Psychologenpraktijk Gerie Hermans

Gerie Hermans is een volgens de wet BIG (Beroepen Individuele Gezondheidszorg) geregistreerde GZ – psycholoog (Gezondheid Zorg – psycholoog) en Orthopedagoog. Als verzekerde hulp valt deze onder de wettelijke basis geestelijke gezondheidszorg (basis-GGZ). De praktijk wil desondanks zoveel mogelijk vrij blijven van de gezondheidsindustrie zoals die door de overheid en de zorgverzekeraars opgelegd worden.

Voor wie

Voor jongeren, volwassenen, partners en gezinnen die psychologische behandeling zoeken bij problemen met de opvoeding, de relatie of de persoonlijke ontwikkeling. Tevens bij problemen met de studie- of beroepskeuze. Voor mensen die graag te maken hebben met een psycholoog die een voorloper is in het behouden van beroepseer, gelijkwaardigheid en vrijheid.

You can also have therapy in English.

Waar

Bereikbaar op telefoonnummer: 035-6210745

Per e-mail: geriehermans@planet.nl

Werkzaam in praktijk aan huis gevestigd in het centrum van Hilversum: Ruitersweg 49B

Wachttijd is 2 à 3 weken.

Visie

Psychische klachten staan niet op zichzelf. Een goede therapeut kan inzoomen maar heeft ook een flinke groothoeklens. Door psychische klachten in een bredere context te plaatsen kan men zelfs een dieper begrip van de klacht krijgen. Dikwijls hebben de klachten of problemen te maken met de situatie waarin iemand leeft. Relaties, gezin en verdere omgeving vormen een systeem en mensen komen sneller uit de problemen met hulp die aandacht heeft voor dat systeem.   Systeemtherapie gaat over interacties en relaties, over context en levensfasen. Het systeem waarin we leven moet een stelsel zijn voor genezing en groei van al zijn leden. Meer over deze visie hier.

Mijn benadering van de hulpverlening 

– Hoogwaardige en duurzame psychologische zorg. We gaan in op dieperliggende, structurele en contextuele achtergronden van de problematiek waardoor u een echte positieve en blijvende verandering gaat ervaren zodat u minder beroep hoeft te doen op de gezondheidszorg.

– Geen bureaucratische ‘zorg-producten’ of ‘behandel-protocollen’ maar hulp specifiek op u, uw situatie en uw geschiedenis toegesneden. Zorg op maat.

– Psycholoog en cliënt zijn gelijkwaardige gesprekspartners. Er is geen medisch-lineaire, klinische of gezagsrelatie. Problemen worden niet ingekaderd als een ziekte of stoornis waar de dokter of de psycholoog over gaat. We werken toe naar een beter gevoel voor eigen vragen, eigen kracht en eigen oplossingen. De therapeut is deskundig maar niet de expert over uw leven.

– Soms zijn de tijden tussen de consulten langer zodat u op uw eigen tempo naar verandering toe kunt werken: Langdurige korte therapie.

– Korte communicatielijnen. Doorverbinden is er niet bij. U wordt niet behandeld door een lager (hbo) opgeleid iemand die onder een geregistreerd iemand werkt tegen een lager loon, zoals bij veel GGZ instellingen en huisartsenpraktijken het geval is.

– Mijn eigen functioneren krijgt voortdurend aandacht en verdieping via intervisie met collega’s in de regio en daarbuiten, via supervisie, leertherapie, na- en bijscholing.

Methoden

Systeemtherapie; technieken uit de inter-generationele contextuele, structurele, emotie-gerichte, oplossings-gerichte en narratieve therapie worden toegepast. Verschillende perspectieven op de kern van het probleem worden onderzocht waardoor blijkt dat er vele ingangen mogelijk zijn. Duidelijk wordt hoe het probleem in stand gehouden wordt door huidige posities, relaties en interacties. Er wordt gewerkt aan het horen van iedereen door iedereen. De unieke situaties wanneer het probleem niet speelt worden onderzocht. Door te oefenen met nieuwe posities, relaties en interacties komt verandering op gang en zo wordt het probleem opgelost.

Individuele psychotherapie en cognitieve gedragstherapie. Therapie met expressieve middelen zoals schrijven, tekenen, poppetjes, rollen-spelen, enz.

Diagnostische hulpmiddelen

– Gesprekken. Een deel van het diagnostisch proces bestaat uit het verruimen van het denken over wat het probleem is.

– Intelligentieonderzoek

– Persoonlijkheidsonderzoek

– Studie- en beroepskeuze onderzoek

IMG_2174

werkplek

Contract-vrij

De praktijk sluit bewust en uit principe geen contracten af met zorgverzekeraars (voor meer info: de contract-vrije psycholoog en zorg voor kwaliteit en patiëntencontractvrij). Voornaamste punt van kritiek op de contracten met zorgverzekeraars is dat het verplicht tot medewerking aan het huidige zorgstelsel waarin de zorgverzekeraars steeds meer macht krijgen. Het contract tussen zorg-verlener en cliënt raakt steeds meer op de achtergrond. Als zorgverlener heb ik primair een contract met mijn cliënt(systeem)!

Het zorgstelsel is momenteel een op winst gericht, geldverslindend systeem waarin de regie over de zorg steeds meer bij de professional wordt weggehaald. Zorg-cowboys adviseren instellingen hoe ze op zijn ‘slimst’ kunnen declareren. Zorgverzekeraars exploiteren zorg-verleners en belasten zorg-verleners met tijdrovende administratie. Geld is teveel een doel geworden.

Het voordeel van contract-vrij werken is dat de facturering via de cliënt verloopt zodat de cliënt niet alleen de controle behoudt over privacy-gevoelige informatie maar ook over datgene wat in rekening wordt gebracht. Het nadeel is dat de cliënt een deel van de behandeling zelf moet betalen (als er sprake is van een natura-polis) maar daardoor raakt de cliënt ook meer verbonden bij de behandeling. De cliënt zal er sterker op gericht zijn om er uit te halen wat er in zit. Dit zorgt voor een meer dynamische werkrelatie.

Vrije keuze

Zorgverzekeraars zijn ondanks het contract-vrij werken van deze praktijk nog steeds wettelijk verplicht om de kosten van de psychologische hulpverlening van een BIG geregistreerde GZ psycholoog te vergoeden. De beroepsregistratie en kwaliteit is bij contract-vrij werkenden dezelfde als bij gecontracteerde psychologen. Minister Schippers doet erg haar best om aan de vergoeding van deze onafhankelijke manier van werken en de vrije keuze in de zorg een eind te maken maar dit is haar nog niet gelukt.

Met name in de geestelijke gezondheidszorg is de vrije keuze belangrijk omdat het contact tussen hulpverlener en cliënt cruciaal is voor het slagen van de behandeling. Met een restitutie-polis heeft u altijd vrije keuze en krijgt u alles vergoed. Hier een lijst van echte restitutie polissen in 2016.

Privacy

Privacy 2016

Mijn werk als hoofdbehandelaar in een zelfstandige praktijk valt onder de basis GGZ. Dit is een nieuwe, ingewikkelde regeling waar veel bureaucratie bij komt kijken en die de privacy nagenoeg onmogelijk maakt. In mijn praktijk wordt daarom gewerkt met een privacy-verklaring die al mijn cliënten kunnen ondertekenen.

Klik op deze link om de privacy verklaring te downloaden: NZa PRIVACY VERKLARING generalistische basis GGZ

Geheimhouding is een recht van de cliënt. Dientengevolge is het mijn plicht om dit recht niet te schenden. Leveren van informatie zonder toestemming van de cliënt is strafbaar. Zie voor meer informatie de Koepel voor DBC vrije praktijken (DBC = Diagnose Behandel Combinatie).

Tarief en vergoeding door de zorgverzekeraar

Gerie Hermans is een BIG geregistreerde GZ (gezondheidszorg) psycholoog. Het uurtarief voor 2016 is € 94,- (een uur bestaat uit ¾ contact en ¼ voorbereiding).

Per maand ontvangt u een voorschotnota die u zelf voldoet (zie aanmeldformulier). Na afloop van de behandeling volgt er een eindfactuur met alle informatie die nodig is voor een vergoeding van de kosten door uw zorgverzekeraar. Wanneer u een restitutiepolis heeft, wordt het volledige bedrag vergoed. Hier een overzicht van zuivere restitutie-verzekeringen.

