Tagarchief: liefde

Zolang je leeft is er de broosheid van het bestaan

Deze week werd de filosoof Awee Prins in het Filmtheater in Hilversum geïnterviewd door de filosofische econoom Arjo Klamer. Georganiseerd door ‘Hilversum in gesprek‘. Een vreemde voornaam, Awee, maar het staat voor A.W. ofwel Arent Weert.

De twee heren kenden elkaar van vroeger. Klamer had zijn aanstelling bij ‘Hilversum in gesprek’ aangenomen op voorwaarde dat hij Awee Prins een keer kon uitnodigen. Bij deze. Klamer stelde een paar goeie vragen maar gaf vooral Prins alle ruimte. En dat verdiende hij, hoewel ik graag een kritische vraag had gehoord over de anti-socialistische Nietzsche en over Heidegger die lid was van de Nazi partij, filosofen waar Prins zich door laat inspireren.

In de video hieronder zegt Prins voor een groot deel dezelfde dingen als in Hilversum. Veel goede oneliners zoals “Meten is weten maar meten is ook, het leven vergeten” en “alle gevoelens zijn gemengde gevoelens”, passeren de revue.


Hieronder een interview uit 2017 van Edith Janstra met A.W. Prins voor het magazine voor religie en samenleving: Volzin.

Prins heeft het in dit interview begrepen op de bekende Amerikaanse hoogleraar maatschappelijk werk, Brené Brown. Psychologen bevelen haar werk aan. Ik doe deze aanbevelingen niet maar wel bekijk ik soms samen met een cliënt een kort tekenfilmpje waarin Brown het verschil tussen sympathie en empathie uitlegt. Dat vind ik een heel leuk en leerzaam filmpje. Brown laat er in zien dat empathisch zijn helemaal niet zo moeilijk is en hoeveel het betekent voor een relatie. Het filmpje is geplaatst bij mijn bericht Afstemmen creëert een band.

Ik ben het met de kritiek van Prins eens – Brown heeft een tik van de Amerikaanse individualistische en ‘positief denken‘ molen meegekregen – maar ben ook blij dat hij haar verdienste ziet.

Lees vooral dit interview met de titel: “Het leven wordt niet beter”.

Heeft de mens eindelijk een manier gevonden om z’n kwetsbaarheid te trotseren, grijpt de filosoof in. “Kwetsbaarheid is geen kracht. Van kwetsbaarheid een kracht maken is een retorische truc om perfectionistische mensen langs een omweg te doen volharden in hun perfectionisme”, zegt Awee Prins.

Dat kwetsbaarheid een kracht kan zijn, wie wil dat niet horen? Brené Brown, Amerikaans hoogleraar maatschappelijk werk, schreef er een bestseller over, in Nederland verschenen onder de titel De kracht van kwetsbaarheid. Meer dan 30 miljoen mensen bekeken intussen op internet haar TED Talk over dit boek.

Wanneer ik het ‘cultboek’ van Brown noem, begint Awee Prins sneller te praten, feller, onverbiddelijk. Verontwaardigd vraagt hij: “En al die mensen die aan hun kwetsbaarheid geen kracht weten te ontlenen, mensen die hun kwetsbaarheid gewoon niet kunnen verdragen? Die de moed verliezen? Falen? Zelfmoord plegen? Die mensen vind ik niet minder belangrijk.”

Awee Prins is universitair hoofddocent aan de Erasmus Universiteit en zijn vakgebied is de fenomenologie, de tak van filosofie die kanttekeningen plaatst bij de manier waarop we de wereld steeds meer rationeel zijn gaan benaderen. Maar de ratio is maar een aspect van het menselijk bestaan, aldus Prins, en daarom ligt hij ‘van huis uit’ in de clinch met het maakbaarheidsideaal en daarmee ook met Brené Brown, die de kwetsbaarheid wil begrijpen en er een positieve draai aan probeert te geven. “Hoewel ik De kracht van kwetsbaarheid een goed boek vind binnen de tsunami van zelfhulpboeken, belazert Brown haar lezers.”

Hoe dan?

“Het is een retorische truc die ze uithaalt, en eigenlijk ook – en dat verwijt ik haar – een gemene streek, om mensen die het gevoel hebben dat ze kwetsbaar zijn en niet genoeg presteren, die door hun perfectionisme worden gesloopt, te vertellen: ‘Dat perfectionisme mag je loslaten en ik ga jullie nu uitleggen dat je daardoor nóg succesvoller kunt worden’.”

Maar als een retorische truc nou helpt…

“Maar het helpt niet. Wij leven nog steeds in de tijd van de Radarmens, zoals beschreven door David Riesman in The Lonely Crowd. Wij zijn constant om ons heen aan het kijken om te zien hoe anderen over ons denken. Neem Facebook. Je kijkt de hele tijd of je wordt geliket. Je bent voortdurend alert, maar ook heel kwetsbaar als je dag in dag uit erkend wil worden.

