Tagarchief: adolescenten

Schaam je niet: Stel de vraag van je leven

 

Dit is de titel van een campagne van de Stichting 113 Zelfmoordpreventie.

Een artikel in het dagblad Trouw besteedt aandacht aan de campagne omdat het aantal zelfdodingen onder jongeren vorig jaar ineens flink is gestegen. Vaak gaat het om jongeren die voor het eerst zelfstandig worden, die belangrijke keuzes moeten maken. Maar op jezelf staan betekent ook hulp durven vragen, schrijft Trouw. Daar ben ik het van harte mee eens.

Het artikel in Trouw deed me denken aan een bericht dat ik enige tijd geleden hier publiceerde: Het idee dat het leven vooral leuk moet zijn, is dè ziekte van deze tijd. 

De jongen waar het in het artikel over gaat en die zelfmoord pleegde, stond bekend als een feestganger met een aanstekelijke lach. Hij heette Dominic en was de grapjas van de vriendengroep.

Twee van zijn vrienden blijken goed te hebben begrepen dat het leven vooral leuk moet zijn en dat dit idee in onze maatschappij een dominant idee is waaraan je beter maar voldoet. Als ze met elkaar op stap waren, werd er vooral veel gelachen en veel gedronken. De vrienden aan het woord in Trouw:

Er zit een grens aan het delen van privé zaken menen ze. Achteraf leek het erop dat Dominic een geheim met zich meedroeg, iets wat hij met niemand durfde te delen uit schaamte. Dat blijft geheim.

Dat het geheim blijft vind ik jammer want veel van de pijnlijke of verdrietige gevoelens waarvoor jongeren (en ook niet jongeren) zich schamen zijn helemaal niet iets om je voor te schamen. Daar komt bij dat schaamte de mogelijkheden van veerkracht in mensen kapot maakt. We moeten af van de schaamte.

De ouders van de jongen waren gescheiden. Hij miste Thailand waar hij een paar jaar met zijn vader had gewoond en hij had een verkeerde studiekeuze gemaakt. Geen zaken om je direct voor te schamen. Misschien was zijn geheim niets meer en minder dan dat hij zich soms verloren voelde. Dat hij dus niet altijd meer leuk kon doen. En schaamde hij zich daarvoor. Misschien was de schaamte zelf zijn geheim.

De opleidingsmanager van de MBO school van Dominic heeft door dat je je niet moet schamen:

“Leerlingen komen hier binnen met zestien jaar en gaan weg als ze twintig zijn. Ze leren op zichzelf staan, we leiden ze op in een zelfstandig beroep. Maar op jezelf staan, betekent niet dat je alles zelf moet oplossen. Dat is ook iets dat je in het leven moet leren.”

Ook zijn moeder heeft het door. Zij schreef vlak na de dood van haar zoon een brief aan zijn klasgenoten:

“Ook al heb je nare gedachten die je leven beheersen, er zijn altijd mensen die je willen helpen.”

Ook de directeur van de Stichting 113 Zelfmoordpreventie heeft het door:

Suïcide heeft vaak een mix aan oorzaken. Mensen zitten klem tussen als ondraaglijk ervaren pijn en problemen die onoplosbaar lijken…. Hij wijst op de toegenomen druk op jongeren, om het goed te doen, sociaal en in hun carrière. Helaas zijn ze vaak al goed in staat om een façade op te houden.

De arts, die als schouwarts betrokken was bij deze zelfmoord snapt dat mensen geheimen hebben en recht op privacy en dat mensen redenen kunnen hebben om niet meer te willen leven en kan daar een heel eind in meegaan, maar niet op jonge leeftijd!

Jongeren hebben niet genoeg ervaring om hun problemen of toekomst te overzien. Het is een leeftijd waarop mentale problemen naar boven kunnen komen, maar er zijn ook hulpverleners die daarin gespecialiseerd zijn.

Hij maakt zich grote zorgen over het drank- en drugsgebruik in zijn stad, Groningen.

Het gebruik van cannabis onder jong volwassenen is in tien jaar tijd verdubbeld. “Drinken of blowen is geen oplossing voor levensproblemen”, zegt hij er voor de duidelijkheid maar even bij. Het is ingewikkeld om te praten over pijnlijke ervaringen. Zeker als die onoplosbaar lijken. Als je net op jezelf woont, ga je minder snel naar je ouders. En onder vrienden, in de jongerencultuur, is het kennelijk niet gebruikelijk elkaar door te vragen. Maar iedereen heeft altijd wel iemand in zijn omgeving die hij in vertrouwen kan nemen.

Misschien zijn voor veel jongeren de consumptie van drank en drugs wel heel hard nodig om het leven leuk te houden. Het is in het belang van ondernemingen die drank en drugs verhandelen dat mensen hun pijnlijke of verdrietige gevoelens onderdrukken en het mooist is natuurlijk als ze verslaafd raken. Op dit moment roepen posters in Groningen echter op tot het stellen van de vraag van je leven en je niet langer te schamen.

