Tagarchief: depressie

Ecologie is overal

‘Het gevoel dat er iets in jou zit, dat jij niet bent’. Dit is Freuds definitie van een depressie lees ik in een artikel van de filosoof Tomothy Morton die weet wat het is om depressief te zijn. Hij weet ook hoe het is om boos te zijn. Hij wil zich er mee verbinden.

In de manier waarop hij met zijn depressie en boosheid heeft leren omgaan ziet hij een manier van hoe we kunnen omgaan met het ecosysteem:

‘Wat is erop tegen om boos te zijn?’, vroeg de psychoanalyticus aan me. Zo had ik het nog nooit bekeken. Ik kwam de woede te boven, niet door het weg te werken, maar door het een plek te geven in een veel breder muziekstuk van menselijke emotie. Je valt niet samen met de woede, weet ik nu. Ik kan die woede daardoor toestaan en wie weet komt er nog iets moois uit. Ik denk dat de manier waarop we met depressie omgaan, leerzaam kan zijn voor de manier waarop we onszelf als ecologische wezens gedragen.’

Niet samenvallen met je woede kun je toepassen op je depressie, op je somberheid. Niet er mee samenvallen ofwel je er niet mee identificeren, het ook niet willen wegwerken maar het waarnemen, het bekijken. Het buiten jezelf plaatsen, het boze en sombere kunnen externaliseren.

Moet iedereen naar de eco-psycholoog om zichzelf en het ecosysteem gezond te maken? Het kan simpeler. Het enige dat we hoeven te doen is ons bewust te worden van de verbinding tussen onszelf en het systeem. Morton:

Stel jezelf voor, buiten een disco. Die disco is de biosfeer. Eigenlijk ben je nog steeds binnen, in die disco, maar op de een of manier heb je jezelf verleid te denken dat je buiten staat. De disco gaat door, vierentwintig uur per dag, zo’n disco is het. Onthoud dat je de disco nooit echt verlaten hebt, je hebt alleen het idee dat dat zo is. Je hoeft niets bijzonders te doen om die verbintenis weer te voelen. Die is er nog steeds, anders zou je allang dood zijn geweest. Ecologie is overal.

De Franse filosoof en socioloog Bruno Latour komt tot eenzelfde conclusie:  “We kunnen niets of niemand meer op afstand plaatsen. De dingen niet, de wereld niet, de natuur niet.” Alles en iedereen is met elkaar verbonden.

In het artikel: Hoe onze beschaving mensen ziek maakt, legt Morton uit dat andere wezens een deel van ons zijn en dat wij ons niet af kunnen scheiden van het ecosysteem dat naar de knoppen gaat. Morton geeft in het artikel ook een mooie definitie van het begrip: ‘gaslighting’ een vorm van manipulatie vanuit een narcistische afweer. Op dit weblog een eerder bericht hierover: De waarheid van Trump. Laat je niet ziek(er) maken!

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Psychiatrie, Psychologie en klimaat, Psychotherapie, Systeemtherapie

Psyche en Klimaat: Houd het hoofd koel

Het symposium over klimaatstemmingen van de Stichting Psychiatrie en Filosofie bracht minder mensen bij elkaar in de Hogeschool van Leiden dan was verwacht. We waren met zijn 60-en.

Een naar binnen gekeerde GGZ

Een van de organisatoren van het symposium en tevens voorzitter van de dag, Jaap van der Stel, lector GGZ aan de Hogeschool Leiden, had gegoogeld en gevonden dat GGZ instellingen in Nederland niet met het klimaat bezig zijn. Àls ze met het klimaat bezig zijn dan is het met het eigen klimaat. Als je googled op werkloosheid in plaats van klimaatopwarming dan vindt je trouwens hetzelfde. We zitten in Nederland met een naar binnen gekeerde GGZ. Van der Stel had tips voor de instellingen om zich alsnog met die bredere context van het klimaat te verbinden.

Ondanks dat de grote instellingen achterbleven was ongeveer de helft van de aanwezigen afkomstig uit de GGZ. Enkele zelfstandige psychologen waaronder ondergetekende, een enkele psychoanalyticus, enkele psychiaters, docenten psychologie en enkele journalisten van vaktijdschriften. De meeste andere aanwezigen kwamen uit de klimaat- en milieubeweging.

Om in de stemming te komen bekeken we een trailer van de film ‘How to let Go of the World and Love All the Things Climate Can’t Change’. Meerdere mensen in de zaal kenden deze film. Alleen al de trailer gaf verdiepte aan mijn bezorgdheid over het klimaat. Onderaan dit bericht vindt u een link naar de hele film. Hier de trailer:


Een zwakke overheid

Gevoelens en emoties die het gevolg zijn van de opwarming van de aarde variëren van angst, paniek, depressie, apathie, wanhoop, stress, boosheid, woede enz. Natuurlijk speelt trauma een rol. Zoals een psycho-analyticus in de zaal meteen opmerkte zullen we elkaar bij deze emoties en persoonlijke problemen moeten helpen en kan therapie een positieve rol spelen. Hierover later meer.

De emotie van de wanhoop bij een ieder die zich zorgen maakt over het milieu wordt mede veroorzaakt door de zwakke houding van de overheid. De overheid reguleert de multinationals en de fossiele industrie niet of nauwelijks en gelooft in de vrije markt. Het feit dat de politieke partij Groen Links moeite heeft om te regeren met de VVD en het CDA heeft veel met het klimaatprobleem te maken, namelijk met het maken van afspraken over hoe we met klimaatvluchtelingen omgaan.

Het feit dat we door een stortvloed aan reclames worden gestimuleerd om te consumeren enerzijds en anderzijds vernemen dat consumeren (auto rijden, vliegreizen, vlees eten) de opwarming van de aarde tot gevolg heeft, leidt bij mensen tot de mentale toestand van de zogenaamde ‘double bind’ wat apathie tot gevolg heeft. Kort nadat ik hier onlangs iets over las gaf ik mij op voor dit symposium.

We zullen stilstaan bij de effecten van klimaatverandering op het menselijk gemoed. Hoe reageren we op de veranderingen en de dreigingen? Wat kunnen we ermee?

Optimist of pessimist

We kunnen de hoop op het voortbestaan van de mensheid op aarde ook gewoon opgeven. Kijkend naar de ‘diepe tijd’ is de mensheid er nog maar kort en in dat opzicht niet zo belangrijk. De planeet gaat echt wel door ook al hebben wij onze eigen beschaving vernietigd. Optimisten kunnen heel irritante mensen zijn zal de Denker des Vaderlands René ten Bos uit Almelo in zijn presentatie betogen.

Voordat de mensheid goed en wel van de planeet verdwenen is, krijgen we eerst nog te maken met de geleidelijke verwoesting van de beschaving. Dat is eigenlijk al begonnen. Neem alleen al de grote stromen vluchtelingen, ziektes door vervuiling, de verwoesting van leefgebieden, enz. enz. We gaan hier allemaal steeds meer last van krijgen hoewel rijke landen en rijke mensen het beste af zijn. Er zijn zelfs rijke mensen die zich hele delen van de aarde toe-eigenen waardoor ze de verwoesting nog lang kunnen overleven, ver verwijderd van de ontreddering van de rest van de mensheid.