Laat duidelijk zijn: ik vind het de verdienste van Brené Brown, dat ze oog heeft voor de zwakke kanten van de mens. Ze beschrijft overtuigend dat we in deze tijd onze kwetsbaarheid en angsten overstemmen door druk, druk, druk te worden, krampachtig allerlei netwerken opbouwen, en daarbij desnoods drugs gebruiken of tranquilizers. Het siert haar bovendien dat ze haar eigen ontsporingen niet onvermeld laat. Terecht stelt ze, dat wij ons leven verpesten door veel te hoge verwachtingen en eisen aan onszelf te stellen, en ons teveel vergelijken met anderen. Perfectionisme leidt tot eenzaamheid, schaamte en een gebrek aan betrokkenheid. Dat heeft ze goed gezien, al thematiseert ze niet de topsporters en eenzame wetenschappers die dat allemaal op de koop toe nemen, wat ook niet onbelangrijk is. Maar dat neem ik haar niet kwalijk. Ze zegt: ‘geluk is een kwestie van momenten.’ Dat denk ik ook, en dat betoog ik ook onvermoeibaar: geluk is iets wat je toevalt. Een moment. Niet een toestand. Dus tot zover zijn we het eens. Maar meteen daarna schrijft ze: ‘Laat geluk niet door je vingers glippen!’ En dan komt mijn kritiek. Brown begrijpt niet wat kwetsbaarheid werkelijk is. Ze adresseert met veel mooie woorden de kwetsbaarheid, op een manier waarin iedereen zich herkent, en maakt daar vervolgens een eigenaardige successtory van. Kwetsbaarheid onderkennen zou volgens haar tot een beter, ja, zelfs een ‘bezield leven’ leiden. Dat dit ons zelden lukt en wat dat ‘bezielde leven’ precies is, daarover zegt ze eigenlijk niets. Dat vind ik het ergste.

Brown geeft in haar boek een lijstje van ‘ervaringen die een gevoel van kwetsbaarheid geven’. Daar heeft ze het over ‘ontslagen worden’, ‘zwanger worden na drie miskramen’, ‘de eerste date na mijn scheiding’, enzovoorts. Maar is dat werkelijke kwetsbaarheid? Er zijn vrouwen die in hun jeugd door hun vader zijn verkracht. Er zijn mensen die hun kind hebben verloren. Dat is echte kwetsbaarheid. Die staan niet in haar lijstje. Waarom schrijft ze daar niet over? Er zijn veel mensen die verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt en daardoor het leven eenvoudigweg niet meer aankunnen. Voor hen is De kracht van kwetsbaarheid een klap in het gezicht. Zij zullen er alleen maar verdrietiger en onmachtiger van worden, omdat ze blijkbaar de moed en de kracht niet kunnen opbrengen om te doen wat Brown adviseert: ‘Je emotioneel blootgeven, je onzekerheden trotseren, risico’s nemen.’ Deze mensen, die mij zeer na aan het hart liggen, zullen zich nog meer schamen en nog schuldiger voelen. En ik vind die mensen niet minder belangrijk, interessant, waardig of bezield. Iemand die ten onder gaat, die echt en alleen maar faalt, die zelfmoord pleegt, omdat ie z’n kwetsbaarheden niet aankan; ook voor die mensen had ze haar boek moeten schrijven, ook voor hen had ze ruimte moeten vrijmaken. Ik vind dat Brown er meer oog voor zou moeten hebben dat er geen gebruiksaanwijzing voor het leven bestaat.”

Als u haar dit vertelt, zou ze het dan niet met u eens zijn?

“Weet ik niet, maar ik hoop dat ze zou inzien dat ze verzandt in haar eigen goede bedoelingen. Brown rehabiliteert de kwetsbaarheid. Dat is het goede aan haar boek. Maar ze faalt wanneer ze kwetsbaarheid inzet als een manier om het leven vanuit die kwetsbaarheid te optimaliseren, er beter door te functioneren, sterker te worden, en zelfs gelukkiger te worden. Brown had moeten bedenken: er klopt iets niet in wat ik zeg. Haar truc, hoe ze mensen belazert – en ik gebruik dat woord met opzet – is: ‘Als jij jouw authentieke imperfecte zelf aan de wereld laat zien, dan zal je merken dat je het waard bent om liefde te ontvangen er erbij te horen.’ Kijk, dat wil iedereen lezen! Maar jij en ik weten dat niemand zoiets eenvoudigweg zal meemaken, dat je je imperfecte zelf aan de wereld laat zien en er dan opeens bij hoort. Brown belooft gewoon te veel.

Ik lees haar anders. Volgens mij wil ze vooral dat mensen zich realiseren dat iedereen kwetsbaarheden heeft, en daarmee het voor ons wat makkelijker maken om ons masker te laten zakken en niet langer vermoeid een perfect plaatje van onszelf te laten zien. Wat minder hangen aan wat we denken dat andere mensen van ons denken.

“Helemaal eens, maar dat is niets bijzonders; dat is common sense.”

Maar dat is geen common sense voor heel veel mensen! Haar filmpje over haar boek is een van de best bekeken TED-filmpjes wereldwijd. Psychologen schrijven haar boek voor. Ik lees blogs van normale leuke mensen waarin ze vertellen dat ze huilend haar TED Talk bekijken.

“Er zullen mensen zijn die, wanneer ze hun kwetsbaarheid onderkennen – en ik gun het ze van harte – openhartiger worden, maar er zullen er ook zijn die de moed verliezen. En dan houd ik voet bij stuk: daar had zij ook rekening mee moeten houden. Dat meen ik echt.”

Als haar stelling niet klopt, waarom zijn we daar dan collectief blind voor?

