Tagarchief: betekenis

Zingevingscrisis

Dit belooft een interessante nieuwe serie te worden in De Correspondent: Voor zingeving heb je geen religie nodig. Van Arjen van Veelen.

Van Veelen denkt dat er een ‘zingevingscrisis’ is. De behoefte aan zingeving of betekenis is volgens hem veel groter dan het aanbod. Bijna alles wat betekenis kon geven hebben we ondermijnd.

Hij wil op zoek naar een robuuste en duurzame vorm van betekenis. Hij gaat zelfs op zoek naar een basisreligie. En daar heeft hij de bestaande godsdiensten niet bij nodig want:

Miljoenen mensen geven dagelijks op praktische wijze antwoord op de vraag wat de Zin van het Leven is. Al die mensen hebben een Iets Waar Je Het Allemaal Voor Doet.

De armoedige, heersende filosofie van deze tijd die je kunt samenvatten als ‘alles uit je leven halen’, geeft het gevoel van betekenis niet. In deze filosofie wordt het leven voorgesteld als een tube tandpasta die je moet uitpersen.

We moeten betekenis en geluk van elkaar leren onderscheiden. In de zogenaamd ‘gelukkige’ landen worden relatief meer zelfmoorden gepleegd doordat het gevoel van betekenis bij de mensen ontbreekt. Geluk is ‘vluchtig’. Betekenis maakt je bestand tegen een stootje.

Hoe krijg je meer betekenis?

Je kunt gebruik maken van het lijstje van Esfahani Smith. Die is gebaseerd zowel op wat grote denkers erover hebben bedacht als op gesprekken met gewone mensen. Je leven is zinvol als je:

– jezelf onderdeel voelt van iets groters
– een doel hebt in je leven
– een goed verhaal hebt om je eigen leven en de wereld te begrijpen
– momenten van transcendentie ervaart (zeg maar: een kippenvelmoment)

Van Veelen gaat met behulp van dit lijstje op zoek naar op welke manier mensen betekenisvol bezig zijn. Hij gaat dus niet bij filosofen of religieuze professionals te rade, hij gaat kijken naar wat gewone mensen dóen om hun leven te laten uitstijgen boven het leegknijpen van een tube tandpasta. Hij gaat op zoek naar de leermeesters van het gewone leven.

Geen slaaf meer willen zijn van je eigen prestatiedrang

Volgens Van Veelen maakt bijvoorbeeld de zwemmer Maarten van der Weijden de omslag naar het streven naar betekenis. Van der Weijden wilde geen slaaf meer zijn van zijn eigen prestatiedrang. Van een sportmachine veranderde hij in een sociaal bewogen mens. Hij zamelde geld in met het zwemmen voor onderzoek naar kanker.

In zijn boek: ‘Beter’, heeft Van der Weijden het niet over kanker overwinnen maar over kanker doorstaan; over het doorstaan van het lijden. Hij gaat in tegen de filosofie die van ziek zijn je eigen verantwoordelijkheid maakt. Volgens hem is kanker gewoon een kwestie van pech.

Terecht vraagt Van Veelen zich af hoe Van der Weijden actief kan zijn voor de VVD, de partij die juist steeds op de eigen verantwoordelijkheid hamert en het recht op pech ontkent.

Ik vraag me af hoe gewoon deze leermeester is. Van der Weijden was een topsporter. Dat vind ik niet zo gewoon.

Desalniettemin kijk ik uit naar de volgende ‘gewone’ leermeester die mij nog meer leert over hoe mensen betekenis vinden.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek

Filosoferen met kinderen

Dit interessante filmpje kwam ik op zoek naar iets anders tegen op het internet. Het is in 2000 gemaakt door Jan Diederen voor Noorderlicht, het wetenschapskanaal van de VPRO, nu Tegenlicht. Het is prachtig om te zien hoe kinderen slimme antwoorden geven op moeilijke vragen en hoe kritisch ze kunnen denken. De tekst van de VPRO bij het filmpje:

Kinderen hebben een natuurlijke neiging tot filosoferen. Jammer genoeg wordt deze ergens rond hun achtste jaar – onder andere door het onderwijssysteem – in de kiem gesmoord. Noorderlicht filmde op een basisschool in Heemstede waar met jonge kinderen wordt gefilosofeerd en op een school in Oost-Duitsland, waar na ‘die Wende’ filosofie als keuzevak op alle basisscholen werd ingevoerd.

 

Ik denk dat onze neiging tot filosoferen inderdaad wordt ingeperkt. En niet alleen binnen het onderwijs. Filosoferen is in zekere zin een subversieve bezigheid zegt iemand in het filmpje.

Hoe het momenteel gesteld is met het filosofie onderwijs op de basisscholen weet ik eigenlijk niet. Er wordt nog wel anno 2016 gefilosofeerd met kinderen blijkt uit een recent bericht in het tijdschrift Filosofie.


De drieteenstrandlopertjes dribbelen driftig langs de strandrand

De kiekendief schommelt geruststellend boven het waddenland

Niet alles is al helemaal

Kapot

Gedicht van Peter Storm.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Onderwijs, Opvoedkunde, Persoonlijk en politiek

‘Bullshit job’, betekenisloos werk

Een bullshit job is een baan waarvan diegene die hem heeft – let op – zelf zegt dat hij eigenlijk overbodig is.

Vandaag verscheen in de Correspondent een verhaal van Rutger Bregman getiteld: ‘Stel jezelf de vraag: heeft mijn werk eigenlijk wel zin?’

