Categorie archief: Filosofie

Moderne devotie

We kunnen in succes en rijkdom vast komen te zitten. Dit legt filosofe en organisatiedeskundige Minke Tromp uit tijdens een interview met Lex Bohlmeijer van De Correspondent. Het gaat over het vastzitten in de ‘succesparadox’ en Tromp geeft toe dat ze er zelf ook last van heeft. Hoe meer succes je hebt, hoe hoger in de hiërarchie, hoe meer je gevangen kan komen te zitten in je eigen ambities, hoe minder tijd voor reflectie, hoe minder wijs.

Aan de top van een hiërarchie zijn vaardigheden vereist zoals strategisch en instrumenteel denken. Diep nadenken zou men juist daar moeten doen want er worden belangrijke beslissingen genomen die voor veel mensen gevolgen hebben. Hierover is men het meestal gauw eens. Maar zo werkt het niet.

Instrumenteel denken is doel-middel denken. Deze vorm van denken beperkt onmiddellijk de ruimte in je hoofd. Strategisch denken is: wat moet ik nu doen om… Dit is gekoppeld aan het doel-middel denken en geeft een soort geslotenheid.

Bohlmeijer komt met het voorbeeld van een toppoliticus zoals Jeroen Dijsselbloem die bezuinigingen oplegde aan de Grieken. Lijdt hij aan de succesparadox? Veel mensen waarschuwden dat die bezuinigingen desastreus zouden zijn voor Griekenland maar toch zette Dijsselbloem door. Gevangen in zijn eigen ambities, niet gehinderd door enige reflectie. Dit voorbeeld raakt haar hoewel het volgens Tromp niet zo is dat zo iemand meteen dom of slecht is want het is ècht zo dat de dynamiek aan dat soort onderhandelingstafels, sommige vragen of beslissingen niet toelaten.

Voor mij mag Tromp gerust zeggen over Dijsselbloem dat die een een snoeiharde technocraat is zonder idealen. Maar ze komt met een eigen voorbeeld van een groep leidinggevenden waar zij echt respect voor heeft en die zij een training geeft. Ze maakt mee dat het zo’n groep een kwartier kost om een antwoord te krijgen op de vraag: “Wat moet je doen als iemand tijdens een vergadering iets zegt wat jij niet begrijpt?” Haar dochter van 6 jaar geeft het antwoord meteen: “Vragen wat ze bedoelen.” Maar dit soort hele simpele dingen kunnen deze topmensen heel moeilijk over hun lippen krijgen. Dit is schokkend vindt Tromp. “Hoe arm zijn je reflectieve vermogens als het je een kwartier kost om een antwoord op een dergelijke eenvoudige vraag te geven?” Dit is de succesparadox aan het werk.

Soms leest Tromp een gedicht voor tijdens een training. En laat dan een stilte vallen. Om openheid en denkruimte te laten ontstaan. Het gedicht hieronder is van Wislawa Szymborska (1923-2012). Gepubliceerd in 1986.

Het schrijven van een c.v.

 

Wat moet je doen?

Je moet een aanvraag indienen

en bij die aanvraag een c.v. insluiten.

 

Ongeacht de lengte van het leven

moet het c.v. kort zijn.

 

Bondigheid en selectie zijn verplicht.

Vervang het landschap door adressen

en wankele herinneringen door vaste data.

 

Van alle liefdes volstaat de echtelijke,

en van de kinderen alleen die welke geboren zijn.

 

Wie jou kent is belangrijker dan wie jij kent.

Reizen alleen indien buitenslands.

Lidmaatschappen waarvan, maar niet waarom.

Onderscheidingen zonder waarvoor.

 

Schrijf zo alsof je nooit met jezelf hebt gepraat

en altijd ver uit je eigen buurt bent gebleven.

 

Ga zwijgend voorbij aan honden, katten, vogels,

rommeltjes van vroeger, vrienden, dromen.

 

Liever de prijs dan de waarde,

de titel dan de inhoud.

Eerder nog de schoenmaat dan waarheen hij loopt,

hij voor wie jij doorgaat.

 

Daarbij een foto met één oor vrij.

Zijn vorm telt, niet wat het hoort.

Wat hoort het dan?

Het dreunen van de papiervernietigers.


Het laten vallen van een stilte is niet altijd even makkelijk voor Tromp. Ze is goed in het verzinnen van vragen rond allerlei filosofische thema’s en er staan er enkele op haar website: succesparadox.nl. Thema’s zoals dankbaarheid, macht en moed. Vragen die aanzetten tot diep nadenken en de succesparadox kunnen doorbreken. Je kunt een groter bewustzijn krijgen rondom deze thema’s. Met vragen en opdrachten geeft Tromp structuur. Dat is nodig want het denken gaat alle kanten op. Het is de bedoeling dat je je geest ontstijgt. Daar helpt structuur bij.

Ze krijgt haar inspiratie ondermeer van de filosoof Geert Grote (1340-1384) die geldt als grondlegger van de Moderne Devotie, een onderstroom in de cultuur die door de eeuwen heen is blijven waarschuwen: pas op dat bezieling zich louter op het uiterlijke richt en zijn magie verliest. Tromp heeft meegeschreven aan het boekje: Goede punten van Geert Grote.

In zijn tijd, bijna 700 jaar geleden, was meditatie op korte teksten een scholingspraktijk, een manier om praktische wijsheid te ontwikkelen, om inzicht in het juiste handelen te integreren in het karakter van mensen.

Hebben we niet te veel? Zijn we niet te druk met aanzien, posities en macht en andere uiterlijke zaken, in plaats van innerlijke rijkdom en welzijn van onszelf en onze naasten? De thematiek lijkt tijdloos te zijn en Geert Grote geeft duidelijke, concrete adviezen en leefregels voor goed handelen en een juiste ‘innerlijke’ houding zoals:

Verlang niet naar vergankelijke winst. Heb niet teveel functies en doe niet teveel opdrachten tegelijk. De grootste verleiding schuilt erin de verleiding niet meer te voelen.

Dat bezieling iets plats wordt gaat vanzelf

We moeten oppassen dat het niet meer de innerlijke rijkdom is die ons inspireert en motiveert en dat bezieling verwordt tot iets van de buitenkant, tot iets plats. En volgens Tromp gebeurt dit vanzelf, voordat je het weet is de bezieling iets plats geworden. Het is de valkuil waar we voortdurend in kunnen vallen, het is de immanente dynamiek van het succes. Ze ziet succes als iets breeds. Ook het succes van de kunstenaar die overal buiten wil blijven en die dat bereikt, kan daar vervolgens in gevangen komen te zitten en de bezieling verliezen.

Het aantrekkelijke van de moderne devotie is volgens Tromp dat het een dynamiek volgt die eigen is aan het leven. Zo gaat het. Je kunt voortdurend het succes opgeven en niet weten wat er gaat gebeuren. Dit is ook een uitdaging voor haarzelf. Het is een soort sterven wat je moet oefenen. Tromp oefent dit bijvoorbeeld als ze een training geeft en ook tijdens het interview met Bohlmeijer. Ze probeert voortdurend om niet iets te roepen wat ze van te voren heeft bedacht. Dit opgeven is voor haar een soort sterven, eventjes doodgaan. Op zo’n moment ben je heel kwetsbaar en sta je open, niet wetend wat er gaat gebeuren. Hier elkaar bij helpen, daar gaat het om.

Reflectie

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek, Psychologie, proza en poëzie

Samenleven begint met alleen kunnen zijn

Getipt door de Correspondent las ik dit artikel van de Amerikaanse historica Jennifer Stitt, ‘Before you can be with others, first learn to be alone’.

Clamdigger 1935 by Edward Hopper.

In 1840 was het Edgar Allen Poe die het belang van alleen zijn beschreef. Mensen die niet alleen kunnen zijn, waren volgens hem ongelukkig. Hij beschreef de boze energie van een oude man die door London zwierf van zonsopgang tot zonsondergang en die alleen opluchting kon vinden voor zijn wanhoop als hij zich onderdompelde in het onstuimige gedrang van de stadsbewoners.

Twintig jaar daarna was het Ralph Waldo Emerson, een andere bekende 19e-eeuwse Amerikaanse schrijver, die ook gegrepen was door het idee van het alleen zijn. Hij kwam met een uitspraak die aan Pythagoras is toegeschreven:

‘In the morning, – solitude; … that nature may speak to the imagination, as she does never in company.’

Emerson moedigt docenten aan om er bij hun leerlingen de nadruk op te leggen dat periodes en praktijken van alleen zijn, serieus en abstract nadenken mogelijk maken.

Weer later in de 20e eeuw, stond het alleen zijn centraal in de filosofie van Hannah Arendt (1906-1975). Zij was een Duits-Joodse emigrant, gevlucht naar de Verengde Staten voor de Nazi’s en bestudeerde een groot deel van haar leven de relatie tussen het individu en de politiek.

Voor haar was vrijheid verbonden met het alleen zijn in de privé-sfeer (‘vita contemplativa’) èn met samen zijn in de publieke of politieke sfeer (‘vita activa’). Zij begreep dat vrijheid veel meer was dan het vermogen van de mens om spontaan te handelen in de publieke ruimte. Vrijheid was voor haar ook het vermogen om na te denken en te oordelen in stilte, ver weg van de kakofonie van de massa.

In 1961 volgde Arendt, in opdracht van The New Yorker, het proces Adolf Eichmann, de SS officier die meehielp aan het ten uitvoer brengen van de Holocaust. Arendt probeerde er achter te komen hoe iemand tot zoveel kwaad in staat was. Ze werd verrast door Eichmann’s volkomen gebrek aan verbeelding en conventionalisme. Hij kwam niet over als een door en door slechte sociopaat. Zijn daden waren monstrueus maar als persoon kwam hij als alledaags op haar over.

Zij ontdekte geen sterke ideologische overtuigingen bij hem en schreef zijn immoraliteit – zijn vermogen en zelfs zijn begeerte om misdaden te plegen – toe aan zijn gedachteloosheid, aan zijn banaliteit. Het was volgens haar zijn onvermogen om stil te kunnen staan en na te denken waardoor het voor hem mogelijk werd om deel te nemen aan de massamoorden.


