Tagarchief: ouders

Een ode aan de psychotherapie van Griet op de Beeck

De maakbaarheid van de mens

“Er is een heleboel in de wereld niet in orde maar uw leven is van u, u kunt het zelf bepalen,” roept de Vlaamse schrijfster Griet op de Beeck uit aan het eind van het TV programma Zomergasten van de VPRO. Ze heeft dit aan de hand van allerlei fragmenten uit films en documentaires geprobeerd duidelijk te maken. Namelijk dat het belangrijk is om niet stilletjes in een donker hoekje te gaan zitten afwachten en hopen dat het goed komt met je leven. Ze heeft betoogd dat het leven van de mens maakbaar is.

Maar het leek alsof het niet tot de interviewer Thomas Erdbrink wilde doordringen. Hij leek maar te blijven geloven dat Op de Beeck iets tegen hoop had. Daar had ze niets op tegen maar haar betoog was dat je ook actief aan de slag moet en dat hoop alleen niet genoeg is. Geduldig legt ze het aan het eind nog één keer uit: “Wat ik zeg is ongelooflijk hoopvol maar het is niet passief.” En ze weet ook dat er grenzen zijn aan wat je kunt bereiken met de activiteit die therapie heet: “Je blijft vechten tot aan het eind. Af komt het niet.”

Met haar betoog zit ze niet op dezelfde lijn als Hedy d’Ancona die een uitzending vòòr haar de Zomergast was. Voor d’Ancona is ‘het persoonlijke’ politiek en andersom. Als jij je niet met politiek bemoeit, bemoeit de politiek zich wel met jou. Op de Beeck maakt een ander punt. Veel mensen zijn passiever dan nodig in het maken van hun eigen leven. Haar betoog ligt meer op het gebied van ‘het persoonlijke’.

Griet bleef gedurende het hele interview stralen. Of Erdbrink haar nu wel of niet begreep of naar de bekende weg vroeg of een impertinente vraag stelde zoals de vraag naar haar huwelijkse staat. Misschien verdiende ze met dat stralen wel de handkus van Erdbrink die hij haar aan het eind van de avond gaf…

Het stralende van Op de Beeck komt wellicht door haar dankbaarheid en blijdschap over dat ze van haar oude angsten en anorexia verlost is maar ze laat met het stralen misschien ook een restje zien van de emotionele verwaarlozing uit haar kindertijd. Net zoals geadopteerde kinderen je altijd stralend kunnen blijven aankijken uit angst om ooit opnieuw verlaten te worden.

Ook bleef ze snel en veel praten. De ene volzin na de andere. Ze is een echte taalvirtuoos. Enkele van haar zinnen begon ik te noteren.

Gezien worden

Griet had zelf ouders die haar weliswaar niet verlieten maar ouders die geen oog voor haar hadden. Ze beschrijft haar jeugd als die van een ‘grondeloze eenzaamheid’. Hunkerde ze naar waardering? Nee, ze hunkerde naar gezien worden. En gezien worden betekent dat je ook voorbij jezelf kunt gaan kijken.

Hier legt ze de vinger op het ontstaan van het narcisme dat we allemaal in meer of mindere mate in ons dragen. Ouders die geen oog hebben voor hun kinderen geven het narcisme door; ofwel het ‘niet voorbij jezelf kunnen kijken’. Kinderen die later in therapie gaan kunnen volgens haar genezen. Welke diagnose ze dan ook kregen. Daar is zij zelf een voorbeeld van. Haar eigen ouders waren niet geschikt voor de rol van het ouderschap denkt ze. Daar kwam dan nog bij dat ze hun kinderen tegen elkaar uit speelden.

Niet alleen therapie maar ook de kunst hielp haar: “Kunst dwingt je om stil te vallen.” Als jongedame las ze alles van de grote Vlaamse schrijver Hugo Claus ook al kon ze het niet allemaal begrijpen, ze vond dat het heel erg aan haar besteed was.

Zij had zelf veel moed nodig om schrijfster te worden: “Je moet in evenwicht kunnen blijven als kunstenaar ook als je commentaar krijgt op wat je maakt.” Haar boeken zijn inmiddels bestsellers. 70% van haar lezers komen uit Nederland, 30% komt uit België en de reden daarvan is dat ze van directheid houdt en dat waarderen Nederlanders meer.

Uit een van de eerste fragmenten die we te zien krijgen in deze aflevering van Zomergasten blijkt volgens haar hoe sterk kinderen zijn. Te sterk, denkt ze. Kinderen zullen niet gauw zeggen: “Ik heb een slechte papa of mama”. Integendeel ze gaan proberen te compenseren voor wat er fout gaat in het gezin.

