Psychologenpraktijk Gerie Hermans

Gerie Hermans is een volgens de wet BIG (Beroepen Individuele Gezondheidszorg) geregistreerde GZ – psycholoog (Gezondheid Zorg – psycholoog), Orthopedagoog en erkend Systeemtherapeut. Als verzekerde hulp valt haar praktijk onder de wettelijke basis geestelijke gezondheidszorg (basis-GGZ). Zij wil desondanks zoveel mogelijk vrij blijven van de gezondheidsindustrie en bureaucratie zoals die door de overheid en de zorgverzekeraars opgelegd worden.

Voor wie

Voor jongeren, volwassenen, partners en gezinnen die psychologische en systeem-therapeutische behandeling zoeken bij problemen met de opvoeding, de relatie of de persoonlijke ontwikkeling. Voor mensen die graag te maken hebben met een psycholoog die een voorloper is in het behouden van beroepseer, gelijkwaardigheid en privacy in de GGZ.

You can also have therapy in English. I worked and lived in Australia for twelve years.

Waar

Bereikbaar op telefoonnummer: 035-6210745

Per e-mail: geriehermans@planet.nl

Werkzaam in praktijk aan huis gevestigd in het centrum van Hilversum: Ruitersweg 49B

Wachttijd is 4 à 5 weken.

Visie

Psychische klachten staan niet op zichzelf. Dikwijls hebben de klachten of problemen te maken met de situatie waarin iemand leeft. Een goede therapeut kan inzoomen maar heeft ook een flinke groothoeklens. Door psychische klachten in een bredere context te plaatsen kan men zelfs een dieper begrip van de klacht krijgen.

Individuen, relaties, gezin en verdere omgeving vormen een systeem en mensen komen sneller uit de problemen met hulp die daar aandacht voor heeft. Het (gezins-)systeem kan een stelsel zijn voor genezing en groei van al zijn leden. Systeemtherapie gaat over interacties en relaties, over context en levensfasen. Anders gezegd: ‘Het probleem zit niet tussen de oren maar tussen de neuzen…’

Ook individuele systemische therapie kenmerkt zich door het ‘werken met open deuren en ramen’. Samen met de therapeut reflecteert de cliënt over zijn relaties en interacties met anderen in de verschillende contexten waarin hij leeft. Verschillende standpunten en perspectieven worden actief opgezocht en meerstemmigheid wordt aangemoedigd.

Meer over deze visie is te vinden op de website van mijn beroepsvereniging: de Nederlandse Vereniging voor Relatie- en Gezinstherapie, de NVRG.

Mijn benadering van de hulp

– Hoogwaardige en duurzame psychologische zorg. We gaan in op dieperliggende, structurele en contextuele achtergronden van de problematiek waardoor u een echte positieve en blijvende verandering gaat ervaren zodat u minder beroep hoeft te doen op de gezondheidszorg.

– Geen bureaucratische ‘zorg-producten’ of ‘behandel-protocollen’ maar hulp specifiek op u, uw situatie, uw geschiedenis maar vooral op uw toekomst toegesneden. Zorg op maat.

– Psycholoog en cliënt zijn gelijkwaardige gesprekspartners. Er is geen medisch-lineaire, klinische of gezagsrelatie. Problemen worden niet ingekaderd als een ziekte of stoornis waar de dokter of de psycholoog over gaat. We werken toe naar een beter gevoel voor eigen vragen, eigen kracht en eigen oplossingen. U blijft de eigenaar van uw eigen veranderingsproces. De therapeut is deskundig maar niet de expert over uw leven.

– Soms zijn de tijden tussen de consulten langer zodat u op uw eigen tempo naar verandering toe kunt werken: Langdurige korte therapie.

– Korte communicatielijnen. Doorverbinden is er niet bij. U wordt niet behandeld door een lager (hbo) opgeleid iemand die onder een geregistreerd iemand werkt tegen een lager loon, zoals bij veel GGZ instellingen en huisartsenpraktijken het geval is.

– Mijn eigen functioneren krijgt voortdurend aandacht en verdieping via intervisie met collega’s in de regio en daarbuiten, via supervisie, leertherapie, na- en bijscholing.

Methoden

Systeemtherapie; technieken uit de contextuele, structurele, emotie-gerichte, oplossings-gerichte en narratieve therapie worden toegepast. Verschillende perspectieven op de kern van het probleem worden onderzocht waardoor blijkt dat er vele ingangen mogelijk zijn. Duidelijk wordt hoe het probleem in stand gehouden wordt door huidige posities, relaties en interacties. Er wordt gewerkt aan het horen van iedereen door iedereen. Wat kunt u leren van het probleem? Unieke situaties wanneer het probleem niet speelt worden onderzocht. Door te oefenen met nieuwe posities, relaties en interacties komt verandering op gang en zo wordt het probleem opgelost.

Individuele psychotherapie en cognitieve gedragstherapie. Therapie met expressieve middelen zoals schrijven, tekenen, poppetjes, rollen-spelen, enz.

Diagnostische hulpmiddelen

– Gesprekken. Een deel van het diagnostisch proces bestaat uit het verruimen van het denken over wat het probleem is.

– Intelligentieonderzoek

– Persoonlijkheidsonderzoek

– Studie- en beroepskeuze onderzoek

IMG_2174

Werkplek

Contract-vrij

De praktijk sluit bewust en uit principe geen contracten af met zorgverzekeraars (voor meer info: de contract-vrije psycholoog en zorg voor kwaliteit). Voornaamste punt van kritiek op de contracten met zorgverzekeraars is dat het verplicht tot medewerking aan een zorgstelsel waarin de zorg-verzekeraars steeds meer macht krijgen en de vrije keuze in de zorg onder druk staat. Het contract tussen zorg-verlener en cliënt raakt steeds meer op de achtergrond. Ik kies er voor om alleen een ‘contract’ te hebben met mijn cliënt(systeem).

Het zorgstelsel is momenteel een op winst gericht, bureaucratisch en geldverslindend systeem waarin de regie over de zorg steeds meer bij de professional wordt weggehaald. Zorgverzekeraars exploiteren zorg-verleners en belasten zorg-verleners met tijdrovende administratie. Geld is een doel geworden.

Het voordeel van contract-vrij werken is tevens dat de facturering via de cliënt verloopt zodat de cliënt niet alleen de controle behoudt over privacy-gevoelige informatie maar ook over datgene wat in rekening wordt gebracht. Het nadeel is dat de cliënt een deel van de behandeling zelf moet betalen (wanneer deze een natura-polis heeft) maar daardoor raakt de cliënt ook meer verbonden bij de behandeling. De cliënt zal er sterker op gericht zijn om er uit te halen wat er in zit. Dit staat in dienst van een scherpe en dynamische werkrelatie.

Vrije keuze

Zorgverzekeraars zijn ondanks het contract-vrij werken van mijn praktijk nog steeds wettelijk verplicht om de kosten van de psychologische hulpverlening van een BIG geregistreerde GZ psycholoog te vergoeden. De beroepsregistratie en kwaliteit is bij contract-vrij werkenden dezelfde als bij gecontracteerde psychologen. De politiek doet de laatste jaren zijn best om aan de vergoeding van een onafhankelijke manier van werken en om aan de vrije keuze in de zorg een eind te maken maar dit is nog niet helemaal gelukt. Het is afwachten wat er in de komende jaren gaat gebeuren.

Met name in de geestelijke gezondheidszorg is de vrije keuze belangrijk omdat het contact tussen hulpverlener en cliënt cruciaal is voor het slagen van de behandeling. Met een restitutie-polis heeft u altijd vrije keuze en krijgt u alles vergoed. Hier een overzicht van echte restitutie polissen in 2018. Hier een overzicht van vergoeding door de zorg-verzekeraar bij niet gecontracteerde psychologen in 2018. Houdt er rekening mee dat de zorgverzekeraar zal in alle gevallen uw eigen risico zal aanspreken.

Wilt u meer weten over het contract-vrij werken en de vrije keuze in de zorg? Luister naar een uitzending op BNR Radio van 27 november 2017.

