Psychologenpraktijk Gerie Hermans

Gerie Hermans is een volgens de wet BIG (Beroepen Individuele Gezondheidszorg) geregistreerde GZ – psycholoog (Gezondheid Zorg – psycholoog), Orthopedagoog en erkend Systeemtherapeut. Als verzekerde hulp valt haar praktijk onder de wettelijke basis geestelijke gezondheidszorg (basis-GGZ). Zij wil desondanks zoveel mogelijk vrij blijven van de gezondheidsindustrie en bureaucratie zoals die door de overheid en de zorgverzekeraars opgelegd worden.

Voor wie

Voor jongeren, volwassenen, partners en gezinnen die psychologische en systeem-therapeutische behandeling zoeken bij problemen met de opvoeding, de relatie of de persoonlijke ontwikkeling. Voor mensen die graag te maken hebben met een psycholoog die een voorloper is in het behouden van beroepseer, gelijkwaardigheid en privacy in de GGZ.

You can also have therapy in English. I worked and lived in Australia for twelve years.

Waar

Bereikbaar op telefoonnummer: 035-6210745

Per e-mail: geriehermans@planet.nl

Werkzaam in praktijk aan huis gevestigd in het centrum van Hilversum: Ruitersweg 49B

Wachttijd is 8 à 9 weken.

Visie

Psychische klachten staan niet op zichzelf. Dikwijls hebben de klachten of problemen te maken met de situatie waarin iemand leeft. Een goede therapeut kan inzoomen maar heeft ook een flinke groothoeklens. Door psychische klachten in een bredere context te plaatsen kan men zelfs een dieper begrip van de klacht krijgen.

Individuen, relaties, gezin en verdere omgeving vormen een systeem en mensen komen sneller uit de problemen met hulp die daar aandacht voor heeft. Het (gezins-)systeem kan een stelsel zijn voor genezing en groei van al zijn leden. Systeemtherapie gaat over interacties en relaties, over context en levensfasen. Anders gezegd: ‘Het probleem zit niet tussen de oren maar tussen de neuzen…’

Ook in individuele therapie wordt gewerkt met ‘open deuren en ramen’. De cliënt reflecteert samen met de therapeut over zijn relaties en interacties met anderen in de verschillende contexten waarin hij leeft. Meerdere standpunten en perspectieven worden gezocht en meerstemmigheid wordt aangemoedigd.

Over deze manier van werken staat meer op de website van mijn beroepsvereniging: de Nederlandse Vereniging voor Relatie- en Gezinstherapie, de NVRG.

Benadering van de hulp

– Hoogwaardige en duurzame psychologische zorg. We gaan in op dieperliggende, structurele en contextuele achtergronden van de problematiek waardoor u een echte positieve en blijvende verandering gaat ervaren zodat u minder beroep hoeft te doen op de gezondheidszorg.

– Geen bureaucratische ‘zorg-producten’ of ‘behandel-protocollen’ maar hulp specifiek op u, uw situatie, uw geschiedenis maar vooral op uw toekomst toegesneden. Zorg op maat.

– Psycholoog en cliënt zijn gelijkwaardige gesprekspartners. Er is geen medisch-lineaire, klinische of gezagsrelatie. Problemen worden niet ingekaderd als een ziekte of stoornis waar de dokter of de psycholoog over gaat. We werken toe naar een beter gevoel voor eigen vragen, eigen kracht en eigen oplossingen. U blijft de eigenaar van uw veranderingsproces. De therapeut is deskundig maar niet de expert over uw leven.

– Soms zijn de tijden tussen de consulten langer zodat u op uw eigen tempo naar verandering toe kunt werken: Langdurige korte therapie.

– Korte communicatielijnen. Doorverbinden is er niet bij. U wordt niet behandeld door een lager (hbo) opgeleid iemand die onder een geregistreerd iemand werkt tegen een lager loon, zoals bij veel GGZ instellingen en huisartsenpraktijken het geval is.

– Mijn eigen functioneren krijgt voortdurend aandacht en verdieping via intervisie met collega’s in de regio en daarbuiten, via supervisie, leertherapie, na- en bijscholing.

Methoden

Systeemtherapie; technieken uit de contextuele, structurele, emotie-gerichte, oplossings-gerichte en narratieve therapie worden toegepast. Verschillende perspectieven op de kern van het probleem worden onderzocht waardoor blijkt dat er vele ingangen mogelijk zijn. Duidelijk wordt hoe het probleem in stand gehouden wordt door huidige posities, relaties en interacties. Er wordt gewerkt aan het horen van iedereen door iedereen. Wat kunt u leren van het probleem? Unieke situaties wanneer het probleem niet speelt worden onderzocht. Door te oefenen met nieuwe posities, relaties en interacties komt verandering op gang en zo wordt het probleem opgelost.

Individuele psychotherapie en cognitieve gedragstherapie. Therapie met expressieve middelen zoals schrijven, tekenen, poppetjes, rollen-spelen, enz.

Diagnostische hulpmiddelen

– Gesprekken. Een deel van het diagnostisch proces bestaat uit het verruimen van het denken over wat het probleem is.

– Intelligentieonderzoek

– Persoonlijkheidsonderzoek

– Studie- en beroepskeuze onderzoek

IMG_2174

Werkplek

Contract-vrij

De praktijk sluit bewust en uit principe geen contracten af met zorgverzekeraars (voor meer info: de contract-vrije psycholoog en zorg voor kwaliteit). Voornaamste punt van kritiek op de contracten met zorgverzekeraars is dat het verplicht tot medewerking aan een zorgstelsel waarin de zorg-verzekeraars steeds meer macht krijgen en de vrije keuze in de zorg onder druk staat. Het contract tussen zorg-verlener en cliënt raakt steeds meer op de achtergrond. Ik kies er voor om alleen een ‘contract’ te hebben met mijn cliënt(systeem).

Het zorgstelsel is momenteel een op winst gericht, bureaucratisch en geldverslindend systeem waarin de regie over de zorg steeds meer bij de professional wordt weggehaald. Zorgverzekeraars exploiteren zorg-verleners en belasten zorg-verleners met tijdrovende administratie. Geld is een doel geworden.

Het voordeel van contract-vrij werken is tevens dat de facturering via de cliënt verloopt zodat de cliënt niet alleen de controle behoudt over privacy-gevoelige informatie maar ook over datgene wat in rekening wordt gebracht. Het nadeel is dat de cliënt een deel van de behandeling zelf moet betalen (wanneer deze een natura-polis heeft) maar daardoor raakt de cliënt ook meer verbonden bij de behandeling. De cliënt zal er sterker op gericht zijn om er uit te halen wat er in zit. Dit staat in dienst van een scherpe en dynamische werkrelatie.

Vrije keuze

Zorgverzekeraars zijn ondanks het contract-vrij werken van mijn praktijk nog steeds wettelijk verplicht om de kosten van de psychologische hulpverlening van een BIG geregistreerde GZ psycholoog te vergoeden. De beroepsregistratie en kwaliteit is bij contract-vrij werkenden dezelfde als bij gecontracteerde psychologen. De politiek doet de laatste jaren zijn best om aan de vergoeding van een onafhankelijke manier van werken en om aan de vrije keuze in de zorg een eind te maken maar dit is nog niet helemaal gelukt. Het is afwachten wat er in de komende jaren gaat gebeuren.

Met name in de geestelijke gezondheidszorg is de vrije keuze belangrijk omdat het contact tussen hulpverlener en cliënt cruciaal is voor het slagen van de behandeling. Met een restitutie-polis heeft u altijd vrije keuze en krijgt u alles vergoed. Hier een overzicht van echte restitutie polissen in 2018. Hier een overzicht van vergoeding door de zorg-verzekeraar bij niet gecontracteerde psychologen in 2018. Houdt er rekening mee dat de zorgverzekeraar zal in alle gevallen uw eigen risico zal aanspreken.

