Categorie archief: Filosofie

Helder denken en kritisch denken

Deze week in het Filmtheater Hilversum werd psycholoog, filosoof, journalist en mede oprichter van de Argumentenfabriek, Kees Kraaijeveld, geïnterviewd voor een goed gevulde zaal. Hij schreef dit voorjaar een artikel in de Volkskrant over wat volgens onderzoek steeds weer opnieuw de grootste zorg van Nederlanders schijnt te zijn.

Onze grootste zorg gaat over onze mentaliteit; over onze manier van denken. Over hoe we samenleven. Over hoe we ons gedragen en voelen. Over de ‘verhuftering’.

Het artikel in de Volkskrant: ‘Stop met dat gemopper. Laten we als samenleving trainen in geluk’, werd tijdens het interview aangehaald en heb ik er voor dit bericht bij gepakt.

We vinden denken en mentaliteit belangrijk maar we doen er niet veel aan, zegt Kraaijeveld, ook beleidsmatig niet. Mede hierom richtte hij de Argumentenfabriek op. Inmiddels 30 medewerkers trainen o.a. beleidsmakers om helder te denken door middel van het visualiseren van argumenten: een argumenten kaart.

Helder denken is denken waar structuur in zit en kan er voor zorgen dat mensen betrokken blijven en niet afhaken. Mensen vinden het prettig om argumenten te visualiseren; ze vinden het fijn om grip te krijgen op de ‘overload’ aan informatie. Mensen vinden het prettig om de tijd te krijgen om na te denken. Argumenten voor en tegen komen op een rij. Je leert om van perspectief te wisselen. Je leert om optimistische verklarings-taktieken te onderscheiden van negatieve. Je traint mentale fitheid en veerkracht. Hierdoor wordt het makkelijker om te wegen en te besluiten. En daar is behoefte aan.

Helder denken is volgens Kraaijeveld ook positief denken

85% van de Nederlanders noemt zichzelf ‘gelukkig en welvarend’ maar we menen met zijn allen ook dat de toestand in de wereld alleen maar is verslechterd. Volgens Kraaijeveld is dit beeld verwrongen en komt het omdat negatieve berichten een grotere invloed hebben op ons brein dan positieve. En deze ‘negativiteitsfout’ zit ons dwars zegt hij. Kraaijeveld in de Volkskrant:

We zijn overmatig kritisch, ook op ons eigen functioneren. Kijk maar naar de stijging van het aantal burn-outs. Onder al het gerapporteerde geluk ligt veel somberheid. De pakweg 800 duizend Nederlanders die nu antidepressiva slikken, doen dat heus niet allemaal voor niets.

Ik ben er niet zo zeker van of ‘burn-outs’ alleen veroorzaakt worden door overmatige zelfkritiek of negatief denken. Volgens mij komen ze eerder door van bovenaf opgelegde werkdruk en door de extreme prestatiegerichtheid. We worden overvraagd en overvragen onszelf.

Misschien wil Kraaijenveld het leven leuker maken met het positieve denken maar is dat wel de kant die we op moeten? Het lijkt er op dat hij denkt dat de grote problemen van deze tijd overgaan als we maar een roze bril opzetten.

Economie en mentaliteit

Beleid moet niet gaan over ‘meer economie’ maar over ‘meer mentaliteit’, zegt hij. Daar kan ik in mee gaan. Een toehoorder in de zaal vroeg wat hij dacht over de ‘participatie samenleving’.  De boodschap daarvan is: ‘doe zèlf iets en wacht niet op de overheid’, maar het werkt niet. Het idee van de ‘participatiesamenleving’ is weliswaar gericht op de veerkracht van mensen maar de regering investeerde er niet in. Integendeel; de regering bezuinigde. Het individualisme – en het egoïsme bleven alle ruimte krijgen.

Kraaijeveld haalt in de Volkskrant de econoom Layard er bij. Volgens Layard zal ons welbevinden niet lineair doorgroeien naarmate we rijker worden. We moeten eerder streven naar ‘bruto nationaal geluk’ dan ‘bruto nationaal product’.

Layard ontwikkelde samen met de Britse regering grootschalig beleid gericht op het verbeteren van de mentale gezondheid. Jaarlijks worden bijna een miljoen Britten geholpen bij het voorkomen en genezen van depressie en angststoornissen, schrijft Kraaijeveld in de Volkskrant maar voor zover ik weet breekt de conservatieve regering in Groot-Brittannië nu juist de gezondheidszorg af, waaronder de geestelijke gezondheidszorg. Hoeveel helder denken is hier bij te pas gekomen?

Kraaijeveld denkt dat de maatschappij ‘maakbaarder’ is dan we denken. Dit wil ik geloven en vind ik hoopgevend. Hij geeft als voorbeeld dat we in de laatste 20 jaar heel anders zijn gaan denken over roken. Goeie ideeën zijn inderdaad besmettelijk. Ik herinner me Oscar Wilde die zei:  ‘Stronger than a thousand armies, is an idea whose time has come.’

Waar zet je positieve psychologie en mentale veerkracht voor in?

Kraaijeveld wil bij mentaliteitsverbetering gebruik maken van de zogenaamde positieve psychologie, de wetenschap over hoe mensen mentaal kunnen floreren. Deze psychologie is gebaseerd op de bevindingen van psychologen zoals Martin Seligman en Carol Dweck. Er schijnt wereldwijd een beweging gaande te zijn gericht op mentale vooruitgang, zowel individueel als collectief.

Ook hier een kritische kanttekening: Seligman maakt furore in de VS, onder andere met programma’s waarmee hij de mentale veerkracht van de Amerikaanse strijdkrachten weet te vergroten. ‘Hunt the good stuff’, zegt men nu stoer in het Amerikaanse leger. Seligman heeft de militairen onder meer geleerd dagelijks hun positieve emoties bij te houden in een dagboek. En dat werkt.

Furore maken met het stimuleren van positief denken binnen een organisatie als het Amerikaanse leger kan ik niet zien als positief. Soldaten veerkrachtig maken zodat ze nog meer Afghaanse, Jemenitische en andere burgers kunnen doden vind ik zelfs zeer kwalijk! Psychologen zouden hun kennis daarvoor niet moeten inzetten.

Het werk van Dweck kan ik wèl zien als positief. Met haar ‘growth mindset’ wil Dweck onder meer bereiken dat we, naast meer energie om inspanningen te leveren op het gebied van het leren ook meer gelijkheid en meer kansen voor kinderen uit lagere milieus creëren.

Een mentale schijf van vijf

Seligman noemt vijf terreinen die aandacht verdienen bij een mentale leefstijl verandering: emoties, betrokkenheid, relaties, betekenis en prestaties. Zodra het op deze gebieden beter gaat, ben je als mens mentaal fitter.

Hoe bouwen we een samenleving waarin mensen floreren op elk van deze deel terreinen?

  • Het gaat erom dat we meer positieve emoties ervaren. Blijdschap, plezier, geluk. Dat begint met begrijpen van wát je voelt. Psychologen noemen dit: emotie-differentiatie. Mensen die beter weten wat ze voelen, kunnen gevoelens beter bijsturen, bijvoorbeeld door rekening te houden met de negativiteitsfout en er bewust positieve emoties voor in de plaats te zetten.
  • Ook betrokkenheid begint bij weten wát je intrinsiek motiveert en wat niet. Vervolgens is het dan de kunst tijd te maken voor de dingen waar je plezier in hebt. In utopische zin betekent betrokkenheid een samenleving waarin mensen zichzelf beter kennen, waarin we weten waarin we goed zijn en dingen doen waarvoor we intrinsiek gemotiveerd zijn.
  • Relaties, het derde aandachtsgebied, bepalen ons bestaan. Tegelijkertijd weten we hoe moeilijk het is om zinvolle relaties te onderhouden. De psychologie biedt al honderden interventies waarmee we de kwaliteit van onze relaties kunnen verbeteren; gesprekstechnieken, aandachtiger luisteren, conflicthantering. Het kan allemaal veel beter en dat is leerbaar. In utopische zin verschijnt er zo een samenleving waarin we beter met elkaar omgaan, minder misverstanden, minder frustratie, minder agressie, minder gepest, gezanik en gezeur. Meer complimenten, meer steun voor elkaar, meer aandacht, meer vertrouwen en meer vriendschap.
  • Behalve zinnige relaties willen mensen ook betekenisvol bezig zijn. Dat is aandachtsgebied vier. Voor de meeste mensen is religie hierbij de belangrijkste steunpilaar. In het geseculariseerde Nederland is het aan onszelf om het bestaan zin te geven. Dat is niet eenvoudig. Het vergt gerichte introspectie, verbeeldingskracht en oefening: je eigen waarden expliciet maken; nieuwe betekenisvolle gewoonten en rituelen ontwikkelen. De mentale utopie is een samenleving waarin mensen weten wat ze belangrijk vinden en waarom. Een samenleving met minder verveling en zinloosheid en meer zinvolle gesprekken en nieuwsgierigheid naar elkaars waarden.
  • Het vijfde aandachtsgebied heeft te maken met presteren. Het gevoel iets goed te kunnen en daarvoor waardering te krijgen, is geweldig. Tegelijkertijd zien we steeds meer mensen gebukt gaan onder ‘prestatiedruk’. Met haar groeimentaliteit-aanpak heeft Stanford-hoogleraar Carol Dweck laten zien dat gezond presteren iets is wat we kunnen leren. De mentale utopie is daarom een samenleving vol prachtige menselijke prestaties, waarin we uitdagingen waarderen, volhouden bij tegenslag en elkaar steunen. Waarin we inspanning zien als manier om vooruit te komen en we gemotiveerd raken door het succes van anderen.

