Tagarchief: schrijftherapie

Congres: Insluiten en uitsluiten

CONGRES VAN MIJN BEROEPSVERENIGING: DE NVRG (De Nederlandse Vereniging van Relatie en Gezinstherapeuten).

Insluiten en uitsluiten was het thema 

Een belangrijk thema in een tijd waarin veel vluchtelingen naar Europa komen die zoeken naar insluiting of aansluiting om hun leven opnieuw op te bouwen. Een belangrijk thema in een tijd waarin steeds meer mensen, ook die niet gevlucht zijn voor oorlog en onderdrukking, buiten de ‘speedboat’ vallen zoals de bekende Belgische psychiater Dirk de Wachter het formuleerde op een vorig congres:

Voorop staan knappe jonge kerels, glinsterend in de zon, met rondborstige blon­dines aan hun gespierde armen. Ze lachen, drinken champagne. De boot racet steeds sneller maar zij kijken niet achterom, naar de mensen die uit de boot vallen: degenen die terecht­komen in de geestelijke gezondheidszorg of zeggen: ik kan niet meer, ik doe niet meer mee.

Een van de sprekers op dit congres was de psychiater Aram Hasan, zelf een vluchteling uit Syrië die vele jaren geleden moest vluchten vanwege zijn mensenrechten-activiteiten en die sinds eind jaren ’90 in Nederland woont. Voor hem is de cirkel van uitsluiting/insluiting rond: hij heeft zich van ‘de ene kant van de tafel’ (die van hulpzoekende) naar ‘de andere kant’ (die van hulpverlener) verplaatst en helpt nu de vluchtelingen die na hem gekomen zijn.

Eigenwaarde en context

Toen Hasan naar Nederland kwam riep Pim Fortuijn nog dat je vluchtelingen ‘streng maar rechtvaardig’ moest behandelen. Het lijkt alsof Hasan het hier mee eens kan zijn. Of de uitsluit/insluit cirkel afgelegd wordt en of je slaagt in het nieuwe land hangt volgens hem voor een groot deel af van je gevoel van eigenwaarde. Je moet er dus zelf iets voor doen om dat ingesloten gevoel te krijgen.

Zijn opmerking over eigenwaarde deed mij denken aan mijn emigratie naar Australië in 1984 als jonge vrouw van 32. Na 12 jaar kwam ik terug naar Nederland. Dat was opnieuw een emigratie.

Emigreren is natuurlijk niet hetzelfde als vluchten maar in de eerste jaren in Australië had ik wel degelijk insluit problemen omdat ik een vreemdeling was. Mijn opleiding als pedagoog werd bijvoorbeeld niet erkend. Op zoek naar insluiting kocht ik in die tijd een komisch boekje met de titel: ‘How to be normal in Australia’, maar ik belandde uiteindelijk na enige omzwervingen aan ‘de ene kant van de tafel’ en wel bij een psychiater. De goede man was toevallig Joods en hij vertelde dat veel psychiaters Joods zijn omdat Joden een geschiedenis van vervolging kennen (een ernstige vorm van uitsluiting). Met dit verhaal hielp hij mij niet direct maar het werd in onze gesprekken wel steeds duidelijker dat ik was geëmigreerd in een fase van mijn leven waarin ik nog niet veel zelfvertrouwen had ontwikkeld als professional.

Zelfvertrouwen is niet hetzelfde als eigenwaarde maar de twee begrippen zijn natuurlijk verwant. Het voelde voor mij als een confrontatie toen de psychiater over mijn zelfvertrouwen begon. Deze confrontatie was ‘hard maar rechtvaardig’. Het was waar; mijn pijn over het uitgesloten zijn van de arbeidsmarkt had niet alleen te maken met mijn status als vreemdeling maar ook met mijn gebrek aan zelfvertrouwen. Ik was namelijk nog maar twee en een half jaar vòòr de emigratie afgestudeerd en had in Nederland nog maar twee jaar werkervaring als professional achter de rug. Om mij duidelijk te kunnen presenteren op deze specifieke arbeidsmarkt in een vreemd land was dat niet voldoende.

Toen ik mij dit bewust werd viel er een ‘slachtoffer’ gevoel van mij af, werd ik sterker en namen de mogelijkheden om mij meer ingesloten te voelen uiteindelijk toe. Een gevoel van eigenwaarde is inderdaad een belangrijk ingrediënt om als vreemdeling het gevoel te krijgen dat je erbij hoort. Daar kan ik over meepraten. En om die eigenwaarde te ontwikkelen moet je zelf iets doen maar heb je ook je omgeving nodig.

Helaas worden vluchtelingen nu in Nederland ernstig tegengewerkt waardoor ze te lang buiten de maatschappij blijven staan. Het langdurige wachten alleen al werkt traumatiserend. De NOS berichtte recent nog over het wachten waar de vluchteling mee geconfronteerd wordt. Een vluchteling:

Je moet eerst wachten op een verblijfsvergunning. Dan moet je wachten op een huis. Daarna mag je pas de taalcursus doen. Wil je dan gaan studeren, moet je eerst nog een schakeljaar doen en na al die jaren wachten kan je dan eindelijk aan je studie beginnen. Dat maakt het zo moeilijk om weer onderdeel te worden van de maatschappij.

Volgens Hasan is naast de eigenwaarde ook de context belangrijk voor een uitsluit/insluit-gevoel. Een moeder met een ‘boerkini’ aan, kan gemakkelijk met haar kinderen mee de zee in om met hen te spelen. Dan is zij ingesloten in haar gezin in de situatie. Maar in gezelschap van een meerderheid van Nederlandse vrouwen die bikini’s dragen zal zij uitgesloten zijn. De context-afhankelijkheid van de begrippen uitsluiten en insluiten worden tijdens de gehele dag op het congres door verschillende sprekers naar voren gebracht.

d1089a0dd1e3f634e034e063dc7a08be1

Eigenwaarde en doorzettingsvermogen heb je nodig om je ingesloten te voelen maar je hebt net zo goed mensen om je heen nodig die je helpen.

Hasan richtte de stichting Psychiaters Zonder Grenzen op.

Behandelen van getraumatiseerde vluchtelingen: vertrouwen en psycho-educatie

Obstakels in therapie met getraumatiseerde vluchtelingen kunnen te maken hebben met vertrouwen, taal, vermijding, schaamte (gezichtsverlies), doelen en verwachtingen van de therapie, de geestelijke en sociale toestand waarin de client zich bevindt, het gebruik van medicatie, bijgeloof, verborgen discriminatie enz. Sommige vluchtelingen denken dat wanneer de hulpverlener/dokter/psychiater geen pillen geeft dat het dan geen goede dokter is.

Aan de hand van een casus illustreert Hassan hoe belangrijk het vertrouwen in de therapeut is en hoe dit voor een doorbraak zorgde. Het ging om een 51-jarige man die uit Irak was gevlucht met zijn vrouw en kinderen en die in Nederland gescheiden was. Deze man kon erg agressief worden en dreigde om zijn ex-vrouw te vermoorden. Het vertrouwen en de doorbraak in de behandeling betekende dat de man zijn levensverhaal begon te vertellen aan de therapeut. De relaties met zijn dochters werden hersteld en hij kreeg begrip voor zijn ex-vrouw.

Volgens Hasan is ook psycho-educatie van groot belang. Je moet uitleggen wat het nut van de behandeling is. Je moet duidelijk uitleggen wat het voor de cliënt kan betekenen als deze over zijn post- traumatische stress heen zal zijn. Hasan heeft hiervoor een filmpje gemaakt. Een van zijn cliënten zei na het zien van dit filmpje dat het zien er van meer invloed op hem had dan een jaar behandeling! Dit maakte mij erg nieuwsgierig maar we kregen het filmpje helaas niet te zien en het is niet te vinden op het internet.

Na vele jaren werken met vluchtelingen komt Hasan tot de conclusie dat diagnostiek en behandeling bij het grootste deel van cliënten uit Oosterse culturen om veel geduld, durf en flexibiliteit vraagt. Het systeem rond de cliënt moet er zoveel mogelijk bij betrokken worden, er moeten duidelijke en haalbare behandeldoelen gesteld worden en de therapie moet begrijpelijk gemaakt worden met psycho-educatie. Emoties, gevoelens en angsten moeten zoveel mogelijk benoemd worden.