“Omdat haar boek zoveel mooie en naïeve beloften in zich draagt. Brown spreekt van ‘De tien wegwijzers naar een bezield leven’. Maar wat is dat, een ‘bezield leven’? In hoofdstuk 7 spreekt ze met droge ogen over ‘bezield ouderschap’. Kijk, ouderschap is ongelofelijk moeilijk. Een ouder houdt van z’n kinderen en heeft ook soms een hekel aan z’n kinderen; is teleurgesteld in z’n kinderen. En niet minder belangrijk: die kinderen zijn op hun beurt teleurgesteld in hun ouders. Ouderschap is een ongelooflijk complex gebeuren, waarbij het meer gaat om met je kwetsbaarheden om te leren gaan dan om die kwetsbaarheden te gebruiken als een soort reservoir, een basiskamp van succes-expedities. ‘Bezield ouderschap’ vind ik een bedenkelijk toverwoord, waarbij iedere ouder denkt: ‘Wauw, dat moet ik hebben, bezield ouderschap!’ En dan heb je die ónuitstaanbare puber in je kamer die níks wil en die nérgens zin in heeft. Ik denk dat je veel beter zo’n kind in z’n onmogelijkheid kan dulden dan dat je daar dan ineens een semantische deken van bezield ouderschap overheen gaat leggen.”

Wat moeten we wel doen?

“Als ik college geef en het gaat over een moeilijk onderwerp zeg ik op een gegeven moment tegen mijn studenten: ‘Er zijn nu zijn er een aantal van jullie die in radeloosheid denken dat ze de enige zijn die het niet begrijpen, iedereen om je heen zit braaf te schrijven. Maar ik verzeker je, de helft van de aanwezigen snapt het ook niet.’ Waar het om gaat, is schik krijgen in je eigen kwetsbaarheid en in de kleine waanzin en rare dingetjes die we allemaal hebben. Let wel, en dit is volgens mij van groot belang: ik denk niet dat het leven mooier wordt als je je beseft dat je broos bent. Kwetsbaarheid vind ik daarom ook niet zo’n geschikt woord. Broos-zijn is ruimer. Zachter. Er zit ook de eindigheid in. Wij zijn altijd breekbaar. Zolang je leeft, is er de broosheid van je bestaan.”

Van wie heeft u dat geleerd?

“Van Nietzsche, opmerkelijk genoeg, die geheel ten onrechte als de filosoof van de ‘sterke mens’, de ‘Übermensch’ wordt gelezen. Dat is onzin: Nietzsche kende als geen ander de broosheid van het menselijk bestaan. Maar mijn echte held is Dostojevski, die in al zijn romans laat zien dat de mens het meerstemmige dier is, het polyfone subject. We kunnen de mens niet definiëren. Wij worden allemaal opgeleid met het idee dat er een ego is, een ik, een identiteit. Allemaal nonsens. Het is allemaal veel vager.
Er is een zin bij Dostojevski waarin hij over iemand schrijft dat je niet weet of hij ‘op pelgrimstocht zal gaan naar Jeruzalem of dat hij z’n geboortedorp in brand zal steken’. En hij voegt er aan toe – en dat is de grootsheid van Dostojevski – ‘misschien doet hij het wel allebei’. De mens is wezenlijk polyfoon, meerstemmig. Alle gevoelens zijn gemengde gevoelens, alle gedachten zijn gemengde gedachten. Dat zie ik bij Brené Brown niet terug. Zij kent alleen rood en grijs, kracht en kwetsbaarheid.”

Wat bedoelt u met gemengde gevoelens?

“Nou, als jij zegt tegen iemand ‘ik houd van je’, dan zit daar ook een dimensie in van domme zelfzucht, van hoop, onzekerheid, afgunst, jaloezie, en de angst diegene kwijt te raken. Dat loopt allemaal door elkaar heen. Wij leven nog steeds in de tijd van Descartes; wij geloven in welonderscheiden, meetbare gedachten. Maar alle gedachten zijn gemengde gedachten. Het is heel gek dat wij met elkaar hebben besloten, en alle universiteiten stralen dat uit, dat wetenschap een soort summum is van de manier waarop je de wereld kunt vatten. Maar waarom zou de kunst dat niet zijn? Of de liefde? Of het geloof? Misschien ben je de wereld veel meer nabij wanneer je gelooft en je naaste liefhebt, dan wanneer je wetenschap bedrijft. Waarom zouden we al onze kaarten op het verstand zetten? Het verstand is maar een manier van je tot de wereld verhouden.

Wanneer zijn we zo gaan denken?

“‘Vertrouwen op je verstand’ is het adagium van de Verlichting, dus het speelt al vanaf de achttiende eeuw. Het is ons ‘verstand van de dag’. Wij spreken in de media vaak meewarig van de ‘waan de dag’, maar veel hardnekkiger en lastiger is het ‘verstand de dag’ dat ons beheerst: dat wij de wereld kunnen begrijpen en naar onze hand kunnen zetten. En hoewel Brown ook ons gevoel en onze kwetsbaarheid in het spel brengt, roept ze ons toch vooral op om dat gevoel te doordenken, te begrijpen, te evalueren en productief te maken: onderken je kwetsbaarheid, begrijp je kwetsbaarheid en je leven zal beter worden. Daar valt veel op af te dingen. T.S. Elliot kaart in The Waste Land, een meer fundamenteel probleem aan, de uitzichtloosheid:

What shall I do now? What shall I do?
I shall rush out as I am, and walk the street
With my hair down so. What shall we do tomorrow?
What shall we ever do?

