Tagarchief: veilige hechting

Een ode aan de psychotherapie van Griet Op de Beeck

De maakbaarheid van de mens

“Er is een heleboel in de wereld niet in orde maar uw leven is van u, u kunt het zelf bepalen,” roept de Vlaamse schrijfster Griet op de Beeck uit aan het eind van het TV programma Zomergasten van de VPRO. Ze heeft dit aan de hand van allerlei fragmenten uit films en documentaires geprobeerd duidelijk te maken. Namelijk dat het belangrijk is om niet stilletjes in een donker hoekje te gaan zitten afwachten en hopen dat het goed komt met je leven. Ze heeft betoogd dat het leven van de mens maakbaar is.

Maar het leek alsof het niet tot de interviewer Thomas Erdbrink wilde doordringen. Hij leek maar te blijven geloven dat Op de Beeck iets tegen hoop had. Daar had ze niets op tegen maar haar betoog was dat je ook actief aan de slag moet en dat hoop alleen niet genoeg is. Geduldig legt ze het aan het eind nog één keer uit: “Wat ik zeg is ongelooflijk hoopvol maar het is niet passief.” En ze weet ook dat er grenzen zijn aan wat je kunt bereiken met de activiteit die therapie heet: “Je blijft vechten tot aan het eind. Af komt het niet.”

Met haar betoog zit ze niet op dezelfde lijn als Hedy d’Ancona die een uitzending vòòr haar de Zomergast was. Voor d’Ancona is ‘het persoonlijke’ politiek en andersom. Als jij je niet met politiek bemoeit, bemoeit de politiek zich wel met jou. Op de Beeck maakt een ander punt. Veel mensen zijn passiever dan nodig in het maken van hun eigen leven. Haar betoog ligt meer op het gebied van ‘het persoonlijke’.

Griet bleef gedurende het hele interview stralen. Of Erdbrink haar nu wel of niet begreep of naar de bekende weg vroeg of een impertinente vraag stelde zoals de vraag naar haar huwelijkse staat. Misschien verdiende ze met dat stralen wel de handkus van Erdbrink die hij haar aan het eind van de avond gaf…

Het stralende van Op de Beeck komt wellicht door haar dankbaarheid en blijdschap over dat ze van haar oude angsten en anorexia verlost is maar ze laat met het stralen misschien ook een restje zien van de emotionele verwaarlozing uit haar kindertijd. Net zoals geadopteerde kinderen je altijd stralend kunnen blijven aankijken uit angst om ooit opnieuw verlaten te worden.

Ook bleef ze snel en veel praten. De ene volzin na de andere. Ze is een echte taalvirtuoos. Enkele van haar zinnen begon ik te noteren.

Gezien worden

Griet had zelf ouders die haar weliswaar niet verlieten maar ouders die geen oog voor haar hadden. Ze beschrijft haar jeugd als die van een ‘grondeloze eenzaamheid’. Hunkerde ze naar waardering? Nee, ze hunkerde naar gezien worden. En gezien worden betekent dat je ook voorbij jezelf kunt gaan kijken.

Hier legt ze de vinger op het ontstaan van het narcisme dat we allemaal in meer of mindere mate in ons dragen. Ouders die geen oog hebben voor hun kinderen geven het narcisme door; ofwel het ‘niet voorbij jezelf kunnen kijken’. Kinderen die later in therapie gaan kunnen volgens haar genezen. Welke diagnose ze dan ook kregen. Daar is zij zelf een voorbeeld van. Haar eigen ouders waren niet geschikt voor de rol van het ouderschap denkt ze. Daar kwam dan nog bij dat ze hun kinderen tegen elkaar uit speelden.

Niet alleen therapie maar ook de kunst hielp haar: “Kunst dwingt je om stil te vallen.” Als jongedame las ze alles van de grote Vlaamse schrijver Hugo Claus ook al kon ze het niet allemaal begrijpen, ze vond dat het heel erg aan haar besteed was.

Zij had zelf veel moed nodig om schrijfster te worden: “Je moet in evenwicht kunnen blijven als kunstenaar ook als je commentaar krijgt op wat je maakt.” Haar boeken zijn inmiddels bestsellers. 70% van haar lezers komen uit Nederland, 30% komt uit België en de reden daarvan is dat ze van directheid houdt en dat waarderen Nederlanders meer.

Uit een van de eerste fragmenten die we te zien krijgen in deze aflevering van Zomergasten blijkt volgens haar hoe sterk kinderen zijn. Te sterk, denkt ze. Kinderen zullen niet gauw zeggen: “Ik heb een slechte papa of mama”. Integendeel ze gaan proberen te compenseren voor wat er fout gaat in het gezin.

In het fragment zien we hoe wij met zijn allen dat ‘te sterk zijn’ van kinderen aanmoedigen. We zien een jongetje dat een vreselijk ongeluk heeft gehad terwijl hij aan het spelen was. Hij had er brandwonden over zijn hele lichaam aan over gehouden. Hij is aan het revalideren terwijl hij geïnterviewd wordt. Wij vinden dat jongetje allemaal geweldig omdat hij er spijt van heeft dat hij ondeugend is geweest. Hij wil het goed maken door later ambulancebroeder te worden. Dit vinden we mooi. We moedigen dit ‘te sterk zijn’ aan in kinderen. We vinden het mooi dat hij ‘sorry’ zegt terwijl hij in feite onschuldig is.

Op de Beeck vindt dat we kinderen een stem moeten geven: “Kinderen weten alles. Ze kunnen het alleen niet zeggen.” Daar moeten we hen bij helpen i.p.v. dat ‘sterk zijn’ aan te moedigen.

Een volgend fragment is uit een documentaire over zelfmoordenaars die van de Golden Gate Bridge afspringen. Een man die dit overleefde beschrijft hoe hij over de brug liep op zoek naar een goede plek om te springen zonder de brug eerst te raken. Hij begon te huilen. Een voorbijgangster vroeg hem of hij een foto van haar wilde maken. Dat deed hij. De voorbijgangster zag zijn tranen niet. Die was alleen met zichzelf bezig. Hij dacht: Dit is waarom ik spring. Ik loop huilend over een brug en niemand die het ziet.

Op de Beeck die zelf ook zelfmoord heeft willen plegen maakt een onderscheid tussen ‘dood willen’ en ‘willen dat het ophoudt’. Zij wilde dat haar angst ophield, haar angst dat het nooit in orde zou komen met haar leven en met het gevoel afgewezen te zijn. Zij stond zelf ook eens ooit op een brug en het waren voorbijrijdende en met hun licht seinende vrachtwagen chauffeurs die haar tegenhielden. Die gaven haar een gevoel van verbinding, het idee dat het iemand iets kon schelen.