Welke methode de therapeut ook gebruikt maakt niet zoveel uit. EMDR, BEPP of NET, ‘Narrrative Exposure Therapy’, waarbij het levensverhaal van de cliënt centraal staat, het maakt niet uit als zowel de cliënt als de therapeut er maar vertrouwen in hebben. Over EMDR denken veel vluchtelingen dat het een soort hypnose is. In de ‘Narrative Exposure Therapy’ heb ik persoonlijk het meest vertrouwen. Eerder schreef ik hier over op dit weblog, al maak ik gebruik van de term schrijftherapie. Tekenen of andere beeldende middelen kunnen ook ingezet worden binnen deze therapie.


Andere sprekers over insluiten en uitsluiten op dit congres: Trudy Dehue en Bill Madsen, en de uitstekende workshop van Monique Hof van Systeemwijs over pesten, komen in een volgend bericht aan de orde. Trudy Dehue sprak over: wat sluit je in en wat sluit je uit als je een wetenschappelijke definitie formuleert. Bill Madsen sprak over ‘mattering’ (er toe doen, ingesloten zijn) en ‘marginalization’ (uitgesloten worden) in gezinnen. Dus; ‘stay tuned!’

Advertenties

3 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychiatrie, Psychotherapie - Trauma, Systeemtherapie

Schrijftherapie bij trauma deel 2

EEN HELEND VERHAAL DRAAGT DE WOND, DE VRAAG EN HET MEDICIJN IN ZICH

Als je iets heel naars hebt meegemaakt wil je het zo snel mogelijk kwijt. Je gooit het daarom zo vlug mogelijk in een kist in je hoofd en probeert vervolgens die kist uit je hoofd te krijgen. Dat lukt niet goed. Soms lukt het om de deksel een tijd op de kist te houden. Vaak springt die open, bijv. als je net in bed ligt. Dat die kist openspringt komt omdat alles zo rommelig in die kist ligt. Je moest het snel kwijt dus had je geen tijd om het netjes neer te leggen. Omdat het er rommelig in ligt drukt het hard tegen de deksel aan en als hij opengaat springt de deksel helemaal open. Tijdens de schrijftherapie doen we de kist voorzichtig een stukje open, bekijken we wat er in ligt en gaan we het netjes neerleggen. Dan springt de kist niet meer zo makkelijk open en als hij een keer opengaat gaat hij maar een klein stukje open en kun je hem met een hand dichtdoen. Je zult merken dat je je veel rustiger en prettiger gaat voelen. We gaan het netjes neerleggen door er samen over te schrijven.

Deze metafoor van de kist vond ik in een artikel van GZ-psycholoog Sacha Lucassen in het tijdschrift Kind en Adolescent in maart 2005: ‘Schrijftherapie voor getraumatiseerde kinderen en adolescenten’. Sinds dat ik dit las ben ik steeds vaker met schrijftherapie bij trauma gaan werken en heb ik deze verder ontwikkeld, ook voor cliënten van boven de 18 jaar. De metafoor van de kist gebruik ik nog steeds om cliënten met een trauma te motiveren voor schrijftherapie.

Tijdens de schrijftherapie zal de cliënt vaker aan de traumatische gebeurtenis denken. Dit is niet prettig maar draagt wel bij aan de verwerking. Je gaat ervaren dat er in de hoeken en gaten van het verhaal zaadjes van kracht en veerkracht zitten en het wordt uiteindelijk een verhaal waar je mee kunt leven in plaats van te moeten overleven.

Drie fasen van de schrijftherapie

Deze fasen komen van Alfred Lange die schrijftherapieën met volwassenen doet.

Fase 1

In de eerste fase confronteert de cliënt zichzelf. H/zij wordt aangemoedigd om vrijuit en gedetailleerd te schrijven over feiten, gedachten en gevoelens die met de traumatische gebeurtenis samenhangen. De meest pijnlijke gedachten en beelden worden niet vermeden.

Fase 2

In de tweede fase vindt er een cognitieve herstructurering plaats al pratend tijdens de zitting: We herdenken en herordenen de vooronderstellingen, attitudes, ideeën, beelden, vermoedens, gedachten en denkstijlen die de cliënt er op na is gaan houden na het trauma. De therapeut kan suggesties doen waarvan hij denkt dat ze zouden kunnen passen bij de cliënt. De herstructureringen, de nieuwe en helpende gedachten worden opgeschreven. Allerlei positieve manieren van omgaan met de traumatische gebeurtenissen worden genoteerd.

Het verhaal wordt met elke sessie rijker. Lees ook het bericht: Therapie is taal, het is samen een rijker verhaal maken. We schrijven totdat het een verhaal is waar je mee kan leven en het trauma niet meer of aanzienlijk minder in de weg zit. Een helend verhaal draagt de wond, de vraag en het medicijn in zich.

De therapie neemt natuurlijk niet weg dat veel onrecht waar het trauma een resultaat van is ook op andere en misschien wel ‘politiek’ actieve manieren voorkomen moet worden. Soms werken cliënten als ervaringsdeskundigen daar na en door hun therapie aan mee.

Fase 1 en fase 2 wisselen elkaar af. Tijdens de sessie herlezen we wat al geschreven is en bedenken we nieuwe en helpende gedachten (fase 2) en schrijven we aan nieuwe delen, voegen we feiten en gebeurtenissen toe (fase 1). Dit alles in een tempo dat bij je past.

Fase 3

Afsluitend verzinnen we een ritueel of schrijf je een brief aan een belangrijke ander om het verhaal waar jij mee verder kunt te delen.  Je schrijft het verhaal voor je zelf maar misschien mogen anderen het lezen. De brief of het ritueel onderstreept het afscheid nemen van het trauma.

Soms hebben we aan het eind een sessie met belangrijke anderen en wordt het verhaal voorgelezen. De anderen luisteren, een beetje alsof ze naar de radio luisteren, waarna ze mogen reageren en vragen mogen stellen. Hierbij kunnen we gebruik maken van de zogenaamde ‘Outsider Witness’ vragen van Michael White. Door deze gestructureerde vorm van luisteren en vragen stellen wordt gezorgd dat het veilig blijft om het verhaal te delen; er wordt niet geoordeeld en er ontstaat ruimte voor verbinding en troost.

‘Outsider Witness’ vragen zijn bijvoorbeeld: Wat trekt je aandacht in één zin of in één woord. Wat trekt letterlijk de aandacht, dus los van de interpretatie? Wat denk je dat belangrijk is of van waarde is voor de verteller? Komt er een metafoor, een beeld bij je op? Raakt het verhaal van de verteller aan een eigen ervaring? Kom je bij het luisteren van het verhaal op nieuwe ideeën? Krijg je nieuwe voornemens?

Hoe gaat het verder in zijn werk?

Levensgrafiek

Levensgrafiek

Meestal is het verhaal in de ik-vorm. Bij het schrijven kunnen we gebruik maken van de levensgrafiek. We kunnen samen een titel bedenken. Tijdens de sessie bedenken we samen de eerste zinnen van het verhaal en schrijf jij ze op. Later werk je dit thuis op de computer uit. Zo zet je de zaken nog eens extra op een rij en kun je er nog iets aan veranderen. Wat je hebt uitgewerkt kan tijdens een volgende sessie nog eens voorgelezen worden, je luistert en beleeft en ontwikkelt nog meer meta-cognities, gedachten en wetenswaardigheden over het trauma. Je komt er steeds meer boven te staan.

De opbouw van het verhaal kan zijn; een korte inleiding, de beschrijving van het trauma, de feiten, de gevoelens, de gedachten, zeker wat het pijnlijkste deel van het trauma betreft. Waar je in je gedachten/dromen steeds naar terugkeert zijn vaak de pijnlijkste delen, de piek-ervaringen. We schrijven op wie naast de dader en het slachtoffer, de andere figuren in het trauma waren.

