Psychologenpraktijk Gerie Hermans

Gerie Hermans is een volgens de wet BIG (Beroepen Individuele Gezondheidszorg) geregistreerde GZ – psycholoog (Gezondheid Zorg – psycholoog), Orthopedagoog en erkend Systeemtherapeut. Als verzekerde hulp valt deze praktijk onder de wettelijke basis geestelijke gezondheidszorg (basis-GGZ). De praktijk wil desondanks zoveel mogelijk vrij blijven van de gezondheidsindustrie en bureaucratie zoals die door de overheid en de zorgverzekeraars opgelegd worden.

Voor wie

Voor jongeren, volwassenen, partners en gezinnen die psychologische en systeem-therapeutische behandeling zoeken bij problemen met de opvoeding, de relatie of de persoonlijke ontwikkeling. Voor mensen die graag te maken hebben met een psycholoog die een voorloper is in het behouden van beroepseer, gelijkwaardigheid en privacy in de GGZ.

You can also have therapy in English. I worked and lived in Australia for twelve years.

Waar

Bereikbaar op telefoonnummer: 035-6210745

Per e-mail: geriehermans@planet.nl

Werkzaam in praktijk aan huis gevestigd in het centrum van Hilversum: Ruitersweg 49B

Wachttijd is 2 à 3 weken.

Visie

Psychische klachten staan niet op zichzelf. Dikwijls hebben de klachten of problemen te maken met de situatie waarin iemand leeft. Een goede therapeut kan inzoomen maar heeft ook een flinke groothoeklens. Door psychische klachten in een bredere context te plaatsen kan men zelfs een dieper begrip van de klacht krijgen.

Relaties, gezin en verdere omgeving vormen een systeem en mensen komen sneller uit de problemen met hulp die daar aandacht voor heeft. Het (gezins-)systeem kan een stelsel zijn voor genezing en groei van al zijn leden. Systeemtherapie gaat over interacties en relaties, over context en levensfasen. Anders gezegd: ‘Het probleem zit niet tussen de oren maar tussen de neuzen…’

Meer over deze visie is te vinden op de website van mijn beroepsvereniging: de Nederlandse Vereniging voor Relatie- en Gezinstherapie, de NVRG. Daar vindt u twee filmpjes van de NVRG over relatietherapie en gezinstherapie.

Mijn benadering van de hulp

– Hoogwaardige en duurzame psychologische zorg. We gaan in op dieperliggende, structurele en contextuele achtergronden van de problematiek waardoor u een echte positieve en blijvende verandering gaat ervaren zodat u minder beroep hoeft te doen op de gezondheidszorg.

– Geen bureaucratische ‘zorg-producten’ of ‘behandel-protocollen’ maar hulp specifiek op u, uw situatie, uw geschiedenis maar vooral op uw toekomst toegesneden. Zorg op maat.

– Psycholoog en cliënt zijn gelijkwaardige gesprekspartners. Er is geen medisch-lineaire, klinische of gezagsrelatie. Problemen worden niet ingekaderd als een ziekte of stoornis waar de dokter of de psycholoog over gaat. We werken toe naar een beter gevoel voor eigen vragen, eigen kracht en eigen oplossingen. U blijft de eigenaar van uw eigen veranderingsproces. De therapeut is deskundig maar niet de expert over uw leven.

– Soms zijn de tijden tussen de consulten langer zodat u op uw eigen tempo naar verandering toe kunt werken: Langdurige korte therapie.

– Korte communicatielijnen. Doorverbinden is er niet bij. U wordt niet behandeld door een lager (hbo) opgeleid iemand die onder een geregistreerd iemand werkt tegen een lager loon, zoals bij veel GGZ instellingen en huisartsenpraktijken het geval is.

– Mijn eigen functioneren krijgt voortdurend aandacht en verdieping via intervisie met collega’s in de regio en daarbuiten, via supervisie, leertherapie, na- en bijscholing.

Methoden

Systeemtherapie; technieken uit de contextuele, structurele, emotie-gerichte, oplossings-gerichte en narratieve therapie worden toegepast. Verschillende perspectieven op de kern van het probleem worden onderzocht waardoor blijkt dat er vele ingangen mogelijk zijn. Duidelijk wordt hoe het probleem in stand gehouden wordt door huidige posities, relaties en interacties. Er wordt gewerkt aan het horen van iedereen door iedereen. Wat kunt u leren van het probleem? Unieke situaties wanneer het probleem niet speelt worden onderzocht. Door te oefenen met nieuwe posities, relaties en interacties komt verandering op gang en zo wordt het probleem opgelost.

Individuele psychotherapie en cognitieve gedragstherapie. Therapie met expressieve middelen zoals schrijven, tekenen, poppetjes, rollen-spelen, enz.

Diagnostische hulpmiddelen

– Gesprekken. Een deel van het diagnostisch proces bestaat uit het verruimen van het denken over wat het probleem is.

– Intelligentieonderzoek

– Persoonlijkheidsonderzoek

– Studie- en beroepskeuze onderzoek

IMG_2174

Werkplek

Contract-vrij

De praktijk sluit bewust en uit principe geen contracten af met zorgverzekeraars (voor meer info: de contract-vrije psycholoog en zorg voor kwaliteit). Voornaamste punt van kritiek op de contracten met zorgverzekeraars is dat het verplicht tot medewerking aan het huidige zorgstelsel waarin de zorgverzekeraars steeds meer macht krijgen. Het contract tussen zorg-verlener en cliënt raakt steeds meer op de achtergrond. Ik kies er voor om louter een contract met mijn cliënt(systeem) te hebben.

Het zorgstelsel is momenteel een op winst gericht, bureaucratisch en geldverslindend systeem waarin de regie over de zorg steeds meer bij de professional wordt weggehaald. Zorg-cowboys adviseren instellingen hoe ze op zijn ‘slimst’ kunnen declareren. Zorgverzekeraars exploiteren zorg-verleners en belasten zorg-verleners met tijdrovende administratie. Geld is een doel geworden.

Het voordeel van contract-vrij werken is dat de facturering via de cliënt verloopt zodat de cliënt niet alleen de controle behoudt over privacy-gevoelige informatie maar ook over datgene wat in rekening wordt gebracht. Het nadeel is dat de cliënt een deel van de behandeling zelf moet betalen (als er sprake is van een natura-polis) maar daardoor raakt de cliënt ook meer verbonden bij de behandeling. De cliënt zal er sterker op gericht zijn om er uit te halen wat er in zit. Dit staat garant voor een dynamische werkrelatie.

Vrije keuze

Zorgverzekeraars zijn ondanks het contract-vrij werken van mijn praktijk nog steeds wettelijk verplicht om de kosten van de psychologische hulpverlening van een BIG geregistreerde GZ psycholoog te vergoeden. De beroepsregistratie en kwaliteit is bij contract-vrij werkenden dezelfde als bij gecontracteerde psychologen. Minister Schippers doet erg haar best om aan de vergoeding van deze onafhankelijke manier van werken en de vrije keuze in de zorg een eind te maken maar dit is haar nog niet gelukt.

Met name in de geestelijke gezondheidszorg is de vrije keuze belangrijk omdat het contact tussen hulpverlener en cliënt cruciaal is voor het slagen van de behandeling. Met een restitutie-polis heeft u altijd vrije keuze en krijgt u alles vergoed.

Privacy

Mijn werk als hoofdbehandelaar in een zelfstandige praktijk valt onder de basis GGZ. Dit is een nieuwe, ingewikkelde regeling waar veel bureaucratie bij komt kijken en die de privacy nagenoeg onmogelijk maakt. In mijn praktijk wordt daarom gewerkt met een privacy-verklaring die al mijn cliënten kunnen ondertekenen. In de loop van 2017 zal er mogelijk bij de intake tevens gevraagd worden of u de ROM privacy verklaring wil ondertekenen.

Geheimhouding is een recht van de cliënt. Dientengevolge is het mijn plicht om dit recht niet te schenden. Leveren van informatie zonder toestemming van de cliënt is strafbaar.

Zie ook Privacy.

Kosten en vergoeding door de zorgverzekeraar

Gerie Hermans is een BIG geregistreerde GZ (gezondheidszorg) psycholoog. Het uurtarief voor 2017 is € 94,- (een uur bestaat uit ¾ contact en ¼ voorbereiding).

Per maand ontvangt u een voorschotnota die u zelf voldoet (zie aanmeld-formulier). Na afloop van de behandeling volgt er een eindfactuur met alle informatie die nodig is voor een vergoeding van de kosten door uw zorgverzekeraar. Wanneer u een restitutiepolis heeft, wordt het volledige bedrag vergoed. Hier een overzicht van echte restitutie polissen. Hier een overzicht van vergoeding door de zorg-verzekeraar bij niet gecontracteerde psychologen. Uw zorgverzekeraar zal in alle gevallen uw eigen risico aanspreken.

Zie ook Kosten

Vergoeding van Jeugdzorg door de Regio Gooi en Vechtstreek in 2017

De enige uitzondering die ik maak op het contract-vrij werken is mijn contract met de Regio Gooi en Vechtstreek voor de Jeugdzorg. Is de aangemelde cliënt onder de 18 jaar en woonachtig in de Regio Gooi en Vechtstreek dan bestaat de mogelijkheid dat de praktijk de kosten voor de behandeling declareert bij de Regio. Hieronder vallen de volgende gemeenten: Blaricum, Bussum, Eemnes, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp en Wijdemeren. Gebruik in dit geval het speciale aanmeld-formulier Jeugdzorg.

Mijn praktijk is aangesloten bij de groep vrijgevestigde Kinder en Jeugdpsychologen in het Gooi.

