Psychologenpraktijk Gerie Hermans

Gerie Hermans is een volgens de wet BIG (Beroepen Individuele Gezondheidszorg) geregistreerde GZ – psycholoog (Gezondheid Zorg – psycholoog), Orthopedagoog en erkend Systeemtherapeut. Als verzekerde hulp valt deze praktijk onder de wettelijke basis geestelijke gezondheidszorg (basis-GGZ). De praktijk wil desondanks zoveel mogelijk vrij blijven van de gezondheidsindustrie en bureaucratie zoals die door de overheid en de zorgverzekeraars opgelegd worden.

Voor wie

Voor jongeren, volwassenen, partners en gezinnen die psychologische en systeem-therapeutische behandeling zoeken bij problemen met de opvoeding, de relatie of de persoonlijke ontwikkeling. Voor mensen die graag te maken hebben met een psycholoog die een voorloper is in het behouden van beroepseer, gelijkwaardigheid en privacy in de GGZ.

You can also have therapy in English. I worked and lived in Australia for twelve years.

Waar

Bereikbaar op telefoonnummer: 035-6210745

Per e-mail: geriehermans@planet.nl

Werkzaam in praktijk aan huis gevestigd in het centrum van Hilversum: Ruitersweg 49B

Wachttijd is 2 à 3 weken.

Visie

Psychische klachten staan niet op zichzelf. Dikwijls hebben de klachten of problemen te maken met de situatie waarin iemand leeft. Een goede therapeut kan inzoomen maar heeft ook een flinke groothoeklens. Door psychische klachten in een bredere context te plaatsen kan men zelfs een dieper begrip van de klacht krijgen.

Relaties, gezin en verdere omgeving vormen een systeem en mensen komen sneller uit de problemen met hulp die daar aandacht voor heeft. Het (gezins-)systeem kan een stelsel zijn voor genezing en groei van al zijn leden. Systeemtherapie gaat over interacties en relaties, over context en levensfasen. Anders gezegd: ‘Het probleem zit niet tussen de oren maar tussen de neuzen…’

Meer over deze visie is te vinden op de website van mijn beroepsvereniging: de Nederlandse Vereniging voor Relatie- en Gezinstherapie, de NVRG. Daar vindt u twee filmpjes van de NVRG over relatietherapie en gezinstherapie.

Mijn benadering van de hulp

– Hoogwaardige en duurzame psychologische zorg. We gaan in op dieperliggende, structurele en contextuele achtergronden van de problematiek waardoor u een echte positieve en blijvende verandering gaat ervaren zodat u minder beroep hoeft te doen op de gezondheidszorg.

– Geen bureaucratische ‘zorg-producten’ of ‘behandel-protocollen’ maar hulp specifiek op u, uw situatie, uw geschiedenis maar vooral op uw toekomst toegesneden. Zorg op maat.

– Psycholoog en cliënt zijn gelijkwaardige gesprekspartners. Er is geen medisch-lineaire, klinische of gezagsrelatie. Problemen worden niet ingekaderd als een ziekte of stoornis waar de dokter of de psycholoog over gaat. We werken toe naar een beter gevoel voor eigen vragen, eigen kracht en eigen oplossingen. U blijft de eigenaar van uw eigen veranderingsproces. De therapeut is deskundig maar niet de expert over uw leven.

– Soms zijn de tijden tussen de consulten langer zodat u op uw eigen tempo naar verandering toe kunt werken: Langdurige korte therapie.

– Korte communicatielijnen. Doorverbinden is er niet bij. U wordt niet behandeld door een lager (hbo) opgeleid iemand die onder een geregistreerd iemand werkt tegen een lager loon, zoals bij veel GGZ instellingen en huisartsenpraktijken het geval is.

– Mijn eigen functioneren krijgt voortdurend aandacht en verdieping via intervisie met collega’s in de regio en daarbuiten, via supervisie, leertherapie, na- en bijscholing.

Methoden

Systeemtherapie; technieken uit de contextuele, structurele, emotie-gerichte, oplossings-gerichte en narratieve therapie worden toegepast. Verschillende perspectieven op de kern van het probleem worden onderzocht waardoor blijkt dat er vele ingangen mogelijk zijn. Duidelijk wordt hoe het probleem in stand gehouden wordt door huidige posities, relaties en interacties. Er wordt gewerkt aan het horen van iedereen door iedereen. Wat kunt u leren van het probleem? Unieke situaties wanneer het probleem niet speelt worden onderzocht. Door te oefenen met nieuwe posities, relaties en interacties komt verandering op gang en zo wordt het probleem opgelost.

Individuele psychotherapie en cognitieve gedragstherapie. Therapie met expressieve middelen zoals schrijven, tekenen, poppetjes, rollen-spelen, enz.

Diagnostische hulpmiddelen

– Gesprekken. Een deel van het diagnostisch proces bestaat uit het verruimen van het denken over wat het probleem is.

– Intelligentieonderzoek

– Persoonlijkheidsonderzoek

– Studie- en beroepskeuze onderzoek

IMG_2174

Werkplek

Contract-vrij

De praktijk sluit bewust en uit principe geen contracten af met zorgverzekeraars (voor meer info: de contract-vrije psycholoog en zorg voor kwaliteit). Voornaamste punt van kritiek op de contracten met zorgverzekeraars is dat het verplicht tot medewerking aan het huidige zorgstelsel waarin de zorgverzekeraars steeds meer macht krijgen. Het contract tussen zorg-verlener en cliënt raakt steeds meer op de achtergrond. Ik kies er voor om louter een contract met mijn cliënt(systeem) te hebben.

Het zorgstelsel is momenteel een op winst gericht, bureaucratisch en geldverslindend systeem waarin de regie over de zorg steeds meer bij de professional wordt weggehaald. Zorg-cowboys adviseren instellingen hoe ze op zijn ‘slimst’ kunnen declareren. Zorgverzekeraars exploiteren zorg-verleners en belasten zorg-verleners met tijdrovende administratie. Geld is een doel geworden.

Het voordeel van contract-vrij werken is dat de facturering via de cliënt verloopt zodat de cliënt niet alleen de controle behoudt over privacy-gevoelige informatie maar ook over datgene wat in rekening wordt gebracht. Het nadeel is dat de cliënt een deel van de behandeling zelf moet betalen (als er sprake is van een natura-polis) maar daardoor raakt de cliënt ook meer verbonden bij de behandeling. De cliënt zal er sterker op gericht zijn om er uit te halen wat er in zit. Dit staat garant voor een dynamische werkrelatie.

Vrije keuze

Zorgverzekeraars zijn ondanks het contract-vrij werken van mijn praktijk nog steeds wettelijk verplicht om de kosten van de psychologische hulpverlening van een BIG geregistreerde GZ psycholoog te vergoeden. De beroepsregistratie en kwaliteit is bij contract-vrij werkenden dezelfde als bij gecontracteerde psychologen. Minister Schippers doet erg haar best om aan de vergoeding van deze onafhankelijke manier van werken en de vrije keuze in de zorg een eind te maken maar dit is haar nog niet gelukt.

Met name in de geestelijke gezondheidszorg is de vrije keuze belangrijk omdat het contact tussen hulpverlener en cliënt cruciaal is voor het slagen van de behandeling. Met een restitutie-polis heeft u altijd vrije keuze en krijgt u alles vergoed.

Privacy

Mijn werk als hoofdbehandelaar in een zelfstandige praktijk valt onder de basis GGZ. Dit is een nieuwe, ingewikkelde regeling waar veel bureaucratie bij komt kijken en die de privacy nagenoeg onmogelijk maakt. In mijn praktijk wordt daarom gewerkt met een privacy-verklaring die al mijn cliënten kunnen ondertekenen. In de loop van 2017 zal er mogelijk bij de intake tevens gevraagd worden of u de ROM privacy verklaring wil ondertekenen.

Geheimhouding is een recht van de cliënt. Dientengevolge is het mijn plicht om dit recht niet te schenden. Leveren van informatie zonder toestemming van de cliënt is strafbaar.

Zie ook Privacy.

Kosten en vergoeding door de zorgverzekeraar

Gerie Hermans is een BIG geregistreerde GZ (gezondheidszorg) psycholoog. Het uurtarief voor 2017 is € 94,- (een uur bestaat uit ¾ contact en ¼ voorbereiding).

Per maand ontvangt u een voorschotnota die u zelf voldoet (zie aanmeld-formulier). Na afloop van de behandeling volgt er een eindfactuur met alle informatie die nodig is voor een vergoeding van de kosten door uw zorgverzekeraar. Wanneer u een restitutiepolis heeft, wordt het volledige bedrag vergoed. Hier een overzicht van echte restitutie polissen. Hier een overzicht van vergoeding door de zorg-verzekeraar bij niet gecontracteerde psychologen. Uw zorgverzekeraar zal in alle gevallen uw eigen risico aanspreken.

Zie ook Kosten

Vergoeding van Jeugdzorg door de Regio Gooi en Vechtstreek in 2017

De enige uitzondering die ik maak op het contract-vrij werken is mijn contract met de Regio Gooi en Vechtstreek voor de Jeugdzorg. Is de aangemelde cliënt onder de 18 jaar en woonachtig in de Regio Gooi en Vechtstreek dan bestaat de mogelijkheid dat de praktijk de kosten voor de behandeling declareert bij de Regio. Hieronder vallen de volgende gemeenten: Blaricum, Bussum, Eemnes, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp en Wijdemeren. Gebruik in dit geval het speciale aanmeld-formulier Jeugdzorg.

