Categorie archief: Psychotherapie

Anti-depressiva werken door het placebo-effect

Podcast van de correspondenten Jesse Frederiks en Rutger Bergman in de Correspondent: Waarom werkt het placebo?

Niet alleen bespreken zij de placebo-werking van anti-depressiva ook die van de psychotherapie en zelfs die van chirurgische ingrepen!

Uiteindelijk blijkt dat de relatie met de therapeut beter werkt tegen depressie dan welke therapie dan ook!

Hier sluit ik bij aan met een aantal regels van collega psychotherapeut Rob Zondag.

WETEN

Ik heb meer dan zeventig jaren levenservaring

Meerdere beroepsopleidingen voltooid

Bijscholingen gevolgd

Tienduizenden gesprekken gevoerd

Honderden boeken gelezen

Duizenden uren lessen en sessies gegeven

 

Maar als ik een nieuwe cliënt krijg

Dan weet ik niets

Dan ben ik blanco

Dan luister ik

En leer dat alles toch weer anders is


Eerder berichtte ik over psychofarmaca in mijn bericht: Een epidemie van mentale stoornissen. Waarom?

En bijvoorbeeld in het bericht Farmagekte.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologie, Psychotherapie

Leren met reflecterende teams, deel 2

Voor de tweede keer deed ik mee aan een groepssupervisie waarin gewerkt werd met reflecterende teams. Ook deze keer had psychotherapeut Monique Schirris de leiding.

De vorige keer, ongeveer een jaar geleden, leerde ik dat we ons als hulpverleners in de GGZ niet alleen hoeven te voelen. Zelfs niet wanneer je zoals ik een eigen praktijk en niet dagelijks een team om je heen hebt. We dragen het werk met elkaar en we mogen een collega vragen om mee te kijken.

Therapie gaat ook over jouw eigen geschiedenis

Deze keer werd nog duidelijker dat deze vorm van supervisie ons ook uitnodigt om voorbij de casuïstiek te gaan. Wat roept de casus bij ons op? Dat kan soms vrij heftig zijn. Hierover konden we in alle veiligheid ervaringen en ideeën uitwisselen.

Mijn leervraag voor de dag was: wat kan ik gebruiken om in het contact met cliënten nog transparanter te zijn en wat heb ik nodig om nog meer te kunnen verdragen en op te kunnen vangen dan ik nu doe? Want ik merk dat ik af en toe dicht klap. Dan ga ik druk doen, adviseren of het hebben over iets waar het in de kern niet om gaat. Eigenlijk kijk ik weg. Ik wil meer leren over hoe ik op een therapeutische manier gebruik kan maken van wat er bij mij opgeroepen wordt als ik dichtklap.

Het dichtklappen verbergen kan ik zó goed dat ik het soms zelfs niet eens in de gaten heb! Vele uren later besef ik dat ik ergens blokkeerde. Maar waarom blokkeerde ik eigenlijk? Daar kom ik vaak wel achter en dan neem ik me meestal voor om er iets mee te doen in een volgende sessie. Toch zou ik graag leren hoe ik nog beter gebruik maak van wat er bij mij opgeroepen wordt en het liefst in het hier en nu. Leren om nog echter te zijn en nog meer te kunnen verdragen houdt denk ik nooit op.

Wat voor verhaal maak je er van?

Als ‘warming-up’ keken we enkele minuten in stilte naar een schilderij. Ik zag vier vrouwen en een man en een klein roeibootje. Ze zijn dun gekleed. Het lijkt een zwoele zomeravond. De lucht is zwart. Een van de vrouwen staat naast het bootje tot haar middel naakt in het water. Een ander hangt met haar benen over de rand. Ik vraag me af: Voelt die man dat hij de enige man is? Alle vijf lijken alleen te zijn met hun gedachten. Toch zitten en staan ze dicht bij elkaar. Enkelen lijken in de verte te turen naar de oever. Weten ze nog hoe ze thuis moeten komen?

Dit is het begin van een verhaal. Mijn waarnemingen, mijn verhaal.

Na dit stilstaan deelden we onze waarnemingen en verhalen met elkaar. En wat blijkt? We zien allemaal iets anders en maken een eigen verhaal. Ik meende bijvoorbeeld dat het om een vriendengroep ging en mijn buurvrouw dacht dat de vijf mensen op het schilderij broers en zussen waren. Op mij maakten ze een wat verloren indruk en een ander dacht dat ze aan het mijmeren waren. Er waren verschillen in de verhalen maar ook overeenkomsten. Meerderen zagen bijvoorbeeld dat er weinig verbinding leek te zijn tussen deze mensen op het schilderij.

Uit het delen van de verschillende verhalen leidden we af dat je in het luisteren naar het verhaal van de ander, jouw eigen verhaal even parkeert. Niet altijd makkelijk om je eigen verhaal te parkeren. Ik was blij dat ik als eerste mijn verhaal mocht vertellen. We merkten op dat je je kunt verbazen over hoe anders het verhaal van de ander is. We merkten dat we met een bepaalde bril op kijken. Wanneer je denkt dat het broers en zussen zijn, stel je andere vragen dan wanneer je denkt dat het een groep vrienden is. Het ligt er maar aan wat je bezighoudt. Als de hechtingstheorie je bezig houdt gaat je verhaal over autonomie en relatie en vraag je je misschien af wie in het gezelschap zich eenzaam voelt. Als je net een boek aan het lezen bent over een zoektocht zie je in het schilderij vijf zoekende mensen. We merkten ook dat we elkaar leerden kennen door elkaars verhalen.

Door deze ‘warming-up’ leerden we dat het nogal een verschil kan uitmaken welke therapeut de cliënt voor zich krijgt. Wat ziet jouw therapeut, welke bril heeft h/zij op?


Hierna gaan we aan de slag met de reflecterende teams. De supervisor luistert naar de leervraag van een van ons: de supervisant. Een team daaromheen bespreekt met elkaar over wat hen raakt. Een team daar weer buiten bedenkt waar het verhaal hen aan doet denken en komt met een metafoor. Een laatste team komt luisterend naar dit alles met een advies: wat zou de supervisant kunnen doen.

Een stel dat heel veel praat

De supervisant loopt vast in de behandeling van dit paar. Als ze in haar agenda ziet dat ze weer komen ziet ze er tegen op. Ze heeft onzekerheden en twijfels. Gevoelens worden overstemd. Wat haar raakt is het verdrietige verleden van dit paar. Een van hen is gescheiden en de ander heeft een partner verloren na een langdurige ziekte. Ze hebben beide twee kinderen en vormen een samengesteld gezin. De sessies met dit paar voelen zwaar en de behandelaar komt niet over een drempel, ze komt niet door een deur van woorden. Ze hoopt eigenlijk dat ze deze deur op een kier kan krijgen. Als de supervisor haar vraagt om zich een beeld te vormen van het verhaal van dit stel, maakt zij dan ook een deel uit van dit beeld? Staat zij zelf ook op het schilderij? ‘Nee’, zegt ze; ‘ik ben toeschouwer, ik zie mezelf niet op het schilderij staan.’