Privacy

Mijn werk als hoofdbehandelaar in een zelfstandige praktijk valt onder de Basis GGZ. Dit is een ingewikkelde regeling waar veel bureaucratie bij komt kijken en die de privacy nagenoeg onmogelijk maakt. In mijn praktijk wordt daarom gewerkt met een privacy-verklaring die al mijn cliënten kunnen ondertekenen. Er zal bij de intake ook gevraagd worden of u de ROM privacy verklaring wil ondertekenen.

Geheimhouding is een recht van de cliënt. Dientengevolge is het mijn plicht om dit recht niet te schenden. Leveren van informatie zonder toestemming van de cliënt is strafbaar.

Zie ook Privacy.

Kosten en vergoeding door de zorgverzekeraar

Gerie Hermans is een BIG geregistreerde GZ (gezondheidszorg) psycholoog. De praktijk is opgenomen in het kwaliteitsregister. Het uurtarief voor 2018 is € 94,- (een uur bestaat uit ¾ contact en ¼ voorbereiding).

Per maand ontvangt u een voorschot-factuur die u zelf betaalt. Na afloop van de behandeling volgt er een eindfactuur met alle informatie die nodig is voor een vergoeding van de kosten door uw zorgverzekeraar. Wanneer u een restitutiepolis heeft, wordt het volledige bedrag vergoed. Druk voor meer informatie op de knop Kosten bovenaan de homepage van dit weblog

Vergoeding van Jeugdzorg door de Regio Gooi en Vechtstreek in 2017

De enige uitzondering die ik maak op het contract-vrij werken is mijn contract met de Regio Gooi en Vechtstreek voor de Jeugdzorg. Is de aangemelde cliënt onder de 18 jaar en woonachtig in de Regio Gooi en Vechtstreek dan bestaat de mogelijkheid dat de praktijk de kosten voor de behandeling declareert bij de Regio. Hieronder vallen de volgende gemeenten: Blaricum, Bussum, Eemnes, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp en Wijdemeren. Gebruik in dit geval het speciale aanmeld-formulier Jeugdzorg.

Mijn praktijk is aangesloten bij de groep vrijgevestigde Kinder en Jeugdpsychologen in het Gooi .

‘Flip the system’

Psychologenpraktijk Gerie Hermans heeft de missieverklaring van de Stichting Beroepseer ondertekend. Het alternatief voor het marktdenken in de zorg en het onderwijs wordt door deze stichting benoemd als ‘flip the system’ en houdt in: kleinschalige, platte organisaties waar professionals met beroepseer werken die zelf hoge kwaliteit nastreven in het belang van hun patiënten, studenten en leerlingen omdat ze daar plezier in hebben. Docenten, artsen en verpleegkundigen zijn de afgelopen decennia gedegradeerd tot uitvoerders van beleid en management (in hiërarchische organisaties). Dat moet veranderen: ze moeten weer eigenaar worden van de kwaliteit van hun werk.

 

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologenpraktijk Gerie Hermans, Zorgverzekeringen

Een mij, mij, mij maatschappij

“We houden van onszelf en nu geven we het eindelijk toe: Het is een ‘me, me, me society’ waarin we leven”.

Gevonden in de Huffington Post (een verzameling Amerikaanse weblogs): een artikel over narcisme. En een interview met de schrijfster/moeder Tina Swithin van het boek: ‘Divorcing a narcissist’, en met klinisch psycholoog Dr. Craig Malkin. Hieronder een samenvatting van het artikel en het interview door Nancy Redd.

Voor Engelstalige lezers en luisteraars hier de link naar het hele artikel met het interview op Huff Post Live.

De formele diagnose narcistische persoonlijkheidsstoornis doet volgens Malkin nauwelijks recht aan de rijkdom en de complexiteit van het narcisme. In het oog vallende kenmerken zijn een totaal gebrek aan empathie, een grandioze uitstraling en een woede over imperfecties of menselijke fouten. Er zijn ook meer subtiele kenmerken van narcisme die je niet over het hoofd moet zien.

De vijf meer subtiele tekenen die duiden op narcisme

Geen enkele van deze tekenen op zichzelf bewijzen dat je met narcisme te maken hebt maar als je veel van deze tekenen ziet ben je gewaarschuwd. Het zijn vijf manieren om kwetsbaarheid te ontwijken en dat is de favoriete strategie van iemand met veel narcistische kenmerken.

1. Gevoelens van onzekerheid projecteren. Het is een projectie spel waarbij iemand dingen zegt of doet, meer of minder subtiel, waardoor de ander zich minder slim, minder voldaan, minder competent gaat voelen. Het is alsof iemand zegt: hier, ik wil niets met gevoelens van onzekerheid te maken hebben, neem jij ze maar. Denk aan de baas die jouw werkwijze bevraagt nadat er door zijn eigen besluiten iets mis is gegaan, denk aan een ‘date’ die niet begrijpt wat jij zegt ook al ben je volkomen duidelijk geweest of denk aan een vriend die jou altijd halve complimenten geeft (“vrij goed gedaan deze keer”). Zo iemand doet graag bij jou het licht uit om zelf beter voor de dag te komen.

2. Angst voor emoties. Iedereen heeft gevoelens en we ervaren allemaal allerlei gevoelens in het contact met anderen. Dit betekent dat je geraakt kunt worden. Iemand met veel narcistische trekken verafschuwt dit idee omdat hij volkomen autonoom wil blijven en op geen enkele manier beïnvloed of geraakt wil worden door iets of iemand anders. Zij zullen gauw van onderwerp veranderen. Ze zullen niet toegeven dat iets hen kwaad maakt. Lees meer hierover in het bericht: Angst voor intimiteit.

3. Een onsamenhangend gezinsverhaal. Narcisme wordt geboren uit verwaarlozing en misbruik, beiden beruchte oorzaken van een onveilige hechting (voor meer over hechting op dit weblog: hier en hier). Zo iemand is erg onzeker. Onveilig gehechte mensen kunnen niet samenhangend praten over hun gezin en kindertijd. De verhalen over hun kindertijd kloppen niet; de herinneringen zijn tegenstrijdig, verwarrend en zitten vol hiaten. Meestal lopen deze mensen rond met een perfect familieverhaal wat een mythe is. Als jouw ‘date’ de loftrompet over zijn familie afsteekt en de redenen voor zijn lofrede vaag zijn of discutabel, kijk dan uit.

4. Heldenverering. Mensen met veel narcistische trekken hebben de neiging om anderen te adoreren of op een voetstuk te plaatsen. De logica daarachter is: “als ik iemand die dichtbij mij staat als perfect beoordeel dan zal iets van die perfectie op mij afstralen, dan word ik met die perfectie geassocieerd. Zo iemand weet wel dat perfectie niet bestaat maar wanneer het idool uiteindelijk van zijn voetstuk valt – want dat gaat een keer gebeuren – dan kun je beter uitkijken, want de teleurstelling zal zeer zure reacties oproepen. Kijk uit voor welke druk dan ook om aan een beeld van perfectie te voldoen, ongeacht hoe heerlijk de vleierij ook mag aanvoelen.

5. Grote behoefte aan contrôle. Iemand met veel narcistische trekken kan er niet tegen om te zijn overgeleverd aan iemands genade omdat dit hem/haar er aan herinnert dat ze niet onkwetsbaar of geheel onafhankelijk zijn en dat ook zij wel eens iets aan iemand moeten vragen. En wat erger is; iemand zou hen een verzoek kunnen weigeren. In plaats van een behoefte of een voorkeur uit te spreken, manipuleren en orkestreren zij mensen en gebeurtenissen zodanig dat de uitkomst voor hen het meest gunstig is. Op zijn ergst manifesteert zich dit in grof en controlerend gedrag. Denk aan de man die thuis komt van zijn werk en zijn vrouw uitscheldt omdat het eten niet klaar is. Hij haalt juist op dit moment zo uit omdat hij afhankelijk is van zijn vrouw, iets wat hij liever vermijdt. Maar de contrôle is meestal veel subtieler. Wees op je hoede wanneer iemand je nerveus maakt over het aankaarten van bepaalde onderwerpen of wanneer je je voorkeur uit. Iemand met narcisme zal een manier vinden om een ander, tijdens het maken van keuzes een gevoel te geven van op verboden terrein te zijn. Ook zonder kwaad te hoeven te worden kan iemand door middel van een afkeurende huivering, een op het laatste moment veranderen van plan of het chronisch te laat komen wanneer jij iets geregeld hebt, in controle proberen te blijven. Er kan eerder sprake zijn van een subtiele slijtageslag dan van een ronduit aantasten van jouw wensen en keuzevrijheid.