In het fragment zien we hoe wij met zijn allen dat ‘te sterk zijn’ van kinderen aanmoedigen. We zien een jongetje dat een vreselijk ongeluk heeft gehad terwijl hij aan het spelen was. Hij had er brandwonden over zijn hele lichaam aan over gehouden. Hij is aan het revalideren terwijl hij geïnterviewd wordt. Wij vinden dat jongetje allemaal geweldig omdat hij er spijt van heeft dat hij ondeugend is geweest. Hij wil het goed maken door later ambulancebroeder te worden. Dit vinden we mooi. We moedigen dit ‘te sterk zijn’ aan in kinderen. We vinden het mooi dat hij ‘sorry’ zegt terwijl hij in feite onschuldig is.

Op de Beeck vindt dat we kinderen een stem moeten geven: “Kinderen weten alles. Ze kunnen het alleen niet zeggen.” Daar moeten we hen bij helpen i.p.v. dat ‘sterk zijn’ aan te moedigen.

Een volgend fragment is uit een documentaire over zelfmoordenaars die van de Golden Gate Bridge afspringen. Een man die dit overleefde beschrijft hoe hij over de brug liep op zoek naar een goede plek om te springen zonder de brug eerst te raken. Hij begon te huilen. Een voorbijgangster vroeg hem of hij een foto van haar wilde maken. Dat deed hij. De voorbijgangster zag zijn tranen niet. Die was alleen met zichzelf bezig. Hij dacht: Dit is waarom ik spring. Ik loop huilend over een brug en niemand die het ziet.

Op de Beeck die zelf ook zelfmoord heeft willen plegen maakt een onderscheid tussen ‘dood willen’ en ‘willen dat het ophoudt’. Zij wilde dat haar angst ophield, haar angst dat het nooit in orde zou komen met haar leven en met het gevoel afgewezen te zijn. Zij stond zelf ook eens ooit op een brug en het waren voorbijrijdende en met hun licht seinende vrachtwagen chauffeurs die haar tegenhielden. Die gaven haar een gevoel van verbinding, het idee dat het iemand iets kon schelen.

Bevrijding

Griet heeft zichzelf uit allerlei soorten drek getrokken. Je hebt een fantastische ‘shrink’ nodig die je helpt om een goede ‘spot’ te zetten op de oorzaak. Maar dan lukt het. Iedereen moet in therapie. We zijn allemaal meesters in het wegkijken terwijl de beloning als je wèl kijkt zo immens groot is. Het is heftig om te doen maar we hebben maar één leven. Een goede vraag van Erdbrink: “Hoe voelt die bevrijding?” Griet: “Je voelt de bevrijding zelf niet maar je voelt de gevolgen van de bevrijding.” In haar geval was het gevolg dat ze haar eerste boek schreef dat haar alle mogelijke vormen van diep plezier gaf.

We zien vervolgens een fragment uit de documentaire: ‘Gardenia. Before the last curtain falls.’ Het gaat over het bevrijdingsproces van travestieten. Maar het gaat over meer dan dat. Op een toneel staan mannen in pakken die langzaam transformeren in vrouwen op de meeslepende muziek van Ravel’s Bolero. De opvoering op het toneel wordt afgewisseld met verhalen uit de levens van de mannen buiten het theater.

Griet ziet veel relaties die niet kloppen. Mensen kunnen wel zeggen dat ze best gelukkig zijn maar als er geen echte wederkerigheid en verbinding in de relatie is, klopt het niet. Haar eigen ouders waren geen feestje samen. Ze denkt dat haar vader al vroeg opgehouden was met leven. Hij kon nog wel charmeren maar hij had geen echte vrienden. Hij hield mensen op afstand. Hij zweeg behalve als hij dronken was. Ze is blijven zitten met veel vragen over haar vader. Griet heeft geprobeerd om haar ouders gelukkig te maken. Erdbrink vroeg of het haar lukte. Terecht merkt ze op dat dit een onmogelijke opdracht was.

Kinderen zullen blijven verlangen naar onvoorwaardelijke liefde. Alleen ouders kunnen dat aan hun kinderen geven en niet andersom. Dat werkt niet. Zij wil zelf absoluut geen relatie hebben zoals die van haar ouders met hun complete gebrek aan empathie voor elkaar. Daarbij helpt het bij het liefhebben van je partner als je jezelf kent, als je inzicht hebt in je eigen blinde vlekken.

Ze laat een fragment zien uit een documentaire waaruit blijkt hoe gemakkelijk het is om kinderen racisme aan te leren en een waaruit blijkt hoe psychologisch onveilig het is om gevluchte gezinnen met kinderen terug te sturen naar het land van herkomst. De veiligheid waarmee deze kinderen hier zijn opgegroeid wordt hen ontnomen wat een enorme ontreddering tot gevolg heeft. Voor de beschadiging van deze kinderen is dit beleid verantwoordelijk. Erdbrink vraagt: Waarom doen we dit? Griet: “We zijn alleen met onszelf bezig!”

