Tagarchief: gezag

Nieuwe grond onder autoriteit

De titel van het nieuwe boek van de Belgische psychotherapeut en hoogleraar Paul Verhaeghe is: Autoriteit. Ik las een interview met hem in de Correspondent.

Eerder kwam een andere van mijn favoriete psychologen, de Israeliër Haim Omer met het concept van het ‘nieuwe gezag‘, gebaseerd op geweldloosheid. De Rotterdamse burgemeester Aboutaleb had het onlangs in een aflevering van het TV programma Zomergasten over natuurlijke wereldleiders en het gebrek daar aan. En nu dit interview met Verhaege over autoriteit. Het onderwerp, gezag, autoriteit, leiderschap ligt op mijn pad en gaat me aan het hart.


We moeten beginnen met het maken van een onderscheid tussen macht en autoriteit zegt Verhaeghe. Traditionele autoriteit was gebaseerd op het patriarchaat. Omdat dit verdwenen is, is een hergronding van autoriteit nodig. De oplossing ligt niet in het afschaffen van autoriteit omdat zodoende onze maatschappij steeds meer ‘noodgedwongen’ onderworpen zal worden aan machtsstructuren. Er zijn steeds meer militairen op straat (bijvoorbeeld in Parijs), politie wordt steeds meer bewapend maar ook in de zorg en het onderwijs zien we dat macht de plaats inneemt van de traditionele autoriteiten die zo goed als verdwenen zijn. Willen we dit? Verhaeghe gaat op zoek naar een alternatief voor het traditionele gezag maar zeker ook voor de huidige machtsstructuren. Het alternatief is volgens hem een autoriteit die gebaseerd is op het collectief en niet op een leider of een of ander groot (religieus of ideologisch) verhaal. We moeten een nieuw ‘derde punt’ vinden waar we met zijn allen in geloven.

Waarom therapeuten zich met een onderwerp zoals dit bezig houden spreekt voor zich: therapie is om mensen te bevrijden en dus zeker ook van macht.


Het ‘derde punt’

De nieuwe vorm van autoriteit moet niet komen van een leider of ideologie maar van een collectief van mensen die zich groeperen rond een gemeenschappelijk en concreet doel. Doelen die dichtbij liggen en te realiseren zijn. Ze gaan over praktische zaken zoals hoe we ons vervoer regelen, hoe we onze kinderen verzorgen, hoe we samen energie kunnen opwekken, hoe we ons voedsel produceren, enz.

Bestaande autoriteiten en machtsstructuren zullen plaats moeten maken voor nieuwe; een revolutie is dus nodig. Verhaeghe hoopt op een geleidelijke overgang zonder geweld en hij ziet dat er hier en daar al een beweging is. Een bekend voorbeeld is het Braziliaanse bedrijf Semco.

Het is een corporatie met winstoogmerk en kan dus moeilijk communistisch genoemd worden. Tegelijk hebben de werknemers de hand in alle besluitvorming, inclusief winst- en verliesverdeling, over aanwervingen en ontslag, over de organisatie van hun eigen werk. Dit is een sterk economisch voorbeeld van een collectief.

Mannen en vrouwen naast elkaar

De traditionele organisatiestructuur was top-down en piramidaal, de nieuwe is bottom-up en horizontaal. Het is deze organisatiestructuur die bepalend werkt en niet of het collectief geleid wordt door een man of een vrouw. Ook met een vrouw zoals Lagarde aan de top van het IMF blijft de organisatie piramidaal gestuurd. Zolang de organisatiestructuur niet verandert, maakt een vrouw of een man niet veel verschil. Wanneer het nieuwe collectieve model doorgang vindt, moet je goed beseffen dat het groepen zijn die beslissen, met horizontaal leiderschap.

Krijtlijnen

Wel zijn er bepaalde krijtlijnen nodig waarbinnen het collectief functioneert. Het antiautoritaire idee dat zoiets als een spontane zelforganisatie mogelijk én goed is, is net zoiets als de illusie van de ‘onzichtbare hand’ van de zogenaamde vrije markt. Die fout zullen we nu niet meer maken en dat is een verschil met de jaren zeventig.

De econoom Elinor Ostrom won in 2009 de Nobelprijs voor economie. Haar onderzoek laat met concrete voorbeelden zien hoe regels en instituties van gemeenschappen ‘bottum-up’ kunnen ontstaan, buiten de markt en de overheid – waarmee een duurzaam en gedeeld gebruik van grondstoffen te organiseren is, dat ook economisch efficiënter is.

Macht en instabiliteit

Het algemene beeld is dat de jongere generatie de nieuwe manier van werken naar voren schuift, terwijl de oude generatie de macht wil behouden binnen het oude model. De splitsing horizontaal-verticaal staat los van de splitsing links-rechts. Het is juist dat rechtse populisten in West-Europa succes oogsten door terug te vallen op het patriarchale model. Toch zullen dergelijke projecten vroeg of laat mislukken. Zoals gezegd: de grond eronder is weggevallen – elke poging ertoe wordt al heel snel machtsuitoefening en is dus instabiel. Dat maakt hen natuurlijk niet minder gevaarlijk, integendeel.

Macht is in de plaats gekomen van autoriteit en roept steeds meer verzet op. Het herstel van de democratie hangt direct samen met het installeren van een nieuwe autoriteit op basis van horizontale vormen.

Deliberatieve democratie

Deliberatie betekent ‘het uitwisselen van meningen’. Wanneer een democratie gebruik maakt van deliberatieve besluitvorming, houdt dat in dat elk besluit wordt genomen op basis van de uitkomst van een discussie onder burgers. Binnen een deliberatieve democratie wordt niet door het hele volk gestemd. Er wordt een representatieve groep uit de gemeenschap geselecteerd op basis van gender, opleidingsniveau, etnische achtergrond en leeftijd, waaraan één bepaald probleem voorgelegd wordt, bijvoorbeeld energievoorziening. Deze groep krijgt gedurende een aantal dagen objectieve informatie vanuit verschillende invalshoeken, heeft ruimschoots de kans tot discussie en overleg onder begeleiding van professionele moderatoren en kan dan overgaan tot stemming.

Een experiment hiermee vond plaats in Texas en ging over energievoorziening en had als resultaat dat Texas vandaag veel meer uit hernieuwbare energie put dan uit olie! Deze vorm van democratie heeft dus grote gevolgen.

Het moeilijkste punt is de organisatie van ruime en objectieve informatie over het onderwerp en dat deze aan de representatieve groep uit de gemeenschap onderwezen wordt, waarbij er ruimte is voor overleg en onderlinge discussie. Dat gaat niet in een uurtje of twee. Het minimum is een weekend. Bovendien is er heel wat voorbereiding nodig. Die gebeurt niet door de burgers zelf, maar vooraf, door alle groepen die bij de besluitvorming zijn betrokken. Zo wordt voorkomen dat lobbygroepen de informatievoorziening kapen.

Democratie is natuurlijk nooit af, het blijft een project. Maar wat we nu meemaken is de uitholling van de centralistische democratie. Het algemeen kiesrecht is in de vorige eeuw geïntroduceerd en heeft vooral in de tweede helft goed gewerkt; inmiddels heeft dit kader geleid tot een verkozen aristocratie. Er wordt ook wel gesproken van een particratie, waarbij de partijbureaus bepalen wat er moet gebeuren: de parlementen staan feitelijk buitenspel.

Maar tegelijkertijd wordt democratie op een decentraal niveau opnieuw uitgevonden. Steden werken horizontaler, kunnen burgers meer betrekken. Ze hebben bijvoorbeeld vaak een veel ambitieuzer klimaatbeleid dan bovenliggende politieke niveaus. Burgers nemen zelf initiatief en stappen naar de overheid met eigen, goed onderbouwde voorstellen in het belang van de gemeenschap. Die dingen stemmen mij hoopvol.

Advertenties

2 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychotherapie

“Vader is een soort aanhangsel geworden”

Aan het woord is emeritus hoogleraar pedagogiek Louis Tavecchio in een televisie-uitzending van de NTR in de serie: ‘De kunst van het opvoeden’, gepresenteerd door Edwin Rutten. Deze aflevering heet: Wat betekent een vader voor zijn zoon? Naast Tavecchio wordt ook hoogleraar pedagogiek Jeroen Dekker geïnterviewd.

In deze serie uitzendingen belicht Edwin Rutten elke keer een opvoedkundig thema aan de hand van een schilderij.

Edwin Rutten in het televisieprogramma 'de kunst van het opvoeden'

Edwin Rutten in het televisieprogramma ‘de kunst van het opvoeden’

Hieronder een link naar de aflevering: Wat betekent een vader voor zijn zoon.

http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1350622

Volgens Tavecchio hebben vaders hoog gespannen verwachtingen van hun zoons en zullen zij, meer dan in hun dochters, in hun zoons teleurgesteld worden.

Over vertwijfelde vaders die niet trots op hun zoons kunnen zijn is een hier een leuk artikel van Roos Menkhorst uit de Groene.

De zoons willen niet in de mal van hun vader passen, zegt Tavecchio. Dat voelt als een keurslijf. De zoon wil het zelf uitzoeken. Meestal komt het met de vader-zoon band later, na de puberteit, weer goed. Hoe dat gaat zien we ook in het leven van de jonge vader Erwin uit deze aflevering van ‘De kunst van het opvoeden’. De vader van Erwin herinnert het zich nog als de dag van gisteren dat zijn zoon op een gegeven moment tegen zijn moeder zei; “Dat zoek ik met papa uit daar hoef jij je niet mee te bemoeien”. Het verdriet over de verwijdering en de vreugde over de toenadering tussen deze vader en zoon is invoelbaar.

De andere zoon in het programma groeide op zonder vader en zoekt hem later in zijn leven op, mede omdat hij zelf op het punt staat om een kind te krijgen. Hij vraagt aan zijn vader: “Waarom hebben wij elkaar niet leren kennen?” Het kost extra veel moeite om de band weer goed te maken ook al willen zij dit beiden. Deze jonge aanstaande vader neemt zich voor om àlles met zijn kinderen samen mee te gaan maken en hij zal ondanks alles wat hij gemist heeft zijn eigen vader aan zijn kinderen voorstellen: “Dit is Opa Stanley”.

Stoeien

Zowel Dekker als Tavecchio vinden het stoeien van vaders met kinderen een belangrijke bezigheid. Vaders doen dit van nature en al vanaf zeer jonge leeftijd. Ze gooien hun kind van nauwelijks één jaar een klein stukje in de lucht waarbij het kind het uitkraait van plezier om even later terug in de veilige armen van zijn of haar vader te belanden. Het  stoeien met vader schept een unieke band die heel anders is dan die tussen moeder en kind. Dekker: Stoeien met vader is van alle tijden. Vader doet mee met de kinderen. Dit zie je mooi geïllustreerd in de tekeningen van Jacob de Vos. Nu tentoongesteld in Dordrecht.

Jacob de Vos

Jacob de Vos (1774-1844)

Moeder een superkoningin

Volgens Dekker gaan vaders in de loop van de 19e eeuw door de Industriële Revolutie steeds meer werken in grote bedrijven en zijn ze steeds langer weg van huis. De moeder wordt op het schild geheven. Tegelijk was de vader volgens de wet nog steeds hoofd van het gezin en hadden moeders minder rechten ten aanzien van de kinderen bij een scheiding. Desalniettemin is volgens Tavecchio de moeder een superkoningin geworden en de vader een soort aanhangsel.

In de jaren 60 van de vorige eeuw werd het verschil tussen de moeder- en de vaderrol weer kleiner, zegt Dekker. De ‘vrije zaterdag’ werd ingevoerd waardoor vaders meer thuis waren en tegelijk gingen door het feminisme, moeders steeds meer buitenshuis werken.

Het lijkt mij voor vaders frustrerend om ‘aanhangsel’ te zijn en voor moeders lijkt het me zwaar om ‘superkoningin’ te zijn. Problematisch is het vaak wanneer zowel vader als moeder veel werken buitenshuis en de kinderen zichzelf ‘opvoeden’ en ik vrees dat dit toch steeds meer de praktijk is. Het opvoeden zo veel mogelijk samen doen blijft volgens mij het mooiste en is heel leuk werk.

 

3 reacties

Opgeslagen onder Opvoedkunde

Wie is hier eigenlijk de baas in huis?

Onder deze titel werd op woensdag 14 oktober 2009 door DeForum een discussie avond georganiseerd in het Filmtheater in Hilversum. Jan Derksen werd geïnterviewd. Hij is hoogleraar klinische psychologie aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zijn meest recente boek met de titel: ‘Het narcistisch ideaal’ gaat over opvoeden in een tijd van zelfverheerlijking.

Volgens een groot narcisme onderzoek van TNS NIPO vindt bijna de helft van de jongeren in Nederland zichzelf ‘heel speciaal’. Jan Derksen toont aan dat een goede hechting tussen ouders en kind preventief werkt in het narcistisch doorschieten. Hij pleit voor anderhalf jaar zwangerschapsverlof. Op het zuigelingenbureau moeten ouders al voorlichting kunnen krijgen over hoe ze bij hun kind stimulatie (‘goed zo’) en frustratie (‘dat kan beter’) in balans kunnen houden. Zo ontwikkelt een kind een identiteit en vanuit die identiteit een belangstelling voor anderen.
Ik raakte na de bijeenkomst in gesprek met iemand die zich afvroeg of de redenering van Derksen niet te gemakkelijk was. Ik dacht zelf van niet. Ik hoor van ouders die hun kind niet durven te bekritiseren uit angst om het kind te kwetsen en zijn liefde kwijt te raken. Die ouder heeft misschien zèlf een probleem met de hechting. Hoe komen we hieruit?

Hoe belangrijk de hechting is heb ik hier over geschreven.

Derksen zei die avond nog dat we onze narcistische trekken niet al te serieus moeten nemen. Dus ook niet die van onze kinderen. Zo kunnen de volwassenen de baas in huis blijven.

Janderksen

3 reacties

Opgeslagen onder Opvoedkunde

Nieuw gezag – deel 2

Modern ouderschap in de puberteit: “Ik laat je niet los”

Dit is de boodschap van ouders wanneer ze opnieuw het gezag proberen te krijgen over een weerbarstige puber of adolescent met de methode van ‘nieuw gezag’ of ‘geweldloos verzet’ van Haim Omer. Elders schreef ik hierover in dit weblog. En ook hier.

Haim Omer’s methode is de laatste jaren geëvolueerd. Aanvankelijk lag de nadruk op het stoppen van zinloze escalaties, betere emotie-regulatie en duidelijkere stellingname door de ouders en het betrekken van steun uit de omgeving. Later ontstond het idee dat het model in feite neerkwam op een nieuwe, beter aan de tijd aangepaste vorm van ouderlijk gezag (vanuit transparantie en kracht in plaats vanuit macht).

Haim Omer

Ik vond een mooie beschrijving van hoe zijn methode gebruikt word in een GGZ instelling in Almere-Stad, in Jaargang 22 (nr 3) van het tijdschrift Systeemtherapie. Hieronder een samenvatting.

Twee achtergronden van het ontstaan van ‘nieuw gezag’

1. Afgenomen machtsverschillen tussen jong en oud

Na de 2e wereldoorlog is de machtsongelijkheid tussen jong en oud steeds meer afgenomen. In het gezin is overgestapt van een ‘bevelshuishouding’ naar een ‘onderhandelingshuishouding’. Ook in de maatschappij worden sociale regels steeds meer gezien als iets relatiefs dat in twijfel kan worden getrokken. Maar in een sociale context met minder sturing van bovenaf heeft het individu veel meer zelfsturing nodig.

Jongeren hebben veel meer vrijheid en bewegen zich meer in een eigen jongerenwereld. Die eigen wereld bestaat ook steeds meer uit digitale netwerken op het internet. Op deze wereld hebben ouders steeds minder zicht.

Ouders hebben steeds minder houvast aan de regels van het traditionele gezag vanuit de maatschappij. Bij allochtone ouders gaat deze ontwikkeling in versneld tempo; deze ouders rekenen nog op hiërarchie en opvoedingssteun van buiten af maar die is er in de Westerse maatschappij veel minder.

2. Puber-hersenen en ‘hulphersenen’

Uit hersenonderzoek blijkt dat de rijping van hersenen van jongeren er langer over doet dan men eerder dacht en veel langer dan de rijping van hun lijf. Dit verklaart veel van het typische puber-gedrag. De ouders weten dit vaak niet en spreken de jongeren aan op volwassen verantwoordelijkheid.

De jongeren hebben hun ouders nog nodig als ‘hulphersenen’. Vooral op het gebied van redeneren, planning op langere termijn, abstract denken, sociaal gedrag en uitstel van directe reacties. Dit zijn de functies van het pre-frontale deel van de hersenen, waarvan de rijping pas op het 24e jaar min of meer voltooid is.

Meestal gaat het goed maar de verhouding tussen de ouders en de jongere kan in deze periode verslechteren door oplopende negatieve interacties. Dan verliezen de ouders hun rol als volwassen vertrouwenspersoon en als ‘hulphersenen’ en raakt de band met de jongere verstoord. De ouders voelen zich machteloos.

Reacties van macht en onmacht komen in de plaats van veilige hechting en leiding. Als er twee ouders in het gezin zijn, is de ene vaak de toegevende en de andere de strenge, en laten zij zich uitspelen in plaats van samen te werken.

Veel oudertrainingen gaan uit van het idee dat de ouder de controle moet krijgen over het kind. Pubers herkennen dit en wapenen zich daartegen. Het ‘nieuwe gezag’ heeft hier een antwoord op.

HET ‘NIEUWE GEZAG’

Dit gezag is geweldloos. De ouder vermijdt fysiek geweld en het gebruik van dreigende, vernederende of beledigende taal en gaat niet mee in escalaties. De ouder biedt echter op een nieuwe manier verzet tegen de dominantie of onbereikbaarheid van de jongere.

Er wordt op een vasthoudende wijze ouderlijke aanwezigheid in het leven van het kind aangeboden, waarbij de kernboodschap luidt: “Hier ben ik! Ik ben je ouder en ik blijf je ouder. Ik geef niet toe en ik geef je niet op!” Macht en/of onmacht worden vervangen door uitingen van kracht.

De ouders bepalen het speelveld, waarvan de grenzen bestaan uit gedrag van de jongere dat voor hen onacceptabel is. Daarbinnen krijgt de jongere ruimte om zijn of haar wensen aan te geven.

Het maken van verzoeningsgebaren tegenover de jongere, is altijd al een belangrijk onderdeel geweest van het ‘nieuwe gezag’ maar deze gerichtheid op het herstellen van de relatie van de ouder met de jongere neemt een steeds belangrijkere plaats in: Herstel van een positieve, veilig gehechte ouder-kind relatie.

Het ‘nieuwe gezag’ is hierdoor een algemeen model geworden voor modern ouderschap in de puberteit en niet alleen een model voor gezinnen van pubers met extreem agressief en destructief gedrag.

Twee principes

1. De ouders nemen een krachtig standpunt in ten opzichte van geweld (fysiek of verbaal), risicogedrag en antisociaal gedrag.

2. Hierbij vermijden zij absoluut elke vorm van fysieke of verbale aanval.

Deze principes worden uitgewerkt in een aantal methoden waarbij de ouders gesteund kunnen worden:

Het weerstaan van provocaties en uitgestelde reacties

Het gaat hierbij om het inzicht dat zowel escalatie als terugtrekking niet werken en dat het gezag en de relatie met de jongere er alleen maar verder door ondermijnd wordt. Ouders gaan leren om niet meer in te gaan op provocaties. Ze leren om hun emoties van boosheid, verdriet en angst te reguleren en hun reactie uit te stellen tot een rustig moment: ‘smeedt het ijzer als het koud is’.

De ouders zullen niet meer op elke slak zout leggen maar de jongere aanspreken op echt belangrijke gedragingen die de veiligheid, gezondheid of ontwikkeling van de jongere of van anderen in gevaar brengen.

De ouders spreken hun besluit op een expliciete en positieve manier uit: “Omdat we van je houden en bezorgd over je zijn, kunnen we niet langer accepteren dat je ….” Ze vermelden daarbij dat zij alleen controle kunnen uitoefenen over hun eigen gedrag en niet over dat van de jongere.

Als de jongere zijn of haar wensen wil afdwingen of intimiderend gedrag vertoont, geeft de uitgestelde reactie de ouders de ruimte om na te denken of om eerst met anderen te overleggen: ”Ik heb gehoord wat je zegt, ik kom er vanavond op terug”.

Het doorbreken van de geheimhouding

Ouders die met hun kind in de problemen zijn gekomen zijn dit vaak steeds meer geheim gaan houden uit gevoelens van schaamte en schuld, onder het mom van:” Je hangt je vuile was niet buiten”. Maar volgens Haim Omer gaat veiligheid boven privacy. Hij vindt het juist belangrijk dat de ouders steun gaan vragen: “It takes a village to raise a child”.

Omwille van het belang van het kind kunnen familie, vrienden, kennissen, buren of de school gevraagd worden om te helpen. De jongere mag ook steunfiguren vragen. Er worden geen ouders en anderen meer tegen elkaar uitgespeeld: “Alle hens aan dek”

– De ‘sit-in’

De ouders zoeken de jongere op in zijn of haar kamer, kondigen aan welk gedrag zij niet langer kunnen tolereren, en blijven een tijd, zwijgend en zonder discussie, bij de deur zitten. Het doel is hun ouderlijke betrokkenheid en stellingname ten aanzien van de grenzen te tonen.

sit-in van jongeren voor vrede

De ‘sit-in’ is een bekend demonstratiemiddel.

– De telefoonronde en ‘het volgen’

Deze twee methoden dienen om de ouders weer aanwezig te laten zijn in het leven van hun kind als hij of zij te laat thuiskomt, weigert te vertellen waar hij of zij uithangt of is weggelopen.

De ouders sporen de vrienden en kennissen, enz. van de jongere op, bellen hen en verzoeken hen om de jongere te vragen contact met thuis op te nemen. De boodschap is steeds: “Wij willen weten waar je bent, omdat we bezorgd zijn”. De ouders gaan naar de jongere op zoek om hun betrokkenheid te laten blijken, niet om te straffen.

– Het weigeren van bevelen

Praat niet tegen me

Ouders verlenen geen diensten meer aan het kind uit angst of omdat het kind dit eist, maar doen uitsluitend dingen voor hem of haar die ze als ouder uit vrije wil verkiezen te doen.

De ouders houden zich niet meer aan taboes of verboden zoals die zijn ontstaan uit angst voor de reacties aan de jongere, zoals niet meer op de kamer mogen komen van de jongere of geen vragen mogen stellen over school of vrienden.

– Verzoenende gebaren

De ouders maken op relatieherstel gerichte gebaren jegens het kind: Ze doen aardige dingen voor hem of haar, bieden gezamenlijke activiteiten aan, drukken hun waardering uit voor de goede kanten van de jongere of bieden excuses aan voor wanneer zij zelf de fout in zijn gegaan. Ze doen dit onafhankelijk van eventueel goed gedrag van de jongere en zonder straffend te reageren als de jongere die gebaren afwijst. Natuurlijk reageren de ouders positief op de verzoeningsgebaren van hun kind.

Als de ouders hun veranderde opstelling stug volhouden zal de jongere op den duur bijna onvermijdelijk ook veranderen. Bij het volhouden van de veranderde houding hebben de ouders vaak steun nodig.

De praktijk

In Almere hebben hulpverleners ervaring met het helpen van ouders met de methode van het ‘nieuwe gezag’.

Vaak vragen de ouders: “Waarom moeten wij veranderen, terwijl ons kind degene is die zich niet gedraagt”? Uitgelegd wordt dat er een escalatie-patroon is ontstaan waarbij eigenlijk iedereen de greep op de situatie is kwijtgeraakt. Met deze methode kunnen de ouders geholpen worden om weer de regie over hun gezin te krijgen.

De ouders maken na een introductie, prioriteiten in het probleemgedrag wat ze willen aanpakken. De lijst van probleem gedrag wordt verdeeld in te negeren gedrag (60%), gedrag waar je een enkele opmerking over maakt maar verder geen actie op onderneemt (30%) en onacceptabel gedrag (10%). Die 10% is niet meer te tolereren gedrag, dat het gezin het meest ontwricht. Dat zijn de een tot drie gedragingen waarvoor de ouders een plan van aanpak gaan maken.

Uitgebreid wordt stilgestaan bij hoe belangrijk het is dat de ouders hun eigen emoties leren reguleren, hoe moeilijk dat ook zijn mag.

De ouders krijgen de opdracht om een ‘aankondigingsbrief’ te schrijven. Hierin beschrijven ze, vanuit een liefdevolle houding en in zo concreet mogelijke termen, welke gedragingen ze van hun kind niet meer kunnen tolereren.

De brief wordt voorgelezen tijdens een plechtig overgangsritueel waar de ouders personen uit het steunnetwerk bij betrekken. De plek waar het ritueel plaatsvindt is meestal in een formele setting: de therapie kamer, op school, enz. Na het voorlezen van de brief mag de jongere vragen stellen en de brief wordt overhandigd. Deze gebeurtenis heeft vaak een krachtige emotionele uitwerking. De plechtige opzet van dit overgangsritueel is belangrijk omdat beide partijen in de strijd het zicht zijn kwijtgeraakt op de onderliggende positieve betrokkenheid van de ouders.

Een voorbeeld van een aankondigingsbrief

Lieve J,

Bijna 14 jaar geleden kwam ik bij jouw papa wonen. Jij was een klein lief jongetje, dat met zijn lieve glimlach en zijn mooie blauwe ogen zo mijn hart veroverde en mij tot mama maakte. Ik vond het in het begin best moeilijk om ineens een kindje op te voeden. Door jouw onvoorwaardelijke liefde voor ons en hoe jij alles zo mooi vond wat we met jou deden, werden we al snel een hecht gezin. Wat was je trots op elk zusje dat geboren werd.

Het jaar dat je naar een andere school moest werd een naar jaar in ons gezin. Je werd steeds opstandiger. Wat hebben we ons vaak machteloos gevoeld. Gelukkig gaat het nu goed op school en heb je veel steun aan je mentor. We zijn heel trots op je, op hoe het nu op school gaat.

Thuis laat je nog regelmatig agressief gedrag naar ons, je zusjes en onze hond zien. We zijn nu hier bij elkaar vanwege dat gedrag. Wij willen je het volgende vertellen:

Papa en ik willen dat dit agressieve gedrag stopt om de sfeer thuis te verbeteren. We accepteren niet meer dat jij scheldt, schreeuwt, ons slaat, de hond schopt of spullen vernielt. Niet om controle over jou uit te oefenen, maar om ons gezinsleven voor iedereen weer zo aangenaam mogelijk te laten zijn. Wij willen consequent in jouw leven aanwezig zijn omdat we van je houden. Deze brief is geen dreigement maar papa en ik zien het als onze verantwoordelijkheid om onze problemen met jou op te lossen. Wij willen samen met jou, vrienden, familie en school hieraan werken. Daarom zijn vandaag mijn broer B en onze vriend V hierbij om ons te gaan helpen. 

Dit doen wij, J, omdat wij zielsveel van jou houden.

Liefs, papa en mama

De principes van het ‘nieuwe gezag’ staan haaks op de gangbare overtuigingen van ouders, bijvoorbeeld dat ze de strijd moeten zien te winnen of dat de problemen de omgeving niets aangaan of dat de plechtigheid van het overgangsritueel overdreven is of dat ze geen verzoeningsgebaren hoeven maken omdat ze te gekwetst zijn.

Soms loopt hierdoor de werkrelatie met de therapeut gevaar omdat de therapeut de ouders op hun eigen gedrag aanspreekt in plaats van op het gedrag van hun ‘gestoorde’ kind. Daarom is het goed om samen met andere ouders hieraan te werken. Ouders kunnen misschien onderling elkaar beter houden aan de principes van het ‘nieuwe gezag’ dan dat therapeuten dat kunnen. In Almere wordt gewerkt met groepen ouders.

4 reacties

Opgeslagen onder Opvoedkunde