Tagarchief: nieuwe economie

‘Onder de oppervlakte gebeurt er heel veel’

Dit zijn de woorden van Henry Mentink en hij doelt op de vele initiatieven die genomen worden op het gebied van ‘de nieuwe economie’. Ik hoop eigenlijk dat dit ook van toepassing is op het gebied van de psychologie en dat ook daar onder de oppervlakte veel gebeurt wat onder de noemer van ‘de nieuwe psychologie’ valt. Er is wel iets op gang aan het komen in de psychologie maar niet heel veel ben ik bang.

De opmerking van ‘onder de oppervlakte gebeurt er heel veel’, maakte mij nieuwsgierig naar de website van Mentink: Het Veerhuis.Village Trade Centre.

Een slogan die ik daar tegenkwam was: WIJ ZIJN DE ECONOMIE – JIJ BENT JOUW BEDRIJF – EEN EN AL WAARDECREATIE. Luister vooral naar het interview dat Lex Bohlmeier van De Correspondent met Mentink had maar hier volgt een korte weergave van wat ik hoorde en de betekenis ervan voor het runnen van een kleine psychologen praktijk.


Mentink is de eerste die zich namens het ministerie van Infrastructuur ging inzetten voor het delen van auto’s en is de oprichter van MyWheels. Hij begon met zijn eigen auto. Echt snel ging het niet: pas vijf jaar later kwam er nog eentje bij. Inmiddels zijn het er 2500.Het ging hem ook niet om snelle groei, maar om iets te doen wat hij leuk vindt, want dààr zit je talent. Wat hij graag doet is met speelsheid en creativiteit ‘communities’ creëren; samen business genereren.

Hij gebruikt de natuur als model voor de inrichting van bedrijven en organisaties.

Neem een lichaam, waar stoffen doorheen stromen via de bloed- en lymfebanen. Net zoals geld door een bedrijf stroomt. Maar in een bedrijf volgens het model van de oude economie stroomt het geld weg, naar buiten via investeerders en aandeelhouders. De nieuwe economie zoekt naar manieren om een bedrijf of organisatie te structureren als een geheel.

Zo werkt het ook in mijn praktijk, dacht ik. Ik doe ook wat ik leuk vind en bij mij gaat het om ‘samen met de cliënt en het systeem om hem of haar heen gezondheid creëren’. Dat is onze ‘business’. Bij mij stroomt ook al wat ik verdien terug mijn bedrijf in. Ik maak geen winst. Mijn praktijk hoeft niet te groeien. Het enige wat groeit is de kwaliteit van ‘de business’ door meer kennis en ervaring.

Maar hoe verbind ik mijn praktijk beter met andere, vroeg ik mij af. Het voelt wel eens eenzaam. Vooral wanneer er weer eens een regeringsmaatregel wordt afgekondigd die er op gericht is om een klein zelfstandig bedrijf als dat van mij weg te concurreren. Minister Schippers is echt van de oude economie. Alles moet groot en groeien en winst maken.

Alleen al door naar het interview met Mentink te luisteren voelde ik me verbonden. En daar gaat het om. Om verbinding. Om eenheid. Daar gaat het ook om bij de Club van Budapest waar Mentink zich mee verbonden heeft. Dit is een internationale club van mensen die de eenheid op deze planeet wil bevorderen. De grondlegger ervan is de Hongaarse wetenschapsfilosoof Ervin László. Op de recente aanslagen in Parijs reageerde deze club met een verklaring die begon met een gezegde van Mahatma Gandhi: ‘An eye for an eye makes the whole world blind’.

Wellicht is het model van ‘de nieuwe economie’ een idee voor een nieuwe GGZ  die er volgens sommige collega’s moet komen. Ook in de GGZ stroomt het geld weg. Geld verdwijnt in de bureaucratie, het stroomt naar reclame die zorgverzekeraars maken, naar de farmaceutische industrie en door de perverse prikkels die er van het oude economische model uitgaan verdwijnt er ook geld in de zakken van zorg-verleners en directeuren die gezondheidsinstellingen opzetten met winst als doel.