Mentale utopie

Kraaijeveld heeft het over een mentale utopie: ‘Stop met dat gemopper, schrijft hij in de Volkskrant. Laten we ons als samenleving trainen in geluk’.

Als meer mensen positief in het leven staan, is het makkelijker je te wapenen tegen de ingebakken negativiteit. Werken aan zelfkennis, aan positieve emoties, aan meer betrokkenheid, aan betere relaties, aan betekenis en aan prestaties doe je niet alleen. Mentaliteitsverbetering is hierdoor lekker besmettelijk.

Een betere mentaliteit heeft positieve neveneffecten, benadrukken Seligman en zijn collega’s. Betere motivatie, hogere productiviteit, minder relationele ellende, minder ziekten.

De mentale utopie is een prachtdoel. Niet alleen voor u en voor mij, maar ook voor de politiek, het bedrijfsleven en het onderwijs. De ingrediënten voor een ‘nationaal programma mentale vooruitgang’ liggen al klaar: meer karaktervorming en psychologie op school; meer tijd en aandacht voor reflectie en mindfullness in de zorg; progressiegericht leidinggeven en meer vertrouwen op de werkvloer; op waarden gebaseerde besluitvorming in de bestuurskamers; en politiek sturen op een breder welvaartsbegrip, waarin de kwaliteit van onze mentaliteit centraal staat.

Het klinkt allemaal fantastisch maar ik blijf graag nog wat door mopperen. Zoals bijvoorbeeld op de waarde die gehanteerd wordt in de bestuurskamers van grote concerns. Hun enige waarde is namelijk: winst maken. Dit bleek onlangs weer eens uit een commentaar in De Correspondent op een interview met Shell baas Van Beurden over klimaatverandering. Zonder kritiek op kapitalisme en militarisme kom je er niet. Aan kritisch denken is net zoveel behoefte als aan helder denken.


Kraaijeveld schreef eerder een pleidooi voor de waarheid waarover op dit blog het bericht: Streven naar waarheid kan verbinden.

Over de toename van depressie en het gebruik van pillen heeft psychiater Dirk de Wachter ook interessante dingen te zeggen. Zie het bericht: Het idee dat het leven vooral leuk moet zijn, is dè ziekte van deze tijd

Voor meer over Carol Dweck lees: ‘Manier van denken bij het leren: geloven in groei’. 

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek, Psychologie

Streven naar waarheid kan verbinden

Uit het ‘Pleidooi voor de waarheid‘ van de filosoof en psycholoog Kees Kraaijeveld hier een paar interessante citaten:

Streven naar waarheid betekent onderkennen dat de ene uitspraak meer waar is dan de andere. Als we de waarde van waarheid in ere herstellen, komen we niet meer weg met het gemakkelijke relativisme van ‘jij jouw waarheid, ik de mijne’. De waarde van waarheid houdt in dat ik ongelijk kan hebben en jij gelijk. Het betekent dat we met elkaar in debat moeten om hiërarchie aan te brengen in meer en minder waar. En dat staat op gespannen voet met gelijkheid, een centraal uitgangspunt van onze samenleving. Onze liefde voor gelijkheid en de hieruit volgende democratisering van kennis, macht en kapitaal, verklaart ook de minachting voor experts. Democratie betekent ‘one man one vote’. Maar zonder de waarheid als kwaliteitstoets leidt dit democratisch uitgangspunt al snel tot verwarring. De mening van de professor die er jaren op heeft gestudeerd, weegt ineens even waar als de mening van iemand die net voor het eerst op het onderwerp heeft gegoogeld.

Dus: Niet iedere zienswijze is even waar en daarmee even waardevol.

Logicus Bertrand Russell, een man die leefde voor de waarheid, heeft hiervoor ooit mooie vuistregels geformuleerd:

  1. 1)  als de experts het eens zijn, moeten leken accepteren dat het waarschijnlijker is dat deze consensus waar is, dan dat het tegendeel waar zou zijn; en
  2. 2)  als de experts van mening verschillen, kan de leek zich beter van een oordeel onthouden.

Waarheid verbindt en leidt tot vertrouwen

We hebben waarheid gewoon nodig, ook heel praktisch. Het streven naar het ware is wat ons bindt. Alleen voor wie naar waarheid zoekt, is het inhoudelijk interessant te debatteren. Vergeten we de waarheid, dan kunnen we ons net zo goed helemaal terugtrekken in de comfortabele filterbubbles van het eigen gelijk. Dan versplintert de samenleving. Als we de zoektocht naar de waarheid blijven relativeren, als we blijven ontkennen dat er zoiets bestaat als een meer en een minder waar en als we experts koppig als onze gelijke blijven zien, dan zullen paranoia en wantrouwen nog meer de overhand krijgen. En met het verlies van onze ‘high trust’-samenleving verdwijnen ook alle politieke, sociale, culturele, juridische én economische voordelen die daarbij horen. Dit mogen we niet laten gebeuren. Alleen met de waarheid hoog in het vaandel kunnen we samenleven in een maatschappij waarin we elkaar kunnen vertrouwen: ‘in truth we trust’.

Experts komen niet altijd met de waarheid

Ik kan het met Kraaijeveld eens zijn dat we naar de waarheid moeten blijven zoeken en ga er inderdaad van uit dat een bijvoorbeeld universitair opgeleide geneeskundige, een expert, eerder met de waarheid komt dan Jomanda. Aan de andere kant zijn er ook geneeskundigen geweest die in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw beweerden dat roken goed voor je gezondheid zou zijn. Experts komen niet altijd met de waarheid. En dan kan de regel van Bertrand Russell helpen: ‘onthoud je als leek van een oordeel’.
Het wordt vooral problematisch om op experts te vertrouwen voor de waarheid als ze verstrikt zijn geraakt in het politieke of economische establishment. Neem de ontkenning door het establishment van de klimaatopwarming. Daar werken sommige experts aan mee. Of neem bijvoorbeeld de expert en historicus en VVD kamerlid Arend-Jan Boekestijn die op TV zei dat hij bang was dat Saddam Hoessein een atoomraket zou afvuren richting zijn achtertuin, terwijl Irak in het geheel geen atoomwapens had.
Andersom kan een ‘niet expert’ zoals Jane Goodall, die geen bioloog was, dichter bij de waarheid zitten dan de experts. Goodall ontdekte namelijk dat chimpanzees zowel gereedschap gebruiken als ook maken, waarmee ze het establishment van biologen en zoölogen uitdaagde om met een nieuwe definitie te komen van de mens. Toen Goodall met haar waarnemingen kwam werd ze door de zogenaamde experts verketterd.

1 reactie

Opgeslagen onder Dierengedrag, Filosofie, Psychologie

Het idee dat het leven vooral leuk moet zijn, is dè ziekte van deze tijd

Het is dé ziekte van deze tijd, zegt psychiater Dirk de Wachter in zijn Brainwash Talk. Het idee dat ons leven vooral leuk moet zijn. En dat terwijl juist tegenslag ons zoveel kan brengen.

Hier kun je deze toespraak van 19 november 2017 zien: https://www.brainwash.nl/bijdrage/het-idee-dat-het-leven-vooral-leuk-moet-zijn-is-de-ziekte-van-deze-tijd , maar hieronder is hij te lezen.

Psychiater zijn, het leek me wel een leuk beroep. Rustig aan: boekje lezen, patiënten spreken. Maar het is onvoorstelbaar hoeveel mensen mij komen opzoeken. Ik krijg het werk niet gedaan. En mijn collega’s ook niet; er zijn overal wachtlijsten.

Wat is er aan de hand in dit leven, dat ogenschijnlijk zo goed is? Waarom wil iedereen naar de psychiater? We hebben geen grote hongersnood, geen epidemieën waar hele bevolkingsgroepen aan sterven en materieel hebben we het in onze geschiedenis nog nooit zo goed gehad als nu. Waarom zijn we dan zo erg in nood? Waarom zijn we zo vermoeid, nemen we zoveel pillen en heeft iedereen een diagnose?

