Tagarchief: empathie

We hebben genoeg. Wees dankbaar.

Vandaag als abonnee van ‘De Correspondent’ weer een prachtige nieuwsbrief ontvangen van Ernst-Jan Pfauth, die ik graag hier graag, bijna in zijn geheel, overneem.

In de prestatiemaatschappij draait het om wat er beter kan. Daarmee vertellen we onszelf eigenlijk: we hebben nog niet genoeg. Die ontevreden houding staat lijnrecht tegenover wat goed is voor ons geluksgevoel: dankbaar zijn.

Dankbaarheid is erkennen dat de goede dingen in het leven geschenken zijn. Er is een duidelijk verband tussen dankbaarheid en welzijn: we worden er tevredener en optimistischer van. Doordat we ons realiseren hoeveel we te danken hebben aan anderen, worden we ook vriendelijker en empathischer. Verder zijn dankbare mensen minder agressief: uit verschillende experimenten blijkt dat dankbare mensen minder geneigd zijn tot vergelding. Bijvoorbeeld wanneer een deelnemer aan een experiment iets onaardigs tegen ze heeft gezegd. Deze effecten zijn zowel zichtbaar bij mensen die uit zichzelf dankbaarder zijn als bij mensen die vlak voor het experiment een dankbaarheidsoefening moesten doen. Dat betekent dat minder dankbare personen kunnen oefenen in dankbaarder worden.

Die conclusie trekt de Amerikaanse onderzoeker Brené Brown ook. Zij interviewde duizenden mensen over empathie, onzekerheid en geluk en publiceert haar bevindingen in populaire boeken als: ‘De moed van imperfectie’. De gelukkige mensen die ze sprak, schreven hun geluk ‘zonder uitzondering’ toe aan ‘dat ze actief dankbaarheid beoefenden’.

Helaas komt dat besef voor veel mensen te laat. Brown vertelt over de interviews met mensen die iets verschrikkelijks hadden meegemaakt, zoals het verlies van een kind. Allemaal realiseerden ze zich dat de heel alledaagse momenten vóór de traumatische gebeurtenis de mooiste momenten in hun leven waren. Samen de hond uitlaten, het avondeten, dat soort dingen. Daarom heeft Brown het ook over ‘dankbaarheid beoefenen’. Als we niet bewust dankbaar zijn, vergeten we het, omdat we wennen aan wat we al hebben.

Het uiten helpt

Het uiten van je dankbaarheid geeft je meer vertrouwen in je vriendschappen. In een experiment kregen deelnemers verschillende opdrachten. Eén groep moest bedenken waarom ze een bepaalde vriend dankbaar was, een andere groep moest dat ook daadwerkelijk aan die vriend vertellen. Bij de groep die haar dankbaarheid moest betuigen, veranderde de kijk op hun vriendschappen. Na het experiment waren ze er meer van overtuigd dat de vriend hen zou steunen en helpen, zonder daar iets voor terug te verwachten. Bij de groep die de dankbaarheid niet hoefde uit te spreken, was dit effect niet zichtbaar. Dus vertel het vooral als een vriend, geliefde of familielid iets aardigs voor je doet. Hiermee bevestig je wat jullie voor elkaar betekenen en daarmee versterk je jullie relatie.

Een andere manier om dankbaarheid te beoefenen komt van de stoïcijnse filosofen uit de Griekse en Romeinse tijd. Hun filosofie draait om het loslaten van verlangen en daardoor gelukkig te zijn. Volgens de stoïcijnen is het verstandig om af en toe te denken aan onze sterfelijkheid en die van onze dierbaren. Door je voor te stellen dat jij of je dierbaren er niet meer zijn, realiseer je je hoe dankbaar je eigenlijk bent dat jullie leven. Neem de volgende situatie: je hebt net een kind gekregen en bent verbaasd over hoe vaak je baby huilt. Sterker nog, je wordt er gek van. De stoïcijnen wisten hier wel een remedie tegen. Stel je gewoon even voor dat het kind op je arm dood is. Juist, nu kun je er weer tegenaan, want je bent heel dankbaar dat het nog leeft.

Het opschrijven helpt

Wellicht vind je deze methode van ‘negatieve visualisatie’ een tikje te morbide. Gelukkig is er een positiever ritueel dat je kunt uitvoeren: opschrijven waar je dankbaar voor bent.

Uit de studies die naar dit ritueel gedaan zijn, blijkt dat vrijwel iedereen er baat bij heeft. Daarom schreef ik het Dankboek. Daarin kun je een halfjaar elke dag opschrijven waar je dankbaar voor bent én waarom je daar dankbaar voor bent. Waarom? Daarvoor kijken we naar het belangrijkste onderzoek dat er tot nu toe naar dankbaarheidsboeken is gedaan.

Psychologen Robert Emmons en Michael McCullough deelden aan drie willekeurige groepen een opdracht uit die ze tien weekenden achter elkaar moesten uitvoeren. Eén groep moest vijf dingen opschrijven waar ze die week dankbaar voor was. Een tweede groep vijf ongemakken die ze ervaren had. De derde groep moest vijf neutrale gebeurtenissen noteren.

Dit experiment herhaalden de onderzoekers twee keer met iets afwijkende voorwaarden. Bijvoorbeeld met een dagelijkse in plaats van een wekelijkse opdracht. In alle gevallen waren de mensen die een dankboek bijhielden optimistischer over de aankomende week, tevredener met hun leven als geheel en vriendelijker. Bovendien konden ze zich beter inleven in anderen, waardoor ze minder met zichzelf bezig waren en behulpzamer werden.

Wel lastig: als je wilt dat een dankbaarheidsboek effect heeft, moet je écht gemotiveerd zijn om je dankbaar te voelen. Dat klinkt als een open deur, maar het is precies waar het bij mij misging. Ik wilde me na verloop van tijd bij het invullen niet zozeer dankbaar voelen, ik wilde het gewoon zo snel mogelijk achter de rug hebben. Dat kwam doordat ik bij al die dankbaarheidsboeken minstens tien vragen moest beantwoorden. Soms zelfs meerdere keren per dag. En dan werkt het volgens Emmons – de man van het vergelijkende onderzoek uit 2001 – niet meer. ‘Diepgravendheid is belangrijker dan hoeveelheid,’ zegt hij. Als je elke dag tien dingen moet bedenken waar je dankbaar voor bent, neemt de motivatie af en is het moeilijk om de diepte in te gaan. Daarom adviseert Emmons maar één keer per week een bladzijde in te vullen. Dan is het effect op je geluksniveau het grootst. Bij drie keer per week neemt het al af, blijkt uit zijn data.

