Categorie archief: Psychotherapie

Opnieuw eigenaar worden van je verlangen

‘Rekindling desire’ is de titel van een video waarin Esther Perel spreekt over het seksuele verlangen. ‘Rekindling desire’ betekent: Aanwakkering van verlangen.

Het seksuele verlangen werkt niet veel anders dan het verlangen naar een croissant. Omdat Perel zo’n innemende spreker is krijg je meteen zin. De video duurt nog geen 3 minuten. Kijk hier: Rekindling desire

Door weer eigenaar te worden van wat je wil, wakker je het verlangen aan. Daarbij speelt de verbeelding een rol. Een crisis in het verlangen is eigenlijk een crisis in de verbeelding. Het toeëigenen van je verlangens betekent dat je vind dat je de bevrediging van het verlangen verdient, dat je deze waard bent.

Als je het verlangen kwijt bent ben je de verbinding met jezelf kwijt. Je bent je hoop, je nieuwsgierigheid en je aspiraties kwijt en ook je seksuele verlangen.

Mocht je meer willen weten kun je de online workshop ‘Rekindling desire’ volgen of het boek kopen.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie

Esther Perel in Zomergasten

 

Heerlijk om een vakgenoot, systeemtherapeut, zo goed voor de dag te zien komen op TV. Het dagblad Trouw kopte met een recensie: De slotaflevering van Zomergasten was een openbaring. Esther Perel heeft een gave.

Inderdaad. Zo komen haar overwegingen over, als een openbaring! Esther Perel heeft zich het gedachtegoed van de systeemtherapie zo eigen gemaakt dat het overkomt alsof ze het heeft uitgevonden.

Maar Perel was nog lang geen relatietherapeut toen ze in 1981 bij Minuchin mocht meekijken bij zijn gezinstherapieën. Minuchin, de vader van de systeemtherapie. Van hem heeft ze veel geleerd. Dat weet zij ook.

Niet dat ik zou willen zeggen dat Perel geen gave heeft want daar ben ik het van harte met de journalist van Trouw eens. En die gave vindt, denk ik, vooral zijn oorsprong bij de opvoeding door haar ouders, twee getraumatiseerde Joodse mensen uit Polen, die ondanks alles haar een innemende hoeveelheid levendigheid, verbeeldingskracht en zelfvertrouwen hebben weten mee te geven. Daarnaast heeft ze van jongs af aan verschillende talen leren spreken.

Perel zegt: “Problemen leven niet ìn je maar in het ecosysteem”. Dit is een typisch systemische uitspraak. Dat we geneigd zijn om te denken dat problemen ìn ons leven, wordt volgens haar mede veroorzaakt door de psychoanalyse. We gingen diep graven in onze psyche en zijn ons zelf steeds meer gaan identificeren met onze problemen, maar we zijn meer dan dat. We zijn niet ons probleem. Perel: “We zijn elkaar voortdurend aan het maken.” Een andere manier om dit te zeggen is: “Het probleem zit niet tussen de oren maar tussen de neuzen.”

Om het probleem weer buiten je zelf te plaatsen biedt bijvoorbeeld de, uit de systeemtherapie voortgekomen, stroming van de narratieve therapie een stuk gereedschap. Ik doel op het zogenaamde externaliseren van het probleem zodat je het beter van verschillende kanten kunt bekijken. Daar hebben narratief therapeuten vele vragen voor bedacht. Om te beginnen geef je het probleem een naam met een hoofdletter. Stel dat het probleem Onzekerheid heet, dan vraag je bijvoorbeeld naar de bedoelingen, de bondgenoten en de manier van spreken van Onzekerheid.

Minuchin ontwikkelde weer andere gereedschappen. Zijn gezinstherapie valt onder de structurele systeemtherapie. Perel zocht een mooi fragment uit met hem. Minuchin noemt in het fragment ook nog even een belangrijke vertegenwoordiger van de narratieve stroming: Michael White .

Loskomen van je zekerheden

Perel heeft Minuchin zelf aan het werk gezien en herinnert zich dat hij gezinstherapie eens voorstelde als een biljartspel. Je moet strategisch denken. Als je het probleem van het gezin wil oplossen dan wil je bijvoorbeeld dat één van de ballen (één gezinslid) van positie verandert. Om dat voor elkaar te krijgen stoot je een andere bal in zijn richting waardoor de bal in beweging komt. Hoe de ballen na die eerste stoot op het laken liggen zal er heel anders uitzien. Veranderen van rollen en posities om het probleem op te lossen ofwel om verandering te creëren. Zo werkt structurele gezinstherapie.

Voordat Perel bovenstaand fragment van Minuchin liet zien benadrukte ze eerst dat we ons een weg moeten zien te banen uit onze eigen zekerheden, uit de verhalen waarin we vast zijn komen te zitten. Dit naar aanleiding van het eerste fragment van deze Zomergasten-avond, uit de film ‘I, Tonya’ waarin een moeder en dochter de confrontatie aan gaan. Het punt dat Perel wil maken is dat het verzekerd zijn van je eigen waarheid of zekerheid, de vijand van verandering is.

“Welcome to my office”, zegt ze nadat we gezien hebben hoe moeilijk het kan zijn om de waarheid van dochter Tonya te laten samenkomen met de waarheid van haar moeder. Ze willen een relatie met elkaar maar ze willen bij hun eigen waarheid blijven en die liggen ver uit elkaar. Perel zou zeggen: “Het doet me pijn om jullie zo te zien. Jullie moeten een weg zien te vinden uit je eigen waarheid, uit je eigen zekerheid.”

Het idee van het vastzitten in je eigen verhaal, zekerheden of waarheid en de kennis over hoe je daar uit los moet zien te komen en hoe dit helpt bij het opnieuw verbinden met mensen komt voort uit de stroming van de narratieve therapie. Het doel van de therapie is om samen een nieuw verhaal te kunnen maken.

Perel ziet heel veel mensen die ‘op zoek zijn’ naar verbinding met hun ouders. Wie waren/zijn zij nu echt? De moeder in de film gaf Tonya een keiharde opvoeding wat de dochter haar kwalijk neemt. De ‘waarheid’ van de dochter transformeert wanneer ze kan aanhoren dat deze moeder zelfs niet eens gezien werd door hààr moeder en dat zij met haar harde opvoeding vooral wilde voorkomen dat zij Tonya hetzelfde zou aandoen.

Het volgende fragment komt uit de documentaire: ‘My architect’. We zien opnieuw hoe vast we kunnen komen te zitten in onze zekerheden, in onze verhalen. Soms is een zekerheid of een verhaal zelfs een illusie. Een oudere vrouw houdt hier vast aan de illusie, haar waarheid, dat haar partner van haar hield en dat hij naar haar op weg was. Zij wil zich niet uit haar illusie bevrijden maar haar zoon, de maker van de documentaire, wil wel dat zij dit doet. Hij doet zijn best om zijn moeder op andere gedachten te brengen maar zij blijft vast houden aan haar romantische verhaal. Misschien is dit ook wel het beste in dit geval. Zij heeft geen behoefte aan verandering. Haar zoon wel maar hij laat haar uiteindelijk toch maar in haar waarheid.

Deze documentaire is in zijn geheel een mooi verslag van hoe een kind op zoek gaat naar verbinding met een ouder. In dit geval is een zoon op zoek naar zijn vader.