Met een naturapolis is de vergoeding ongeveer 75%. Kijkt u voor de exacte hoogte van de vergoeding uw polisvoorwaarden na.Uw zorgverzekeraar zal in alle gevallen uw eigen risico aanspreken.

Vergoeding van Jeugdzorg door de Gemeente Gooi en Vechtstreek in 2016

Is de aangemelde cliënt onder de 18 jaar en woonachtig in de Regio Gooi en Vechtstreek dan bestaat de mogelijkheid dat de praktijk de kosten voor de behandeling declareert bij de Regio. Hieronder vallen de volgende gemeenten: Blaricum, Bussum, Eemnes, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp en Wijdemeren. Gebruik in dit geval het speciale aanmeld-formulier Jeugdzorg.

De praktijk is aangesloten bij de groep vrijgevestigde Kinder en Jeugdpsychologen in het Gooi.

banner-rug-steunt-stern-600

‘Flip the system’

Psychologenpraktijk Gerie Hermans heeft de missieverklaring van de Stichting Beroepseer ondertekend. Het alternatief voor het marktdenken in de zorg en het onderwijs wordt door deze stichting benoemd als ‘flip the system’ en houdt in: kleinschalige, platte organisaties waar professionals met beroepseer werken die zelf hoge kwaliteit nastreven in het belang van hun patiënten, studenten en leerlingen omdat ze daar plezier in hebben. Docenten, artsen en verpleegkundigen zijn de afgelopen decennia gedegradeerd tot uitvoerders van beleid en management (in hiërarchische organisaties). Dat moet veranderen: ze moeten weer eigenaar worden van de kwaliteit van hun werk.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologenpraktijk Gerie Hermans, Zorgverzekeringen

Manifest Nationaal ZorgFonds 2016

Uit de NRC.

Stel één nationaal zorgfonds in, schaf de zorgverzekeraars af.

Ons zorgstelsel blijkt tien jaar na invoering niet beter en niet toegankelijker. Tot overmaat van ramp wél duurder, schrijven Corrie van Brenk, Renske Leijten, Jan Slagter, Martien Wijnen, Frans Slangen, Herman Suichies en Cobie Groenendijk.

Lees het Manifest Nationaal ZorgFonds.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zorgverzekeringen

Empathie leren van een baby

In dit filmpje introduceert de Canadese onderwijskundige en sociale ondernemer Mary Gordon een programma dat succesvol is in het onderwijzen van empathie. Het programma heet: Roots of Empathy, a program that brings babies into classrooms to teach children compassion. Een heel leuk en interessant filmpje.

Gevonden dankzij Marilse Eerkens van De Correspondent. Lees vooral haar hele artikel.

Het filmpje is ook te zien op de website van Greater Good. The science of a meaningfull life. Een interessante website met als belangrijkste thema’s: dankbaarheid, altruïsme, mededogen, empathie, vergevingsgezindheid en ‘mindfulness’.

1 reactie

Opgeslagen onder Onderwijs, Psychologie

Begrijpen van terreurdaden

‘Het gevaar komt eerder van binnen dan van buiten en daar moet toch iets aan te doen zijn’, dacht ik toen ik las dat de aanvaller in Nice, Mohamed Lahouaiej Bouhlel, persoonlijke problemen had.

Ik las dat Bouhlel werkte als bezorger-chauffeur en drie kinderen had. Zijn buren omschreven hem tegenover de Franse krant Le Parisien als een stille en eenzame man. Hij zag er niet uit als een gelovig persoon.

In het NOS bericht stond:

Een andere buurman heeft tegen de zender France 3 gezegd dat hij ervan overtuigd is dat de aanslag niets te maken heeft met de islam. “Hij heeft niets met religie, hij bidt niet, hij doet niet aan de ramadan. Hij is een depressieve man die in scheiding ligt. Hij woont alleen en hij heeft financiële problemen.”

Crimineel

Bouhlel was volgens Franse media een bekende van de politie. Hij zou meerdere keren zijn veroordeeld, onder meer voor geweld en wapenbezit. De veiligheidsdiensten hadden hem niet in het vizier.

De chauffeur zou in maart voor het laatst zijn veroordeeld, vanwege een uit de hand gelopen verkeersruzie.

De zus van Bouhlel beschreef haar broer als psychisch labiel. Verder verklaarde de openbare aanklager François Molins dat Bouhlel veroordeeld was voor lichamelijk geweld en beschuldigd van huiselijk geweld.

Het begon er steeds meer op te lijken dat financiële en sociaal emotionele problemen deze man uit Nice tot zijn brute wanhoopsdaad hadden gedreven. Of alcohol, medicatie of drugs een rol speelden werd niet bekend.

Sociaal-psychologische factoren, de context, maken de aanslag minder geschikt voor de ‘oorlog tegen terreur’ propaganda en minder interessant voor de op sensatie beluste media dan wanneer er islamitisch terrorisme achter zou zitten. Karel Smouter in zijn column in De Correspondent spreekt van een wijdverbreid fenomeen wat tot dit soort aanslagen kan leiden: een geradicaliseerde existentiële verwarring.

Ondanks de mededelingen van de buren en de zus van Bouhlel en ondanks het feit dat de Franse justitie denkt dat de aanslag waarschijnlijk niet het werk is van een islamitische terreurorganisatie, bleef de Franse premier Valls beweren dat Bouhlel waarschijnlijk banden had met radicaal-islamitische groepen. Niet alleen van Valls maar ook van andere politieke leiders tot Clinton en Trump aan toe, kwamen dit soort beweringen.

Veel politici lijken graag te wijzen naar het gevaar dat van buiten komt. Angst voor de buitenwereld en de ‘vreemde’ godsdienst maakt het gemakkelijk om de aandacht af te leiden van de problemen in het eigen land.

Het gevaarlijkst is misschien wel de politicus die niet met verklaringen kan komen die hoop bieden na gruwelijke gebeurtenissen zoals die in Nice, die geen verklaringen kan bieden met aanknopingspunten om zèlf iets te veranderen. Een regering die de oorlog verklaart aan een andere regering kan althans in theorie die oorlog winnen. Maar wie de oorlog verklaart aan een handelwijze als ‘het terrorisme’ begint een oorlog zonder eind. Politici die niets beters weten te verzinnen zijn gevaarlijk.

Van dat soort politici lijken er steeds meer te zijn, net zoals het lijkt alsof er steeds meer wanhopige mensen rondlopen. We moeten politici kiezen die hoop kunnen bieden in dit soort situaties. Politici die oorlog na oorlog beginnen moeten we links (of rechts) laten liggen.


Met een essay in De Groene Amsterdammer probeerde Joost de Vries eerder dit jaar uit te zoeken wat de literatuur kan bijdragen aan het begrijpen van terreurdaden. Hiertoe had namelijk hoogleraar internationale betrekkingen en terrorisme Beatrice de Graaf kort na de aanslagen in Parijs van eind 2015, uitgenodigd toen ze over terroristen opmerkte: ‘Ze zijn niet altijd ongelukkig, ze zijn niet altijd arm, ze komen niet altijd uit dezelfde regio. Ze zijn wel vaak crimineel en hebben wel vaak broertjes of zusjes die terrorist zijn. Om een individuele terrorist echt te begrijpen, kun je misschien beter bij een romanschrijver dan bij een wetenschapper aankloppen.’

De Vries komt o.a. met twee regels uit Menno Wigmans nieuwe dicht bundel ‘Slordig met geluk’, een gedicht waarin iemand een aanslag op Koningsdag lijkt te overwegen:

‘Nog voor het eind van het festijn

zal ik de grootste zoekterm zijn.’

In de volgende veronderstelling van de Vries kan ik mij met mijn analyse over de wanhoop van de terreurdader vinden:

Misschien lijken terroristen meer op de high school shooters die om de haverklap opduiken in de VS, die niet vanuit een politieke of religieuze overtuiging handelen, maar vanuit een existentiële wanhoop. Hun geweld is geen middel, het dient nergens toe, het veroorzaakt geen betere wereld. Het kan niet anders dan dat de aanslagplegers in Parijs dat ook wisten. Het is een laatste, groteske poging tot zingeving.

De Vries begint zijn essay met het vergelijken van terroristen van nu met die van eind 19e eeuw, begin 20e eeuw. Toen waren het anarchistische terroristen die de wereld steeds deden opschudden.

Verander in de geschriften van de anarchisten ‘bourgeois’ in ‘heidenen’ en ze lijken volkomen actueel. Terrorisme als breekijzer, een kalasjnikov als gereedschap om in één keer superieur te worden aan de krachten om je heen.