Bevrijding

Griet heeft zichzelf uit allerlei soorten drek getrokken. Je hebt een fantastische ‘shrink’ nodig die je helpt om een goede ‘spot’ te zetten op de oorzaak. Maar dan lukt het. Iedereen moet in therapie. We zijn allemaal meesters in het wegkijken terwijl de beloning als je wèl kijkt zo immens groot is. Het is heftig om te doen maar we hebben maar één leven. Een goede vraag van Erdbrink: “Hoe voelt die bevrijding?” Griet: “Je voelt de bevrijding zelf niet maar je voelt de gevolgen van de bevrijding.” In haar geval was het gevolg dat ze haar eerste boek schreef dat haar alle mogelijke vormen van diep plezier gaf.

We zien vervolgens een fragment uit de documentaire: ‘Gardenia. Before the last curtain falls.’ Het gaat over het bevrijdingsproces van travestieten. Maar het gaat over meer dan dat. Op een toneel staan mannen in pakken die langzaam transformeren in vrouwen op de meeslepende muziek van Ravel’s Bolero. De opvoering op het toneel wordt afgewisseld met verhalen uit de levens van de mannen buiten het theater.

Griet ziet veel relaties die niet kloppen. Mensen kunnen wel zeggen dat ze best gelukkig zijn maar als er geen echte wederkerigheid en verbinding in de relatie is, klopt het niet. Haar eigen ouders waren geen feestje samen. Ze denkt dat haar vader al vroeg opgehouden was met leven. Hij kon nog wel charmeren maar hij had geen echte vrienden. Hij hield mensen op afstand. Hij zweeg behalve als hij dronken was. Ze is blijven zitten met veel vragen over haar vader. Griet heeft geprobeerd om haar ouders gelukkig te maken. Erdbrink vroeg of het haar lukte. Terecht merkt ze op dat dit een onmogelijke opdracht was.

Kinderen zullen blijven verlangen naar onvoorwaardelijke liefde. Alleen ouders kunnen dat aan hun kinderen geven en niet andersom. Dat werkt niet. Zij wil zelf absoluut geen relatie hebben zoals die van haar ouders met hun complete gebrek aan empathie voor elkaar. Daarbij helpt het bij het liefhebben van je partner als je jezelf kent, als je inzicht hebt in je eigen blinde vlekken.

Ze laat een fragment zien uit een documentaire waaruit blijkt hoe gemakkelijk het is om kinderen racisme aan te leren en een waaruit blijkt hoe psychologisch onveilig het is om gevluchte gezinnen met kinderen terug te sturen naar het land van herkomst. De veiligheid waarmee deze kinderen hier zijn opgegroeid wordt hen ontnomen wat een enorme ontreddering tot gevolg heeft. Voor de beschadiging van deze kinderen is dit beleid verantwoordelijk. Erdbrink vraagt: Waarom doen we dit? Griet: “We zijn alleen met onszelf bezig!”

Hard leven

Met de schrijver Jonathan Franzen vindt Griet dat je boeken moet schrijven terwijl het schaamrood je op de kaken staat. Erdbrink vraag waar zij zich voor schaamt. Griet is verbaast dat hij dit vraagt na alles wat ze tot nu toe uit de doeken deed maar ze legt het nog wat duidelijker uit: “Schaamte voor alles, voor het niet waard zijn, voor het niet verdienen van alles wat mooi en goed is.” Franzen betoogt dat Kafka over zijn strijd met zijn familie schreef ook al had hij het over insecten. Het blijft kunst ook al zitten er autobiografische elementen in. Een roman moet een persoonlijke strijd zijn, een schrijver moet een persoonlijk risico nemen. Volgens Griet moet er bij elk boek een nieuwe hindernis genomen worden. Bij haar eerste boek was dit de hindernis van het zichzelf te durven te laten zien: “Hé ik ben er ook nog!” Dat was het eerste risico dat ze nam. Als dramaturg was ze dienstbaar maar als schrijfster toont zij zich.

Hard leven betekent dat je strijd voert tegen de banaliteit. Het betekent dat je diep graaft, verder kijkt, veel voelt, intensiteit opzoekt, durft stil te staan en nog dieper durft te denken. Zelfs van grote trauma’s kun je herstellen. Ook al zal de verpletterende leegte je soms blijven overvallen. Die leegte moet je vullen: “Uw grootste noden zijn uw grootste troeven.”

Een plaats bij uitstek waar mensen niet gezien worden is wel de gevangenis. Als dramaturg heeft Op de Beeck toneel gemaakt met gedetineerden. “Wij gaan zo slecht met hen om terwijl van alle kanten is aangetoond dat opsluiten alleen maar schadelijk is. Er is veel te weinig aanbod van therapie in de gevangenis. Dit is een groot gebrek van onze beschaving. Gedetineerden die elke week een therapeut op bezoek krijgen gaan vooruit. Ook voor deze mensen geldt de maakbaarheid. Wij lijken meer op elkaar dan dat we van elkaar verschillen.”

Ze gelooft in de maakbaarheid van de mens maar de mens moet er wel iets voor doen. Dat moge duidelijk zijn. Hoe gevaarlijk een passieve vorm van hoop is wordt volgens haar mooi duidelijk in de rol van Sonja en het toneelstuk Oom Wanja van Tsjechov hoewel ook de andere personages zichzelf dwars zitten. Sonja is verliefd op de dokter in het stuk maar de dokter ziet haar niet staan. Als een ander personage haar aanbiedt om deze toestand te helpen doorbreken zegt Sonja: “Doe mij maar onzekerheid want dan is er tenminste nog hoop”. Het is een gevaarlijke zin omdat Sonja op deze manier blijft ronddraaien in dezelfde cirkel.

Anorexia gaat niet over eten

Volgens Op de Beeck heeft een eetstoornis vooral te maken met een destructief denksysteem. Het gaat over perfectionisme, over schaamte en jezelf willen straffen. Het perfectionisme waardoor je altijd faalt en blijft denken dat je niet mooi bent, niet goed, niets waard. Ze spreekt uit ervaring. Op een goed moment woog ze nog maar 35 kilo en voelde ze liggend in de zon ineens dat haar lijf op was en besloot ze om een etentje te geven. Ze kan nog steeds in gevecht zijn tegen het basismechanisme dat aan de stoornis ten grondslag ligt maar ze is vastbesloten om dat gevecht te winnen. Na een fragment uit de film: ‘Le tout nouveau testament’, legt ze uit dat zij haar trauma helemaal wil aankijken en dat ze de emotie die dat teweegbrengt wil laten bestaan. Het gaat er volgens haar om dat je het verval durft te zien, dat je het leed durft te laten bestaan.