We zijn te geobsedeerd met geluk. We zijn te zeer bezig met gelukkig zijn. We willen dat alles leuk, leuk, leuk is. En dat lijkt me een vergissing. We moeten in dit aardse leven aanvaarden dat het af en toe een klein beetje lastig kan zijn. Een klein beetje, liefst niet te veel. Maar we hebben het moeilijk met de kleine lastigheden van het gewone leven. We lijken niet te kunnen accepteren dat het dagelijkse leven af en toe een klein beetje gewoon en een klein beetje verdrietig is. We willen zonodig dat alles leuk, leuk, leuk is. Dat lijkt me een vergissing.

Voorheen konden we uitkijken naar een hemel na dit leven, waar het leven goed zou zijn. Deze hemel is afgeschaft, dat paste niet meer in de begroting. Nu willen wij zonodig de hemel hier. Met onze westerse hoogmoed denken we ook dat we deze hemel kunnen maken, produceren of zelfs kunnen kopen. Dat lijkt me een meritocratische vergissing: dat we dat kunnen grijpen. En dit streven naar een onmogelijke regen van geluk zorgt voor veel miserie, depressie en vermoeidheid.

Meestal hebben we nog niet voldoende aan het gewone geluk, maar we willen zonodig fantastisch gelukkig zijn. De meeste mensen willen dat alles ongelofelijk is. Niet zomaar een beetje content, maar fantastisch. Na het weekend kom je op je werk en men vraagt wat je gedaan hebt. ‘Oh gewoon, een beetje thuis geweest.’ Dan is de reactie: ‘gaat het wel, ben je ziek?’ We moeten verre reizen maken. Heel ver, zo ver: maar als je op de aardbol maar ver genoeg gaat, dan kom je gewoon weer terug bij je huis uit.

Dirk de Wachter tijdens de Brainwash Talk Foto: Anna van Kooij.

Hoe kunnen we rustig aan doen, gewoon doen? Ik pleit voor gewonigheid en het plezier daarin te vinden. Ik pleit niet voor ongelukkigheid an sich, maar voor geluk vinden in het gewone. We willen altijd party time, foto’s van verre reizen, en multiple orgasms. Zeer vermoeiend. Hoe kunnen we de lastigheid van het leven een plaats geven?

Ik denk dat de lastigheden van het leven aanleiding geven tot de liefde. De liefde verschijnt niet in de fantastische kant van het leven. Niet als iedereen zich geweldig voelt en bonussen binnenharkt. Want juist als het leven een beetje moeilijk wordt, heeft het menselijke dier nood aan een ander. Dan hebben we nood aan hechting, streling, de blik van de ander en samenzijn met de ander. Dat komt vooral als het moeilijk is. Dan overstijgt de ongelukkigheid zich en het verandert zich paradoxaal in verbondenheid. Liefdevolheid ontstaat in het menselijk tekort. Het verdriet, dat we liever niet willen en niet zo leuk vinden, dat geeft aanleiding tot de liefde.

En wat is nu het probleem van onze maatschappij? Dat verdriet moet altijd worden weggemoffeld in de duisternis; onze lastigheid, onze moeilijkheid, onze kwetsbaarheid en ons tekort wordt weggeduwd in de duisternis. We kunnen daarvoor niet terecht bij onze vrienden en onze geliefden, want we willen altijd stoer en leuk en sterk zijn. En dus gaan we ons afsluiten en inbunkeren voor de liefdevolheid.

Onze maatschappij lijkt door te schieten in ‘ikkigheid’, in een overgewaardeerd denken van autonomie, van ‘ik kan het helemaal alleen’. Het ontstaan van het individu, wat een goede zaak is, is begonnen in de Verlichting. Maar dat is gekanteld naar een teveel aan helemaal alleen alles presteren. Ik pleit ervoor om meer kwetsbaarheid, gevoeligheid en de kleine verdrietigheden met elkaar te delen. Zodat mensen een beetje elkaars psychiater kunnen zijn.

4 reacties

Opgeslagen onder Filosofie, Psychiatrie, Psychologie

Moderne devotie

We kunnen in succes en rijkdom vast komen te zitten. Dit legt filosofe en organisatiedeskundige Minke Tromp uit tijdens een interview met Lex Bohlmeijer van De Correspondent. Het gaat over het vastzitten in de ‘succesparadox’ en Tromp geeft toe dat ze er zelf ook last van heeft. Hoe meer succes je hebt, hoe hoger in de hiërarchie, hoe meer je gevangen kan komen te zitten in je eigen ambities, hoe minder tijd voor reflectie, hoe minder wijs.

Aan de top van een hiërarchie zijn vaardigheden vereist zoals strategisch en instrumenteel denken. Diep nadenken zou men juist daar moeten doen want er worden belangrijke beslissingen genomen die voor veel mensen gevolgen hebben. Hierover is men het meestal gauw eens. Maar zo werkt het niet.

Instrumenteel denken is doel-middel denken. Deze vorm van denken beperkt onmiddellijk de ruimte in je hoofd. Strategisch denken is: wat moet ik nu doen om… Dit is gekoppeld aan het doel-middel denken en geeft een soort geslotenheid.

Bohlmeijer komt met het voorbeeld van een toppoliticus zoals Jeroen Dijsselbloem die bezuinigingen oplegde aan de Grieken. Lijdt hij aan de succesparadox? Veel mensen waarschuwden dat die bezuinigingen desastreus zouden zijn voor Griekenland maar toch zette Dijsselbloem door. Gevangen in zijn eigen ambities, niet gehinderd door enige reflectie. Dit voorbeeld raakt haar hoewel het volgens Tromp niet zo is dat zo iemand meteen dom of slecht is want het is ècht zo dat de dynamiek aan dat soort onderhandelingstafels, sommige vragen of beslissingen niet toelaten.

Voor mij mag Tromp gerust zeggen over Dijsselbloem dat die een een snoeiharde technocraat is zonder idealen. Maar ze komt met een eigen voorbeeld van een groep leidinggevenden waar zij echt respect voor heeft en die zij een training geeft. Ze maakt mee dat het zo’n groep een kwartier kost om een antwoord te krijgen op de vraag: “Wat moet je doen als iemand tijdens een vergadering iets zegt wat jij niet begrijpt?” Haar dochter van 6 jaar geeft het antwoord meteen: “Vragen wat ze bedoelen.” Maar dit soort hele simpele dingen kunnen deze topmensen heel moeilijk over hun lippen krijgen. Dit is schokkend vindt Tromp. “Hoe arm zijn je reflectieve vermogens als het je een kwartier kost om een antwoord op een dergelijke eenvoudige vraag te geven?” Dit is de succesparadox aan het werk.

Soms leest Tromp een gedicht voor tijdens een training. En laat dan een stilte vallen. Om openheid en denkruimte te laten ontstaan. Het gedicht hieronder is van Wislawa Szymborska (1923-2012). Gepubliceerd in 1986.

Het schrijven van een c.v.

 

Wat moet je doen?

Je moet een aanvraag indienen

en bij die aanvraag een c.v. insluiten.

 

Ongeacht de lengte van het leven

moet het c.v. kort zijn.

 

Bondigheid en selectie zijn verplicht.

Vervang het landschap door adressen

en wankele herinneringen door vaste data.

 

Van alle liefdes volstaat de echtelijke,

en van de kinderen alleen die welke geboren zijn.

 

Wie jou kent is belangrijker dan wie jij kent.

Reizen alleen indien buitenslands.

Lidmaatschappen waarvan, maar niet waarom.

Onderscheidingen zonder waarvoor.

 

Schrijf zo alsof je nooit met jezelf hebt gepraat

en altijd ver uit je eigen buurt bent gebleven.

 

Ga zwijgend voorbij aan honden, katten, vogels,

rommeltjes van vroeger, vrienden, dromen.

 

Liever de prijs dan de waarde,

de titel dan de inhoud.

Eerder nog de schoenmaat dan waarheen hij loopt,

hij voor wie jij doorgaat.

 

Daarbij een foto met één oor vrij.

Zijn vorm telt, niet wat het hoort.

Wat hoort het dan?

Het dreunen van de papiervernietigers.


Het laten vallen van een stilte is niet altijd even makkelijk voor Tromp. Ze is goed in het verzinnen van vragen rond allerlei filosofische thema’s en er staan er enkele op haar website: succesparadox.nl. Thema’s zoals dankbaarheid, macht en moed. Vragen die aanzetten tot diep nadenken en de succesparadox kunnen doorbreken. Je kunt een groter bewustzijn krijgen rondom deze thema’s. Met vragen en opdrachten geeft Tromp structuur. Dat is nodig want het denken gaat alle kanten op. Het is de bedoeling dat je je geest ontstijgt. Daar helpt structuur bij.

Ze krijgt haar inspiratie ondermeer van de filosoof Geert Grote (1340-1384) die geldt als grondlegger van de Moderne Devotie, een onderstroom in de cultuur die door de eeuwen heen is blijven waarschuwen: pas op dat bezieling zich louter op het uiterlijke richt en zijn magie verliest. Tromp heeft meegeschreven aan het boekje: Goede punten van Geert Grote.

In zijn tijd, bijna 700 jaar geleden, was meditatie op korte teksten een scholingspraktijk, een manier om praktische wijsheid te ontwikkelen, om inzicht in het juiste handelen te integreren in het karakter van mensen.