Hard leven

Met de schrijver Jonathan Franzen vindt Griet dat je boeken moet schrijven terwijl het schaamrood je op de kaken staat. Erdbrink vraag waar zij zich voor schaamt. Griet is verbaast dat hij dit vraagt na alles wat ze tot nu toe uit de doeken deed maar ze legt het nog wat duidelijker uit: “Schaamte voor alles, voor het niet waard zijn, voor het niet verdienen van alles wat mooi en goed is.” Franzen betoogt dat Kafka over zijn strijd met zijn familie schreef ook al had hij het over insecten. Het blijft kunst ook al zitten er autobiografische elementen in. Een roman moet een persoonlijke strijd zijn, een schrijver moet een persoonlijk risico nemen. Volgens Griet moet er bij elk boek een nieuwe hindernis genomen worden. Bij haar eerste boek was dit de hindernis van het zichzelf te durven te laten zien: “Hé ik ben er ook nog!” Dat was het eerste risico dat ze nam. Als dramaturg was ze dienstbaar maar als schrijfster toont zij zich.

Hard leven betekent dat je strijd voert tegen de banaliteit. Het betekent dat je diep graaft, verder kijkt, veel voelt, intensiteit opzoekt, durft stil te staan en nog dieper durft te denken. Zelfs van grote trauma’s kun je herstellen. Ook al zal de verpletterende leegte je soms blijven overvallen. Die leegte moet je vullen: “Uw grootste noden zijn uw grootste troeven.”

Een plaats bij uitstek waar mensen niet gezien worden is wel de gevangenis. Als dramaturg heeft Op de Beeck toneel gemaakt met gedetineerden. “Wij gaan zo slecht met hen om terwijl van alle kanten is aangetoond dat opsluiten alleen maar schadelijk is. Er is veel te weinig aanbod van therapie in de gevangenis. Dit is een groot gebrek van onze beschaving. Gedetineerden die elke week een therapeut op bezoek krijgen gaan vooruit. Ook voor deze mensen geldt de maakbaarheid. Wij lijken meer op elkaar dan dat we van elkaar verschillen.”

Ze gelooft in de maakbaarheid van de mens maar de mens moet er wel iets voor doen. Dat moge duidelijk zijn. Hoe gevaarlijk een passieve vorm van hoop is wordt volgens haar mooi duidelijk in de rol van Sonja en het toneelstuk Oom Wanja van Tsjechov hoewel ook de andere personages zichzelf dwars zitten. Sonja is verliefd op de dokter in het stuk maar de dokter ziet haar niet staan. Als een ander personage haar aanbiedt om deze toestand te helpen doorbreken zegt Sonja: “Doe mij maar onzekerheid want dan is er tenminste nog hoop”. Het is een gevaarlijke zin omdat Sonja op deze manier blijft ronddraaien in dezelfde cirkel.

Anorexia gaat niet over eten

Volgens Op de Beeck heeft een eetstoornis vooral te maken met een destructief denksysteem. Het gaat over perfectionisme, over schaamte en jezelf willen straffen. Het perfectionisme waardoor je altijd faalt en blijft denken dat je niet mooi bent, niet goed, niets waard. Ze spreekt uit ervaring. Op een goed moment woog ze nog maar 35 kilo en voelde ze liggend in de zon ineens dat haar lijf op was en besloot ze om een etentje te geven. Ze kan nog steeds in gevecht zijn tegen het basismechanisme dat aan de stoornis ten grondslag ligt maar ze is vastbesloten om dat gevecht te winnen. Na een fragment uit de film: ‘Le tout nouveau testament’, legt ze uit dat zij haar trauma helemaal wil aankijken en dat ze de emotie die dat teweegbrengt wil laten bestaan. Het gaat er volgens haar om dat je het verval durft te zien, dat je het leed durft te laten bestaan.

Als dit geen ode is aan de psychotherapie dan weet ik het niet. Veel dank Griet voor je boeken en voor dit interview.

Advertenties

7 reacties

Opgeslagen onder Psychiatrie, Psychologie, proza en poëzie, Psychotherapie

Lezing Else-Marie van den Eerenbeemt

Deze lezing vond plaats in de kapel van de vrijzinnige geloofsgemeenschap aan de ’s Gravelandse weg in Hilversum op de dag van de nationale herdenking van de vliegramp met de MH17. Zij had er op televisie naar gekeken en het meest indrukwekkende er aan was het één voor een opnoemen van de 298 namen van de slachtoffers.

“Een naam is het eerste wat je van je ouders krijgt”… en zo komt van den Eerenbeemt op haar onderwerp; familierelaties. “Of je een naam krijgt waarmee je naar een voorouder vernoemd bent of een vreemde naam uit een ander land daar zitten al heel verschillende sferen achter”.

De boodschap van van den Eerenbeemt (afgekort: EM) moet wel zijn hoe belangrijk relaties voor ons mensen zijn en hoe we in die relaties moeten investeren. Wellicht een bekende boodschap, wij zijn immers sociale wezens, maar in deze individualistische maatschappij kan het niet vaak genoeg verteld worden. Een mens is geen mens zonder relaties. En het begint meteen bij de geboorte.

