Categorie archief: Psychotherapie

Ouders van ‘lastige’ pubers zouden ‘sorry’ kunnen zeggen…

‘Sorry’ zeggen is voor sommige mensen een hele opgave. Anderen zeggen het misschien te gemakkelijk.

Hoe dan ook, de band tussen de ouders en een ‘lastige’ puber kan van een ‘sorry’ op het juiste moment, zodanig opknappen dat de ‘gedragsproblemen’ zonder al te veel moeite opgelost kunnen worden.

Ouders die geen ‘sorry’ kunnen zeggen tegen de puber worden indien gewenst over de brug geholpen binnen een hechtingsgerichte gezinstherapie. Hoe dit in zijn werk gaat leerde ik op dag 4 van de cursus: Systeemtherapie Kinderen en Jeugd  van Elien Oostendorp. Het gaat hier om Attachment Focussed Family Therapy (AFFT) en afstemmen op de eigen emoties door de ouders bleek van cruciaal belang.

Ouders motiveren om naar zichzelf te kijken

Het is niet gemakkelijk wat een hechtingsgerichte therapeut van de ouders vraagt, want het kan een pijnlijke stap zijn om eerst naar jezelf te kijken. Het is niet makkelijk om je af te vragen of het opvoeden wel goed gegaan is. Ouders vragen de therapeut vaak: “Waarom nodigt u mij uit?” “Het is mijn kind dat zich niet weet te gedragen!” Het voelt voor hen alsof zij op het matje geroepen zijn, terwijl het hun puber is die de problemen veroorzaakt.

Misschien zit ‘m daar juist het probleem. In het oorzaak-gevolg denken, in het lineaire denken, in het begin van het probleem leggen op een gefixeerd punt en wel bij het gedrag van de puber.

De therapeut zou op de vragen van de ouders kunnen antwoorden: “Het lijkt inderdaad onlogisch dat u hier zit maar ik heb het nodig dat ik u leer kennen want ik geloof dat jullie van elkaar houden en dat er een andere dialoog kan komen en dat alleen daarna het probleem opgelost kan worden.” Dat je met deze woorden kunt reageren, leerde ik op deze dag.

De AFFT therapeut zal de ouders vragen om dieper in te gaan op de emoties die het gedrag van de puber oproept, om zich zo doende een weg te banen uit het eigen gevoel van machteloosheid over het opvoeden. Het gereedschap waarmee ze het gedrag van hun puber kunnen aanpakken blijkt diep in hen zelf verscholen te liggen.

Oudergesprekken vormen de beginfase van de therapie. De AFFT therapeut geeft de ouders wat zij zelf in een latere fase aan hun puber zullen doorgeven. Dit is kort samengevat: het emotioneel afstemmen met PACE (Playfullness, Acceptance, Curiosity en Empathy). Over het algemeen hebben ouders dit niet voldoende meegekregen waardoor ze het niet kunnen doorgeven. Tijdens het oefenen van PACE in rollenspellen was de feedback dat mijn nieuwsgierige vragen (Curiosity) vervuld waren van empathie (Empathy). Twee vliegen in een klap.

Bij het opvoeden wordt ouders dus vaak gevraagd om iets te geven aan hun puber wat ze zelf niet gekregen hebben. Een onmogelijke vraag. Vaak blijken ze zich in het geheim te schamen voor het falen in de ouderrol.

Als de AFFT therapeut het idee krijgt dat de ouders kunnen accepteren dat onderliggende emoties en motieven een rol spelen in de interactie met de puber, dan kunnen ouder-kind gesprekken plaatsvinden maar er kan altijd weer teruggegaan worden naar oudergesprekken. Uiteindelijk zullen ouders en puber tot een emotioneel, affectieve en reflectieve dialoog komen.

In een dergelijke dialoog speelt intersubjectiviteit een belangrijke rol.

Intersubjectiviteit

Hechting en intersubjectiviteit vormen samen de onlosmakelijke spiraal van de psychologische geboorte en de ontwikkeling van de mens. In het dagelijks leven van het jonge kind is dit heel duidelijk waarneembaar.

Niets op deze aarde vond ik nog belangrijk, slechts de wijze waarop haar gelaat zich naar het mijne boog, waarbij onze neuzen elkaar net raakten, hoe vol en betoverend ze naar me glimlachte, terwijl er vonkjes van haar gezicht leken te schieten. Ze had me met een kleine lepel gevoerd. Ze had haar neus tegen die van mij gewreven en haar licht over mijn gezicht laten schijnen… Er werd van mij gehouden.

Sue Monk Kidd, ‘Ver van huis’

Een dag van een kind wordt doordrenkt met hechting en intersubjectiviteit. Bij veilige hechting is de ouder de veilige haven waardoor het kind kan ontdekken hoe het zijn angsten kan reguleren zodat het in vrijheid kan leren van nieuwe objecten en gebeurtenissen. Met intersubjectief wordt bedoeld dat ouder en kind op elkaar afgestemd zijn, dat ze samen hun emotie reguleren en samen betekenis geven aan objecten of gebeurtenissen.

Een baby heeft de bereidheid en het vermogen om de aandacht van de volwassene te vragen. Elk huiltje is anders omdat zijn ongemak steeds weer anders is. De ouders gaan de huiltjes herkennen. Hoe beter de baby en de verzorgers kunnen communiceren, hoe veiliger. Ze bereiken samen een toestand van intersubjectiviteit waarbij hun emoties op elkaar worden afgestemd. Ze zijn op elkaar gericht en delen dezelfde intenties om te communiceren en te genieten van elkaar en om meer te ontdekken en te genieten van de gebeurtenissen en objecten in de wereld, of deze juist te vermijden.

Geluidjes die de baby maakt worden door de ouder herhaald. Ook gezichtsuitdrukkingen evenaart de ouder. Dit herhalen en evenaren is belangrijk voor de ontwikkeling van de communicatie. Het gaat hier niet om het imiteren. De ouder helpt de baby op deze manier om zich bewust te worden dat hij een innerlijke toestand heeft. De ouder toont daarmee empathie. De innerlijke toestand wordt opgemerkt, gewaardeerd, geaccepteerd en er wordt betekenis aan gegeven. Via deze intersubjectieve ervaring wordt de baby zich bewust van de eigen ervaring, die hij anders niet zou kunnen identificeren en als belangrijk zou kunnen waarderen. Dit vormt het fundament van een coherent zelfbewustzijn.

Door intersubjectieve ervaringen kan het innerlijk leven van anderen een centraal onderdeel worden van ons eigen innerlijk leven. Door het delen van innerlijke levens worden we vitaler en interessanter. De gedachtenwereld wordt vanaf het begin beïnvloed door anderen. De uitwisseling met anderen wordt mogelijk door een uitzonderlijk uitgebreide reeks speciale expressieve bewegingen (houding, gebaren, stem, gezichtsuitdrukking, enz.) die motieven weerspiegelen.

De verschillende kenmerken van de intersubjectiviteit tussen ouder en kind zijn relevant voor de psychotherapie. In gezinnen die niet worden gekenmerkt door veilige hechtingsrelaties wordt de aarzeling om intersubjectieve ervaringen te initiëren steeds groter. Hun wensen om te delen en samen te werken falen. Intersubjectieve ervaringen worden verdacht, gaan gepaard met schaamte of negatieve gevoelens. Het is niet langer wenselijk om emotie, aandacht en intentie te delen. Intersubjectiviteit, de wieg voor wederzijdse vreugde en intimiteit binnen een gezin, wordt een bedreiging.

