Tagarchief: DSM-5

“Nieuw strijdpunt in de geneeskunde. Bestaan geestelijke ziektes?”

Onder deze kop verscheen in de Guardian van 12 mei 2013 een artikel naar aanleiding van het verschijnen van de DSM-5. Eerdere berichten hierover op dit blog hier en hier.

Volgens de Guardian ligt de psychiatrie er gehavend bij en heeft het dit aan zichzelf te danken en kan het nog vele jaren duren voordat de emotionele littekens geheeld zijn.
Ik ben benieuwd of er een brede maatschappelijke discussie zal ontstaan over wat geestelijk ziek en wat geestelijk gezond is en wat daaraan ten grondslag ligt en of er iets gaat veranderen in de GGZ. Een discussie en een verandering is volgens mij geen overbodige luxe.
Sad woman's face

Uit de Guardian vertaald:

Volgens de laatste DSM kunnen verlegenheid bij kinderen, depressie na verlies van een dierbare, driftbuien bij pubers, en verslaving aan het internet geclassificeerd worden als geestelijke stoornissen en met medicatie behandeld worden.

De Britse sectie van klinische psychologen (DCP, Division of Clinical Psychology, met meer dan 10.000 leden) roept op tot het loslaten van psychiatrische diagnoses terwijl de Amerikaanse vereniging van psychiaters (APA) in de DSM steeds meer diagnoses codificeert.
Puur menselijk gedrag wordt door psychiaters gelabeld als een stoornis betogen de critici. Psychiaters zeggen dat hun beroep wordt aangevallen.
De betrouwbaarheid van het belangrijkste handboek van de psychiatrie staat op losse schroeven. De DCP roept op tot het ontwikkelen van alternatieven voor de DSM diagnoses waarin de woorden ‘ziekte’ en ‘stoornis’ niet meer gebruikt worden.
De stelling van de DCP luidt: Psychiatrische diagnoses worden teveel voorgesteld als objectieve feiten maar zijn in werkelijkheid niet meer dan klinische oordelen gebaseerd op observaties en interpretaties van gedrag en dus onderhevig aan vooroordelen.
De DCP roept op tot een volkomen andere manier van denken over problemen in de geestelijke gezondheid, ver verwijderd van het idee dat deze problemen ziektes zijn die primair gestoeld zijn op biologische oorzaken. Deze oproep doet de psychiatrie schudden op zijn grondvesten.
Psychiaters brengen hier tegenin dat er genoeg bewijs is voor het grote aandeel van biologische en genetische factoren in de geestelijke gezondheid. Zij geven toe dat de DSM-diagnoses niet perfect zijn maar betogen dat het gereedschappen zijn bij het kijken naar gedrag op een zo objectief mogelijke manier, om patronen te ontdekken en verbindingen te leggen om de problemen beter te begrijpen en te behandelen.
Het is de vraag hoe de psychiatrie kan functioneren zonder diagnoses. Diagnoses kunnen mensen helpen. Er zijn behandelingen die erbij ontwikkeld zijn; mensen krijgen met een diagnose toegang tot steun en soms tot uitkeringen.

Het verschil met eerdere kritiek op de DSM diagnoses is dat er nu niet alleen geclaimd wordt dat ze onwetenschappelijk zijn maar daarbij dat ze onnodig en niet behulpzaam zijn. “Vreemd genoeg is een diagnose niet nodig om mensen te behandelen voor problemen met de geestelijke gezondheid”, zegt klinisch psycholoog Dr. Lucy Johnstone, een van de ondertekenaars van de DCP stelling. “We willen niet ontkennen dat deze mensen zeer bedroefd zijn en hulp nodig hebben maar er is geen bewijs dat de somberheid veroorzaakt wordt door een ziekte met biologische oorzaken. Integendeel; de somberheid is veel beter te begrijpen als een ingewikkelde mix van sociale en psychologische omstandigheden, verlies en rouw, armoede en discriminatie, trauma en misbruik.