‘Flip the system’

Psychologenpraktijk Gerie Hermans heeft de missieverklaring van de Stichting Beroepseer ondertekend. Het alternatief voor het marktdenken in de zorg en het onderwijs wordt door deze stichting benoemd als ‘flip the system’ en houdt in: kleinschalige, platte organisaties waar professionals met beroepseer werken die zelf hoge kwaliteit nastreven in het belang van hun patiënten, studenten en leerlingen omdat ze daar plezier in hebben. Docenten, artsen en verpleegkundigen zijn de afgelopen decennia gedegradeerd tot uitvoerders van beleid en management (in hiërarchische organisaties). Dat moet veranderen: ze moeten weer eigenaar worden van de kwaliteit van hun werk.

 

 

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologenpraktijk Gerie Hermans, Zorgverzekeringen

Het kind in de systeemtherapie

Dit is het thema van de eerste dag van een cursus die ik momenteel doe. We moeten er aardig wat vakliteratuur voor lezen. Gelukkig had ik er meteen iets aan voor de dagelijkse praktijk. Alleen al het voorwoord van John Burnham bij het boek van Jim Wilson: ‘Child-focused practice. A Collaborative Systemic Approach’ was inspirerend.

Burnham belooft in zijn voorwoord namelijk dat Wilson verder zal gaan dan het beschrijven van verschillende therapeutische technieken. Hij zal ook schrijven over wat je als therapeut achteraf leert van een sessie, hij zal het hebben over het stoppen van een sessie als je die niet productief vindt, over hoe je je eigen tekortkomingen kunt toegeven zonder het vertrouwen van de cliënt kwijt te raken, over hoe je eigen ervaringen kunt delen, enz. Al deze niet zozeer technische zaken houden me inderdaad bezig.

Maar Wilson zal wel degelijk therapeutisch gereedschap aanreiken vooral om op een zodanige manier met kinderen te werken dat hun mogelijkheden om invloed uit te oefenen op hun eigen leven bevorderd worden en ook om op een manier met volwassenen te werken dat hun vaardigheden om voor kinderen te zorgen nieuw leven krijgen ingeblazen en natuurlijk zal hij het hebben over hoe je ruimte kunt scheppen voor een betere communicatie tussen kinderen en volwassenen.

Ik pluk een aantal dingen uit de eerste hoofdstukken die een gezinstherapeut verder op weg kunnen helpen.

  • Hoe je over een gezin nadenkt wordt niet alleen bepaald door wat de ouders jou er over vertellen.
  • Het verhaal van de ouder moet niet de enige waarheid worden.
  • Welk woord geeft het kind aan het probleem?
  • Niet alles wat je tijdens een sessie opmerkt hoef je meteen naar voren te brengen.
  • Probeer een algemeen beeld van het leven van het kind te krijgen.
  • Probeer het verlangen van de ouder om de problemen van het kind te beschrijven uit te stellen.
  • Praat over hun leven binnen en buiten het gezin.
  • Hoe vinden ze het om hier te zijn?
  • Probeer een beeld te krijgen van de sterke punten van het gezin.
  • Verwacht niet dat kinderen het over hun gevoelens zullen hebben.
  • Vraag het kind eerst of je het kunt hebben over een pijnlijk onderwerp.
  • De eigen beschrijving van de zorgen die het kind heeft kun je verweven met die van de andere gezinsleden.

Een mooie beschrijving van een stukje gesprek:

One reluctant young teenage boy was brought to therapy by his mother but refused to be drawn into ‘problem talk’, despite his mothers prompting. I quickly turned my attention to non-problem areas of his life. I asked if I could hear more about his life “to help me get a bigger picture”. He reluctantly agreed and after some prompting he told me that one of his pastimes was playing the guitar. I secretly lit up inside because playing the guitar is one of my personal passions and asked him more about his interest in music. He described a number of musicians from an era well before he was born. When I asked him how he became so interested in music, he explained that his father had given him many records which he still listened to. This allowed the beginnings of a discussion about the importance of his father: he had committed suicide eighteen months earlier, and since then the boy had not talked to anyone about his relationship with his father.

Wilson neemt nogal wat gesprekken op en legt uit aan de gezinnen dat de opnames hem helpen om te kijken naar hoe hij met hen praat. Eerst vraagt hij hier natuurlijk toestemming voor. Enkele grondregels zijn voor hem dat iedereen het recht heeft om mee te praten maar ook om te zwijgen. Het is maar goed ook dat de meeste mensen goed nadenken over aan wie ze hun zorgen vertellen!

Je mag als therapeut niet in de ‘expert’ positie gaan zitten die de kinderen wel eens aan het praten zal krijgen omdat je de ouders niet teleur wil stellen. Therapie moet niet een krenkende of tenenkrommende ervaring worden. Je kunt wel zoeken naar andere woorden die achter de verwijten liggen. Want verwijten zijn er vaak.

Basisregels

Als er veel verwijten zijn kun je familieleden een keer apart uitnodigen. Wilson wil eventueel wel de scheidsrechter zijn maar als de regels van de scheidsrechter worden overtreden en er aan de verwijten geen einde komt dan stopt hij de sessie. Je hoeft als therapeut geen held te zijn.

Je onderzoekt hoe de verschillen of conflicten geuit kunnen worden en hoe deze nuttig kunnen worden. Waar je op moet letten is dat sommige manieren van praten vernederend kunnen zijn of een gezinslid ernstig in verlegenheid kunnen brengen en hier ligt dan ook een grens of grondregel waaraan je iedereen moet houden. Mochten deze basisregels zijn overtreden dan kun je daarvoor je verontschuldiging aanbieden. Je hoeft hierbij andere gezinsleden niet te beschuldigen; je kunt gewoon toegeven dat jij een therapeutische vergissing maakte zonder daarin jezelf weer te vernederen. Vergissen is menselijk.

Als de gemoederen hoog oplopen en je jezelf ‘niet meer kunt horen denken’ maak je enkele kalmerende gebaren of opmerkingen, ga je zachter praten en herinner je iedereen nog even aan de basisregels zoals dat er zo weinig mogelijk door elkaar gepraat wordt en dat jij als therapeut niet naar iedereen tegelijk kunt luisteren en niet alle details kan onthouden.

Vragen die je aan kinderen kunt stellen

Open vragen zijn voor kinderen moeilijker dan meer-keuze vragen. Een leuke meerkeuze vraag van Wilson aan een 11 jarig meisje:

Clare, do you think that being brought here was more like being brought to see the headmaster for doing something wrong… or the dentist because you had a toothache… or would be a little bit worrying but sort of OK… or something else?

Als je toestemming hebt om over pijnlijke dingen te vragen kun je nog vragen of je vraag OK is of stom. Je kunt vragen hoe het kind er over praat met zijn vrienden. Je moet niet gaan interpreteren maar je mag wel raden naar emoties of gedachten. Over de vader die zelfmoord pleegde (zie hierboven) vroeg Wilson:

“I imagine your dad must have been very unhappy with himself to decide he would take the pills.”

“I imagine he locked himself in the bathroom so nobody would be able to stop him from swallowing them. He must have been sure he wanted to take them.”

Je kunt wel raden naar emoties maar je mag niet dramatiseren. Eventueel kun je gevoelens opschrijven in een wolk boven een tekening van de familieleden. Zo worden de gevoelens los gezien van het individuele gezinslid en worden ze een systemisch fenomeen. Een wolk is een mooie metafoor want een wolk kan ook weer overwaaien, leeg regenen of opgelost worden door zonneschijn. Je kunt het over gevoelens hebben met werkwoorden en vragen naar wat het kind doet als het verdrietig of boos is. Geef kinderen altijd de mogelijkheid om niet te antwoorden op een vraag.

Vertalen in kindertaal

Er is een verschil tussen de taal van volwassenen en kinderen. De betekenis van volwassen woorden kan zelfs duidelijker worden in kindertaal. Bijvoorbeeld:

Appropriate                                       ‘right thing to do’

Appointment                                     ‘when we meet again’

Boundary                                            ‘not giving in, saying ‘yes’ or ‘no’

Anxious                                               ‘worried, nervous’

Depression                                         ‘sad, down’

Confusion                                           ‘just don’t know what to think’

Communication                                ‘talk’

Relationship to                                  ‘how you get on with’

Reflecting Team                                ‘our listeners’

Speculation                                         ‘guess’

Acting out                                            ‘what you do when you have a problem’

Reflection                                            ‘what i think, feel’

Context                                                 ‘all the things and people important to us’

Genogram                                            ‘family tree’

Interaction                                           ‘what he or she does and what you do back’

Outcome                                               ‘what happened at the end’

Help mensen als therapeut om te bedenken dat je kunt verschillen van de anderen in het gezin zonder dat men daarom niet meer van je houdt. Vraag: Hoe kun je verschillen en toch om elkaar geven?

Je kunt raden naar de reactie van een ander, hoe een soortgelijk probleem in de toekomst opgelost gaat worden, raden naar wat er moet gebeuren zodat het probleem verdwijnt, raden naar wat het gezin gaat doen als het probleem is opgelost, raden naar hoe er met een probleem zou zijn omgegaan in de tijd dat de ouders zelf jong waren. ‘Wat als’ vragen tillen gezinsleden op naar een ander tijdsbestek.

Je kunt vragen naar de sterkte van een probleem op een schaal van 1 tot 10. Je kunt gebruik maken van metaforen in je vragen. Een jongen van 12 had schuldgevoelens die bij elkaar wel een ton wogen. De volgende sessie vroeg Wilson of de jongen nog wat had kunnen wegbikken van het gewicht. In een gezin waar de vader ergens anders is gaan wonen brengt Wilson in dat in die situaties gezinsleden zich vaak voelen alsof ze in het diepe gegooid zijn. Aan een van de kinderen vraagt hij: “Hoe diep denk je dat iedereen zich erin gegooid voelt?” “Is je vader aan het rond spartelen, naar adem happend of zwemt hij ver vooruit je?” “Heb je het gevoel dat je bijna verdrinkt of ben je bezig naar het ondiepe te zwemmen?”