Na herstel kan een relatie juist sterker worden

Ouders die een veilige hechtingsbasis bieden zijn gewoonlijk beschikbaar, intuïtief en responsief. Ouders zijn er onvoorwaardelijk maar soms is er een storing in de relatie; de een wacht dan tot de ander weer ‘op adem is gekomen’. Breuken zijn minder makkelijk te repareren als de ouder weigert, boos of geïrriteerd is. Een ouder kan in beslag genomen zijn door andere zorgen en/of zelf in een ontregelde toestand zijn.

Een tijdelijke crisis in de relatie moet worden herkend, geaccepteerd en hersteld. Na het herstel kan de relatie juist sterker worden. Vaak begint de ouder met het herstel en laat bijvoorbeeld merken dat de boosheid van het kind geen bedreiging is voor de relatie. De gereguleerde emotie, de gerichte aandacht en de intentie om te herstellen nodigen het kind uit en beiden keren terug naar de intersubjectieve toestand die de emotie die gepaard ging met de breuk, reguleert. Als de ouder het kind niet uitnodigt of andersom dan vormt een breuk een bedreiging en wordt het kind angstig of wanhopig.

Hechtingspatronen worden van generatie op generatie doorgegeven. Verstoringen in de ouder-kind relatie vormen een probleem als ze lijken op verstoringen in de eigen hechtingsrelatie van de ouder die niet werden opgelost. Alleen dan kunnen breuken een bedreiging worden. Er is een verhoogd risico als de breuken intens zijn, frequent en onopgelost blijven. Zowel ouders als kind ervaren schaamte in combinatie met het ervaren van de bedreiging van de relatie. Dat is het moment dat ze in gezinstherapie gaan, met een defensieve en afwijzende houding om te beginnen.

Hechtingsgerichte therapie brengt de intersubjectieve ervaringen weer op gang. De ouder kan het kind opnieuw gaan ervaren als de moeite waard en om van te houden.

Primaire en secundaire intersubjectiviteit

De ouder omarmt de vaak ontregelde, de permanent veranderende lichamelijke toestand van de baby. Afstemmen van ouder en baby is het intersubjectief delen van emotie. Door deze tweevoudige regulatie van de emotie ofwel veilige hechting nemen wederzijds plezier, blijmoedigheid en opgetogenheid toe.

De ouders ontdekken wie hun baby is en wie zij zelf zijn als ouder. De baby ontdekt wie hij is en wie zijn ouders zijn. De baby weet dat de expressieve ogen van zijn ouder ook een reactie zijn op hem. Zijn expressies zijn een weerspiegeling van zijn zich ontwikkelende innerlijke toestanden en de hiervan afhankelijke reacties van de ouder zorgen er op hun beurt weer voor dat het kind zich bewust is dat de moeder deze toestanden opmerkt en hierop met plezier, belangstelling en acceptatie reageert. De aard van de reactie van de ouder geeft het kind een eerste definitie van zichzelf. De baby ervaart zijn eigen kracht. Hij ontdekt steeds weer dat hij beschikt over prachtige kwaliteiten die zijn ouders diep raken. En ouders ontdekken zichzelf als ouder in de ogen van de baby. Dit is de primaire intersubjectiviteit.

Secundaire intersubjectiviteit vindt plaats in de tweede helft van het eerste levensjaar. De ouders geven voortdurend betekenis aan objecten en gebeurtenissen om de baby heen. Wat de ouders opmerken en waarderen, merkt de baby op en waardeert de baby. De ouder ervaart het object maar ervaart ook de ervaring van de baby met het object, waarna de ouder uitdrukking geeft aan zowel de eigen ervaring als aan die van de baby. Ouder en baby creëren samen de betekenis van het object of de gebeurtenis. Omdat ze het samen doen kan het kind vanuit meer perspectieven het object ervaren, met minder angst of schaamte. De baby kan hierdoor de diepere betekenis van het object beter doorgronden wat meer controle geeft.

Het samen betekenis geven gaat na de babytijd door. Het kind zal steeds vaker in contact komen met anderen waarmee het graag betekenis gevende activiteiten onderneemt. Kinderen gaan zich identificeren met anderen maar de ouders blijven vooraan staan. Ze willen zijn zoals hun ouders, met hun interessen, wensen, gedachten en gevoelens. Identificatie met hechtingsfiguren geeft richting aan de organisatie van ervaringen, aan betekenisgeving en aan het vermogen om interacties met de wereld te leren beheersen.

De puber en de adolescent onderscheiden hun betekenis gevende activiteiten steeds beter van die van hun ouders. Ze kunnen zich gaan afvragen of ze het perspectief van hun ouders accepteren. Als verschillen kunnen worden herkend en geaccepteerd wordt het vermogen van kinderen om de behoefte aan intimiteit en aan autonomie te integreren, mogelijk. Een eigen levensverhaal en veilige gehechtheid kunnen samengaan.

Gezinnen gaan in therapie als het accepteren van verschillen niet lukt. De verschillen worden dan gezien als bedreigend, ongepast, fout of als een gebrek aan respect. Er wordt een negatieve betekenis gegeven aan de motieven van de ander. Inspanningen om het innerlijk leven van de ander te begrijpen worden ondergeschikt gemaakt aan oordelen die geveld worden over het gedrag van de ander. Intersubjectieve ervaringen doen zich steeds minder voor en individuen raken geïsoleerd en voelen zich onveilig.

Een coherent ik-gevoel en herstel van de interactie

Dankzij de primaire en secundaire intersubjectiviteit vormt zich in toenemende mate een coherent ik-gevoel. Dit is geen rigide entiteit maar een open, flexibele, actief integrerende en unieke schepper van ervaringen via betrokkenheid met anderen en met objecten en gebeurtenissen in de wereld. Een veilig gehechte volwassene  heeft een coherent levensverhaal en staat open voor elk object of elke gebeurtenis en de emotie die hiermee gepaard gaat kan hij of zij individueel of samen reguleren. Aan elk object of gebeurtenis wordt individueel of samen betekenis gegeven waarna het geïntegreerd wordt in het levensverhaal. Gebeurtenissen hoeven niet te worden ontkend of vervormd. Het ik-gevoel wordt er niet door bedreigd. Het ‘zelf’ is in staat om op een samenhangende wijze continue,allesomvattend en georganiseerd te zijn.

Gebeurtenissen kunnen objectief zijn maar de betekenis die er aan gegeven wordt is altijd uniek, subjectief en wordt op intersubjectieve wijze gecreëerd. Als ouders deze psychologische waarheid kunnen erkennen en de uniciteit van de ervaringen van hun kind kunnen waarderen dan bieden ze intersubjectieve ervaringen aan die acceptatie en nieuwsgierigheid laten zien met betrekking tot betekenis gevende activiteiten van hun kind. Deze ouders ontmoedigen hun kind niet bij het hebben van een subjectieve ervaring die verschilt van hun eigen ervaring.

Het ik-gevoel van de ouder kan aangetast zijn. Het doel van de therapie is het herstel van een plezierige dialogische kameraadschap die waarschijnlijk in de vroege ouder-kind relatie aanwezig was. Het doel is om samen te ontdekken wat de belangrijkste wederzijdse intenties zijn die onder de problemen verscholen liggen, deze intenties te accepteren en met elkaar te bespreken op een wijze die herstel van de interactie mogelijk maakt.


Om dit bericht te maken is o.a. gebruik gemaakt van het boek ‘Hechtingsgerichte gezinstherapie’ van Daniel A Hughes. Hoofdstuk 1: Hechting en intersubjectiviteit.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie, Systeemtherapie

LIEF EN LEED

Dit is de titel van een nieuw boek van klinisch psycholoog en gezinstherapeut Peter Rober. Het zijn korte verhalen uit de praktijk van de psychotherapeut. We horen de stemmen van mensen die in therapie zijn.

