Tagarchief: Haim Omer

Stress veroorzaakt door een illusie van vrijheid

Onder de titel: ‘Zonder 500 LinkedIn connecties ben je een mislukkeling’, stond deze week een artikel van Marcel ten Hooven in De Groene over de ideeën van de Vlaamse filosoof Herman De Dijn.

De Dijns ideeën hebben raakvlakken met veel onderwerpen waar ik graag over schrijf op dit blog.

Raakvlakken met de beweging tegen de marktwerking waardoor zorg een zogenaamd rationeel product is geworden, met de nieuwe economie die begrijpt dat mensen niet alleen door geld worden gemotiveerd en dat het ‘meer, meer, meer’ ons niet gaat helpen, met de geestelijke gezondheidszorg die voor iedereen die uit de boot valt een stoornis heeft bedacht, met biologen die naast competitie ook empathie zien als een evolutionair principe, met het concept van het nieuwe gezag van de psycholoog Haim Omer dat een alternatief biedt voor het traditionele gezag, met de kritiek van velen op onze maatschappij die het individu afrekent op zijn prestaties waardoor het individu steeds narcistischer wordt en naast dit alles is De Dijn kenner van de wijsheid van Spinoza waar ik eerder aandacht aan besteedde.

Opnieuw is het een filosoof die mij als psycholoog inspireert.  De Dijn schrijft over stress en de meeste psychologische klachten komen voort uit stress en als we begrijpen waar die stress vandaan komt, dan kan dat helpen bij het beteugelen er van.

Volgens De Dijn wordt stress veroorzaakt wordt doordat mensen dènken te leven in vrijheid terwijl die vrijheid een illusie is. Zonder dat ze het weten gehoorzamen mensen aan een onzichtbare, anonieme dwang tot discipline. Hoe vrij zijn we eigenlijk, vraagt hij zich af.

Deze onzichtbare, verborgen discipline lijkt in de plaats te zijn gekomen van de normale en relationele discipline die wij allemaal (zouden moeten) leren van onze ouders en leraren. Meer daarvan verlangen we misschien gewoon naar terug en meer daarvan zou opnieuw ‘in de mode’ kunnen komen. Het blijft natuurlijk altijd uitkijken met zowel het begrip discipline als met het begrip vrijheid.

Hieronder een bewerking van het artikel uit de Groene Amsterdammer. De Dijn heeft de Groene journalist Marcel ten Hooven een soort privé college gegeven.

00390257

Herman de Dijn

‘Autoriteiten zoals de pastoor, de paus, de koning en de minister zijn hun vanzelfsprekende gezag kwijt. Maar vrij zijn we daarmee niet geworden. In veel gevallen is het niet meer dan een illusie van vrijheid die verworven is. Dat geeft stress.’

We leven volgens De Dijn in een ‘systeemwereld’; in een wereld met min of meer verborgen systemen van disciplinering en we komen steeds meer onder dwang daarvan te staan. Zowel op ons werk als in onze vrije tijd.

‘Dag in, dag uit staat er een enorme druk op mensen om te slagen in het leven en zich daarin door de anderen gezien te weten. En dat moet je allemaal zelf bolwerken’.

De Dijn (70), emeritus hoogleraar filosofie in Leuven en internationaal erkend als kenner van Baruch Spinoza en David Hume, beschreef dit verschijnsel onder meer in boeken zoals ‘Hoe overleven we de vrijheid?’ (1996) en (met collega-filosoof Arnold Burms) ‘De rationaliteit en haar grenzen’ (1986).

‘Ik zeg zeker niet: vroeger was het beter. Toen had je een baas die je de hele dag afblafte. Stel je voor dat je kind was in de tijd van Stijn Streuvels, die in De Vlaschaard beschrijft hoe een boer zijn zoon doodslaat omdat hij niet gehoorzaam is. Die autoriteit was niet om te lachen, hè? Maar is dan de disciplinering van nu om te lachen?’

Moderniteit en traditie: er is van alles tegelijk

‘Er bestaat een spanning tussen moderniteit en traditie. Een van de vergissingen is te denken dat de moderniteit met alle tradities heeft afgerekend. In werkelijkheid is er van alles tegelijk: archaïsche overblijfselen, moderne verworvenheden, laat-moderne frustraties. Het is een warboel en het is maar beter dat te onderkennen. Het heeft niet zoveel zin te juichen: “Eindelijk zijn we van God af”, als God er voor veel mensen nog is. Het kan ons dus van veel vooroordelen en nodeloze ergernissen bevrijden als we de moderniteit niet louter als tegengesteld zien aan tradities. Er zijn andere vormen van redelijkheid dan die uit de moderniteit voortkomen’.

Eerder dan dat ze tegenstrijdig aan elkaar zijn, bestaat er volgens De Dijn een soort continue wisselwerking tussen de moderniteit en de traditie: ‘Dat wordt niet altijd gezien. Het beeld is dat de drijvende krachten achter de moderniteit ons in staat stellen de traditie en de daarmee verbonden waarden achter ons te laten. Vooral van de wetenschap wordt dat gezegd. Het heet dat we dankzij de wetenschap de capaciteit tot afstandelijkheid hebben verworven en dat wij de wereld nu kunnen zien zoals hij werkelijk is en niet meer zien als een gevolg van onze opvoeding en andere tradities’. Maar de wetenschap heeft liefde en nieuwsgierigheid nodig.

De markt, nog zo’n domein dat een enorme impuls van de moderniteit heeft gekregen, is afstandelijk. Voor de markt is niets heilig. Alles is verkoopbaar, auto’s en schilderijen, organen en illusies. Om het even wat, als het maar een zo hoog mogelijke opbrengst heeft. Maar de markt heeft ook vertrouwen nodig.

De vraag is nu of de wetenschap en de markt zonder meer tot die afstandelijkheid in staat zijn. Kunnen ze op eigen benen staan? Nee dus. De grootste denkers van de moderniteit, zoals Hume of Hegel, hebben de paradox gezien, namelijk dat de moderne systemen van wetenschap en markt eigenlijk parasiteren op tradities. Ze kunnen niet zonder.

De wetenschap teert op de traditie waarin de jeugd wordt opgevoed in liefde voor de wetenschap. Zij zou niet kunnen overleven zonder opvoeding in een bepaald ideaal van leven dat essentieel is voor de wetenschappelijke houding. En met de markt zou het gedaan zijn als zij alle deugdzaamheid uitschakelt en puur cynisch wordt. Voor dat gevaar zijn we hardhandig gewaarschuwd in de financiële crisis. Ook de markt veronderstelt dus het bestaan van iets anders dan de markt, iets wat de markt zelf niet voortbrengt.