Onze huidige ‘menselijke conditie’ is: Er is geen werkelijk doel in het leven, in elk geval geen hoger doel. Dus hebben we een cultuur ingericht die op zelfbevestiging en vermaak is gericht en die de zwaarte van het leven zo min mogelijk wil onderkennen. Vandaar ook die gekkigheid met euthanasie aanvragen als je vindt dat je leven ‘voltooid’ is. Dat klinkt mooi. Verstandig. Net als bij Brené Brown: kwetsbare mensen, bezielde mensen, betekenisvol leven, en als dat allemaal niet meer lukt: een exit-pil. Maar is er iemand die werkelijk weet wat een ‘voltooid leven’ is?
Elke cultuur en elke historische periode maakt zichzelf iets wijs. Wij maken onszelf in deze tijd wijs dat het leven leefbaar en maakbaar is. Maar dat is helemaal niet waar. Er gaan zoveel dingen mis in een mensenleven. Mijn vrouw is twee jaar geleden overleden. En ik blijf maar moedeloos. Ik kan eenvoudigweg niet omgaan met deze nieuwe ‘kwetsbaarheid’ in mijn leven. Mijn huisarts zei tegen me: ‘Zou je niet aan de antidepressiva gaan?’ Ik voel me daardoor aangesproken; ik merk dat ik het heel vervelend vind dat ik meer kwetsbaar dan ooit ben, niet meer sterk ben, dat ik niet meer graag naar vergaderingen ga, veel minder plezier heb in college geven. Dus ik sta in de verleiding van het verstand van de dag. Gelukkig ben ik zo wijs om te weten dat antidepressiva niet helpen. Alleen de bijverschijnselen zal je krijgen. Elke weldenkende arts is het daar ook mee eens. Ze weten dat bij antidepressiva het placebo-effect bijna even hoog is als het werkelijke effect. Dat vind ik overigens een mooi verhaal, een broos verhaal. Wij zijn zulke rare wezens dat wanneer iemand ons een pilletje geeft wat gewoon een snoepje is en erbij zegt ‘nu ga je het licht in je leven weer zien’, wij het licht weer gaan zien.

Is dat troostend?

“Nee… nee. “ (Lacht).

Helpend op z’n minst?

“Nee, maar laten we in het geheel niet de fout maken om troost te zoeken. Of verlossing. Je moet topisch worden, daar gaat het om. Je bent dan niet meer voortdurend utopisch. Je maakt niet meer de fout te denken dat het aan de andere kant beter is. Waarschijnlijk kunnen we dat utopische moment nooit van ons afschudden. Er is immers altijd zoiets als een toekomst. We zullen altijd over de toekomst nadenken en er op anticiperen. Maar de utopische dimensie in ons leven is in onze tijd buitenproportioneel groot. De meeste mensen plannen liever een vakantie dat dat ze op vakantie zijn.
Mijn adagium is: ‘Het wordt niet beter en het kan niet beter’. Wij leven nog steeds – dus het gaat verder terug dan de Verlichting! – in het visioen van Plato, dat er een ontsnapping bestaat uit het schaduwrijk van de grot. Dat weerklinkt in ons huidige hardnekkige streven naar ‘vooruitgang’. Maar het leven wordt niet beter. Het loopt af. We zijn sterfelijk. Dat moeten we eindelijk eens werkelijk leren denken: topisch worden. Ik weet overigens niet of Eckhart Tolle daar een bijdrage aan levert met zijn boek De kracht van het nu. Er is geen ‘kracht van het nu’, net zoals er geen ‘kracht van de kwetsbaarheid’ bestaat. Wij zijn existerende wezens, wij staan in het broze ogenblik van het nu uit naar het verleden, en naar de toekomst. Je kunt het nu niet idealiseren. Je kunt het verleden niet idealiseren en je kunt de toekomst niet idealiseren. Je kunt en moet niets idealiseren.”

Wat stelt u voor?

“Ik stel niets voor. Ik heb geen recepten voor het leven, maar ik wil graag mijzelf en anderen aanmoedigen om ontvankelijk te blijven voor het geluk en de betekenissen die je in dit broze leven bijwijlen kunnen toevallen. Als ik al iets wil, dan is het dat mensen indachtig worden omtrent wat het betekent om te leven en – nog belangrijker – met en voor anderen te leven. Kwetsbaarheid is daarbij een gegeven, geen kracht.”

Paspoort Awee Prins (Rotterdam-Hilligersberg, 1957) is filosoof en doceert Fenomenologie & Hermeneutiek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
● Studeerde filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit van Amsterdam.
● Maakte naam met zijn boek Uit verveling (Klement, 2007); dit voorjaar verscheen daarvan de negende druk.
● In 2018 verschijnt bij uitgeverij De Bezige Bij zijn nieuwe boek Broos denken, over een filosofie van de hartelijkheid.
● Is een kenner van het werk van Martin Heidegger.
● Stichtte met zijn collega Henk Oosterling aan de Erasmus Universiteit het Centrum voor Filosofie en Kunst.
● Is aan de Erasmusuniversiteit hoofd van de Honours Academy.
Awee Prins woont in Rotterdam, is weduwnaar en heeft twee volwassen kinderen.


Wat mij de kunst lijkt is hoe we onze kwetsbaarheid of broosheid kunnen verdragen. Hier lijkt Prins ideeën voor aan te dragen in het interview ook al heeft hij geen recept. We moeten in ieder geval ophouden met idealiseren: Niet utopisch maar topisch worden. We moeten ons niet alleen op de wetenschap richten maar ook op de kunst, het geloof en de liefde. Hij komt met het gedicht van de dichter T.S. Elliot waarin het gaat over het gevoel van uitzichtloosheid: “What shall we ever do.” Misschien helpt deze regel nog wel het meest want hij geeft ons het gevoel dat we niet alleen zijn.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Psychologie

Liefde in, en grappen over de consumptiemaatschappij

Enige tijd geleden publiceerde ik een kort bericht met de titel: Grappen over de consumptie maatschappij met een link naar een video van de Amerikaanse komiek Bill Hicks. Korte tijd daarna verwijderde ik het bericht omdat ik was gaan twijfelen. Was de humor niet te grof of te ‘off topic’?