De verandering in zienswijze die de DCP voorstelt houdt simpelweg in dat men in de geestelijke gezondheidszorg niet meer aan de cliënt vraagt: “Wat is er mis met jou?”, maar dat men gaat vragen: “Wat is jou overkomen?”.
Als we eenmaal weten wat iemand heeft meegemaakt kunnen we aantonen hoe levenservaringen en de betekenis die mensen daar aan geven, hen in de problemen brengen.
Sir Simon Wessely, professor en voorzitter van ‘Psychological Medicine College London (KCL)’ zegt dat hij in zijn vak altijd heeft benadrukt dat de persoon als geheel beschouwd moet worden, familie en gemeenschap inbegrepen en volgens hem is het vak psychiatrie niet overgenomen door biologen.
Professor Sue Bailey, voorzitter van het Britse ‘Royal College of Psychiatrists’ geeft toe dat veel kritiek op de DSM terecht is maar dat die kritiek afleidt van de echte uitdaging en die is om te voorzien in een geestelijke gezondheidszorg van hoge kwaliteit.
De kritiek op de nieuwe DSM zal volgens Bailey niet direct veel veranderen aan het diagnosticeren binnen de de Nationale GGZ  in de UK maar de kritiek zal volgens haar wel zorgen voor een brede discussie over hoe we tegen geestelijke gezondheid aankijken.
Wesseley erkent dat critici die ‘rare’ nieuwe classificaties in de DSM zullen aangrijpen om te beweren dat psychiaters normale menselijke reacties aan het medicaliseren zijn.
Advertenties

3 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychiatrie, Psychologie

DSM stoornissen bestaan niet in de echte wereld

In ‘De Verklaring van Bezorgdheid over de DSM-5’ staat: “Empirisch twijfelachtige diagnoses doen mensen kwaad”

Deze verklaring is opgesteld en ondertekend door een keur aan professoren en hoogleraren in de klinische psychologie, door psychiaters en psychotherapeuten uit de Verenigde Staten, Australië en Groot Brittannië. De DSM-5 is de vijfde editie van de ‘Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders’ van de ‘American Psychiatric Association’, een handboek voor psychiatrische diagnostiek en classificatie.

Het College voor Zorgverzekeringen in Nederland baseert zich bij de financiering van de geestelijke gezondheidszorg op deze handleiding.

Mijn vertaling van de verklaring staat hieronder en het origineel met de lijst van ondertekenaars is hier te vinden.

Ondergetekenden zijn bezorgd over de betrouwbaarheid, de validiteit en de veiligheid van de DSM-5 vanwege onderstaande redenen.

1. Omdat het veel diagnostische categorieën bevat waarvan de betrouwbaarheid twijfelachtig is en er misleidende veronderstellingen gemaakt kunnen worden t.a.v. de wetenschappelijke waarde er van.

Even een stukje geschiedenis over de DSM. Voorafgaand aan de publicatie van de DSM-3 in 1980, werden psychiatrische diagnoses vaak bekritiseerd vanwege hun geringe betrouwbaarheid. Clinici waren het te vaak oneens over diagnostische beslissingen, zelfs wanneer zij geconfronteerd werden met dezelfde informatie. De DSM-3 vormde een belangrijke stimulans voor de verbetering van de zogenaamde interbeoordelaars-betrouwbaarheid: ofwel de kans dat twee of meer professionals het eens zouden zijn over een bepaalde diagnose zou groter worden door de DSM-3.

Dit doel werd met groot succes bereikt en leidde tot de hoop dat de volgende stap; het bereiken van algehele betrouwbaarheid dichtbij was gekomen en dat, de door de DSM gedefinieerde psychische stoornissen, een empirische ondersteuning en legitimiteit in de ‘real world’ zouden krijgen.

Echter; de grote hoeveelheid onderzoeksgegevens die over de afgelopen 30 jaar verzameld zijn, leveren dit bewijs niet op. De vele gegevens waaruit geen bewijs kon worden afgeleid heeft bij sommige onderzoekers geleid tot een voorstel om de diagnostiek in de psychiatrie grondig te herzien.

Bij de aanvang van het ontwikkelen van de DSM 5 was het de bedoeling om die herziening uit te voeren. Zelfs de fundamentele definitie van ‘een psychische stoornis’ zou herzien worden. Er was hoop op een nieuwe zienswijze over de psychiatrische diagnoses. Er zouden in de DSM 5 veel minder stoornissen komen te staan dan volgens de algemeen gangbare opvattingen. Maar deze ambitie werd naar de achtergrond gedrongen en de DSM 5 wordt nu gepubliceerd als een duidelijke correctie op de DSM 3 en 4.

Huisartsen werden niet betrokken bij de totstandkoming van de DSM 5 ondanks het feit dat zij de meeste behandelingen in de geestelijke gezondheidszorg en de meeste recepten voor psychiatrische medicatie voor hun rekening nemen.

