Psychologenpraktijk Gerie Hermans

Gerie Hermans is een volgens de wet BIG (Beroepen Individuele Gezondheidszorg) geregistreerde GZ – psycholoog (Gezondheid Zorg – psycholoog), Orthopedagoog en erkend Systeemtherapeut. Als verzekerde hulp valt haar praktijk onder de wettelijke basis geestelijke gezondheidszorg (basis-GGZ). Zij wil desondanks zoveel mogelijk vrij blijven van de gezondheidsindustrie en bureaucratie zoals die door de overheid en de zorgverzekeraars opgelegd worden.

Voor wie

Voor jongeren, volwassenen, partners en gezinnen die psychologische en systeem-therapeutische behandeling zoeken bij problemen met de opvoeding, de relatie of de persoonlijke ontwikkeling. Voor mensen die graag te maken hebben met een psycholoog die een voorloper is in het behouden van beroepseer, gelijkwaardigheid en privacy in de GGZ.

You can also have therapy in English. I worked and lived in Australia for twelve years.

Waar

Bereikbaar op telefoonnummer: 035-6210745

Per e-mail: geriehermans@planet.nl

Werkzaam in praktijk aan huis gevestigd in het centrum van Hilversum: Ruitersweg 49B

Wachttijd is 4 à 5 weken. Afspraken in 2019 worden zoveel mogelijk op dinsdagen en donderdagen gemaakt.

Visie

Psychische klachten staan niet op zichzelf. Dikwijls hebben de klachten of problemen te maken met de situatie waarin iemand leeft. Een goede therapeut kan inzoomen maar heeft ook een flinke groothoeklens. Door psychische klachten in een bredere context te plaatsen kan men zelfs een dieper begrip van de klacht krijgen.

Individuen, relaties, gezin en verdere omgeving vormen een systeem en mensen komen sneller uit de problemen met hulp die daar aandacht voor heeft. Het (gezins-)systeem kan een stelsel zijn voor genezing en groei van al zijn leden. Systeemtherapie gaat over interacties en relaties, over context en levensfasen. Anders gezegd: ‘Het probleem zit niet tussen de oren maar tussen de neuzen’.

Ook in individuele therapie wordt gewerkt met ‘open deuren en ramen’. De cliënt reflecteert samen met de therapeut over zijn relaties en interacties met anderen in de verschillende contexten waarin hij leeft. Meerdere standpunten en perspectieven worden gezocht en meerstemmigheid wordt aangemoedigd.

Over deze manier van werken staat meer op de website van mijn beroepsvereniging: de Nederlandse Vereniging voor Relatie- en Gezinstherapie, de NVRG.

Benadering van de hulp

– Hoogwaardige en duurzame psychologische zorg. We gaan in op dieperliggende, structurele en contextuele achtergronden van de problematiek waardoor u een echte positieve en blijvende verandering gaat ervaren zodat u minder beroep hoeft te doen op de gezondheidszorg.

– Geen bureaucratische ‘zorg-producten’ of ‘behandel-protocollen’ maar hulp specifiek op u, uw situatie, uw geschiedenis maar vooral op uw toekomst toegesneden. Zorg op maat.

– Psycholoog en cliënt zijn gelijkwaardige gesprekspartners. Er is geen medisch-lineaire, klinische of gezagsrelatie. Problemen worden niet ingekaderd als een ziekte of stoornis waar de dokter of de psycholoog over gaat. We werken toe naar een beter gevoel voor eigen vragen, eigen kracht en eigen oplossingen. U blijft de eigenaar van uw veranderingsproces. De therapeut is deskundig maar niet de expert over uw leven.

– Soms zijn de tijden tussen de consulten langer zodat u op uw eigen tempo naar verandering toe kunt werken: Langdurige korte therapie.

– Korte communicatielijnen. Doorverbinden is er niet bij. U wordt niet behandeld door een lager (hbo) opgeleid iemand die onder een geregistreerd iemand werkt tegen een lager loon, zoals bij veel GGZ instellingen en huisartsenpraktijken het geval is.

– Mijn eigen functioneren krijgt voortdurend aandacht en verdieping via intervisie met collega’s in de regio en daarbuiten, via supervisie, leertherapie, na- en bijscholing.

Diagnostiek en behandeling

Een deel van het diagnostisch proces bestaat uit het verruimen van het denken over wat het probleem is. De behandeling bestaat uit systeemtherapeutische technieken uit de contextuele, structurele, emotie-gerichte, oplossings-gerichte en narratieve therapie worden toegepast. Verschillende perspectieven op de kern van het probleem worden onderzocht waardoor blijkt dat er vele ingangen mogelijk zijn. Duidelijk wordt hoe het probleem in stand gehouden wordt door huidige posities, relaties en interacties. Er wordt gewerkt aan het horen van iedereen door iedereen. Wat kunt u leren van het probleem? Unieke situaties wanneer het probleem niet speelt worden onderzocht. Door te oefenen met nieuwe posities, relaties en interacties komt verandering op gang en zo wordt het probleem opgelost.

Individuele psychotherapie en cognitieve gedragstherapie. Therapie met expressieve middelen zoals schrijven, tekenen, poppetjes, rollen-spelen, enz.

IMG_2174

Werkplek

Contract-vrij

De praktijk sluit bewust en uit principe geen contracten af met zorgverzekeraars (voor meer info: de contract-vrije psycholoog en zorg voor kwaliteit). Voornaamste punt van kritiek op de contracten met zorgverzekeraars is dat het verplicht tot medewerking aan een zorgstelsel waarin de zorg-verzekeraars steeds meer macht krijgen en de vrije keuze in de zorg onder druk staat. Het contract tussen zorg-verlener en cliënt raakt steeds meer op de achtergrond.

Het zorgstelsel is een op winst gericht, bureaucratisch en geldverslindend systeem geworden waarin de regie over de zorg steeds meer bij de professional wordt weggehaald. Zorgverzekeraars exploiteren zorg-verleners en belasten zorg-verleners met tijdrovende administratie. Geld is een doel geworden.

Het voordeel van contract-vrij werken is dat de facturering via de cliënt verloopt zodat de cliënt niet alleen de controle behoudt over privacy-gevoelige informatie maar ook over datgene wat in rekening wordt gebracht. Het nadeel is dat de cliënt een deel van de behandeling zelf moet betalen (wanneer deze een natura-polis heeft) maar daardoor raakt de cliënt ook meer verbonden bij de behandeling. De cliënt zal er sterker op gericht zijn om er uit te halen wat er in zit. Dit staat in dienst van een scherpe en dynamische werkrelatie.