Maar vandaag besluit ik om de video er toch weer op te zetten omdat ik een mooi artikel las op de site van Brainwash van Dirk de Wachter over de liefde: ‘Liefde schuilt in de gewonigheid’.

De Wachter heeft het ondermeer over hoe de consumptiemaatschappij de liefde in de weg kan zitten. Als twee geliefden samen op zoek gaan naar de verloren liefde…

‘Dan ben ik inderdaad geneigd om het advies te geven een wandeling langs de oevers van de Schelde te maken – ik woon in Antwerpen – en niet een trip te boeken naar de Cayman-eilanden om daar in een bubbelbad te gaan zitten. Ik denk dat het beter werkt om gewone dingen te doen en daar de pracht van de verbinding in te vinden, dan prachtige dingen te doen en daar in de banaliteit van de verbinding terecht te komen.’

De interviewer: Toch hebben we de neiging om het in die grote gebaren te zoeken.

‘Dat hebben we in alles in deze consumptiemaatschappij. En die consumptiemaatschappij klopt dat ook heel erg op. Het lijkt erop dat ons leven alleen vervuld kan zijn als we fantastische dingen doen. Het lijkt alsof dáár de liefde, het geluk en het ware leven te vinden is. Daar wil ik kanttekeningen bij plaatsen. Ik ben daar genuanceerd in, als mensen nog een bon hebben liggen voor een pretpark, ga dan vooral. Ik ben geen tegenstander van plezantigheid, maar verwacht niet dat daar de zin van het leven zich aandient. De zin van het leven, de liefde, het geluk, die zitten in de dagelijksheid. In het thuiskomen en uw geliefde vastpakken en vragen hoe de dag is geweest. ‘Heel gewoon’, zal ze dan zeggen, ‘maar ik zie u graag.’

Ineens is me duidelijk waarom de humor van Hicks over de consumptiemaatschappij hier tòch op zijn plaats is.

Je moet er tegen kunnen…

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek

Idealen voor de opvoeding anno 2017

Volgens Marilse Eerkens van De Correspondent voeden Nederlandse ouders van nu vooral op met het doel voor ogen dat hun kind als individu slaagt en een plezierig leven leidt. In dit doel ontbreekt elke vorm van idealisme. De link tussen opvoeding en maatschappij wordt niet gelegd. Lees vooral haar artikel: Tot wat voeden we eigenlijk op?

Hier samengevat enkele idealen voor de opvoeding:

  1. Weten wat het betekent om in een democratische samenleving te leven. Democratie is niet meer vanzelfsprekend door het toenemend accent op eigenbelang, calculerend burgerschap, oprukkend fundamentalisme en politieke desinteresse. Veel Nederlandse scholieren blijken het beginsel van gelijke rechten af te wijzen.
  2. Een goed ontwikkeld empathisch vermogen. Het empathisch vermogen is weliswaar aangeboren maar het moet wél gevoed en ontwikkeld worden. Het empathische gehalte van een maatschappij wordt in belangrijke mate bepaald door de opvoeders.
  3. Liefde voor de natuur en kennis van milieuproblemen. Vijftienjarige kinderen in Nederland weten het minst over milieuproblemen vergeleken met bijna alle andere industriële landen in de wereld.
  4. Het vermogen om kritisch te denken en op te komen voor wat je belangrijk vindt. Opvoeders en bestuurders handelen vaak vanuit de opvatting dat mensen alleen in beweging komen om een straf te ontlopen of een beloning te krijgen. Maar handelen vanuit dit principe ondermijnt de intrinsieke motivatie van mensen en daarmee het zélf nadenken. In een samenleving waarin duurzaamheid het vaak aflegt tegen kortetermijnwinsten en waarin het moeilijk navigeren is in een zee van informatie is het belangrijk is om je voor dit doel in te zetten.

Een mooie toevoeging  aan deze idealen is misschien:

Opvoeden om dankbaar te kunnen zijn en opvoeden tot fouten mogen maken.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Opvoedkunde, Persoonlijk en politiek

Liefde, bent u er klaar voor?

Bent u er klaar voor anno 2016? Het is zo hard nodig met al die aanslagen op de mens en de natuur… in deze tijd van genocide en ecocide…

Ik heb eerder geciteerd uit het brievenboek van Herman Gorter (1864-1927), Geheime geliefden. Hier weer een aantal pareltjes. Over liefde.

Uit brief 176.

Aan Jenne, 8 april 1914

…Wat is een mensch die zichzelf liefheeft? Veel. Wat een die ook een ander liefheeft? Meer. Maar wat is iemand die ook de menschheid en de wereld liefheeft? Die is wat een mensch zijn moet, een compleet mensch.

Wie dat niet heeft is niet compleet. Vroeger zei men dat God de wereld en de menschheid liefhad. Dat kwam omdat men dat als ideaal, als het ware doel voelde, dat men de menschheid en de wereld liefhebben moet. Maar omdat men dat ideaal zelf niet bereiken kon, door slavernij, tirannie, strijd om het bezit, schreef men het toe aan een verbeeld wezen, God.

Maar de wereld zal eens zoover zijn dat men niet alleen met het woord, maar ook met de daad de Menschheid en de wereld liefhebben kan.

Ik tracht er naar. Treurig weinig en afgebroken en zwak. Tracht er ook naar, daar ligt het grootste, heerlijkste geluk. Dat is de schoonheid, of is de grondslag er van, staat op de rand er van.

Brief 281.

Aan Jenne, Bergen aan Zee, 30 april 1923

Welk een dag hadden wij gisteren! O kon zoo het leven zijn, niets dan zacht licht en liefde.