Het ritme van de liefdesrelatie: Harmonie – disharmonie – reparatie

Uit ‘The before trilogy’ die de fasen van een liefdesrelatie in beeld brengt toont Perel een fragment uit het laatste deel ‘Before midnight’. We zien hoe de man uiteindelijk de verbinding met de vrouw probeert te herstellen, hoe hij de disharmonie probeert te repareren. Dit is een herkenbaar ritme in liefdesrelaties: harmonie, disharmonie en reparatie. In dit fragment lijkt de reparatie van de man te gaan werken.

Partners die in therapie gaan komen meestal niet met de vraag: wat doe ìk fout? Meestal willen de partners het hebben over wat er fout is aan de ander. Ze zijn de experts van de fouten van de ander. Perel vraagt graag naar het begin van de relatie. Waarom vielen ze op elkaar? Wat vonden ze zo leuk aan elkaar? En het bijzondere is dat datgene waar we in het begin het meest op vallen, later de bron van het conflict wordt. Het paar zegt: “We waren aan het dromen maar nu voelt het als een desillusie.” Ze krijgen iets teveel van het goede van de ander.

Wat Perel aan de orde wil stellen is de hoeveelheid hoge verwachtingen die paren tegenwoordig van elkaar en de relatie hebben. Waar onze behoeften aan verbinding vroeger vervuld werden door de leden van een hele gemeenschap moet dit nu overgenomen worden door die ene partner.

Wat weten we eigenlijk over waar paren mee worstelen?

Perel heeft podcasts gemaakt van paren in therapie. Ze kwam op het idee om deze podcasts te maken toen ze een keer verbleef in een Italiaans dorp waar iedereen nog van elkaar wist wat voor ruzies er speelden tussen echtparen maar ook wanneer ze elkaar liefhadden. Deze gemeenschappen zijn zo goed als verdwenen. Het dorp is vervangen door Facebook en daar laten we alleen onze mooie kanten zien.

Met de podcasts krijgen we een kijkje in de achterkamer, de huiskamer en de slaapkamer van een paar net zoals in dat Italiaanse dorp. Perel bood de paren in de podcasts gratis relatietherapie aan in ruil voor geluidsopnames van de gesprekken. Natuurlijk blijven deze paren anoniem maar hun stemmen zijn echt. Je kunt ze hier beluisteren: https://estherperel.com/podcast

Waar paren mee worstelen komt ook naar voren in een fragment uit de serie ‘The skin deep’. In deze serie beantwoorden paren vragen die op kaartjes staan. Terwijl ze om de beurt vragen stellen aan elkaar en deze beantwoorden, zitten ze tegen over elkaar en kijken ze elkaar aan.

De kaartjes die voor deze serie werden gebruikt zijn te koop en interviewer Janine Abbring haalde ze te voorschijn en trok een kaart uit de stapel voor Perel. De vraag die er op stond was: ‘If your mum were here, what would she tell me about you?’ Perel’s moeder zou over goede eigenschappen beginnen die ze niet tegen Perel zelf zou hebben verteld en de moeder van Abbring zou gezegd hebben dat ze goed borstplaat kon bereiden en dat ze niet zo stoer is als ze er uit ziet. Een leuk en persoonlijk moment in het interview.

Perel vindt het gebruik maken van deze kaartjes in therapie een goed idee omdat het een spel is. Je komt eigenlijk vanzelf op een meta-niveau.

Naar aanleiding van het ‘Skin Deep’ fragment heeft Perel het ook over de hoge verwachtingen die we tegenwoordig hebben van seksualiteit. Vroeger ging seks over reproductie en was het voor de vrouw een huwelijkse plicht. Nu willen we er van genieten en gaat seks over passie en verbinding. Dit zijn heel grote dingen. Dit verlangen we van seks voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid.

In het fragment raapt de man het kaartje: ‘When did you last fake an orgasm?’ en we zien hoe kwetsbaar en machteloos de man is terwijl zijn vrouw hem probeert te antwoorden. Zìj kan een orgasme ‘faken’ maar hij niet. Hij voelt zich volgens Perel afgewezen, incompetent en hij moet er maar op vertrouwen dat zij de waarheid spreekt over het wel of niet hebben van een orgasme.

Emancipatie voor iedereen

Vrouwen kunnen angst hebben voor verkrachting maar mannen kunnen bang zijn om vernederd te worden. Voor mannen geldt nog steeds de rigide code dat ze moeten winnen, dat ze competitief moeten zijn enz. We hebben een grotere diversiteit nodig in dit soort codes, niet alleen voor mannen maar voor iedereen. We moeten allemaal emanciperen.

In het ‘Skin deep’ fragment zien we dat niet alleen de man macht heeft. De machtsdynamiek speelt in elke relatie. Wie heeft de macht en wanneer? Wat is het rollenspel van de macht in de relatie? Dit zijn belangrijke vragen.

Na de Lewinsky-affaire in de VS (1995) is Perel zich gaan afvragen hoe Amerikanen eigenlijk over partnerrelaties en seks denken. Drie keer scheiden vinden de meeste Amerikanen normaal maar ontrouw en overspel zijn taboe. Hoe kan dit? Perel: “Hoe mensen met seksualiteit omgaan geeft een venster op de cultuur.” Het hedonistische (alles kan en mag en we moeten genieten) staat hier tegenover het puriteinse (het mag niet). Het mag niet maar Amerikanen willen wel alle details weten van het overspel…

Bij je partner blijven als je bedrogen bent is de nieuwe schande in de VS. Bedrog is het voornaamste probleem geworden. Amerikanen zouden seksueel intelligenter moeten zijn. In de periode van de Lewinsky affaire is Perel seksuoloog geworden en schreef ze haar eerste boek: Erotische Intelligentie. In het engels: ‘Mating in captivity’.

Lewinsky heeft haar verhaal, haar waarheid getransformeerd. Eerst dacht Lewinsky dat de seks met Clinton gebaseerd was op wederzijdse instemming. Maar later veranderde haar verhaal, haar waarheid, in dat de seks nìet gebaseerd was op wederzijdse instemming. Zij was een jonge stagaire en Clinton was president. Perel: “Hoe komt een jong meisje tot een beslissing in het gezelschap van een president? Dit is Lewinsky zich gaan afvragen. Je ziet welk effect een ander verhaal of een andere waarheid heeft: Een andere blik op de gebeurtenissen verandert de beleving er van.”

#Metoo

Voor Perel is het Lewinsky verhaal geen ‘#metoo’ verhaal. ‘#Metoo’ wil ze met een genuanceerde blik bekijken. Daarom toont ze een fragment met de Franse feministische filosofe en historicus: Elisabeth Badinter.

Badinter, die ook een boek heeft geschreven over het moederschap: ‘De mythe van de moederliefde: geschiedenis van een gevoel’. Badinter, die zegt dat we vroeger vonden dat je iemand niet moest verlinken. Dat deed je niet. En dat lijkt veranderd met ‘#metoo’. Verlinken lijkt prijzenswaardig geworden. Daar heeft Badinter moeite mee. Het moet niet vals worden. Perel merkt op dat zich hier ook de kloof van de generaties toont.

Net als Badinter staat Perel positief tegenover de vrouwen en mannen die eerst in de schaduw stonden en die nu getuigen van de seksuele intimidatie en het misbruik dat hen is overkomen. Getuigen is iets anders dan verlinken.