Ik vind de verhalen stuk voor stuk juweeltjes en dat komt mede door de poëtische vorm waarin ze gegoten zijn. Hier het voorwoord en het eerste verhaal.


VOORWOORD

Daar is de kleine mens

en hij zoekt zijn weg

in de wereld

 

Er is veel verdriet.

En hier en daar

schoonheid

en deugddoende momenten

die troosten.

 

De wereld is koppig,

vaak tegendraads.

En de kleine mens;

hij heeft voor deze wereld niet gekozen,

en hij heeft hem niet gemaakt.

 

Maar hij probeert er het beste van te maken.

 

Soms doet de kleine mens

daarbij een beroep op ons,

psychotherapeuten.

We luisteren naar zijn verhaal,

van het struikelen

en nog juist recht blijven,

van het wankelen

en vallen.

 

En we proberen nuttig te zijn

bij het zoeken en tasten,

het wroeten en trachten.

Soms lukt dat goed.

Soms minder.

Soms niet.

 

Maar we proberen er het beste van te maken.


Hier het eerste verhaal:


VOOR WE BEGINNEN…

Voor we beginnen, wil ik duidelijk zijn.

Ik wil niet dat je mij behandelt als een geval.

Ik wil dat je naar me luistert.

 

Ik heb een verhaal te vertellen

en ik heb iemand nodig

die me helpt het te vertellen.

Iemand die luistert en

niet vindt dat ik gestoord ben,

of dat mijn leven een mislukking is.

 

Mijn vorige therapeut gaf me het gevoel

dat er iets grondig mis met mij was.

 

Ik vertelde mijn verhaal

over weinig eten om slank te worden,

over kijken in de spiegel

en zien dat het nog te vet is,

over mijn neerslachtigheid dan,

over mijn angst om buiten te komen

met zo een dik lijf.

 

Ik vertelde ook

dat ik anderzijds

mijn dikke lijf nodig had,

omdat het me beschermde,

zoals de dikke huid van een olifant.

Ik vertelde over mijn vader

die met zijn handen niet van mij af kon blijven,

en over mijn moeder die het niet zag,

en over mijzelf die er niet over durfde te spreken.

 

Ik vertelde dit alles

en ik wilde graag

nog veel meer vertellen,

maar de therapeut zei:

En waar wil je dan aan werken?

 

Ik begreep niet wat hij bedoelde.

 

Hij legde uit:

Ik moet eerst een duidelijke diagnose stellen,

zodat we een behandelingsplan kunnen uitwerken, 

en zodat ik de geschikte interventies kan kiezen.

 

Ik zweeg.

 

Mijn stilte maakte hem onzeker.

In plaats van mij te vragen wat er was,

begon hij verder uit te leggen wat hij wilde…

Ja, we werken hier vraaggestuurd. Dat vinden we heel

belangrijk. Maar het is me niet duidelijk wat je vraag is. Ik

hoor depressie, eetstoornis, angststoornis. Mogelijk ook een

posttraumatische stressstoornis, maat dat moet ik nog verder

onderzoeken. Ik heb hier nog ergens een vragenlijst liggen

die ons daarbij kan helpen.

 

Ik ben niet onmiddellijk buiten gestapt

en heb beleefd verder meegewerkt

maar het was toen al duidelijk

dat ik nooit meer terug zou komen bij deze vent.

 

Daarom vraag ik je nu maar meteen,

in deze eerste ontmoeting met jou:

Wil je mij behandelen

of ga je naar mijn verhaal luisteren?


Op het weblog van Peter Rober zijn meerdere verhalen uit het boekje te lezen

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologie, proza en poëzie, Psychotherapie

Afstemmen creëert een band

NIET AFSTEMMEN MAAKT ZIEK

Belangrijke dingen geleerd op de cursusdag ‘Hechtingsgerichte gezinstherapie met pubers’ van Elien van Oostendorp. De dag was een onderdeel van de cursus Verdieping Systeemtherapie.

Zelfs hartslagen kunnen op elkaar afgestemd raken!

Eigenlijk moet ik zeggen dat ik aan belangrijke dingen herinnerd werd door de cursusdag want wat ik leerde was me ten diepste wel bekend. Toch was het een dag van nascholen en oefenen.

Want wat betekent afstemmen eigenlijk? Om goed tot je door te laten dringen wat afstemmen is en hoe het voelt als er wel of niet op je afgestemd wordt, deden we twee korte oefeningen.

Oefening 1: Er wordt niet afgestemd

Probeer je een rot moment te herinneren waarin je geen hulp kreeg. Wat deed de ander waardoor je je niet welkom of veilig voelde? En wat deed jij vervolgens?

De ander zweeg, ging over mijn grens, had geen aandacht, was afwezig, was niet nieuwsgierig of kwam met zijn eigen probleem.

En wat deden wij vervolgens? Wij vluchtten, werden wanhopig, gaven op, huilden, werden boos en volhardden, schreeuwden, verstilden, trokken ons terug of maakten ons onzichtbaar.

Oefening 2: Er wordt wel afgestemd

Herinner je een situatie waarin je je gezien voelde. Wat deed de ander om dit aan jou te laten merken?

De ander luisterde zonder oordeel, had oogcontact met je, erkende jouw gevoel, maakte je niet kleiner, maakte ruimte, moedigde je aan om meer over jouw gevoelens te vertellen, benoemde jouw gevoel, raakte je aan, nam de tijd en stemde je hoopvol.

Wat deed dit met ons?

Wij voelden dat er ruimte was voor ons verdriet, we voelden ons getroost, gekalmeerd, niet meer alleen, veiliger. Het gaf ons vertrouwen en onze relatie verdiepte zich.

Afgestemd zijn doet denken aan het spreekwoord: Gedeelde smart is halve smart.


Over hechtingsgerichte gezinstherapie valt natuurlijk veel meer te vertellen maar afstemmen op diepere emoties en soms ver weg verstopte pijn is de kern van deze therapie. Afgekort heet het AFFT: Attachment Focused Family Therapy en de bedenker is Daniel Hughes. Hij noemt de methode zelf: Dyadic Developmental Psychotherapy, DDP. Hij werkt veel in de dyade met het kind of in de dyade met de ouder(s).  Wij lazen voor deze cursusdag enkele hoofdstukken uit de vertaling van het boek van Hughes: Hechtingsgerichte gezinstherapie. En we zagen hem op een video opname aan het werk met een geadopteerd meisje en haar moeder. Het meisje sprak niet of nauwelijks en toch slaagde Hughes er in om af te stemmen. Dit is natuurlijk de kunst. Afstemmen op emoties die nog niet het licht gezien hebben, die nog niet verteld zijn, waarvoor nog geen woorden gevonden zijn. Maar die er wel degelijk zijn.

Ik heb eerder over Hughes geschreven op dit blog: De zachte kracht van P.A.C.E.

P staat voor ‘Playfull’, A voor ‘Acceptance’, C voor ‘Curiosity’ en E voor ‘Empathy’.

Over empathie een leerzaam en leuk filmpje van Brené Brown:

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie, Systeemtherapie

De persoon is het probleem niet

HET PROBLEEM IS HET PROBLEEM

Door het probleem te externaliseren kunnen de persoon en het probleem uit elkaar gehaald worden. De persoon komt los van het probleem en kan er naar kijken. H/zij zal zichzelf niet langer als het probleem ervaren en meer mogelijkheden krijgen om het probleem aan te pakken.

Deze manier van werken hoort bij de narratieve therapie, waarin het gaat om het creëren van verhalen die werken. De verschillen tussen internaliserende en externaliserende gesprekken staan hieronder op een rij.