WAARDECREATIE! Daar zou de gehele GGZ van doordrongen moeten zijn!

Bohlmeier kaart in het interview aan dat organisaties juist vaak het beste uit mensen weghalen. Hoe kan dit? Volgens Mentink kent de oude economie wel de namen van de werknemers (de buitenkant) maar niet hun dromen, talenten en persoonlijkheden  (de binnenkant). In meer dan één opzicht moet volgens hem de binnenkant verbonden worden met de buitenkant. Mentink heeft een doosje ontwikkeld, de doos van ondernemerschap, waar zowel de binnen- als de buitenkant bekeken wordt bij het opzetten van een bedrijf. Je kunt een bedrijfsplan maken door voorbij dualiteit en concurrentie te denken, door vanuit het geheel te denken. Als de binnenkant niet goed is valt de buitenkant op een dag uit elkaar. Je moet werken vanuit de relatie dan weet je als bedrijf wat je en hoeveel je moet produceren. Speelsheid en creativiteit zijn nodig om uit de molen van het moeten en de rationaliteit te stappen.

Als je naar het klimaat kijkt en het geldsysteem dan vraag je je af hoe het verder moet. Maar dat  er veel onder de oppervlakte gaande is stemt Mentink optimistisch. Misschien gaan we de aarde toch nog redden. Dat de media aan al die kleine initiatieven weinig aandacht schenken heeft er mee te maken dat ook in de media de principes van de oude economie werkzaam zijn. Het gaat ook in de media om groot en om winst. Maar er worden wereldwijd veel kleine initiatieven genomen. Er gebeurt echt iets.

De slogan van de Triodosbank is: ‘Klein is het nieuwe groot’. Deze bank steunt Mentink met de financiering van zijn werk en zijn Veerhuis. Hij is een praktisch idealist. Hij wil niet de oude economie veranderen want dat stuit op weerstand maar hij wil er iets nieuws naast zetten. Dan komt het oude naar het nieuwe toe. De Nederlandse Bank heeft interesse getoond in het doosje van Mentink.

de-box-5-200x300

Het idee om de natuur als model voor organisaties te gebruiken haalt Mentink ondermeer uit de tijd dat hij een volkstuintje had. Een veldje kool werd helemaal opgegeten door de bladluizen. Hij keek dit een beetje aan en het volgende seizoen waren er veel minder luizen omdat de lieveheersbeestjes zijn veldje kool hadden gevonden. Zo kun je in een bedrijf soms ook eerst eens even iets aanzien. Soms hoef je alleen maar geduld te hebben. De natuur, alles wat er is en is geweest, is heel intelligent.

Advertenties

2 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek

Natuurbeleving heelt depressie

Wandelen in de natuur vermindert stress en helpt om gedachten te ordenen.

Grote filosofen zoals Emmanuel Kant betogen dit en psychologisch onderzoek toont het aan. Patiënten in ziekenhuizen herstellen sneller als ze uitzicht op bomen hebben in plaats van op een muur. Natuur werkt helend, maar veel mensen beseffen dat onvoldoende.

De Finse psycholoog Kalevi Korpela deed onderzoek onder 1.273 bewoners van de steden Helsinki en Tampere. Mensen die vaker piekeren en meer gebukt gaan onder het tempo van het moderne leven, melden dat verblijf in de natuur voor hen ‘helend’ werkt. Het verbaasde Korpela dat juist deze mensen de natuur minder vaak opzoeken. Hij heeft daarom midden in Finland het eerste psychologische natuurbeleving pad uitgezet. De route is zes kilometer lang en slingert door heuvelachtig bos. De weg combineert mooie uitzichten en biedt een intiem pad dat soms over plankieren loopt. Op de borden langs het pad staan een negental psychologische oefeningen beschreven, die het positieve effect van natuur moeten vergroten.

Misschien biedt natuurbeleving zelfs een acceptabele manier om te bezuinigen in de GGZ maar dan moet er natuurlijk wel in de natuur geïnvesteerd worden. In biodiversiteit bijvoorbeeld en in milieuvriendelijke productieprocessen.