Vrije keuze

Zorgverzekeraars zijn ondanks het contract-vrij werken van mijn praktijk nog steeds wettelijk verplicht om de kosten van de psychologische hulpverlening van een BIG geregistreerde GZ psycholoog te vergoeden. De beroepsregistratie en kwaliteit is bij contract-vrij werkenden dezelfde als bij gecontracteerde psychologen. De politiek doet de laatste jaren zijn best om aan de vergoeding van een onafhankelijke manier van werken en om aan de vrije keuze in de zorg een eind te maken maar dit is nog niet helemaal gelukt. Het is afwachten wat er in de komende jaren gaat gebeuren.

Met name in de geestelijke gezondheidszorg is de vrije keuze belangrijk omdat het contact tussen hulpverlener en cliënt cruciaal is voor het slagen van de behandeling. Met een restitutie-polis heeft u altijd vrije keuze en krijgt u alles vergoed. Houdt er rekening mee dat de zorgverzekeraar altijd eerst uw eigen risico zal aanspreken.

Wilt u meer weten over het contract-vrij werken en de vrije keuze in de zorg? Luister naar een uitzending op BNR Radio van 27 november 2017.

Privacy

Mijn werk als hoofdbehandelaar in een zelfstandige praktijk valt onder de Basis GGZ. Dit is een ingewikkelde regeling waar veel bureaucratie bij komt kijken en die de privacy nagenoeg onmogelijk maakt. Daarom werk ik met een privacy-verklaring die al mijn cliënten kunnen ondertekenen. Er zal bij de intake ook gevraagd worden of u de ROM privacy verklaring wil ondertekenen.

Geheimhouding is een recht van de cliënt. Dientengevolge is het mijn plicht om dit recht niet te schenden. Leveren van informatie zonder toestemming van de cliënt is strafbaar.

Zie ook Privacy.

Kosten en vergoeding door de zorgverzekeraar

Gerie Hermans is een BIG geregistreerde GZ (gezondheidszorg) psycholoog. De praktijk is in het bezit van een goedgekeurd kwaliteitsstatuut GGZ. Op aanvraag mag u deze inzien. Het uurtarief is € 94,- (een uur bestaat uit ¾ contact en ¼ voorbereiding).

Per maand ontvangt u een voorschot-factuur die u zelf betaalt. Na afloop van de behandeling volgt er een eindfactuur met alle informatie die nodig is voor een vergoeding van de kosten door uw zorgverzekeraar. Wanneer u een restitutiepolis heeft, wordt het volledige bedrag vergoed. Druk voor meer informatie op de knop Kosten bovenaan de homepage van dit weblog

Vergoeding van Jeugdzorg door de Regio Gooi en Vechtstreek in 2018

Per 1 juli 2018 worden er geen nieuwe Jeugdzorg cliënten meer aangenomen.

‘Flip the system’

Psychologenpraktijk Gerie Hermans heeft de missieverklaring van de Stichting Beroepseer ondertekend. Het alternatief voor het marktdenken in de zorg en het onderwijs wordt door deze stichting benoemd als ‘flip the system’ en houdt in: kleinschalige, platte organisaties waar professionals met beroepseer werken die zelf hoge kwaliteit nastreven in het belang van hun patiënten, studenten en leerlingen omdat ze daar plezier in hebben. Docenten, artsen en verpleegkundigen zijn de afgelopen decennia gedegradeerd tot uitvoerders van beleid en management (in hiërarchische organisaties). Dat moet veranderen: ze moeten weer eigenaar worden van de kwaliteit van hun werk.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologenpraktijk Gerie Hermans, Zorgverzekeringen

‘Youthwashing’

Naast ‘whitewashing’ (iets goedpraten) en ‘greenwashing’ is er nu ook ‘youthwashing’. ‘Big oil’ bedrijven als BP en Shell ontwikkelen programma’s voor kinderen en bieden deze aan in het onderwijs om de fossiele industrie uit het kwade daglicht te halen. Shell doet dit in Nederland.

Sinds Greta Thunberg en andere kinderen zich zijn gaan inzetten voor het klimaat en tegen de opwarming van de aarde, beseffen fossiele bedrijven hoe belangrijk het is om kinderen op andere gedachten te brengen. Hun boodschap is: de fossiele industrie is goed en deze bedrijven hebben het goede met de wereld voor.

Waren fossiele bedrijven eerst bezig de klimaatcrisis te ontkennen, ze gaan nu een stap verder. In dit filmpje ondermeer een stukje toespraak hierover van Greta Thunberg.

De fossiele industrie doet naast ‘youthwashing’ ook aan ‘artwashing’, ofwel sponsoren van musea en aan ‘gaywashing’, sponsoren van ‘pride’ parades. U bent gewaarschuwd!

In het volgende filmpje bedanken Thunberg en David Attenborough elkaar voor hun inzet om de natuur te beschermen en verdere opwarming van het klimaat te voorkomen.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Opvoedkunde, Persoonlijk en politiek, Psychologie en klimaat

Een engel op straat

EEN ENGEL

OP STRAAT

 

LOPEND TUSSEN

DE MENSEN

 

SOMS ZICHTBAAR

SOMS NIET

 

WIE DOOR HEM

WORDT AANGERAAKT

 

SLAAKT EEN ZUCHT

VAN VERLICHTING

 

Gedicht van Robert Grijsen

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologie, proza en poëzie

Therapie is Taal

“Als woorden ontbreken om over een trauma te praten… dan ben je verbannen”.  Manon Uphoff aan het woord op de Parade. Hoe kunnen we een slachtoffer weer als mens zien, hoe kan een slachtoffer zichzelf weer als mens zien en zich verbonden voelen met anderen.

Hier een link naar haar gehele voordracht op de website van Brainwash:

https://www.brainwash.nl/bijdrage/als-woorden-ontbreken-om-over-een-trauma-te-praten

Uphoff komt met drie verhalen om haar punt duidelijk te maken. Het verhaal van Frans Kafka, de metamorfose, het verhaal van Sonali Deraniyagala over de tsunami bij Sri Lanka in 2004, de vloedgolf en een eigen verhaal over een bezoek aan Srebenica in 2004. In alle verhalen komt de vervreemding van degene met het trauma tot uiting; het is een eenzaam bestaan.

Dan komt ze met nog een verhaal met een systemische visie op de behandeling van trauma. We moeten volgens haar het trauma van het individu tot een gemeenschappelijk verhaal maken en het individu niet terugdringen in de rol van het slachtoffer. De titel van dit verhaal is De schapen met de blote billen en het is van de Japanse schrijver Kenzaburō Ōe.