Wilson gebruikt de metafoor van twee eilanden: ‘Lost Island’ en ‘Found Island’, en hij tekent twee grote cirkels op een vel papier. Iedereen kan potloden pakken. Nadat ze hebben getekend wat er op die eilanden te vinden is begint hij samen met het gezin een brug te tekenen tussen de twee eilanden… Hoe ziet die brug er uit? Hoe groter de verschillen hoe mooier de brug?


 

We kregen een artikel van Peter Rober te lezen: ‘Kindertekeningen in de gezins-therapeutische sessie’ uit het Tijdschrift voor Systeemtherapie, 2006, jaargang 16, nr 4.  Rober biedt een dialogische benadering van het onderwerp. Gezinstherapie is volgens hem een dialoog over dingen die moeilijk zijn. Hij wil ruimte maken voor dingen die nog niet gezegd zijn.

Dialogisch in dit geval is dat niet zozeer de achterliggende betekenis die de expert heeft van de kindertekening van belang is, maar dat de dialoog tussen alle betrokkenen over de betekenis van de tekening van belang is. De therapeut probeert een gesprek op gang te krijgen waarbij zoveel mogelijk betekenissen ruimte krijgen. Je bent nieuwsgierig en wil graag over de tekening praten. Je geeft je associaties bij de tekening en het kind kan afwachten of reageren. Dit is veiliger dan een ondervraging over de tekening. Welke associaties hebben de anderen? Dan vraag je naar de relevantie voor de therapie.

Rober heeft ook een dialogische visie op communicatie. Taal is een instrument om ons samenleven te structureren en onze handelingen te coördineren. De therapeut gaat niet in op de inhoud maar bouwt het verhaal van het gezin uit. Begrijpen is praktisch verder kunnen uitwisselen. Is een emotie bespreekbaar? Je ontwikkelt samen met het gezin een context van veiligheid waarin onzekerheid verdragen kan worden en exploratie mogelijk is.

De therapeut nodigt uit om samen betekenissen te onderzoeken maar er is ruimte en aandacht voor aarzelingen.


Ook lazen we van Diane Gehart: ‘Creating Space for Children’s Voices: A Collaborative and Playful Approach to Working with Children and Families’. Gehart maakt er net als Wilson een punt van dat we ruimte moeten maken voor de kinderstem in plaats van dat we ouders laten vertellen hoe lastig hun kind is.

Kinderen hechten andere betekenissen aan gebeurtenissen dan volwassenen en kinderen willen niet praten maar iets doen, iets meemaken. Naast woorden hebben ook handelingen betekenis. Kinderen leren wat OK is en leren sociaal te navigeren door acties en reacties.

Door acties en reacties, over en weer, creëren mensen, meestal zonder dit te beseffen, een voortdurende zee aan mogelijkheden en beperkingen, aan privileges en aanspraken, aan feedback, enz. In de kindertijd leren we dit door acties en later meer door woorden. Gezinstherapeuten zouden minder afhankelijk van woorden moeten worden.

Kinderen zijn het ‘gezonde verstand’ nog aan het ontwikkelen. Het gebrek aan ‘gezond verstand’ moet gezien worden als een bron van verandering. De therapieruimte moet kindvriendelijk zijn. We moeten de tijd nemen om naar het kind te luisteren. De therapeut moet echt nieuwsgierig zijn naar het wereldbeeld en het perspectief van het kind en niet in de expert positie gaan zitten. Hoe geeft het kind betekenis aan zijn ervaringen, zowel binnen als buiten het gezin?

De therapeut mag komen met gepaste maar ongewone reacties want die kunnen leiden tot reflectie of tot nieuwe zienswijzen. Die ongewone reacties hoeven niet verbaal te zijn, soms teken je iets, of schrijf je een woord op een bord of zeg je iets tegen een pop of maak je gebaren. Als je met een kind of een puber het gevoel hebt de plank mis te slaan vraag dan of het wel gaat over waar het over moet gaan.

Unieke wijzen van vertellen vinden plaats in een zandbak, een tekening of een poppenhuis. Soms wordt daar de interne dialoog zichtbaar. Gehart maakt gebruik van samen gemaakte bordspelen waarbij gezinsleden zelf gemaakte opdrachten krijgen of vragen moeten beantwoorden als ze op een bepaald vakje komen met hun pion. Opdrachten kunnen zijn: Vertel een leuke familieherinnering, deel iets van wat je waardeert in een ander familielid. Vragen kunnen zijn: Wat hoop je ten aanzien van…? Wat is je grootste zorg over…? Je kunt gebruik maken van poppen en rollenspelen.

Als gezinsleden elkaar niet laten uitspreken kun je een bal gebruiken. Wie de bal heeft mag spreken.

Expressie in tekeningen of klei resulteren in beelden die meer zeggen dan 1000 woorden. Eindeloze en wonderlijke mogelijkheden komen voort uit de kinderstem.

1 reactie

Opgeslagen onder Systeemtherapie

Een nieuw boek van Griet op de Beeck over incest

Het is geen autobiografie maar Op de Beeck weet waarover ze het heeft. De vragen die ze nog had over haar vader ten tijde van haar optreden in Zomergasten in 2016 worden nu beantwoord.

In een interview met Matthijs van Nieuwkerk en Daphne Bunskoek in het televisieprogramma ‘De Wereld Draait Door’ vertelt ze over het boek en over haar eigen ervaringen met incest. Het viel haar tijdens deze uitzending duidelijk moeilijker dan ze had gedacht om er publiekelijk mee te komen. Dat kan ik me goed voorstellen en het is te betwijfelen of het platform van dit televisieprogramma geschikt was.

Het heeft lang geduurd voordat ze het bewustzijn en de taal had om er over te spreken. Dit legt ze uit. In de tijd dat incest gepleegd wordt zijn de hersenen van een (jong) kind nog niet zodanig ontwikkeld dat het de ervaring in taal op kan slaan. Haar overkwam het misbruik tussen haar 5e en 9e jaar. Als ze naar een foto kijkt van toen ze 9 was kan ze er amper naar kijken. Ze lijkt daar op een dik jongetje. Dat is hoe je je als kind kunt verweren: jezelf onaantrekkelijk maken.

Waarom ze hiermee nu naar buiten komt is om aan iedereen te laten zien dat het zwijgen over dit onderwerp niet goed is. Heel spannend en dapper!

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie

‘The Therapist’ on VICELAND

Kent u de internationale televisiezender VICELAND van het jongerenplatform VICE? In Nederland begonnen de uitzendingen van VICELAND begin dit jaar. Onlangs bekeek ik van het Amerikaanse station een aflevering van het programma ‘The Therapist’ met Katy Perry in de hoofdrol. Het programma is eigenlijk een opname van een echte therapiesessie waarin de hulpvraag is: Wie zit er achter deze publieke persoon? Artiesten, sporters en andere beroemdheden gaan in gesprek met telkens dezelfde therapeut. De therapeut is Dr. Siri Sat Nam Singh. 

Kijk vooral zelf naar het gesprek met Katy Perry. Hieronder volgt een samenvatting.


Katy Perry is een beroemde Amerikaanse popzangeres, liedjesschrijfster, gitariste en actrice. Ze groeide op in Santa Barbara in Californië in een conservatief gezin. Er werd haar verboden om naar pop- en rockmuziek te luisteren. Haar beide ouders, Mary Christine Perry en Maurice Keith Hudson zijn priesters. Haar eerste optredens als zangeres waren in de kerk. Toen heette ze nog Katheryn Elizabeth Hudson.

Voordat de echte sessie begint stelt ze Singh voor en vertelt ze dat ze de laatste 5 jaar in therapie is geweest en dat het haar leven heeft veranderd. Ze houdt net zoals de Belgische schrijfster Griet op de Beeck vorig jaar in het Nederlandse TV programma Zomergasten, een persoonlijk pleidooi voor therapie. Perry zegt blij te zijn dat ze ook deze ‘Therapist’ sessie gaat doen voor Viceland, al beseft ze dat haar kwetsbare kant, mogelijk nog onontdekte trauma’s publiekelijk naar voren kunnen komen. Dan zit ze nog op het puntje van haar stoel.

Als ze achterover leunt is ze Katheryn Hudson, dan hoeft ze niet te zorgen voor de situatie, dan is ze meer zoals ze met haar zussen is, meer ontspannen, dan kan ze zich overgeven. Goed dat Singh dit opmerkt, op het puntje van de stoel is ze Katy, die iedereen kent wat fantastisch is en meer de façade en als ze achterover leunt is ze Katheryn.

Een van de archetypische manieren voor een vrouw om zich te presenteren is als priesteres of als godin. In Katy ziet Singh de Godin. Die kan anderen optillen, inspireren en geeft licht aan dingen die anderen niet zo gauw naar voren brengen. Katheryn noemt hij het Zelf en die is misschien een beetje ondergedoken. Misschien heeft Katheryn gevoelens die niet zo erkend zijn, niet zo tot uitdrukking komen, “niet ontwikkeld zijn”, voegt Perry toe. Maar welke gevoelens zijn dit?

Nadat ze iets meer vertelt over hoe ze als kind zo nieuwsgierig was als een kat en vaak het gevoel had dat ze iets misliep door de strenge opvoeding, zegt Singh dat hij zich daarbij een beetje droevig begon te voelen en vraagt of dat zou kunnen kloppen. Ja dat klopt en de tranen komen bij Perry meteen op gang. Katheryn moest eigenlijk tegen haar ziel in gaan waardoor ze vervreemdde van zichzelf. Perry: “Katheryn houdt van groeien en leren. Ze vindt het niet leuk als mensen haar vastzetten in een soort tijdscapsule”. Ze heeft haar haar onlangs kort geknipt en blond geverfd en er zijn fans die dit niet leuk vinden.