We moeten een onderscheid maken tussen ‘power over’ en ‘power to’.

Je levendig willen voelen

Het volgende fragment komt uit de 9-urige documentaire van Claude Lanzmann: Shoah. De film bestaat voornamelijk uit interviews met zowel slachtoffers als daders en bezoeken aan plaatsen die van belang waren voor de Holocaust in Polen, waaronder drie vernietigingskampen. Hij geeft getuigenissen van geselecteerde overlevenden, ooggetuigen en Duitse daders, vaak heimelijk gefilmd met een verborgen camera. Perel laat een fragment zien met een kapper die in concentratiekamp Treblinka zat.

Volgens Perel doet deze filmmaker precies wat de kinderen van de concentratiekamp slachtoffers ook hebben moeten doen: vragen stellen. Lanzmann vraagt door, ook als de kapper niet meer verder kan vertellen. Welke vragen stel je? Wat wil je weten als kind? Perel heeft haar moeder ondermeer gevraagd: “Wat maakte dat je wilde blijven leven?” Haar moeder dacht dat er na de verschrikkingen iemand zou zijn die op haar wachtte, dat er iemand was aan wie ze haar belevingen zou moeten vertellen. Ze durfde haar moeder niet te vragen naar de pijn en haar ouders vertelden haar vooral de heroïsche verhalen. Maar ze heeft hieruit goed begrepen dat mensen zich heel graag levendig willen voelen al is het maar voor één minuut. “Sommige mensen komen uit het trauma maar leven niet.” Haar ouders wilden groot en levendig zijn. Ook mensen die in therapie gaan, zoeken naar het levendige.

“Je voelt het geluk als je betekenis hebt”.

We moeten niet zoeken naar geluk maar we moeten zoeken naar betekenis. De choreograaf Ohad Naharin maakte een dans ter gelegenheid van het 50 jarig bestaan van de staat Israël, die betekenis voor hem had. We zien in dit fragment delen van de dans en de protesten er tegen. Perel: “Dit is kunst die een protest is, die tegen de traditie ingaat.” Naharin wilde de dans niet veranderen toen er veel reacties kwamen van mensen die aanstoot namen aan de onderbroeken waarin de dansers gekleed waren. Perel staat achter hem en hecht er aan dat de kunst vernieuwing, transgressie teweeg brengt. Zowel in de kunst als in therapie moeten we kunnen zeggen: “Ik wil een oude orde verlaten, een grens oversteken, ik wil het anders.”

Soms moet je mèt iemand anders zijn om zèlf iemand anders te zijn

Om haar visie over ontrouw is Perel de laatste tijd erg bekend geworden. Ze schrijft er over in haar nieuwe boek: ‘Liefde in verhouding: een nieuw perspectief op trouw en ontrouw’. Haar eerste boek: ‘Erotische intelligentie’ gaat over het verlangen binnen de relatie en dit tweede boek gaat over het verlangen buiten de relatie.

Ontrouw is een taboe maar als Perel aan een publiek van zo’n 900 Italianen vraagt wie er te maken heeft gehad met ontrouw of wie er geboren is uit een buitenechtelijke relatie gaan er bijna 900 vingers de lucht in. We hebben de liefde en de passie binnen de relatie gebracht maar het bestaat zeker ook daar buiten. Misschien kunnen we het taboe aan de kant zetten.

In de ontrouw gaan we volgens Perel op zoek naar een nieuw ‘ik’, naar het levendige in ons en we zoeken het buiten de relatie. We willen iets doen wat we anders niet doen, we willen andere delen van onszelf leren kennen. Soms moet je mèt iemand anders zijn om zèlf iemand anders te zijn.

We weten veel over de bedrogene, het slachtoffer van de ontrouw maar niet over de bedrieger, de dader. Perel houdt zich bezig met de dader. Haar visie op ontrouw leidde begin dit jaar tot een bespreking van haar nieuwe en tweede boek in de NRC met de titel: ‘Je moet bijna wel vreemd gaan’.

“Om moderne ontrouw te begrijpen moet je echt het moderne huwelijk begrijpen. Onze individualistische samenleving veroorzaakt een paradox: de behoefte aan trouw neemt toe, maar de aantrekkingskracht van ontrouw ook.”

Doordat we emotioneel zo sterk afhankelijk zijn van onze partners, hebben buitenechtelijke verhoudingen meer dan ooit een verwoestende lading, stelt ze. “Maar in een cultuur die individuele voldoening eist en ons verleidt met de belofte van meer geluk, worden we meer dan ooit in de verleiding gebracht om af te dwalen.”

Het lijkt wel alsof we in een ‘double bind’ terecht zijn gekomen. Perel bedoelt natuurlijk niet dat we vreemd moeten gaan maar ze plaatst het verschijnsel ontrouw binnen een breder kader: “Overspel als een uitdrukking van de complexiteiten en de dilemma’s van liefde en verlangen in deze tijd”. Dit is denken in systemen.

Liefde in het internet tijdperk

Aan de hand van een fragment uit de film: ‘Newness’ toont Perel hoe jonge mensen romantische consumenten zijn geworden, op zoek naar een ‘soulmate’. We horen de jonge vrouw zeggen dat voor haar alles steeds nieuw moet zijn. We zien hoe we op ‘dating apps’ honderden potentiële partners onder onze vingertoppen hebben. Op zoek naar extase, naar transcendentie, naar vrijheid en nieuwigheid waarbij de ‘fear of missing out’ meespeelt. We zoeken in de relatie naar nieuwigheid maar tegelijk willen we verbinding en veiligheid. We willen in één persoon vinden wat we vroeger in een heel dorp vonden.

In deze film speelt Perel zelf een rol. Alsof ze nog niet beroemd genoeg is!

Ze heeft overigens niet veel op met beroemdheid. Wat ze het belangrijkst vindt is dat ze het in de ogen van haar kinderen als moeder aardig gedaan heeft.


Eerder publiceerde ik een serie van 7 artikelen op dit weblog over Minuchin’s werkwijze. Te beginnen bij: Minuchin’s gezinstherapie I.

Ook publiceerde ik eerder een verslag van een workshop die ik volgde bij Esther Perel: Erotische intelligentie

Meer over samen een nieuw verhaal maken en narratieve therapie op dit blog: Therapie is taal; het is samen een rijker verhaal maken.

1 reactie

Opgeslagen onder Psychotherapie, Systeemtherapie

Ecologie is overal

‘Het gevoel dat er iets in jou zit, dat jij niet bent’. Dit is Freuds definitie van een depressie lees ik in een artikel van de filosoof Tomothy Morton die weet wat het is om depressief te zijn. Hij weet ook hoe het is om boos te zijn. Hij wil zich er mee verbinden.

In de manier waarop hij met zijn depressie en boosheid heeft leren omgaan ziet hij een manier van hoe we kunnen omgaan met het ecosysteem:

‘Wat is erop tegen om boos te zijn?’, vroeg de psychoanalyticus aan me. Zo had ik het nog nooit bekeken. Ik kwam de woede te boven, niet door het weg te werken, maar door het een plek te geven in een veel breder muziekstuk van menselijke emotie. Je valt niet samen met de woede, weet ik nu. Ik kan die woede daardoor toestaan en wie weet komt er nog iets moois uit. Ik denk dat de manier waarop we met depressie omgaan, leerzaam kan zijn voor de manier waarop we onszelf als ecologische wezens gedragen.’