Ik ga proberen even flink te blijven. En om goed te beginnen ga ik vandaag een wandeling maken langs het strand, wat ik in geen tijden deed. Mij zat zien aan het water. En de lucht. En de duinen. Mij er geheel in doen opgaan, zooals gisteren in jou. Mij geheel er in mengelen, zoodat ik en de natuur, de zee en alles één wordt.

Dat ga ik vandaag doen en dan zoo nu en dan denken aan de menschheid die een deel van die natuur is, en van wie ik een deel ben. En in het gevoel van die natuurlijke eenheid ga ik gelukkig zijn.

De natuur is doorzichtig – maar wij weten niet wat zij is. Dat zei ik gisteren tegen je, weet je nog, en dat is het heerlijkste, het allerheerlijkste.

Zoo is het ook in de liefde, mijn Vrouw. Wij zien elkaar en wij zijn doorzichtig en zuiver en klaar voor elkander. Maar toch weten wij niet wat de ander is. Noch wat wij zelve zijn.

En zoo is het ook met de liefde. Wij voelen ze zo helder en klaar als kristal. En toch weten wij niet wat ze is. Het is alles te samen het mysterie der liefde. En dat alles maakt de wereld zoo aanbiddelijk schoon.

IMG_3523 - versie 2

4 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie, proza en poëzie

Verdriet-dokter over de liefde

In het radioprogramma: ‘De kennis van nu’, werd op zondagavond 13-12-2015 de Belgische psychiater Dirk De Wachter geïnterviewd door Coen Verbraak. Ik heb al eerder over De Wachter geschreven op dit weblog maar het is met liefde dat ik opnieuw een bericht over hem maak. Het was opnieuw plezant om naar hem te luisteren.

Het leuke was ook de nieuwsgierigheid van de interviewer. Een paar keer vroeg hij: Hoe doet u dat dan … mensen helpen? Af en toe kregen we een kijkje in de keuken van De Wachter. De spiegel in zijn hand en het doen ondervinden, het doen ervaren van het zelf-helend vermogen van de mensen zijn belangrijke middelen. De zoektocht naar de verbinding speelt door alle gesprekken heen een rol.

Ik geniet van zijn taalgebruik en ik vermoed dat hij soms woorden zelf verzint. Een zo’n Vlaams woord is paniekéren. De klemtoon ligt op ‘keren’. We moeten niet paniekéren bij de terrorisme-dreiging. Hij gaat gewoon zoals elk jaar naar Parijs om Oud en Nieuw te vieren. En het is maar goed dat de metro in Parijs weer vol met mensen zit.

Er zijn altijd al vluchtelingenstromen geweest maar volgens De Wachter gaan we door de technologische ontwikkelingen naar een andere wereld en zullen vluchtelingen gemakkelijker en van verder komen en zij zullen vreemdere gewoontes meenemen. Maar we moeten ook hier niet over paniekéren; het stelt ons voor uitdagingen.


Het woord verdriet-dokter is verzonnen door zijn 6 jarige dochter die destijds het woord psychiater nog niet uitspreken kon maar het is een passend woord want verdriet is de motor van elk gesprek in zijn werkkamer, in zijn kabinet.

Er valt tegenwoordig in de psychiatrie veel geld te verdienen en De Wachter heeft niet te klagen over gebrek aan werk. Maar hij zou willen dat het zelf-helend vermogen van mensen groeide. Zodat zij niet naar de psychiater toe hoefden.

Er wordt vrolijk getaterd (ook zo’n leuk woord: tateren) op Facebook. Verdriet past daar niet in. En nu is verdriet een ziekte geworden. Maar er is niets mis met verdriet. Het is juist deftig als je ongelukkig kunt zijn.

Verbindingen worden vaak door verdriet geïnitieerd. Ware vriendschap is vaak gebaseerd op moeilijkheden waar men samen doorheen gaat.


De Wachter schreef eerst het boek Borderline Times waarin hij als systeemtherapeut de maatschappij ‘op de bank’ legde. Hij beschreef de onvoorspelbaarheid, de leegte, de zinloosheid van de maatschappij en de relaties die niet lukken. Er zijn veel verzuurde mensen terwijl we het beter hebben dan ooit. Er is veel ledigheid onder de leukigheid in onze maatschappij.

Hij ziet als psychiater zowel zeer ernstige, chronische patiënten die zijn opgenomen in het psychiatrisch ziekenhuis, als succesvolle mensen thuis in zijn eigen kabinet. Maar allen hebben dezelfde vraag: Hoe moet ik leven?  Het gaat altijd om existentieel zoekende mensen.

Hij is geen pastoor en vertelt de mensen niet hoe zij moeten leven maar hij heeft een spiegel in zijn hand. Hij laat mensen geduldig en respectvol in de spiegel kijken en dit kijken brengt inzichten voort.

Geluk hangt voor het overgrote deel af van ‘chance’, van het lot, van toevalligheden. Maar geluk is ook een klein beetje maakbaar. Je kunt op het pad van de noodlottigheid aan de zonnige of aan de schaduwkant lopen. We kunnen leren om een beetje op een andere manier ongelukkig te zijn. We kunnen samen zoeken om het verdriet een plaats te geven door te verbinden, door het samen mee te maken. Dat kan heel mooi zijn.

De Wachter had voordat dit interview plaatsvond op deze zondagmiddag het verzorgingstehuis bezocht waar zijn oude vader kort geleden was opgenomen. Hij was er met zijn vrouw en broer heen geweest. Ze hadden samen kunnen spreken over het verdrietige hiervan. Dat werkte verbindend. De Wachter werkt als gezins- en relatietherapeut waarbinnen voortdurend gezocht wordt naar verbindingen.