Hebben we niet te veel? Zijn we niet te druk met aanzien, posities en macht en andere uiterlijke zaken, in plaats van innerlijke rijkdom en welzijn van onszelf en onze naasten? De thematiek lijkt tijdloos te zijn en Geert Grote geeft duidelijke, concrete adviezen en leefregels voor goed handelen en een juiste ‘innerlijke’ houding zoals:

Verlang niet naar vergankelijke winst. Heb niet teveel functies en doe niet teveel opdrachten tegelijk. De grootste verleiding schuilt erin de verleiding niet meer te voelen.

Dat bezieling iets plats wordt gaat vanzelf

We moeten oppassen dat het niet meer de innerlijke rijkdom is die ons inspireert en motiveert en dat bezieling verwordt tot iets van de buitenkant, tot iets plats. En volgens Tromp gebeurt dit vanzelf, voordat je het weet is de bezieling iets plats geworden. Het is de valkuil waar we voortdurend in kunnen vallen, het is de immanente dynamiek van het succes. Ze ziet succes als iets breeds. Ook het succes van de kunstenaar die overal buiten wil blijven en die dat bereikt, kan daar vervolgens in gevangen komen te zitten en de bezieling verliezen.

Het aantrekkelijke van de moderne devotie is volgens Tromp dat het een dynamiek volgt die eigen is aan het leven. Zo gaat het. Je kunt voortdurend het succes opgeven en niet weten wat er gaat gebeuren. Dit is ook een uitdaging voor haarzelf. Het is een soort sterven wat je moet oefenen. Tromp oefent dit bijvoorbeeld als ze een training geeft en ook tijdens het interview met Bohlmeijer. Ze probeert voortdurend om niet iets te roepen wat ze van te voren heeft bedacht. Dit opgeven is voor haar een soort sterven, eventjes doodgaan. Op zo’n moment ben je heel kwetsbaar en sta je open, niet wetend wat er gaat gebeuren. Hier elkaar bij helpen, daar gaat het om.

Reflectie

1 reactie

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek, Psychologie, proza en poëzie

Samenleven begint met alleen kunnen zijn

Getipt door de Correspondent las ik dit artikel van de Amerikaanse historica Jennifer Stitt, ‘Before you can be with others, first learn to be alone’.

Clamdigger 1935 by Edward Hopper.

In 1840 was het Edgar Allen Poe die het belang van alleen zijn beschreef. Mensen die niet alleen kunnen zijn, waren volgens hem ongelukkig. Hij beschreef de boze energie van een oude man die door London zwierf van zonsopgang tot zonsondergang en die alleen opluchting kon vinden voor zijn wanhoop als hij zich onderdompelde in het onstuimige gedrang van de stadsbewoners.

Twintig jaar daarna was het Ralph Waldo Emerson, een andere bekende 19e-eeuwse Amerikaanse schrijver, die ook gegrepen was door het idee van het alleen zijn. Hij kwam met een uitspraak die aan Pythagoras is toegeschreven:

‘In the morning, – solitude; … that nature may speak to the imagination, as she does never in company.’

Emerson moedigt docenten aan om er bij hun leerlingen de nadruk op te leggen dat periodes en praktijken van alleen zijn, serieus en abstract nadenken mogelijk maken.

Weer later in de 20e eeuw, stond het alleen zijn centraal in de filosofie van Hannah Arendt (1906-1975). Zij was een Duits-Joodse emigrant, gevlucht naar de Verengde Staten voor de Nazi’s en bestudeerde een groot deel van haar leven de relatie tussen het individu en de politiek.

Voor haar was vrijheid verbonden met het alleen zijn in de privé-sfeer (‘vita contemplativa’) èn met samen zijn in de publieke of politieke sfeer (‘vita activa’). Zij begreep dat vrijheid veel meer was dan het vermogen van de mens om spontaan te handelen in de publieke ruimte. Vrijheid was voor haar ook het vermogen om na te denken en te oordelen in stilte, ver weg van de kakofonie van de massa.

In 1961 volgde Arendt, in opdracht van The New Yorker, het proces Adolf Eichmann, de SS officier die meehielp aan het ten uitvoer brengen van de Holocaust. Arendt probeerde er achter te komen hoe iemand tot zoveel kwaad in staat was. Ze werd verrast door Eichmann’s volkomen gebrek aan verbeelding en conventionalisme. Hij kwam niet over als een door en door slechte sociopaat. Zijn daden waren monstrueus maar als persoon kwam hij als alledaags op haar over.

Zij ontdekte geen sterke ideologische overtuigingen bij hem en schreef zijn immoraliteit – zijn vermogen en zelfs zijn begeerte om misdaden te plegen – toe aan zijn gedachteloosheid, aan zijn banaliteit. Het was volgens haar zijn onvermogen om stil te kunnen staan en na te denken waardoor het voor hem mogelijk werd om deel te nemen aan de massamoorden.


Hier wil ik iets toevoegen aan het artikel van de Amerikaanse historica want op het punt dat Arendt hier maakt valt wel iets af te dingen. Eichmann was wel degelijk een overtuigd antisemiet ook al deed hij zich tijdens zijn proces onnozel voor. Hij dacht wel degelijk na, maar geheel conform de nazi-ideologie. Hij dacht dus niet anders dan massa’s andere nazi’s. Arendt’s concept van ‘de banaliteit van het kwaad’ blijft waardevol, ook al heeft ze zich door de onnozele pose van Eichmann gedurende het proces laten misleiden.

Een saillant detail is nog dat Arendt’s leermeester, de filosoof Heidegger wel degelijk moet hebben nagedacht maar toch lid werd van de nazi-partij. Arendt heeft hem verdedigd door te zeggen dat dit naïef van Heidegger was.

Terug naar waar het hier om gaat:  De waarde van het alleen en in stilte overdenken van dingen.


Edgar Allen Poe vermoedde dat er iets duisters schuilde binnen de mens in de massa. Arendt’s ideeën sluiten hier op aan. Iemand die het in stilte onderzoeken van wat je gezegd en gedaan hebt niet kent, zal volgens haar ook niet tegen zichzelf in gaan en zal niet in staat zijn of bereid zijn om rekenschap te geven want hij rekent er op dat zijn daden vergeten zullen worden.

Eichmann meed zelfreflectie volgens Arendt. Hij keerde niet terug naar een stil moment in zichzelf, een toestand van beschouwing waarmee de betekenis van de dingen onderzocht kunnen worden, waarbinnen feiten en fictie, waarheid en leugen, goed en kwaad onderscheiden kunnen worden. Het is niet zo dat mensen die niet nadenken automatisch monsters zijn maar volgens haar kan een maatschappij niet vrij en democratisch functioneren zonder individuen die zelf in stilte nadenken. Arendt geloofde dat samenleven met anderen begint met kunnen leven met jezelf.

Alleen of eenzaam

Wat als we ons in het alleen zijn eenzaam voelen of wat als we ons isoleren? Wat als we ons afgesneden voelen van het plezier van vriendschap?

Filosofen maakten heel lang geleden al een onderscheid tussen alleen zijn en eenzaamheid. Een parabel van Plato uit De Republiek (350 voor Christus) gaat over een filosoof die uit een ondergronds hol ontsnapt aan het gezelschap van andere mensen en het zonlicht van de contemplatie in loopt. Alleen, maar niet eenzaam stemt de filosoof volgens Plato af op zijn innerlijke zelf en de wereld. In het alleen zijn luistert hij naar een dialoog die de ziel heeft met zichzelf en die dan eindelijk hoorbaar is.

Je hoort inderdaad mensen wel eens klagen als er veel geluid en drukte om hen heen is: “ik kan mijzelf niet eens meer horen denken.”

Arendt vindt in navolging van Plato dat alleen zijn en denken niet eenzaam is. Eenzaam ben je als je naar gezelschap verlangt en het niet vinden kan. Zij ziet het alleen zijn als een toestand waarin je jezelf gezelschap houdt. Het is een soort van ‘existentieel spreken’. In het alleen zijn is je innerlijke zelf jouw gezelschap, jouw vriend waarmee je van gedachten wisselt, een stille stem die een Socratische vraag stelt (een vraag die je stelt met het doel om verder te komen) zoals: ‘Wat bedoel je als je zegt …? Het ‘zelf’ is volgens Arendt de enige waaraan je niet kunt ontsnappen tenzij je ophoudt met denken.
In onze hyperverbonden wereld is het waardevol om ons de woorden van Arendt te herinneren. We leven nu in een wereld waarin we voortdurend en direct communiceren via het internet en we nemen zelden de tijd voor contemplatie. We checken voortdurend onze emails, zijn obsessief bezig met sociale media, lijden onder de voortdurende verbinding met zowel nauwe als minder nauwe kennissen. Het lijkt wel alsof we zo nodig voortdurend in gezelschap moeten zijn.
Als we ons vermogen om alleen te kunnen zijn verliezen, als we ons vermogen om in ons eigen gezelschap te verkeren verliezen, dan verliezen we volgens Arendt ons denkvermogen. We lopen het risico dat we weggevaagd worden door wat alle anderen doen en waar alle anderen in geloven, we lopen het risico dat we niet langer in staat zijn om goed van kwaad of mooi van lelijk te onderscheiden. Gevangen in een kooi van gedachteloze conformiteit.
Alleen zijn is niet alleen een noodzakelijke mentale toestand voor de ontwikkeling van het bewustzijn en het geweten maar het is ook een praktijk die ons voorbereidt op deelname aan het sociale en politieke leven. Voordat we in gezelschap kunnen zijn moeten we leren om alleen te zijn.