Niet samenvallen met je woede kun je toepassen op je depressie, op je somberheid. Niet er mee samenvallen ofwel je er niet mee identificeren, het ook niet willen wegwerken maar het waarnemen, het bekijken. Het buiten jezelf plaatsen, het boze en sombere kunnen externaliseren.

Moet iedereen naar de eco-psycholoog om zichzelf en het ecosysteem gezond te maken? Het kan simpeler. Het enige dat we hoeven te doen is ons bewust te worden van de verbinding tussen onszelf en het systeem. Morton:

Stel jezelf voor, buiten een disco. Die disco is de biosfeer. Eigenlijk ben je nog steeds binnen, in die disco, maar op de een of manier heb je jezelf verleid te denken dat je buiten staat. De disco gaat door, vierentwintig uur per dag, zo’n disco is het. Onthoud dat je de disco nooit echt verlaten hebt, je hebt alleen het idee dat dat zo is. Je hoeft niets bijzonders te doen om die verbintenis weer te voelen. Die is er nog steeds, anders zou je allang dood zijn geweest. Ecologie is overal.

De Franse filosoof en socioloog Bruno Latour komt tot eenzelfde conclusie:  “We kunnen niets of niemand meer op afstand plaatsen. De dingen niet, de wereld niet, de natuur niet.” Alles en iedereen is met elkaar verbonden.

In het artikel: Hoe onze beschaving mensen ziek maakt, legt Morton uit dat andere wezens een deel van ons zijn en dat wij ons niet af kunnen scheiden van het ecosysteem dat naar de knoppen gaat. Morton geeft in het artikel ook een mooie definitie van het begrip: ‘gaslighting’ een vorm van manipulatie vanuit een narcistische afweer. Op dit weblog een eerder bericht hierover: De waarheid van Trump. Laat je niet ziek(er) maken!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Psychiatrie, Psychologie en klimaat, Psychotherapie, Systeemtherapie

Anti-depressiva werken door het placebo-effect

Podcast van de correspondenten Jesse Frederiks en Rutger Bergman in de Correspondent: Waarom werkt het placebo?

Niet alleen bespreken zij de placebo-werking van anti-depressiva ook die van de psychotherapie en zelfs die van chirurgische ingrepen!

Uiteindelijk blijkt dat de relatie met de therapeut beter werkt tegen depressie dan welke therapie dan ook!

Hier sluit ik bij aan met een aantal regels van collega psychotherapeut Rob Zondag.

WETEN

Ik heb meer dan zeventig jaren levenservaring

Meerdere beroepsopleidingen voltooid

Bijscholingen gevolgd

Tienduizenden gesprekken gevoerd

Honderden boeken gelezen

Duizenden uren lessen en sessies gegeven

 

Maar als ik een nieuwe cliënt krijg

Dan weet ik niets

Dan ben ik blanco

Dan luister ik

En leer dat alles toch weer anders is


Eerder berichtte ik over psychofarmaca in mijn bericht: Een epidemie van mentale stoornissen. Waarom?

En bijvoorbeeld in het bericht Farmagekte.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologie, Psychotherapie

Leren met reflecterende teams, deel 2

Voor de tweede keer deed ik mee aan een groepssupervisie waarin gewerkt werd met reflecterende teams. Ook deze keer had psychotherapeut Monique Schirris de leiding.

De vorige keer, ongeveer een jaar geleden, leerde ik dat we ons als hulpverleners in de GGZ niet alleen hoeven te voelen. Zelfs niet wanneer je zoals ik een eigen praktijk en niet dagelijks een team om je heen hebt. We dragen het werk met elkaar en we mogen een collega vragen om mee te kijken.

Therapie gaat ook over jouw eigen geschiedenis

Deze keer werd nog duidelijker dat deze vorm van supervisie ons ook uitnodigt om voorbij de casuïstiek te gaan. Wat roept de casus bij ons op? Dat kan soms vrij heftig zijn. Hierover konden we in alle veiligheid ervaringen en ideeën uitwisselen.

Mijn leervraag voor de dag was: wat kan ik gebruiken om in het contact met cliënten nog transparanter te zijn en wat heb ik nodig om nog meer te kunnen verdragen en op te kunnen vangen dan ik nu doe? Want ik merk dat ik af en toe dicht klap. Dan ga ik druk doen, adviseren of het hebben over iets waar het in de kern niet om gaat. Eigenlijk kijk ik weg. Ik wil meer leren over hoe ik op een therapeutische manier gebruik kan maken van wat er bij mij opgeroepen wordt als ik dichtklap.

Het dichtklappen verbergen kan ik zó goed dat ik het soms zelfs niet eens in de gaten heb! Vele uren later besef ik dat ik ergens blokkeerde. Maar waarom blokkeerde ik eigenlijk? Daar kom ik vaak wel achter en dan neem ik me meestal voor om er iets mee te doen in een volgende sessie. Toch zou ik graag leren hoe ik nog beter gebruik maak van wat er bij mij opgeroepen wordt en het liefst in het hier en nu. Leren om nog echter te zijn en nog meer te kunnen verdragen houdt denk ik nooit op.

Wat voor verhaal maak je er van?

Als ‘warming-up’ keken we enkele minuten in stilte naar een schilderij. Ik zag vier vrouwen en een man en een klein roeibootje. Ze zijn dun gekleed. Het lijkt een zwoele zomeravond. De lucht is zwart. Een van de vrouwen staat naast het bootje tot haar middel naakt in het water. Een ander hangt met haar benen over de rand. Ik vraag me af: Voelt die man dat hij de enige man is? Alle vijf lijken alleen te zijn met hun gedachten. Toch zitten en staan ze dicht bij elkaar. Enkelen lijken in de verte te turen naar de oever. Weten ze nog hoe ze thuis moeten komen?

Dit is het begin van een verhaal. Mijn waarnemingen, mijn verhaal.

Na dit stilstaan deelden we onze waarnemingen en verhalen met elkaar. En wat blijkt? We zien allemaal iets anders en maken een eigen verhaal. Ik meende bijvoorbeeld dat het om een vriendengroep ging en mijn buurvrouw dacht dat de vijf mensen op het schilderij broers en zussen waren. Op mij maakten ze een wat verloren indruk en een ander dacht dat ze aan het mijmeren waren. Er waren verschillen in de verhalen maar ook overeenkomsten. Meerderen zagen bijvoorbeeld dat er weinig verbinding leek te zijn tussen deze mensen op het schilderij.

Uit het delen van de verschillende verhalen leidden we af dat je in het luisteren naar het verhaal van de ander, jouw eigen verhaal even parkeert. Niet altijd makkelijk om je eigen verhaal te parkeren. Ik was blij dat ik als eerste mijn verhaal mocht vertellen. We merkten op dat je je kunt verbazen over hoe anders het verhaal van de ander is. We merkten dat we met een bepaalde bril op kijken. Wanneer je denkt dat het broers en zussen zijn, stel je andere vragen dan wanneer je denkt dat het een groep vrienden is. Het ligt er maar aan wat je bezighoudt. Als de hechtingstheorie je bezig houdt gaat je verhaal over autonomie en relatie en vraag je je misschien af wie in het gezelschap zich eenzaam voelt. Als je net een boek aan het lezen bent over een zoektocht zie je in het schilderij vijf zoekende mensen. We merkten ook dat we elkaar leerden kennen door elkaars verhalen.