Als dit geen ode is aan de psychotherapie dan weet ik het niet. Veel dank Griet voor je boeken en voor dit interview.

Advertenties

8 reacties

Opgeslagen onder Psychiatrie, Psychologie, proza en poëzie, Psychotherapie

De kracht van kwetsbaarheid

Mooie TED talk (20 minuten) van Brené Brown, onderzoekshoogleraar maatschappelijk werk.

Als maatschappelijk werker kwam ze vaak mensen tegen die zich niet verbinden met anderen uit schaamte. Toen is ze het woord schaamte gaan deconstrueren. Deconstrueren is het kritisch analytisch onderzoeken en aan het licht brengen van onbetwiste veronderstellingen en interne tegenstrijdigheden in filosofisch en literair taalgebruik. Ze ontdekte dat er ook mensen zijn die weinig schaamte kennen en dat deze mensen een sterk gevoel van eigenwaarde hebben en in het algemeen het gevoel hebben dat ze geliefd zijn en erbij mogen horen. Ze gebruikt het woord niet maar van uit de hechtingstheorie noemen we deze mensen: veilig gehecht.

Brown moedigt ons aan om onze schaamte en angst te overwinnen. Om de moed op te pakken om imperfect en kwetsbaar te durven zijn. Een veilig gehecht iemand schaamt zich niet voor zijn/haar kwetsbaarheid.

Haar presentatie doet denken aan die van Ingeborg Bosch die met haar Past Reality Therapy ook een beetje doet alsof zij het wiel uitgevonden heeft. Zie mijn bericht: Verschil tussen therapie en opvoeden. Toch kan ik ook Browns’ werk en boodschap waarderen. ‘What makes us vulnerable, makes us beautiful.’

Ze spreekt over haar gevecht tegen haar eigen kwetsbaarheid. Ze ontdekte dat we onze gevoelens van kwetsbaarheid verdoven. Waar Brown het woord verdoven gebruikt wordt normaliter in de psychologie het woord verdringen gebruikt.

Door teveel te eten, te drinken en door medicijnen te nemen, enz. verdoven we onze gevoelens van kwetsbaarheid. Maar daarmee verdoven we volgens Brown tegelijkertijd onze gevoelens van blijdschap, geluk, plezier, dankbaarheid en mogelijkheden om te groeien. Het verdoven van onze kwetsbaarheid doen we ook door van alles wat onzeker is een zekerheid te maken. Niet alleen in onze persoonlijke levens maar ook in de politiek is er geen debat meer: ‘I am right and you are wrong’. Er is geen conversatie meer, er zijn alleen nog maar verwijten. En we verdoven onze kwetsbaarheid door te doen alsof we perfect zijn. We perfectioneren onze kinderen terwijl we onze kinderen moeten leren dat ze niet perfect zijn maar dat ze het waard zijn om van te houden en er bij te horen. En we verdoven onze kwetsbaarheid door te doen alsof. Dit doen we in onze persoonlijke levens maar ook in het zakenleven. Of het nu gaat om een bank die ten onder dreigt te gaan aan onverstandige speculaties of om een olieramp, we doen alsof het geen enorme invloed heeft op andere mensen. Waarom niet authentiek en echt zijn en zeggen: ‘We are sorry, we will fix it’.

Kijk vooral.

Ze heeft een mooi weblog Brené Brown, researcher & storyteller. Daar is ook dit animatie filmpje te vinden (2 minuten):

Meer over hechting op dit weblog: Hoe gehecht bent u?Hechting, hormonen en stressMentaliseren en hechting, Mentaliseren, hechting en systeemtherapie, Hechting tussen client en therapeut, Veilig gehecht op het meditatiekussen.

 

1 reactie

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie

Het geheim van mijn vader

marlieskleiner-650x300

Het geheim van mijn vader is een observerende documentaire waarin Marco’s dochter, Marlies, het gesprek aan gaat met haar vader over zijn incestverleden. Ze reizen samen af naar zijn stacaravan in de bossen in Harfsen. Gedurende hun weekend weg, gaan zij het gesprek met elkaar aan over de grote verschillen die Marlies en haar vader hebben ervaren gedurende hun jeugd. Ondanks Marco’s tragische en onveilige jeugd, heeft hij Marlies veilig en liefdevol grootgebracht.

Terecht schrijft de redacteur van NPO Doc over de filmmakers:

“Knap hoe jullie zo’n moeilijk onderwerp hebben vastgelegd en mooi om te zien hoe vader en dochter dichter bij elkaar komen”.

Ik zag de film op NPO Doc maar hij is hier te zien. Duur: 15 minuten. Heel erg de moeite waard.

http://www.worldvisualsfilm.nl/het-geheim-van-mijn-vader/

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie - Rouwen, Psychotherapie - Trauma

Veilig gehecht op het meditatiekussen

“Ik voel me goed, precies zoals ik ben”, zegt DJ Ramon Roelofs aan het eind van zijn Ted Talk over zen meditatie. Voor hem was dit gevoel een bijzondere ervaring.

‘Zo zal een veilig gehecht kind zich altijd voelen’, dacht ik.

Een veilig gehecht kind denkt: ‘ik ben er om van te houden’…

Bekijk hoe Roelofs hier naar toe werkt. Hij kan het mooi vertellen.

Hij noemt het bijzondere gevoel: ‘the beginners-mind’… en hij weet dat je altijd naar dat gevoel terug kunt keren. Dit is ook mijn ervaring hoewel het mediteren blijvend oefening vereist. Hier een bericht over de meditatielessen die ik volgde.


Veilig gehecht

Het gevoel van veilige hechting ontstaat in een relatie waarin de ouder de emoties en het gedrag van het kind kan onderkennen als iets van dat kind, los van de eigen emotie. Zo kan de ouder troost bieden, zonder zelf te ontregelen of angstig of boos te worden.

Het kind leert op deze manier dat zijn emoties iets van hem zijn en leert om er woorden aan te geven. Hij leert om de realiteit binnenin hem te onderscheiden van de realiteit buiten hem en om zijn eigen emoties te onderscheiden van die van anderen.

Veilige hechting is gebaseerd op een innerlijk model van de ander als veilig en betrouwbaar en van zichzelf als competent en ‘om van te houden’.