Lees het artikel van Uphoff of bekijk haar voordracht op de Parade: https://www.brainwash.nl/bijdrage/als-woorden-ontbreken-om-over-een-trauma-te-praten.


Ik heb eerder een bericht geplaatst met de titel: Therapie is taal, over narratieve therapie. Mogelijk is dit bericht over schrijftherapie bij trauma nog interessant in dit verband.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie - Trauma, Systeemtherapie

“Het grijpt me aan hoeveel mensen zich verdoven”

Dit zijn de woorden van schrijver/dichter Erik Jan Harmens. Alle vormen van bedwelming intrigeren hem.

Hij hield een interview met zijn vriend en collega Ilja Leonard Pfeiffer maar de rollen werden op een bepaald moment omgedraaid toen Pfeiffer vroeg naar Harmens’ sterke interesse voor dit thema. Pfeiffer is al enkele jaren van de alcohol af, net als Harmens maar het afkicken houdt Pfeiffer niet meer zo enorm bezig. Is het wel goed voor de kunst als je er zo’n belangrijk thema van maakt?

Het blijkt dat Pfeiffer er nog veel interessants over kan vertellen. Hij gaat in op de psychologische aspecten van het stoppen met het drinken van alcohol: “Ik was mijn identiteit kwijt. Het drinken was zo’n deel van mij geworden. Ik wist niet meer hoe ik mezelf moest zijn zonder de drank.” Hij ging op zoek naar een nieuw narratief over zichzelf.

Beide mannen waren het er over eens dat de mensen die ‘ja’ zeggen tegen hun lichaam in de minderheid zijn.

Het interview is een deel van een serie die Harmens maakte voor het dagblad Trouw onder de naam: Onverdoofd. Er worden podcasts van gemaakt. Luister! Er zijn begenadigde vertellers aan het woord.

https://www.trouw.nl/nieuws/onverdoofd-een-nieuwe-podcast-van-trouw-met-erik-jan-harmens~bbf873ef/

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Psychologie, Psychologie, proza en poëzie

“Iedereen heeft last van psychotische wanen”

Aan het woord is psychiater Jim van Os.

Een belangrijk artikel op de web site van Brainwash: Psychiater Jim van Os: Iedereen heeft last van psychotische wanen.

Er stonden voor mij nieuwe woorden in zoals: ‘zuchtigheid’, dit is het lijden aan een abnormale zucht naar zoiets als alcohol of gokken. En het woord: ‘psychotroop’: invloed hebbend op de geest.

Lees dit artikel of luister naar de podcast

Er kan iets veranderen ofwel, je kunt je psychose beïnvloeden, bij het aannemen van een nieuw meta perspectief. Dit is vaak iets wat een willekeurige ander over je zegt. Een ander perspectief dat jouw leven een wending geeeft, een ‘turning point’. Die ander is vaak niet de psychiater die louter vanuit het perspectief van een DSM classificatie spreekt en de daar aan gekoppelde medicatie uitdeelt. De DSM kan de prullenmand in. Hier een filmpje van Jim van Os over dit onderwerp.

En hier een filmpje van psychiater, systeemtherapeut Dirk de Wachter over psychoses. Hij kwam eerder al met ook zo’n mooi nieuw woord: ‘verdrietdokter’.

2 reacties

Opgeslagen onder Psychiatrie, Psychotherapie

Een gevoel van isolement

In een nieuwe bijdrage op De Correspondent van Nina Polak gaat ze samen met filosoof en psycholoog Bert van den Bergh op zoek naar een nieuwe taal rond het verschijnsel depressie. Van den Bergh promoveerde op een culturele geschiedenis van het denken hierover: ‘De schaduw van de zwarte hond. Depressie als symptoom van onze tijd’.

Zwarte hond is een metafoor voor depressie, bedacht door de Britse staatsman Winston Churchill. Matthew Johnstone, een Australisch auteur en illustrator herkent zichzelf terug in deze metafoor en maakte er een treffend stripverhaal over: “Black Dog. Leven met een depressie.” (Acco, 2011). En hier is een filmpje van gemaakt.

Hier volgt een korte versie van de bijdrage van Polak in de Correspondent.

Sociale pathologie

Van den Bergh vindt het belangrijkste kenmerk van depressie: een gevoel van isolement, niet terug in de lijst symptomen van de DSM. Isolement: Het gevoel dat je anderen niet kunt bereiken, dat je eenzaam, geïsoleerd en opgesloten bent in je ervaring.

‘Physically I was not alone, but I felt an immense and aching solitude’, zo schreef de Amerikaanse auteur William Styron in een van de beroemdste depressiedagboeken, Darkness Visible (1990).

Depressief zijn is een persoonlijke ervaring maar de taal waarin depressie besproken wordt is vaak medisch, mechanisch en heeft betrekking op symptomen en niet op de existentiële beleving.

‘Het is zaak’, zo schrijft Van den Bergh in zijn inleiding, ‘om de individuele aandoening te beschouwen als een sociale pathologie: een probleem met een collectieve voedingsbodem. Depressie is een schop tegen onze fundamenten. Het gaat over onze existentie.’

Hiermee schaart Van den Bergh zich bij vakgenoten als Paul Verhaeghe en Dirk De Wachter, die psychische ziekten beschouwen als sociale pathologie, te maken met de tijdgeest. Verhaeghe pleit in zijn laatste boek: ‘Intimiteit’, voor een biopsychosociale benadering waarbij lichaam en geest geen dualiteiten meet zijn. De Wachter heeft het over dè ziekte van deze tijd: het idee dat het leven vooral leuk moet zijn. Ook schaart Van den Bergh zich bij wetenschapsfilosoof Trudy Dehue wiens boek ‘De depressie-epidemie‘, veel invloed heeft gehad sinds het tien jaar geleden verscheen.

De bewering dat depressie een hersenziekte is, is misleidend

Overal zie je de aanname dat depressie een hersenziekte is terug. Van den Bergh haalt de psychiater Kraepelin, een tijdgenoot van Freud, er bij:

‘Als cabaretier Mike Boddé bij Jinek vertelt over zijn depressie herhaalt hij, gevraagd naar wat depressie is, bijna letterlijk wat Kraepelin al schreef in 1883: “Wat een depressie is, is heel moeilijk uit te leggen. Dat weten ze ook nog niet precies. We weten inmiddels dat het waarschijnlijk een hersenziekte is.”