Zijn verhaal is psychologisch gezien interessant niet zozeer omdat werk alles heeft te maken met geld verdienen maar vooral omdat het te maken heeft met betekenis hebben. En aan het laatste ontbreekt het te vaak. Bregman:

In 2013 was maar liefst 35 procent van alle Nederlandse werknemers niet ‘enthousiast over zijn baan.’ In de handel en de financiële sector zijn mensen het minst enthousiast; in de zorg en in het onderwijs het meest (voor het salaris geldt trouwens precies het omgekeerde).

Terwijl de werkgelegenheid voor veel leraren en thuiszorg medewerkers op het moment afneemt, is er steeds meer vraag naar bijvoorbeeld fiscalisten en ICT’ers. Bregman vraagt zich af of we wel blij moeten zijn met deze vacatures.

Meer dan ooit geldt dat als je erbij wilt horen in Nederland je een baan nodig hebt. Niet zo gek dus dat iedereen in Den Haag juicht als er meer vacatures ontstaan. Of het nu om callcentermedewerkers of tabakslobbyisten gaat – zelfs bij GroenLinks gaan de handen op elkaar. En als je een gemiddelde econoom vraagt naar het grootste probleem van dit moment, dan zal hij wijzen op het gebrek aan ‘vraag’ – maakt niet uit naar wat.

Maar misschien is er wel te veel vraag.

Misschien is er wel te veel vraag naar afstompende marketing, te veel vraag naar overbodige administratie, te veel vraag naar vervuilende troep en te veel vraag naar dubieuze financiële producten. En misschien is er juist te weinig tijd voor de dingen die we echt belangrijk vinden, waarvan we op ons sterfbed zeggen: daar had ik graag meer tijd aan willen besteden.

Ik wil het verschijnen van dit artikel in de Correspondent aangrijpen om mijn lezers te trakteren op een fragment uit het boek ‘Geheime geliefden’ van Herman Gorter. Je vraagt je af; wat heeft dàt er mee te maken? Maar Gorter was een romantische socialist en maakte zich net als Bregman ernstig zorgen over de betekenisloosheid van veel werk.

‘Geheime geliefden’ bestaat uit liefdesbrieven die Gorter schreef aan twee minnaressen. Hier een paar fragmenten uit de brieven aan Ada.

Brief van 15 augustus 1902.

Liefste Ada! Ik zal maar weer een brief aan je schrijven. Het is nu Vrijdag morgen. Het is prachtig weer. De wolken drijven langzaam langs mijn kamer gestuwd door een zachte Noordewind. ‘S ochtends vroeg is het zoo heerlijk in mijn kamer, alles is dan nog zo stil en open. Je voelt jezelf nog of je je klaar maakt voor den dag. Weet je wat ik ook zoo verschrikkelijk vind van den tegenwoordigen tijd. Dat je op een dag zoo weinig werkt wat je weet dat goed is voor jezelf, de wereld en de andere menschen. De arbeiders werken hard maar alleen om enkele anderen rijk te maken, zelf zeer pover te blijven en wij, wat doen wij eigenlijk? Werken, produceren doen wij niet en het leeren dat wij doen is gewoonlijk ook alleen om het kapitaal te dienen en zelf slaaf te worden. Er moet een verandering komen, de wereld kan zoo niet blijven bestaan. Werken, arbeiden met genot, voor een hoog gemeenschappelijk doel dat je interesseert en aantrekt dat moet er komen. De voorwaarden dat dit komen kan worden steeds grooter en beter, de menschen kunnen het dus hoe langer hoe minder uithouden met zooals het nu is. Geloof je ook niet dat in de grond van de zaak de oorzaak van al het verdriet, de zenuwziekten enz. enz. die we om ons heen zien hierin ligt dat men niet tot zijn wezenlijke vreugde werken kan. Werken, geestelijk, lichamelijk, alle twee is zoo absoluut nodig om gelukkig te leven voor ons, dat als wij dat niet kunnen, de gevolgen wel allerberoerdst moeten wezen.

De brief gaat verder en eindigt met:

… Ik schrijf nu morgen weer, die heb je dan Zondag. Maandag vind ik dan jouw brief. Dag mijn liefste liefste ik kus je duizendmaal op je mond, je oogen, je hals, overal. Dag Ada.

Je Herman

Het is eenzaam hier. Wat zou het heerlijk zijn samen. Dan gaat je hart open. Dan voel je alles wat er is, je heele lijf zo goed. Heerlijk zal het wezen als je terugkomt. Dat gevoel dat dat geeft, daarmee is niets te vergelijken. Dat doortintelt je hele wezen, de heele wereld. In dat licht kan je pas ademen. Dag mijn liefste liefste Ada, dag Ada lieve lieve lieve Ada. Ik kus je nog eens een lange lange verschrikkelijk lange kus.

Ik citeerde iets meer dan nodig was voor het onderwerp van deze blog-post omdat ik de taal van Gorter zoo mooi vind.

Een paar brieven later komt Gorter op het onderwerp ‘werk’ terug. Uit een brief aan Ada van 10 november 1904.

…Het is een prachtige morgen na het vreeselijke noodweer. ‘S morgens is mijn beste tijd. Het is altijd net of de wereld open staat heel ver heel ver. Wat zou het mooi zijn als je dan werk te doen had dat je geheel bevredigde, dat je geheel en al goed vond. Maar hoe zeldzaam is dat tegenwoordig, is het niet? hoe is zelfs het beste geestelijke werk nog eenzijdig en maar naar één kant ontwikkeld.

 

 

 

 

1 reactie

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie, proza en poëzie