EM werkte vroeger in een huis waar baby’s van ongehuwde moeders geboren werden. Op één zaal lagen 30 baby’s. Je kon aan de gezichtjes zien welke baby’s de ‘afstandjes’ waren; de baby’s van wie de moeders afstand gedaan hadden en die het zonder de geur en de stem van hun moeder moesten doen.

Vaders hebben bij de geboorte een achterstand op moeders. Tegenwoordig proberen moderne vaders die achterstand al vroeg in te halen. Aanstaande vaders hebben het over: “Wij zijn zwanger”. Een vader had zelfs naar de huisarts gebeld met: “Onze vliezen zijn gebroken”. Deze vaders lukt het inhalen van de achterstand misschien wel.

Het woord vader betekent letterlijk: omheining! Een man had in therapie tegen EM gezegd: “Mijn vader was een los hek…” EM zei: “Hij heeft het in ieder geval geprobeerd”. “Ja”, zei de man: “Hij heeft het geprobeerd”. En zo werkt EM in haar therapieëen aan verbinding.

Ze ziet kinderen als grote verbinders. Zij sprak een moeder die gebroken had met haar moeder. Op een dag vroeg een van haar kinderen als cadeau voor haar verjaardag dat opa en oma op bezoek zouden komen want die had zij nog nooit gezien.

Een kind wil zijn ouders gelukkig maken. Kinderen proberen ouders te troosten. Maar hoe doe je dat als de ouders vechten? Kinderen blijven altijd trouw aan beide ouders en ze verdedigen hun beide ouders. Dit noemt EM het beginsel van de zijns-loyaliteit. Een kleuterjuf zei tegen een kind: “Jouw moeder kan geen klok kijken daarom kom je te laat”, en het kind zei: “Mijn moeder kan heel goed klokkijken”. De trouw van kinderen wordt in duizenden dossiers aangetoond. Een pleegkind die alles aan zijn pleegouders te danken had brak uiteindelijk toch met hen omdat hij de vernederende blik in hun ogen als het over zijn echte ouders ging had gezien.

EM spreekt over relationele ethiek: de ethiek van wat er tussen mensen gebeurt. Het geven en nemen. De liefde tussen mensen. En het allerergste is wanneer je geen betekenis hebt. Dan kun je depressief worden. Depressie ziet ze als een zwakke plek in de liefde. Die zwakke plekken zijn te vinden in relaties.

De partnerkeuze is iets magisch. Er valt een heleboel af te dingen op de tegenwoordige relatieadvertenties. Wat die ander allemaal wel niet moet kunnen! Wil die ander ook mee helpen zorgen voor een gehandicapt kind? Of voor een demente vader? Helaas zijn er tussen ouders met gehandicapte kinderen meer scheidingen. Kunnen we bij elkaar blijven als de ander kwetsbaar is? Als we dit kunnen hebben we het geheim van de langdurige liefde gevonden. Het gaat om diepte-investeringen in de liefde.

De loyaliteit van kinderen aan de ouders gaat het diepst maar ook de loyaliteit tussen broers en zussen is sterk. Een bekende uitspraak van EM is: “Broers en zussen zijn het merg van mijn bot”.

Binnenkort zal het weer Kerstmis zijn. En de Kerst ziet EM als één groot loyaliteitsconflikt. Ouders gaan op vakantie in het buitenland want ze willen de kinderen met Kerst niet tot last zijn. De Waddeneilanden zitten vol met kinderen met loyaliteitsconflikten. Het spannende aan tafel met Kerst is juist om te zien waar nou de trouw tussen mensen zit. Kunnen we dat niet meer verdragen?

Een bekende typering is die van de Martha en de Maria van de familie. De Martha is degene die na het eten de afwas doet en de Maria is degene die bij vader op schoot zit. Wie zijn de favoriete kinderen van de familie? Ouders hebben hun voorkeuren maar zijn bang om dit toe te geven. EM noemt dit: familiefaalangst.

Kinderen blijven hun ouders verdedigen tegenover opmerkingen van buitenstaanders. Onze ouders hadden ons wel lief maar ze konden ons niet troosten. Onze ouders hadden ons wel lief maar ze konden ons grote gezin niet aan. De dood van ouders is ook op latere leeftijd een aardverschuiving voor kinderen. En als de ouder overlijdt is het heel belangrijk hoe de partner daarop reageert. EM vroeg aan een gescheiden vrouw wat nou het moeilijkste was in haar huwelijk. De vrouw zei: “Dat hij niet terugkwam van zijn golfvakantie toen mijn moeder begraven werd”. De kracht van de liefde zit hem in de zorg.

Er zijn witte en zwarte schapen in families. De zondebok uit de familie moet alle kwaad meenemen. Maar de uitgestoten kinderen of de kinderen die minder betekenis hebben in families komen vaak terug aan het ziekbed van een ouder, om alsnog betekenis te hebben.

Volgens EM zijn alle waarheden over ouders waar. Een moeder van zeven kinderen is zeven moeders.