Eigenlijk is klimaatverandering een veiligheidsprobleem betoogde de klimaatwetenschapper Leo Meyer. Interessant: Veiligheid is natuurlijk ook een psychologisch onderwerp. Ik denk aan de begrippen veilige en onveilige hechting uit de hechtingstheorie en de psychologische en maatschappelijke gevolgen van onveilige hechting. De GGZ kan misschien ook vanuit deze invalshoek een bijdrage leveren en mag wat mij betreft in actie komen.

Opwarming van de aarde is een veiligheidsvraagstuk

Leo Meyer kwam na de inleiding van Van der Stel als eerste spreker aan de beurt. Meyer wordt door geen enkele van de eerder genoemde emoties, noch door slapeloosheid geplaagd. Zijn gemoedsrust blijft in tact omdat hij vindt dat het goed genoeg is dat hij zijn steentje bij draagt. Hij is bezorgd maar niet angstig.

Als scheikundige had hij al vroeg belangstelling voor milieuproblematiek. Hij probeert twee vragen te beantwoorden. 1. Is de angst voor de problemen rationeel of irrationeel? 2. Is de ontkenning van de problemen rationeel of irrationeel? Het is duidelijk dat de opwarming van de aarde de schuld is van de mens en niet van natuurlijke factoren zoals het komen en gaan van ijstijden, activiteiten van de zon of van vulkanen. Over het algemeen zijn mensen die er verstand van hebben het met elkaar eens hierover. De angst is dus rationeel en de ontkenning irrationeel. Meyer liet een cartoon zien van twee bioscopen naast elkaar: We houden ons zelf graag voor de gek.

Het grootste deel van de opwarming verdwijnt in de oceanen waardoor het ijs op de polen smelt en het koraal vernietigd wordt. De effecten op het land zijn bijvoorbeeld te zien rond de Middellandse zee, vooral in Syrië. De burgeroorlog daar wordt vooral veroorzaakt door Assad en de belanghebbende partijen en landen die zijn jihadistische oppositie bewapenen maar de opwarming van de aarde speelt wel degelijk een rol in de oorlog. Het heeft er al 5 jaar niet geregend.

Meyer maakte het punt dat de opwarming een veiligheidsvraagstuk is vanwege de grote gevolgen voor mensen en de natuur. Als we niets doen zal er sprake zijn van een 8 graden stijging en als we met zijn allen veel doen dan zal het bij 2 graden blijven. Hij verwacht dat we in het midden uit zullen komen. De gevolgen voor mensen zijn enorm, vluchten, ondervoeding, sterfte, enz. De gevolgen voor de natuur ook: De Noordpool zal in 2030 ijsvrij zijn. Voor Nederland hebben de veranderingen rond de Zuidpool nog meer invloed dan die op de Noordpool, ook al ligt de Zuidpool verder weg. In het jaar 2100 zal de zeespiegel hier 2,5 tot 3 meter gestegen zijn.

Onzekerheden horen bij de klimaatwetenschap en hierdoor krijgen klimaatsceptici en hun belangen de ruimte. Toch zullen er door de overheid bepaalde normen gesteld moeten worden. De sceptici waren grotendeels tot zwijgen gebracht maar met Trump is dat koor weer opgestaan. Meyer adviseert iedereen om het hoofd koel te houden en actie te ondernemen.


In de zaal was een cartoonist aanwezig: Anabella Kanai. Kijk vooral op haar website.

 

Geconfronteerd worden met het einde van de beschaving zoals wij die kennen, is niet niks. Hoe gaan mensen daar doorgaans mee om? Anabella Meijer – http://www.kanai.nl


Therapie voor klimaat depressie 

Na Meyer kwam Evanne Nowak aan het woord. Zij is programmamaker en geestelijk verzorger en op zoek naar zingeving in het antropoceen. Ze probeert van ontkenning en apathie naar verbinding te komen. Volgens haar zijn we te druk met niets doen en leven we in een wereld waarin zorgeloosheid voorop staat. Zo creëren we een afstand ten opzichte van onze verantwoordelijkheid. Zo komen we tot de ontkenning van existentiële vragen en vervreemden we ons van het systeem. Vandaar de apathie.

Hoe ontwikkel je een behandelplan voor iemands klimaatdepressie als er geen behandelplan is voor het systeem van de planeet? Iemand met klimaatdepressie kan volgens haar nog het beste steun zoeken bij ervaringsdeskundigen. Als behandelaar is het goed om een zekere mate van ‘niet-weten’ toe te laten. Nowak noemt nog Joanna Macy, die een goeroe voor klimaatpsychologen schijnt te zijn.

De filosoof Wouter Kusters was de volgende spreker en vertelde dat hij tot voor enkele jaren geleden er nog wel vertrouwen in had dat het geleidelijk steeds beter zou gaan met de mensheid of in ieder geval dat het niet veel slechter zou gaan. Maar toen kwamen de film ‘An Inconveniënt Truth’ en het boek van Clive Hamilton: ‘Requiem for a Species’, uit.

De klimaatcrisis voelt voor hem als een traumatische beleving over iets dat nog moet komen. Pre traumatische stress. De crisis is moeilijk te lokaliseren en lijkt bovenmenselijk. Hij kan zich vinden in de woorden van de Australische filosoof Clive Hamilton: ‘The tragedy is the absence of tragedy’. Hierover meer in mijn bericht: Wat voor schepselen zijn wij?

Kusters vraagt zich af hoe de GGZ kan blijven praten over stoornissen als de wereld zelf ziek is. Als positieve ‘spin off’ van de klimaatcrisis zou je kunnen zeggen – ironisch bedoeld – dat wij als mensen eindelijk weer iets hebben dat boven ons dagelijks leven uitstijgt. We gaan samen ten onder.

Voor sommigen kan misschien het begrip disruptie een rol spelen bij troost. Disruptie betekent dat ‘iets nieuws en nog kleins’ (bijvoorbeeld wind en zonne-energie) in korte tijd ‘iets bestaands, groots en logs’ (fossiele energie) mogelijk gaat verdringen. De oude wereld staat verlamd toe te kijken en laat ‘het nieuwe’ gebeuren. Dit moeten we nog zien.

Kusters sluit in zekere zin aan bij Nowak als hij zegt dat we de klimaatcrisis niet moeten willen beheersen of managen. Laat ook de stilte zijn werk doen. Ons oude vertrouwde toekomstbeeld van de aarde is verwoest. Met deze werkelijkheid zullen we verder moeten.

Als psycholoog roepen Kusters woorden bij mij op dat we de afweer van de ontkenning het beste van ons af kunnen laten glijden en dat we de pijn en het verlies van hoop op een toekomst in een wereld die ons vertrouwd voorkomt moeten leren te verdragen. Rouwen is gezond. Het kan ons zelfs verder brengen in een nieuwe richting en in het actief mee ontwikkelen van een nieuwe toekomst.

Als je de rouwfase door bent gekomen kun je misschien makkelijker overeind blijven op momenten dat je mensen tegenkomt die nog in de fase van de ontkenning zitten of bij het moeten aanzien van een overheid die nauwelijks bezig is met de opwarming van de aarde.

‘Doomsday prepping’

Onder deze titel publiceerde op 10 mei 2017 journaliste  Sanne Bloemink in de Groene Amsterdammer een artikel. Het gaat over hoe mensen zich voorbereiden op de ondergang. Uit de Groene Amsterdammer:

Peter Thiel, de oprichter van Paypal en sponsor van Trump, heeft onlangs grote stukken land, inclusief landingsbanen voor zijn privé-vliegtuigen, gekocht in Nieuw-Zeeland. Dat doet hij natuurlijk niet voor niets. Noorwegen is rijk en schijnt een soort Italië te worden, badend in olijfolie en tomaten. En Zwitserland ligt natuurlijk lekker hoog. Tijd om de voorwaarden voor emigratie naar die landen eens door te nemen?