De positieve effecten van de natuur ontstaan volgens de psychologen trouwens niet automatisch. De manier waarop de aandacht is gericht tijdens een verblijf in de natuur is van invloed op het effect. En hoe die aandacht gericht moet zijn legt de Nederlandse psycholoog Ad Bergsma uit in zijn ‘Beleef de natuur’, download hier de pdf. Je kunt de opdrachten afdrukken en meenemen op een wandeling van jouw keuze van ongeveer anderhalf uur. Het zijn opdrachten om stress en depressieve klachten tegen te gaan. Het is de bedoeling dat je de opdrachten om de 10 minuten doet.

Een opdracht is bijvoorbeeld: Kijk naar de rijkdom van soorten om je heen. In het groen is er niets dat over je oordeelt. De bomen produceren de zuurstof die jij inademt en de bomen gebruiken het CO2 dat jij uitademt. Luister intensief naar de stemmen (of de stilte) van de natuur om je heen.

Wanneer we alleen zijn in een puur natuurlijke omgeving, kunnen we ervaren dat we een onbeduidend radertje zijn in het grote schema van het leven. De bomen, meren of bergen om ons heen zijn onverschillig over ons bestaan. Dit helpt te beseffen dat alledaagse zorgen niet van levensbelang zijn. Statusangst, kantoorpolitiek en de kringetjes van het eigen gepieker doen er gewoon minder toe. Dit werkt bevrijdend.

Ad Bergsma maakte bij zijn opdrachten ook gebruik van de kennis van omgevingspsycholoog Agnes van den Berg. Meer over haar op dit blog hier. Van den Berg denkt dat het goed kijken naar een boom een rustgevende werking heeft door de herhaling van de structuur van boom, takken en verdere vertakkingen die gemakkelijk te verwerken zijn voor onze hersenen.

Bij het wandelen gebruik maken van al je zintuigen is ook een van de opdrachten. Wrijf een blaadje tussen je vingers om de geur op te snuiven, zoek met je ogen naar een detail dat het fotograferen waard is, streel het boomschors of een stukje mos, luister naar een vogel of het geruis van de bomen. Loop pas verder als je iets gevonden hebt wat je de moeite waard vindt, waar je anders achteloos voorbij gelopen zou zijn.

Een mooie opdracht vind ik het even stil staan bij een bijzonder mooie plek en de rust van de plek in je te laten neerdalen. Vaak kiezen mensen een plek die relatief onaangeraakt is. Deens onderzoek heeft laten zien dat dit een gevoel van veiligheid oplevert. Je kan daar als het ware even schuilen voor de drukte van het moderne bestaan.

IMG_0075

een bijzonder mooie plek

Hoe belangrijk natuurbescherming is voor de geestelijke gezondheid blijkt wel uit het bovenstaande. GGD Nederland voert terecht actie hiervoor en roept het kabinet op om te investeren in groen omdat het echt loont. Zie hierover het nieuwsbericht van het Fonds Psychische Gezondheid.

Een van de opdrachten van Bergsma is om je voor te stellen dat het geluid van een snelweg in de verte, een kabbelend beekje zou zijn. Deze opdracht zou ik liever overslaan. Om de drukte van het bestaan op deze wijze te ontkennen is mij te onkritisch. De huidige neo-liberale economie zouden we beter moeten omruilen voor de ‘nieuwe economie’. Meer hierover op dit blog hier.

Om je heen kijken in de natuur met de vraag: wat zie je om je heen dat iets zegt over hoe jouw leven er op dit moment voor staat, vond ik weer wel een leuke opdracht. Misschien komt er een beeld op waar je verder over kunt nadenken. Misschien levert het nieuwe gedachten op voor jouw leven.

Een verblijf in de natuur heeft natuurlijk ook zonder speciale opdrachten een positieve invloed. Persoonlijk slaap ik een stuk dieper en kom ik op nieuwe ideeën na een dag in de natuur.

7 reacties

Opgeslagen onder Psychologie, Psychotherapie

‘Meer, meer, meer’ gaat ons niet helpen

“Veel werken leidt tot stress, een onregelmatig gezinsleven, minder gemeenschapszin en minder maatschappelijk engagement”.