In The Theory of Moral Sentiments doet Adam Smith het morele systeem uit de doeken waarop de economie steunt die hij schetst in dat andere boek van hem, The Wealth of Nations. De basis van het morele systeem van Adam Smith wordt gevormd door de erkenning dat collectieve emoties, uiteenlopende denkbeelden, deugden en ondeugden het fundament van het samenleven zijn, dus niet de rationaliteit. Tot de deugden hoort de neiging om goed van vertrouwen te zijn. Niet rationeel maar wel reuze nuttig. Een markt zonder vertrouwen kan niet blijven bestaan.

De onderkenning van de continue wisselwerking tussen de moderniteit en de traditie is een van de fantastische inzichten die we hebben te danken aan enkele grote moderne denkers. Dat is wat Spinoza, Smith, Hegel hebben gezien.

Dat inzicht betreft óók de paradox dat de moderniteit zelf het fundament ondermijnt waarop ze rust. Naarmate de moderniteit zich ontwikkelt, ontstaat immers meer afstandelijkheid ten opzichte van de traditie en van de deugden die zich daarin ontwikkelen. Het grote probleem van de moderne tijd is, anders gezegd, om de verdringing van de traditie niet zo ver te laten gaan dat de moderniteit in elkaar stort’.

Politiek

‘Wat is de politieke consequentie van dit denken? Dat ook de politiek zichzelf zou ondermijnen als zij alleen rationeel probeert te zijn. Zij moet daarom, zoals Spinoza al wist, rekening houden met de zeden en alledaagse gewoonten van mensen, met de illusies van de verbeelding.

De politiek moet niet proberen alle mensen rationeel te maken. Mensen zijn niet alleen rationeel en dat weet je, als je verstandig bent. Dat betekent dat het moderne, de ratio, altijd iets nodig heeft wat David Hume het hart noemde. Bij Hume symboliseert het hart een zekere niet-rationele redelijkheid. De rationaliteit wordt begrensd door de redelijkheid van het hart, door deugden en gewoonten.’

In 1986, het jaar waarin hij met Burms De rationaliteit en haar grenzen schreef, zou De Dijn naar zijn zeggen klaar geweest zijn met zijn verhaal maar twee denkers, sociologen met een filosofische inslag, Niklas Luhmann en Zygmunt Bauman, houden hem nog even gaande. De Dijn zegt aan hen schatplichtig te zijn voor zijn duiding van zijn concept ‘laatmoderniteit’.

Waarden zoals de liefde zijn sentimenteel geworden: het gaat om mij

‘We zijn in de periode van het radicale individualisme terechtgekomen. Eerst konden mensen nog van elkaar worden onderscheiden dankzij het bestaan van redelijk overzichtelijke groepen, zoals katholieken en protestanten, socialisten en communisten. Ieder hadden ze een eigen traditie, rituelen en symbolen en ook een eigen gezagsstructuur, gebaseerd op autoriteit. Met het laat moderne individualisme is er iets fundamenteels veranderd. In het laat-moderne individualisme is individualisme is geen keuze meer, het is een systeem waarin we met zijn allen terecht gekomen zijn.

Je kunt het radicaal individualisme pas goed begrijpen als je het verbindt met het fenomeen van de ontwaarding van de waarden. Niet dat de waarden verdwijnen maar ze zijn getransformeerd. Waarden zijn minder dan ooit verbonden met tradities en de daarbij behorende geboden en verboden. Ook is er geen duidelijke autoriteit meer die ze doorgeeft.

Het gezag kon bij het in stand houden van waarden rekenen op een stilzwijgende acceptatie. De schaduwkant was natuurlijk het machtsmisbruik, iets waarvoor individualisten in hoge mate gevoelig zijn. En ze hebben gelijk! Over het gevaar van machtsmisbruik moet je nooit naïef zijn.

Vóór 1960, in de tijd dat waarden en tradities nog vast en zeker waren, was een waarde zoals de liefde verbonden met een symbolische orde. Daarin stonden mensen symbool voor de betekenis die zij in een relatie hadden, als man of als vrouw, kind of ouder, gelovige of God. Deze symbolische relaties gingen gepaard met ongeschreven geboden en verboden, taboes. Deze scherpe dichotomieën zijn veranderd in graduele verschillen. Waarden zijn vloeibaar geworden.

De Dijn beschouwt Michel Houellebecq als een werkelijk groot expert in de laatmoderniteit. In geen ander boek laat hij dat zo goed zien als in Mogelijkheid van een eiland, waarin hij de grote liefde van de transhuman David tot Fox, zijn hondje, beschrijft. Aan die liefde kan niets raken. Treffend! Hier zie je dat de tradities waarmee de moderniteit nog was verbonden in de laatmoderniteit vloeibaar zijn geworden: ‘liquid modernity’. Van een hond kan men net zoveel houden als van een kind. Om het even wat kan object worden van liefde.

In de liefde gaat het niet meer om een relatie met een welbepaalde symbolische realiteit, maar om mij, om mijn gevoel. Vandaar dat ik zeg dat de liefde zoals zoveel waarden sentimenteel is geworden. De waarden worden voortdurend vertaald in termen van gevoelens. De allesbepalende vraag bij zo’n waarde is of zij mij deugd doet, of zij mij het pretje van de dag of het pretje van de nacht geeft. Het gevoel staat centraal, ook in de relatie met de ander, van wie ik hoop dat hij mij iets geeft wat mijn gevoelens bevredigt.

Daar komt nog iets bij. Naast sentimentalisme wordt het individualisme gekenmerkt door behoefte aan spiegeling. Individuen willen voortdurend bevestigd worden door andere individuen. En wat ze zoeken is niet een bevestiging zonder meer, maar het plezante gevoel van bevestiging. I like! Om bij de liefde te blijven: het ergste wat je kan gebeuren is dat anderen denken dat jij geen love kent. Je ziet dus: individualisme betekent niet dat je geheel op jezelf staat. Integendeel, je wilt ook van anderen de erkenning dat ge zo content zijt en zo’n plezant leven hebt. Kijk eens naar mijn foto’s! Kijk eens naar mijn lief of, beter nog, naar mijn tien lieven! Dus je moet laten zien dat je wordt gezien, dat je geliefd bent.

En het plezier van het gezien worden moet ook weer gezien worden. Hoe noemen we dat? Christopher Lasch heeft ons dat uit de doeken gedaan. Dat noemen we narcisme’.

Van ‘s morgens vroeg tot ’s avonds laat bezig zijn met je imago: ziet u mij?