Het interview met Swithin en Malkin

Volgens Malkin is het narcistische dilemma dat je van buiten luid, belangrijk en opschepperig doet en daaronder het gevoel hebt van niet echt een persoon te zijn; dat je je van binnen leeg, klein en defect voelt. Vrouwen met veel narcistische trekken focussen op de mode en machtige mannelijke vrienden en mannen met veel narcistische trekken focussen op opscheppen en op andere mannen met narcisme. Ze zijn uitermate charmant, slim en aantrekkelijk en ze zijn meesters in het presenteren van zichzelf en er goed in om het te doen met wat ze in huis hebben want daarin oefenen ze de hele dag.

Meestal zijn mensen met veel narcistische trekken als kind door hun ouders geprezen maar zijn de ouders verder koud en kunnen ze hun kind niet troosten.

Als je van het narcisme af zou willen komen kun je het beste gaan focussen op van binnen uit gevoelde en  duurzame waarden en op de gemeenschap om je heen. Er is ook een normaal en gezonde vorm van narcisme namelijk dat je gewoon trots bent op wat je doet.

vanstraaten

Voor meer over narcisme op dit blog: Narcisme: “Dat maak ik zelf wel uit” en Waarom we narcistischer zijn geworden.

Een helpende web-site voor slachtoffers van mensen met een ernstig vorm van narcisme, is die van Iris Koops: Het verdwenen zelf.

Hier een mooie uitleg over de twee kanten van narcisme: het grandioze narcisme en het kwetsbare narcisme.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie

Contract-vrije zorg-verleners opnieuw zwart gemaakt

Professionals zoals ik zelf worden op het moment in sommige media afgeschilderd als de veroorzakers van de ‘explosieve, ongebreidelde, onbeheersbare’ kostenstijging in de zorg. Enkele jaren geleden (2015) was het de minister van volksgezondheid zelf (Schippers) die probeerde om ons zwart te maken. Toen werden we afgeschilderd als cowboys die maar een eind weg declareerden. Wij zijn een doorn in het oog van de voorstanders van het geprivatiseerde zorg-stelsel. Maar de argumenten en de beelden die opgeroepen worden door de huidige beleidsmakers en zorg-verzekeraars kloppen niet.

U vraagt zich misschien al af hoe het mogelijk is dat een kleine groep onafhankelijke zorg-verleners verantwoordelijk zou kunnen zijn voor die ‘explosieve, ongebreidelde, onbeheersbare’ kostenstijging. En dat kan natuurlijk ook niet. Van het totale zorgbudget wordt momenteel 1% uitgegeven aan contract-vrije zorg.

Contract-vrije zorg-verleners zijn bonafide, gekwalificeerde en geregistreerde professionals die vooral werken vanuit beroepseer. Misschien vormen ze daarom een bedreiging voor dit zorg-stelsel en moeten ze zwart gemaakt worden. Beroepseer lijkt de zorg-verzekeraar niet te interesseren.

Lees eventueel wat er in 2015 speelde in het artikel van Follow The Money: Contract-vrij wordt vogelvrij. Hier nu eerst over de meer recente aanval op het contract-vrij werken.

Deze keer komt die van emiritus hoogleraar sociale ziektekostenverzekering Wynand van de Ven. Hij doet niet meer mee als hoogleraar, maar geeft nog even een trap na in zijn afscheidsrede. De rede wordt verkort weergegeven op de website van Skipr.

De reacties van mijn (gecontracteerde en contract-vrije) collega’s laten de kloof zien tussen de zorg-praktijk en de mensen die dit stelsel bedacht hebben. Hoe zou het toch komen dat steeds meer professionals in de zorg (artsen, psychiaters, psychologen, thuiszorg-medewerkers, enz.) zich tegen dit stelsel verzetten en proberen om er onder uit of om er van af te komen?

Hier een overzicht van de verschillende reacties van collega’s.

Domme zorg-verzekeraars

Mogelijk hangt Van de Ven zijn redenering op aan enkele malafide zorg-ondernemers met besloten vennootschappen zoals bijvoorbeeld de revalidatie-instelling Ciran, die onlangs in het nieuws kwam. Maar dan zou hij de verantwoordelijkheid voor de stijging van de kosten moeten zoeken bij de zorg-verzekeraars zelf omdat zij de criminele activiteiten van dit soort instellingen niet in de gaten hebben. Of hij zou de oorzaak van de kostenstijging moeten zoeken bij het commercialiseren van de zorg die het ontstaan dit soort perverse ondernemingen uitlokt.

Het is triest dat Ciran jaren lang door kon gaan voordat eerst Zembla de feiten boven tafel haalde. Verzekeraars staan volgens Van de Ven vrijwel machteloos tegenover deze zorg-ondernemers. Hij probeert hier geheel onterecht medelijden op te roepen voor de zorg-verzekeraars. Waarom zou Zembla dit wel kunnen aanpakken en de zorg-verzekeraars niet?

Als ik het goed begrijp hebben ze zich deze keer laten bedonderen door zorg-ondernemers die verslaafden behandelden met klankschaal-therapie. Het lijkt wel alsof zorg-verzekeraars deze blamage niet kunnen incasseren en daarom doen alsof alle contract-vrije zorg-verleners onbetrouwbaar en onprofessioneel zijn en onterecht hoge declaraties indienen. Vanzelfsprekend herken ik mij niet in dit beeld.

Ivo Knotnerus, zelfstandig adviseur en management controller in de zorg zegt hierover:

De voorbeelden van ‘te dure’ niet-gecontracteerde zorg in de ggz liggen meestal op het gebied van evidente onzin (zwemmen met dolfijnen, klankschaal-therapie). Beste zorgverzekeraars: daar bestaat al iets tegen en dat weten jullie best. Jullie hebben het recht om vast te stellen of declaraties doelmatig verleende basisverzekerde zorg betreffen. En dat recht heeft niets met contractering te maken, het is een wettelijke regeling die ook voor niet-gecontracteerd verleende zorg geldt. Ik begrijp best dat jullie het vervelend vinden dat je daarvoor in het geval van niet-gecontracteerde zorg je verzekerde zelf (in plaats van diens zorgverlener) moet aanspreken, maar dat lijkt me geen probleem waar de gemiddelde bonafide ongecontracteerde zorgaanbieder onder zou moeten lijden.

De malafide praktijken van Ciran doen mij trouwens denken aan de echtgenoot van ex-minister Schippers, Sander Spijker, die een bedrijf was begonnen om (gecontracteerde) zorg-instellingen te adviseren hoe zij slimmer (lees: hoger) konden declareren. Hiervan is verslag gedaan in 2016, alweer door Follow The Money. Spijker moest daarna stoppen met zijn advies werkzaamheden.

Het lijkt er op dat de oplichters in de zorg eigenlijk heel dicht staan bij de voorstanders van dit steeds commerciëlere zorg-stelsel. Commercie wakkert het produceren en consumeren van zorg aan. Uitbuiting en oplichting gaan wel vaker hand in hand met commercie. Dàt maakt de zorg onnodig duur. Omdat Van de Ven dit liever niet inziet moet hij op zoek naar een zondebok.

Valse voorstelling van zaken

Van de Ven vindt dat het zogenaamde hinderpaal-criterium aangepakt moet worden. Deze wettelijke bepaling zorgt er voor dat de vergoeding voor contract-vrije zorg niet zó laag mag zijn dat het de verzekerde verhindert om van die zorg gebruik te maken. Het criterium helpt om voor iedereen de vrije keuze mogelijk te maken. Niet alleen voor de rijken. De laatste keer dat dit criterium dreigde te verdwijnen, heeft de Eerste Kamer hier een stokje voor gestoken. Het hinderpaal-criterium zorgt er voor dat de macht van zorg-verzekeraars geen almacht is. En dat vindt Van de Ven niet fijn.