Het eerste reflecterende team gaat in op de deur van woorden. Als die open gaat komt er ruimte. Het paar blijft naar therapie toekomen. Wat halen deze mensen bij de therapeut? Misschien vind de supervisant het spannend om zelf ook op het schilderij te staan? Wat het team raakt is dat de behandelaar overspoeld lijkt te worden door het verdrietige verhaal van het overlijden van de vorige partner (een moeder van twee kinderen). Moet ze eerlijk zeggen dat zij het moeilijk aan zou kunnen als dit haar zou overkomen? Een zelfonthulling doen? Open zijn over het parallelproces? Geeft het idee om zich zelf op het schilderij te zien staan haar een machteloos gevoel? Dit alles zou men zich in het reflecterende team goed voor kunnen stellen.

Het tweede reflecterende team ziet in het verhaal rond deze leervraag een bootje dat maar wat voort dobbert. Een lied komt op in iemands hoofd: ‘The answer my friend is blowing in the wind’. In plaats van één enkel schilderij te maken van dit verhaal ziet iemand een drieluik voor zich: Een schilderij over het verdrietige verleden, maar ook een van het heden en een van de toekomst. Misschien durft de therapeut wel in het schilderij te springen met een parachute. Een zachte landing. Misschien kan de therapeut minder bevreesd zijn voor een regenbui van tranen. Laat de regen van tranen maar komen.

Het derde adviserende reflecterende team, waar ik zelf in zat, adviseerde om met een zelfonthulling te komen. Misschien zou die kunnen gaan over dat ze er tegenop ziet als zij het paar weer in de agenda ziet staan. Ze zou misschien kunnen onthullen dat ze zich af vraagt of zij hen kan bieden wat zij nodig hebben. Misschien zou ze kunnen zeggen dat ze het gevoel heeft dat er veel verdriet is. Maar dat het daar meestal niet over gaat.

Wat heeft de supervisant/therapeut hier aan gehad? Zij voelt zowel verdriet over de overleden partner als over de scheiding en is er bang voor. Ze wil dit wel inbrengen maar zegt er dan bij: ‘Het verhaal van het verdriet hoeft niet te lang te duren…’ ‘Maar waarom niet?’, vraagt de supervisor. Het is alsof ze het paar meteen gerust willen stellen. Dat het geen twintig sessies over het verdriet hoeft te gaan…

Misschien is het nodig om zelf eerst eens wat langer stil te staan bij de aarzeling om de zelfonthulling te doen. Wat heeft de behandelaar zelf nodig om met het paar bij het gevoel stil te kunnen staan? Zou ze kunnen vragen: ‘Mag ik bij jullie op het schilderij komen staan?’ Is het een idee om de kinderen er bij uit te nodigen? Kunnen ze als gezin een drieluik schilderen over verleden, heden en toekomst? Zo zou de therapeut weer wat meer leiding in handen krijgen en zou er ruimte kunnen komen voor andere verhalen, bijvoorbeeld die van de kinderen. Ook krijgt ze meer stemmen in de kamer als ze een lege stoel zou neer zetten. Zou ze daar de overleden moeder op durven zetten? Wat zou die zeggen?

We komen tot de conclusie dat het werken aan de casus op deze manier met de reflecterende teams helpt bij het vertragen en bij het onderscheiden van de lagen van het voelen, reflecteren en handelen.

Ik neem er vooral van mee dat we als therapeuten ruimte mogen maken voor de aarzeling om een zelfonthulling te doen. Mijn dichtklappen leidde al tot reflectie over het waarom: wat raakte mij? En nu voeg ik daaraan toe de aarzeling over een mogelijke zelfonthulling? Door de aarzeling serieus te nemen kan ik op zoek gaan naar de juiste woorden om de zelfonthulling te doen. Of niet te doen. In het reflecteren over de aarzeling kan ik tot een weloverwogen plan komen. Mogelijk vraag ik om mandaat om het over de meer pijnlijke kanten van de hulpvraag te hebben.

Dat we voorzichtig zijn en aarzelen met het doen van zelfonthullingen is begrijpelijk. Wij therapeuten nodigen cliënten uit om te voelen maar durven we het zelf? We hebben tijd nodig. Vertragen en verdragen is de kunst.

Mag je het voelen van een heftig verlies moeilijk vinden? Ja! Waar het om gaat is: Hoe ga je er mee om? Kun je er samen bij stil staan?

Dit alles herinnert aan het filmpje van Brené Brown waarin ze het heeft over empathie en het onderscheid maakt met sympathie. Ruimte creëren voor empathie is een kunst.

Zelfonthulling is altijd ten dienste van de therapie en als therapeut blijf je verantwoordelijk en in de leidende positie. Als je niet weet hoe en wat te onthullen dan praat je maar even mee of stuur je het gesprek in een andere richting. Je kunt er altijd later op terugkomen.


Het reddeloze gezin

Deze supervisant valt in herhaling met dit gezin. Steeds helpt zij hen op de kant tot ze opnieuw in een wak stappen. Ze blijft maar adviseren en deelt haar innerlijke dialoog niet met deze mensen. De drie kinderen hebben veel ruzie met elkaar en ze luisteren niet naar de ouders. De meeste zorgen heeft de therapeut over de moeder maar ook over het middelste kind dat dyslexie heeft. Haar innerlijke dialoog gaat ongeveer zo: ‘Zien jullie dan niet dat er met jullie gespeeld wordt en dat ik jullie steeds weer de kant op trek’. Ze voelt zich boos worden op de ouders en ze voelt machteloosheid over dat de ouders het middelste kind de schuld blijven geven.

Het eerste reflecterende team wordt geraakt door het willen redden en de gevoelens van machteloosheid. De therapeut denkt: ‘Zien jullie mij niet?’. Misschien is dat het thema van deze casus: Je wel/niet gezien voelen. Deze therapeut voelt zich niet gezien. Dat is wat hen raakt.

Het tweede reflecterende team komt met de metafoor van een winderige dag waarop een sjaal voor moeders ogen geblazen wordt, wat haar verblindt.

Het derde team komt met het advies om op een dieper niveau naast moeder te gaan staan en het gezien worden of niet gezien worden te bespreken. Ook wordt geadviseerd om naar de unieke uitzondering te vragen. Op welke momenten weet dit gezin zichzelf wel te redden uit een wak?

Wat neemt de supervisant hier van mee? Het verblindt zijn van de moeder en de therapeut wil inderdaad dieper ingaan met de ouders over wat/wie niet gezien wordt. Waar raakt de moeder precies door van de kook? Door wie is zij zelf niet gezien?