Tot deze conclusie komt de Amerikaanse econoom en socioloog Juliet Schor in haar boek ‘Plenitude: The New Economics of True Wealth (2010)’  waarin ze pleit voor een ‘nieuwe economie’.  Mensen worden volgens haar niet alleen gemotiveerd door geld, maar ook door de behoefte zich nuttig te voelen, creatief te zijn en verbonden te zijn met anderen.

De toename van stress bij te veel werken gaat samen met allerlei psychische klachten. Misschien kan de ‘nieuwe economie’  tot zinvoller en leuker werk leiden en tot minder stress. In de oude economie draait het om ‘meer, meer, meer’, wat alleen maar tot ‘meer, meer, meer’ stress leidt.

Met het publiceren van dit economische en politieke artikel, wordt op dit blog een nieuwe categorie artikelen gestart. De categorie: Persoonlijk is politiek. Dit was in de zeventiger jaren een motto van de feministen.

Met het intreden van de nieuwe economie zoals o.a. Juliet Schor dit voor ogen heeft, zou veel werk in de geestelijke gezondheidszorg weleens overbodig kunnen worden omdat er minder stress zal zijn en meer gemeenschapszin. Bezuinigen, de andere tendens in de ‘oude’ economie, gaat dan als vanzelf en spelenderwijs.

Volgens Schor moeten we af van het idee dat economische groei de crisis en de werkeloosheid gaat oplossen. Om het evenwicht op de arbeidsmarkt te herstellen zouden in de VS zo’n 11 miljoen banen gecreëerd moeten worden. ‘Zelfs bij een wel zeer optimistische economische groei van vier procent per jaar gaat dat niet lukken’.

Onder de titel: ‘Het nodeloze juk van de voltijds baan’, met als subtitel: ‘Op naar een andere economie’, verscheen in de Groene Amsterdammer een artikel van Mars van Grunsven, waarin de ideeën van Juliet Schor en ook die van Douglas Rushkoff, een bekende Amerikaanse mediatheoreticus naar voren kwamen. Hieronder een verkorte versie van dit artikel. 

De paradox in de heersende economische doctrine

Amerikanen kunnen met minder mensen meer produceren dan ooit tevoren. Dat is goed, zou je zeggen: Het perfecte recept voor minder arbeid – en meer rust. Maar dat is niet wat de huidige economische doctrine propageert.

Obama en Romney stellen dezelfde economische diagnose: De Amerikaanse beroeps­bevolking is de productiefste ter wereld, dus zodra de wereldeconomie aantrekt zal het afgeslankte Amerikaanse bedrijfsleven automatisch weer mensen aannemen. Het enige wat nu moet gebeuren is dat men in Washington DC de juiste beleidsmaatregelen neemt om dit herstel te versnellen. De huidige situatie – structurele werkloosheid (boven de acht procent) en een almaar groeiende staatsschuld (bijna zestien biljoen dollar) – is immers niet houdbaar. Over wat dit beleid zou moeten zijn, verschillen Obama en Romney uiteraard van inzicht.

Maar uiteindelijk stellen beiden arbeids­productiviteit in dienst van een hoger doel: Volledige werkgelegenheid en groei van het bruto nationaal product. Het bruto nationaal product (bnp) is datgene wat ‘nationaal’ verdiend/geproduceerd is, meestal in een jaar, door de staatsburgers van een land.

Streven naar volledige werkgelegenheid is begrijpelijk, helemaal in een land met een minimaal sociaal vangnet als Amerika: Veel van de ongeveer veertien miljoen werkloze Amerikanen zitten in serieuze problemen, waaruit schijnbaar alleen een baan hen kan redden.

Maar het blijft, als je erover nadenkt, paradoxaal: Proberen iedereen aan het werk te krijgen door te stimuleren dat voor hetzelfde werk steeds minder mensen nodig zijn – want dat is waartoe stijgende arbeidsproductiviteit in de regel leidt. Sterker, dat is zelfs de bedoeling van de (vooral digitale) technologieën die we ontwikkelen ter verbetering van de arbeidsproductiviteit.