“Zo is de Godin in jou tot stand gekomen,” zegt Singh. “Die heb je gecreëerd met jouw nieuwsgierigheid. Daar mag je dankbaar en trots op zijn!” Perry zegt dat het moeilijk voor haar is om zich te verbinden met Katheryn want die is arm en Katy heeft ‘de formule’ ontdekt en is nu rijk. Ja, zegt Singh: “Katy krijgt alle aandacht. Waar we energie in stoppen dat ontwikkelt zich. Maar Katheryn zou wel eens net zo succesvol en ontwikkeld kunnen worden…”

Ze heeft het over hoe mensen gezien willen worden zoals de foto’s die ze op Instagram zetten maar: “Dat is niet het hoofd dat ’s avonds op hun kussen ligt, dàt is pas echte intimiteit. En dit doe ik ook; ik creëer ook een ding. Dit maakt het moeilijk om ècht jezelf te zijn.” Singh: “We willen allemaal een groot huis maar hoe zit het met de kwaliteit van de mensen die in dat huis leven? Stel dat je Katheryn aandacht zou geven hoe zou dat er dan uitzien?”

“Katheryn is iemand met vreemde interesses en die gek doet en er niets om geeft wat anderen van haar denken. Ze is een hork, een ‘nerd’, iemand die als kind wilde spelen met haar nichtjes maar niet wist hoe dat moest. Tot voor kort wist ik zelfs niet eens wat een omhelzing was. Ik dacht dat omhelzingen seksueel waren omdat de ander dan jouw borsten voelt. Nu pas begrijp ik dat het bij een omhelzing om verbinden gaat.”

Singh: “Misschien stopte Katheryn met groeien omdat alle fantasieën uit de kindertijd in Katy gingen zitten en een ‘bigger than life personality’ creëerden… Hoe oud is Katheryn eigenlijk? Perry: “Ze is 11!” Perry realiseert zich dat ze op die leeftijd een professional werd. Ouder dan 11 is Katheryn dus niet geworden. Singh: “Hoe zou ze eruit zien als ze 21 zou zijn?” Perry zinkt nog dieper in haar stoel en hangt over de leuning en roept alsof ze laveloos is:”Laten we nog een wijntje nemen!”

Singh vraagt naar haar ervaringen met het ‘daten’ van jongens en nadat Perry er iets over vertelt stelt hij voor dat Katheryn misschien iets ouder is dan 11 want ze heeft al gedate. Perry: “Maar ik heb nog niemand gevonden waarmee ik een kind wil.” Singh: “Is het OK dat Katheryn nog wat tijd nodig heeft om zich te ontwikkelen, misschien om de ‘hork’ te laten zien?” Perry roept lachend uit dat dat inderdaad is wat ze wil, de ‘hork’ in zichzelf laten zien.

Ze heeft een duidelijk idee over wat voor soort man ze als partner wil. Het moet iemand zijn die liefde heeft voor muziek. iemand met humor, intelligentie (zodat ze kan leren), iemand die spiritueel is en iemand waarmee ze over dit alles kan praten. Ze heeft al eens een relatie gehad maar ze was er nog niet klaar voor om samen te groeien. Singh vraagt haar hoe ze zich aan een date zou voorstellen als ze Katheryn was. Daar moet ze om lachen maar ze vraagt zich meteen af waarom ze eigenlijk lacht. Singh oppert dat dit misschien komt omdat ze het nog nooit gedaan heeft waarna ze opnieuw moet huilen…

Hij denkt dat er vast wel een man is die aan haar wensen voldoet en hij voegt er aan toe dat hij denkt dat het ook een sterk iemand moet zijn. Daar is Perry het mee eens, het moet iemand zijn die net als zij ook diep gegaan is. Singh: “Ja, iemand die krachtig is maar ook 21 en emotioneel gezien nog niet helemaal klaar is met zijn ontwikkeling, net zoals jijzelf.” Dan kunnen ze samen verder groeien.

Perry denkt dat er mensen zullen zijn die over haar oordelen maar ze beseft ook dat ze geen controle heeft over wat de mensen denken. Ze wil authentiek zijn. Singh zegt dat authenticiteit soms verdoofd wordt met verdovende middelen en vraagt of Perry daar ervaring mee heeft. En dat heeft ze. Ze heeft teveel alcohol gedronken en daar ook  een lied over geschreven: ‘Dance with the devil’. Ze kan niet goed tegen alcohol weet ze en ze moet in balans blijven voor het werk dat ze doet. Maar soms heeft ze een pauze nodig, vooral als ze ergens is waar ze niet wil zijn.

“Je kunt authenticiteit verdoven met drugs maar je kun ook agressief worden wanneer je niet authentiek kunt zijn”, legt Singh uit. Perry kan wel eens boos worden als ze het opgespaard heeft. Ze doet aan yoga en meditatie. Dat helpt. En ze is in therapie gegaan met haar ouders. Dat helpt ook. “We kunnen het er nu over eens worden dat we het oneens zijn en toch van elkaar houden”, zegt ze. Ze is erg dankbaar voor het gereedschap dat deze therapie haar heeft gegeven.

Singh brengt het onderwerp terug naar authentiek kunnen zijn of in-authentiek zijn. Hij vraagt of ze ooit met haar carrière heeft willen stoppen. Perry heeft hier een lied over geschreven: ‘By the grace of God’. Door een lied te schrijven verwerkt ze dingen waar ze mee zit. Dit lied betekent veel voor haar en terwijl ze dit zegt huilt ze. Singh merkt op dat ze nu authentiek is en dat hij aan het begin van het gesprek verdrietigheid voelde en dat dit er nu uit komt. Dit is echt.

Hij vindt authenticiteit een belangrijk onderwerp en wil er nog iets meer over uitleggen. Niet authentiek zijn kan in lichamelijke symptomen tot uiting komen. Lichamelijke symptomen kunnen de sleutel voor een genezingsproces zijn: “Als je er voor kiest om niet authentiek te zijn dan ga je je authenticiteit verdoven met drugs, je gaat het tot uitdrukking brengen in agressie of juist internaliseren en depressief worden of je gaat lichamelijke symptomen ontwikkelen. Dit moet je allemaal niet willen. Beter is het om schaamte, verdriet, pijn, liefde, vreugde er allemaal te laten zijn. Om er voor uit te komen wie je bent.

Perry: “Katy treedt op bij de ‘superbowl’ (de finale van American ‘football’, sport hoogtepunt van het jaar in de VS) en Catherine wil in de zandbak spelen”. “Ja”, zegt Singh: “Dat zou ze moeten doen!” Hij vraagt: “Wat deden je nichtjes waar jij niet mee spelen kon?” Perry: “Zij zetten een tutu op hun hoofd, ze deden malle dingen. Ik ben zo dankbaar voor de gezinstherapie want nu heb ik zin om met mijn familie op vakantie te gaan. We verschillen maar we kunnen nu luisteren naar elkaar. Mensen moet niet tégen elkaar praten maar mèt elkaar.”

Singh vindt ook dat we de verschillen moeten leren waarderen in plaats van ze te evalueren. Er zijn zoveel verschillende fenomenen in de cultuur en in de natuur die naast elkaar bestaan. Dat geldt ook voor mensen, je hoeft alleen maar met mensen te zijn, getuige te zijn zonder te oordelen. “Het lijkt alsof sommige regels in jouw familie afgebroken zijn, alsof ze meer open worden, een open systeem”. Perry beaamt dit en vertelt dat er gevoelens leefden die beangstigend waren maar dat ze als gezin op een helende reis zijn waar ze dankbaar voor is. Haar gezinstherapeut vroeg of ze gelijk wilden krijgen of geliefd wilden zijn. Perry kiest voor geliefd zijn: “Mensen die niet om mij geven, daar kan ik niets aan veranderen. Het spijt haar als ze verkeerd is overgekomen maar ze wil niemand beschadigen, ‘God bless them on their journey’ “.

Singh komt terug op de rigiditeit en het oordelen dat er niet alleen in het gezin van Perry was maar dat er helaas nog veel is overal. Hij is nieuwsgierig naar wat zij eigenlijk deed tegen de principes van de ouders in. Perry vertelt dat er bij hun in de kerk een lied gezongen werd waar ze veel van hield: ‘Come as you are’ van Crystal Lewis. Maar de kerk deed eigenlijk meer aan oordelen dan aan liefde en daarom voelde het voor haar niet altijd veilig. Ze denkt dat haar moeder dit nu beter begrijpt. Niet ‘het laatste oordeel’ maar ‘kom zoals je bent’.

Perry: “Ik probeer met mijn hart te leven, maar mijn hart is langzaam, te langzaam”. Singh: “Waarom zeg je dat”? Perry: “Mijn hoofd gaat over tijd en strategie maar dat is soms vreemd voor mij en gaat tegen mijn hart of mijn intuïtie in. Soms neem ik verkeerde beslissingen”. Singh kent meditaties waarmee je je intuïtie kunt ontwikkelen.

Het gesprek loopt ten einde en het is de vraag of Katy en Katheryn nu iets meer geïntegreerd zijn. Perry zegt dat ze het in deze therapiesessie voor Katheryn heeft opgenomen en dat kan Singh beamen. Perry eindigt met een grap: “Je krijgt nu twee voor de prijs van een!” En Singh voelt haar extase.