We schrijven ook op wat er na het trauma gebeurde, wat het trauma voor jou betekende en hoe je nu kunt omgaan met het trauma als je er aan herinnerd wordt.

We spelen rechtbank en bedenken een straf voor de dader. De straf wordt beschreven. De verantwoordelijkheid moet gelegd worden daar waar die hoort. Pas dan ben je vrij van het trauma.

Het idee over jezelf veranderde door het trauma. Het idee dat je had over jezelf voor het trauma is aan diggelen geslagen. We gaan op zoek naar de verbinding met gevoelens, waarden, overtuigingen, ideeën die bij je hoorden vòòr het trauma en die nu bij je horen.

Herstructurering en verbeeldingskracht in plaats van te moeten ontsnappen

Terwijl je schrijft onderzoeken we je gedachten op hun houdbaarheid en dagen we ze uit. Wat had je willen doen op dat moment?

Als er een absolute macht op je wordt uitgeoefend is er geen ruimte in de geest voor een eigen wil of een actieve vorm van denken. Het kan zijn dat iemand tijdens het trauma in zijn hoofd is ontsnapt door alsmaar te zeggen: ik wil hier niet zijn, ik wil hier weg, laat dit ophouden. Dit ontsnappen is wat men in de psychologie dissociatie noemt. Het is een slimme manier van overleven als je in een situatie bent waar je geen kant meer op kunt. Het ontsnappen zorgt er voor dat de naarste herinneringen vaag zijn gebleven. Als je herinnerd wordt aan het trauma zul je steeds weer willen ontsnappen maar dat hoeft na de therapie niet meer. De ruimte voor de eigen wil en een actieve vorm van denken is opgeëist.

Samenhangend schrijven draagt bij aan de gezondheid

Door het trauma is het levensverhaal verstoord. Grof geweld, mensen die willekeurig sterven, mishandeling, misbruik, het zijn ervaringen die het moeilijk maken om te blijven geloven in de goedheid van mensen of een rechtvaardige wereld. Naast het verwerken van het leed, plaatst zo’n ervaring vraagtekens bij de basale uitgangspunten van je levensverhaal. Wat klopt er eigenlijk nog van waarden die voor mij belangrijk waren voor dit gebeurde? Dat maakt het moeilijk om over zulke ervaringen te vertellen, want hoe vertel je het? Welke woorden kunnen het gebeurde uitdrukken als je het zelf niet meer begrijpt?

Mensen die getraumatiseerd zijn vertellen hun verhaal daarover vaak in flarden, onsamenhangend, dan weer los van het gevoel en dan ineens weer overspoeld van gevoel, er zit geen lijn in. Het terugvinden van die lijn, betekenis verlenen aan je ervaringen, is moeilijk. Er kan angst zijn om overspoeld te raken bij het terugdenken. Er kan angst zijn dat het verhaal te zwaar zal zijn voor de ander als je erover spreekt.

Woorden geven aan wat er is gebeurd is echter een kritisch onderdeel van het helingsproces. Hier helpt schrijftherapie bij. Het lijden houdt op lijden te zijn zodra we er een duidelijk beeld van hebben. In verschillende onderzoeken is gevonden dat het schrijven een positief effect heeft op de psychische én de lichamelijke gezondheid. Ook zijn er relaties gevonden met het verbeteren van het functioneren van het immuunsysteem. Naast het schrijven over het trauma werkt ook het schrijven over een voorgestelde gewenste toekomst, helend.

Meer over schrijftherapie met o.a. vluchtelingen in een vorig bericht: Schrijftherapie bij trauma 

Hoe vaak er aan het trauma voorbijgegaan wordt binnen de hulpverlening en hoe kwalijk dit is schreef ik over in dit bericht: Het onderliggende trauma wordt niet behandeld.

 

5 reacties

Opgeslagen onder Psychotherapie - Trauma

Het belangrijkste is om baas te worden over je eigen verhaal

Dit zegt de Rotterdamse priester Remy Jacobs in een interview met Lex Bohlmeijer in De Correspondent. Jacobs heeft een theatervoorstelling gemaakt over zijn trauma. Hij is tussen zijn tiende en zijn vijftiende seksueel misbruikt in de Katholieke kerk. Het stuk heet: Als ik de liefde niet heb.

Zie hier het artikel in de Correspondent en beluister de podcast.

Een voorstelling als deze kan denk ik gezien worden als een bijzonder mooie uitkomst van narratieve therapie en van schrijftherapie bij trauma. Eerder op dit blog over narratieve therapie: hier en hier. In de narratieve therapie werk je van ‘dunne, arme verhalen naar dikke, rijke verhalen‘.

Jacobs: “Ik ben de baas van mijn verhaal en niet de mannen die mij dit hebben aangedaan of degenen die toekeken”. Hij kan het verhaal nu vastpakken en het zelf aan of uitzetten.

Hij heeft een vorm gevonden samen met de theatermaakster Marjolein van Heemstra. “Vind maar eens mensen die je helpen om je verhaal goed te kunnen vertellen”, zegt hij. En dat is nu precies wat ook in een goede narratieve therapie gebeurt.

Een schadevergoeding wegens het misbruik vond Jacobs niet genoeg: “Er is iets in het systeem dat niet klopt. Waarom is er zo lang over gezwegen? Waarom doen we zo lang aan ‘damage-control’? Hij wilde niet alleen dat de kerk het zwijgen doorbrak, hij wilde ook zijn eigen zwijgen doorbreken. Steun en heling is wat je nodig hebt. En je kunt wonden alleen genezen als je ze ziet en als je kunt luisteren naar die wonden.

Hij verdwaalt af en toe in zijn verhaal en dat is volgens hem een ervaring die bij het leven hoort. Door te verdwalen kom je op zinnen zoals “om de liefde te krijgen moet je langs de liefdeloosheid”.

 

1 reactie

Opgeslagen onder Psychotherapie - Trauma

Een patroon van geweld tegen vrouwen

Therapie is taal maar feminisme is ook taal. Althans dat heb ik begrepen uit het artikel in de Correspondent van Lynn Berger dat gaat over twee essay-bundels die het debat over het feminisme proberen open te breken.

Volgens de Amerikaanse schrijfsters van deze essays is de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen op een fundamenteel niveau nijpend en dan hebben ze het over het geweld tegen vrouwen. Ook in Nederland is geweld tegen vrouwen nog lang niet uitgebannen. Minister Bussemaker stelt in haar emancipatie-nota dat 39 procent van alle Nederlandse vrouwen ooit slachtoffer is geweest van seksueel geweld, en dat 84 procent van de meisjes tussen 15-25 jaar te maken heeft gehad met ‘seksueel grensoverschrijdend gedrag.

In dit blog aandacht hiervoor omdat ik nogal wat meisjes en vrouwen in therapie krijg die geweld van jongens en mannen proberen te verwerken. Taal helpt daarbij. Ik maak gebruik van schrijftherapie en narratieve therapie en ben regelmatig getuige van de strijd die vrouwen hebben om woorden te geven aan hun ervaringen.

Therapie is taal maar therapie is ook verbinden en daar gaat het bij de schrijfsters van deze essays ook om. Het geweld tegen vrouwen wordt nog steeds afgedaan als een individuele aangelegenheid en daar zijn zij het niet mee eens. Er is sprake van een patroon.


53ee1d29d7af70258964694

Untitled (Performance documentation at San Diego/Tijuana border) 2012, van kunstenares Ana Teresa Fernandes (Courtesy: Gallery Wendi Norris)

Een van de schrijfsters, Rebecca Solnit, bracht in 2008 in haar bundel; ‘Men Explain Things To Me’, een nieuw woord in omloop: ‘mansplaining’. Het woord ‘mansplaining’ omschrijft de neiging van (sommige) mannen om dingen aan vrouwen uit te leggen waarvan die vrouwen vaak zelf veel meer verstand hebben.

Er is bij mijn weten nog geen Nederlandse vertaling van ‘mansplaining’ dus gebruik ik in mijn gesprekken voorlopig maar het Engelse woord.