Feit is dat Amerikanen – en hetzelfde geldt voor de rest van de ontwikkelde wereld – met minder mensen meer kunnen maken en doen dan ooit tevoren. Vooral digitale technologie neemt mensen werk uit handen. De tol langs Amerikaanse wegen wordt al door computers geïnd en als het aan Google ligt zijn taxi­chauffeurs straks vervangen door zelf-rijdende auto’s. Elk nieuw ontworpen computerprogramma kan iets wat voorheen door een mens werd gedaan – alleen doet de computer het sneller, beter en goedkoper.

Een van de laatste grote slachtoffers van deze ontwikkelingen is de U.S. Postal Service, zeg maar de Amerikaanse PTT. Dankzij de komst van e-mail verzenden mensen nu 22 procent minder post dan ze in 2007 deden, met als gevolg dat duizenden postkantoren in het land sluiten en honderdduizenden hun baan zullen verliezen. Dus roept Obama dat werkloosheid hét vraagstuk van het moment is.

Werkeloosheid een probleem?

De Amerikaanse denker Douglas Rushkoff waagt de wijsheid daarvan te betwijfelen. ‘Alsof de reden om een hogesnelheidstrein netwerk te ontwikkelen of een brug te repareren is dat we mensen aan een baan moeten helpen’, schreef hij in een geruchtmakende column op cnn.com. ‘Ik durf het bijna niet te vragen’, vervolgde hij, ‘maar waarom is werkloosheid eigenlijk een probleem? Ik begrijp dat we allemaal een salaris willen – of in ieder geval geld. We willen voedsel, onderdak, kleding en alle dingen die we met geld kunnen kopen. Maar willen we werkelijk een baan?’

Het is een ongebruikelijke, maar daarom niet minder prikkelende vraag. ‘We leven in een economie waarin niet productiviteit, maar werkgelegenheid het doel is geworden’, schrijft Rushkoff. ‘Dat komt doordat we al nagenoeg alles hebben wat we nodig hebben. Amerika is productief genoeg om de hele bevolking te voorzien van voedsel, onderdak, onderwijs en gezondheidszorg, terwijl slechts een fractie van ons hoeft te werken.’

Kom dus bij Rushkoff niet aan met een voorstel om de productiecapaciteit van het land te vergroten. ‘Ons probleem is niet dat we niet genoeg spullen maken’, schrijft hij. ‘Het is dat we niet genoeg manieren hebben om mensen aan het werk te zetten zodat ze kunnen bewijzen dat ze die spullen verdienen.’

Het is goed om ons te realiseren dat een baan als concept relatief nieuw is, stelt Rushkoff. Mensen hebben weliswaar altijd gewerkt, maar tot aan de opkomst van bedrijven in de Renaissance werkten de meeste mensen voor zichzelf – als ambachtslieden, handelslui of boeren. Pas toen door regeringen gecharterde bedrijven de economie begonnen te domineren, werd werken ‘een baan nemen’. Hier wil ik Rushkoff aanvullen: De boeren in Europa werkten in de Renaissance voor een groot deel voor hun landheren. Het gaat hier om het feodalisme, een andere systeem dan kapitalisme met een ander type uitbuiting.

Ook van de in Amerika gangbare term worker moet Rushkoff niets weten, ‘zoals we onszelf al lang niet meer beschouwen als slaven, lijfeigenen of edellieden, zo zouden we nu onszelf niet meer moeten zien als consumenten, managers of werkers; dat zijn termen uit het industriële tijdperk. Je bent geen werker, je bent een persoon.

Nu nieuwe technologieën meer en meer mensen overbodig maken, vraagt Rushkoff zich af: Hoe slecht is dat eigenlijk voor de mensen? Is dat sowieso niet waarvoor technologie bedoeld is? De vraag zou niet moeten zijn hoe we manieren vinden om die mensen alsnog aan een baan te helpen, maar hoe we een maatschappij kunnen organiseren rondom iets anders dan volledige werkgelegenheid. ‘We proberen almaar de logica van een schaarse markt te gebruiken om te onderhandelen over dingen die we eigenlijk in overvloed hebben’, constateert hij. ‘Het ontbreekt ons niet aan werkgelegenheid, maar aan een manier om de buit die de technologie ons heeft gebracht eerlijk te verdelen – en aan een manier om betekenis te scheppen in een wereld die al veel te veel spullen heeft geproduceerd.’