Het is een kwestie van ‘chance’ dat wij hier geen oorlog hebben en ook is het een kwestie van ‘chance’ dat zijn ouders hem graag hadden toen hij geboren werd. “Dagelijks zie ik mensen die deze ‘chance’ niet kregen.”

Hij noemt zichzelf een romanticus maar hij zoekt de romantiek in het kleine. Hoe kleiner hoe belangrijker. Een kleine aanraking kan heel romantisch zijn en is gratis. Zijn tweede boek heet Liefde maar hij weet niet wat liefde is. Zodra we er een hand op leggen is het weg. Het is een hele troost dat het niet te weten is.

Hij is al 35 jaar samen met zijn vrouw. Hij heeft er weinig prestaties voor hoeven leveren: “Ons leven is een genade.  Allemaal ‘chance’.”

De Wachter heeft op zijn 39e een TIA gehad (een tijdelijke hapering van de bloeddoorstroming in de hersenen). Hij was half verlamd en kon niet meer spreken. Hij belde zijn vrouw (die huisarts is) maar kon niet spreken. Na ongeveer twee minuten stilte raadde zijn vrouw dat hij het was, noemde zijn naam en kon hij zo goed en zo kwaad als het ging een geluid voortbrengen en toen is er hulp gekomen.

Ze doen hier nu nuchter over, ook al bagatelliseren ze niet wat er toen gebeurde. Het is zo gegaan. De Wachter is dankbaar voor het bestaan.

Terecht kunnen bij elkaar, elkaar in de ogen zien, elkaar vastpakken… dat zouden we meer moeten doen. Niet via Facebook maar in levende lijve.

Seks en intimiteit horen er bij maar de duurzaamheid van een relatie is niet zo verbonden met stomende sex. Zonder seks kun je ook een bijzonder liefdevolle relatie hebben. En dan is het nog geen vriendschap. Maar natuurlijk zijn wij ook onze lijven. We kunnen elkaar vastpakken. Dat vastpakken wordt niet door de porno gepromoot.

Als je genoeg hebt aan vriendschap en een leuke baan, prima! Maar de partners die de psychiater bezoeken zijn vaak ongelukkig omdat zij de liefde niet hebben. Dan denkt hij met deze mensen na over wanneer de liefde is verdwenen, over hoe het leven is gelopen en hoe de liefde weer terug kan komen. In die gesprekken kunnen de mensen hun zelf-helende vermogen ondervinden. Vaak ondervinden ze dit als ze onderweg zijn naar huis.

Het interview werd onderbroken door een lied: ‘Heart with no companion’ van Leonard Cohen.

2 reacties

Opgeslagen onder Psychiatrie, Systeemtherapie

Liefde voor een ander perspectief

Meestal ga ik er voor zitten en zo ook deze keer: Het programma Zomergasten op TV. De jongste zomergast tot nu toe: Filosoof en schrijfster Simone van Saarloos (25 jaar). Ik kende haar nog niet en was nieuwsgierig.

Het ging behalve over de liefde tussen mensen ook over de liefde voor een andere, nieuwe blik op de werkelijkheid. En vrouwen spelen daar voor Van Saarloos een belangrijke rol in. Vrouwelijke filmers laten een andere werkelijkheid zien en dat is hard nodig. Wat vrouwen geil maakt is anders en hoe vrouwen schrijven, filmen en sporten is anders. Niet dat mannen het ook niet anders kunnen, maar toch…

Saarloos vertelde over enkele interessante bijeenkomsten zoals die over porno voor vrouwen (porna) en over oorlogs-verslaggeving.

De liefde voor de nieuwe, andere blik, voor een ander perspectief kwam tot uiting bij de verstilde filmbeelden van de fotografe Charlotte Dumas van de wilde mustangs in de VS die werkeloos rondhangen in de buurt van een dorp. Het is niet een beeld van wilde paarden zoals we dat we gewend zijn. Ook het feit dat er geen geluid bij het beeld is maakt dat het beeld anders binnenkomt. Van Saarloos: “Als we niet met die dieren werken hebben we er geen relatie meer mee…” Dat laat Dumas mooi zien.

Ook in het fragment uit de film ‘Girlhood’ van de filmmaakster Céline Sciamma zien we de andere blik. We zien eerst de gezichten van de meisjes en pas daarna hun dansende konten. Die volgorde is belangrijk. We hebben via de beelden van hun gezichten uitgebreid kennis met de meisjes gemaakt. Het gaat duidelijk niet alleen om hun konten.

Ook in de Utube documentaire: ‘Syria Behind The Lines’ zien we een soort verslaglegging die we in het nieuws niet zien. We zien wat de oorlog in het gewone dagelijkse leven betekent. We zien de banale dingen die er een rol in spelen. De stem van de verslaggever en hoe hij de situatie persoonlijk ervaart speelde hier een belangrijke rol.