INTERNALISERENDE GESPREKKEN…

1. zien de persoon als het probleem,

2. lokaliseren het probleem binnen de persoon,

3. zoeken naar wat er mankeert aan de persoon,

4. zien handelingen als uitingen van de kern van iemand als persoon,

5. maken gebruik van de meningen van anderen om het gedrag of het probleem te verklaren,

6. beschrijven van het probleem valt samen met het beschrijven van de identiteit waardoor er weinig ruimte is voor andere aspecten van de persoon,

7. sociale gewoonten die het probleem voeden, steunen en promoten blijven onzichtbaar,

8. leiden tot ‘dunne’ conclusies over iemands leven, identiteit en relaties,

9. onderzoeken de innerlijke invloeden bij mensen die hulp vragen,

10. leiden tot het categoriseren van mensen in termen van hoe ze verschillen ten opzichte van de norm. Er worden labels bedacht voor ervaringen,

11. zien problemen als een onderdeel van de identiteit. De gesprekken gaan over hoe je leeft met een diagnose,

12. zien de professional als de expert,

13. beschouwen strategieën van anderen als de veroorzaker van de oplossing,

14. maken gebruik van woorden zoals:’ ik ben…’

15. en veel woorden gaan over details van het probleem

EXTERNALISERENDE GESPREKKEN…

1. zien het probleem als het probleem,

2. bespreken het probleem alsof het zich buiten de persoon bevindt zodat er ruimte is om zich tot het probleem te verhouden,

3. lokaliseren het probleem in een context buiten de persoon,

4. zien handelingen als achtereenvolgende gebeurtenissen die plaatsvinden in een bepaalde tijd volgens een bepaald plot,

5. nodigen de persoon uit om hun eigen betekenissen te geven voor wat er aan de hand is,

6. geven ruimte aan een meervoudige identiteit,

7. sociale gewoonten die het probleem voeden, steunen en promoten worden zichtbaar,

8. leiden tot rijke beschrijvingen van levens en relaties,

9. onderzoeken de culturele en sociaal-politieke verhalen die het leven van mensen beïnvloeden,

10. vieren de verscheidenheid en dagen de normen uit en omarmen verschillen en dagen discriminerende praktijken uit,

11. raadplegen de persoon en betrokkenen zelf over verandering en her-onderhandelen de verhouding tot het probleem,

12. laten mensen zelf de expert zijn over hun leven,

13. zien verandering als gemeenschappelijk tot stand gekomen en maken gebruik van al voorhanden zijnde kennis en vaardigheden,

14. gebruiken woorden zoals: ‘het is…’

15. en veel woorden gaan over gebeurtenissen die buiten het probleem staan.

De bovenstaande twee rijtjes van 15 vragen komen uit het boek van A. Morgan: ‘What is narrative therapy? An easy-to- read introduction’ (2000).

Goeie vragen stellen is een kunst

Eigenlijk kun je van alles externaliseren; gevoelens zoals angst, anorexia, stemmen, zelftwijfel enz. maar ook processen, patronen en conflicten tussen mensen en allerlei sociale en culturele praktijken zoals racisme en discriminatie kunnen geëxternaliseerd worden. Ook metaforen zoals: een muur van verwijten of een golf van wanhoop kunnen geëxternaliseerd worden.

Je begint met het probleem een naam te geven en je gebruikt daarbij een zelfstandig naamwoord. Met de naam maak je als het ware van het probleem ook een persoon. Je bent het probleem aan het personaliseren en dan stel je vragen om het probleem goed te leren kennen. Stel dat het probleem Onzekerheid heet.

Wat zijn de trucjes van Onzekerheid?

Wat zijn de tactieken, de manier van handelen, de manier van spreken en wat het zegt, de bedoelingen, de ideeën en het geloof van Onzekerheid?

Wat zijn zijn plannen, zijn voor-en afkeuren, regels, verlangens, motieven, technieken, dromen, bondgenoten?

Wie steunt Onzekerheid?

Tegen welke krachten moet Onzekerheid het opnemen?

Wat zijn de leugens of het bedrog van Onzekerheid?

Morgan licht toe dat je niet van alles zomaar kunt gaan externaliseren. Je luistert eerst naar iemands verhaal en probeert vast te stellen welk probleem prioriteit heeft. Problemen kunnen samenvallen zoals Zelftwijfel en Zelfkritiek. Welk van de twee ga je externaliseren? Ga je Uitschelden of Verdriet externaliseren? Dan vraag je bijvoorbeeld: Veroorzaakt het Uitschelden het Verdriet of andersom? Ook de bredere context is belangrijk. Is er misbruik, armoede, een migratie? Je gaat het probleem Angst niet externaliseren als er misbruik is. Dus eerst goed luisteren!


Deze manier van vragen stellen vereist oefening. Wij, een groep van 12 systeemtherapeuten, oefenden op de derde cursusdag van de specialistische cursus Systeemtherapie Kinderen en Jeugd met deze vragen en met het personaliseren van een probleem.

We kregen van gastdocent en psychotherapeut Tineke Haks een lijstje vragen waarvan sommigen erg kunstig in elkaar gezet waren en daar gingen we mee aan de slag. We gaven een naam aan een probleem dat ons zelf in de weg stond. Ik noemde mijn probleem: Oordeel.

Hoe is Oordeel in mijn leven terecht gekomen?

Hoe lukt het Oordeel om invloed uit te oefenen op mij?

Wat is het doel van Oordeel? Waar is het op uit? Waarom eigenlijk?

Met welke trucs lukt het Oordeel om macht te krijgen over mij?

Is het mij wel eens gelukt om macht te krijgen over Oordeel?

Hoe lukt het Gerie om Oordeel weg te jagen?

Wat is de zwakke plek van Oordeel?

Lukt het wel eens om Oordeel te slim af te zijn?

Wat gebeurt er met Oordeel als het Gerie steeds beter lukt om Oordeel weg te jagen?

Hoe zou het voor haar zijn als jij Oordeel bij haar bent weg gegaan?

Tineke voegde nog enkele  ‘advocaat van de duivel’ vragen toe: Wat zijn de goede intenties van Oordeel? Het probleem kan dus ook goede bedoelingen hebben! Heeft Gerie Oordeel ook wel eens niet nodig? En waar kwam ik achter bij het beantwoorden van deze vragen: Als ik mag dwalen en struinen door de natuur dan heb ik Oordeel niet nodig:) Dit had ik niet verwacht als uitkomst toen ik begon aan deze oefening. Ik krijg meer grip op Oordeel. En ik krijg zicht op een moment waarop mijn probleem niet speelt.

Morgan schrijft over de effecten van een probleem. Wat voor een effect heeft het op je zelf als persoon, hoe je over jezelf denkt, hoe je jezelf ziet als ouder, als partner, als broer, zus, , werknemer, enz. Wat voor effect heeft het op je hoop voor de toekomst, op je dromen, op je werk, je sociale leven, je gedachten, je gezondheid, je gemoed, je dagelijks leven. Zo krijg je een idee van wat iemand met het probleem ervaart, waarom iemand zich bezwaard voelt door het probleem.

Maar ook kom je er achter in welke unieke situaties of tijden het probleem weinig of geen effect heeft. Je komt er achter dat iemand manieren heeft ontwikkeld om niet zo geraakt te worden door het probleem. Je komt achter hun competenties.