Dat er veel verdriet in Kate Perry zat heeft deze therapeut heel goed vanaf het begin aangevoeld. Ik vind het mooi dat Singh daar meteen mee kwam. Verder waardeer ik dat hij graag uit wilde leggen wat er met je kan gebeuren als je jouw authenticiteit onderdrukt. Als ik een fan was dan zou ik benieuwd zijn naar een volgend optreden van Kate Perry om te zien of ze ook iets meer Katheryn laat zien op het podium. Mooi vond ik ook dat de grotere context van het materialisme en de religie meegenomen werden in de sessie. En fijn om te horen dat de gezinstherapie haar verbinding met haar familie zo veel goed deed: “We kunnen het er nu over eens worden dat we het oneens zijn en toch van elkaar houden”. Dat zouden meer mensen moeten doen.

Kortom, de moeite van het bekijken waard. The Therapist. Ben benieuwd of er ook een Nederlandse versie komt.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie

Moderne devotie

We kunnen in succes en rijkdom vast komen te zitten. Dit legt filosofe en organisatiedeskundige Minke Tromp uit tijdens een interview met Lex Bohlmeijer van De Correspondent. Het gaat over het vastzitten in de ‘succesparadox’ en Tromp geeft toe dat ze er zelf ook last van heeft. Hoe meer succes je hebt, hoe hoger in de hiërarchie, hoe meer je gevangen kan komen te zitten in je eigen ambities, hoe minder tijd voor reflectie, hoe minder wijs.

Aan de top van een hiërarchie zijn vaardigheden vereist zoals strategisch en instrumenteel denken. Diep nadenken zou men juist daar moeten doen want er worden belangrijke beslissingen genomen die voor veel mensen gevolgen hebben. Hierover is men het meestal gauw eens. Maar zo werkt het niet.

Instrumenteel denken is doel-middel denken. Deze vorm van denken beperkt onmiddellijk de ruimte in je hoofd. Strategisch denken is: wat moet ik nu doen om… Dit is gekoppeld aan het doel-middel denken en geeft een soort geslotenheid.

Bohlmeijer komt met het voorbeeld van een toppoliticus zoals Jeroen Dijsselbloem die bezuinigingen oplegde aan de Grieken. Lijdt hij aan de succesparadox? Veel mensen waarschuwden dat die bezuinigingen desastreus zouden zijn voor Griekenland maar toch zette Dijsselbloem door. Gevangen in zijn eigen ambities, niet gehinderd door enige reflectie. Dit voorbeeld raakt haar hoewel het volgens Tromp niet zo is dat zo iemand meteen dom of slecht is want het is ècht zo dat de dynamiek aan dat soort onderhandelingstafels, sommige vragen of beslissingen niet toelaten.

Voor mij mag Tromp gerust zeggen over Dijsselbloem dat die een een snoeiharde technocraat is zonder idealen. Maar ze komt met een eigen voorbeeld van een groep leidinggevenden waar zij echt respect voor heeft en die zij een training geeft. Ze maakt mee dat het zo’n groep een kwartier kost om een antwoord te krijgen op de vraag: “Wat moet je doen als iemand tijdens een vergadering iets zegt wat jij niet begrijpt?” Haar dochter van 6 jaar geeft het antwoord meteen: “Vragen wat ze bedoelen.” Maar dit soort hele simpele dingen kunnen deze topmensen heel moeilijk over hun lippen krijgen. Dit is schokkend vindt Tromp. “Hoe arm zijn je reflectieve vermogens als het je een kwartier kost om een antwoord op een dergelijke eenvoudige vraag te geven?” Dit is de succesparadox aan het werk.

Soms leest Tromp een gedicht voor tijdens een training. En laat dan een stilte vallen. Om openheid en denkruimte te laten ontstaan. Het gedicht hieronder is van Wislawa Szymborska (1923-2012). Gepubliceerd in 1986.

Het schrijven van een c.v.

 

Wat moet je doen?

Je moet een aanvraag indienen

en bij die aanvraag een c.v. insluiten.

 

Ongeacht de lengte van het leven

moet het c.v. kort zijn.

 

Bondigheid en selectie zijn verplicht.

Vervang het landschap door adressen

en wankele herinneringen door vaste data.

 

Van alle liefdes volstaat de echtelijke,

en van de kinderen alleen die welke geboren zijn.

 

Wie jou kent is belangrijker dan wie jij kent.

Reizen alleen indien buitenslands.

Lidmaatschappen waarvan, maar niet waarom.

Onderscheidingen zonder waarvoor.

 

Schrijf zo alsof je nooit met jezelf hebt gepraat

en altijd ver uit je eigen buurt bent gebleven.

 

Ga zwijgend voorbij aan honden, katten, vogels,

rommeltjes van vroeger, vrienden, dromen.

 

Liever de prijs dan de waarde,

de titel dan de inhoud.

Eerder nog de schoenmaat dan waarheen hij loopt,

hij voor wie jij doorgaat.

 

Daarbij een foto met één oor vrij.

Zijn vorm telt, niet wat het hoort.

Wat hoort het dan?

Het dreunen van de papiervernietigers.


Het laten vallen van een stilte is niet altijd even makkelijk voor Tromp. Ze is goed in het verzinnen van vragen rond allerlei filosofische thema’s en er staan er enkele op haar website: succesparadox.nl. Thema’s zoals dankbaarheid, macht en moed. Vragen die aanzetten tot diep nadenken en de succesparadox kunnen doorbreken. Je kunt een groter bewustzijn krijgen rondom deze thema’s. Met vragen en opdrachten geeft Tromp structuur. Dat is nodig want het denken gaat alle kanten op. Het is de bedoeling dat je je geest ontstijgt. Daar helpt structuur bij.

Ze krijgt haar inspiratie ondermeer van de filosoof Geert Grote (1340-1384) die geldt als grondlegger van de Moderne Devotie, een onderstroom in de cultuur die door de eeuwen heen is blijven waarschuwen: pas op dat bezieling zich louter op het uiterlijke richt en zijn magie verliest. Tromp heeft meegeschreven aan het boekje: Goede punten van Geert Grote.

In zijn tijd, bijna 700 jaar geleden, was meditatie op korte teksten een scholingspraktijk, een manier om praktische wijsheid te ontwikkelen, om inzicht in het juiste handelen te integreren in het karakter van mensen.

Hebben we niet te veel? Zijn we niet te druk met aanzien, posities en macht en andere uiterlijke zaken, in plaats van innerlijke rijkdom en welzijn van onszelf en onze naasten? De thematiek lijkt tijdloos te zijn en Geert Grote geeft duidelijke, concrete adviezen en leefregels voor goed handelen en een juiste ‘innerlijke’ houding zoals:

Verlang niet naar vergankelijke winst. Heb niet teveel functies en doe niet teveel opdrachten tegelijk. De grootste verleiding schuilt erin de verleiding niet meer te voelen.

Dat bezieling iets plats wordt gaat vanzelf

We moeten oppassen dat het niet meer de innerlijke rijkdom is die ons inspireert en motiveert en dat bezieling verwordt tot iets van de buitenkant, tot iets plats. En volgens Tromp gebeurt dit vanzelf, voordat je het weet is de bezieling iets plats geworden. Het is de valkuil waar we voortdurend in kunnen vallen, het is de immanente dynamiek van het succes. Ze ziet succes als iets breeds. Ook het succes van de kunstenaar die overal buiten wil blijven en die dat bereikt, kan daar vervolgens in gevangen komen te zitten en de bezieling verliezen.

Het aantrekkelijke van de moderne devotie is volgens Tromp dat het een dynamiek volgt die eigen is aan het leven. Zo gaat het. Je kunt voortdurend het succes opgeven en niet weten wat er gaat gebeuren. Dit is ook een uitdaging voor haarzelf. Het is een soort sterven wat je moet oefenen. Tromp oefent dit bijvoorbeeld als ze een training geeft en ook tijdens het interview met Bohlmeijer. Ze probeert voortdurend om niet iets te roepen wat ze van te voren heeft bedacht. Dit opgeven is voor haar een soort sterven, eventjes doodgaan. Op zo’n moment ben je heel kwetsbaar en sta je open, niet wetend wat er gaat gebeuren. Hier elkaar bij helpen, daar gaat het om.

Reflectie

1 reactie

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek, Psychologie, proza en poëzie

Tips voor dagelijkse voldoening

Wat is dagelijkse voldoening? Het ervaren van geluk door de betekenis van de dingen die we dagelijks doen. En dus niet door de beloning die ze eventueel kunnen opleveren. Op deze manier raken we intrinsiek gemotiveerd en hoeven we ons niet aan anderen af te meten. Deze houding leidt tot veel meer plezier en een beter gevoel over onszelf.

Vier tips voor dagelijkse voldoening van Ernst-Jan Pfauth van De Correspondent:

  1. Je werk, hobby’s en projecten zien als oefenen. Als je alleen maar denkt aan het resultaat van je werk of hobby, haal je er minder plezier uit. Want we worden gelukkig van oefenen en van het verkrijgen van inzicht in hoe we ergens beter in kunnen worden. Ironisch genoeg vergroot oefenen ook nog de kans dat je je doel bereikt.

  2. Ruimte maken voor flow en rust in je leven. Flow is een staat van opperste concentratie waar we als mensen heel veel geluk door ervaren. Het wordt steeds zeldzamer, omdat we elkaar continu afleiden met een stroom aan appjes, mailtjes, bilateraaltjes en vergaderingen. Je kunt je aan de collectieve bezigheidstherapie onttrekken en de kans op flow zo groot mogelijk maken. Daar win je ook tijd mee, die je aan uitrusten kunt besteden.

  3. Je leren richten op anderen. Alles in de prestatiemaatschappij draait om de BV Ik. Dat is zonde, want mensen zijn sociale wezens en doen er verstandig aan zich om elkaar te bekommeren en in elkaar te investeren. Niet alleen steunen we elkaar dan, we halen zelf ook voldoening uit het helpen van anderen.