Solnit maakt bezwaar tegen de vele feministische teksten waarin het feminisme als een individuele aangelegenheid wordt voorgesteld. In deze teksten is men erop gericht dat vrouwen ‘de top’ moeten bereiken, of in elk geval een succesvolle carrière moeten op bouwen. Als hen dit niet lukt is hebben de vrouwen volgens deze teksten een persoonlijke probleem. Zo denkt ook de nieuwe hoofdredacteur Irene de Bel van het Nederlandse blad Opzij er over aldus het artikel in de Correspondent.

Het is natuurlijk belangrijk dat vrouwen financieel onafhankelijk zijn zodat ze door kunnen als hun huwelijk op de klippen loopt of als het inkomen van hun partner wegvalt. Er is in de Europese Unie nog steeds een verschil van 20 procent in de gemiddelde inkomens van werkende mannen en vrouwen. Economische ongelijkheid draagt denk ik bij aan een gunstig klimaat voor geweld tegen vrouwen.

Het is goed om het over arbeidsparticipatie te hebben, stellen de twee schrijfsters, maar op een veel basaler niveau is de ongelijkheid tussen man en vrouw stukken nijpender. En dan bedoelen ze het geweld tegen vrouwen waarbij de taal tekortschiet. Ik denk persoonlijk dat het er niet om gaat welk onderwerp het meest basaal is; het geweld tegen vrouwen of de economische ongelijkheid, omdat beide onderwerpen met elkaar te maken hebben. Het is een kip of ei kwestie.

Solnit schrijft in haar essay; ‘The longest war’, over een patroon van geweld tegen vrouwen dat breed en diep en afschuwelijk is en waar continu aan voorbij wordt gegaan. Geweld kent geen ras, klas, religie, of nationaliteit, maar het heeft wel een sekse – en daar moeten we het over hebben, schrijft ze.

Natuurlijk zijn er ook gewelddadige vrouwen; en natuurlijk zijn er ook ontzettend veel mannen die nooit een vrouw geweld aan zullen doen. Maar wie geweld door mannen tegen vrouwen als een individuele aangelegenheid blijft zien, als een reeks uitzonderingen en incidenten, die heeft een bord voor z’n kop.

We have dots so close they’re spatters melting into a stain, but hardly anyone connects them, or names that stain.

Solnit komt met haast ongelooflijke statistieken. In de Verenigde Staten wordt elke 6,2 minuten een verkrachting gerapporteerd en slaat elke 9 seconden een man zijn vrouw. Wereldwijd lopen vrouwen tussen de 15 en 44 jaar een grotere kans om te sterven of verminkt te raken door een gewelddadige man dan door kanker, malaria, oorlog en verkeersongelukken bij elkaar.

We hebben nieuwe woorden nodig, zegt ze, om de werkelijkheid goed te kunnen zien en zolang we die woorden niet hebben, dan toch in elk geval schrijvers – feministen – die hun best doen er bij in de buurt te komen.

Het onzorgvuldige taalgebruik van seksueel geweld

Roxanne Gay is zo’n schrijfster. Zij is professor in de Engelse taal en schrijft over tekenen van geweld en onderdrukking in de populaire cultuur. Dit is bij uitstek de plaats waar de normen en waarden van de maatschappij worden overgedragen. De populaire cultuur die Gay bespreekt wordt ook in Nederland volop geconsumeerd.

Ze schrijft over een zanger als Robin Thicke, die in het nummer ‘Blurred Lines’ zingt dat hij precies weet wat een vrouw wil, beter dan die vrouw zelf. Ze schrijft over het succes van boeken als ‘Fifty Shades of Grey’, waarin een jonge vrouw zich opoffert om haar bezitterige controlfreak van een man te behagen.

Net als Solnit schrijft Gay over seksueel geweld – iets waarvan zij zelf, op haar twaalfde, slachtoffer is geweest, zoals ze vertelt in het pijnlijke en openhartige essay ‘What We Hunger For.’ Ze schrijft over wetgevers in Texas, Ohio en North Carolina die, vorig jaar nog, probeerden te beperken waar en wanneer vrouwen een abortus kunnen krijgen, en die opnieuw wilden definiëren wat een foetus is. Er schemert een soort ongeloof door haar essays: ongeloof dat ze dit, anno 2014, nog moet zeggen, maar dat vrouwen toch echt zelf zouden moeten kunnen bepalen wat er met hun lichaam gebeurt.

In; ‘The careless language of sexual violence’, analyseert Gay de woordkeuze in een New York Times-artikel over een meisje van elf in Cleveland, Texas, dat door achttien jonge mannen werd verkracht. Het artikel richtte zich vooral op de gevolgen hiervan voor de gemeenschap waar de mannen en het meisje vandaan kwamen, ‘as if the victim in question were the town itself.’ Het meisje zelf kwam nauwelijks aan bod – behalve toen werd opgemerkt dat ze zich ‘kleedde alsof ze twintig was.’ Het haast vergoelijkende taalgebruik in dat artikel ziet zij als symptomatisch voor een cultuur die ‘doordrenkt is’ van het idee ‘dat mannelijke agressie en geweld jegens vrouwen acceptabel en vaak zelfs onvermijdelijk is.’ We hebben het over verkrachting, schrijft ze, ‘but we carefully don’t talk about rape.’

Zowel Solnit als Gay betogen dat het feminisme geen individuele aangelegenheid is, maar iets wat op de helft van de wereldbevolking betrekking heeft (en eigenlijk ook op de andere helft). Wereldwijd gaat de ongelijkheid tussen man en vrouw nog altijd veel verder dan ongelijkheid op de werkvloer. De manier waarop dat zich uit blijft vaak onzichtbaar – mede omdat onze taal niet specifiek genoeg is, of zelfs misleidend. Gay en Solnit zouden graag over andere dingen schrijven, maar dit vergt volgens hen nu de aandacht.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie

Therapie is taal; het is samen een rijker verhaal maken

Samen een coherent en flexibel verhaal maken waarin meerdere en tegengestelde perspectieven mogen bestaan is een rijker verhaal en kan gezinsleden helpen bij het geven van betekenis aan pijnlijke ervaringen. Het kan helpen bij het reguleren van emoties, bij het vormen van relaties en bij het ervaren van regie over het eigen leven.

Dit is de narratieve systeemtherapie waarmee ik in aanraking kwam via mijn docent en supervisor Robert van Hennik.

Hieronder een samenvatting van een artikel uit Jaargang 23 nummer 2 van het tijdschrift Systeemtherapie van juni 2011 van Robert van Hennik: ‘Verder vertellen’. Hij komt daarin ondermeer met twee modellen die bij het ‘samen verhaal maken’ voor een therapeut behulpzaam kunnen zijn. 

Beeldtaal

Onder taal valt ook beeldtaal. We leven in een beeldcultuur. We kunnen gevangen worden in een beeld. Volgens de schrijver Gabriel Marquez is het zelfs bijna onmogelijk om niet te worden wie ànderen denken dat je bent, om niet te voldoen het beeld dat anderen van je hebben. Een interessante denkoefening wat betreft ‘het gevangen zitten in een beeld’, biedt het beantwoorden van de volgende vraag: “Zou je een herinnering aan jou in het geheugen van een ander willen verwijderen?” Uit: het Vergeetboek van Draaisma.

Wij vormen beelden en beelden vormen ons. Wij ontlenen onze identiteit aan beelden over ons die in onszelf of bij anderen bestaan. Die identiteit (zelfbeeld) bepaalt voor een groot deel onze kansen in relaties en de erkenning die we van anderen krijgen. Van Hennik wil het hebben over samen ‘beeldvormend’ een verhaal maken. De verteller en de luisteraar scheppen samen beelden die  ervaringen omvatten en tegelijkertijd beïnvloeden.

Vertellen in gezinstherapie

Een man kijkt zijn vrouw verbaasd aan. “Ik wist niet dat je daar nog steeds mee zat”… Wanneer het stilvalt wordt het spannend. Wij wachten op woorden … helpen gezinsleden om tot een verhaal te komen over ervaringen die nog niet in taal uitgedrukt zijn.