Wilt u meer weten over het contract-vrij werken en de vrije keuze in de zorg? Luister naar een uitzending op BNR Radio van 27 november 2017.

Privacy

Mijn werk als hoofdbehandelaar in een zelfstandige praktijk valt onder de Basis GGZ. Dit is een ingewikkelde regeling waar veel bureaucratie bij komt kijken en die de privacy nagenoeg onmogelijk maakt. Daarom werk ik met een privacy-verklaring die al mijn cliënten kunnen ondertekenen. Er zal bij de intake ook gevraagd worden of u de ROM privacy verklaring wil ondertekenen.

Geheimhouding is een recht van de cliënt. Dientengevolge is het mijn plicht om dit recht niet te schenden. Leveren van informatie zonder toestemming van de cliënt is strafbaar.

Zie ook Privacy.

Kosten en vergoeding door de zorgverzekeraar

Gerie Hermans is een BIG geregistreerde GZ (gezondheidszorg) psycholoog. De praktijk is opgenomen in het kwaliteitsregister. Het uurtarief voor 2018 is € 94,- (een uur bestaat uit ¾ contact en ¼ voorbereiding).

Per maand ontvangt u een voorschot-factuur die u zelf betaalt. Na afloop van de behandeling volgt er een eindfactuur met alle informatie die nodig is voor een vergoeding van de kosten door uw zorgverzekeraar. Wanneer u een restitutiepolis heeft, wordt het volledige bedrag vergoed. Druk voor meer informatie op de knop Kosten bovenaan de homepage van dit weblog

Vergoeding van Jeugdzorg door de Regio Gooi en Vechtstreek in 2018

Per 1 juli 2018 worden er geen nieuwe Jeugdzorg cliënten meer aangenomen.

‘Flip the system’

Psychologenpraktijk Gerie Hermans heeft de missieverklaring van de Stichting Beroepseer ondertekend. Het alternatief voor het marktdenken in de zorg en het onderwijs wordt door deze stichting benoemd als ‘flip the system’ en houdt in: kleinschalige, platte organisaties waar professionals met beroepseer werken die zelf hoge kwaliteit nastreven in het belang van hun patiënten, studenten en leerlingen omdat ze daar plezier in hebben. Docenten, artsen en verpleegkundigen zijn de afgelopen decennia gedegradeerd tot uitvoerders van beleid en management (in hiërarchische organisaties). Dat moet veranderen: ze moeten weer eigenaar worden van de kwaliteit van hun werk.

 

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologenpraktijk Gerie Hermans, Zorgverzekeringen

Mooi interview met Dirk de Wachter

Te lezen op de website van Brainwash.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychiatrie, Psychologie

Opeens heel anders naar iets kijken

Door een podcast op de site van de Correspondent met Tamar Stelling en Joris Luyendijk kijk ik ineens anders naar enkele voor ons voortbestaan essentiële zaken. Met iets meer optimisme.

Het is niet zozeer strijd maar samenwerking die de evolutie veroorzaakt

Heel anders naar iets gaan kijken, vanuit een heel ander en nieuw perspectief, is een belangrijke voorwaarde voor verandering. Dit weten veel mensen al maar wanneer we de evolutie nou eens niet meer zouden zien als een uitkomst van strijd, maar als een uitkomst van samenwerking, wat dan? Wat wordt dan ons bredere perspectief? Zouden we ons dan zelfs een eind aan oorlog en geweld kunnen voorstellen en een eind aan de trauma’s die er door veroorzaakt worden? Zouden we ons dan kunnen voorbereiden op het uitbreken van de wereldvrede? Misschien wel.

De biologen zijn al een tijdje klaar voor het nieuwe perspectief. De meerderheid heeft uiteindelijk kunnen aanvaarden waar de evolutietheorie van Charles Darwin* te kort schoot. Darwin verklaarde weliswaar hoe de beste variant van een soort, althans de beste op een bepaald tijdstip en plaats, de meeste nakomelingen krijgt maar verklaarde niet wat de drijvende kracht was achter de grote variatie van soorten. Van het artikel van Stelling begrijp ik dat het vooral de bioloog en bacterioloog Lynn Margulis is, die ontdekte hoe evolutie echt werkt. Namelijk door samenwerkingen.

Tamar Stelling publiceerde vòòr de genoemde podcast met Joris Luyendijk het artikel: Vergeet even alle oorlogen. En zie: het bestaan is een grote wonderlijke samenwerking, op de Correspondent. Hierin wordt de revolutie die Margulis in de biologie veroorzaakte, helder beschreven. In de podcast horen we de verwondering van Luyendijk over wat Stelling in haar artikelen aankaart. Ze schrijft over kennis van het leven waar veel te weinig mensen van af weten. Uit het hierboven genoemde artikel:

De laatste jaren blijkt strijd dan ook steeds meer gewoon slechts één – onterecht overbelichte – kant van de evolutionaire medaille. Wat maakt de natuurlijke wereld dan wel tot wat hij is? Juist extreem geraffineerde samenwerkingsverbanden.

‘De planeet hangt van symbioses aan elkaar’, stelde Margulis. Samenwerkingen dus. Wat zijn voorbeelden van symbiose? Neem koraal. Koraal heeft algen nodig om zonlicht om te zetten in energie. Algen wonen in koraal. Of neem korstmos, dat bestaat uit schimmels en algen in innige omhelzing.

Soms is het samenzijn zelfs zó innig, dat diersoorten letterlijk in elkaar opgaan. Die fusie van totaal verschillende soorten tot nieuwe beestjes noemen we symbiogenesis. En symbiogenesis staat, volgens Margulis, aan de basis van alle evolutie. Een revolutionaire gedachte.

Dit soort wetenswaardigheden uit de biologie spreken mij als systeemtherapeut aan. Juist vanuit de samenwerking, vanuit de verbinding en de context, willen systeemtherapeuten problemen oplossen. Niet zozeer door strijd verder komen in het leven maar door samenwerking!

Margulis kwam al met haar inzichten in het midden van de vorige eeuw maar ze werden pas aan het einde van de vorige eeuw geaccepteerd. Ze ging tegen de evolutietheorie in wat haar niet direct in dank werd afgenomen.

Tijdens een debat in 2009, getiteld ‘Homage to Darwin,’ aan de universiteit van Oxford, vroeg een zichtbaar getergde Richard aan Margulis: ‘Waarom? Waarom zou je onze elegante ideeën over evolutie nu willen compliceren met zoiets oneconomisch als

Waarop Margulis antwoordde, immer Because it’s there.’ ‘I am not controversial, I am right’

Ze vervolgde: ‘En noem me één geval! Uit het fossielenverslag, uit het lab, uit het veld of waar dan ook! Waarbij het slechts een optelsom van willekeurige mutaties was, die leidde tot de evolutie van de ene diersoort in de andere?’

Geen van de aanwezige vooraanstaand biologen kon een soort noemen.

Zo zie je maar dat strijd nog wel belangrijk blijft. Margulis heeft moeten strijden voor erkenning van haar endosymbiose-theorie.

Stelling is correspondent ‘niet-mens’ en houdt zich vooral met dieren bezig maar haar artikelen hebben veel gevolgen voor de mens. We zouden ook op een heel andere manier kunnen gaan kijken naar onszelf. Wij bestaan namelijk niet alleen uit ons DNA maar wij bestaan zeker voor de helft dankzij allerlei vreemde bacteriën.

Iedereen draagt zo’n anderhalve kilo bacteriën mee, met name in de En van daaruit bestieren bacteriën de boel, zo komt uit steeds meer onderzoek naar voren.