Door deze ‘warming-up’ leerden we dat het nogal een verschil kan uitmaken welke therapeut de cliënt voor zich krijgt. Wat ziet jouw therapeut, welke bril heeft h/zij op?


Hierna gaan we aan de slag met de reflecterende teams. De supervisor luistert naar de leervraag van een van ons: de supervisant. Een team daaromheen bespreekt met elkaar over wat hen raakt. Een team daar weer buiten bedenkt waar het verhaal hen aan doet denken en komt met een metafoor. Een laatste team komt luisterend naar dit alles met een advies: wat zou de supervisant kunnen doen.

Een stel dat heel veel praat

De supervisant loopt vast in de behandeling van dit paar. Als ze in haar agenda ziet dat ze weer komen ziet ze er tegen op. Ze heeft onzekerheden en twijfels. Gevoelens worden overstemd. Wat haar raakt is het verdrietige verleden van dit paar. Een van hen is gescheiden en de ander heeft een partner verloren na een langdurige ziekte. Ze hebben beide twee kinderen en vormen een samengesteld gezin. De sessies met dit paar voelen zwaar en de behandelaar komt niet over een drempel, ze komt niet door een deur van woorden. Ze hoopt eigenlijk dat ze deze deur op een kier kan krijgen. Als de supervisor haar vraagt om zich een beeld te vormen van het verhaal van dit stel, maakt zij dan ook een deel uit van dit beeld? Staat zij zelf ook op het schilderij? ‘Nee’, zegt ze; ‘ik ben toeschouwer, ik zie mezelf niet op het schilderij staan.’

Het eerste reflecterende team gaat in op de deur van woorden. Als die open gaat komt er ruimte. Het paar blijft naar therapie toekomen. Wat halen deze mensen bij de therapeut? Misschien vind de supervisant het spannend om zelf ook op het schilderij te staan? Wat het team raakt is dat de behandelaar overspoeld lijkt te worden door het verdrietige verhaal van het overlijden van de vorige partner (een moeder van twee kinderen). Moet ze eerlijk zeggen dat zij het moeilijk aan zou kunnen als dit haar zou overkomen? Een zelfonthulling doen? Open zijn over het parallelproces? Geeft het idee om zich zelf op het schilderij te zien staan haar een machteloos gevoel? Dit alles zou men zich in het reflecterende team goed voor kunnen stellen.

Het tweede reflecterende team ziet in het verhaal rond deze leervraag een bootje dat maar wat voort dobbert. Een lied komt op in iemands hoofd: ‘The answer my friend is blowing in the wind’. In plaats van één enkel schilderij te maken van dit verhaal ziet iemand een drieluik voor zich: Een schilderij over het verdrietige verleden, maar ook een van het heden en een van de toekomst. Misschien durft de therapeut wel in het schilderij te springen met een parachute. Een zachte landing. Misschien kan de therapeut minder bevreesd zijn voor een regenbui van tranen. Laat de regen van tranen maar komen.

Het derde adviserende reflecterende team, waar ik zelf in zat, adviseerde om met een zelfonthulling te komen. Misschien zou die kunnen gaan over dat ze er tegenop ziet als zij het paar weer in de agenda ziet staan. Ze zou misschien kunnen onthullen dat ze zich af vraagt of zij hen kan bieden wat zij nodig hebben. Misschien zou ze kunnen zeggen dat ze het gevoel heeft dat er veel verdriet is. Maar dat het daar meestal niet over gaat.

Wat heeft de supervisant/therapeut hier aan gehad? Zij voelt zowel verdriet over de overleden partner als over de scheiding en is er bang voor. Ze wil dit wel inbrengen maar zegt er dan bij: ‘Het verhaal van het verdriet hoeft niet te lang te duren…’ ‘Maar waarom niet?’, vraagt de supervisor. Het is alsof ze het paar meteen gerust willen stellen. Dat het geen twintig sessies over het verdriet hoeft te gaan…

Misschien is het nodig om zelf eerst eens wat langer stil te staan bij de aarzeling om de zelfonthulling te doen. Wat heeft de behandelaar zelf nodig om met het paar bij het gevoel stil te kunnen staan? Zou ze kunnen vragen: ‘Mag ik bij jullie op het schilderij komen staan?’ Is het een idee om de kinderen er bij uit te nodigen? Kunnen ze als gezin een drieluik schilderen over verleden, heden en toekomst? Zo zou de therapeut weer wat meer leiding in handen krijgen en zou er ruimte kunnen komen voor andere verhalen, bijvoorbeeld die van de kinderen. Ook krijgt ze meer stemmen in de kamer als ze een lege stoel zou neer zetten. Zou ze daar de overleden moeder op durven zetten? Wat zou die zeggen?

We komen tot de conclusie dat het werken aan de casus op deze manier met de reflecterende teams helpt bij het vertragen en bij het onderscheiden van de lagen van het voelen, reflecteren en handelen.

Ik neem er vooral van mee dat we als therapeuten ruimte mogen maken voor de aarzeling om een zelfonthulling te doen. Mijn dichtklappen leidde al tot reflectie over het waarom: wat raakte mij? En nu voeg ik daaraan toe de aarzeling over een mogelijke zelfonthulling? Door de aarzeling serieus te nemen kan ik op zoek gaan naar de juiste woorden om de zelfonthulling te doen. Of niet te doen. In het reflecteren over de aarzeling kan ik tot een weloverwogen plan komen. Mogelijk vraag ik om mandaat om het over de meer pijnlijke kanten van de hulpvraag te hebben.

Dat we voorzichtig zijn en aarzelen met het doen van zelfonthullingen is begrijpelijk. Wij therapeuten nodigen cliënten uit om te voelen maar durven we het zelf? We hebben tijd nodig. Vertragen en verdragen is de kunst.

Mag je het voelen van een heftig verlies moeilijk vinden? Ja! Waar het om gaat is: Hoe ga je er mee om? Kun je er samen bij stil staan?

Dit alles herinnert aan het filmpje van Brené Brown waarin ze het heeft over empathie en het onderscheid maakt met sympathie. Ruimte creëren voor empathie is een kunst.

Zelfonthulling is altijd ten dienste van de therapie en als therapeut blijf je verantwoordelijk en in de leidende positie. Als je niet weet hoe en wat te onthullen dan praat je maar even mee of stuur je het gesprek in een andere richting. Je kunt er altijd later op terugkomen.


Het reddeloze gezin

Deze supervisant valt in herhaling met dit gezin. Steeds helpt zij hen op de kant tot ze opnieuw in een wak stappen. Ze blijft maar adviseren en deelt haar innerlijke dialoog niet met deze mensen. De drie kinderen hebben veel ruzie met elkaar en ze luisteren niet naar de ouders. De meeste zorgen heeft de therapeut over de moeder maar ook over het middelste kind dat dyslexie heeft. Haar innerlijke dialoog gaat ongeveer zo: ‘Zien jullie dan niet dat er met jullie gespeeld wordt en dat ik jullie steeds weer de kant op trek’. Ze voelt zich boos worden op de ouders en ze voelt machteloosheid over dat de ouders het middelste kind de schuld blijven geven.