Hier wil ik iets toevoegen aan het artikel van de Amerikaanse historica want op het punt dat Arendt hier maakt valt wel iets af te dingen. Eichmann was wel degelijk een overtuigd antisemiet ook al deed hij zich tijdens zijn proces onnozel voor. Hij dacht wel degelijk na, maar geheel conform de nazi-ideologie. Hij dacht dus niet anders dan massa’s andere nazi’s. Arendt’s concept van ‘de banaliteit van het kwaad’ blijft waardevol, ook al heeft ze zich door de onnozele pose van Eichmann gedurende het proces laten misleiden.

Een saillant detail is nog dat Arendt’s leermeester, de filosoof Heidegger wel degelijk moet hebben nagedacht maar toch lid werd van de nazi-partij. Arendt heeft hem verdedigd door te zeggen dat dit naïef van Heidegger was.

Terug naar waar het hier om gaat:  De waarde van het alleen en in stilte overdenken van dingen.


Edgar Allen Poe vermoedde dat er iets duisters schuilde binnen de mens in de massa. Arendt’s ideeën sluiten hier op aan. Iemand die het in stilte onderzoeken van wat je gezegd en gedaan hebt niet kent, zal volgens haar ook niet tegen zichzelf in gaan en zal niet in staat zijn of bereid zijn om rekenschap te geven want hij rekent er op dat zijn daden vergeten zullen worden.

Eichmann meed zelfreflectie volgens Arendt. Hij keerde niet terug naar een stil moment in zichzelf, een toestand van beschouwing waarmee de betekenis van de dingen onderzocht kunnen worden, waarbinnen feiten en fictie, waarheid en leugen, goed en kwaad onderscheiden kunnen worden. Het is niet zo dat mensen die niet nadenken automatisch monsters zijn maar volgens haar kan een maatschappij niet vrij en democratisch functioneren zonder individuen die zelf in stilte nadenken. Arendt geloofde dat samenleven met anderen begint met kunnen leven met jezelf.

Alleen of eenzaam

Wat als we ons in het alleen zijn eenzaam voelen of wat als we ons isoleren? Wat als we ons afgesneden voelen van het plezier van vriendschap?

Filosofen maakten heel lang geleden al een onderscheid tussen alleen zijn en eenzaamheid. Een parabel van Plato uit De Republiek (350 voor Christus) gaat over een filosoof die uit een ondergronds hol ontsnapt aan het gezelschap van andere mensen en het zonlicht van de contemplatie in loopt. Alleen, maar niet eenzaam stemt de filosoof volgens Plato af op zijn innerlijke zelf en de wereld. In het alleen zijn luistert hij naar een dialoog die de ziel heeft met zichzelf en die dan eindelijk hoorbaar is.

Je hoort inderdaad mensen wel eens klagen als er veel geluid en drukte om hen heen is: “ik kan mijzelf niet eens meer horen denken.”

Arendt vindt in navolging van Plato dat alleen zijn en denken niet eenzaam is. Eenzaam ben je als je naar gezelschap verlangt en het niet vinden kan. Zij ziet het alleen zijn als een toestand waarin je jezelf gezelschap houdt. Het is een soort van ‘existentieel spreken’. In het alleen zijn is je innerlijke zelf jouw gezelschap, jouw vriend waarmee je van gedachten wisselt, een stille stem die een Socratische vraag stelt (een vraag die je stelt met het doel om verder te komen) zoals: ‘Wat bedoel je als je zegt …? Het ‘zelf’ is volgens Arendt de enige waaraan je niet kunt ontsnappen tenzij je ophoudt met denken.
In onze hyperverbonden wereld is het waardevol om ons de woorden van Arendt te herinneren. We leven nu in een wereld waarin we voortdurend en direct communiceren via het internet en we nemen zelden de tijd voor contemplatie. We checken voortdurend onze emails, zijn obsessief bezig met sociale media, lijden onder de voortdurende verbinding met zowel nauwe als minder nauwe kennissen. Het lijkt wel alsof we zo nodig voortdurend in gezelschap moeten zijn.
Als we ons vermogen om alleen te kunnen zijn verliezen, als we ons vermogen om in ons eigen gezelschap te verkeren verliezen, dan verliezen we volgens Arendt ons denkvermogen. We lopen het risico dat we weggevaagd worden door wat alle anderen doen en waar alle anderen in geloven, we lopen het risico dat we niet langer in staat zijn om goed van kwaad of mooi van lelijk te onderscheiden. Gevangen in een kooi van gedachteloze conformiteit.
Alleen zijn is niet alleen een noodzakelijke mentale toestand voor de ontwikkeling van het bewustzijn en het geweten maar het is ook een praktijk die ons voorbereidt op deelname aan het sociale en politieke leven. Voordat we in gezelschap kunnen zijn moeten we leren om alleen te zijn.

Ik denk dat niet alle vormen van in stilte nadenken automatisch tot positieve resultaten zullen leiden. Bij het alleen nadenken loop je toch een risico dat je niet tegengesproken wordt. Het in stilte nadenken kan broeierig worden en dan leidt het nergens toe. Het in stilte nadenken van eenzame en gestrande mensen kan zelfs leiden tot daden van wanhoop, van agressie en geweld. Denk aan Syrië-gangers of aan de Noorse massamoordenaar Breivik. Deze mensen zoeken alleen nog het contact met gelijkgestemden. Misschien zijn ze wel zo eenzaam dat ze zich helemaal nooit meer laten tegenspreken omdat dit onverdraaglijk is geworden.
Het begrip cognitieve dissonantie is in verband hiermee interessant. Cognitieve dissonantie is de onaangename spanning die iemand ervaart bij tegenstrijdige overtuigingen, ideëen of opvattingen of als er wordt vastgesteld dat diegene in strijd met de eigen overtuiging handelt. De spanning leidt ertoe dat men een of meer meningen of houdingen onbewust herziet om ze meer met elkaar in overeenstemming te brengen, consonant te maken. Dit vrij recente sociaal psychologische begrip van de cognitieve dissonantie (1957) werd heel lang geleden al herkend getuige een fabel van de Griekse dichter Aisopos (ca. 620-560 voor Christus): De fabel van de vos en de druiven. Wanneer de vos niet tot bij de druiven kan, besluit hij dat hij ze achteraf bekeken niet écht wilde “…omdat ze toch zuur waren.”

1 reactie

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek

Psyche en Klimaat

Het symposium over klimaatstemmingen van de Stichting Psychiatrie en Filosofie bracht minder mensen bij elkaar in de Hogeschool van Leiden dan was verwacht. Er kwamen ongeveer 60 mensen op af.

Een van de organisatoren van het symposium en tevens voorzitter van de dag, Jaap van der Stel, lector GGZ aan de Hogeschool Leiden, had gegoogeld en gevonden dat de grote GGZ instellingen in Nederland niet met het klimaat bezig zijn. Àls ze met het klimaat bezig zijn dan is het met het eigen klimaat. Als je googled op werkloosheid in plaats van klimaatopwarming dan vindt je trouwens hetzelfde. We zitten in Nederland met een naar binnen gekeerde GGZ. Van der Stel had wel wat tips voor de instellingen om zich met die bredere context van het klimaat alsnog te verbinden.

Ondanks dat de grote instellingen achterbleven was ongeveer de helft van de aanwezigen afkomstig uit de GGZ. Enkele zelfstandige psychologen waaronder ondergetekende, een enkele psychoanalyticus, enkele psychiaters, docenten psychologie en enkele journalisten van vaktijdschriften. De meeste andere aanwezigen kwamen uit de klimaat- en milieubeweging.

Om in de stemming te komen bekeken we een trailer van de film ‘How to let Go of the World and Love All the Things Climate Can’t Change’. Meerdere mensen in de zaal kenden deze film. Ik persoonlijk nog niet en alleen al de trailer gaf nog meer diepte aan mijn bezorgdheid over het klimaat. Onderaan dit bericht vindt u een link naar de hele film. Hier de trailer:


Stemmingen die het gevolg zijn van de opwarming van de aarde variëren van angst, paniek, depressie, apathie, wanhoop, stress, boosheid, woede enz. Natuurlijk speelt trauma een rol. Zoals een psycho-analyticus in de zaal meteen opmerkte zullen we elkaar bij deze emoties en persoonlijke problemen moeten helpen en kan therapie een positieve rol spelen. Hierover later meer.

De emotie van de wanhoop bij een ieder die zich zorgen maakt over het milieu wordt mede veroorzaakt door de zwakke houding van de overheid. De overheid reguleert de multinationals en de fossiele industrie niet of nauwelijks en gelooft in de vrije markt. Het feit dat de politieke partij Groen Links moeite heeft om te regeren met de VVD en het CDA heeft veel met het klimaatprobleem te maken, namelijk met het maken van afspraken over hoe we met klimaatvluchtelingen omgaan.

Het feit dat we door een stortvloed aan reclames worden gestimuleerd om te consumeren enerzijds en anderzijds vernemen dat consumeren (auto rijden, vliegreizen, vlees eten) de opwarming van de aarde tot gevolg heeft, leidt bij mensen tot de mentale toestand van de zogenaamde ‘double bind’ wat apathie tot gevolg heeft. Kort nadat ik hier onlangs iets over las gaf ik mij op voor dit symposium.

We zullen stilstaan bij de effecten van klimaatverandering op het menselijk gemoed. Hoe reageren we op de veranderingen en de dreigingen? Wat kunnen we ermee?

Optimist of pessimist

Vrij snel kwam de advocaat van de duivel opdagen. Misschien kunnen we de hoop op het voortbestaan van de mensheid op aarde ook gewoon opgeven. Kijkend naar de ‘diepe tijd’ is de mensheid er nog maar kort en in dat opzicht niet zo belangrijk. De planeet gaat echt wel door ook al hebben wij onze eigen beschaving vernietigd. Optimisten kunnen heel irritante mensen zijn zal de Denker des Vaderlands René ten Bos uit Almelo in zijn presentatie betogen. Over het optreden van deze filosoof later meer.

Voordat de mensheid goed en wel van de planeet verdwenen is, krijgen we eerst nog te maken met de geleidelijke verwoesting van de beschaving. Dat is eigenlijk al begonnen. Neem alleen al de grote stromen vluchtelingen, ziektes door vervuiling, de verwoesting van leefgebieden, enz. enz. We gaan hier allemaal steeds meer last van krijgen hoewel rijke landen en rijke mensen het beste af zijn. Er zijn zelfs rijke mensen die zich hele delen van de aarde toe-eigenen waardoor ze de verwoesting nog lang kunnen overleven, ver verwijderd van de ontreddering van de rest van de mensheid.