Overleven zonder ons selecte gezelschap aan bacteriën – zo’n 100 triljoen van 1000 verschillende soorten alleen al in het maagdarmkanaal – zal niet gaan. Bacteriën genereren bijvoorbeeld een derde van alle moleculen in je bloedbaan. De ene bacterie maakt essentiële vitamines zoals de andere bacterie zorgt dat je voedingsstoffen kunt halen uit je eten. Zo vinden we in Japanners veel Bacteroides plebeius, die zorgen dat Japanners het beste halen uit sushi.

En we hadden nooit gedacht dat darmbacteriën iets te maken zouden hebben met allerlei aandoeningen zoals maar ook dat bleek onlangs het

Maar daar stopt de bacterie-mens-symbiose Want ook elke cel mét menselijk DNA – de eukaryotische cel – is niet het gevolg van een oercel die middels goed uitpakkende mutaties gewoon steeds maar complexer werd. Nee, onze cellen zijn van origine een samenwerkingsverband tussen losse bacteriën, die om hun moverende redenen besloten dat het beter vertoeven was samen binnen hetzelfde

Dat hokken van meerdere kleine bacteriën in een grotere cel, noemen we ‘endosymbiose.’ Een enkeling sprak daar vroeg in de twintigste eeuw ook al wel over, maar dankzij Margulis werd de endosymbiontentheorie een coherente theorie.

Geneeskunde

Lange tijd had de geneeskunde alleen aandacht voor die paar bacteriën die de boel verzieken, nooit voor de bacteriën die de zaak structureel in stand houden. Hoe anders is dat nu. Bestreden we bacteriën eerst nog met hand en tand – iedereen aan de antibacteriële zeep! – nu is het juist aan deze nijvere eencelligen om ons weer beter te maken, of weer meer ‘onszelf.’

Want misschien zijn veel ziektes en aandoeningen – zoals diabetes of zelfs autisme – wel geen genetisch defect, maar veel eerder een verstoring van je populatie minibeestjes. Dokters experimenteren inmiddels naar met zogenaamde ‘poeptransplantaties’ van gezonde naar zieke mensen, en het tijdschrift Wired berichtte onlangs over de

En nee, het zijn niet alleen bacteriën en beesten die elkaar vinden in samenwerkingsverbanden. Wetenschappers verwachten nog allerlei gelijksoortige symbiotische verbonden te tussen schimmels, planten en dieren.

Zonder samenwerking zijn we ten dode opgeschreven

Dus: de volgende keer dat iemand je vertelt dat het leven getekend wordt door dat de natuur ‘nu eenmaal wreed is’ en we onze bedrijven, overheden en relaties maar beter kunnen inrichten in ‘de geest van de evolutie’ – vertel dan het verhaal van Lynn Margulis.

‘Wat is een koe die geen gras kan eten?’, vroeg Margulis haar studenten. ‘Een uitgehongerde koe. Wat is een termiet die niet in staat is om hout te verteren? Een dode termiet. Beide soorten danken hun bestaan aan grote gemeenschappen zeer specifieke symbionten, die in hun magen en darmen leven en van daaruit voedsel verwerken.’

Negentig procent van de bacteriën in de magen van termieten komen nergens anders ter wereld voor. En de termietbacterie die enzymen produceert die hout omzetten in pulp, wordt zelf óók weer bijgestaan door honderdduizenden nóg kleinere bacteriën, die op hun beurt de houtverwerkende bacterie ‘ronddragen’ door hun gezamenlijke termietgastheer.

Samenwerking maakt sterk en fit, samenwerking zorgt dat soorten zich kunnen aanpassen aan nieuwe omgevingen en situaties. En zonder samenwerking zijn we ten dode opgeschreven.

Verwondering en escalerende interesses

De nieuwe biologische theorie leidt tot verwondering. Hier geeft Luyendijk in de pod-cast uiting aan: “De grens tussen mij en niet-mij (het vreemde) is minder absoluut dan we dachten want al het andere leven zit ook in mij. Net zoals de grens tussen leven en dood minder absoluut is. Kijk bijvoorbeeld naar het ‘onsterfelijke’ kwalletje Turritopsis dohrnii.” Hier heeft Stelling eerder over geschreven: Hoe de onsterfelijke kwal mythische proporties aannam.

Wat dit kwalletje doet staat haaks op wat wij tot nu toe denken over veroudering. Het stuurt zijn cellen als het ware terug in de tijd op een moment dat de omstandigheden voor hem niet ideaal zijn. In een soort babyfase wacht hij betere tijden af en groeit later uit tot volwassene.

Turritopsis dohrnii, getekend op een T-shirt

Wat ook tot verwondering leidt is het feit dat meer dan 99% van alles wat leeft niet menselijk is. Meer dan 99% van het leven bestaat uit planten, microben, insecten en schimmels. Als de mens wegvalt heeft dat weinig gevolgen voor de algemene leefbaarheid van de planeet.

Stelling spreekt in de podcast over haar escalerende interesse. Er wordt bijvoorbeeld teveel vis uit zee gehaald. IJsland en Noorwegen willen zich niet houden aan de visquota en sluiten zich daarom niet aan bij de EU. En dan blijkt dat dit samenhangt met de Brexit van Groot-Britannië. Hier kom je niet zo gauw op.

We hebben last van kwallen omdat we hun natuurlijke vijanden hebben gedood. Dan vinden we een ‘kwallenshredder’ uit. Door dit apparaat te gebruiken komen de zaadjes en eicellen van de kwallen allemaal los waardoor we weer meer kwallen krijgen. We vernietigen koraalriffen en mangrovebossen waardoor we overstromingen krijgen en dan komt de industrie met techniek om ons te wapenen tegen overstromingen.

We kunnen ons verwonderen over dat kleine beetje leven dat wij mensen zijn en dat die soort bezig is om alles te vernietigen wat hij nodig heeft. Stelling probeert positief te blijven. Ze benadrukt dat onze cultuur voor ons belangrijk is en laat zien dat de cultuur voor bijvoorbeeld walvissen en andere dieren net zo belangrijk is. In de podcast zegt Luyendijk dat mensen gevangen zitten in hun cognitieve beperkingen. Omdat mensen de panda zo leuk vinden gaan ze die beschermen maar de sprinkhaan niet en zo gaat de mensheid ten onder. Stelling voegt hier aan toe dat er heel veel geld besteed wordt aan onderzoek naar buitenaards leven en zwarte gaten maar dat we nog te weinig weten over het leven op deze planeet: ‘Kwallen zijn belangrijker dan zwarte gaten.’

We hebben te weinig morele kaders waarbinnen we over het leven nadenken. Het is de techniek die bepaalt wat er gebeurt. De wetenschap construeert met techniek de werkelijkheid terwijl het eerder haar rol is om dingen te ontdekken over de werkelijkheid.

Mensen die een kind willen lijken de aanjagers te zijn van het embryo onderzoek maar waarom zijn er zoveel van deze mensen? Waarom kunnen ze niet een kind krijgen op een natuurlijke manier? Omdat ze er te laat aan begonnen zijn! En waarom is dat? Omdat de samenleving niet ingericht is op gelijkwaardige man-vrouw verhoudingen. De eigenlijke aanjager achter de embryo-techniek is de ongelijke man/vrouw verhouding. Weer zo’n escalerende interesse van Stelling.

Luyendijk vraagt haar: Hoe krijgen we grote groepen mensen geïnteresseerd in dit soort wetenschap die hen zo direct raakt? Stelling geeft als voorbeeld de Noorse insectendeskundige Anne Sverdrup-Thygeson die haar best doet om mensen te interesseren voor insecten.

Insecten redden elke dag een klein beetje ons leven. Ze zijn klein maar hun prestaties zijn onmisbaar. Ze recyclen voedingsstoffen en dienen als een soort lijm in de natuur: ze verbinden soorten met elkaar en zorgen voor producten die mensen nodig hebben. Denk aan alles wat dood gaat en de mest die dat veroorzaakt. Dat moet allemaal gerecycled worden. Insecten werken samen met schimmels en bacteriën om afval terug in de circulatie te brengen. Dat composteren is belangrijk voor ons mensen. Als dat niet zou gebeuren zouden we ons niet meer in de natuur kunnen begeven. We hebben lange tijd insecten voor lief genomen maar nu door de intensieve landbouw, de insecticiden en de invasieve soorten zijn we de voorwaarden voor het leven zo snel aan het beïnvloeden dat de insecten hun diensten niet meer kunnen bewijzen.