Misschien is het goed als het in Groningen wat minder ‘leuk’ ‘leuk’ ‘leuk’ wordt. Lees vooral ook: Het idee dat het leven vooral leuk moet zijn is dè ziekte van deze tijd.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek

Systeemtherapie bij zelfverwonding

Zelfverwonding is een term waarover veel onduidelijkheid bestaat. Dit bericht gaat uit van de volgende definitie: Zelfverwonding is sociaal onacceptabel gedrag waarbij iemand zichzelf opzettelijk en op een directe manier fysiek letsel toebrengt, zonder de bedoeling te hebben zichzelf van het leven te benemen.

De laatste jaren zijn er steeds meer jongeren tussen de 12 en 18 jaar die zichzelf verwonden. Ongeveer 18% van de jongeren heeft ooit aan zelfverwonding gedaan. Voor jongeren met een psychiatrische diagnose ligt dit percentage veel hoger.

Enkele kanttekeningen bij bovengenoemde definitie zijn ten eerste dat tatoeages en piercings in de Westerse cultuur niet vallen onder zelfverwonding en geaccepteerd zijn, ten tweede dat het gaat om een directe manier van letsel toebrengen, zoals het in zichzelf snijden, krassen of zichzelf branden of slaan. Indirecte zelfbeschadigingen zoals roken, alcoholmisbruik of gestoord met eten omgaan vallen niet onder zelfverwonding. Zoals eerder gezegd; de persoon die aan zelfverwonding doet heeft niet de bedoeling zich van het leven te beroven. De zelfverwonding kan mild, matig of ernstig zijn afhankelijk van de frequentie en de ernst van de verwondingen.

‘…alcoholmisbruik valt onder indirecte zelfverwonding…’

Functies

Het jezelf verwonden heeft verschillende functies waarbij twee dimensies worden onderscheiden. Ten eerste de dimensie van positieve versus negatieve bekrachtiging. Bij positieve bekrachtiging wordt de zelfverwonding gevolgd door aangename emoties. Bij negatieve bekrachtiging wordt het gevolgd door een vermindering van negatieve emoties. De tweede dimensie is die van de automatische versus de sociale bekrachtiging. De automatische bekrachtiging betekent dat de zelfverwonding een intrapsychische (persoonlijke) functie heeft en de sociale bekrachtiging betekent dat het een interpersoonlijke functie heeft.

Zo bezien heeft zelfverwonding vier soorten functies. Bij een automatische positieve bekrachtiging veroorzaakt de zelfverwonding een persoonlijk gevoel van ontspanning of opluchting. Bij een automatische negatieve bekrachtiging heeft de zelfverwonding de functie dat negatieve emoties vermeden worden. Bij een sociale negatieve bekrachtiging veroorzaakt de zelfverwonding dat een reactie van anderen vermeden wordt en bij een sociale positieve bekrachtiging zorgt de zelfverwonding voor het ontlokken van een reactie bij anderen.

Andere functies van zelfverwonding kunnen zijn dat de adolescent niet over genoeg verbale vermogens beschikt en/of veel moeite heeft om emoties met woorden te uiten en dat de zelfverwonding een manier van expressie is. Persoonlijke eigenschappen (temperament) in samenhang met de persoonlijke geschiedenis (trauma) en sociale factoren kunnen het optreden van zelfverwonding beïnvloeden. Sociale factoren zijn bijvoorbeeld het observeren en imiteren (‘modeling’) van anderen uit je omgeving of horen van anderen dat je door zelfverwonding positieve gevolgen kunt ervaren zoals meer aandacht van anderen. Maar ook het wel of niet hebben van steun van een sociaal netwerk speelt een rol. Contextuele factoren (relaties met gezinsleden) en gedragsfactoren zoals hoe emoties gereguleerd worden (binnen het gezin) hebben invloed.

Behandeling

Er is weinig bekend over effectieve behandelingen. Bij de meeste therapieën ligt de focus eerder op het behandelen van de symptomen dan op het verhaal van de cliënt. Eerst de tijd en de ruimte nemen voor dat verhaal zal bijdragen aan het vertrouwen, de openheid en eerlijkheid bij de cliënt. Symptomatische behandeling van zelfverwonding lijkt onvoldoende en kan leiden tot symptoomverschuiving; een eetstoornis of suïcidaal gedrag komen er dan voor in de plaats.