Eigenlijk is klimaatverandering een veiligheidsprobleem betoogde de klimaatwetenschapper Leo Meyer. Interessant: Veiligheid is natuurlijk ook een psychologisch onderwerp. Ik denk aan de begrippen veilige en onveilige hechting uit de hechtingstheorie en de psychologische en maatschappelijke gevolgen van onveilige hechting. De GGZ kan misschien ook vanuit deze invalshoek een bijdrage leveren en mag wat mij betreft in actie komen.

De eerste lezing kwam niet van een optimist of pessimist maar van een realist; namelijk van de eerder genoemde klimaatwetenschapper Leo Meyer.

Opwarming van de aarde is een veiligheidsvraagstuk

Leo Meyer wordt door geen enkele van de eerder genoemde emoties, noch door slapeloosheid geplaagd. Zijn gemoedsrust blijft in tact omdat hij vindt dat het goed genoeg is dat hij zijn steentje bij draagt. Hij is bezorgd maar niet angstig.

Als scheikundige had hij al vroeg belangstelling voor milieuproblematiek. Hij probeert twee vragen te beantwoorden. 1. Is de angst voor de problemen rationeel of irrationeel? 2. Is de ontkenning van de problemen rationeel of irrationeel? Het is duidelijk dat de opwarming van de aarde de schuld is van de mens en niet van natuurlijke factoren zoals het komen en gaan van ijstijden, activiteiten van de zon of van vulkanen. Over het algemeen zijn mensen die er verstand van hebben het met elkaar eens hierover. De angst is dus rationeel en de ontkenning irrationeel. Meyer liet een cartoon zien van twee bioscopen naast elkaar: We houden ons zelf graag voor de gek.

Het grootste deel van de opwarming verdwijnt in de oceanen waardoor het ijs op de polen smelt en het koraal vernietigd wordt. De effecten op het land zijn bijvoorbeeld te zien rond de Middellandse zee, vooral in Syrië. De burgeroorlog daar wordt vooral veroorzaakt door Assad en de belanghebbende partijen en landen die zijn jihadistische oppositie bewapenen maar de opwarming van de aarde speelt wel degelijk een rol in de oorlog. Het heeft er al 5 jaar niet geregend.

Meyer maakte het punt dat de opwarming een veiligheidsvraagstuk is vanwege de grote gevolgen voor mensen en de natuur. Als we niets doen zal er sprake zijn van een 8 graden stijging en als we met zijn allen veel doen dan zal het bij 2 graden blijven. Hij verwacht dat we in het midden uit zullen komen. De gevolgen voor mensen zijn enorm, vluchten, ondervoeding, sterfte, enz. De gevolgen voor de natuur ook: De Noordpool zal in 2030 ijsvrij zijn. Voor Nederland hebben de veranderingen rond de Zuidpool nog meer invloed dan die op de Noordpool, ook al ligt de Zuidpool verder weg. In het jaar 2100 zal de zeespiegel hier 2,5 tot 3 meter gestegen zijn.

Onzekerheden horen bij de klimaatwetenschap en hierdoor krijgen klimaatsceptici en hun belangen de ruimte. Toch zullen er door de overheid bepaalde normen gesteld moeten worden. De sceptici waren grotendeels tot zwijgen gebracht maar met Trump is dat koor weer opgestaan. Meyer adviseert iedereen om het hoofd koel te houden en actie te ondernemen.


In de zaal was een cartoonist aanwezig: Anabella Kanai. Kijk vooral op haar website.

 

Geconfronteerd worden met het einde van de beschaving zoals wij die kennen, is niet niks. Hoe gaan mensen daar doorgaans mee om? Anabella Meijer – http://www.kanai.nl


Therapie voor klimaat depressie 

Na de klimaatwetenschapper Meyer kwam Evanne Nowak aan het woord. Ze is programmamaker en geestelijk verzorger en op zoek naar zingeving in het antropoceen. Ze probeert van ontkenning en apathie naar verbinding te komen. Volgens haar zijn we te druk met niets doen en leven we in een wereld waarin zorgeloosheid voorop staat. Zo creëren we een afstand ten opzichte van onze verantwoordelijkheid. Zo komen we tot de ontkenning van existentiële vragen en vervreemden we ons van het systeem. Vandaar de apathie.

Hoe ontwikkel je een behandelplan voor iemands klimaatdepressie als er geen behandelplan is voor het systeem van de planeet? Iemand met klimaatdepressie kan volgens haar nog het beste steun zoeken bij ervaringsdeskundigen. Als behandelaar is het goed om een zekere mate van ‘niet-weten’ toe te laten. Nowak noemt nog Joanna Macy, die een goeroe voor klimaatpsychologen schijnt te zijn.

De filosoof Wouter Kusters was de volgende spreker en vertelde dat hij tot voor enkele jaren geleden er nog wel vertrouwen in had dat het geleidelijk steeds beter zou gaan met de mensheid of in ieder geval dat het niet veel slechter zou gaan. Maar toen kwamen de film ‘An Inconveniënt Truth’ en het boek van Clive Hamilton: ‘Requiem for a Species’, uit.

De klimaatcrisis voelt voor hem als een traumatische beleving over iets dat nog moet komen. Pre traumatische stress. De crisis is moeilijk te lokaliseren en lijkt bovenmenselijk. Hij kan zich vinden in de woorden van de Australische filosoof Clive Hamilton: ‘The tragedy is the absence of tragedy’. Hierover meer in mijn bericht: Wat voor schepselen zijn wij?

Kusters vraagt zich af hoe de GGZ kan blijven praten over stoornissen als de wereld zelf ziek is. Als positieve ‘spin off’ van de klimaatcrisis zou je kunnen zeggen – ironisch bedoeld – dat wij als mensen eindelijk weer iets hebben dat boven ons dagelijks leven uitstijgt. We gaan samen ten onder.

Voor sommigen kan misschien het begrip disruptie een rol spelen bij troost. Disruptie betekent dat ‘iets nieuws en nog kleins’ (bijvoorbeeld wind en zonne-energie) in korte tijd ‘iets bestaands, groots en logs’ (fossiele energie) mogelijk gaat verdringen. De oude wereld staat verlamd toe te kijken en laat ‘het nieuwe’ gebeuren. Dit moeten we nog zien.

Kusters sluit in zekere zin aan bij Nowak als hij zegt dat we de klimaatcrisis niet moeten willen beheersen of managen. Laat de stilte ook maar zijn werk doen. Ons oude vertrouwde toekomstbeeld van de aarde is verwoest. Met deze werkelijkheid zullen we verder moeten.

Als psycholoog roepen zijn woorden bij mij op dat we de psychologische afweer van ‘de valse hoop’ het beste van ons af kunnen laten glijden en dat we de pijn en het verlies van hoop op een toekomst in een wereld die ons vertrouwd voorkomt, maar beter moeten leren te verdragen. Rouwen is gezond. Het kan ons zelfs verder brengen in een nieuwe richting en in het actief mee ontwikkelen van een nieuwe toekomst.

Als je de rouwfase door bent gekomen kun je misschien makkelijker overeind blijven op momenten dat je mensen tegenkomt die nog in de fase van de ontkenning zitten of bij het moeten aanzien van een overheid die nauwelijks bezig is met de opwarming van de aarde.

‘Doomsday prepping’

Onder deze titel publiceerde op 10 mei 2017 journaliste  Sanne Bloemink in de Groene Amsterdammer een artikel. Het gaat over hoe mensen zich voorbereiden op de ondergang. Uit de Groene Amsterdammer:

Peter Thiel, de oprichter van Paypal en sponsor van Trump, heeft onlangs grote stukken land, inclusief landingsbanen voor zijn privé-vliegtuigen, gekocht in Nieuw-Zeeland. Dat doet hij natuurlijk niet voor niets. Noorwegen is rijk en schijnt een soort Italië te worden, badend in olijfolie en tomaten. En Zwitserland ligt natuurlijk lekker hoog. Tijd om de voorwaarden voor emigratie naar die landen eens door te nemen?

(Mocht je meer willen weten over hoe billionairs bezig zijn om zich veilig te stellen dan kun je dit artikel in de Daily Mail uit 2015 bekijken. Ik vond het schokkend. Hier nog zo’n soort artikel uit 2017. De Daily Mail noemt Nieuw Zeeland ‘Apocalypse Island’.)

Bij ‘doomsday preppers’ gaat het louter om het beschermen van het eigen gezin tegen bijvoorbeeld plunderingen die het gevolg zijn van klimaatrampen. Net zoals de superrijken dit doen, doen de minder rijken dit op hun eigen manier.

Bloemink komt wetenschappers tegen die wel degelijk wakker liggen over de opwarming van de aarde. Dit in tegenstelling tot Leo Meyer die het allemaal nog wel aankan. Zelf ligt Bloemink er ook wel eens wakker van en kan ze bijvoorbeeld erg verdrietig worden over de regenwouden die gekapt worden. Ze toont ons een foto van een huilende wetenschapper die vele jaren het Great Barrier Reef onderzocht en toe moet zien hoe het vernietigd wordt.

Volgens Bloemink is de ontkenning van het probleem oftewel de struisvogelpolitiek een sociaal wenselijke reactie. Zij zit zelf met heen en weer slingerende gemoedstoestanden, met ‘mixed feelings’ :(:

Een vraag uit de zaal na de sprekers tot nu toe is: Voelen de sprekers een soort minachting voor het voeren van actie? Leo Meyer zegt dat hij dat zeker niet heeft. Volgens hem lijkt er sprake te zijn van twee extreme reacties; ontkenning of verlamming maar is er een andere reactie mogelijk. Niet vluchten of bang worden (ontkennen, verlammen) maar vechten. De wereld vergaat niet.

Bloemink voegt nog toe dat zij over het onderwerp schrijft en dat zij dat ook ziet als een soort van actie voeren. Ze vindt het soms overweldigend wat ze er allemaal over leest. Leven met onzekerheid moeten we allemaal. Nowak vind dat we alle mogelijk oplossingen zouden moeten onderzoeken voordat we tot actie over gaan. Kusters ziet een grote variatie aan mogelijke acties en reacties. Meyer voegt nog toe dat je aan de kant van de oplossingen soms ook gekke dingen tegenkomt zoals allerlei magische oplossingen of heilsverwachtingen.