‘Als de situatie in grote lijnen is zoals ik haar heb beschreven, als de essentie van het leven is dat je moet slagen en dat jouw succes gezien moet worden, dan begrijpt u hoe belangrijk het is om dat leven te beheersen. Er is niemand die je dat succes gaat geven. Nee, je moet het helemaal zelf bolwerken. Hoe doe je dat? Wel, door slank te zijn, de juiste stoppelbaard te hebben en naar de mode gekleed te zijn, door precies te weten hoe je je moet gedragen op de weide van het popfestival, de juiste gadgets te hebben en op Facebook veel vrienden te verzamelen. Dat vraagt een enorm werk. Lastig! Als je op LinkedIn niet boven de vijfhonderd connecties zit, dan ben je een mislukkeling. We krijgen een maatschappij waarin je van ’s morgens tot ’s avonds, zelfs als je niet werkt, bezig bent met je imago. Dit systeem vergt een activistisch management van het eigen leven. Hoe leef je nu je leven? Niet meer, zoals vroeger, door je in te voegen in een voorgegeven symbolische orde met haar vaste betekenissen, maar door je te verbinden met zelfgekozen tekens die je genot en het genot van de erkenning bezorgen.

De tekens zijn inwisselbaar. Ze zijn vooral bedoeld voor de buitenwereld. Wat is het sterkste teken van allemaal? Het lichaam. Het lichaam is niet meer ‘ik’, nee, het is datgene waarvan het ik gebruik maakt om te krijgen wat het wil hebben, namelijk genot en het goede gevoel gezien te worden. Dus dat lichaam wordt eindeloos aan het werk gezet, gefatsoeneerd en in een bepaald dwangbuis geduwd, tot het in de buurt komt van het ideaalbeeld dat men voor ogen heeft. Dat beeld wordt sterk bepaald door de media en de reclame, door de tribune, een heel complex dat behoort tot de laat-moderne systeemwereld die het individu in z’n greep heeft’.

Hoe dit lichaam in de dwangbuis van de plastische chirurgie terechtgekomen is wordt geïllustreerd in de documentaire ‘Beperkt houdbaar’ van de filosofe Sunny Bergman uit 2007.

De Dijn verder over het complex van media en reclame die het individu in zijn greep heeft: ‘Daarvan komt onvermijdelijk allerlei miserie. Zo gaat het individualisme gepaard met de marginalisering van de mensen die niet meedoen of niet mee kunnen doen, zoals migranten die er raar bij lopen en de mode niet volgen, gehandicapten, ouderen, mensen die het lichaam niet in het gareel krijgen. Spijtig voor hen’.

Discipline en controle op het werk gaat ten koste van de kerntaken

De ‘systeemwereld’ oefent volgens De Dijn niet alleen in de persoonlijke sfeer zijn invloed uit. Hij rukt ook op in de collectieve sfeer van het werk. Er zijn legio voorbeelden van bedrijven en organisaties die door het management met een steeds zwaarder systeem van beheersings-, disciplinerings- en controle­mechanismen worden opgetuigd. In het Vlaams-Nederlands cultureel maandblad Streven analyseerde De Dijn onlangs aan de hand van deze tendens de toestand in de zorg en het onderwijs.

Ook aan de scholen, universiteiten en ziekenhuizen verdwijnt de oude symbolische orde die deze instellingen hun betekenis gaf. De Dijn nam zorg en onderwijs niet toevallig als voorbeeld. Dit zijn bij uitstek terreinen waar de ratio botst met de redelijkheid van het hart. De ratio dicteert een organisatiemodel waarin alles gemeten en gecontroleerd wordt, opdat het zich zo efficiënt mogelijk voltrekt. Maar de niet-rationele redelijkheid vergt juist een concentratie op zinvolle en waardevolle menselijke relaties, ook als ze niet aan de eis van efficiency en effectiviteit voldoen.

Het gevolg is dat de controlerende afdelingen in zorg- en onderwijsorganisaties allengs groter worden, soms zelfs ten koste van de kerntaken en diensten van de instelling.

Een andere omkering van de oude realiteit is dat de eigenlijke doelen, dus zorg en onderwijs, middelen worden, gericht op de ‘output’ van meetbare resultaten. Daardoor boeten ze in op hun ethische en menselijke betekenis, hun intrinsieke waarde.

Tot slot bestaat het risico dat de schijn over de realiteit gaat heersen. In de concurrentieslag is het imago, de perceptie van doorslaggevend belang. Daarom bevordert het management resultaten die de organisatie aan de ‘excellente’ top brengen en stoot het af wat niet voldoende oplevert, ook al zijn dat activiteiten die de werkelijke waarde van zorg en onderwijs bepalen.

Van instelling naar organisatie

De Dijn: ‘Wat is een instelling? Dat is letterlijk iets wat ingesteld is. Het komt niet van ons. Het is van vroeger, een erfenis. Een instelling heeft ook altijd een eigen doel, zorg of onderwijs bijvoorbeeld. De universiteit van Leuven, gesticht in 1425, was zo’n instelling, met het doel universitair onderwijs te geven, de wetenschap te ontwikkelen en de intellectuele elite te vormen, generatie na generatie. Een zorg-instelling dient om mensen gezond te maken, maar ze biedt ook zorg, menselijke zorg. Een instelling brengt beroepsbeoefenaren bijeen die zich kunnen vereenzelvigen met dat interne doel. In dat woord ‘beroep’ zit niet voor niets de notie van geroepen zijn. Je bent niet een dokter zonder meer, je bent dokter voor een bepaalde gemeenschap, in een bepaalde kliniek, in een bepaalde stad, dus niet op planeet 254.

Aan het hoofd van de instelling ten slotte staat een autoriteit, iemand die met recht het vertrouwen toekomt dat hij het doel van de instelling bewaakt en die op zijn beurt de beroepskrachten zijn vertrouwen gunt dat zij zorgvuldig met die erfenis omgaan. Dat behoort allemaal tot instelling. Zoals elke ‘topuniversiteit’ is ook de universiteit van Leuven nu veranderd in een organisatie.

Wat is een organisatie? Het is de vloeibaar geworden instelling. Het doel van de organisatie is output, om het even wat. Het kunnen autobanden zijn, maar ook diploma’s of patiënten. Een autoriteit aan het hoofd, iemand die de erfenis begrijpt, is niet meer nodig, wel een manager die het proces bewaakt en de resultaten meet, zodanig dat de organisatie optimaal produceert. Aan beroepskrachten in de traditionele zin van het woord is evenmin nog behoefte, wel aan professionals met de competenties voor het halen van een bepaalde productie. Ook de output van universiteiten bestaat vooral uit professionals. Zelfs op Harvard noemen ze naar het schijnt hun studenten tegenwoordig young professionals. Even ongelooflijk als symptomatisch’!