In zijn visie zouden ‘hoge declaraties’ van contract-vrije zorg-verleners de kostenstijging veroorzaken omdat zorg-verzekeraars door het hinderpaal-criterium verplicht zijn om deze ‘hoge declaraties’ te vergoeden.

Maar hij geeft hiermee een compleet valse voorstelling van zaken omdat contract-vrije zorg-verleners helemaal geen onredelijk hoge tarieven kùnnen vragen want zij zijn net zoals gecontracteerde zorg-verleners gebonden aan de NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) tarieven!

Vergoedingen voor àlle zorg-verleners zijn onder de maat, gecontracteerd of contract-vrij

In de praktijk gebeurt het niet of nauwelijks dat zorg-verzekeraars contract-vrije zorg geheel vergoeden aan verzekerden. Dit gebeurt alleen als dezen een restitutie polis hebben maar de meeste mensen hebben een natura polis. Soms krijgen natura verzekerden zelfs niet meer dan 50% vergoed van het maximale NZa-tarief en betalen zij de andere 50% zelf bij. Zo hoort het niet want zorg-verzekeraars moeten minimaal 75% van het NZa tarief vergoeden, maar zij houden zich daar vaak niet aan.

Zorg-verzekeraars hebben namelijk het zogenaamde ‘markt-conforme’ tarief bedacht dat beduidend lager ligt dan het door het NZa redelijk geachte tarief. Ze leggen een ‘slikken of stikken’ contract voor, benaderen zorg-verleners met wantrouwen; beknottend en bevoogdend. Door deze wurgcontracten moeten gecontracteerden voor veel te lage tarieven werken. Contract-vrije zorg-verleners kiezen voor ‘stikken’ en gaan hun eigen weg.

Volgens Van de Ven zouden verzekeraars vrijwel machteloos staan tegenover de ‘kwaadwillende, kosten- en winst-opdrijvende, contract-vrije zorg-ondernemers’. Inderdaad hebben zorg-verzekeraars meer grip op gecontracteerde zorg-verleners maar in werkelijkheid zijn àlle zorg-verleners, contract-vrij of gecontracteerd, de dupe van dit stelsel. Mogelijk wil Van de Ven een wig drijven tussen deze twee groepen maar dat gaat moeilijk worden want gecontracteerden beginnen steeds meer te ontdekken wat er mis is met het stelsel en met de contracten.

Er zijn op het moment steeds meer zorg-verleners die zonder contract gaan werken en dit is een goede zaak want daarmee wint de inhoud en komt er meer ruimte voor beroepseer. Gecontracteerde collega’s die binnen instellingen werken hoor je regelmatig klagen over hoe ze steeds korter (en soms onmogelijk korter) moeten werken omdat de verzekeraar dat wil en niet om dat het past bij het probleem waar de verzekerde mee zit.

De werkelijkheid

Zowel gecontracteerden als contract-vrije zorg-verleners werken voor minder dan het NZa tarief.

Een gecontracteerde collega schrijft:

Het sluiten van contracten met zorg-verzekeraars wordt steeds minder aantrekkelijk. Elk jaar lagere vergoedingen en lagere omzetplafonds waar meer bureaucratische eisen tegenover staan, die onderling soms zelfs onverenigbaar zijn. Overleg, laat staan onderhandelen met een zorg-verzekeraar is eenvoudigweg niet mogelijk.

Contracten vormen een groeiend financieel risico vanwege addertjes onder het gras geformuleerd in ondoorzichtige juridische alinea’s. Een voorbeeld hiervan is de rechtszaak van de LVVP tegen Menzis die dit jaar gevoerd zal worden. Menzis probeert onder het beleid van de NZa uit te komen en af te knijpen waar ze kunnen onder het mom van kwaliteit en wil boven een door hen bepaald uurtarief gaan terugvorderen.

Nieuwe praktijken krijgen bij enkele grote zorg-verzekeraars al jaren geen contract met als reden ‘er is al voldoende zorg in uw omgeving ingekocht’, terwijl de wachtlijsten gemiddeld langer dan 3 maanden zijn. Vragen om verhoging van het budget zijn nog nooit gehonoreerd, in al die jaren praktijkvoering niet.

Kortom zorg-verzekeraars zijn vaak geen betrouwbare zakenpartners die vanuit achterdocht, wantrouwen en afknijpen opereren. En als je dan na jarenlang zo behandeld te zijn geen contract meer sluit omdat je je werk gewoon wilt doen zonder al die aanmatigende onzin krijgen we mijnheer Van de Ven die de contract-vrije zorg-verlener nog even een trap na komt geven.

Een collega die zowel gecontracteerd als contract-vrij werkt kent beide kanten:

In de instelling had een voltallig secretariaat een dagtaak aan het managen van de contracten, budgetten, nota’s en allerlei correspondentie met zorg-verzekeraars. Halverwege het jaar moest er steevast zeer creatief omgegaan worden met de ‘inhoud’ van de behandelingen omdat bij de eerste verzekeraars de budgetten op begonnen te raken. Plotseling gaf elk inhoudelijk beeld de indicatie ‘bggz kort’ of ‘zelf betalen want geen diagnose’. Cliënten haakten af of meldden zich aan het begin van het nieuwe jaar opnieuw met toegenomen klachten. Volgens mij is dit alles heel erg duur.

In het contract-vrije werken betalen cliënten die geen restitutie-polis hebben een deel zelf. Helaas krijgen ze wanneer zij navraag doen bij de verzekeraar over de vergoeding nog wel eens te horen dat hun contract-vrije behandelaar een geldwolf of een niet erkend therapeut is. Jammer, want dat kost weer tijd (en geld) als cliënten hierop afhaken of wanneer dit eerst weer recht gezet moet worden. Cliënten die overblijven kiezen voor de inhoud, voor een behandeling ‘op maat’ in plaats van – in het ergste geval – een ‘protocol’ behandeling. Als behandelaar voel ik me ondanks de genoemde hobbels een stuk vrijer zonder contracten. Ik kan me bezig houden met de individuele cliënt en voel me weer psychotherapeut in plaats van financieel strateeg.

Zorg inkopen in een geprivatiseerd zorg-stelsel

Dat de overheid de rol van zorg-inkoper heeft afgestaan aan de zorg-verzekeraar vormt de kern van dit nieuwe zorg-stelsel. Van de Ven gelooft daar in en voor het goed functioneren er van moet volgens hem de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg zò laag zijn dat verzekerden voldoende geprikkeld worden om er geen gebruik te maken.

Afdelingen zorginkoop bij zorg-verzekeraars krimpen momenteel en afdelingen controle groeien. De bureaucratie en administratie waarmee zorg-verleners worden opgezadeld groeit en gaat ten koste van de tijd die aan zorg besteed kan worden.

Als verzekeraars echt zouden inzetten op de inhoud en op goede en fatsoenlijke contracten, gericht op het bevorderen van zorg op maat en op preventie in plaats van te werken vanuit uit een commerciële logica, dan zou er eventueel over goede zorg kunnen worden onderhandeld. Dan zou er daadwerkelijk inhoudelijk gestuurd kunnen worden op innovatie en ontwikkeling van zorg.

Nog één reactie van een collega op het betoog van Van der Ven:

Het doet echt pijn om te lezen dat contract-vrije zorg-verleners met een ‘krachtige lobby’ vanuit ‘welbegrepen eigenbelang’ de kosten aan het opdrijven zijn. Ik herken dat totaal niet, niet bij mezelf en niet bij mijn collega’s. Als iemand geen krachtige lobby heeft zijn het wel de contract-vrije zorg-verleners. Het zou fijn zijn als de heer Van de Ven stopt met generaliseren en het wegzetten van een complete groep zorg-verleners. Dagelijks probeer ik met hart en ziel en naar eer en geweten mijn werk te doen. Niet om rijk te worden en de kosten omhoog te drijven maar eenvoudigweg om mensen vooruit te helpen met mijn prachtige vak. Kunt u zich dat voorstellen meneer Van de Ven? Bent u bereid om open en eerlijk aandacht te besteden aan de vraag hoe het toch komt dat steeds meer zorg-verleners de keuze maken om buiten de gevestigde kaders te gaan opereren? Zou dat misschien iets kunnen zeggen over die gevestigde kaders? Of zijn contract-vrije zorg-verleners simpelweg slechte mensen in uw ogen?

Laten we niet vergeten dat collectieve ziekenfondsen met een verenigingsstructuur onder druk van rechts beleid commerciële hiërarchisch georganiseerde zorgverzekeraars zijn geworden. Dit proces begon in de jaren ’80 en nu zitten we met dit stelsel opgescheept. Dat hoeft niet zo te blijven.

In deze korte TED talk van onderzoeksjournalist Sander Heijne wordt duidelijk waarom marktwerking in de zorg geen goed idee is. De overheid kan onze collectieve behoeften waar zorg toe behoort beter bundelen dan de markt ooit zal doen.

 

2 reacties

Opgeslagen onder Zorgverzekeringen

Ouders die ‘sorry’ kunnen zeggen tegen hun ‘lastige’ puber

‘Sorry’ zeggen is voor sommige mensen een hele opgave. Anderen zeggen het misschien te gemakkelijk.

Hoe dan ook, de band tussen de ouders en een ‘lastige’ puber kan van een ‘sorry’ op het juiste moment, zodanig opknappen dat de ‘gedragsproblemen’ van de puber zonder al te veel moeite opgelost worden.

Ouders die geen ‘sorry’ kunnen zeggen worden indien gewenst over de brug geholpen binnen een hechtingsgerichte gezinstherapie. Hoe dit in zijn werk gaat leerde ik op dag 4 van de cursus: Systeemtherapie Kinderen en Jeugd  van Elien Oostendorp. Het gaat hier om Attachment Focussed Family Therapy (AFFT) en afstemmen op de eigen emoties door de ouders bleek van cruciaal belang.

Ouders motiveren om naar zichzelf te kijken

Het is niet gemakkelijk wat een hechtingsgerichte therapeut van de ouders vraagt, want het kan een pijnlijke stap zijn om eerst naar jezelf te kijken. Het is niet makkelijk om je af te vragen of het opvoeden wel goed gegaan is. Ouders vragen de therapeut vaak: “Waarom nodigt u mij uit?” “Het is mijn kind dat zich niet weet te gedragen!” Het voelt voor hen alsof zij op het matje geroepen zijn, terwijl het hun puber is die de problemen veroorzaakt.

Misschien zit ‘m daar juist het probleem. In het oorzaak-gevolg denken, in het lineaire denken, in het begin van het probleem leggen op een gefixeerd punt en wel bij het gedrag van de puber.

De therapeut zou op de vragen van de ouders kunnen antwoorden: “Het lijkt inderdaad onlogisch dat u hier zit maar ik heb het nodig dat ik u leer kennen want ik geloof dat jullie van elkaar houden en dat er een andere dialoog kan komen en dat alleen daarna het probleem opgelost kan worden.” Dat je met deze woorden kunt reageren, leerde ik op deze dag.

De AFFT therapeut zal de ouders vragen om dieper in te gaan op de emoties die het gedrag van de puber oproept, om zich zo doende een weg te banen uit het eigen gevoel van machteloosheid over het opvoeden. Het gereedschap waarmee ze het gedrag van hun puber kunnen aanpakken blijkt diep in hen zelf verscholen te liggen.

Oudergesprekken vormen de beginfase van de therapie. De AFFT therapeut geeft de ouders wat zij zelf in een latere fase aan hun puber zullen doorgeven. Dit is kort samengevat: het emotioneel afstemmen met PACE (Playfullness, Acceptance, Curiosity en Empathy). Over het algemeen hebben ouders dit niet voldoende meegekregen waardoor ze het niet kunnen doorgeven. Tijdens het oefenen van PACE in rollenspellen was de feedback dat mijn nieuwsgierige vragen (Curiosity) vervuld waren van empathie (Empathy). Twee vliegen in een klap.

Bij het opvoeden wordt ouders dus vaak gevraagd om iets te geven aan hun puber wat ze zelf niet gekregen hebben. Een onmogelijke vraag. Vaak blijken ze zich in het geheim te schamen voor het falen in de ouderrol.

Als de AFFT therapeut het idee krijgt dat de ouders kunnen accepteren dat onderliggende emoties en motieven een rol spelen in de interactie met de puber, dan kunnen ouder-kind gesprekken plaatsvinden maar er kan altijd weer teruggegaan worden naar oudergesprekken. Uiteindelijk zullen ouders en puber tot een emotioneel, affectieve en reflectieve dialoog komen.

In een dergelijke dialoog speelt intersubjectiviteit een belangrijke rol.

Intersubjectiviteit

Hechting en intersubjectiviteit vormen samen de onlosmakelijke spiraal van de psychologische geboorte en de ontwikkeling van de mens. In het dagelijks leven van het jonge kind is dit heel duidelijk waarneembaar.

Niets op deze aarde vond ik nog belangrijk, slechts de wijze waarop haar gelaat zich naar het mijne boog, waarbij onze neuzen elkaar net raakten, hoe vol en betoverend ze naar me glimlachte, terwijl er vonkjes van haar gezicht leken te schieten. Ze had me met een kleine lepel gevoerd. Ze had haar neus tegen die van mij gewreven en haar licht over mijn gezicht laten schijnen… Er werd van mij gehouden.

Sue Monk Kidd, ‘Ver van huis’

Een dag van een kind wordt doordrenkt met hechting en intersubjectiviteit. Bij veilige hechting is de ouder de veilige haven waardoor het kind kan ontdekken hoe het zijn angsten kan reguleren zodat het in vrijheid kan leren van nieuwe objecten en gebeurtenissen. Met intersubjectief wordt bedoeld dat ouder en kind op elkaar afgestemd zijn, dat ze samen hun emotie reguleren en samen betekenis geven aan objecten of gebeurtenissen.

Een baby heeft de bereidheid en het vermogen om de aandacht van de volwassene te vragen. Elk huiltje is anders omdat zijn ongemak steeds weer anders is. De ouders gaan de huiltjes herkennen. Hoe beter de baby en de verzorgers kunnen communiceren, hoe veiliger. Ze bereiken samen een toestand van intersubjectiviteit waarbij hun emoties op elkaar worden afgestemd. Ze zijn op elkaar gericht en delen dezelfde intenties om te communiceren en te genieten van elkaar en om meer te ontdekken en te genieten van de gebeurtenissen en objecten in de wereld, of deze juist te vermijden.

Geluidjes die de baby maakt worden door de ouder herhaald. Ook gezichtsuitdrukkingen evenaart de ouder. Dit herhalen en evenaren is belangrijk voor de ontwikkeling van de communicatie. Het gaat hier niet om het imiteren. De ouder helpt de baby op deze manier om zich bewust te worden dat hij een innerlijke toestand heeft. De ouder toont daarmee empathie. De innerlijke toestand wordt opgemerkt, gewaardeerd, geaccepteerd en er wordt betekenis aan gegeven. Via deze intersubjectieve ervaring wordt de baby zich bewust van de eigen ervaring, die hij anders niet zou kunnen identificeren en als belangrijk zou kunnen waarderen. Dit vormt het fundament van een coherent zelfbewustzijn.

Door intersubjectieve ervaringen kan het innerlijk leven van anderen een centraal onderdeel worden van ons eigen innerlijk leven. Door het delen van innerlijke levens worden we vitaler en interessanter. De gedachtenwereld wordt vanaf het begin beïnvloed door anderen. De uitwisseling met anderen wordt mogelijk door een uitzonderlijk uitgebreide reeks speciale expressieve bewegingen (houding, gebaren, stem, gezichtsuitdrukking, enz.) die motieven weerspiegelen.

De verschillende kenmerken van de intersubjectiviteit tussen ouder en kind zijn relevant voor de psychotherapie. In gezinnen die niet worden gekenmerkt door veilige hechtingsrelaties wordt de aarzeling om intersubjectieve ervaringen te initiëren steeds groter. Hun wensen om te delen en samen te werken falen. Intersubjectieve ervaringen worden verdacht, gaan gepaard met schaamte of negatieve gevoelens. Het is niet langer wenselijk om emotie, aandacht en intentie te delen. Intersubjectiviteit, de wieg voor wederzijdse vreugde en intimiteit binnen een gezin, wordt een bedreiging.

Na herstel kan een relatie juist sterker worden

Ouders die een veilige hechtingsbasis bieden zijn gewoonlijk beschikbaar, intuïtief en responsief. Ouders zijn er onvoorwaardelijk maar soms is er een storing in de relatie; de een wacht dan tot de ander weer ‘op adem is gekomen’. Breuken zijn minder makkelijk te repareren als de ouder weigert, boos of geïrriteerd is. Een ouder kan in beslag genomen zijn door andere zorgen en/of zelf in een ontregelde toestand zijn.

Een tijdelijke crisis in de relatie moet worden herkend, geaccepteerd en hersteld. Na het herstel kan de relatie juist sterker worden. Vaak begint de ouder met het herstel en laat bijvoorbeeld merken dat de boosheid van het kind geen bedreiging is voor de relatie. De gereguleerde emotie, de gerichte aandacht en de intentie om te herstellen nodigen het kind uit en beiden keren terug naar de intersubjectieve toestand die de emotie die gepaard ging met de breuk, reguleert. Als de ouder het kind niet uitnodigt of andersom dan vormt een breuk een bedreiging en wordt het kind angstig of wanhopig.

Hechtingspatronen worden van generatie op generatie doorgegeven. Verstoringen in de ouder-kind relatie vormen een probleem als ze lijken op verstoringen in de eigen hechtingsrelatie van de ouder die niet werden opgelost. Alleen dan kunnen breuken een bedreiging worden. Er is een verhoogd risico als de breuken intens zijn, frequent en onopgelost blijven. Zowel ouders als kind ervaren schaamte in combinatie met het ervaren van de bedreiging van de relatie. Dat is het moment dat ze in gezinstherapie gaan, met een defensieve en afwijzende houding om te beginnen.

Hechtingsgerichte therapie brengt de intersubjectieve ervaringen weer op gang. De ouder kan het kind opnieuw gaan ervaren als de moeite waard en om van te houden.

Primaire en secundaire intersubjectiviteit

De ouder omarmt de vaak ontregelde, de permanent veranderende lichamelijke toestand van de baby. Afstemmen van ouder en baby is het intersubjectief delen van emotie. Door deze tweevoudige regulatie van de emotie ofwel veilige hechting nemen wederzijds plezier, blijmoedigheid en opgetogenheid toe.

De ouders ontdekken wie hun baby is en wie zij zelf zijn als ouder. De baby ontdekt wie hij is en wie zijn ouders zijn. De baby weet dat de expressieve ogen van zijn ouder ook een reactie zijn op hem. Zijn expressies zijn een weerspiegeling van zijn zich ontwikkelende innerlijke toestanden en de hiervan afhankelijke reacties van de ouder zorgen er op hun beurt weer voor dat het kind zich bewust is dat de moeder deze toestanden opmerkt en hierop met plezier, belangstelling en acceptatie reageert. De aard van de reactie van de ouder geeft het kind een eerste definitie van zichzelf. De baby ervaart zijn eigen kracht. Hij ontdekt steeds weer dat hij beschikt over prachtige kwaliteiten die zijn ouders diep raken. En ouders ontdekken zichzelf als ouder in de ogen van de baby. Dit is de primaire intersubjectiviteit.

Secundaire intersubjectiviteit vindt plaats in de tweede helft van het eerste levensjaar. De ouders geven voortdurend betekenis aan objecten en gebeurtenissen om de baby heen. Wat de ouders opmerken en waarderen, merkt de baby op en waardeert de baby. De ouder ervaart het object maar ervaart ook de ervaring van de baby met het object, waarna de ouder uitdrukking geeft aan zowel de eigen ervaring als aan die van de baby. Ouder en baby creëren samen de betekenis van het object of de gebeurtenis. Omdat ze het samen doen kan het kind vanuit meer perspectieven het object ervaren, met minder angst of schaamte. De baby kan hierdoor de diepere betekenis van het object beter doorgronden wat meer controle geeft.

Het samen betekenis geven gaat na de babytijd door. Het kind zal steeds vaker in contact komen met anderen waarmee het graag betekenis gevende activiteiten onderneemt. Kinderen gaan zich identificeren met anderen maar de ouders blijven vooraan staan. Ze willen zijn zoals hun ouders, met hun interessen, wensen, gedachten en gevoelens. Identificatie met hechtingsfiguren geeft richting aan de organisatie van ervaringen, aan betekenisgeving en aan het vermogen om interacties met de wereld te leren beheersen.

De puber en de adolescent onderscheiden hun betekenis gevende activiteiten steeds beter van die van hun ouders. Ze kunnen zich gaan afvragen of ze het perspectief van hun ouders accepteren. Als verschillen kunnen worden herkend en geaccepteerd wordt het vermogen van kinderen om de behoefte aan intimiteit en aan autonomie te integreren, mogelijk. Een eigen levensverhaal en veilige gehechtheid kunnen samengaan.

Gezinnen gaan in therapie als het accepteren van verschillen niet lukt. De verschillen worden dan gezien als bedreigend, ongepast, fout of als een gebrek aan respect. Er wordt een negatieve betekenis gegeven aan de motieven van de ander. Inspanningen om het innerlijk leven van de ander te begrijpen worden ondergeschikt gemaakt aan oordelen die geveld worden over het gedrag van de ander. Intersubjectieve ervaringen doen zich steeds minder voor en individuen raken geïsoleerd en voelen zich onveilig.

Een coherent ik-gevoel en herstel van de interactie

Dankzij de primaire en secundaire intersubjectiviteit vormt zich in toenemende mate een coherent ik-gevoel. Dit is geen rigide entiteit maar een open, flexibele, actief integrerende en unieke schepper van ervaringen via betrokkenheid met anderen en met objecten en gebeurtenissen in de wereld. Een veilig gehechte volwassene  heeft een coherent levensverhaal en staat open voor elk object of elke gebeurtenis en de emotie die hiermee gepaard gaat kan hij of zij individueel of samen reguleren. Aan elk object of gebeurtenis wordt individueel of samen betekenis gegeven waarna het geïntegreerd wordt in het levensverhaal. Gebeurtenissen hoeven niet te worden ontkend of vervormd. Het ik-gevoel wordt er niet door bedreigd. Het ‘zelf’ is in staat om op een samenhangende wijze continue,allesomvattend en georganiseerd te zijn.

Gebeurtenissen kunnen objectief zijn maar de betekenis die er aan gegeven wordt is altijd uniek, subjectief en wordt op intersubjectieve wijze gecreëerd. Als ouders deze psychologische waarheid kunnen erkennen en de uniciteit van de ervaringen van hun kind kunnen waarderen dan bieden ze intersubjectieve ervaringen aan die acceptatie en nieuwsgierigheid laten zien met betrekking tot betekenis gevende activiteiten van hun kind. Deze ouders ontmoedigen hun kind niet bij het hebben van een subjectieve ervaring die verschilt van hun eigen ervaring.

Het ik-gevoel van de ouder kan aangetast zijn. Het doel van de therapie is het herstel van een plezierige dialogische kameraadschap die waarschijnlijk in de vroege ouder-kind relatie aanwezig was. Het doel is om samen te ontdekken wat de belangrijkste wederzijdse intenties zijn die onder de problemen verscholen liggen, deze intenties te accepteren en met elkaar te bespreken op een wijze die herstel van de interactie mogelijk maakt.


Om dit bericht te maken is o.a. gebruik gemaakt van het boek ‘Hechtingsgerichte gezinstherapie’ van Daniel A Hughes. Hoofdstuk 1: Hechting en intersubjectiviteit.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie, Systeemtherapie

Vrede ligt voortdurend op de loer

Dit blijkt uit een bijdrage van Rutger Bregman in De Correspondent: ‘Laten we dit Kerstverhaal aan elkaar vertellen – juist nu’.

Het vertelt het verhaal van de soldaten die met Kerst spontaan en massaal ophielden met vechten tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Het was ongelooflijk wat er toen aan het front gebeurde maar het bewijs is overweldigend. Er zijn talloze verslagen van ooggetuigen die het zelf ook maar nauwelijks konden bevatten.

Maar Kerst 1914 was niet de enige keer dat er spontaan vrede uitbrak. Het gebeurde ook tijdens de Spaanse Burgeroorlog, tijdens de Boerenoorlog, tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog, tijdens de Krimoorlog, en tijdens de oorlog van Napoleon tegen de rest van Europa.

Waarom we dit Kerstverhaal aan elkaar moeten vertellen? Bregman:

Het benepen nationalisme is terug. De ongelijkheid groeit weer. Jonge mensen voelen zich eens te meer aangetrokken tot demagogen die beloven af te rekenen met een decadente elite. Ondertussen is een nieuwe generatie van slaapwandelaars aan de macht, politici die voortmodderen terwijl de democratie verslapt en de planeet opwarmt.

Ik weet niet of er slaapwandelaars aan de macht zijn of politici die wat aanmodderen. Noem me wantrouwig maar ik zou eerder denken dat er hebzuchtige cynici aan de macht zijn. En volgens mij hebben veel te weinig mensen door dat zij tegen anderen opgezet worden.

Uit onderzoek blijkt steeds opnieuw dat hoe verder van het front, hoe meer mensen geloven in het vijand-beeld dat machthebbers oproepen. Hoe verder van het front, hoe groter de haat. Haat die de samenleving wordt ingepompt.

We kunnen misschien troost putten uit het feit dat propaganda ons ook weer samen kan brengen. Een voorbeeld van hoe dit werkte is volgens Bregman te vinden in het Colombia van 2006. De oorlog daar duurde op dat moment dan al meer dan vijftig jaar.

Maar liefst 220.000 mensen zijn omgekomen. Het leger, rechtse paramilitairen en guerrillabewegingen als de FARC hebben gruwelijke oorlogsmisdaden gepleegd. Er is een hele generatie opgegroeid die nog nooit vrede heeft gekend. En het leger weet inmiddels: met grof geweld valt deze strijd niet te winnen.

Het verzoek om de wapens neer te leggen kwam in 2006 van het ministerie van defensie onder leiding van Juan Manuel Santos, die later president werd en de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Een reclamebureau werd door het ministerie ingeschakeld en die deed onderzoek naar de doelgroep: de guerilla’s. Ze probeerden te begrijpen wat de strijders de jungle in drijft – en wat ze daar houdt. Keer op keer komen ze tot dezelfde conclusie: dit zijn gewone mensen die gevoelig blijken voor de kerstboodschap, die verlangen naar hun moeders en hun wapens willen inleveren als ze een toekomst krijgen. De reclame campagnes leverden een belangrijke bijdrage aan de vredesbesprekingen die in 2011 begonnen. Colombia is nog steeds geen hemel op aarde maar Bregman ziet dit wel als een hoopvol verhaal.

Santos was een leider op zoek naar vrede maar meestal zijn het de leiders die niets willen horen van vrede. Die vrede een plaag vinden. Terug naar de Eerste Wereldoorlog:

Op 29 december 1914 vaardigde het Duitse Hoofdkwartier een bevel uit: alle vriendelijkheid jegens de vijand was ten strengste verboden. Ook een Britse veldmaarschalk beviel dat ieder gebaar van vriendschap moest stoppen. Wie ongehoorzaam was, werd voor de krijgsraad gesleept.

In de daaropvolgende jaren was de legertop beter voorbereid. Met kerst 1915 liet de Britse High Command de vijandelijke posities dag en nacht bombarderen, om zo iedere Kerstgedachte de kop in te drukken. Luitenant Wyn Griffith van de Royal Welsh Fusiliers schreef over ‘strikte orders… We moesten bezeten blijven door een geest van haat, en iedere toenadering met lood beantwoorden.’

Toch bleef vrede op de loer liggen.

Duizenden soldaten deden hun best om de vrede te bewaren. In het geheim stuurden ze brieven naar elkaar. ‘Wees op je hoede morgen,’ schreef een Franse eenheid. ‘De generaal komt onze positie bezoeken. […] we zullen moeten vuren.’ Een Brits bataljon kreeg een vergelijkbaar bericht van de Duitsers: ‘We zullen jullie kameraden blijven. Als we worden gedwongen te vuren, dan zullen we te hoog schieten.’

Op sommige plekken hield de wapenstilstand nog weken stand. En ondanks alle maatregelen van hogerhand zouden nog meer uitbraken van vrede volgen. Toen in 1917 de helft van de Franse divisies begonnen te muiten, hadden de Duitsers het niet eens door! Voor zover zij wisten hielden de Fransen zich gewoon aan de oude, stilzwijgende afspraak om niet te schieten.

De historicus Tony Ashworth beschrijft Kerst 1914 als het plotselinge boven water komen van ‘een grote ijsberg.’

Laat die metafoor even tot je doordringen. Zelfs in oorlogstijd is er een berg van vrede, die ieder moment kan bovendrijven. Generaals, politici en ophitsers moeten alles uit de kast trekken – geweld, dwang, nepnieuws – om die berg onder water te duwen. Haat en vijandschap zitten namelijk niet diep in onze natuur, maar vormen een dunne laag op een goed hart.


 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek

LIEF EN LEED

Dit is de titel van een nieuw boek van klinisch psycholoog en gezinstherapeut Peter Rober. Het zijn korte verhalen uit de praktijk van de psychotherapeut. We horen de stemmen van mensen die in therapie zijn.

Ik vind de verhalen stuk voor stuk juweeltjes en dat komt mede door de poëtische vorm waarin ze gegoten zijn. Hier het voorwoord en het eerste verhaal.


VOORWOORD

Daar is de kleine mens

en hij zoekt zijn weg

in de wereld

 

Er is veel verdriet.

En hier en daar

schoonheid

en deugddoende momenten

die troosten.

 

De wereld is koppig,

vaak tegendraads.

En de kleine mens;

hij heeft voor deze wereld niet gekozen,

en hij heeft hem niet gemaakt.

 

Maar hij probeert er het beste van te maken.

 

Soms doet de kleine mens

daarbij een beroep op ons,

psychotherapeuten.

We luisteren naar zijn verhaal,

van het struikelen

en nog juist recht blijven,

van het wankelen

en vallen.

 

En we proberen nuttig te zijn

bij het zoeken en tasten,

het wroeten en trachten.

Soms lukt dat goed.

Soms minder.

Soms niet.

 

Maar we proberen er het beste van te maken.


Hier het eerste verhaal:


VOOR WE BEGINNEN…

Voor we beginnen, wil ik duidelijk zijn.

Ik wil niet dat je mij behandelt als een geval.

Ik wil dat je naar me luistert.

 

Ik heb een verhaal te vertellen

en ik heb iemand nodig

die me helpt het te vertellen.

Iemand die luistert en

niet vindt dat ik gestoord ben,

of dat mijn leven een mislukking is.

 

Mijn vorige therapeut gaf me het gevoel

dat er iets grondig mis met mij was.

 

Ik vertelde mijn verhaal

over weinig eten om slank te worden,

over kijken in de spiegel

en zien dat het nog te vet is,

over mijn neerslachtigheid dan,

over mijn angst om buiten te komen

met zo een dik lijf.

 

Ik vertelde ook

dat ik anderzijds

mijn dikke lijf nodig had,

omdat het me beschermde,

zoals de dikke huid van een olifant.

Ik vertelde over mijn vader

die met zijn handen niet van mij af kon blijven,

en over mijn moeder die het niet zag,

en over mijzelf die er niet over durfde te spreken.

 

Ik vertelde dit alles

en ik wilde graag

nog veel meer vertellen,

maar de therapeut zei:

En waar wil je dan aan werken?

 

Ik begreep niet wat hij bedoelde.

 

Hij legde uit:

Ik moet eerst een duidelijke diagnose stellen,

zodat we een behandelingsplan kunnen uitwerken, 

en zodat ik de geschikte interventies kan kiezen.

 

Ik zweeg.

 

Mijn stilte maakte hem onzeker.

In plaats van mij te vragen wat er was,

begon hij verder uit te leggen wat hij wilde…

Ja, we werken hier vraaggestuurd. Dat vinden we heel

belangrijk. Maar het is me niet duidelijk wat je vraag is. Ik

hoor depressie, eetstoornis, angststoornis. Mogelijk ook een

posttraumatische stressstoornis, maat dat moet ik nog verder

onderzoeken. Ik heb hier nog ergens een vragenlijst liggen

die ons daarbij kan helpen.

 

Ik ben niet onmiddellijk buiten gestapt

en heb beleefd verder meegewerkt

maar het was toen al duidelijk

dat ik nooit meer terug zou komen bij deze vent.

 

Daarom vraag ik je nu maar meteen,

in deze eerste ontmoeting met jou:

Wil je mij behandelen

of ga je naar mijn verhaal luisteren?


Op het weblog van Peter Rober zijn meerdere verhalen uit het boekje te lezen

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologie, proza en poëzie, Psychotherapie

Chaos in de geestelijke gezondheidszorg

Nine Kooiman (SP) en Jim van Os (hoogleraar psychiatrische epidemiologie en voorzitter Divisie Hersenen, UMC Utrecht) voor Joop BNN/Vara.nl

2 december 2017 – Minstens 40% van het geld in de GGZ gaat naar bureaucratie, in plaats van naar de zorg. Psychiaters zijn zelf gemiddeld 17 uur per week kwijt aan administratie, zo meldt Joop.bnnvara.nl

Ben je in ernstige psychische nood, dan krijg je in Nederland niet de zorg die je nodig hebt. Krantenkoppen berichtten over behandelstops bij Emergis in Zeeland, Queste en G-Kracht in Noord-Holland, GGZ Breburg in Brabant en Pro Persona in Gelderland. Er zijn teveel patiënten die complexe zorg nodig hebben, maar plek is er niet. Ook de huisartsen geven aan dat het niet langer kan, zij zien steeds meer mensen met psychische problemen die zij niet meer kunnen doorverwijzen vanwege lange wachtlijsten en behandelstops. De politie klaagt al jaren dat zij het aantal meldingen van ‘verwarde personen’ niet meer aan kunnen.

Wanneer er behandelstops en wachtlijsten zouden ontstaan voor de behandeling van borstkanker zou het land te klein zijn. Maar als een suïcidale vrouw geen hulp, of te laat hulp krijgt, dan is dat een gegeven. Sterker nog, voormalig minister Schippers gaf aan dat instellingen die aan de noodbel trokken dit niet moesten uitvechten in de media. Waar de doodzieke patiënt blijft in dit verhaal is een raadsel. Wat ons betreft zou er goed gekeken moeten worden naar wat er eigenlijk gebeurt als deze patiënten niet of te laat hulp krijgen. Het aantal suïcides stijgt, net als het aantal mensen met zware psychische problemen, maar een link met de behandelstops en wachtlijsten in de GGZ wordt door dit kabinet angstvallig ontweken

Is er dan niet voldoende geld om deze mensen te helpen? In tegendeel, geld is er genoeg. Al jaren wordt er stelselmatig minder geld uitgegeven dan er beschikbaar is voor de GGZ. Zo was er vorig jaar 300 miljoen over, maar zorgverzekeraars geven het niet uit. Zorgverzekeraars spreken van te voren het aantal behandeltrajecten af dat zij vergoeden; is er te weinig zorg ‘ingekocht’ dan mag de GGZ instelling of vrijgevestigde behandelaar kiezen: een wachtlijst laten ontstaan of onbetaald zorg verlenen.

Daarnaast is er met de invoering van marktwerking in de GGZ een groot bureaucratisch verspillend systeem ontstaan. Minstens 40% van het geld in de GGZ gaat naar bureaucratie, in plaats van naar de zorg. Psychiaters zijn zelf gemiddeld 17 uur per week kwijt aan administratie.

Voormalig minister Schippers gaf het bij het afzwaaien als minister ruiterlijk toe: met haar vertrek liet ze de GGZ niet op orde achter. Dit is nogal een understatement; het is chaos in de GGZ. Geld voor zorg gaat niet naar zorg en hulpverleners zitten teveel achter hun computer, in plaats van bij de patiënt. Patiënten worden veel te laat gezien, pas wanneer het te laat is komen ze (na een wachttijd) in een instelling. Wij pleiten ervoor dat hulp veel eerder en dichtbij geboden wordt. Dichtbij in de wijk en met oog voor het netwerk om een patiënt heen. Op die manier kunnen zwaardere en belastende behandelingen worden voorkomen en worden mensen eerder gezien.

De nieuwe staatssecretaris Blokhuis heeft een hoop te repareren. Zorg ervoor dat geld voor de zorg ook daadwerkelijk naar de zorg gaat en niet op de plank blijft liggen bij zorgverzekeraars – en ook niet verdwijnt in georganiseerd wantrouwen en bureaucratie. Onderzoek wat er gebeurt als mensen op een wachtlijst worden geplaatst, zonder hulp te krijgen. En zorg dat er geïnvesteerd wordt in de wijk. Door de meest deskundige hulp vroegtijdig in te zetten, kun je onnodig leed voorkomen. Breek niet af, maar bouw op.


Illustratie: Andrzej Krauze

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek

Afstemmen creëert een band

NIET AFSTEMMEN MAAKT ZIEK

Belangrijke dingen geleerd op de cursusdag ‘Hechtingsgerichte gezinstherapie met pubers’ van Elien van Oostendorp. De dag was een onderdeel van de cursus Verdieping Systeemtherapie.

Zelfs hartslagen kunnen op elkaar afgestemd raken!

Eigenlijk moet ik zeggen dat ik aan belangrijke dingen herinnerd werd door de cursusdag want wat ik leerde was me ten diepste wel bekend. Toch was het een dag van nascholen en oefenen.

Want wat betekent afstemmen eigenlijk? Om goed tot je door te laten dringen wat afstemmen is en hoe het voelt als er wel of niet op je afgestemd wordt, deden we twee korte oefeningen.

Oefening 1: Er wordt niet afgestemd

Probeer je een rot moment te herinneren waarin je geen hulp kreeg. Wat deed de ander waardoor je je niet welkom of veilig voelde? En wat deed jij vervolgens?

De ander zweeg, ging over mijn grens, had geen aandacht, was afwezig, was niet nieuwsgierig of kwam met zijn eigen probleem.

En wat deden wij vervolgens? Wij vluchtten, werden wanhopig, gaven op, huilden, werden boos en volhardden, schreeuwden, verstilden, trokken ons terug of maakten ons onzichtbaar.

Oefening 2: Er wordt wel afgestemd

Herinner je een situatie waarin je je gezien voelde. Wat deed de ander om dit aan jou te laten merken?

De ander luisterde zonder oordeel, had oogcontact met je, erkende jouw gevoel, maakte je niet kleiner, maakte ruimte, moedigde je aan om meer over jouw gevoelens te vertellen, benoemde jouw gevoel, raakte je aan, nam de tijd en stemde je hoopvol.

Wat deed dit met ons?

Wij voelden dat er ruimte was voor ons verdriet, we voelden ons getroost, gekalmeerd, niet meer alleen, veiliger. Het gaf ons vertrouwen en onze relatie verdiepte zich.

Afgestemd zijn doet denken aan het spreekwoord: Gedeelde smart is halve smart.


Over hechtingsgerichte gezinstherapie valt natuurlijk veel meer te vertellen maar afstemmen op diepere emoties en soms ver weg verstopte pijn is de kern van deze therapie. Afgekort heet het AFFT: Attachment Focused Family Therapy en de bedenker is Daniel Hughes. Hij noemt de methode zelf: Dyadic Developmental Psychotherapy, DDP. Hij werkt veel in de dyade met het kind of in de dyade met de ouder(s).  Wij lazen voor deze cursusdag enkele hoofdstukken uit de vertaling van het boek van Hughes: Hechtingsgerichte gezinstherapie. En we zagen hem op een video opname aan het werk met een geadopteerd meisje en haar moeder. Het meisje sprak niet of nauwelijks en toch slaagde Hughes er in om af te stemmen. Dit is natuurlijk de kunst. Afstemmen op emoties die nog niet het licht gezien hebben, die nog niet verteld zijn, waarvoor nog geen woorden gevonden zijn. Maar die er wel degelijk zijn.

Ik heb eerder over Hughes geschreven op dit blog: De zachte kracht van P.A.C.E.

P staat voor ‘Playfull’, A voor ‘Acceptance’, C voor ‘Curiosity’ en E voor ‘Empathy’.

Over empathie een leerzaam en leuk filmpje van Brené Brown:

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie, Systeemtherapie