  4. Actief oefenen in dankbaar zijn. ‘Alle mensen die ik interviewde en die hun leven of zichzelf gelukkig noemden, gaven – zonder uitzondering – aan dat ze actief dankbaarheid beoefenden, en schreven het daaraan toe dat ze zo gelukkig waren.’ Aldus de Amerikaanse wetenschapper en zelfhulpauteur Brené Brown. Veel studies bevestigen haar bevindingen. We vergeten vaak dankbaar te zijn, dus moet je dankbaarheid actief beoefenen.

Dit zijn geen tips die je in één keer toepast. Het zijn eerder tips die je kunt vergelijken met het schoonmaken van je huis. Dat doe je niet één keer, maar moet je onderhouden.

 

Foto gemaakt in een toestand van ‘flow’. Weerspiegeling van bomen in een stromend riviertje.

 

 

2 reacties

Opgeslagen onder Psychologenpraktijk Gerie Hermans

Opwarming van de aarde is een systemisch probleem

Milieujournalist Richard Heinberg is op de systeemtheoretische toer net als ik zelf als therapeut. Hij wordt geciteerd in de laatste nieuwsbrief van Jelmer Mommers*, dè milieuman van De Correspondent en beide journalisten bevinden zich in goed gezelschap. Een klein stukje uit Mommers nieuwsbrief:

‘We must restrain ourselves,’ schrijft Heinberg, ‘like an alcoholic foreswearing booze. That requires honesty and soul-searching.’ Op De Correspondent hebben denkers als Naomi Klein en paus Franciscus dat eerder ook bepleit.

Zoals u weet gaat het bij ‘soul-searching’ om een diepe en noodzakelijke beschouwing van onze emoties, motieven en de juistheid van ons handelen. Wij zullen volgens Heinberg net zoals de alcoholist moeten gaan matigen willen we prettig kunnen blijven leven op deze planeet.

Heinberg heeft een manifest geschreven: ‘There is no app for that’. Hij is Senior Fellow van het Post Carbon Institute en wordt in het algemeen beschouwd als een van de voornaamste bepleiters van de noodzaak om af te stappen van fossiele brandstoffen.

Ook Mommers vraagt zich af hoe wij opnieuw kunnen leven binnen de draagkracht van de aarde. Een deel van het antwoord is voor hem onvermijdelijk nl. dat de rijkste consumenten hun impact moeten verkleinen. Maar ook de gemiddelde Nederlander vervuilt en verbruikt alsof er 3,6 aardes zijn, stelt Babette Porcelijn in haar boek: De verborgen impact.

Het probleem is dat we het grootste deel van de impact die we veroorzaken niet zien. En bij het leren waarnemen en het matigen is de ‘soul-searching’ dus nodig.

Ik besloot om eens diep in het artikel van Heinberg te duiken en vooral ook om het filmpje te bekijken dat bij het artikel en het manifest hoort. In 2 minuten krijg je een uitleg over welke rol de technologie heeft gespeeld en in de toekomst nog spelen kan bij het oplossen van problemen. Mooi gemaakt en indrukwekkend!

Wat wij niet zien is dat we voorbij gaan aan onszelf

De kern van het ecologische probleem zit ‘m volgens Heinberg niet in de opwarming van de aarde zelf. Het probleem zit ‘m in de ‘overshoot’, ‘het voorbij gaan aan’, ‘het voorbijstreven van’ waar wij als mensen mee bezig zijn, waarbij de opwarming van de aarde een symptoom is.

Het voorbij gaan aan onze diepere trauma’s, onze werkelijke behoeften en gevoelens is ook in psychologisch opzicht natuurlijk een van de grootste oorzaken van allerlei problemen, denk aan stress, depressie, angst, ‘burn out’, enz. Andere oorzaken van psychische symptomen zitten volgens systeemdenkers o.a. in de manier waarop we met elkaar omgaan. Ook daar staan we vaak niet bij stil en streven we aan voorbij.

‘Overshoot’, het voorbijstreven, is volgens Heinberg een systemisch probleem en dat zit zo: De laatste anderhalve eeuw hebben de enorme hoeveelheden goedkope energie uit de fossiele industrie, de groei, de productie en de consumptie mogelijk gemaakt wat leidde tot overbevolking, vervuiling, verlies van de natuurlijke leefomgeving en verlies van biodiversiteit. Het systeem van de mensheid breidde zich enorm uit en ging ondertussen voorbij aan de lange termijn vermogens van onze aarde. We hebben de ecologische systemen waar we afhankelijk van zijn, van streek gemaakt.

Zolang we deze systemische onbalans niet echt begrijpen en aanpakken zullen symptomatische oplossingen zoals het tegengaan van vervuiling, het redden van bedreigde diersoorten en het voeden van een groeiende bevolking met genetisch gemodificeerde gewassen, niet meer zijn dan een reeks eindeloze pleisters op de wonden die te weinig effect hebben.

De milieubeweging van de jaren ’70 van de vorige eeuw profiteerde nog van het denken in systemen. Deze manier van denken was toen in de mode en de wetenschap die de wisselwerking tussen organismen en hun omgeving bestudeerde, de ecologie, was op zichzelf een systemische wetenschap. Alle vooraanstaande ecologen zagen het milieu, de maatschappij en de mensheid als ten diepste met elkaar verbonden.

Maar naarmate de opwarming van de aarde als onderwerp is gaan domineren, lijken de systemische verbanden te zijn vervaagd. Opwarming en ecologische problemen zoals overbevolking, vervuiling, uitsterven van soorten, verlies van gezonde bouwgrond en schoon drinkwater worden nu veel meer als los van elkaar bekeken. Waarom is dit?

Zijn klimaatwetenschappers gaan denken dat het denken in systemen te moeilijk is voor beleidsmakers? Denken ze dat ze het niet kunnen maken om te zeggen dat ons hele economische systeem moet veranderen? Is het misschien gemakkelijker om te zeggen dat er een probleem is met vervuiling en dat daar technische oplossingen voor zijn? Is het misschien gemakkelijker om de daarmee samenhangende problemen (overbevolking, biodiversiteit, enz.) dan maar op de achtergrond te plaatsen?

Beleidsmakers en industriëlen blijven liever in dezelfde ‘mind-set’

Het antwoord op deze vragen moet wel ‘ja’ zijn. Als klimaatverandering namelijk gezien wordt als een losstaand probleem waar een technische oplossing voor is, dan kunnen beleidsmakers en economen op de voor hen bekende terreinen blijven opereren. Ze hoeven hun ‘mind-set’ niet te veranderen. Technologische oplossingen als zonne-pannelen, windmolens, kernenergie, batterijen, elektrische auto’s, en als alles faalt het beïnvloeden van de kracht van de zon via atmosferische aerosolen, vereisen een zelfde manier van denken als financieel investeren of industrieel produceren. Systemisch denken is daarvoor niet vereist.

Men hoeft dan niet in te zien hoe menselijke systemen werken op het systeem aarde. Het enige waar de beleidsmakers zich dan mee bezig hoeven houden is het transplanteren van investeringen, het geven van bepaalde opdrachten aan andere ingenieurs en beleid maken zodanig dat de nieuwe banen in de groene industrie compenseren voor het verlies van banen in de fossiele industrie.

Deze ‘techno-fix’ strategie veronderstelt dat we op een zeker moment in de toekomst in staat zullen zijn om een systeemverandering te installeren en dat het probleem van de opwarming en alle andere symptomatische crises opgevangen kunnen worden met een of andere techniek. Deze manier van denken komt beleidsmakers en investeerders bekend voor. Iedereen houdt van techniek. Techniek lost bijna alle problemen op: ziektes, voedseltekorten, vervoer, enz. enz. Waarom zou techniek niet ook de opwarming van de aarde kunnen oplossen?

Technologische oplossingen zijn te oppervlakkig en de technocraat is allergisch voor vermindering van groei

Heinberg heeft zich maandenlang samen met wetenschappers beziggehouden met technische oplossingen. Hun conclusie is dat kernenergie te duur en te riskant is en dat zon- en wind energie – als zij een grote hoeveelheid van het totale gebruik aan elektriciteit voor haar rekening wil nemen – drie grote strategische problemen moeten oplossen: de overtollige productie van energie, de opslag van energie en de aanpassing aan de vraag. Tegelijkertijd moeten de industriële landen ten aanzien van het gebruik van energie geheel overstappen op elektriciteit.

Deze energietransitie wordt een enorme onderneming, ongekend in zijn vereisten ten aanzien van het investeren en het vervangen. Als je de grootte van de transitie goed beschouwd dan zie je niet hoe onze huidige energieproductie gehandhaafd kan blijven.

De grootste horde die dus genomen moet worden is de schaal! Alleen als de enorme hoeveelheid energie die de mensheid nu gebruikt, aangepakt wordt is de kans op een weg naar een post-carboon tijdperk geloofwaardig.

Het verminderen van energiegebruik betekent een vermindering van industrie, van fabricage, van transport, van afval, enz. enz. En dàt is een systemische interventie. Een interventie waar de ecologen van de jaren ’70 in de vorige eeuw toe opriepen: “Reduce, re-use and recycle”. Ook de bevolkingsaanwas moet verminderen. En hier raken we aan de kern van het probleem en juist voor de interventie van het verminderen, het matigen, zijn technocraten, industriëlen en investeerders op een kwaadaardige manier allergisch.

Het ecologische betoog is in essentie een moreel betoog

Elke systeemdenker die begrijpt wat ‘voorbij gaan aan en voorbijstreven’ betekent en die ‘consuminderen’ voorschrijft als behandeling, is in feite bezig met de behandeling van verslavingsgedrag. Onze maatschappij is verslaafd aan groei en dat heeft verschrikkelijke gevolgen voor de planeet en als gevolg daar weer van, voor ons zelf. We moeten ons collectieve en ons individuele gedrag veranderen en iets opgeven waar we afhankelijk van zijn: de macht over onze omgeving. We moeten leren matigen net als de alcoholist en daar is eerlijkheid en ‘soul-searching’ voor nodig.