Vakmanschap en beroepseer

‘Een goede professor, dat is tegenwoordig de docent die zoveel mogelijk studenten aan een diploma helpt en daartoe gehoorzaamt aan de regels die het management stelt. De intellectueel die maar zit te piekeren en te lezen gehoorzaamt niet aan die regels. Hij heeft niet zoveel kans meer op een professoraat. Het is eigenlijk een mirakel dat hier nog wordt nagedacht. Meestal gebeurt dat dan ook in wat vrije tijd heet. Een boek schrijven is tegenwoordig een hobby. Niet van belang. Men heeft liever een zo hoog mogelijke productie van artikelen, want die zijn meer waard in de concurrentiestrijd om de hoogste citatie-score. Met Richard Sennett vrees ik dat hetzelfde lot de handmatige arbeid heeft getroffen.

De Amerikaanse dichter Henry Wadsworth Longfellow dichtte ooit: “In the elder days of art/ Builders wrought with greatest care/ Each minute and unseen part/ For the Gods see everywhere”. Ook de meest verborgen plekken, de beelden hoog in een kathedraal, moesten perfect worden gebeeldhouwd, want God kon overal kijken. Dat idee is compleet verdwenen. In de ogen van zijn voorman zal de bouwvakker die nu op deze wijze eer in zijn werk legt een zonderling zijn. Hij zal misschien zelfs met ontslag worden bedreigd omdat hij niet efficiënt werkt’.

Mijn favoriete psychiater de Vlaamse Dirk de Wachter krijgt wel eens het verwijt van managers in de geestelijke gezondheidszorg dat hij teveel naar zijn patiënten luistert. Hij doet zijn werk te goed. De Nederlandse Stichting Beroepseer komt op voor mensen die hun werk goed willen doen.

Is er nog hoop? 

De Dijn: ‘Het is steeds moeilijker voorstelbaar wat de systeemwereld kan vervangen. Dat is het probleem. Welk alternatief bevrijdt ons van dit beheersingssysteem zonder vruchteloos terug te keren naar het oude? Amai! Wat een moeilijke vraag! Van waar zou ze moeten komen, de verandering? Niet van de politiek. Integendeel, de politiek stimuleert de systeemwereld en is er zelf zo langzamerhand onderdeel van. Ik zie ook niet in hoe de kerken of sociale organisaties tegenwicht kunnen bieden.

Toch ben ik geen pessimist. Ik ben geneigd te denken dat de verandering van onderaf zal komen, van individuen en niet van organisaties. Het heil kan alleen komen van der Einzelne, zou Kierkegaard zeggen. Van de weerstander die medestanders zoekt. Zullen ze sterk genoeg zijn om tegen het systeem op te tornen, of zullen zij roependen in de woestijn zijn? Nu, in een woestijn zijn er oases waar van alles groeit en bloeit en waar het goed toeven is. De zaadjes die daar ontkiemen zullen ooit iets veranderen. De toekomst begint in die oases.’

Misschien vinden we de echte vrijheid wel in een oase van mindfulness. Zie hier een leuk en leerzaam filmpje van een korte uitleg over minfulness.

IMG_8832

Oase in de Marokkaanse Sahara

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek, Psychologie

Inspiratie van Martin Luther King en Gandhi bij de opvoeding van pubers

Martin Luther King

Mahatma Gandhi

Gandhi vergeleek de positie van geweld dat geconfronteerd werd met geweldloosheid, met de positie van iemand die met àl haar kracht op water slaat: de arm zal eerder vermoeid raken dan het water. De geweldloze opvoeder is zoals het water. Hij raakt niet vermoeid door de aanvallen van zijn kind.

Zowel Gandhi als King waren er meesters in om degenen in het kamp van de overheersers (de Britten en de blanken) die vòòr verandering waren, wakker te schudden. De onderdrukking zelf is de vijand en niet de Britten of de blanken als personen. Het geweldloze verzet van Gandhi en King heeft tot doel om de ‘wij-zij’ tegenstelling kleiner te maken.

Deze ideeën zijn relevant voor de context van het gezin. Bij het kind dat geweldadig is geworden bestaan natuurlijk ook pòsitieve tendensen. Geweldloos verzet heeft het doel om de positieve stemmen in het kind wakker te schudden en te versterken.

De visie van Haim Omer die zich door Gandhi en King laat inspireren, is zowel optimistisch als realistisch. De inspanningen van de ouder zullen niet leiden tot de totale verdwijning van de negatieve stemmen in het kind. En dat is ook helemaal niet nodig. Het doel is dat de positieve stemmen de overhand krijgen.

‘Een nieuwe benadering van gewelddadig en zelfdestructief gedrag van kinderen en adolescenten’, is de subtitel van Haim Omers boek: Geweldloos verzet in gezinnen.
Het doel van geweldloos verzet is dat het gezag van ouders en leraren wordt hersteld op een overtuigende, geweldloze en niet-escalerende manier, ook al is het gedrag van het kind nog zo grof. Opvoeders verzetten zich op een besliste manier tegen fysiek geweld maar ook tegen emotioneel geweld zoals beledigingen of vernederingen.

De harde ouder maakt gebruik van dreigementen, geschreeuw, fysieke dwang en extreme straffen.

De zachte ouder maakt gebruik van overreding, afspraken, rationele argumenten en uitingen van empathie.

De ouder die opteert voor geweldloos verzet is bereid om middelen te gebruiken zoals het bezoeken van de plek waar het kind zijn (zelf)destructief gedrag vertoont. Eventueel kan de ouder als protest in de kamer van het kind gaan zitten (een sit-in houden) totdat het kind met een oplossing komt om het geweld of het zelf-destructieve gedrag te stoppen. De ouder kan allerlei zaken die door dreigementen worden opgeëist aan het kind onthouden. De ouder kan de ‘publieke opinie’ mobiliseren van vrienden en familieleden tegen het geweld of het destructieve gedrag dat het kind gebruikt. De ouder kan een uitgebreid steunend netwerk opzetten om het kind te zoeken als dit het toezicht van de ouders ontloopt of van huis wegloopt en de ouders kunnen samen met leerkrachten en lokale instanties een gemeenschappelijk front ontwikkelen tegen antisociale normen.

Een voorbeeld uit het boek:

De moeder van een twaalfjarige jongen, die (zoals zij het formuleerde) ‘onderhevig was aan onbeheersbare fysieke en verbale uitbarstingen’, met zijn moeder als doelwit, schreef het probleem toe aan een neurologische dysfunctie. Zij was voortdurend op zoek naar medische oplossingen, die echter tot dat moment zonder effect waren gebleven. De ouders stemden er samen in toe om een aantal sit-ins te houden in de slaapkamer van het kind. Tijdens deze sit-ins kondigden zij aan dat ze daar zouden blijven tot hij met voorstellen zou komen om een einde te maken aan de uitbarstingen. Tijdens de sit-ins waakten de ouders ervoor iets te doen wat tot escalatie zou kunnen leiden. Na een paar sit-ins merkte de moeder op dat het kind zich inhield in situaties waarin hij vroeger gewelddadig zou zijn uitgevallen. Hoewel in die fase de verandering nog beperkt was, gaf de moeder aan dat ze er nu van overtuigd was dat de uitbarstingen geen onvermijdelijke gebeurtenissen waren.