Het blijft Luyendijk verbazen hoe beperkt de kennis is over datgene dat het leven mogelijk maakt. Dat raakte me. Vandaar dit bericht over het werk van Tamar Stelling op de Correspondent.


* Darwin heeft het zelf niet over strijd maar over overleving van de best aangepasten, ‘survival of the fittest’, wat iets anders is dan strijd. Het zijn de sociaal Darwinisten, die na hem kwamen en die het idee van strijd met zijn evolutietheorie verbonden. Dit onder leiding van de rechts liberale socioloog, filosoof en antropoloog Herbert Spencer.

1 reactie

Opgeslagen onder Dierengedrag, Psychologie en klimaat

Zonder afstemming op je lijf is een goed leven niet mogelijk

Psychoanalyticus en hoogleraar psychodiagnostiek Paul Verhaeghe schrijft met enige regelmaat voor Brainwash, podium voor verrassende ideeën. Deze keer schrijft hij: We zijn verleerd naar ons lichaam te luisteren

De titel raakte meteen een snaar. Naarmate ik ouder word, praat mijn lichaam steeds duidelijker terug. Ik voel steeds meer de noodzaak om er beter naar te luisteren en te leren om er fijner op af te stemmen. Hier had ik al veel jonger mee kunnen beginnen.

Het mooie is dat Verhaeghe laat zien hoe het persoonlijke en het lichamelijke verweven zijn met het publieke en het politieke. Concentratieproblemen, stoornissen die op lichamelijke aandoeningen lijken, burn-outs, depressie, enz. zijn beter aan te pakken als we ze begrijpen in de bredere context.


Hier een bewerking en enkele alinea’s uit het stuk van Verhaeghe.

Goed in je vel zitten vind ik een prachtige omschrijving voor een gezonde combinatie tussen lichaam en geest – eigenlijk tussen voelen en denken. Dat heb je voor een flink stuk te danken aan de interactie met je ouders, maar de uitbouw van je identiteit en de daarin besloten afstemming op je lichaam gebeurt natuurlijk ook buiten het gezin. Toch zien we dat het lichaam in onze moderne maatschappij steeds vaker te veel onder druk wordt gezet, met grote gevolgen voor je welzijn.

Sluiten de beelden die vanuit uit de maatschappij op ons af komen en ons beïnvloeden min of meer aan bij wat wij zelf voelen? Sluiten de verwachtingen van buiten aan bij onze persoonlijke mogelijkheden? In welke mate laten de beelden van buiten keuzes toe?

Als het antwoord op die vragen negatief is, dan spreken we over vervreemding. Dan nemen we ideeën en beelden over die ons ziek maken. Het gevolg is dat we niet langer afgestemd zijn op wat er binnen in ons en in ons lichaam aan het werk is.

We beseffen te weinig hoe een economische ideologie onze identiteit op een sluipende manier overgenomen heeft, ogenschijnlijk onafhankelijk van een ideologie. De meest doortrapte list bij deze onzichtbare vervreemding is de uitnodiging van de reclame- en mediawereld om onze ‘individualiteit’ belangrijk te maken. In de praktijk betekent dit dat we met zijn allen dezelfde, grotendeels overbodige spullen kopen, dezelfde rommel eten, aan dezelfde vormen van ontspanning doen, collectief steeds harder werken, gevolgd door hetzelfde soort vakantie die we vervolgens op hetzelfde soort Facebookpagina etaleren. En allemaal denken we uniek te zijn.

Wij zijn ‘onbewust gehoorzaam’ maar dat zien we niet, we zien onszelf eerder als realistisch, normaal of rationeel. We menen te weten hoe het leven echt is.

Als we ons niet goed voelen bij het leven dat we leiden – voor zover we dat gevoel al toelaten – schrijven we dat toe aan een persoonlijk falen. We moeten nog méér ons best doen, nog harder werken, nog bétere keuzes maken. Tegenwoordig moet alles steeds sneller, ook onze manier van denken, consumeren, werken, ontspannen zoals blijkt uit eigentijdse uitdrukkingen: quality time, short ski, fast food, speed dating, powernaps. Slaap dient om onze batterijen op te laden, niet om uit te rusten. Work hard, play hard.

De oorzaak van vervreemding en versnelling ligt in het alomtegenwoordig concurrentieprincipe gebaseerd op het gevoel constant geëvalueerd te worden. Via onze smartphone beoordelen we elkaar met één klik (van een tot vijf sterren). Je cijfer is voor iedereen zichtbaar en bepaalt je leven; van het soort auto dat je kan huren tot de kwaliteit van de medische zorg die je ontvangt. Alles hangt af van het aantal sterren toegekend door anderen.

Wie Uber-taxi’s gebruikt, kan de chauffeur een digitale beoordeling geven en krijgt er zelf ook een. De resultaten daarvan zijn publiek zichtbaar en hebben effecten: een passagier met een 4,8 rating heeft ‘recht’ op Uber VIP, met betere auto’s en chauffeurs met een hogere rating. Bij een hyperslechte rating raak je niet van de straat.

Met concurrentie is op zich niks verkeerd en competitie kan best leuk zijn. Het wordt een probleem als heel het leven in het teken van competitie komt te staan. Het idee dat concurrentie alleen maar ons professioneel leven betreft en we thuis lekker kunnen relaxen, klopt niet langer. Ik ben een product dat ik zelf aan de man moet brengen, in voortdurende competitie met andere producten in een omgeving die één grote markt geworden is. Omwille van die concurrentie moet ik mezelf aanprijzen en oppimpen, want enkel zichtbaar succes telt mee, met als typische illustratie het aantal ‘likes’ en ‘vrienden’ op je Facebook en Instagram, het aantal volgers op je Twitter en het aantal contacten op LinkedIn, het aantal dates op Tinder.

De verplichting om steeds meer te voldoen aan het verwachte ideaal maakt dat we steeds harder ons best doen. Tot het helemaal mislukt. Burn-out en depressie zijn de algemene noemers voor een instorting die volgt op een vaak langdurige periode van inspanning, naast alle andere medisch-psychologische gevolgen van stress.

De buik laat zich als eerste horen

Als het de verkeerde richting uitgaat, laat mijn lijf van zich horen. ‘Mijn lichaam heeft niet dezelfde ideeën als ik’ – deze uitdrukking komt van de Franse cultuurfilosoof Roland Barthes. Als ik mij identificeer met – beter: als ik mij vervreemd aan – beelden en idealen die ingaan tegen mijn lichaam, dan is mijn buik de eerste lichaamsregio die protest aantekent, lang voordat ik bewust besef wat er aan de hand is. Onze (onder)buik is de plaats waar affecten voelbaar worden, zoals blijkt uit de wijsheid van onze taal. ‘Het ligt zwaar op mijn maag’; ‘ik doe het in mijn broek van angst’; ‘er ligt iets op mijn lever’. Wanneer ik daar geen gehoor aan geef en ondanks de protesten verder ga op de ingeslagen weg, worden de signalen dwingender en verschuift protest naar ongemak en pijn en vervolgens naar ziekte.

Mijn lijf tekent protest aan. Geef ik daar gehoor aan? Bij gebrek aan een goede afstemming op mijn lichaam doe ik dat niet. Het kan nog erger: vanuit het concurrentieprincipe kan ik een stap verdergaan en de pijn als deel van het ‘offer’ beschouwen dat ik moet brengen om een ideale vrouw of man te worden, als een te betalen prijs voor succes. Een dergelijke interpretatie van pijn illustreert hoe vervreemding erin slaagt ons een voordehandliggende betekenis van signalen te doen negeren of zelfs om te keren. Pijn lezen als een aanmoediging om nog harder door te gaan op de ingeslagen weg – veel gekker hoeft het niet te worden.