Eén toehoorder hoort tot nu toe meer over gevoelens van depressie, angst en verlamming en over ontkenning terwijl zij juist heel kwaad is. Kwaad op de politiek van Trump en het idee van ‘there is no alternative’ en de illusie van dat we de oplossingen moeten overlaten aan de markt.

Een jongere toehoorder zegt dat zijn generatie is opgegroeid met het klimaatprobleem en dat jongeren over de hele wereld meer waarde hechten aan ervaringen dan aan materie. Duurzaamheid is hip. Dit geldt wat minder voor de lager opgeleide jongeren.

Sommige toehoorders en sprekers zeggen last te hebben van een soort handelingsverlegenheid. Ze durven op een feestje niet te beginnen over het onderwerp klimaat of durven hun verbazing over het feit dat iemand nog vlees eet, nog auto rijdt of nog vliegreizen maakt, niet te uiten. Dit veelal uit angst om afgewezen te worden, niet serieus genomen te worden. Heel menselijk! Weer anderen durven dat allemaal wel aan te kaarten en nemen geen blad voor de mond.


Optimisten kunnen heel irritante mensen zijn betoogde de Denker des Vaderlands René ten Bos uit Almelo. Zijn presentatie kwam cabaretesk over. Leuk! Hij had een goede tip voor GGZ mensen die iets willen doen: Kijk veel naar Kunst! Met kunst kun je meer laten zien dan met woorden. Misschien is er voor optimisme dus toch nog wat te zeggen. Hij begon zijn optreden met een getekend filmpje van Steve Cutts.

Hardleersheid en ijdelheid

Wie zijn wij? Wij zijn een invasieve soort. De vernietiging gaan we niet meer tegenhouden. Minder mensen is misschien wel de oplossing. We zijn ook gedesoriënteerd. Wat de opwarming betekent voor ons weten we niet. We kunnen maar beter ophouden om onszelf te zien als nuttig. Hou op met het antropocentrisme! Vanuit het eeuwigheidsperspectief is er geen probleem.

Ontkenning van het probleem is irrationeel volgens Meyer maar ten Bos ziet in de ontkenning ook een vorm van hardleersheid en ijdelheid. En deze heeft politieke wortels. Bij Trump is dit goed te zien. We hoeven ons volgens hem niets van de opwarming van de aarde aan te trekken, het hoeft ons niet te raken. Trump wil geen rimpels op het gezicht. Hij leeft in een ‘gebotoxte’ wereld. Bij Putin zie je dezelfde ijdelheid. Het smelten van de noordelijke ijszee is voor Rusland lucratief. De ijszee wordt het nieuwe Suezkanaal. Het is een geo-politieke ‘opportunity’. Hij zet gerust nucleaire ijsbrekers in. Dit zijn grote ontwikkelingen waar we niet los van komen. Overigens stapt Rusland niet uit het akkoord van Parijs wat de VS wèl heeft gedaan.

De wetenschappers zijn het niet eens, in de war en kunnen genegeerd worden door de politiek meent Ten Bos. Het weten lijkt ook een vorm van verraad te zijn. Ouderdom wordt nu door medische wetenschappers gezien als een ziekte. Als we die ziekte behandelen dan zouden we in de toekomst wel 130 jaar oud kunnen worden. Maar waar gaan al die oude mensen leven vraagt ten Bos zich af. Beter is het voor wetenschappers om te gaan samenwerken met kunstenaars. Wantrouw het zeker weten!

Pessimisme moet meer gewaardeerd worden. Pessimisme is leuk. Het is de democratie van de momenten. Politiek met optimisme moet je wantrouwen. ‘Yes we can’, dat wordt een ramp. Optimisten zijn waanzinnig ijdel. Lees vooral mensen waar je het niet mee eens bent. Ontmoet je vijanden!

Op de voordracht van ten Bos wilde Meyer graag reageren. Volgens hem zijn klimaatwetenschappers het wel degelijk eens over de opwarming van de aarde en zijn ze niet in de war. Wel verschillen ze van mening over de oplossingen voor de problemen. De politiek is ook verdeeld. Rutte zegt dat de markt het moet doen, Klaver wil dat het probleem aangepakt wordt door de politiek.

Klimaat en rechtvaardigheid

Naomi van Steenbergen probeert als klimaatethicus antwoord te geven op vragen zoals wat we moeten doen met de opwarming, hoe de ‘uitstoot rechten’ verdeeld zouden moeten worden, dat de minder ontwikkelde landen meer rechten krijgen en wat er procedureel het meest rechtvaardig is. Misschien saaie onderwerpen maar heel belangrijk. Samen met haar studenten probeert ze deze vragen te beantwoorden. Ze gaat er van uit dat rijke landen de verantwoordelijkheid hebben en dat je altijd eerst je eigen troep moet opruimen. Klimaatvluchtelingen zijn onze verantwoordelijkheid.

Wie zitten er aan de onderhandelingstafel? Ze vind dat vooral de ontwikkelingslanden moeten mee bepalen. En hoe ga je er mee om dat de dieren niet aan tafel zitten? Dieren hebben geen stem. Biodiversiteit heeft geen stem.

Psychische gezondheid in een opgewarmde aarde

Jaap van der Stel vraagt zich af hoe we hysterie voorkomen en toch een grotere noodzaak gaan voelen om met de planeet bezig te zijn binnen de psychologie, de psychiatrie en de psychische zorg. De opwarming van de aarde is een existentiële bedreiging voor alles wat leeft.

Vragen die spelen variëren van: ‘Zullen we ooit genoodzaakt zijn om te vluchten? En waarheen? En vangt iemand ons dan op?’, tot: ‘Slapen we nog goed?’ De gezondheid van de planeet en de gezondheid van mensen hangen nauw samen.

Directe gevolgen van de opwarming zijn extreem weer zoals hittegolven, overstromingen, droogten, branden, ontbossing, verwoestijning, stormen, vervuiling van de lucht, vervuiling van de oceanen, tekort aan vers water, enz. enz.. Indirecte gevolgen zijn sociale conflicten, meer agressie en geweld, migratiestromen, verlies van bestaanszekerheid, werkeloosheid, verzwakking van de arbeidskracht, klimaat-gerelateerde infectieziekten door insecten en vervuild water, allergieën, veranderingen in de voedselproductie, ondervoeding, enz. En de zwaarste lasten rusten op de arme landen, op Afrika, het Midden-Oosten, Zuid-Amerika, India, enz.

Al houdt de GGZ in Nederland zich er niet mee bezig, de APA (American Psychological Association) kwam dit jaar met een overzicht van de impact die de opwarming van de aarde heeft op de gezondheid van mensen. Hier is zo een overzicht te zien.

Van de website van Climate Communication.

Mensen die zich niet hulpeloos voelen zullen eerder in actie komen

De schadelijke gevolgen voor de psychische gezondheid zijn al eerder op de dag de revue gepasseerd maar van der Stel komt met deze iets completere opsomming: Stress en aan stress gerelateerde stoornissen, solastalgia (stress door verandering van de fysieke omgeving), depressie en angst, druk op sociale relaties, gecompliceerde rouw, verlies van persoonlijke identiteit, hulpeloosheid, fatalisme, suïcidale gedachten en pogingen, alcohol en drugsmisbruik. Hoge risicogroepen zijn kinderen, ouderen, (zwangere) vrouwen, psychisch kwetsbare mensen, arme mensen en mensen die direct van de opbrengst van de aarde leven.

Als systeemtherapeut deed het me goed dat van der Stel het nut en de noodzaak van een systeembenadering bij de oplossingen benadrukt. Hoe processen verlopen, wat kritieke waarden zijn, hoe subsystemen met elkaar verband houden is complex, gelaagd en deels onvoorspelbaar. Een geïsoleerde benadering van losse factoren geeft onvoldoende inzicht in de werking van het systeem aarde en de systemen die er in omgaan.

Kennis over de klimaatverandering moet toegeëigend worden en vertaald in competenties, strategieën, handelingen en voorzieningen. Professionele netwerken gericht op preventie en opvang moeten gecreëerd worden. We moeten onze stem laten horen in het publieke debat. We moeten meewerken aan nationale en internationale oplossingen voor aan klimaat gerelateerde psychische gezondheid en verbindingen leggen met somatische en sociale zorgsystemen.

Van groot belang is dat de veerkracht bevorderd wordt en ook het optimisme. Psychologen en andere professionals  kunnen vaardigheden cultiveren voor het omgaan met stress en voor zelfregulatie, bij het handelen in tijden van crisis, bij het reguleren van emoties bij tegenspoed. We kunnen praktijken die bijdragen aan zingeving en gezonde gewoonten ondersteunen. We kunnen sociale verbondenheid en binding aan locatie, cultuur en gemeenschap bevorderen.

Mensen die zich niet hulpeloos voelen zullen eerder in actie komen. De woorden die we gebruiken doen er toe. De woorden ‘opwarming van de aarde’ prikkelen mensen meer om iets te doen dan het woord ‘klimaatverandering’. We moeten bedenken welke werkzame publieke boodschappen het verschil kunnen maken. Kortom er is genoeg te doen.


Hier een link naar de hele film: ‘How to let Go of the World and Love All the Things Climate Can’t Change’.

 

2 reacties

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek, Psychologie en klimaat

Opvoeden met het oog op een betere wereld

Er is een nieuw opvoed-ideaal nodig volgens pedagoge, filosofe en moeder Daan Roovers. Het gesprek over goed en kwaad moet met kinderen gevoerd worden. Dit betoogt ze in haar essay ‘Mensen maken’ en in het interview dat Lex Bohlmeijer met haar had voor de Correspondent. Luister vooral naar het interview maar hier volgt een samenvatting.

Armoedige, op problemen gerichte pedagogische cultuur

Roovers vind het gesprek over opvoeden onder ouders van nu armoedig  Het gaat teveel over gedrag en persoonlijkheidsvorming en te weinig over hoe je mens wordt, het gaat te weinig over dat je je kinderen iets bijbrengt over deze wereld, het gaat te weinig over hoe je leert denken. Ook is ze het niet eens met het psychologisch determinisme van tegenwoordig ofwel de ‘wij zijn ons brein’ cultuur: “Alsof je het af en toe water moet geven en er niet veel meer aan hoeft te doen.” Dit leidt tot een armoedige pedagogische cultuur.

Tot ‘leren denken’ behoort bijvoorbeeld het leren om onderscheid te maken tussen hoofd- en bijzaken. Dit is volgens Roovers van vitaal belang om onszelf niet te laten leiden door alles wat op ons afkomt en om zodoende gezond te blijven.