De sociologische voedingsbodem lijkt voor beide soorten terrorisme evident: een uitzichtloze sociale achterstand, de behoefte gehoord en gezien te worden, het gemis van een politieke garde die voor de rechten van de minder bedeelden opkomt. Armoede, angst, honger, druk.

Maar wat is dat irrationele waar geen sociologie tegenop kan boksen, vraagt de Vries zich af; wat is

… het moment dat de maatschappelijke realiteit en persoonlijke moraliteit worden opgegeven voor het blinde verlangen van jezelf een bom te maken, om je leven te geven en zo veel mogelijk andere levens mee te sleuren het ravijn in. Dat moment is uniek, want voor elke geradicaliseerde moslim in de banlieues die naar een bomgordel grijpt, zijn er tienduizenden in exact dezelfde sociale situatie die dat niet doen.

Joseph Conrad schrijft naar aanleiding van zo’n anarchistische aanslag uit een vorig tijdperk een roman genaamd ‘The secret agent’ (1907). De Vries merkt over de hoofdpersoon Verloc in deze roman op:

… we leren wel één essentieel ding van Conrads personage kennen, misschien wel het meest essentiële wat romanschrijvers kunnen laten zien en wetenschappers niet – via de verhaallijn van zijn huwelijk. Het lukt Verloc niet zijn vrouw als een mens te zien, met eigen emoties en behoeften – hij ziet haar alleen als een instrument voor zijn eigen wensen. ‘Every time he passed by the door, Mr Verloc glanced at his wife uneasily. It was not that he was afraid of her. Mr Verloc imagined himself loved by that woman. But she had not accustomed him to make confidences.’ Mooi is dat ‘that woman’. Dat ‘that’ schetst een onoverbrugbare afstand. De volkomen egocentrische Verloc kan niet bij haar gevoelens komen, zoals hij eigenlijk aan niemand anders gevoelens denkt – als je die eigenschap koppelt aan zijn roeping als bommenlegger snap je ineens veel beter hoe hij kan doen wat hij doet. Hij is niet alleen het maatschappelijke voorbij, ook het menselijke.

In ‘The secret agent’ zit ook een bijfiguur, de Professor. Hij is de bommenmaker. Over deze figuur en verder over de roman schrijft de Vries:

Coherent wordt zijn ideologie nooit. Dat is ook het schrikbeeld van de roman: het irratio­nele, het ongrijpbare. De roman eindigt met de Professor, die doelloos door de straten van Londen loopt, oogcontact mijdend, met zijn eeuwige bomgordel om, die hij elk moment kan laten ontploffen. Slotzinnen: ‘He had no future. He disdained it. He was a force. His thoughts caressed the images of ruin and destruction. (…) He passed on unsuspected and deadly, like a pest in a street full of men.’

Volgens de Vries is de kracht van dit personage en dat van de terrorist niet een middel tot een betere wereld maar is zijn kracht een doel op zich.

De reactie op de aanslagen in Parijs van de Nederlandse schrijver, dichter Ilja Leonard Pfeiffer die ook in het artikel van De Vries wordt genoemd geeft volgens mij perspectief. Hier zijn verhaal dat uit de NRC van 16 januari 2015 komt:

Dit is een poging de daders in Parijs te begrijpen.

Keihard heeft de veroordeling geklonken van de aanslagen in Frankrijk. Lost dit iets op? Nee, zegt Ilja Leonard Pfeijffer. Wat helpt? Empathie tonen.

Dit stuk gaat over ongemak. Want na de aanvankelijke verontwaardiging over de aanslag in Parijs voelde ik mij de afgelopen week in toenemende mate ongemakkelijk bij de wijze waarop de aanslag in het publieke domein werd geannexeerd.

Het idee begon bij mij post te vatten om een stuk voor deze krant te schrijven over het ongemak dat ik voel voor de overweldigend unanieme en hartverwarmend eenzijdige steun voor die rebelse kwajongens, die met hun dekselse tekeningetjes toch maar mooi de profeet te kakken hebben gezet en daarmee helden zijn geworden van het vrije woord en martelaren in de heilige oorlog van het glorieus verlichte Westen tegen de achterlijke en verachtelijke islam. Het leek mij nodig ook de andere kant van het verhaal te belichten en een stuk te schrijven waarin ik begrip opbreng voor de daders. Die worden nu zonder enig voorbehoud verketterd als monsters die nog erger zijn dan misdadigers, als vijanden van onze vrijheid en als de verpersoonlijking van het kwaad dat met wortel en tak dient te worden uitgerukt, verdelgd, platgebrand en verbannen naar de diepste kringen van de hel.

We zeggen dat we zo verlicht zijn en dat we haat nimmer zullen tolereren, maar haat is het enige antwoord dat wij op haat weten te geven. En dat heeft nog nooit tot iets geleid. Het enige juiste antwoord is empathie en een poging om de daders te begrijpen. Zo’n stuk wilde ik schrijven en ik had ‘Je suis Kouachi’ als provocerende titel bedacht.

Maar met het voornemen om mijn ongemak onder woorden te brengen, werd ik overvallen door een ander gevoel van ongemak. Want uiteraard besefte ik maar al te goed dat ik uiterst gevoelige, om niet te zeggen explosieve materie zou aanroeren. Misschien was zo’n stuk eigenlijk geen goed idee.

Twee dagen geleden mailde ik de redactie van deze krant, om te vragen of het verstandig zou zijn zo’n stuk te schrijven. Dat deed ik natuurlijk niet voor niets. Dat doe ik anders nooit. Het antwoord bevatte wijze woorden. ‘Waarom niet? Je weet hoe het werkt: hoe gevoeliger het onderwerp, hoe beter de argumentatie van de auteur moet zijn. Immers, als de lezer het a priori met je eens is, is die in het algemeen wat luier in z’n denken en neemt dan genoegen met halve waarheden. Als de lezer het a priori met je oneens is, of heel sterk oneens, dan slaat hij bij je eerste argument al op tilt.’

Misschien is ongemak in dit geval wel een eufemisme voor hypocrisie. Want we staan nu allemaal schouder aan schouder met een potlood in de lucht, pal voor de vrijheid van meningsuiting, maar die vrijheid geldt alleen voor ons en niet voor de ander. Je mag je mening vrijelijk uiten op voorwaarde dat je de juiste mening hebt. Iedereen mag alles zeggen wat hij wil, behalve dat hij begrip heeft voor de daders die nog een paar appeltjes te schillen hadden met dat zogenaamde vrije Westen van ons.

Vrijheid van meningsuiting is sinds vorige week ons grootste goed en ons hoogste recht, zeker in Frankrijk, maar eergisteren is de Franse komiek Dieudonné opgepakt omdat hij op Facebook had gezegd dat hij begrip heeft voor de terroristen. En er lopen nog 54 vergelijkbare zaken in Frankrijk. Vijf mensen zijn al veroordeeld. Twee mannen kregen een jaar cel, omdat ze op straat hadden geroepen: ‘Ik ben er trots op een moslim te zijn. Ik houd niet van Charlie. Ze hadden het recht dat te doen.’

Ik wil de aanslag in Parijs niet goedpraten, begrijp me niet verkeerd. Natuurlijk is het fout om mensen neer te schieten omdat hun gevoel van humor het jouwe niet is. Sterker nog, dat is bij wet verboden. Evenmin wil ik mezelf opwerpen als verdediger van een geloof dat de doodstraf uitvaardigt jegens iedereen die spot met zijn profeet of van welk ander geloof dan ook. Het liefste zou ik ook elke vorm van religie bij wet verbieden, maar dat is nu even niet het punt. Ik zou wel graag de kanttekening willen maken dat de humor van Charlie Hebdo niet de mijne is. Ik kan niet lachen om die tekeningetjes. Ik vind ze grof en onnodig kwetsend. Hier begeef ik mij al op glad ijs, dus haast ik mij eraan toe te voegen dat iedereen uiteraard het volste recht moet hebben om onleuke en onnodig kwetsende plaatjes te tekenen. Die vrijheid zal ik tot mijn laatste snik verdedigen, maar ik zal diegenen die van die vrijheid gebruikmaken daar niet om bewonderen, laat staan dat ik ze zal vereren als helden van de vrijheid.

Maar mijn grootste gevoel van ongemak betreft onze hypocrisie. Het trof mij als een bliksemschicht toen ik een van de honderden cartoons voorbij zag komen die naar aanleiding van de aanslag zijn gemaakt. Er waren twee moslims getekend. Die kon je herkennen aan het feit dat ze bivakmutsen droegen en kalasjnikovs in hun handen hadden. Vol ontzetting keken ze naar de hemel van waaruit een bombardement van potloden op hen neerdaalde.