De meerwaarde van gezinstherapie bij de behandeling van zelfverwonding kan nog niet voldoende wetenschappelijk worden aangetoond. Toch wordt het gezien als een goede behandeling omdat er een verband blijkt te zijn tussen de zelfverwonding en het functioneren van het systeem. Een autoritaire opvoedingsstijl, waarbij het kind weinig steun en veel controle van de ouders ervaart, blijkt bijvoorbeeld een significante risicofactor. Systeemtherapie heeft zich wel al bewezen in de behandeling van depressie en suïcidaliteit. Uit een studie uit 2010 (ABFT; Diamond et al., 2010) blijkt al dat een therapie bij zelfverwonding gebaseerd op de hechtingstheorie, superieur is aan de gebruikelijke symptoom behandelingen. Ook een multi-systeem therapie waarbij niet alleen het gezin maar ook andere systemen betrokken worden blijkt superieur (MST; King et al., 2006). Met systeemtherapie kan toegang verkregen worden tot de primaire emoties die samenhangen met de zelfverwonding.


Dit bericht is een samenvatting van een artikel uit het tijdschrift voor systeemtheoretische psychotherapie: Systeemtherapie, 2, 2017. Titel van het artikel: Gezinstherapeutische interventies bij jongeren die zichzelf verwonden – een literatuurstudie. Schrijvers: Lisa Waels, Imke Baetens, Laurence Claes, Eva Wolfs, Eveline Goethals en Peter Rober.


In de systematische literatuurstudie van deze Belgische wetenschappers (orthopedagogen en klinisch psychologen) werd gezocht naar thema’s die gezins-therapeutische interventies met elkaar gemeen hadden. Deze thema’s bleken te zijn; het vergroten van sociale steun voor de adolescent, het ondersteunen van de ouders, het aanleren van communicatieve en interpersoonlijke vaardigheden bij ouders en adolescenten, psycho-educatie omtrent zelfverwonding en het vermeerderen en versterken van positieve interacties tussen de gezinsleden.

Alle gezins-therapeutische interventies hadden als doel om de emotionele nabijheid tussen de ouders en het kind te vergroten. Daarnaast hebben de interventies aandacht voor de specifieke ontwikkelingstaken van een adolescent zoals het vinden van een evenwicht in het gezin tussen de vrijheid en de autonomie van het kind en de controle en het toezicht door de ouders met als doel de adolescent te steunen en te motiveren om zichzelf te ontwikkelen en zijn of haar leven in handen te nemen.

De centrale boodschap is dat de angst en de stress bij het kind erkend worden en dat de gezinsleden samen op zoek gaan om hier op een gezonde manier mee om te gaan.

‘…piercings en tatoeages vallen niet onder zelfverwonding…’ Foto gevonden op een ander wordpress blog.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Systeemtherapie

Vertwijfelde vaders

In De Groene verscheen in het laatste nummer van 2012 onder de titel: ‘Ik kan je niet dwingen, maar doe in godsnaam iets’, van Roos Menkhorst een artikel over jongemannen die in hun ontwikkeling blijven steken en de teleurstelling die dat bij hun vaders oproept. De Groene had een themanummer over vaders.

Typische gevallen voor eerstelijns psychologische hulp, dacht ik. Het mooie artikel van Roos staat hieronder gevolgd door enkele vragen die het bij mij opriep.

Een vader denkt dat zijn zoon in een soort luilekkerland leeft. Ik betwijfel of de zoon dit ook zo beleeft. Meestal voelen jongeren die stagneren zich zelf niet zo geweldig. Ik vraag me af wat de dromen van de jongen zijn. Jongeren die werkeloos zijn kunnen last van depressie krijgen.

Het artikel begint met een ‘noodkreet’ uit een e-mail van een Britse vader naar zijn kinderen die op het internet belandde en vervolgens doen drie Nederlandse vaders hun verhaal. ‘Zoon David blowt en woont in het schuurtje bij zijn vader in de tuin. Zoon Mees slaapt al vijf maanden uit. En zoon Gijs woont op zijn dertigste nog altijd antikraak’. Drie vertwijfelde vaders over hun kinderen.

Het naar buiten brengen van deze teleurstellingen en vertwijfelingen kan op zichzelf al iets opleveren. Volgens de psycholoog Haim Omer is het naar buiten brengen van problemen met je kinderen en het zoeken daarin naar samenwerking met andere ouders een belangrijke stap in de richting van de oplossing. De boodschap van ouders moet zijn: “Zoals het nu gaat, daar zijn we het niet mee eens. We weten niet direct hoe dit probleem opgelost moet worden maar we laten je niet los. We zullen niet rusten voordat we een oplossing gevonden hebben”.

Voor meer over Haim Omer zie hier, hier en hier.