De grappige vervreemdingseffecten op ons uiterlijk, van gescheurde broeken tot gekke kapsels, zijn klein bier in vergelijking met de dodelijke vervreemdingseffecten op de binnenkant van ons lijf. Onderzoek legt steeds duidelijker het verband tussen langdurige stress en ernstige ziektes. Ondanks onze langere levensduur en betere gezondheid zien we dat mensen op jongere leeftijd ziektes en stoornissen ontwikkelen waarvoor ogenschijnlijk een duidelijke verklaring ontbreekt. We vinden geen oorzaak omdat we nog te vaak exclusief medisch-biologisch redeneren en omdat we alles netjes in hokjes willen opdelen en benoemen, zelfs als we niet begrijpen wat er aan de hand is. Misschien zelfs vooral wanneer we het niet begrijpen; hokjes scheppen een illusie van veiligheid. Naast de stijging van het aantal mensen dat aan onverklaarbare pijn lijdt, zien we een toename van obesitas, diabetes en auto-immuunziektes. Op mentaal vlak zetten depressie en angst de toon, samen met een veralgemeende ADHD-drukte (we stappen, spreken, eten een flink stuk sneller dan een generatie terug) die heel plots kan omslaan in een totaal energieverlies van burn-out of het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS).

Deze ziektes ontstaan nooit plots, ze hebben een jarenlange voorgeschiedenis waarbij ons lichaam al heel wat signalen gaf dat we verkeerde ‘keuzes’ aan het maken zijn, als individu en als gemeenschap. Veel mensen voelen de signalen niet, ook al omdat ze die met de hulp van pillen, lijntjes coke en alcohol het zwijgen opleggen. Maar het lichaam blijft van zich laten horen, het buikgevoel wordt pijn en pijn wordt ziekte, tot we luisteren of helemaal verdwijnen (meestal in een ziekenhuisbed).

Zonder afstemming op je lijf is een goed leven niet mogelijk.


Een ander stuk van Verhaeghe luidt:

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie

Opnieuw eigenaar worden van je verlangen

‘Rekindling desire’ is de titel van een video waarin Esther Perel spreekt over het seksuele verlangen. ‘Rekindling desire’ betekent: Aanwakkering van verlangen.

Het seksuele verlangen werkt niet veel anders dan het verlangen naar een croissant. Omdat Perel zo’n innemende spreker is krijg je meteen zin. De video duurt nog geen 3 minuten. Kijk hier: Rekindling desire

Door weer eigenaar te worden van wat je wil, wakker je het verlangen aan. Daarbij speelt de verbeelding een rol. Een crisis in het verlangen is eigenlijk een crisis in de verbeelding. Het toeëigenen van je verlangens betekent dat je vind dat je de bevrediging van het verlangen verdient, dat je deze waard bent.

Als je het verlangen kwijt bent ben je de verbinding met jezelf kwijt. Je bent je hoop, je nieuwsgierigheid en je aspiraties kwijt en ook je seksuele verlangen.

Mocht je meer willen weten kun je de online workshop ‘Rekindling desire’ volgen of het boek kopen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychotherapie

Zingevingscrisis

Dit belooft een interessante nieuwe serie te worden in De Correspondent: Voor zingeving heb je geen religie nodig. Van Arjen van Veelen.

Van Veelen denkt dat er een ‘zingevingscrisis’ is. De behoefte aan zingeving of betekenis is volgens hem veel groter dan het aanbod. Bijna alles wat betekenis kon geven hebben we ondermijnd.

Hij wil op zoek naar een robuuste en duurzame vorm van betekenis. Hij gaat zelfs op zoek naar een basisreligie. En daar heeft hij de bestaande godsdiensten niet bij nodig want:

Miljoenen mensen geven dagelijks op praktische wijze antwoord op de vraag wat de Zin van het Leven is. Al die mensen hebben een Iets Waar Je Het Allemaal Voor Doet.

De armoedige, heersende filosofie van deze tijd die je kunt samenvatten als ‘alles uit je leven halen’, geeft het gevoel van betekenis niet. In deze filosofie wordt het leven voorgesteld als een tube tandpasta die je moet uitpersen.

We moeten betekenis en geluk van elkaar leren onderscheiden. In de zogenaamd ‘gelukkige’ landen worden relatief meer zelfmoorden gepleegd doordat het gevoel van betekenis bij de mensen ontbreekt. Geluk is ‘vluchtig’. Betekenis maakt je bestand tegen een stootje.

Hoe krijg je meer betekenis?

Je kunt gebruik maken van het lijstje van Esfahani Smith. Die is gebaseerd zowel op wat grote denkers erover hebben bedacht als op gesprekken met gewone mensen. Je leven is zinvol als je:

– jezelf onderdeel voelt van iets groters
– een doel hebt in je leven
– een goed verhaal hebt om je eigen leven en de wereld te begrijpen
– momenten van transcendentie ervaart (zeg maar: een kippenvelmoment)

Van Veelen gaat met behulp van dit lijstje op zoek naar op welke manier mensen betekenisvol bezig zijn. Hij gaat dus niet bij filosofen of religieuze professionals te rade, hij gaat kijken naar wat gewone mensen dóen om hun leven te laten uitstijgen boven het leegknijpen van een tube tandpasta. Hij gaat op zoek naar de leermeesters van het gewone leven.

Geen slaaf meer willen zijn van je eigen prestatiedrang

Volgens Van Veelen maakt bijvoorbeeld de zwemmer Maarten van der Weijden de omslag naar het streven naar betekenis. Van der Weijden wilde geen slaaf meer zijn van zijn eigen prestatiedrang. Van een sportmachine veranderde hij in een sociaal bewogen mens. Hij zamelde geld in met het zwemmen voor onderzoek naar kanker.

In zijn boek: ‘Beter’, heeft Van der Weijden het niet over kanker overwinnen maar over kanker doorstaan; over het doorstaan van het lijden. Hij gaat in tegen de filosofie die van ziek zijn je eigen verantwoordelijkheid maakt. Volgens hem is kanker gewoon een kwestie van pech.

Terecht vraagt Van Veelen zich af hoe Van der Weijden actief kan zijn voor de VVD, de partij die juist steeds op de eigen verantwoordelijkheid hamert en het recht op pech ontkent.

Ik vraag me af hoe gewoon deze leermeester is. Van der Weijden was een topsporter. Dat vind ik niet zo gewoon.

Desalniettemin kijk ik uit naar de volgende ‘gewone’ leermeester die mij nog meer leert over hoe mensen betekenis vinden.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek

Esther Perel in Zomergasten

 

Heerlijk om een vakgenoot, systeemtherapeut, zo goed voor de dag te zien komen op TV. Het dagblad Trouw kopte met een recensie: De slotaflevering van Zomergasten was een openbaring. Esther Perel heeft een gave.

Inderdaad. Zo komen haar overwegingen over, als een openbaring! Esther Perel heeft zich het gedachtegoed van de systeemtherapie zo eigen gemaakt dat het overkomt alsof ze het heeft uitgevonden.

Maar Perel was nog lang geen relatietherapeut toen ze in 1981 bij Minuchin mocht meekijken bij zijn gezinstherapieën. Minuchin, de vader van de systeemtherapie. Van hem heeft ze veel geleerd. Dat weet zij ook.

Niet dat ik zou willen zeggen dat Perel geen gave heeft want daar ben ik het van harte met de journalist van Trouw eens. En die gave vindt, denk ik, vooral zijn oorsprong bij de opvoeding door haar ouders, twee getraumatiseerde Joodse mensen uit Polen, die ondanks alles haar een innemende hoeveelheid levendigheid, verbeeldingskracht en zelfvertrouwen hebben weten mee te geven. Daarnaast heeft ze van jongs af aan verschillende talen leren spreken.