Voor meer informatie over nieuw gezag zie hier en hier.

5 reacties

Opgeslagen onder Opvoedkunde

Nieuw gezag – deel 2

Modern ouderschap in de puberteit: “Ik laat je niet los”

Dit is de boodschap van ouders wanneer ze opnieuw het gezag proberen te krijgen over een weerbarstige puber of adolescent met de methode van ‘nieuw gezag’ of ‘geweldloos verzet’ van Haim Omer. Elders schreef ik hierover in dit weblog. En ook hier.

Haim Omer’s methode is de laatste jaren geëvolueerd. Aanvankelijk lag de nadruk op het stoppen van zinloze escalaties, betere emotie-regulatie en duidelijkere stellingname door de ouders en het betrekken van steun uit de omgeving. Later ontstond het idee dat het model in feite neerkwam op een nieuwe, beter aan de tijd aangepaste vorm van ouderlijk gezag (vanuit transparantie en kracht in plaats vanuit macht).

Haim Omer

Ik vond een mooie beschrijving van hoe zijn methode gebruikt word in een GGZ instelling in Almere-Stad, in Jaargang 22 (nr 3) van het tijdschrift Systeemtherapie. Hieronder een samenvatting.

Twee achtergronden van het ontstaan van ‘nieuw gezag’

1. Afgenomen machtsverschillen tussen jong en oud

Na de 2e wereldoorlog is de machtsongelijkheid tussen jong en oud steeds meer afgenomen. In het gezin is overgestapt van een ‘bevelshuishouding’ naar een ‘onderhandelingshuishouding’. Ook in de maatschappij worden sociale regels steeds meer gezien als iets relatiefs dat in twijfel kan worden getrokken. Maar in een sociale context met minder sturing van bovenaf heeft het individu veel meer zelfsturing nodig.

Jongeren hebben veel meer vrijheid en bewegen zich meer in een eigen jongerenwereld. Die eigen wereld bestaat ook steeds meer uit digitale netwerken op het internet. Op deze wereld hebben ouders steeds minder zicht.

Ouders hebben steeds minder houvast aan de regels van het traditionele gezag vanuit de maatschappij. Bij allochtone ouders gaat deze ontwikkeling in versneld tempo; deze ouders rekenen nog op hiërarchie en opvoedingssteun van buiten af maar die is er in de Westerse maatschappij veel minder.

2. Puber-hersenen en ‘hulphersenen’

Uit hersenonderzoek blijkt dat de rijping van hersenen van jongeren er langer over doet dan men eerder dacht en veel langer dan de rijping van hun lijf. Dit verklaart veel van het typische puber-gedrag. De ouders weten dit vaak niet en spreken de jongeren aan op volwassen verantwoordelijkheid.

De jongeren hebben hun ouders nog nodig als ‘hulphersenen’. Vooral op het gebied van redeneren, planning op langere termijn, abstract denken, sociaal gedrag en uitstel van directe reacties. Dit zijn de functies van het pre-frontale deel van de hersenen, waarvan de rijping pas op het 24e jaar min of meer voltooid is.

Meestal gaat het goed maar de verhouding tussen de ouders en de jongere kan in deze periode verslechteren door oplopende negatieve interacties. Dan verliezen de ouders hun rol als volwassen vertrouwenspersoon en als ‘hulphersenen’ en raakt de band met de jongere verstoord. De ouders voelen zich machteloos.

Reacties van macht en onmacht komen in de plaats van veilige hechting en leiding. Als er twee ouders in het gezin zijn, is de ene vaak de toegevende en de andere de strenge, en laten zij zich uitspelen in plaats van samen te werken.

Veel oudertrainingen gaan uit van het idee dat de ouder de controle moet krijgen over het kind. Pubers herkennen dit en wapenen zich daartegen. Het ‘nieuwe gezag’ heeft hier een antwoord op.

HET ‘NIEUWE GEZAG’

Dit gezag is geweldloos. De ouder vermijdt fysiek geweld en het gebruik van dreigende, vernederende of beledigende taal en gaat niet mee in escalaties. De ouder biedt echter op een nieuwe manier verzet tegen de dominantie of onbereikbaarheid van de jongere.

Er wordt op een vasthoudende wijze ouderlijke aanwezigheid in het leven van het kind aangeboden, waarbij de kernboodschap luidt: “Hier ben ik! Ik ben je ouder en ik blijf je ouder. Ik geef niet toe en ik geef je niet op!” Macht en/of onmacht worden vervangen door uitingen van kracht.

De ouders bepalen het speelveld, waarvan de grenzen bestaan uit gedrag van de jongere dat voor hen onacceptabel is. Daarbinnen krijgt de jongere ruimte om zijn of haar wensen aan te geven.

Het maken van verzoeningsgebaren tegenover de jongere, is altijd al een belangrijk onderdeel geweest van het ‘nieuwe gezag’ maar deze gerichtheid op het herstellen van de relatie van de ouder met de jongere neemt een steeds belangrijkere plaats in: Herstel van een positieve, veilig gehechte ouder-kind relatie.

Het ‘nieuwe gezag’ is hierdoor een algemeen model geworden voor modern ouderschap in de puberteit en niet alleen een model voor gezinnen van pubers met extreem agressief en destructief gedrag.

Twee principes

1. De ouders nemen een krachtig standpunt in ten opzichte van geweld (fysiek of verbaal), risicogedrag en antisociaal gedrag.

2. Hierbij vermijden zij absoluut elke vorm van fysieke of verbale aanval.

Deze principes worden uitgewerkt in een aantal methoden waarbij de ouders gesteund kunnen worden:

Het weerstaan van provocaties en uitgestelde reacties

Het gaat hierbij om het inzicht dat zowel escalatie als terugtrekking niet werken en dat het gezag en de relatie met de jongere er alleen maar verder door ondermijnd wordt. Ouders gaan leren om niet meer in te gaan op provocaties. Ze leren om hun emoties van boosheid, verdriet en angst te reguleren en hun reactie uit te stellen tot een rustig moment: ‘smeedt het ijzer als het koud is’.

De ouders zullen niet meer op elke slak zout leggen maar de jongere aanspreken op echt belangrijke gedragingen die de veiligheid, gezondheid of ontwikkeling van de jongere of van anderen in gevaar brengen.