Precies zo zien wij het graag. De moslims zaaien dood en verderf met hun achterlijke geloof en hun automatische wapens en wij, verlichte westerlingen die wij zijn, slaan terug met onze universele waarden en vrijheid van meningsuiting, die zijn gesymboliseerd door die regen van potloden.

Maar zo is het natuurlijk niet. En die cartoon laat dat pijnlijk duidelijk zien. Want in werkelijkheid staan die moslims zonder bivakmuts en kalasjnikov op hun schamele akkers in Irak, Afghanistan, Syrië of in de Gazastrook – en wat op hen uit de hemel neerdaalt, is geen bombardement van potloden, maar een bombardement van bommen. Met de vriendelijke groeten uit het vrije, verlichte Westen. Ik kan mij voorstellen dat je als moslim wel een paar bedenkingen hebt om onze universele westerse waarden onvoorwaardelijk te omarmen, zoals wij van hen eisen.

De aanslag in Parijs wordt door velen beschouwd als een oorlogsdaad. Dat zou je zo kunnen zien, maar dan moet je je wel afvragen wie die oorlog is begonnen. In zijn stuk in deze krant van gisteren citeerde Arend Jan Boekestijn Leon Trotski: ‘Wij kiezen niet voor een oorlog, maar de oorlog kiest ons.’ Hij citeerde het om duidelijk te maken dat we ernst moeten beginnen te maken met het bestrijden van de islam. Maar je zou het evengoed kunnen omdraaien. Het citaat zou ook uit de mond kunnen komen van de terroristen.

Als het oorlog is, hebben wij het daar zelf naar gemaakt. Dan moet je niet raar opkijken als de vijand begint terug te schieten. Als het oorlog is, mag de vijand ook meedoen, anders is het niet eerlijk. Die vijand moet je dan bestrijden, maar je moet niet opeens heel hypocriet in een protestmars gaan lopen roepen dat de vijand niet mag bestaan en dat hij een smet is op onze vredelievendheid.

Mijn gevoel van ongemak betreft het algeheel gedeelde gevoel dat het nu oorlog is. Want met een oorlogsverklaring creëer je niets anders dan vijanden. In NRC Handelsblad van zaterdag schrijft Tom-Jan Meeus over verschillende Amerikaanse veiligheidsadviseurs die er achteraf spijt van hebben dat de VS in antwoord op de aanslag op de Twin Towers de ‘War on Terror’ hebben uitgeroepen. Dat heeft volgens hen averechts gewerkt. Een van hen, Mark Fallon, de special agent die meteen na 9/11 was belast met de opsporing van Osama Bin Laden, zei dat je terroristen pas aan je zijde krijgt als je je in hen verdiept. „Alles draait om empathie”, zei hij. En toen Meeus hem vol ongeloof vroeg of hij bedoelde dat we een kopje thee moeten gaan drinken met de terroristen, antwoordde hij: „Absoluut. Want dát verwachten ze niet.

Empathie en verbinding leiden tot het verminderen van het gevaar. Daar kunnen we allemaal elke dag opnieuw mee aan de slag.

Een mooie suggestie voor het probleem van de wanhoop of de existentiële verwarring binnen in de terreurdader doet ook Karel Smouter in zijn column in De Correspondent; hij houdt een pleidooi voor meer sereniteit en haalt daarbij een aantal regels aan uit het ‘Serenity Prayer’ van de theoloog Reinhold Niebuhr:

‘Grant us the serenity to accept the things we cannot change,
the courage to change the things we can,
and the wisdom to know the difference.’

We hebben volgens Smouter meer begrip nodig voor elkaars verwarde toestand. En we hebben hulp nodig om daar uit te geraken voor de verwarring escaleert. Dit begrip begint met het besef dat elke verwarde man die het nieuws haalt, uiteindelijk een geradicaliseerde versie van onszelf is.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie, proza en poëzie

Naast degene staan die worstelt en achtergelaten is

De chaos in Europa lijkt na de Brexit, het referendum in Groot-Brittannie waarin de meerderheid voor uittreding uit de Europese Unie stemde, compleet. Het is alsof men in de war is. Leiders vallen over elkaar heen of vertrekken. Politieke opportunisten proberen er een slaatje uit te slaan door het voor de Britse City banken aantrekkelijk te maken om naar hun land uit te wijken. Alsof Joris Luyendijk nooit heeft aangetoond dat deze banken de crisis van 2008 op hun geweten hebben en alsof het niet allang duidelijk is dat deze banken gewoon op de oude voet zijn doorgegaan.

De Brexit stem wordt verkeerd uitgelegd alsof deze hoofdzakelijk gevoed wordt door vreemdelingenhaat. De ernst van de situatie wordt onvoldoende begrepen.

Gelukkig zijn er Europeanen die zien dat het de democratie is die hier op het spel staat. Maar er is ook een Amerikaan die dit goed begrijpt. En dat is de onafhankelijke senator en Democratische kandidaat voor de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten Bernie Sanders.

Zijn ingezonden brief van 28 juni 2016 in de New York Times heeft als aanhef:

‘Democraten moeten wakker worden’

Hier een vertaling van zijn brief die ik ook voor dit blog interessant vind omdat het wel of niet leven in een democratie persoonlijke gevolgen heeft voor iedereen. We groeien op in het systeem van een familie, een gezin, een school en deze kleinere systemen maken deel uit van een groter systeem.

Bernie Sanders legt duidelijk uit hoe dat grotere systeem werkt. Zijn woorden doen mij denken aan die van mijn favoriete psychiater Dirk de Wachter die de metafoor van de speedboat gebruikt voor een maatschappij waar allerlei mensen uitvallen. De psychiaters hebben reddingsvesten om de mensen weer de boot in te helpen maar dan zegt de politiek dat ze gaan bezuinigen op reddingsvesten…

Hier de ingezonden brief van Bernie Sanders.

Het is niet verassend dat de werknemers in Groot-Brittannië, die veelal hun levensstandaard hebben zien dalen, de Europese Unie de rug hebben toegekeerd. Ze hebben gezien dat de zeer rijken in het land veel rijker geworden zijn. De geglobaliseerde economie blijkt er niet voor hen te zijn en ook niet voor hun kinderen. Maar het zijn niet alleen de Britten die lijden.

De geglobaliseerde economie is opgericht en wordt onderhouden door de economische elite. De rijkste 62 mensen op deze planeet bezitten net zo veel rijkdom als de armste helft van de wereldbevolking – ongeveer 3,6 miljard mensen. De rijkste 1 procent van de bovenkant bezit nu meer vermogen dan de gehele onderkant van 99 procent. De zeer, zeer rijken genieten van onvoorstelbare luxe, terwijl miljarden mensen extreme armoede, werkloosheid, gebrekkige gezondheidszorg, onderwijs, huisvesting moeten verduren en vervuild drinkwater moeten drinken.

De afwijzing  van deze huidige vorm van de wereldeconomie door de Britten kan ook gebeuren in de Verenigde Staten. Tijdens mijn campagne voor de Democratische presidentiële nominatie heb ik 46 staten bezocht. Wat ik bij te veel gelegenheden tegenkwam waren pijnlijke realiteiten die door de politiek en de media niet eens herkend worden.

In de afgelopen 15 jaar zijn er bijna 60.000 fabrieken in dit land gesloten en meer dan 4,8 miljoen goedbetaalde banen zijn verdwenen. Veel hiervan heeft te maken met de rampzalige handelsovereenkomsten die bedrijven aanmoedigen om te verhuizen naar lagelonenlanden.

Ondanks de grote stijging van de productiviteit verdient de gemiddelde mannelijke werknemer in Amerika vandaag de dag 726 dollar minder dan hij deed in 1973, terwijl de gemiddelde vrouwelijke werknemer 1154 dollar minder verdient dan ze deed in 2007 en dit is na de correctie voor de inflatie.

Bijna 47 miljoen Amerikanen leven in armoede. Naar schatting 28 miljoen hebben geen ziekteverzekering en vele anderen zijn onderverzekerd. Miljoenen mensen worstelen met waanzinnige studieschulden. Misschien zal voor het eerst in de moderne geschiedenis onze jongere generatie een lagere levensstandaard hebben dan hun ouders en zullen miljoenen slecht opgeleide Amerikanen een kortere levensduur hebben dan de vorige generatie omdat ze bezwijken aan wanhoop, drugs en alcohol.