Rushkoffs antwoord op die vragen is er een dat ‘we ons voor het digitale tijdperk niet hadden kunnen voorstellen. We hoeven geen dingen meer te maken om geld te verdienen. In plaats daarvan kunnen we op informatie gebaseerde producten aan elkaar verkopen.’

In Rushkoffs ideale maatschappij zijn voedsel, onderdak, gezondheidszorg en onderwijs basisrechten. Het werk dat we doen – ‘de waarde die we creëren’ – is voor de dingen die het leven plezierig en betekenisvol maken. In zo’n maatschappij is werk ‘niet zozeer een baan als wel creatieve activiteit. We kunnen games voor elkaar maken, boeken schrijven, problemen oplossen en elkaar verlichten en inspireren zonder dat grote bedrijven eraan te pas komen.’

Zelfredzaamheid, medewerken en samenwerken

Rushkoff’s ideale maatschappij doet wellicht wat utopisch aan. Dat geldt in mindere mate voor de ideeën van de Amerikaanse econoom en socioloog Juliet Schor, die in haar boek Plenitude: The New Economics of True Wealth (2010) pleit voor een ‘nieuwe economie’. Daarbij gaat ook zij uit van de vaststelling dat het gelijktijdig streven naar een grotere arbeidsproductiviteit en volledige werkgelegenheid paradoxaal – en dus onwenselijk – is. Ook wil ze af van het idee dat de Amerikaanse economie afhankelijk zou zijn van economische groei (gemeten in het een percentage van het bnp).

Schor ziet drie grote vraagstukken in deze tijd. De ecologische gevarenzone waarin we ons bevinden, globale armoede en ongelijkheid in het rijke Noorden.

‘De noodzaak om die drie problemen gelijktijdig op te lossen, opent ruimte voor een nieuw soort economie’, zegt Schor. ‘Hier in de VS zie ik een alternatieve route die werkloosheid en ecologische schade terugdringt zonder verdere groei van het bnp. Deze route versterkt het algehele welzijn, de kwaliteit van het dagelijks leven en de hechtheid van gemeenschappen. Het is overigens geen puur technologische oplossing, hoewel groene, schone technologieën er een belangrijk onderdeel van zijn.’

Het kerninzicht, vervolgt Schor – en hiermee komt ze opeens weer in de buurt van Rushkoff – ‘is de noodzaak om de wijze te transformeren waarop mensen hun tijd besteden’.

De nieuwe economie die Schor voor zich ziet, krijgt twee hoofdcomponenten. De eerste is het onttrekken van arbeid aan de formele economie ofwel: Mensen moeten minder gaan werken. De tweede is het uitbreiden van de lokale economie, onder meer via doe-het-zelf-productie en kleinschalige ondernemingsactiviteiten.

Tussen 1973 en 2006 zijn Amerikanen gemiddeld 204 uur per jaar meer gaan werken. Dat heeft tot een enorme groei van het bruto nationaal product geleid, maar evengoed tot meer klimaatemissies en ecologische schade, constateert Schor. Bovendien leidt het vele werken tot stress, een onregelmatig gezinsleven, minder gemeenschapszin en minder maatschappelijk engagement. Maar er speelt nog iets anders: Groei van het bnp is simpelweg niet meer in staat het verstoorde evenwicht op de Amerikaanse arbeidsmarkt te herstellen. ‘De VS moeten elf miljoen nieuwe banen creëren om terug te keren naar het niveau van voor de financiële crisis’, zegt Schor. ‘Zelfs bij een wel zeer optimistische economische groei van vier procent per jaar lukt dat niet. De oplossing ligt in vierdaagse werkweken, gedeelde banen en vervroegd pensioen.’