In opvoeden krijg je geen les en het is uit den boze om je met de opvoeding van een ander te bemoeien. Als je dit toch doet voelt de ander zich persoonlijk aangevallen. Dit komt omdat we zijn gaan opvoeden binnen het kerngezin. Er zou een veel bredere opvoed-cultuur moeten zijn. ‘It takes a village to raise a child’ is niet bedacht door Hillary Clinton. Plato had het er al over. Er zou een soort bredere familie moeten zijn of een breder opvoedkundig netwerk waar de buurt en de school bij inbegrepen zijn. Het alleen zijn met het opvoeden is niet goed. Als we nu een probleem hebben gaan we naar een deskundige, een pedagoog, een huisarts, een bureau ‘zus en zo’ en we gaan niet naar iemand uit onze eigen sociale omgeving. Bij deskundigen wordt het probleem vaak groter want zij zijn op problemen georiënteerd, zij weten alles over problemen en zo hebben we nu een op problemen georiënteerde opvoed-cultuur.

Weten wat je kind weet

We beschermen onze kinderen teveel wordt er nu beweerd. Maar met niemand minder dan Jean-Jacques Rousseau aan haar zijde – Rousseau die mogelijk het beroemdste boek over opvoeding ooit schreef – vind Roovers dat we kinderen wel degelijk moeten beschermen. Rousseau vond dat we kinderen met name in psychologische zin moeten beschermen tegen de slechte invloeden van buiten. Kinderen van nu ontkomen niet meer aan de voortdurende informatiestroom over oorlog, vluchtelingen, crisis en het klimaat. Opvoeders moeten zich afvragen of kinderen in mentaal opzicht wel opgewassen zijn tegen die invloeden. Ouders moeten in de buurt van hun kinderen blijven, een lijntje met ze blijven houden. Als kinderen ergens bang voor zijn, zeggen ze het niet altijd onmiddellijk. Roovers: “Je moet naast je kind blijven lopen. Het nieuws op het journaal is voor kinderen veel moeilijker om te relativeren dan voor volwassenen. Wij weten dat het journaal een selectie weergeeft van wat er in de wereld gebeurt en dat de wereld niet zo slecht is als op het journaal.”

Je houdt een lijntje met je kind maar je hebt ook verantwoordelijkheid. Wat betreft het nieuws op het journaal; je gaat niet bij de pakken neerzitten, je toont moed als het nodig is en je houdt er een optimistisch perspectief in. Dat is je taak als ouder. Waar haal je dat optimisme vandaan in de wereld van vandaag? Een begrijpelijke vraag van Bohlmeijer. Volgens Roovers moet de ouder laten zien dat je altijd enig grip hebt op de wereld waarin je leeft. Je kunt invloed hebben op de manier waarop je in je buurt, je stad, je land samenleeft en hoe je omgaat met het klimaat. Dat is de houding die je als opvoeder moet aannemen. Een kind opvoeden tot individualist in deze individualistische tijd zodat ze zich straks staande kunnen houden vindt Roovers te mager. Je hoort dit veel maar Roovers vindt het mooier om op te voeden met het oog op vernieuwing van de wereld. Volwassenen geven de wereld door aan kinderen, kinderen moeten behalve zichzelf ook die wereld in stand houden. Ze daarvoor iets meegeven vind ze mooier. Je moet tegen het individualisme in gaan en dat betekent niet dat je kinderen leert om in communes te wonen maar dit betekent dat je ze een breder perspectief aanbiedt, breder dan alleen het eigen perspectief.

Opvoeden met een oog op de wereld

Rousseau had een afkeer van de corrupte maatschappij en experts en pleitte voor een zo lang mogelijke onbezorgde kindertijd. Hier zet Roovers iets tegenover. Ze vindt met de filosoof Emmanuel Kant dat kinderen moeten leren denken want aan het eind van de opvoeding moeten kinderen ‘das Weltbeste’ voor ogen hebben. Dit wil niet zeggen dat je de opvoeding ondergeschikt maakt aan een of ander politiek ideaal. Maar toch moet je opvoeden met zowel een oog op het kind als met een oog op de wereld. Anders krijg je kinderen die niet op de wereld zijn voorbereid en krijg je een samenleving die op los zand staat. Bij de filosoof Hannah Arendt gaat het ook om zowel het kind als de wereld. Deze twee kun je niet van elkaar losmaken. Je moet je als ouder juist publiek engageren. Daar moet je in je relatie tot je kind het voortouw in nemen.

Moraal kun je niet afdwingen, zegt Kant, maar je kunt het er wel over hebben. Zo kan moraal zich van binnenuit ontwikkelen. Het gesprek over goed en kwaad moet gevoerd worden en je moet aan kinderen uitleggen wat het is. Op den duur zullen kinderen het goede herkennen en het goede doen. Zo kom je uit op het ideaal van de ‘Bildung’; het mens worden. Zo voed je op zodat je kind kan leven in de toekomst. Een toekomst die we nog niet kennen. Het gaat bij ‘Bildung’ niet zozeer om het aanleren van vaardigheden, dat laatste is ‘Ausbildung’, maar het gaat in de eerste plaats om het aanleren van een oriëntatie-vermogen zodat kinderen weten hoe ze zichzelf kunnen ontwikkelen in de toekomst. Volgens Arendt gaat politiek over het vormgeven van de toekomst en zijn kinderen de mensen van de toekomst. Ze moeten opgevoed worden voor een wereld die er nog niet is.

Rousseau vind dat je kinderen niet zozeer tot burgers moet opvoeden maar eerder dat je ze tot mens moet opvoeden. Het gaat er niet op de eerste plaats om dat je kinderen een ambacht leert, dat kan later ook nog, je moet ze vooral leren leven. Dat voelt misschien wat kaal aan maar samen met het leren denken kom je er volgens Roover uit. Opvoeden is kinderen leren leven, leren om mens worden en leren denken. Zo komen kinderen te weten hoe ze met nieuwe en onbekende dingen om kunnen gaan. Zo leer je ze te leven in een wereld die er nog niet is.

Dit is een fantastisch maar ook haalbaar ideaal. De opvoeder kan zich op deze manier zelfs enige bescheidenheid veroorloven. Zowel de ouder als het kind kennen de toekomst niet. Je bent als volwassene verantwoordelijk voor de wereld waar je nu in leeft maar je bent niet de deskundige van de toekomst. Die bescheiden houding voelt prettig aan.

In haar eigen gezin hanteert Roovers zelf twee regels. De eerste is dat ze met elkaar praten tijdens het eten. De tweede is dat ze geen klagende houding aannemen. Je kunt je bij haar thuis niet zomaar in zijn geheel afkeren van de wereld, van een ander of van een gesprek. Een zeker optimisme is geldig voor alle gezinsleden.

Haar grootste zorg is dat ze haar kinderen niet begrijpt: “Niet begrijpen wat er in je kind omgaat, dat vind ik het moeilijkste.” Roover zal blijven proberen om zo dicht mogelijk in de buurt te komen. Er is veel onbegrip tussen generaties en het is moeilijk om elkaar ten diepste te begrijpen. Vooral het onbegrip dat tot eenzaamheid leidt wens je je kind niet toe. Je kunt dit niet uitsluiten maar je hoopt dat je in de buurt komt van hoe je kinderen iets beleven, hoe ze iets zien.

Als je kinderen krijgt, krijg je er tijd bij

Aandacht hebben voor je kind, weten wat je kind weet, er zoveel mogelijk tijd mee doorbrengen zegt Rousseau en dat betekent dat je tijd mag verliezen. Zolang je kind bent heb je het voorrecht om tijd te verliezen. De mooiste tijd is de tijd waarin niets gebeurt. Hier is Roovers het hartstochtelijk mee eens. Ouders kunnen hier hun voordeel mee doen: “Als je kinderen krijgt dan krijg je er tijd bij, je besteedt uren aan voorlezen, liedjes zingen enz. Als je je hieraan kunt overgeven krijg je iets terug wat je in jaren niet had en wat heel nuttig kan zijn.


Voor meer over het ouders die wel of niet proberen hun kind te begrijpen lees het Zomergasten interview met de schrijfster Griet op de Beeck: Een ode aan de psychotherapie, onder het kopje ‘Gezien worden’.

Voor meer over ‘leren leven’ lees wat psychiater Dirk de Wachter hierover zegt en schrijft: Hoe moet ik leven?

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Opvoedkunde, Persoonlijk en politiek, Psychologie

De waarheid van Trump

Een van de psychologisch spelletjes die de nieuwe president van de Verenigde Staten, Donald Trump, speelt wordt in Amerika ‘gaslighting’ genoemd. Dit is het geestelijk manipuleren van iemand totdat diegene gaat twijfelen aan zijn eigen geestelijke vermogens. Hoe Trump dit doet wordt beschreven door Frida Ghitis van CNN.

Hier werd ik op gewezen door de journalist en filosoof Rob Wijnberg van de Correspondent die onlangs schreef over de ‘post-waarheid’ samenleving waarin we terecht lijken te zijn gekomen sinds de verkiezing van Trump.

De onbeschaamdheid waarmee Trump halve waarheden en hele leugens verkoopt leidt tot een gevoel dat de ‘waarheid’ irrelevant is geworden. Maar wat ìs waarheid vraagt Wijnberg zich af.

Vier soorten waarheid

Volgens Wijnberg waren er lange tijd drie soorten waarheid: 1. De gegeven waarheid (het geloof). 2. De gevonden waarheid (de kennis) en 3. De zelfgemaakte waarheid (interpretaties). Hoewel alle drie soorten waarheid in alle tijden en in alle samenlevingen tegelijk aanwezig zijn geweest, verschillen tijdperken en maatschappijen in dominantie van één van de typen. Tot 16oo was volgens Wijnberg de gegeven waarheid, het geloof, in het Westen dominant. Ik weet niet zo zeker of ik het hier mee eens ben want volgens mij is in het Westen een bepaald geloof nog steeds dominant namelijk het geloof in de marktwerking. Dit is weliswaar geen geloof zoals in God, Allah of het hiernamaals maar het is volgens mij tòch een geloof.

Wijnberg komt ook uit op de marktwerking. Volgens hem heeft die er voor gezorgd dat er een vierde soort waarheid is bijgekomen: De waarheid als product. Waar is wat verkoopt.