Pot met pieren*

Wat we vandaag leerden is om aandacht te hebben voor verschillende waarnemingen en te belichten wat je eerder niet zag. Meerstemmigheid helpt daar bij. Er komt ruimte voor nieuwe perspectieven, voor nieuwe beelden die veel bij kunnen dragen. Het horen van wat een verhaal bij een ander losmaakt, maakt onze eigen gedachten losser.

In plaats van in een pot met pieren te blijven staren en steeds meer pieren te zien gaan we op zoek naar meerstemmigheid, nieuwe vragen en ‘unieke uitkomsten’ (wanneer gaat het anders?). Ook mijn dichtklappen kan via reflectie leiden tot nieuwe vragen en op deze manier heel waardevol blijken.

We leerden om ons af te vragen wat we zelf van onze eigen thema’s in kunnen brengen. We leerden hoe we van een dominant thema kunnen en durven afstappen.

We leerden dat het waardevol is om te aarzelen over een zelfonthulling. We leerden over het tempo in de therapie. We leerden om stil te staan bij hoe we in een gesprek zitten. Een thema zoals ‘je gezien of gehoord voelen’ inbrengen werkt vertragend en het uit elkaar halen van de verschillende lagen van reflectie werkt ook zo.

Ik hoorde iemand zeggen: ‘Waar de breuk is, is ook de bron’. Een hoopgevende one-liner die mij deed denken aan een regel van de Perzische dichter Rumi: ‘In alles zit een barst, zo valt het licht naar binnen.’ Misschien sloegen we vandaag een barst in de pot met pieren. Dan kunnen die alvast terug de aarde in.


* ‘A can of worms’. Uit de Collins Idioms Dictionary:

A can of worms is a situation or subject that is very complicated, difficult or unpleasant to deal with or discuss. ‘Now we have uncovered a can of worms in which there has not only been shameful abuse of power, but a failure of moral authority of the worst kind.’
You can also use the expression ‘to open a can of worms’, meaning to start dealing with or discussing something so complicated, difficult or unpleasant that it would be better not to deal with or discuss it at all. Whenever a company connects its network to the Internet, it opens a can of worms in security terms. Many people worry that by uncovering the cause of their unhappiness they might be opening a can of worms that they can’t then deal with.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie, Systeemtherapie

Ouders die ‘sorry’ kunnen zeggen tegen hun ‘lastige’ puber

‘Sorry’ zeggen is voor sommige mensen een hele opgave. Anderen zeggen het misschien te gemakkelijk.

Hoe dan ook, de band tussen de ouders en een ‘lastige’ puber kan van een ‘sorry’ op het juiste moment, zodanig opknappen dat de ‘gedragsproblemen’ van de puber zonder al te veel moeite opgelost worden.

Ouders die geen ‘sorry’ kunnen zeggen worden indien gewenst over de brug geholpen binnen een hechtingsgerichte gezinstherapie. Hoe dit in zijn werk gaat leerde ik op dag 4 van de cursus: Systeemtherapie Kinderen en Jeugd  van Elien Oostendorp. Het gaat hier om Attachment Focussed Family Therapy (AFFT) en afstemmen op de eigen emoties door de ouders bleek van cruciaal belang.

Ouders motiveren om naar zichzelf te kijken

Het is niet gemakkelijk wat een hechtingsgerichte therapeut van de ouders vraagt, want het kan een pijnlijke stap zijn om eerst naar jezelf te kijken. Het is niet makkelijk om je af te vragen of het opvoeden wel goed gegaan is. Ouders vragen de therapeut vaak: “Waarom nodigt u mij uit?” “Het is mijn kind dat zich niet weet te gedragen!” Het voelt voor hen alsof zij op het matje geroepen zijn, terwijl het hun puber is die de problemen veroorzaakt.

Misschien zit ‘m daar juist het probleem. In het oorzaak-gevolg denken, in het lineaire denken, in het begin van het probleem leggen op een gefixeerd punt en wel bij het gedrag van de puber.

De therapeut zou op de vragen van de ouders kunnen antwoorden: “Het lijkt inderdaad onlogisch dat u hier zit maar ik heb het nodig dat ik u leer kennen want ik geloof dat jullie van elkaar houden en dat er een andere dialoog kan komen en dat alleen daarna het probleem opgelost kan worden.” Dat je met deze woorden kunt reageren, leerde ik op deze dag.

De AFFT therapeut zal de ouders vragen om dieper in te gaan op de emoties die het gedrag van de puber oproept, om zich zo doende een weg te banen uit het eigen gevoel van machteloosheid over het opvoeden. Het gereedschap waarmee ze het gedrag van hun puber kunnen aanpakken blijkt diep in hen zelf verscholen te liggen.

Oudergesprekken vormen de beginfase van de therapie. De AFFT therapeut geeft de ouders wat zij zelf in een latere fase aan hun puber zullen doorgeven. Dit is kort samengevat: het emotioneel afstemmen met PACE (Playfullness, Acceptance, Curiosity en Empathy). Over het algemeen hebben ouders dit niet voldoende meegekregen waardoor ze het niet kunnen doorgeven. Tijdens het oefenen van PACE in rollenspellen was de feedback dat mijn nieuwsgierige vragen (Curiosity) vervuld waren van empathie (Empathy). Twee vliegen in een klap.

Bij het opvoeden wordt ouders dus vaak gevraagd om iets te geven aan hun puber wat ze zelf niet gekregen hebben. Een onmogelijke vraag. Vaak blijken ze zich in het geheim te schamen voor het falen in de ouderrol.

Als de AFFT therapeut het idee krijgt dat de ouders kunnen accepteren dat onderliggende emoties en motieven een rol spelen in de interactie met de puber, dan kunnen ouder-kind gesprekken plaatsvinden maar er kan altijd weer teruggegaan worden naar oudergesprekken. Uiteindelijk zullen ouders en puber tot een emotioneel, affectieve en reflectieve dialoog komen.

In een dergelijke dialoog speelt intersubjectiviteit een belangrijke rol.

Intersubjectiviteit

Hechting en intersubjectiviteit vormen samen de onlosmakelijke spiraal van de psychologische geboorte en de ontwikkeling van de mens. In het dagelijks leven van het jonge kind is dit heel duidelijk waarneembaar.

Niets op deze aarde vond ik nog belangrijk, slechts de wijze waarop haar gelaat zich naar het mijne boog, waarbij onze neuzen elkaar net raakten, hoe vol en betoverend ze naar me glimlachte, terwijl er vonkjes van haar gezicht leken te schieten. Ze had me met een kleine lepel gevoerd. Ze had haar neus tegen die van mij gewreven en haar licht over mijn gezicht laten schijnen… Er werd van mij gehouden.

Sue Monk Kidd, ‘Ver van huis’

Een dag van een kind wordt doordrenkt met hechting en intersubjectiviteit. Bij veilige hechting is de ouder de veilige haven waardoor het kind kan ontdekken hoe het zijn angsten kan reguleren zodat het in vrijheid kan leren van nieuwe objecten en gebeurtenissen. Met intersubjectief wordt bedoeld dat ouder en kind op elkaar afgestemd zijn, dat ze samen hun emotie reguleren en samen betekenis geven aan objecten of gebeurtenissen.