(Mocht je meer willen weten over hoe billionairs bezig zijn om zich veilig te stellen dan kun je dit artikel in de Daily Mail uit 2015 bekijken. Hier nog zo’n soort artikel uit 2017. De Daily Mail noemt Nieuw Zeeland ‘Apocalypse Island’.)

Bij ‘doomsday preppers’ gaat het louter om het beschermen van het eigen gezin tegen bijvoorbeeld plunderingen die het gevolg zijn van klimaatrampen. Net zoals de superrijken dit doen, doen de minder rijken dit op hun eigen manier.

Bloemink komt wetenschappers tegen die wel degelijk wakker liggen over de opwarming van de aarde. Dit in tegenstelling tot Leo Meyer die het allemaal nog wel aankan. Zelf ligt Bloemink er ook wel eens wakker van en kan ze bijvoorbeeld erg verdrietig worden over de regenwouden die gekapt worden. Ze toont ons een foto van een huilende wetenschapper die vele jaren het Great Barrier Reef onderzocht en toe moet zien hoe het vernietigd wordt.

Volgens Bloemink is de ontkenning van het probleem oftewel de struisvogelpolitiek een sociaal wenselijke reactie. Zij zit zelf met heen en weer slingerende gemoedstoestanden, met ‘mixed feelings’.


Een vraag uit de zaal na de sprekers tot nu toe is: Voelen de sprekers een soort minachting voor het voeren van actie? Leo Meyer zegt dat hij dat zeker niet heeft. Volgens hem lijkt er sprake te zijn van twee reacties; ontkenning of verlamming maar is er ook een andere reactie mogelijk. We kunnen gaan vechten.

Bloemink voegt nog toe dat zij over het onderwerp schrijft en dat zij dat ook ziet als een soort van actie voeren. Ze vindt het soms overweldigend wat ze er allemaal over leest. Leven met onzekerheid moeten we allemaal. Nowak vind dat we alle mogelijk oplossingen zouden moeten onderzoeken voordat we tot actie over gaan. Kusters ziet een grote variatie aan mogelijke acties en reacties. Meyer voegt nog toe dat je aan de kant van de actie en de oplossingen soms ook vreemde dingen tegenkomt zoals allerlei magische oplossingen of heilsverwachtingen.

Eén toehoorder voelt woede. Ze is kwaad op de politiek van Trump en het idee van dat we de oplossingen moeten overlaten aan de markt.

Een jongere toehoorder zegt dat zijn generatie is opgegroeid met het klimaatprobleem en dat jongeren over de hele wereld meer waarde hechten aan ervaringen en betekenis dan aan materie. Duurzaamheid is hip. Dit geldt wat minder voor lager opgeleide jongeren.

Sommige toehoorders en sprekers zeggen last te hebben van een soort handelingsverlegenheid. Ze durven op een feestje niet te beginnen over het onderwerp klimaat of durven hun verbazing over het feit dat iemand nog vlees eet, nog auto rijdt of nog vliegreizen maakt, niet te uiten. Dit veelal uit angst om afgewezen te worden, niet serieus genomen te worden. Heel menselijk! Weer anderen durven dat allemaal wel aan te kaarten en nemen geen blad voor de mond.

Kijk naar Kunst

Optimisten kunnen heel irritante mensen zijn betoogde de Denker des Vaderlands René ten Bos uit Almelo. Hij had een goede tip voor GGZ mensen die iets willen doen: Kijk veel naar Kunst! Met kunst kun je meer laten zien dan met woorden. Misschien is er voor optimisme dus toch nog wat te zeggen. Hij begon zijn optreden met een getekend filmpje van Steve Cutts.

Hardleersheid en ijdelheid

Wie zijn wij? Wij zijn een invasieve soort. De vernietiging gaan we niet meer tegenhouden. Minder mensen is misschien wel de oplossing. We zijn ook gedesoriënteerd. Wat de opwarming betekent voor ons weten we niet. We kunnen maar beter ophouden om onszelf te zien als nuttig. Hou op met het antropocentrisme! Vanuit het eeuwigheidsperspectief is er geen probleem.

Ontkenning van het probleem is irrationeel volgens Meyer maar ten Bos ziet in de ontkenning ook een vorm van hardleersheid en ijdelheid. En deze heeft politieke wortels. Bij Trump is dit goed te zien. We hoeven ons volgens hem niets van de opwarming van de aarde aan te trekken, het hoeft ons niet te raken. Trump wil geen rimpels op het gezicht. Hij leeft in een ‘gebotoxte’ wereld. Bij Putin zie je dezelfde ijdelheid. Het smelten van de noordelijke ijszee is voor Rusland lucratief. De ijszee wordt het nieuwe Suezkanaal. Het is een geo-politieke ‘opportunity’. Putin zet gerust nucleaire ijsbrekers in. Dit zijn grote ontwikkelingen waar we niet los van komen. Overigens stapt Rusland niet uit het akkoord van Parijs wat de VS wèl heeft gedaan.

De wetenschappers zijn het niet eens denkt Ten Bos. Ze kunnen genegeerd worden door de politiek. Wetenschap kan ook een vorm van verraad zijn. Ouderdom wordt door medische wetenschappers gezien als een ziekte. Als we die ziekte behandelen dan zouden we in de toekomst wel 130 jaar oud kunnen worden. Maar waar gaan al die oude mensen leven vraagt ten Bos zich af. Wantrouw het zeker weten! Wetenschappers zouden meer moeten samenwerken met kunstenaars.

Pessimisme moet meer gewaardeerd worden. Pessimisme is leuk. Het is de democratie van de momenten. Politiek met optimisme moet je wantrouwen. ‘Yes we can’, dat wordt een ramp. Lees vooral mensen waar je het niet mee eens bent. Ontmoet je vijanden!


Op de voordracht van ten Bos wilde Meyer graag reageren. Volgens hem zijn klimaatwetenschappers het wel degelijk eens over de opwarming van de aarde. Wèl verschillen ze van mening over de oplossingen voor de problemen. Maar de politiek is ook verdeeld. Rutte zegt dat de markt het moet doen, Klaver wil dat het probleem aangepakt wordt door de politiek.

Klimaat en rechtvaardigheid

Naomi van Steenbergen probeert als klimaatethicus antwoord te geven op vragen zoals wat we moeten doen met de opwarming, hoe de ‘uitstoot rechten’ verdeeld zouden moeten worden, dat de minder ontwikkelde landen meer rechten krijgen en wat er procedureel het meest rechtvaardig is. Misschien saaie onderwerpen maar heel belangrijk. Samen met haar studenten probeert ze deze vragen te beantwoorden. Ze gaat er van uit dat rijke landen de verantwoordelijkheid hebben en dat je altijd eerst je eigen troep moet opruimen. Klimaatvluchtelingen zijn onze verantwoordelijkheid.

Wie zitten er aan de onderhandelingstafel? Ze vind dat vooral de ontwikkelingslanden moeten mee bepalen. En hoe ga je er mee om dat de dieren niet aan tafel zitten? Dieren hebben geen stem. Biodiversiteit heeft geen stem.