“Ik heb papa het meeste liefde gegeven, dat weet ik zeker, en nu krijg ik niets,” en deze dochter huilt. Erkenning is wezenlijk, ook bij het verdelen van de erfenis. Een zus zegt tegen een andere zus: “Jij krijgt die armband want jij was altijd zo lief voor moeder”. Dat iemand ziet wat je betekent hebt is het belangrijkst. Mensen zijn niet hebberig, het gaat om de erkenning.

“Waarom trouwen die kinderen in een luchtballon”, vroeg een moeder; “waarom niet gewoon bij ons in de achtertuin…”. Maar de moderne rituelen moeten speciaal en bijzonder zijn. Zijn de relaties dit ook? Dat valt te bezien.


Na de lezing werden vragen beantwoord die de toehoorders op een velletje papier schreven en overhandigden.

Een vraag ging over een kind dat onterfd werd door de ouders. Onterven is een kind afstraffen. Wat doen de andere erfgenamen? Het kan goed gemaakt worden bij de rechter maar dan worden de kinderen schuldeiser van hun ouders in plaats van erfgenamen. Volgens EM is er in iedere familie tenminste één rechtvaardige!

Er was een vraag over het helen van breuken in families. Volgens EM is definitief breken onmogelijk. Ze nodigt eerst iedereen apart uit om ieders verhaal te horen. In therapie zoekt ze naar verbinding en rechtvaardigheid. Hoe dieper de kloof hoe sterker de brug. Ze gaat op zoek naar extra peilers voor de brug. Wie kan er verbindend werken? Een oom of tante, neef of nicht. Die nodigt ze erbij uit.

Een vraag over grootouders die hun kleinkinderen niet meer zien. Als die weggestreept worden uit het leven van een kind, wie kun je dan nog vertrouwen, vraagt EM zich af. Grootouders kunnen helend zijn als ouders gescheiden zijn. Kinderen van gescheiden ouders die contact hebben met hun grootouders zijn beter af heeft onderzoek uitgewezen.

Ze kwam nog even terug op de gespleten loyaliteit bij scheidingen. Het vervreemden van het kind van één van de ouders geeft veel ziektes. Eigenlijk is het kind dat een van de ouders moet afwijzen beide ouders kwijt. Het is een fundamenteel existentieel recht: het recht op beide ouders.

Er was een vraag (van ondergetekende) over favoriete kinderen. Ja het is zo: ouders hebben hun oogappeltjes. Dit gaat in tegen het idee van gelijke monniken, gelijke kappen maar volgens EM is het nu eenmaal zo dat liefde van elastiek is. Wij kinderen hebben twee verschillende ouders maar onze ouders hebben verschillende kinderen. We mogen onze favorieten hebben als het maar rechtvaardig blijft heb ik begrepen.

We lopen allemaal kwetsuren op maar we krijgen ook (veer)kracht mee. Die kracht en kwetsuren gaan inderdaad samen. Dat ouders het beter willen voor hun kinderen dan zij het zelf gehad hebben, daarin zit de kracht van generaties. En kracht krijg je door erkenning. Het ergste is wanneer je ontkent wordt in wat je te geven hebt.

Een vraag over ‘het lege nest syndroom’. Dit bestaat nauwelijks meer. Kinderen blijven nog lang thuis. Het probleem is nu eerder: Hoe krijgen we de kinderen de deur uit. We zijn van een bevels-huishouding naar een onderhandelings-huishouding gegaan. Begrenzingen tussen ouders en kinderen zijn vager geworden. Vooral kinderen van gescheiden ouders blijven rond hun ouders cirkelen. Laatst was EM bij iemand thuis voor een vergadering en hoorde ze een zoon van boven roepen: “Mam, mam, mijn condoom is gesprongen!”


Een zeer inspirerende lezing over een serieus onderwerp waarbij af en toe enorm gelachen kon worden. Als toegift liet EM nog de Grand Partita van Mozart horen. Dit is een compositie waarin verschillende familieleden vertolkt door verschillende muziekinstrumenten en melodieën te horen zijn. Mozart had grote problemen in de relatie met zijn vader. Hulde aan EM en aan Mozart.

 

 

1 reactie

Opgeslagen onder Systeemtherapie

Ouders als managers

Een leuk artikel uit de Groene van deze week over opvoeden in deze tijd.

Geschreven door de hoofdredacteur van het blad J/M voor Ouders, Evert de Vos. Hij is vader van twee kinderen (17 en 14 jaar).

jm-ouders

De titel van zijn artikel in De Groene is: Het project kind.

Evert de Vos heeft in dit artikel ook aandacht voor de stress van ouders over het opvoeden. J/M voor Ouders heeft eerder geschreven over de overdaad aan ouderlijke aandacht. “Ouders relax een beetje”, was de boodschap.

Over ouder-stress die samen lijkt hangen met het opdringerige aanbod van opvoed-hulp door experts heb ik hier geschreven.

Alleen politici die het echt niet meer weten, geven jongeren en hun ouders de schuld van maatschappelijk ongerief. Minister Plasterk slaat de plank dan ook volledig mis als hij geweld tegen ambtenaren aan de huidige lakse opvoeding wijt.