‘Ik kan je niet dwingen maar doe in Godsnaam iets’ 

Illustratie Dick Tuinder

Illustratie Dick Tuinder

‘I am bitterly, bitterly disappointed’, zo sluit Nick Crews (67), een Britse gepensioneerde marineofficier, een brief aan zijn drie kinderen af. In de e-mail – geschreven aan zijn dochters en zijn zoon – bekritiseert hij hun mislukte huwelijken, verkeerde keuzes en hun gebrek aan volwassenheid. De e-mail belandde op internet en werd talloze keren gedeeld.

Deze Britse vader schrijft: ‘It is obvious that none of you has the faintest notion of the bitter disappointment each of you has in your own way dished out to us. (…) We are constantly regaled with chapter and verse of the happy, successful lives of the families of our friends and relatives and being asked of news of our own children and grandchildren. I wonder if you realise how we feel – we have nothing to say which reflects any credit on you or us.’

Het woord ‘teleurgesteld’ zal Jacques van der P (63) niet zo snel in de mond nemen. Wel is hij een vertwijfelde vader. Van P zit in de kajuit van zijn zeilboot. Hier heeft hij het afgelopen weekend zijn verjaardag gevierd. Zijn twee zonen zijn ook langs geweest. De oudste is 25 en net begonnen met zijn promotie. Zijn jongste zoon David (23) ziet hij bijna elke dag. David woont nog thuis: sinds twee jaar woont hij in het schuurtje in de tuin bij Van der P in Bloemendaal. ‘We hebben het samen opgeknapt. Ik heb het hem aangeboden. Hij was er geloof ik wel blij mee en voor mij is het ook prettig.’

Het is een bijzondere situatie, erkent van der P. Maar hij zal zijn zoon niet op straat zetten. ‘Ik wil zo graag dat hij iets vindt wat hij graag doet en waarmee hij zijn geld kan verdienen. Ik denk alleen niet dat ik hem kan motiveren. Ik heb wel eens gezegd: oriënteer je, ga naar meeloopdagen en informeer je over wat er allemaal kan. Maar daar gebeurt vervolgens niks mee.’

De problemen begonnen toen David vijftien was. ‘Tot die tijd ging zijn schoolloopbaan goed. Hij kon na de lagere school zo door naar het vwo. In de derde klas ging het mis; hij redde het niet meer alleen met zijn verstand, hij moest echt iets gaan doen.’ Maar David deed niks. Hij begon met blowen en haalde de ene onvoldoende na de andere. Hij werd van school gestuurd. Ging naar een andere school, maar werd daar ook weggestuurd. ‘In het begin had ik niet in de gaten dat hij zoveel blowde. Ik zei zelfs tegen hem: ik vind het minder erg dat je af en toe een wietje rookt dan dat je echt gaat roken. In mijn beleving was blowen iets incidenteels. Maar dat was bij David niet het geval. Daarbij is die wiet van tegenwoordig echt veel te sterke troep.’

Met ‘hangen en wurgen’ haalde David de havo op het volwassenenonderwijs. Hij begon een hbo-opleiding. Maar na een half jaar haakte hij af. ‘Het probleem is dat hij niet weet wat hij wil gaan doen. Dat speelde toen ook. Ik zei: ga iets doen wat je goed kunt, dan wordt het vanzelf leuk.’ Zijn vaderlijk advies had geen effect.

Onder druk van zijn ouders ging David een half jaar lang een keer in de week naar een instelling waar ze hem hielpen met zijn wietverslaving. Van der P: ‘Ze waren daar heel tevreden over hem. Ze zeiden ons: “Dit gebeurt vaker bij kinderen op deze leeftijd en het komt eigenlijk altijd wel goed.” Inmiddels zijn we vijf jaar verder en blowt hij nog steeds.’

David begon met een andere opleiding. Maar na een half jaar hield hij het weer voor gezien. Het idee om zijn werkende leven achter een bureau door te brengen stond hem niet aan, vertelt van P. Dat hij stopte is nu een jaar geleden. ‘In dat jaar heeft hij niet veel gedaan. Hij is een beetje in de weer met computerspelletjes, en zijn vrienden komen langs. Het is eigenlijk een groot feest; onbekommerd vermaak. Verder werkt hij twee avonden in de week in een Indonesisch restaurant, hij valt daar ook soms in.’

De vader van David zit aan de kleine houten tafel in zijn kajuit. Hij neemt een slok van zijn koffie. Buiten waait de wind hard. David zal nu wel in zijn tuinhuis zitten, denkt hij. Maar het kan ook best dat hij wat aan het doen is met vrienden. Hij weet het niet, en eigenlijk is hij daar wel blij om. ‘In het begin probeer je nog alles te regelen. Maar hij is nu 23.’