De milieubeweging kwam in de jaren ’70 nog wèl met het morele betoog en het werkte tot op zekere hoogte. De bezorgdheid over de snelle bevolkingsgroei bijvoorbeeld leidde in de hele wereld tot geboortebeperking. Bezorgdheid over biodiversiteit en vervuiling van lucht en water leidde tot regulering.  Maar het was niet genoeg.

Sommige milieu theoretici, de eco-modernisten hebben het morele gevecht laten vallen. Hun rechtvaardiging daarvoor is dat mensen een blijmoedige toekomst-visie willen en niet een die om opoffering vraagt. Alleen de techniek biedt hoop denken zij nu.

Het punt van Heinberg is dat zelfs als een moreel betoog van milieuactivisten faalt, de techniek ons niet gaat redden. Volgens hem zal zèlfs een reusachtige investering in de nieuwe technologie ons niet redden of het nu om kernenergie of om zonne-energie gaat. Techniek biedt geen hoop.

Het goede nieuws

De morele milieubeweging is tekortgeschoten omdat het niet in staat was om het kernprincipe van de industriële maatschappij te veranderen. Dat kernprincipe is: het voluit gaan voor groei ten koste van alles. Het kern-principe is het geloof in ‘groei-isme’. Als we hier niet overheen komen betekent dit niet alleen het falen van de milieubeweging maar ook het falen van de beschaving.

Het goede nieuws is echter dat systemische veranderingsprocessen fractaal van aard zijn. Dit houdt in dat systemische verandering handeling vereist op verschillende niveau’s tegelijk. We kunnen op individueel zowel als op gemeenschappelijk niveau in actie komen. Op individueel niveau kunnen we ons gedrag bijstellen. We hoeven niet te wachten op een catharsis op globaal of nationaal niveau. Zelfs als onze individuele pogingen de consumptiemaatschappij niet redt dan kunnen ze in ieder geval een zaadje planten van een mensheid die waardig is om te overleven.

En het andere goede nieuws is dat als wij mensen er voor kiezen om te minderen zowel in aantal als in consumptie dat dan de technologie ons kan ondersteunen. Techniek kan onze voortgang bij het minderen begeleiden, ook simpele technische middelen kunnen helpen en sommige technologie kan ons zelfs helpen bij het herstel van ecosystemen. Maar het zijn niet de machines die de belangrijkste keuzes zullen maken en ons op een duurzame weg zullen zetten. Dat zal een systemische verandering die geleid wordt door een moreel ontwaken wèl doen. En dat is niet alleen onze enige hoop, het is de enige hoop die we ooit gehad hebben.

Over het matigen van de grote verschillen tussen arm en rijk 

Graag voeg ik aan Heinberg’s artikel en systemische analyse van de milieuproblematiek iets toe. Wat ik mis in zijn pleidooi is dat het vooral de rijken en de rijke landen zijn die reusachtige hoeveelheden fossiele energie gebruiken en dat het vooral de rijke landen zijn die moeten matigen. Jelmer Mommers van De Correspondent benoemt dit wèl expliciet.

Ook in een volgende nieuwsbrief van Mommers* is bijvoorbeeld te lezen dat de Guardian- columnist George Monbiot heel duidelijk het kapitalistische systeem aanwijst. Echt praten over klimaatontwrichting is het hele systeem waarin we leven ter discussie stellen. Monbiot:

‘It is to challenge the very basis of capitalism; to inform us that our lives are dominated by a system that cannot be sustained – a system that is destined, if it is not replaced, to destroy everything.’

Naomi Klein heeft het over het roofkapitalisme dat mens, dier en klimaat vermorzelt en over het ‘ecocidale’ kapitalisme, het kapitalisme dat de natuurlijke omgeving verwoest. Lees vooral haar verslag van het inspirerende verzet tegen de oliepijpleiding bij het indiaanse reservaat Standing Rock in Noord-Amerika: Een jaar na Standing Rock is het verzet tegen Donald Trump springlevend.

Uit de serie Faces of Standing Rock van fotograaf Mico Toledo

Verbetering van de positie van vrouwen, minder armoede en betere verkrijgbaarheid van voorbehoedsmiddelen kunnen veel betekenen bij het afremmen van de overbevolking. Wanneer milieudeskundigen eenzijdig wijzen naar overbevolking in arme landen, wat Heinberg overigens niet doet, dan moeten we op onze hoede zijn want het klimaatprobleem wordt nu juist veroorzaakt door de rijke landen, door bedrijven zoals Shell en ExxonMobile die veel belang hebben bij onze verslaving aan hun producten. Het gaat hier om bedrijven waar arme mensen in arme landen veelal het slachtoffer van zijn.

Heinberg heeft het er over dat milieudeskundigen het niet meer aandurven om te adviseren dat het hele economische systeem moet veranderen maar hij noemt in zijn artikel het systeem niet bij naam. Bij een systemische aanpak hoort denk ik ook dat we man en paard noemen. Het gaat om het kapitalistische systeem dat de grote verschillen tussen arm en rijk veroorzaakt, een systeem waarbij de productiemiddelen in handen zijn van grote bedrijven die winstmaximalisatie als doel hebben. Laat het duidelijk zijn dat vooral dit onder het ‘groei-isme’ valt. In zijn manifest ‘There’s no app for that’ noemt Heinberg de ongelijkheid tussen rijk en arm wel als problematisch maar hij meent dat dit probleem ons afleidt van de ecologische aspecten die daar toe bijdragen. In dit deel van zijn betoog mis ik dus iets.

De milieubeweging moet volgens mij hand in hand gaan met de vredesbeweging en de strijd tegen de ongelijkheid tussen rijk en arm, mannen en vrouwen, wit en zwart om het systeem van het ‘ecocidale’ kapitalisme te veranderen. Dit alles bij elkaar valt volgens mij onder het moreel ontwaken waar Heinberg het over heeft en wat onze enige hoop is.


*Je kunt de nieuwsbrief van Jelmer Mommers ontvangen als je abonnee bent van De Correspondent.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Opvoedkunde, Persoonlijk en politiek, Psychologie en klimaat, Systeemtherapie

Psychiater Glenn Helberg danst in Zomergasten

“JEZELF KUNNEN ZIJN IN EEN MENSELIJKE RELATIE IS HET MOOISTE WAT ER IS”

Dit waren de woorden van Glenn Helberg, psychiater en lid van de Raad van Advies van het College voor de Rechten van de Mens, aan het eind van het VPRO televisie programma Zomergasten. Volgens mij waren zowel Helberg als de interviewster Janine Abbring er aardig in geslaagd om tijdens de uitzending zichzelf te blijven. En ze vierden dit aan het eind door te dansen op de muziek van Louis Armstrong. In elkaars armen, een zwart mens en een wit mens, een man en een vrouw, een homo en een hetero uit verschillende generaties. Ze hadden het tijdens het interview ook over hun relatie tot elkaar gehad, in het hier en nu, ook al was het ongemakkelijk. Ik bleef geboeid kijken en luisteren.

Helberg wilde met zijn gekozen film en documentaire fragmenten en optredens van artiesten de fundamenteel relationele kant van de mens tonen. Ze zouden gaan over de verbinding tussen mensen of over het gebrek er aan. Het ging om te beginnen over de verbinding tussen zwarte en witte mensen. De zwarte mens kan nu tegen de witte zeggen: “Jij hebt mijn zwart zijn niet meer nodig”. En de witte kan misschien hetzelfde zeggen. Wit en zwart kunnen elkaar een hand geven. Zoals bezongen wordt door Louis Armstrong in ‘What a wonderful world’: “I see men shaking hands, how do you do…” Want wit en zwart zijn fundamenteel gelijkwaardig. Zoals James Baldwin het zegt in de film ‘I am not Your Negro’ en in een interview voor de Nederlandse televisie: “Alle mensen zijn broeders, daar gaat het om”.

Ook homo’s en hetero’s zijn verbonden. Niemand hoeft buitengesloten te worden. ‘Civil rights’ en ‘gay rights’ moeten samen werken. Alle minderheden moeten elkaar steunen. Helberg heeft het over ‘inclusie’: Iedereen moet het gevoel kunnen hebben dat hij zichzelf kan zijn en er bij hoort. Dit hebben we nog lang niet bereikt. ‘It takes a village to raise a child’, maar de ‘village’ moet nog ‘geraised’ worden denkt Helberg.

We denken in Nederland dat we niet zo racistisch zijn als in Amerika maar dat klopt niet. Wij zijn het racisme in Nederland aan het ontkennen. Dat is een sterke afweer die ontkenning. We moeten juist onze vooroordelen aan elkaar vertellen zodat we elkaar gaan begrijpen. Hier is een psychiater aan het woord die psychische gezondheid bekijkt binnen de context en de systemen die daar een voorwaarde voor zijn.

Verbinding met jezelf

Het eerste fragment dat Helberg de kijkers liet zien ging over een Braziliaanse vrouwelijke psychiater die in de jaren ’40 van de vorige eeuw zocht naar een alternatief voor de toen gebruikte lobotomie behandelingen (een chirurgische ingreep die verbindingen in de hersenen verbreekt). Zij wil aandacht genereren voor het verhaal van de patiënten. Zij wil de patiënten verbinden met hun eigen verhaal, hoe moeilijk hun toestand ook is.