Ondertussen bezit in ons land de top 10 procent bijna net zo veel rijkdom als de onderste 90 procent. Wall Street en miljardairs zijn in staat zijn om uitslagen van verkiezingen te kopen.

Tijdens mijn campagne heb ik gesproken met werknemers die niet in staat zijn om rond te komen van 8 of 9 dollar per uur, met gepensioneerden die moeite hebben om medicijnen aan te schaffen, met jonge mensen die zich niet kunnen veroorloven om naar een universiteit te gaan. Ik bezocht Amerikaanse burgers in Puerto Rico waar 58 procent van de kinderen in armoede leeft en waar slechts 40 procent van de volwassenen een baan heeft.

Laten we duidelijk zijn. Deze wereldeconomie werkt niet voor de meerderheid van de mensen in ons land en niet in de rest van de wereld. Het is een economisch model door de economische elite ontwikkeld om de economische elite ten goede komen. We hebben een echte verandering nodig.

Maar we hebben niet een verandering nodig die gebaseerd is op demagogie, op onverdraagzaamheid en anti-immigrant sentimenten waar veel van de retoriek van de Brexit campagne mee doorspekt was en die ook centraal staat in de boodschap van Donald Trump.

We hebben een president nodig die internationale samenwerking bevordert en de mensen van de wereld dichter bij elkaar brengt, die het hypernationalisme vermindert waardoor oorlogen kunnen ontstaan. We hebben een president nodig die de democratische rechten van het volk respecteert en die zal vechten voor een economie die de belangen van de werkende mensen beschermt en niet alleen Wall Street beschermt of de farmaceutische industrie enz.

We moeten ons ‘vrijhandel’ beleid verwerpen en toewerken naar eerlijke handel. Amerikanen moeten niet hoeven te concurreren tegen werknemers in lagelonenlanden die maar enkele centen per uur verdienen. We moeten het Trans-Pacific Partnership verwerpen. We moeten arme landen helpen met de ontwikkeling van duurzame economische modellen. We moeten een eind maken aan het internationale schandaal waardoor grote bedrijven en rijken miljarden dollars aan belastingen ontduiken. We moeten miljoenen banen creëren waarmee de wereldwijde klimaatverandering bestreden kan worden door een transformatie van de energie, weg van fossiele brandstoffen. We moeten internationale inspanningen doen om te snijden in de militaire uitgaven over de hele wereld en de oorzaken van de oorlog aanpakken: armoede, haat, wanhoop en onwetendheid.

In het idee dat Donald Trump weleens zou kunnen profiteren van dezelfde krachten die de Brexit voorstanders een meerderheid gaf in Groot-Brittannië, klinkt een waarschuwing door voor de Democratische Partij in de Verenigde Staten.

Miljoenen Amerikaanse kiezers, zijn net zoals de Brexit voorstanders begrijpelijkerwijs boos en gefrustreerd door de economische krachten die de middenklasse heeft vernietigd.

Op dit cruciale moment moet de Democratische Partij en moet de nieuwe Democratische president duidelijk maken dat we naast degenen staan die worstelen en die zijn achtergelaten. We moeten een nationale en mondiale economie creëren die voor iedereen werkt en niet alleen voor een handvol miljardairs.

Terwijl ik dit bericht maakte kreeg ik bericht van de NVRG dat hun congres in 2016 over sociale uitsluiting zal gaan. Als Europees burger loop je 24% kans op sociale uitsluiting.

2 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek

‘Onder de oppervlakte gebeurt er heel veel’

Dit zijn de woorden van Henry Mentink en hij doelt op de vele initiatieven die genomen worden op het gebied van ‘de nieuwe economie’. Ik hoop eigenlijk dat dit ook van toepassing is op het gebied van de psychologie en dat ook daar onder de oppervlakte veel gebeurt wat onder de noemer van ‘de nieuwe psychologie’ valt. Er is wel iets op gang aan het komen in de psychologie maar niet heel veel ben ik bang.

De opmerking van ‘onder de oppervlakte gebeurt er heel veel’, maakte mij nieuwsgierig naar de website van Mentink: Het Veerhuis.Village Trade Centre.

Een slogan die ik daar tegenkwam was: WIJ ZIJN DE ECONOMIE – JIJ BENT JOUW BEDRIJF – EEN EN AL WAARDECREATIE. Luister vooral naar het interview dat Lex Bohlmeier van De Correspondent met Mentink had maar hier volgt een korte weergave van wat ik hoorde en de betekenis ervan voor het runnen van een kleine psychologen praktijk.


Mentink is de eerste die zich namens het ministerie van Infrastructuur ging inzetten voor het delen van auto’s en is de oprichter van MyWheels. Hij begon met zijn eigen auto. Echt snel ging het niet: pas vijf jaar later kwam er nog eentje bij. Inmiddels zijn het er 2500.Het ging hem ook niet om snelle groei, maar om iets te doen wat hij leuk vindt, want dààr zit je talent. Wat hij graag doet is met speelsheid en creativiteit ‘communities’ creëren; samen business genereren.

Hij gebruikt de natuur als model voor de inrichting van bedrijven en organisaties.

Neem een lichaam, waar stoffen doorheen stromen via de bloed- en lymfebanen. Net zoals geld door een bedrijf stroomt. Maar in een bedrijf volgens het model van de oude economie stroomt het geld weg, naar buiten via investeerders en aandeelhouders. De nieuwe economie zoekt naar manieren om een bedrijf of organisatie te structureren als een geheel.

Zo werkt het ook in mijn praktijk, dacht ik. Ik doe ook wat ik leuk vind en bij mij gaat het om ‘samen met de cliënt en het systeem om hem of haar heen gezondheid creëren’. Dat is onze ‘business’. Bij mij stroomt ook al wat ik verdien terug mijn bedrijf in. Ik maak geen winst. Mijn praktijk hoeft niet te groeien. Het enige wat groeit is de kwaliteit van ‘de business’ door meer kennis en ervaring.

Maar hoe verbind ik mijn praktijk beter met andere, vroeg ik mij af. Het voelt wel eens eenzaam. Vooral wanneer er weer eens een regeringsmaatregel wordt afgekondigd die er op gericht is om een klein zelfstandig bedrijf als dat van mij weg te concurreren. Minister Schippers is echt van de oude economie. Alles moet groot en groeien en winst maken.

Alleen al door naar het interview met Mentink te luisteren voelde ik me verbonden. En daar gaat het om. Om verbinding. Om eenheid. Daar gaat het ook om bij de Club van Budapest waar Mentink zich mee verbonden heeft. Dit is een internationale club van mensen die de eenheid op deze planeet wil bevorderen. De grondlegger ervan is de Hongaarse wetenschapsfilosoof Ervin László. Op de recente aanslagen in Parijs reageerde deze club met een verklaring die begon met een gezegde van Mahatma Gandhi: ‘An eye for an eye makes the whole world blind’.

Wellicht is het model van ‘de nieuwe economie’ een idee voor een nieuwe GGZ  die er volgens sommige collega’s moet komen. Ook in de GGZ stroomt het geld weg. Geld verdwijnt in de bureaucratie, het stroomt naar reclame die zorgverzekeraars maken, naar de farmaceutische industrie en door de perverse prikkels die er van het oude economische model uitgaan verdwijnt er ook geld in de zakken van zorg-verleners en directeuren die gezondheidsinstellingen opzetten met winst als doel.

WAARDECREATIE! Daar zou de gehele GGZ van doordrongen moeten zijn!

Bohlmeier kaart in het interview aan dat organisaties juist vaak het beste uit mensen weghalen. Hoe kan dit? Volgens Mentink kent de oude economie wel de namen van de werknemers (de buitenkant) maar niet hun dromen, talenten en persoonlijkheden  (de binnenkant). In meer dan één opzicht moet volgens hem de binnenkant verbonden worden met de buitenkant. Mentink heeft een doosje ontwikkeld, de doos van ondernemerschap, waar zowel de binnen- als de buitenkant bekeken wordt bij het opzetten van een bedrijf. Je kunt een bedrijfsplan maken door voorbij dualiteit en concurrentie te denken, door vanuit het geheel te denken. Als de binnenkant niet goed is valt de buitenkant op een dag uit elkaar. Je moet werken vanuit de relatie dan weet je als bedrijf wat je en hoeveel je moet produceren. Speelsheid en creativiteit zijn nodig om uit de molen van het moeten en de rationaliteit te stappen.

Als je naar het klimaat kijkt en het geldsysteem dan vraag je je af hoe het verder moet. Maar dat  er veel onder de oppervlakte gaande is stemt Mentink optimistisch. Misschien gaan we de aarde toch nog redden. Dat de media aan al die kleine initiatieven weinig aandacht schenken heeft er mee te maken dat ook in de media de principes van de oude economie werkzaam zijn. Het gaat ook in de media om groot en om winst. Maar er worden wereldwijd veel kleine initiatieven genomen. Er gebeurt echt iets.

De slogan van de Triodosbank is: ‘Klein is het nieuwe groot’. Deze bank steunt Mentink met de financiering van zijn werk en zijn Veerhuis. Hij is een praktisch idealist. Hij wil niet de oude economie veranderen want dat stuit op weerstand maar hij wil er iets nieuws naast zetten. Dan komt het oude naar het nieuwe toe. De Nederlandse Bank heeft interesse getoond in het doosje van Mentink.

de-box-5-200x300

Het idee om de natuur als model voor organisaties te gebruiken haalt Mentink ondermeer uit de tijd dat hij een volkstuintje had. Een veldje kool werd helemaal opgegeten door de bladluizen. Hij keek dit een beetje aan en het volgende seizoen waren er veel minder luizen omdat de lieveheersbeestjes zijn veldje kool hadden gevonden. Zo kun je in een bedrijf soms ook eerst eens even iets aanzien. Soms hoef je alleen maar geduld te hebben. De natuur, alles wat er is en is geweest, is heel intelligent.

2 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek

Waarom is die ‘smartphone’ nog niet verboden?

Vaak worden leerlingen aangemeld bij de psycholoog omdat ze een concentratieprobleem hebben. De laatste jaren was het in de mode om te denken dat je waarschijnlijk ADHD had waar je een pilletje tegen kon slikken. Deze mode is geloof ik een beetje voorbij. En terecht want een concentratieprobleem hangt meestal met heel andere en met veel verschillende dingen samen. Dat kun je uitzoeken met elkaar.

Maar het mobieltje blijkt ook een rol te kunnen spelen in de concentratie problemen. Johannes Visser, een docent die werkt als journalist voor De Correspondent ging een experiment aan met zijn mentorklas en deed verslag. Deze leerlingen besloten om een week lang iedere ochtend hun mobieltje in te leveren bij de receptie en dat pas aan het eind van de lesdag weer op te halen. Gedurende deze week hielden de leerlingen een dagboek bij. Uit het experiment bleek hoezeer het mobieltje deel uitmaakte van een reguliere schooldag.

Een leerling schrijft in haar dagboek: ‘Ik merk dat ik beter meedoe met de les. Ik heb anders toch niks te doen.’ Een ander: ‘Nu kan ik eindelijk beginnen aan mijn boek Twee vrouwen. Ik heb toch niks beters te doen.’

Met een mobieltje is een leerling voortdurend afgeleid. Ze appen de hele dag door met elkaar. Alleen al de aanwezigheid van het mobieltje werkt afleidend. Onderzoek heeft al aangetoond dat wanneer je het uit de klas verbant de leerprestaties omhoog gaan. Vooral zwakkere leerlingen blijken baat te hebben bij zo’n verbanning. Maar over de gehele linie presteren scholen waarop een algeheel verbod op telefoontjes is ingevoerd beter.

Het altijd online zijn heeft kwalijke gevolgen voor ons brein schrijft de psycholoog Theo Compernolle in zijn boek: Ontketen je brein. Een citaat uit het artikel in de Correspondent:

De afgelopen twintig jaar hebben psychologen vastgesteld dat we drie cognitieve, besluitvormende breinsystemen hebben: het archiverende brein, het reflecterende brein en het reflexbrein.

Vooral het verschil tussen die laatste twee breinen is van belang. Het reflecterende brein is verantwoordelijk voor logisch, analytisch, synthetisch en creatief denken, voor het oplossen van problemen, vooruitdenken, reflecteren op het verleden en diep nadenken. Het is langzaam en heeft voortdurend aandacht en concentratie nodig. Het reflexbrein daarentegen is een soort ‘flitslicht’-brein, dat zijn conclusies uitsluitend baseert op het hier en nu.

Wie altijd online is, traint zijn reflexbrein en verwaarloost zijn reflecterende brein, stelt Compernolle. Hij haalt legio onderzoek aan dat laat zien dat ons reflecterende brein niet kan multitasken. Door voortdurend online te zijn, lopen onze intellectuele prestaties simpelweg terug.

Docenten en leerlingen zijn overwegend positief over het experiment van Visser. Leerlingen hadden verwacht ‘dat het erger zou zijn’.

Op de laatste dag van het experiment schrijft een leerling: ‘We hebben scheikunde. Ik voel me aangenaam rustig. Ik voel me serieuzer en ook geconcentreerder. In mijn hoofd is het stil en ik denk bijna niet aan mijn telefoon.’

Het onderwijsbeleid loopt achter de commercie aan

Het gesprek over het gebruik van smartphones op school is nooit goed gevoerd. In tien jaar tijd veroverde de smartphone het leven van leerlingen. Het onderwijs stond erbij en keek ernaar.

De commercie speelt een belangrijke rol. Bedrijven benadrukken de belofte van ict voor het onderwijs. Sommige bedrijven geven zelfs aanwijzingen voor hoe docenten het kunnen winnen van Snapchat en WhatsApp: “Probeer niet alleen maar te ‘zenden’; houd je leerlingen op de juiste manier actief.” De correspondent Visser:

Het vergt moed van schoolleiders en docenten om smartphones te verbieden. De vrees van schoolleiders is dat een verbod op smartphones de school onaantrekkelijker maakt, waardoor leerlingen uitwijken naar een concurrerende school waar je wel kan Snapchatten tijdens de les en waar paps en mams voortdurend contact kunnen hebben met hun kind. Liever profileer je je als school die leerlingen voorbereidt op de toekomst en die volop gebruikmaakt van de mogelijkheden van ict.

Desalniettemin heeft Visser besloten om smartphones in zijn les te verbieden. Hij is geschrokken van de vanzelfsprekendheid waarmee leerlingen tijdens de lessen met hun telefoon in de weer zijn:

Ongetwijfeld zijn er allerlei apps en andere toepassingen die leerlingen kunnen helpen bij het leren maar er is op dit moment geen device om die technologie verantwoord in de klas te gebruiken. Dat ene quizje op de smartphone om leerlingen te motiveren weegt bij lange na niet op tegen de voortdurende afleiding die de smartphone biedt. Quizvragen lees ik voortaan wel voor en als leerlingen iets op internet moeten opzoeken reserveer ik de laptop-kar (een kar waar 32 laptops in zitten). Als een leerling wil weten wat een woord betekent dan zoekt hij dat maar op in het woordenboek.

9789401417457-240x300

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Onderwijs, Persoonlijk en politiek, Psychologie

Verbinding met de natuur maakt ons minder narcistisch

… HET HELPT ONS OM ONSZELF OPNIEUW TE BEGRIJPEN

Blijvend op zoek naar oplossingen voor het persoonlijk lijden dat veroorzaakt wordt door het narcisme raakte ik geïnspireerd door een artikel van Sanne Bloemink in De Groene Amsterdammer waarin een alternatief voor ons Westerse superieure mensbeeld wordt geboden. Verbinding met de natuur speelt er een grote rol in. De titel van het artikel : Mieren staan nooit in de file.

‘Als we ons superieure mensbeeld in de wetenschap overboord gooien, gaat er een inspirerende wereld voor ons open.’

Aan het woord hier is hoogleraar natuur, landschap en cultuur Erik de Jong, verbonden aan Artis en de Universiteit van Amsterdam. Hij meent dat er behoefte is aan een meer holistisch beeld van de natuur.

Het superieure mensbeeld in de natuurwetenschap vertoont overeenkomsten met het psychologische concept van het narcisme. Als systeemtherapeut leg ik de nadruk op verandering binnen relaties, posities en interacties bij het oplossen van psychische problemen. In deze vorm van therapie gaat het dus voornamelijk over verbindingen die worden onderzocht en veranderd ook als er sprake is van narcisme. Psychologisch onderzoek bewees al dat verbinding met de natuur helpt tegen depressie. Waarom zou verbinding met de natuur niet helpen tegen het narcisme?