Perel zegt: “Problemen leven niet ìn je maar in het ecosysteem”. Dit is een typisch systemische uitspraak. Dat we geneigd zijn om te denken dat problemen ìn ons leven, wordt volgens haar mede veroorzaakt door de psychoanalyse. We gingen diep graven in onze psyche en zijn ons zelf steeds meer gaan identificeren met onze problemen, maar we zijn meer dan dat. We zijn niet ons probleem. Perel: “We zijn elkaar voortdurend aan het maken.” Een andere manier om dit te zeggen is: “Het probleem zit niet tussen de oren maar tussen de neuzen.”

Om het probleem weer buiten je zelf te plaatsen biedt bijvoorbeeld de, uit de systeemtherapie voortgekomen, stroming van de narratieve therapie een stuk gereedschap. Ik doel op het zogenaamde externaliseren van het probleem zodat je het beter van verschillende kanten kunt bekijken. Daar hebben narratief therapeuten vele vragen voor bedacht. Om te beginnen geef je het probleem een naam met een hoofdletter. Stel dat het probleem Onzekerheid heet, dan vraag je bijvoorbeeld naar de bedoelingen, de bondgenoten en de manier van spreken van Onzekerheid.

Minuchin ontwikkelde weer andere gereedschappen. Zijn gezinstherapie valt onder de structurele systeemtherapie. Perel zocht een mooi fragment uit met hem. Minuchin noemt in het fragment ook nog even een belangrijke vertegenwoordiger van de narratieve stroming: Michael White .

Loskomen van je zekerheden

Perel heeft Minuchin zelf aan het werk gezien en herinnert zich dat hij gezinstherapie eens voorstelde als een biljartspel. Je moet strategisch denken. Als je het probleem van het gezin wil oplossen dan wil je bijvoorbeeld dat één van de ballen (één gezinslid) van positie verandert. Om dat voor elkaar te krijgen stoot je een andere bal in zijn richting waardoor de bal in beweging komt. Hoe de ballen na die eerste stoot op het laken liggen zal er heel anders uitzien. Veranderen van rollen en posities om het probleem op te lossen ofwel om verandering te creëren. Zo werkt structurele gezinstherapie.

Voordat Perel bovenstaand fragment van Minuchin liet zien benadrukte ze eerst dat we ons een weg moeten zien te banen uit onze eigen zekerheden, uit de verhalen waarin we vast zijn komen te zitten. Dit naar aanleiding van het eerste fragment van deze Zomergasten-avond, uit de film ‘I, Tonya’ waarin een moeder en dochter de confrontatie aan gaan. Het punt dat Perel wil maken is dat het verzekerd zijn van je eigen waarheid of zekerheid, de vijand van verandering is.

“Welcome to my office”, zegt ze nadat we gezien hebben hoe moeilijk het kan zijn om de waarheid van dochter Tonya te laten samenkomen met de waarheid van haar moeder. Ze willen een relatie met elkaar maar ze willen bij hun eigen waarheid blijven en die liggen ver uit elkaar. Perel zou zeggen: “Het doet me pijn om jullie zo te zien. Jullie moeten een weg zien te vinden uit je eigen waarheid, uit je eigen zekerheid.”

Het idee van het vastzitten in je eigen verhaal, zekerheden of waarheid en de kennis over hoe je daar uit los moet zien te komen en hoe dit helpt bij het opnieuw verbinden met mensen komt voort uit de stroming van de narratieve therapie. Het doel van de therapie is om samen een nieuw verhaal te kunnen maken.

Perel ziet heel veel mensen die ‘op zoek zijn’ naar verbinding met hun ouders. Wie waren/zijn zij nu echt? De moeder in de film gaf Tonya een keiharde opvoeding wat de dochter haar kwalijk neemt. De ‘waarheid’ van de dochter transformeert wanneer ze kan aanhoren dat deze moeder zelfs niet eens gezien werd door hààr moeder en dat zij met haar harde opvoeding vooral wilde voorkomen dat zij Tonya hetzelfde zou aandoen.

Het volgende fragment komt uit de documentaire: ‘My architect’. We zien opnieuw hoe vast we kunnen komen te zitten in onze zekerheden, in onze verhalen. Soms is een zekerheid of een verhaal zelfs een illusie. Een oudere vrouw houdt hier vast aan de illusie, haar waarheid, dat haar partner van haar hield en dat hij naar haar op weg was. Zij wil zich niet uit haar illusie bevrijden maar haar zoon, de maker van de documentaire, wil wel dat zij dit doet. Hij doet zijn best om zijn moeder op andere gedachten te brengen maar zij blijft vast houden aan haar romantische verhaal. Misschien is dit ook wel het beste in dit geval. Zij heeft geen behoefte aan verandering. Haar zoon wel maar hij laat haar uiteindelijk toch maar in haar waarheid.

Deze documentaire is in zijn geheel een mooi verslag van hoe een kind op zoek gaat naar verbinding met een ouder. In dit geval is een zoon op zoek naar zijn vader.

Het ritme van de liefdesrelatie: Harmonie – disharmonie – reparatie

Uit ‘The before trilogy’ die de fasen van een liefdesrelatie in beeld brengt toont Perel een fragment uit het laatste deel ‘Before midnight’. We zien hoe de man uiteindelijk de verbinding met de vrouw probeert te herstellen, hoe hij de disharmonie probeert te repareren. Dit is een herkenbaar ritme in liefdesrelaties: harmonie, disharmonie en reparatie. In dit fragment lijkt de reparatie van de man te gaan werken.

Partners die in therapie gaan komen meestal niet met de vraag: wat doe ìk fout? Meestal willen de partners het hebben over wat er fout is aan de ander. Ze zijn de experts van de fouten van de ander. Perel vraagt graag naar het begin van de relatie. Waarom vielen ze op elkaar? Wat vonden ze zo leuk aan elkaar? En het bijzondere is dat datgene waar we in het begin het meest op vallen, later de bron van het conflict wordt. Het paar zegt: “We waren aan het dromen maar nu voelt het als een desillusie.” Ze krijgen iets teveel van het goede van de ander.

Wat Perel aan de orde wil stellen is de hoeveelheid hoge verwachtingen die paren tegenwoordig van elkaar en de relatie hebben. Waar onze behoeften aan verbinding vroeger vervuld werden door de leden van een hele gemeenschap moet dit nu overgenomen worden door die ene partner.

Wat weten we eigenlijk over waar paren mee worstelen?

Perel heeft podcasts gemaakt van paren in therapie. Ze kwam op het idee om deze podcasts te maken toen ze een keer verbleef in een Italiaans dorp waar iedereen nog van elkaar wist wat voor ruzies er speelden tussen echtparen maar ook wanneer ze elkaar liefhadden. Deze gemeenschappen zijn zo goed als verdwenen. Het dorp is vervangen door Facebook en daar laten we alleen onze mooie kanten zien.

Met de podcasts krijgen we een kijkje in de achterkamer, de huiskamer en de slaapkamer van een paar net zoals in dat Italiaanse dorp. Perel bood de paren in de podcasts gratis relatietherapie aan in ruil voor geluidsopnames van de gesprekken. Natuurlijk blijven deze paren anoniem maar hun stemmen zijn echt. Je kunt ze hier beluisteren: https://estherperel.com/podcast

Waar paren mee worstelen komt ook naar voren in een fragment uit de serie ‘The skin deep’. In deze serie beantwoorden paren vragen die op kaartjes staan. Terwijl ze om de beurt vragen stellen aan elkaar en deze beantwoorden, zitten ze tegen over elkaar en kijken ze elkaar aan.