Onze informatievoorziening is sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw steeds commerciëler geworden zegt Wijnberg. Marktwerking is niet alleen doorgedrongen in de zorg en het onderwijs maar ook in de productie van ons wereldbeeld:

Bijna alle invloedrijke informatie over de wereld om ons heen – van televisie tot boeken tot nieuwssites – is in handen van circa dertig multinationals. Bedrijven die allemaal luisteren naar de wetten van de markt en dus hoofdzakelijk gestuurd worden op kijkcijfers, oplages, advertentie-inkomsten, rendement en winst.

De waarheid als product is de waarheid waar het vaakst op wordt geklikt en het is deze vorm van waarheid die nu de boventoon voert. De opkomst van deze nieuwe soort waarheid geeft ons het gevoel dat we in een post-waarheid samenleving terecht gekomen zijn.

Terug naar het CNN artikel van Ghitis en de psychologische spelletjes van Trump.


‘Gaslighting’ 

Het werkwoord ‘gaslighting’ komt uit een film met de naam Gaslight, met Ingrid Bergman in de hoofdrol. Misschien heeft u hem wel eens gezien. Hij kwam uit in 1944.

Een echtgenoot probeert van zijn vrouw af te komen door haar perceptie van de werkelijkheid te manipuleren. Hij zorgt voor het dimmen van de gaslampen en doet dan net alsof zij het zich verbeeldt dat de lampen afwisselend meer en minder licht geven. Dit is nog maar het begin. Hij gebruikt een hele serie van waarheid versluierende technieken met het doel om haar onzeker te maken over wat wel en niet waar en werkelijk is. Uiteindelijk is het zijn doel om haar te bestelen. Ik heb de film lang geleden gezien en dacht dat hij van Hitchcock was maar hij is van Cukor.

Volgens psychologen is ‘gaslighting’ een van de favoriete praktijken van mensen met een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Ghitis schrijft dat het knoeien met de waarheid in het algemeen toegepast wordt door de sterke mannen van deze wereld. Dictators passen het toe maar het is nu ook in de mode bij politici die in min of meer democratische landen de macht over nemen.

Trump zegt en doet dingen die hij vervolgens weer ontkent. Bij hem in de buurt wordt de waarheid vaag volgens Ghitis. Zijn technieken bestaan bijvoorbeeld uit het zeggen en doen van dingen die hij later ontkent en anderen de schuld geven van het misverstand, het geringschatten van de bezorgdheid die mensen hebben over zijn uitspraken als overgevoelig en het beweren dat de schandalige uitspraken die hij deed, grappen of misverstanden waren.

Als Trump eerst iets zegt dat door een deel van het volk schandelijk wordt gevonden stelt hij een ander deel van de bevolking tevreden en als hij het gezegde vervolgens ontkent stelt hij het andere deel van het volk tevreden. Uiteindelijk kunnen maar weinig mensen bijhouden wat de feiten zijn. Journalisten die de feiten wilden checken tijdens zijn verkiezingscampagne konden hem nauwelijks bijhouden. Zo lang was de lijst van dingen die hij zei en dan weer ontkende.

Hij raadde bijvoorbeeld zijn aanhangers aan om mensen die protesteerden op zijn verkiezingsbijeenkomsten in elkaar te slaan. “I will pay your legal fees,” zei hij. Later zei hij dat hij dit niet gezegd had.

Vlak voordat er informatie zou vrijkomen over eventuele Russische hackers die de Amerikaanse verkiezingen gemanipuleerd zouden hebben ‘tweette’ Trump goedkeurend over Julian Assange’s opmerking dat de Russen er niet bij betrokken waren. Toen Trump kritiek kreeg op het vertrouwen dat hij stelde in de leider van WikiLeaks, meer dan in de Amerikaanse geheime dienst, beschuldigde hij de media er van dat ze hadden beweerd dat hij het met Assange eens zou zijn.


Autocratische kleptocratie

Hoe gevaarlijk het is om voortdurend twijfel te zaaien maakt Wijnberg duidelijk in een volgend artikel in de Correspondent: Zo verslaan we Donald Trumps aanval op de democratie. Een gesprek bij de koffieautomaat:

‘Heb je gehoord wat Trump nu weer heeft gedaan?’
‘Ja, ongelofelijk.’
‘Alhoewel, ik hoorde ook alweer dat het niet klopte.’
‘Ja, moeilijk te zeggen inderdaad.’
‘Hmm, nou ja, benieuwd hoe het afloopt.’

Dit soort gesprekken zullen zich herhalen en precies die herhaling is volgens Wijnberg het perfecte recept voor vermoeidheid, gewenning en uiteindelijk apathie. Uit de Correspondent:

Zo kweekt nieuws de perfecte emotionele staat waarin fascistische, autocratische en kleptocratische bewegingen gedijen. Nieuws is de wieg waarin democratisch verzet in slaap wordt gesust.

Lees vooral ook dit artikel van Wijnberg over Trump want het toont op een overtuigende manier aan hoe deze president in een rap tempo de democratie aan het veranderen is in een kleptocratische autocratie. Uiteindelijk is Trump er op uit om zijn eigen entourage te verrijken en de bevolking te bestelen. De transformatie naar de kleptocratische autocratie was al aan de gang sinds het begin van de privatiseringen eind vorige eeuw maar is nu in de VS in een stroomversnelling gekomen.


Ontkenning is de hoeksteen in de relatie met de ‘gaslighter’

Ghitis verwijst naar een weblog van een Amerikaanse psychotherapeut die over ‘gaslighting’ en narcisme schrijft: Christine Louis de Canonville. Hier volgt een samenvatting.

‘Gaslighting’ is een vorm van misbruik waarbij het de bedoeling is dat er bij het slachtoffer veel angst en verwarring ontstaat tot dat deze niet langer vertrouwt op zijn eigen geheugen, waarneming en oordeel. De techniek lijkt op die van het hersenspoelen.

Het mentale evenwicht, het zelfvertrouwen, het gevoel van eigenwaarde van het slachtoffer wordt zo danig aangetast dat h/zij niet langer op een onafhankelijke manier kan functioneren. Feitelijke informatie wordt het slachtoffer onthouden. Valse informatie komt er voor in de plaats.

De slachtoffers worden steeds onzekerder en kunnen zelfs over minder belangrijke zaken geen beslissingen meer nemen. Ze worden depressief, trekken zich terug en worden in hun voelen en denken over de werkelijkheid steeds meer afhankelijk van degene die hen aan het misbruiken is. De werkelijkheid van het slachtoffer wordt op zijn kop gezet.

Het begint met enkele subtiele spelletjes waarmee ingespeeld wordt op iemands beperkte vermogen om onzekerheid of dubbelzinnigheid te verdragen. Het slachtoffer raakt in de war. Ook al vraagt die zich af: ‘Wat gebeurt hier eigenlijk?’, is h/zij toch niet geneigd om de ‘gaslighter’ te zien voor wie die is: een manipulerende narcist. Dit is de ontkenning en de hoeksteen van de relatie.

Iedereen kan slachtoffer worden. ‘Gaslichting’ komt niet alleen voor in partnerrelaties, ook in ouder-kind relaties, tussen broers en zussen, vrienden, collega’s enz. Nu in Amerika nemen velen het waar in de relatie tussen de bevolking en hun leider. Het wereldwijde gevoel van verwarring over waar het heen gaat in de wereld onder Trump is evident. Velen zijn nog in de fase van de ontkenning maar niet iedereen.

Een web van bedrog

De relatie tussen het slachtoffer en narcist verloopt in drie fasen: Het idealiseren, het devalueren en het afdanken. Gelukkig zijn de beginfasen er want dan kan het slachtoffer nog weglopen uit het energieveld van de narcist, fysiek of metaforisch. Maar je moet de fasen wel herkennen.

In de fase van het idealiseren toont de narcist zijn mooiste gezicht zodat het slachtoffer zich voegt in de symbiotische relatie waarbij de narcist voor de toevoer zorgt. H/zij zorgt voor aandacht, is lief, charmant, energiek, opwindend en leuk om mee om te gaan. Het slachtoffer geniet van elk moment in de relatie en wil net zoals de narcist ook zo heerlijk en intens leven en begint zich sterk te hechten. In zijn/haar onschuld gelooft het slachtoffer dat de narcist zich precies zo voelt en dat de relatie wederkerig is. Maar dat is bedrieglijk.

Het slachtoffer raakt emotioneel verslaafd aan de ‘gaslighter’s’ uitbundigheid en grandiose uitstraling. Zijn of haar hormoonhuishouding veranderd zelfs; endorfines worden aangemaakt in de hersenen die voor de euforische gevoelens zorgen in deze fase van de relatie. Helaas is de relatie een illusie.

De narcist kent inmiddels de sterke en zwakke kanten van het slachtoffer en de tweede fase van de relatie kan beginnen. De fase van de devaluatie. De narcist lijkt te veranderen in een koud en zelfs wreed iemand.

Gegijzeld 

In de fase van de devaluatie kan het slachtoffer niets meer goed doen. De liefdevolle woorden zijn vervangen voor kritiek. Het slachtoffer wordt bij elke stap gedevalueerd, loopt op eieren, raakt in de war, gespannen en depressief. H/zij moet steeds harder werken om de narcist te geven wat die nodig heeft. Hun narcistische drugs, de endorfines, krijgen ze niet meer.

Om het gevoel van verlating en afwijzing niet te hoeven voelen neemt het slachtoffer zijn/haar toevlucht tot allerlei overlevingsmechanismen: ontkenning, regressie, cognitieve dissonantie, enz. en raakt geïsoleerd. Wat ze ook proberen elke keer raakt de narcist gekwetst en krijgt het slachtoffer een enorme woede over zich heen zonder dat deze begrijpt waar de woede door veroorzaakt werd. Door alleen bezig te zijn met overleven wordt het slachtoffer de gegijzelde in de relatie en afhankelijk van de narcist, de gijzelaar. Dit noemt men ook wel het Stockholm Syndroom.

Onvoorspelbaarheid en onzekerheid zijn aan de orde van de dag. En dat is de situatie waar de bevolking onder Trump in terecht gekomen is. Ze hebben voor hem gekozen, hoewel daar ook enkele manipulaties aan vooraf gingen die niet alleen van Trump kwamen. Neem alleen al het buiten spel zetten van Bernie Sanders door de Democraten en het vreemde kiessysteem in Amerika. Op de keper beschouwd had Clinton de meeste stemmen. Trump heeft zijn macht niet alleen te danken aan zijn narcistische spelletjes.