Ik denk dat niet alle vormen van in stilte nadenken automatisch tot positieve resultaten zullen leiden. Bij het alleen nadenken loop je toch een risico dat je niet tegengesproken wordt. Het in stilte nadenken kan broeierig worden en dan leidt het nergens toe. Het in stilte nadenken van eenzame en gestrande mensen kan zelfs leiden tot daden van wanhoop, van agressie en geweld. Denk aan Syrië-gangers of aan de Noorse massamoordenaar Breivik. Deze mensen zoeken alleen nog het contact met gelijkgestemden. Misschien zijn ze wel zo eenzaam dat ze zich helemaal nooit meer laten tegenspreken omdat dit onverdraaglijk is geworden.
Het begrip cognitieve dissonantie is in verband hiermee interessant. Cognitieve dissonantie is de onaangename spanning die iemand ervaart bij tegenstrijdige overtuigingen, ideëen of opvattingen of als er wordt vastgesteld dat diegene in strijd met de eigen overtuiging handelt. De spanning leidt ertoe dat men een of meer meningen of houdingen onbewust herziet om ze meer met elkaar in overeenstemming te brengen, consonant te maken. Dit vrij recente sociaal psychologische begrip van de cognitieve dissonantie (1957) werd heel lang geleden al herkend getuige een fabel van de Griekse dichter Aisopos (ca. 620-560 voor Christus): De fabel van de vos en de druiven. Wanneer de vos niet tot bij de druiven kan, besluit hij dat hij ze achteraf bekeken niet écht wilde “…omdat ze toch zuur waren.”

1 reactie

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek

Psyche en Klimaat

Het symposium over klimaatstemmingen van de Stichting Psychiatrie en Filosofie bracht minder mensen bij elkaar in de Hogeschool van Leiden dan was verwacht. Er kwamen ongeveer 60 mensen op af.

Een van de organisatoren van het symposium en tevens voorzitter van de dag, Jaap van der Stel, lector GGZ aan de Hogeschool Leiden, had gegoogeld en gevonden dat de grote GGZ instellingen in Nederland niet met het klimaat bezig zijn. Àls ze met het klimaat bezig zijn dan is het met het eigen klimaat. Als je googled op werkloosheid in plaats van klimaatopwarming dan vindt je trouwens hetzelfde. We zitten in Nederland met een naar binnen gekeerde GGZ. Van der Stel had wel wat tips voor de instellingen om zich met die bredere context van het klimaat alsnog te verbinden.

Ondanks dat de grote instellingen achterbleven was ongeveer de helft van de aanwezigen afkomstig uit de GGZ. Enkele zelfstandige psychologen waaronder ondergetekende, een enkele psychoanalyticus, enkele psychiaters, docenten psychologie en enkele journalisten van vaktijdschriften. De meeste andere aanwezigen kwamen uit de klimaat- en milieubeweging.

Om in de stemming te komen bekeken we een trailer van de film ‘How to let Go of the World and Love All the Things Climate Can’t Change’. Meerdere mensen in de zaal kenden deze film. Ik persoonlijk nog niet en alleen al de trailer gaf nog meer diepte aan mijn bezorgdheid over het klimaat. Onderaan dit bericht vindt u een link naar de hele film. Hier de trailer:


Stemmingen die het gevolg zijn van de opwarming van de aarde variëren van angst, paniek, depressie, apathie, wanhoop, stress, boosheid, woede enz. Natuurlijk speelt trauma een rol. Zoals een psycho-analyticus in de zaal meteen opmerkte zullen we elkaar bij deze emoties en persoonlijke problemen moeten helpen en kan therapie een positieve rol spelen. Hierover later meer.

De emotie van de wanhoop bij een ieder die zich zorgen maakt over het milieu wordt mede veroorzaakt door de zwakke houding van de overheid. De overheid reguleert de multinationals en de fossiele industrie niet of nauwelijks en gelooft in de vrije markt. Het feit dat de politieke partij Groen Links moeite heeft om te regeren met de VVD en het CDA heeft veel met het klimaatprobleem te maken, namelijk met het maken van afspraken over hoe we met klimaatvluchtelingen omgaan.

Het feit dat we door een stortvloed aan reclames worden gestimuleerd om te consumeren enerzijds en anderzijds vernemen dat consumeren (auto rijden, vliegreizen, vlees eten) de opwarming van de aarde tot gevolg heeft, leidt bij mensen tot de mentale toestand van de zogenaamde ‘double bind’ wat apathie tot gevolg heeft. Kort nadat ik hier onlangs iets over las gaf ik mij op voor dit symposium.

We zullen stilstaan bij de effecten van klimaatverandering op het menselijk gemoed. Hoe reageren we op de veranderingen en de dreigingen? Wat kunnen we ermee?

Optimist of pessimist

Vrij snel kwam de advocaat van de duivel opdagen. Misschien kunnen we de hoop op het voortbestaan van de mensheid op aarde ook gewoon opgeven. Kijkend naar de ‘diepe tijd’ is de mensheid er nog maar kort en in dat opzicht niet zo belangrijk. De planeet gaat echt wel door ook al hebben wij onze eigen beschaving vernietigd. Optimisten kunnen heel irritante mensen zijn zal de Denker des Vaderlands René ten Bos uit Almelo in zijn presentatie betogen. Over het optreden van deze filosoof later meer.

Voordat de mensheid goed en wel van de planeet verdwenen is, krijgen we eerst nog te maken met de geleidelijke verwoesting van de beschaving. Dat is eigenlijk al begonnen. Neem alleen al de grote stromen vluchtelingen, ziektes door vervuiling, de verwoesting van leefgebieden, enz. enz. We gaan hier allemaal steeds meer last van krijgen hoewel rijke landen en rijke mensen het beste af zijn. Er zijn zelfs rijke mensen die zich hele delen van de aarde toe-eigenen waardoor ze de verwoesting nog lang kunnen overleven, ver verwijderd van de ontreddering van de rest van de mensheid.

Eigenlijk is klimaatverandering een veiligheidsprobleem betoogde de klimaatwetenschapper Leo Meyer. Interessant: Veiligheid is natuurlijk ook een psychologisch onderwerp. Ik denk aan de begrippen veilige en onveilige hechting uit de hechtingstheorie en de psychologische en maatschappelijke gevolgen van onveilige hechting. De GGZ kan misschien ook vanuit deze invalshoek een bijdrage leveren en mag wat mij betreft in actie komen.

De eerste lezing kwam niet van een optimist of pessimist maar van een realist; namelijk van de eerder genoemde klimaatwetenschapper Leo Meyer.

Opwarming van de aarde is een veiligheidsvraagstuk

Leo Meyer wordt door geen enkele van de eerder genoemde emoties, noch door slapeloosheid geplaagd. Zijn gemoedsrust blijft in tact omdat hij vindt dat het goed genoeg is dat hij zijn steentje bij draagt. Hij is bezorgd maar niet angstig.

Als scheikundige had hij al vroeg belangstelling voor milieuproblematiek. Hij probeert twee vragen te beantwoorden. 1. Is de angst voor de problemen rationeel of irrationeel? 2. Is de ontkenning van de problemen rationeel of irrationeel? Het is duidelijk dat de opwarming van de aarde de schuld is van de mens en niet van natuurlijke factoren zoals het komen en gaan van ijstijden, activiteiten van de zon of van vulkanen. Over het algemeen zijn mensen die er verstand van hebben het met elkaar eens hierover. De angst is dus rationeel en de ontkenning irrationeel. Meyer liet een cartoon zien van twee bioscopen naast elkaar: We houden ons zelf graag voor de gek.

Het grootste deel van de opwarming verdwijnt in de oceanen waardoor het ijs op de polen smelt en het koraal vernietigd wordt. De effecten op het land zijn bijvoorbeeld te zien rond de Middellandse zee, vooral in Syrië. De burgeroorlog daar wordt vooral veroorzaakt door Assad en de belanghebbende partijen en landen die zijn jihadistische oppositie bewapenen maar de opwarming van de aarde speelt wel degelijk een rol in de oorlog. Het heeft er al 5 jaar niet geregend.