“Niet verder vertellen”, zegt een meisje van acht indringend tegen haar moeder in gezinstherapie. Moeder, dochter en therapeut kijken elkaar aan. De uitspraak van het meisje confronteert de therapeut met de vraag of verder vertellen goed is en wie daar op dit ogenblik over gaat. Therapie heeft onbedoeld iets dwingends. Je kunt bijna niet, niet vertellen. Het verhaal gaat…

Het is niet de vraag òf we verder vertellen maar hoe wij samen een verhaal maken dat gezinsleden willen delen en dat hen verder helpt. Hoe voer je een dialoog waarin pijnlijke verhalen gedeeld en gereguleerd worden? Hoe maak je samen een beeldvormend verhaal dat recht doet aan de waarden van de verschillende gezinsleden?

Eerst kijken we naar hoe verhalen in verschillende tradities van systeemtherapie worden gebruikt. Daarna komt aan de orde hoe een gedeeld verhaal een beschermende en helende werking kan hebben. Verder blijkt dat in het proces van samen verhaal maken, vooral het verhalend vermogen, de verteltrant en de vorm van het verhaal centraal staan.

Van Hennik ontwierp twee modellen die kunnen helpen om de aandacht van de therapeut te richten op de verteltrant en vorm van het verhaal.

Verschillende manieren van werken met gezinsverhalen binnen de systeemtherapie

– Minuchin (1983) spreekt van gezinsmythes. Volgens de mythes behoren gezinsleden zich op een bepaalde manier te gedragen binnen dit gezin. Zo’n gezinsmythe zou kunnen zijn ‘iedereen behoort zijn eigen problemen op te kunnen lossen’.

– Byng-Hall (1995) komt met de familiescripts die over generaties heen in verhalen en ervaringen worden doorgegeven. Het script is door de gezinsleden geïnternaliseerd en leidt tot verwachtingen en voorspellingen van elkaars gedrag. In de familieverhalen gaat het niet zozeer om de inhoud maar om de vorm en de verteltrant want die zeggen iets over de manier waarop de gezinsleden gehecht zijn.

Een verhaal waaruit veilige gezinsgehechtheid blijkt, is een overwegend coherent verhaal over gebeurtenissen waarin zowel zintuigelijke als betekenis-gevende responsen te herkennen zijn en waarin soms tegenstrijdige aspecten van een ervaring geïntegreerd zijn tot een geheel.

Bij een onveilige, vermijdende gehechtheid zijn de verhalen incoherent, rigide of onsamenhangend. Gebeurtenissen worden geïdealiseerd of gediskwalificeerd. Betekenis-gevende responsen overheersen. Persoon, gebeurtenis en emotie lijken van elkaar los te staan.

Bij een onveilige, ambivalent-gepreoccupeerde gehechtheid zijn de verhalen eveneens incoherent, rigide of onsamenhangend. Er zijn sterke gevoelens over onrecht, over hoe het eigenlijk zou moeten zijn. Zintuigelijke responsen overheersen. Persoon, gebeurtenis en emotie lijken samen te vallen.

– In meerdere tradities binnen de systeemtherapie bestaat er bijzondere aandacht voor het gebruik van de metafoor als verhaal. De metafoor past zo goed in het systeemdenken omdat het een niet-linaire (niet oorzaak-gevolg) beschrijving betreft, die op meerdere manieren te interpreteren is, waar geen waarheidsclaim op rust. Metaforen geven een compleet beeld waarin verschillende feiten en gebeurtenissen in samenhang tot elkaar gezien kunnen worden.

– De narratieve benadering (White 2007) gaat een stap verder en ziet het verhaal niet als een weergave van de werkelijkheid maar als een creatie van de werkelijkheid. Verhalen scheppen onze werkelijkheid. Wij leven onze verhalen.

De verhalen waarmee wij leven omvatten lang niet al onze levenservaringen. Aan de meeste van onze levenservaringen wordt niet actief betekenis gegeven en er zijn veel niet verhaalde ervaringen.

We identificeren ons met verhalen afhankelijk van de respons die er op volgt. Of een ervaring wel of niet verhaald wordt, wel of niet een respons krijgt hangt af van normerende, maatschappelijk en cultureel bepaalde opvattingen. In het therapeutisch ‘verhalen maken’ gaat het om bewuste beeldvorming binnen een sociale en culturele context. De narratieve therapie is met recht een systeemtherapie; niet alleen het systeem rond de client maar ook het bredere systeem van de maatschappij en haar geschiedenis worden meegenomen in de therapie.

Een narratief therapeut laat in het gesprek ruimte ontstaan voor nog niet vertelde verhalen die recht doen aan levenservaringen die gewaardeerd worden door het cliëntsysteem en die uitdrukking geven aan een identiteit die de voorkeur heeft van de cliënt en helpt om een erkennende sociale respons te organiseren bij degenen die het cliëntsysteem omringen. De therapeut laat ruimte ontstaan voor een voorkeursverhaal waardoor het probleem-verzadigde verhaal naar de achtergrond verdwijnt. Zie ook hier op iets andere wijze hetzelfde verwoord: Van ‘dunne’ verhalen naar ‘dikke’ verhalen.

Gezinsverhalen schrijven iets voor; er liggen verwachtingen in besloten ten aanzien van hoe je met elkaar omgaat, hoe je dingen beleeft en in hoeverre, waarvoor  en voor wie je beschikbaar bent. Gezinsverhalen ontstaan in een dialoog, hebben een inhoud, een vorm en een structuur. Dit alles is van invloed op de mate waarin er met een verhaal uitdrukking gegeven kan worden aan persoonlijke ervaringen.

Beschermende verhalen: narratieve ‘holding’

Het ‘samen verhaal maken’ kan ons helpen terwijl het tegelijkertijd pijn kan doen. Vandaar de aandacht voor narratieve ‘holding’. ‘Holding’ in de betekenis van invoelend opvangen. Een kind wordt invoelend opgevangen door zijn moeder met haar weergave van zijn ervaringen ook al waren die ervaringen gefragmenteerd.

De therapeut die narratieve ‘holding’ beoogt, let op het vertellend vermogen, de verteltrant en de vorm van het verhaal met als doel dat er in samenspraak nieuwe betekenissen worden ontwikkeld.

Een gedeeld, coherent en voldoende flexibel verhaal heeft een beschermende en helende uitwerking wanneer mensen zich geconfronteerd zien door ingrijpende ervaringen. Iemand die meervoudige versies van zichzelf in zichzelf verhaald heeft, beschikt over meer veerkracht in reactie op stress en trauma. Het toegankelijk maken, verrijken en delen van levensverhalen stelt mensen in staat om, ondanks de invloed van trauma’s, eigen regie te herkennen en daarmee te leven.

Voordat iemand kan beschikken over beschermende verhalen moet hij eerst vermogen hebben om over ervaringen te verhalen/vertellen. Om in therapie het verhalend vermogen te bevorderen kan het helpen om te weten hoe ervaringen in het geheugen worden opgeslagen.

Het geheugen

Ervaringen worden afhankelijk van de ontwikkelingsfase van een kind in verschillende geheugensystemen opgeslagen. Onderscheiden worden het impliciete en het expliciete geheugen.

In het impliciete geheugen worden repeterende stimuli  als zintuigelijke (geuren bijvoorbeeld) belevingen voor-bewust en pre-verbaal opgeslagen.

In het expliciete geheugen wordt informatie bewust en verbaal opgeslagen. Het expliciete geheugen wordt ingedeeld in 1. het verhalende geheugensysteem waarin betekenissen toegekend worden; 2. het episodisch geheugensysteem, waarin meerdere betekenissen met elkaar verbonden worden en er een verhaal ontstaat en; 3. het integratieve geheugensysteem waarin er op deze verhalen gereflecteerd kan worden.

Mensen die een ernstig trauma hebben meegemaakt slaan informatie daarover vaak gefragmenteerd op. Bij het vertellen hierover kunnen voor-bewuste zintuigelijke herbelevingen geactiveerd worden (uit het impliciet geheugen) of kunnen juist de betekenis gevende responsen (uit het expliciet geheugen) gaan domineren. Hierdoor ontstaat er geen geïntegreerd verhaal waarin de verteller ervaringen heeft geordend en waarmee hij zich identificeren kan.