Van der P geeft les aan de pabo: didactiek voor rekenen en wiskunde. Als geen ander weet hij hoe je jonge mensen iets bij kunt brengen. ‘Een collega van mij zei een keer: “Hier lukt het me wel, maar bij mijn eigen kinderen is het een heel ander verhaal.” Dat gevoel heb ik zelf ook.’ Van der P praat met collega’s en andere ouders regelmatig over wat hij nou moet met David. ‘Het baart me zorgen. Ik zie meer ouders in mijn omgeving die met dit soort problemen te maken hebben. Een vriend van mij heeft een zoon die ook niks doet. Hij zei laatst: “Als mijn zoon straks zijn cv moet afgeven voor een sollicitatie heeft hij een gat van een jaar.” Dat geldt voor David natuurlijk ook en dat is niet al te best.’

Zijn schrikbeeld is dat David, als hij straks op zichzelf woont, dit leven doorzet. Dat hij bijbaantjes heeft, maar niet echt iets vindt waar hij harder voor gaat lopen. En dan die ‘verdomde’ wiet. ‘De grootste oorzaak is denk ik toch die verslaving.’ Hij is even stil. ‘David moet in een situatie terechtkomen waarin hij ziet dat het zo niet langer gaat. Omdat hij nog onder mijn vleugels zit, ervaart hij dit niet. Ik heb wel eens gevraagd of hij mee ging zeilen. Dat wilde hij niet. Wel zei hij pas – al denk ik dat het een grap was: “Als jij straks met pensioen gaat kunnen we samen tonijn vissen. We hoeven maar één grote vis te vangen en dan zijn we binnen.”’

UIT DE BRIEF van Nick Crews: ‘I can now tell you that I for one, and I sense Mum feels the same, have had enough of being forced to live through the never-ending bad dream of our children’s underachievement and domestic ineptitudes. I want to hear no more from any of you until, if you feel inclined, you have a success or an achievement or a REALISTIC plan to tell me about.’

Fred van der Z (54), vader van een zoon en een dochter, leest met verbazing de brief van de gepensioneerde marineofficier Nick Crews. Zoiets zou hij nooit schrijven aan zijn kinderen. Maar de afgelopen jaren zijn er zeker momenten geweest dat hij zijn zoon Mees (18) een flinke schop onder zijn kont wilde geven. ‘Naarmate het eindexamen dichterbij komt ga je toch gesprekken voeren: wat wil je gaan doen? Waar liggen je interesses? Mees’ antwoord was steevast: uitslapen.’

Wonder boven wonder slaagde Mees dit jaar voor zijn gymnasiumexamen, vertelt Van der Z. Vanaf de derde klas spande het er ieder jaar om. Duizenden euro’s werden uitgegeven aan bijlessen en huiswerkbegeleiding. De ouders van Mees zaten hem flink achter zijn broek. ‘Het was echt nodig. Latijnse rijtjes kun je niet bedenken, die zul je toch echt uit je hoofd moeten leren. Het lukte hem niet geconcentreerd te blijven. Ik ging ook wel eens naast hem zitten. Dan zat hij keurig in zijn boek te lezen. Later vertelde hij mij: “Je zat dan wel naast me, maar ik deed gewoon alsof ik leerde. Ik sloeg af en toe een bladzijde om, verder deed ik niks.”’

Het komt allemaal goed, zei zijn zoon dit jaar toen de zomervakantie begon. ‘“Ik kom net van zes jaar ploeteren op het gymnasium af, laat me eventjes.” Ik kon me daar ook wel iets bij voorstellen, dus liet ik hem zijn gang gaan.’ Maar sindsdien gaat Mees vrijwel iedere avond uit, vertelt Van der Z. ‘Dat kan makkelijk in Amsterdam. Zijn vriendengroep verzamelt zich rond een uur of negen bij iemand thuis. Om twaalf uur gaan ze naar een club – die gaan pas tegen die tijd open. Meestal blijven ze tot sluitingstijd. Er wordt natuurlijk ook wat gedronken, niet geblowd gelukkig. Vervolgens ligt Mees tot zeker drie uur de volgende dag in bed.’

Van der Z ziet een opvallend contrast met de meisjes uit het examenjaar van zijn zoon: ‘Die hadden gedurende het laatste schooljaar allemaal plannen gemaakt. De een ging een reis maken, de ander schreef zich in voor een taalcursus en weer een ander ging vrijwilligerswerk doen.’ Van der Z wilde het belang van een weloverwogen keuze duidelijk maken aan zijn zoon. Ze hebben er ruzie over gemaakt, dat werkte niet. ‘Hij had het gevoel dat ik op hem zat te jagen. Dat ik hem bij wijze van spreken neer zou schieten als hij even stil zat.’ Van der Z kwam met het plan om samen een reis te maken naar Zuid- Afrika. ‘Ik wilde hem echt even uit die uitgaanssfeer trekken.’ Voor de reis moest zijn zoon een nieuw paspoort aanvragen. ‘Daar is hij zes weken mee bezig geweest: tegen de tijd dat hij was opgestaan was het gemeentehuis al weer dicht. Uiteindelijk moest hij in de laatste week voor vertrek nog zijn paspoort regelen.’