Meyer maakte het punt dat de opwarming een veiligheidsvraagstuk is vanwege de grote gevolgen voor mensen en de natuur. Als we niets doen zal er sprake zijn van een 8 graden stijging en als we met zijn allen veel doen dan zal het bij 2 graden blijven. Hij verwacht dat we in het midden uit zullen komen. De gevolgen voor mensen zijn enorm, vluchten, ondervoeding, sterfte, enz. De gevolgen voor de natuur ook: De Noordpool zal in 2030 ijsvrij zijn. Voor Nederland hebben de veranderingen rond de Zuidpool nog meer invloed dan die op de Noordpool, ook al ligt de Zuidpool verder weg. In het jaar 2100 zal de zeespiegel hier 2,5 tot 3 meter gestegen zijn.

Onzekerheden horen bij de klimaatwetenschap en hierdoor krijgen klimaatsceptici en hun belangen de ruimte. Toch zullen er door de overheid bepaalde normen gesteld moeten worden. De sceptici waren grotendeels tot zwijgen gebracht maar met Trump is dat koor weer opgestaan. Meyer adviseert iedereen om het hoofd koel te houden en actie te ondernemen.


In de zaal was een cartoonist aanwezig: Anabella Kanai. Kijk vooral op haar website.

 

Geconfronteerd worden met het einde van de beschaving zoals wij die kennen, is niet niks. Hoe gaan mensen daar doorgaans mee om? Anabella Meijer – http://www.kanai.nl


Therapie voor klimaat depressie 

Na de klimaatwetenschapper Meyer kwam Evanne Nowak aan het woord. Ze is programmamaker en geestelijk verzorger en op zoek naar zingeving in het antropoceen. Ze probeert van ontkenning en apathie naar verbinding te komen. Volgens haar zijn we te druk met niets doen en leven we in een wereld waarin zorgeloosheid voorop staat. Zo creëren we een afstand ten opzichte van onze verantwoordelijkheid. Zo komen we tot de ontkenning van existentiële vragen en vervreemden we ons van het systeem. Vandaar de apathie.

Hoe ontwikkel je een behandelplan voor iemands klimaatdepressie als er geen behandelplan is voor het systeem van de planeet? Iemand met klimaatdepressie kan volgens haar nog het beste steun zoeken bij ervaringsdeskundigen. Als behandelaar is het goed om een zekere mate van ‘niet-weten’ toe te laten. Nowak noemt nog Joanna Macy, die een goeroe voor klimaatpsychologen schijnt te zijn.

De filosoof Wouter Kusters was de volgende spreker en vertelde dat hij tot voor enkele jaren geleden er nog wel vertrouwen in had dat het geleidelijk steeds beter zou gaan met de mensheid of in ieder geval dat het niet veel slechter zou gaan. Maar toen kwamen de film ‘An Inconveniënt Truth’ en het boek van Clive Hamilton: ‘Requiem for a Species’, uit.

De klimaatcrisis voelt voor hem als een traumatische beleving over iets dat nog moet komen. Pre traumatische stress. De crisis is moeilijk te lokaliseren en lijkt bovenmenselijk. Hij kan zich vinden in de woorden van de Australische filosoof Clive Hamilton: ‘The tragedy is the absence of tragedy’. Hierover meer in mijn bericht: Wat voor schepselen zijn wij?

Kusters vraagt zich af hoe de GGZ kan blijven praten over stoornissen als de wereld zelf ziek is. Als positieve ‘spin off’ van de klimaatcrisis zou je kunnen zeggen – ironisch bedoeld – dat wij als mensen eindelijk weer iets hebben dat boven ons dagelijks leven uitstijgt. We gaan samen ten onder.

Voor sommigen kan misschien het begrip disruptie een rol spelen bij troost. Disruptie betekent dat ‘iets nieuws en nog kleins’ (bijvoorbeeld wind en zonne-energie) in korte tijd ‘iets bestaands, groots en logs’ (fossiele energie) mogelijk gaat verdringen. De oude wereld staat verlamd toe te kijken en laat ‘het nieuwe’ gebeuren. Dit moeten we nog zien.

Kusters sluit in zekere zin aan bij Nowak als hij zegt dat we de klimaatcrisis niet moeten willen beheersen of managen. Laat de stilte ook maar zijn werk doen. Ons oude vertrouwde toekomstbeeld van de aarde is verwoest. Met deze werkelijkheid zullen we verder moeten.

Als psycholoog roepen zijn woorden bij mij op dat we de psychologische afweer van ‘de valse hoop’ het beste van ons af kunnen laten glijden en dat we de pijn en het verlies van hoop op een toekomst in een wereld die ons vertrouwd voorkomt, maar beter moeten leren te verdragen. Rouwen is gezond. Het kan ons zelfs verder brengen in een nieuwe richting en in het actief mee ontwikkelen van een nieuwe toekomst.

Als je de rouwfase door bent gekomen kun je misschien makkelijker overeind blijven op momenten dat je mensen tegenkomt die nog in de fase van de ontkenning zitten of bij het moeten aanzien van een overheid die nauwelijks bezig is met de opwarming van de aarde.

‘Doomsday prepping’

Onder deze titel publiceerde op 10 mei 2017 journaliste  Sanne Bloemink in de Groene Amsterdammer een artikel. Het gaat over hoe mensen zich voorbereiden op de ondergang. Uit de Groene Amsterdammer:

Peter Thiel, de oprichter van Paypal en sponsor van Trump, heeft onlangs grote stukken land, inclusief landingsbanen voor zijn privé-vliegtuigen, gekocht in Nieuw-Zeeland. Dat doet hij natuurlijk niet voor niets. Noorwegen is rijk en schijnt een soort Italië te worden, badend in olijfolie en tomaten. En Zwitserland ligt natuurlijk lekker hoog. Tijd om de voorwaarden voor emigratie naar die landen eens door te nemen?

(Mocht je meer willen weten over hoe billionairs bezig zijn om zich veilig te stellen dan kun je dit artikel in de Daily Mail uit 2015 bekijken. Ik vond het schokkend. Hier nog zo’n soort artikel uit 2017. De Daily Mail noemt Nieuw Zeeland ‘Apocalypse Island’.)

Bij ‘doomsday preppers’ gaat het louter om het beschermen van het eigen gezin tegen bijvoorbeeld plunderingen die het gevolg zijn van klimaatrampen. Net zoals de superrijken dit doen, doen de minder rijken dit op hun eigen manier.

Bloemink komt wetenschappers tegen die wel degelijk wakker liggen over de opwarming van de aarde. Dit in tegenstelling tot Leo Meyer die het allemaal nog wel aankan. Zelf ligt Bloemink er ook wel eens wakker van en kan ze bijvoorbeeld erg verdrietig worden over de regenwouden die gekapt worden. Ze toont ons een foto van een huilende wetenschapper die vele jaren het Great Barrier Reef onderzocht en toe moet zien hoe het vernietigd wordt.

Volgens Bloemink is de ontkenning van het probleem oftewel de struisvogelpolitiek een sociaal wenselijke reactie. Zij zit zelf met heen en weer slingerende gemoedstoestanden, met ‘mixed feelings’ :(:

Een vraag uit de zaal na de sprekers tot nu toe is: Voelen de sprekers een soort minachting voor het voeren van actie? Leo Meyer zegt dat hij dat zeker niet heeft. Volgens hem lijkt er sprake te zijn van twee extreme reacties; ontkenning of verlamming maar is er een andere reactie mogelijk. Niet vluchten of bang worden (ontkennen, verlammen) maar vechten. De wereld vergaat niet.

Bloemink voegt nog toe dat zij over het onderwerp schrijft en dat zij dat ook ziet als een soort van actie voeren. Ze vindt het soms overweldigend wat ze er allemaal over leest. Leven met onzekerheid moeten we allemaal. Nowak vind dat we alle mogelijk oplossingen zouden moeten onderzoeken voordat we tot actie over gaan. Kusters ziet een grote variatie aan mogelijke acties en reacties. Meyer voegt nog toe dat je aan de kant van de oplossingen soms ook gekke dingen tegenkomt zoals allerlei magische oplossingen of heilsverwachtingen.

Eén toehoorder hoort tot nu toe meer over gevoelens van depressie, angst en verlamming en over ontkenning terwijl zij juist heel kwaad is. Kwaad op de politiek van Trump en het idee van ‘there is no alternative’ en de illusie van dat we de oplossingen moeten overlaten aan de markt.

Een jongere toehoorder zegt dat zijn generatie is opgegroeid met het klimaatprobleem en dat jongeren over de hele wereld meer waarde hechten aan ervaringen dan aan materie. Duurzaamheid is hip. Dit geldt wat minder voor de lager opgeleide jongeren.

Sommige toehoorders en sprekers zeggen last te hebben van een soort handelingsverlegenheid. Ze durven op een feestje niet te beginnen over het onderwerp klimaat of durven hun verbazing over het feit dat iemand nog vlees eet, nog auto rijdt of nog vliegreizen maakt, niet te uiten. Dit veelal uit angst om afgewezen te worden, niet serieus genomen te worden. Heel menselijk! Weer anderen durven dat allemaal wel aan te kaarten en nemen geen blad voor de mond.