Het eerste reflecterende team wordt geraakt door het willen redden en de gevoelens van machteloosheid. De therapeut denkt: ‘Zien jullie mij niet?’. Misschien is dat het thema van deze casus: Je wel/niet gezien voelen. Deze therapeut voelt zich niet gezien. Dat is wat hen raakt.

Het tweede reflecterende team komt met de metafoor van een winderige dag waarop een sjaal voor moeders ogen geblazen wordt, wat haar verblindt.

Het derde team komt met het advies om op een dieper niveau naast moeder te gaan staan en het gezien worden of niet gezien worden te bespreken. Ook wordt geadviseerd om naar de unieke uitzondering te vragen. Op welke momenten weet dit gezin zichzelf wel te redden uit een wak?

Wat neemt de supervisant hier van mee? Het verblindt zijn van de moeder en de therapeut wil inderdaad dieper ingaan met de ouders over wat/wie niet gezien wordt. Waar raakt de moeder precies door van de kook? Door wie is zij zelf niet gezien?

Pot met pieren*

Wat we vandaag leerden is om aandacht te hebben voor verschillende waarnemingen en te belichten wat je eerder niet zag. Meerstemmigheid helpt daar bij. Er komt ruimte voor nieuwe perspectieven, voor nieuwe beelden die veel bij kunnen dragen. Het horen van wat een verhaal bij een ander losmaakt, maakt onze eigen gedachten losser.

In plaats van in een pot met pieren te blijven staren en steeds meer pieren te zien gaan we op zoek naar meerstemmigheid, nieuwe vragen en ‘unieke uitkomsten’ (wanneer gaat het anders?). Ook mijn dichtklappen kan via reflectie leiden tot nieuwe vragen en op deze manier heel waardevol blijken.

We leerden om ons af te vragen wat we zelf van onze eigen thema’s in kunnen brengen. We leerden hoe we van een dominant thema kunnen en durven afstappen.

We leerden dat het waardevol is om te aarzelen over een zelfonthulling. We leerden over het tempo in de therapie. We leerden om stil te staan bij hoe we in een gesprek zitten. Een thema zoals ‘je gezien of gehoord voelen’ inbrengen werkt vertragend en het uit elkaar halen van de verschillende lagen van reflectie werkt ook zo.

Ik hoorde iemand zeggen: ‘Waar de breuk is, is ook de bron’. Een hoopgevende one-liner die mij deed denken aan een regel van de Perzische dichter Rumi: ‘In alles zit een barst, zo valt het licht naar binnen.’ Misschien sloegen we vandaag een barst in de pot met pieren. Dan kunnen die alvast terug de aarde in.


* ‘A can of worms’. Uit de Collins Idioms Dictionary:

A can of worms is a situation or subject that is very complicated, difficult or unpleasant to deal with or discuss. ‘Now we have uncovered a can of worms in which there has not only been shameful abuse of power, but a failure of moral authority of the worst kind.’
You can also use the expression ‘to open a can of worms’, meaning to start dealing with or discussing something so complicated, difficult or unpleasant that it would be better not to deal with or discuss it at all. Whenever a company connects its network to the Internet, it opens a can of worms in security terms. Many people worry that by uncovering the cause of their unhappiness they might be opening a can of worms that they can’t then deal with.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie, Systeemtherapie

Ouders die ‘sorry’ kunnen zeggen tegen hun ‘lastige’ puber

‘Sorry’ zeggen is voor sommige mensen een hele opgave. Anderen zeggen het misschien te gemakkelijk.

Hoe dan ook, de band tussen de ouders en een ‘lastige’ puber kan van een ‘sorry’ op het juiste moment, zodanig opknappen dat de ‘gedragsproblemen’ van de puber zonder al te veel moeite opgelost worden.

Ouders die geen ‘sorry’ kunnen zeggen worden indien gewenst over de brug geholpen binnen een hechtingsgerichte gezinstherapie. Hoe dit in zijn werk gaat leerde ik op dag 4 van de cursus: Systeemtherapie Kinderen en Jeugd  van Elien Oostendorp. Het gaat hier om Attachment Focussed Family Therapy (AFFT) en afstemmen op de eigen emoties door de ouders bleek van cruciaal belang.

Ouders motiveren om naar zichzelf te kijken

Het is niet gemakkelijk wat een hechtingsgerichte therapeut van de ouders vraagt, want het kan een pijnlijke stap zijn om eerst naar jezelf te kijken. Het is niet makkelijk om je af te vragen of het opvoeden wel goed gegaan is. Ouders vragen de therapeut vaak: “Waarom nodigt u mij uit?” “Het is mijn kind dat zich niet weet te gedragen!” Het voelt voor hen alsof zij op het matje geroepen zijn, terwijl het hun puber is die de problemen veroorzaakt.

Misschien zit ‘m daar juist het probleem. In het oorzaak-gevolg denken, in het lineaire denken, in het begin van het probleem leggen op een gefixeerd punt en wel bij het gedrag van de puber.

De therapeut zou op de vragen van de ouders kunnen antwoorden: “Het lijkt inderdaad onlogisch dat u hier zit maar ik heb het nodig dat ik u leer kennen want ik geloof dat jullie van elkaar houden en dat er een andere dialoog kan komen en dat alleen daarna het probleem opgelost kan worden.” Dat je met deze woorden kunt reageren, leerde ik op deze dag.

De AFFT therapeut zal de ouders vragen om dieper in te gaan op de emoties die het gedrag van de puber oproept, om zich zo doende een weg te banen uit het eigen gevoel van machteloosheid over het opvoeden. Het gereedschap waarmee ze het gedrag van hun puber kunnen aanpakken blijkt diep in hen zelf verscholen te liggen.

Oudergesprekken vormen de beginfase van de therapie. De AFFT therapeut geeft de ouders wat zij zelf in een latere fase aan hun puber zullen doorgeven. Dit is kort samengevat: het emotioneel afstemmen met PACE (Playfullness, Acceptance, Curiosity en Empathy). Over het algemeen hebben ouders dit niet voldoende meegekregen waardoor ze het niet kunnen doorgeven. Tijdens het oefenen van PACE in rollenspellen was de feedback dat mijn nieuwsgierige vragen (Curiosity) vervuld waren van empathie (Empathy). Twee vliegen in een klap.

Bij het opvoeden wordt ouders dus vaak gevraagd om iets te geven aan hun puber wat ze zelf niet gekregen hebben. Een onmogelijke vraag. Vaak blijken ze zich in het geheim te schamen voor het falen in de ouderrol.

Als de AFFT therapeut het idee krijgt dat de ouders kunnen accepteren dat onderliggende emoties en motieven een rol spelen in de interactie met de puber, dan kunnen ouder-kind gesprekken plaatsvinden maar er kan altijd weer teruggegaan worden naar oudergesprekken. Uiteindelijk zullen ouders en puber tot een emotioneel, affectieve en reflectieve dialoog komen.

In een dergelijke dialoog speelt intersubjectiviteit een belangrijke rol.

Intersubjectiviteit

Hechting en intersubjectiviteit vormen samen de onlosmakelijke spiraal van de psychologische geboorte en de ontwikkeling van de mens. In het dagelijks leven van het jonge kind is dit heel duidelijk waarneembaar.

Niets op deze aarde vond ik nog belangrijk, slechts de wijze waarop haar gelaat zich naar het mijne boog, waarbij onze neuzen elkaar net raakten, hoe vol en betoverend ze naar me glimlachte, terwijl er vonkjes van haar gezicht leken te schieten. Ze had me met een kleine lepel gevoerd. Ze had haar neus tegen die van mij gewreven en haar licht over mijn gezicht laten schijnen… Er werd van mij gehouden.