Een baby heeft de bereidheid en het vermogen om de aandacht van de volwassene te vragen. Elk huiltje is anders omdat zijn ongemak steeds weer anders is. De ouders gaan de huiltjes herkennen. Hoe beter de baby en de verzorgers kunnen communiceren, hoe veiliger. Ze bereiken samen een toestand van intersubjectiviteit waarbij hun emoties op elkaar worden afgestemd. Ze zijn op elkaar gericht en delen dezelfde intenties om te communiceren en te genieten van elkaar en om meer te ontdekken en te genieten van de gebeurtenissen en objecten in de wereld, of deze juist te vermijden.

Geluidjes die de baby maakt worden door de ouder herhaald. Ook gezichtsuitdrukkingen evenaart de ouder. Dit herhalen en evenaren is belangrijk voor de ontwikkeling van de communicatie. Het gaat hier niet om het imiteren. De ouder helpt de baby op deze manier om zich bewust te worden dat hij een innerlijke toestand heeft. De ouder toont daarmee empathie. De innerlijke toestand wordt opgemerkt, gewaardeerd, geaccepteerd en er wordt betekenis aan gegeven. Via deze intersubjectieve ervaring wordt de baby zich bewust van de eigen ervaring, die hij anders niet zou kunnen identificeren en als belangrijk zou kunnen waarderen. Dit vormt het fundament van een coherent zelfbewustzijn.

Door intersubjectieve ervaringen kan het innerlijk leven van anderen een centraal onderdeel worden van ons eigen innerlijk leven. Door het delen van innerlijke levens worden we vitaler en interessanter. De gedachtenwereld wordt vanaf het begin beïnvloed door anderen. De uitwisseling met anderen wordt mogelijk door een uitzonderlijk uitgebreide reeks speciale expressieve bewegingen (houding, gebaren, stem, gezichtsuitdrukking, enz.) die motieven weerspiegelen.

De verschillende kenmerken van de intersubjectiviteit tussen ouder en kind zijn relevant voor de psychotherapie. In gezinnen die niet worden gekenmerkt door veilige hechtingsrelaties wordt de aarzeling om intersubjectieve ervaringen te initiëren steeds groter. Hun wensen om te delen en samen te werken falen. Intersubjectieve ervaringen worden verdacht, gaan gepaard met schaamte of negatieve gevoelens. Het is niet langer wenselijk om emotie, aandacht en intentie te delen. Intersubjectiviteit, de wieg voor wederzijdse vreugde en intimiteit binnen een gezin, wordt een bedreiging.

Na herstel kan een relatie juist sterker worden

Ouders die een veilige hechtingsbasis bieden zijn gewoonlijk beschikbaar, intuïtief en responsief. Ouders zijn er onvoorwaardelijk maar soms is er een storing in de relatie; de een wacht dan tot de ander weer ‘op adem is gekomen’. Breuken zijn minder makkelijk te repareren als de ouder weigert, boos of geïrriteerd is. Een ouder kan in beslag genomen zijn door andere zorgen en/of zelf in een ontregelde toestand zijn.

Een tijdelijke crisis in de relatie moet worden herkend, geaccepteerd en hersteld. Na het herstel kan de relatie juist sterker worden. Vaak begint de ouder met het herstel en laat bijvoorbeeld merken dat de boosheid van het kind geen bedreiging is voor de relatie. De gereguleerde emotie, de gerichte aandacht en de intentie om te herstellen nodigen het kind uit en beiden keren terug naar de intersubjectieve toestand die de emotie die gepaard ging met de breuk, reguleert. Als de ouder het kind niet uitnodigt of andersom dan vormt een breuk een bedreiging en wordt het kind angstig of wanhopig.

Hechtingspatronen worden van generatie op generatie doorgegeven. Verstoringen in de ouder-kind relatie vormen een probleem als ze lijken op verstoringen in de eigen hechtingsrelatie van de ouder die niet werden opgelost. Alleen dan kunnen breuken een bedreiging worden. Er is een verhoogd risico als de breuken intens zijn, frequent en onopgelost blijven. Zowel ouders als kind ervaren schaamte in combinatie met het ervaren van de bedreiging van de relatie. Dat is het moment dat ze in gezinstherapie gaan, met een defensieve en afwijzende houding om te beginnen.

Hechtingsgerichte therapie brengt de intersubjectieve ervaringen weer op gang. De ouder kan het kind opnieuw gaan ervaren als de moeite waard en om van te houden.

Primaire en secundaire intersubjectiviteit

De ouder omarmt de vaak ontregelde, de permanent veranderende lichamelijke toestand van de baby. Afstemmen van ouder en baby is het intersubjectief delen van emotie. Door deze tweevoudige regulatie van de emotie ofwel veilige hechting nemen wederzijds plezier, blijmoedigheid en opgetogenheid toe.

De ouders ontdekken wie hun baby is en wie zij zelf zijn als ouder. De baby ontdekt wie hij is en wie zijn ouders zijn. De baby weet dat de expressieve ogen van zijn ouder ook een reactie zijn op hem. Zijn expressies zijn een weerspiegeling van zijn zich ontwikkelende innerlijke toestanden en de hiervan afhankelijke reacties van de ouder zorgen er op hun beurt weer voor dat het kind zich bewust is dat de moeder deze toestanden opmerkt en hierop met plezier, belangstelling en acceptatie reageert. De aard van de reactie van de ouder geeft het kind een eerste definitie van zichzelf. De baby ervaart zijn eigen kracht. Hij ontdekt steeds weer dat hij beschikt over prachtige kwaliteiten die zijn ouders diep raken. En ouders ontdekken zichzelf als ouder in de ogen van de baby. Dit is de primaire intersubjectiviteit.

Secundaire intersubjectiviteit vindt plaats in de tweede helft van het eerste levensjaar. De ouders geven voortdurend betekenis aan objecten en gebeurtenissen om de baby heen. Wat de ouders opmerken en waarderen, merkt de baby op en waardeert de baby. De ouder ervaart het object maar ervaart ook de ervaring van de baby met het object, waarna de ouder uitdrukking geeft aan zowel de eigen ervaring als aan die van de baby. Ouder en baby creëren samen de betekenis van het object of de gebeurtenis. Omdat ze het samen doen kan het kind vanuit meer perspectieven het object ervaren, met minder angst of schaamte. De baby kan hierdoor de diepere betekenis van het object beter doorgronden wat meer controle geeft.