De ouders spreken hun besluit op een expliciete en positieve manier uit: “Omdat we van je houden en bezorgd over je zijn, kunnen we niet langer accepteren dat je ….” Ze vermelden daarbij dat zij alleen controle kunnen uitoefenen over hun eigen gedrag en niet over dat van de jongere.

Als de jongere zijn of haar wensen wil afdwingen of intimiderend gedrag vertoont, geeft de uitgestelde reactie de ouders de ruimte om na te denken of om eerst met anderen te overleggen: ”Ik heb gehoord wat je zegt, ik kom er vanavond op terug”.

Het doorbreken van de geheimhouding

Ouders die met hun kind in de problemen zijn gekomen zijn dit vaak steeds meer geheim gaan houden uit gevoelens van schaamte en schuld, onder het mom van:” Je hangt je vuile was niet buiten”. Maar volgens Haim Omer gaat veiligheid boven privacy. Hij vindt het juist belangrijk dat de ouders steun gaan vragen: “It takes a village to raise a child”.

Omwille van het belang van het kind kunnen familie, vrienden, kennissen, buren of de school gevraagd worden om te helpen. De jongere mag ook steunfiguren vragen. Er worden geen ouders en anderen meer tegen elkaar uitgespeeld: “Alle hens aan dek”

– De ‘sit-in’

De ouders zoeken de jongere op in zijn of haar kamer, kondigen aan welk gedrag zij niet langer kunnen tolereren, en blijven een tijd, zwijgend en zonder discussie, bij de deur zitten. Het doel is hun ouderlijke betrokkenheid en stellingname ten aanzien van de grenzen te tonen.

sit-in van jongeren voor vrede

De ‘sit-in’ is een bekend demonstratiemiddel.

– De telefoonronde en ‘het volgen’

Deze twee methoden dienen om de ouders weer aanwezig te laten zijn in het leven van hun kind als hij of zij te laat thuiskomt, weigert te vertellen waar hij of zij uithangt of is weggelopen.

De ouders sporen de vrienden en kennissen, enz. van de jongere op, bellen hen en verzoeken hen om de jongere te vragen contact met thuis op te nemen. De boodschap is steeds: “Wij willen weten waar je bent, omdat we bezorgd zijn”. De ouders gaan naar de jongere op zoek om hun betrokkenheid te laten blijken, niet om te straffen.

– Het weigeren van bevelen

Praat niet tegen me

Ouders verlenen geen diensten meer aan het kind uit angst of omdat het kind dit eist, maar doen uitsluitend dingen voor hem of haar die ze als ouder uit vrije wil verkiezen te doen.

De ouders houden zich niet meer aan taboes of verboden zoals die zijn ontstaan uit angst voor de reacties aan de jongere, zoals niet meer op de kamer mogen komen van de jongere of geen vragen mogen stellen over school of vrienden.

– Verzoenende gebaren

De ouders maken op relatieherstel gerichte gebaren jegens het kind: Ze doen aardige dingen voor hem of haar, bieden gezamenlijke activiteiten aan, drukken hun waardering uit voor de goede kanten van de jongere of bieden excuses aan voor wanneer zij zelf de fout in zijn gegaan. Ze doen dit onafhankelijk van eventueel goed gedrag van de jongere en zonder straffend te reageren als de jongere die gebaren afwijst. Natuurlijk reageren de ouders positief op de verzoeningsgebaren van hun kind.

Als de ouders hun veranderde opstelling stug volhouden zal de jongere op den duur bijna onvermijdelijk ook veranderen. Bij het volhouden van de veranderde houding hebben de ouders vaak steun nodig.

De praktijk

In Almere hebben hulpverleners ervaring met het helpen van ouders met de methode van het ‘nieuwe gezag’.

Vaak vragen de ouders: “Waarom moeten wij veranderen, terwijl ons kind degene is die zich niet gedraagt”? Uitgelegd wordt dat er een escalatie-patroon is ontstaan waarbij eigenlijk iedereen de greep op de situatie is kwijtgeraakt. Met deze methode kunnen de ouders geholpen worden om weer de regie over hun gezin te krijgen.

De ouders maken na een introductie, prioriteiten in het probleemgedrag wat ze willen aanpakken. De lijst van probleem gedrag wordt verdeeld in te negeren gedrag (60%), gedrag waar je een enkele opmerking over maakt maar verder geen actie op onderneemt (30%) en onacceptabel gedrag (10%). Die 10% is niet meer te tolereren gedrag, dat het gezin het meest ontwricht. Dat zijn de een tot drie gedragingen waarvoor de ouders een plan van aanpak gaan maken.

Uitgebreid wordt stilgestaan bij hoe belangrijk het is dat de ouders hun eigen emoties leren reguleren, hoe moeilijk dat ook zijn mag.

De ouders krijgen de opdracht om een ‘aankondigingsbrief’ te schrijven. Hierin beschrijven ze, vanuit een liefdevolle houding en in zo concreet mogelijke termen, welke gedragingen ze van hun kind niet meer kunnen tolereren.

De brief wordt voorgelezen tijdens een plechtig overgangsritueel waar de ouders personen uit het steunnetwerk bij betrekken. De plek waar het ritueel plaatsvindt is meestal in een formele setting: de therapie kamer, op school, enz. Na het voorlezen van de brief mag de jongere vragen stellen en de brief wordt overhandigd. Deze gebeurtenis heeft vaak een krachtige emotionele uitwerking. De plechtige opzet van dit overgangsritueel is belangrijk omdat beide partijen in de strijd het zicht zijn kwijtgeraakt op de onderliggende positieve betrokkenheid van de ouders.

Een voorbeeld van een aankondigingsbrief

Lieve J,

Bijna 14 jaar geleden kwam ik bij jouw papa wonen. Jij was een klein lief jongetje, dat met zijn lieve glimlach en zijn mooie blauwe ogen zo mijn hart veroverde en mij tot mama maakte. Ik vond het in het begin best moeilijk om ineens een kindje op te voeden. Door jouw onvoorwaardelijke liefde voor ons en hoe jij alles zo mooi vond wat we met jou deden, werden we al snel een hecht gezin. Wat was je trots op elk zusje dat geboren werd.

Het jaar dat je naar een andere school moest werd een naar jaar in ons gezin. Je werd steeds opstandiger. Wat hebben we ons vaak machteloos gevoeld. Gelukkig gaat het nu goed op school en heb je veel steun aan je mentor. We zijn heel trots op je, op hoe het nu op school gaat.