Sue Monk Kidd, ‘Ver van huis’

Een dag van een kind wordt doordrenkt met hechting en intersubjectiviteit. Bij veilige hechting is de ouder de veilige haven waardoor het kind kan ontdekken hoe het zijn angsten kan reguleren zodat het in vrijheid kan leren van nieuwe objecten en gebeurtenissen. Met intersubjectief wordt bedoeld dat ouder en kind op elkaar afgestemd zijn, dat ze samen hun emotie reguleren en samen betekenis geven aan objecten of gebeurtenissen.

Een baby heeft de bereidheid en het vermogen om de aandacht van de volwassene te vragen. Elk huiltje is anders omdat zijn ongemak steeds weer anders is. De ouders gaan de huiltjes herkennen. Hoe beter de baby en de verzorgers kunnen communiceren, hoe veiliger. Ze bereiken samen een toestand van intersubjectiviteit waarbij hun emoties op elkaar worden afgestemd. Ze zijn op elkaar gericht en delen dezelfde intenties om te communiceren en te genieten van elkaar en om meer te ontdekken en te genieten van de gebeurtenissen en objecten in de wereld, of deze juist te vermijden.

Geluidjes die de baby maakt worden door de ouder herhaald. Ook gezichtsuitdrukkingen evenaart de ouder. Dit herhalen en evenaren is belangrijk voor de ontwikkeling van de communicatie. Het gaat hier niet om het imiteren. De ouder helpt de baby op deze manier om zich bewust te worden dat hij een innerlijke toestand heeft. De ouder toont daarmee empathie. De innerlijke toestand wordt opgemerkt, gewaardeerd, geaccepteerd en er wordt betekenis aan gegeven. Via deze intersubjectieve ervaring wordt de baby zich bewust van de eigen ervaring, die hij anders niet zou kunnen identificeren en als belangrijk zou kunnen waarderen. Dit vormt het fundament van een coherent zelfbewustzijn.

Door intersubjectieve ervaringen kan het innerlijk leven van anderen een centraal onderdeel worden van ons eigen innerlijk leven. Door het delen van innerlijke levens worden we vitaler en interessanter. De gedachtenwereld wordt vanaf het begin beïnvloed door anderen. De uitwisseling met anderen wordt mogelijk door een uitzonderlijk uitgebreide reeks speciale expressieve bewegingen (houding, gebaren, stem, gezichtsuitdrukking, enz.) die motieven weerspiegelen.

De verschillende kenmerken van de intersubjectiviteit tussen ouder en kind zijn relevant voor de psychotherapie. In gezinnen die niet worden gekenmerkt door veilige hechtingsrelaties wordt de aarzeling om intersubjectieve ervaringen te initiëren steeds groter. Hun wensen om te delen en samen te werken falen. Intersubjectieve ervaringen worden verdacht, gaan gepaard met schaamte of negatieve gevoelens. Het is niet langer wenselijk om emotie, aandacht en intentie te delen. Intersubjectiviteit, de wieg voor wederzijdse vreugde en intimiteit binnen een gezin, wordt een bedreiging.

Na herstel kan een relatie juist sterker worden

Ouders die een veilige hechtingsbasis bieden zijn gewoonlijk beschikbaar, intuïtief en responsief. Ouders zijn er onvoorwaardelijk maar soms is er een storing in de relatie; de een wacht dan tot de ander weer ‘op adem is gekomen’. Breuken zijn minder makkelijk te repareren als de ouder weigert, boos of geïrriteerd is. Een ouder kan in beslag genomen zijn door andere zorgen en/of zelf in een ontregelde toestand zijn.

Een tijdelijke crisis in de relatie moet worden herkend, geaccepteerd en hersteld. Na het herstel kan de relatie juist sterker worden. Vaak begint de ouder met het herstel en laat bijvoorbeeld merken dat de boosheid van het kind geen bedreiging is voor de relatie. De gereguleerde emotie, de gerichte aandacht en de intentie om te herstellen nodigen het kind uit en beiden keren terug naar de intersubjectieve toestand die de emotie die gepaard ging met de breuk, reguleert. Als de ouder het kind niet uitnodigt of andersom dan vormt een breuk een bedreiging en wordt het kind angstig of wanhopig.

Hechtingspatronen worden van generatie op generatie doorgegeven. Verstoringen in de ouder-kind relatie vormen een probleem als ze lijken op verstoringen in de eigen hechtingsrelatie van de ouder die niet werden opgelost. Alleen dan kunnen breuken een bedreiging worden. Er is een verhoogd risico als de breuken intens zijn, frequent en onopgelost blijven. Zowel ouders als kind ervaren schaamte in combinatie met het ervaren van de bedreiging van de relatie. Dat is het moment dat ze in gezinstherapie gaan, met een defensieve en afwijzende houding om te beginnen.

Hechtingsgerichte therapie brengt de intersubjectieve ervaringen weer op gang. De ouder kan het kind opnieuw gaan ervaren als de moeite waard en om van te houden.

Primaire en secundaire intersubjectiviteit

De ouder omarmt de vaak ontregelde, de permanent veranderende lichamelijke toestand van de baby. Afstemmen van ouder en baby is het intersubjectief delen van emotie. Door deze tweevoudige regulatie van de emotie ofwel veilige hechting nemen wederzijds plezier, blijmoedigheid en opgetogenheid toe.

De ouders ontdekken wie hun baby is en wie zij zelf zijn als ouder. De baby ontdekt wie hij is en wie zijn ouders zijn. De baby weet dat de expressieve ogen van zijn ouder ook een reactie zijn op hem. Zijn expressies zijn een weerspiegeling van zijn zich ontwikkelende innerlijke toestanden en de hiervan afhankelijke reacties van de ouder zorgen er op hun beurt weer voor dat het kind zich bewust is dat de moeder deze toestanden opmerkt en hierop met plezier, belangstelling en acceptatie reageert. De aard van de reactie van de ouder geeft het kind een eerste definitie van zichzelf. De baby ervaart zijn eigen kracht. Hij ontdekt steeds weer dat hij beschikt over prachtige kwaliteiten die zijn ouders diep raken. En ouders ontdekken zichzelf als ouder in de ogen van de baby. Dit is de primaire intersubjectiviteit.

Secundaire intersubjectiviteit vindt plaats in de tweede helft van het eerste levensjaar. De ouders geven voortdurend betekenis aan objecten en gebeurtenissen om de baby heen. Wat de ouders opmerken en waarderen, merkt de baby op en waardeert de baby. De ouder ervaart het object maar ervaart ook de ervaring van de baby met het object, waarna de ouder uitdrukking geeft aan zowel de eigen ervaring als aan die van de baby. Ouder en baby creëren samen de betekenis van het object of de gebeurtenis. Omdat ze het samen doen kan het kind vanuit meer perspectieven het object ervaren, met minder angst of schaamte. De baby kan hierdoor de diepere betekenis van het object beter doorgronden wat meer controle geeft.