Minder werken vermindert ook de ecologische impact van de economie, betoogt Schor. ‘Huishoudens met veel vrije tijd kiezen in de regel voor vervoersvormen en consumptiepatronen die minder belastend zijn voor het milieu.’

Een ander belangrijk voordeel van korter werken is dat mensen hun nieuwe vrije tijd kunnen gebruiken om meer zelfvoorzienend te worden, wat in de volksmond do-it-yourself wordt genoemd. ‘Zo kunnen mensen hun consumptie opvoeren en tegelijkertijd hun afhankelijkheid van inkomen terugbrengen, vaardigheden leren en hun creativiteit uitleven.’

Verschillende vormen van do-it-yourself winnen sinds de crisis in de VS sterk aan populariteit, stelt Schor in haar onderzoek vast. ‘Voorbeelden zijn het verbouwen van eigen voedsel, veehouderij, bijen houden, eigen energie­voorziening, milieuvriendelijk bouwen, eigen kleren maken en andere ambachtelijke vaardigheden.’

Volgens de gangbare economische doctrine moeten mensen zich specialiseren in een bepaalde activiteit, daarmee hun geld verdienen op de arbeidsmarkt, waarmee ze vervolgens kopen wat ze nodig hebben of begeren. Schor gelooft daarentegen dat het uitbreiden van activiteiten en inkomensstromen de toekomst heeft. ‘In staat zijn om in het geval van een instortende markt of een ecologische catastrofe in de eigen behoeften te voorzien, is een slimme strategie. Nog slimmer is het om dat niet op individueel niveau maar op gemeenschapsniveau te doen.’

Deze nieuwe zelfredzaamheid wordt in combinatie met ‘medewerking’ en ‘samenwerking’ de basis voor de nieuwe economie. ‘Het peer-to-peer-productiemodel steunt niet, of in ieder geval niet alleen, op eigenbelang. Mensen worden niet alleen gemotiveerd door geld, maar ook door de behoefte zich nuttig te voelen, creatief te zijn en verbonden te zijn met anderen. Dergelijke behoeften worden niet noodzakelijkerwijs in een gewone baan in het bedrijfsleven of bij de overheid bevredigd.’

De verschuiving van arbeidsuren op de formele arbeidsmarkt naar het niveau van huishoudens en gemeenschappen is volgens Schor ook verstandig omdat de ‘economie van schaalvoordelen is veranderd. Automatisering en het internet hebben kleinschalige productie aanzienlijk efficiënter gemaakt, vooral als dit binnen een sterk netwerk gebeurt. De opkomst van de informatietechnologie heeft de kleine onderneming getransformeerd van een nostalgisch overblijfsel uit een romantisch verleden tot de slimme ondernemingsvorm van de 21ste eeuw.’

Tot zover de verkorte versie van het artikel van Mars van Grunsven.

Ten slotte

Intussen zijn er allerlei ontwikkelingen in de VS en elders waarbij kleine bedrijven door grote worden verdrongen en zo de nieuwe economie tegenwerken. Voorbeelden in de GGZ in Nederland zijn bijvoorbeeld dat eigen praktijken van zelfstandige eerstelijns psychologen door de grote zorgverzekeraars aan banden worden gelegd. Op het gebied van internet zijn er kleine weblog-hostbedrijven die door grote bedrijven worden opgekocht en dan de vernieling ingaan. In de VS deze week kregen kleine grondeigenaren te horen dat hun land wordt onteigend voor een pijplijn van een ‘joint venture’ van grote olieconcerns.

Als ik de nieuwe economische zienswijze goed begrijp dan ben ik met mijn eigen kleine psychologen-praktijk duurzaam bezig. Mijn netwerk bestaat uit enkele lokale mensen die mijn werkwijze goed kennen en naar mij verwijzen, ik verzamel mijn eigen psycho-educatie materiaal, doe mijn eigen PR, maak zelf de WC schoon en sponsor een lokaal cultureel ‘event’. Dit alles ondanks de tegenwerking van de grote zorgverzekeraars die mij bestraffen door te korten op de vergoedingen die mijn cliënten krijgen omdat ik geen contract met hen wil afsluiten.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Zorgverzekeringen