Mijn praktijk is aangesloten bij de groep vrijgevestigde Kinder en Jeugdpsychologen in het Gooi.

‘Flip the system’

Psychologenpraktijk Gerie Hermans heeft de missieverklaring van de Stichting Beroepseer ondertekend. Het alternatief voor het marktdenken in de zorg en het onderwijs wordt door deze stichting benoemd als ‘flip the system’ en houdt in: kleinschalige, platte organisaties waar professionals met beroepseer werken die zelf hoge kwaliteit nastreven in het belang van hun patiënten, studenten en leerlingen omdat ze daar plezier in hebben. Docenten, artsen en verpleegkundigen zijn de afgelopen decennia gedegradeerd tot uitvoerders van beleid en management (in hiërarchische organisaties). Dat moet veranderen: ze moeten weer eigenaar worden van de kwaliteit van hun werk.

 

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologenpraktijk Gerie Hermans, Zorgverzekeringen

‘Slow therapy’ in de mode

Uit het project ‘Notes from my therapist’ van fotograaf Carrie Thompson.

Net zoals ‘slow food’ blijkt nu ook ‘slow therapy’ in de mode te zijn. Dit wordt geconstateerd door psychoanalytici en was te lezen in een artikel van Marilse Eerkens van de Correspondent: ‘Waarom de psychoanalyse er na 100 jaar nog altijd toe doet‘. Het was een ode aan ‘de moeder van alle therapievormen’, geschreven nu het precies honderd jaar geleden is dat de psychoanalyse werd geïntroduceerd in Nederland.

Psychoanalyse onderzoekt de onderliggende, meestal onbewuste laag die het menselijk gedrag aanstuurt. Deze vorm van therapie werd ingehaald door de cognitieve gedragstherapie waarin het vooral draait om hoe je met negatieve gevoelens omgaat in plaats van om de vraag waar ze vandaan komen en wat die gevoelens in stand houdt. Cognitieve gedragstherapie zou efficiënter zijn: patiënten zouden gemiddeld met zo’n tien sessies geholpen zijn. Psychoanalytische behandelingen duren langer. Dat kan natuurlijk niet in onze ‘ratrace’ tijd waarin de marktwerking de boventoon voert in de gezondheidszorg.

Psychoanalyse is niet de enige vorm van ‘slow therapy’

In de reacties onder het artikel van Eerkens blijkt dat veel lezers, waaronder professionals en ervaringsdeskundigen, vinden dat Freud en de psychoanalyse niet op een voetstuk geplaatst zouden mogen worden en dat er ook andere vormen van therapie zijn die dieper en verder gaan dan de cognitieve gedragstherapie. Hier ben ik het mee eens.

Maar ik vind het idee dat ‘slow therapy’, waaronder de psychoanalyse, in de mode is, een goede zaak. Sommige veranderingsprocessen zijn taai en vragen veel tijd en ‘oefening’.  ‘Slow therapy’ hoeft misschien ook helemaal niet zo duur te zijn. Je zou kunnen denken aan ‘korte, langdurige therapie’. Dan ben je weliswaar lang in therapie maar heb je niet zo vaak een sessie met je therapeut. Misschien maar één sessie per twee of drie weken. In de psychoanalyse is het gebruikelijk om twee à drie sessies per week te hebben. Dat vind ik erg veel en het is de vraag of dat goed is. Een begrijpelijke reactie van een van de lezers van het artikel in de Correspondent luidt:

Toen ik in mijn jonge jaren in psycho-analyse was, voelde de rust, ruimte en aanwezigheid van mijn analyticus als re’parent’ing. Eindelijk iemand die er voor me was en die naar me luisterde. En de structuur van drie keer per week gaf me een veilig gevoel. Het voelde als een draagvlak voor zelfonderzoek en reflectie. Maar ik vond het ook zware luxe en voelde me redelijk a-sociaal dat er iemand, die zoveel geld kostte en bijna niets zelf zei, drie keer per week er voor mij was. Ik bedacht: ‘dat kan ik ook alleen’. Ik ben toen gestopt met de analyse en ben een dagboek gaan bijhouden voor mijzelf en daar had ik veel aan. Ik re’parent’e mijzelf op die manier.

De meeste professionals zijn het er over eens dat eigenlijk alle vormen van therapie een prijs verdienen en dat het resultaat van de therapie eerder bepaald wordt door de werkrelatie dan door de gebruikte methode. Dit idee wordt wel eens het Dodo bird verdict genoemd: ‘All therapies have won, all must have prices’.

Herbeleven

Volgens de ode van Eerkens aan de psychoanalyse verschaft deze meer dan het rationele inzicht van de cognitieve gedragstherapie. Rationeel inzicht is bijvoorbeeld:

‘ik ben boos op mijn baas omdat hij mij nooit eens complimenteert, maar ik weet dat die reactie misplaatst is, want eigenlijk ben ik op zoek naar de complimenten die ik van mijn vader nooit kreeg’.

De psychoanalyse zorgt er naast het rationele inzicht voor dat je met je therapeut de pijn uit het verleden herbeleeft. Nogmaals: Het herbeleven kan ook binnen andere vormen van psychotherapie, binnen de systeemtherapie en zelfs binnen de cognitieve gedragstherapie kan er ruimte voor zijn. Het herbeleven is belangrijk want pas wanneer je in een veilige situatie de pijn van bijvoorbeeld een gebrek aan erkenning echt doorvoelt, komt er ruimte voor rouw en kun je blijvend veranderen. Dat is het idee. De pijn moet verwerkt worden en dat kost tijd.

De theorie van de psychoanalyse komt erop neer dat het gedrag van de mens voor een groot deel wordt aangestuurd door onbewuste driften. De ontwikkeling van het onbewuste vindt voor een belangrijk deel plaats in de baby- en peutertijd. Gevoelens en behoeften zijn dan nog heel ‘rauw’, legt psychoanalytica Fernanda Sampaio de Carvalho uit aan Eerkens.

De manier waarop er tegemoet wordt gekomen aan primaire behoeften– eten bieden bij honger, warmte bieden bij kou, aanraken en praten bij behoefte aan contact – en de manier waarop de relatie met je vader en moeder (of andere vaste verzorger) op latere leeftijd verder vorm krijgt, is heel bepalend voor wat jij op volwassen leeftijd van een relatie – in welke vorm en met wie dan ook – zal gaan verwachten.

In je kindertijd creëer je onbewust een sjabloon van hoe een relatie eruitziet. Dit sjabloon en de bijbehorende verwachtingen zijn weer sterk van invloed op de keuzes die je maakt en je verdere gedrag en verhouding met de buitenwereld.

Door een gebrek aan ‘emotionele beschikbaarheid’ van je ouders krijg je als kind de boodschap dat jij en jouw gevoelens er niet zo toe doen.

Deze terugkerende ervaring, die jouw verwachtingen van het leven onbewust sterk kleurt, kan gevolgen hebben voor de keuzes die je op latere leeftijd maakt. De ervaring uit je jeugd kan er bijvoorbeeld toe leiden dat je – ter compensatie – op zoek gaat naar een partner die de ondankbare taak krijgt om jouw onbeantwoorde behoeften constant te vervullen.

Het kan er ook toe leiden dat je écht en warm contact met vrienden of geliefden gaat mijden, uit angst weer ‘weggeduwd’ te worden (en je dus de hele tijd merkt dat je relaties stuklopen). Of dat je heel erg narcistisch wordt omdat je de hele tijd wilt ervaren dat je er wél toe doet.

‘Slow therapy’ en zorg-verzekeraars

Het zou goed zijn als de Correspondent ook aandacht zou besteden aan de relatie tussen de psychotherapie en de zorg-verzekeraars waarbij dan ook de werkrelatie tussen client en therapeut wordt meegenomen. Ik ben het heel erg eens met deze reactie onder het artikel:

De waarde van een langdurige en/of intensieve therapie onderschrijf ik volledig, al is het maar als regelmatige check-up omdat aangeleerde patronen niet zo makkelijk structureel zijn te doorbreken of te veranderen en je voor nieuwe uitdagingen kan komen te staan. Daarbij kan het ook heel fijn en belangrijk zijn om bij één bepaalde therapeut terecht te kunnen, waar je goede ervaringen mee hebt en met wie je een goede werkrelatie hebt opgebouwd. Dat wordt nu vind ik te weinig gefaciliteerd door het vergoedingssysteem…

Het huidige systeem gaat er toch wel van uit dat je ofwel ziek ofwel genezen bent en dat het altijd gaat om een traject dat je kunt afsluiten en als zodanig kunt declareren bij de zorgverzekeraar. En daarnaast wordt er heel luchtig gedaan over de vraag naar welke therapeut je gaat. Zo was er een paar jaar terug nog het plan om de zelfstandig behandelende psychotherapeuten niet meer te vergoeden. Als mensen naar een behandelkliniek gaan moeten ze maar afwachten welke therapeut hen wordt toegewezen en zelfs in psychologenland is het flexcontracten troef.


Een mooie vorm van psychotherapie waarbij herbeleven een belangrijke rol speelt heb ik beschreven in het bericht: Wie ben ik nou echt.