Een probleem wil vaak graag het effect dat het heeft op mensen verbergen. Problemen vinden het niet leuk als mensen ze door hebben want dat zou hun kracht kunnen verzwakken. Na het gesprek over de effecten van het probleem kan de therapeut vragen of de cliënt vindt dat deze effecten bij zijn leven passen en of die er blij mee is. En dan zegt de client bijvoorbeeld iets als: “Nee het past niet bij me want ik was altijd zo’n vrolijk meisje…” Er komt ruimte voor een ander verhaal, een verhaal van voordat het probleem iemands leven overschaduwde. Iemand kan een standpunt gaan innemen tegenover het probleemverhaal.


We kunnen verschillende verhalen vertellen over ons leven. Dit tekenfilmpje maakt dit goed duidelijk.

‘Kracht oren’ opzetten

Een probleemverhaal herbergt waarden en kwaliteiten. Een van ons kreeg deze cursusdag de opdracht om een zeur-verhaal te houden en de ander moest daar naar luisteren met zijn ‘kracht oren’ op. Uit het zeur-verhaal van een collega kon ik opmaken dat zij er goed in was om allerlei wensen te genereren en zo kon ik reageren met: “Ik hoor dat je veel wensen hebt. Dus ik hoor hoop in je verhaal. Maar ik hoor ook vasthoudendheid want ik denk niet dat je wil dat ik het zeuren van je af pak. En ik hoor ook dat je liever zelf op zoek gaat naar oplossingen in plaats van dat je adviezen krijgt van anderen.”

Deze oefening was de opmaat voor het leren over de Unieke Uitkomst of de Unieke Uitzondering, een ander belangrijk ingrediënt van narratieve therapie. De Unieke Uitzondering doet zich voor op een moment dat Het Probleem niet speelt. Morgan schrijft dat het probleem het niet leuk vindt als de persoon unieke uitkomsten ontdekt. Het zijn sprankelende gebeurtenissen die niet zouden kunnen voorkomen in het probleemverhaal. Het zijn momenten dat het probleem geen grip heeft op de persoon. Ze gaan vaak aan de persoon voorbij maar ze zijn belangrijk. Deze unieke gebeurtenissen kunnen we met elkaar verbinden en zo vormen een alternatief op het probleemverhaal: het Voorkeursverhaal.

Belangrijk is de ‘timing’ van het gesprek over de unieke uitzondering of de ‘voorkeursverhalen’. Je neemt eerst de tijd voor het probleemverhaal en externaliseert het probleem. Als de cliënt er aan toe is kun je een speciale afspraak maken voor het Unieke Uitzonderingsgesprek, waarmee je een context voor dit gesprek creëert. Morgan schrijft ook dat alleen naar het positieve wijzen niet volstaat. Het gaat om het begrijpen van de unieke uitkomst, om het linken met andere gebeurtenissen en betekenissen. Zo wordt een context gecreëerd waarin een relatief klein en uniek voorval significant wordt. De unieke uitkomst hoeft op zich niets spectaculairs te zijn. Eventueel kun je deze vragen van Morgan gebruiken om de unieke uitkomst boven water te krijgen.

Hoe krijg je het voor elkaar om het probleem niet nog groter te laten worden?

Zijn er momenten waarop het probleem niet zo aanwezig is?

Is er wel eens een moment waarop het probleem op zou kunnen komen maar het niet gebeurde?

Heb je wel eens weerstand kunnen bieden tegen het probleem en je niet tegen laten houden?

Probleemverhalen kunnen zuigen 

Probleemverhalen kunnen zuigen maar je kunt steeds opnieuw verbinding zoeken met het voorkeursverhaal. Daarmee biedt je weerstand tegen de zuigende werking. De Unieke Uitzondering is meer dan een moment. Er zijn meerdere Unieke Uitzonderingen en als therapeut ben je op zoek naar de lijn hier in. Je vraagt naar wat mensen dan doen, naar hun handelingen en je vraagt naar wat deze acties zeggen over iemands identiteit. Onze identiteit is gemaakt van vele stemmen. Het gesprek gaat heen en weer tussen deze ‘landscapes of action’ en ‘landscapes of identity’.

In de zogenaamde ‘re-authoring’ gesprekken worden de unieke uitzonderingen vergroot. Het voorkeursverhaal wordt dikker. Momenten waar de persoon tevreden of blij mee is worden beschreven. ‘Re-authoring’ vragen zijn bijvoorbeeld:

Wat leidde er toe dat dit unieke voorval mogelijk werd?

Wat deed de persoon toen dat h/zij interessant vond?

Wat was waardevol aan dit moment?

Wanneer heb je zoiets eerder gedaan?

Kan er iets beschreven worden dat eerder in het leven van deze persoon gebeurde en raakt aan deze waarde of interesse?

Wat was er destijds dat er achter deze actie zat wat belangrijk was en wat de persoon beïnvloedde om het zo te doen?

Kan de persoon een moment beschrijven van nog langer geleden, wat ook raakt aan deze interesse of waarde?

Wat zou iemand die in die tijd goed naar jou keek, zeggen over wat dat over jou liet zien?

Als je naar de toekomst kijkt hoe zou dan die waarde of interesse van jou zichtbaar kunnen worden in toekomstige acties?

‘Re-membering’

In de eindfase van de therapie worden ‘re-membering’ gesprekken gevoerd. Daar horen weer andere vragen bij. ‘Re-membering’ heeft hier niet alleen de betekenis van herinneren, het heeft ook de betekenis van opnieuw lid (‘member’) worden. Je wordt opnieuw lid van de club van mensen die samen met jou voeding geven aan jouw voorkeursverhaal.

De ‘timing’ is belangrijk. Je gaat pas ‘re-memberen’ als iemand er klaar voor is. Vragen om het ‘re-memberen’ op gang te brengen zijn:

Kun je een relatie bedenken waar je tevreden over bent? Stel die persoon eens voor.

Wat is het in deze relatie waar je blij mee bent?

Past dit nog bij iets wat in jouw leven belangrijk voor je is?

Wat doet of zegt deze persoon dat hieraan bijdraagt?

Kun je daar een voorbeeld van geven?

Wat zegt dit over wat van waarde is voor deze persoon?

Als we naar jou zouden kijken door de ogen van deze persoon, wat denk je dat ze in jou waarderen?

Als deze versie van jezelf belangrijker wordt in de manier waarop je jezelf ziet, hoe zou dit dan helpend kunnen zijn voor jou in moeilijke tijden?

Wat zou het voor deze persoon betekenen om te weten dat ze een dergelijke bijdrage leveren aan jouw leven?

Hoe zou dit passen met jouw idee over waar zij voor staan en wat voor identiteit zij graag willen hebben?

Hoe draagt dit gesprek bij aan verdere ontwikkelingen in je leven?

Uiteindelijk kwam ik door deze oefening te doen met een collega uit op het besef dat veel mensen om mij heen, net zoals ik zelf, ervaren dat leren en ontwikkelen het leukste is wat er is. Het leuke van ‘re-memberen’ is dat we beseffen dat we niet alleen zijn. Daarom is het genieten. “Relaties creëren ons in plaats van dat wij relaties creëren”, zegt de psycholoog Kenneth Gergen. De Zuid-Afrikaanse ant-apartheidsstrijder Desmond Tutu zegt ook zo iets: “People become people through other people’.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie, Systeemtherapie

Een nieuw boek van Griet op de Beeck over incest

Het is geen autobiografie maar Op de Beeck weet waarover ze het heeft. De vragen die ze nog had over haar vader ten tijde van haar optreden in Zomergasten in 2016 worden nu beantwoord.

In een interview met Matthijs van Nieuwkerk en Daphne Bunskoek in het televisieprogramma ‘De Wereld Draait Door’ vertelt ze over het boek en over haar eigen ervaringen met incest. Het viel haar tijdens deze uitzending duidelijk moeilijker dan ze had gedacht om er publiekelijk mee te komen. Dat kan ik me goed voorstellen en het is te betwijfelen of het platform van dit televisieprogramma geschikt was.