Veel van zijn collega’s zijn het niet met dat advies eens, omdat bij zo’n lage frequentie de kans groot is dat het invullen geen terugkerende gewoonte wordt. Dat merkte ik ook. Dus schrijf ik nu één keer per dag op waar ik dankbaar voor ben en waarom. En ik noteer dan niet zoals eerst tien dingen, maar slechts drie. Door deze frequentie merk ik dat het weer een bedachtzaam ritueel is geworden.

Je vraagt je misschien af: waarom moet je het allemaal opschrijven? Kun je niet alleen bedenken waar je dankbaar voor bent? Zeker als je het al tegen iemand gezegd hebt? Uiteraard, maar dan mis je het terugbladeren. Ik ben op weinig momenten dankbaarder dan wanneer ik een oud dankboek op een willekeurige bladzijde opensla en lees wat voor mooie momenten ik een paar maanden geleden had. Sommige was ik alweer vergeten en ervaar ik nu opnieuw.

Daarnaast dwingt het opschrijven je goed te verwoorden wat je voelt. Je moet je gedachten interpreteren en die vervolgens logisch opschrijven. Zo ben je veel actiever bezig met waar je dankbaar voor bent. Om diezelfde reden is het belangrijk dat je pen en papier gebruikt. Dat is beter dan bijvoorbeeld in je telefoon noteren waar je dankbaar voor bent. Want als je met de hand schrijft, worden je hersenen meer gestimuleerd. In plaats van het simpelweg aanraken van een toets, voel je het papier, houd je een pen vast, en moet je deze heel precies richting geven. Door die extra stimulansen ben je je bewuster van de tekst. Ook denk je beter na over hoe je iets gaat formuleren: ten eerste schrijf je selectiever omdat je niet onbeperkt de ruimte hebt. Ten tweede moet je de zinnen weloverwogen opschrijven, want er is geen backspace knop. En kijk je op een dag niet al genoeg naar een scherm? Zie het schrijven op papier als een rustmoment. Alleen jij en je gedachten, en geen appjes die om je aandacht vragen.

Zo oefen je in dankbaarheid, en word je een tevredener mens.

Het dankboek van Ernst-Jan Pfauth

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychotherapie

Een mij, mij, mij maatschappij

“We houden van onszelf en nu geven we het eindelijk toe: Het is een ‘me, me, me society’ waarin we leven”.

Gevonden in de Huffington Post (een verzameling Amerikaanse weblogs): een artikel over narcisme. En een interview met de schrijfster/moeder Tina Swithin van het boek: ‘Divorcing a narcissist’, en met klinisch psycholoog Dr. Craig Malkin. Hieronder een samenvatting van het artikel en het interview door Nancy Redd.

Voor Engelstalige lezers en luisteraars hier de link naar het hele artikel met het interview op Huff Post Live.

De formele diagnose narcistische persoonlijkheidsstoornis doet volgens Malkin nauwelijks recht aan de rijkdom en de complexiteit van het narcisme. In het oog vallende kenmerken zijn een totaal gebrek aan empathie, een grandioze uitstraling en een woede over imperfecties of menselijke fouten. Er zijn ook meer subtiele kenmerken van narcisme die je niet over het hoofd moet zien.

De vijf meer subtiele tekenen die duiden op narcisme

Geen enkele van deze tekenen op zichzelf bewijzen dat je met narcisme te maken hebt maar als je veel van deze tekenen ziet ben je gewaarschuwd. Het zijn vijf manieren om kwetsbaarheid te ontwijken en dat is de favoriete strategie van iemand met veel narcistische kenmerken.

1. Gevoelens van onzekerheid projecteren. Het is een projectie spel waarbij iemand dingen zegt of doet, meer of minder subtiel, waardoor de ander zich minder slim, minder voldaan, minder competent gaat voelen. Het is alsof iemand zegt: hier, ik wil niets met gevoelens van onzekerheid te maken hebben, neem jij ze maar. Denk aan de baas die jouw werkwijze bevraagt nadat er door zijn eigen besluiten iets mis is gegaan, denk aan een ‘date’ die niet begrijpt wat jij zegt ook al ben je volkomen duidelijk geweest of denk aan een vriend die jou altijd halve complimenten geeft (“vrij goed gedaan deze keer”). Zo iemand doet graag bij jou het licht uit om zelf beter voor de dag te komen.

2. Angst voor emoties. Iedereen heeft gevoelens en we ervaren allemaal allerlei gevoelens in het contact met anderen. Dit betekent dat je geraakt kunt worden. Iemand met veel narcistische trekken verafschuwt dit idee omdat hij volkomen autonoom wil blijven en op geen enkele manier beïnvloed of geraakt wil worden door iets of iemand anders. Zij zullen gauw van onderwerp veranderen. Ze zullen niet toegeven dat iets hen kwaad maakt. Lees meer hierover in het bericht: Angst voor intimiteit.

3. Een onsamenhangend gezinsverhaal. Narcisme wordt geboren uit verwaarlozing en misbruik, beiden beruchte oorzaken van een onveilige hechting (voor meer over hechting op dit weblog: hier en hier). Zo iemand is erg onzeker. Onveilig gehechte mensen kunnen niet samenhangend praten over hun gezin en kindertijd. De verhalen over hun kindertijd kloppen niet; de herinneringen zijn tegenstrijdig, verwarrend en zitten vol hiaten. Meestal lopen deze mensen rond met een perfect familieverhaal wat een mythe is. Als jouw ‘date’ de loftrompet over zijn familie afsteekt en de redenen voor zijn lofrede vaag zijn of discutabel, kijk dan uit.

4. Heldenverering. Mensen met veel narcistische trekken hebben de neiging om anderen te adoreren of op een voetstuk te plaatsen. De logica daarachter is: “als ik iemand die dichtbij mij staat als perfect beoordeel dan zal iets van die perfectie op mij afstralen, dan word ik met die perfectie geassocieerd. Zo iemand weet wel dat perfectie niet bestaat maar wanneer het idool uiteindelijk van zijn voetstuk valt – want dat gaat een keer gebeuren – dan kun je beter uitkijken, want de teleurstelling zal zeer zure reacties oproepen. Kijk uit voor welke druk dan ook om aan een beeld van perfectie te voldoen, ongeacht hoe heerlijk de vleierij ook mag aanvoelen.