 

 

 

 

 

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie, Psychotherapie - Rouwen, Zorgverzekeringen

Opvoeden met het oog op een betere wereld

Er is een nieuw opvoed-ideaal nodig volgens pedagoge, filosofe en moeder Daan Roovers. Het gesprek over goed en kwaad moet met kinderen gevoerd worden. Dit betoogt ze in haar essay ‘Mensen maken’ en in het interview dat Lex Bohlmeijer met haar had voor de Correspondent. Luister vooral naar het interview maar hier volgt een samenvatting.

Armoedige, op problemen gerichte pedagogische cultuur

Roovers vind het gesprek over opvoeden onder ouders van nu armoedig  Het gaat teveel over gedrag en persoonlijkheidsvorming en te weinig over hoe je mens wordt, het gaat te weinig over dat je je kinderen iets bijbrengt over deze wereld, het gaat te weinig over hoe je leert denken. Ook is ze het niet eens met het psychologisch determinisme van tegenwoordig ofwel de ‘wij zijn ons brein’ cultuur: “Alsof je het af en toe water moet geven en er niet veel meer aan hoeft te doen.” Dit leidt tot een armoedige pedagogische cultuur.

Tot ‘leren denken’ behoort bijvoorbeeld het leren om onderscheid te maken tussen hoofd- en bijzaken. Dit is volgens Roovers van vitaal belang om onszelf niet te laten leiden door alles wat op ons afkomt en om zodoende gezond te blijven.

In opvoeden krijg je geen les en het is uit den boze om je met de opvoeding van een ander te bemoeien. Als je dit toch doet voelt de ander zich persoonlijk aangevallen. Dit komt omdat we zijn gaan opvoeden binnen het kerngezin. Er zou een veel bredere opvoed-cultuur moeten zijn. ‘It takes a village to raise a child’ is niet bedacht door Hillary Clinton. Plato had het er al over. Er zou een soort bredere familie moeten zijn of een breder opvoedkundig netwerk waar de buurt en de school bij inbegrepen zijn. Het alleen zijn met het opvoeden is niet goed. Als we nu een probleem hebben gaan we naar een deskundige, een pedagoog, een huisarts, een bureau ‘zus en zo’ en we gaan niet naar iemand uit onze eigen sociale omgeving. Bij deskundigen wordt het probleem vaak groter want zij zijn op problemen georiënteerd, zij weten alles over problemen en zo hebben we nu een op problemen georiënteerde opvoed-cultuur.

Weten wat je kind weet

We beschermen onze kinderen teveel wordt er nu beweerd. Maar met niemand minder dan Jean-Jacques Rousseau aan haar zijde – Rousseau die mogelijk het beroemdste boek over opvoeding ooit schreef – vind Roovers dat we kinderen wel degelijk moeten beschermen. Rousseau vond dat we kinderen met name in psychologische zin moeten beschermen tegen de slechte invloeden van buiten. Kinderen van nu ontkomen niet meer aan de voortdurende informatiestroom over oorlog, vluchtelingen, crisis en het klimaat. Opvoeders moeten zich afvragen of kinderen in mentaal opzicht wel opgewassen zijn tegen die invloeden. Ouders moeten in de buurt van hun kinderen blijven, een lijntje met ze blijven houden. Als kinderen ergens bang voor zijn, zeggen ze het niet altijd onmiddellijk. Roovers: “Je moet naast je kind blijven lopen. Het nieuws op het journaal is voor kinderen veel moeilijker om te relativeren dan voor volwassenen. Wij weten dat het journaal een selectie weergeeft van wat er in de wereld gebeurt en dat de wereld niet zo slecht is als op het journaal.”

Je houdt een lijntje met je kind maar je hebt ook verantwoordelijkheid. Wat betreft het nieuws op het journaal; je gaat niet bij de pakken neerzitten, je toont moed als het nodig is en je houdt er een optimistisch perspectief in. Dat is je taak als ouder. Waar haal je dat optimisme vandaan in de wereld van vandaag? Een begrijpelijke vraag van Bohlmeijer. Volgens Roovers moet de ouder laten zien dat je altijd enig grip hebt op de wereld waarin je leeft. Je kunt invloed hebben op de manier waarop je in je buurt, je stad, je land samenleeft en hoe je omgaat met het klimaat. Dat is de houding die je als opvoeder moet aannemen. Een kind opvoeden tot individualist in deze individualistische tijd zodat ze zich straks staande kunnen houden vindt Roovers te mager. Je hoort dit veel maar Roovers vindt het mooier om op te voeden met het oog op vernieuwing van de wereld. Volwassenen geven de wereld door aan kinderen, kinderen moeten behalve zichzelf ook die wereld in stand houden. Ze daarvoor iets meegeven vind ze mooier. Je moet tegen het individualisme in gaan en dat betekent niet dat je kinderen leert om in communes te wonen maar dit betekent dat je ze een breder perspectief aanbiedt, breder dan alleen het eigen perspectief.

Opvoeden met een oog op de wereld

Rousseau had een afkeer van de corrupte maatschappij en experts en pleitte voor een zo lang mogelijke onbezorgde kindertijd. Hier zet Roovers iets tegenover. Ze vindt met de filosoof Emmanuel Kant dat kinderen moeten leren denken want aan het eind van de opvoeding moeten kinderen ‘das Weltbeste’ voor ogen hebben. Dit wil niet zeggen dat je de opvoeding ondergeschikt maakt aan een of ander politiek ideaal. Maar toch moet je opvoeden met zowel een oog op het kind als met een oog op de wereld. Anders krijg je kinderen die niet op de wereld zijn voorbereid en krijg je een samenleving die op los zand staat. Bij de filosoof Hannah Arendt gaat het ook om zowel het kind als de wereld. Deze twee kun je niet van elkaar losmaken. Je moet je als ouder juist publiek engageren. Daar moet je in je relatie tot je kind het voortouw in nemen.

Moraal kun je niet afdwingen, zegt Kant, maar je kunt het er wel over hebben. Zo kan moraal zich van binnenuit ontwikkelen. Het gesprek over goed en kwaad moet gevoerd worden en je moet aan kinderen uitleggen wat het is. Op den duur zullen kinderen het goede herkennen en het goede doen. Zo kom je uit op het ideaal van de ‘Bildung’; het mens worden. Zo voed je op zodat je kind kan leven in de toekomst. Een toekomst die we nog niet kennen. Het gaat bij ‘Bildung’ niet zozeer om het aanleren van vaardigheden, dat laatste is ‘Ausbildung’, maar het gaat in de eerste plaats om het aanleren van een oriëntatie-vermogen zodat kinderen weten hoe ze zichzelf kunnen ontwikkelen in de toekomst. Volgens Arendt gaat politiek over het vormgeven van de toekomst en zijn kinderen de mensen van de toekomst. Ze moeten opgevoed worden voor een wereld die er nog niet is.

Rousseau vind dat je kinderen niet zozeer tot burgers moet opvoeden maar eerder dat je ze tot mens moet opvoeden. Het gaat er niet op de eerste plaats om dat je kinderen een ambacht leert, dat kan later ook nog, je moet ze vooral leren leven. Dat voelt misschien wat kaal aan maar samen met het leren denken kom je er volgens Roover uit. Opvoeden is kinderen leren leven, leren om mens worden en leren denken. Zo komen kinderen te weten hoe ze met nieuwe en onbekende dingen om kunnen gaan. Zo leer je ze te leven in een wereld die er nog niet is.

Dit is een fantastisch maar ook haalbaar ideaal. De opvoeder kan zich op deze manier zelfs enige bescheidenheid veroorloven. Zowel de ouder als het kind kennen de toekomst niet. Je bent als volwassene verantwoordelijk voor de wereld waar je nu in leeft maar je bent niet de deskundige van de toekomst. Die bescheiden houding voelt prettig aan.

In haar eigen gezin hanteert Roovers zelf twee regels. De eerste is dat ze met elkaar praten tijdens het eten. De tweede is dat ze geen klagende houding aannemen. Je kunt je bij haar thuis niet zomaar in zijn geheel afkeren van de wereld, van een ander of van een gesprek. Een zeker optimisme is geldig voor alle gezinsleden.

Haar grootste zorg is dat ze haar kinderen niet begrijpt: “Niet begrijpen wat er in je kind omgaat, dat vind ik het moeilijkste.” Roover zal blijven proberen om zo dicht mogelijk in de buurt te komen. Er is veel onbegrip tussen generaties en het is moeilijk om elkaar ten diepste te begrijpen. Vooral het onbegrip dat tot eenzaamheid leidt wens je je kind niet toe. Je kunt dit niet uitsluiten maar je hoopt dat je in de buurt komt van hoe je kinderen iets beleven, hoe ze iets zien.

Als je kinderen krijgt, krijg je er tijd bij

Aandacht hebben voor je kind, weten wat je kind weet, er zoveel mogelijk tijd mee doorbrengen zegt Rousseau en dat betekent dat je tijd mag verliezen. Zolang je kind bent heb je het voorrecht om tijd te verliezen. De mooiste tijd is de tijd waarin niets gebeurt. Hier is Roovers het hartstochtelijk mee eens. Ouders kunnen hier hun voordeel mee doen: “Als je kinderen krijgt dan krijg je er tijd bij, je besteedt uren aan voorlezen, liedjes zingen enz. Als je je hieraan kunt overgeven krijg je iets terug wat je in jaren niet had en wat heel nuttig kan zijn.