Ook de Hersenstichting herhaalt dit vaak. Depressie is een hersenziekte, je kunt er niks aan doen, horen we een jonge depressieve vrouw zeggen in een recent spotje.

Van den Bergh wil de ervaring van mensen die zich doodziek voelen in hun depressie niet bagatelliseren. Het kan een opluchting zijn om te horen dat je ziek bent. Toch is de bewering dat depressie een hersenziekte is, gezien de huidige stand van onze kennis, misleidend. Het een hersenziekte noemen, is een van vele manieren om de aandoening in een biologisch kader te plaatsen en te suggereren dat de wetenschap op een dag een definitieve, lichamelijke oorzaak zal vinden.

Deze manier van denken is volgens Van den Bergh extra dominant geworden door de ‘DSM-revolutie’. Met het diagnostisch handboek van de psychiatrie, de Diagnostical and Statistical Manual of Mental Disorders, die vanaf de jaren tachtig steeds meer toonaangevend werd, deed het medisch-diagnostisch model van psychische ziekten definitief zijn intrede. De medische benadering ontneemt ons het zicht op de betekenis van de individuele ervaring.

De DSM omschrijft depressie aan de hand van negen symptomen, waaronder ‘somberheid’ en ‘verlies van interesse in bijna alle activiteiten’. Isolementsgevoelens zijn niet geclassificeerd als kernsymptoom, maar als bijverschijnsel. Terwijl uit autobiografische verslagen van depressieve personen blijkt dat verstoorde interpersoonlijke relaties een wezenlijk deel uitmaken van depressies, en er niet alleen een gevolg van zijn.

Van den Bergh denkt dat je dat gevoel van isolement het beste ‘fenomenologisch’ kunt benaderen, dat wil zeggen: kijkend naar de inhoud van de ervaring. En daar helpt de huidige psychiatrische praktijk vaak niet bij.

‘Depressie is formeel weliswaar gecategoriseerd als een stoornis van het gevoelsleven’, zegt hij, maar dat zie je niet terug in de omgang ermee. ‘Waarschijnlijk de meest toegepaste behandeling naast antidepressiva is paradoxaal genoeg cognitieve gedragstherapie, die ingaat op je gedachten.’

Van den Bergh: ‘Of je nu zegt “het is een hersenaandoening, waarvoor je medicatie moet nemen”, of “het is een cognitief probleem van negatieve gedachten, die je kunt ombuigen”; allebei leidt het tot symptoombestrijding, dweilen met de kraan open. Je adresseert niet de diepe ontstemdheid die depressie is.’ Die ontstemdheid tekent onze hedendaagse cultuur.

Wees alleen, wees een winnaar

Hoe cultuur depressie kan voortbrengen, leggen alle critici aan wie Van den Bergh verwant is, op een eigen manier uit. Voor Dehue is depressie de keerzijde van hedendaagse deugden als zelfverwerkelijking en de plicht het lot in eigen handen te nemen. Verhaeghe brengt het in verband met het maakbaarheidsideaal. De Britse Johann Hari noemt depressie een kwestie van verbroken sociale verbindingen.

Voor Van den Bergh heeft het te maken met wat we tegenwoordig zien als het ‘goede leven’, in feite een set etiketten en gedragsnormen die voorschrijven hoe je een succesvol mens moet zijn. De druk van die eisen voelt bijna iedereen – ze maken ons rijp voor depressie.

Wat dat ‘goede leven’ namelijk in ons opwekt laat zich in één woord samenvatten als isolisme – een giftig mengsel van egoïsme en hedonisme.

Je ziet de kern van dat isolisme bijvoorbeeld goed terug in de alomtegenwoordigheid van talentenshows, aldus Van den Bergh, die ook bij de jongste kinderen heel populair zijn. ‘Wat is de boodschap die de kijker aan talentenshows kan ontlenen?’ vraagt hij. ‘Schitter en geniet, ook van je medekandidaten, maar zorg dat ze verdwijnen.’

‘Wees succesvol, wees alleen en wees een winnaar’, kortom.

Van den Bergh: ‘Het is niet voor niets dat de persoon die troont in het hart van onze ultraliberale cultuur zo’n boodschap belichaamt. Donald Trump werd bekend door zijn talentenshow The Apprentice. We worden tegenwoordig allemaal aangesproken als aspiranten en worden geacht ontvankelijk te zijn voor die boodschap.’

‘Depressie is het isolisme dat pijn begint te doen’, zegt Van den Bergh. ‘Het is de erfenis van de jaren zestig en zeventig, en van de jaren tachtig en negentig. De zelfbevrijding van die eerste epoche en de marktbevrijding van het tweede klikten soepel in elkaar. En hier zijn we: een legioen isolisten die massaal last hebben van depressie.’

Van den Bergh haalt Jan Cremer aan, in plat Amsterdams: ‘Je komt alleen, je bent alleen en je gáát alleen. En als je dát maar doorhebt, dan heb je een geweldige tijd.’

‘Dat is onze hedendaagse opdracht’, zegt hij, ‘en die opdracht maakt ons depressief. Het staat haaks op het wezen van de mens. Wat is een mens? “Het niet-vastgestelde dier”, zei Friedrich Wilhelm Nietzsche (1844-1900) De mens is een afstemmingswezen. De mens wordt getypeerd door een fundamentele openheid ten aanzien van de wereld en moet zich aanhoudend afstemmen op anderen en op zichzelf.

‘Wat we een stemmingsstoornis noemen, is dus eigenlijk een afstemmingsstoornis.’

‘Dat afstemmen vraagt namelijk tijd en ruimte die we niet krijgen en nemen in deze hyperdynamische en ultra-individualistische wereld. Onze verhouding tot de wereld is vluchtig en instrumenteel. De depressie-epidemie vraagt om een elementaire en massale herstemming, om herstel van onze ontvankelijkheid en betrokkenheid, op allerlei fronten, op allerlei niveaus, op allerlei manieren.’

‘Anders zal de war on depression nooit ophouden.’

Depressie is een probleem van iedereen

Want door de aandoening massaal te duiden als een hersenziekte, stelt Van den Bergh, brengen we tot zwijgen wat depressie ons wil vertellen. ‘We verweren ons tegen ons eigen verweer.’

Neem Laura van Kaam, zegt hij, die in 2013 The Voice Kids won. ‘In 2016 deelt ze op Facebook dat ze zwaar depressief is. Niet veel later verschijnt ze weer op het podium, maar daarop volgt een suïcidepoging.’