Het slachtoffer van de narcist raakt in de devaluatie fase gevangen in een macabere dans met het ziekelijk grandioze ego van de narcist en vervalt in een kinderlijk gedragspatroon. H/zij is niet meer dan een schaduw van zijn/haar vroegere zelf.

De narcist veracht degene waar hij zijn/haar narcistische bevrediging uit haalt. Hoe wanhopiger het slachtoffer is hoe meer die aanlevert wat de narcist nodig heeft en hoe belangrijker en machtiger deze zich voelt. H/zij zal verbaal en fysiek steeds gewelddadiger worden. Elke beweging die het slachtoffer maakt om uit de relatie te komen is een bedreiging van de narcistische bevrediging en dus wordt elke vorm van zelfbeschikking van het slachtoffer gedevalueerd op een meedogenloze manier. De devaluatie kan plaatsvinden op verschillende niveaus; het niveau van de hechtins-behoefte van het slachtoffer, op het niveau van het uiterlijk, de seksualiteit, de intelligentie, de creativiteit, enz.

De fase van het afdanken

Uiteindelijk is het slachtoffer totaal afhankelijk geworden en de narcist is geheel onverschillig geworden voor de behoeften of wensen van het slachtoffer. Het slachtoffer wil de stervende relatie nog repareren maar de pogingen daartoe stuiten op kilte. Deze pogingen voeden het ego van de narcist nog wel maar h/zij is eigenlijk toe aan een nieuw slachtoffer.

Het slachtoffer gaat door fasen van ongeloof, afweer en depressie. Velen gaan kapot aan de relatie. Degenen die in therapie gaan laten ‘shock’, ongeloof, diepe bedroefdheid, schuld, schaamte, boosheid, angst, eenzaamheid en allerlei lichamelijke symptomen zien zoals paniekaanvallen, herbelevingen, vermoeidheid, eetproblemen, dissociatie, enz. Deze cliënten gaan door de bekende rouwfasen maar laten ook opluchting zien. Eindelijk beginnen ze te begrijpen wat er gebeurt is en kunnen ze beginnen aan hun bevrijding.


Trump gediagnosticeerd

Een Amerikaanse top psychotherapeut John D Gartner durft het aan, breekt met de ethische codes en diagnosticeert Trump als een kwaadaardige narcist. Eerder hadden drie Harvard professoren in de psychiatrie al een brief geschreven naar Obama waarin ze hun zorgen meedeelden over de geestelijke gezondheid van Trump.

Op de site van de Britse internet krant: Independant, staat een twee minuten durend filmpje waarin duidelijk gemaakt wordt hoe ook andere psychologen op de diagnose narcisme uitkomen. Alle criteria voor narcisme worden nagelopen en met beeldmateriaal ondersteund. De diagnose kwaadaardig narcisme voor Trump is overtuigend en confronterend.

Kijk vooral zelf: http://www.independent.co.uk/life-style/health-and-families/donald-trump-mental-illness-narcisissm-us-president-psychologists-inauguration-crowd-size-paranoia-a7552661.html

Het blijft ondanks alles belangrijk dat we ons realiseren dat het individualistische prestatiegerichte systeem waarin we leven, voor de narcistische persoonlijkheidsstoornis een perfecte voedingsbodem is. Zie hierover o.a. mijn bericht: Waarom we narcistischer zijn geworden.


Om met een positieve noot te eindigen hier een interview met Noam Chomsky die uitlegt hoe we met het presidentschap van Trump om kunnen gaan. Volgens hem zijn er veel mogelijkheden en is er in Amerika meer betrokkenheid bij burgerrechten en het milieu dan ooit. De meerderheid van jonge stemmers waren tegen Trump en voor Sanders. Het is een lange weg naar een beschaafde maatschappij maar er zijn volgens hem genoeg tekenen van hoop. Zeker ook de arbeiders hebben daar behoefte aan. Trump heeft hen als oplichter hoop gegeven maar het is goed mogelijk dat arbeiders zich opnieuw zelf gaan verenigen om voor hun rechten op te komen. Dat hebben we al eerder gezien in de geschiedenis.

 

 

 

 

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek, Psychologie

‘Amor fati’

Dit is Latijn voor ‘liefde voor het noodlot’ en een uitspraak van de filosoof Nietzsche. Maar hoe haalbaar is het om liefde voor je noodlot te voelen als je bijvoorbeeld te horen krijgt dat je ongeneeslijk ziek bent. Kanker. Kun je dan die liefde opbrengen? Omarm je dan je lot? En hoe doe je dat dan? En moet het?

Deze vragen kwamen aan de orde op de Wereldkankerdag in de Internationale School Voor Wijsbegeerte (ISVW) in Leusden, opgericht door Frederik van Eeden in 1916, een school zonder winstoogmerk.

Een van de sprekers Leo Gualthérie van Weezel, tot 2015 psychiater en psychotherapeut in het Anthonie van Leeuwenhoek ziekenhuis, was openhartig met zijn antwoord. Hij stond wat betreft het omarmen van zijn lot, niet voor zichzelf in als hij te horen zou krijgen dat hij ongeneeslijk ziek was.

Iemand die het noodlot wèl kan omarmen na zo’n bericht dwingt bij hem veel respect af. Met zo iemand was deze psychiater eens bevriend. Hij zou best graag ook zo mooi en bewonderenswaardig willen sterven.

De vraag is: Wat inspireert een gewone sterveling na een dergelijk heftig slecht nieuws gesprek? Wat inspireert je nog als je voor een muur bent komen te staan waar je niet omheen kunt? Een ongeneeslijke ziekte. Een onverwacht ontslag, een heftige scheiding, enz. We leven in een tijd van het maakbare individu maar hoe maakbaar zijn we?

Het was de bedoeling dat het een inspirerende dag zou zijn en dat werd het. Er kwamen zo’n 130 mensen bij elkaar, zieke mensen en gezonde mensen. Er waren lezingen en workshops. Er was een heerlijke lunch. En er was humor.

Leven XL

We werden voorgesteld aan een stichting die de rollen heeft omgedraaid; de zieken worden zelf de inspiratiebron. Mensen die ernstig ziek zijn (geweest) en hun leven noodgedwongen hebben moeten omgooien, gaan anderen helpen die worstelen met allerlei levens- en zingevingsvragen. Ze noemen zichzelf levenscoaches en geloven dat iedere ervaring, hoe vreselijk ook, kan inspireren om het leven mooier te maken. De vraag die hen verbindt is: Hoe kunnen we leren van onze ervaringen en hoe kunnen we de kracht die er in die ervaringen zit doorgeven. Ze worden ondermeer geïnspireerd door de onlangs aan kanker overleden filosoof René Gude.

Verschillende levenscoaches stelden zichzelf voor. De een helpt je bij het zoeken naar ervaringen waar je energie van krijgt, de ander bij het ontdekken van wat je wilt met je leven, een derde helpt je met je zelfvertrouwen, een vierde met het opruimen van problemen die er niet zijn. Je kunt hulp krijgen bij het leven in het hier-en-nu oftewel met het leven in het moment, met het juist nìet met jezelf bezig zijn en met dat wat je bent naar buiten te brengen tot aan de laatste dag! De coaches van LevenXL vormen een inspirerende groep.

Mocht het op deze dag ook gaan over de dood? Daar was ik persoonlijk nieuwsgierig naar. Er gaat bijna geen dag voorbij dat ik er niet over nadenk. De dood intrigeert me. En ik ben niet de enige. Het is het lot van ons allen. Ik bedacht in de loop van de ochtend dat voor mij persoonlijk de fascinatie misschien te maken heeft met het loslaten van controle. Dat vind ik namelijk niet gemakkelijk. Misschien had ik er daarom voor gekozen om een workshop te doen waarbinnen mij waarschijnlijk gevraagd zou worden om uit de comfort zone te stappen. Deze workshop heette: Het improvisatietheater van het leven. Ik zag er een beetje tegenop. Maar eerst kwam de lezing van Gualthérie van Weezel.

De menselijke maat

Gualthérie van Weezel bleek net als ik systeemtherapeut te zijn, wat mij aangenaam verraste. ‘Amor fati’ kan volgens hem als ideaal inspireren maar het kan je ook geselen als je vindt dat je aan dat ideaal moet voldoen. Als je over je eigen reactie op het heftige bericht van een ziekte als kanker bijvoorbeeld gaat oordelen op een negatieve manier en als je steeds het gevoel hebt dat je faalt in het omarmen van je lot. Als je je in bochten gaat wringen om het goed te doen, dan werkt ‘amor fati’ nìet inspirerend. De psychiater komt in zijn werk vooral mensen tegen die het niet zo gemakkelijk af gaat om hun lot te omarmen.

Hij probeert het proces van het omgaan met de ziekte te versterken, probeert te helpen bij het verwerken van het bericht en sluit aan bij de krachten van de patiënt. Steeds zoekt hij de balans tussen de draaglast en de draagkracht. Hierbij kan het bio-psychosociale model helpen. Er zijn somatische, psychologische en sociale aspecten om rekening mee te houden. Psychologisch gezien heb je te maken met de reactie op de ziekte en met de persoonlijkheid. Persoonlijkheden kun je onderverdelen in de stoïcijnen, degenen die proberen controle te krijgen, de afhankelijken en de ontkenners. Sociaal gezien heb je te maken met het medische steunsysteem en het eigen steunsysteem. Als systeemtherapeut heeft deze psychiater oog voor de levensfase-overgangen die ook altijd voor gezonde mensen spannend zijn omdat ze ons voor nieuwe levensklussen stellen. Een ernstige ziekte krijgen is een extra ingewikkelde klus die extra veel kunst en vliegwerk vereist. Hoe omarm je die klus?

De psychiater onderscheid drie fasen in het proces. De eerste fase is de acute fase, als je de diagnose net gehoord hebt. De tweede fase is de chronische fase, het leven met de ziekte. Het ontdooien en reïntegreren. En dan uiteindelijk de palliatief-terminale fase.

Een mevrouw uit het publiek vond het fijn dat het woord ‘chronisch’ werd gebruikt omdat zij dit woord van de dokter in het ziekenhuis nooit gehoord had. Zij had al 15 jaar kanker en pleitte voor andere woorden, een taal die beter past bij ernstige ziektes.