Psychische gezondheid in een opgewarmde aarde

Jaap van der Stel vraagt zich af hoe we hysterie voorkomen en toch een grotere noodzaak gaan voelen om met de planeet bezig te zijn binnen de psychologie, de psychiatrie en de psychische zorg. De opwarming van de aarde is een existentiële bedreiging voor alles wat leeft.

Vragen die spelen variëren van: ‘Zullen we ooit genoodzaakt zijn om te vluchten? En waarheen? En vangt iemand ons dan op?’, tot: ‘Slapen we nog goed?’ De gezondheid van de planeet en de gezondheid van mensen hangen nauw samen.

Directe gevolgen van de opwarming zijn extreem weer zoals hittegolven, overstromingen, droogten, branden, ontbossing, verwoestijning, stormen, vervuiling van de lucht, vervuiling van de oceanen, tekort aan vers water, enz. enz.. Indirecte gevolgen zijn sociale conflicten, meer agressie en geweld, migratiestromen, verlies van bestaanszekerheid, werkeloosheid, verzwakking van de arbeidskracht, klimaat-gerelateerde infectieziekten door insecten en vervuild water, allergieën, veranderingen in de voedselproductie, ondervoeding, enz. En de zwaarste lasten rusten op de arme landen, op Afrika, het Midden-Oosten, Zuid-Amerika, India, enz.

Al houdt de GGZ in Nederland zich er niet mee bezig, de APA (American Psychological Association) kwam dit jaar met een overzicht van de impact die de opwarming van de aarde heeft op de gezondheid van mensen. Hier is zo een overzicht te zien.

Van de website van Climate Communication.

Mensen die zich niet hulpeloos voelen zullen eerder in actie komen

De schadelijke gevolgen voor de psychische gezondheid zijn al eerder op de dag de revue gepasseerd maar van der Stel komt met deze iets completere opsomming: Stress en aan stress gerelateerde stoornissen, solastalgia (stress door verandering van de vertrouwde fysieke omgeving), depressie en angst, druk op sociale relaties, gecompliceerde rouw, verlies van persoonlijke identiteit, hulpeloosheid, fatalisme, suïcidale gedachten en pogingen, alcohol en drugsmisbruik. Hoge risicogroepen zijn kinderen, ouderen, (zwangere) vrouwen, psychisch kwetsbare mensen, arme mensen en mensen die direct van de opbrengst van de aarde leven.

Als systeemtherapeut deed het me goed dat van der Stel het nut en de noodzaak van een systeembenadering bij de oplossingen benadrukt. Hoe processen verlopen, wat kritieke waarden zijn, hoe subsystemen met elkaar verband houden is complex, gelaagd en deels onvoorspelbaar. Een geïsoleerde benadering van losse factoren geeft onvoldoende inzicht in de werking van het systeem aarde en de systemen die er in omgaan.

Kennis over de klimaatverandering moet toegeëigend worden en vertaald in competenties, strategieën, handelingen en voorzieningen. Professionele netwerken gericht op preventie en opvang moeten gecreëerd worden. We moeten onze stem laten horen in het publieke debat. We moeten meewerken aan nationale en internationale oplossingen voor aan klimaat gerelateerde psychische gezondheid en verbindingen leggen met somatische en sociale zorgsystemen.

Van groot belang is dat de veerkracht bevorderd wordt en ook het optimisme. Psychologen en andere professionals  kunnen vaardigheden cultiveren voor het omgaan met stress en voor zelfregulatie, bij het handelen in tijden van crisis, bij het reguleren van emoties bij tegenspoed. We kunnen praktijken die bijdragen aan zingeving en gezonde gewoonten ondersteunen. We kunnen sociale verbondenheid en binding aan locatie, cultuur en gemeenschap bevorderen.

Mensen die zich niet hulpeloos voelen zullen eerder in actie komen. De woorden die we gebruiken doen er toe. De woorden ‘opwarming van de aarde’ prikkelen mensen meer om iets te doen dan het woord ‘klimaatverandering’. We moeten bedenken welke werkzame publieke boodschappen het verschil kunnen maken. Kortom er is genoeg te doen.


Hier een link naar de hele film: ‘How to let Go of the World and Love All the Things Climate Can’t Change’.

 

2 reacties

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek, Psychologie en klimaat

De mythe van het ontbrekende stofje in het brein

Niets menselijks is de wetenschappers vreemd en ook zij houden meer van bevestigend dan van tegensprekend nieuws…

Dit zegt Trudy Dehue in het artikel in De Groene Amsterdammer: Het ontbrekende stofje in het brein.

Helaas krijgen publicaties die een populaire theorie weerspreken meestal weinig aandacht in de wetenschappelijke gemeenschap. En de theorie van het ontbrekende stofje in het brein is zo’n een populaire theorie. Dit is zeer kwalijk want mensen raken door deze theorie hun vertrouwen in hun lichaam en hun brein kwijt.

Mede door dit conservatisme in de wetenschap is het mogelijk dat miljoenen mensen met psychische problemen op het verkeerde spoor gezet zijn. En nog steeds worden mensen vergiftigd en vervolgens afhankelijk van Big Pharma. Heel veel mensen, waaronder artsen denken nog steeds dat de ‘ontbrekende stofjes’ – verklaring voor psychische problemen klopt. Volgens die verklaring is het een ‘chemische onbalans’ in het brein die depressie, druk en impulsief gedrag enz. veroorzaken. Terwijl in de werkelijkheid psychische problemen meestal verklaard worden door nare omstandigheden waar mensen in terecht gekomen zijn.

Dehue wil niet alle schuld in de schoenen van de farmaceutische industrie schuiven.

Het is mijn rol niet om medicijngebruik tegen te gaan – of te bevorderen. Als wetenschapssocioloog (onderzoeker van het verschijnsel wetenschap) en trouwens ook als burger en patiënt houdt mij vooral het fenomeen bezig van het onverantwoord simplificeren van wetenschap.

Er zijn volgens haar drie oorzaken voor de hardnekkigheid van de ‘stofjesverklaring’ en daar komt zij op door de ontstaansgeschiedenis er van te bestuderen.

Deze geschiedenis laat ten eerste zien dat er, bij commercieel interessant onderzoek, onvoldoende scheiding is tussen de wetenschap en het bedrijfsleven, ten tweede dat de theorie van de chemische onbalans vanaf het begin al uiterst wankel was en ten derde dat deze theorie mede in stand blijft door conserverende krachten in de wetenschap.

Zowel uit vakliteratuur als uit eigen ervaring weet ik dat mensen ongelukkig, bang of onhandelbaar kunnen zijn. En ik ben er ook van overtuigd dat de psyche met het lichaam is verbonden, dusdanig dat het onderscheid eigenlijk niet te maken valt. Bovendien betwijfel ik de oprechtheid niet van artsen die weloverwogen pillen voorschrijven noch van patiënten die menen erdoor te zijn geholpen. Maar dit alles rechtvaardigt het gelijk van de stofjesverklaring niet. Als cocaïne mensen moed geeft, betekent dat ook niet dat bangelijkheid een stoornis moet heten en al helemaal niet dat die ontstaat door cocaïnetekort, dat medicinale aanvulling behoeft.

Ook wetenschappers die beweren dat de ‘stofjesverklaring’ de schuld is van de farmaceutische industrie maskeren de nauwe samenwerking tussen bio-medische wetenschap en de industrie. Elke vorm van samenwerking tussen wetenschap en industrie leidt tot een verhulde vorm van marketing.