In het psychiatrische handboek, de DSM wordt het gedrag van ‘de’ superieure mens beschreven. Bij de narcistische persoonlijkheidsstoornis spreekt men over een diepgaand patroon van grootheidsgevoelens ofwel een opgeblazen gevoel van eigen belangrijkheid. Maar ook bij andere persoonlijkheidsstoornissen komen superioriteit en gebrek aan verbinding terug: gebrek aan achting voor anderen (anti-sociaal), diepgaande instabiliteit in intermenselijke relaties (borderline), buitensporige emotionaliteit en aandacht vragen (theatraal) of diepgaande geremdheid in gezelschap (ontwijkend).

Hieronder een samenvatting van het artikel in De Groene Amsterdammer met oog voor het belang ervan voor mijn vakgebied.


Het antropoceen

Hoogleraar De Jong vindt dat de geesteswetenschappen zich net zoals de natuurwetenschappen moeten bezighouden met de natuur. De geesteswetenschappen richten zich van oudsher op de mens. Maar in het antropoceen (het tijdperk waarin we nu leven en waarin het aardse klimaat en de atmosfeer grote gevolgen ondervinden van menselijke activiteit) gaat het juist over de mens èn over zijn optreden op de aarde. Je kunt daarom het onderzoek naar de natuur en de aarde niet meer alleen vanuit een natuurwetenschappelijk perspectief bezien.

De Jong citeert de beroemde bioloog Edward Wilson die in 1984 de hypothese ontwikkelde dat de liefde voor natuur in alle lagen van de samenleving voor komt en dat we deze liefde allemaal voelen. Maar het is een complexe liefde want we zijn ook bang voor de natuur. Hoe krijgt de liefde voor de natuur vorm in het antropoceen? Het is belangrijk dat dit soort vragen worden gesteld.

We hebben de ziel uit de natuur gehaald

In het Westen menen wij dat de natuur buiten onszelf staat. De natuur is onttoverd, ontzield. Het is ons decor, waarin wij ons spel spelen. Het is ons onderzoeksobject dat we kunnen meten en bestuderen. We kunnen van de natuur genieten als het past in ons ideaalbeeld van ongereptheid. Maar we kunnen de natuur ook kapot­maken als we denken dat we meer ruimte nodig hebben. Juridisch gezien hebben we de natuur ‘in bezit’. De mens is de baas. Of dénkt de baas te zijn.

Hoewel we wel weten dat in inheemse culturen heel anders wordt gedacht over de natuur en dat er daarin wèl sprake is van bezielde natuur, wordt dit door ons Westerlingen meestal weggezet als onderontwikkeld, achtergebleven en niet-wetenschappelijk.

Het bestuderen van de inheemse blik op natuur biedt ons echter een verruiming van onze blik en daar is behoefte aan. We hebben zorgen over de klimaatcrisis, we zijn bang voor de in razend tempo dalende biodiversiteit en we voelen onmacht over de verzuring van oceanen. Deze nood­toestand levert een vruchtbare voedingsbodem op voor nieuw gedachtegoed en dat begint bij een nieuw mensbegrip. Een mens die niet boven de natuur staat maar verbonden is met de natuur.

Antropologie voorbij de mens

In ‘How Forests Think’ (2013) stelt de antropoloog Eduardo Kohn de uitgangspunten van ons mensbegrip ter discussie. Hij deed onderzoek bij een inheems volk in het Amazonegebied van Ecuador en onderzocht niet alleen de manier waarop deze mensen betekenis geven aan de wereld om hen heen, hij probeerde ook te begrijpen hoe de omgeving zèlf betekenis verleent aan de mens. Hoe het oerwoud denkt, hoe honden dromen, hoe de jaguar naar ons kijkt. Hoe andere organismen ons zien doet ertoe. Dàt andere organismen ons zien verandert ons!

De mens ìs niet dat exceptionele wezen, verheven boven alle andere vormen van leven. Als we onszelf zo bekijken sluiten we onszelf af van de wereld om ons heen. We bestuderen de wereld vanuit onze menselijke betekenis-geving, vanuit onze taal, cultuur en geschiedenis. Zodoende zien we niet hoe we op talloze manieren verbonden zijn met een bredere wereld. We moeten leren denken voorbij onze menselijke taal en cultuur.

Wie denken wij mensen wel dat we zijn?

Gedragsbioloog Frans de Waal spreekt over de beperkingen van ons mensen als wezens die van alles menen te kunnen overbrengen met onze taal terwijl in feite een groot deel van onze communicatie verloopt via het lichaam. Sanne Bloemink in De Groene Amsterdammer:

Als geen ander weet De Waal de nieuwste onderzoeken naar intelligentie van dieren met elkaar in verband te brengen en samen te voegen in een coherent verhaal met als rode draad: wie denken wij mensen wel dat we zijn? Zijn boek lezend krijg je bijna te doen met die zielige mens: zichzelf op de borst kloppend blijven die narcistische wezens naarstig op zoek naar het ultieme bewijs dat ze beter zijn dan alle andere levende wezens. De enige met gevoel, met verstand, met wapens, met werktuigen.

Maar de wetenschap komt telkens met voorbeelden van dieren die dat ook blijken te kunnen. Apen gebruiken óók werktuigen, dolfijnen noemen elkaar óók bij de naam, olifanten hèbben een fenomenaal geheugen. En het wordt pas echt interessant als we kijken naar de dingen die dieren kunnen en die mensen níet kunnen. De Waal: ‘We moeten veel breder kijken, naar àlle vormen van cognitie.’ De titel van zijn boek is: Zijn we slim genoeg om te begrijpen hoe slim dieren zijn?

Het is niet eerlijk om van een eekhoorn te vragen het alfabet op te zeggen, want zo is die eekhoorn nu eenmaal niet geëvolueerd. Net zo goed als het oneerlijk zou zijn om van mensen te vragen te onthouden waar meer dan honderd verschillende nootjes verstopt liggen. De Waal zoekt naar een alternatief voor de overdreven cerebrale benadering in de wetenschap. Cognitie begint volgens hem bij perspectiefname en is waarschijnlijk gebonden aan het lichaam. Cognitie komt het als het ware voort uit empathie.

‘Neem de olifant: die beschikt over een heel ander lichaam en andere neurale vermogens om een hoge cognitie te bereiken. Zijn slurf heeft aan het uiteinde twee gevoelige ‘vingers’, waarmee voorwerpen zo klein als een grassprietje kunnen worden opgepakt, maar met die slurf kan het dier ook acht liter water opzuigen of een vervelend nijlpaard omvergooien. De olifant heeft misschien een ander soort cognitie. Zoals de mens een ‘handige’ cognitie heeft, zo heeft een olifant mogelijk een ‘slurvige’ cognitie.’

Onder invloed van de religie denken we nog steeds dat wij beter zijn, hoger geplaatst dan dieren. In de psychologie zie je dat dit idee onder invloed van de neurowetenschap aan het veranderen is. Neuro-wetenschappelijk onderzoek toont bijvoorbeeld aan dat ratten net zoals wij mensen angst kennen.

Elephant kiss

‘Slurvige’ cognitie. Getty Images: Elephant kiss

Collectieve intelligentie

Het onderzoek naar intelligentie van minder aaibare dieren zoals insecten, krijgt steeds meer aandacht. Daarbij gaat het vooral om collectieve vormen van intelligentie. Hoe kan het dat termieten heuvels bouwen die honderden malen groter zijn dan zijzelf, zonder dat er een leider is die instructies geeft? Hoe komt het dat mieren nooit in de file staan? Hoe weten bijen welke baan ze hebben gekregen?

Nicholas Ouellette geeft aan de universiteit van Stanford leiding aan een lab dat onderzoek doet naar zelforganisatie in complexe systemen. Allerlei verschillende soorten dieren, zoals vogels, vissen en insecten, vertonen relatief uniform groepsgedrag. Die groepssystemen zijn robuust, want het maakt voor een zwerm niet uit of er een individu wegvalt. Het zijn zelforganiserende, leiderloze systemen, die foutjes van een individu kunnen opvangen.

Ouellette ontdekte dat mannetjesmuggen bij het horen van het geluid van een vrouwtjesmug allemaal op het geluid af gaan, maar dat ze bij het geluid van een mannetjesmug juist een bepaalde afstand hielden. Niet te dichtbij en niet te ver weg, er ontstond precies dezelfde afstand tussen alle mannetjesmuggen. Zo vormde zich de zwerm. Eenvoudige regels tussen individuele muggen, zoals de afstand die moet worden gehouden tot het andere individu, bepalen hier dus wat er uiteindelijk in het collectief gebeurt.