Liefde

De liefde kwam in vele gedaanten terug in deze aflevering. Ook de vreemde dingen die we doen om liefde te beleven. Dit was te zien in het fragment uit de film ‘Paradies Liebe’ waarin twee vrouwen van middelbare leeftijd naar Kenia gaan om de liefde te bedrijven met Keniaanse mannen die aardig wat jonger zijn dan zij. Van Saarloos: “Dit noemen we toerisme, dit vinden we normaal maar het is problematisch wat we hier zien”. Wilfried de Jong, de interviewer, zag er eigenlijk niets problematisch in: “Het is gewoon een ruil; de vrouwen krijgen de liefde, de mannen het geld”. Hier ging Van Saarloos na enige discussie gelukkig niet in mee. “Het perspectief van de mannen zien we niet in de film maar de ongemakkelijkheid van de situatie komt toch wel over…”, zei ze. Inderdaad, ik had bijvoorbeeld de verlegenheid van de zwarte man op zijn scooter duidelijk gezien. Terecht merkte Van Saarloos op dat deze vorm van toerisme niets oplost; er veranderd niets aan het liefdeloze, oppervlakkige leven van de vrouwen en ook niet de financiële armoede van de Keniaanse mannen.

Als het om echte liefde gaat meent Van Saarloos dat je vanuit het single zijn meer mogelijkheden hebt om je te verbinden in liefde dan in een vaste monogame relatie: “in een vaste relatie ga je er te gemakkelijk van uit dat de partner jou moet opvullen… als de partner je niet geeft wat je verlangt moet je niet meteen gaan trappelen.” Ze haalde de Soefi mysticus, dichter, filosoof Rumi aan: “Ver voorbij onze ideeën van goed en kwaad is een plek. Ik ontmoet jou daar.” Het is de vrijheid die juist leidt naar de liefde. Niet een hedonistische vrijheid maar een speelse vrijheid. Elk contact is een vorm van spelen.

Ze liet een fragment zien waarin de zwarte rapper Typhoon optreedt voor een koninklijk gezelschap ter gelegenheid van de viering van ons 200 jaar koninkrijk. Er is enige ongemakkelijkheid te bespeuren bij het publiek als Typhoon rapt over ons slavernij-verleden: “Zonder donker kan het licht zichzelf niet kennen”. Het lijkt nog steeds niet gemakkelijk om te erkennen dat we aan de slavernij meegedaan hebben. Voor Typhoon is liefde de basis en dat is natuurlijk heel mooi. Van Saarloos geeft toe dat voor haar een cynische positie veiliger aanvoelt omdat je dan minder kwetsbaar bent. Desalniettemin wil ze liever denken: liefde is de basis, op zijn Surinaams; ‘lobi da bassi’.

Niet zo diep naar binnen kijken

We zagen ook een fragment uit de documentaire ‘The Century of the Self’ die gaat over hoe Freud’s theorie van de psychoanalyse gebruikt en misbruikt is. We zagen een fragment van een groepstherapie met Fritz Perls uit de 60er jaren. Deze vorm van therapie werd populair omdat men er achter kwam dat we het systeem van de maatschappij toch niet konden veranderen, waarop men zich dan maar op zichzelf ging storten. Van Saarloos vroeg zich af of het wel goed is om zo diep naar binnen te kijken: “moet je niet meer om je heen kijken?” Ik ben het hier van harte mee eens en daarom vind ik ook dat elke psychologische behandeling gepaard moet gaan met het betrekken van de mensen en het systeem om de ‘zogenaamde’ cliënt heen. Zoals Van Saarloos het formuleerde: “de verhalen die diep binnen in ons zitten, lijken op de verhalen die er al zijn in de wereld.”

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek, Psychologie, proza en poëzie

Liefde. Een onmogelijk verlangen?

Dit is de titel van het nieuwe boek van psychiater Dirk de Wachter. Wim Brands interviewde hem naar aanleiding van het verschijnen van dit nieuwe boek op televisie in het programma Boeken van de VPRO.

Liefde zou in gezien kunnen worden als een onmogelijk verlangen in onze huidige wereld vol met paradijselijke illusies. Ons leven moet altijd ‘wow’ zijn, zegt De Wachter. De lat ligt zo hoog dat we het gewone leven niet meer kunnen leven. We zijn ons leven gaan zien als een te managen bedrijf.

De belangen van het individualisme en de vrijheid zijn dermate uitvergroot dat het collectieve is verdwenen. Dit proces begon al in de 18e eeuw. We zijn doorgeschoten in de maakbaarheid van onze samenleving en van ons zelf als individu. Het is niet zo dat vroeger alles beter was maar De Wachter wil de problemen van deze tijd scherp en kritisch blijven benaderen. Na de vele reacties die kwamen op zijn vorige boek: ‘Borderline times’, vond hij dat het tijd was om zich terug te keren naar de beslotenheid van zijn kabinet.

Om een antwoord te vinden op de vraag: ‘hoe moeten wij in hemelsnaam leven?’ We moeten leven met liefde is het antwoord. Dat we zoeken naar liefde en duurzame hechting is menselijk. Maar de liefde is niet maakbaar en kan niet ‘vermarkt’ worden. We moeten voor de liefde juist iets loslaten, iets meer laten gebeuren en onze kwetsbaarheid er laten zijn. Het is juist door wederzijdse kwetsbaarheid dat de liefde tussen mensen kan ontstaan.

De Wachter vindt dat de seksuele component in de relatie vaak wordt overdreven. We moeten de liefde ook leren kennen in het gewone. De liefde gedijt juist in het lastige. Liefde is het verbinden als het allemaal lastig en moeilijk is. Volgens Brands staat het boek vol mooie voorbeelden van mensen die de liefde zoeken.

Ik heb op dit blog al meerdere keren over De Wachter geschreven hier onder het kopje: ‘Laat ons alstublieft een beetje ongelukkig zijn’ en hier: ‘Er is geen wezenlijk verschil tussen normaal en abnormaal’ en hier: ‘Hoe moet ik leven’, wat een verslag is van mijn bezoek aan het congres Borderline Times.

3 reacties

Opgeslagen onder Psychiatrie, Systeemtherapie