Stofjes die op zoek zijn naar een stoornis

Het wankele van de ‘ontbrekende stofjes’ theorie zit hem o.a. in een proces dat officieel ‘reverse engineering’ (omgekeerd ontwerpen) heet. Dit proces ligt ook ten grondslag aan de huidige medicatie voor adhd en depressie. Je zou kunnen zeggen dat stofjes op zoek zijn naar een stoornis.

Amfetaminen en methylfenidaat die nu adhd-medicatie heten zijn bijvoorbeeld aanvankelijk geprobeerd voor van alles en nog wat, variërend van astma tot hoofdpijn, darmontsteking, narcolepsie en menstruatiepijn, gebrek aan vechtlust bij dienstplichtigen en aan levenslust bij huisvrouwen. Pas in de jaren zestig muntten bedrijven en wetenschappelijk onderzoekers het regulerende effect op ‘hyperkinesie’ bij drukke kinderen, die later werd omgedoopt tot adhd.

Een vergelijkbaar verhaal valt over de eerste antidepressiva te vertellen. Het middel iproniazid begon als medicijn tegen tuberculose. Uiteindelijk bleek het leverschade te veroorzaken, maar tbc-patiënten werden er aanvankelijk wel energieker en vrolijker van en zo is het als een stimulerend medicijn op de markt gekomen. Een nog opmerkelijker voorgeschiedenis hebben de serotonine heropnameremmers (ssri’s), waarvan prozac een vroeg voorbeeld is en seroxat tegenwoordig het meest wordt gebruikt.

Tot op de dag van vandaag kwam de stofjeshypothese ook bij onderzoek naar de ssri’s nooit verder dan een hypothese, omdat bevestigingen ervan steeds opnieuw niet herhaalbaar waren.

Een wetenschappelijk artikel uit begin 2015 getiteld ‘Is serotonin an upper or a downer?’, concludeert dat het oorspronkelijke uitgangspunt voor de theorie van het ontbrekende stofje niet klopt.

Ssri’s bevorderen de transmissie van serotonine helemaal niet, beargumenteren de auteurs, maar verstoren de energiebalans in het zenuwstelsel. Hun idee is, anders gezegd, dat antidepressiva een onbalans teweegbrengen in plaats van te corrigeren.

Een positief effect bij sommige mensen is dan het gevolg van herstelmechanismen die in gang moeten worden gezet om de schade te compenseren aangebracht door de medicatie. Die schrikbarende gedachte zou ook verklaren waarom het effect van antidepressiva nooit meteen optreedt en waarom menige patiënt zelfs eerst verslechtert, want het duurt even voor het herstelmechanisme op gang komt. Als een gebruiker vervolgens stopt kunnen er opnieuw problemen ontstaan omdat het zenuwstelsel het herstelmechanisme terug moet draaien.

Nare omstandigheden maken mensen ongelukkig

De publicatie ‘Is serotonine an upper or a downer’, krijgt volgens Dehue te weinig aandacht door het conservatisme van wetenschappers. Weerleggende inzichten worden niet actief genoeg bekend gemaakt. Het verhaal van het ontbrekende stofje gaat zelfs verder. Het gaat nu gepaard met dat van het ontbrekende stukje dna, suggestief omgedoopt tot het ‘serotonine-transporter-gen’ .

Na een beroemd geworden publicatie uit 2003 over dit gen in het tijdschrift Science volgde er zes jaar later een overzichtsartikel van verdere studies ernaar, dat het bestaan van zo’n gen tegenspreekt. Dit artikel, in het hoog aangeschreven JAMA, concludeerde dat eigenlijk alleen nare omstandigheden mensen ongelukkig maken. Het roemruchte depressiegen, meldden de auteurs nadrukkelijk al in de samenvatting boven hun tekst, speelt ‘noch op zichzelf noch in interactie met stressvolle gebeurtenissen’ een rol bij depressie – met daaraan voor de zekerheid nog toegevoegd ‘niet bij mannen, niet bij vrouwen, en niet bij mannen en vrouwen gezamenlijk’.

Maar toen had ook het verhaal van het ‘serotonine-transporter-gen’ zich al verspreid, via artikelen, leerboeken en de vele populariseringen van wetenschap. Het overzichtsartikel in JAMA uit 2009 dat dit verhaal krachtig weersprak, had eind december 2015 het aantal van 1213 citaties – wat bleekjes afsteekt tegen het getal van 6665 verwijzingen naar het oorspronkelijke stuk in Science uit 2003.

Het omdopen van allerlei verdriet en hopeloosheid in depressie 

Het kan zeker zinvol zijn om het woord depressie te gebruiken voor bepaalde vormen van grote neerslachtigheid, maar net zoals wij geen diversiteit van woorden hebben voor soorten sneeuw hebben we dat onderhand niet meer voor soorten ellende. Die heten nu als vanzelfsprekend allemaal ‘depressie’, wat impliceert dat het bij somberheid automatisch om een stoornis gaat die om medische behandeling vraagt.

Het eigen levensverhaal als overbodig verklaren

Voorstanders van de stofjestheorie voeren aan dat hij een verontschuldiging is voor mensen die anders zichzelf verwijten maken. Dat kan zo zijn, maar onterechte zelfverwijten vallen op betere manieren tegen te gaan dan door mensen te vertellen dat er iets fundamenteel mis is met hun hersenen. Ook zijn er net zo goed patiënten die zich juist miskend voelen door de stofjestheorie, omdat deze een ‘quick fix’ inhoudt en hun eigen levensverhaal overbodig verklaart.

Waarom spreken neurowetenschappers niet massaal de theorie van de ontbrekende stofjes of de theorie van de chemische onbalans tegen?

Is het omdat op erkenning beluste psychiaters met deze theorie een hogere plek willen verwerven in de medische hiërarchie? Exacte wetenschap heeft namelijk meer aanzien dan geestes- of sociale wetenschap. Exacte wetenschap zou objectiever zijn, maar:

Zoals wetenschapsfilosofen echter al meer dan een eeuw met veel argumenten betogen is objectiviteit in de zin van rechtstreekse weergave van de werkelijkheid voor geen enkele wetenschap mogelijk. Zodra we over de realiteit beginnen te praten, interpreteren we haar al en bij wetenschappelijk praten wordt dat zeker niet minder. Wat er wordt onderzocht, hoe dat gebeurt en hoe het wordt benoemd, hangt af van menselijke besluiten die vaak grote consequenties hebben. Achter elk schijnbaar hard feit schuilt een verhaal en als daar een laag getallen, hersenscans of andere grafieken overheen komt, verdwijnt dat verhaal niet, maar raakt het hooguit onttrokken aan het zicht.

Is het omdat kritiek op de ‘stofjesverklaring’ het aanzien van een heel vakgebied aan zou kunnen tasten? Dit gevaar geldt volgens Dehue zeker voor de psychiatrie.

Is het omdat zowat alle wetenschappelijke disciplines zich tegenwoordig schuldig maken aan het suggereren dat niet zijzelf spreken, maar via hun mond de naakte werkelijkheid?

Is het omdat kritiek op deze populaire wetenschappelijke trend betekent dat je wordt neergezet als jaloers?  En dan zou je vooral jaloers zijn op de publiekslievelingen onder de populariserende wetenschappers.