Klinisch onderzoek zou moeten streven naar psychometrische stabiliteit. Op de veronderstelling dat de diagnostische categorieën in de DSM-5 empirische entiteiten zijn, mag volgens de ondertekenaars niet worden voortgebouwd. Wanneer dit toch gebeurt, dan kunnen bepaalde bevindingen in epidemiologisch onderzoek worden buitengesloten.

Empirisch onderzoek en betrouwbaarheid zijn noodzakelijke voorwaarden voor wetenschappelijke geldigheid. Dus is het voorbarig en niet te verdedigen dat de DSM-5 voor herzieningen gaat zorgen in ziekenhuizen, klinieken en in de algemene praktijk van de geestelijke gezondheidszorg.

2. De DSM 5 heeft geen externe wetenschappelijke beoordeling gekregen.

De ondergetekenden erkennen en waarderen dat vele professionals hard hebben gewerkt om de DSM-5 te produceren en dit hebben gedaan in goed vertrouwen. Maar er zijn ook vele deskundigen die zich uitspreken over de gebreken. De meeste van deze gebreken zijn niet opgelost.

Op 9 januari 2012 heeft de Vereniging voor Humanistische Psychologie (onderdeel van de American Psychological Association) in een open brief opgeroepen tot een externe wetenschappelijke evaluatie van de DSM-5 voorstellen. Dit verzoek werd gedaan in het licht van het wijdverbreide voorbehoud over de wetenschappelijke status en de veiligheid van de DSM-5 plannen. In de open brief http://www.ipetitions.com/petition/dsm5/ werd deze bezorgdheid ondertekend door meer dan 14.000 mensen en meer dan 50 professionele organisaties, waaronder 16 afdelingen van de American Psychological Association.

3. Omdat de diagnostische drempels in de DSM-5 zijn verlaagd (mensen komen dus nu sneller in aanmerking voor de diagnose van een stoornis) en door de introductie van nieuwe diagnostische categorieën die onvoldoende empirische steun hebben, kan de veiligheid van patiënten in gevaar komen.

De verwachting is een toename van diagnoses over de gehele linie. Je kunt bijvoorbeeld gemakkelijker de diagnose angststoornis of ‘boulimnia nervosa’ krijgen. Nieuwe aandoeningen zijn o.a. de ‘premenstruele dysfore’ stoornis, de ‘disruptive mood dysregulation’ stoornis, de ‘somatic symptom’ stoornis en de milde neuro-cognitieve stoornis.

Deze nieuwe diagnoses zijn controversieel omdat ze onvoldoende empirisch onderbouwd zijn en omdat zij potentieel van toepassing zijn op de meest kwetsbare bevolkingsgroepen, kinderen, ouderen en personen met chronische medische aandoeningen.

Enkele gevreesde gevolgen:

De ‘somatic symptom’ stoornis (voorheen: somatoforme stoornis), bevat een nieuwe bepaling die het mogelijk maakt om deze diagnose te geven aan mensen met chronische medische aandoeningen die klagen over bovenmatige pijn. Door de nieuwe bepaling kunnen artsen nu voortijdig concluderen dat de klachten ‘tussen de oren zitten’.

De ‘disruptive mood dysregulation’ stoornis kan worden gediagnosticeerd bij kinderen en adolescenten met ernstige stemmingswisselingen (driftbuien). Deze buien kunnen echter ook gezien worden als normaal en behorend bij een ontwikkelingsfase en kunnen verdwijnen zonder behandeling. Met deze diagnose wilde men eigenlijk de omstreden ‘pediatric bipolaire’ stoornis, die vorige edities van de DSM niet haalde vanwege haar twijfelachtige geldigheid, buitensluiten.

De zogenaamde milde neuro-cognitieve stoornis lijkt een normale cognitieve achteruitgang te beschrijven die je bij ouderen kunt verwachten. Het over-diagnosticeren en psychiatrisch behandelen van ouderen – vooral in verpleeghuizen – is al een probleem in de VS en in vele andere landen.

De ‘premenstrual dysforic’ stoornis transformeert ernstige pre-menstruele stress tot een psychiatrische stoornis. In het verleden zijn soortgelijke voorstellen om pre-menstruele stress in de DSM op te nemen afgewezen vanwege de aanzienlijke controverse. Dit kreeg aandacht van organisaties voor de vrouwenrechten vanwege het definiëren van ervaringen van vrouwen als pathologisch.