EEN KOPJE THEE met een biscuitje. Daarmee zaten tot diep in de jaren zeventig de moeders te wachten tot hun kinderen uit school kwamen gerend. Er mocht best een flinke schep suiker in de thee – want obesitas bestond nog niet – en het koekje was een bescheiden knappertje, een mariakaakje, of een langwerpig beschuitje met suiker en kaneel.

Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken verlangt terug naar dit opvoedbeeld van voor de anti-autoritaire revolutie. ‘Ouders moeten weer gaan opvoeden’, stelde hij twee weken geleden. ‘Ze moeten weer normen en waarden bijbrengen.’ Dit naar aanleiding van een rapport over geweld tegen overheidsdienaren, zoals brandweermannen, ambulancepersoneel en ambtenaren van de sociale dienst. Maatschappelijk geweld, zo zei hij, is niet door strengere wetten en regels te stuiten. Het probleem moet bij de bron worden aangepakt: de te lakse opvoeding door veel ouders.

Met dit pleidooi schaart hij zich in een eindeloze rij van filosofen, politici en zondagsdichters die zich beklagen over de jongeren en de ouders die hen opvoeden. De oude Grieken, vader Cats, de regenten in de jaren zestig en, in de laatste decennia, politici als Van Agt (‘ethisch en geestelijk reveil’), Enneüs Heerma (‘het gezin als bakermat van goed burgerschap’) en Balken­ende (‘herstel van waarden en normen’) – ze beklaagden zich allen over de vervlakking van normen en waarden.

Twee jaar geleden was het nog minister Van Bijsterveldt van Onderwijs die ouders terechtwees over hun geringe betrokkenheid bij het onderwijs van hun kinderen. Geheel ten onrechte, blijkt nu uit een recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. ‘Bijna alle ouders praten thuis met hun kind over hoe het gaat op school, en de frequentie waarin dit gebeurt is hoog’, concludeert het scp in een begin dit jaar verschenen SCP-Factsheet. Nog geen vijf procent van de ouders met kinderen in de basisschoolleeftijd laat bij elke ouderavond verstek gaan.

Waar komt al dat gemopper dan toch vandaan? Onderzoekers van de Universiteit van Alberta hebben het eeuwenlange gezeur van de oudere generaties onderzocht en komen tot de conclusie dat de klagers een te positief beeld hebben van hun eigen jeugd. Vooral de goede gebeurtenissen en de eigen successen zijn in het actieve geheugen opgeslagen. Vervelende gebeurtenissen en ook bijvoorbeeld lange perioden van inactiviteit zijn naar de achtergrond verdrongen. Ook Plasterk kijkt met een te roze bril naar zijn eigen jonge jaren. De moeders met hun thee en kaakjes hadden er na een kwartiertje genoeg van. ‘Hup, buiten spelen, jij!’ was meestal het credo. Want er moest altijd nog wel wat schoongemaakt worden. Rust, reinheid en regelmaat waren het hoogste goed en tot een uur of half zes diende je als kind je gezicht niet te vertonen.

De vaders uit die tijd vervulden vooral de rol van afwezige autoriteit. Weinig thuis – want nieuwigheden als wasmachine en tv moesten met overwerk betaald worden – en indien aanwezig vooral met borrel en sigaret achter de krant. Waarvandaan soms een bars ‘Luister naar je moeder’ klonk. Of: ‘Vrouw doe er wat aan!’ Nee, echte aandacht, laat staan een luisterend oor, was er bij moeder en vader niet te vinden.

EEN ENORM verschil met de huidige ouders. De rust, reinheid en regelmaat zijn misschien door het werkende leven wat in het gedrang gekomen, maar nog maar weinig kinderen zullen zich beklagen over te weinig ouderlijke aandacht.

Neem bijvoorbeeld de vaders, die kunnen na werktijd echt aan de slag: luiers verschonen, kleuren, spelletjes spelen, voorlezen, het slaapritueel. En op latere leeftijd: overhoren, citotesten oefenen, werkstukken verbeteren en hun kind ophalen bij schoolfeesten. Het is niet voor niets dat de verkoopcijfers van zowel jonge jenever als kranten en mannenbladen al twintig jaar een dalende trend laten zien. Vaders zijn nauwelijks minder gaan werken, maar de tijd die ze aan hun kinderen besteden is tussen 1975 en 1995 verdubbeld, van 2,5 naar ruim vijf uur in de week. Tijd voor zichzelf is voor jonge mannen een schaars goed geworden.

En de moeders? Die zijn in dezelfde tijdspanne bijna allemaal (parttime) gaan werken en desondanks is ook bij hen de kinderzorg toegenomen van ruim zeven naar twaalf uur in de week. Toch nog dubbel zo veel als de mannen.