Thuis laat je nog regelmatig agressief gedrag naar ons, je zusjes en onze hond zien. We zijn nu hier bij elkaar vanwege dat gedrag. Wij willen je het volgende vertellen:

Papa en ik willen dat dit agressieve gedrag stopt om de sfeer thuis te verbeteren. We accepteren niet meer dat jij scheldt, schreeuwt, ons slaat, de hond schopt of spullen vernielt. Niet om controle over jou uit te oefenen, maar om ons gezinsleven voor iedereen weer zo aangenaam mogelijk te laten zijn. Wij willen consequent in jouw leven aanwezig zijn omdat we van je houden. Deze brief is geen dreigement maar papa en ik zien het als onze verantwoordelijkheid om onze problemen met jou op te lossen. Wij willen samen met jou, vrienden, familie en school hieraan werken. Daarom zijn vandaag mijn broer B en onze vriend V hierbij om ons te gaan helpen. 

Dit doen wij, J, omdat wij zielsveel van jou houden.

Liefs, papa en mama

De principes van het ‘nieuwe gezag’ staan haaks op de gangbare overtuigingen van ouders, bijvoorbeeld dat ze de strijd moeten zien te winnen of dat de problemen de omgeving niets aangaan of dat de plechtigheid van het overgangsritueel overdreven is of dat ze geen verzoeningsgebaren hoeven maken omdat ze te gekwetst zijn.

Soms loopt hierdoor de werkrelatie met de therapeut gevaar omdat de therapeut de ouders op hun eigen gedrag aanspreekt in plaats van op het gedrag van hun ‘gestoorde’ kind. Daarom is het goed om samen met andere ouders hieraan te werken. Ouders kunnen misschien onderling elkaar beter houden aan de principes van het ‘nieuwe gezag’ dan dat therapeuten dat kunnen. In Almere wordt gewerkt met groepen ouders.

4 reacties

Opgeslagen onder Opvoedkunde

Nieuw gezag

Inspiratie voor het ouderschap van Haim Omer*

Het concept ‘nieuw gezag’ van Haim Omer leidt tot nieuwe mogelijkheden voor de relatie tussen ouder en kind.

‘Nieuw gezag’ is een aanrader voor allerlei vormen van ouderlijke machteloosheid en gaat verder dan programma’s met hoge kijkcijfers zoals ‘supernanny’ op televisie. Dit TV-programma voert een principe dat lang in diskrediet was zoals ‘consequent zijn’, straffen en belonen opnieuw in. Gedragsgerichte programma’s zoals ‘supernanny’ werken bij pubers en adolescenten minder goed dan ‘nieuw gezag’.

‘Nieuw gezag’ is gebaseerd op de hechtingstheorie. Niet alleen de vroege moeder-kind relatie maar vooral het patroon van de voortdurende wisselwerking tussen ouder en kind wordt benadrukt (een breed hechtingsbegrip). Het gaat om betrokkenheid in plaats van om controle, om het hervatten van een onderbroken relatie. Het gaat erom als vader of moeder ‘aanwezig’ te blijven, bijvoorbeeld door bij beledigende opmerkingen van het kind kalm en duidelijk te zijn en niet de kamer uit te lopen. De ouders blijven een relatie aanbieden, los van hoe het kind zich gedraagt.

Het accent ligt op kracht in plaats van macht. Ouders die een niet-aanvallende, niet-kwetsende manier van kracht gaan tonen kunnen een veilige basis vormen. Verzoeningsgebaren gaan vastgeroeste negatieve verwachtingen tegen en doorbreken de dynamiek van negatieve voorspellingen die zichzelf waarmaken.

Voed me toch op, voed me toch op


‘Nieuw gezag’ kan het vacuüm opvullen dat door het wegvallen van het traditionele gezag is ontstaan en heeft de volgende eigenschappen:

Aanwezigheid versus afstand

De boodschap van de ouders aan het kind is: Wij zijn en blijven je ouders. We zijn er als het harmonieus en fijn is, maar ook als het er vervelend en provocerend aan toe gaat. Aanwezigheid is gelijk aan ‘waakzame zorg’. Ouders hebben een open ontvangstkanaal en zijn altijd bereid om alarmsignalen op te vangen ook als ze niet direct met hun kinderen in contact staan. Ze zijn aanwezig en tegelijk niet opdringend controlerend wat de zelfredzaamheid van het kind bevordert.

Het is voor het kind een bijzondere ervaring wanneer de ouders die waakzame zorg deels opgeven en zich bij alarmsignalen weer als actief zorgzame ouders opstellen. Enerzijds kan dit onaangenaam zijn omdat het kind verwachtte dat de ouders zich niet met hem zouden bemoeien. Anderzijds ervaart het kind een gevoel van zekerheid.

Zelfcontrole versus controle

De boodschap aan het kind is: “Ik kan geen controle over je uitoefenen maar het is mijn plicht zo te handelen.” Er is ook gezag op het moment dat het kind niet gehoorzaamt, omdat het gezag niet door het gedrag van het kind hoeft te worden bevestigd. Controle over het kind wordt vervangen door zelfcontrole van de ouder. Een kritieke situatie overleven zonder die te laten escaleren is een teken van gezag, los van het gedrag van het kind. Hoeveel gezag iemand heeft hangt af van de mate waarin hij zijn handelingen zelf bepaalt en zich niet laat meeslepen door de provocaties van het kind. In plaats van: “Je doet het meteen, anders…” zegt de ouder: “Wat je ook doet, ik ga niet weg. Als moeder of vader kan ik niet anders!”

Het wegvallen van de ‘plicht tot vergelding’ geeft de gezagsdrager een nieuw intern referentiekader. Wanneer de gezagsdrager het idee loslaat dat hij koste wat kost moet winnen, krijgt het kind ook de ruimte tot zelfbeschikking. Kinderen die het zich eigen hebben gemaakt dat zij òf controleren òf gecontroleerd worden proberen gezagsdragers eerst te bewijzen dat ze zelf wel uitmaken wat ze doen. Ouders moeten daar op voorbereid zijn door bijvoorbeeld te antwoorden: “Dat klopt. Ik kan geen controle over jou uitoefenen. Ik heb alleen controle over mijzelf!” Zo ervaart het kind een voortdurend de-escalerend aanbod tot hervorming van de relatie. De gezagsdrager stelt zich op als anker, het kind voelt de keuzevrijheid om zich daaraan te binden. Kracht wordt niet gelijkgesteld aan macht, is geen middel meer om controle uit te oefenen over anderen, maar betekent handhaving van de eigen aanwezigheid, los van het gedrag van degene die tegenover je staat.

De kracht van het anker vormt geen bedreiging, maar is ook alles behalve machteloos. Men kan er niet omheen, men kan haar niet eenvoudig opzij schuiven, het is de kracht van de volharding.