De kaartjes die voor deze serie werden gebruikt zijn te koop en interviewer Janine Abbring haalde ze te voorschijn en trok een kaart uit de stapel voor Perel. De vraag die er op stond was: ‘If your mum were here, what would she tell me about you?’ Perel’s moeder zou over goede eigenschappen beginnen die ze niet tegen Perel zelf zou hebben verteld en de moeder van Abbring zou gezegd hebben dat ze goed borstplaat kon bereiden en dat ze niet zo stoer is als ze er uit ziet. Een leuk en persoonlijk moment in het interview.

Perel vindt het gebruik maken van deze kaartjes in therapie een goed idee omdat het een spel is. Je komt eigenlijk vanzelf op een meta-niveau.

Naar aanleiding van het ‘Skin Deep’ fragment heeft Perel het ook over de hoge verwachtingen die we tegenwoordig hebben van seksualiteit. Vroeger ging seks over reproductie en was het voor de vrouw een huwelijkse plicht. Nu willen we er van genieten en gaat seks over passie en verbinding. Dit zijn heel grote dingen. Dit verlangen we van seks voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid.

In het fragment raapt de man het kaartje: ‘When did you last fake an orgasm?’ en we zien hoe kwetsbaar en machteloos de man is terwijl zijn vrouw hem probeert te antwoorden. Zìj kan een orgasme ‘faken’ maar hij niet. Hij voelt zich volgens Perel afgewezen, incompetent en hij moet er maar op vertrouwen dat zij de waarheid spreekt over het wel of niet hebben van een orgasme.

Emancipatie voor iedereen

Vrouwen kunnen angst hebben voor verkrachting maar mannen kunnen bang zijn om vernederd te worden. Voor mannen geldt nog steeds de rigide code dat ze moeten winnen, dat ze competitief moeten zijn enz. We hebben een grotere diversiteit nodig in dit soort codes, niet alleen voor mannen maar voor iedereen. We moeten allemaal emanciperen.

In het ‘Skin deep’ fragment zien we dat niet alleen de man macht heeft. De machtsdynamiek speelt in elke relatie. Wie heeft de macht en wanneer? Wat is het rollenspel van de macht in de relatie? Dit zijn belangrijke vragen.

Na de Lewinsky-affaire in de VS (1995) is Perel zich gaan afvragen hoe Amerikanen eigenlijk over partnerrelaties en seks denken. Drie keer scheiden vinden de meeste Amerikanen normaal maar ontrouw en overspel zijn taboe. Hoe kan dit? Perel: “Hoe mensen met seksualiteit omgaan geeft een venster op de cultuur.” Het hedonistische (alles kan en mag en we moeten genieten) staat hier tegenover het puriteinse (het mag niet). Het mag niet maar Amerikanen willen wel alle details weten van het overspel…

Bij je partner blijven als je bedrogen bent is de nieuwe schande in de VS. Bedrog is het voornaamste probleem geworden. Amerikanen zouden seksueel intelligenter moeten zijn. In de periode van de Lewinsky affaire is Perel seksuoloog geworden en schreef ze haar eerste boek: Erotische Intelligentie. In het engels: ‘Mating in captivity’.

Lewinsky heeft haar verhaal, haar waarheid getransformeerd. Eerst dacht Lewinsky dat de seks met Clinton gebaseerd was op wederzijdse instemming. Maar later veranderde haar verhaal, haar waarheid, in dat de seks nìet gebaseerd was op wederzijdse instemming. Zij was een jonge stagaire en Clinton was president. Perel: “Hoe komt een jong meisje tot een beslissing in het gezelschap van een president? Dit is Lewinsky zich gaan afvragen. Je ziet welk effect een ander verhaal of een andere waarheid heeft: Een andere blik op de gebeurtenissen verandert de beleving er van.”

#Metoo

Voor Perel is het Lewinsky verhaal geen ‘#metoo’ verhaal. ‘#Metoo’ wil ze met een genuanceerde blik bekijken. Daarom toont ze een fragment met de Franse feministische filosofe en historicus: Elisabeth Badinter.

Badinter, die ook een boek heeft geschreven over het moederschap: ‘De mythe van de moederliefde: geschiedenis van een gevoel’. Badinter, die zegt dat we vroeger vonden dat je iemand niet moest verlinken. Dat deed je niet. En dat lijkt veranderd met ‘#metoo’. Verlinken lijkt prijzenswaardig geworden. Daar heeft Badinter moeite mee. Het moet niet vals worden. Perel merkt op dat zich hier ook de kloof van de generaties toont.

Net als Badinter staat Perel positief tegenover de vrouwen en mannen die eerst in de schaduw stonden en die nu getuigen van de seksuele intimidatie en het misbruik dat hen is overkomen. Getuigen is iets anders dan verlinken.

We moeten een onderscheid maken tussen ‘power over’ en ‘power to’.

Je levendig willen voelen

Het volgende fragment komt uit de 9-urige documentaire van Claude Lanzmann: Shoah. De film bestaat voornamelijk uit interviews met zowel slachtoffers als daders en bezoeken aan plaatsen die van belang waren voor de Holocaust in Polen, waaronder drie vernietigingskampen. Hij geeft getuigenissen van geselecteerde overlevenden, ooggetuigen en Duitse daders, vaak heimelijk gefilmd met een verborgen camera. Perel laat een fragment zien met een kapper die in concentratiekamp Treblinka zat.

Volgens Perel doet deze filmmaker precies wat de kinderen van de concentratiekamp slachtoffers ook hebben moeten doen: vragen stellen. Lanzmann vraagt door, ook als de kapper niet meer verder kan vertellen. Welke vragen stel je? Wat wil je weten als kind? Perel heeft haar moeder ondermeer gevraagd: “Wat maakte dat je wilde blijven leven?” Haar moeder dacht dat er na de verschrikkingen iemand zou zijn die op haar wachtte, dat er iemand was aan wie ze haar belevingen zou moeten vertellen. Ze durfde haar moeder niet te vragen naar de pijn en haar ouders vertelden haar vooral de heroïsche verhalen. Maar ze heeft hieruit goed begrepen dat mensen zich heel graag levendig willen voelen al is het maar voor één minuut. “Sommige mensen komen uit het trauma maar leven niet.” Haar ouders wilden groot en levendig zijn. Ook mensen die in therapie gaan, zoeken naar het levendige.

“Je voelt het geluk als je betekenis hebt”.

We moeten niet zoeken naar geluk maar we moeten zoeken naar betekenis. De choreograaf Ohad Naharin maakte een dans ter gelegenheid van het 50 jarig bestaan van de staat Israël, die betekenis voor hem had. We zien in dit fragment delen van de dans en de protesten er tegen. Perel: “Dit is kunst die een protest is, die tegen de traditie ingaat.” Naharin wilde de dans niet veranderen toen er veel reacties kwamen van mensen die aanstoot namen aan de onderbroeken waarin de dansers gekleed waren. Perel staat achter hem en hecht er aan dat de kunst vernieuwing, transgressie teweeg brengt. Zowel in de kunst als in therapie moeten we kunnen zeggen: “Ik wil een oude orde verlaten, een grens oversteken, ik wil het anders.”

Soms moet je mèt iemand anders zijn om zèlf iemand anders te zijn

Om haar visie over ontrouw is Perel de laatste tijd erg bekend geworden. Ze schrijft er over in haar nieuwe boek: ‘Liefde in verhouding: een nieuw perspectief op trouw en ontrouw’. Haar eerste boek: ‘Erotische intelligentie’ gaat over het verlangen binnen de relatie en dit tweede boek gaat over het verlangen buiten de relatie.

Ontrouw is een taboe maar als Perel aan een publiek van zo’n 900 Italianen vraagt wie er te maken heeft gehad met ontrouw of wie er geboren is uit een buitenechtelijke relatie gaan er bijna 900 vingers de lucht in. We hebben de liefde en de passie binnen de relatie gebracht maar het bestaat zeker ook daar buiten. Misschien kunnen we het taboe aan de kant zetten.