‘Laura zat nog op school toen ze de talentenshow won. In een talkshow legt ze later uit dat ze daarvoor al op een hoog niveau paard reed. Ze zei: we zijn allemaal enorm ambitieus bij ons thuis – niet omdat het móét maar omdat we zo zijn.’

‘Je hoort haar tussen de regels door zeggen dat de prestatiedruk haar te veel is’, aldus Van den Bergh, ‘maar ze zegt het nét niet. Iemand concludeerde in een krantenartikel dat dit soort bekentenissen van bekende mensen zinnig zijn, omdat zo voor iedereen duidelijk wordt dat je depressief kunt zijn en toch op een podium kunt staan. Dat lijkt me nu echt precies de verkeerde conclusie!’

The show must go on, is de boodschap. Wees een winnaar, wees alleen.’ Terwijl de symptomen van je depressie – somberheid, slapeloosheid, schuldgevoel – eigenlijk een waarschuwing zijn: ‘Misschien moet je die show wat veranderen.’

Van Kaam flirt met een maatschappelijke duiding van haar depressie (prestatiedruk) maar uiteindelijk concludeert ze dat ze lijdt aan een individuele ziekte, die genezen moet worden. Juist dat is volgens Van den Bergh zo pijnlijk aan de moderne omgang met depressie.

Want hoewel de ervaring hoogst individueel is, zou het probleem dat niet moeten zijn. Van den Bergh: ‘Er bestaan culturen waarin emotie veel meer als een groepsding gezien wordt.’

Polak vraagt: ‘Maar is het niet ook gewoon veel overzichtelijker voor iemand die lijdt om te zeggen dat het een ziekte is waarvan je zelf kunt genezen? Wat heeft een depressief persoon aan het ingewikkelde boek van Van den Berg, behalve een hoop verwarring? Polak lijkt enige moeite te hebben met de verscheidenheid aan culturele verklaringen die voor depressie worden gegeven.

Van den Bergh geeft een verstandig antwoord: ‘Iets wat ingewikkeld is, moet je niet willen versimpelen. We moeten de complexiteit van het fenomeen depressie aandurven. Het kan troostrijk zijn en je minder eenzaam maken als je je realiseert dat dit complexe probleem iets is wat we delen. En dat het daarmee niet je eigen schuld is. De vervreemding speelt zich alom af en aldoor, iedereen kan daaraan relateren. We zullen ons met z’n allen moeten herschikken.’

Van onderlinge strijd naar solidariteit

‘Gelukkig hebben we een cultuur waarin je die mogelijkheden tot herschikking kunt verkennen’, meent de auteur. ‘Er zijn allerlei manieren waarop je op zoek kunt gaan naar meer verbinding en afstemming.’

De Duitse socioloog Hartmut Rosa, wiens werk van groot belang is voor Van den Bergh, hoopt bijvoorbeeld dat het basisinkomen kan helpen bij het omzetten van de existentiële grondmodus van onze cultuur, van onderlinge strijd naar solidariteit, zodat de diepe angst voor de sociale dood verdwijnt.

Van den Bergh: ’Zulk optimisme hoor ik ook in de verhalen van collega’s als Dehue, Verhaeghe en Johann Hari. Hoewel er geen simpele oplossing bestaat, wijzen ze allemaal in de richting van nieuwe vormen van collectiviteit als tegenwicht voor het dominante ultraliberalisme.’ Zo noemt hij het werk van de Vlaamse historica Tine De Moor, die spreekt van een ‘derde collectieven revolutie’.

Sinds Dehues boek, meent Van den Bergh, beginnen er steeds meer scheuren te ontstaan in het vertrouwen in het ‘DSM-regime’ en de visie op psychisch leed die daarbij hoort. ‘Op allerlei fronten in de geestelijke gezondheidszorg klinken tegengeluiden, waarbij meer aandacht komt voor het unieke verhaal en de individuele ervaring van mensen die lijden.’

Hij haalt hoogleraar Innovatie in de GGZ Floor Scheepers aan, die aan de Universiteit Utrecht onderzoek doet met ervaringsdeskundigen en net als veel collega’s pleit voor het afschaffen van de DSM labels.

Het zijn beginnetjes in het ontwikkelen van een nieuwe taal om over psychisch leed te praten. Een taal waarbinnen de ervaring meer ruimte heeft en het woord ‘diagnose’ een andere betekenis krijgt of wellicht helemaal verdwijnt.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Psychiatrie, Psychotherapie

Zolang je leeft is er de broosheid van het bestaan

Deze week werd de filosoof Awee Prins in het Filmtheater in Hilversum geïnterviewd door de filosofische econoom Arjo Klamer. Georganiseerd door ‘Hilversum in gesprek‘. Een vreemde voornaam, Awee, maar het staat voor A.W. ofwel Arent Weert.

De twee heren kenden elkaar van vroeger. Klamer had zijn aanstelling bij ‘Hilversum in gesprek’ aangenomen op voorwaarde dat hij Awee Prins een keer kon uitnodigen. Bij deze. Klamer stelde een paar goeie vragen maar gaf vooral Prins alle ruimte. En dat verdiende hij, hoewel ik graag een kritische vraag had gehoord over de anti-socialistische Nietzsche en over Heidegger die lid was van de Nazi partij, filosofen waar Prins zich door laat inspireren.

In de video hieronder zegt Prins voor een groot deel dezelfde dingen als in Hilversum. Veel goede oneliners zoals “Meten is weten maar meten is ook, het leven vergeten” en “alle gevoelens zijn gemengde gevoelens”, passeren de revue.


Hieronder een interview uit 2017 van Edith Janstra met A.W. Prins voor het magazine voor religie en samenleving: Volzin.

Prins heeft het in dit interview begrepen op de bekende Amerikaanse hoogleraar maatschappelijk werk, Brené Brown. Psychologen bevelen haar werk aan. Ik doe deze aanbevelingen niet maar wel bekijk ik soms samen met een cliënt een kort tekenfilmpje waarin Brown het verschil tussen sympathie en empathie uitlegt. Dat vind ik een heel leuk en leerzaam filmpje. Brown laat er in zien dat empathisch zijn helemaal niet zo moeilijk is en hoeveel het betekent voor een relatie. Het filmpje is geplaatst bij mijn bericht Afstemmen creëert een band.

Ik ben het met de kritiek van Prins eens – Brown heeft een tik van de Amerikaanse individualistische en ‘positief denken‘ molen meegekregen – maar ben ook blij dat hij haar verdienste ziet.

Lees vooral dit interview met de titel: “Het leven wordt niet beter”.