Dat een onveilig gehecht kind niet altijd een onveilige volwassene hoeft te zijn laat Roelofs mooi zien in het filmpje. Ook als psychotherapeut werkt je hier naar toe met je cliënt. Naar een veilig gevoel dat nooit ver weg is.

Zie o.a.: Mentaliseren, hechting en systeemtherapieHechting tussen cliënt en therapeut en Wie ben ik nou echt?

Voor een overzicht van de verschillende stijlen van hechting zie het bericht: Hoe gehecht bent u?

1 reactie

Opgeslagen onder Psychologie en boeddhisme, Psychotherapie

Therapie is taal; het is samen een rijker verhaal maken

Samen een coherent en flexibel verhaal maken waarin meerdere en tegengestelde perspectieven mogen bestaan is een rijker verhaal en kan gezinsleden helpen bij het geven van betekenis aan pijnlijke ervaringen. Het kan helpen bij het reguleren van emoties, bij het vormen van relaties en bij het ervaren van regie over het eigen leven.

Dit is de narratieve systeemtherapie waarmee ik in aanraking kwam via mijn docent en supervisor Robert van Hennik.

Hieronder een samenvatting van een artikel uit Jaargang 23 nummer 2 van het tijdschrift Systeemtherapie van juni 2011 van Robert van Hennik: ‘Verder vertellen’. Hij komt daarin ondermeer met twee modellen die bij het ‘samen verhaal maken’ voor een therapeut behulpzaam kunnen zijn. 

Beeldtaal

Onder taal valt ook beeldtaal. We leven in een beeldcultuur. We kunnen gevangen worden in een beeld. Volgens de schrijver Gabriel Marquez is het zelfs bijna onmogelijk om niet te worden wie ànderen denken dat je bent, om niet te voldoen het beeld dat anderen van je hebben. Een interessante denkoefening wat betreft ‘het gevangen zitten in een beeld’, biedt het beantwoorden van de volgende vraag: “Zou je een herinnering aan jou in het geheugen van een ander willen verwijderen?” Uit: het Vergeetboek van Draaisma.

Wij vormen beelden en beelden vormen ons. Wij ontlenen onze identiteit aan beelden over ons die in onszelf of bij anderen bestaan. Die identiteit (zelfbeeld) bepaalt voor een groot deel onze kansen in relaties en de erkenning die we van anderen krijgen. Van Hennik wil het hebben over samen ‘beeldvormend’ een verhaal maken. De verteller en de luisteraar scheppen samen beelden die  ervaringen omvatten en tegelijkertijd beïnvloeden.

Vertellen in gezinstherapie

Een man kijkt zijn vrouw verbaasd aan. “Ik wist niet dat je daar nog steeds mee zat”… Wanneer het stilvalt wordt het spannend. Wij wachten op woorden … helpen gezinsleden om tot een verhaal te komen over ervaringen die nog niet in taal uitgedrukt zijn.

“Niet verder vertellen”, zegt een meisje van acht indringend tegen haar moeder in gezinstherapie. Moeder, dochter en therapeut kijken elkaar aan. De uitspraak van het meisje confronteert de therapeut met de vraag of verder vertellen goed is en wie daar op dit ogenblik over gaat. Therapie heeft onbedoeld iets dwingends. Je kunt bijna niet, niet vertellen. Het verhaal gaat…

Het is niet de vraag òf we verder vertellen maar hoe wij samen een verhaal maken dat gezinsleden willen delen en dat hen verder helpt. Hoe voer je een dialoog waarin pijnlijke verhalen gedeeld en gereguleerd worden? Hoe maak je samen een beeldvormend verhaal dat recht doet aan de waarden van de verschillende gezinsleden?

Eerst kijken we naar hoe verhalen in verschillende tradities van systeemtherapie worden gebruikt. Daarna komt aan de orde hoe een gedeeld verhaal een beschermende en helende werking kan hebben. Verder blijkt dat in het proces van samen verhaal maken, vooral het verhalend vermogen, de verteltrant en de vorm van het verhaal centraal staan.

Van Hennik ontwierp twee modellen die kunnen helpen om de aandacht van de therapeut te richten op de verteltrant en vorm van het verhaal.

Verschillende manieren van werken met gezinsverhalen binnen de systeemtherapie

– Minuchin (1983) spreekt van gezinsmythes. Volgens de mythes behoren gezinsleden zich op een bepaalde manier te gedragen binnen dit gezin. Zo’n gezinsmythe zou kunnen zijn ‘iedereen behoort zijn eigen problemen op te kunnen lossen’.

– Byng-Hall (1995) komt met de familiescripts die over generaties heen in verhalen en ervaringen worden doorgegeven. Het script is door de gezinsleden geïnternaliseerd en leidt tot verwachtingen en voorspellingen van elkaars gedrag. In de familieverhalen gaat het niet zozeer om de inhoud maar om de vorm en de verteltrant want die zeggen iets over de manier waarop de gezinsleden gehecht zijn.

Een verhaal waaruit veilige gezinsgehechtheid blijkt, is een overwegend coherent verhaal over gebeurtenissen waarin zowel zintuigelijke als betekenis-gevende responsen te herkennen zijn en waarin soms tegenstrijdige aspecten van een ervaring geïntegreerd zijn tot een geheel.

Bij een onveilige, vermijdende gehechtheid zijn de verhalen incoherent, rigide of onsamenhangend. Gebeurtenissen worden geïdealiseerd of gediskwalificeerd. Betekenis-gevende responsen overheersen. Persoon, gebeurtenis en emotie lijken van elkaar los te staan.

Bij een onveilige, ambivalent-gepreoccupeerde gehechtheid zijn de verhalen eveneens incoherent, rigide of onsamenhangend. Er zijn sterke gevoelens over onrecht, over hoe het eigenlijk zou moeten zijn. Zintuigelijke responsen overheersen. Persoon, gebeurtenis en emotie lijken samen te vallen.

– In meerdere tradities binnen de systeemtherapie bestaat er bijzondere aandacht voor het gebruik van de metafoor als verhaal. De metafoor past zo goed in het systeemdenken omdat het een niet-linaire (niet oorzaak-gevolg) beschrijving betreft, die op meerdere manieren te interpreteren is, waar geen waarheidsclaim op rust. Metaforen geven een compleet beeld waarin verschillende feiten en gebeurtenissen in samenhang tot elkaar gezien kunnen worden.