Het samen betekenis geven gaat na de babytijd door. Het kind zal steeds vaker in contact komen met anderen waarmee het graag betekenis gevende activiteiten onderneemt. Kinderen gaan zich identificeren met anderen maar de ouders blijven vooraan staan. Ze willen zijn zoals hun ouders, met hun interessen, wensen, gedachten en gevoelens. Identificatie met hechtingsfiguren geeft richting aan de organisatie van ervaringen, aan betekenisgeving en aan het vermogen om interacties met de wereld te leren beheersen.

De puber en de adolescent onderscheiden hun betekenis gevende activiteiten steeds beter van die van hun ouders. Ze kunnen zich gaan afvragen of ze het perspectief van hun ouders accepteren. Als verschillen kunnen worden herkend en geaccepteerd wordt het vermogen van kinderen om de behoefte aan intimiteit en aan autonomie te integreren, mogelijk. Een eigen levensverhaal en veilige gehechtheid kunnen samengaan.

Gezinnen gaan in therapie als het accepteren van verschillen niet lukt. De verschillen worden dan gezien als bedreigend, ongepast, fout of als een gebrek aan respect. Er wordt een negatieve betekenis gegeven aan de motieven van de ander. Inspanningen om het innerlijk leven van de ander te begrijpen worden ondergeschikt gemaakt aan oordelen die geveld worden over het gedrag van de ander. Intersubjectieve ervaringen doen zich steeds minder voor en individuen raken geïsoleerd en voelen zich onveilig.

Een coherent ik-gevoel en herstel van de interactie

Dankzij de primaire en secundaire intersubjectiviteit vormt zich in toenemende mate een coherent ik-gevoel. Dit is geen rigide entiteit maar een open, flexibele, actief integrerende en unieke schepper van ervaringen via betrokkenheid met anderen en met objecten en gebeurtenissen in de wereld. Een veilig gehechte volwassene  heeft een coherent levensverhaal en staat open voor elk object of elke gebeurtenis en de emotie die hiermee gepaard gaat kan hij of zij individueel of samen reguleren. Aan elk object of gebeurtenis wordt individueel of samen betekenis gegeven waarna het geïntegreerd wordt in het levensverhaal. Gebeurtenissen hoeven niet te worden ontkend of vervormd. Het ik-gevoel wordt er niet door bedreigd. Het ‘zelf’ is in staat om op een samenhangende wijze continue,allesomvattend en georganiseerd te zijn.

Gebeurtenissen kunnen objectief zijn maar de betekenis die er aan gegeven wordt is altijd uniek, subjectief en wordt op intersubjectieve wijze gecreëerd. Als ouders deze psychologische waarheid kunnen erkennen en de uniciteit van de ervaringen van hun kind kunnen waarderen dan bieden ze intersubjectieve ervaringen aan die acceptatie en nieuwsgierigheid laten zien met betrekking tot betekenis gevende activiteiten van hun kind. Deze ouders ontmoedigen hun kind niet bij het hebben van een subjectieve ervaring die verschilt van hun eigen ervaring.

Het ik-gevoel van de ouder kan aangetast zijn. Het doel van de therapie is het herstel van een plezierige dialogische kameraadschap die waarschijnlijk in de vroege ouder-kind relatie aanwezig was. Het doel is om samen te ontdekken wat de belangrijkste wederzijdse intenties zijn die onder de problemen verscholen liggen, deze intenties te accepteren en met elkaar te bespreken op een wijze die herstel van de interactie mogelijk maakt.


Om dit bericht te maken is o.a. gebruik gemaakt van het boek ‘Hechtingsgerichte gezinstherapie’ van Daniel A Hughes. Hoofdstuk 1: Hechting en intersubjectiviteit.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie, Systeemtherapie

LIEF EN LEED

Dit is de titel van een nieuw boek van klinisch psycholoog en gezinstherapeut Peter Rober. Het zijn korte verhalen uit de praktijk van de psychotherapeut. We horen de stemmen van mensen die in therapie zijn.

Ik vind de verhalen stuk voor stuk juweeltjes en dat komt mede door de poëtische vorm waarin ze gegoten zijn. Hier het voorwoord en het eerste verhaal.


VOORWOORD

Daar is de kleine mens

en hij zoekt zijn weg

in de wereld

 

Er is veel verdriet.

En hier en daar

schoonheid

en deugddoende momenten

die troosten.

 

De wereld is koppig,

vaak tegendraads.

En de kleine mens;

hij heeft voor deze wereld niet gekozen,

en hij heeft hem niet gemaakt.

 

Maar hij probeert er het beste van te maken.

 

Soms doet de kleine mens

daarbij een beroep op ons,

psychotherapeuten.

We luisteren naar zijn verhaal,

van het struikelen

en nog juist recht blijven,

van het wankelen

en vallen.

 

En we proberen nuttig te zijn

bij het zoeken en tasten,

het wroeten en trachten.

Soms lukt dat goed.

Soms minder.

Soms niet.

 

Maar we proberen er het beste van te maken.


Hier het eerste verhaal:


VOOR WE BEGINNEN…

Voor we beginnen, wil ik duidelijk zijn.

Ik wil niet dat je mij behandelt als een geval.

Ik wil dat je naar me luistert.

 

Ik heb een verhaal te vertellen

en ik heb iemand nodig

die me helpt het te vertellen.

Iemand die luistert en

niet vindt dat ik gestoord ben,

of dat mijn leven een mislukking is.

 

Mijn vorige therapeut gaf me het gevoel

dat er iets grondig mis met mij was.

 

Ik vertelde mijn verhaal

over weinig eten om slank te worden,

over kijken in de spiegel

en zien dat het nog te vet is,

over mijn neerslachtigheid dan,

over mijn angst om buiten te komen

met zo een dik lijf.

 

Ik vertelde ook

dat ik anderzijds

mijn dikke lijf nodig had,

omdat het me beschermde,

zoals de dikke huid van een olifant.

Ik vertelde over mijn vader

die met zijn handen niet van mij af kon blijven,

en over mijn moeder die het niet zag,

en over mijzelf die er niet over durfde te spreken.

 

Ik vertelde dit alles

en ik wilde graag

nog veel meer vertellen,

maar de therapeut zei:

En waar wil je dan aan werken?

 

Ik begreep niet wat hij bedoelde.

 

Hij legde uit:

Ik moet eerst een duidelijke diagnose stellen,

zodat we een behandelingsplan kunnen uitwerken, 

en zodat ik de geschikte interventies kan kiezen.

 

Ik zweeg.

 

Mijn stilte maakte hem onzeker.

In plaats van mij te vragen wat er was,

begon hij verder uit te leggen wat hij wilde…

Ja, we werken hier vraaggestuurd. Dat vinden we heel

belangrijk. Maar het is me niet duidelijk wat je vraag is. Ik

hoor depressie, eetstoornis, angststoornis. Mogelijk ook een

posttraumatische stressstoornis, maat dat moet ik nog verder

onderzoeken. Ik heb hier nog ergens een vragenlijst liggen

die ons daarbij kan helpen.