In de ontrouw gaan we volgens Perel op zoek naar een nieuw ‘ik’, naar het levendige in ons en we zoeken het buiten de relatie. We willen iets doen wat we anders niet doen, we willen andere delen van onszelf leren kennen. Soms moet je mèt iemand anders zijn om zèlf iemand anders te zijn.

We weten veel over de bedrogene, het slachtoffer van de ontrouw maar niet over de bedrieger, de dader. Perel houdt zich bezig met de dader. Haar visie op ontrouw leidde begin dit jaar tot een bespreking van haar nieuwe en tweede boek in de NRC met de titel: ‘Je moet bijna wel vreemd gaan’.

“Om moderne ontrouw te begrijpen moet je echt het moderne huwelijk begrijpen. Onze individualistische samenleving veroorzaakt een paradox: de behoefte aan trouw neemt toe, maar de aantrekkingskracht van ontrouw ook.”

Doordat we emotioneel zo sterk afhankelijk zijn van onze partners, hebben buitenechtelijke verhoudingen meer dan ooit een verwoestende lading, stelt ze. “Maar in een cultuur die individuele voldoening eist en ons verleidt met de belofte van meer geluk, worden we meer dan ooit in de verleiding gebracht om af te dwalen.”

Het lijkt wel alsof we in een ‘double bind’ terecht zijn gekomen. Perel bedoelt natuurlijk niet dat we vreemd moeten gaan maar ze plaatst het verschijnsel ontrouw binnen een breder kader: “Overspel als een uitdrukking van de complexiteiten en de dilemma’s van liefde en verlangen in deze tijd”. Dit is denken in systemen.

Liefde in het internet tijdperk

Aan de hand van een fragment uit de film: ‘Newness’ toont Perel hoe jonge mensen romantische consumenten zijn geworden, op zoek naar een ‘soulmate’. We horen de jonge vrouw zeggen dat voor haar alles steeds nieuw moet zijn. We zien hoe we op ‘dating apps’ honderden potentiële partners onder onze vingertoppen hebben. Op zoek naar extase, naar transcendentie, naar vrijheid en nieuwigheid waarbij de ‘fear of missing out’ meespeelt. We zoeken in de relatie naar nieuwigheid maar tegelijk willen we verbinding en veiligheid. We willen in één persoon vinden wat we vroeger in een heel dorp vonden.

In deze film speelt Perel zelf een rol. Alsof ze nog niet beroemd genoeg is!

Ze heeft overigens niet veel op met beroemdheid. Wat ze het belangrijkst vindt is dat ze het in de ogen van haar kinderen als moeder aardig gedaan heeft.


Eerder publiceerde ik een serie van 7 artikelen op dit weblog over Minuchin’s werkwijze. Te beginnen bij: Minuchin’s gezinstherapie I.

Ook publiceerde ik eerder een verslag van een workshop die ik volgde bij Esther Perel: Erotische intelligentie

Meer over samen een nieuw verhaal maken en narratieve therapie op dit blog: Therapie is taal; het is samen een rijker verhaal maken.

1 reactie

Opgeslagen onder Psychotherapie, Systeemtherapie

Winstverbod voor zorgverzekeraars

BELANGRIJK ARTIKEL IN TROUW!

Van Wilma Kieskamp op 3 september 2018

Debat over marktwerking laait op: CDA, PvdA en SP willen winstverbod voor zorgverzekeraars

Alleen de VVD is nog tegen het winstverbod in de zorg. Groen Links wordt niet genoemd in het artikel.

Een bijzondere combinatie van partijen – regeringspartij CDA en het linkse blok PvdA en SP – wil dat het zorgverzekeraars definitief onmogelijk wordt gemaakt om winst te maken. De partijen vinden dat al het geld dat binnenkomt via de verplichte basisverzekering besteed moet worden aan zorg.

En zo keert de discussie over marktwerking in de zorg dit najaar terug in de Tweede Kamer. Want zoiets regelen bleek eerder niet eenvoudig. Het eerste voorstel van de partijen voor een winstverbod werd vorig jaar al door de Tweede Kamer aangenomen. Maar na forse kritiek in de Eerste Kamer brachten CDA, SP en PvdA het voorstel niet in stemming. “We willen het zorgvuldig regelen en hebben ons de kritiek aangetrokken”, zegt Kamerlid Renske Leijten (SP). “De inhoud staat overeind. We willen nog steeds een winstverbod.”

Leijten heeft ontelbare uren met Hanke Bruins Slot (CDA) en Lilian Ploumen (PvdA) aan tafel gezeten. De drie partijen zijn al twee jaar bezig­­ om een ‘winstverbod’ voor zorgverzekeraars te regelen. Na de kritiek in de Eerste Kamer herschreven ze hun wetsvoorstel en stuurden het in juli terug naar de Tweede Kamer.

Volgens CDA-Kamerlid Hanke Bruins Slot hebben ‘scherpe vragen’ van De Nederlandsche Bank en de toezichthouder in de zorg, de NZA, ertoe geleid dat de drie partijen nog eens hebben gekeken hoe ze een winstverbod “juridisch zo sluitend mogelijk kunnen maken”.

Een winstverbod betekent dat verzekeraars al het geld dat ze binnenkrijgen via de verplichte basisverzekering voor zorg ook moeten besteden aan zorg. Of aan lagere premies. Maar winst mag niet worden gebruikt om dividend uit te keren aan aandeelhouders, zo luidt het voorstel. In de nieuwe versie van de wet zijn kleine dingen veranderd. Zoals dat toezichthouder NZA boetes ‘kan’ opleggen in plaats van ‘moet’ opleggen.

Dat CDA samen met de linkse oppositie vraagt om een winstverbod, ligt om meerdere redenen gevoelig. Een winstverbod betekent voor zorgverzekeraars dat zij de laatste stap naar een ‘vrije markt’ niet kunnen zetten, terwijl dat ooit wel is beloofd door de Tweede Kamer. Winst uitkeren moest het sluitstuk worden van de marktwerking, die in 2016 begon.
Maar gaandeweg kregen steeds meer politieke partijen twijfel. De zorgmarkt is vrij genoeg zoals die nu is, en hoeft niet nóg vrijer, vindt het CDA nu, net als een overgrote meerderheid van de Tweede Kamer. Alleen de VVD wil de verzekeraars nog toestaan winst uit te keren. Die partij vindt dat de belofte aan de verzekeraars stand moet houden.

Politiek gezien lijkt een winstverbod makkelijk te regelen als alleen de VVD tegen is. Die partij verzette zich vorig jaar in de Tweede Kamer fel tegen de plannen en noemde het een vorm van ‘onteigening’ als zorgverzekeraars winst niet met aandeelhouders mogen delen. Alleen zo kan een verzekeraar financieel gezond blijven en kapitaal aantrekken, aldus de VVD.
Toch kan het dit keer in de Tweede Kamer ook heel anders lopen, want er ligt een regeerakkoord. Daarin is opgenomen dat er enerzijds met het kabinet te praten valt over een winstverbod, maar dat een plan wel ‘houdbaar’ moet zijn. Daarmee zegt het kabinet eigenlijk: als er teveel juridische bezwaren blijven, gaat het winstverbod niet door. Vooral voor het CDA is dit lastig. Toen die partij begon met het schrijven van een initiatiefwet voor een winstverbod, zat ze nog in de oppositie. Nu niet meer.

SP-Kamerlid Renske Leijten zegt dat SP, CDA en PvdA “hun best hebben gedaan het winstverbod zo goed mogelijk te regelen”. De samenwerking tussen regeringspartij CDA en de linkse oppositie verliep soepel. “We hebben vrij kunnen werken. Er is vanuit de coalitie geen invloed uitgeoefend”, zegt Leijten.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zorgverzekeringen