Heeft de mens eindelijk een manier gevonden om z’n kwetsbaarheid te trotseren, grijpt de filosoof in. “Kwetsbaarheid is geen kracht. Van kwetsbaarheid een kracht maken is een retorische truc om perfectionistische mensen langs een omweg te doen volharden in hun perfectionisme”, zegt Awee Prins.

Dat kwetsbaarheid een kracht kan zijn, wie wil dat niet horen? Brené Brown, Amerikaans hoogleraar maatschappelijk werk, schreef er een bestseller over, in Nederland verschenen onder de titel De kracht van kwetsbaarheid. Meer dan 30 miljoen mensen bekeken intussen op internet haar TED Talk over dit boek.

Wanneer ik het ‘cultboek’ van Brown noem, begint Awee Prins sneller te praten, feller, onverbiddelijk. Verontwaardigd vraagt hij: “En al die mensen die aan hun kwetsbaarheid geen kracht weten te ontlenen, mensen die hun kwetsbaarheid gewoon niet kunnen verdragen? Die de moed verliezen? Falen? Zelfmoord plegen? Die mensen vind ik niet minder belangrijk.”

Awee Prins is universitair hoofddocent aan de Erasmus Universiteit en zijn vakgebied is de fenomenologie, de tak van filosofie die kanttekeningen plaatst bij de manier waarop we de wereld steeds meer rationeel zijn gaan benaderen. Maar de ratio is maar een aspect van het menselijk bestaan, aldus Prins, en daarom ligt hij ‘van huis uit’ in de clinch met het maakbaarheidsideaal en daarmee ook met Brené Brown, die de kwetsbaarheid wil begrijpen en er een positieve draai aan probeert te geven. “Hoewel ik De kracht van kwetsbaarheid een goed boek vind binnen de tsunami van zelfhulpboeken, belazert Brown haar lezers.”

Hoe dan?

“Het is een retorische truc die ze uithaalt, en eigenlijk ook – en dat verwijt ik haar – een gemene streek, om mensen die het gevoel hebben dat ze kwetsbaar zijn en niet genoeg presteren, die door hun perfectionisme worden gesloopt, te vertellen: ‘Dat perfectionisme mag je loslaten en ik ga jullie nu uitleggen dat je daardoor nóg succesvoller kunt worden’.”

Maar als een retorische truc nou helpt…

“Maar het helpt niet. Wij leven nog steeds in de tijd van de Radarmens, zoals beschreven door David Riesman in The Lonely Crowd. Wij zijn constant om ons heen aan het kijken om te zien hoe anderen over ons denken. Neem Facebook. Je kijkt de hele tijd of je wordt geliket. Je bent voortdurend alert, maar ook heel kwetsbaar als je dag in dag uit erkend wil worden.

Laat duidelijk zijn: ik vind het de verdienste van Brené Brown, dat ze oog heeft voor de zwakke kanten van de mens. Ze beschrijft overtuigend dat we in deze tijd onze kwetsbaarheid en angsten overstemmen door druk, druk, druk te worden, krampachtig allerlei netwerken opbouwen, en daarbij desnoods drugs gebruiken of tranquilizers. Het siert haar bovendien dat ze haar eigen ontsporingen niet onvermeld laat. Terecht stelt ze, dat wij ons leven verpesten door veel te hoge verwachtingen en eisen aan onszelf te stellen, en ons teveel vergelijken met anderen. Perfectionisme leidt tot eenzaamheid, schaamte en een gebrek aan betrokkenheid. Dat heeft ze goed gezien, al thematiseert ze niet de topsporters en eenzame wetenschappers die dat allemaal op de koop toe nemen, wat ook niet onbelangrijk is. Maar dat neem ik haar niet kwalijk. Ze zegt: ‘geluk is een kwestie van momenten.’ Dat denk ik ook, en dat betoog ik ook onvermoeibaar: geluk is iets wat je toevalt. Een moment. Niet een toestand. Dus tot zover zijn we het eens. Maar meteen daarna schrijft ze: ‘Laat geluk niet door je vingers glippen!’ En dan komt mijn kritiek. Brown begrijpt niet wat kwetsbaarheid werkelijk is. Ze adresseert met veel mooie woorden de kwetsbaarheid, op een manier waarin iedereen zich herkent, en maakt daar vervolgens een eigenaardige successtory van. Kwetsbaarheid onderkennen zou volgens haar tot een beter, ja, zelfs een ‘bezield leven’ leiden. Dat dit ons zelden lukt en wat dat ‘bezielde leven’ precies is, daarover zegt ze eigenlijk niets. Dat vind ik het ergste.

Brown geeft in haar boek een lijstje van ‘ervaringen die een gevoel van kwetsbaarheid geven’. Daar heeft ze het over ‘ontslagen worden’, ‘zwanger worden na drie miskramen’, ‘de eerste date na mijn scheiding’, enzovoorts. Maar is dat werkelijke kwetsbaarheid? Er zijn vrouwen die in hun jeugd door hun vader zijn verkracht. Er zijn mensen die hun kind hebben verloren. Dat is echte kwetsbaarheid. Die staan niet in haar lijstje. Waarom schrijft ze daar niet over? Er zijn veel mensen die verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt en daardoor het leven eenvoudigweg niet meer aankunnen. Voor hen is De kracht van kwetsbaarheid een klap in het gezicht. Zij zullen er alleen maar verdrietiger en onmachtiger van worden, omdat ze blijkbaar de moed en de kracht niet kunnen opbrengen om te doen wat Brown adviseert: ‘Je emotioneel blootgeven, je onzekerheden trotseren, risico’s nemen.’ Deze mensen, die mij zeer na aan het hart liggen, zullen zich nog meer schamen en nog schuldiger voelen. En ik vind die mensen niet minder belangrijk, interessant, waardig of bezield. Iemand die ten onder gaat, die echt en alleen maar faalt, die zelfmoord pleegt, omdat ie z’n kwetsbaarheden niet aankan; ook voor die mensen had ze haar boek moeten schrijven, ook voor hen had ze ruimte moeten vrijmaken. Ik vind dat Brown er meer oog voor zou moeten hebben dat er geen gebruiksaanwijzing voor het leven bestaat.”

Als u haar dit vertelt, zou ze het dan niet met u eens zijn?