Optimisten kunnen heel irritante mensen zijn betoogde de Denker des Vaderlands René ten Bos uit Almelo. Zijn presentatie kwam cabaretesk over. Leuk! Hij had een goede tip voor GGZ mensen die iets willen doen: Kijk veel naar Kunst! Met kunst kun je meer laten zien dan met woorden. Misschien is er voor optimisme dus toch nog wat te zeggen. Hij begon zijn optreden met een getekend filmpje van Steve Cutts.

Hardleersheid en ijdelheid

Wie zijn wij? Wij zijn een invasieve soort. De vernietiging gaan we niet meer tegenhouden. Minder mensen is misschien wel de oplossing. We zijn ook gedesoriënteerd. Wat de opwarming betekent voor ons weten we niet. We kunnen maar beter ophouden om onszelf te zien als nuttig. Hou op met het antropocentrisme! Vanuit het eeuwigheidsperspectief is er geen probleem.

Ontkenning van het probleem is irrationeel volgens Meyer maar ten Bos ziet in de ontkenning ook een vorm van hardleersheid en ijdelheid. En deze heeft politieke wortels. Bij Trump is dit goed te zien. We hoeven ons volgens hem niets van de opwarming van de aarde aan te trekken, het hoeft ons niet te raken. Trump wil geen rimpels op het gezicht. Hij leeft in een ‘gebotoxte’ wereld. Bij Putin zie je dezelfde ijdelheid. Het smelten van de noordelijke ijszee is voor Rusland lucratief. De ijszee wordt het nieuwe Suezkanaal. Het is een geo-politieke ‘opportunity’. Hij zet gerust nucleaire ijsbrekers in. Dit zijn grote ontwikkelingen waar we niet los van komen. Overigens stapt Rusland niet uit het akkoord van Parijs wat de VS wèl heeft gedaan.

De wetenschappers zijn het niet eens, in de war en kunnen genegeerd worden door de politiek meent Ten Bos. Het weten lijkt ook een vorm van verraad te zijn. Ouderdom wordt nu door medische wetenschappers gezien als een ziekte. Als we die ziekte behandelen dan zouden we in de toekomst wel 130 jaar oud kunnen worden. Maar waar gaan al die oude mensen leven vraagt ten Bos zich af. Beter is het voor wetenschappers om te gaan samenwerken met kunstenaars. Wantrouw het zeker weten!

Pessimisme moet meer gewaardeerd worden. Pessimisme is leuk. Het is de democratie van de momenten. Politiek met optimisme moet je wantrouwen. ‘Yes we can’, dat wordt een ramp. Optimisten zijn waanzinnig ijdel. Lees vooral mensen waar je het niet mee eens bent. Ontmoet je vijanden!

Op de voordracht van ten Bos wilde Meyer graag reageren. Volgens hem zijn klimaatwetenschappers het wel degelijk eens over de opwarming van de aarde en zijn ze niet in de war. Wel verschillen ze van mening over de oplossingen voor de problemen. De politiek is ook verdeeld. Rutte zegt dat de markt het moet doen, Klaver wil dat het probleem aangepakt wordt door de politiek.

Klimaat en rechtvaardigheid

Naomi van Steenbergen probeert als klimaatethicus antwoord te geven op vragen zoals wat we moeten doen met de opwarming, hoe de ‘uitstoot rechten’ verdeeld zouden moeten worden, dat de minder ontwikkelde landen meer rechten krijgen en wat er procedureel het meest rechtvaardig is. Misschien saaie onderwerpen maar heel belangrijk. Samen met haar studenten probeert ze deze vragen te beantwoorden. Ze gaat er van uit dat rijke landen de verantwoordelijkheid hebben en dat je altijd eerst je eigen troep moet opruimen. Klimaatvluchtelingen zijn onze verantwoordelijkheid.

Wie zitten er aan de onderhandelingstafel? Ze vind dat vooral de ontwikkelingslanden moeten mee bepalen. En hoe ga je er mee om dat de dieren niet aan tafel zitten? Dieren hebben geen stem. Biodiversiteit heeft geen stem.

Psychische gezondheid in een opgewarmde aarde

Jaap van der Stel vraagt zich af hoe we hysterie voorkomen en toch een grotere noodzaak gaan voelen om met de planeet bezig te zijn binnen de psychologie, de psychiatrie en de psychische zorg. De opwarming van de aarde is een existentiële bedreiging voor alles wat leeft.

Vragen die spelen variëren van: ‘Zullen we ooit genoodzaakt zijn om te vluchten? En waarheen? En vangt iemand ons dan op?’, tot: ‘Slapen we nog goed?’ De gezondheid van de planeet en de gezondheid van mensen hangen nauw samen.

Directe gevolgen van de opwarming zijn extreem weer zoals hittegolven, overstromingen, droogten, branden, ontbossing, verwoestijning, stormen, vervuiling van de lucht, vervuiling van de oceanen, tekort aan vers water, enz. enz.. Indirecte gevolgen zijn sociale conflicten, meer agressie en geweld, migratiestromen, verlies van bestaanszekerheid, werkeloosheid, verzwakking van de arbeidskracht, klimaat-gerelateerde infectieziekten door insecten en vervuild water, allergieën, veranderingen in de voedselproductie, ondervoeding, enz. En de zwaarste lasten rusten op de arme landen, op Afrika, het Midden-Oosten, Zuid-Amerika, India, enz.

Al houdt de GGZ in Nederland zich er niet mee bezig, de APA (American Psychological Association) kwam dit jaar met een overzicht van de impact die de opwarming van de aarde heeft op de gezondheid van mensen. Hier is zo een overzicht te zien.

Van de website van Climate Communication.

Mensen die zich niet hulpeloos voelen zullen eerder in actie komen

De schadelijke gevolgen voor de psychische gezondheid zijn al eerder op de dag de revue gepasseerd maar van der Stel komt met deze iets completere opsomming: Stress en aan stress gerelateerde stoornissen, solastalgia (stress door verandering van de fysieke omgeving), depressie en angst, druk op sociale relaties, gecompliceerde rouw, verlies van persoonlijke identiteit, hulpeloosheid, fatalisme, suïcidale gedachten en pogingen, alcohol en drugsmisbruik. Hoge risicogroepen zijn kinderen, ouderen, (zwangere) vrouwen, psychisch kwetsbare mensen, arme mensen en mensen die direct van de opbrengst van de aarde leven.

Als systeemtherapeut deed het me goed dat van der Stel het nut en de noodzaak van een systeembenadering bij de oplossingen benadrukt. Hoe processen verlopen, wat kritieke waarden zijn, hoe subsystemen met elkaar verband houden is complex, gelaagd en deels onvoorspelbaar. Een geïsoleerde benadering van losse factoren geeft onvoldoende inzicht in de werking van het systeem aarde en de systemen die er in omgaan.

Kennis over de klimaatverandering moet toegeëigend worden en vertaald in competenties, strategieën, handelingen en voorzieningen. Professionele netwerken gericht op preventie en opvang moeten gecreëerd worden. We moeten onze stem laten horen in het publieke debat. We moeten meewerken aan nationale en internationale oplossingen voor aan klimaat gerelateerde psychische gezondheid en verbindingen leggen met somatische en sociale zorgsystemen.

Van groot belang is dat de veerkracht bevorderd wordt en ook het optimisme. Psychologen en andere professionals  kunnen vaardigheden cultiveren voor het omgaan met stress en voor zelfregulatie, bij het handelen in tijden van crisis, bij het reguleren van emoties bij tegenspoed. We kunnen praktijken die bijdragen aan zingeving en gezonde gewoonten ondersteunen. We kunnen sociale verbondenheid en binding aan locatie, cultuur en gemeenschap bevorderen.

Mensen die zich niet hulpeloos voelen zullen eerder in actie komen. De woorden die we gebruiken doen er toe. De woorden ‘opwarming van de aarde’ prikkelen mensen meer om iets te doen dan het woord ‘klimaatverandering’. We moeten bedenken welke werkzame publieke boodschappen het verschil kunnen maken. Kortom er is genoeg te doen.


Hier een link naar de hele film: ‘How to let Go of the World and Love All the Things Climate Can’t Change’.

 

2 reacties

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek, Psychologie en klimaat

Opvoeden met het oog op een betere wereld

Er is een nieuw opvoed-ideaal nodig volgens pedagoge, filosofe en moeder Daan Roovers. Het gesprek over goed en kwaad moet met kinderen gevoerd worden. Dit betoogt ze in haar essay ‘Mensen maken’ en in het interview dat Lex Bohlmeijer met haar had voor de Correspondent. Luister vooral naar het interview maar hier volgt een samenvatting.

Armoedige, op problemen gerichte pedagogische cultuur

Roovers vind het gesprek over opvoeden onder ouders van nu armoedig  Het gaat teveel over gedrag en persoonlijkheidsvorming en te weinig over hoe je mens wordt, het gaat te weinig over dat je je kinderen iets bijbrengt over deze wereld, het gaat te weinig over hoe je leert denken. Ook is ze het niet eens met het psychologisch determinisme van tegenwoordig ofwel de ‘wij zijn ons brein’ cultuur: “Alsof je het af en toe water moet geven en er niet veel meer aan hoeft te doen.” Dit leidt tot een armoedige pedagogische cultuur.