Het is voor kinderen een opgave om impliciet opgeslagen informatie te verbinden met betekenissen die in interacties ontstaan en te leren schakelen tussen binnenwereld en buitenwereld. Getraumatiseerde kinderen kunnen dit vaak niet. Er is een tussenruimte denkbaar. Winnicot (1971) spreekt van een bemiddelende tussenruimte met elementen uit de binnen- en buitenwereld die een kind met fantasiespel betreedt. Zo worden groei en ontwikkeling mogelijk.

Een metafoor kan net zoals fantasiespel fungeren als een intermediair tussen de logische taal van het rationale denken en de analoge taal van de emoties en verbeelding. Smith (2005) laat kinderen met oorlogstrauma’s verhalen maken waarin werkelijkheid en fantasie opzettelijk door elkaar lopen. Ze lezen die verhalen voor aan hun ouders. Het actief helpen schakelen tussen fantasie en realiteit en tussen beleving en vertelling is hierbij essentieel.

In dialoog is men bezig om de taal van het innerlijk leven dat door trauma’s onvoldoende is ontwikkeld of gefragmenteerd is geraakt te herstellen.

Twee modellen die hierbij helpen: Het model voor het integrerend (tot een geheel samenvoegend) verhalen/vertellen en het model voor kalme chaos, verbinding en regie.

Model 1:  Integrerend verhalen

integrerend verhalen

Het model heeft de vorm van een trap. We kunnen bij het samen verhaal maken treden op de trap naar boven en beneden nemen. De treden lopen van beleven (onderaan de trap) tot aan begrijpen of reflecteren op afstand (bovenaan de trap). Tussen de onderste drie treden en de bovenste drie treden is er de trede van de fantasie en de metafoor: de trede die de schakel vormt tussen het uitdrukken van de beleving en het geven van betekenis aan de beleving.

Een verhaal waarin de betekenis-gevende responsen overheersen is te verrijken door te bewegen van begrijpen naar beleven, van boven naar beneden op de trap, via de tussenruimte van de fantasie en de metaforen en te vragen naar belevingen en gemoedstoestanden en naar zintuigelijke responsen.

Een samenhangend en flexibel verhaal met zowel zintuigelijke als betekenis-gevende responsen is te verrijken door een stapje naar boven te doen op de trap en uit te nodigen tot reflectie, waarmee bijstelling en meerdere perspectieven mogelijk worden.

 Model 2:  Kalme chaos, verbinding en regie

Van Hennik noemt dit model ‘kalme chaos’ omdat hij een beetje chaos ziet als een voorwaarde voor het kunnen reflecteren op een vertrouwd geworden, probleem verzadigd verhaal. De therapie vraagt aan de verteller om een beetje buiten de orde van het bestaande verhaal te treden. Wanneer mensen stress ervaren, vernauwt de blik, houden ze vast aan zekerheden en neemt het reflectieve vermogen af.

kalme chaos

Aan de uiteinden van de groene lijnen in het model bevinden zich de extreme eigenschappen die verhalen kunnen hebben. Op lijn A (betrokkenheid), van teveel betrokkenheid naar te weinig betrokkenheid in het verhaal. Op lijn B (ordening): van teveel ordening, een rigide verhaal dat domineert naar te weinig ordening, een onsamenhangend chaotisch verhaal. Op lijn C (emotie-regulatie) van teveel emotie naar geen emotie in het verhaal. Op lijn D (regie): van teveel regie, een vervreemdend, objectiverend verhaal waarin mensen of dingen geïsoleerd van de context beschreven worden naar te weinig regie, een verhaal waarin iemand zichzelf beschrijft als willoos overgeleverd aan de omstandigheden, als ‘dust in the wind’. Dit model helpt de therapeut om de verhalen te herkennen waarmee het gezin niet tot samenspraak komt.

Van Hennik spreekt liever niet van interventies maar van uitnodigingen om tot samenspraak te komen. Uitnodigingen kunnen worden afgeslagen en uitnodigen vraagt om afstemming. Hoe kunnen gezinsleden zeggen wat zij willen zeggen zonder het contact te verliezen met elkaar?

Uitnodigingen

Hieronder volgen enkele mogelijke therapeutische uitnodigingen. In het model ‘kalme chaos’: terug te vinden in de oranje gekleurde cirkeltjes.

1. Leden van het gezin uitnodigen om een persoonlijke respons te geven op elkaars verhalen. Uitnodigen om samen een creatieve opdracht te doen om tot samenspraak te komen.

2. Uitnodigen tot bijvoorbeeld ‘outsider witness’ reflecties, een typische narratieve techniek. Hiermee kunnen de grenzen tussen gezinsleden gemarkeerd worden. Bij een teveel aan betrokkenheid en een uniform verhaal kan dit leiden tot hervertellingen waarin er binnen de gezamenlijkheid ook verschillen kunnen bestaan.

In ‘outsider witness’ reflecties wordt een gezinslid door de therapeut geïnterviewd en de anderen wordt gevraagd te luisteren vanuit een getuigen-positie. Daarna wordt aan de getuigen gevraagd om niet oordelend te reageren en vragen te beantwoorden zoals: Welk woord trok jouw aandacht, komt er een metafoor in jou op, raakt het aan een eigen ervaring, hoor je iets nieuws, waartoe zet het je aan?

3. Uitnodigen om verbanden te ontdekken, vragen naar overeenstemming in de verschillende verhalen en helpen met thematiseren.

4. Uitnodigen om de aandacht te richten op andere dan probleem-verzadigde verhalen.

5. Uitnodigen om te kalmeren en te mentaliseren.

6. Uitnodigen om uitdrukking te geven aan gevoelens in geuren en kleuren of door ze uit te beelden.

7. Uitnodigen om de relatie met de context te herstellen door bijvoorbeeld circulaire vragen te stellen. Een circulaire vraag is bijvoorbeeld: Wat zou jouw grootvader zeggen als hij in jouw plaats zou staan? Of uitnodigen om te verhalen over de invloed van algemeen aanvaarde opvattingen: Wat heb je geleerd hierover te denken?

8. Uitnodigen om ik-boodschappen te geven en de aandacht te richten op het effect daarvan.

Tot slot enkele vormen van verhalen

Met de twee modellen in gedachten probeert van Hennik om een context te scheppen waarin het gezin een ander gesprek voert dan ze thuis gewend zijn opdat er in samenspraak betekenis ontwikkeld wordt, in het licht van de vele levenservaringen. Van elke sessie maakt hij een verslag in verhaalvorm dat hij de volgende keer voorleest aan de gezinsleden. Na verloop van tijd worden deze verhalen samengevat.

Van Hennik vindt het belangrijk dat verhalen vastgelegd worden. Woorden op papier of film verdwijnen niet en kunnen zo blijvend getuigen van gewenste ontwikkelingen.

Drie vormen van verhalen zijn: parallelverhalen, voorkeurverhalen en het samen tekenen van een levenslijn.

Parallelverhalen zijn vertellingen waarin een opeenvolging van gebeurtenissen overeenkomt met een werkelijke opeenvolging van gebeurtenissen maar uitgedrukt in een symbolische vorm. De samenhang tussen de ‘werkelijke’ en de gesymboliseerde wereld is voor meerdere interpretaties vatbaar. Binnen het parallelverhaal zoeken de gezinsleden naar voortgang en oplossingen. Het is een speelse manier van werken waarbij de intuïtie en het meegaan in het moment een rol spelen. De kunst van deze therapie is om te spelen zoals kinderen doen wanneer ze zich in een veilige omgeving bevinden.

Voorkeurverhalen  zijn verhalen waarin een gewenst beeld wordt gevormd. In een dergelijk nieuw en verrijkt verhaal ontstaat er een groter repertoire van betekenissen waarmee een diversiteit van ervaringen begrepen kan worden. Unieke uitkomsten, niet verhaalde ervaringen worden aan elkaar geregen tot een nieuw meerstemmig verhaal met nieuwe conclusies over identiteit en relaties.