“Weet ik niet, maar ik hoop dat ze zou inzien dat ze verzandt in haar eigen goede bedoelingen. Brown rehabiliteert de kwetsbaarheid. Dat is het goede aan haar boek. Maar ze faalt wanneer ze kwetsbaarheid inzet als een manier om het leven vanuit die kwetsbaarheid te optimaliseren, er beter door te functioneren, sterker te worden, en zelfs gelukkiger te worden. Brown had moeten bedenken: er klopt iets niet in wat ik zeg. Haar truc, hoe ze mensen belazert – en ik gebruik dat woord met opzet – is: ‘Als jij jouw authentieke imperfecte zelf aan de wereld laat zien, dan zal je merken dat je het waard bent om liefde te ontvangen er erbij te horen.’ Kijk, dat wil iedereen lezen! Maar jij en ik weten dat niemand zoiets eenvoudigweg zal meemaken, dat je je imperfecte zelf aan de wereld laat zien en er dan opeens bij hoort. Brown belooft gewoon te veel.

Ik lees haar anders. Volgens mij wil ze vooral dat mensen zich realiseren dat iedereen kwetsbaarheden heeft, en daarmee het voor ons wat makkelijker maken om ons masker te laten zakken en niet langer vermoeid een perfect plaatje van onszelf te laten zien. Wat minder hangen aan wat we denken dat andere mensen van ons denken.

“Helemaal eens, maar dat is niets bijzonders; dat is common sense.”

Maar dat is geen common sense voor heel veel mensen! Haar filmpje over haar boek is een van de best bekeken TED-filmpjes wereldwijd. Psychologen schrijven haar boek voor. Ik lees blogs van normale leuke mensen waarin ze vertellen dat ze huilend haar TED Talk bekijken.

“Er zullen mensen zijn die, wanneer ze hun kwetsbaarheid onderkennen – en ik gun het ze van harte – openhartiger worden, maar er zullen er ook zijn die de moed verliezen. En dan houd ik voet bij stuk: daar had zij ook rekening mee moeten houden. Dat meen ik echt.”

Als haar stelling niet klopt, waarom zijn we daar dan collectief blind voor?

“Omdat haar boek zoveel mooie en naïeve beloften in zich draagt. Brown spreekt van ‘De tien wegwijzers naar een bezield leven’. Maar wat is dat, een ‘bezield leven’? In hoofdstuk 7 spreekt ze met droge ogen over ‘bezield ouderschap’. Kijk, ouderschap is ongelofelijk moeilijk. Een ouder houdt van z’n kinderen en heeft ook soms een hekel aan z’n kinderen; is teleurgesteld in z’n kinderen. En niet minder belangrijk: die kinderen zijn op hun beurt teleurgesteld in hun ouders. Ouderschap is een ongelooflijk complex gebeuren, waarbij het meer gaat om met je kwetsbaarheden om te leren gaan dan om die kwetsbaarheden te gebruiken als een soort reservoir, een basiskamp van succes-expedities. ‘Bezield ouderschap’ vind ik een bedenkelijk toverwoord, waarbij iedere ouder denkt: ‘Wauw, dat moet ik hebben, bezield ouderschap!’ En dan heb je die ónuitstaanbare puber in je kamer die níks wil en die nérgens zin in heeft. Ik denk dat je veel beter zo’n kind in z’n onmogelijkheid kan dulden dan dat je daar dan ineens een semantische deken van bezield ouderschap overheen gaat leggen.”

Wat moeten we wel doen?

“Als ik college geef en het gaat over een moeilijk onderwerp zeg ik op een gegeven moment tegen mijn studenten: ‘Er zijn nu zijn er een aantal van jullie die in radeloosheid denken dat ze de enige zijn die het niet begrijpen, iedereen om je heen zit braaf te schrijven. Maar ik verzeker je, de helft van de aanwezigen snapt het ook niet.’ Waar het om gaat, is schik krijgen in je eigen kwetsbaarheid en in de kleine waanzin en rare dingetjes die we allemaal hebben. Let wel, en dit is volgens mij van groot belang: ik denk niet dat het leven mooier wordt als je je beseft dat je broos bent. Kwetsbaarheid vind ik daarom ook niet zo’n geschikt woord. Broos-zijn is ruimer. Zachter. Er zit ook de eindigheid in. Wij zijn altijd breekbaar. Zolang je leeft, is er de broosheid van je bestaan.”

Van wie heeft u dat geleerd?

“Van Nietzsche, opmerkelijk genoeg, die geheel ten onrechte als de filosoof van de ‘sterke mens’, de ‘Übermensch’ wordt gelezen. Dat is onzin: Nietzsche kende als geen ander de broosheid van het menselijk bestaan. Maar mijn echte held is Dostojevski, die in al zijn romans laat zien dat de mens het meerstemmige dier is, het polyfone subject. We kunnen de mens niet definiëren. Wij worden allemaal opgeleid met het idee dat er een ego is, een ik, een identiteit. Allemaal nonsens. Het is allemaal veel vager.
Er is een zin bij Dostojevski waarin hij over iemand schrijft dat je niet weet of hij ‘op pelgrimstocht zal gaan naar Jeruzalem of dat hij z’n geboortedorp in brand zal steken’. En hij voegt er aan toe – en dat is de grootsheid van Dostojevski – ‘misschien doet hij het wel allebei’. De mens is wezenlijk polyfoon, meerstemmig. Alle gevoelens zijn gemengde gevoelens, alle gedachten zijn gemengde gedachten. Dat zie ik bij Brené Brown niet terug. Zij kent alleen rood en grijs, kracht en kwetsbaarheid.”

Wat bedoelt u met gemengde gevoelens?

“Nou, als jij zegt tegen iemand ‘ik houd van je’, dan zit daar ook een dimensie in van domme zelfzucht, van hoop, onzekerheid, afgunst, jaloezie, en de angst diegene kwijt te raken. Dat loopt allemaal door elkaar heen. Wij leven nog steeds in de tijd van Descartes; wij geloven in welonderscheiden, meetbare gedachten. Maar alle gedachten zijn gemengde gedachten. Het is heel gek dat wij met elkaar hebben besloten, en alle universiteiten stralen dat uit, dat wetenschap een soort summum is van de manier waarop je de wereld kunt vatten. Maar waarom zou de kunst dat niet zijn? Of de liefde? Of het geloof? Misschien ben je de wereld veel meer nabij wanneer je gelooft en je naaste liefhebt, dan wanneer je wetenschap bedrijft. Waarom zouden we al onze kaarten op het verstand zetten? Het verstand is maar een manier van je tot de wereld verhouden.

Wanneer zijn we zo gaan denken?