Tot ‘leren denken’ behoort bijvoorbeeld het leren om onderscheid te maken tussen hoofd- en bijzaken. Dit is volgens Roovers van vitaal belang om onszelf niet te laten leiden door alles wat op ons afkomt en om zodoende gezond te blijven.

In opvoeden krijg je geen les en het is uit den boze om je met de opvoeding van een ander te bemoeien. Als je dit toch doet voelt de ander zich persoonlijk aangevallen. Dit komt omdat we zijn gaan opvoeden binnen het kerngezin. Er zou een veel bredere opvoed-cultuur moeten zijn. ‘It takes a village to raise a child’ is niet bedacht door Hillary Clinton. Plato had het er al over. Er zou een soort bredere familie moeten zijn of een breder opvoedkundig netwerk waar de buurt en de school bij inbegrepen zijn. Het alleen zijn met het opvoeden is niet goed. Als we nu een probleem hebben gaan we naar een deskundige, een pedagoog, een huisarts, een bureau ‘zus en zo’ en we gaan niet naar iemand uit onze eigen sociale omgeving. Bij deskundigen wordt het probleem vaak groter want zij zijn op problemen georiënteerd, zij weten alles over problemen en zo hebben we nu een op problemen georiënteerde opvoed-cultuur.

Weten wat je kind weet

We beschermen onze kinderen teveel wordt er nu beweerd. Maar met niemand minder dan Jean-Jacques Rousseau aan haar zijde – Rousseau die mogelijk het beroemdste boek over opvoeding ooit schreef – vind Roovers dat we kinderen wel degelijk moeten beschermen. Rousseau vond dat we kinderen met name in psychologische zin moeten beschermen tegen de slechte invloeden van buiten. Kinderen van nu ontkomen niet meer aan de voortdurende informatiestroom over oorlog, vluchtelingen, crisis en het klimaat. Opvoeders moeten zich afvragen of kinderen in mentaal opzicht wel opgewassen zijn tegen die invloeden. Ouders moeten in de buurt van hun kinderen blijven, een lijntje met ze blijven houden. Als kinderen ergens bang voor zijn, zeggen ze het niet altijd onmiddellijk. Roovers: “Je moet naast je kind blijven lopen. Het nieuws op het journaal is voor kinderen veel moeilijker om te relativeren dan voor volwassenen. Wij weten dat het journaal een selectie weergeeft van wat er in de wereld gebeurt en dat de wereld niet zo slecht is als op het journaal.”

Je houdt een lijntje met je kind maar je hebt ook verantwoordelijkheid. Wat betreft het nieuws op het journaal; je gaat niet bij de pakken neerzitten, je toont moed als het nodig is en je houdt er een optimistisch perspectief in. Dat is je taak als ouder. Waar haal je dat optimisme vandaan in de wereld van vandaag? Een begrijpelijke vraag van Bohlmeijer. Volgens Roovers moet de ouder laten zien dat je altijd enig grip hebt op de wereld waarin je leeft. Je kunt invloed hebben op de manier waarop je in je buurt, je stad, je land samenleeft en hoe je omgaat met het klimaat. Dat is de houding die je als opvoeder moet aannemen. Een kind opvoeden tot individualist in deze individualistische tijd zodat ze zich straks staande kunnen houden vindt Roovers te mager. Je hoort dit veel maar Roovers vindt het mooier om op te voeden met het oog op vernieuwing van de wereld. Volwassenen geven de wereld door aan kinderen, kinderen moeten behalve zichzelf ook die wereld in stand houden. Ze daarvoor iets meegeven vind ze mooier. Je moet tegen het individualisme in gaan en dat betekent niet dat je kinderen leert om in communes te wonen maar dit betekent dat je ze een breder perspectief aanbiedt, breder dan alleen het eigen perspectief.

Opvoeden met een oog op de wereld

Rousseau had een afkeer van de corrupte maatschappij en experts en pleitte voor een zo lang mogelijke onbezorgde kindertijd. Hier zet Roovers iets tegenover. Ze vindt met de filosoof Emmanuel Kant dat kinderen moeten leren denken want aan het eind van de opvoeding moeten kinderen ‘das Weltbeste’ voor ogen hebben. Dit wil niet zeggen dat je de opvoeding ondergeschikt maakt aan een of ander politiek ideaal. Maar toch moet je opvoeden met zowel een oog op het kind als met een oog op de wereld. Anders krijg je kinderen die niet op de wereld zijn voorbereid en krijg je een samenleving die op los zand staat. Bij de filosoof Hannah Arendt gaat het ook om zowel het kind als de wereld. Deze twee kun je niet van elkaar losmaken. Je moet je als ouder juist publiek engageren. Daar moet je in je relatie tot je kind het voortouw in nemen.

Moraal kun je niet afdwingen, zegt Kant, maar je kunt het er wel over hebben. Zo kan moraal zich van binnenuit ontwikkelen. Het gesprek over goed en kwaad moet gevoerd worden en je moet aan kinderen uitleggen wat het is. Op den duur zullen kinderen het goede herkennen en het goede doen. Zo kom je uit op het ideaal van de ‘Bildung’; het mens worden. Zo voed je op zodat je kind kan leven in de toekomst. Een toekomst die we nog niet kennen. Het gaat bij ‘Bildung’ niet zozeer om het aanleren van vaardigheden, dat laatste is ‘Ausbildung’, maar het gaat in de eerste plaats om het aanleren van een oriëntatie-vermogen zodat kinderen weten hoe ze zichzelf kunnen ontwikkelen in de toekomst. Volgens Arendt gaat politiek over het vormgeven van de toekomst en zijn kinderen de mensen van de toekomst. Ze moeten opgevoed worden voor een wereld die er nog niet is.

Rousseau vind dat je kinderen niet zozeer tot burgers moet opvoeden maar eerder dat je ze tot mens moet opvoeden. Het gaat er niet op de eerste plaats om dat je kinderen een ambacht leert, dat kan later ook nog, je moet ze vooral leren leven. Dat voelt misschien wat kaal aan maar samen met het leren denken kom je er volgens Roover uit. Opvoeden is kinderen leren leven, leren om mens worden en leren denken. Zo komen kinderen te weten hoe ze met nieuwe en onbekende dingen om kunnen gaan. Zo leer je ze te leven in een wereld die er nog niet is.

Dit is een fantastisch maar ook haalbaar ideaal. De opvoeder kan zich op deze manier zelfs enige bescheidenheid veroorloven. Zowel de ouder als het kind kennen de toekomst niet. Je bent als volwassene verantwoordelijk voor de wereld waar je nu in leeft maar je bent niet de deskundige van de toekomst. Die bescheiden houding voelt prettig aan.

In haar eigen gezin hanteert Roovers zelf twee regels. De eerste is dat ze met elkaar praten tijdens het eten. De tweede is dat ze geen klagende houding aannemen. Je kunt je bij haar thuis niet zomaar in zijn geheel afkeren van de wereld, van een ander of van een gesprek. Een zeker optimisme is geldig voor alle gezinsleden.

Haar grootste zorg is dat ze haar kinderen niet begrijpt: “Niet begrijpen wat er in je kind omgaat, dat vind ik het moeilijkste.” Roover zal blijven proberen om zo dicht mogelijk in de buurt te komen. Er is veel onbegrip tussen generaties en het is moeilijk om elkaar ten diepste te begrijpen. Vooral het onbegrip dat tot eenzaamheid leidt wens je je kind niet toe. Je kunt dit niet uitsluiten maar je hoopt dat je in de buurt komt van hoe je kinderen iets beleven, hoe ze iets zien.

Als je kinderen krijgt, krijg je er tijd bij

Aandacht hebben voor je kind, weten wat je kind weet, er zoveel mogelijk tijd mee doorbrengen zegt Rousseau en dat betekent dat je tijd mag verliezen. Zolang je kind bent heb je het voorrecht om tijd te verliezen. De mooiste tijd is de tijd waarin niets gebeurt. Hier is Roovers het hartstochtelijk mee eens. Ouders kunnen hier hun voordeel mee doen: “Als je kinderen krijgt dan krijg je er tijd bij, je besteedt uren aan voorlezen, liedjes zingen enz. Als je je hieraan kunt overgeven krijg je iets terug wat je in jaren niet had en wat heel nuttig kan zijn.


Voor meer over het ouders die wel of niet proberen hun kind te begrijpen lees het Zomergasten interview met de schrijfster Griet op de Beeck: Een ode aan de psychotherapie, onder het kopje ‘Gezien worden’.

Voor meer over ‘leren leven’ lees wat psychiater Dirk de Wachter hierover zegt en schrijft: Hoe moet ik leven?

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Opvoedkunde, Persoonlijk en politiek, Psychologie