Waarom gaan moeders en ook vaders zo op de lip van hun kind zitten? Verschillende onderzoeken geven daarover een eenduidig antwoord: ouders voelen zich in hoge mate verantwoordelijk voor het geluk van hun kind. Dus moet er een rijk sociaal leven met veel vriendjes en vriendinnetjes georganiseerd worden. Ook dient zowel de sportieve als de creatieve ontwikkeling ter hand genomen te worden, want school doet dat al lang niet meer.

Ouders zijn de manager van het project kind, of ook wel de chauffeur van de achterbank­generatie. Toch is het te gemakkelijk om het karikaturale beeld te schetsen van Sam en Daan die door een gestreste ouder op woensdag­middag van hockey naar dwarsfluit gereden worden. De behoefte aan echt contact, een goed gesprek, is groot. Cursussen en boeken waarmee ouders gespreksvoering met jonge kinderen leren, kunnen zich in grote belangstelling verheugen. Daar waar vroeger het afdrogen een mooi moment was om zaken ter sprake te brengen, is nu de vertrouwdheid van de auto de aangewezen plek om tussen neus en lippen door naar het wel en wee te informeren.

Er zijn zeker vraagtekens te zetten bij de huidige manier van opvoeden en de overvloed van ouderlijke aandacht. Zo voerde het tijdschrift J/M voor ouders vorig jaar de coverkreet ‘Ouders, relax een beetje’. Maar als je naar de cijfers kijkt, kun je niet anders dan constateren dat de resultaten geweldig zijn: de Nederlandse jeugd is bijvoorbeeld de gelukkigste van Europa, de Verenigde Staten en Canada, volgens de studie HealthBehaviour in School-aged Children van de Wereldgezondheidsorganisatie. Van de meisjes is 92 procent heel tevreden met hun leven, van de jongens maar liefst 97 procent.

We hebben ook een steeds hoger opgeleide jeugd. Ging lange tijd zestig procent van de middelbare scholieren naar het vmbo en slechts veertig procent naar havo of hoger, nu is die verhouding vijftig/vijftig. En de jeugdcriminaliteit – de normen en waarden van Plasterk – laat de laatste tien jaar een dalende trend zien. De misdaden worden ook minder ernstig, constateren wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam. ‘De algemene trend hierbij lijkt vooral die van zwaardere naar lichtere handelingen’, constateren ze. Ze ontvouwen zelfs de ‘kattenkwaadtheorie’: politie en justitie zijn eerder en vaker gaan optreden tegen gedragingen die voorheen niet werden gekwalificeerd als jeugdcriminaliteit. De tolerantie tegenover jongeren is dus wel afgenomen.

Groot succes is ook dat kinderen steeds later voor het eerst alcohol drinken. Nieuwe ontdekkingen over de invloed van alcohol op de groei van puberhersenen en een succesvolle overheidscampagne hebben ervoor gezorgd dat een groot deel van de ouders de grens bij zestien jaar legt. Een mentaliteitsverandering die tot voor kort voor onmogelijk werd gehouden. Sinds 2001 heeft de alcoholconsumptie onder Nederlandse jongeren een dalende lijn ingezet. Behoorden ze toen tot de grote innemers van Europa, nu tot de nuchtersten. ‘Je mag dan rustig constateren dat Nederlandse ouders het goed doen’, zegt onderzoeker Wilma Vollebergh van de Universiteit Utrecht.

MAAR WAAR komt de opmerking van Plasterk dan vandaan? Allereerst moet je constateren dat de wetenschapper Plasterk zich heeft ontwikkeld tot een incidentenpoliticus. En incidenten zijn er natuurlijk net als vroeger altijd. Of het nu gaat om een Project X-feest in Haren of om het in elkaar trappen van een voorbijganger in Eindhoven, de moderne media zorgen voor een enorme uitvergroting van de incidenten. De beruchte kermisvechtpartijen waren vroeger net zo erg, alleen bleef de verontwaardiging beperkt tot het dorp waar de knokpartij had plaatsgevonden.

Incidenten vertekenen ook de werkelijkheid. Neem bijvoorbeeld het comazuipen. Per jaar belanden er 750 kinderen met vergiftigings­verschijnselen op de eerste hulp. Vreselijk natuurlijk voor de betrokken ouders en kinderen, maar vergeleken met de honderdduizenden jongeren die in de weekends de uitgaanscentra bevolken, is het een zeer kleine groep

En er zijn natuurlijk best opvoedproblemen te detecteren en groepen ouders die het minder goed doen. Opvallend is dat die zich vaak aan de uitersten van het sociale spectrum bevinden. Aan de ene kant de prinsjes en prinsesjes van de welgestelde, hoogopgeleide elite die geen enkele grens of geen enkel gebod meer accepteren, aan de andere kant de hangjongeren uit de ‘krachtwijken’ met ouders die de benodigde basisvaardigheden voor een goede opvoeding vrijwel ontberen. Maar ook dit zijn maar relatief kleine groepen.

