voor de gezinsstructuur, interactiepatronen, inter-generationele patronen en het affectieve klimaat. Er is aandacht voor het her-positioneren van de ouders in een meta-positie waarin zij regie ervaren en holding bieden als de kinderen een emotioneel appel doen. Er is aandacht voor onopgeloste familie- en partner-relatieproblematiek, samenwerking tussen de ouders en het uit de driehoek halen met de kinderen. Als er troost en steun is, als er momenten zijn van mentaliseren en intersubjectiviteit wordt dit geïdentificeerd en bekrachtigd. Er is aandacht voor non-verbale signalen als uiting van mentale toestanden en relationele boodschappen.

Als er sprake is van een angstig-ambivalente hechtings-stijl in het gezin probeert de therapeut vooral om het reflectieve vermogen te vergroten door te werken met geno-grammen, gezins-levenslijnen, het traceren van circulaire patronen en het interviewen van geïnternaliseerde anderen. Door observatie en reflectie leren gezinsleden afstand te scheppen tot de emoties in plaats van direct te reageren. Als er sprake is van een vermijdende hechtings-stijl probeert de therapeut juist om de mogelijkheden tot expressie van emoties uit te breiden.

angstig-ambivalent

3. Meervoudige perspectieven en narratieve flexibiliteit. Voor gezinsleden met gehechtheids-problematiek is het vaak moeilijk om te accepteren dat eenzelfde gebeurtenis meerdere betekenissen kan hebben. Ieder gezinslid beleeft de gebeurtenis op een andere manier en geeft er een andere betekenis aan. Maar deze verschillen kunnen gezien worden als een bedreiging voor de stabiliteit van de relaties in het gezin. In de behandeling wordt een context gecreëerd waarin meerdere, verschillende, soms tegenstrijdige perspectieven naast elkaar kunnen bestaan. De narratieve therapie maakt gebruik van interventies zoals het externaliseren, het ontwikkelen van een meerstemmig zelf, interviewen met getuigen en verhalen maken.

Iemand met een angstige hechtings-stijl lijkt als persoon samen te vallen met zijn of haar gevoel. Door het gevoel te externaliseren kan de persoon zich er toe gaan verhouden en is het gevoel niet langer een vaststaande werkelijkheid. Er kan over het gevoel nagedacht worden en het kan bekeken worden. Het zelf is geen rigide entiteit maar een flexibele organisator van subjectieve ervaringen (Hughes, 2007) en een geïntegreerd geheel van geïnternaliseerde conversaties (Anderson, The reflecting team, 1991).

Een meerstemmig zelf wordt door de therapeut bevorderd door innerlijke conversaties bij de cliënt op te merken, aandachtig te volgen en te doen delen met anderen. De cliënt kan bijvoorbeeld de opdracht krijgen om een brief te schrijven aan iemand wiens stem hij van binnen hoort. Dit kan bijvoorbeeld een overleden familielid zijn.

Een voorbeeld: Nathalie schrijft een brief aan haar overleden moeder en vertelt haar hoe het met haar gaat. Vervolgens krijgt Nathalie de vraag om een door haar zelf bedachte brief van haar moeder terug te schrijven. Nathalie wordt uitgelegd dat zij haar moeder heeft gekend en op basis van deze kennis zich een voorstelling kan maken van haar moeders mening en waarden in het hier-en-nu en deze een stem kan geven die van invloed kan zijn op haar. Op deze manier kan de hoop die moeder voor Nathalie had een steunende rol voor Nathalie zijn en kan Nathalie eer betonen aan de wensen die haar moeder voor haar had.

De therapeut kan ook een gezinslid interviewen en andere gezinsleden vragen om als getuigen-team mee te luisteren. Het getuigen-team wordt na het interview gevraagd om met elkaar te reflecteren over wat er bij hen van binnen weerklonk tijdens het luisteren naar het verhaal van de geïnterviewde of hen te laten reflecteren over wat ze denken wat van waarde is voor de verteller. In deze gespreksmethode wordt de strijd om het gelijk vermeden en kunnen verschillende uitgesproken indrukken naast elkaar bestaan.

Het verhalen maken kan als volgt: De ouders schrijven op een lijn het chronologisch verloop van gebeurtenissen in de gezinsgeschiedenis. De gezinsleden tekenen ieder op een eigen lijn de eigen beleving bij deze gebeurtenissen. Zo ontstaat er een gedeeld coherent verhaal over de gezinsgeschiedenis en is er gelijk ruimte voor het onderling onderscheiden van de eigen beleving met die van de anderen.