Transparantie en systeemvorming versus hiërarchie

In een vrije samenleving breekt de gezagsdrager uit het isolement van zijn positie aan de top van de piramide. Als ouders of leerkrachten bereid zijn potentiële bronnen van steun (bijv. familie, vrienden of andere ouders of leerkrachten) een kijkje in hun problemen toe te staan, dan verandert niet alleen de verhouding tot die bronnen van steun maar ook verandert de verhouding tot het kind. Gezagsdragers worden zodoende vertegenwoordigers van een ondersteunend en daarmee ‘bevoegd’ netwerk. Ze zeggen niet meer: “Jij doet wat ik zeg!”, maar: “Wij zijn vastbesloten elkaar tegemoet te treden!”. Dat haalt ook de angel van de vernedering uit zo’n uitspraak. Het kind buigt niet meer voor de gezagsdrager, maar past zich aan aan de regels van een gemeenschap. Ouders en leerkrachten maken op die manier zowel elkaar als zichzelf sterker. Dit gezag oogt niet als een piramide maar als een hologram: ieder punt in dit systeem weerspiegelt de andere punten, versterkt ze en wordt door hen weer versterkt.

Om dit nieuwe gezag op te bouwen is het essentieel om te netwerken en te zoeken naar ondersteuning en transparantie. Ouders ontwikkelen de bereidheid om geheimen naar buiten te brengen, problemen en maatregelen bekend te maken en de buitenwereld als bron te gebruiken.

Verduren versus urgentie

Volgens het traditionele gezag moeten opstandigheid en provocatie meteen worden afgestraft. Uitstel geldt als zwakte. “Moet ik dat dan gewoon slikken?” vraagt de ouder met een gebaar alsof elk gedogen een catastrofe zou zijn voor het gezag. Drie zinnen maken het verduren duidelijk: “Smeed het ijzer als het koud is; je hoeft niet te winnen, alleen vol te houden en; fouten maken is onvermijdelijk, maar je kunt ze herstellen”. Dit impliceert een gewijzigd tijdperspectief; afwachten is belangrijk, impulsieve reacties kunnen schade aanrichten en willen winnen wordt vervangen door aanwezigheid met lange adem. De derde zin impliceert een levenshouding van dingen weer goed maken, het vermogen fouten te herstellen. Zo wordt tijd een bron van kracht in tegenstelling tot de urgentie van het traditionele gezag.

Crisissituaties monden niet meer uit in met deuren slaan, zich gefrustreerd terugtrekken of erger. Ouders kunnen rustig en zonder dreigende ondertoon opmerken: “We hebben nog geen oplossing, maar we komen er op terug”, of: “Ik accepteer dit niet en zal er over nadenken welke stappen ik ga nemen”. Zulke uitspraken zijn een teken van voortdurende aanwezigheid.
Als de ouders later met hun maatregelen komen registreert het kind dat de ouders niet gewoon zijn weggelopen. Het positieve relatieaanbod wordt nog eens versterkt doordat de ouders, wanneer zij op het gebeuren terugkomen, het kind laten weten dat zij niet op ‘controle’ of ‘winnen’ uit zijn maar op een acceptabele oplossing.

Verzoening versus verharding

Straffen en belonen werkt bij oudere kinderen niet. Zij hebben de neiging de ouders te bewijzen dat ze niet te koop zijn. De negatieve kant van een straf wordt dubbel ervaren: de straf op zichzelf is al onaangenaam, daarbij komt ook nog dat ze onderwerping tot doel heeft. Dit tweede element van de straf werkt vaak zwaarder dan het eerste: “Oké, schrap mijn zakgeld maar! Wil je ook nog mijn geluidsinstallatie uit de kamer halen? Ga je gang, die heb ik toch niet meer nodig!” Te weten dat ze niet zijn verslagen, dat ze zich niet hebben onderworpen aan de volwassenen, is voor hen de grootste beloning. In het teken van het nieuwe gezag kunnen ouders het kind spontaan genegenheid en waardering geven zonder van het kind een tegenprestatie te verlangen.

Zeer agressieve kinderen hebben de neiging om een aanbod tot interactie als vijandig te interpreteren. Wie zich gauw bedreigd voelt, is geneigd de eerste klap uit te delen om een nederlaag te voorkomen. Zo werkt een negatieve escalatie zichzelf in de hand. Het vermogen om een verzoeningsgebaar eenzijdig staande te houden, ook als het kind het afwijst is een bewuste houding die past bij het ‘nieuwe gezag’.

Verzoeningsgebaren versterken het gezag en verminderen het risico op escalatie. Gezag betekent de eigen houding los van de reactie van het kind zien: “Ik ben als een anker. Ik laat me door mijn kind niet ergens naar toe trekken waar ik niet wil zijn”. Als een ouder zegt: “Ik heb dit lievelingsgerecht voor je gemaakt omdat ik van je hou. Ik kan je niet dwingen om het op te eten,” dan blijft het gebaar overeind en heeft een afwijzende reactie van het kind geen vernederende uitwerking op de ouders.

Men kan niet verwachten dat een boos kind zijn argwanende houding snel opgeeft. Als moeder iets lekkers maakt om het weer goed te maken, zal het kind het waarschijnlijk negeren of weigeren. Maar als de moeder het van tevoren bedachte antwoord geeft dat ze hem niet kan dwingen om het op te eten, dan zet ze een belangrijke stap om de vijandigheid op te lossen. Misschien dat een stem in hem zegt dat hij zich hoog moet houden en niets moet nemen, maar er klinken ook andere stemmen doorheen.

Metaforen

Om het ‘nieuwe gezag’ je eigen te maken helpen de metafoor van het anker en het vangnet. De anker metafoor verduidelijkt de stabiliserende functie van de ouders en de band met een ondersteunende omgeving. Het anker kan natuurlijk alleen vastliggen als het zelf verankerd is.

Het vangnet laat de beschermende functie van de ouders zien. Ouders kunnen het kind het best beschermen als ze bereid zijn met elkaar en met anderen een net te vormen. Een net is flexibel en kan al naar gelang de druk zijn vorm aanpassen Het zijn metaforen die het contrast tussen kracht en macht laten zien – en hierin verschilt het nieuwe gezag het meest van het traditionele. Het streven naar macht leidt tot escalaties; het streven naar kracht helpt om betrouwbare hechting aan te gaan en te behouden.

Ouders die de verschillende voorstellen van nieuw gezag hebben uitgeprobeerd melden indrukwekkende ervaringen. Ze vertellen hoe ze in gewicht en kracht winst hebben geboekt.
Voor meer over nieuw gezag: zie hier en hier.

*Deze blog-post is een samenvatting van een artikel in het tijdschrift Gezinstherapie wereldwijd (Nummer 1 van 2010): Kracht in plaats van macht, p. 46-61

9 reacties

Opgeslagen onder Opvoedkunde