Onderzoek naar dit soort collectief gedrag heeft nu echt een vlucht genomen. In het bijzonder ingenieurs zijn uitermate geïnteresseerd in de uitkomsten want allerlei toepassingen waarbij collectieve zelforganisatie een rol speelt zijn denkbaar.

In haar TED-talk legt Radhika Nagpal, hoogleraar computerwetenschap in Harvard uit hoe termieten als groep een heuvel bouwen. Ze praten niet met elkaar en ze hebben geen leider, maar ze gebruiken de omgeving om te weten wat ze gaan bouwen en hoe. Er zijn robots gebouwd die door middel van allerlei sensoren de zintuigen van de termiet nabootsen en daarmee kunnen reageren op hun omgeving. Deze kunstmatige systemen kennen dezelfde regels van zelforganisatie als de termieten en bieden een oneindig aantal toepassingen. Voordat Nagpal dit kon doen moest ze zich openstellen voor de specifieke situatie van de individuele termiet en voor de cognitie die ontstaat in het collectief als gevolg van de regels tussen die individuen. Ze moest het perspectief innemen van de bouwende termiet.

Cognitie van planten, bomen en bossen

Boswachter Peter Wohlleben legt uit hoe bomen met elkaar communiceren, hoe bomen voor elkaar zorgen en met elkaar een gezond bos vormen. Er wordt door wetenschappers gesproken van het ‘wood wide web’. Wohlleben spreekt in antropomorfe termen over bomen om zijn punt te maken. Zo hebben bomen ‘kinderen’ die ze ‘voeden’, ze vormen ‘vriendschappen’ en hebben een ‘sociaal vangnet’.

Tegelijk baseert Wohlleben zich wel degelijk op allerlei natuurwetenschappelijk onderzoek. Hij probeert met zijn terminologie ons denken om te keren en ons een ander perspectief in te laten nemen. Net zoals insecten een vorm van collectieve intelligentie ontwikkelen, kan een bos worden gezien als een netwerk met een vorm van collectieve intelligentie.

Suzanne Simard, hoogleraar bos-ecologie aan de Universiteit van British Columbia, doet onderzoek naar de stroom van voedingsstoffen en chemische signalen via het ‘wood wide web’ onder de grond. Haar onderzoeksgroep injecteerde sparren met radioactieve koolstof-isotopen om die vervolgens met een geigerteller onder de grond te volgen. Binnen een paar dagen waren alle bomen binnen een gebied van dertig vierkante meter met elkaar verbonden, waarbij de oudere bomen als een spil fungeerden met soms wel meer dan 47 connecties. Het voordeel voor het bos als geheel is een betere gezondheid, meer fotosynthese en een grotere veerkracht.

Ook over planten worden onder fyto-biologen en botanisten verhitte debatten gevoerd. Hoogleraar Stefano Mancuso neemt het op voor het perspectief van planten. Hij is directeur van het Internationaal Instituut voor de Neurobiologie van Planten aan de Universiteit van Florence. Hoewel het instituut officieel niet meer zo mag heten omdat het begrip ‘neuro’ is voorbehouden aan organismen met met hersenen, blijft Mancuso deze naam gebruiken om zijn punt te maken.

Volgens Mancuso waarderen mensen te weinig wat planten allemaal kunnen. Omdat planten niet weg kunnen rennen en regelmatig gedeeltelijk worden opgegeten, komt hun vorm en manier van leven hun perfect van pas. Hun intelligentie is een reflectie van hun ‘lichaam’ en omgeving, van hun evolutie. Vergelijk deze plant-intelligentie maar met de slurvige intelligentie van olifanten.

Een plant kan negentig procent van zijn lichaam verliezen zonder dood te gaan. Een plant moet zichzelf verdedigen en alles vinden wat hij nodig heeft terwijl hij vastgegroeid zit op één plek. Deze leefstijl heeft ervoor gezorgd dat planten tussen de vijftien en twintig soorten zintuigen hebben ontwikkeld. Naast de zintuigen die wij ook kennen, zoals gehoor en tastzin, heeft een plant zintuigen voor vochtigheid, volume, fosfor, gifstoffen en voor chemische en elektrische signalen van de planten om hem heen.

Planten communiceren met elkaar in een biochemische taal die wij niet zomaar kunnen verstaan. Mancuso werkt daarom in zijn laboratorium aan een ‘woordenboek’ van het chemisch vocabulaire van elke plantensoort. Bovendien leven planten in een andere tijdsdimensie. Mancuso laat dit zien door filmpjes van planten versneld af te spelen. Plotseling komen de planten tot leven. Een wortel vindt zijn weg onder de grond, jonge plantenscheuten ‘spelen’ met elkaar, ’s nachts zien we de activiteit afnemen als ze gaan ‘slapen’.

Mancuso definieert intelligentie als manieren om problemen op te lossen en wijst op collectieve vormen van intelligentie in planten, vergelijkbaar met die van insecten, waarvoor hersenen niet noodzakelijk zijn. De verschillende wortel­uiteinden die onder de grond een netwerk vormen kunnen gezien worden als de veroorzaker van een vorm van collectieve intelligentie net zoals dit bij zwermen vliegen gebeurt en bij mensen in de hersenen. Bij een plant zouden de ‘hersenen’ in de vorm van het wortelnetwerk dan onder de grond liggen en de geslachtsorganen boven de grond.

Mancuso is ervan overtuigd dat planten een bepaalde vorm van bewustzijn hebben en zelfs pijn kunnen voelen. Daarom zouden we respect voor ze moeten hebben, maar het zou ons er niet van moeten weerhouden om ze op te eten. Planten hebben zich geëvolueerd om te worden opgegeten. Daarnaast kunnen we ons door planten laten inspireren. Planten kunnen leven van licht en ontwikkelen in een wortelnetwerk onder de grond een robuuste vorm van collectieve intelligentie.

Wat mij inspireert

Als we ons steeds meer bewust worden van het feit dat andere organismen ons waarnemen en ervaren en dat wij iets betekenen voor al dat andere buiten onszelf dan kunnen wij als mensen onze superioriteit en narcisme makkelijker loslaten. Dan kunnen we het kinderlijke van Narcissus uit de Griekse mythe, die niet door had dat hij naar zijn eigen reflectie keek, achter ons laten en kunnen we onszelf opnieuw begrijpen in een gelijkwaardige relatie tot àlles wat ons omgeeft. Jezelf kunnen bekijken door de ogen van anderen is voor de systeemtherapeut een belangrijk middel dat nu ook door natuurwetenschappelijk onderzoek wordt gezien als iets wat van groot belang is voor ons voortbestaan als soort.

Eerder berichtte ik over hoe in de psychologie de mens in relatie tot de natuur onderzocht wordt. Door ‘natuur’ in te tikken in het zoekvenster op de startpagina van mijn weblog kunt u deze berichten vinden. Psychologen van de Universiteit van Leiden kwamen zeer recent nog met bewijs voor het belang van de natuur voor herstel bij stress. Het gaat bij deze onderzoeken vooral om de therapeutische betekenis die onze relatie met de natuur kan hebben.

Misschien zullen we het superieure beeld van onszelf en onze angst voor de natuur overwinnen als we de natuur beter begrijpen. Veel van de genoemde natuurwetenschappelijke kennis uit dit bericht voegt iets toe aan de systeemtheorie. Een beter begrip van het grotere systeem van de natuur kan ons als individu en als soort van een toekomst verzekeren.


De Vlaamse dichteres Ruth Lasters was misschien geïnspireerd door het idee van de collectieve intelligentie toen ze het volgende gedicht schreef:

 

SOORT

 

Waarom wij niet bij wanhoop, eender wiens, formaties vormen

zoals eenden eensklaps tegen luchtwerveling

 

een v. Misschien een visgraatvloer van wij

honderd dichtsbijzijnden, voeten geschrankt tegen kruinen

 

zodra een gong weerklinkt waarmee die ene aanvraagt een

tijdelijke bevrijding, evacuatie uit zichzelf naar

 

‘de soort’. Of haalbaarder: die ene radeloze die zich wurmt

acrobatisch in een reiskoffer die wij dan door-en doorgeven door

 

straten, met als bestemming slechts zijn onvoorwaardelijke

blijven. Tot hij de koffer openstampt, zichzelf weer aandurft, aan-

 

vat.


Lees ook: Narcissus was niet narcistisch

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dierengedrag, Psychologie, Psychologie, proza en poëzie