Het waren echter juist de betrokken, hard hun best doende ouders die als een wesp gestoken op de opmerkingen van Plasterk reageerden. Want uit de macro-cijfers mag dan wel naar voren komen dat de Nederlandse ouders het geweldig doen, individueel heerst er grote twijfel. En juist dan zit je er niet op te wachten dat een onbetrouwbare overheid – die door bezuinigingen nauwelijks nog enige steun biedt – je ook nog eens terechtwijst.

De huidige chaotische maatschappij zorgt voor grote onzekerheid. Wanneer moet je streng zijn, wanneer moet je juist loslaten? Ouders worstelen met het stellen van grenzen. Niet vanwege een grenzeloos anti-autoritair opvoedideaal dat, mocht het ooit bestaan hebben, al lang passé is. Kinderen hebben liefde, aandacht én grenzen nodig, daarover heerst consensus. Want grenzen bieden ook de noodzakelijke veiligheid. Maar waar leg je de grens in de praktijk van alledag?

Ontwikkelingspsycholoog en systeem­therapeut Steven Pont, auteur van het onlangs verschenen Sociaal? Vaardig ziet dat geworstel met die grenzen als een onvermijdbare consequentie van juist het betrokken ouderschap. We trekken zoveel met onze kinderen op dat we zeker op latere leeftijd maatjes en vrienden van ze worden. Vanuit die positie is het lastig om opeens afstand te nemen en de rol van ­autoriteit op je nemen. Lastig, maar niet onmogelijk.

Opvoeden is net als leren lopen: het gaat met vallen en opstaan.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Opvoedkunde

Tevreden zijn is niet genoeg?

Onlangs verscheen in de Telegraaf en de NRC een artikel over dat jongeren vaker naar de psycholoog gaan. Er is onderzoek naar gedaan aan de Universiteit van Groningen.

De onderzoekers beweren dat dit is omdat ouders (vooral moeders) niet alleen willen dat hun kinderen een goede baan vinden die goed verdient maar dat de moeders nu ook willen dat hun kinderen gelukkig zijn.

Deze week zag ik op een van de digitale kanalen een opname van het interessante, ontroerende en mooie toneelstuk Smoeders van Maria Goos en Marcel Musters. Een van de (twee) moeders in het stuk verzucht dat tevredenheid tegenwoordig niet meer genoeg is voor de mensen. Ze willen gelukkig zijn.

Hoewel ik het geen slechte reden zou vinden, heb ik persoonlijk niet zozeer de indruk dat jongeren vaker naar mijn praktijk komen omdat hun moeders willen dat ze gelukkiger zijn. Het is mijn indruk dat ouders en dus ook moeders minder tijd met hun kinderen doorbrengen.

Een aantal jaren geleden hoorde ik dat in de VS  mensen niet naar de psycholoog gaan omdat ze vinden dat het zo enorm slecht met hen gaat maar omdat ze graag willen dat het béter met hen gaat. Misschien is dit in Nederland nu ook zo.

Het lijkt me het beste als ouders zèlf kunnen bijdragen aan het geluk of aan de tevredenheid van hun kinderen. Als ouders het gevoel hebben dat ze daarin tekort schieten hebben ze mogelijk voor zichzelf een hulpvraag.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Opvoedkunde

Mama en papa papegaaiduiker

Niet alleen mensen, ook vogels brengen hun kinderen groot.

In juli 2011 op de Engelse kliffen bij Bempton gezien en gefotografeerd: Mama en papa papegaaiduiker en hun jong.

In hun wat nerveuze gescharrel voor het hol zag ik twee heel zorgzame ouders.

In het Engels heet deze vogel ‘puffin’. Ze eten zandspierinkjes en zijn niet groter dan een rotsduif. Mama en papa papegaaiduiker komen elk voorjaar in hetzelfde nest bij elkaar om jongen te krijgen. Ze gebruiken een konijnenhol of zoals hier een holte in de rotsen. Dit nest was te vinden op ongeveer 100 meter hoogte van de kliffen bij Bempton. Of de ouders tijdens het winterhalfjaar ook bij elkaar blijven is niet bekend. In de winter zwemmen vaak grote groepen samen op de meer zuidelijk gelegen zeeën.

Goedemorgen.

Lekker weer hè mama puffin…

Vis jij straks nog wat zandspierinkjes uit de zee?

Ik weet het niet, heeft onze kleine honger?

Hm… hij sliep maar ik geloof dat ik hem nu hoor…

Hij wil het hol uit… is dat goed?

Voorzichtig hè … je weet dat hij nog niet vliegen kan.

Ik zal er vòòr gaan liggen.

Oeps… daar is hij al.

Kom maar kleine maar niet verder dan waar papa ligt.

Is dat niet een beetje flauw, mama?

Nee hoor lieverd, we wonen hier heel hoog en jouw vleugeltjes zijn nog niet sterk genoeg om mee te vliegen..

Wonen die fijne zandspierinkje daar in zee? Goed gezien kleine puffin….. ga nu maar weer naar binnen.

Zal ik dan maar eens wat gaan vangen mama puffin? Goed papa puffin, ik houd de wacht.

3 reacties

Opgeslagen onder Dierengedrag, Opvoedkunde