Het samen betekenis geven gaat na de babytijd door. Het kind zal steeds vaker in contact komen met anderen waarmee het graag betekenis gevende activiteiten onderneemt. Kinderen gaan zich identificeren met anderen maar de ouders blijven vooraan staan. Ze willen zijn zoals hun ouders, met hun interessen, wensen, gedachten en gevoelens. Identificatie met hechtingsfiguren geeft richting aan de organisatie van ervaringen, aan betekenisgeving en aan het vermogen om interacties met de wereld te leren beheersen.

De puber en de adolescent onderscheiden hun betekenis gevende activiteiten steeds beter van die van hun ouders. Ze kunnen zich gaan afvragen of ze het perspectief van hun ouders accepteren. Als verschillen kunnen worden herkend en geaccepteerd wordt het vermogen van kinderen om de behoefte aan intimiteit en aan autonomie te integreren, mogelijk. Een eigen levensverhaal en veilige gehechtheid kunnen samengaan.

Gezinnen gaan in therapie als het accepteren van verschillen niet lukt. De verschillen worden dan gezien als bedreigend, ongepast, fout of als een gebrek aan respect. Er wordt een negatieve betekenis gegeven aan de motieven van de ander. Inspanningen om het innerlijk leven van de ander te begrijpen worden ondergeschikt gemaakt aan oordelen die geveld worden over het gedrag van de ander. Intersubjectieve ervaringen doen zich steeds minder voor en individuen raken geïsoleerd en voelen zich onveilig.

Een coherent ik-gevoel en herstel van de interactie

Dankzij de primaire en secundaire intersubjectiviteit vormt zich in toenemende mate een coherent ik-gevoel. Dit is geen rigide entiteit maar een open, flexibele, actief integrerende en unieke schepper van ervaringen via betrokkenheid met anderen en met objecten en gebeurtenissen in de wereld. Een veilig gehechte volwassene  heeft een coherent levensverhaal en staat open voor elk object of elke gebeurtenis en de emotie die hiermee gepaard gaat kan hij of zij individueel of samen reguleren. Aan elk object of gebeurtenis wordt individueel of samen betekenis gegeven waarna het geïntegreerd wordt in het levensverhaal. Gebeurtenissen hoeven niet te worden ontkend of vervormd. Het ik-gevoel wordt er niet door bedreigd. Het ‘zelf’ is in staat om op een samenhangende wijze continue,allesomvattend en georganiseerd te zijn.

Gebeurtenissen kunnen objectief zijn maar de betekenis die er aan gegeven wordt is altijd uniek, subjectief en wordt op intersubjectieve wijze gecreëerd. Als ouders deze psychologische waarheid kunnen erkennen en de uniciteit van de ervaringen van hun kind kunnen waarderen dan bieden ze intersubjectieve ervaringen aan die acceptatie en nieuwsgierigheid laten zien met betrekking tot betekenis gevende activiteiten van hun kind. Deze ouders ontmoedigen hun kind niet bij het hebben van een subjectieve ervaring die verschilt van hun eigen ervaring.

Het ik-gevoel van de ouder kan aangetast zijn. Het doel van de therapie is het herstel van een plezierige dialogische kameraadschap die waarschijnlijk in de vroege ouder-kind relatie aanwezig was. Het doel is om samen te ontdekken wat de belangrijkste wederzijdse intenties zijn die onder de problemen verscholen liggen, deze intenties te accepteren en met elkaar te bespreken op een wijze die herstel van de interactie mogelijk maakt.


Om dit bericht te maken is o.a. gebruik gemaakt van het boek ‘Hechtingsgerichte gezinstherapie’ van Daniel A Hughes. Hoofdstuk 1: Hechting en intersubjectiviteit.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie, Systeemtherapie

LIEF EN LEED

Dit is de titel van een nieuw boek van klinisch psycholoog en gezinstherapeut Peter Rober. Het zijn korte verhalen uit de praktijk van de psychotherapeut. We horen de stemmen van mensen die in therapie zijn.

Ik vind de verhalen stuk voor stuk juweeltjes en dat komt mede door de poëtische vorm waarin ze gegoten zijn. Hier het voorwoord en het eerste verhaal.


VOORWOORD

Daar is de kleine mens

en hij zoekt zijn weg

in de wereld

 

Er is veel verdriet.

En hier en daar

schoonheid

en deugddoende momenten

die troosten.

 

De wereld is koppig,

vaak tegendraads.

En de kleine mens;

hij heeft voor deze wereld niet gekozen,

en hij heeft hem niet gemaakt.

 

Maar hij probeert er het beste van te maken.

 

Soms doet de kleine mens

daarbij een beroep op ons,

psychotherapeuten.

We luisteren naar zijn verhaal,

van het struikelen

en nog juist recht blijven,

van het wankelen

en vallen.

 

En we proberen nuttig te zijn

bij het zoeken en tasten,

het wroeten en trachten.

Soms lukt dat goed.

Soms minder.

Soms niet.

 

Maar we proberen er het beste van te maken.


Hier het eerste verhaal:


VOOR WE BEGINNEN…

Voor we beginnen, wil ik duidelijk zijn.

Ik wil niet dat je mij behandelt als een geval.

Ik wil dat je naar me luistert.

 

Ik heb een verhaal te vertellen

en ik heb iemand nodig

die me helpt het te vertellen.

Iemand die luistert en

niet vindt dat ik gestoord ben,

of dat mijn leven een mislukking is.

 

Mijn vorige therapeut gaf me het gevoel

dat er iets grondig mis met mij was.

 

Ik vertelde mijn verhaal

over weinig eten om slank te worden,

over kijken in de spiegel

en zien dat het nog te vet is,

over mijn neerslachtigheid dan,

over mijn angst om buiten te komen

met zo een dik lijf.

 

Ik vertelde ook

dat ik anderzijds

mijn dikke lijf nodig had,

omdat het me beschermde,

zoals de dikke huid van een olifant.

Ik vertelde over mijn vader

die met zijn handen niet van mij af kon blijven,

en over mijn moeder die het niet zag,

en over mijzelf die er niet over durfde te spreken.

 

Ik vertelde dit alles

en ik wilde graag

nog veel meer vertellen,

maar de therapeut zei:

En waar wil je dan aan werken?

 

Ik begreep niet wat hij bedoelde.

 

Hij legde uit:

Ik moet eerst een duidelijke diagnose stellen,

zodat we een behandelingsplan kunnen uitwerken, 

en zodat ik de geschikte interventies kan kiezen.

 

Ik zweeg.

 

Mijn stilte maakte hem onzeker.

In plaats van mij te vragen wat er was,

begon hij verder uit te leggen wat hij wilde…

Ja, we werken hier vraaggestuurd. Dat vinden we heel

belangrijk. Maar het is me niet duidelijk wat je vraag is. Ik

hoor depressie, eetstoornis, angststoornis. Mogelijk ook een

posttraumatische stressstoornis, maat dat moet ik nog verder

onderzoeken. Ik heb hier nog ergens een vragenlijst liggen

die ons daarbij kan helpen.

 

Ik ben niet onmiddellijk buiten gestapt

en heb beleefd verder meegewerkt

maar het was toen al duidelijk

dat ik nooit meer terug zou komen bij deze vent.

 

Daarom vraag ik je nu maar meteen,

in deze eerste ontmoeting met jou:

Wil je mij behandelen

of ga je naar mijn verhaal luisteren?


Op het weblog van Peter Rober zijn meerdere verhalen uit het boekje te lezen

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologie, proza en poëzie, Psychotherapie