 

Ik ben niet onmiddellijk buiten gestapt

en heb beleefd verder meegewerkt

maar het was toen al duidelijk

dat ik nooit meer terug zou komen bij deze vent.

 

Daarom vraag ik je nu maar meteen,

in deze eerste ontmoeting met jou:

Wil je mij behandelen

of ga je naar mijn verhaal luisteren?


Op het weblog van Peter Rober zijn meerdere verhalen uit het boekje te lezen

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologie, proza en poëzie, Psychotherapie

Afstemmen creëert een band

NIET AFSTEMMEN MAAKT ZIEK

Belangrijke dingen geleerd op de cursusdag ‘Hechtingsgerichte gezinstherapie met pubers’ van Elien van Oostendorp. De dag was een onderdeel van de cursus Verdieping Systeemtherapie.

Zelfs hartslagen kunnen op elkaar afgestemd raken!

Eigenlijk moet ik zeggen dat ik aan belangrijke dingen herinnerd werd door de cursusdag want wat ik leerde was me ten diepste wel bekend. Toch was het een dag van nascholen en oefenen.

Want wat betekent afstemmen eigenlijk? Om goed tot je door te laten dringen wat afstemmen is en hoe het voelt als er wel of niet op je afgestemd wordt, deden we twee korte oefeningen.

Oefening 1: Er wordt niet afgestemd

Probeer je een rot moment te herinneren waarin je geen hulp kreeg. Wat deed de ander waardoor je je niet welkom of veilig voelde? En wat deed jij vervolgens?

De ander zweeg, ging over mijn grens, had geen aandacht, was afwezig, was niet nieuwsgierig of kwam met zijn eigen probleem.

En wat deden wij vervolgens? Wij vluchtten, werden wanhopig, gaven op, huilden, werden boos en volhardden, schreeuwden, verstilden, trokken ons terug of maakten ons onzichtbaar.

Oefening 2: Er wordt wel afgestemd

Herinner je een situatie waarin je je gezien voelde. Wat deed de ander om dit aan jou te laten merken?

De ander luisterde zonder oordeel, had oogcontact met je, erkende jouw gevoel, maakte je niet kleiner, maakte ruimte, moedigde je aan om meer over jouw gevoelens te vertellen, benoemde jouw gevoel, raakte je aan, nam de tijd en stemde je hoopvol.

Wat deed dit met ons?

Wij voelden dat er ruimte was voor ons verdriet, we voelden ons getroost, gekalmeerd, niet meer alleen, veiliger. Het gaf ons vertrouwen en onze relatie verdiepte zich.

Afgestemd zijn doet denken aan het spreekwoord: Gedeelde smart is halve smart.


Over hechtingsgerichte gezinstherapie valt natuurlijk veel meer te vertellen maar afstemmen op diepere emoties en soms ver weg verstopte pijn is de kern van deze therapie. Afgekort heet het AFFT: Attachment Focused Family Therapy en de bedenker is Daniel Hughes. Hij noemt de methode zelf: Dyadic Developmental Psychotherapy, DDP. Hij werkt veel in de dyade met het kind of in de dyade met de ouder(s).  Wij lazen voor deze cursusdag enkele hoofdstukken uit de vertaling van het boek van Hughes: Hechtingsgerichte gezinstherapie. En we zagen hem op een video opname aan het werk met een geadopteerd meisje en haar moeder. Het meisje sprak niet of nauwelijks en toch slaagde Hughes er in om af te stemmen. Dit is natuurlijk de kunst. Afstemmen op emoties die nog niet het licht gezien hebben, die nog niet verteld zijn, waarvoor nog geen woorden gevonden zijn. Maar die er wel degelijk zijn.

Ik heb eerder over Hughes geschreven op dit blog: De zachte kracht van P.A.C.E.

P staat voor ‘Playfull’, A voor ‘Acceptance’, C voor ‘Curiosity’ en E voor ‘Empathy’.

Over empathie een leerzaam en leuk filmpje van Brené Brown:

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie, Systeemtherapie

De persoon is het probleem niet

HET PROBLEEM IS HET PROBLEEM

Door het probleem te externaliseren kunnen de persoon en het probleem uit elkaar gehaald worden. De persoon komt los van het probleem en kan er naar kijken. H/zij zal zichzelf niet langer als het probleem ervaren en meer mogelijkheden krijgen om het probleem aan te pakken.

Deze manier van werken hoort bij de narratieve therapie, waarin het gaat om het creëren van verhalen die werken. De verschillen tussen internaliserende en externaliserende gesprekken staan hieronder op een rij.

INTERNALISERENDE GESPREKKEN…

1. zien de persoon als het probleem,

2. lokaliseren het probleem binnen de persoon,

3. zoeken naar wat er mankeert aan de persoon,

4. zien handelingen als uitingen van de kern van iemand als persoon,

5. maken gebruik van de meningen van anderen om het gedrag of het probleem te verklaren,

6. beschrijven van het probleem valt samen met het beschrijven van de identiteit waardoor er weinig ruimte is voor andere aspecten van de persoon,

7. sociale gewoonten die het probleem voeden, steunen en promoten blijven onzichtbaar,

8. leiden tot ‘dunne’ conclusies over iemands leven, identiteit en relaties,

9. onderzoeken de innerlijke invloeden bij mensen die hulp vragen,

10. leiden tot het categoriseren van mensen in termen van hoe ze verschillen ten opzichte van de norm. Er worden labels bedacht voor ervaringen,

11. zien problemen als een onderdeel van de identiteit. De gesprekken gaan over hoe je leeft met een diagnose,

12. zien de professional als de expert,

13. beschouwen strategieën van anderen als de veroorzaker van de oplossing,

14. maken gebruik van woorden zoals:’ ik ben…’

15. en veel woorden gaan over details van het probleem

EXTERNALISERENDE GESPREKKEN…

1. zien het probleem als het probleem,

2. bespreken het probleem alsof het zich buiten de persoon bevindt zodat er ruimte is om zich tot het probleem te verhouden,

3. lokaliseren het probleem in een context buiten de persoon,

4. zien handelingen als achtereenvolgende gebeurtenissen die plaatsvinden in een bepaalde tijd volgens een bepaald plot,

5. nodigen de persoon uit om hun eigen betekenissen te geven voor wat er aan de hand is,

6. geven ruimte aan een meervoudige identiteit,

7. sociale gewoonten die het probleem voeden, steunen en promoten worden zichtbaar,

8. leiden tot rijke beschrijvingen van levens en relaties,

9. onderzoeken de culturele en sociaal-politieke verhalen die het leven van mensen beïnvloeden,

10. vieren de verscheidenheid en dagen de normen uit en omarmen verschillen en dagen discriminerende praktijken uit,

11. raadplegen de persoon en betrokkenen zelf over verandering en her-onderhandelen de verhouding tot het probleem,

12. laten mensen zelf de expert zijn over hun leven,

13. zien verandering als gemeenschappelijk tot stand gekomen en maken gebruik van al voorhanden zijnde kennis en vaardigheden,

14. gebruiken woorden zoals: ‘het is…’

15. en veel woorden gaan over gebeurtenissen die buiten het probleem staan.