Bij het tekenen van een levenslijn tekenen ouders en kinderen samen hun familiegeschiedenis. Op de bovenste lijn worden de feitelijke gebeurtenissen chronologisch opgeschreven. Daaronder heeft ieder gezinslid een eigen belevingslijn. Gezinsleden tekenen of schrijven iets waarmee zij uitdrukking geven aan hun gevoel. Zo ontstaat er een verhaal waarin de loop der gebeurtenissen overeenkomen en waarin er differentiatie mag bestaan in de beleving van die gebeurtenissen door verschillende gezinsleden.

Een eerdere blogpost over narratieve therapie hier

8 reacties

Opgeslagen onder Psychotherapie, Systeemtherapie

Schrijftherapie bij trauma

Tot de EMDR-methode (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) die bij de behandeling van trauma de laatste jaren in de mode is, voel ik mij niet aangetrokken. Het is mij teveel een techniek.

Met een tikgeluid of een van links naar rechts heen en weer bewegende hand, wordt de aandacht van de cliënt afgeleid terwijl deze de pijnlijke onderdelen van zijn verhaal vertelt. Het idee is dat de afwisselende prikkeling van de linker en de rechter hersenhelft, de verwerking van de pijnlijke ervaring stimuleert.

Ik werk liever met schrijftherapie en zie goede en blijvende resultaten. Ook als de traumatische gebeurtenis lang geleden gebeurd, chronisch of ernstig is. De meeste therapieën gaan over mishandeling, misbruik en/of ernstige emotionele verwaarlozing. Voor zowel mij als voor de cliënt is de schrijftherapie een natuurlijke manier van werken. In de schrijftherapie werken we samen. Het verhaal groeit – wordt rijker – totdat het aan het eind een verhaal is waar de cliënt mee kan leven en mee verder kan.

Al schrijvend – zowel tijdens de therapie als thuis – wordt net als bij EMDR ook aan ‘re-processing’ gedaan. Er is tijd, ruimte en aandacht voor de gevoelens die worden opgeroepen. Al vertellend, schrijvend en luisterend – de therapeut leest soms delen van het verhaal voor – komen er nieuwe cognities op gang en wordt de negatieve werking van het trauma in het heden steeds minder actueel. De cliënt komt bijna als vanzelf en in zijn eigen tempo toe aan nieuw gedrag in situaties die voorheen stressvol en traumatisch waren.

Een belangrijk en laatste onderdeel van de schrijftherapie is het delen van het verhaal met anderen. Dit kan in de vorm van een ritueel of een brief. Het afscheid nemen van het trauma wordt hiermee onderstreept.

Onlangs kreeg ik nieuwe inspiratie voor de schrijftherapie door twee narratief therapeuten: Gerrilyn Smith en Kaethe Weingarten. Smith heeft gewerkt met Albanezen die gevlucht waren voor genocide in Kosovo en ze werkt met kinderen die seksueel misbruikt zijn. Weingarten heeft een boek geschreven getiteld: Common Shock: Witnessing Violence Every Day – how we are harmed, how we can heal (2003). Ze werkt met gezinnen met trauma’s.

Verbeeldingskracht 

Het benoemen en bevestigen van de traumatische ervaring is natuurlijk de cruciale eerste stap in het opnieuw vertellen van de ervaring. Smith realiseert zich dat ze na vele jaren ervaring met enig gemak kan praten over afschuwelijke dingen. Het ongewone kan zij bespreekbaar maken en tot onderwerp van een discussie. Zij maakt zich de ‘piek-episodes’ van de traumatische gebeurtenissen eigen om een verschillend inzicht op gang te brengen en om complexiteit en affectieve nuances te introduceren in het verhaal van de cliënt. De ‘piek-episode’ van het trauma is dat deel van de traumatische gebeurtenis waar iemand steeds naar terugkeert in zijn gedachten of dromen.

Smith gelooft dat de therapeut naast iets professioneels ook iets persoonlijks te bieden heeft. Persoonlijke verbeeldingskracht ziet zij zelfs als een noodzaak voor therapie; zeker als therapie echt uit is op verandering en genezing. Haar gesprekken over haar werk met haar zoon en anderen zijn een zeer belangrijk onderdeel van haar werk als therapeut. Hoewel ze de grenzen tussen haar professionele en persoonlijke leven bewaakt spoelt er toch het een en ander over, getuige een gedicht – een school opdracht – waar haar 13-jarige zoon op een keer mee thuis kwam.

Forgotten children

We sit in what is left of our home crying

Wishing it would end

Explosions are everywhere

Death is near, we can feel it

A playground once filled with happiness is a smoking crater

We are the forgotten children of Kosovo

 

We are huddling in our school terrified

Fearing what might happen next

Gunshots can be heard

Death is here, we can see it

A girl once filled with joy is lying dead on the floor

We are the forgotten children of Palestine

 

We are lying in the street starving

Wondering if there is a better world out there

Screams reverberating in our heads

Death has been here, it has touched us

Our parents once filled with love were executed in front of us

We are the forgotten children of Afghanistan 


We are the forgotten children of the world

Het gebruik maken van verhalen in therapie past naadloos aan bij het normale dagelijkse leven. Verhalen die we graag horen, vertellen we steeds weer opnieuw. Maar ook afschuwelijke verhalen moeten steeds opnieuw verteld worden want het helpt om de verlammende, verdovende werking ervan te verdunnen. Verhalen hebben lezers nodig. Smith hoopt dat de lezer ziet hoe er zaadjes van kracht en veerkracht verborgen zitten in de hoeken en gaten van het verhaal, hoe afschuwelijk ook.

Lezen, schrijven en luisteren 

Smith moedigt het kind of de jongere aan om het verhaal te vertellen en samen schrijven ze het verhaal op. Ze laat het kind het verhaal vertellen aan de ouders of zij leest het zelf voor. Het kind hoort de reacties van de ouders en kan beginnen om er meta-cognities over te ontwikkelen. Het kind wordt aangemoedigd om afwisselend lezer, schrijver en luisteraar te zijn van zijn eigen levensverhaal. De therapeut stelt vragen over het verhaal en samen worden er misschien een aantal verschillende einden aan het verhaal geschreven. Zo worden complexiteit en verscheidenheid geïntroduceerd in de traumatische ervaring die alles overheersend was. Het verhaal is op deze manier niet meer een ‘bevroren’ verhaal.

Als het kind tweetalig is maakt Smith daar gebruik van. Hieronder verteld een Albanees meisje haar verhaal over het wegrennen voor gevaar:

When I saw all those people lying down, I said to myself ‘Am I going to be like that?’ I couldn’t think about anything – just to get out of there. I was talking to myself and saying that ‘I can do this.’ …‘Did you say this in English?’ She looked at me as if I were stupid – ‘No’ she said. ‘Can you say it in Albanian for me? I would like to hear it.’

Zo wordt de draad van de kracht in het verhaal opgepakt en worden tegelijk de oude en de nieuwe taal van het gevluchte kind met elkaar verweven.

Veel kinderen vertellen Smith hoe alledaagse interacties op het schoolplein traumatische herinneringen opwekken. Een spel kan plotseling een nachtmerrie worden. Het verschil tussen wat echt is en wat fantasie kan therapeutisch gebruikt worden door te switchen van het een naar het ander. Een vraag als; “Hoe zou je hebben willen omgaan met de traumatische ervaring”, kan de narratieve flexibiliteit bevorderen. Aan een door oorlog getraumatiseerde jongen vraagt Smith hoe hij het liefst had willen reageren toen hij beschoten werd in het bos. De jongen zegt dat hij graag had teruggeschoten. Na 4 jaar is zijn boosheid nog steeds voelbaar. Daarna zegt hij:

I can’t believe I’m here. I’m meant to be here but I don’t know why yet? The thing about me is I have lots of spirit. Everybody loves me.

De jongen praat verder over hoe hij geleerd heeft om zijn gevoelens van angst en schrik te beheersen:

I do my breathing exercises and I talk to myself…’I’ve done this and defeated it before. I am the master of my own destiny. I survived. Don’t look back. Look forward. I can calm myself down.’