De overgrote meerderheid van psychiatrische diagnoses worden gesteld in de beperkte tijd die huisartsen hebben. Zij kunnen geen uitgebreid onderzoek doen en hebben vaak weinig alternatieven dan het voorschrijven van psychofarmaca.

De ondertekenaars zien het als hun plicht om als zorg-verlenende professionals eerst en vooral mensen geen kwaad te doen! Dus zijn zij zeer bezorgd over de invoering van empirisch twijfelachtige, diagnostische concepten in de psychiatrische en in de algemene medische praktijk.

4. Omdat de DSM-5 het resultaat lijkt te zijn van een proces waarbij de belangen van instituties worden verheven boven die van het meer algemene publieke belang van het welzijn van mensen.

De DSM-5 ‘trials’ zouden in twee fasen uitgevoerd worden: de eerste fase om de betrouwbaarheid te meten en de tweede fase om de kwaliteit te controleren. De tweede fase werd afgelast omdat het te veel tijd kostte.

Extra zorgen over het totstandkomen van de DSM-5 zijn nog het inhuren van een marketingbureau om de publieke opinie te beïnvloeden via een PR-website (http://dsmfacts.org/) en het ontbreken van een gerechtelijke beoordeling.

Vanwege al het bovenstaande vrezen de ondertekenaars dat:

De DSM-5 kan leiden tot het onjuist labelen van mentale ziektes bij mensen die beter af zijn zonder psychiatrische diagnose.

De ondertekenaars twijfelen er niet aan dat veel onderwerpen in de DSM-5 klinische en maatschappelijke problemen beschrijven. Het is zorgwekkend dat veel mensen zodanig zijn getroffen door de economische crisis dat zij overwegen zelfmoord te plegen. Overmatig alcohol- en drugsgebruik zijn problemen en er is inderdaad vergrijzing en er zijn inderdaad onrustige kinderen waar we last van hebben.

Het is een teken van humanitaire vooruitgang wanneer we proberen om mensen in nood te helpen. Maar het is nutteloos om te suggereren dat een kind met een driftbui of een vrouw met menstruatiepijn geestelijk ziek is. Het is nutteloos om te suggereren dat iemand die op zoek is naar hulp vanwege meerdere klachten of dat iemand vanwege bezoek aan meerdere artsen, geestelijk ziek is.

Cliënten en het publiek worden negatief beïnvloed door de aanhoudende medicalisering van natuurlijke en normale reacties op wat zij meemaken. Die reacties van mensen kunnen verontrustend zijn en er moet bij geholpen worden maar die reacties zijn geen weerspiegelingen van geestelijke ziektes.

Beroepen in de geestelijke gezondheid zijn bij uitstek geschikt bij het helpen om een betere samenleving te creëren. Maar het toepassen van psychiatrische labels biedt geen oplossing.

De DSM-5 kan leiden tot onnodige en mogelijk schadelijke behandeling, in het bijzonder met psychiatrische medicatie.

Het is zeer waarschijnlijk dat iemand die een DSM-5 diagnose ontvangt wordt aangeraden om zich met medicijnen te laten behandelen. Dit terwijl er steeds meer empirisch bewijs is dat psychiatrische medicatie, hoewel nuttig bij juist gebruik, kan leiden tot iatrogene (= door medische handelingen veroorzaakte) gevolgen. Anti-psychotica die steeds meer worden gebruikt bij niet-psychotische symptomen zoals depressie en angst, kunnen leiden tot het ‘metaboolsyndroom’; een combinatie van vier aandoeningen: hoge bloeddruk, suikerziekte, verhoogd cholesterol en overgewicht). Anti-psychotica kunnen leiden tot Parkinson-achtige bewegingsstoornissen, tot vermindering van de intelligentie (neuro-cognitieve daling), tot psychotische symptomen, tot minder herseninhoud en tot kortere levensduur.

De DSM-5 kan leiden tot het verdwijnen van kostbare middelen uit de geestelijke gezondheidszorg bij degenen die het het hardst nodig hebben.

Een op de vier mensen hebben wel eens last van psychische problemen. Het leveren van een kwalitatief hoogwaardige en geschikte geestelijke gezondheidszorg is een belangrijke mondiale uitdaging.