5. Grote behoefte aan contrôle. Iemand met veel narcistische trekken kan er niet tegen om te zijn overgeleverd aan iemands genade omdat dit hem/haar er aan herinnert dat ze niet onkwetsbaar of geheel onafhankelijk zijn en dat ook zij wel eens iets aan iemand moeten vragen. En wat erger is; iemand zou hen een verzoek kunnen weigeren. In plaats van een behoefte of een voorkeur uit te spreken, manipuleren en orkestreren zij mensen en gebeurtenissen zodanig dat de uitkomst voor hen het meest gunstig is. Op zijn ergst manifesteert zich dit in grof en controlerend gedrag. Denk aan de man die thuis komt van zijn werk en zijn vrouw uitscheldt omdat het eten niet klaar is. Hij haalt juist op dit moment zo uit omdat hij afhankelijk is van zijn vrouw, iets wat hij liever vermijdt. Maar de contrôle is meestal veel subtieler. Wees op je hoede wanneer iemand je nerveus maakt over het aankaarten van bepaalde onderwerpen of wanneer je je voorkeur uit. Iemand met narcisme zal een manier vinden om een ander, tijdens het maken van keuzes een gevoel te geven van op verboden terrein te zijn. Ook zonder kwaad te hoeven te worden kan iemand door middel van een afkeurende huivering, een op het laatste moment veranderen van plan of het chronisch te laat komen wanneer jij iets geregeld hebt, in controle proberen te blijven. Er kan eerder sprake zijn van een subtiele slijtageslag dan van een ronduit aantasten van jouw wensen en keuzevrijheid.

Het interview met Swithin en Malkin

Volgens Malkin is het narcistische dilemma dat je van buiten luid, belangrijk en opschepperig doet en daaronder het gevoel hebt van niet echt een persoon te zijn; dat je je van binnen leeg, klein en defect voelt. Vrouwen met veel narcistische trekken focussen op de mode en machtige mannelijke vrienden en mannen met veel narcistische trekken focussen op opscheppen en op andere mannen met narcisme. Ze zijn uitermate charmant, slim en aantrekkelijk en ze zijn meesters in het presenteren van zichzelf en er goed in om het te doen met wat ze in huis hebben want daarin oefenen ze de hele dag.

Meestal zijn mensen met veel narcistische trekken als kind door hun ouders geprezen maar zijn de ouders verder koud en kunnen ze hun kind niet troosten.

Als je van het narcisme af zou willen komen kun je het beste gaan focussen op van binnen uit gevoelde en  duurzame waarden en op de gemeenschap om je heen. Er is ook een normaal en gezonde vorm van narcisme namelijk dat je gewoon trots bent op wat je doet.

vanstraaten

Voor meer over narcisme op dit blog: Narcisme: “Dat maak ik zelf wel uit” en Waarom we narcistischer zijn geworden.

Een helpende web-site voor slachtoffers van mensen met een ernstig vorm van narcisme, is die van Iris Koops: Het verdwenen zelf.

Hier een mooie uitleg over de twee kanten van narcisme: het grandioze narcisme en het kwetsbare narcisme.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie

Idealen voor de opvoeding anno 2017

Volgens Marilse Eerkens van De Correspondent voeden Nederlandse ouders van nu vooral op met het doel voor ogen dat hun kind als individu slaagt en een plezierig leven leidt. In dit doel ontbreekt elke vorm van idealisme. De link tussen opvoeding en maatschappij wordt niet gelegd. Lees vooral haar artikel: Tot wat voeden we eigenlijk op?

Hier samengevat enkele idealen voor de opvoeding:

  1. Weten wat het betekent om in een democratische samenleving te leven. Democratie is niet meer vanzelfsprekend door het toenemend accent op eigenbelang, calculerend burgerschap, oprukkend fundamentalisme en politieke desinteresse. Veel Nederlandse scholieren blijken het beginsel van gelijke rechten af te wijzen.
  2. Een goed ontwikkeld empathisch vermogen. Het empathisch vermogen is weliswaar aangeboren maar het moet wél gevoed en ontwikkeld worden. Het empathische gehalte van een maatschappij wordt in belangrijke mate bepaald door de opvoeders.
  3. Liefde voor de natuur en kennis van milieuproblemen. Vijftienjarige kinderen in Nederland weten het minst over milieuproblemen vergeleken met bijna alle andere industriële landen in de wereld.
  4. Het vermogen om kritisch te denken en op te komen voor wat je belangrijk vindt. Opvoeders en bestuurders handelen vaak vanuit de opvatting dat mensen alleen in beweging komen om een straf te ontlopen of een beloning te krijgen. Maar handelen vanuit dit principe ondermijnt de intrinsieke motivatie van mensen en daarmee het zélf nadenken. In een samenleving waarin duurzaamheid het vaak aflegt tegen kortetermijnwinsten en waarin het moeilijk navigeren is in een zee van informatie is het belangrijk is om je voor dit doel in te zetten.

Een mooie toevoeging  aan deze idealen is misschien:

Opvoeden om dankbaar te kunnen zijn en opvoeden tot fouten mogen maken.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Opvoedkunde, Persoonlijk en politiek

Wat we vertellen is wat we worden

NARRATIEVE THERAPIE VOOR DE WERELD

Soms krijg ik een mailtje van een van mijn favoriete correspondenten van De Correspondent om een nieuw artikel aan te kondigen. Een van die favorieten is Rutger Bregman. Deze keer begon het mailtje zo:

Dit stuk wilde ik al een hele tijd schrijven. Het gaat over de kracht van verhalen. ‘Wie de verhalen van een cultuur vertellen,’ zei de hoogleraar George Gerbner eens, ‘beheersen het menselijk gedrag. Ooit was dat de ouder, de school, de kerk, de gemeenschap. Nu is het een handvol bedrijven die niets te melden hebben, maar een heleboel te verkopen.’

George Gerbner is hoogleraar communicatie en de uitvinder van de cultivatie theorie. Deze theorie veronderstelt dat het beeld dat de mensen van de werkelijkheid hebben voor een groot deel gevormd (gecultiveerd) wordt door het televisiekijken.

Bregman in zijn mail:

Er zijn tientallen studies die uitwijzen dat met name televisie en het nieuws ons wantrouwiger en angstiger kunnen maken. Tv-verslaafden stemmen bijvoorbeeld vaker in met uitspraken als ‘De meeste mensen denken alleen aan zichzelf.’

Verhalen zijn nooit zomaar verhalen. Wat we vertellen is wat we worden. Het is tijd voor een nieuw verhaal en een heel ander mensbeeld, schrijft Bregman.

Welk verhaal vertel je het liefst: ‘De meeste mensen denken alleen aan zichzelf’ of: ‘Van jongs af aan zitten we vol met de drang om elkaar te helpen’?

Lees vooral het hele artikel van Rutger Bregman: Dit gebeurt als je gewone kinderen vrijlaat in de wildernis.