Voor meer over het ouders die wel of niet proberen hun kind te begrijpen lees het Zomergasten interview met de schrijfster Griet op de Beeck: Een ode aan de psychotherapie, onder het kopje ‘Gezien worden’.

Voor meer over ‘leren leven’ lees wat psychiater Dirk de Wachter hierover zegt en schrijft: Hoe moet ik leven?

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Opvoedkunde, Persoonlijk en politiek, Psychologie

De waarheid van Trump

Een van de psychologisch spelletjes die de nieuwe president van de Verenigde Staten, Donald Trump, speelt wordt in Amerika ‘gaslighting’ genoemd. Dit is het geestelijk manipuleren van iemand totdat diegene gaat twijfelen aan zijn eigen geestelijke vermogens. Hoe Trump dit doet wordt beschreven door Frida Ghitis van CNN.

Hier werd ik op gewezen door de journalist en filosoof Rob Wijnberg van de Correspondent die onlangs schreef over de ‘post-waarheid’ samenleving waarin we terecht lijken te zijn gekomen sinds de verkiezing van Trump.

De onbeschaamdheid waarmee Trump halve waarheden en hele leugens verkoopt leidt tot een gevoel dat de ‘waarheid’ irrelevant is geworden. Maar wat ìs waarheid vraagt Wijnberg zich af.

Vier soorten waarheid

Volgens Wijnberg waren er lange tijd drie soorten waarheid: 1. De gegeven waarheid (het geloof). 2. De gevonden waarheid (de kennis) en 3. De zelfgemaakte waarheid (interpretaties). Hoewel alle drie soorten waarheid in alle tijden en in alle samenlevingen tegelijk aanwezig zijn geweest, verschillen tijdperken en maatschappijen in dominantie van één van de typen. Tot 16oo was volgens Wijnberg de gegeven waarheid, het geloof, in het Westen dominant. Ik weet niet zo zeker of ik het hier mee eens ben want volgens mij is in het Westen een bepaald geloof nog steeds dominant namelijk het geloof in de marktwerking. Dit is weliswaar geen geloof zoals in God, Allah of het hiernamaals maar het is volgens mij tòch een geloof.

Wijnberg komt ook uit op de marktwerking. Volgens hem heeft die er voor gezorgd dat er een vierde soort waarheid is bijgekomen: De waarheid als product. Waar is wat verkoopt.

Onze informatievoorziening is sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw steeds commerciëler geworden zegt Wijnberg. Marktwerking is niet alleen doorgedrongen in de zorg en het onderwijs maar ook in de productie van ons wereldbeeld:

Bijna alle invloedrijke informatie over de wereld om ons heen – van televisie tot boeken tot nieuwssites – is in handen van circa dertig multinationals. Bedrijven die allemaal luisteren naar de wetten van de markt en dus hoofdzakelijk gestuurd worden op kijkcijfers, oplages, advertentie-inkomsten, rendement en winst.

De waarheid als product is de waarheid waar het vaakst op wordt geklikt en het is deze vorm van waarheid die nu de boventoon voert. De opkomst van deze nieuwe soort waarheid geeft ons het gevoel dat we in een post-waarheid samenleving terecht gekomen zijn.

Terug naar het CNN artikel van Ghitis en de psychologische spelletjes van Trump.


‘Gaslighting’ 

Het werkwoord ‘gaslighting’ komt uit een film met de naam Gaslight, met Ingrid Bergman in de hoofdrol. Misschien heeft u hem wel eens gezien. Hij kwam uit in 1944.

Een echtgenoot probeert van zijn vrouw af te komen door haar perceptie van de werkelijkheid te manipuleren. Hij zorgt voor het dimmen van de gaslampen en doet dan net alsof zij het zich verbeeldt dat de lampen afwisselend meer en minder licht geven. Dit is nog maar het begin. Hij gebruikt een hele serie van waarheid versluierende technieken met het doel om haar onzeker te maken over wat wel en niet waar en werkelijk is. Uiteindelijk is het zijn doel om haar te bestelen. Ik heb de film lang geleden gezien en dacht dat hij van Hitchcock was maar hij is van Cukor.

Volgens psychologen is ‘gaslighting’ een van de favoriete praktijken van mensen met een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Ghitis schrijft dat het knoeien met de waarheid in het algemeen toegepast wordt door de sterke mannen van deze wereld. Dictators passen het toe maar het is nu ook in de mode bij politici die in min of meer democratische landen de macht over nemen.

Trump zegt en doet dingen die hij vervolgens weer ontkent. Bij hem in de buurt wordt de waarheid vaag volgens Ghitis. Zijn technieken bestaan bijvoorbeeld uit het zeggen en doen van dingen die hij later ontkent en anderen de schuld geven van het misverstand, het geringschatten van de bezorgdheid die mensen hebben over zijn uitspraken als overgevoelig en het beweren dat de schandalige uitspraken die hij deed, grappen of misverstanden waren.

Als Trump eerst iets zegt dat door een deel van het volk schandelijk wordt gevonden stelt hij een ander deel van de bevolking tevreden en als hij het gezegde vervolgens ontkent stelt hij het andere deel van het volk tevreden. Uiteindelijk kunnen maar weinig mensen bijhouden wat de feiten zijn. Journalisten die de feiten wilden checken tijdens zijn verkiezingscampagne konden hem nauwelijks bijhouden. Zo lang was de lijst van dingen die hij zei en dan weer ontkende.

Hij raadde bijvoorbeeld zijn aanhangers aan om mensen die protesteerden op zijn verkiezingsbijeenkomsten in elkaar te slaan. “I will pay your legal fees,” zei hij. Later zei hij dat hij dit niet gezegd had.

Vlak voordat er informatie zou vrijkomen over eventuele Russische hackers die de Amerikaanse verkiezingen gemanipuleerd zouden hebben ‘tweette’ Trump goedkeurend over Julian Assange’s opmerking dat de Russen er niet bij betrokken waren. Toen Trump kritiek kreeg op het vertrouwen dat hij stelde in de leider van WikiLeaks, meer dan in de Amerikaanse geheime dienst, beschuldigde hij de media er van dat ze hadden beweerd dat hij het met Assange eens zou zijn.


Autocratische kleptocratie

Hoe gevaarlijk het is om voortdurend twijfel te zaaien maakt Wijnberg duidelijk in een volgend artikel in de Correspondent: Zo verslaan we Donald Trumps aanval op de democratie. Een gesprek bij de koffieautomaat:

‘Heb je gehoord wat Trump nu weer heeft gedaan?’
‘Ja, ongelofelijk.’
‘Alhoewel, ik hoorde ook alweer dat het niet klopte.’
‘Ja, moeilijk te zeggen inderdaad.’
‘Hmm, nou ja, benieuwd hoe het afloopt.’

Dit soort gesprekken zullen zich herhalen en precies die herhaling is volgens Wijnberg het perfecte recept voor vermoeidheid, gewenning en uiteindelijk apathie. Uit de Correspondent:

Zo kweekt nieuws de perfecte emotionele staat waarin fascistische, autocratische en kleptocratische bewegingen gedijen. Nieuws is de wieg waarin democratisch verzet in slaap wordt gesust.

Lees vooral ook dit artikel van Wijnberg over Trump want het toont op een overtuigende manier aan hoe deze president in een rap tempo de democratie aan het veranderen is in een kleptocratische autocratie. Uiteindelijk is Trump er op uit om zijn eigen entourage te verrijken en de bevolking te bestelen. De transformatie naar de kleptocratische autocratie was al aan de gang sinds het begin van de privatiseringen eind vorige eeuw maar is nu in de VS in een stroomversnelling gekomen.


Ontkenning is de hoeksteen in de relatie met de ‘gaslighter’

Ghitis verwijst naar een weblog van een Amerikaanse psychotherapeut die over ‘gaslighting’ en narcisme schrijft: Christine Louis de Canonville. Hier volgt een samenvatting.

‘Gaslighting’ is een vorm van misbruik waarbij het de bedoeling is dat er bij het slachtoffer veel angst en verwarring ontstaat tot dat deze niet langer vertrouwt op zijn eigen geheugen, waarneming en oordeel. De techniek lijkt op die van het hersenspoelen.

Het mentale evenwicht, het zelfvertrouwen, het gevoel van eigenwaarde van het slachtoffer wordt zo danig aangetast dat h/zij niet langer op een onafhankelijke manier kan functioneren. Feitelijke informatie wordt het slachtoffer onthouden. Valse informatie komt er voor in de plaats.

De slachtoffers worden steeds onzekerder en kunnen zelfs over minder belangrijke zaken geen beslissingen meer nemen. Ze worden depressief, trekken zich terug en worden in hun voelen en denken over de werkelijkheid steeds meer afhankelijk van degene die hen aan het misbruiken is. De werkelijkheid van het slachtoffer wordt op zijn kop gezet.

Het begint met enkele subtiele spelletjes waarmee ingespeeld wordt op iemands beperkte vermogen om onzekerheid of dubbelzinnigheid te verdragen. Het slachtoffer raakt in de war. Ook al vraagt die zich af: ‘Wat gebeurt hier eigenlijk?’, is h/zij toch niet geneigd om de ‘gaslighter’ te zien voor wie die is: een manipulerende narcist. Dit is de ontkenning en de hoeksteen van de relatie.

Iedereen kan slachtoffer worden. ‘Gaslichting’ komt niet alleen voor in partnerrelaties, ook in ouder-kind relaties, tussen broers en zussen, vrienden, collega’s enz. Nu in Amerika nemen velen het waar in de relatie tussen de bevolking en hun leider. Het wereldwijde gevoel van verwarring over waar het heen gaat in de wereld onder Trump is evident. Velen zijn nog in de fase van de ontkenning maar niet iedereen.

Een web van bedrog

De relatie tussen het slachtoffer en narcist verloopt in drie fasen: Het idealiseren, het devalueren en het afdanken. Gelukkig zijn de beginfasen er want dan kan het slachtoffer nog weglopen uit het energieveld van de narcist, fysiek of metaforisch. Maar je moet de fasen wel herkennen.

In de fase van het idealiseren toont de narcist zijn mooiste gezicht zodat het slachtoffer zich voegt in de symbiotische relatie waarbij de narcist voor de toevoer zorgt. H/zij zorgt voor aandacht, is lief, charmant, energiek, opwindend en leuk om mee om te gaan. Het slachtoffer geniet van elk moment in de relatie en wil net zoals de narcist ook zo heerlijk en intens leven en begint zich sterk te hechten. In zijn/haar onschuld gelooft het slachtoffer dat de narcist zich precies zo voelt en dat de relatie wederkerig is. Maar dat is bedrieglijk.

Het slachtoffer raakt emotioneel verslaafd aan de ‘gaslighter’s’ uitbundigheid en grandiose uitstraling. Zijn of haar hormoonhuishouding veranderd zelfs; endorfines worden aangemaakt in de hersenen die voor de euforische gevoelens zorgen in deze fase van de relatie. Helaas is de relatie een illusie.

De narcist kent inmiddels de sterke en zwakke kanten van het slachtoffer en de tweede fase van de relatie kan beginnen. De fase van de devaluatie. De narcist lijkt te veranderen in een koud en zelfs wreed iemand.

Gegijzeld 

In de fase van de devaluatie kan het slachtoffer niets meer goed doen. De liefdevolle woorden zijn vervangen voor kritiek. Het slachtoffer wordt bij elke stap gedevalueerd, loopt op eieren, raakt in de war, gespannen en depressief. H/zij moet steeds harder werken om de narcist te geven wat die nodig heeft. Hun narcistische drugs, de endorfines, krijgen ze niet meer.

Om het gevoel van verlating en afwijzing niet te hoeven voelen neemt het slachtoffer zijn/haar toevlucht tot allerlei overlevingsmechanismen: ontkenning, regressie, cognitieve dissonantie, enz. en raakt geïsoleerd. Wat ze ook proberen elke keer raakt de narcist gekwetst en krijgt het slachtoffer een enorme woede over zich heen zonder dat deze begrijpt waar de woede door veroorzaakt werd. Door alleen bezig te zijn met overleven wordt het slachtoffer de gegijzelde in de relatie en afhankelijk van de narcist, de gijzelaar. Dit noemt men ook wel het Stockholm Syndroom.

Onvoorspelbaarheid en onzekerheid zijn aan de orde van de dag. En dat is de situatie waar de bevolking onder Trump in terecht gekomen is. Ze hebben voor hem gekozen, hoewel daar ook enkele manipulaties aan vooraf gingen die niet alleen van Trump kwamen. Neem alleen al het buiten spel zetten van Bernie Sanders door de Democraten en het vreemde kiessysteem in Amerika. Op de keper beschouwd had Clinton de meeste stemmen. Trump heeft zijn macht niet alleen te danken aan zijn narcistische spelletjes.

Het slachtoffer van de narcist raakt in de devaluatie fase gevangen in een macabere dans met het ziekelijk grandioze ego van de narcist en vervalt in een kinderlijk gedragspatroon. H/zij is niet meer dan een schaduw van zijn/haar vroegere zelf.

De narcist veracht degene waar hij zijn/haar narcistische bevrediging uit haalt. Hoe wanhopiger het slachtoffer is hoe meer die aanlevert wat de narcist nodig heeft en hoe belangrijker en machtiger deze zich voelt. H/zij zal verbaal en fysiek steeds gewelddadiger worden. Elke beweging die het slachtoffer maakt om uit de relatie te komen is een bedreiging van de narcistische bevrediging en dus wordt elke vorm van zelfbeschikking van het slachtoffer gedevalueerd op een meedogenloze manier. De devaluatie kan plaatsvinden op verschillende niveaus; het niveau van de hechtins-behoefte van het slachtoffer, op het niveau van het uiterlijk, de seksualiteit, de intelligentie, de creativiteit, enz.

De fase van het afdanken

Uiteindelijk is het slachtoffer totaal afhankelijk geworden en de narcist is geheel onverschillig geworden voor de behoeften of wensen van het slachtoffer. Het slachtoffer wil de stervende relatie nog repareren maar de pogingen daartoe stuiten op kilte. Deze pogingen voeden het ego van de narcist nog wel maar h/zij is eigenlijk toe aan een nieuw slachtoffer.

Het slachtoffer gaat door fasen van ongeloof, afweer en depressie. Velen gaan kapot aan de relatie. Degenen die in therapie gaan laten ‘shock’, ongeloof, diepe bedroefdheid, schuld, schaamte, boosheid, angst, eenzaamheid en allerlei lichamelijke symptomen zien zoals paniekaanvallen, herbelevingen, vermoeidheid, eetproblemen, dissociatie, enz. Deze cliënten gaan door de bekende rouwfasen maar laten ook opluchting zien. Eindelijk beginnen ze te begrijpen wat er gebeurt is en kunnen ze beginnen aan hun bevrijding.


Trump gediagnosticeerd

Een Amerikaanse top psychotherapeut John D Gartner durft het aan, breekt met de ethische codes en diagnosticeert Trump als een kwaadaardige narcist. Eerder hadden drie Harvard professoren in de psychiatrie al een brief geschreven naar Obama waarin ze hun zorgen meedeelden over de geestelijke gezondheid van Trump.

Op de site van de Britse internet krant: Independant, staat een twee minuten durend filmpje waarin duidelijk gemaakt wordt hoe ook andere psychologen op de diagnose narcisme uitkomen. Alle criteria voor narcisme worden nagelopen en met beeldmateriaal ondersteund. De diagnose kwaadaardig narcisme voor Trump is overtuigend en confronterend.

Kijk vooral zelf: http://www.independent.co.uk/life-style/health-and-families/donald-trump-mental-illness-narcisissm-us-president-psychologists-inauguration-crowd-size-paranoia-a7552661.html

Het blijft ondanks alles belangrijk dat we ons realiseren dat het individualistische prestatiegerichte systeem waarin we leven, voor de narcistische persoonlijkheidsstoornis een perfecte voedingsbodem is. Zie hierover o.a. mijn bericht: Waarom we narcistischer zijn geworden.


Om met een positieve noot te eindigen hier een interview met Noam Chomsky die uitlegt hoe we met het presidentschap van Trump om kunnen gaan. Volgens hem zijn er veel mogelijkheden en is er in Amerika meer betrokkenheid bij burgerrechten en het milieu dan ooit. De meerderheid van jonge stemmers waren tegen Trump en voor Sanders. Het is een lange weg naar een beschaafde maatschappij maar er zijn volgens hem genoeg tekenen van hoop. Zeker ook de arbeiders hebben daar behoefte aan. Trump heeft hen als oplichter hoop gegeven maar het is goed mogelijk dat arbeiders zich opnieuw zelf gaan verenigen om voor hun rechten op te komen. Dat hebben we al eerder gezien in de geschiedenis.

 

 

 

 

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek, Psychologie

‘Spoken word’

Dit optreden van de ‘spoken word’ kunstenares Babs Gons gaat over verloren vaders. ‘Spoken word’ is een nieuwe kunstvorm, erg in opkomst. Dit is goed nieuws.

Over verloren vaders gesproken, eerdere berichten op dit web-log met dit thema waren ondermeer: ‘Ontmande vaders’ en ‘Vader is een soort aanhangsel geworden’. Het ligt vaak niet alleen aan de vaders als zij geen plaats meer innemen in het leven van hun kinderen. Babs Gons verwoordt het probleem voor de kinderen heel mooi.

Ik vond het filmpje van deze kunstenaar dankzij een artikel in de Correspondent van Marco Martens, schrijver en ‘spoken word’ artiest. Lees vooral het hele artikel. Martens ziet ‘spoken word’ als een oefening in kwetsbaarheid.

De voordracht is in deze stroming minstens zo belangrijk als de tekst. Daarnaast zijn er overeenkomsten te vinden met rap, stand up-comedy en theater; ritme, mimiek en timing zijn belangrijke bouwstenen in een spokenwordvoordracht. Niet voor niets zie je spokenwordartiesten zelden lezen vanaf papier; veelal dragen ze uit het hoofd voor.

1 reactie

Opgeslagen onder Psychologie, proza en poëzie

‘Amor fati’

Dit is Latijn voor ‘liefde voor het noodlot’ en een uitspraak van de filosoof Nietzsche. Maar hoe haalbaar is het om liefde voor je noodlot te voelen als je bijvoorbeeld te horen krijgt dat je ongeneeslijk ziek bent. Kanker. Kun je dan die liefde opbrengen? Omarm je dan je lot? En hoe doe je dat dan? En moet het?

Deze vragen kwamen aan de orde op de Wereldkankerdag in de Internationale School Voor Wijsbegeerte (ISVW) in Leusden, opgericht door Frederik van Eeden in 1916, een school zonder winstoogmerk.

Een van de sprekers Leo Gualthérie van Weezel, tot 2015 psychiater en psychotherapeut in het Anthonie van Leeuwenhoek ziekenhuis, was openhartig met zijn antwoord. Hij stond wat betreft het omarmen van zijn lot, niet voor zichzelf in als hij te horen zou krijgen dat hij ongeneeslijk ziek was.

Iemand die het noodlot wèl kan omarmen na zo’n bericht dwingt bij hem veel respect af. Met zo iemand was deze psychiater eens bevriend. Hij zou best graag ook zo mooi en bewonderenswaardig willen sterven.

De vraag is: Wat inspireert een gewone sterveling na een dergelijk heftig slecht nieuws gesprek? Wat inspireert je nog als je voor een muur bent komen te staan waar je niet omheen kunt? Een ongeneeslijke ziekte. Een onverwacht ontslag, een heftige scheiding, enz. We leven in een tijd van het maakbare individu maar hoe maakbaar zijn we?

Het was de bedoeling dat het een inspirerende dag zou zijn en dat werd het. Er kwamen zo’n 130 mensen bij elkaar, zieke mensen en gezonde mensen. Er waren lezingen en workshops. Er was een heerlijke lunch. En er was humor.

Leven XL

We werden voorgesteld aan een stichting die de rollen heeft omgedraaid; de zieken worden zelf de inspiratiebron. Mensen die ernstig ziek zijn (geweest) en hun leven noodgedwongen hebben moeten omgooien, gaan anderen helpen die worstelen met allerlei levens- en zingevingsvragen. Ze noemen zichzelf levenscoaches en geloven dat iedere ervaring, hoe vreselijk ook, kan inspireren om het leven mooier te maken. De vraag die hen verbindt is: Hoe kunnen we leren van onze ervaringen en hoe kunnen we de kracht die er in die ervaringen zit doorgeven. Ze worden ondermeer geïnspireerd door de onlangs aan kanker overleden filosoof René Gude.

Verschillende levenscoaches stelden zichzelf voor. De een helpt je bij het zoeken naar ervaringen waar je energie van krijgt, de ander bij het ontdekken van wat je wilt met je leven, een derde helpt je met je zelfvertrouwen, een vierde met het opruimen van problemen die er niet zijn. Je kunt hulp krijgen bij het leven in het hier-en-nu oftewel met het leven in het moment, met het juist nìet met jezelf bezig zijn en met dat wat je bent naar buiten te brengen tot aan de laatste dag! De coaches van LevenXL vormen een inspirerende groep.

Mocht het op deze dag ook gaan over de dood? Daar was ik persoonlijk nieuwsgierig naar. Er gaat bijna geen dag voorbij dat ik er niet over nadenk. De dood intrigeert me. En ik ben niet de enige. Het is het lot van ons allen. Ik bedacht in de loop van de ochtend dat voor mij persoonlijk de fascinatie misschien te maken heeft met het loslaten van controle. Dat vind ik namelijk niet gemakkelijk. Misschien had ik er daarom voor gekozen om een workshop te doen waarbinnen mij waarschijnlijk gevraagd zou worden om uit de comfort zone te stappen. Deze workshop heette: Het improvisatietheater van het leven. Ik zag er een beetje tegenop. Maar eerst kwam de lezing van Gualthérie van Weezel.

De menselijke maat

Gualthérie van Weezel bleek net als ik systeemtherapeut te zijn, wat mij aangenaam verraste. ‘Amor fati’ kan volgens hem als ideaal inspireren maar het kan je ook geselen als je vindt dat je aan dat ideaal moet voldoen. Als je over je eigen reactie op het heftige bericht van een ziekte als kanker bijvoorbeeld gaat oordelen op een negatieve manier en als je steeds het gevoel hebt dat je faalt in het omarmen van je lot. Als je je in bochten gaat wringen om het goed te doen, dan werkt ‘amor fati’ nìet inspirerend. De psychiater komt in zijn werk vooral mensen tegen die het niet zo gemakkelijk af gaat om hun lot te omarmen.

Hij probeert het proces van het omgaan met de ziekte te versterken, probeert te helpen bij het verwerken van het bericht en sluit aan bij de krachten van de patiënt. Steeds zoekt hij de balans tussen de draaglast en de draagkracht. Hierbij kan het bio-psychosociale model helpen. Er zijn somatische, psychologische en sociale aspecten om rekening mee te houden. Psychologisch gezien heb je te maken met de reactie op de ziekte en met de persoonlijkheid. Persoonlijkheden kun je onderverdelen in de stoïcijnen, degenen die proberen controle te krijgen, de afhankelijken en de ontkenners. Sociaal gezien heb je te maken met het medische steunsysteem en het eigen steunsysteem. Als systeemtherapeut heeft deze psychiater oog voor de levensfase-overgangen die ook altijd voor gezonde mensen spannend zijn omdat ze ons voor nieuwe levensklussen stellen. Een ernstige ziekte krijgen is een extra ingewikkelde klus die extra veel kunst en vliegwerk vereist. Hoe omarm je die klus?

De psychiater onderscheid drie fasen in het proces. De eerste fase is de acute fase, als je de diagnose net gehoord hebt. De tweede fase is de chronische fase, het leven met de ziekte. Het ontdooien en reïntegreren. En dan uiteindelijk de palliatief-terminale fase.

Een mevrouw uit het publiek vond het fijn dat het woord ‘chronisch’ werd gebruikt omdat zij dit woord van de dokter in het ziekenhuis nooit gehoord had. Zij had al 15 jaar kanker en pleitte voor andere woorden, een taal die beter past bij ernstige ziektes.

De systeemtherapeuten Carter en McGoldrick onderscheiden horizontale en verticale stressoren. De horizontale stressoren zijn die we als individu tegenkomen tijdens de levensfase-overgangen die horen bij onze natuurlijke ontwikkeling van baby naar bejaarde. Maar er zijn ook onvoorspelbare stressoren zoals die bij een ernstige ziekte, een ongeluk of een plotseling ontslag. En dan zijn er nog historische gebeurtenissen, oorlogen, crises, natuurrampen die voor stress zorgen. De verticale stressoren komen voort uit de systemen waarin we ons als individu bevinden. Dat zijn ons gezin, onze familie, onze gemeenschap en grotere systemen zoals onze maatschappij met zijn politieke, culturele en economische invloeden. Voor degene die ziek is wordt de medische ‘gemeenschap’ belangrijk en die gemeenschap kan ook stress opleveren.

Het omarmen van de stress of het lot gaat dus meestal met kunst en vliegwerk gepaard. Je kunt het doen met de hulp van een levenscoach die geïnspireerd is door René Gude of met de hulp van een televisieprogramma als ‘Over mijn lijk’ of met de hulp van iets heel anders, zolang het maar geen dogma wordt vindt de psychiater. Hij had weinig goede woorden over voor Pink Ribbon, een commerciële beweging waarbinnen je als kankerpatiënt verondersteld wordt dat je de kanker met ‘glamour’ overleeft.

De focus van hoop bij een ernstige ziekte kan verschuiven. Hoop is niet iets statisch. De hoop op een langere overleving kan veranderen naar hoop op comfort of kwaliteit van het leven, naar hoop op waardigheid en verbondenheid.

Olsman, Willems & Leget (2012) onderscheiden drie perspectieven op hoop, het realistische perspectief, het functionele perspectief en het het narratieve perspectief. Uitgaande van het realistische perspectief staan waarheid en het goed geïnformeerd zijn centraal. De hoop moet vooral realistisch zijn. Vanuit het functionele perspectief heeft de hoop betrekking op de verwerking van het lijden. Hoop – zelfs wanneer die niet direct realistisch is – kan een belangrijke bijdrage leveren aan de mate waarin je betekenis kunt geven aan het lijden. Gezien vanuit het narratieve perspectief heeft de hoop betrekking op de zin van je leven. De hoop moet waardevol zijn en passen in jouw levensverhaal.

Het leven tussen hoop en vrees kan tussen een patiënt en zijn/haar partner problematisch worden wanneer de één altijd leeft vanuit de hoop en de ander altijd vanuit de vrees. Op deze manier maken de partners een karikatuur van zichzelf wat tot tragische conflicten kan leiden. Leo Gualthérie van Weezel had nog veel meer te vertellen maar moest afronden. Helaas. En over de dood, de palliatief-terminale fase, over hoe je leeft met het zicht op de dood kon niet uitgeweid worden.

Wandelworkshop

Rond de Internationale School voor wijsbegeerte is een stukje bos waar we met een groepje deelnemers doorheen wandelden onder leiding van de jonge filosoof Florian Jacobs. Er staan afbeeldingen van filosofen in het bos. We staan af en toe stil bij enkele ‘oudere’ filosofen. Zoals bij Spinoza. Over deze filosoof heeft Gerrit Achterberg een gedicht geschreven. Jacobs las het voor. Met op de achtergrond het geluid van de boomklever.

Spinoza

Diep in de deken van de tijd
ligt gij gebed, niets onderscheidt
u van de grond, die u omvat,
alsof gij nimmer lichaam had.

Volgens de wet van Lavoisier
doet gij op deze wijze mee
aan de bestendiging der stof,
die gij met denken overtrof.

Maar beide attributen Gods
doordringen nog elkander: trots
gaat gij door mijn geheugen heen
en nergens zijt gij hier van steen.
[uit Sphinx, 1946)

Gerrit Achterberg is een van Nederlands meest besproken dichters. Thematiek in zijn werk is de verzoening tussen leven en dood door middel van het gedicht. Veel dichter bij de dood kwam ik vandaag misschien niet… Over Spinoza en therapie heb ik eerder een bericht gemaakt.

Even later stonden we stil bij Aristoteles die volgens Jacobs meer waarde hechtte aan de poëzie dan bijvoorbeeld aan een wetenschap als geschiedenis. De poëzie komt volgens Aristoteles dichter bij de filosofie en is creatiever. Deze filosoof stond dicht bij de natuur en bestudeerde bijvoorbeeld de mieren.

img_1951

Florian Jacobs staat stil bij Aristoteles

Improviseren

Eindelijk was het tijd voor ‘het improvisatietheater van het leven’. Wat mij had aangetrokken was de aankondiging van deze workshop: ‘Soms lijkt het alsof je maar weinig invloed hebt op je leven. Dan blijft er nog maar een ding over: improviseren!’

We kregen op een strookje papier een in enkele regels beschreven situatie en enkele minuten om ons voor te bereiden. In een groepje van drie speelde ik de vriendin van een weduwnaar met een opstandige puber die het helemaal niet zag zitten dat haar vader de vriendin mee naar huis nam. We sloegen ons er met zijn drieën doorheen en hadden er lol in. We deden het samen. Dat was misschien wel de opluchting van de dag: improviseren is leuk, loslaten van de controle hoeft niet eng te zijn.

Misschien hielp het dat we in de goede handen waren van Line de Bruijn, filosofie docente, en Jelle Schroor, ‘stoeitrainer’, beiden lid van de Toneelgroep Levenskunst van de Universiteit voor Humanistiek. Zij gaven enkele simpele instructies voor de improvisatie: maak gebruik van het moment, laat binnenkomen wat zich voordoet. Vertel niet wie of waar je bent maar laat het zien.

Wat ik in deze workshop leerde viel samen met de boodschap die ik uit de lezing van Leo Gualthérie van Weezel haalde: het leven vereist kunst en vliegwerk. Daar kun je improvisatie goed bij gebruiken.

Leven zonder einde

Tijdens deze workshop kwam ik dan toch nog iets dichter bij de dood, ook al zou je dit op grond van de titel van de workshop niet verwachten: ‘Een leven zonder einde’. Het zal uiteindelijk veeleer de dood zijn die zonder einde is.

We werden gevraagd om te fantaseren over een geluksmoment dat we voor eeuwig zouden willen laten voortduren. Een moment waarin we een intens geluk ervaren, waarin de tijd stil lijkt te staan en we de werkelijkheid vergeten, een moment waarin alles mogelijk lijkt te zijn en de perceptie haarscherp is. We werden gevraagd om deze momenten te gieten in een verhaal in de ik vorm en in de tegenwoordige tijd. Onze verhalen werden opgenomen op een geluidsband. Een voor een verdwenen we in een aparte ruimte en in ons geluksmoment, in de privacy van de afzondering maar samen met een getrainde luisteraar. In de ruimte waar ik mijn verhaal vertelde werden spreker en luisteraar omhuld door tule gordijnen in zachte kleuren.

scan

 

Mijn verhaal luidde ongeveer zo:

Ik ben 7 of 8 of 9 of 10 jaar of misschien wel ouder. Ik heb dit meerdere keren meegemaakt. Ik kijk uit het raam de achtertuin in. Het regent. De achtergrond vervaagd. Ik zie nog wat tinten blauw, groen en grijs. Op de voorgrond zie ik druppels die naar beneden glijden. Ze glanzen. De geluiden van het drukke gezin waarin ik opgroei en waarin ik de oudste ben, raken steeds verder op de achtergrond. Ik ben alleen met de regen. Er wordt even helemaal niets van mij verwacht. De druppels die tegen het raam vallen hoor ik nog wel. Zachtjes komen ze er op neer. Doek, doek. De regendruppels vormen smalle en grillige paadjes naar beneden. ‘Panta rei’, alles stroomt, is in beweging. Iedere druppel volgt zijn eigen weg in zijn eigen tempo. Soms komen twee of meer druppels plotseling samen en versnellen de stroompjes in hun weg naar beneden. Samen wegen ze meer. Ik kies één druppel uit en neem mij voor om die te volgen op zijn weg naar beneden maar ik verlies hem weer uit het oog. Daar is alweer een volgende druppel. Dit kan uren doorgaan. Hoe lang ik voor het raam sta weet ik niet. Eigenlijk besta ik niet, zo diep ga ik er in op.

Filmmaakster Vanesa Abajo Pérez gaat van de verhalen die opgenomen zijn op deze dag een geluidsgedicht maken over oneindigheid. Ongeveer net zoals de Japanse filmmaker Kore-eda Hirokazu heeft gedaan in zijn film After Life die gaat over een tussenstation tussen leven en dood. Hier passeren wekelijks recent overleden personen om geholpen door gidsen, een moment uit hun leven te kiezen om mee te nemen naar het hiernamaals.


Een paar dagen na deze inspirerende dag zag ik op televisie een biografie van een van mijn favoriete psychiaters Irvin D. Yalom. De schrijver van ‘Nietzsches tranen’. Ik hoorde hem zeggen dat de angst voor de dood niet te verhelpen is. Maar hij vroeg zich ook af: Wat is er te vrezen als er geen bewustzijn meer is? Als de hersenen stoppen, stopt onze geest ook.

 

6 reacties

Opgeslagen onder Filosofie, Psychiatrie, Psychologie, proza en poëzie, Psychotherapie

STOP ROM

ALBERT EINSTEIN; NIET ALLES VAN WAARDE IS MEETBAAR

NIET ALLES WAT MEETBAAR IS, IS VAN WAARDE

header-stop-rom

Teken deze petitie

HIER

Routine Outcome Monitoring (ROM) is het regelmatig invullen van vragenlijsten, bedoeld ter ondersteuning van de behandeling.

Al in 2012 werd door onder meer alle acht kernhoogleraren psychiatrie gewaarschuwd voor grootschalige invoering van deze ROM om de kwaliteit van behandelingen te vergelijken. Daarvoor is het totaal ongeschikt. Dit is nog weer eens bevestigd door een onafhankelijk rapport van de rekenkamer van 26/1/17.

Helaas is hier niet naar geluisterd. Het is nu zelfs een wettelijke verplichting en zorgverzekeraars geven boetes als er onvoldoende ROM-gegevens worden aangeleverd. Het verkrijgen en verwerken van al die gegevens kost naar schatting 30 miljoen per jaar.

ROM was oorspronkelijk bedoeld voor het verbeteren van de individuele behandeling. Dit gebruik is verdrongen door het moeten leveren van ROM-gegevens aan de stichting benchmark GGZ. Privacygevoelige informatie wordt op grote schaal verstrekt zonder toestemming van de patiënt voor iets waar hij niets aan heeft.

Natuurlijk zijn we niet tegen het meten van de kwaliteit. We zijn tegen een verkeerde manier om de kwaliteit te meten. ROM is dáárvoor niet geschikt.

Het lukt de verschillende betrokken partijen (GGZ-NL, ZN, VWS, LP-GGZ) niet dit te stoppen. Dan is het aan de professionals en patiënten om orde op zaken te stellen.

“Als je niet kunt meten wat belangrijk is,
dan maak je belangrijk wat je kunt meten.”
– Jos de Blok Buurtzorg

Zoals Menno Oosterhoff, kinder en jeugd psychiater en blogger, schrijft in zijn ‘Vreselijk saai blog’:

Een enorme hoeveelheid gegevens wordt verzameld en doorgeleverd aan een door de verzekeraar betaalde stichting, niet ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, tegen uitdrukkelijk advies van de hoogleraren, wel belastend voor de patiënt, zonder toestemming en zonder oordeel van een medisch-ethische commissie. En dat in ons overgereguleerde land. Hoe bestaat het?

1 reactie

Opgeslagen onder Zorgverzekeringen

Leren met reflecterende teams

Leren met reflecterende teams heb ik onlangs mee mogen maken in Weesp onder leiding van Monique Schirris. Zij werkt als therapeut, leidt op tot therapeut, geeft supervisie en leidt op tot supervisor. Verschillende niveau’s om met ons vak bezig te zijn. Schirris werd bijgestaan door Chris Bavinck, psychiater en supervisor. We waren met 15 therapeuten.

Om er in te komen bekeken we allemaal gedurende enige tijd eenzelfde kunstwerk en vertelden we elkaar in kleine groepjes wat we er in zagen. Het was een schilderij met veel geel tinten en enkele figuren er in. Persoonlijk riep het bij mij vooral vragen op en kon ik er niet direct een verhaal van maken. Zag ik daar een ontmoeting of juist een afscheid? Kwamen de figuren net aan of stonden ze op het punt van vertrek? Uitwisselend bleek op hoeveel verschillende manieren er naar het kunstwerk gekeken was. Er werd ons vervolgens gevraagd om te bedenken hoe iemand, die naar onze uitwisseling over het kunstwerk had geluisterd, onze interactie zou hebben beschreven. In mijn groepje werd gemeend dat onze interactie over het kunstwerk als zoekend, open en veilig beschreven zou kunnen worden, als een interactie waarbinnen iedereen kwetsbaar en ‘not knowing’ kon zijn. De positie van de buitenstaander-observator (outsider-witness) zullen we als lid van een ‘reflecterend team’ straks zelf gaan innemen.

Van deze inleidende oefening leerden we ook dat er veel meer is dan de pure waarneming van het oog en dat het interessant is om de verschillende waarnemingen en verhalen uit te wisselen, dat je kunt genieten van de rijkdom ervan, dat er ruimte kan zijn voor verscheidenheid, dat een waarneming je niet alleen doet denken maar ook doet voelen en dat het plezierig is om de tijd te nemen om iets uitgebreid en rustig te bekijken. Omdat je samen met de waarnemingen en verhalen bezig bent valt er ook nog een druk weg, een druk die we weleens voelen als we alleen in de behandelkamer zijn met cliënten die voor een crisis staan.

Monique Schirris is geïnspireerd door het werk van de Mexicaanse sociaal-constructivistische therapeut Sylvia London en de Spaanse psychiater en universitair docent Marie Rose Moro. Zij inspireren om te komen tot verhalen die tot weer nieuwe verhalen aanzetten om zo nieuwe perspectieven te creëren. Deze workshop wil ons aanzetten tot nieuwe verhalen over ons werk met cliënten en over onszelf als professionals.

Het sociaal-constructivisme is een psychologische kennistheorie die stelt dat verschijnselen in de werkelijkheid worden ervaren als iets wat werkelijk bestaat en van andere zaken onderscheidbaar is omdat daarover in de samenleving een (vaak impliciete) afspraak is gemaakt.

Hoe het leren met reflecterende teams werkt

We hebben ons op deze workshop voorbereid door een leervraag te bedenken. Met welke kwestie stoeien we? Wat doen onze cliënten ons aan? Waar hebben we de meeste last van? Degene die de leervraag inbrengt noemen we de supervisant. De supervisor en de supervisant zullen kort over de leervraag van gedachten wisselen. De rest van de groep wordt in tweeën verdeeld. Een deel vormt de binnencirkel en de andere de buitencirkel. De binnencirkel van observatoren zullen proberen om de leervraag als het ware te adopteren en zullen daarover met elkaar van gedachten wisselen. De buitencirkel neemt het geheel waar en probeert de vraag te beantwoorden waar dit alles hen aan doet denken. Wat voor beelden roept dit alles bij hen op? Daar zullen zij het over hebben met elkaar. Aan het eind wordt gevraagd wat de supervisant heeft opgestoken. Met welk nieuw perspectief kan de supervisant verder.

 

reflecterende-teams

 

De eerste leervraag 

De supervisant had zich ingezogen gevoeld in het verhaal van een vrouw die bij haar in relatietherapie was geweest. De vrouw was na enige tijd op consult gekomen zonder partner en vertelde dat ze wilde scheiden. Haar partner wist hier nog niets van. De therapeut voelde zich overdonderd en bedonderd door dit bericht. Ze voelde ook ergernis en dacht: ‘Mooie boel, iedereen weet het behalve de partner…’ De supervisor : “De lastigheid wordt al gevoeld voordat je weet wat de cliënt wil… waarom vertelt de cliënt aan iedereen dat ze wil scheiden?” De supervisant had deze relatietherapie willen gebruiken voor een presentatie en nu voelde het alsof deze niet bepaald een succesverhaal was… Bleek nu eigenlijk niet dat ze gefaald had als therapeut? Hoe dit nu aan te pakken?

Reflecterende binnencirkel

Er wordt gesproken over de innerlijke dialoog. Die kan in de weg zitten. De innerlijke dialoog bestond uit een oordeel: “Mooie boel…” en uit een oordeel over de therapeut zelf  “mijn relatietherapie was niet goed…”. Dat voelt niet fijn allemaal. We kunnen ons schuldig voelen of verantwoordelijk. Wat kan er veel tegelijk door je hoofd gaan. We vinden de woorden niet waarmee we ons eerlijk kunnen uiten. We vinden het soms zo moeilijk om bij de hulpvraag uit te komen of om daar bij te blijven.

De supervisant hoort in deze reflecties vooral dat het ingezogen gevoel en haar eigen verhaal maakte dat zij vergat te vragen wat de cliënt nu eigenlijk van haar wilde.

Reflecterende buitencirkel

Bij deze leervraag maakte ik deel uit van de buitencirkel. Verschillende beelden werden opgeroepen, alsof je achter tralies zit, de tralies van de oordelen. Het beeld van samen een soep maken. Iedereen komt met een ingrediënt. Inzoomen en uitzoomen. Het beeld van een mierenhoop vanwege de veelheid van gedachten. Het beeld van een kameleon die onzichtbaar wordt en de wijze uil die je zou willen zijn.

De supervisant hoort nu in de reflecties dat het werken met haar gevoelens in het moment haar meer ruimte, vrijheid en creativiteit zou kunnen geven tijdens de sessie.


De tweede leervraag

Wat maakt dat ik de boosheid die leeft binnen een cliëntsysteem niet op tafel krijg? Deze supervisant voelt zich gevloerd door haar angst voor agressie. Ze vraagt zich af of ze wel zou kunnen handelen als de agressie wèl op tafel zou komen.

Reflecterende binnencirkel

Bij deze leervraag zat ik in de binnencirkel. Met vuur spelen? Daar kan brand door ontstaan! Zelftwijfel maakt ons bang. Het vermijden van agressie adopteren de leden van deze binnencirkel gemakkelijk. Ook uit angst om partijdig te worden vermijden we de boosheid. Soms denk ik weleens dat ik bij vrouwen de agressie eerder onder de tafel houd dan bij mannen. Later denk ik dan: “Ze was gewoon boos en ik benoemde het niet!” Hoe kan ik veiligheid bieden als ik mijzelf verlamd voel? Soms kan het helpen om een co-therapeut in te schakelen.

De supervisant en de supervisor gaan in gesprek over een eventuele co-therapeut. Wie zou dit moeten zijn? De supervisant zou het liefst haar vriendin erbij hebben gehad want die kent haar en heeft een onvoorwaardelijk vertrouwen in haar. De vriendin of co-therapeut hoeft er niet echt te zijn, zegt Schirris. De geïnternaliseerde vriendin zou de supervisant kunnen helpen. Dat onvoorwaardelijke vertrouwen geeft de therapeut misschien net de kracht die ze nodig heeft als er agressie is.

Reflecterende buitencirkel

Het beeld van een groepje filosofen kwam op. Er was ruimte voor Socratische vragen. Er werd naar woorden gezocht. Maar waar leiden deze reflecties toe? Er viel zelfs een stilte in de binnencirkel! Het beeld van ballonnen die werden opgelaten. Wat als je er een doorprikt?  Wat moeten we er mee? Het beeld van een Russische roulette…

Schirris ving ons allen hier op. De gesprekken in zowel de binnen- als de buitencirkel over deze tweede leervraag ging over het moeilijkste aspect van ons vak, namelijk over het punt waar we de controle kunnen verliezen: het punt dat agressie de kamer inkomt. Maar we kunnen het gesprek gewoon stopzetten en dat is het beste om te doen omdat een gesprek waarin geen reflectie mogelijk is, zinloos is. Heel simpel: “Gewelddadig gedrag accepteren we niet”.

Schirris zei nog iets heel moois over agressie: “Met de hand waar mee je slaat zou je willen strelen en daar zit hem de pijn.”

Interessant is dat het ballonnetje van de sekse, als het gaat om agressie eigenlijk niet uit de verf kwam in de binnencirkel. Mocht die invalshoek er zijn? Misschien was hier sprake van een parallelproces; misschien mochten er ook binnen het systeem van de casus bepaalde invalshoeken niet aan de orde komen.

Evaluatie

We waren opgetogen over de workshop. Wederom bleek hoe belangrijk het is om de innerlijke dialoog in de gaten te houden en in te zetten. Het gaf ons het besef hoe belangrijk het is dat we weten dat we samen zijn; dat we niet alleen zitten met een probleem. Dit is misschien het voornaamste parallelproces dat we tegen kunnen komen in ons werk: zoals wij therapeuten het niet alleen kunnen, zo kunnen onze cliënten het niet alleen!

Het leren met reflecterende teams moet een van de meest veilige manieren van leren zijn die ik ooit heb meegemaakt. Veilig omdat het oordelen en beoordeeld worden geen rol van betekenis speelt terwijl moeilijke aspecten van het vak niet vermeden worden. Het oordelen was er tòch wel omdat wij onszelf beoordelen, streng of minder streng. ‘Doe ik het wel goed genoeg?’, is een vraag die ons soms ineen doet krimpen. Tot dat oordelen wordt je in het leren met reflecterende teams echter niet uitgenodigd. Het is een veilige en vruchtbare manier van leren. Bij het leren met rollenspellen zal het beoordeeld worden en voelen eerder een rol spelen dan bij het leren met reflecterende teams. Er is natuurlijk niets mis met twijfel of zelfkritiek, maar het oordelen mag vaak wat minder hard.

Door de vorm van de reflecterende teams waren we minder bezig met presteren en meer bezig met samen werken. We durfden zichtbaar te zijn, we konden niets fout doen!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Gezins- en relatietherapie, Onderwijs