‘In Zuid-Afrika stond Mees wel een stuk vroeger op, maar nog steeds was het redelijk laat. Hij miste iedere dag het ontbijt. Na een week was ik het zat: “Godverdomme zeg. Waarom verras je me niet een keer: pap, we moeten opstaan, anders missen we nog het ontbijt!”’

Mees is genetisch niet begiftigd met veel activiteit en discipline, vertelt zijn vader. Dat is ook de reden dat hij zijn zoon wil waarschuwen. Van der Z herkent de ongeconcentreerdheid en luiheid van zijn zoon heel goed. ‘Ik had gepland om tijdens de laatste dagen van onze reis een goed gesprek met Mees hierover te voeren. Ik wilde hem vertellen dat ik niet achter hem aan zat te jagen, maar dat hij zijn leven wel zelf moet oppakken. Ik wilde zeggen: “Het zou zo jammer zijn als je aan het einde van dit jaar niks hebt gedaan. Vooral omdat ik zo goed weet hoe je je voelt. Ik weet waarom je zaken uitstelt, ik heb daar ook last van. Breek door die weerstand heen, anders blijf je er je hele leven last van houden. Kijk maar naar mij.” Zoiets.’

Het gesprek kwam er. ‘Het duurde zo’n tien minuten. Mees zei meteen: “Helemaal mee eens!”’ Maar bij terugkomst in Amsterdam ging Mees gewoon weer vrolijk verder met zijn leven van uitgaan, uitslapen en niks doen. Als vader wil Van der Z zijn zoon vooral behoeden voor een leven van uitstellen en moeilijk tot dingen komen. ‘Hij heeft veel talenten, maar hij is onzeker en komt moeilijk tot actie. Die twee dingen samen kunnen – als hij niet oppast – leiden tot een soort lethargie.’

Laatst kwam een vriend van Mees langs om te eten. Van der Z zag daarin het perfecte moment om hét gesprek nu eens echt te voeren. Hij sprak ze toe: ‘Jullie weten niet wat jullie willen studeren, maar als jullie zo doorgaan is het straks juli en dan weet je het nog niet. Probeer in ieder geval je doelstellingen voor de komende tijd te bepalen. Ga naar open dagen, spreek met mensen, doe een stage. Ik kan jullie niet dwingen, maar doe in godsnaam iets.’

Mees is inmiddels naar een open dag geweest. Daar heeft hij meteen een studie gevonden die hem interessant lijkt. ‘Hij denkt natuurlijk: huppakee, die is binnen. Maar ik hoop toch dat hij zich wat breder nog gaat oriënteren. Hij heeft nu gezegd dat hij op 1 april weet wat hij gaat studeren. Ik hoop niet dat het een grapje van hem is.’

‘FULFILLING CAREERS based on your educations would have helped – but as yet none of you is what I would confidently term properly self-supporting. Which of you, with or without a spouse, can support your families, finance your home and provide a pension for your old age?’

De Britse marineofficier was keihard in zijn kritiek. Met het naar buiten komen van zijn e-mail wordt een taboe doorbroken: je kunt als ouder best teleurgesteld zijn in je kinderen, maar het aan de buitenwereld verkondigen is een doodzonde, dat doe je niet. Dat waren althans de reacties. Twee van de drie kinderen van Nick Crews hebben sinds het versturen van de brief, februari dit jaar, geen contact meer met hun vader. De vader zelf zei in een interview: ‘Ze hebben alleen de kritiek gelezen, maar niet mijn oneindige liefde die tussen de regels door spreekt.’

‘Je bent jong, je gaat naar school, komt iemand tegen die je leuk vindt, je gaat trouwen en je krijgt kinderen. Dat is voor veel mensen het patroon’, vertelt Sjaak van de G (58), vader van drie kinderen. Hij vervolgt: ‘Bij mij ging het in ieder geval zo. Maar bij Gijs werkt het anders. Hij is een beetje een vrijbuiter.’

Van de G zit op een plastic tuinstoel in zijn toekomstige slaapkamer. Hij zit midden in de verbouwing van zijn zelf ontworpen droomhuis in Noorden – een dorpje in de buurt van Nieuwkoop. Gijs heeft hem het afgelopen jaar regelmatig geholpen. ‘Hij kon het geld goed gebruiken en ik had iemand nodig die wat hand-en-spandiensten kon verrichten. Daarbij dacht ik: het zou leuk zijn als hij plezier vindt in het werken met zijn handen. Ik zou daar in elk geval, ondanks het feit dat hij behoorlijk goed is opgeleid, geen moeite mee hebben.’ Het was best plezierig werken, zegt Van de G. Maar al vrij snel zag hij dat de prioriteiten van Gijs ergens anders lagen: ‘Als hij muziek wilde maken, zei hij af. Ik begreep dat trouwens ook wel.’

Gijs besloot na het afronden van zijn studie sociologie dat hij zich het liefst op een carrière in de muziek wilde richten. Als vader vond Van de G dat in die tijd best lastig: ‘Ik ga niet zeggen: ik vind het zonde dat je een heel goede opleiding hebt gehad en de talenten die je hebt niet gebruikt. Want ja, zijn ideaal is toch echt de muziek. Maar hij maakt het zichzelf wel lastig; je moet namelijk veel talent en doorzettingsvermogen hebben om daar succesvol in te worden.’

Sjaak van de G werkt als strategisch inkoper hout- en bouwmaterialen voor een groothandel. Hij herkent in zijn middelste zoon zijn hang naar vrijheid. ‘Ik zoek alleen wel naar zekerheden. Ik bouw nu een huis, maar dat zou ik niet doen als ik niet de zekerheid heb van een baan. Gijs woont al jaren antikraak. Hij heeft op zoldertjes driehoog-achter gewoond. Daar werd ik niet blij van; hij leidde een soort zwerversbestaan. Nu woont hij in een oud bankgebouw op een toplocatie. Dat vind ik mooi om te zien. Hij neemt alleen wel het risico voor lief dat hij er van de ene op de andere dag uit kan worden gezet.’

Ongeveer acht jaar geleden zag Van de G dat zijn zoon niet zou kiezen voor de makkelijke weg. ‘Gijs houdt niet van bazengedrag. Hij had een keer een baantje als taxichauffeur. Maar hij kon het niet vinden met zijn baas, van de ene op de andere dag was hij weg. Ik dacht toen even: wat wordt jouw toekomst?’ Maar hij bewondert dit gedrag tegelijkertijd ook wel: ‘Gijs gaat niet mee met wat de maatschappij van hem verwacht, hij doet alleen waar hij zelf achter staat. Maar dat hij soms afhankelijk is van het geld van zijn ouders en familie maakt het wel ingewikkeld. Hij heeft wel iets op zijn bankrekening, maar veel zal het niet zijn. Hij heeft ook wel baantjes gehad, maar kiest toch elke keer voor de muziek.’

Gijs heeft al jaren een vriendin, zij heeft een vaste baan en is snel gegroeid. Ze hebben de leeftijd waarop je gaat denken aan samenwonen en kinderen krijgen. ‘Voor zijn gevoel hoeft Gijs die keuze alleen nu niet te maken, hij stelt het uit. Ik denk omdat hij weet dat het consequenties zal hebben voor zijn leefpatroon. Het gevaar is dat de keuze voor jou wordt gemaakt. Dan laat je de liefde van je leven lopen omdat je vindt dat je je eigen weg moet gaan. Ik kan hem daarin niet adviseren, maar ik kan wel zeggen: tel je zegeningen. Ik denk dat het best goed voor hem zou zijn om gewoon huisvader te worden, dan kan hij daarnaast andere dingen blijven doen.’

Enkele vragen en opmerkingen die in mij opkwamen

Waarom ging de vader eigenlijk niet samen met zijn zoon naar een open dag? Is toch gezelliger?

Zoon David is een jongste kind. Hoe is het voor David geweest om de jongste te zijn in dit gezin? Heeft de positie in het gezin misschien iets te maken met het stagneren?

Hoe kan het dat je als ouder niet in de gaten hebt dat jouw kind blowt? De wiet wordt hier als het probleem gezien; maar er is natuurlijk een reden waarom je gaat blowen.

Hoe kan het dat David niks voor school deed? Was het niveau te laag?

Het lijken mij leuke vaders maar hoe was de relatie met hun zoon en speelt de relatie een rol in het stagneren van de zoon.

Als jouw vader zelf docent is krijg je in je puberteit misschien wel een extra weerstand tegen het leren voor school. Hoe zit dat eigenlijk met docenten-zoons van docenten-vaders?

Mees heeft een zus. Hoe is de relatie met de zus? Is zij degene die alles goed doet en hij de luie broer? Zijn de broer en de zus aan het voldoen aan de mythische beelden die over hen gevormd zijn?

Mees is ‘genetisch begiftigd met luiheid en ongeconcentreerdheid’ zegt zijn vader. Was de opa of oma van Mees ook lui en ongeconcentreerd? Welke problemen worden met de luiheid voorkomen of opgelost in deze familie?

Wat is die onzekerheid van Mees? Waarvoor? Wanneer? Wat betekent die onzekerheid voor hem?