Het heeft lang geduurd voordat ze het bewustzijn en de taal had om er over te spreken. Dit legt ze uit. In de tijd dat incest gepleegd wordt zijn de hersenen van een (jong) kind nog niet zodanig ontwikkeld dat het de ervaring in taal op kan slaan. Haar overkwam het misbruik tussen haar 5e en 9e jaar. Als ze naar een foto kijkt van toen ze 9 was kan ze er amper naar kijken. Ze lijkt daar op een dik jongetje. Dat is hoe je je als kind kunt verweren: jezelf onaantrekkelijk maken.

Waarom ze hiermee nu naar buiten komt is om aan iedereen te laten zien dat het zwijgen over dit onderwerp niet goed is. Heel spannend en dapper!

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie

‘The Therapist’ on VICELAND

Kent u de internationale televisiezender VICELAND van het jongerenplatform VICE? In Nederland begonnen de uitzendingen van VICELAND begin dit jaar. Onlangs bekeek ik van het Amerikaanse station een aflevering van het programma ‘The Therapist’ met Katy Perry in de hoofdrol. Het programma is eigenlijk een opname van een echte therapiesessie waarin de hulpvraag is: Wie zit er achter deze publieke persoon? Artiesten, sporters en andere beroemdheden gaan in gesprek met telkens dezelfde therapeut. De therapeut is Dr. Siri Sat Nam Singh. 

Kijk vooral zelf naar het gesprek met Katy Perry. Hieronder volgt een samenvatting.


Katy Perry is een beroemde Amerikaanse popzangeres, liedjesschrijfster, gitariste en actrice. Ze groeide op in Santa Barbara in Californië in een conservatief gezin. Er werd haar verboden om naar pop- en rockmuziek te luisteren. Haar beide ouders, Mary Christine Perry en Maurice Keith Hudson zijn priesters. Haar eerste optredens als zangeres waren in de kerk. Toen heette ze nog Katheryn Elizabeth Hudson.

Voordat de echte sessie begint stelt ze Singh voor en vertelt ze dat ze de laatste 5 jaar in therapie is geweest en dat het haar leven heeft veranderd. Ze houdt net zoals de Belgische schrijfster Griet op de Beeck vorig jaar in het Nederlandse TV programma Zomergasten, een persoonlijk pleidooi voor therapie. Perry zegt blij te zijn dat ze ook deze ‘Therapist’ sessie gaat doen voor Viceland, al beseft ze dat haar kwetsbare kant, mogelijk nog onontdekte trauma’s publiekelijk naar voren kunnen komen. Dan zit ze nog op het puntje van haar stoel.

Als ze achterover leunt is ze Katheryn Hudson, dan hoeft ze niet te zorgen voor de situatie, dan is ze meer zoals ze met haar zussen is, meer ontspannen, dan kan ze zich overgeven. Goed dat Singh dit opmerkt, op het puntje van de stoel is ze Katy, die iedereen kent wat fantastisch is en meer de façade en als ze achterover leunt is ze Katheryn.

Een van de archetypische manieren voor een vrouw om zich te presenteren is als priesteres of als godin. In Katy ziet Singh de Godin. Die kan anderen optillen, inspireren en geeft licht aan dingen die anderen niet zo gauw naar voren brengen. Katheryn noemt hij het Zelf en die is misschien een beetje ondergedoken. Misschien heeft Katheryn gevoelens die niet zo erkend zijn, niet zo tot uitdrukking komen, “niet ontwikkeld zijn”, voegt Perry toe. Maar welke gevoelens zijn dit?

Nadat ze iets meer vertelt over hoe ze als kind zo nieuwsgierig was als een kat en vaak het gevoel had dat ze iets misliep door de strenge opvoeding, zegt Singh dat hij zich daarbij een beetje droevig begon te voelen en vraagt of dat zou kunnen kloppen. Ja dat klopt en de tranen komen bij Perry meteen op gang. Katheryn moest eigenlijk tegen haar ziel in gaan waardoor ze vervreemdde van zichzelf. Perry: “Katheryn houdt van groeien en leren. Ze vindt het niet leuk als mensen haar vastzetten in een soort tijdscapsule”. Ze heeft haar haar onlangs kort geknipt en blond geverfd en er zijn fans die dit niet leuk vinden.

“Zo is de Godin in jou tot stand gekomen,” zegt Singh. “Die heb je gecreëerd met jouw nieuwsgierigheid. Daar mag je dankbaar en trots op zijn!” Perry zegt dat het moeilijk voor haar is om zich te verbinden met Katheryn want die is arm en Katy heeft ‘de formule’ ontdekt en is nu rijk. Ja, zegt Singh: “Katy krijgt alle aandacht. Waar we energie in stoppen dat ontwikkelt zich. Maar Katheryn zou wel eens net zo succesvol en ontwikkeld kunnen worden…”

Ze heeft het over hoe mensen gezien willen worden zoals de foto’s die ze op Instagram zetten maar: “Dat is niet het hoofd dat ’s avonds op hun kussen ligt, dàt is pas echte intimiteit. En dit doe ik ook; ik creëer ook een ding. Dit maakt het moeilijk om ècht jezelf te zijn.” Singh: “We willen allemaal een groot huis maar hoe zit het met de kwaliteit van de mensen die in dat huis leven? Stel dat je Katheryn aandacht zou geven hoe zou dat er dan uitzien?”

“Katheryn is iemand met vreemde interesses en die gek doet en er niets om geeft wat anderen van haar denken. Ze is een hork, een ‘nerd’, iemand die als kind wilde spelen met haar nichtjes maar niet wist hoe dat moest. Tot voor kort wist ik zelfs niet eens wat een omhelzing was. Ik dacht dat omhelzingen seksueel waren omdat de ander dan jouw borsten voelt. Nu pas begrijp ik dat het bij een omhelzing om verbinden gaat.”

Singh: “Misschien stopte Katheryn met groeien omdat alle fantasieën uit de kindertijd in Katy gingen zitten en een ‘bigger than life personality’ creëerden… Hoe oud is Katheryn eigenlijk? Perry: “Ze is 11!” Perry realiseert zich dat ze op die leeftijd een professional werd. Ouder dan 11 is Katheryn dus niet geworden. Singh: “Hoe zou ze eruit zien als ze 21 zou zijn?” Perry zinkt nog dieper in haar stoel en hangt over de leuning en roept alsof ze laveloos is:”Laten we nog een wijntje nemen!”

Singh vraagt naar haar ervaringen met het ‘daten’ van jongens en nadat Perry er iets over vertelt stelt hij voor dat Katheryn misschien iets ouder is dan 11 want ze heeft al gedate. Perry: “Maar ik heb nog niemand gevonden waarmee ik een kind wil.” Singh: “Is het OK dat Katheryn nog wat tijd nodig heeft om zich te ontwikkelen, misschien om de ‘hork’ te laten zien?” Perry roept lachend uit dat dat inderdaad is wat ze wil, de ‘hork’ in zichzelf laten zien.