Smith maakt bij de trauma therapie gebruik van een ‘levensgrafiek’. Zie hieronder.

levensgrafiek

Eigenschappen van een trauma verhaal

Door een traumatische ervaring bevriest de tijd en het verhaal, wat gevangen is in de bevroren tijd, is vaak een eenvoudig verhaal met losse zintuigelijke fragmenten zonder verbindingen met associatief materiaal en zonder hoop, licht en veerkracht die het leven positief en vrolijk maakt. Het trauma verhaal kan vol emotie zitten of juist geheel zonder emotie. Vaak zitten er alleen daders en slachtoffers in het verhaal en geen andere figuren. De dader heeft geen echte identiteit, het is simpelweg; de andere. In het trauma verhaal zit geen verbeeldingskracht. Er zitten geen gradaties van gevoelswaarden in het verhaal. Wanneer een absolute macht wordt uitgeoefend over iemand is er geen ruimte meer in de geest voor een eigen wil of voor een actieve vorm van denken.

De rol van de therapeut is om eigen verbeeldingskracht ‘uit te lenen’ zodat er een nieuw narratief kan ontstaan. Onderdeel van het herstel – het opnieuw vertellen – moet zijn; zowel een verbetering van een gevoel van ‘personal agency’ als het ruimte geven aan meta-cognities waardoor er betekenis aan het trauma verhaal georganiseerd en ontleend kan worden. De rol van de therapeut moet zijn om de cliënt te helpen bij de ontwikkeling van een geest die in staat is om na te denken over de traumatische ervaring in plaats van dat het kind alleen kan reageren op gebeurtenissen in het hier-en-nu op een manier die afgedwongen wordt door de vroegere terreur. Het is belangrijk om ook gevoel te hebben voor de overlevingsstrategie van ‘doen alsof er niets is gebeurd’, want dit kan voorlopig de beste manier zijn om te overleven totdat het moment komt dat dit niet meer werkt.

Nieuwe verhalen

Eén woord kan een verschil maken. Smith werkte met een vrouw die door drie mannen verkracht was. De vrouw vertelde dat deze mannen haar geest van haar hadden afgenomen. Haar werd gevraagd of haar geest was àfgenomen of dat haar geest in zijn oneindige wijsheid had besloten om haar te verlaten. Door dit te vragen kon de vrouw een maximum aan waarde ontlenen aan haar geloof in de geest – die op zichzelf van belang is voor veerkracht – maar ook vormde de vraag een keerpunt; betrof het een ‘diefstal van de geest’ of een ‘vrijwillige vlucht van de geest’? De vrouw ging nadenken over hoe zij haar ziel/geest kon aan moedigen om terug te keren.

Smith is voortdurend op zoek naar elementen in het verhaal die in aanmerking komen om uitgedaagd te worden, die opnieuw gedefinieerd kunnen worden of opnieuw geïnterpreteerd kunnen worden. Het doel is om verhalen te maken waar je mee kunt leven, die een dynamische kwaliteit hebben en de veerkracht van een mens aanmoedigen.

In het helpen van kinderen gebruikt Smith de metafoor van de ‘schildpad’. Ze doet vaak aan het begin van een sessie een fysieke oefening waarbij kinderen van onder het schild vandaan komen en hun vleugels uitslaan. Vleugels die nodig zijn om hoog boven onze traumatische ervaring te kunnen vliegen, er een goed uitzicht over te krijgen en er niet meer bang voor te zijn. Dat is de kracht van een goed verhaal.

Aan diggelen geslagen

Weingarten beschrijft de verschillende effecten die trauma kunnen hebben. Een van die effecten noemt ze: ‘shattering of expectations’; aan diggelen geslagen verwachtingen. Het idee wat je had over je leven is door het trauma aan diggelen geslagen. Het trauma maakt zichtbaar welke aannames je had over jouw leven. Het beeld dat je van jezelf had is volledig veranderd.

Weingarten heeft zelf de diagnose kanker gekregen. Het lijden richt verwoestingen aan, zegt ze. Maar wat ze fantastisch vindt zijn de manieren waarop mensen samen met anderen kracht en creativiteit aanwenden om het lijden ‘t hoofd te bieden.

Getuige zijn van pijn en helpen

Ieder individu geeft een geheel eigen betekenis aan een trauma en het is essentieel om die specifieke betekenis te leren kennen, wil je kunnen helpen. Hulpverleners hoeven niet zo nodig objectief te zijn in hun respons op het trauma-verhaal. Aan de andere kant mogen ze de client niet overspoelen met eigen emoties. Het is belangrijk dat hulpverleners hun eigen vooroordelen en aannames kennen en begrijpen en dat ze een goede manier ontwikkelen om met de onvermijdelijke en waardevolle uitingen van emotie en betekenis om te gaan.

Getuige te zijn van het lijden van een ander vereist een ethische betrokkenheid. Volgens Weingarten moet je als getuige (therapeut) in de eerste plaats uitdrukking geven aan hoe volledig je je verbonden hebt aan het begrijpen van het lijden van de ander. Je haalt alles uit de kast om een brug te slaan naar de ander. Dit willen begrijpen alleen al is voor degene die lijdt een waardevolle ervaring.

In de tweede plaats moet er enige beweging zijn en vragen worden gesteld om de precieze betekenissen voor degene die lijdt te begrijpen. Langzaam en in samenspraak ontwikkelt de beweging zich.

Ten derde brengt de getuige alles wat hij in zijn leven geleerd heeft mee naar dit moment. Hij/zij moet weten wat het is in de getuigenis, dat in hem zelf weerklinkt.

Ten vierde biedt de getuige zijn reflecties aan. Het is tijd om te laten zien dat je echt  binnen heb laten komen hebt wat er gezegd is, dat je hebt geprobeerd om er betekenis aan te geven, dat je het belang ervan beseft en dat je het op alle mogelijke manieren aanvoelt. Dit is voor beide een diep menselijke ervaring.

Het getuigen maakt het mogelijk opnieuw verbindingen te leggen met hun kwaliteiten, gevoelens, overtuigingen en verplichtingen die door het trauma verbroken waren. Een trauma veroorzaakt breuken in de beleving van je zelf. Het verleden kan verhuist zijn naar het heden. De praktijk van het getuigen met compassie zorgt voor een herstel van het gevoel van continuïteit van het zelf.

We zien elke dag onmenselijke praktijken om ons heen. We hebben allemaal wel eens geweld meegemaakt. Of het gaat om structureel geweld (armoede), collectief geweld of dat het gaat om persoonlijk geweld door vernedering en beschaming, het is alsof je er niet aan kunt ontsnappen. Maar er zijn ook praktijken van waardigheid, respect en compassie. Alleen door die praktijken kunnen we leven op een manier die minder door angst worden bepaald. Iedere interactie kunnen we gebruiken om ons te verwijderen van een cultuur van geweld en intimidatie en te bewegen naar een cultuur van mededogen.

Hier een interview met Kaethe Weingarten.


Nog iemand die zich niet tot EMDR voelt aangetrokken is Aram Hassan, transcultureel psychiater van Koerdische afkomst die momenteel werkt met o.a. Syrische vluchtelingen. In het dagblad Trouw schrijft hij:

Ik laat mijn patiënten hun levensverhaal optekenen – letterlijk, met tekeningen. Daar reageren ze veel beter op dan op EMDR. En het verrijkt mijn beeld van hen.
… De therapeut moet wel een ‘multiculturele bril’ op kunnen zetten. Nederlanders weten wel veel van andere culturen, maar ik merk geregeld dat al die kennis nog geen inzicht is. Neem de behandelaar in ons team die vertelde hoe ze werd bejegend door een Iraakse patiënt. Die maakte allerlei seksuele toespelingen, in bloemrijke taal. Ze zei dat ze er wel wat moeite mee had, maar dat de patiënt nu eenmaal uit de wereld van ‘Duizend-en-één-nacht’ kwam. Ik vertelde haar dat ze aan dat gedrag onmiddellijk een einde moest maken. De psychotherapeute had een westers-romantisch beeld van Sheherazade, maar durfde daardoor niet te zeggen dat de man gewoon seksueel ontremd was.


Voor over de fasen in de schrijftherapie lees: Schrijftherapie bij trauma deel 2

7 reacties

Opgeslagen onder Psychotherapie - Trauma