Helberg: “Als je een verhaal vertelt aan de ander vertel je het eigenlijk ook aan jezelf. En dan maak je contact en gaat het vlammetje in jezelf weer aan.” Als deze verbinding tot stand komt dan voel je het lichamelijk. Soms hebben mensen hier hulp bij nodig. Die hulp wil Helberg geven.

Als je mensen vertelt dat ze geestelijk ziek zijn, zoals bijvoorbeeld homo’s verteld werd tot aan 1973, verliezen ze hun trots. Daar gaat Gay Pride over. Kunnen zeggen: ‘Hier ben ik’. Martin Luther King had het daar ook over: ‘We don’t want to be a nobody, we want to be a somebody’. De psychiatrische patiënten uit het fragment waren ook ‘nobodies’ geworden.

Aan het schrappen van homoseksualiteit uit de DSM, het stoornissen classificatiesysteem in de psychiatrie, ging een belangrijke opstand vooraf. Namelijk die bij de homobar The Stonewall Inn in Greenwich Village in New York in 1969. Uit een documentaire hierover kwam het volgende fragment. Ook hetero’s deden mee aan die opstand want ook zij willen natuurlijk zichzelf kunnen zijn. Deze samenwerking tussen homo’s en hetero’s deed me denken aan de film Pride waar Engelse mijnwerkers in hun staking gesteund worden door homo activisten. Mensen die onderdrukt worden herkennen elkaar ook al komen ze uit verschillende hoeken van de samenleving.

Helberg: “Mensen moeten snappen dat iedereen die zich niet met zichzelf mag verbinden, die dus niet zichzelf mag zijn, hetzelfde probleem heeft.” Iedereen mag er zijn, ook de niet-man en de niet-vrouw. Het lukt echter de een nog steeds om tegen de ander te zeggen: “Jij hoort er niet bij.” En het lukt de een nog steeds om misbruik te maken van de ander, de ander te onderdrukken. Het gaat hier om mensenrechten die nog steeds geschonden worden.

Helbergs ouders kwamen uit Suriname maar hij groeide op in Curaçao. Hij merkte als jongeman dat hij jongens spannender vond dan meisjes. Bij het masturberen dacht hij aan jongens en op het hoogtepunt dacht hij snel even aan een meisje want dan zou God hem zijn afwijking vergeven… Later bedacht hij dat hij niet gek wilde worden. Hij zei tegen zijn toenmalige vriendin: “Jij vrijt met een man, maar ik niet…” Hij vertelde zijn vader dat hij homo was, waarna de vader 5 dagen niet at en zei: ” Laat mijn zoon komen, want hij is mijn zoon.” En tegen zijn zoon zei hij: “Als je met een jongen thuis komt, breng dan een goede jongen mee”. Helbergs verhaal lijkt op het Bijbelse verhaal van de verloren zoon. Dat de vader van Helberg hem toen niet afwees, was het grootste geschenk dat hij ooit kreeg. Het kan hem nu nog ontroeren.

Zijn moeder overleed toen hij 13 jaar was. Zij had hem goed op haar overlijden voorbereid en Helberg kreeg al vroeg belangrijke levenslessen mee. Je kon merken dat de verbinding met zijn moeder nog levend was want Helberg zei dat de groene jurk die Abbring droeg tijdens het interview, hem aan zijn moeder deed denken en hem vertrouwen gaf. Zijn moeder zei altijd als ze nieuwe kleren ging kopen: “Nou heb ik weer een groene jurk gekocht!”.

Gelijkwaardigheid genereert eigenwaarde

Een volgend fragment kwam uit een Polygoonjournaal van 1969 over een opstand tegen Shell op Curaçao. Volgens het journaal was automatisering de diepere oorzaak van de opstand maar dat klopt niet, zei Helberg. De opstand had te maken met de ongelijkheid; zwarten verdienden een derde van wat blanken verdienden. De opstand ging over gelijke rechten!

Als we een inclusieve samenleving willen dan moeten we goed geïnformeerd zijn. Educatie speelt een belangrijke rol. Ook blanke Nederlanders moeten weten waarom 30 juni een belangrijke dag is: de dag van de herdenking van de afschaffing van de slavernij. We kennen onze geschiedenis niet en de geschiedenis moet belicht worden vanuit verschillende kanten. Pas dan weet je welk onrecht gedaan is.

Helberg vindt dat de emancipatie van de zwarte mens nog steeds niet goed op gang is gekomen. Hoe diep de discriminatie gaat en hoe diep die in persoonlijke levens doordringt wordt mede duidelijk in een fragment waarin blanke docenten een klasje met zwarte werknemers van een of ander bedrijf onderwijzen over hoe ze sterker kunnen staan in hun functie. Als ze dat aankijken van klanten zouden kunnen, dan zouden ze assertiever overkomen. De blanke docenten hadden goede bedoelingen maar eigenlijk werden de zwarte werknemers geschoffeerd. Abbring had met het schaamrood op de kaken naar het fragment gekeken.

Helberg legde uit dat ‘het niet aankijken’ door zwarte mensen een gevolg is van de slavernij. In de slavernij leer je dat je de ander tot ding kunt maken als je ze niet aankijkt. Het was volgens Helberg beter geweest als deze docenten hadden geprobeerd om de zwarte medewerkers te begrijpen in plaats van hen te onderwijzen. Op basis van gelijkwaardigheid met elkaar bezig zijn genereert eigenwaarde. Als de een ergens rijker van wordt, dan de ander ook. Dàt genereert eigenwaarde en dan hoef je niemand te ‘empoweren’. Baldwin zegt: “Ik ben hier nu en ik ben niet van jou. Ik ben niet minder waard.”

Het onderwijs kan een positieve rol spelen. Louis Armstrong zingt er over dat onze kinderen meer zullen leren dan wij ooit zullen weten. Universiteiten maken hun onderwijs inclusiever. Het gaat de goede kant op. We kunnen gaan onderzoeken wat racisme is, in plaats van het te ontkennen, zodat we er mee op kunnen houden.

De partij Artikel 1, die inmiddels na een rechtszaak niet meer zo mag heten en waarvan Helberg de lijstduwer was, wil radicale gelijkwaardigheid. Er kan wel gezegd worden dat de economie vooruit gaat maar dat betekent zeker niet dat iedereen vooruit gaat.

Vaders

In het fragment ‘Boys of Summer’ (2008) krijgen we te zien hoe een zwarte vader zijn zoon coacht met honkballen. We zien een zwarte vader zijn die wèl aanwezig is in het leven van zijn kind. Het verhaal dat zwarte vaders er niet zijn voor hun kinderen wordt steeds herhaald maar we moeten deze vaders een helpende hand bieden. Ook hier blijkt hoe diep de slavernij in de psyche is doorgedrongen. Het zwarte vaderschap is verarmd door de slavernij, door de reis van Afrikanen naar Amerika. Hele familieverbanden zijn uit elkaar gerukt. Dàt moeten we begrijpen. Daar komt bij dat de slaveneigenaars die kinderen hadden verwekt bij slavinnen meestal afwezig waren als vader. Zwarten hebben nog steeds meer wantrouwen binnen hun relaties dan witten.

In het fragment uit de documentaire over de Oekraïense danser Sergei Polunin zegt de (witte) vader: “Als ik het over zou kunnen doen, zou ik meer aandacht aan mijn gezin hebben besteed.” Toen ouders van deze jonge danser gingen scheiden viel zijn wereld uitelkaar. Hij wist niet meer waarvoor hij danste maar de machine die geld verdiende aan zijn talent draaide door. Hij raakte aan de drugs en kreeg de naam dat hij niet te vertrouwen was, terwijl hij gewoon hulp nodig had. Het dansen had geen betekenis meer voor hem. Hij was de verbinding met zichzelf kwijt. Pas toen hij weer heel was kon hij weer dansen.

Helberg wilde zelf ook danser worden maar zijn moeder wilde dat hij dokter werd. Na een gebroken knie was het besluit niet meer zo moeilijk. Hij ging medicijnen studeren. Nu vind hij het prettig dat hij mensen kan helpen om weer heel te worden.

Relatietherapie

We krijgen een fragment te zien uit ‘Scenes uit een huwelijk’ (1974) van Ingmar Bergman. We zien twee mensen die van elkaar houden maar niet samen kunnen zijn. We moeten volgens Helberg de liefde leren. Wij kunnen onze liefde aan die ander geven maar als die ander zijn of haar liefde niet meer aan ons kan geven dan is het klaar. De liefde is wel voor de ander maar niet van de ander. In een relatie geven beiden 50% maar je blijft altijd 100% verantwoordelijk voor jouw 50%. Ook voor je eigen boosheid ben je voor 100% zelf verantwoordelijk. Relatietherapie blijft van waarde, ook als de partners toch gaan scheiden. Het kan de partners leren elkaar beter te verstaan en dat blijft fijn ook als ze uit elkaar gaan.

We krijgen nog een mooi fragment te zien uit de film ‘Moonlight’ uit 2016. We zien twee zwarte jongemannen die in hun kindertijd een relatie met elkaar hadden en elkaar na vele jaren opnieuw ontmoeten. Het fragment eindigt er mee dat ze tegen elkaar aan zitten, de een met zijn hoofd op de schouder van de ander, de ander streelt zijn schedel. We mogen die intimiteit zien en dat is heel bijzonder. Het gaat eens een keer niet om de coïtus, het gaat om de aanraking van de huid, ons grootste orgaan, zegt Helberg. Door de aanraking van de huid weten we ons geborgen. Zelf mist hij het dat hij al lang niet meer aangeraakt is… Jezelf kunnen zijn in een menselijke relatie is het mooiste wat er is.

Ook aan deze televisie zomeravond komt een einde. Helberg en Abbring staan op en dansen.


Ga vooral deze film zien: I am not your Negro.

En ook de keuze film van Helberg is een aanrader: Selma.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychiatrie, Systeemtherapie