Ze heeft een duidelijk idee over wat voor soort man ze als partner wil. Het moet iemand zijn die liefde heeft voor muziek. iemand met humor, intelligentie (zodat ze kan leren), iemand die spiritueel is en iemand waarmee ze over dit alles kan praten. Ze heeft al eens een relatie gehad maar ze was er nog niet klaar voor om samen te groeien. Singh vraagt haar hoe ze zich aan een date zou voorstellen als ze Katheryn was. Daar moet ze om lachen maar ze vraagt zich meteen af waarom ze eigenlijk lacht. Singh oppert dat dit misschien komt omdat ze het nog nooit gedaan heeft waarna ze opnieuw moet huilen…

Hij denkt dat er vast wel een man is die aan haar wensen voldoet en hij voegt er aan toe dat hij denkt dat het ook een sterk iemand moet zijn. Daar is Perry het mee eens, het moet iemand zijn die net als zij ook diep gegaan is. Singh: “Ja, iemand die krachtig is maar ook 21 en emotioneel gezien nog niet helemaal klaar is met zijn ontwikkeling, net zoals jijzelf.” Dan kunnen ze samen verder groeien.

Perry denkt dat er mensen zullen zijn die over haar oordelen maar ze beseft ook dat ze geen controle heeft over wat de mensen denken. Ze wil authentiek zijn. Singh zegt dat authenticiteit soms verdoofd wordt met verdovende middelen en vraagt of Perry daar ervaring mee heeft. En dat heeft ze. Ze heeft teveel alcohol gedronken en daar ook  een lied over geschreven: ‘Dance with the devil’. Ze kan niet goed tegen alcohol weet ze en ze moet in balans blijven voor het werk dat ze doet. Maar soms heeft ze een pauze nodig, vooral als ze ergens is waar ze niet wil zijn.

“Je kunt authenticiteit verdoven met drugs maar je kun ook agressief worden wanneer je niet authentiek kunt zijn”, legt Singh uit. Perry kan wel eens boos worden als ze het opgespaard heeft. Ze doet aan yoga en meditatie. Dat helpt. En ze is in therapie gegaan met haar ouders. Dat helpt ook. “We kunnen het er nu over eens worden dat we het oneens zijn en toch van elkaar houden”, zegt ze. Ze is erg dankbaar voor het gereedschap dat deze therapie haar heeft gegeven.

Singh brengt het onderwerp terug naar authentiek kunnen zijn of in-authentiek zijn. Hij vraagt of ze ooit met haar carrière heeft willen stoppen. Perry heeft hier een lied over geschreven: ‘By the grace of God’. Door een lied te schrijven verwerkt ze dingen waar ze mee zit. Dit lied betekent veel voor haar en terwijl ze dit zegt huilt ze. Singh merkt op dat ze nu authentiek is en dat hij aan het begin van het gesprek verdrietigheid voelde en dat dit er nu uit komt. Dit is echt.

Hij vindt authenticiteit een belangrijk onderwerp en wil er nog iets meer over uitleggen. Niet authentiek zijn kan in lichamelijke symptomen tot uiting komen. Lichamelijke symptomen kunnen de sleutel voor een genezingsproces zijn: “Als je er voor kiest om niet authentiek te zijn dan ga je je authenticiteit verdoven met drugs, je gaat het tot uitdrukking brengen in agressie of juist internaliseren en depressief worden of je gaat lichamelijke symptomen ontwikkelen. Dit moet je allemaal niet willen. Beter is het om schaamte, verdriet, pijn, liefde, vreugde er allemaal te laten zijn. Om er voor uit te komen wie je bent.

Perry: “Katy treedt op bij de ‘superbowl’ (de finale van American ‘football’, sport hoogtepunt van het jaar in de VS) en Catherine wil in de zandbak spelen”. “Ja”, zegt Singh: “Dat zou ze moeten doen!” Hij vraagt: “Wat deden je nichtjes waar jij niet mee spelen kon?” Perry: “Zij zetten een tutu op hun hoofd, ze deden malle dingen. Ik ben zo dankbaar voor de gezinstherapie want nu heb ik zin om met mijn familie op vakantie te gaan. We verschillen maar we kunnen nu luisteren naar elkaar. Mensen moet niet tégen elkaar praten maar mèt elkaar.”

Singh vindt ook dat we de verschillen moeten leren waarderen in plaats van ze te evalueren. Er zijn zoveel verschillende fenomenen in de cultuur en in de natuur die naast elkaar bestaan. Dat geldt ook voor mensen, je hoeft alleen maar met mensen te zijn, getuige te zijn zonder te oordelen. “Het lijkt alsof sommige regels in jouw familie afgebroken zijn, alsof ze meer open worden, een open systeem”. Perry beaamt dit en vertelt dat er gevoelens leefden die beangstigend waren maar dat ze als gezin op een helende reis zijn waar ze dankbaar voor is. Haar gezinstherapeut vroeg of ze gelijk wilden krijgen of geliefd wilden zijn. Perry kiest voor geliefd zijn: “Mensen die niet om mij geven, daar kan ik niets aan veranderen. Het spijt haar als ze verkeerd is overgekomen maar ze wil niemand beschadigen, ‘God bless them on their journey’ “.

Singh komt terug op de rigiditeit en het oordelen dat er niet alleen in het gezin van Perry was maar dat er helaas nog veel is overal. Hij is nieuwsgierig naar wat zij eigenlijk deed tegen de principes van de ouders in. Perry vertelt dat er bij hun in de kerk een lied gezongen werd waar ze veel van hield: ‘Come as you are’ van Crystal Lewis. Maar de kerk deed eigenlijk meer aan oordelen dan aan liefde en daarom voelde het voor haar niet altijd veilig. Ze denkt dat haar moeder dit nu beter begrijpt. Niet ‘het laatste oordeel’ maar ‘kom zoals je bent’.

Perry: “Ik probeer met mijn hart te leven, maar mijn hart is langzaam, te langzaam”. Singh: “Waarom zeg je dat”? Perry: “Mijn hoofd gaat over tijd en strategie maar dat is soms vreemd voor mij en gaat tegen mijn hart of mijn intuïtie in. Soms neem ik verkeerde beslissingen”. Singh kent meditaties waarmee je je intuïtie kunt ontwikkelen.

Het gesprek loopt ten einde en het is de vraag of Katy en Katheryn nu iets meer geïntegreerd zijn. Perry zegt dat ze het in deze therapiesessie voor Katheryn heeft opgenomen en dat kan Singh beamen. Perry eindigt met een grap: “Je krijgt nu twee voor de prijs van een!” En Singh voelt haar extase.


Dat er veel verdriet in Kate Perry zat heeft deze therapeut heel goed vanaf het begin aangevoeld. Ik vind het mooi dat Singh daar meteen mee kwam. Verder waardeer ik dat hij graag uit wilde leggen wat er met je kan gebeuren als je jouw authenticiteit onderdrukt. Als ik een fan was dan zou ik benieuwd zijn naar een volgend optreden van Kate Perry om te zien of ze ook iets meer Katheryn laat zien op het podium. Mooi vond ik ook dat de grotere context van het materialisme en de religie meegenomen werden in de sessie. En fijn om te horen dat de gezinstherapie haar verbinding met haar familie zo veel goed deed: “We kunnen het er nu over eens worden dat we het oneens zijn en toch van elkaar houden”. Dat zouden meer mensen moeten doen.

Kortom, de moeite van het bekijken waard. The Therapist. Ben benieuwd of er ook een Nederlandse versie komt.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie

‘Slow therapy’ in de mode

Uit het project ‘Notes from my therapist’ van fotograaf Carrie Thompson.

Net zoals ‘slow food’ blijkt nu ook ‘slow therapy’ in de mode te zijn. Dit wordt geconstateerd door psychoanalytici en was te lezen in een artikel van Marilse Eerkens van de Correspondent: ‘Waarom de psychoanalyse er na 100 jaar nog altijd toe doet‘. Het was een ode aan ‘de moeder van alle therapievormen’, geschreven nu het precies honderd jaar geleden is dat de psychoanalyse werd geïntroduceerd in Nederland.