Het artikel beschrijft onder meer een groot Amerikaans sociaal-psychologisch experiment onder leiding van de Turkse psycholoog Muzafer Sherif in 1954. Het bleek dat het de onderzoekers veel moeite kostte om twee groepen jongens die op een onbewoond eiland verbleven, tegen elkaar op te zetten. Nadat het uiteindelijk gelukt was en de twee groepen elkaars vijanden waren geworden, werden ze weer vrienden toen ze met een reeks gezamenlijke uitdagingen werden geconfronteerd. Bregman:

Sindsdien is er veel meer onderzoek gepubliceerd over het gedrag van jonge kinderen. Uit deze literatuur blijkt dat we al vroeg gevoelig zijn voor wij-zij-denken, zeker als dat van bovenaf wordt gestimuleerd (zoals in de tweede week van Sherifs experiment).

Maar er is ook een bibliotheek vol bewijs dat we van jongs af aan vol zitten met de drang om elkaar te helpen (zoals in de eerste week) en dat gezamenlijke uitdagingen ons bij elkaar kunnen brengen (zoals in de derde week).

Dat wil zeggen: als het leven tegenzit, vallen we niet over elkaar heen. Bij rampspoed groeien we naar elkaar toe. Dan blijkt beschaving geen dun laagje, maar een dikke deken die ons allemaal warm houdt.

Bekijk ook dit leuke filmpje:

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek

De therapeutische alliantie

Verschillende analyses tonen aan dat de kwaliteit van de therapeutische alliantie, ofwel de kwaliteit van de relatie tussen de cliënt en de therapeut, een belangrijke factor is als het gaat om het voorspellen van het resultaat van verschillende soorten therapieën.

Of de therapeutische alliantie sterk is heeft te maken met de mate van overeenstemming tussen cliënt en therapeut over het proces, de structuur (taken) en de gewenste uitkomst (doelen) van de therapie en het empathische contact (de band) tussen de therapeut en de cliënt. Hoe meer overeenstemming over de taken, de doelen en de band, hoe sterker de alliantie en dus hoe beter het resultaat, welke therapeutisch model er ook gebruikt is.

Binnen de systeemtherapie is het tot stand brengen van een sterke alliantie iets ingewikkelder omdat er meerdere cliënten in de therapieruimte aanwezig zijn. Relaties tussen de therapeut en jou, tussen de therapeut en belangrijke anderen zoals een partner, een ander gezinslid, de relatie tussen de anderen en jouzelf met de therapeut en de relatie tussen de anderen en jouzelf zonder de therapeut. De therapeut wordt veronderstelt om deze verschillende interpersoonlijke relaties en subsystemen in elke casus te onderkennen, te volgen en het bereik van de alliantie te begrijpen.

Het belang van de therapeutische alliantie wordt in de opleidingen tot systeemtherapeut onderkend maar zij concentreren zich vooral op de verschillende therapeutische modellen.

Het artikel ‘Letten op gevaren voor de therapeutische alliantie’ uit ‘het vaktijdschrift Gezinstherapie Wereldwijd‘ , jaargang 28 (2017), nr.1., waar dit blog-bericht op gebaseerd is, doet een pleidooi voor meer nadruk op de therapeutische alliantie binnen de opleidingen. Het wil de bedreigingen waaraan de alliantie onderhevig is en die door therapeuten (in opleiding) worden ervaren onderzoeken, het artikel gaat iets verder in op het onderwerp dan gewoonlijk en geeft concrete suggesties waarmee opleiders en supervisors de gevaren binnen de alliantie kunnen aanpakken en de opleiding in de therapeutische alliantie kunnen bevorderen.

Een goed idee want de specifieke therapeutische modellen kunnen wisselen maar de therapeutische alliantie speelt altijd.

De bedreigingen voor de alliantie

1. Te weinig zelfvertrouwen

Persoonlijke kenmerken als warmte, flexibiliteit en nauwkeurig interpreteren dragen bij aan de band. Empathie is essentieel maar ook een humorvolle of luchtige opstelling. Humor kan spanning verminderen en het laten gaan van emoties bevorderen. Een stijve, kritische therapeut of een die ongepaste zelfonthullingen doet verzwakt de alliantie. Het gaat om de ‘way of being’. Wanneer ben je als therapeut volledig aanwezig en verbonden?

Jonge therapeuten die ter compensatie van hun subjectief ervaren onvolkomenheden – de opleiding heeft hen technisch en theoretisch voldoende onderlegd – , teveel moeite doen om professioneel over te komen of met meer ervaring dan ze eigenlijk hebben, kunnen het vermogen verliezen om aanwezig en ontspannen open te blijven staan voor de behoeften van het cliënt-systeem. Ze kunnen hun cliënten gaan zien als een casus uit een leerboek in plaats van echte mensen die misschien wel dezelfde angsten hebben als zijzelf. Ze hebben te weinig zelfvertrouwen.

De oplossing: Supervisors, opleiders, medestudenten en collega’s kunnen feedback geven op de ‘way of being’. De supervisanten kunnen daarbij zelf aangeven tijdens welke momenten in een sessie zij zich echt verbonden voelden en tijdens welke momenten ze teveel in hun hoofd zaten of te sterk gefocust waren op hun eigen angst en te weinig op de ervaring van de client. Er moet ook goed opgelet worden of iemands ‘way of being’ verandert in het geval dat men werkt met individuele cliënten of met gezinnen of partnerrelaties.

2. Te weinig aardigheid

De therapeut (in opleiding) heeft niet veel sympathie of band met afzonderlijke cliënten of cliënt-(sub)systemen. Sommige cliënten zijn aan het begin van de therapie sterker gemotiveerd voor verandering en van zichzelf aardiger dan anderen. Of het kan zijn dat de leden van het systeem individueel wel aardig zijn maar wanneer ze in therapie bij elkaar zitten kan het door verbittering en conflicten moeilijker zijn om een band te krijgen met het systeem als geheel.

De oplossing: Verduidelijk je rol als therapeut door iedereen er expliciet aan te herinneren dat je als therapeut een bondgenoot bent van het hele systeem en niet alleen van de afzonderlijke leden.

Soms kan de therapeut in de chaos van het systeem worden meegenomen en zich als rechter of jury gaan opstellen. Ook dan moet de therapeut duidelijk maken dat h/zij er niet is om partij te kiezen. De therapeut mag het wel voor een lid van het systeem opnemen wanneer een ander lid het duidelijk bij het verkeerde eind heeft of wanneer die over de schreef gaat.

Nog een oplossing: wees nieuwsgierig naar de leden van het systeem en vooral naar de leden die je niet direct ‘aardig’ vindt.

De volgende zaken kan de therapeut zichzelf afvragen: Wat spreekt je aan in de presentatie van je cliënt? Is dat een punt van jezelf of van de cliënt? Welke onderliggende vermogens of sterke punten laat de cliënt zien? Waarom blijft de cliënt vastzitten in een patroon of blijft h/zij gedrag herhalen waarvan h/zij weet dat het niet zijn eigen gezondheid of die van de relatie(s) bevordert?