4. Samen bouwen aan samenhangende voorkeursverhalen. Voor de dominante probleem-verzadigde verhalen worden alternatieve, contrasterende verhalen gezocht die tastbaar worden door ze te documenteren. Onopgemerkte initiatieven, intenties, kennis en waarden die gerelateerd zijn aan iemands persoonlijke geschiedenis worden naar voren gehaald en belicht. Er wordt doorgevraagd naar wat ‘afwezig maar impliciet aanwezig’ is. Michael White spreekt in dit verband over re-authoring en re-membering. Jouw eigen verhaal her-schrijven (re-authoring) en opnieuw deelnemer (re-member) zijn in een sociaal netwerk.

Vragen die de therapeut stelt zijn: Wat waren de bijdragen van belangrijke anderen aan het leven van de gezinsleden? Welke indruk denken de gezinsleden te hebben gemaakt op die belangrijke anderen? Kunnen ze stilstaan bij wat zij hebben bijgedragen en wat deze daaraan heeft kunnen ontlenen? Zo ontstaan er nieuwe verhaallijnen die verstevigd en tastbaar kunnen worden door ze te documenteren met brieven, tekeningen en film. Op deze documenten kunnen in een bredere sociale context reacties georganiseerd worden waarmee de voorkeursverhalen herkenbaar worden en een functie krijgen in het vormen van nieuwe relaties.

Een voorbeeld: Nathalie vertelde dat er in haar familie schaamte bestaat over de verslavings-problemen van haar moeder en de uithuis-plaatsing van de kinderen. “Er wordt eigenlijk niet meer over mijn moeder gesproken”. Nathalie besluit om een gedenkavond te organiseren voor haar moeder en vraagt familieleden foto’s en herinneringen mee te nemen. Na deze gebeurtenis interviewt de therapeut een tante van Nathalie, een zus van haar moeder. Nathalie luistert naar dit gesprek als getuige. De tante vertelde onder de indruk te zijn van het initiatief van Nathalie. “Zij is echt een kind van haar moeder”, zegt de tante. Nathalie kijkt er van op. “Het is dapper om het zwijgen in de familie te durven doorbreken”. De tante verteld dat haar zus zeer trots zou zijn geweest op Nathalie. Dapper zijn en lef hebben waren belangrijke waarden voor moeder. Zij had, als enige van drie zussen, het durven opnemen tegen een zeer autoritaire en gewelddadige vader. Nathalie heeft het van haar moeder om zich, ondanks de kans op weerwoord, uit te spreken, vertelt tante. Als moeder vanaf een wolk had kunnen meekijken, zou zij haar eigen lef in haar dochter terugzien. Zij zou zien dat zij niet enkel de moeder was die haar dochter in de steek liet, maar ook een moeder die haar dochter iets heeft kunnen leren.

5.  Het emotionele gezinsgesprek en het samen reguleren van affecten (gevoelswaarden).

Het samen zorgen voor veiligheid, het bevorderen van het mentaliserend vermogen, momenten van intersubjectiviteit en narratieve flexibiliteit krijgen voortdurend aandacht door het communiceren over gemoedstoestanden en gehechtheids-behoeften in het hier-en-nu. Ouders leren zodoende om uit de machtsstrijd te blijven, om niet afwijzend op negatief gedrag van kinderen te reageren maar om contact te maken met de gehechtheids-behoeften en angsten die achter het negatieve gedrag schuilgaan. Ouders leren grenzen te stellen zonder bedreigend te zijn. Ze ontdekken dat ze frustratie en conflict kunnen verdragen door bewust hun eigen gemoedstoestanden waar te nemen en dat zij zo hun eigen gevoelswaarden en impulsen kunnen reguleren. Zij leren om onderscheid te maken tussen hun eigen emotionele thema’s en de emotionele reacties die in het gezin hier-en-nu ontstaan. Ouders en kinderen ervaren in momenten van intersubjectiviteit dat de gezinsrelaties stabiel kunnen blijven ook als er spanning is en dat zij als het spannend is samen hun emoties kunnen reguleren.

Bij een angstig-vermijdende hechtings-stijl zijn gezinsleden gericht op feiten. De therapeut helpt hen dan om verborgen gevoelens te identificeren en te benoemen. De therapeut neemt hierbij een niet-wetende rol in maar probeert het samen met het gezin te begrijpen.

Bij een angstig-ambivalente hechtings-stijl overheerst de emotie. De therapeut helpt om afstand en reflectie te bevorderen. De metafoor van het ‘kind van binnen’ zou bijvoorbeeld geïntroduceerd kunnen worden. Ouders leren zo om hun emoties te begrijpen als gehechtheids-behoeften van het kind binnen in hen zelf.

Gezinspatronen waarin steun en troost geboden worden, worden herkent, benoemt en bekrachtigd.

Ten slotte

Ik hoop dat u als therapeut of u als cliënt (ouder of kind, broer of zus) enthousiast geworden bent voor de kracht van deze vorm van therapie. Ik ben het zelf in ieder geval.

8 reacties

Opgeslagen onder Psychotherapie - Trauma, Systeemtherapie