Psychoanalyse onderzoekt de onderliggende, meestal onbewuste laag die het menselijk gedrag aanstuurt. Deze vorm van therapie werd ingehaald door de cognitieve gedragstherapie waarin het vooral draait om hoe je met negatieve gevoelens omgaat in plaats van om de vraag waar ze vandaan komen en wat die gevoelens in stand houdt. Cognitieve gedragstherapie zou efficiënter zijn: patiënten zouden gemiddeld met zo’n tien sessies geholpen zijn. Psychoanalytische behandelingen duren langer. Dat kan natuurlijk niet in onze ‘ratrace’ tijd waarin de marktwerking de boventoon voert in de gezondheidszorg.

Psychoanalyse is niet de enige vorm van ‘slow therapy’

In de reacties onder het artikel van Eerkens blijkt dat veel lezers, waaronder professionals en ervaringsdeskundigen, vinden dat Freud en de psychoanalyse niet op een voetstuk geplaatst zouden mogen worden en dat er ook andere vormen van therapie zijn die dieper en verder gaan dan de cognitieve gedragstherapie. Hier ben ik het mee eens.

Maar ik vind het idee dat ‘slow therapy’, waaronder de psychoanalyse, in de mode is, een goede zaak. Sommige veranderingsprocessen zijn taai en vragen veel tijd en ‘oefening’.  ‘Slow therapy’ hoeft misschien ook helemaal niet zo duur te zijn. Je zou kunnen denken aan ‘korte, langdurige therapie’. Dan ben je weliswaar lang in therapie maar heb je niet zo vaak een sessie met je therapeut. Misschien maar één sessie per twee of drie weken. In de psychoanalyse is het gebruikelijk om twee à drie sessies per week te hebben. Dat vind ik erg veel en het is de vraag of dat goed is. Een begrijpelijke reactie van een van de lezers van het artikel in de Correspondent luidt:

Toen ik in mijn jonge jaren in psycho-analyse was, voelde de rust, ruimte en aanwezigheid van mijn analyticus als re’parent’ing. Eindelijk iemand die er voor me was en die naar me luisterde. En de structuur van drie keer per week gaf me een veilig gevoel. Het voelde als een draagvlak voor zelfonderzoek en reflectie. Maar ik vond het ook zware luxe en voelde me redelijk a-sociaal dat er iemand, die zoveel geld kostte en bijna niets zelf zei, drie keer per week er voor mij was. Ik bedacht: ‘dat kan ik ook alleen’. Ik ben toen gestopt met de analyse en ben een dagboek gaan bijhouden voor mijzelf en daar had ik veel aan. Ik re’parent’e mijzelf op die manier.

De meeste professionals zijn het er over eens dat eigenlijk alle vormen van therapie een prijs verdienen en dat het resultaat van de therapie eerder bepaald wordt door de werkrelatie dan door de gebruikte methode. Dit idee wordt wel eens het Dodo bird verdict genoemd: ‘All therapies have won, all must have prices’.

Herbeleven

Volgens de ode van Eerkens aan de psychoanalyse verschaft deze meer dan het rationele inzicht van de cognitieve gedragstherapie. Rationeel inzicht is bijvoorbeeld:

‘ik ben boos op mijn baas omdat hij mij nooit eens complimenteert, maar ik weet dat die reactie misplaatst is, want eigenlijk ben ik op zoek naar de complimenten die ik van mijn vader nooit kreeg’.

De psychoanalyse zorgt er naast het rationele inzicht voor dat je met je therapeut de pijn uit het verleden herbeleeft. Nogmaals: Het herbeleven kan ook binnen andere vormen van psychotherapie, binnen de systeemtherapie en zelfs binnen de cognitieve gedragstherapie kan er ruimte voor zijn. Het herbeleven is belangrijk want pas wanneer je in een veilige situatie de pijn van bijvoorbeeld een gebrek aan erkenning echt doorvoelt, komt er ruimte voor rouw en kun je blijvend veranderen. Dat is het idee. De pijn moet verwerkt worden en dat kost tijd.

De theorie van de psychoanalyse komt erop neer dat het gedrag van de mens voor een groot deel wordt aangestuurd door onbewuste driften. De ontwikkeling van het onbewuste vindt voor een belangrijk deel plaats in de baby- en peutertijd. Gevoelens en behoeften zijn dan nog heel ‘rauw’, legt psychoanalytica Fernanda Sampaio de Carvalho uit aan Eerkens.

De manier waarop er tegemoet wordt gekomen aan primaire behoeften– eten bieden bij honger, warmte bieden bij kou, aanraken en praten bij behoefte aan contact – en de manier waarop de relatie met je vader en moeder (of andere vaste verzorger) op latere leeftijd verder vorm krijgt, is heel bepalend voor wat jij op volwassen leeftijd van een relatie – in welke vorm en met wie dan ook – zal gaan verwachten.

In je kindertijd creëer je onbewust een sjabloon van hoe een relatie eruitziet. Dit sjabloon en de bijbehorende verwachtingen zijn weer sterk van invloed op de keuzes die je maakt en je verdere gedrag en verhouding met de buitenwereld.

Door een gebrek aan ‘emotionele beschikbaarheid’ van je ouders krijg je als kind de boodschap dat jij en jouw gevoelens er niet zo toe doen.

Deze terugkerende ervaring, die jouw verwachtingen van het leven onbewust sterk kleurt, kan gevolgen hebben voor de keuzes die je op latere leeftijd maakt. De ervaring uit je jeugd kan er bijvoorbeeld toe leiden dat je – ter compensatie – op zoek gaat naar een partner die de ondankbare taak krijgt om jouw onbeantwoorde behoeften constant te vervullen.

Het kan er ook toe leiden dat je écht en warm contact met vrienden of geliefden gaat mijden, uit angst weer ‘weggeduwd’ te worden (en je dus de hele tijd merkt dat je relaties stuklopen). Of dat je heel erg narcistisch wordt omdat je de hele tijd wilt ervaren dat je er wél toe doet.

‘Slow therapy’ en zorg-verzekeraars

Het zou goed zijn als de Correspondent ook aandacht zou besteden aan de relatie tussen de psychotherapie en de zorg-verzekeraars waarbij dan ook de werkrelatie tussen client en therapeut wordt meegenomen. Ik ben het heel erg eens met deze reactie onder het artikel:

De waarde van een langdurige en/of intensieve therapie onderschrijf ik volledig, al is het maar als regelmatige check-up omdat aangeleerde patronen niet zo makkelijk structureel zijn te doorbreken of te veranderen en je voor nieuwe uitdagingen kan komen te staan. Daarbij kan het ook heel fijn en belangrijk zijn om bij één bepaalde therapeut terecht te kunnen, waar je goede ervaringen mee hebt en met wie je een goede werkrelatie hebt opgebouwd. Dat wordt nu vind ik te weinig gefaciliteerd door het vergoedingssysteem…

Het huidige systeem gaat er toch wel van uit dat je ofwel ziek ofwel genezen bent en dat het altijd gaat om een traject dat je kunt afsluiten en als zodanig kunt declareren bij de zorgverzekeraar. En daarnaast wordt er heel luchtig gedaan over de vraag naar welke therapeut je gaat. Zo was er een paar jaar terug nog het plan om de zelfstandig behandelende psychotherapeuten niet meer te vergoeden. Als mensen naar een behandelkliniek gaan moeten ze maar afwachten welke therapeut hen wordt toegewezen en zelfs in psychologenland is het flexcontracten troef.


Een mooie vorm van psychotherapie waarbij herbeleven een belangrijke rol speelt heb ik beschreven in het bericht: Wie ben ik nou echt.

 

 

 

 

 

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie, Psychotherapie - Rouwen, Zorgverzekeringen