De bovenstaande twee rijtjes van 15 vragen komen uit het boek van A. Morgan: ‘What is narrative therapy? An easy-to- read introduction’ (2000).

Goeie vragen stellen is een kunst

Eigenlijk kun je van alles externaliseren; gevoelens zoals angst, anorexia, stemmen, zelftwijfel enz. maar ook processen, patronen en conflicten tussen mensen en allerlei sociale en culturele praktijken zoals racisme en discriminatie kunnen geëxternaliseerd worden. Ook metaforen zoals: een muur van verwijten of een golf van wanhoop kunnen geëxternaliseerd worden.

Je begint met het probleem een naam te geven en je gebruikt daarbij een zelfstandig naamwoord. Met de naam maak je als het ware van het probleem ook een persoon. Je bent het probleem aan het personaliseren en dan stel je vragen om het probleem goed te leren kennen. Stel dat het probleem Onzekerheid heet.

Wat zijn de trucjes van Onzekerheid?

Wat zijn de tactieken, de manier van handelen, de manier van spreken en wat het zegt, de bedoelingen, de ideeën en het geloof van Onzekerheid?

Wat zijn zijn plannen, zijn voor-en afkeuren, regels, verlangens, motieven, technieken, dromen, bondgenoten?

Wie steunt Onzekerheid?

Tegen welke krachten moet Onzekerheid het opnemen?

Wat zijn de leugens of het bedrog van Onzekerheid?

Morgan licht toe dat je niet van alles zomaar kunt gaan externaliseren. Je luistert eerst naar iemands verhaal en probeert vast te stellen welk probleem prioriteit heeft. Problemen kunnen samenvallen zoals Zelftwijfel en Zelfkritiek. Welk van de twee ga je externaliseren? Ga je Uitschelden of Verdriet externaliseren? Dan vraag je bijvoorbeeld: Veroorzaakt het Uitschelden het Verdriet of andersom? Ook de bredere context is belangrijk. Is er misbruik, armoede, een migratie? Je gaat het probleem Angst niet externaliseren als er misbruik is. Dus eerst goed luisteren!


Deze manier van vragen stellen vereist oefening. Wij, een groep van 12 systeemtherapeuten, oefenden op de derde cursusdag van de specialistische cursus Systeemtherapie Kinderen en Jeugd met deze vragen en met het personaliseren van een probleem.

We kregen van gastdocent en psychotherapeut Tineke Haks een lijstje vragen waarvan sommigen erg kunstig in elkaar gezet waren en daar gingen we mee aan de slag. We gaven een naam aan een probleem dat ons zelf in de weg stond. Ik noemde mijn probleem: Oordeel.

Hoe is Oordeel in mijn leven terecht gekomen?

Hoe lukt het Oordeel om invloed uit te oefenen op mij?

Wat is het doel van Oordeel? Waar is het op uit? Waarom eigenlijk?

Met welke trucs lukt het Oordeel om macht te krijgen over mij?

Is het mij wel eens gelukt om macht te krijgen over Oordeel?

Hoe lukt het Gerie om Oordeel weg te jagen?

Wat is de zwakke plek van Oordeel?

Lukt het wel eens om Oordeel te slim af te zijn?

Wat gebeurt er met Oordeel als het Gerie steeds beter lukt om Oordeel weg te jagen?

Hoe zou het voor haar zijn als jij Oordeel bij haar bent weg gegaan?

Tineke voegde nog enkele  ‘advocaat van de duivel’ vragen toe: Wat zijn de goede intenties van Oordeel? Het probleem kan dus ook goede bedoelingen hebben! Heeft Gerie Oordeel ook wel eens niet nodig? En waar kwam ik achter bij het beantwoorden van deze vragen: Als ik mag dwalen en struinen door de natuur dan heb ik Oordeel niet nodig:) Dit had ik niet verwacht als uitkomst toen ik begon aan deze oefening. Ik krijg meer grip op Oordeel. En ik krijg zicht op een moment waarop mijn probleem niet speelt.

Morgan schrijft over de effecten van een probleem. Wat voor een effect heeft het op je zelf als persoon, hoe je over jezelf denkt, hoe je jezelf ziet als ouder, als partner, als broer, zus, , werknemer, enz. Wat voor effect heeft het op je hoop voor de toekomst, op je dromen, op je werk, je sociale leven, je gedachten, je gezondheid, je gemoed, je dagelijks leven. Zo krijg je een idee van wat iemand met het probleem ervaart, waarom iemand zich bezwaard voelt door het probleem.

Maar ook kom je er achter in welke unieke situaties of tijden het probleem weinig of geen effect heeft. Je komt er achter dat iemand manieren heeft ontwikkeld om niet zo geraakt te worden door het probleem. Je komt achter hun competenties.

Een probleem wil vaak graag het effect dat het heeft op mensen verbergen. Problemen vinden het niet leuk als mensen ze door hebben want dat zou hun kracht kunnen verzwakken. Na het gesprek over de effecten van het probleem kan de therapeut vragen of de cliënt vindt dat deze effecten bij zijn leven passen en of die er blij mee is. En dan zegt de client bijvoorbeeld iets als: “Nee het past niet bij me want ik was altijd zo’n vrolijk meisje…” Er komt ruimte voor een ander verhaal, een verhaal van voordat het probleem iemands leven overschaduwde. Iemand kan een standpunt gaan innemen tegenover het probleemverhaal.


We kunnen verschillende verhalen vertellen over ons leven. Dit tekenfilmpje maakt dit goed duidelijk.

‘Kracht oren’ opzetten

Een probleemverhaal herbergt waarden en kwaliteiten. Een van ons kreeg deze cursusdag de opdracht om een zeur-verhaal te houden en de ander moest daar naar luisteren met zijn ‘kracht oren’ op. Uit het zeur-verhaal van een collega kon ik opmaken dat zij er goed in was om allerlei wensen te genereren en zo kon ik reageren met: “Ik hoor dat je veel wensen hebt. Dus ik hoor hoop in je verhaal. Maar ik hoor ook vasthoudendheid want ik denk niet dat je wil dat ik het zeuren van je af pak. En ik hoor ook dat je liever zelf op zoek gaat naar oplossingen in plaats van dat je adviezen krijgt van anderen.”

Deze oefening was de opmaat voor het leren over de Unieke Uitkomst of de Unieke Uitzondering, een ander belangrijk ingrediënt van narratieve therapie. De Unieke Uitzondering doet zich voor op een moment dat Het Probleem niet speelt. Morgan schrijft dat het probleem het niet leuk vindt als de persoon unieke uitkomsten ontdekt. Het zijn sprankelende gebeurtenissen die niet zouden kunnen voorkomen in het probleemverhaal. Het zijn momenten dat het probleem geen grip heeft op de persoon. Ze gaan vaak aan de persoon voorbij maar ze zijn belangrijk. Deze unieke gebeurtenissen kunnen we met elkaar verbinden en zo vormen een alternatief op het probleemverhaal: het Voorkeursverhaal.