Om de relationele kant van de alliantie te bevorderen moeten therapeuten leren om te delen in oprechte gevoelens van hoop en kracht binnen het systeem zonder de tekorten of beperkingen van cliënten te bagatelliseren. Deze vaardigheden moeten zowel in supervisie als in therapie geoefend worden.

3. Te weinig feedback

De therapeut (in opleiding) heeft geen goede manier gevonden om veranderingen in zijn relatie met het cliëntsysteem te meten of te volgen. De therapeut kan wel menen dat het goed zit maar het is zo dat de client het ‘het beste weet’ als het gaat om het oordeel over de alliantie. Als therapeuten bang zijn voor negatief commentaar of voornamelijk een empathisch luisterende houding aannemen dan ontwikkelen ze niet de benodigde vaardigheden om feedback te krijgen over de alliantie. Het serieus nemen van de feedback leidt tot betere resultaten.

Oplossing: Er bestaan kant en klare alliantie- en uitkomstmaten waarmee je therapeutische vorderingen kunt volgen. Dit zijn korte instrumenten die snel en gemakkelijk gescoord kunnen worden.

Andere oplossing: Houd een feedback-interview met het cliëntsysteem over de alliantie. Het gaat om een gesprek met het hele systeem over hun ervaring in de therapie waarna je soepel kunt overgaan naar de inhoud van de sessie. Het op gang brengen van een dergelijk gesprek is een cruciale maar vaak verwaarloosde vaardigheid. Vragen die je kunt stellen zijn: Wat is voor u tot nu toe het belangrijkste moment of belangrijkste onderdeel van deze therapie geweest? Welke punten in mijn therapeutische stijl of benadering werken goed voor u? Wat hebben we in deze therapie gedaan wat voor u minder goed werkt? Als u zich in deze therapie niet goed begrepen voelt of vindt dat ik partij kies voor een ander gezinslid, hoe zou u mij dat dan laten weten? Therapeuten (in opleiding) zouden na afname van het interview kritisch kunnen reflecteren op hun vermogen om feedback uit te lokken en hoe ze dit in hun groeiende klinische repertoire kunnen opnemen. Persoonlijk vraag ik elk gesprek wat de client(en) van het gesprek mee naar huis nemen en deze vraag zou ik makkelijk kunnen laten volgen door een vraag over de relatie. Je zou over jouw feedback-instrument kritisch kunnen reflecteren waarbij je de volgende vragen beantwoordt: Wat is er in de alliantie veranderd  tijdens de behandeling? In hoeverre hebben de reacties van cliënten je indruk van de alliantie bevestigd of ontkracht? In hoeverre was je een andere therapeut toen je de feedback-vragen stelde? Wat heeft je verrast?

4. Te weinig respect voor de therapeutische modellen

Een sterke alliantie is niet het enige dat je nodig hebt om een goede relatie- en gezinstherapeut te zijn. Een alliantie werkt via de verschillende therapeutische modellen en technieken. De modellen geven de therapeut (in opleiding) structuur, organisatie en samenhang in de relatie met de client.

Oplossing: Leer om waardering op te brengen voor zowel de verschillende modellen en technieken als voor een gemeenschappelijke factor zoals de therapeutische alliantie. Bespreek in de opleiding de therapeutische alliantie in termen van hoe die ligt ingebed in de verschillende modellen. Zowel klassieke als moderne therapeutische modellen spreken op verschillende manieren over het belang van de therapeutische alliantie. Ze hebben er hun eigen termen voor. Minuchin en structurele therapeuten spreken over ‘meedoen’, strategische therapeuten spreken over ‘het sociale podium’. Minuchin zou als structureel therapeut de techniek van mimesis (weerspiegelen van de stemming of het gedrag van het gezin) gebruiken om de relationele dimensie van de therapeutische alliantie op te bouwen.

Zorgen dat cliënten zich op hun gemak, begrepen en niet beoordeeld voelen is een essentieel proces bij het opbouwen van een therapeutische alliantie. Een emotie-gerichte therapeut zoals Susan Johnson zou dit bevorderen met de techniek van empathische reflectie en Murray Bowen, die zich net als Johnson op de gehechtheids-theorie baseert, zou dit bereiken door zichzelf te presenteren als een voorbeeld van een niet angstige aanwezigheid. Een symbolisch-experiëntiële therapeut zou Carl Whitakers concepten humor en authentiek zelf gebruiken om het cliëntsysteem op zijn gemak te stellen.

Cartoon van Peter de Wit

 

5. Te weinig ‘uithuilen en opnieuw beginnen’

De therapeut (in opleiding) is zich bewust van een probleem in de alliantie maar weet niet hoe hij het aan moet pakken.

Er kan sprake zijn van een verdeelde alliantie waarbij de therapeut met een deel van het systeem een sterke alliantie heeft en een zwakke alliantie met een ander deel van het systeem. Als een therapeut de impasse weet op te lossen kan de alliantie zelfs sterker worden dan daarvoor.

Relationele problemen met de therapeut moeten op een veilige manier onderzocht worden in het hier-en-nu van de therapie. Een breuk in de alliantie kan direct duidelijk worden tijdens een uitbarsting van frustratie of boosheid maar kan ook nauwelijks merkbaar zijn, onuitgesproken en niet onderkent in het hier-en-nu. Cliënten kunnen niet uitkomen voor hun negatieve gevoelens tegenover de therapeut of de therapie uit angst om de therapeut te beledigen of te bekritiseren.

Oplossing: Strategieën oefenen om de alliantie te herstellen in vier stappen. 1.Emotionele reacties van cliënten op de breuk met de therapie of therapeut bekrachtigen en stimuleren. 2.Waardering tonen voor de openheid van de cliënten en hun vermogen om de breuk te onderkennen. 3.De gevolgen van de breuk bij de rest van het systeem onderzoeken. 4. De eigen rol voor het ontstaan van de breuk onderkennen. Dit kan tot een sterkere alliantie en positieve uitkomst leiden. Dit kan tijdens een opleiding of supervisie geoefend worden in rollenspellen.

Oplossing voor een verdeelde alliantie: Vermijdt triangulatie met subsystemen. Breuken veroorzaakt door het zich genegeerd, beoordeeld of bedrogen voelen kunnen in elke therapeutische setting voorkomen maar systeemtherapeuten kunnen ook te maken krijgen met verdeelde allianties. Dit kan voortkomen uit een therapeutische relatie met partners, ouders, ouders en kinderen, kinderen onderling of verdere familie. Bijvoorbeeld wanneer een tiener niet langer aan de gezinstherapie wil meedoen omdat ze erachter is gekomen dat de therapeut aan haar moeder heeft verteld dat ze stiekem naar een feestje is geweest. De triangulatie betekent in dit voorbeeld dat de therapeut de bondgenoot van de moeder wordt tegen het kind.

Tijdens de opleiding moet een therapeut leren hoe je kunt ingaan op verschillende soorten onevenwichtigheden in de subsystemen van de alliantie en hoe je omgaat met de gevoelens van ontstemde partners of gezinsleden over een oneerlijke of onrechtvaardige behandeling. In het volgende voorbeeld is te zien hoe een therapeut een verdeelde alliantie actief probeert te herstellen door overeenstemming te bereiken over taken en doelen. Het gaat om een relatietherapie.

Therapeut: Op grond van wat u mij vandaag verteld hebt, wat ik zie in uw dossier en wat ik merk aan uw intonatie en lichaamstaal vraag ik me af of u ontevreden bent over onze relatietherapie op dit moment.

Man: Ja, eigenlijk…deze therapie is vreselijk eenzijdig. Het lijkt er op dat mijn vrouw altijd het gevoel heeft dat het mij niets kan schelen en dat ik de oorzaak ben van alle problemen in onze relatie. Ik voel me gefrustreerd omdat u altijd haar kant kiest. Ik hoef geen 100 dollar per uur te betalen om dingen te horen die ik thuis voor niks krijg!

Vrouw: Daar ben ik het niet mee eens! Jij sluit je af en neemt nooit verantwoordelijkheid voor je eigen aandeel in onze problemen. Iedereen is er niet de hele tijd op uit om jou te grazen te nemen. Doe alsjeblieft niet steeds of ik niet besta! Onze therapeut is hier alleen maar om ons vaardigheden te leren om beter te communiceren en eerlijk ruzie te maken.

Therapeut (rechtstreeks ingaand op het ongenoegen van de man): U bent duidelijk van streek op dit moment, maar ik ben blij dat u zich voldoende vrij voelt om dit tegenover uw vrouw en mij uit te spreken. Het is veel beter dat u al aan het begin van onze behandeling deze frustraties op tafel legt, voordat u de handdoek in de ring gooit.

Man: Hoewel ik heel veel geef om mijn huwelijk, hebt u gelijk, het scheelt niet veel of ik wil helemaal ophouden met deze therapie!

Therapeut (tegen de man): Ik heb het niet zo bewust bedoeld maar door vandaag te proberen het standpunt van uw vrouw te begrijpen en haar gevoelens te bekrachtigen heb ik u het gevoel gegeven dat uw bijdrage aan deze therapie onopgemerkt is gebleven. Hoewel u zich nu gefrustreerd voelt, wil ik nog eens zeggen dat ik geloof dat u in onze sessies heel hard gewerkt hebt en dat uw bijdrage van wezenlijk belang is voor de toekomst van deze therapie. Voor we verder gaan wil ik u verzekeren dat ik geen partij kies – ik sta aan de kant van u en uw vrouw samen als paar.

Man: Ik heb zelf ook het gevoel dat ik hard gewerkt heb. Het is niet mijn bedoeling om in de verdediging te gaan of me af te sluiten wanneer zij mij vragen stelt. Hoewel ik nu ons patroon begrijp, heb ik er nog steeds geen vertrouwen in dat ik de vaardigheden heb om die spiraal thuis te doorbreken als puntje bij paaltje komt (kijkt naar vrouw voor steun). Op dit moment heb ik heel hard je vertrouwen nodig dat ik dit wil laten slagen maar ik weet niet goed hoe ik je daarvan kan verzekeren.

Vrouw: Ik weet het. Ik wil niet altijd het gevoel hebben dat ik een zeurkous ben, maar dat is voor mij de enige manier die ik ken om je aandacht te krijgen. In onze eerste sessie heb ik geleerd wat mijn rol is in ons patroon en dat mijn strategie duidelijk niet werkt. Geloof me, ook al wil ik dat niet altijd toegeven, ik ben ook een deel van het probleem!

Therapeut: Voor mij klinkt dit alsof jullie het meer met elkaar eens zijn dan jullie eerst misschien dachten. Niet alleen begrijpen jullie wat je eigen bijdrage is aan het patroon waar jullie nu in zitten, maar jullie hebben ook hetzelfde doel voor onze behandeling: jullie willen met elkaar communiceren zonder je zo gefrustreerd te voelen. Jullie willen je allebei sterker met elkaar verbonden voelen en hoopvoller. Klopt dat?

Vrouw: Natuurlijk.

Man: Dat is het enige dat ik ooit heb gewild!

Therapeut: Het lijkt er ook op dat ik jullie niet duidelijk genoeg feedback heb gegeven over jullie vorderingen (als paar en ieder afzonderlijk) en niet duidelijk genoeg met jullie over het verdere verloop van onze therapie heb gesproken. Nu jullie verzekerd zijn van elkaars positieve bedoelingen in onze sessies, kunnen we de vaardigheden gaan leren om het patroon te doorbreken waar jullie in terecht komen en effectiever te communiceren. Daarvoor gaan we nieuwe technieken oefenen zowel in de sessies met mij als in de week tussen de sessies, als huiswerk. Is dat een plan dat voor jullie kan werken?

Man: Ja ik moet leren wat ik anders moet doen als ik me gefrustreerd voel en me wil afsluiten.

Vrouw: Ja, ik wil leren hoe ik hem echt naar mij kan laten luisteren zonder steeds te hoeven zeuren.

6. Te weinig welomschreven doelen en consensus daarover

De doelen moeten van de cliënt of het cliëntsysteem komen en door de therapeut worden verhelderd en verfijnd. Als therapeuten zich richten op wat zij zelf belangrijk vinden komt de alliantie misschien nooit duurzaam tot stand. Als er onduidelijkheid is over de doelen leidt dit tot verwarring en frustratie bij zowel de client als de therapeut.

Oplossing: Ontwikkel doelstellingen. De therapeut moet de client hierin voorgaan en helpen bij het concreet maken van abstractie doelen. Specificeer welk gedrag er zal optreden, hoe vaak dat zal gebeuren en onder welke condities. De ‘wondervraag’ kan helpen om cliënten te laten visualiseren en omschrijven hoe het eruit zal zien als hun problemen zijn opgelost: “Als je problemen als door een wonder verdwenen zouden zijn wat zou je dan doen?”

In systeemtherapie kunnen er individuele en gezinsdoelen zijn of partner-relatiedoelen. Als er binnen het systeem onenigheid is over de doelen moet de therapeut op een verzoenende manier de doelen herformuleren door een gemeenschappelijke betekenis te zoeken en een gevoel van hoop te geven.

Het stellen van doelen moet deel uitmaken van een voortgaande dialoog tussen de therapeut en het systeem, een dialoog die geregeld opnieuw wordt opgepakt en bijgesteld.Samen onderzoek je de belemmeringen voor het bereiken van de doelen.

Tijdens hun opleiding kunnen studenten leren om therapeutische doelen op te schrijven en in een context te plaatsen door de volgende vragen te beantwoorden: Door welke leden van het systeem is elk doel geformuleerd? Is het doel van een paar, van een gezin of van een persoon? Hoe en wanneer wordt het bereiken van het doel gemeten? Hoe heeft de therapeut het doel gewijzigd of geherformuleerd om van het hele systeem steun te krijgen? Welke factoren kunnen het systeem er van weerhouden om de doelen te bereiken? In hoeverre heeft iedereen in het systeem er, op een schaal van 1 tot 10, vertrouwen in dat zij het doel zullen bereiken?

7. Te weinig duidelijkheid over huiswerk en andere therapeutische taken

Cliënten moeten aangeven welke doelen ze willen bereiken maar vaak moet de therapeut daarbij passende taken bedenken. Geschikte taken zijn afgestemd op het cognitieve en ontwikkelingsniveau van de client maar ook op zijn/haar cultuur, waarden en voorkeuren. Als een paar in therapie komt met de verwachting dat ze vaardigheden zullen leren on ‘eerlijk’ ruzie te maken en de therapeut een benadering kiest die op reflectie en inzicht gericht is zal er waarschijnlijk weinig overeenstemming over de taken tot stand komen.

Oplossing: Leg expliciet verband tussen therapeutische taken (inclusief huiswerk) en de eerder geformuleerde doelen. Synergie (een proces waarbij het samengaan van delen meer oplevert dan de som der delen) tussen doelen en taken leiden tot sterke emotionele banden. Een therapeut mag er niet van uit gaan dat cliënten vanzelf wel begrijpen waarom ze een bepaalde vaardigheid moeten oefenen. De therapeut moet zijn gedachtengang doorzichtig maken zodat cliënten die kunnen overnemen.

8. Te weinig steun van belangrijke anderen

Belangrijke anderen, sleutelfiguren, buiten de therapiekamer kunnen een effect hebben op de uitkomst van de therapie. Ze kunnen een rol spelen bij het tot stand komen of oplossen van een probleem.

Relatie en gezinstherapeuten zijn er toe uitgerust om met verschillende mensen tegelijk te werken. Toch hebben zij voor ongeveer de helft van de tijd individuele cliënten in de kamer. Ook in die gevallen beziet de therapeut deze individuele cliënten door een relationele en contextuele bril.

Bij het opbouwen van de alliantie met een individuele cliënt moet de therapeut zich er van bewust zijn dat h/zij te maken hebben met een systeem dat groter is. Personen in het ‘indirecte systeem’ die de behandeling net begrijpen of er niet in geloven kunnen het slagen of de voortgang van de therapie belemmeren. De individuele client kan familie en vrienden nodig hebben om de taken, doelen en therapeutische band te steunen.

Oplossing: De therapeut moet de invloed van het indirecte systeem actief onderzoeken en in de gaten houden. Vragen die daarbij kunnen helpen: Wat voor invloed heeft uw relatie met belangrijke anderen op uw voortgang in de therapie? Vindt u dat ik als therapeut voldoende besef hoe belangrijk sommige van uw relaties voor u zijn? Wat zouden de mensen die belangrijk voor u zijn vinden van de manier waarop de therapie plaatsvindt? Hebt u het gevoel dat de mensen die belangrijk voor u zijn erop vertrouwen dat deze therapie goed is voor uw relatie met hen? Wat betekent het voor u wat belangrijke mensen in uw leven over uw therapie denken?

Als de therapeut de indruk krijgt dat iemand in het indirecte systeem bedreigend is voor de voortgang van de therapie kan h/zij samen met de client grenzen stellen aan die invloed ofwel die persoon benaderen waarbij h/zij deze persoon overbrengt naar het directe systeem om het conflict aan te pakken.


Deze training in de therapeutische alliantie werd ontwikkeld met studenten op master niveau maar er zijn zeker nog vele andere strategieën die nog niet gedocumenteerd zijn. De schrijvers van het artikel zijn: Eli A. Karam, Douglas H. Sprenkel en Sean Davis.


Lees ook mijn andere bericht over de relatie tussen client en therapeut: Hechting tussen de cliënt en de therapeut.

 

 

 

 

2 reacties

Opgeslagen onder Systeemtherapie

We zullen onze empathie moeten oefenen, overal

Hier samengevat de reactie van Jelmer Hommers van De Correspondent op de gevolgen van de winst van Trump voor de duurzaamheid en het klimaat.

Schone technologie wordt steeds goedkoper en landen als China en Duitsland hebben zo hun eigen redenen om ervoor te kiezen. Talloze burgers, steden, dorpen, coöperaties, bedrijven en actie-organisaties bouwen aan een duurzame wereld. Zij zullen de komende vier jaar extra hard werken, ze zullen nog beter worden in het vertellen van hun verhaal en uiteindelijk zal hun verhaal winnen, omdat het een beter verhaal is en het betere verhaal uiteindelijk altijd wint – al kan dat lang duren.

Klimaatverandering zal vermoedelijk voor grotere rampen zorgen dan de verkiezing van Trump als president. In die zin is zijn winst een oefening in weerbaarheid en doorzettingsvermogen. Trump en zijn aanhangers kunnen veel, maar ze kunnen niet alle goede plannen voor de toekomst verpesten, bij lange na niet.

Een interessante reactie uit China is te lezen in de Guardian: China critizizes Donald Trump’s plan to exit Paris climate deal:

In a rare comment on a foreign election, veteran climate chief says a wise political leader should make policy in line with global trends.

We moeten de komende jaren niet alleen een scherp oog ontwikkelen voor hoe het weer verandert en wat daarvan de gevolgen zijn, maar ook voor racisme, onderdrukking en uitsluiting in het dagelijkse leven. En voor de manieren waarop woorden kunnen splijten. We zullen onze empathie en onze stem moeten oefenen, overal. Naarmate klimaatontwrichting voor meer migratie en conflict zorgt, zullen wij nog sterker moeten pleiten voor open grenzen, voor open armen en gespreide bedden.

Zie ook mijn vorige bericht dat, net zoals dit bericht valt onder het kopje ‘Persoonlijk en Politiek’: Geen droevig verhaal maar een menselijk verhaal.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek

Niet ‘pleur op’ maar ‘fleur op’

Interessant psychologisch onderzoek van Bob Rosenthal in de jaren ’60 van de vorige eeuw toonde aan (eerst bij ratten en daarna bij mensen) dat een positieve bejegening en een positieve verwachting leidt tot positief gedrag. Rosenthal noemde zijn ontdekking het Pygmalion-effect, naar de mythologische kunstenaar die zoveel hield van een beeld dat hij van een vrouw had gemaakt, dat de goden besloten haar tot leven te brengen.

Helaas heeft zijn onderzoek niet het verschil gemaakt dat het had moeten doen. En er is nog meer slecht nieuws: negatieve bejegeningen en verwachtingen hebben ook gevolgen. Het kwaadaardige broertje van het Pygmalion-effect is het Golem-effect.

Over het Golem-effect:

Het is een van de mechanismes waardoor slechte leerlingen achterblijven, daklozen alle hoop opgeven en tieners radicaliseren. Het is ook een van de manieren waarop racisme zijn smerige werk doet: leerlingen en werknemers waarvan minder wordt verwacht, presteren minder goed, waardoor nog minder van ze wordt verwacht en ze nog slechter presteren. Er is zelfs bewijs dat het Golem-effect hele organisaties de afgrond in kan trekken, als de negatieve verwachtingen zich opstapelen.

Mensen van wie we minder verwachten, kijken we minder vaak aan. We nemen meer afstand. We lachen ze minder toe. Wat die mensen (en ratten) daarna laten zien is dan ook negatief.

Dit alles viel te lezen in een bijdrage van Rutger Bregman in de Correspondent: Waarom theedrinken met terroristen niet slap, maar juist moedig is.

Over spiegelneuronen schrijft Bregman:

Mensen zijn elkaar voortdurend aan het spiegelen. Aan alle kanten lekken we onze emoties en verwachtingen – met onze blik, houding en stemgeluid. Ik heb verwachtingen van jou die mijn gedrag naar jou toe bepalen en mijn gedrag naar jou bepaalt weer jouw verwachtingen van mij, die jouw gedrag naar mij toe bepalen. Het leven hangt aan elkaar van zulke cirkels.

We kunnen elkaars vriendelijkheid en empathie spiegelen en in een positieve cirkel terecht komen.

Maar naast positieve cirkels zijn er helaas ook cirkels de afgrond in. We kunnen evengoed elkaars walging en haat spiegelen. Zo gaan vriendschappen, families en huwelijken kapot. En het gebeurt op grotere schaal – denk alleen al aan de ‘oorlog tegen terrorisme’ of het conflict tussen Israël en Palestina.

Hoe verander je een slechte spiraal in een goede?

Als het tegenwoordig over iets als terrorisme gaat, dan zijn er steeds meer politici die het ‘nuchter’ en ‘dapper’ vinden om de vijand te spiegelen. Om de oorlog te verklaren. De noodtoestand af te roepen. Maar het punt is: vergelding is de makkelijke weg. Het is eenvoudig om je te laten meeslepen door je eerste instincten. Er is geen kunst aan om het goede aan te nemen in je vrienden en het slechte in je vijanden.

Het is pas echt dapper om het goede aan te nemen in mensen die jou haten. Het is pas echt moeilijk om de andere wang toe te keren.

Theedrinken met een terrorist

Nog altijd piekert Bob Rosenthal over de vraag hoe we de kracht van de positieve verwachtingen meer in ons voordeel kunnen gebruiken. Bregman vond een mooi en recent voorbeeld hiervan in de Deense stad Aarhus.

Deze stad besloot om jonge moslims die naar Syrië willen afreizen niet op te pakken en op te sluiten. Nee, ze krijgen een kopje thee. En een mentor.

Rechtse politici in Denemarken noemen het programma van Aarhus ‘naïef’ en ‘kortzichtig.’ Maar in werkelijkheid is het heel moeilijk. ‘Wat makkelijk is,’ schampert de hoofdcommissaris Allan Aarslev, ‘dat is het invoeren van strenge nieuwe wetten. Het is veel moeilijker een echt proces op gang te brengen: counseling, gezondheidszorg, onderwijs, werk, misschien onderdak. We doen dit niet vanuit een politieke overtuiging; we doen dit omdat we denken dat het werkt.’

En het werkt. Het aantal Syrië-strijders in Aarhus is drastisch afgenomen.

‘Aarhus is voor zover ik weet de eerste stad die extremisme bestrijdt op basis van degelijk sociaal psychologisch bewijs,’ zegt de psycholoog Arie Kruglanski van de Universiteit van Maryland. Jongens die worstelen met uitsluiting en eenzaamheid, die de radicale islam aan zich voelen trekken, krijgen wat ze het minste verwachten: een uitgestoken hand, een glimlach, een luisterend oor.

We leven in een tijd waarin de roep om minder begrip en inlevingsvermogen almaar luider klinkt. Collectieve problemen als depressie, verslaving en werkloosheid worden steeds vaker als je eigen probleem beschouwd. Ga op dieet, zeggen we dan. Sport wat vaker. Slik een pil.

Over de groeiende ongelijkheid, een voedingsindustrie die ons verslaafd en ziek maakt, alledaags racisme en een arbeidsmarkt die is veranderd in een rat race hebben we het amper.

We worden overspoeld met negatieve berichten over elkaar. Het journaal pompt ons iedere dag vol met corruptie en geweld. Een complot is het volgens Bregman niet, maar we worden volgens hem wel langzaam gebrainwasht om zoveel mogelijk mensen te wantrouwen. In Den Haag wordt de ene na de andere wet geschreven in de overtuiging dat de meeste mensen niet deugen.

Zo is een controlestaat ontstaan die het slechtste in mensen naar boven haalt. Bijstandsgerechtigden worden behandeld als fraudeurs. Werklozen als labbekakken. Jonge moslims als potentiële terroristen. Zij zijn als de ratten die zonder liefde en aandacht in een kooi worden gepropt (zoals in het experiment van Rosenthal GH), om vervolgens te verdwalen.

Vandaag is het een daad van verzet om het goede aan te nemen in de ander.

Makkelijk is het niet – je moet er al je moed voor bij elkaar schrapen. Maar is het geen geweldig idee dat iedere glimlach en alle oprechte interesse die je de wereld instuurt eindeloos door blijft kaatsen?

Niet ‘pleur op’ maar ‘fleur op’ 

Op dit ‘verhaal van de dag’ van Bregman in de Correspondent werd door veel abonnees gereageerd. Een van deze reacties was:

Het gaat om een Positieve grondhouding tegenover een Negatieve;
Inclusief tegenover Exclusief;
Meenemen tegenover Afwijzen;
Dialoog tegenover Discussie;
Hoop tegenover Angst;
Optimisme tegenover Chagrijn; enz.

Het gaat om ‘Fleur op’ tegenover ‘Pleur op’ (met dank aan de geniale vondst van een Ieder1-demonstrant)

images-1

 

2 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie