Psychologenpraktijk Gerie Hermans

Gerie Hermans is een volgens de wet BIG (Beroepen Individuele Gezondheidszorg) geregistreerde GZ – psycholoog (Gezondheid Zorg – psycholoog), Orthopedagoog en erkend Systeemtherapeut. Als verzekerde hulp valt deze praktijk onder de wettelijke basis geestelijke gezondheidszorg (basis-GGZ). De praktijk wil desondanks zoveel mogelijk vrij blijven van de gezondheidsindustrie en bureaucratie zoals die door de overheid en de zorgverzekeraars opgelegd worden.

Voor wie

Voor jongeren, volwassenen, partners en gezinnen die psychologische en systeem-therapeutische behandeling zoeken bij problemen met de opvoeding, de relatie of de persoonlijke ontwikkeling. Voor mensen die graag te maken hebben met een psycholoog die een voorloper is in het behouden van beroepseer, gelijkwaardigheid en privacy in de GGZ.

You can also have therapy in English. I worked and lived in Australia for twelve years.

Waar

Bereikbaar op telefoonnummer: 035-6210745

Per e-mail: geriehermans@planet.nl

Werkzaam in praktijk aan huis gevestigd in het centrum van Hilversum: Ruitersweg 49B

Wachttijd is 2 à 3 weken.

Visie

Psychische klachten staan niet op zichzelf. Dikwijls hebben de klachten of problemen te maken met de situatie waarin iemand leeft. Een goede therapeut kan inzoomen maar heeft ook een flinke groothoeklens. Door psychische klachten in een bredere context te plaatsen kan men zelfs een dieper begrip van de klacht krijgen.

Relaties, gezin en verdere omgeving vormen een systeem en mensen komen sneller uit de problemen met hulp die daar aandacht voor heeft. Het (gezins-)systeem kan een stelsel zijn voor genezing en groei van al zijn leden. Systeemtherapie gaat over interacties en relaties, over context en levensfasen. Anders gezegd: ‘Het probleem zit niet tussen de oren maar tussen de neuzen…’

Meer over deze visie is te vinden op de website van mijn beroepsvereniging: de Nederlandse Vereniging voor Relatie- en Gezinstherapie, de NVRG. Daar vindt u twee filmpjes van de NVRG over relatietherapie en gezinstherapie.

Mijn benadering van de hulp

– Hoogwaardige en duurzame psychologische zorg. We gaan in op dieperliggende, structurele en contextuele achtergronden van de problematiek waardoor u een echte positieve en blijvende verandering gaat ervaren zodat u minder beroep hoeft te doen op de gezondheidszorg.

– Geen bureaucratische ‘zorg-producten’ of ‘behandel-protocollen’ maar hulp specifiek op u, uw situatie, uw geschiedenis maar vooral op uw toekomst toegesneden. Zorg op maat.

– Psycholoog en cliënt zijn gelijkwaardige gesprekspartners. Er is geen medisch-lineaire, klinische of gezagsrelatie. Problemen worden niet ingekaderd als een ziekte of stoornis waar de dokter of de psycholoog over gaat. We werken toe naar een beter gevoel voor eigen vragen, eigen kracht en eigen oplossingen. U blijft de eigenaar van uw eigen veranderingsproces. De therapeut is deskundig maar niet de expert over uw leven.

– Soms zijn de tijden tussen de consulten langer zodat u op uw eigen tempo naar verandering toe kunt werken: Langdurige korte therapie.

– Korte communicatielijnen. Doorverbinden is er niet bij. U wordt niet behandeld door een lager (hbo) opgeleid iemand die onder een geregistreerd iemand werkt tegen een lager loon, zoals bij veel GGZ instellingen en huisartsenpraktijken het geval is.

– Mijn eigen functioneren krijgt voortdurend aandacht en verdieping via intervisie met collega’s in de regio en daarbuiten, via supervisie, leertherapie, na- en bijscholing.

Methoden

Systeemtherapie; technieken uit de contextuele, structurele, emotie-gerichte, oplossings-gerichte en narratieve therapie worden toegepast. Verschillende perspectieven op de kern van het probleem worden onderzocht waardoor blijkt dat er vele ingangen mogelijk zijn. Duidelijk wordt hoe het probleem in stand gehouden wordt door huidige posities, relaties en interacties. Er wordt gewerkt aan het horen van iedereen door iedereen. Wat kunt u leren van het probleem? Unieke situaties wanneer het probleem niet speelt worden onderzocht. Door te oefenen met nieuwe posities, relaties en interacties komt verandering op gang en zo wordt het probleem opgelost.

Individuele psychotherapie en cognitieve gedragstherapie. Therapie met expressieve middelen zoals schrijven, tekenen, poppetjes, rollen-spelen, enz.

Diagnostische hulpmiddelen

– Gesprekken. Een deel van het diagnostisch proces bestaat uit het verruimen van het denken over wat het probleem is.

– Intelligentieonderzoek

– Persoonlijkheidsonderzoek

– Studie- en beroepskeuze onderzoek

IMG_2174

Werkplek

Contract-vrij

De praktijk sluit bewust en uit principe geen contracten af met zorgverzekeraars (voor meer info: de contract-vrije psycholoog en zorg voor kwaliteit). Voornaamste punt van kritiek op de contracten met zorgverzekeraars is dat het verplicht tot medewerking aan het huidige zorgstelsel waarin de zorgverzekeraars steeds meer macht krijgen. Het contract tussen zorg-verlener en cliënt raakt steeds meer op de achtergrond. Ik kies er voor om louter een contract met mijn cliënt(systeem) te hebben.

Het zorgstelsel is momenteel een op winst gericht, bureaucratisch en geldverslindend systeem waarin de regie over de zorg steeds meer bij de professional wordt weggehaald. Zorg-cowboys adviseren instellingen hoe ze op zijn ‘slimst’ kunnen declareren. Zorgverzekeraars exploiteren zorg-verleners en belasten zorg-verleners met tijdrovende administratie. Geld is een doel geworden.

Het voordeel van contract-vrij werken is dat de facturering via de cliënt verloopt zodat de cliënt niet alleen de controle behoudt over privacy-gevoelige informatie maar ook over datgene wat in rekening wordt gebracht. Het nadeel is dat de cliënt een deel van de behandeling zelf moet betalen (als er sprake is van een natura-polis) maar daardoor raakt de cliënt ook meer verbonden bij de behandeling. De cliënt zal er sterker op gericht zijn om er uit te halen wat er in zit. Dit staat garant voor een dynamische werkrelatie.

Vrije keuze

Zorgverzekeraars zijn ondanks het contract-vrij werken van mijn praktijk nog steeds wettelijk verplicht om de kosten van de psychologische hulpverlening van een BIG geregistreerde GZ psycholoog te vergoeden. De beroepsregistratie en kwaliteit is bij contract-vrij werkenden dezelfde als bij gecontracteerde psychologen. Minister Schippers doet erg haar best om aan de vergoeding van deze onafhankelijke manier van werken en de vrije keuze in de zorg een eind te maken maar dit is haar nog niet gelukt.

Met name in de geestelijke gezondheidszorg is de vrije keuze belangrijk omdat het contact tussen hulpverlener en cliënt cruciaal is voor het slagen van de behandeling. Met een restitutie-polis heeft u altijd vrije keuze en krijgt u alles vergoed.

Privacy

Mijn werk als hoofdbehandelaar in een zelfstandige praktijk valt onder de basis GGZ. Dit is een nieuwe, ingewikkelde regeling waar veel bureaucratie bij komt kijken en die de privacy nagenoeg onmogelijk maakt. In mijn praktijk wordt daarom gewerkt met een privacy-verklaring die al mijn cliënten kunnen ondertekenen. In de loop van 2017 zal er mogelijk bij de intake tevens gevraagd worden of u de ROM privacy verklaring wil ondertekenen.

Geheimhouding is een recht van de cliënt. Dientengevolge is het mijn plicht om dit recht niet te schenden. Leveren van informatie zonder toestemming van de cliënt is strafbaar.

Zie ook Privacy.

Kosten en vergoeding door de zorgverzekeraar

Gerie Hermans is een BIG geregistreerde GZ (gezondheidszorg) psycholoog. Het uurtarief voor 2017 is € 94,- (een uur bestaat uit ¾ contact en ¼ voorbereiding).

Per maand ontvangt u een voorschotnota die u zelf voldoet (zie aanmeld-formulier). Na afloop van de behandeling volgt er een eindfactuur met alle informatie die nodig is voor een vergoeding van de kosten door uw zorgverzekeraar. Wanneer u een restitutiepolis heeft, wordt het volledige bedrag vergoed. Hier een overzicht van echte restitutie polissen. Hier een overzicht van vergoeding door de zorg-verzekeraar bij niet gecontracteerde psychologen. Uw zorgverzekeraar zal in alle gevallen uw eigen risico aanspreken.

Zie ook Kosten

Vergoeding van Jeugdzorg door de Regio Gooi en Vechtstreek in 2017

De enige uitzondering die ik maak op het contract-vrij werken is mijn contract met de Regio Gooi en Vechtstreek voor de Jeugdzorg. Is de aangemelde cliënt onder de 18 jaar en woonachtig in de Regio Gooi en Vechtstreek dan bestaat de mogelijkheid dat de praktijk de kosten voor de behandeling declareert bij de Regio. Hieronder vallen de volgende gemeenten: Blaricum, Bussum, Eemnes, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp en Wijdemeren. Gebruik in dit geval het speciale aanmeld-formulier Jeugdzorg.

Mijn praktijk is aangesloten bij de groep vrijgevestigde Kinder en Jeugdpsychologen in het Gooi.

‘Flip the system’

Psychologenpraktijk Gerie Hermans heeft de missieverklaring van de Stichting Beroepseer ondertekend. Het alternatief voor het marktdenken in de zorg en het onderwijs wordt door deze stichting benoemd als ‘flip the system’ en houdt in: kleinschalige, platte organisaties waar professionals met beroepseer werken die zelf hoge kwaliteit nastreven in het belang van hun patiënten, studenten en leerlingen omdat ze daar plezier in hebben. Docenten, artsen en verpleegkundigen zijn de afgelopen decennia gedegradeerd tot uitvoerders van beleid en management (in hiërarchische organisaties). Dat moet veranderen: ze moeten weer eigenaar worden van de kwaliteit van hun werk.

 

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologenpraktijk Gerie Hermans, Zorgverzekeringen

Psychiater Glenn Helberg danst in Zomergasten

“JEZELF KUNNEN ZIJN IN EEN MENSELIJKE RELATIE IS HET MOOISTE WAT ER IS”

Dit waren de woorden van Glenn Helberg, psychiater en lid van de Raad van Advies van het College voor de Rechten van de Mens, aan het eind van het VPRO televisie programma Zomergasten. Volgens mij waren zowel Helberg als de interviewster Janine Abbring er heel aardig in geslaagd om tijdens de uitzending zichzelf te blijven in hun relatie. En ze vierden dit aan het eind door te dansen op de muziek van Louis Armstrong. In elkaars armen, een zwart mens en een wit mens, een man en een vrouw, een homo en een hetero uit verschillende generaties. Ze hadden het tijdens het interview ook over hun relatie tot elkaar gehad, in het hier en nu, ook al was het ongemakkelijk. Ik bleef de hele avond geboeid kijken en luisteren.

Helberg wilde met zijn gekozen film en documentaire fragmenten en optredens van artiesten de fundamenteel relationele kant van de mens tonen. Ze zouden gaan over de verbinding tussen mensen of over het gebrek er aan. Het ging om te beginnen over de verbinding tussen zwarte en witte mensen. De zwarte mens kan nu tegen de witte zeggen: “Jij hebt mijn zwart zijn niet meer nodig”. En de witte kan misschien hetzelfde zeggen. Wit en zwart kunnen elkaar een hand geven. Zoals bezongen wordt door Louis Armstrong in ‘What a wonderful world’: “I see men shaking hands, how do you do…” Want wit en zwart zijn fundamenteel gelijkwaardig. Zoals James Baldwin het zegt in de film ‘I am not Your Negro’ en in een interview voor de Nederlandse televisie: “Alle mensen zijn broeders, daar gaat het om”.

Ook homo’s en hetero’s zijn verbonden. Niemand hoeft buitengesloten te worden. ‘Civil rights’ en ‘gay rights’ moeten samen werken. Alle minderheden moeten elkaar steunen. Helberg heeft het over ‘inclusie’: Iedereen moet het gevoel kunnen hebben dat hij zichzelf kan zijn en er bij hoort. Dit hebben we nog lang niet bereikt. ‘It takes a village to raise a child’, maar de ‘village’ moet nog ‘geraised’ worden zegt Helberg. We denken in Nederland dat we niet zo racistisch zijn als in Amerika maar dat klopt niet. Wij zijn het racisme in Nederland aan het ontkennen. Dat is een sterke afweer die ontkenning. We moeten juist onze vooroordelen aan elkaar vertellen zodat we elkaar gaan begrijpen. Hier is een psychiater aan het woord die psychische gezondheid bekijkt binnen de context en de systemen die daar een voorwaarde voor zijn.

Verbinding met jezelf

Het eerste fragment dat Helberg de kijkers liet zien ging over een Braziliaanse vrouwelijke psychiater die in de jaren ’40 van de vorige eeuw zocht naar een alternatief voor de toen gebruikte lobotomie behandelingen (een chirurgische ingreep die verbindingen in de hersenen verbreekt). Zij wil aandacht genereren voor het verhaal van de patiënten. Zij wil de patiënten verbinden met hun eigen verhaal, hoe moeilijk hun toestand ook is.

Helberg: “Als je een verhaal vertelt aan de ander vertel je het eigenlijk ook aan jezelf. En dan maak je contact en gaat het vlammetje in jezelf weer aan.” Als deze verbinding tot stand komt dan voel je het lichamelijk. Soms hebben mensen hier hulp bij nodig. Die hulp wil Helberg geven.

Als je mensen vertelt dat ze geestelijk ziek zijn, zoals bijvoorbeeld homo’s verteld werd tot aan 1973, verliezen ze hun trots. Daar gaat Gay Pride over. Kunnen zeggen: ‘Hier ben ik’. Martin Luther King had het daar ook over: ‘We don’t want to be a nobody, we want to be a somebody’. De psychiatrische patiënten uit het fragment waren ook ‘nobodies’ geworden.

Aan het schrappen van homoseksualiteit uit de DSM, het stoornissen classificatiesysteem in de psychiatrie, ging een belangrijke opstand vooraf. Namelijk die bij de homobar The Stonewall Inn in Greenwich Village in New York in 1969. Uit een documentaire hierover kwam het volgende fragment. Ook hetero’s deden mee aan die opstand want ook zij willen natuurlijk zichzelf kunnen zijn. Deze samenwerking tussen homo’s en hetero’s deed me denken aan de film Pride waar Engelse mijnwerkers in hun staking gesteund worden door homo activisten. Mensen die onderdrukt worden herkennen elkaar ook al komen ze uit verschillende hoeken van de samenleving.

Helberg: “Mensen moeten snappen dat iedereen die zich niet met zichzelf mag verbinden, die dus niet zichzelf mag zijn, hetzelfde probleem heeft.” Iedereen mag er zijn, ook de niet-man en de niet-vrouw. Het lukt echter de een nog steeds om tegen de ander te zeggen: “Jij hoort er niet bij.” En het lukt de een nog steeds om misbruik te maken van de ander, de ander te onderdrukken. Het gaat hier om mensenrechten die nog steeds geschonden worden.

Helbergs ouders kwamen uit Suriname maar hij groeide op in Curaçao. Hij merkte als jongeman dat hij jongens spannender vond dan meisjes. Bij het masturberen dacht hij aan jongens en op het hoogtepunt dacht hij snel even aan een meisje want dan zou God hem zijn afwijking vergeven… Later bedacht hij dat hij niet gek wilde worden. Hij zei tegen zijn toenmalige vriendin: “Jij vrijt met een man, maar ik niet…” Hij vertelde zijn vader dat hij homo was, waarna de vader 5 dagen niet at en zei: ” Laat mijn zoon komen, want hij is mijn zoon.” En tegen zijn zoon zei hij: “Als je met een jongen thuis komt, breng dan een goede jongen mee”. Het lijkt op het Bijbelse verhaal van de verloren zoon. Dat de vader van Helberg hem toen niet afwees, was het grootste geschenk dat hij ooit kreeg. Het kan hem nu nog ontroeren.

Zijn moeder overleed toen hij 13 jaar was. Zij had hem goed op haar overlijden voorbereid en Helberg kreeg al vroeg belangrijke levenslessen mee. Je kon merken dat de verbinding met zijn moeder nog levend was want Helberg zei dat de groene jurk die Abbring droeg tijdens het interview, hem aan zijn moeder deed denken en hem vertrouwen gaf. Zijn moeder zei altijd als ze nieuwe kleren ging kopen: “Nou heb ik weer een groene jurk gekocht!”.

Gelijkwaardigheid genereert eigenwaarde

Een volgend fragment kwam uit een Polygoonjournaal van 1969 over een opstand tegen Shell op Curaçao. Volgens het journaal was automatisering de diepere oorzaak van de opstand maar dat klopt niet, zei Helberg. De opstand had te maken met de ongelijkheid; zwarten verdienden een derde van wat blanken verdienden. De opstand ging over gelijke rechten!

Als we een inclusieve samenleving willen dan moeten we goed geïnformeerd zijn. Educatie speelt een belangrijke rol. Ook blanke Nederlanders moeten weten waarom 30 juni een belangrijke dag is: de dag van de herdenking van de afschaffing van de slavernij. We kennen onze geschiedenis niet en de geschiedenis moet belicht worden vanuit verschillende kanten. Pas dan weet je welk onrecht gedaan is.

Helberg vindt dat de emancipatie van de zwarte mens nog steeds niet goed op gang is gekomen. Hoe diep de discriminatie gaat en hoe diep die in persoonlijke levens doordringt wordt mede duidelijk in een fragment waarin blanke docenten een klasje met zwarte werknemers van een of ander bedrijf onderwijzen over hoe ze sterker kunnen staan in hun functie. Als ze dat aankijken van klanten zouden kunnen, dan zouden ze assertiever overkomen. De blanke docenten hadden goede bedoelingen maar eigenlijk werden de zwarte werknemers geschoffeerd. Abbring had met het schaamrood op de kaken naar het fragment gekeken.

Helberg legde uit dat ‘het niet aankijken’ door zwarte mensen een gevolg is van de slavernij. In de slavernij leer je dat je de ander tot ding kunt maken als je ze niet aankijkt. Het was volgens Helberg beter geweest als deze docenten hadden geprobeerd om de zwarte medewerkers te begrijpen in plaats van hen te onderwijzen. Op basis van gelijkwaardigheid met elkaar bezig zijn genereert eigenwaarde. Als de een ergens rijker van wordt, dan de ander ook. Dàt genereert eigenwaarde en dan hoef je niemand te ‘empoweren’. Baldwin zegt: “Ik ben hier nu en ik ben niet van jou. Ik ben niet minder waard.”

Het onderwijs kan een positieve rol spelen. Louis Armstrong zingt er over dat onze kinderen meer zullen leren dan wij ooit zullen weten. Universiteiten maken hun onderwijs inclusiever. Het gaat de goede kant op. We kunnen gaan onderzoeken wat racisme is, in plaats van het te ontkennen, zodat we er mee op kunnen houden.

De partij Artikel 1, die inmiddels na een rechtszaak niet meer zo mag heten en waarvan Helberg de lijstduwer was, wil radicale gelijkwaardigheid. Er kan wel gezegd worden dat de economie vooruit gaat maar dat betekent zeker niet dat iedereen vooruit gaat.

Vaders

In het fragment ‘Boys of Summer’ (2008) krijgen we te zien hoe een zwarte vader zijn zoon coacht met honkballen. We zien een zwarte vader zijn die wèl aanwezig is in het leven van zijn kind. Het verhaal dat zwarte vaders er niet zijn voor hun kinderen wordt steeds herhaald maar we moeten deze vaders een helpende hand bieden. Ook hier blijkt hoe diep de slavernij in de psyche is doorgedrongen. Het zwarte vaderschap is verarmd door de slavernij, door de reis van Afrikanen naar Amerika. Hele familieverbanden zijn uit elkaar gerukt. Dàt moeten we begrijpen. Daar komt bij dat de slaveneigenaars die kinderen hadden verwekt bij slavinnen meestal afwezig waren als vader. Zwarten hebben nog steeds meer wantrouwen binnen hun relaties dan witten.

In het fragment uit de documentaire over de Oekraïense danser Sergei Polunin zegt de (witte) vader: “Als ik het over zou kunnen doen, zou ik meer aandacht aan mijn gezin hebben besteed.” Toen ouders van deze jonge danser gingen scheiden viel zijn wereld uitelkaar. Hij wist niet meer waarvoor hij danste maar de machine die geld verdiende aan zijn talent draaide door. Hij raakte aan de drugs en kreeg de naam dat hij niet te vertrouwen was, terwijl hij gewoon hulp nodig had. Het dansen had geen betekenis meer voor hem. Hij was de verbinding met zichzelf kwijt. Pas toen hij weer heel was kon hij weer dansen.

Helberg wilde zelf ook danser worden maar zijn moeder wilde dat hij dokter werd. Na een gebroken knie was het besluit niet meer zo moeilijk. Hij ging medicijnen studeren. Nu vind hij het prettig dat hij mensen kan helpen om weer heel te worden.

Relatietherapie

We krijgen een fragment te zien uit ‘Scenes uit een huwelijk’ (1974) van Ingmar Bergman. We zien twee mensen die van elkaar houden maar niet samen kunnen zijn. We moeten volgens Helberg de liefde leren. Wij kunnen onze liefde aan die ander geven maar als die ander zijn of haar liefde niet meer aan ons kan geven dan is het klaar. De liefde is wel voor de ander maar niet van de ander. In een relatie geven beiden 50% maar je blijft altijd 100% verantwoordelijk voor jouw 50%. Ook voor je eigen boosheid ben je voor 100% zelf verantwoordelijk. Relatietherapie blijft van waarde, ook als de partners toch gaan scheiden. Het kan de partners leren elkaar beter te verstaan en dat blijft fijn ook als ze uit elkaar gaan.

We krijgen nog een mooi fragment te zien uit de film ‘Moonlight’ uit 2016. We zien twee zwarte jongemannen die in hun kindertijd een relatie met elkaar hadden en elkaar na vele jaren opnieuw ontmoeten. Het fragment eindigt er mee dat ze tegen elkaar aan zitten, de een met zijn hoofd op de schouder van de ander, de ander streelt zijn schedel. We mogen die intimiteit zien en dat is heel bijzonder. Het gaat eens een keer niet om de coïtus, het gaat om de aanraking van de huid, ons grootste orgaan, zegt Helberg. Door de aanraking van de huid weten we ons geborgen. Zelf mist hij het dat hij al lang niet meer aangeraakt is… Jezelf kunnen zijn in een menselijke relatie is het mooiste wat er is.

Ook aan deze televisie zomeravond komt een einde. Helberg en Abbring staan op en dansen.


Ga vooral deze film zien: I am not your Negro.

En ook de keuze film van Helberg is een aanrader: Selma.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Gezins- en relatietherapie, Persoonlijk en politiek, Psychiatrie

Samenleven begint met alleen kunnen zijn

Getipt door de Correspondent las ik dit artikel van de Amerikaanse historica Jennifer Stitt, ‘Before you can be with others, first learn to be alone’.

Clamdigger 1935 by Edward Hopper.

In 1840 was het Edgar Allen Poe die het belang van alleen zijn beschreef. Mensen die niet alleen kunnen zijn, waren volgens hem ongelukkig. Hij beschreef de boze energie van een oude man die door London zwierf van zonsopgang tot zonsondergang en die alleen opluchting kon vinden voor zijn wanhoop als hij zich onderdompelde in het onstuimige gedrang van de stadsbewoners.

Twintig jaar daarna was het Ralph Waldo Emerson, een andere bekende 19e-eeuwse Amerikaanse schrijver, die ook gegrepen was door het idee van het alleen zijn. Hij kwam met een uitspraak die aan Pythagoras is toegeschreven:

‘In the morning, – solitude; … that nature may speak to the imagination, as she does never in company.’

Emerson moedigt docenten aan om er bij hun leerlingen de nadruk op te leggen dat periodes en praktijken van alleen zijn, serieus en abstract nadenken mogelijk maken.

Weer later in de 20e eeuw, stond het alleen zijn centraal in de filosofie van Hannah Arendt (1906-1975). Zij was een Duits-Joodse emigrant, gevlucht naar de Verengde Staten voor de Nazi’s en bestudeerde een groot deel van haar leven de relatie tussen het individu en de politiek.

Voor haar was vrijheid verbonden met het alleen zijn in de privé-sfeer (‘vita contemplativa’) èn met samen zijn in de publieke of politieke sfeer (‘vita activa’). Zij begreep dat vrijheid veel meer was dan het vermogen van de mens om spontaan te handelen in de publieke ruimte. Vrijheid was voor haar ook het vermogen om na te denken en te oordelen in stilte, ver weg van de kakofonie van de massa.

In 1961 volgde Arendt, in opdracht van The New Yorker, het proces Adolf Eichmann, de SS officier die meehielp aan het ten uitvoer brengen van de Holocaust. Arendt probeerde er achter te komen hoe iemand tot zoveel kwaad in staat was. Ze werd verrast door Eichmann’s volkomen gebrek aan verbeelding en conventionalisme. Hij kwam niet over als een door en door slechte sociopaat. Zijn daden waren monstrueus maar als persoon kwam hij als alledaags op haar over.

Zij ontdekte geen sterke ideologische overtuigingen bij hem en schreef zijn immoraliteit – zijn vermogen en zelfs zijn begeerte om misdaden te plegen – toe aan zijn gedachteloosheid, aan zijn banaliteit. Het was volgens haar zijn onvermogen om stil te kunnen staan en na te denken waardoor het voor hem mogelijk werd om deel te nemen aan de massamoorden.


Hier wil ik iets toevoegen aan het artikel van de Amerikaanse historica want op het punt dat Arendt hier maakt valt wel iets af te dingen. Eichmann was wel degelijk een overtuigd antisemiet ook al deed hij zich tijdens zijn proces onnozel voor. Hij dacht wel degelijk na, maar geheel conform de nazi-ideologie. Hij dacht dus niet anders dan massa’s andere nazi’s. Arendt’s concept van ‘de banaliteit van het kwaad’ blijft waardevol, ook al heeft ze zich door de onnozele pose van Eichmann gedurende het proces laten misleiden.

Een saillant detail is nog dat Arendt’s leermeester, de filosoof Heidegger wel degelijk moet hebben nagedacht maar toch lid werd van de nazi-partij. Arendt heeft hem verdedigd door te zeggen dat dit naïef van Heidegger was.

Terug naar waar het hier om gaat:  De waarde van het alleen en in stilte overdenken van dingen.


Edgar Allen Poe vermoedde dat er iets duisters schuilde binnen de mens in de massa. Arendt’s ideeën sluiten hier op aan. Iemand die het in stilte onderzoeken van wat je gezegd en gedaan hebt niet kent, zal volgens haar ook niet tegen zichzelf in gaan en zal niet in staat zijn of bereid zijn om rekenschap te geven want hij rekent er op dat zijn daden vergeten zullen worden.

Eichmann meed zelfreflectie volgens Arendt. Hij keerde niet terug naar een stil moment in zichzelf, een toestand van beschouwing waarmee de betekenis van de dingen onderzocht kunnen worden, waarbinnen feiten en fictie, waarheid en leugen, goed en kwaad onderscheiden kunnen worden. Het is niet zo dat mensen die niet nadenken automatisch monsters zijn maar volgens haar kan een maatschappij niet vrij en democratisch functioneren zonder individuen die zelf in stilte nadenken. Arendt geloofde dat samenleven met anderen begint met kunnen leven met jezelf.

Alleen of eenzaam

Wat als we ons in het alleen zijn eenzaam voelen of wat als we ons isoleren? Wat als we ons afgesneden voelen van het plezier van vriendschap?

Filosofen maakten heel lang geleden al een onderscheid tussen alleen zijn en eenzaamheid. Een parabel van Plato uit De Republiek (350 voor Christus) gaat over een filosoof die uit een ondergronds hol ontsnapt aan het gezelschap van andere mensen en het zonlicht van de contemplatie in loopt. Alleen, maar niet eenzaam stemt de filosoof volgens Plato af op zijn innerlijke zelf en de wereld. In het alleen zijn luistert hij naar een dialoog die de ziel heeft met zichzelf en die dan eindelijk hoorbaar is.

Je hoort inderdaad mensen wel eens klagen als er veel geluid en drukte om hen heen is: “ik kan mijzelf niet eens meer horen denken.”

Arendt vindt in navolging van Plato dat alleen zijn en denken niet eenzaam is. Eenzaam ben je als je naar gezelschap verlangt en het niet vinden kan. Zij ziet het alleen zijn als een toestand waarin je jezelf gezelschap houdt. Het is een soort van ‘existentieel spreken’. In het alleen zijn is je innerlijke zelf jouw gezelschap, jouw vriend waarmee je van gedachten wisselt, een stille stem die een Socratische vraag stelt (een vraag die je stelt met het doel om verder te komen) zoals: ‘Wat bedoel je als je zegt …? Het ‘zelf’ is volgens Arendt de enige waaraan je niet kunt ontsnappen tenzij je ophoudt met denken.
In onze hyperverbonden wereld is het waardevol om ons de woorden van Arendt te herinneren. We leven nu in een wereld waarin we voortdurend en direct communiceren via het internet en we nemen zelden de tijd voor contemplatie. We checken voortdurend onze emails, zijn obsessief bezig met sociale media, lijden onder de voortdurende verbinding met zowel nauwe als minder nauwe kennissen. Het lijkt wel alsof we zo nodig voortdurend in gezelschap moeten zijn.
Als we ons vermogen om alleen te kunnen zijn verliezen, als we ons vermogen om in ons eigen gezelschap te verkeren verliezen, dan verliezen we volgens Arendt ons denkvermogen. We lopen het risico dat we weggevaagd worden door wat alle anderen doen en waar alle anderen in geloven, we lopen het risico dat we niet langer in staat zijn om goed van kwaad of mooi van lelijk te onderscheiden. Gevangen in een kooi van gedachteloze conformiteit.
Alleen zijn is niet alleen een noodzakelijke mentale toestand voor de ontwikkeling van het bewustzijn en het geweten maar het is ook een praktijk die ons voorbereidt op deelname aan het sociale en politieke leven. Voordat we in gezelschap kunnen zijn moeten we leren om alleen te zijn.

Ik denk dat niet alle vormen van in stilte nadenken automatisch tot positieve resultaten zullen leiden. Bij het alleen nadenken loop je toch een risico dat je niet tegengesproken wordt. Het in stilte nadenken kan broeierig worden en dan leidt het nergens toe. Het in stilte nadenken van eenzame en gestrande mensen kan zelfs leiden tot daden van wanhoop, van agressie en geweld. Denk aan Syrië-gangers of aan de Noorse massamoordenaar Breivik. Deze mensen zoeken alleen nog het contact met gelijkgestemden. Misschien zijn ze wel zo eenzaam dat ze zich helemaal nooit meer laten tegenspreken omdat dit onverdraaglijk is geworden.
Het begrip cognitieve dissonantie is in verband hiermee interessant. Cognitieve dissonantie is de onaangename spanning die iemand ervaart bij tegenstrijdige overtuigingen, ideëen of opvattingen of als er wordt vastgesteld dat diegene in strijd met de eigen overtuiging handelt. De spanning leidt ertoe dat men een of meer meningen of houdingen onbewust herziet om ze meer met elkaar in overeenstemming te brengen, consonant te maken. Dit vrij recente sociaal psychologische begrip van de cognitieve dissonantie (1957) werd heel lang geleden al herkend getuige een fabel van de Griekse dichter Aisopos (ca. 620-560 voor Christus): De fabel van de vos en de druiven. Wanneer de vos niet tot bij de druiven kan, besluit hij dat hij ze achteraf bekeken niet écht wilde “…omdat ze toch zuur waren.”

1 reactie

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek

Systeemtherapie bij zelfverwonding

Zelfverwonding is een term waarover veel onduidelijkheid bestaat. Dit bericht gaat uit van de volgende definitie: Zelfverwonding is sociaal onacceptabel gedrag waarbij iemand zichzelf opzettelijk en op een directe manier fysiek letsel toebrengt, zonder de bedoeling te hebben zichzelf van het leven te benemen.

De laatste jaren zijn er steeds meer jongeren tussen de 12 en 18 jaar die zichzelf verwonden. Ongeveer 18% van de jongeren heeft ooit aan zelfverwonding gedaan. Voor jongeren met een psychiatrische diagnose ligt dit percentage veel hoger.

Enkele kanttekeningen bij bovengenoemde definitie zijn ten eerste dat tatoeages en piercings in de Westerse cultuur niet vallen onder zelfverwonding en geaccepteerd zijn, ten tweede dat het gaat om een directe manier van letsel toebrengen, zoals het in zichzelf snijden, krassen of zichzelf branden of slaan. Indirecte zelfbeschadigingen zoals roken, alcoholmisbruik of gestoord met eten omgaan zijn indirecte zelfverwondingen en vallen niet onder zelfverwonding. Zoals eerder gezegd; de persoon die aan zelfverwonding doet heeft niet de bedoeling zich van het leven te beroven. De zelfverwonding kan mild, matig of ernstig zijn afhankelijk van de frequentie en de ernst van de verwondingen.

‘…alcoholmisbruik valt onder indirecte zelfverwonding…’

Functies

Het jezelf verwonden heeft verschillende functies waarbij twee dimensies worden onderscheiden. Ten eerste de dimensie van positieve versus negatieve bekrachtiging. Bij positieve bekrachtiging wordt de zelfverwonding gevolgd door aangename emoties. Bij negatieve bekrachtiging wordt het gevolgd door een vermindering van negatieve emoties. De tweede dimensie is die van de automatische versus de sociale bekrachtiging. De automatische bekrachtiging betekent dat de zelfverwonding een intrapsychische (persoonlijke) functie heeft en de sociale bekrachtiging betekent dat het een interpersoonlijke functie heeft.

Zo bezien heeft zelfverwonding vier soorten functies. Bij een automatische positieve bekrachtiging veroorzaakt de zelfverwonding een persoonlijk gevoel van ontspanning of opluchting. Bij een automatische negatieve bekrachtiging heeft de zelfverwonding de functie dat negatieve emoties vermeden worden. Bij een sociale negatieve bekrachtiging veroorzaakt de zelfverwonding dat een reactie van anderen vermeden wordt en bij een sociale positieve bekrachtiging zorgt de zelfverwonding voor het ontlokken van een reactie bij anderen.

Andere functies van zelfverwonding kunnen zijn dat de adolescent niet over genoeg verbale vermogens beschikt en/of veel moeite heeft om emoties met woorden te uiten en dat de zelfverwonding een manier van expressie is. Persoonlijke eigenschappen (temperament) in samenhang met de persoonlijke geschiedenis (trauma) en sociale factoren kunnen het optreden van zelfverwonding beïnvloeden. Sociale factoren zijn bijvoorbeeld het observeren en imiteren (‘modeling’) van anderen uit je omgeving of horen van anderen dat je door zelfverwonding positieve gevolgen kunt ervaren zoals meer aandacht van anderen. Maar ook het wel of niet hebben van steun van een sociaal netwerk. Contextuele factoren (relaties met gezinsleden) en gedragsfactoren zoals hoe emoties gereguleerd worden (binnen het gezin) hebben invloed.

Behandeling

Er is weinig bekend over effectieve behandelingen. Bij de meeste therapieën ligt de focus eerder op het behandelen van de symptomen dan op het verhaal van de cliënt. Eerst de tijd en de ruimte nemen voor dat verhaal zal bijdragen aan het vertrouwen, de openheid en eerlijkheid bij de cliënt. Symptomatische behandeling van zelfverwonding lijkt onvoldoende en kan leiden tot symptoomverschuiving; een eetstoornis of suïcidaal gedrag komen er dan voor in de plaats.

De meerwaarde van gezinstherapie bij de behandeling van zelfverwonding kan nog niet voldoende wetenschappelijk worden aangetoond. Toch wordt het gezien als een goede behandeling omdat er een verband blijkt te zijn tussen de zelfverwonding en het functioneren van het systeem. Een autoritaire opvoedingsstijl, waarbij het kind weinig steun en veel controle van de ouders ervaart, blijkt vaak een significante risicofactor. Systeemtherapie heeft zich wel al bewezen in de behandeling van depressie en suïcidaliteit. Uit een studie uit 2010 (ABFT; Diamond et al., 2010) blijkt al dat een therapie bij zelfverwonding gebaseerd op de hechtingstheorie superieur is aan de gebruikelijke symptoom behandelingen. Ook een multi-systeem therapie waarbij niet alleen het gezin maar ook andere systemen betrokken worden blijkt superieur (MST; King et al., 2006). Met systeemtherapie kan toegang verkregen worden tot de primaire emoties die samenhangen met de zelfverwonding.


Dit bericht is een samenvatting van een artikel uit het tijdschrift voor systeemtheoretische psychotherapie: Systeemtherapie, 2, 2017. Titel van het artikel: Gezinstherapeutische interventies bij jongeren die zichzelf verwonden – een literatuurstudie. Schrijvers: Lisa Waels, Imke Baetens, Laurence Claes, Eva Wolfs, Eveline Goethals en Peter Rober.


In de systematische literatuurstudie van deze Belgische wetenschappers (orthopedagogen en klinisch psychologen) werd gezocht naar thema’s die gezins-therapeutische interventies met elkaar gemeen hadden. Deze thema’s bleken te zijn; het vergroten van sociale steun voor de adolescent, het ondersteunen van de ouders, het aanleren van communicatieve en interpersoonlijke vaardigheden bij ouders en adolescenten, psycho-educatie omtrent zelfverwonding en het vermeerderen en versterken van positieve interacties tussen de gezinsleden.

Alle gezins-therapeutische interventies hadden als doel om de emotionele nabijheid tussen de ouders en het kind te vergroten. Daarnaast hebben de interventies aandacht voor de specifieke ontwikkelingstaken van een adolescent zoals het vinden van een evenwicht in het gezin tussen de vrijheid en de autonomie van het kind en de controle en het toezicht door de ouders met als doel de adolescent te steunen en te motiveren om zichzelf te ontwikkelen en zijn of haar leven in handen te nemen.

De centrale boodschap is dat de angst en de stress bij het kind erkend worden en dat de gezinsleden samen op zoek gaan naar manieren om hier op een gezonde manier mee om te gaan.

‘…piercings en tatoeages vallen niet onder zelfverwonding…’ Foto gevonden op een ander wordpress blog.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Gezins- en relatietherapie

De zachte kracht van P.A.C.E.

PLAYFULNESS. ACCEPTATION. CURIOSITY. EMPATHY.

Dit bericht gaat over een therapie die gebaseerd is op de hechtingstheorie, ontwikkeld door Daniel Hughes. Hij was in april 2016 in Nederland om een training te geven. Cathy van Gorp en Nine van Stratum, beiden psycholoog en systeemtherapeut, interviewden hem. Een verslag van het interview stond in het tijdschrift Systeemtherapie, deel 3 in 2016 onder de titel: De zachte kracht van ‘pace’.

De therapie van Hughes heet ‘attachment focused family therapy’ (afft) of ook wel ‘dyadic, developmental psychotherapy’ (ddp) en ‘pace’ is er een belangrijk onderdeel van. In het Nederlands wordt ‘pace’ weleens vertaald met ‘sane’. We gaan speels, accepterend, nieuwsgierig en empathisch onze weg in deze therapie. Vooral in engelstalige landen worden therapeuten opgeleid in ddp maar in het najaar van 2016 ging Hughes ook therapeuten in Kenia en Tanzania opleiden. In het interview zei hij daarover:

Net als in Israël is het in deze omgevingen, waar gevaar zeer reëel is en alomtegenwoordig, een uitdaging om ouders te stimuleren om hun kinderen niet enkel als sterk gewapende individuen op te voeden, te eenzijdig gericht op autonomie, maar om hun ook het belang van een veilige en responsieve basis aan te leren.

Hughes richt zich in zijn boeken en DVD’s tot zowel ouders als therapeuten. Aan het eind van het interview vertelde hij dat zijn kleindochter zijn visie onlangs heel goed samenvatte in de vorm van een verzoek aan haar moeder die haar van school zou komen halen. Haar moeder had kort daarvoor een operatie ondergaan en ze vroeg: “Wil je me op tijd ophalen op school? Ik heb nog veel heftige gevoelens over jouw operatie en daar moet ik over nadenken en dat doe ik het beste thuis.”

Op een veilige manier met trauma aan de slag

Hughes werkt met mensen over de hele wereld die zeer onveilige situaties meegemaakt hebben. Van Gorp en Stratum beschrijven hem als een rustige man op leeftijd die zeer gedreven en doorleefd over zijn model en therapieën vertelt.

Zijn carrière begon met een zoektocht in de tijd dat hij werkte met misbruikte kinderen. Hij vertelt openhartig over zijn eerste ervaringen in de jaren ’80 van de vorige eeuw:

Het was erg moeilijk om de ouders van deze misbruikte kinderen te helpen, ze kwamen niet op de afspraak, of ze kwamen wel maar ontkenden de situatie. Zo kwam het dat ik me meer ging concentreren op de pleegouders aan wie de kinderen waren toegewezen. Mijn doel was toen om de pleegouders te leren om het kind beter te laten communiceren, waarbij ik ook oog had voor het verbeteren van de relatie. Ik merkte opnieuw dat ik daar niet veel succes mee oogstte. Daarenboven zag ik dat de kinderen afhaakten. Zij waren immers, vergeleken met niet-getraumatiseerde leeftijdgenoten, slecht in reflecteren en verbaliseren. In mijn pogingen te begrijpen waarom de behandelingen niet succesvol waren, kwam ik uit bij waardevolle literatuur en onderzoek omtrent hechting. Al heel snel werd duidelijk dat deze kinderen heel slecht in staat waren om een veilige hechtings-band met hun pleegouders op te bouwen. Ik zag dat de meeste kinderen die ik begeleidde in de categorie van gedesorganiseerde hechting onder te brengen waren.

De hechtingstheorie was al ontwikkeld toen Hughes begon als therapeut en de hechtings-stijlen waren bekend maar een hierop gebaseerde therapie was er eigenlijk niet. Hij begon interventies op te zetten en uit te proberen die voor zijn gevoel aansloten en werkt zijn ideeën nu nog steeds verder uit.

Een therapeut kan volgens hem niet stil, achteruit leunend en zogenaamd objectief op zijn/haar stoel blijven zitten. Vooral in zijn interactie met kinderen maar ook met adolescenten en volwassenen wil hij actief en enthousiast zijn. Hij probeerde de pleegouders van de kinderen hierin mee te krijgen en ook op die actieve manier contact te laten maken met hun getraumatiseerde kinderen.

Hughes vindt het concept van de ‘intersubjectiviteit’ eigenlijk belangrijker dan de gehechtheids-stijlen. We worden allemaal geboren met de mogelijkheid tot interactie. Hij vind het erg jammer dat er naar de therapeutische kracht van de speelse, vreugdevolle, actieve interactie nog maar weinig onderzoek is gedaan. Het onderzoek richt zich meer op modellen en te weinig op de relatie. Meer over de therapeutische relatie in het bericht de therapeutische alliantie.

Eerst connectie, dan correctie

Behandelmodellen zijn veelal gebaseerd op de sociale leertheorie maar Hughes richt zich vooral op het opbouwen van een veilige band tussen het kind en de opvoeders en baseert zich op de hechtingstheorie. Technieken die voortkomen uit de sociale leertheorie, zoals straffen en belonen werken alleen als er sprake is van een goede relatie.

Als je misbruikte kinderen helpt om zich veilig te voelen, help je hen om het trauma te overstijgen

De basisaanname van hechting is veiligheid. De fundamentele ondertoon van trauma is het ontbreken van veiligheid. Als je misbruikte kinderen helpt om zich veilig te voelen, help je hen om het trauma te overstijgen. Ouders kunnen geen veiligheid bieden als ze kritisch blijven, op afstand blijven, straffend blijven, zich niet kunnen verbinden, enz. Deze ouders zitten wellicht vast in hun eigen hechtings-geschiedenis.

In sommige gevallen stelt Hughes de gezinsgesprekken uit en wordt er exclusief gewerkt aan de band met de ouders. Een goede afstemming en verhouding met hen is noodzakelijk. Tegelijkertijd krijgt in dat geval het kind individuele therapie. Maar soms is één gesprek al voldoende om draagvlak te creëren en wordt het kind er meteen erbij betrokken.

Omdat de focus van de therapie gericht is op de afstemming en de relatie is deze therapie geschikt voor kinderen maar net zo goed voor adolescenten en volwassenen. Zodra iemand signaleert dat het niet veilig is wordt er vertraagd. Het belang van non-verbale signalen is groot. Hughes geeft in het interview een mooi voorbeeld van een sessie met een meisje waarin hij plotseling voelde dat hij het contact verloor. Hij vroeg haar op een zachte toon:

‘Ik denk dat je aan iets anders denkt op dit moment. Je hebt beslist om over iets leukers dan het onderwerp van zonet na te denken, lijkt me. Misschien herinner je je plots een droom of een plaats die jou een blij gevoel geeft. Zou je me willen vertellen waar je mee bezig bent nu? Misschien praatte ik net over iets dat je niet zo leuk vindt of waar je nu liever niet over praat Als je me liever even wil negeren is dat prima hoor.’

Hier demonstreert Hughes twee belangrijke peilers van zijn model: acceptatie en nieuwsgierigheid. De reactie van het meisje na deze woorden:

‘Ik ben in het land van de dinosauriërs, ik rijd op Diamant, mijn eenhoorn.’ Hughes vraagt haar: ‘Echt? Je rijdt gewoon rond?’ ‘Ja, en als een dinosauriër te dichtbij komt, dan prikt Diamant hem met zijn hoorn.’ ‘Dat is geweldig. Je bent heel veilig daar. Mag ik je daar komen bezoeken?.’ ‘Nee! Het is mijn speciale plek.’ ‘Als je straks terug wil komen op bezoek bij mij, wil je dan eventueel Diamant meebrengen? Zo kan Diamant mij ook prikken als ik te dicht bij jou kom.’ Het meisje lachte, vertelt Hughes. ‘Laat je me weten als je terug bent?’ Ze kijkt hem aan wat voor hem een teken is dat ze terug is. ‘Wil je me waarschuwen als Diamant me gaat prikken?’ ‘Nee!’, roept het meisje. ‘Verdorie’, lacht Hughes, ‘ik kan maar beter oppassen dan’!

Hiermee is aangetoond hoe belangrijk het is om een dissociatie te accepteren. Een van de peilers van zijn model: acceptatie. De dissociatie is een zinvolle, betekenisvolle reactie op gevaar en gebrek aan veiligheid. Het accepteren er van geeft veiligheid en maakt de dissociatie minder hard nodig. Vaak uit angst gaan ouders of minder ervaren therapeuten dissociaties uit de weg. Uit angst gaan ze contact vermijden of de dissociatie bestrijden.

Een belangrijk punt is dus dat de therapeut in verbinding moet zijn met zijn/haar eigen gevoelens en zicht hebben op zijn/haar eigen hechtins-geschiedenis. Als we dat contact kwijt raken gaan we rationaliseren. Een belangrijk citaat uit zijn meest recente boek is: ‘Eerst connectie, dan correctie’. Dit geldt voor zowel de opvoeding als voor de therapie.

Mentaliseren

Als therapeut mag je dus directief zijn en mag je niet teveel in de ontvankelijke rol zitten. Het is essentieel om het belang van de intersubjectiviteit te beseffen en in te zetten in de therapie. Je stuurt als therapeut het proces, je zorgt actief mee voor de beweging.

Het kunnen reflecteren is bij getraumatiseerde mensen zeer beperkt. Zij hebben vaak geen woorden voor hun innerlijke belevingen. Als je hen laat leiden, verzand je. Je zoekt dus samen met hen actief naar woorden en je geeft hen de ruimte om jou te corrigeren. Ook kinderen zullen je corrigeren: ‘Nee ik ben niet verdrietig maar misschien wel in de war’. Het proces van samen zoeken en aftasten maakt mensen sterk en verhoogt hun gevoel van veiligheid. Als een kind ‘nee’ kan zeggen getuigt dit van een basisgevoel van veiligheid.

Speelsheid

Speelsheid is een kernelement voor Hughes die als speltherapeut begon maar speelsheid behelst nu voor hem veel meer dan het spelen met materiaal. Het materiaal haalt hij nog zelden uit de kast. Om je te verbinden met kinderen heb je het echt niet nodig. Onder speelsheid verstaat hij de afwisseling van enthousiasme, lichtheid, hoopvol zijn, gek doen, plagen, opgewonden zijn, enz. Hij is blij dat er veel interesse is voor het enthousiast, veilig en geëngageerd werken met zwaar getraumatiseerde kinderen.

Meer over hechtings-therapie op dit web-log: Mentaliseren en hechting, Hechting tussen client en therapeut, Hoe gehecht bent u?

Meer over trauma therapie op dit web-log: Schrijftherapie bij trauma, Schrijftherapie bij trauma deel 2, Het onderliggende trauma wordt niet behandeld.

 

2 reacties

Opgeslagen onder Gezins- en relatietherapie, Opvoedkunde, Psychotherapie - Trauma

Een wild leven

Ik voel de laatste jaren steeds vaker een verlangen naar een leven dichter bij de natuur. Misschien lijd ik aan ‘solastalgia’. Dit is een nieuw woord, onlangs voor het eerst gehoord op het symposium Psyche en Klimaat van de Stichting Psychiatrie en Filosofie en staat voor een soort van heimwee naar een fysieke omgeving die verdwenen is.

Volgens de maker van dit filmpje, George Monbiot, bioloog en journalist leven we op het moment in een schaduwwereld, in een mat en eentonig overblijfsel van wat er ooit was. Als we meer wild toelaten in het ecosysteem worden we ook zelf een beetje wilder. Zo zouden we een boel ontroering, verwondering en verrukking terug krijgen in ons leven. De olifant terug in Europa!

 

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dierengedrag, Psychologie en klimaat

Klimaatparadox

‘Caring about climate change: it’s time to built a bridge between data and emotion’, is de titel van een artikel uit The Guardian. Het is van de wetenschapper en schrijver Ketan Joshi die constateert dat de communicatie vanuit de klimaatwetenschap nog steeds onvoldoende leidt tot motivatie om in actie te komen tegen de opwarming van de aarde. Misschien helpen de blauwe lijntjes in onderstaande grafiek erbij. Deze lijntjes zijn er onlangs aan toegevoegd om gegevens uit de klimaatwetenschap meer te verbinden met het leven van mensen.

De toekomst komt al wat minder ver van ons af te staan als we simpelweg bedenken dat de kinderen die we nu kennen, nog zullen leven in die toekomst en dat ook zij banen, voedsel, energie en een veilige infrastructuur nodig zullen hebben. Wat we nu doen met betrekking tot de vervuiling en opwarming betekent veel voor die kinderen.

Klimaatparadox

De Noorse psycholoog Per Espen Stokes zocht uit hoe het komt dat mensen zich nog te weinig verbinden met de klimaatproblemen ondanks waarschuwingen vanuit de wetenschap. Mensen denken dat het niet gaat over het hier en nu of over hun, ze denken dat het probleem zich alleen op de noordpool of de zuidpool afspeelt en bij andere mensen. Ze denken: het zal mijn tijd wel duren, anderen zijn er verantwoordelijk voor, niet ik. Hij noemt dit verschijnsel de ‘klimaatparadox’; een tegenstrijdige relatie tussen wetenschappelijke informatie en de zorg om het klimaat. Mensen nemen van wetenschappers nog wel aan dat het een belangrijk onderwerp is maar niet dat zij zelf de oorzaak zijn van de problemen.

Op het terugtrekken van Trump uit de Parijse afspraken volgde een bijna wereldwijd afkeuren en de media nemen momenteel meer afstand van de klimaat-ontkenners. Misschien is dit wel hèt moment voor klimaatwetenschappers. Zij werken er hard aan om hun boodschap te humaniseren, om meer verbanden te leggen met persoonlijke ervaringen van mensen en met de generaties die te maken krijgen van onze besluiten van nu. Trump zou wel eens de katalysator kunnen worden van een nieuw tijdperk met veel klimaatacties.

Misschien is de tijd aangebroken dat er een richting gevende verbinding ontstaat tussen het wetenschappelijk onderzoek en onze verantwoordelijkheid voor toekomstige aardbewoners die moeten leven in een atmosfeer die wij op dit moment injecteren met gigatonnen aan broeikasgassen. Het verbinden van de cijfers uit de wetenschap met een gevoel voor de volgende generaties kan misschien werken als een tegengif tegen de ‘klimaatparadox’.

Hallo Dampkring

Op Terschelling speelden onlangs kinderen voor een volwassen publiek een gezongen toneelstuk over de opwarming van de aarde. Hun eigen teksten zijn op muziek gezet in de vorm van een requiem. Deze voorstelling van Theater Artemis draagt vast en zeker bij aan een verbinding van wetenschappelijke feiten met verantwoordelijkheidsgevoelens van de mensen nu. De voorstelling ontroert, maakt echt contact en spreekt aan op een gevoelsniveau. Na het zien er van zul je echt wel stoppen met het verloochenen van je verantwoordelijkheid voor volgende generaties.

Theater Artemis – Hallo Dampkring – Oerol 2017 © Moon Saris

Ze zijn niet gek, ze zijn niet radicaal, ze hebben het begrepen

Hoe hard het nodig is om tot actie komen wordt nog eens goed uitgelegd door Jelmer Mommers in de Correspondent.

Als je alleen maar denkt aan de uitstoot van broeikasgassen dan zul je misschien verwachten dat we het klimaatprobleem hebben opgelost als we stoppen met de verbranding van fossiele energie, met  alle veeteelt en alle boskap. Maar het probleem is dat het voornaamste broeikasgas CO2 nog tientallen jaren in de atmosfeer achterblijft. Dus ook al stoppen we met uitstoten nu, het broeikasgas blijft hangen. De vraag is dus hoe snel moet de uitstoot dalen om een concentratie te bereiken die ons nog een redelijke kans geeft op een veilig leefklimaat over een eeuw of twee?

De concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer is nu al gevaarlijk hoog. Volgens de beste inschattingen van klimaatwetenschappers is een CO2-concentratie van 350 ppm (‘parts per million’) nog veilig; dan veranderen we het klimaat niet op een gevaarlijke manier. Maar we zitten inmiddels al een tijdje boven de 400 ppm. 

Er wordt aan gewerkt door wetenschappers maar we weten nog niet of we CO2 op grote schaal uit de atmosfeer kunnen halen. Zolang we doorgaan met uitstoten, vlees eten en bossen kappen leven we op de pof en nemen we een enorme gok.

We ontwrichten het klimaat al sinds de industriële revolutie. De gevolgen zien we inmiddels overal ter wereld en die zullen veel ernstiger worden naarmate we langer treuzelen met een streng klimaatbeleid. Dat is de reden dat mensen die zich zorgen maken over het klimaat vaak een alarmistische houding hebben. Ze zijn niet gek, niet radicaal, ze hebben het begrepen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologie en klimaat

Psyche en Klimaat

Het symposium over klimaatstemmingen van de Stichting Psychiatrie en Filosofie bracht minder mensen bij elkaar in de Hogeschool van Leiden dan was verwacht. Er kwamen ongeveer 60 mensen op af.

Een van de organisatoren van het symposium en tevens voorzitter van de dag, Jaap van der Stel, lector GGZ aan de Hogeschool Leiden, had gegoogeld en gevonden dat de grote GGZ instellingen in Nederland niet met het klimaat bezig zijn. Àls ze met het klimaat bezig zijn dan is het met het eigen klimaat. Als je googled op werkloosheid in plaats van klimaatopwarming dan vindt je trouwens hetzelfde. We zitten in Nederland met een naar binnen gekeerde GGZ. Van der Stel had wel wat tips voor de instellingen om zich met die bredere context van het klimaat alsnog te verbinden.

Ondanks dat de grote instellingen achterbleven was ongeveer de helft van de aanwezigen afkomstig uit de GGZ. Enkele zelfstandige psychologen waaronder ondergetekende, een enkele psychoanalyticus, enkele psychiaters, docenten psychologie en enkele journalisten van vaktijdschriften. De meeste andere aanwezigen kwamen uit de klimaat- en milieubeweging.

Om in de stemming te komen bekeken we een trailer van de film ‘How to let Go of the World and Love All the Things Climate Can’t Change’. Meerdere mensen in de zaal kenden deze film. Ik persoonlijk nog niet en alleen al de trailer gaf nog meer diepte aan mijn bezorgdheid over het klimaat. Onderaan dit bericht vindt u een link naar de hele film. Hier de trailer:


Stemmingen die het gevolg zijn van de opwarming van de aarde variëren van angst, paniek, depressie, apathie, wanhoop, stress, boosheid, woede enz. Natuurlijk speelt trauma een rol. Zoals een psycho-analyticus in de zaal meteen opmerkte zullen we elkaar bij deze emoties en persoonlijke problemen moeten helpen en kan therapie een positieve rol spelen. Hierover later meer.

De emotie van de wanhoop bij een ieder die zich zorgen maakt over het milieu wordt mede veroorzaakt door de zwakke houding van de overheid. De overheid reguleert de multinationals en de fossiele industrie niet of nauwelijks en gelooft in de vrije markt. Het feit dat de politieke partij Groen Links moeite heeft om te regeren met de VVD en het CDA heeft veel met het klimaatprobleem te maken, namelijk met het maken van afspraken over hoe we met klimaatvluchtelingen omgaan.

Het feit dat we door een stortvloed aan reclames worden gestimuleerd om te consumeren enerzijds en anderzijds vernemen dat consumeren (auto rijden, vliegreizen, vlees eten) de opwarming van de aarde tot gevolg heeft, leidt bij mensen tot de mentale toestand van de zogenaamde ‘double bind’ wat apathie tot gevolg heeft. Kort nadat ik hier onlangs iets over las gaf ik mij op voor dit symposium.

We zullen stilstaan bij de effecten van klimaatverandering op het menselijk gemoed. Hoe reageren we op de veranderingen en de dreigingen? Wat kunnen we ermee?

Optimist of pessimist

Vrij snel kwam de advocaat van de duivel opdagen. Misschien kunnen we de hoop op het voortbestaan van de mensheid op aarde ook gewoon opgeven. Kijkend naar de ‘diepe tijd’ is de mensheid er nog maar kort en in dat opzicht niet zo belangrijk. De planeet gaat echt wel door ook al hebben wij onze eigen beschaving vernietigd. Optimisten kunnen heel irritante mensen zijn zal de Denker des Vaderlands René ten Bos uit Almelo in zijn presentatie betogen. Over het optreden van deze filosoof later meer.

Voordat de mensheid goed en wel van de planeet verdwenen is, krijgen we eerst nog te maken met de geleidelijke verwoesting van de beschaving. Dat is eigenlijk al begonnen. Neem alleen al de grote stromen vluchtelingen, ziektes door vervuiling, de verwoesting van leefgebieden, enz. enz. We gaan hier allemaal steeds meer last van krijgen hoewel rijke landen en rijke mensen het beste af zijn. Er zijn zelfs rijke mensen die zich hele delen van de aarde toe-eigenen waardoor ze de verwoesting nog lang kunnen overleven, ver verwijderd van de ontreddering van de rest van de mensheid.

Eigenlijk is klimaatverandering een veiligheidsprobleem betoogde de klimaatwetenschapper Leo Meyer. Interessant: Veiligheid is natuurlijk ook een psychologisch onderwerp. Ik denk aan de begrippen veilige en onveilige hechting uit de hechtingstheorie en de psychologische en maatschappelijke gevolgen van onveilige hechting. De GGZ kan misschien ook vanuit deze invalshoek een bijdrage leveren en mag wat mij betreft in actie komen.

De eerste lezing kwam niet van een optimist of pessimist maar van een realist; namelijk van de eerder genoemde klimaatwetenschapper Leo Meyer.

Opwarming van de aarde is een veiligheidsvraagstuk

Leo Meyer wordt door geen enkele van de eerder genoemde emoties, noch door slapeloosheid geplaagd. Zijn gemoedsrust blijft in tact omdat hij vindt dat het goed genoeg is dat hij zijn steentje bij draagt. Hij is bezorgd maar niet angstig.

Als scheikundige had hij al vroeg belangstelling voor milieuproblematiek. Hij probeert twee vragen te beantwoorden. 1. Is de angst voor de problemen rationeel of irrationeel? 2. Is de ontkenning van de problemen rationeel of irrationeel? Het is duidelijk dat de opwarming van de aarde de schuld is van de mens en niet van natuurlijke factoren zoals het komen en gaan van ijstijden, activiteiten van de zon of van vulkanen. Over het algemeen zijn mensen die er verstand van hebben het met elkaar eens hierover. De angst is dus rationeel en de ontkenning irrationeel. Meyer liet een cartoon zien van twee bioscopen naast elkaar: We houden ons zelf graag voor de gek.

Het grootste deel van de opwarming verdwijnt in de oceanen waardoor het ijs op de polen smelt en het koraal vernietigd wordt. De effecten op het land zijn bijvoorbeeld te zien rond de Middellandse zee, vooral in Syrië. De burgeroorlog daar wordt vooral veroorzaakt door Assad en de belanghebbende partijen en landen die zijn jihadistische oppositie bewapenen maar de opwarming van de aarde speelt wel degelijk een rol in de oorlog. Het heeft er al 5 jaar niet geregend.

Meyer maakte het punt dat de opwarming een veiligheidsvraagstuk is vanwege de grote gevolgen voor mensen en de natuur. Als we niets doen zal er sprake zijn van een 8 graden stijging en als we met zijn allen veel doen dan zal het bij 2 graden blijven. Hij verwacht dat we in het midden uit zullen komen. De gevolgen voor mensen zijn enorm, vluchten, ondervoeding, sterfte, enz. De gevolgen voor de natuur ook: De Noordpool zal in 2030 ijsvrij zijn. Voor Nederland hebben de veranderingen rond de Zuidpool nog meer invloed dan die op de Noordpool, ook al ligt de Zuidpool verder weg. In het jaar 2100 zal de zeespiegel hier 2,5 tot 3 meter gestegen zijn.

Onzekerheden horen bij de klimaatwetenschap en hierdoor krijgen klimaatsceptici en hun belangen de ruimte. Toch zullen er door de overheid bepaalde normen gesteld moeten worden. De sceptici waren grotendeels tot zwijgen gebracht maar met Trump is dat koor weer opgestaan. Meyer adviseert iedereen om het hoofd koel te houden en actie te ondernemen.


In de zaal was een cartoonist aanwezig: Anabella Kanai. Kijk vooral op haar website.

 

Geconfronteerd worden met het einde van de beschaving zoals wij die kennen, is niet niks. Hoe gaan mensen daar doorgaans mee om? Anabella Meijer – http://www.kanai.nl


Therapie voor klimaat depressie 

Na de klimaatwetenschapper Meyer kwam Evanne Nowak aan het woord. Ze is programmamaker en geestelijk verzorger en op zoek naar zingeving in het antropoceen. Ze probeert van ontkenning en apathie naar verbinding te komen. Volgens haar zijn we te druk met niets doen en leven we in een wereld waarin zorgeloosheid voorop staat. Zo creëren we een afstand ten opzichte van onze verantwoordelijkheid. Zo komen we tot de ontkenning van existentiële vragen en vervreemden we ons van het systeem. Vandaar de apathie.

Hoe ontwikkel je een behandelplan voor iemands klimaatdepressie als er geen behandelplan is voor het systeem van de planeet? Iemand met klimaatdepressie kan volgens haar nog het beste steun zoeken bij ervaringsdeskundigen. Als behandelaar is het goed om een zekere mate van ‘niet-weten’ toe te laten. Nowak noemt nog Joanna Macy, die een goeroe voor klimaatpsychologen schijnt te zijn.

De filosoof Wouter Kusters was de volgende spreker en vertelde dat hij tot voor enkele jaren geleden er nog wel vertrouwen in had dat het geleidelijk steeds beter zou gaan met de mensheid of in ieder geval dat het niet veel slechter zou gaan. Maar toen kwamen de film ‘An Inconveniënt Truth’ en het boek van Clive Hamilton: ‘Requiem for a Species’, uit.

De klimaatcrisis voelt voor hem als een traumatische beleving over iets dat nog moet komen. Pre traumatische stress. De crisis is moeilijk te lokaliseren en lijkt bovenmenselijk. Hij kan zich vinden in de woorden van de Australische filosoof Clive Hamilton: ‘The tragedy is the absence of tragedy’. Hierover meer in mijn bericht: Wat voor schepselen zijn wij?

Kusters vraagt zich af hoe de GGZ kan blijven praten over stoornissen als de wereld zelf ziek is. Als positieve ‘spin off’ van de klimaatcrisis zou je kunnen zeggen – ironisch bedoeld – dat wij als mensen eindelijk weer iets hebben dat boven ons dagelijks leven uitstijgt. We gaan samen ten onder.

Voor sommigen kan misschien het begrip disruptie een rol spelen bij troost. Disruptie betekent dat ‘iets nieuws en nog kleins’ (bijvoorbeeld wind en zonne-energie) in korte tijd ‘iets bestaands, groots en logs’ (fossiele energie) mogelijk gaat verdringen. De oude wereld staat verlamd toe te kijken en laat ‘het nieuwe’ gebeuren. Dit moeten we nog zien.

Kusters sluit in zekere zin aan bij Nowak als hij zegt dat we de klimaatcrisis niet moeten willen beheersen of managen. Laat de stilte ook maar zijn werk doen. Ons oude vertrouwde toekomstbeeld van de aarde is verwoest. Met deze werkelijkheid zullen we verder moeten.

Als psycholoog roepen zijn woorden bij mij op dat we de psychologische afweer van ‘de valse hoop’ het beste van ons af kunnen laten glijden en dat we de pijn en het verlies van hoop op een toekomst in een wereld die ons vertrouwd voorkomt, maar beter moeten leren te verdragen. Rouwen is gezond. Het kan ons zelfs verder brengen in een nieuwe richting en in het actief mee ontwikkelen van een nieuwe toekomst.

Als je de rouwfase door bent gekomen kun je misschien makkelijker overeind blijven op momenten dat je mensen tegenkomt die nog in de fase van de ontkenning zitten of bij het moeten aanzien van een overheid die nauwelijks bezig is met de opwarming van de aarde.

‘Doomsday prepping’

Onder deze titel publiceerde op 10 mei 2017 journaliste  Sanne Bloemink in de Groene Amsterdammer een artikel. Het gaat over hoe mensen zich voorbereiden op de ondergang. Uit de Groene Amsterdammer:

Peter Thiel, de oprichter van Paypal en sponsor van Trump, heeft onlangs grote stukken land, inclusief landingsbanen voor zijn privé-vliegtuigen, gekocht in Nieuw-Zeeland. Dat doet hij natuurlijk niet voor niets. Noorwegen is rijk en schijnt een soort Italië te worden, badend in olijfolie en tomaten. En Zwitserland ligt natuurlijk lekker hoog. Tijd om de voorwaarden voor emigratie naar die landen eens door te nemen?

(Mocht je meer willen weten over hoe billionairs bezig zijn om zich veilig te stellen dan kun je dit artikel in de Daily Mail uit 2015 bekijken. Ik vond het schokkend. Hier nog zo’n soort artikel uit 2017. De Daily Mail noemt Nieuw Zeeland ‘Apocalypse Island’.)

Bij ‘doomsday preppers’ gaat het louter om het beschermen van het eigen gezin tegen bijvoorbeeld plunderingen die het gevolg zijn van klimaatrampen. Net zoals de superrijken dit doen, doen de minder rijken dit op hun eigen manier.

Bloemink komt wetenschappers tegen die wel degelijk wakker liggen over de opwarming van de aarde. Dit in tegenstelling tot Leo Meyer die het allemaal nog wel aankan. Zelf ligt Bloemink er ook wel eens wakker van en kan ze bijvoorbeeld erg verdrietig worden over de regenwouden die gekapt worden. Ze toont ons een foto van een huilende wetenschapper die vele jaren het Great Barrier Reef onderzocht en toe moet zien hoe het vernietigd wordt.

Volgens Bloemink is de ontkenning van het probleem oftewel de struisvogelpolitiek een sociaal wenselijke reactie. Zij zit zelf met heen en weer slingerende gemoedstoestanden, met ‘mixed feelings’ :(:

Een vraag uit de zaal na de sprekers tot nu toe is: Voelen de sprekers een soort minachting voor het voeren van actie? Leo Meyer zegt dat hij dat zeker niet heeft. Volgens hem lijkt er sprake te zijn van twee extreme reacties; ontkenning of verlamming maar is er een andere reactie mogelijk. Niet vluchten of bang worden (ontkennen, verlammen) maar vechten. De wereld vergaat niet.

Bloemink voegt nog toe dat zij over het onderwerp schrijft en dat zij dat ook ziet als een soort van actie voeren. Ze vindt het soms overweldigend wat ze er allemaal over leest. Leven met onzekerheid moeten we allemaal. Nowak vind dat we alle mogelijk oplossingen zouden moeten onderzoeken voordat we tot actie over gaan. Kusters ziet een grote variatie aan mogelijke acties en reacties. Meyer voegt nog toe dat je aan de kant van de oplossingen soms ook gekke dingen tegenkomt zoals allerlei magische oplossingen of heilsverwachtingen.

Eén toehoorder hoort tot nu toe meer over gevoelens van depressie, angst en verlamming en over ontkenning terwijl zij juist heel kwaad is. Kwaad op de politiek van Trump en het idee van ‘there is no alternative’ en de illusie van dat we de oplossingen moeten overlaten aan de markt.

Een jongere toehoorder zegt dat zijn generatie is opgegroeid met het klimaatprobleem en dat jongeren over de hele wereld meer waarde hechten aan ervaringen dan aan materie. Duurzaamheid is hip. Dit geldt wat minder voor de lager opgeleide jongeren.

Sommige toehoorders en sprekers zeggen last te hebben van een soort handelingsverlegenheid. Ze durven op een feestje niet te beginnen over het onderwerp klimaat of durven hun verbazing over het feit dat iemand nog vlees eet, nog auto rijdt of nog vliegreizen maakt, niet te uiten. Dit veelal uit angst om afgewezen te worden, niet serieus genomen te worden. Heel menselijk! Weer anderen durven dat allemaal wel aan te kaarten en nemen geen blad voor de mond.


Optimisten kunnen heel irritante mensen zijn betoogde de Denker des Vaderlands René ten Bos uit Almelo. Zijn presentatie kwam cabaretesk over. Leuk! Hij had een goede tip voor GGZ mensen die iets willen doen: Kijk veel naar Kunst! Met kunst kun je meer laten zien dan met woorden. Misschien is er voor optimisme dus toch nog wat te zeggen. Hij begon zijn optreden met een getekend filmpje van Steve Cutts.

Hardleersheid en ijdelheid

Wie zijn wij? Wij zijn een invasieve soort. De vernietiging gaan we niet meer tegenhouden. Minder mensen is misschien wel de oplossing. We zijn ook gedesoriënteerd. Wat de opwarming betekent voor ons weten we niet. We kunnen maar beter ophouden om onszelf te zien als nuttig. Hou op met het antropocentrisme! Vanuit het eeuwigheidsperspectief is er geen probleem.

Ontkenning van het probleem is irrationeel volgens Meyer maar ten Bos ziet in de ontkenning ook een vorm van hardleersheid en ijdelheid. En deze heeft politieke wortels. Bij Trump is dit goed te zien. We hoeven ons volgens hem niets van de opwarming van de aarde aan te trekken, het hoeft ons niet te raken. Trump wil geen rimpels op het gezicht. Hij leeft in een ‘gebotoxte’ wereld. Bij Putin zie je dezelfde ijdelheid. Het smelten van de noordelijke ijszee is voor Rusland lucratief. De ijszee wordt het nieuwe Suezkanaal. Het is een geo-politieke ‘opportunity’. Hij zet gerust nucleaire ijsbrekers in. Dit zijn grote ontwikkelingen waar we niet los van komen. Overigens stapt Rusland niet uit het akkoord van Parijs wat de VS wèl heeft gedaan.

De wetenschappers zijn het niet eens, in de war en kunnen genegeerd worden door de politiek meent Ten Bos. Het weten lijkt ook een vorm van verraad te zijn. Ouderdom wordt nu door medische wetenschappers gezien als een ziekte. Als we die ziekte behandelen dan zouden we in de toekomst wel 130 jaar oud kunnen worden. Maar waar gaan al die oude mensen leven vraagt ten Bos zich af. Beter is het voor wetenschappers om te gaan samenwerken met kunstenaars. Wantrouw het zeker weten!

Pessimisme moet meer gewaardeerd worden. Pessimisme is leuk. Het is de democratie van de momenten. Politiek met optimisme moet je wantrouwen. ‘Yes we can’, dat wordt een ramp. Optimisten zijn waanzinnig ijdel. Lees vooral mensen waar je het niet mee eens bent. Ontmoet je vijanden!

Op de voordracht van ten Bos wilde Meyer graag reageren. Volgens hem zijn klimaatwetenschappers het wel degelijk eens over de opwarming van de aarde en zijn ze niet in de war. Wel verschillen ze van mening over de oplossingen voor de problemen. De politiek is ook verdeeld. Rutte zegt dat de markt het moet doen, Klaver wil dat het probleem aangepakt wordt door de politiek.

Klimaat en rechtvaardigheid

Naomi van Steenbergen probeert als klimaatethicus antwoord te geven op vragen zoals wat we moeten doen met de opwarming, hoe de ‘uitstoot rechten’ verdeeld zouden moeten worden, dat de minder ontwikkelde landen meer rechten krijgen en wat er procedureel het meest rechtvaardig is. Misschien saaie onderwerpen maar heel belangrijk. Samen met haar studenten probeert ze deze vragen te beantwoorden. Ze gaat er van uit dat rijke landen de verantwoordelijkheid hebben en dat je altijd eerst je eigen troep moet opruimen. Klimaatvluchtelingen zijn onze verantwoordelijkheid.

Wie zitten er aan de onderhandelingstafel? Ze vind dat vooral de ontwikkelingslanden moeten mee bepalen. En hoe ga je er mee om dat de dieren niet aan tafel zitten? Dieren hebben geen stem. Biodiversiteit heeft geen stem.

Psychische gezondheid in een opgewarmde aarde

Jaap van der Stel vraagt zich af hoe we hysterie voorkomen en toch een grotere noodzaak gaan voelen om met de planeet bezig te zijn binnen de psychologie, de psychiatrie en de psychische zorg. De opwarming van de aarde is een existentiële bedreiging voor alles wat leeft.

Vragen die spelen variëren van: ‘Zullen we ooit genoodzaakt zijn om te vluchten? En waarheen? En vangt iemand ons dan op?’, tot: ‘Slapen we nog goed?’ De gezondheid van de planeet en de gezondheid van mensen hangen nauw samen.

Directe gevolgen van de opwarming zijn extreem weer zoals hittegolven, overstromingen, droogten, branden, ontbossing, verwoestijning, stormen, vervuiling van de lucht, vervuiling van de oceanen, tekort aan vers water, enz. enz.. Indirecte gevolgen zijn sociale conflicten, meer agressie en geweld, migratiestromen, verlies van bestaanszekerheid, werkeloosheid, verzwakking van de arbeidskracht, klimaat-gerelateerde infectieziekten door insecten en vervuild water, allergieën, veranderingen in de voedselproductie, ondervoeding, enz. En de zwaarste lasten rusten op de arme landen, op Afrika, het Midden-Oosten, Zuid-Amerika, India, enz.

Al houdt de GGZ in Nederland zich er niet mee bezig, de APA (American Psychological Association) kwam dit jaar met een overzicht van de impact die de opwarming van de aarde heeft op de gezondheid van mensen. Hier is zo een overzicht te zien.

Van de website van Climate Communication.

Mensen die zich niet hulpeloos voelen zullen eerder in actie komen

De schadelijke gevolgen voor de psychische gezondheid zijn al eerder op de dag de revue gepasseerd maar van der Stel komt met deze iets completere opsomming: Stress en aan stress gerelateerde stoornissen, solastalgia (stress door verandering van de fysieke omgeving), depressie en angst, druk op sociale relaties, gecompliceerde rouw, verlies van persoonlijke identiteit, hulpeloosheid, fatalisme, suïcidale gedachten en pogingen, alcohol en drugsmisbruik. Hoge risicogroepen zijn kinderen, ouderen, (zwangere) vrouwen, psychisch kwetsbare mensen, arme mensen en mensen die direct van de opbrengst van de aarde leven.

Als systeemtherapeut deed het me goed dat van der Stel het nut en de noodzaak van een systeembenadering bij de oplossingen benadrukt. Hoe processen verlopen, wat kritieke waarden zijn, hoe subsystemen met elkaar verband houden is complex, gelaagd en deels onvoorspelbaar. Een geïsoleerde benadering van losse factoren geeft onvoldoende inzicht in de werking van het systeem aarde en de systemen die er in omgaan.

Kennis over de klimaatverandering moet toegeëigend worden en vertaald in competenties, strategieën, handelingen en voorzieningen. Professionele netwerken gericht op preventie en opvang moeten gecreëerd worden. We moeten onze stem laten horen in het publieke debat. We moeten meewerken aan nationale en internationale oplossingen voor aan klimaat gerelateerde psychische gezondheid en verbindingen leggen met somatische en sociale zorgsystemen.

Van groot belang is dat de veerkracht bevorderd wordt en ook het optimisme. Psychologen en andere professionals  kunnen vaardigheden cultiveren voor het omgaan met stress en voor zelfregulatie, bij het handelen in tijden van crisis, bij het reguleren van emoties bij tegenspoed. We kunnen praktijken die bijdragen aan zingeving en gezonde gewoonten ondersteunen. We kunnen sociale verbondenheid en binding aan locatie, cultuur en gemeenschap bevorderen.

Mensen die zich niet hulpeloos voelen zullen eerder in actie komen. De woorden die we gebruiken doen er toe. De woorden ‘opwarming van de aarde’ prikkelen mensen meer om iets te doen dan het woord ‘klimaatverandering’. We moeten bedenken welke werkzame publieke boodschappen het verschil kunnen maken. Kortom er is genoeg te doen.


Hier een link naar de hele film: ‘How to let Go of the World and Love All the Things Climate Can’t Change’.

 

2 reacties

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek, Psychologie en klimaat