Belangrijk is de ‘timing’ van het gesprek over de unieke uitzondering of de ‘voorkeursverhalen’. Je neemt eerst de tijd voor het probleemverhaal en externaliseert het probleem. Als de cliënt er aan toe is kun je een speciale afspraak maken voor het Unieke Uitzonderingsgesprek, waarmee je een context voor dit gesprek creëert. Morgan schrijft ook dat alleen naar het positieve wijzen niet volstaat. Het gaat om het begrijpen van de unieke uitkomst, om het linken met andere gebeurtenissen en betekenissen. Zo wordt een context gecreëerd waarin een relatief klein en uniek voorval significant wordt. De unieke uitkomst hoeft op zich niets spectaculairs te zijn. Eventueel kun je deze vragen van Morgan gebruiken om de unieke uitkomst boven water te krijgen.

Hoe krijg je het voor elkaar om het probleem niet nog groter te laten worden?

Zijn er momenten waarop het probleem niet zo aanwezig is?

Is er wel eens een moment waarop het probleem op zou kunnen komen maar het niet gebeurde?

Heb je wel eens weerstand kunnen bieden tegen het probleem en je niet tegen laten houden?

Probleemverhalen kunnen zuigen 

Probleemverhalen kunnen zuigen maar je kunt steeds opnieuw verbinding zoeken met het voorkeursverhaal. Daarmee biedt je weerstand tegen de zuigende werking. De Unieke Uitzondering is meer dan een moment. Er zijn meerdere Unieke Uitzonderingen en als therapeut ben je op zoek naar de lijn hier in. Je vraagt naar wat mensen dan doen, naar hun handelingen en je vraagt naar wat deze acties zeggen over iemands identiteit. Onze identiteit is gemaakt van vele stemmen. Het gesprek gaat heen en weer tussen deze ‘landscapes of action’ en ‘landscapes of identity’.

In de zogenaamde ‘re-authoring’ gesprekken worden de unieke uitzonderingen vergroot. Het voorkeursverhaal wordt dikker. Momenten waar de persoon tevreden of blij mee is worden beschreven. ‘Re-authoring’ vragen zijn bijvoorbeeld:

Wat leidde er toe dat dit unieke voorval mogelijk werd?

Wat deed de persoon toen dat h/zij interessant vond?

Wat was waardevol aan dit moment?

Wanneer heb je zoiets eerder gedaan?

Kan er iets beschreven worden dat eerder in het leven van deze persoon gebeurde en raakt aan deze waarde of interesse?

Wat was er destijds dat er achter deze actie zat wat belangrijk was en wat de persoon beïnvloedde om het zo te doen?

Kan de persoon een moment beschrijven van nog langer geleden, wat ook raakt aan deze interesse of waarde?

Wat zou iemand die in die tijd goed naar jou keek, zeggen over wat dat over jou liet zien?

Als je naar de toekomst kijkt hoe zou dan die waarde of interesse van jou zichtbaar kunnen worden in toekomstige acties?

‘Re-membering’

In de eindfase van de therapie worden ‘re-membering’ gesprekken gevoerd. Daar horen weer andere vragen bij. ‘Re-membering’ heeft hier niet alleen de betekenis van herinneren, het heeft ook de betekenis van opnieuw lid (‘member’) worden. Je wordt opnieuw lid van de club van mensen die samen met jou voeding geven aan jouw voorkeursverhaal.

De ‘timing’ is belangrijk. Je gaat pas ‘re-memberen’ als iemand er klaar voor is. Vragen om het ‘re-memberen’ op gang te brengen zijn:

Kun je een relatie bedenken waar je tevreden over bent? Stel die persoon eens voor.

Wat is het in deze relatie waar je blij mee bent?

Past dit nog bij iets wat in jouw leven belangrijk voor je is?

Wat doet of zegt deze persoon dat hieraan bijdraagt?

Kun je daar een voorbeeld van geven?

Wat zegt dit over wat van waarde is voor deze persoon?

Als we naar jou zouden kijken door de ogen van deze persoon, wat denk je dat ze in jou waarderen?

Als deze versie van jezelf belangrijker wordt in de manier waarop je jezelf ziet, hoe zou dit dan helpend kunnen zijn voor jou in moeilijke tijden?

Wat zou het voor deze persoon betekenen om te weten dat ze een dergelijke bijdrage leveren aan jouw leven?

Hoe zou dit passen met jouw idee over waar zij voor staan en wat voor identiteit zij graag willen hebben?

Hoe draagt dit gesprek bij aan verdere ontwikkelingen in je leven?

Uiteindelijk kwam ik door deze oefening te doen met een collega uit op het besef dat veel mensen om mij heen, net zoals ik zelf, ervaren dat leren en ontwikkelen het leukste is wat er is. Het leuke van ‘re-memberen’ is dat we beseffen dat we niet alleen zijn. Daarom is het genieten. “Relaties creëren ons in plaats van dat wij relaties creëren”, zegt de psycholoog Kenneth Gergen. De Zuid-Afrikaanse ant-apartheidsstrijder Desmond Tutu zegt ook zo iets: “People become people through other people’.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie, Systeemtherapie

Een nieuw boek van Griet op de Beeck over incest

Het is geen autobiografie maar Op de Beeck weet waarover ze het heeft. De vragen die ze nog had over haar vader ten tijde van haar optreden in Zomergasten in 2016 worden nu beantwoord.

In een interview met Matthijs van Nieuwkerk en Daphne Bunskoek in het televisieprogramma ‘De Wereld Draait Door’ vertelt ze over het boek en over haar eigen ervaringen met incest. Het viel haar tijdens deze uitzending duidelijk moeilijker dan ze had gedacht om er publiekelijk mee te komen. Dat kan ik me goed voorstellen en het is te betwijfelen of het platform van dit televisieprogramma geschikt was.

Het heeft lang geduurd voordat ze het bewustzijn en de taal had om er over te spreken. Dit legt ze uit. In de tijd dat incest gepleegd wordt zijn de hersenen van een (jong) kind nog niet zodanig ontwikkeld dat het de ervaring in taal op kan slaan. Haar overkwam het misbruik tussen haar 5e en 9e jaar. Als ze naar een foto kijkt van toen ze 9 was kan ze er amper naar kijken. Ze lijkt daar op een dik jongetje. Dat is hoe je je als kind kunt verweren: jezelf onaantrekkelijk maken.

Waarom ze hiermee nu naar buiten komt is om aan iedereen te laten zien dat het zwijgen over dit onderwerp niet goed is. Heel spannend en dapper!

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie