Psychologenpraktijk Gerie Hermans

Gerie Hermans is een volgens de wet BIG (Beroepen Individuele Gezondheidszorg) geregistreerde GZ – psycholoog (Gezondheid Zorg – psycholoog), Orthopedagoog en erkend Systeemtherapeut. Als verzekerde hulp valt haar praktijk onder de wettelijke basis geestelijke gezondheidszorg (basis-GGZ). Zij wil desondanks zoveel mogelijk vrij blijven van de gezondheidsindustrie en bureaucratie zoals die door de overheid en de zorgverzekeraars opgelegd worden.

Voor 2022 heeft de overheid besloten tot een nieuwe vorm van facturering in de verzekerde GGZ: het zogenaamde Zorg Prestatie Model. Voor veel zelfstandige psychologen is nog niet geheel duidelijk hoe dit model toegepast moet worden. Dit kan leiden tot vertraging in de vergoeding van mijn behandelingen door uw zorgverzekeraar.

Vanaf begin 2023 zal ik mij niet opnieuw laten registreren in de wet BIG en alleen nog werken met zelf-betalende cliënten.

Voor wie

Voor jongeren, volwassenen, partners en gezinnen die psychologische en systeem-therapeutische behandeling zoeken bij problemen met de opvoeding, de relatie of de persoonlijke ontwikkeling. Voor mensen die graag te maken hebben met een psycholoog die een voorloper is in het behouden van beroepseer, gelijkwaardigheid en privacy.

You can also have therapy in English. I worked and lived in an English speaking country for twelve years.

Waar

Bereikbaar per e-mail: geriehermans@planet.nl

Werkzaam in praktijk aan huis gevestigd in het centrum van Hilversum: Ruitersweg 49B

Wachttijd is 4 à 5 weken. Afspraken in 2022 worden zoveel mogelijk op dinsdagen en donderdagen gepland.

Gesprekken vinden soms plaats via de beeldbel faciliteit van Therapieland.nl.

Visie

Psychische klachten staan niet op zichzelf. Dikwijls hebben de klachten of problemen te maken met de situatie waarin iemand leeft. Een goede therapeut kan inzoomen maar heeft ook een flinke groothoeklens. Door psychische klachten in een bredere context te plaatsen kan men zelfs een dieper begrip van de klacht krijgen.

Individuen, relaties, gezin en verdere omgeving vormen een systeem en mensen komen sneller uit de problemen met hulp die daar aandacht voor heeft. Het (gezins-)systeem kan een stelsel zijn voor genezing en groei van al zijn leden. Systeemtherapie gaat over interacties en relaties, over context en levensfasen. Anders gezegd: ‘Het probleem zit niet tussen de oren maar tussen de neuzen’.

Ook in individuele therapie wordt gewerkt met ‘open deuren en ramen’. De cliënt reflecteert samen met de therapeut over zijn relaties en interacties met anderen in de verschillende contexten waarin hij leeft. Meerdere standpunten en perspectieven worden gezocht en meerstemmigheid wordt aangemoedigd.

Over deze manier van werken staat meer op de website van mijn beroepsvereniging: de Nederlandse Vereniging voor Relatie- en Gezinstherapie, de NVRG.

Benadering van de hulp

– Hoogwaardige en duurzame psychologische zorg. We gaan in op dieperliggende, structurele en contextuele achtergronden van de problematiek waardoor u een echte positieve en blijvende verandering gaat ervaren zodat u minder beroep hoeft te doen op de gezondheidszorg.

– Geen bureaucratische ‘zorg-producten’ of ‘behandel-protocollen’ maar hulp specifiek op u, uw situatie, uw geschiedenis maar vooral op uw toekomst toegesneden. Zorg op maat.

– Psycholoog en cliënt zijn gelijkwaardige gesprekspartners. Er is geen medisch-lineaire, klinische of gezagsrelatie. Problemen worden niet ingekaderd als een ziekte of stoornis waar de dokter of de psycholoog over gaat. We werken toe naar een beter gevoel voor eigen vragen, eigen kracht en eigen oplossingen. U blijft de eigenaar van uw veranderingsproces in een open dialoog. De therapeut is deskundig maar niet de expert over uw leven.

– Soms zijn de tijden tussen de consulten langer zodat u op uw eigen tempo naar verandering toe kunt werken: Langdurige korte therapie.

– Korte communicatielijnen. Doorverbinden is er niet bij. U wordt niet behandeld door een lager (hbo) opgeleid iemand die onder een geregistreerd iemand werkt tegen een lager loon, zoals bij veel GGZ instellingen en huisartsenpraktijken het geval is.

– Mijn eigen functioneren krijgt voortdurend aandacht en verdieping via intervisie met collega’s in de regio en daarbuiten, via supervisie, leertherapie, na- en bijscholing.

Diagnostiek en behandeling

Een deel van het diagnostisch proces bestaat uit het verruimen van het denken over wat het probleem is. Een diagnose die uit een kennismaking voortvloeit is persoonlijk, uniek en gedetailleerd, voortvloeiend uit het eigen levensverhaal. Een goede persoonlijke diagnose geeft antwoord op vragen zoals: waar heb je last van, wat is er met je gebeurd, wat heb je nodig en wat kun je verwachten van de behandeling. Bij de behandeling wordt gebruik gemaakt van systeem-therapeutische technieken uit de contextuele, structurele, emotie-gerichte, oplossingsgerichte en narratieve therapie. Maar ook technieken uit de cognitieve gedragstherapie. Er wordt soms gewerkt met expressieve middelen zoals schrijven, tekenen, poppetjes (een taal er bij), rollen-spelen, enz. Verschillende perspectieven op de kern van het probleem worden onderzocht waardoor blijkt dat er vele ingangen mogelijk zijn. Duidelijk wordt hoe het probleem in stand gehouden wordt door huidige posities, relaties en interacties. Er wordt gewerkt aan het horen van iedereen door iedereen. Wat kunt u leren van het probleem? Unieke situaties wanneer het probleem niet speelt worden onderzocht. Door te oefenen met nieuwe posities, relaties en interacties komt verandering op gang en zo wordt het probleem opgelost.

IMG_2174

Werkplek

Contract-vrij

De praktijk sluit bewust en uit principe geen contracten af met zorgverzekeraars (voor meer info: de contract-vrije psycholoog en zorg voor kwaliteit). Voornaamste punt van kritiek op de contracten met zorgverzekeraars is dat het verplicht tot medewerking aan een zorgstelsel waarin de zorg-verzekeraars steeds meer macht krijgen en de vrije keuze in de zorg onder druk staat. Het contract tussen zorg-verlener en cliënt raakt steeds meer op de achtergrond.

Het zorgstelsel is een op winst gericht, bureaucratisch en geldverslindend systeem geworden waarin de regie over de zorg steeds meer bij de professional wordt weggehaald. Zorgverzekeraars exploiteren zorg-verleners en belasten zorg-verleners met tijdrovende administratie. Geld is een doel geworden.

Het voordeel van contract-vrij werken is dat de facturering via de cliënt verloopt zodat de cliënt niet alleen de controle behoudt over privacy-gevoelige informatie maar ook over datgene wat in rekening wordt gebracht. Het nadeel is dat de cliënt een deel van de behandeling zelf moet betalen (wanneer deze een natura-polis heeft) maar daardoor raakt de cliënt ook meer verbonden bij de behandeling. De cliënt zal er sterker op gericht zijn om er uit te halen wat er in zit. Dit staat in dienst van een scherpe en dynamische werkrelatie.

Vrije keuze

Zorgverzekeraars zijn ondanks het contract-vrij werken van mijn praktijk nog steeds wettelijk verplicht om de kosten van de psychologische hulpverlening van een BIG geregistreerde GZ psycholoog te vergoeden. De beroepsregistratie en kwaliteit is bij contract-vrij werkenden dezelfde als bij gecontracteerde psychologen. De politiek doet de laatste jaren zijn best om aan de vergoeding van een onafhankelijke manier van werken en om aan de vrije keuze in de zorg een eind te maken maar dit is nog niet helemaal gelukt. Het is afwachten wat er in de komende jaren gaat gebeuren.

Met name in de geestelijke gezondheidszorg is de vrije keuze belangrijk omdat het contact tussen hulpverlener en cliënt cruciaal is voor het slagen van de behandeling. Met een restitutie-polis heeft u altijd vrije keuze en krijgt u alles vergoed. Houdt er rekening mee dat de zorgverzekeraar in alle gevallen eerst uw eigen risico zal aanspreken.

Privacy

Mijn werk als hoofdbehandelaar in een zelfstandige praktijk valt onder de Basis GGZ. Dit is een ingewikkelde regeling waar veel bureaucratie bij komt kijken en die de privacy nagenoeg onmogelijk maakt.

Geheimhouding is een recht van de cliënt. Dientengevolge is het mijn plicht om dit recht niet te schenden. Leveren van informatie zonder toestemming van de cliënt is strafbaar. Desgewenst kunnen we gebruik maken van een privacyverklaring. Gebleken is dat ik zelden of nooit door een zorgverzekeraar of wie dan ook gevraagd wordt naar privacygevoelige informatie. Ik maak aantekeningen op papier en die blijven in mijn archief.

Zie ook Privacy.

Kosten en vergoeding door de zorgverzekeraar

Gerie Hermans is een BIG geregistreerde GZ (gezondheidszorg) psycholoog. De praktijk is in het bezit van een goedgekeurd kwaliteitsstatuut GGZ. Op aanvraag mag u deze inzien. Het uurtarief is € 94,- (een uur bestaat uit ¾ contact en ¼ voorbereiding).

Per maand ontvangt u een voorschot-factuur die u zelf betaalt. Na afloop van de behandeling volgt er een eindfactuur met alle informatie die nodig is voor een vergoeding van de kosten door uw zorgverzekeraar. Wanneer u een restitutiepolis heeft, wordt het volledige bedrag vergoed. Druk voor meer informatie op de knop Kosten bovenaan de homepage van dit weblog

Nogmaals: Voor 2022 heeft de overheid besloten tot een nieuwe vorm van facturering in de verzekerde GGZ: het Zorg Prestatie Model. Voor veel zelfstandige psychologen is nog niet geheel duidelijk hoe dit model toegepast moet worden. Dit kan leiden tot vertraging in de vergoeding van mijn behandelingen door uw zorgverzekeraar.

‘Flip the system’

Psychologenpraktijk Gerie Hermans heeft de missieverklaring van de Stichting Beroepseer ondertekend. Het alternatief voor het marktdenken in de zorg en het onderwijs wordt door deze stichting benoemd als ‘flip the system’ en houdt in: kleinschalige, platte organisaties waar professionals met beroepseer werken die zelf hoge kwaliteit nastreven in het belang van hun patiënten, studenten en leerlingen omdat ze daar plezier in hebben. Docenten, artsen en verpleegkundigen zijn de afgelopen decennia gedegradeerd tot uitvoerders van beleid en management (in hiërarchische organisaties). Dat moet veranderen: ze moeten weer eigenaar worden van de kwaliteit van hun werk.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologenpraktijk Gerie Hermans, Zorgverzekeringen

We zijn ontlichaamd

In een artikel in de NRC: ‘Kom eens uit je hoofd, en ga eens in je lijf’ staat dat we voor ons psychische welzijn het eigen lichaam beter kunnen gebruiken dan we nu doen. Ik denk dat dit waar is en belangrijk. Uit de NRC:

De moderne mens is vooral met zijn hoofd bezig, het lichaam is er om er goed uit te zien. Maar we moeten ook naar ons lijf luisteren, zodat we voelen of we stress hebben en daar wat aan doen.

Volgens de psycholoog Anne Marsman is het tijd voor een herwaardering van de connectie tussen hoofd en lichaam. Cognitieve therapie (veranderen van gedachten) is te dominant. De conclusie uit haar promotieonderzoek is dat het lichaam stress en traumatische ervaringen op slaat. Psychotherapie zou het lichaam er meer moeten bij betrekken.

We moeten leren luisteren naar de subtiele signalen van het lichaam. En het gaat hier bij niet alleen om contact met je eigen lijf, het gaat er ook om dat je lichaam in gezond contact staat met anderen.

Interoceptie moet een belangrijk onderdeel worden van de therapie. Interopceptie is het waarnemen van verschillende lichaamsprocessen, van hartslag tot spierverkrampingen. Hoe gevoeliger je bent voor ‘interoceptieve’ signalen, hoe beter je je emoties kunt reguleren. En dit werkt ook andersom: mensen die minder goed kunnen benoemen wat ze in hun lijf voelen, hebben vaker last van psychische problemen.

Het lichaam houdt de mentale score bij van je leven

NRC had in 2021 al een artikel over het voelen en het lichaam en haalde daarin de bestseller van psychiater Bessel van der Kolk aan: ‘The body keeps the score’.  Gepubliceerd in 2014. Volgens van der Kolk is de Westerse cultuur extreem ‘ontlichaamd’. Ook van der Kolk deed onderzoek naar hoe trauma het lichaam binnen dringt.

Toen de NRC dit eerdere artikel publiceerde: ‘Een onaangeraakt lichaam is een ongelukkig lichaam’ , beheerste de pandemie ons leven volop. We moesten afstand houden en thuis werken. Nu hoeft thuiszitten op zichzelf niet traumatisch te zijn maar de pandemie immobiliseerde mensen ook. De sport-en yogascholen waren dicht maar de snackbar en de slijterij waren open. De ‘lockdown’ maatregelen maakten het moeilijker om te bewegen, om weg te komen uit vervelende situaties. Volgens van der Kolk zorgden de maatregelen voor een pre-traumatische conditie. Ook voor van der Kolk is het lichaam cruciaal voor het beleven en verwerken van emoties.

Hij maakt een onderscheid tussen het ‘objectieve lijf’ en het ‘geleefde lijf’, waarbij het eerste iets is wat net als alle andere objecten om ons heen een gewicht heeft, een massa, drijfvermogen, enzovoort. Maar veel belangrijker dan het objectieve lichaam is ‘het geleefde lijf’: het lichaam dat we gebruiken om in contact te komen met anderen, om te voelen, te proeven en om te ervaren. Hier een stuk uit het telefonische interview dat NRC had met van der Kolk in 2021:

„Je lichamelijk onderdeel voelen van een gemeenschap, een netwerk – dat is cruciaal om met vervelende omstandigheden om te kunnen gaan.” Hij beschrijft in zijn boek hoe, naar zijn smaak véél te langzaam, het lichaam wordt herontdekt in de psychiatrie. Het lichaam houdt de mentale score bij van je leven, en het lijf is dan ook een belangrijke sleutel bij het oplossen van trauma’s en stress, benadrukt hij.

Eten, poepen, plassen, ademen: dat is de basis van alles, zegt hij. En juist die lichamelijke processen gaan daarom vaak fout na een trauma. De meest basale lichaamsfuncties lopen in de soep als je getraumatiseerd bent, van seksuele opwinding die het laat afweten tot maagklachten of rugpijn.

„Het is toch fascinerend dat het belang van aanraking vrijwel compleet wordt genegeerd in de psychologie? Psychologen en therapeuten wordt geleerd: raak vooral niemand aan, maar stel vragen en praat. En dat terwijl mensen, als ze te maken krijgen met een tragedie, het liefst fysiek bij elkaar komen, elkaar omhelzen, elkaar aanraken.”

Alcohol

Hoe kan het dat veel westerse culturen, en de geestelijke gezondheidszorg, zo losgezongen zijn geraakt van het lichaam? Van der Kolk noemt de Europese en Amerikaanse samenleving ‘post-alcoholische culturen’. Noord-Europeanen hadden één manier om stress te behandelen: een fles alcohol. En in de Amerikaanse cultuur zit ook ingebakken: als je je slecht voelt, neem je een slok of een pil. Door die neiging om te verdoven, vergeten mensen te luisteren naar de signalen van hun lijf.

Ook dat klinkt trouwens weer behoorlijk actueel in een met wijn doordrenkte pandemie. Maar is het wel juist om te spreken van post-alcoholisch, of is de cultuur nog steeds hartstikke alcoholisch?

Van der Kolk: „Het is altijd al alcohol geweest: het helpt je om je zintuigen af te stompen. Er is een enorme correlatie tussen trauma en alcohol- en drugsverslavingen. Het is vrijwel onmogelijk om drugsverslaafd te worden als je geen traumatisch verleden hebt.”

Maar de vervreemding van het lichaam komt niet alleen door het gemakkelijke en cultureel diep ingebakken grijpen naar de fles, denkt hij. Het belang van emoties in het lichaam is niet iets waar wij thuis, op school, of in onze religieuze en filosofische tradities veel over horen. En dat terwijl andere wereldreligies bol staan van de rituele dans, beweging, fysieke ervaringen, meditatie, extase.

„Toen ik naar school ging in de jaren vijftig was er veel aandacht voor bijvoorbeeld harmonische samenzang.” Ook dat is een manier om meer in contact te komen met het lichaam: samen zingen, muziek maken, dansen. „Dat gebeurt nu volgens mij veel minder op scholen.” De massale verslaving aan smartphones heeft dat alleen maar erger gemaakt, denkt hij.

Yoga

Van der Kolk heeft niet zo snel vijf tips om uit je hoofd en in je lijf te komen. Een betere connectie met het lichaam vergt volgens hem vooral meer structurele aandacht voor het beleven van het lijf: op individueel niveau, in de geestelijke gezondheidszorg én in de westerse cultuur in bredere zin.

Hij kijkt ook nadrukkelijk naar lichaamsoefeningen die zijn ontstaan in andere culturen. Hij is bijvoorbeeld een grote voorstander van yoga, omdat er veel bewijs is dat die lichaamsoefeningen trauma’s kunnen helen. Of neem qi gong, een meditatieve Chinese bewegingstraditie. „De Chinese cultuur is veel ‘belichaamder’. Je ziet het daar aan groepen mensen die elke dag in parken meditatief staan te bewegen.”

Er zijn allerlei activiteiten die je weer beter in contact kunnen brengen met je lijf, zegt Van der Kolk. Van kunst en muziek maken, tot bewegen en alternatieve lichaamsbehandelingen of massage-achtige therapieën als Rolfing en craniosacraaltherapie. Dat zijn methodes die nu nog vaak een zweem van alternatieve geneeskunde om zich heen hebben, maar waar volgens Van der Kolk stevig bewijs voor is dat ze helpen.

Tot zover de NRC. Hier een citaat uit de bestseller ‘The body keeps the score’ gevonden op de website ACE Aware NL

“Trauma resulteert in een fundamentele reorganisatie van hoe de geest en het brein omgaan met wat ze waarnemen. Trauma verandert niet alleen hoe we denken en waarover we denken, maar vooral ook de vaardigheid van het denken zelf. We hebben ontdekt dat het van enorme betekenis is om traumaslachtoffers te helpen om woorden te vindens waarmee ze kunnen omschrijven wat hen is overkomen; meestal is dat echter niet voldoende. Het vertellen van het verhaal verandert namelijk niet noodzakelijkerwijs de automatische lichamelijke en hormonale reacties van het lichaam dat hyperwaakzaam blijft, ieder moment voorbereid op het moment waarop het wordt aangevallen of misbruikt. Om echte verandering te bewerkstelligen, moet het lichaam leren dat het gevaar is geweken en dat het mag leven in de realiteit van het heden.”

Om de verbinding tussen lichaam en geest duidelijk te maken, noemt Van der Kolk twee beroemde wetenschappers: Charles Darwin en onze tijdgenoot Stephen Porges. Darwin ontdekte dat een dier in de overlevingsmodus terecht komt wanneer het zich bedreigd voelt:

“Wanneer een organisme gevangen zit in de overlevingsmodus, richt het alle energie op het bevechten van onzichtbare vijanden, waardoor er geen ruimte overblijft voor koestering, zorgzaamheid, en liefde. Voor ons mensen betekent dit dat zo lang als de geest zichzelf verdedigt tegen onzichtbare aanvallen, de relatie met onze meest nabije dierbaren wordt bedreigd, evenals onze verbeeldingskracht en de vaardigheid om te plannen, te spelen en te leren en aandacht te hebben voor de behoeften van anderen.”

Vervolgens schetst van der Kolk de grote lijnen van de ‘polyvagaaltheorie’ van Stephen Porges als een theorie die lichaam en geest verenigt en die de lichamelijke reactie van het lichaam op toxische stress en trauma kan verklaren. ‘Poly’ betekent veel en ‘vagaal’ betekent zenuw. De Polyvagaaltheorie gaat vooral over het autonome zenuwstelsel en de nervus vagus, die zich vanuit de hersenstam vertakt en o.a. hart, ademhaling en buik reguleert. Voor meer hierover kun je naar het Polyvagaal Platform. Of het boek van van der Kolk aanschaffen. Op de website van ACE Aware is een samenvatting van het boek te vinden.

 

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologie, Psychotherapie - Trauma

Kapitalisme en depressie

In een column van de filosofe en schrijfster Eva Meijer in de NRC ‘Wie dit voelt is gek’, lees ik:

Kapitalisme leidt onder meer tot vervreemding en dat maakt mensen depressief.

Verderop in de column lees ik:

Het verbeteren van de geestelijke gezondheid houdt dus meer in dan het repareren van psyches die niet goed werken, hoe belangrijk dat voor individuen ook kan zijn. Ook sociale rechtvaardigheid is ermee verbonden, relaties met anderen, een perspectief op de toekomst. Er moet niet alleen meer geld naar de zorg, zorg zou iets moeten zijn wat zich afspeelt op verschillende plekken in de samenleving. Met zorg bedoel ik geen aardigheid of zachtheid, hoewel die ermee gepaard kunnen gaan. Eerder een houding die zich rekenschap geeft van anderen en zich richt op de gemeenschappelijke wereld.

Tja… Eva kan mooi schrijven maar de inhoud van haar column is al lang bekend en heb ik al vaak over bericht. Het betrekken van de omgeving, de context, is de methode bij uitstek van de systeemtherapie. Het persoonlijke is politiek. Niets nieuws onder de zon.

Maar er veranderd weinig in de wereld ondanks de kritiek op het kapitalistische systeem. Marktwerking alom. Hoe kan dit?

Ook in de liederen van de punk zanger Abel van Gijlswijk met zijn band ‘Hang Youth’ komt het probleem van individuen binnen het kapitalisme aan de orde. Bijvoorbeeld in het lied ‘Je haat geen maandag, je haat kapitalisme’.

Of in het lied: ‘Alles moet beter’

Omaima werkt zich dood in de bouw
Wesley in de zorg
Els bezorgt eten
En die heb het niet veel breder
En deze is voor Destiny
Deze is voor Jason
We zijn jullie niet vergeten
Alles moet beter

[Chorus 1]
Alles moet beter
En iedereen weet het
We zijn jullie niet vergeten
Alles moet beter

Laat je niet vertellen dat
Alles niet beter kan
De rijken moeten delen, want
Daar wordt alles beter van
Wow-oh-oh[Chorus 2]
We zijn jullie niet vergeten
Alles moet beter
Lalalalala lalalalalala
We zijn jullie niet vergeten

In een interview met Abel in het VPRO programma ‘Tegenlicht’ verwoordt hij meerdere malen hoe gekmakend het kapitalistische systeem is. Omdat er niets veranderd stelt hij voor dat we er van uit moeten gaan dat eigenlijk alles waarmee we omgeven worden onzin is, ofwel: ‘gelul’. Zijn wanhoop is invoelbaar, niet alleen voor mij want inmiddels is deze punkband populair bij veel jongeren. Het systeem is gekmakend en we ontkomen er niet aan. Toch zoekt Abel samen met vele anderen een uitweg.

Ook mooi is het lied: ‘Twee kamers en niet 1 goed idee’

Twee kamers en niet één goed idee
Twee kamers en niet één goed idee

[Verse]
Tweehonderdvijfentwintig leden
En niemand die iets kan
Fuck alle kankeroverheden
Van alle motherfucking landen

[Chorus]
Twee kamers en niet één goed idee

Abel moet misschien nog wat meer studeren op het een en ander maar hij brengt veel van wat er mis is om ons heen eenvoudig en direct onder woorden. Het is te hopen dat hij niet ingepakt wordt of zich laat inpakken door de muziek industrie of wat voor industrie dan ook. We hebben zijn frisse geluid hard nodig. Hij is op zoek naar toverspreuken die verandering teweegbrengen:) Op zoek naar woorden die het gelul doorbreken.

Therapie is ook taal; altijd op zoek naar woorden die je bevrijden. Meer daarover hier.

Voor het programma van Tegenlicht: ‘Rebranding Chaos’ met de hoofdrol voor Abel, moet je een NPO+ abonnement hebben (de moeite waard) maar het gesprek naar aanleiding van het Tegenlicht interview in Pakhuis de Zwijger staat op YouTube. Veel van de sprekers daar vullen Abel aan en geven mogelijke uitwegen uit zijn wanhoop. Ik was vooral gecharmeerd van de bijdrage van Nilab Ahmadi, gemeenteraadslid in Amsterdam voor Bij1.

Ik beveel de column van Eva Meijer in de NRC en het Tegenlicht programma over Abel en wat daar op volgt in Pakhuis De Zwijger van harte aan voor iedereen die dit systeem graag veranderd ziet. Je bent niet alleen.

Dit systeem is gek.

1 reactie

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie, proza en poëzie

“Verreweg de meeste mensen zijn redelijk”

Je zou bijna vergeten dat het zo is als je veel TV kijkt of veel op de sociale media zit. Maar hoogleraar sociale psychologie Jonathan Haidt is hier aan het woord in een interview met de NRC, naar aanleiding van de vertaling van zijn boek in het Nederlands: ‘De betutteling van de Amerikaanse geest ‘:

Verreweg de meeste mensen zijn redelijk. Ze zijn bereid om te leven en laten leven, ze kunnen omgaan met diversiteit.

Haidt, gespecialiseerd in moraliteit en geluk schrijft het boek samen met Greg Lukianoff, advocaat gespecialiseerd in vrijheid van meningsuiting. De meeste mensen zijn redelijk maar ze worden volgens de schrijvers geïntimideerd door extremisten. Voornamelijk op sociale media.

Haidt zou een burgerbeweging willen starten onder het motto ‘wij zijn de 80%’. De 80% redelijke mensen.

Een en ander doet ook denken aan het boek van Rutger Bregman: ‘De meeste mensen deugen’. Probleem blijft volgens mij dat die redelijke mensen die deugen, die 80%, niet de macht in handen hebben. Het boek van Haidt en Lukianoff is net als dat van Bregman een politiek boek.

Ik weet niet of ‘betutteling’ het goede woord is. De oorspronkelijke titel is: ‘The coddling of the American mind.’ Coddling kan ook betekenen smoren of doodknuffelen. Met deze woorden verwijzen Haidt en Lukianoff  naar hoe kinderen in linkse, liberale en hoog opgeleide milieus worden opgevoed. Ouders in deze milieus laten hun jonge kinderen liever huiswerk maken dan buiten spelen. Als deze kinderen later op de hoofdzakelijk links-liberale universiteiten zitten worden ze beschermd tegen conservatieve meningen die ze als kwetsend en onveilig ervaren. Deze studenten leren niet om te debatteren en samen te werken. Er ontstaat een angstcultuur. Angst voor de andere mening. Angst om de ander uit te dagen met een andere mening.

Er is sprake van politieke polarisatie, ook in Nederland. Volgens Haidt verkeren we in grote culturele verwarring. De toren van Babel is opnieuw ingestort en wij mensen begrijpen elkaar niet meer, delen niet meer dezelfde wereld. We verkeren in verwarring en hebben een te grote behoefte aan controle en veiligheid.

Het probleem van de vrijheid van meningsuiting is groot volgens hem:

Het probleem is niet zozeer onderdrukking van vrije meningsuiting door de staat – hoewel Republikeinen dat nu proberen te bewerkstelligen met allerlei wetgeving – maar zelfcensuur door de samenleving. We zijn niet meer goed in staat om het met elkaar oneens te zijn. Voor radicale studenten ben je bij tegenspraak meteen een racist die moet worden gestraft. Of het zwijgen opgelegd.”

We hebben in Amerika twee politieke partijen, waarvan er één knettergek is geworden. De huidige Republikeinse partij heeft niets meer te maken met het prudente conservatisme van denkers als Edmund Burke. Die partij heeft geen enkel respect voor de Grondwet. Toch blijven ze verkiezingen winnen. Hoe komt dat? Omdat progressieven alle relevante culturele posities in handen hebben en daar afwijkende meningen uitsluiten. Aan de universiteiten, in het onderwijs, media, technologie, de kunsten, Hollywood. Het zijn allemaal onderafdelingen geworden van een progressieve orthodoxie. Amerikanen zien het gebeuren, ze walgen ervan – en daarom blijven Republikeinen verkiezingen winnen, ook al is hun partij een ware verschrikking.”

NRC journalist Sjoerd de Jong vat samen en vraagt: “Rechts is in politiek opzicht agressief, links in cultureel opzicht?”

„Ja, en dat maakt normaal maatschappelijk debat onmogelijk. Een van de meest explosieve onderwerpen in de VS is nu alles wat te maken heeft met transgender. Over het algemeen zijn Amerikanen heel tolerant op dat gebied. De opvattingen over homorechten en de acceptatie van transgender personen evolueren heel snel. Maar moet je een tienjarige al puberteitsblokkers gaan toedienen? Daar moet je over kunnen discussiëren, vind ik. Maar als je daar vragen bij stelt, word je met de grond gelijk gemaakt. Het gaat om een kleine groep activisten, maar door sociale media hebben die een enorme reikwijdte en impact.”

Eerder in 2019 publiceerde NRC al een artikel over het boek: “Heus, van andermans mening ga je niet kapot”, waarin geconstateerd wordt dat een normaal gesprek onmogelijk is geworden. Mensen aan beide kanten zijn lichtgeraakt en vinden hun eigen kant de goede kant.

Er is genoeg over Haidt te vinden op het internet. Hier een interessant gesprek over hoe de vrijheid van meningsuiting wordt beperkt en hoe gecultiveerde angst daarin een rol speelt,

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie

Het belang van psychoanalyse

IN EEN WERELD VOL VAN ‘QUICK FIXES’ EN COGNITIEVE THERAPIE

Onderstaande komt uit een interview van Jannetje Koelewijn in de NRC met Paul Verhaege en journalist Sarah Vankersschaever die een boek over Verhaeghe schreef getiteld: Wat brengt u hier?

Wat is het belang van psychoanalyse?

Paul Verhaeghe: „De mensvisie. Die vind ik vele malen beter dan de mensvisie die aan de basis van de cognitieve gedragstherapie ligt. Daarin is de mens een leermachine. Mentale stoornissen zijn fout gelopen leerprocessen die gecorrigeerd moeten worden, liefst met een quick fix, zodat iemand weer snel kan meedraaien. De psychoanalyticus daarentegen beschouwt de mens als een verdeeld wezen. We willen veiligheid en spanning. We willen vrij zijn en gebonden. We zijn bang om verlaten te worden en om te worden verstikt. We willen aan onze driften toegeven en ze bedwingen. Als je vanuit die verdeeldheid vertrekt, kun je een aantal zaken veel beter begrijpen en proberen te veranderen. Ik vind het vreemd dat het niet op de eerste pagina van elk handboek psychologie staat dat we verdeelde wezens zijn.”

We willen het niet weten?

„Of we hebben er angst voor. Ik heb er veel discussie over gehad met jongere collega’s. Als iets evidence based is, dan is het dit wel. Het is de ervaring van elke dag.”

De psychoanalyse als model voor de behandeling van mensen is wel een probleem gebleken.

„Psychoanalyse is geen behandeling. Dat zei Freud ook. Het is een manier om tot zelfkennis te komen. We hebben karikaturen gemaakt van concepten als penisnijd en castratieangst, maar bekijk je ze in hun context, dan zie je dat ze gaan over het fundamentele tekort. Dat is de kern van de zaak. Het fundamentele tekort. Het gevoel van nooit te voldoen en nooit voldaan te zijn.”

„Dat er altijd iets blijft jeuken waar je net niet bijkomt”, zegt Sarah Vankersschaever. „Ons dagelijkse ongeluk zit in de illusie dat we er wél bij kunnen.” Ja, dat inzicht heeft ze aan de gesprekken met Paul Verhaeghe overgehouden. Hij citeert Samuel Beckett. Ever tried. Ever failed. No matter. Try again. Fail again. Fail better. De kunst, de literatuur – die benoemen wat we zelf niet kunnen benoemen. Die troosten ons.

Het vette afdrukken van enkele regels uit het interview komt van mij.

In hetzelfde interview heeft Verhaeghe het ook over de risico’s van de psychoanalyse en psychotherapie: “Het kan navelstaarderij worden. Eindeloos à la Proust op zoek naar de madeleine die het gedaan zou hebben. Ik vind het oneindig veel interessanter om met mensen naar het ruimere plaatje te kijken, hoe ze worstelen met een veranderde wereld.”

Zo komt Verhaeghe toch uit bij de systeemtherapie, wat mij deugd doet.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie, Systeemtherapie

Mooie aanbeveling voor Open Dialoog Therapie

Eerder schreef ik over deze vorm van therapie op dit blog en wel in 2013 nadat ik naar een congres geweest was in Leuven. Een congres voor vakgenoten in de systeemtherapie: Het Revolutie Congres, waar de Open Dialoog Therapie mede werd gepresenteerd door de Finse psychotherapeut Jaakko Seikkula die het ontwikkelde. Zie mijn berichten: Revolutie in de GGZ en The Revolution Congress.

Het revolutionaire zit hem in de openheid en gelijkwaardigheid in de therapeutische relatie.

Nu op Brainwash, podium voor verassende ideeen, een artikel van de redactie naar aanleiding van het verschijnen van het boek van Imke Gilsing afgelopen zomer: ‘Een dag uit het leven van Tinkerbel.’ Helaas is het geen sprookje maar echt waar gebeurd.

‘Je bent op het allerkwetsbaarste moment van je leven. Je bent helemaal in de war en je bent doodziek. En dan stoppen ze je tegen je wil in een hok en doen ze de deur dicht.’

Hier het artikel op de website van Brainwash:

Het zal je maar gebeuren: tegen je zin opgenomen worden in een psychiatrische instelling, omdat je een gevaar vormt voor jezelf of voor anderen. Het overkomt jaarlijks 30.000 mensen in Nederland, waardoor we in 2020 koploper waren in Europa. Het overkwam ook Imke Gilsing. Met haar en andere anderen die de dwangopname van dichtbij kennen, sprak Coen Verbraak in de radio-uitzending van De Publieke Tribune van HUMAN.

Gilsing had nooit voor mogelijk gehouden dat ze gedwongen opgenomen zou moeten worden. Ze dacht dat het voor zwakke mensen en zwervers was, maar toen overkwam het haar ineens zelf. Elf jaar geleden werd ze opgenomen toen ze tijdens een retraite een psychose kreeg. Ze dacht dat ze het elfje Tinkerbel was en kon vliegen, en kon praten met haar kat. Deze zomer kwam haar boek: Een dag uit het leven van Tinkerbel uit, waarin ze vertelt over haar psychose, de gedwongen opname en de isoleercel.

Weet je nog dat het voor het eerst misging?
‘Dat weet ik nog heel goed. Het was een roerige tijd in mijn leven. Kort daarvoor was mijn relatie van 11 jaar uitgegaan, en de grond verdween onder mijn voeten. Ik raakte mijn huis en houvast kwijt, en door een reorganisatie verloor ik ook mijn baan. Dat stapelde zich op. Op aanraden van mijn baas ging ik op retraite in een spiritueel centrum in Limburg, en na een paar dagen was ik knetterpsychotisch. Ik beleefde een kortstondige affaire met iemand, en ik waande me tijdens de vrijpartij het elfje Tinkerbel uit Peter Pan.

Had je zelf door dat dat afwijkend was?
‘Ja, ik beleefde twee werelden die nacht. Ik kon vliegen, er was elfenstof, ik zag mezelf als het elfje zoals we haar kennen uit de film. En tegelijkertijd wist ik dat ik met een man in bed lag die ik daar net had ontmoet.’

Je werd uiteindelijk gedwongen opgenomen.
‘De mensen van het centrum raakten in paniek omdat er geen land met mij te bezeilen was, dus uiteindelijk hebben ze mijn vader gebeld. Hij heeft me bij mijn moeder in Brabant gebracht, want hij wist ook niet wat hij met me aan moest. Er kwamen steeds mensen van de GGD langs, maar die konden weinig doen omdat ik geen antipsychotica wilde slikken, en ik pas mocht worden opgenomen als ik een gevaar was voor mijzelf. Dat was niet zo, want ik was alleen aan het rondfladderen als Tinkerbel. Na twee weken had ik me opgesloten in de badkamer. Ik ben het nooit van plan geweest, maar ik werd gek van alle mensen die langskwamen om te kijken, dus ik riep: ‘Ik ga mezelf iets aandoen.’ Dat was het moment.’

Wat herinner je je nog van de opname?
‘Uiteindelijk ben ik vrijwillig bij mijn vader in de auto gestapt, nadat mij gevraagd was of ik wilde uitrusten in het ziekenhuis. Dat leek me inmiddels wel een goed idee. Eenmaal daar zat ik voor ik het wist in een isoleercel. Dat was verschrikkelijk. Ik werd met geweld in een hok geduwd waar ik niet in wilde.’

Hoe lang heeft dat geduurd?
‘Ik ben nog twee weken heel psychotisch geweest, en ik heb tien dagen in die cel gezeten. Alleen.’

Je noemde het de nederigste ervaring uit je leven.
‘Ja, zowel het psychotisch zijn, als de ‘zorg’ die ik daar gekregen heb. Ik kwam erachter dat het iedereen kan overkomen om psychotisch te worden en in de isoleercel te belanden.’

Want het was geen echte zorg die je kreeg?
‘Het was marteling en mishandeling. Je bent op het allerkwetsbaarste moment van je leven. Je bent helemaal in de war en je bent doodziek. En dan pakken ze je tegen je wil in beet en sleuren je naar een hok waar ze je in stoppen, en dan doen ze de deur dicht. Je wil eruit, dat is het enige wat je wil. Dat is geen hulp, dat is geweld. Het is liefdeloos en het maakt me nog steeds woedend. Het is de meest mensonterende en traumatische ervaring geweest die ik heb meegemaakt. Ik heb er een levenslange angst voor de psychiatrie aan overgehouden. Als ik opnieuw ziek word, is mijn grootste angst niet de psychose, maar een opname. Niemand ziet je, luistert naar je, of zorgt voor je: dat is het gevoel dat het mij heeft gegeven. Dat gaat er nooit meer uit.’

Psychiater Alan Ralston heeft meer dan twintig jaar ervaring op de crisisdienst, en vat de dwangopname niet lichtzinnig op. ‘We doen wat we kunnen om iemand in de thuissituatie op te vangen, maar dat lukt niet altijd. Het is een weging die je maakt. Je moet je werk goed doen: je moet kijken en luisteren. Bij anderen ligt de kennis: moeders, naasten, personen zelf, en politieagenten die de wijk kennen.’ Dat er in Nederland jaarlijks zo’n grote groep van meer dan 30.000 mensen gedwongen opgenomen wordt, heeft volgens Ralston onder andere te maken met het grote aantal bedden dat in ons land beschikbaar is. ‘Traditioneel hebben wij in Nederland vrij veel bedden, en aanbod schept vraag.’ Als er meer dwang mogelijk is, wordt er meer dwang ingezet, en worden alternatieven minder snel verkend.

Niet iedereen die een dwangopname meemaakt raakt getraumatiseerd. Onderzoek van psychiater Niels Mulder onder mensen die een dwangopname meemaakten laat zien dat de helft achteraf tevreden is met de opname. Voor de ene helft is het traumatisch, voor de andere helft is het een redding gebleken. Deze resultaten beperken zich niet tot Nederland, maar worden wereldwijd gevonden. Ralston: ‘Hoe iemand uit een opname komt, dus hoe iemand dat achteraf ervaart en of dat wel of niet traumatiserend is, heeft alles te maken met het contact en de bejegening.’

Het gaat om de vertrouwensband die je opbouwt met de patiënt, dat is Gilsing met Ralston eens. ‘Maar voor mij staat de dwangopname, de isoleercel en de dwangmedicatie daar haaks op. Het schaadde mijn vertrouwen vanaf het eerste moment dat ik op die manier in de kliniek behandeld werd. En dat kan anders, zoals de Open Dialogue Methode laat zien.’ Volgens psychiater Alan Ralston gaat deze methode uit van een oud herstelprincipe dat volledige transparantie vooropstelt: ‘Je voert geen gesprek over iemand zonder iemand. Er is geen dwang, geen opsluiting.’

Had jij daar meer baat bij gehad?
‘Toen ik voor het eerst las dat het bestond, dacht ik: zo had ik behandeld willen worden. Dat is ook de reden dat ik mijn verhaal vertel: ik wil dat iedere psychiatrische patiënt toegang heeft tot menswaardige zorg. Daarom richtte ik de stichting de ‘Tinkerbell Family’ op en startte ik samen met anderen een burgerinitatief tegen dwang in de psychiatrie.’

Waren ze dan tot je doorgedrongen?
‘Absoluut. Bij de eerste tekenen van psychose gaan ze meteen naar iemand toe en door bij die persoon rustig te blijven in vertrouwen, nemen de psychotische symptomen heel vaak snel af. Dan ontstaat er meteen een vertrouwensband, in tegenstelling tot wat ik heb ervaren met de dwangmedicatie en de isoleercel. Nu word je gezien als de enge gevaarlijke gek, en zij zien de lijdende mens. Daar gaan ze mee werken. En zij zeggen: iedereen kan herstellen van een psychose.’

Blijf jij altijd patiënt?
‘Ik ben nog steeds psychiatrisch patiënt. Ik ben heel vaak opnieuw ziek geworden. Ik heb de diagnose schizofrenie gekregen en ik slik antipsychotica: ik kan alle boxen aanvinken om mezelf tot patiënt te rekenen. Het heeft veel tijd gekost voordat ik dat kon accepteren.’

Heeft het ook iets goeds opgeleverd?
‘Ja, het is voor mij de weg naar binnen geweest. De wake-up call om met mijn eigen wonden en trauma aan de slag te gaan. Het heeft me dichterbij mezelf gebracht. Maar het is tegelijkertijd ook een verschrikkelijke ziekte. En de Open Dialogue Methode laat zien dat herstel mogelijk is, en zonder dwang en opsluiting kan. In West-Lapland zien we dat het kan en het wordt inmiddels ook in Amerika, Japan en Australië toegepast. Dat is volgens mij de weg.’

1 reactie

Opgeslagen onder Psychotherapie, Systeemtherapie

Het gevoel er alleen voor te staan

Zo definieert psychoanalyticus Paul Verhaeghe eenzaamheid op de site van Brainwash in zijn bijdrage: Eenzaamheid is een structureel probleem.

‘Je moet eenzaamheid beschouwen als een structureel veroorzaakt probleem in onze verhouding tegenover de ander. We hebben een maatschappij gecreëerd waarin die ander in eerste instantie een concurrent is, iemand aan wie je je moet afmeten, professioneel en ook relationeel. In zo’n samenleving valt het normale, aangeboren, sociale vertrouwen weg en ben je voortdurend bezig met jezelf, met excelleren, of met de ander, die je niet vertrouwt. Dat leidt tot gepieker over oneindig veel, vaak hele banale zaken. Het kan gaan over je uiterlijk, hoe je daar iets aan moet doen, over je studie, over een gemiste promotie op werk, of het feit dat iemand anders wél een promotie heeft gekregen.’

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek

Therapie: “Dat wat buiten je is geraakt weer onderdeel maken van je binnenkant”

Maar hoe doe je dat als dat wat buiten je is geraakt ver weg en/of verdwenen is?

Dit bericht gaat over over identiteit en onveilige hechting bij adoptiekinderen. In dagblad Trouw vond ik een interessant interview met psychotherapeut Daksha van Dijck die zelf als baby onder onduidelijke omstandigheden werd geadopteerd uit India. Het gaat naast haar eigen zoektocht, over hechting en identiteit bij adoptiekinderen.

Hier volgt een stukje uit het interview dat journalist Rianne Oosterom had met haar: Geadopteerden ervaren een rouw die onaf is. “De rouw die wij voelen past bij vermissing.”

“Identiteit is, simpel gezegd, een optelsom van genen en omgeving”, legt Van Dijck uit. “Als jij als Rotterdammer in Limburg komt wonen, dan is Limburg niet gelijk een onderdeel van jezelf – maar dat wordt het misschien na een tijdje wel.” De insteek van psychotherapie is daarom altijd om dat wat buiten je geraakt is, stapje voor stapje weer onderdeel te maken van je binnenkant. “Dit concept noemen we een geïntegreerde identiteit.” Maar India is zo anders en zo ver weg, dat het nooit echt onderdeel van je binnenwereld kan worden. In India zeggen ze tegen mij op straat: ‘You look like an Indian, but you’re not. How come?’ Dat lijkt een kleine zin, maar dat is een heel grote zin.”

Je leert dat mensen niet voor altijd in je leven zullen blijven

Identiteit is niet het enige. Er wordt, zegt Van Dijck, soms makkelijk gedaan over de scheiding tussen moeder en kind, want: je was toch zo jong, of je maakte er nog niets van mee. Maar dat gaat niet op, legt ze uit. “Als baby begrijp je het ‘concept moeder’ misschien nog niet, maar in de buik hoor je wel steeds dezelfde stem. Als die er ineens niet meer is, creëert dat enorme onveiligheid. Je leert dat je er niet vanuit kunt gaan dat mensen altijd in je leven zullen blijven.”

Ze is even stil, als ze denkt aan wat deze traumatische ervaring voor effect heeft gehad op haarzelf. “Stel”, zegt ze dan, “je krijgt een sieraad van je ouders en dat verlies je. Dan is er een schok. Paniek. Je hartslag gaat omhoog. Je gaat gauw zoeken, en als je het vindt, word je rustiger. Dit gebeurt bij adoptiekinderen ook. Je verliest je moeder, en daardoor schrik je. Ik zou dat niet omschrijven als angst, maar als onveiligheid, als een gevoel van heel erg alleen zijn. Anders dan het sieraad, vind je je moeder niet terug. Dat zoekende gevoel blijft en dat geeft onrust. ‘The body keeps the score’, als het gaat om preverbaal trauma, zo zeggen ze dat in de traumaliteratuur.”

Daarom vindt Van Dijck dat het van enorm belang is dat adoptiekinderen herenigd worden met hun biologische ouders. Het doet haar pijn dat zij in haar zoektocht nooit steun heeft gekregen van de Nederlandse overheid, dat ze haar rechten niet vertegenwoordigd zag. In het Haagse adoptieverdrag staat dat Nederland handelt op basis van vertrouwen in de landen van herkomst. Een naïef vertrouwen, zo is maandag met de presentatie van het rapport wel gebleken. Iets wat Van Dijck al lang wist.

Het rapport waarnaar Van Dijck verwijst is van de commissie Joustra over adoptie misstanden.

Natuurlijk zit aan deze misstanden een politieke kant: De internationale adoptie-markt wordt door financiële prikkels gedreven en op die markt komen sociaaleconomische ongelijkheid, armoede en het tot verhandelbaar goed maken van kinderen samen. Zolang dat het geval is, blijven misstanden op de loer liggen.

Aangrijpend vond ik het stukje in het interview waarin Daksha vertelt over haar zoektocht in India en in een kindertehuis naast de bedjes tot een belangrijk besef komt.

De vragen over haar afkomst zwellen aan als ze zelf overweegt om moeder te worden. Voordat ze die keuze maakt, wil ze haar biologische moeder leren kennen. Met dat verlangen reist ze een aantal keer naar India, waar ze op een gegeven moment ook terecht komt in een kindertehuis dat vergelijkbaar is met het tehuis waar zelf verbleef.

Haar wereld keert om als ze bij de babybedjes staat. “Ze waren klein, alleen en eenzaam. Ik dacht: dit hebben die kindjes niet verdiend. Ik vond het verdrietig en pijnlijk. Ik realiseerde mij toen pas dat ik dit als baby ook niet verdiend had.”

Niet verdiend

Net zoals kinderen zichzelf de schuld geven als ouders gaan scheiden, denkt Daksha al jaren, zonder dat ze het echt doorheeft, dat zij op één of andere manier ‘niet oké’ is omdat ze is afgestaan. Daar bij die bedjes, realiseert ze zich dat ze er zelf niets aan kan doen. Dat ze zo’n start van het leven niet verdiend heeft. En dat ze zelf oké genoeg is om moeder te worden.

Kinderen in een weeshuis in Wuhu, Oost-China in 2009. Beeld ANP

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Opvoedkunde, Persoonlijk en politiek, Psychotherapie, Psychotherapie - Rouwen, Psychotherapie - Trauma

Omarm verandering

De nieuwsbrief van klimaat correspondent Jelmer Mommers sprak mij als psycholoog, als begeleider van veranderingsprocessen in individuen en kleinere systemen, bijzonder aan. Veranderen vinden de meesten mensen niet zo prettig maar als we vast zitten of in een crisis dan zien we meestal dat verandering nodig is en goed en dan zijn we er achteraf blij mee. Keer op keer heb ik dit meegemaakt. Hopelijk worden de komende jaren voor iedereen ‘transitie jaren’ en gaan we daar met zijn allen veel plezier aan beleven. Op weg naar een nieuw leven en een nieuwe economie.

Hier een stuk uit de nieuwsbrief van Jelmer.

NB De ‘links’ in de brief zullen waarschijnlijk niet werken als ze verbinden met De Correspondent en u daar geen lid van bent.

Beste Gerie

‘Ik wil onze normale levens terug.’

Met die verzuchting opende Roy Scranton, auteur van het lezenswaardige boekje Learning to Die in the Anthropocene (heftige titel, heftige inhoud)deze week een scherp opiniestuk in The New York Times.

Scranton ging eten afhalen in een pub die normaal bruist van de gezelligheid, maar nu spookachtig leeg was. Het deed hem inzien hoezeer hij ‘normaal’ mist.

Afgezien van gefrustreerde jongeren die de afgelopen dagen naar vandalisme en plundering grijpen, ondergaan de meeste mensen datzelfde gemis gelaten. We verlangen terug naar feesten, etentjes, cultuur; we verlangen terug naar normaal. Maar de vraag is, schrijft Scranton: ‘what does normal even mean anymore?’

Waarna hij een opsomming geeft van de klimaatdieptepunten van 2020. Die zijn een beetje over het hoofd gezien door corona, maar het waren er nogal wat. 2020 was het op één na warmste jaar ooit gemeten. Het was het op een één na poverste jaar qua hoeveelheid zee-ijs op de Noordpool. Het was het jaar met het drukste Atlantische orkaanseizoen ooit gemeten.

Dus wat betekent teruggaan naar ‘normaal’ nu? Scranton:

‘Teruggaan naar normaal betekent terugkeren op een pad dat de voorwaarden voor menselijk leven overal op aarde ondermijnt. Normaal betekent meer branden, meer orkanen, meer overstromingen, meer droogte, miljoenen meer migranten op de vlucht voor honger en burgeroorlog, meer misoogsten, meer stormen, meer uitstervingen, meer hitterecords. Normaal betekent de groeiende kans op maatschappelijke onrust en ineenstorting van staten, wijdverspreide achteruitgang in de landbouw en de visserij, miljoen mensen die sterven van dorst en honger, nieuwe ziektes, oude ziektes die zich verspreiden naar nieuwe plekken, en de ravage van oorlog. Normaal zou weleens het einde kunnen betekenen van de wereldwijde beschaving zoals we die kennen.’

Scranton is het type schrijver dat je wakker kan schudden, en dat doet hij hier. De komende decennia worden sowieso onrustig, onstabiel en onzeker, schrijft hij. De keuze die we hebben, is hoe we daarop reageren.

Gaan we de ‘roaring twenties’ tegemoet, een decennium van feesten aan de rand van de vulkaan, om te vieren dat corona – nog niet, maar uiteindelijk – achter ons ligt?

Worden het de ‘trembling twenties’(een term van sciencefictionschrijver Kim Stanley Robinson, over wie binnenkort meer); jaren van angst voor verandering, vasthouden aan wat er was?

Of worden het de ‘transition twentiesjaren waarin we verandering omarmen en een serieus antwoord beginnen te geven op de milieu- en klimaatcrises?

WAAR KLIMAATBELEID FAALT STAAN BURGERS OP

Dat brengt me op een gesprek dat ik onlangs voerde met transitie-onderzoeker Derk Loorbach en dat vandaag verschijnt op De Correspondent.

Loorbach heeft een duidelijke boodschap: ja, we zitten in een existentiële crisis. Maar als je alleen daarop inzoomt, mis je de miljoenen ondernemers, activisten, burgers, ambtenaren en onderzoekers die tegen de stroom ingaan om de basis te leggen voor een betere, duurzame samenleving.

Het ondernemerschap van al die burgers is een vorm van directe democratie, vindt Loorbach. En, durft hij voorzichtig te concluderen, het lijkt het er steeds meer op dat al die losse inspanningen samen een ‘revolutionair karakter krijgen op de lange termijn’. We zitten aan het begin van een revolutie in stapjes dus, die goed kan aflopen, ‘als mensen zich daarvoor inzetten’.

Voor wie schrikt van het woord ‘revolutie’: de veranderingen die Loorbach beschrijft, betekenen níét dat iedereen z’n hele leven moet omgooien. ‘Waarschijnlijk zullen de meeste Nederlanders in de toekomst gewoon tussen zes en zeven uur ’s avonds hun warme maaltijd blijven genieten. Alleen verandert de samenstelling op je bord, en dus ook wat je in de supermarkt in je mandje stopt en hoe je kookt.’

De noodzakelijke verandering gaat deels vanzelf, omdat groene alternatieven zoveel aantrekkelijker worden dat het vanzelfsprekend en totaal niet bezwaarlijk wordt om je gedrag aan te passen. Lees hier het hele verhaal:

De democratie is springlevend. Want waar klimaatbeleid faalt, staan burgers op

GEFRUSTREERDE JONGEREN

Natuurlijk maak ook ik mij zorgen over de ‘gefrustreerde jongeren’ die na het afkondigen van de avondklok aan het rellen slaan. Gefrustreerd waren ze misschien al vòòr de avondklok. Wie zijn deze jongeren? Zijn zij degenen die in het huidige economische systeem tussen wal en schip vallen? Een leven aan de rand van de maatschappij, in armoede. Voelen zij zich aangemoedigd door de Trump aanhangers die het Capitool in Washington aanvielen? Onder het mom van: ‘Dan ben ik tenminste iemand’! Of voeren die jongeren uit waartoe Trump, Bolsonoro, Baudet, Wilders, Willem Engel, de homeopatische arts die op TV beweerde dat in de ziekenhuizen niemand met corona zou liggen, hen aanzetten?

Vera Mulder, die getuige was van de rellen in Den Bosch, zoekt ook naar verklaringen in haar heel mooie bijdrage op De Correspondent met de titel ‘Iemand die ik niet ken: Schorre honden (of: als je stad wordt overgenomen door relschoppers)’. Zij wil haar beschrijving van wat er in haar stad Den Bosch gebeurde, besluiten met een beschouwing, precies op de juiste toon, vol compassie met de getroffenen maar ook met erkenning van de relschoppers, en dan het liefst ook met een oplossing aan het einde. Ze schrijft…

Over de uitzichtloosheid in kansarme wijken, bijvoorbeeld. Over de moedeloosheid, de verveling en het gebrek aan opties, in de lockdown nog letterlijker aan veel Bosschenaren opgedrongen dan anders al het geval is.

Over hoe de rellen hier en in andere Nederlandse steden giftige uitwerpselen zijn van een regering die al tien jaar onmogelijk blind inzet op zelfredzaamheid, op voor elkaar zorgen en vooral niet te veel naar de overheid kijken. En dat juist die overheid dan nu, in onmogelijke tijden, een onmogelijk beroep doet op precies die mensen waartegen ze al jaren zegt: ‘Jongens, zoek het onderling maar uit.’

En dan bam, eindigen met een soepele alinea over hoe je als overheid niet met hamer en beitel de sociale zekerheid kunt bewerken zonder een keer uit te schieten, iets af te breken dat niet meer te repareren is.


Interessant is nog dat de overgrote meerderheid van de relschoppers mannen zijn. Oud-hoogleraar genderstudies Maaike Meijer kwam eens tot de conclusie dat mannen lijden aan de illusie dat mannelijkheid hen zou kunnen beschermen tegen verlies. Tja, het voelt waarschijnlijk heel stoer en mannelijk om mee te doen met het rellen.

1 reactie

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie en klimaat

Speciaal voor Kerst…

schreef Marieke Lucas Rijneveld onderstaand gedicht voor de kersteditie van Tijdgeest, het weekendmagazine van Trouw. In augustus won zij – samen met vertaalster ­Michele Hutchison – de ­International Booker Prize, als ­eerste ­Nederlandse schrijver ooit, met haar debuutroman, ‘De avond is ongemak’, in het Engels ‘The Discomfort of Evening’. Onlangs verscheen haar roman, ‘Mijn lieve gunsteling’.

De troostzoekers

Zoals geluk gevaarlijk is voor wie er spaarzaam mee omgaat,
voor wie niet-leven een koud kunstje werd, voor wie hier binnenkomt
en twijfelt aan alles wat mooi is, twijfelt aan zijn plek in de wereld,
voor wie eindeloos teert op het verlangen naar beterschap,

voor wie niet breekbaar wil zijn net zo min als populierensterk
en wie mij raakt geef ik de wind, voor wie met een bevel tot
omhakken in de hand rillerig plaatsneemt of juist wil opbloeien
en zie me, voor wie alleen wil zijn maar het niet langer meer kan.

Zoals geluk gevaarlijk is voor hen die het niet kunnen delen,
voor wie wel glimlacht maar de snik onzichtbaar en hoog in
de keel heeft, voor wie alles verloor waar hij van hield, voor hen die
de koek uit de mond sparen en altijd andermans honger stillen,

voor wie weerloos omgaat met de dingen, voor wie iedere
avond zichzelf het donker van zijn kop injaagt, voor wie de hoop
heeft opgegeven als een zieke kameraad, voor wie van alles denkt
maar te weinig uitspreekt, voor wie moe is maar niet meer

in slaap komt en eeuwig ligt te woelen, voor hen die willen leunen,
voor wie onder de mensen wil zijn als onder een warme deken,
voor wie niet weet wie hij is en altijd onzeker, we zijn de leegte,
zeggen we, we zijn de leegte en weten niet hoe ons te vullen.

Zoals geluk gevaarlijk is voor de roekeloze, voor wie verstrikt zit
in eigen-ik, voor wie de weerloosheid weg-eet, koopt, slikt, voor wie
zichzelf bezeert omdat een ander het niet meer doet, voor wie
stemmen hoort maar zelden een lief woord, voor wie bang is om

verlaten te worden en in een leeg huis thuis te komen, voor wie zélf
uit voorzorg iedereen verlaat, voor wie weet dat het hart op vele
manieren kan breken en vergeet dat het ook op vele manieren
weer kan helen, voor wie en voor iedereen is hier de plek.


Wat kunst vermag.

1 reactie

Opgeslagen onder Psychologie, proza en poëzie

Vergeving als antigif tegen angst

VERGEVING ALS BUFFER IN DE RELATIE EN DAT NIET ALLEEN IN DE PARTNERRELATIE

Belangrijk interview van Stevo Akkerman in Trouw met psychiater Jim van Os.

Zijn dit bange tijden? Volgens angstexpert Jim van Os ligt het vooral aan onszelf.

Het zijn bange tijden, zeggen we, maar zijn het de tijden of zijn wij het? En wat is angst eigenlijk? ‘Ik denk dat er niets ergers is dan de angst dat jouw bestaan zinloos is’, zegt psychiater Jim van Os.

Persoonlijk ben ik niet gelukkig met de titel van het interview omdat ik denk dat ‘de bange tijden’ ofwel; het systeem waarin we leven en de eigen individuele angsten een relatie hebben met elkaar en dat er dus eerder sprake is van een eenheid dan van een dualiteit. De ‘tijden’ en ‘wij’ zijn één. Net zoals lichaam en geest één zijn.

Van Os weet hoe angst bij ons onstaat …. de moeder geeft aan het kind aan dat de ander of het andere veilig is of niet … zo kunnen we ons verder ontwikkelen … maar wat als die moeder dat niet doet of kan? We kunnen ‘ons’ niet los zien van ‘de tijden’. En ik denk eigenlijk dat Van Os zelf dit ook niet doet. Het is de journalist die de titel verzint.

Desalniettemin; een belangrijk interview.

Jim van Os is hoogleraar psychiatrie, voorzitter van de Divisie Hersenen van het Universitair Medisch Centrum Utrecht, en een expert op het gebied van de psychiatrische diagnostiek. Maar ga met hem over angst praten en de medicus komt uiteindelijk te spreken over vriendschap, liefde en vergeving, zelfs bij het mysterie achter de sterrenhemel. “Niet alles is te reduceren tot moleculaire processen”, zal hij zeggen, maar eerst verkent hij wat we wel en niet weten over angst.

“Angst is ontwikkeld als een overlevingsstrategie. Nu we niet meer op de prairie rondlopen of in de bossen leven, heeft het gevaar andere vormen gekregen, maar het roept nog steeds dezelfde fysieke reacties op. Het is ons lichaam waarmee wij voelen, opmerken, actie ondernemen. Ook als het gaat om de angst de volgende dag geen werk meer te hebben, of uit de de Whatsapp groep van je klasgenoten te worden gegooid.”

Bestaat er verschil tussen angst en vrees? Vrees als het concrete verschijnsel, angst als de diepere laag?

“Angst die gebonden is aan tijd en plaats, aan situaties, kunnen we inderdaad vrees noemen. Vrees voor hoogtes, pleinen, duiven, muizen, slangen, spinnen. Soms is dat heel individueel, maar we hebben ook collectief bepaalde plekken en dingen die we associëren met angst. Men vermoedt dat die evolutionair een plek hebben gekregen in ons collectieve bewustzijn – ze zijn een metafoor van gevaar geworden.”

“Nog voor ons eerste levensjaar leren wij heel langzaam ons te verwijderen van onze zorggever, letterlijk stapje voor stapje. Komen we dan andere mensen tegen, dan geeft dat angstreacties: we willen van onze moeder weten of het veilig is, of we verder kunnen gaan. Ben je in je jeugd verwaarloosd of misbruikt of heb je allerlei conflicten meegemaakt, dan zal dat invloed hebben op hoe je andere mensen ziet. Onze blik is voor een groot deel gebaseerd op eerdere ervaringen, wat we hebben meegemaakt, voorspelt wat wij denken te gaan waarnemen over 1, 5 en 30 seconden.”

Weten we eigenlijk wel wat angst is? Of zien we alleen de lichamelijke verschijnselen waardoor we iets kunnen vermoeden?

“Ieder mens weet wat angst is, maar het is een complexe emotie. Angst is eigenlijk een manier van gewaarwording, een bewust zijn van jezelf. En dat doet iedereen op zijn eigen manier, al weten we dat schuld en schaamte sterk verbonden zijn met angst, net als somberheid. Maar ook opwinding kan erbij horen, omdat angst een manier is om iets te voelen.”

Weet men welk hersengebied geactiveerd wordt bij angst?

“Vroeger dachten we inderdaad dat dingen op die manier lokaliseerbaar waren. Dat lijkt heel mooi, maar het blijkt niet zo te werken, want alles is met elkaar verbonden. En alles is tegelijk actief en niet actief. Je kunt wel zeggen dat bepaalde kernen in de hersenen vaker de neiging hebben om op te lichten. En je kunt via neurochirurgische ingrepen angstreacties teweegbrengen in dat ingewikkelde netwerk.”

Kun je dan ook dáár ingrijpen en iemand van zijn angst af helpen?

“Nee, dat kan niet. Je kunt pillen geven en dan zullen mensen zeggen: Ik voel me anders. Voor de kortdurende symptomatische begeleiding kun je een beetje valium geven, zodat mensen rustiger worden en weer kunnen nadenken. Dat is prima. Maar het gaat niks genezen.”

De oorzaak van de angst ligt in de persoon, niet in de fysieke hersenen?

“Vergelijk het met verliefdheid, er zijn maar weinig mensen die geloven dat je dat terug kunt brengen tot wat moleculen die met elkaar communiceerden in de hersenen. Ook de meeste neurowetenschappers denken dat dat niet is hoe het werkt tussen gevoel en brein. Daar zit een gat, dat kunnen we niet helemaal invullen. Het feit dat ons bewustzijn niet te meten is onder een microscoop, wil niet zeggen dat het er niet is. Het toont eerder aan dat het een aparte wetenschap vraagt, een aparte taal.”

We leven als het gaat om welvaart en gezondheidszorg misschien wel in de beste tijd ooit, is het dan niet raar dat we tegelijkertijd de angst zien exploderen, afgaande op de vraag die terecht komt bij de geestelijke gezondheidszorg?

“Er is de epidemiologie, die vraagt: bent u angstig, bent u depressief, bent u somber? Daarin verandert eigenlijk heel weinig. Het blijkt dat ongeveer een vijfde van de populatie het afgelopen jaar significante psychische problemen heeft gehad, en dat was dertig jaar geleden ook al zo. Maar we zijn het meer gaan zien als ziek zijn. Terwijl het misschien wel betekent dat we de samenleving te veel aan het vermarkten zijn, dat dingen te snel gaan in onze jacht op succes, schoonheid, maakbaarheid en meetbaarheid. De kwetsbare kant van de mens, waar angst bij hoort, hebben we in het vuilnisbakje gedaan dat ‘ziekte’ heet. Waarmee ik natuurlijk niet wil zeggen dat het niet kan gebeuren dat je hulp nodig hebt.”

U hebt eens gesproken over een cliënt die een zware drinker was, maar in feite leed aan ‘existentiële angst’. Wat verstaat u daaronder?

“Wij zijn zo geëquipeerd dat we iets kunnen vinden van ons eigen bestaan en moeten leven met de eindigheid daarvan, met de dood. Dan kom je te spreken over eenzaamheid of verbondenheid, en nog belangrijker: over zin of zinloosheid. Ik denk dat er geen ergere angst is dan de angst dat jouw bestaan zinloos is, dat je doodgaat en je leven totaal zinloos en onverbonden is geweest. In onze samenleving is te weinig ruimte voor reflectie op deze thema’s.”

“Vraagstukken rond de dood en de existentie deden er meer toe. Tot men in de jaren vijftig/zestig verklaarde dat God passé was. Maar wij hebben de natuurlijke behoefte om ons bestaan te plaatsen in een kader van betekenis. De mens is een homo religiosus, zegt de psychiater Viktor Frankl. Als je je bestaan niet van betekenis kunt voorzien, kun je ook niet sterven en ga je gillend van angst het leven uit, dat is iets wat we moeten voorkomen.”

Frankl, die Auschwitz overleefde, vroeg zijn cliënten altijd, een beetje bruusk: waarom pleeg je geen zelfmoord? En het antwoord wat dan volgde, duidde op wat het leven toch zin gaf.

“Dat is voor velen contra-intuïtief, maar het is wel de ultieme vraag om mensen te helpen. Te kijken wat er in het leven is, welke aanknopingspunten er zijn rond zingeving en betekenisgeving waar je je niet direct van bewust bent. En ik vind het ook interessant dat hij zich als niet-gelovige afvroeg hoe om te gaan met de angst voor de eindigheid. Daar is niet één antwoord op, maar zijn conclusie was: als ik er niet meer ben, heb ik ook geen bewustzijn meer, dat was voor hem een troostende gedachte. Je kunt natuurlijk ook zeggen dat de dood slechts een overgang is. Maar dan komen er allerlei voorwaarden in het spel, en de vraag of je daaraan kunt voldoen.”

Als het noodzakelijk is om de angst onder ogen te zien, hoe breng je daar dan de moed voor op?

“Ik denk dat heel belangrijk is of je hebt ondervonden dat je een positieve respons kreeg als je stappen zette. Dat het niet beschaamd werd als je iets van je kwetsbaarheid liet zien. We komen met een basaal vertrouwen de wereld in, sterker zelfs, sommige auteurs zeggen dat wij echt pathologisch optimistisch worden geboren; volledig naïef in een krankzinnige wereld, maar met vertrouwen in andere mensen. Dat ontstaat nog voor er taal is, in de lichamelijke aanraking en het contact met de vader en de moeder. Maar je kunt het afleren door wat je meemaakt, met name vroeg in de jeugd.”

Over doodsangst hebben we het gehad, maar er bestaat ook levensangst.

“Jazeker, het kan bijvoorbeeld zijn dat je door sociale angst niet toekomt aan het leggen van relaties. Dat is zo fundamenteel voor het welzijn van jezelf en hoe je naar de dood toegroeit, dat het levensangst wordt die het hele bestaan betreft en bedreigt.”

Is dat de paradox, door niet naar de dood toe te groeien, krijg je levensangst?

“De uitspraak is van Heidegger: ons bestaan is een zijn naar de dood. De eindigheid zit in ons. En dat beseffen we. Ik denk daarom dat leven ook betekent: bezig zijn met een afscheid. Maar dat kan pas beginnen als je het leven kunt afsluiten. Als je terugkijkt op je leven en je ziet niks van betekenis, dan kun je ook niet groeien naar het niet-zijn. Dan verkeer je in een soort premature dood, en het kan heel moeilijk zijn om uit die vicieuze cirkel te ontsnappen.”

Je hoort mensen ook wel zeggen, soms met een zekere moed, dat niets zin heeft. Een mens is heel even op deze wereld, een van miljarden anderen, onzin om daar een of andere betekenis aan te gaan geven.

“Natuurlijk, op het geheel der dingen is het niks. Maar dat wil niet zeggen dat je in je leven geen belangrijke ontmoetingen hebt gehad en dat je niet tot tranen geroerd kunt zijn als ik je vraag naar iets dat je hebt meegemaakt toen je zeven was. Die dingen hadden voor jou wel degelijk betekenis.”

En als je zou zeggen: ja, maar het is allemaal mislukt?

“Dat is echt de nachtmerrie, de mensen waar W.F. Hermans over schrijft, met zinloze levens die nergens naartoe gaan. Om elke dag op te staan en ons ding te doen hebben wij verhalen nodig, want wij zijn gelovende mensen. In religieuze zin, maar ook veel breder, in het onderscheiden van wat voor ons meer of minder belangrijk is. Als wij religie zien als collectief bezig zijn met betekenis geven, dan is dat fantastisch. Ik denk dat veel mensen bereid zijn God ook als een metafoor te zien van het niet-weten. Als iets dat wij niet begrijpen en dat het toch goed met ons voor heeft. Dat is geen onredelijke gedachte. Je hoeft maar naar boven te kijken ’s nachts en je krijgt een wonder te zien. In dat mysterie zit iets waar we het goede uit kunnen halen, denk ik vanuit mijn amateur-agnosticisme.”

Er is ook nog de angst voor ons eigen tekortschieten, en voor het oordeel van onszelf of van anderen.

“Op dat vlak is wel wat huiswerk te doen, want we zijn geneigd onze imperfecties weg te moffelen, of ze – als het uit de hand loopt – te zien als gevolg van een psychisch ziektebeeld. Maar onze kwetsbaarheid en onze misstappen, die daaruit voortkomen, vormen juist onze essentie. Via onze fouten en de reflectie daarop maken wij ook contact met andere mensen en hebben wij vriendschappen.”

Om dat te kunnen, heb je onderling vertrouwen nodig. Dat je niet alleen succesvol hoeft te zijn.

“We weten, daar is bewijs voor, dat vriendschap op grond van wederzijds succes niet werkt. Wat werkt is herkenning in je kwetsbare mens-zijn. En dat je daarin niet beschaamd wordt, want dan blijft er van je vertrouwen niets meer over, dat is soms letterlijk dodelijk. We weten ook: hoe intiemer de relatie, hoe meer je elkaar aan kunt doen met steeds kleinere dingen en hoe belangrijker wederzijdse vergeving is. Er zijn natuurlijk verschillende vormen van liefde, maar in al die vormen doen mensen elkaar dingen aan. Daarom is vergeving deel van de liefde. De buffer van een relatie – niet alleen tussen partners – maakt het lijden draaglijk. Omdat vertrouwen daarin de norm is. Dat is antigif tegen alle negatieve emoties, maar de angst in het bijzonder.”

Jim van Os (Utrecht 1960) is hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit van Utrecht en gasthoogleraar aan het King’s College in Londen. Hij studeerde onder meer in Jakarta, Casablanca en Bordeaux. In 2013 baarde hij internationaal opzien met kritiek op de DSM, het wereldwijde classificatiesysteem van psychiatrische aandoeningen. Van Os is een van de initiatiefnemers van de beweging ‘De Nieuwe GGZ’.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychiatrie, Psychologie