Of is het omdat het publiek graag onomstotelijk bewezen waarheden hoort? Echter:

Geen enkele wetenschappelijke discipline zou daarom haar uitspraken moeten immuniseren tegen tegenspraak door te doen alsof zij namens de realiteit spreekt. De wetenschap zou respect moeten verwerven door het tonen van de kwaliteit van haar achterliggende argumenten. Dan zouden wetenschapsbeoefenaren ook echt in gesprek gaan met anderen, in plaats van hen mee te delen wat de ‘gevonden feiten’ zijn. Openheid over de discursieve basis van wetenschap blijft echter onmogelijk zolang het publiek alleen onomstotelijke waarheden wil horen. Het verdriet van de wetenschap is dat ze slechts wordt bewonderd om wat ze niet kan zijn. Ze moet voortdurend de schijn ophouden, zozeer dat veel wetenschapsbeoefenaren zelf nog in die schijn gaan geloven ook en wetenschapsvoorlichting geven die niet veel meer dan wetenschapsmarketing is.

Volgens Dehue moet het inzicht dat wetenschap minder op de realiteit dan op denkwerk is gebaseerd niet tot teleurstelling en minachting leiden. Dit inzicht zou aanleiding moeten zijn tot enerzijds minder goedgelovigheid en anderzijds juist méér waardering.


Ook het TV programma  Zembla onderzoekt waarom het gebruik van antidepressiva zo hardnekkig blijft stijgen, terwijl bekend is dat deze pillen bij veel mensen niet goed werken en gevaarlijk kunnen zijn. De inhoud van het programma raakt aan het betoog van Dehue.

Hier een link naar de hele uitzending.

 

 

 

 

 

 

 

 

4 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychiatrie, Psychologie

Met de juiste maat en creativiteit is duurzaamheid mogelijk

De juiste maat

Paul van Tongeren, hoogleraar wijsgerige ethiek in Leuven en Nijmegen denkt dat de deugdethiek beter kan dienen als inspiratie voor duurzaamheid dan het idee van de verantwoordelijkheid die wij zouden moeten hebben voor toekomstige generaties. We hebben niet eens genoeg verantwoordelijkheid voor ons zelf!

De deugd, het juiste midden kan een duurzame samenleving tot stand brengen. Citaten uit de Groene Amsterdammer:

‘Deugdethiek wordt ten onrechte vaak voor moralisme gehouden’, zegt hij. ‘Eerder dan een voorschrift van wat mensen moeten doen, laat staan een oordeel daarover, is ze een richtlijn voor hoe zij de extremen kunnen vermijden en het juiste midden houden. Deugden als betrouwbaarheid, eerlijkheid, oprechtheid, solidariteit en rechtvaardigheid zijn daarbij behulpzaam.’

‘Je kunt uit een deugdethiek nooit exacte regels hoe te handelen halen, het is geen norm en die moet je er ook niet van proberen te maken, maar met alle vaagheid die er onvermijdelijk in zit, kan die ethiek mensen wel van dienst zijn in hun zelfvorming. Het gaat om de manier waarop wij reageren op onze eigen verlangens, passies, agressie.’

Van deugdethiek wordt een mens behalve duurzamer ook mooier:

‘Maat houden als het gaat om het milieu betekent aan de ene kant dat je je verlangen naar het hebben moet temperen. Het is mateloos om almaar meer te willen. Je moet een maat vinden in je con­sumptieniveau, in je omgang met natuurlijke hulpbronnen, in je reispatroon, niet omdat er ergens een objectieve grens is of omdat je je moet verantwoorden tegenover anderen, maar omdat je jezelf niet op een fraaie manier vorm geeft door ongelimiteerd aan je verlangens toe te geven.’

Creativiteit en geluk

Econoom en filosoof Antoon Vandevelde, hoogleraar aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de Universiteit van Leuven ziet een herwaardering van de creativiteit als voorwaarde voor duurzaamheid: ‘Nóg meer consumeren maakt mensen niet gelukkiger.’

‘Geluk schuilt in de creativiteit. Ik ben daarover hoopvol gestemd. Veel meer dan vroeger biedt onze rijke maatschappij mensen de gelegenheid om van kunst, muziek, theater te genieten en hun eigen creativiteit te ontplooien. Onze voorstellingen zijn op de hele wereld te zien, zoals deze zomer nog op het toneel­festival van Avignon, waar Vlaamse en Nederlandse theatergroepen een substantieel deel van het programma verzorgden. Daarop moeten we fier zijn, dat moeten we koesteren, dat is wat de verzuring kan wegnemen en het optimisme brengen. Het goede leven is een veelheid van creatieve, inventieve dingen ondernemen.’

Het idee dat we economisch, materieel moeten groeien zit in onze genen gebakken volgens Vandevelde.

‘Eeuwen en eeuwen lang heeft de grote meerderheid van de mensen moeten vechten tegen de schaarste. Successen op dit front, hoe klein ook, maakten hen gelukkig. Waarom zou dat nu niet meer het geval zijn?’

Vandevelde verwacht niet veel van de politiek. De politiek blijft geloven dat geluk te maken heeft met materie en consumptie. Bovendien is de politiek gericht op de korte termijn (verkiezingen). Het economische domein wordt net zoals de politiek geregeerd door kortzichtigheid (kwartaalwinsten en aandelenkoersen). Duurzaamheid en betere publieke voorzieningen raken steeds verder uit beeld.

Het doet hem denken aan de dialoog die Seneca met zijn oudere broer Gallio voert over het geheim van een gelukkig leven.

‘Allen willen gelukkig leven, broeder Gallio, maar ze tasten in het duister wanneer het erop aankomt te doorzien wat het is dat een gelukkig leven tot stand brengt’, zegt Seneca in De vita beata. ‘En het is zo verre van gemakkelijk een gelukkig leven te bereiken dat iedereen die de verkeerde weg heeft genomen zich er des te verder van verwijdert, naarmate hij er zich voortvarender naartoe beweegt.’

Onze blik is teveel gericht op wat anderen hebben en te weinig op wat we zelf hebben.

‘Ongetwijfeld zijn we sociale wezens, maar dan veeleer door afgunst dan door mededogen. Als ik harder werk en mijn inkomen neemt toe, dan maak ik anderen ongelukkig. Om dat te vermijden gaan zij op hun beurt harder werken voor meer inkomen. Zo zijn wij terechtgekomen in een overstreste maatschappij waarin de meeste mensen zich te pletter werken, hun kinderen nauwelijks zien en geen tijd hebben voor partner of vrienden, om uiteindelijk uitgeblust vervroegd uit de arbeidsmarkt te treden. Onze rijke wereld streeft naar een steeds hoger inkomen, maar boekt tegelijkertijd records in depressie, alcoholisme, zelfmoord.’

‘De correlatie tussen geld en geluk is er wel zolang mensen niet kunnen voorzien in hun basale levensbehoeften. Boven die grens daalt het gelukseffect van meer inkomen snel en ontstaat het negatieve effect van de inkomensconcurrentie die voortkomt uit afgunst.’

We kunnen niet zonder vooruitgang. Maar volgens Vandervelde is er ook niets mis met vooruitgang alleen moeten we die zoeken in de creativiteit…

‘… in de creativiteit die mensen ontwikkelen, in de cultuur, in het duurzaam maken van onze economie, in doorbraken in energiezuinigheid, wetenschap, techniek. De creativiteit en verbeelding zijn het beste wat er in mensen zit. Creativiteit, je bestemming vinden, jezelf realiseren, dat geeft je voldoening in je leven. Geluk ligt in het lukken van onze activiteiten. Een architect wil stevige huizen bouwen, een arts zijn patiënten genezen, een landbouwer gezonde gewassen voortbrengen. Als dat lukt, dan zijn ze gelukkig.’

‘Consumptie wordt overgewaardeerd als geluksfactor, zelfrealisatie ondergewaardeerd’, zo vat Vandevelde zijn betoog samen. Dat is geen nieuw inzicht: ‘Aristoteles doceerde al dat een goed leven wordt bepaald door het intrinsieke doel van de activiteiten die mensen ondernemen, eerder dan door extrinsieke drijfveren zoals geld, eer of macht.’

Politiek

Het betoog van Vandevelde mondt uit in een betrekkelijk concreet politiek programma, met als kernpunten een drastische herverdeling van de rijkdom ten gunste van de armen, meer vrijheid voor de burgers, betrouwbare en democratische instituties, de ondersteuning van sociale netwerken, de afremming van de 24-uurs­economie en de vervanging van de belasting op arbeid door een hogere consumptieheffing. Maar daarnaast speekt hij zich ook uit voor een eerherstel van de cultuurpolitiek, in de brede betekenis van dat woord. ‘Misschien moet de agenda van de regering eruit bestaan dat ze mensen zegt dat de echte vooruitgang meer creativiteit, meer verbeeldingskracht en meer dienstbaarheid aan de maatschappij is.’

Ook Paul van Tongeren omarmt de idee van cultuurpolitiek. ‘De ellende van de hedendaagse politiek is dat ze alleen nog maar gaat over concrete problemen en pragmatische oplossingen. Politiek is gaan samenvallen met bestuur. Over moraal, over waarden spreekt ze niet meer.

Het betekent niet dat de politiek aan de mensen moet dicteren wat de goede keuzes zijn en wat de foute, integendeel, aan dat soort moralisme heb ik een broertje dood. Ik ben voor een politiek die zorg draagt voor de morele cultivering. Ze moet mensen de mogelijkheden bieden om vorm te geven aan zichzelf, door zich te oefenen in de wijze waarop ze met hun verlangens en passies omgaan.’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2 reacties

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek

Zelfmoord Arthur Gotlieb II

De dagen na de uitzending van Zembla: ‘De dood van een klokkenluider’, kreeg ik veel bezoek en twee reacties op mijn eerdere blog over de zelfmoord van Arthur Gotlieb.

Gotlieb was medewerker van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Uiteindelijk pleegde hij zelfmoord na een heksenjacht tegen hem wegens kritiek op wantoestanden aldaar.

In een van de reacties op mijn vorige bericht stelt iemand de vraag: wat had Arthur kunnen doen om zichzelf te redden? Goeie vraag. Ook de broer van Arthur buigt zich in de uitzending van Zembla over deze vraag.

Misschien had hij assertiever moeten zijn en zich op een andere manier tegen zijn meerderen moeten verweren, zegt zijn broer: “Hij kon ze niet terugduwen”. Misschien had hij zijn meerderen duidelijker moeten confronteren en hen moeten vragen: “Waar zijn jullie mee bezig?”

Hier zit misschien iets in.

Juist op vaardigheden die zijn sterke kant waren, kreeg Arthur een negatieve beoordeling. Toen kreeg hij door dat hij eruit gewerkt werd. Heeft hij toen te veel gedacht dat hij dit zelf moest oplossen en had hij meer op zoek moeten gaan naar de juiste hulp? Maar wie had hem kunnen helpen? Een collega van hem zegt dat het eigenlijk duistere krachten waren waarmee hij te maken had.

Er waren duistere krachten aan het werk  maar het was natuurlijk ook gewoon een organisatie, een systeem, een structuur waarbinnen vele mensen hun werk deden. Ik heb begrepen dat hij geen hulp heeft gezocht bij een vakbond. Had die hem kunnen/willen helpen bij zijn missie – de misstanden bij de NZa aanpakken – en/of bij de terreur die er op hem door zijn meerderen werd uitgeoefend? Ik weet het niet. Samen sta je sterker.

Arthur heeft wel hulp gezocht en zich o.a. laten leiden door een van de adviezen van organisatiedeskundige Ben Tiggelaar. Tiggelaar schreef in de NRC een column: ‘Wat te doen als je een slechte baas hebt’. Een van de suggesties die Tiggelaar doet om dit te overleven is: bewijsmateriaal verzamelen. En dat is Arthur gaan doen.

Arthur is hulp gaan zoeken bij een arts en kreeg anti-depressieva voorgeschreven. Dit terwijl hij inwendig kwaad was. Hij kreeg depressieve klachten zegt zijn broer maar hij voelde zich ook vernederd en geïntimideerd. Maar dat zijn normale en gezonde reacties gegeven de situatie. Die reacties zijn geen teken van depressie.

Hij had voor zover ik het kan beoordelen beter geen anti-depressieva kunnen slikken want daarmee heeft hij mogelijk zijn gezonde, normale boze reacties  doen omslaan in meer angst en paniek dan bij hem paste. Angst en paniek is een bijverschijnsel van anti-depressieva.


Arthur lijkt te komen uit een wereld waar dingen deugdelijk en redelijk zijn maar binnen de NZa waren heel andere regels gaan gelden. In 2008 kreeg de afdeling van Arthur een nieuwe directeur en in de Raad van Bestuur kwam een nieuwe topambtenaar: Theo Langejan. In 2010 werd er een reorganisatie aangekondigd. Dit was een omslagpunt. Ik neem aan dat dat niet alleen voor Arthur zo was. Toch krijg ik de indruk dat hij alleen stond en alleen bezig was in zijn gevecht tegen zijn meerderen, in zijn gevecht om goed werk te doen.

Misschien gaf hij er teveel om, om zijn werk goed te doen? Of je hem dit kan nadragen? Of hem dit tot een zonderling maakt? Ik denk van niet. Zijn broer merkt terecht op dat veel mensen in Nederland leven voor hun werk.

Ik denk dat het vaker gebeurd dat werknemers denken dat ze depressief zijn nadat hun kritiek en boosheid op hun organisatie of op hun leidinggevenden niet gehoord is. Dat mensen zich dan te neer geslagen voelen is een normale reactie. Maar wanneer men dit gaat zien als een persoonlijk falen en men sterke gevoelens van schaamte en onzekerheid krijgt, wordt dit veroorzaakt door de individualistische en meritocratische filosofie van onze maatschappij en niet door een persoonlijke kwaal zoals een depressie. Van die meritocratische  filosofie moeten we af.


Organisatie-deskundige Tiggelaar onderscheidt twee soorten leiders;  zij die zich met de inhoud en de mensen van het bedrijf of de instelling bezig houden en die niet zo snel carrière maken en zij die bezig zijn met zich te profileren, bezig zijn met hun netwerk en hun loopbaan en die wèl snel carrière maken. Langejan en consorten behoren tot dit tweede type. Slimme medewerkers zoals Arthur die kritisch zijn wekken bij dit soort leiders irritatie op. Ze kunnen volgens Tiggelaar zelfs agressief op dit soort werknemers reageren.

Zonder een individualistische en meritocratische filosofie kunnen leiders zoals Langejan lang niet zoveel macht krijgen en misbruiken.

De meerderen van Arthur proberen hem over zijn graf heen nog te beschadigen door te beweren dat hij een in zichzelf gekeerde zonderling was, iemand die niet in orde was, iemand met een dubbele persoonlijkheid die misschien wel met een wapen naar zijn werk zou kunnen komen. Karaktermoord, noemt zijn broer het.

Zijn meerderen proberen met deze persoonlijke aanvallen ‘de angel’ uit zijn kritische verhaal te halen wat hen volgens mij des te meer verdacht maakt. Een aanklacht voor ‘dood door schuld’ zou volgens mij op zijn plaats zijn maar ik ben geen jurist.

Een van de angels in Arthurs verhaal is dat de NZa geen officiële beleidslijn heeft over de omgang met de farmaceutische industrie. Hij beheerde vele jaren het zogenaamde dossier ‘dure medicijnen’ voor de NZa maar hij was niet omkoopbaar. Daarom werd hij door zijn meerderen uit deze functie ontheven. Omdat hij niet corrupt was moest hij er uitgewerkt worden. Zo simpel is het.

Het erge is dat de onderzoekscommissie van Borstlap mee doet aan het beschadigen van Gotlieb en het witwassen van de praktijken van de NZa. Lees dit ook hier. Om met de woorden van de broer van Gotlieb te spreken: “Je maag keert zich er van om.”

Ik kan helaas niet anders dan tot de conclusie komen dat onze maatschappij steeds onveiliger wordt omdat onze leiders teveel van het tweede type van Tiggelaar zijn en dus niet te vertrouwen. Dat maakt mij boos en verdrietig maar dat betekent niet dat ik depressief ben. Integendeel.

We moeten volgens mij veel meer gaan denken in systemen en structuren bij de benadering van persoonlijke problematiek. En veel meer samen doen, verbinden met elkaar. Dat is een belangrijke les die hieruit te leren valt.

8 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek

Een kwart minder huisartsen-bezoek, 400 miljoen bezuinigen

Vanmorgen in Vroege Vogels Radio een interview met sociologe Dr. Jolanda Maas. Groen is goed tegen angststoornissen en depressie maar ook tegen diabetes en nog veel meer kwalen. 400 miljoen kan bezuinigd worden. Hier te beluisteren.

Eerder in dit blog over natuur en gezondheid hier en hier.

En op groene schoolpleinen wordt minder gepest hier.

 

 

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie

Natuurbeleving heelt depressie

Wandelen in de natuur vermindert stress en helpt om gedachten te ordenen.

Grote filosofen zoals Emmanuel Kant betogen dit en psychologisch onderzoek toont het aan. Patiënten in ziekenhuizen herstellen sneller als ze uitzicht op bomen hebben in plaats van op een muur. Natuur werkt helend, maar veel mensen beseffen dat onvoldoende.

De Finse psycholoog Kalevi Korpela deed onderzoek onder 1.273 bewoners van de steden Helsinki en Tampere. Mensen die vaker piekeren en meer gebukt gaan onder het tempo van het moderne leven, melden dat verblijf in de natuur voor hen ‘helend’ werkt. Het verbaasde Korpela dat juist deze mensen de natuur minder vaak opzoeken. Hij heeft daarom midden in Finland het eerste psychologische natuurbeleving pad uitgezet. De route is zes kilometer lang en slingert door heuvelachtig bos. De weg combineert mooie uitzichten en biedt een intiem pad dat soms over plankieren loopt. Op de borden langs het pad staan een negental psychologische oefeningen beschreven, die het positieve effect van natuur moeten vergroten.

Misschien biedt natuurbeleving zelfs een acceptabele manier om te bezuinigen in de GGZ maar dan moet er natuurlijk wel in de natuur geïnvesteerd worden. In biodiversiteit bijvoorbeeld en in milieuvriendelijke productieprocessen.

De positieve effecten van de natuur ontstaan volgens de psychologen trouwens niet automatisch. De manier waarop de aandacht is gericht tijdens een verblijf in de natuur is van invloed op het effect. En hoe die aandacht gericht moet zijn legt de Nederlandse psycholoog Ad Bergsma uit in zijn ‘Beleef de natuur’, download hier de pdf. Je kunt de opdrachten afdrukken en meenemen op een wandeling van jouw keuze van ongeveer anderhalf uur. Het zijn opdrachten om stress en depressieve klachten tegen te gaan. Het is de bedoeling dat je de opdrachten om de 10 minuten doet.

Een opdracht is bijvoorbeeld: Kijk naar de rijkdom van soorten om je heen. In het groen is er niets dat over je oordeelt. De bomen produceren de zuurstof die jij inademt en de bomen gebruiken het CO2 dat jij uitademt. Luister intensief naar de stemmen (of de stilte) van de natuur om je heen.

Wanneer we alleen zijn in een puur natuurlijke omgeving, kunnen we ervaren dat we een onbeduidend radertje zijn in het grote schema van het leven. De bomen, meren of bergen om ons heen zijn onverschillig over ons bestaan. Dit helpt te beseffen dat alledaagse zorgen niet van levensbelang zijn. Statusangst, kantoorpolitiek en de kringetjes van het eigen gepieker doen er gewoon minder toe. Dit werkt bevrijdend.

Ad Bergsma maakte bij zijn opdrachten ook gebruik van de kennis van omgevingspsycholoog Agnes van den Berg. Meer over haar op dit blog hier. Van den Berg denkt dat het goed kijken naar een boom een rustgevende werking heeft door de herhaling van de structuur van boom, takken en verdere vertakkingen die gemakkelijk te verwerken zijn voor onze hersenen.

Bij het wandelen gebruik maken van al je zintuigen is ook een van de opdrachten. Wrijf een blaadje tussen je vingers om de geur op te snuiven, zoek met je ogen naar een detail dat het fotograferen waard is, streel het boomschors of een stukje mos, luister naar een vogel of het geruis van de bomen. Loop pas verder als je iets gevonden hebt wat je de moeite waard vindt, waar je anders achteloos voorbij gelopen zou zijn.

Een mooie opdracht vind ik het even stil staan bij een bijzonder mooie plek en de rust van de plek in je te laten neerdalen. Vaak kiezen mensen een plek die relatief onaangeraakt is. Deens onderzoek heeft laten zien dat dit een gevoel van veiligheid oplevert. Je kan daar als het ware even schuilen voor de drukte van het moderne bestaan.

IMG_0075

een bijzonder mooie plek

Hoe belangrijk natuurbescherming is voor de geestelijke gezondheid blijkt wel uit het bovenstaande. GGD Nederland voert terecht actie hiervoor en roept het kabinet op om te investeren in groen omdat het echt loont. Zie hierover het nieuwsbericht van het Fonds Psychische Gezondheid.

Een van de opdrachten van Bergsma is om je voor te stellen dat het geluid van een snelweg in de verte, een kabbelend beekje zou zijn. Deze opdracht zou ik liever overslaan. Om de drukte van het bestaan op deze wijze te ontkennen is mij te onkritisch. De huidige neo-liberale economie zouden we beter moeten omruilen voor de ‘nieuwe economie’. Meer hierover op dit blog hier.

Om je heen kijken in de natuur met de vraag: wat zie je om je heen dat iets zegt over hoe jouw leven er op dit moment voor staat, vond ik weer wel een leuke opdracht. Misschien komt er een beeld op waar je verder over kunt nadenken. Misschien levert het nieuwe gedachten op voor jouw leven.

Een verblijf in de natuur heeft natuurlijk ook zonder speciale opdrachten een positieve invloed. Persoonlijk slaap ik een stuk dieper en kom ik op nieuwe ideeën na een dag in de natuur.

7 reacties

Opgeslagen onder Psychologie, Psychotherapie