3 reacties

Opgeslagen onder Opvoedkunde, Studie en beroepskeuze

Jongeren aan het begin van hun loopbaan

In NRC Handelsblad staan mooie verhalen van jongeren over de hele wereld die aan het begin van hun zelfstandige leven staan. Deze verhalen stemmen mij optimistisch. Er zijn veel mogelijkheden en veel wegen om er te komen. Ik kan deze verhalen aan iedere jongere aanbevelen. Zeker aan jongeren die nog niet zo goed weten wat ze willen.

Uit de verhalen blijkt eigenlijk dat je het met kiezen voor je toekomst dicht bij jezelf moet beginnen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Studie en beroepskeuze

Inspiratie van Martin Luther King en Gandhi bij de opvoeding van pubers

Martin Luther King

Mahatma Gandhi

Gandhi vergeleek de positie van geweld dat geconfronteerd werd met geweldloosheid, met de positie van iemand die met àl haar kracht op water slaat: de arm zal eerder vermoeid raken dan het water. De geweldloze opvoeder is zoals het water. Hij raakt niet vermoeid door de aanvallen van zijn kind.

Zowel Gandhi als King waren er meesters in om degenen in het kamp van de overheersers (de Britten en de blanken) die vòòr verandering waren, wakker te schudden. De onderdrukking zelf is de vijand en niet de Britten of de blanken als personen. Het geweldloze verzet van Gandhi en King heeft tot doel om de ‘wij-zij’ tegenstelling kleiner te maken.

Deze ideeën zijn relevant voor de context van het gezin. Bij het kind dat geweldadig is geworden bestaan natuurlijk ook pòsitieve tendensen. Geweldloos verzet heeft het doel om de positieve stemmen in het kind wakker te schudden en te versterken.

De visie van Haim Omer die zich door Gandhi en King laat inspireren, is zowel optimistisch als realistisch. De inspanningen van de ouder zullen niet leiden tot de totale verdwijning van de negatieve stemmen in het kind. En dat is ook helemaal niet nodig. Het doel is dat de positieve stemmen de overhand krijgen.

‘Een nieuwe benadering van gewelddadig en zelfdestructief gedrag van kinderen en adolescenten’, is de subtitel van Haim Omers boek: Geweldloos verzet in gezinnen.
Het doel van geweldloos verzet is dat het gezag van ouders en leraren wordt hersteld op een overtuigende, geweldloze en niet-escalerende manier, ook al is het gedrag van het kind nog zo grof. Opvoeders verzetten zich op een besliste manier tegen fysiek geweld maar ook tegen emotioneel geweld zoals beledigingen of vernederingen.

De harde ouder maakt gebruik van dreigementen, geschreeuw, fysieke dwang en extreme straffen.

De zachte ouder maakt gebruik van overreding, afspraken, rationele argumenten en uitingen van empathie.

De ouder die opteert voor geweldloos verzet is bereid om middelen te gebruiken zoals het bezoeken van de plek waar het kind zijn (zelf)destructief gedrag vertoont. Eventueel kan de ouder als protest in de kamer van het kind gaan zitten (een sit-in houden) totdat het kind met een oplossing komt om het geweld of het zelf-destructieve gedrag te stoppen. De ouder kan allerlei zaken die door dreigementen worden opgeëist aan het kind onthouden. De ouder kan de ‘publieke opinie’ mobiliseren van vrienden en familieleden tegen het geweld of het destructieve gedrag dat het kind gebruikt. De ouder kan een uitgebreid steunend netwerk opzetten om het kind te zoeken als dit het toezicht van de ouders ontloopt of van huis wegloopt en de ouders kunnen samen met leerkrachten en lokale instanties een gemeenschappelijk front ontwikkelen tegen antisociale normen.

Een voorbeeld uit het boek:

De moeder van een twaalfjarige jongen, die (zoals zij het formuleerde) ‘onderhevig was aan onbeheersbare fysieke en verbale uitbarstingen’, met zijn moeder als doelwit, schreef het probleem toe aan een neurologische dysfunctie. Zij was voortdurend op zoek naar medische oplossingen, die echter tot dat moment zonder effect waren gebleven. De ouders stemden er samen in toe om een aantal sit-ins te houden in de slaapkamer van het kind. Tijdens deze sit-ins kondigden zij aan dat ze daar zouden blijven tot hij met voorstellen zou komen om een einde te maken aan de uitbarstingen. Tijdens de sit-ins waakten de ouders ervoor iets te doen wat tot escalatie zou kunnen leiden. Na een paar sit-ins merkte de moeder op dat het kind zich inhield in situaties waarin hij vroeger gewelddadig zou zijn uitgevallen. Hoewel in die fase de verandering nog beperkt was, gaf de moeder aan dat ze er nu van overtuigd was dat de uitbarstingen geen onvermijdelijke gebeurtenissen waren.

Voor meer informatie over nieuw gezag zie hier en hier.

5 reacties

Opgeslagen onder Opvoedkunde