“‘Vertrouwen op je verstand’ is het adagium van de Verlichting, dus het speelt al vanaf de achttiende eeuw. Het is ons ‘verstand van de dag’. Wij spreken in de media vaak meewarig van de ‘waan de dag’, maar veel hardnekkiger en lastiger is het ‘verstand de dag’ dat ons beheerst: dat wij de wereld kunnen begrijpen en naar onze hand kunnen zetten. En hoewel Brown ook ons gevoel en onze kwetsbaarheid in het spel brengt, roept ze ons toch vooral op om dat gevoel te doordenken, te begrijpen, te evalueren en productief te maken: onderken je kwetsbaarheid, begrijp je kwetsbaarheid en je leven zal beter worden. Daar valt veel op af te dingen. T.S. Elliot kaart in The Waste Land, een meer fundamenteel probleem aan, de uitzichtloosheid:

What shall I do now? What shall I do?
I shall rush out as I am, and walk the street
With my hair down so. What shall we do tomorrow?
What shall we ever do?

Onze huidige ‘menselijke conditie’ is: Er is geen werkelijk doel in het leven, in elk geval geen hoger doel. Dus hebben we een cultuur ingericht die op zelfbevestiging en vermaak is gericht en die de zwaarte van het leven zo min mogelijk wil onderkennen. Vandaar ook die gekkigheid met euthanasie aanvragen als je vindt dat je leven ‘voltooid’ is. Dat klinkt mooi. Verstandig. Net als bij Brené Brown: kwetsbare mensen, bezielde mensen, betekenisvol leven, en als dat allemaal niet meer lukt: een exit-pil. Maar is er iemand die werkelijk weet wat een ‘voltooid leven’ is?
Elke cultuur en elke historische periode maakt zichzelf iets wijs. Wij maken onszelf in deze tijd wijs dat het leven leefbaar en maakbaar is. Maar dat is helemaal niet waar. Er gaan zoveel dingen mis in een mensenleven. Mijn vrouw is twee jaar geleden overleden. En ik blijf maar moedeloos. Ik kan eenvoudigweg niet omgaan met deze nieuwe ‘kwetsbaarheid’ in mijn leven. Mijn huisarts zei tegen me: ‘Zou je niet aan de antidepressiva gaan?’ Ik voel me daardoor aangesproken; ik merk dat ik het heel vervelend vind dat ik meer kwetsbaar dan ooit ben, niet meer sterk ben, dat ik niet meer graag naar vergaderingen ga, veel minder plezier heb in college geven. Dus ik sta in de verleiding van het verstand van de dag. Gelukkig ben ik zo wijs om te weten dat antidepressiva niet helpen. Alleen de bijverschijnselen zal je krijgen. Elke weldenkende arts is het daar ook mee eens. Ze weten dat bij antidepressiva het placebo-effect bijna even hoog is als het werkelijke effect. Dat vind ik overigens een mooi verhaal, een broos verhaal. Wij zijn zulke rare wezens dat wanneer iemand ons een pilletje geeft wat gewoon een snoepje is en erbij zegt ‘nu ga je het licht in je leven weer zien’, wij het licht weer gaan zien.

Is dat troostend?

“Nee… nee. “ (Lacht).

Helpend op z’n minst?

“Nee, maar laten we in het geheel niet de fout maken om troost te zoeken. Of verlossing. Je moet topisch worden, daar gaat het om. Je bent dan niet meer voortdurend utopisch. Je maakt niet meer de fout te denken dat het aan de andere kant beter is. Waarschijnlijk kunnen we dat utopische moment nooit van ons afschudden. Er is immers altijd zoiets als een toekomst. We zullen altijd over de toekomst nadenken en er op anticiperen. Maar de utopische dimensie in ons leven is in onze tijd buitenproportioneel groot. De meeste mensen plannen liever een vakantie dat dat ze op vakantie zijn.
Mijn adagium is: ‘Het wordt niet beter en het kan niet beter’. Wij leven nog steeds – dus het gaat verder terug dan de Verlichting! – in het visioen van Plato, dat er een ontsnapping bestaat uit het schaduwrijk van de grot. Dat weerklinkt in ons huidige hardnekkige streven naar ‘vooruitgang’. Maar het leven wordt niet beter. Het loopt af. We zijn sterfelijk. Dat moeten we eindelijk eens werkelijk leren denken: topisch worden. Ik weet overigens niet of Eckhart Tolle daar een bijdrage aan levert met zijn boek De kracht van het nu. Er is geen ‘kracht van het nu’, net zoals er geen ‘kracht van de kwetsbaarheid’ bestaat. Wij zijn existerende wezens, wij staan in het broze ogenblik van het nu uit naar het verleden, en naar de toekomst. Je kunt het nu niet idealiseren. Je kunt het verleden niet idealiseren en je kunt de toekomst niet idealiseren. Je kunt en moet niets idealiseren.”

Wat stelt u voor?

“Ik stel niets voor. Ik heb geen recepten voor het leven, maar ik wil graag mijzelf en anderen aanmoedigen om ontvankelijk te blijven voor het geluk en de betekenissen die je in dit broze leven bijwijlen kunnen toevallen. Als ik al iets wil, dan is het dat mensen indachtig worden omtrent wat het betekent om te leven en – nog belangrijker – met en voor anderen te leven. Kwetsbaarheid is daarbij een gegeven, geen kracht.”

Paspoort Awee Prins (Rotterdam-Hilligersberg, 1957) is filosoof en doceert Fenomenologie & Hermeneutiek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
● Studeerde filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit van Amsterdam.
● Maakte naam met zijn boek Uit verveling (Klement, 2007); dit voorjaar verscheen daarvan de negende druk.
● In 2018 verschijnt bij uitgeverij De Bezige Bij zijn nieuwe boek Broos denken, over een filosofie van de hartelijkheid.
● Is een kenner van het werk van Martin Heidegger.
● Stichtte met zijn collega Henk Oosterling aan de Erasmus Universiteit het Centrum voor Filosofie en Kunst.
● Is aan de Erasmusuniversiteit hoofd van de Honours Academy.
Awee Prins woont in Rotterdam, is weduwnaar en heeft twee volwassen kinderen.


Wat mij de kunst lijkt is hoe we onze kwetsbaarheid of broosheid kunnen verdragen. Hier lijkt Prins ideeën voor aan te dragen in het interview ook al heeft hij geen recept. We moeten in ieder geval ophouden met idealiseren: Niet utopisch maar topisch worden. We moeten ons niet alleen op de wetenschap richten maar ook op de kunst, het geloof en de liefde. Hij komt met het gedicht van de dichter T.S. Elliot waarin het gaat over het gevoel van uitzichtloosheid: “What shall we ever do.” Misschien helpt deze regel nog wel het meest want hij geeft ons het gevoel dat we niet alleen zijn.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Psychologie