Het gebruikmaken van twijfelachtige diagnoses verwart het complexe beeld hierop en kan leiden tot een ongepaste investering in de schaarse middelen. Omdat psychische problemen onevenredig veel meer voorkomen onder arme en sociaal buitengesloten mensen worden juist zij hierdoor het meest benadeeld.

Cartoon: Peter de Wit

 

5 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie

Farmagekte

Boekbespreking  van Ron Verhoef

Besproken boek: Allen Frances, ‘Terug naar normaal’. Inside informatie over de epidemie van psychische stroornissen, DSM-5, Big Pharma en de medicalisering van het dagelijks leven. (Amsterdam, 2013). Uitgeverij Nieuwezijds.

About the same issue in English see here. Inventor of ADHD says: “ADHD is a fictitious disease”

images

Allan Frances
Foto: http://www.lacanquotidien.fr

Er komen steeds meer leerlingen met de diagnose ADHD, ADD en PDD-NOS in de klas. Dat is wat veel leraren constateren. Om dat te verklaren worden er vaak twee hoofdoorzaken aangewezen: de afbraak van het speciaal onderwijs en de betere mogelijkheden tot diagnosticeren. Als we met het eerste beginnen dan moeten we concluderen dat er inderdaad kinderen van het speciaal onderwijs in het regulier onderwijs terechtkomen, maar dat dit de groei niet kan verklaren.

Dus blijft mogelijkheid twee over en die lijkt zo gek nog niet. Begin jaren negentig kwam er immers een nieuwe DSM op de markt. De DSM is het handboek dat psychiaters gebruiken om diagnoses te stellen. Deze DSM 4 voorzag in diagnoses die voorheen niet bestonden zoals ADHD, Asperger en PDD-NOS (dit is overigens een parapluterm waaronder alle niet nader gespecificeerde vormen van autisme vallen). Voordat deze vierde versie verscheen konden dergelijke aandoeningen dus niet herkend worden. In mei verschijnt de nieuwe DSM 5 die de aandoeningen verder oprekt. Er valt dus te verwachten dat de groep leerlingen met een aandoening zal toenemen. De verklaring lijkt logisch.

Onzin zegt nu de Amerikaanse psychiater Allen Frances, die zelf aan de basis van de DSM 4 stond. Achteraf heeft hij spijt dat de DSM 4 ooit verschenen is. Frances vindt dat dit handboek mensen allerlei aandoeningen aansmeert die ze helemaal niet hebben. ADHD? Vroeger noemde we dat gewoon een druk kind en drukke kinderen bestaan nu eenmaal. Daar groeide je overheen. En wat blijkt? Inderdaad mensen groeien over ADHD heen. Kan dat eigenlijk wel? Dat je over een aandoening die onderdrukt wordt met medicijnen heen groeit? Volgens Frances niet. Iemand die af en toe vergeet waarom hij van de woonkamer naar de keuken is gelopen, krijgt binnen de nieuwe DSM 5 een vorm van dementie aangemeten, maar wel een vorm die met medicijnen goed te behandelen is. Vroeger zeiden we gewoon dat je even werd afgeleid of je aandacht er even niet bij had en dan vergeet je weleens wat. Niets om je zorgen over te maken.

Waarom worden al die ziektes dan toch gediagnosticeerd? In zijn boek ‘Terug naar normaal’ geeft Allen Frances hiervan een onthutsend beeld. Het zijn niet de psychiaters die achter de nieuwe DSM zitten of zelfs achter de DSM 4 waaraan Frances zelf heeft meegeschreven. Nee, het is de farmaceutische industrie die gebaat is bij het oprekken van de diagnoses. Meer diagnoses betekenen immers ook dat er meer medicijnen worden voorgeschreven. Sterker nog soms heeft de industrie medicijnen ontdekt die wel enig werkzaam effect hebben (zoals bijvoorbeeld tegen vergeetachtigheid) maar waar geen aandoening bij past. Dan moet deze aandoening dus bedacht worden en de farmaceutische industrie betaalt grof geld om nieuw bedachte aandoeningen in de DSM te krijgen. Frances toont overtuigend aan dat dit allemaal nergens goed voor is. Miljoenen mensen, zowel jongeren als ouderen, slikken medicijnen voor een aandoening die niet bestaat en ze dus ook niet kunnen hebben. De industrie verdient er miljarden aan.

Maar je hebt toch pubers die druk zijn en die woede-uitbarstingen hebben? Dat erkent Frances ruiterlijk. Maar dat hoort gewoon bij de levensfase waarin de jongeren zich bevinden. Ze moeten rebelleren en kwaad worden om de vele twijfels en onzekerheden die een jongere nu eenmaal heeft. De oplossing ligt niet in medicijnen, maar in scholen van onderwijzend personeel en ouders om hiermee om te gaan. Met een beetje geduld en begrip kom je al heel ver, volgens Frances, en gelijk heeft hij.

Het voorschrijven van Ritalin heeft bovendien een zeer ongewenst bijeffect. Leerlingen met ADD en ADHD nemen de medicijnen zelf niet, maar verkopen ze aan klasgenoten tegen grof geld. Ritalin is nu eenmaal gewoon een drugs, vergelijkbaar met Cannabis of XTC. Op scholen is daardoor een levendige drugshandel ontstaan met drugs die legaal zijn voorgeschreven. Hebben die leerlingen met ADHD en ADD er dan geen last van dat ze die medicijnen niet nemen? Nee, ze zijn gewoon druk. En als je het ze vraagt? “Ik ben gestopt met de medicijnen meneer, want de dokter zegt dat het troep is”. Vaak weet je als docent wel beter maar zolang je mensen niet op heterdaad betrapt wordt het lastig. De leerling en de farmaceutische industrie verdienen zo bergen geld met andermans ellende zonder verantwoording af te leggen, want het is immers legaal.

Vergeetachtigheid? Dat hoort nu eenmaal bij het ouder worden. De hersenen slijten nu eenmaal en daar zullen we mee moeten leren leven. Medicijnen helpen daar geen biet tegen. Veel beter kunnen mensen tijdens hun leven de hersenen actief houden zodat de aftakeling enigszins vertraagd.

Weg dus met de medicijnen, weg met de DSM 4 en 5 en ‘Terug naar normaal’. Het boek geeft een goede inkijk in hoe het kapitalisme werkt in optima forma.

Voor meer op dit blog over dit onderwerp hier.

D03D27FB-8ADC-4093-8B61-B08FAB118582

 

1 reactie

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie

DSM-V, de laatste DSM in deze vorm

vlcsnap-2013-04-04-10h54m50s94-1

Aan deze TV uitzending van Labyrint over het verschijnen van de nieuwe DSM, Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders), ‘de bijbel van de psychiatrie’, die tevens de laatste zal zijn in deze vorm, hoef ik weinig toe te voegen.

Vanaf nu kunnen we het als algemeen bekend veronderstellen dat er in de GGZ weer persoonlijke diagnoses gemaakt gaan worden in plaats van ziekte labels uit te delen aan mensen met symptomen en hen te leren dat zij deze symptomen moeten onderdrukken, meestal met de ‘hulp’ van medicatie. Symptomen zijn een manier om een sociaal of maatschappelijk probleem op te lossen. Iedereen doet dat op zijn eigen unieke manier. Het valt allemaal uiteindelijk te begrijpen.

Kijk!

http://www.wetenschap24.nl/programmas/labyrint/labyrint-tv/2013/april/De-bijbel-van-de-psychiatrie.html

De mensen die aan het programma meewerkten

Allen Frances
Frances is emeritus hoogleraar aan de Duke University School of Medicine. Hij was voorzitter van de DSM-IV Task Force en momenteel vooral bekend van zijn kritiek op de DSM 5. Begin 2013 verschijnt zijn boek ‘Essentials of Psychiatric Diagnosis‘ waarin hij over-diagnose door clinici probeert tegen te gaan.

Jim van Os
Van Os is hoogleraar en voorzitter van de afdeling Psychiatrie en Psychologie van het Universiteit Maastricht Medisch Centrum. Het klinische onderzoeksteam waar hij leiding aan geeft behoort tot de grootsten van Europa. Hij is uitgenodigd deel te nemen in de commissie van DSM 5 en hoopte daar een nieuwe manier van diagnostiseren voor te stellen.

Wilma Boevink
Boevink is sociaal wetenschapper bij het Trimbos Instituut en ervaringsdeskundige op het gebied van psychiatrie. Ze heeft 25 jaar lang de stempel ‘schizofrenie’ opgelegd gekregen en schrijft momenteel haar proefschrift over psychiatrie.

2 reacties

Opgeslagen onder Psychologie