– De narratieve benadering (White 2007) gaat een stap verder en ziet het verhaal niet als een weergave van de werkelijkheid maar als een creatie van de werkelijkheid. Verhalen scheppen onze werkelijkheid. Wij leven onze verhalen.

De verhalen waarmee wij leven omvatten lang niet al onze levenservaringen. Aan de meeste van onze levenservaringen wordt niet actief betekenis gegeven en er zijn veel niet verhaalde ervaringen.

We identificeren ons met verhalen afhankelijk van de respons die er op volgt. Of een ervaring wel of niet verhaald wordt, wel of niet een respons krijgt hangt af van normerende, maatschappelijk en cultureel bepaalde opvattingen. In het therapeutisch ‘verhalen maken’ gaat het om bewuste beeldvorming binnen een sociale en culturele context. De narratieve therapie is met recht een systeemtherapie; niet alleen het systeem rond de client maar ook het bredere systeem van de maatschappij en haar geschiedenis worden meegenomen in de therapie.

Een narratief therapeut laat in het gesprek ruimte ontstaan voor nog niet vertelde verhalen die recht doen aan levenservaringen die gewaardeerd worden door het cliëntsysteem en die uitdrukking geven aan een identiteit die de voorkeur heeft van de cliënt en helpt om een erkennende sociale respons te organiseren bij degenen die het cliëntsysteem omringen. De therapeut laat ruimte ontstaan voor een voorkeursverhaal waardoor het probleem-verzadigde verhaal naar de achtergrond verdwijnt. Zie ook hier op iets andere wijze hetzelfde verwoord: Van ‘dunne’ verhalen naar ‘dikke’ verhalen.

Gezinsverhalen schrijven iets voor; er liggen verwachtingen in besloten ten aanzien van hoe je met elkaar omgaat, hoe je dingen beleeft en in hoeverre, waarvoor  en voor wie je beschikbaar bent. Gezinsverhalen ontstaan in een dialoog, hebben een inhoud, een vorm en een structuur. Dit alles is van invloed op de mate waarin er met een verhaal uitdrukking gegeven kan worden aan persoonlijke ervaringen.

Beschermende verhalen: narratieve ‘holding’

Het ‘samen verhaal maken’ kan ons helpen terwijl het tegelijkertijd pijn kan doen. Vandaar de aandacht voor narratieve ‘holding’. ‘Holding’ in de betekenis van invoelend opvangen. Een kind wordt invoelend opgevangen door zijn moeder met haar weergave van zijn ervaringen ook al waren die ervaringen gefragmenteerd.

De therapeut die narratieve ‘holding’ beoogt, let op het vertellend vermogen, de verteltrant en de vorm van het verhaal met als doel dat er in samenspraak nieuwe betekenissen worden ontwikkeld.

Een gedeeld, coherent en voldoende flexibel verhaal heeft een beschermende en helende uitwerking wanneer mensen zich geconfronteerd zien door ingrijpende ervaringen. Iemand die meervoudige versies van zichzelf in zichzelf verhaald heeft, beschikt over meer veerkracht in reactie op stress en trauma. Het toegankelijk maken, verrijken en delen van levensverhalen stelt mensen in staat om, ondanks de invloed van trauma’s, eigen regie te herkennen en daarmee te leven.

Voordat iemand kan beschikken over beschermende verhalen moet hij eerst vermogen hebben om over ervaringen te verhalen/vertellen. Om in therapie het verhalend vermogen te bevorderen kan het helpen om te weten hoe ervaringen in het geheugen worden opgeslagen.

Het geheugen

Ervaringen worden afhankelijk van de ontwikkelingsfase van een kind in verschillende geheugensystemen opgeslagen. Onderscheiden worden het impliciete en het expliciete geheugen.

In het impliciete geheugen worden repeterende stimuli  als zintuigelijke (geuren bijvoorbeeld) belevingen voor-bewust en pre-verbaal opgeslagen.

In het expliciete geheugen wordt informatie bewust en verbaal opgeslagen. Het expliciete geheugen wordt ingedeeld in 1. het verhalende geheugensysteem waarin betekenissen toegekend worden; 2. het episodisch geheugensysteem, waarin meerdere betekenissen met elkaar verbonden worden en er een verhaal ontstaat en; 3. het integratieve geheugensysteem waarin er op deze verhalen gereflecteerd kan worden.

Mensen die een ernstig trauma hebben meegemaakt slaan informatie daarover vaak gefragmenteerd op. Bij het vertellen hierover kunnen voor-bewuste zintuigelijke herbelevingen geactiveerd worden (uit het impliciet geheugen) of kunnen juist de betekenis gevende responsen (uit het expliciet geheugen) gaan domineren. Hierdoor ontstaat er geen geïntegreerd verhaal waarin de verteller ervaringen heeft geordend en waarmee hij zich identificeren kan.

Het is voor kinderen een opgave om impliciet opgeslagen informatie te verbinden met betekenissen die in interacties ontstaan en te leren schakelen tussen binnenwereld en buitenwereld. Getraumatiseerde kinderen kunnen dit vaak niet. Er is een tussenruimte denkbaar. Winnicot (1971) spreekt van een bemiddelende tussenruimte met elementen uit de binnen- en buitenwereld die een kind met fantasiespel betreedt. Zo worden groei en ontwikkeling mogelijk.

Een metafoor kan net zoals fantasiespel fungeren als een intermediair tussen de logische taal van het rationale denken en de analoge taal van de emoties en verbeelding. Smith (2005) laat kinderen met oorlogstrauma’s verhalen maken waarin werkelijkheid en fantasie opzettelijk door elkaar lopen. Ze lezen die verhalen voor aan hun ouders. Het actief helpen schakelen tussen fantasie en realiteit en tussen beleving en vertelling is hierbij essentieel.

In dialoog is men bezig om de taal van het innerlijk leven dat door trauma’s onvoldoende is ontwikkeld of gefragmenteerd is geraakt te herstellen.

Twee modellen die hierbij helpen: Het model voor het integrerend (tot een geheel samenvoegend) verhalen/vertellen en het model voor kalme chaos, verbinding en regie.

Model 1:  Integrerend verhalen

integrerend verhalen

Het model heeft de vorm van een trap. We kunnen bij het samen verhaal maken treden op de trap naar boven en beneden nemen. De treden lopen van beleven (onderaan de trap) tot aan begrijpen of reflecteren op afstand (bovenaan de trap). Tussen de onderste drie treden en de bovenste drie treden is er de trede van de fantasie en de metafoor: de trede die de schakel vormt tussen het uitdrukken van de beleving en het geven van betekenis aan de beleving.

Een verhaal waarin de betekenis-gevende responsen overheersen is te verrijken door te bewegen van begrijpen naar beleven, van boven naar beneden op de trap, via de tussenruimte van de fantasie en de metaforen en te vragen naar belevingen en gemoedstoestanden en naar zintuigelijke responsen.

Een samenhangend en flexibel verhaal met zowel zintuigelijke als betekenis-gevende responsen is te verrijken door een stapje naar boven te doen op de trap en uit te nodigen tot reflectie, waarmee bijstelling en meerdere perspectieven mogelijk worden.

 Model 2:  Kalme chaos, verbinding en regie

Van Hennik noemt dit model ‘kalme chaos’ omdat hij een beetje chaos ziet als een voorwaarde voor het kunnen reflecteren op een vertrouwd geworden, probleem verzadigd verhaal. De therapie vraagt aan de verteller om een beetje buiten de orde van het bestaande verhaal te treden. Wanneer mensen stress ervaren, vernauwt de blik, houden ze vast aan zekerheden en neemt het reflectieve vermogen af.

kalme chaos

Aan de uiteinden van de groene lijnen in het model bevinden zich de extreme eigenschappen die verhalen kunnen hebben. Op lijn A (betrokkenheid), van teveel betrokkenheid naar te weinig betrokkenheid in het verhaal. Op lijn B (ordening): van teveel ordening, een rigide verhaal dat domineert naar te weinig ordening, een onsamenhangend chaotisch verhaal. Op lijn C (emotie-regulatie) van teveel emotie naar geen emotie in het verhaal. Op lijn D (regie): van teveel regie, een vervreemdend, objectiverend verhaal waarin mensen of dingen geïsoleerd van de context beschreven worden naar te weinig regie, een verhaal waarin iemand zichzelf beschrijft als willoos overgeleverd aan de omstandigheden, als ‘dust in the wind’. Dit model helpt de therapeut om de verhalen te herkennen waarmee het gezin niet tot samenspraak komt.

Van Hennik spreekt liever niet van interventies maar van uitnodigingen om tot samenspraak te komen. Uitnodigingen kunnen worden afgeslagen en uitnodigen vraagt om afstemming. Hoe kunnen gezinsleden zeggen wat zij willen zeggen zonder het contact te verliezen met elkaar?

Uitnodigingen

Hieronder volgen enkele mogelijke therapeutische uitnodigingen. In het model ‘kalme chaos’: terug te vinden in de oranje gekleurde cirkeltjes.

1. Leden van het gezin uitnodigen om een persoonlijke respons te geven op elkaars verhalen. Uitnodigen om samen een creatieve opdracht te doen om tot samenspraak te komen.

2. Uitnodigen tot bijvoorbeeld ‘outsider witness’ reflecties, een typische narratieve techniek. Hiermee kunnen de grenzen tussen gezinsleden gemarkeerd worden. Bij een teveel aan betrokkenheid en een uniform verhaal kan dit leiden tot hervertellingen waarin er binnen de gezamenlijkheid ook verschillen kunnen bestaan.

In ‘outsider witness’ reflecties wordt een gezinslid door de therapeut geïnterviewd en de anderen wordt gevraagd te luisteren vanuit een getuigen-positie. Daarna wordt aan de getuigen gevraagd om niet oordelend te reageren en vragen te beantwoorden zoals: Welk woord trok jouw aandacht, komt er een metafoor in jou op, raakt het aan een eigen ervaring, hoor je iets nieuws, waartoe zet het je aan?

3. Uitnodigen om verbanden te ontdekken, vragen naar overeenstemming in de verschillende verhalen en helpen met thematiseren.

4. Uitnodigen om de aandacht te richten op andere dan probleem-verzadigde verhalen.

5. Uitnodigen om te kalmeren en te mentaliseren.

6. Uitnodigen om uitdrukking te geven aan gevoelens in geuren en kleuren of door ze uit te beelden.

7. Uitnodigen om de relatie met de context te herstellen door bijvoorbeeld circulaire vragen te stellen. Een circulaire vraag is bijvoorbeeld: Wat zou jouw grootvader zeggen als hij in jouw plaats zou staan? Of uitnodigen om te verhalen over de invloed van algemeen aanvaarde opvattingen: Wat heb je geleerd hierover te denken?

8. Uitnodigen om ik-boodschappen te geven en de aandacht te richten op het effect daarvan.

Tot slot enkele vormen van verhalen

Met de twee modellen in gedachten probeert van Hennik om een context te scheppen waarin het gezin een ander gesprek voert dan ze thuis gewend zijn opdat er in samenspraak betekenis ontwikkeld wordt, in het licht van de vele levenservaringen. Van elke sessie maakt hij een verslag in verhaalvorm dat hij de volgende keer voorleest aan de gezinsleden. Na verloop van tijd worden deze verhalen samengevat.

Van Hennik vindt het belangrijk dat verhalen vastgelegd worden. Woorden op papier of film verdwijnen niet en kunnen zo blijvend getuigen van gewenste ontwikkelingen.

Drie vormen van verhalen zijn: parallelverhalen, voorkeurverhalen en het samen tekenen van een levenslijn.

Parallelverhalen zijn vertellingen waarin een opeenvolging van gebeurtenissen overeenkomt met een werkelijke opeenvolging van gebeurtenissen maar uitgedrukt in een symbolische vorm. De samenhang tussen de ‘werkelijke’ en de gesymboliseerde wereld is voor meerdere interpretaties vatbaar. Binnen het parallelverhaal zoeken de gezinsleden naar voortgang en oplossingen. Het is een speelse manier van werken waarbij de intuïtie en het meegaan in het moment een rol spelen. De kunst van deze therapie is om te spelen zoals kinderen doen wanneer ze zich in een veilige omgeving bevinden.

Voorkeurverhalen  zijn verhalen waarin een gewenst beeld wordt gevormd. In een dergelijk nieuw en verrijkt verhaal ontstaat er een groter repertoire van betekenissen waarmee een diversiteit van ervaringen begrepen kan worden. Unieke uitkomsten, niet verhaalde ervaringen worden aan elkaar geregen tot een nieuw meerstemmig verhaal met nieuwe conclusies over identiteit en relaties.

Bij het tekenen van een levenslijn tekenen ouders en kinderen samen hun familiegeschiedenis. Op de bovenste lijn worden de feitelijke gebeurtenissen chronologisch opgeschreven. Daaronder heeft ieder gezinslid een eigen belevingslijn. Gezinsleden tekenen of schrijven iets waarmee zij uitdrukking geven aan hun gevoel. Zo ontstaat er een verhaal waarin de loop der gebeurtenissen overeenkomen en waarin er differentiatie mag bestaan in de beleving van die gebeurtenissen door verschillende gezinsleden.

Een eerdere blogpost over narratieve therapie hier

7 reacties

Opgeslagen onder Psychotherapie, Systeemtherapie

Hoe gehecht bent u?

Iedereen is op zijn eigen manier gehecht aan anderen. We kunnen meer of minder gehecht zijn aan anderen. We kunnen gezond en veilig gehecht zijn of ongezond en onveilig gehecht zijn. Ruwweg zijn er vier stijlen van gehecht zijn te onderscheiden: één gezonde stijl en (helaas) drie ongezonde stijlen.*

De stijl van gehecht zijn wordt al heel vroeg in ons leven ontwikkeld en vormt de basis voor de manier waarop we mentaliseren en de manier waarop we emoties toelaten of afweren. Gehechtheid, reguleren van emoties en vermogen tot mentaliseren gaan samen.

Mentaliseren is ons vermogen om onszelf en anderen te kunnen begrijpen door middel van innerlijke gedachten, gevoelens en verlangens, kortom begrijpen via de mentale ervaringswereld.

Emotie en gevoel

Ons vermogen om emoties te reguleren, in contact met anderen of wanneer we alleen zijn, is bepalend voor het gezond functioneren. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen emotie en gevoel. Emoties spelen zich af in het lijf. De lijfreacties vertellen ons of de buitenwereld veilig of onveilig is, of we weg willen rennen of toenadering willen zoeken. Het is ons basisgereedschap dat ons in staat stelt – en met ons vele diersoorten – om te overleven. Emoties zijn naar buiten gericht en waarneembaar voor anderen. Aan onze lichaamshoudingen gezichtsuitdrukking, toon en volume van onze stem, kunnen anderen merken of wij boos, bang, verdrietig of blij zijn.

Pas als iemand zich bewust wordt van zijn emotie spreken we van gevoel. Over een gevoel kun je vertellen en nadenken.

Als je aan een zichtbaar geëmotioneerd iemand vraagt: “Wat voel je?”, krijg je niet zelden te horen “Niets”. Als je dan aan hem of haar vraagt om het lijf langs te lopen, van het hoofd langzaam tot de voeten, dan wordt die iemand zich bewust van spanning, pijn en onrust, wordt hij zich bewust dat er zich binnenin van alles afspeelt. Dit bewustwordingsproces leidt tot gevoel: gevoel is het eindproduct van emotie.

Hechten moet

Bij de geboorte is een baby totaal afhankelijk van de ouders om in leven te blijven. Hechten moet, ongeacht of de ouders aardig zijn of niet, ongeacht de kwaliteit van hun zorg.

Baby’s kunnen prikkels registreren als fijn of niet fijn en kunnen met hun lijf signalen afgeven – huilen, schoppen, gillen, lachen – over hun innerlijke toestand. Hoe de ouders op deze signalen reageren is cruciaal. Kunnen zij de emotie van hun kind verdragen, zijn zij in staat hun kind te troosten en verzorgen, gerust te stellen, of worden ze zelf in hun eigen emoties te erg geraakt of ontregeld?

De gehechtheidstheorie beschrijft de emotionele interactie tussen ouder en kind en is in feite een theorie over emotie- en stress regulatie. De ervaringen van het kind worden opgeslagen in het onbewuste, lijfelijke, procedurele geheugen, dat toegankelijk is via lijfervaringen maar grotendeels buiten het bereik valt van het autobiografische, bewuste en op taal gebaseerde geheugen. Het kind leert zichzelf kennen als lief en geliefd of als lastig en tot last. De betekenis die een ouder aan het gedrag van de baby geeft, zal afhangen van zijn of haar vermogen tot empathie en het kanaliseren van de eigen emotionele reacties.

De vier stijlen van hechten kunnen hieronder dankzij de gehechtheidstheorie helder op een rij gezet worden. 

Veilige hechting: ‘ik ben er om van te houden’

Veilige gehechtheid ontstaat in een relatie waarin de ouder de emoties en het gedrag van zijn kind kan onderkennen als van iets van dat kind, los van de eigen emotie. Zo kan de ouder troost bieden, zonder zelf te ontregelen of angstig of boos te worden.

Het kind leert op deze manier dat zijn emoties iets van hem zijn en leert er woorden aan te geven. Hij leert om de realiteit binnenin hem te onderscheiden van de realiteit buiten hem en om zijn eigen emoties te onderscheiden van die van anderen.

Veilige hechting is gebaseerd op een innerlijk model van de ander als veilig en betrouwbaar en van zichzelf als competent en ‘om van te houden’.

Onveilige hechting

Onveilige hechting ontstaat als de ouder zelf minder goed in staat is om zijn eigen emoties te reguleren en zelf ontregeld raakt bij een confrontatie met de emoties van het kind. Er zijn drie soorten onveilige hechting.

1. Angstig-ambivalente of aanklampende gehechtheid

De ouder neemt de emotie van het kind over: kind angstig ⟶ ouder angstig ⟶ kind nog angstiger. Het gevoel escaleert wat een langere periode van ontregeling met zich meebrengt. Wiens emotie van wie is, is niet duidelijk.

Het kind blijft afhankelijk wat ten koste gaat van de exploratie van zijn omgeving en van zijn autonomie.  Er is sprake van onderregulatie: men reguleert niet zelf en klampt aan bij de ander.

2. Angstig-vermijdende of gereserveerde gehechtheid

De ouder is gewend om eigen emoties te negeren of af te doen als aanstellerij. Deze ouders zullen te weinig reageren op signalen van ontreddering van hun kind. Een kind dat niet huilt als het pijn heeft, wordt als makkelijk ervaren maar dit kind heeft al geleerd dat in nood niet op steun of troost gerekend kan worden.

Autonomie en zelfredzaamheid heeft al de overhand genomen ten koste van de hechting. Er is sprake van overregulatie: men reguleert teveel en neemt afstand van de ander.

3. Gedesorganiseerde gehechtheid

De ouders zijn een bron van angst; het zijn ouders die agressief, verwaarlozend en vooral onvoorspelbaar zijn. Het kind kan geen eenduidig innerlijk werkmodel ontwikkelen; ze blijven innerlijke representaties houden van hulpeloosheid aan de ene kant en vijandigheid  aan de andere kant. Het kind heeft geleerd dat anderen niet beschikbaar zijn en heeft ook niet geleerd om zijn eigen heftige emoties te reguleren.

Bowlby, Johnson en de partnerrelatie

John Bowlby

Volgens de grote grondlegger van de gehechtheidstheorie, de psychoanalyticus John Bowlby, houden alle betekenisvolle interacties met belangrijke anderen in de volwassen leeftijd verband met de basisaannames uit de kindertijd over de beschikbaarheid en veiligheid van anderen. Hoe onveiliger en problematischer de vroegere hechtingsrelatie geweest is, hoe minder stressbestendig en stabiel de relaties in het latere leven zullen zijn en hoe sneller de persoon in kwestie zich bedreigd en onveilig zal voelen.

Sue Johnson borduurt hier op voort en plaatst emoties en emotionele reacties in het kader van de gehechtheid en de angst voor verlies of het gevoel van verlies van contact met de ander. Vermeende afwijzing of verraad door de partner of een partner die niet beschikbaar is in momenten van nood roepen angst en protest op en brengen gedrag op gang dat bedoeld is om contact te herstellen. Oud hechtingsgedrag wordt geactiveerd. Vroeg geleerde reacties worden zichtbaar: vechten of vluchten, zich terugtrekken, verlammen, zich afsluiten. De ene partner hoopt dat de ander ‘het zal begrijpen’. Maar juist hier kan het fout gaan! De emoties van de partner zijn niet altijd begrijpelijk en kunnen voor de ander juist een signaal van onveiligheid vormen. De heftigheid van een emotie kan gevoeld worden als kritiek of afwijzing en niet als een verlangen naar begrip of opvang. Zo ontstaat een cirkel van angst voor contactbreuk en noodkreten over en weer die alleen maar tot emotionele escalatie leiden.

Sue Johnson

Veilige gehechtheid en de partnerrelatie

Veilig gehechte stellen delen meer emoties met elkaar en zijn accurater in het interpreteren van de non-verbale communicatie bij de partner. Delen met elkaar maakt het mogelijk om pijn te verdragen.

Het oplossen van een conflict heeft een positieve invloed op de beleving van de partner. Zo werkt het bij onveilig gehechte mensen niet; het negatieve oordeel over een partner blijkt niet te veranderen na het oplossen van een conflict.

Het is niet de contactbreuk op zich waar het om gaat maar het vermogen om het contact te herstellen en de ander te hervinden. Van Dantzig: De mens is niet gemaakt om alleen te lijden, evenmin is hij gemaakt om alleen lief te hebben’.

Angstige gehechtheid en de partnerrelatie

Mensen die angstig gehecht zijn hebben angst voor verlating en grote onzekerheid over de liefde van anderen. Deze angst maakt mensen aanklampend, voortdurend twijfelend aan de toewijding van de ander en geneigd om die te controleren.

Zij hebben moeite de partner (en vaak de kinderen) een eigen leven toe te staan en als gevolg van hun angsten kunnen zij bemoeizuchtig en achterdochtig worden.

Behoefte van de partner aan eigen ruimte betekent een afwijzing. Time-out opdrachten met als doel de-escalatie van heftige emotionele interacties kunnen bij deze mensen mislukken omdat zij de opgelegde emotionele afstand niet verdragen.

Deze mensen moeten leren om op eigen krachten te vertrouwen.

Vermijdende gehechtheid en de partnerrelatie

Vermijdend gehechte mensen hebben vooral geleerd om autonoom te zijn. Deze mensen zijn bang om emotioneel afhankelijk te zijn en bang voor nabijheid. Uit ervaring weten deze mensen dat je vooral op jezelf moet vertrouwen – niet alleen ‘zelf doen’ maar ook alléén.

Vermijdend gehechte mensen zullen niet gauw hun partner betrekken bij een probleem en zullen moeite hebben om een hulpvraag van de partner te verdragen. Ze zijn zich weinig bewust van hun eigen emotionele behoeften noch van die van anderen en hun behoefte om emoties met hun partner of een ander te delen is beperkt.

Kwetsbare gevoelens zullen deze mensen niet gauw laten zien omdat deze gevoelens voor deze mensen zelf ook moeilijk toegankelijk zijn. Deze mensen kunnen duidelijk geëmotioneerd zijn maar ontkennen dat zij iets voelen.

Hulp van anderen wordt niet als hulp ervaren maar als een correctie, een bewijs van onvermogen. In therapie heeft zo iemand niet direct een hulpvraag. Iets niet zelf kunnen, je van anderen afhankelijk maken, is angstaanjagend.

In therapie kan men beginnen woorden te vinden voor onderliggende pijn; de pijn van het kind dat zich noodgedwongen sterk heeft moeten maken.

Gedesorganiseerde gehechtheid en de partnerrelatie

Bij partners van wie één (of beiden) gedesorganiseerd gehecht is, is de boodschap: kom dichtbij want ik heb je nodig maar ga weg want ik stik. De ander die nodig is als toeverlaat is ook de bron van angst, twee onverenigbare emotionele reacties. Vaak hebben deze mensen dissociatieve neigingen, niet alleen als vlucht voor het contact met de omgeving maar ook als vlucht voor het eigen gevoelsleven.

De partners bevinden zich in een onoplosbaar dilemma waar niets goed voelt. Oude trauma’s kunnen gereactiveerd worden. Heftige en moeilijk te reguleren emoties kunnen blootgelegd worden wat geweld tot gevolg kan hebben: wanhoop en woede zijn een explosieve combinatie.

Personen waarbij een borderline persoonlijkheidsstoornis is gediagnosticeerd, bevinden zich veelal in deze categorie.

Conclusies voor de relatietherapeut zelf

Je hebt aandacht voor emoties, emotionele regulatie en de gehechtheidsrelaties die daar aan ten grondslag liggen.

Je kunt de emoties van de cliënt verdragen en er over kunnen nadenken zonder zelf angstig te worden.

Partners functioneren als emotionele regulatoren voor elkaar: een partner die de emotie van de andere partner kan aanhoren heeft een stabiliserende werking.

Beslissend voor de gevolgen van trauma is hoe er in het latere leven over gereflecteerd wordt.

Onveiligheid kan in veiligheid veranderen, niet zozeer doordat de feiten veranderen maar doordat de beleving ervan veranderd.

De gehechtheidstheorie is makkelijk uit te leggen en biedt houvast.

* Grotendeels is gebruik gemaakt van een artikel van Jeanette de Waal uit jaargang 18 nr.4 van het tijdschrift: Systeemtherapie.

7 reacties

Opgeslagen onder Psychotherapie, Systeemtherapie