De systeemtherapeuten Carter en McGoldrick onderscheiden horizontale en verticale stressoren. De horizontale stressoren zijn die we als individu tegenkomen tijdens de levensfase-overgangen die horen bij onze natuurlijke ontwikkeling van baby naar bejaarde. Maar er zijn ook onvoorspelbare stressoren zoals die bij een ernstige ziekte, een ongeluk of een plotseling ontslag. En dan zijn er nog historische gebeurtenissen, oorlogen, crises, natuurrampen die voor stress zorgen. De verticale stressoren komen voort uit de systemen waarin we ons als individu bevinden. Dat zijn ons gezin, onze familie, onze gemeenschap en grotere systemen zoals onze maatschappij met zijn politieke, culturele en economische invloeden. Voor degene die ziek is wordt de medische ‘gemeenschap’ belangrijk en die gemeenschap kan ook stress opleveren.

Het omarmen van de stress of het lot gaat dus meestal met kunst en vliegwerk gepaard. Je kunt het doen met de hulp van een levenscoach die geïnspireerd is door René Gude of met de hulp van een televisieprogramma als ‘Over mijn lijk’ of met de hulp van iets heel anders, zolang het maar geen dogma wordt vindt de psychiater. Hij had weinig goede woorden over voor Pink Ribbon, een commerciële beweging waarbinnen je als kankerpatiënt verondersteld wordt dat je de kanker met ‘glamour’ overleeft.

De focus van hoop bij een ernstige ziekte kan verschuiven. Hoop is niet iets statisch. De hoop op een langere overleving kan veranderen naar hoop op comfort of kwaliteit van het leven, naar hoop op waardigheid en verbondenheid.

Olsman, Willems & Leget (2012) onderscheiden drie perspectieven op hoop, het realistische perspectief, het functionele perspectief en het het narratieve perspectief. Uitgaande van het realistische perspectief staan waarheid en het goed geïnformeerd zijn centraal. De hoop moet vooral realistisch zijn. Vanuit het functionele perspectief heeft de hoop betrekking op de verwerking van het lijden. Hoop – zelfs wanneer die niet direct realistisch is – kan een belangrijke bijdrage leveren aan de mate waarin je betekenis kunt geven aan het lijden. Gezien vanuit het narratieve perspectief heeft de hoop betrekking op de zin van je leven. De hoop moet waardevol zijn en passen in jouw levensverhaal.

Het leven tussen hoop en vrees kan tussen een patiënt en zijn/haar partner problematisch worden wanneer de één altijd leeft vanuit de hoop en de ander altijd vanuit de vrees. Op deze manier maken de partners een karikatuur van zichzelf wat tot tragische conflicten kan leiden. Leo Gualthérie van Weezel had nog veel meer te vertellen maar moest afronden. Helaas. En over de dood, de palliatief-terminale fase, over hoe je leeft met het zicht op de dood kon niet uitgeweid worden.

Wandelworkshop

Rond de Internationale School voor wijsbegeerte is een stukje bos waar we met een groepje deelnemers doorheen wandelden onder leiding van de jonge filosoof Florian Jacobs. Er staan afbeeldingen van filosofen in het bos. We staan af en toe stil bij enkele ‘oudere’ filosofen. Zoals bij Spinoza. Over deze filosoof heeft Gerrit Achterberg een gedicht geschreven. Jacobs las het voor. Met op de achtergrond het geluid van de boomklever.

Spinoza

Diep in de deken van de tijd
ligt gij gebed, niets onderscheidt
u van de grond, die u omvat,
alsof gij nimmer lichaam had.

Volgens de wet van Lavoisier
doet gij op deze wijze mee
aan de bestendiging der stof,
die gij met denken overtrof.

Maar beide attributen Gods
doordringen nog elkander: trots
gaat gij door mijn geheugen heen
en nergens zijt gij hier van steen.
[uit Sphinx, 1946)

Gerrit Achterberg is een van Nederlands meest besproken dichters. Thematiek in zijn werk is de verzoening tussen leven en dood door middel van het gedicht. Veel dichter bij de dood kwam ik vandaag misschien niet… Over Spinoza en therapie heb ik eerder een bericht gemaakt.

Even later stonden we stil bij Aristoteles die volgens Jacobs meer waarde hechtte aan de poëzie dan bijvoorbeeld aan een wetenschap als geschiedenis. De poëzie komt volgens Aristoteles dichter bij de filosofie en is creatiever. Deze filosoof stond dicht bij de natuur en bestudeerde bijvoorbeeld de mieren.

img_1951

Florian Jacobs staat stil bij Aristoteles

Improviseren

Eindelijk was het tijd voor ‘het improvisatietheater van het leven’. Wat mij had aangetrokken was de aankondiging van deze workshop: ‘Soms lijkt het alsof je maar weinig invloed hebt op je leven. Dan blijft er nog maar een ding over: improviseren!’

We kregen op een strookje papier een in enkele regels beschreven situatie en enkele minuten om ons voor te bereiden. In een groepje van drie speelde ik de vriendin van een weduwnaar met een opstandige puber die het helemaal niet zag zitten dat haar vader de vriendin mee naar huis nam. We sloegen ons er met zijn drieën doorheen en hadden er lol in. We deden het samen. Dat was misschien wel de opluchting van de dag: improviseren is leuk, loslaten van de controle hoeft niet eng te zijn.

Misschien hielp het dat we in de goede handen waren van Line de Bruijn, filosofie docente, en Jelle Schroor, ‘stoeitrainer’, beiden lid van de Toneelgroep Levenskunst van de Universiteit voor Humanistiek. Zij gaven enkele simpele instructies voor de improvisatie: maak gebruik van het moment, laat binnenkomen wat zich voordoet. Vertel niet wie of waar je bent maar laat het zien.

Wat ik in deze workshop leerde viel samen met de boodschap die ik uit de lezing van Leo Gualthérie van Weezel haalde: het leven vereist kunst en vliegwerk. Daar kun je improvisatie goed bij gebruiken.

Leven zonder einde

Tijdens deze workshop kwam ik dan toch nog iets dichter bij de dood, ook al zou je dit op grond van de titel van de workshop niet verwachten: ‘Een leven zonder einde’. Het zal uiteindelijk veeleer de dood zijn die zonder einde is.

We werden gevraagd om te fantaseren over een geluksmoment dat we voor eeuwig zouden willen laten voortduren. Een moment waarin we een intens geluk ervaren, waarin de tijd stil lijkt te staan en we de werkelijkheid vergeten, een moment waarin alles mogelijk lijkt te zijn en de perceptie haarscherp is. We werden gevraagd om deze momenten te gieten in een verhaal in de ik vorm en in de tegenwoordige tijd. Onze verhalen werden opgenomen op een geluidsband. Een voor een verdwenen we in een aparte ruimte en in ons geluksmoment, in de privacy van de afzondering maar samen met een getrainde luisteraar. In de ruimte waar ik mijn verhaal vertelde werden spreker en luisteraar omhuld door tule gordijnen in zachte kleuren.

scan

 

Mijn verhaal luidde ongeveer zo:

Ik ben 7 of 8 of 9 of 10 jaar of misschien wel ouder. Ik heb dit meerdere keren meegemaakt. Ik kijk uit het raam de achtertuin in. Het regent. De achtergrond vervaagd. Ik zie nog wat tinten blauw, groen en grijs. Op de voorgrond zie ik druppels die naar beneden glijden. Ze glanzen. De geluiden van het drukke gezin waarin ik opgroei en waarin ik de oudste ben, raken steeds verder op de achtergrond. Ik ben alleen met de regen. Er wordt even helemaal niets van mij verwacht. De druppels die tegen het raam vallen hoor ik nog wel. Zachtjes komen ze er op neer. Doek, doek. De regendruppels vormen smalle en grillige paadjes naar beneden. ‘Panta rei’, alles stroomt, is in beweging. Iedere druppel volgt zijn eigen weg in zijn eigen tempo. Soms komen twee of meer druppels plotseling samen en versnellen de stroompjes in hun weg naar beneden. Samen wegen ze meer. Ik kies één druppel uit en neem mij voor om die te volgen op zijn weg naar beneden maar ik verlies hem weer uit het oog. Daar is alweer een volgende druppel. Dit kan uren doorgaan. Hoe lang ik voor het raam sta weet ik niet. Eigenlijk besta ik niet, zo diep ga ik er in op.

Filmmaakster Vanesa Abajo Pérez gaat van de verhalen die opgenomen zijn op deze dag een geluidsgedicht maken over oneindigheid. Ongeveer net zoals de Japanse filmmaker Kore-eda Hirokazu heeft gedaan in zijn film After Life die gaat over een tussenstation tussen leven en dood. Hier passeren wekelijks recent overleden personen om geholpen door gidsen, een moment uit hun leven te kiezen om mee te nemen naar het hiernamaals.


Een paar dagen na deze inspirerende dag zag ik op televisie een biografie van een van mijn favoriete psychiaters Irvin D. Yalom. De schrijver van ‘Nietzsches tranen’. Ik hoorde hem zeggen dat de angst voor de dood niet te verhelpen is. Maar hij vroeg zich ook af: Wat is er te vrezen als er geen bewustzijn meer is? Als de hersenen stoppen, stopt onze geest ook.

 

6 reacties

Opgeslagen onder Filosofie, Psychiatrie, Psychologie, proza en poëzie, Psychotherapie

‘Down to Earth’

Er komen verschillende wijze mannen en vrouwen aan het woord in deze inspirerende bioscoop documentaire; zij zijn de ‘Keepers of the Earth’ en komen uit Australië, Peru, Ecuador, Namibië, Kenia, Japan, India, Verenigde Staten en Ierland. De meeste indruk maakte de man aan wie de film werd opgedragen: Nawate. Hij stierf in 2010, zijn naam betekent ‘hij die luistert’.

Hij maakte duidelijk hoe wij mensen allen met elkaar verbonden zijn. Wij zullen onszelf altijd in de ander herkennen. Ook al hebben wij die ander nooit eerder gezien, ook al zullen wij die nooit zien en woont die aan het andere eind van de wereld. Als wij dit maar zouden beseffen elke dag, steeds weer opnieuw. Hoe belangrijk het is dat we ons niet uit elkaar laten drijven. Dat we ons verregaand kunnen identificeren met de ander. Dat we niet bang zijn. Dat we de tijd nemen. Enzovoort.

Hier een mooie recensie in de Volkskrant.

 

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek