Tagarchief: systeem

Psyche en Klimaat

Het symposium over klimaatstemmingen van de Stichting Psychiatrie en Filosofie bracht minder mensen bij elkaar in de Hogeschool van Leiden dan was verwacht. Er kwamen ongeveer 60 mensen op af.

Een van de organisatoren van het symposium en tevens voorzitter van de dag, Jaap van der Stel, lector GGZ aan de Hogeschool Leiden, had gegoogeld en gevonden dat de grote GGZ instellingen in Nederland niet met het klimaat bezig zijn. Àls ze met het klimaat bezig zijn dan is het met het eigen klimaat. Als je googled op werkloosheid in plaats van klimaatopwarming dan vindt je trouwens hetzelfde. We zitten in Nederland met een naar binnen gekeerde GGZ. Van der Stel had wel wat tips voor de instellingen om zich met die bredere context van het klimaat alsnog te verbinden.

Ondanks dat de grote instellingen achterbleven was ongeveer de helft van de aanwezigen afkomstig uit de GGZ. Enkele zelfstandige psychologen waaronder ondergetekende, een enkele psychoanalyticus, enkele psychiaters, docenten psychologie en enkele journalisten van vaktijdschriften. De meeste andere aanwezigen kwamen uit de klimaat- en milieubeweging.

Om in de stemming te komen bekeken we een trailer van de film ‘How to let Go of the World and Love All the Things Climate Can’t Change’. Meerdere mensen in de zaal kenden deze film. Ik persoonlijk nog niet en alleen al de trailer gaf nog meer diepte aan mijn bezorgdheid over het klimaat. Onderaan dit bericht vindt u een link naar de hele film. Hier de trailer:


Stemmingen die het gevolg zijn van de opwarming van de aarde variëren van angst, paniek, depressie, apathie, wanhoop, stress, boosheid, woede enz. Natuurlijk speelt trauma een rol. Zoals een psycho-analyticus in de zaal meteen opmerkte zullen we elkaar bij deze emoties en persoonlijke problemen moeten helpen en kan therapie een positieve rol spelen. Hierover later meer.

De emotie van de wanhoop bij een ieder die zich zorgen maakt over het milieu wordt mede veroorzaakt door de zwakke houding van de overheid. De overheid reguleert de multinationals en de fossiele industrie niet of nauwelijks en gelooft in de vrije markt. Het feit dat de politieke partij Groen Links moeite heeft om te regeren met de VVD en het CDA heeft veel met het klimaatprobleem te maken, namelijk met het maken van afspraken over hoe we met klimaatvluchtelingen omgaan.

Het feit dat we door een stortvloed aan reclames worden gestimuleerd om te consumeren enerzijds en anderzijds vernemen dat consumeren (auto rijden, vliegreizen, vlees eten) de opwarming van de aarde tot gevolg heeft, leidt bij mensen tot de mentale toestand van de zogenaamde ‘double bind’ wat apathie tot gevolg heeft. Kort nadat ik hier onlangs iets over las gaf ik mij op voor dit symposium.

We zullen stilstaan bij de effecten van klimaatverandering op het menselijk gemoed. Hoe reageren we op de veranderingen en de dreigingen? Wat kunnen we ermee?

Optimist of pessimist

Vrij snel kwam de advocaat van de duivel opdagen. Misschien kunnen we de hoop op het voortbestaan van de mensheid op aarde ook gewoon opgeven. Kijkend naar de ‘diepe tijd’ is de mensheid er nog maar kort en in dat opzicht niet zo belangrijk. De planeet gaat echt wel door ook al hebben wij onze eigen beschaving vernietigd. Optimisten kunnen heel irritante mensen zijn zal de Denker des Vaderlands René ten Bos uit Almelo in zijn presentatie betogen. Over het optreden van deze filosoof later meer.

Voordat de mensheid goed en wel van de planeet verdwenen is, krijgen we eerst nog te maken met de geleidelijke verwoesting van de beschaving. Dat is eigenlijk al begonnen. Neem alleen al de grote stromen vluchtelingen, ziektes door vervuiling, de verwoesting van leefgebieden, enz. enz. We gaan hier allemaal steeds meer last van krijgen hoewel rijke landen en rijke mensen het beste af zijn. Er zijn zelfs rijke mensen die zich hele delen van de aarde toe-eigenen waardoor ze de verwoesting nog lang kunnen overleven, ver verwijderd van de ontreddering van de rest van de mensheid.

Eigenlijk is klimaatverandering een veiligheidsprobleem betoogde de klimaatwetenschapper Leo Meyer. Interessant: Veiligheid is natuurlijk ook een psychologisch onderwerp. Ik denk aan de begrippen veilige en onveilige hechting uit de hechtingstheorie en de psychologische en maatschappelijke gevolgen van onveilige hechting. De GGZ kan misschien ook vanuit deze invalshoek een bijdrage leveren en mag wat mij betreft in actie komen.

De eerste lezing kwam niet van een optimist of pessimist maar van een realist; namelijk van de eerder genoemde klimaatwetenschapper Leo Meyer.

Opwarming van de aarde is een veiligheidsvraagstuk

Leo Meyer wordt door geen enkele van de eerder genoemde emoties, noch door slapeloosheid geplaagd. Zijn gemoedsrust blijft in tact omdat hij vindt dat het goed genoeg is dat hij zijn steentje bij draagt. Hij is bezorgd maar niet angstig.

Als scheikundige had hij al vroeg belangstelling voor milieuproblematiek. Hij probeert twee vragen te beantwoorden. 1. Is de angst voor de problemen rationeel of irrationeel? 2. Is de ontkenning van de problemen rationeel of irrationeel? Het is duidelijk dat de opwarming van de aarde de schuld is van de mens en niet van natuurlijke factoren zoals het komen en gaan van ijstijden, activiteiten van de zon of van vulkanen. Over het algemeen zijn mensen die er verstand van hebben het met elkaar eens hierover. De angst is dus rationeel en de ontkenning irrationeel. Meyer liet een cartoon zien van twee bioscopen naast elkaar: We houden ons zelf graag voor de gek.

Het grootste deel van de opwarming verdwijnt in de oceanen waardoor het ijs op de polen smelt en het koraal vernietigd wordt. De effecten op het land zijn bijvoorbeeld te zien rond de Middellandse zee, vooral in Syrië. De burgeroorlog daar wordt vooral veroorzaakt door Assad en de belanghebbende partijen en landen die zijn jihadistische oppositie bewapenen maar de opwarming van de aarde speelt wel degelijk een rol in de oorlog. Het heeft er al 5 jaar niet geregend.

Meyer maakte het punt dat de opwarming een veiligheidsvraagstuk is vanwege de grote gevolgen voor mensen en de natuur. Als we niets doen zal er sprake zijn van een 8 graden stijging en als we met zijn allen veel doen dan zal het bij 2 graden blijven. Hij verwacht dat we in het midden uit zullen komen. De gevolgen voor mensen zijn enorm, vluchten, ondervoeding, sterfte, enz. De gevolgen voor de natuur ook: De Noordpool zal in 2030 ijsvrij zijn. Voor Nederland hebben de veranderingen rond de Zuidpool nog meer invloed dan die op de Noordpool, ook al ligt de Zuidpool verder weg. In het jaar 2100 zal de zeespiegel hier 2,5 tot 3 meter gestegen zijn.

Onzekerheden horen bij de klimaatwetenschap en hierdoor krijgen klimaatsceptici en hun belangen de ruimte. Toch zullen er door de overheid bepaalde normen gesteld moeten worden. De sceptici waren grotendeels tot zwijgen gebracht maar met Trump is dat koor weer opgestaan. Meyer adviseert iedereen om het hoofd koel te houden en actie te ondernemen.


In de zaal was een cartoonist aanwezig: Anabella Kanai. Kijk vooral op haar website.

 

Geconfronteerd worden met het einde van de beschaving zoals wij die kennen, is niet niks. Hoe gaan mensen daar doorgaans mee om? Anabella Meijer – http://www.kanai.nl


Therapie voor klimaat depressie 

Na de klimaatwetenschapper Meyer kwam Evanne Nowak aan het woord. Ze is programmamaker en geestelijk verzorger en op zoek naar zingeving in het antropoceen. Ze probeert van ontkenning en apathie naar verbinding te komen. Volgens haar zijn we te druk met niets doen en leven we in een wereld waarin zorgeloosheid voorop staat. Zo creëren we een afstand ten opzichte van onze verantwoordelijkheid. Zo komen we tot de ontkenning van existentiële vragen en vervreemden we ons van het systeem. Vandaar de apathie.

Hoe ontwikkel je een behandelplan voor iemands klimaatdepressie als er geen behandelplan is voor het systeem van de planeet? Iemand met klimaatdepressie kan volgens haar nog het beste steun zoeken bij ervaringsdeskundigen. Als behandelaar is het goed om een zekere mate van ‘niet-weten’ toe te laten. Nowak noemt nog Joanna Macy, die een goeroe voor klimaatpsychologen schijnt te zijn.

De filosoof Wouter Kusters was de volgende spreker en vertelde dat hij tot voor enkele jaren geleden er nog wel vertrouwen in had dat het geleidelijk steeds beter zou gaan met de mensheid of in ieder geval dat het niet veel slechter zou gaan. Maar toen kwamen de film ‘An Inconveniënt Truth’ en het boek van Clive Hamilton: ‘Requiem for a Species’, uit.

De klimaatcrisis voelt voor hem als een traumatische beleving over iets dat nog moet komen. Pre traumatische stress. De crisis is moeilijk te lokaliseren en lijkt bovenmenselijk. Hij kan zich vinden in de woorden van de Australische filosoof Clive Hamilton: ‘The tragedy is the absence of tragedy’. Hierover meer in mijn bericht: Wat voor schepselen zijn wij?

Kusters vraagt zich af hoe de GGZ kan blijven praten over stoornissen als de wereld zelf ziek is. Als positieve ‘spin off’ van de klimaatcrisis zou je kunnen zeggen – ironisch bedoeld – dat wij als mensen eindelijk weer iets hebben dat boven ons dagelijks leven uitstijgt. We gaan samen ten onder.

Voor sommigen kan misschien het begrip disruptie een rol spelen bij troost. Disruptie betekent dat ‘iets nieuws en nog kleins’ (bijvoorbeeld wind en zonne-energie) in korte tijd ‘iets bestaands, groots en logs’ (fossiele energie) mogelijk gaat verdringen. De oude wereld staat verlamd toe te kijken en laat ‘het nieuwe’ gebeuren. Dit moeten we nog zien.

Kusters sluit in zekere zin aan bij Nowak als hij zegt dat we de klimaatcrisis niet moeten willen beheersen of managen. Laat de stilte ook maar zijn werk doen. Ons oude vertrouwde toekomstbeeld van de aarde is verwoest. Met deze werkelijkheid zullen we verder moeten.

Als psycholoog roepen zijn woorden bij mij op dat we de psychologische afweer van ‘de valse hoop’ het beste van ons af kunnen laten glijden en dat we de pijn en het verlies van hoop op een toekomst in een wereld die ons vertrouwd voorkomt, maar beter moeten leren te verdragen. Rouwen is gezond. Het kan ons zelfs verder brengen in een nieuwe richting en in het actief mee ontwikkelen van een nieuwe toekomst.

Als je de rouwfase door bent gekomen kun je misschien makkelijker overeind blijven op momenten dat je mensen tegenkomt die nog in de fase van de ontkenning zitten of bij het moeten aanzien van een overheid die nauwelijks bezig is met de opwarming van de aarde.

‘Doomsday prepping’

Onder deze titel publiceerde op 10 mei 2017 journaliste  Sanne Bloemink in de Groene Amsterdammer een artikel. Het gaat over hoe mensen zich voorbereiden op de ondergang. Uit de Groene Amsterdammer:

Peter Thiel, de oprichter van Paypal en sponsor van Trump, heeft onlangs grote stukken land, inclusief landingsbanen voor zijn privé-vliegtuigen, gekocht in Nieuw-Zeeland. Dat doet hij natuurlijk niet voor niets. Noorwegen is rijk en schijnt een soort Italië te worden, badend in olijfolie en tomaten. En Zwitserland ligt natuurlijk lekker hoog. Tijd om de voorwaarden voor emigratie naar die landen eens door te nemen?

(Mocht je meer willen weten over hoe billionairs bezig zijn om zich veilig te stellen dan kun je dit artikel in de Daily Mail uit 2015 bekijken. Ik vond het schokkend. Hier nog zo’n soort artikel uit 2017. De Daily Mail noemt Nieuw Zeeland ‘Apocalypse Island’.)

Bij ‘doomsday preppers’ gaat het louter om het beschermen van het eigen gezin tegen bijvoorbeeld plunderingen die het gevolg zijn van klimaatrampen. Net zoals de superrijken dit doen, doen de minder rijken dit op hun eigen manier.

Bloemink komt wetenschappers tegen die wel degelijk wakker liggen over de opwarming van de aarde. Dit in tegenstelling tot Leo Meyer die het allemaal nog wel aankan. Zelf ligt Bloemink er ook wel eens wakker van en kan ze bijvoorbeeld erg verdrietig worden over de regenwouden die gekapt worden. Ze toont ons een foto van een huilende wetenschapper die vele jaren het Great Barrier Reef onderzocht en toe moet zien hoe het vernietigd wordt.

Volgens Bloemink is de ontkenning van het probleem oftewel de struisvogelpolitiek een sociaal wenselijke reactie. Zij zit zelf met heen en weer slingerende gemoedstoestanden, met ‘mixed feelings’ :(:

Een vraag uit de zaal na de sprekers tot nu toe is: Voelen de sprekers een soort minachting voor het voeren van actie? Leo Meyer zegt dat hij dat zeker niet heeft. Volgens hem lijkt er sprake te zijn van twee extreme reacties; ontkenning of verlamming maar is er een andere reactie mogelijk. Niet vluchten of bang worden (ontkennen, verlammen) maar vechten. De wereld vergaat niet.

Bloemink voegt nog toe dat zij over het onderwerp schrijft en dat zij dat ook ziet als een soort van actie voeren. Ze vindt het soms overweldigend wat ze er allemaal over leest. Leven met onzekerheid moeten we allemaal. Nowak vind dat we alle mogelijk oplossingen zouden moeten onderzoeken voordat we tot actie over gaan. Kusters ziet een grote variatie aan mogelijke acties en reacties. Meyer voegt nog toe dat je aan de kant van de oplossingen soms ook gekke dingen tegenkomt zoals allerlei magische oplossingen of heilsverwachtingen.

Eén toehoorder hoort tot nu toe meer over gevoelens van depressie, angst en verlamming en over ontkenning terwijl zij juist heel kwaad is. Kwaad op de politiek van Trump en het idee van ‘there is no alternative’ en de illusie van dat we de oplossingen moeten overlaten aan de markt.

Een jongere toehoorder zegt dat zijn generatie is opgegroeid met het klimaatprobleem en dat jongeren over de hele wereld meer waarde hechten aan ervaringen dan aan materie. Duurzaamheid is hip. Dit geldt wat minder voor de lager opgeleide jongeren.

Sommige toehoorders en sprekers zeggen last te hebben van een soort handelingsverlegenheid. Ze durven op een feestje niet te beginnen over het onderwerp klimaat of durven hun verbazing over het feit dat iemand nog vlees eet, nog auto rijdt of nog vliegreizen maakt, niet te uiten. Dit veelal uit angst om afgewezen te worden, niet serieus genomen te worden. Heel menselijk! Weer anderen durven dat allemaal wel aan te kaarten en nemen geen blad voor de mond.


Optimisten kunnen heel irritante mensen zijn betoogde de Denker des Vaderlands René ten Bos uit Almelo. Zijn presentatie kwam cabaretesk over. Leuk! Hij had een goede tip voor GGZ mensen die iets willen doen: Kijk veel naar Kunst! Met kunst kun je meer laten zien dan met woorden. Misschien is er voor optimisme dus toch nog wat te zeggen. Hij begon zijn optreden met een getekend filmpje van Steve Cutts.

Hardleersheid en ijdelheid

Wie zijn wij? Wij zijn een invasieve soort. De vernietiging gaan we niet meer tegenhouden. Minder mensen is misschien wel de oplossing. We zijn ook gedesoriënteerd. Wat de opwarming betekent voor ons weten we niet. We kunnen maar beter ophouden om onszelf te zien als nuttig. Hou op met het antropocentrisme! Vanuit het eeuwigheidsperspectief is er geen probleem.

Ontkenning van het probleem is irrationeel volgens Meyer maar ten Bos ziet in de ontkenning ook een vorm van hardleersheid en ijdelheid. En deze heeft politieke wortels. Bij Trump is dit goed te zien. We hoeven ons volgens hem niets van de opwarming van de aarde aan te trekken, het hoeft ons niet te raken. Trump wil geen rimpels op het gezicht. Hij leeft in een ‘gebotoxte’ wereld. Bij Putin zie je dezelfde ijdelheid. Het smelten van de noordelijke ijszee is voor Rusland lucratief. De ijszee wordt het nieuwe Suezkanaal. Het is een geo-politieke ‘opportunity’. Hij zet gerust nucleaire ijsbrekers in. Dit zijn grote ontwikkelingen waar we niet los van komen. Overigens stapt Rusland niet uit het akkoord van Parijs wat de VS wèl heeft gedaan.

De wetenschappers zijn het niet eens, in de war en kunnen genegeerd worden door de politiek meent Ten Bos. Het weten lijkt ook een vorm van verraad te zijn. Ouderdom wordt nu door medische wetenschappers gezien als een ziekte. Als we die ziekte behandelen dan zouden we in de toekomst wel 130 jaar oud kunnen worden. Maar waar gaan al die oude mensen leven vraagt ten Bos zich af. Beter is het voor wetenschappers om te gaan samenwerken met kunstenaars. Wantrouw het zeker weten!

Pessimisme moet meer gewaardeerd worden. Pessimisme is leuk. Het is de democratie van de momenten. Politiek met optimisme moet je wantrouwen. ‘Yes we can’, dat wordt een ramp. Optimisten zijn waanzinnig ijdel. Lees vooral mensen waar je het niet mee eens bent. Ontmoet je vijanden!

Op de voordracht van ten Bos wilde Meyer graag reageren. Volgens hem zijn klimaatwetenschappers het wel degelijk eens over de opwarming van de aarde en zijn ze niet in de war. Wel verschillen ze van mening over de oplossingen voor de problemen. De politiek is ook verdeeld. Rutte zegt dat de markt het moet doen, Klaver wil dat het probleem aangepakt wordt door de politiek.

Klimaat en rechtvaardigheid

Naomi van Steenbergen probeert als klimaatethicus antwoord te geven op vragen zoals wat we moeten doen met de opwarming, hoe de ‘uitstoot rechten’ verdeeld zouden moeten worden, dat de minder ontwikkelde landen meer rechten krijgen en wat er procedureel het meest rechtvaardig is. Misschien saaie onderwerpen maar heel belangrijk. Samen met haar studenten probeert ze deze vragen te beantwoorden. Ze gaat er van uit dat rijke landen de verantwoordelijkheid hebben en dat je altijd eerst je eigen troep moet opruimen. Klimaatvluchtelingen zijn onze verantwoordelijkheid.

Wie zitten er aan de onderhandelingstafel? Ze vind dat vooral de ontwikkelingslanden moeten mee bepalen. En hoe ga je er mee om dat de dieren niet aan tafel zitten? Dieren hebben geen stem. Biodiversiteit heeft geen stem.

Psychische gezondheid in een opgewarmde aarde

Jaap van der Stel vraagt zich af hoe we hysterie voorkomen en toch een grotere noodzaak gaan voelen om met de planeet bezig te zijn binnen de psychologie, de psychiatrie en de psychische zorg. De opwarming van de aarde is een existentiële bedreiging voor alles wat leeft.

Vragen die spelen variëren van: ‘Zullen we ooit genoodzaakt zijn om te vluchten? En waarheen? En vangt iemand ons dan op?’, tot: ‘Slapen we nog goed?’ De gezondheid van de planeet en de gezondheid van mensen hangen nauw samen.

Directe gevolgen van de opwarming zijn extreem weer zoals hittegolven, overstromingen, droogten, branden, ontbossing, verwoestijning, stormen, vervuiling van de lucht, vervuiling van de oceanen, tekort aan vers water, enz. enz.. Indirecte gevolgen zijn sociale conflicten, meer agressie en geweld, migratiestromen, verlies van bestaanszekerheid, werkeloosheid, verzwakking van de arbeidskracht, klimaat-gerelateerde infectieziekten door insecten en vervuild water, allergieën, veranderingen in de voedselproductie, ondervoeding, enz. En de zwaarste lasten rusten op de arme landen, op Afrika, het Midden-Oosten, Zuid-Amerika, India, enz.

Al houdt de GGZ in Nederland zich er niet mee bezig, de APA (American Psychological Association) kwam dit jaar met een overzicht van de impact die de opwarming van de aarde heeft op de gezondheid van mensen. Hier is zo een overzicht te zien.

Van de website van Climate Communication.

Mensen die zich niet hulpeloos voelen zullen eerder in actie komen

De schadelijke gevolgen voor de psychische gezondheid zijn al eerder op de dag de revue gepasseerd maar van der Stel komt met deze iets completere opsomming: Stress en aan stress gerelateerde stoornissen, solastalgia (stress door verandering van de fysieke omgeving), depressie en angst, druk op sociale relaties, gecompliceerde rouw, verlies van persoonlijke identiteit, hulpeloosheid, fatalisme, suïcidale gedachten en pogingen, alcohol en drugsmisbruik. Hoge risicogroepen zijn kinderen, ouderen, (zwangere) vrouwen, psychisch kwetsbare mensen, arme mensen en mensen die direct van de opbrengst van de aarde leven.

Als systeemtherapeut deed het me goed dat van der Stel het nut en de noodzaak van een systeembenadering bij de oplossingen benadrukt. Hoe processen verlopen, wat kritieke waarden zijn, hoe subsystemen met elkaar verband houden is complex, gelaagd en deels onvoorspelbaar. Een geïsoleerde benadering van losse factoren geeft onvoldoende inzicht in de werking van het systeem aarde en de systemen die er in omgaan.

Kennis over de klimaatverandering moet toegeëigend worden en vertaald in competenties, strategieën, handelingen en voorzieningen. Professionele netwerken gericht op preventie en opvang moeten gecreëerd worden. We moeten onze stem laten horen in het publieke debat. We moeten meewerken aan nationale en internationale oplossingen voor aan klimaat gerelateerde psychische gezondheid en verbindingen leggen met somatische en sociale zorgsystemen.

Van groot belang is dat de veerkracht bevorderd wordt en ook het optimisme. Psychologen en andere professionals  kunnen vaardigheden cultiveren voor het omgaan met stress en voor zelfregulatie, bij het handelen in tijden van crisis, bij het reguleren van emoties bij tegenspoed. We kunnen praktijken die bijdragen aan zingeving en gezonde gewoonten ondersteunen. We kunnen sociale verbondenheid en binding aan locatie, cultuur en gemeenschap bevorderen.

Mensen die zich niet hulpeloos voelen zullen eerder in actie komen. De woorden die we gebruiken doen er toe. De woorden ‘opwarming van de aarde’ prikkelen mensen meer om iets te doen dan het woord ‘klimaatverandering’. We moeten bedenken welke werkzame publieke boodschappen het verschil kunnen maken. Kortom er is genoeg te doen.


Hier een link naar de hele film: ‘How to let Go of the World and Love All the Things Climate Can’t Change’.

 

Advertenties

2 reacties

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek, Psychologie en klimaat

Wat voor schepselen zijn wij?

Dit is een brede vraag. Maar het is wel een belangrijke vraag in ons tijdperk van het antropoceen. Een nieuw en gevaarlijk geologisch tijdperk waarin de macht van de mens zo groot is geworden dat deze in staat is om het leven op aarde te vernietigen.

Hierover schrijft Clive Hamilton in The Guardian, schrijver van het boek: ‘The defiant earth’. De uitdagende aarde.

Wat voor schepselen zijn wij? Zijn wij rivalen geworden van de natuur? Het lijkt er op dat we zo krachtig zijn dat we het natuurlijk verloop van de aarde kunnen veranderen maar we zijn niet in staat om onszelf te reguleren. We gaan eigenlijk gewoon op de oude voet verder.

Sommige mensen vinden het een absurd idee dat wij onszelf zouden zien als een geologische kracht van betekenis. De mens zou te nietig zijn om het klimaat te kunnen veranderen.

Weer andere mensen denken dat de aarde en de evolutie iets is waar God over gaat waardoor het vrijpostig of zelfs godslasterlijk zou zijn om te denken dat wij mensen zò almachtig zouden zijn dat we de aarde kunnen veranderen.

Sociale wetenschappers zijn met mensen bezig en daar geheel door in beslag genomen. Zij zijn niet bezig met de aarde. Dat mensen op de eerste plaats staan en niet de aarde of de natuur of het klimaat komt ook door de media die de ecologische crisis zien als een verschijnsel dat ver van ons af staat. Niet iedereen is het daar mee eens natuurlijk.

Om de schaal van de gebeurtenissen op aarde te kunnen bevatten moeten we niet alleen uit onze ‘mens bubbel’ komen maar moeten we een denkstap maken richting het ‘aarde-systeem denken’. We moeten de aarde gaan zien als een complex en dynamisch systeem.

Het is één stap om te bedenken dat wij mensen het landschap, de oceanen en de atmosfeer beïnvloeden maar het is een andere stap om te begrijpen dat onze activiteiten het functioneren van de aarde als geheel, als complex, dynamisch en voor eeuwig evoluerend systeem verstoort; het is een extra denkstap om onze aarde te zien als een systeem van talloze in elkaar grijpende processen. Het gaat hier om het systeemdenken dat mij als systeemtherapeut natuurlijk aan het hart gaat.

Als je nagaat dat paleo-klimatologen met een redelijke waarschijnlijkheid kunnen voorspellen dat de volgende ijstijd zal  plaatsvinden over 50.000 jaar, maar dat deze ijstijd waarschijnlijk onderdrukt zal worden door de kooldioxide die millennia lang in de atmosfeer zal blijven dankzij de menselijke activiteiten van de 20e en 21e eeuw, dan sta je toch wel even stil bij de impact die wij mensen hebben. Dan mogen we toch wel eens opnieuw gaan nadenken over onze geschiedenis en maatschappij en iets verder kijken dan onze neus lang is.

Hoe is het toch mogelijk dat ondanks de grote hoeveelheid wetenschappelijk bewijs over het antropoceen en de enorme gebeurtenissen die zich momenteel voltrekken, wij niet voldoende in staat zijn om hier op een passende manier op te reageren?

De ecologische rampen van nu hebben nog te vaak een verdovend effect, vooral op opiniemakers en politieke leiders. De grootste tragiek is eigenlijk de afwezigheid van een gevoeligheid voor de tragiek. De onverschilligheid over de verstoring van het systeem aarde van veel mensen zou je kunnen toeschrijven aan foute denkwijzen of aan psychologische zwakte maar dit lijkt niet voldoende om te verklaren waarom we ons aan de rand van een afgrond bevinden. Hoe kunnen we ons falen begrijpen? Hoe krijgen we in de gaten waar we voor staan?

Een paar jaar nadat de tweede atoombom viel op Nagasaki (de eerste viel op Hiroshima) schreef Kazuo Ishiguro een roman over de mensen van Nagasaki waarin de bom zelf nergens genoemd wordt maar waarin de schaduw er van over iedereen heen viel. De schaduw van het antropoceen zal ook over ons allen heen vallen.

Er worden boeken geschreven door intellectuelen over de toekomst van onze wereld maar de ecologische crisis wordt niet genoemd. Er wordt geschreven over de opkomst van China, over botsende beschavingen en over machines die de wereld gaan overnemen alsof klimaatwetenschappers niet bestaan. Er wordt uitgekeken naar een toekomst waar de meest in het oog springende feiten uitgehaald worden. Er is sprake van een groot stilzwijgen.

Hamilton had een etentje met een eminente psychoanalyticus die over allerlei onderwerpen met verve sprak maar die stil viel toen het over de opwarming van de aarde ging. Hij had niets meer te zeggen. Voor de meeste intellectuelen is het alsof de voorspellingen van aardwetenschappers zo  ongerijmd zijn dat je deze het best maar kunt negeren.

Misschien wordt de intellectuele overgave veroorzaakt doordat de krachten waarvan men verwachtte dat die de wereld meer beschaving zouden brengen, krachten zoals persoonlijke vrijheden, democratie, materiële en technologische vooruitgang, dat juist die krachten de weg vrijmaken naar de ondergang. Het gaat om krachten waar we op vertrouwden die ons verraden; datgene waarin we geloofden en wat ons zou redden, dreigt ons te vernietigen.

Hamilton had aan dit rijtje krachten volgens mij ook het geloof in de privatisering kunnen toevoegen. Volgens mij zijn persoonlijke vrijheden en de democratie niet zozeer het probleem maar eerder de kapitalistische oligarchie waar een tendens tot dictatuur in zit. Kijk naar Trump, Poroshenko, enz. Die zijn eerder het probleem. Die moeten gereguleerd worden.

Sommigen lossen volgens Hamilton de spanning op door de bewijzen voor de opwarming ter zijde te leggen, anderen denigreren de roep om het gevaar ervan te willen keren door het te bestempelen als een verlies van vertrouwen in de mensheid alsof de zielsangst om de aarde een of andere romantisch waanidee is of een bijgelovige vorm van terugval.

Aardwetenschappers blijven ons achtervolgen, ze dagen steeds weer op terwijl wij gehaast verder gaan met ons leven om af en toe geërgerd even om te kijken en ons te beroepen op de Heilige Vooruitgang.

Vandaag, 9 juni 2017, hoop ik op het symposium ‘Klimaatstemmingen’ georganiseerd door de Stichting Psychiatrie en Filosofie om wat intellectuele inspiratie op te doen en te leren over de psychologische effecten van klimaatverandering.

Voor meer over klimaatpsychologie zie mijn bericht: Bewustzijn van het ‘double bind’ probleem is belangrijk.

1 reactie

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie en klimaat

De ander is lui en hebzuchtig…

MAAR WIJZELF ZIJN DAT NIET…

Het artikel in De Correspondent van Rutger Bregman: ‘Weg met controle. Leve de intrinsiek gemotiveerde mens.’, gaat over het mensbeeld dat wij hebben van onze medemens. We zien niet onszelf maar vooral de ander als lui en hebzuchtig, als een ‘homo economicus’.

Bregman is de journalist die graag argumenten aandraagt voor het idee van ‘gratis geld voor iedereen’. Hij is een van mijn favoriete correspondenten. In dit artikel citeert hij meerdere psychologen.

Over onszelf denken we dat wij prikkels van buitenaf, zoals geld of dwang, niet nodig hebben. Wij denken dat het vooral de ander is die alleen maar in actie komt als er van dit soort prikkels mee gemoeid zijn. Alsof die ander de intrinsieke motivatie niet kent.

Bewezen is echter dat de meeste mensen in actie komen vanuit intrinsieke motivatie. Dus ook onze medemens. De meeste studenten bijvoorbeeld gaan iets studeren omdat het vakgebied hen interessant lijkt. Niet om het geld. Niet omdat ze gedwongen worden. Waarom geloven we dit alleen over onszelf en niet van de ander? Fluistert het systeem waarin wij leven ons in om de ander te wantrouwen? Hier een samenvatting en bewerking van het artikel van Bregman.

Homo economicus is een chimpansee

Over het mensbeeld dat de ander lui en hebzuchtig:

Eigenlijk is het hele moderne kapitalisme op dit mensbeeld gebaseerd. ‘Wat werknemers het liefste willen van hun werkgevers, meer dan wat ook, is een hoog loon,’ zei een van de eerste consultants, Frederick Taylor, honderd jaar geleden al. Taylor is beroemd geworden met zijn ‘wetenschappelijke bedrijfsvoering’ die ervan uitging dat prestaties heel precies gemeten moeten worden om fabrieken zo efficiënt mogelijk te maken. (En om arbeiders zo hard mogelijk uit te buiten.)

Als het vandaag gaat over thuiszorgers die in zeven minuten steunkousen moeten uittrekken, callcentermedewerkers die constant gemonitord worden of dokters die betaald worden per ‘diagnose-behandelcombinatie,’ dan hebben we het eigenlijk nog steeds over het taylorisme.

Taylor had een gitzwart mensbeeld. Hij zag zijn ideale werknemer als een beest – ‘zo dom, zo onverschillig, dat hij geestelijk meer wegheeft van een os.’

Het blijkt een psycholoog te zijn geweest die lijnrecht tegen Taylor inging. Deze psycholoog heette Edward Deci. Hij werkte aan zijn proefschrift toen de psychologie in de ban was van het ‘behaviorisme’. Het behaviorisme gaat er vanuit dat mensen passieve wezens zijn die prikkels nodig hebben en alleen in beweging komen voor een beloning of uit angst voor straf.

Maar Deci had het gevoel dat er iets niet klopte. Mensen doen voortdurend rare dingen die niet passen in het behavioristische mensbeeld. Denk aan bergbeklimmen (koud!), vrijwilligerswerk (gratis!) en kinderen krijgen (heftig!).

We doen de hele tijd dingen die geen geld opleveren en zelfs doodvermoeiend zijn, zonder dat we ertoe gedwongen worden. Waarom, in vredesnaam?

Deci kwam er zelfs achter dat mensen soms juist mìnder gemotiveerd zijn wanneer ze ergens geld voor krijgen. De meeste economen moesten niets van hem hebben en jammer genoeg konden ook de behavioristische psychologen niet aannemen dat extrinsieke beloningen de intrinsieke motivatie konden ondermijnen. Het ‘taylorisme’ heeft zich ondanks Deci als een virus over de wereld verspreid. Pas later in de 20e eeuw zouden steeds meer wetenschappers de vermoedens van Deci bevestigen.

De London School of Economics vond bijvoorbeeld bewijs dat financiële bonussen, de intrinsieke motivatie en het morele kompas van werknemers kunnen afstompen. Ze kunnen de creativiteit aantasten. Met extrinsieke prikkels zoals geld of angst voor straf krijg je eigenlijk vooral meer van hetzelfde.

Als je betaalt per uur krijg je meer uren. Als je betaalt per publicatie krijg je meer publicaties. Als je betaalt per operatie krijg je meer operaties.

Communistisch of kapitalistisch – in beide gevallen draait de cijferdictatuur de intrinsieke motivatie de nek om.

Bonussen blijken alleen effectief te zijn als het gaat om eenvoudige, mechanische handelingen. In onze moderne economie wordt meer en meer van dat werk door robots gedaan. Robots kunnen zonder intrinsieke motivatie maar wij mensen niet. Wij zijn niet de calculerende robots waar de tayloristen en behavioristen van uit gingen.

Het definitieve bewijs hiervoor is geleverd door Joseph Henrich van de Harvard-universiteit. Samen met zijn team zocht hij de hele wereld af naar homo economicus. Ze bezochten vijftien kleine gemeenschappen in twaalf landen op vijf continenten. Ze lieten landbouwers, nomaden, jagers en verzamelaars allerlei testjes doen, op zoek naar diegenen die voldeden aan het mensbeeld waar economen decennia vanuit gingen. Zonder resultaat. Keer op keer bleken mensen te sociaal en te intrinsiek gemotiveerd.

Het model van de homo economicus bleek eigenlijk alleen maar succesvol te zijn bij het voorspellen van het gedrag van chimpansees in eenvoudige experimenten.

Intrinsieke motivatie wordt afgestompt

We gaan er te vaak vanuit dat mensen van dit soort chimpansees zijn. Op kantoor. In callcenters. Op school. In ziekenhuizen. Aan de balies van de sociale dienst. Keer op keer nemen we het luie en zelfzuchtige in elkaar aan. Tegelijk blijkt uit onderzoek dat de overgrote meerderheid van de mensen zich meer identificeert met waarden als behulpzaamheid, eerlijkheid en rechtvaardigheid dan met geld, status en macht.

We hebben een verwrongen beeld van elkaar. Het probleem is echter ook dat het beeld dat we hebben van elkaar, ‘zelfvervullende voorspellingen’ kunnen worden. Wat je aanneemt in de ander is wat je eruit krijgt. Hoe meer we geloven dat we homo economicus zijn, hoe meer we ons als chimpansees (proefdieren) gaan gedragen.

Het bewijs stapelt zich hier voor op. Hoe langer studenten economie studeren, hoe meer ze op homo economicus gaan lijken. Ze gaan zich steeds zelfzuchtiger gedragen en verwachten dat ook van anderen. Ook de manier waarop je beloond wordt, kan je een ander mens maken. Psychologen hebben een paar jaar geleden aangetoond dat advocaten en consultants die per uur worden betaald uiteindelijk een prijs op ál hun tijd zetten. Ook als ze niet aan het werk zijn. Veel van onze grootste problemen worden veroorzaakt worden door de dictatuur van dit mensbeeld:

De lijst is eindeloos. CEO’s die alleen maar focussen op hun kwartaalresultaten trekken hun bedrijf de afgrond in. Academici die vooral worden afgerekend op hun plaats op een ranglijst voelen de verleiding te frauderen. Scholen die worden beoordeeld op de meetbare resultaten van gestandaardiseerde toetsen geven minder aandacht aan wat niet meetbaar is. Psychologen die betaald worden om zo lang mogelijk te behandelen gaan steeds langer behandelen. Bankiers die hun bonussen verdienen door zo veel mogelijk rommelhypotheken te verkopen, brengen het mondiale financiële systeem aan het wankelen. Enzovoorts, en zo verder.

Honderd jaar na Frederick Taylor zijn we elkaars intrinsieke motivatie nog altijd aan het afstompen. Uit een enorm onderzoek onder 230.000 werknemers in 142 landen bleek een paar jaar geleden dat slechts 13 procent zich ‘geëngageerd’ voelt op zijn werk. Nederland scoorde nog slechter dan gemiddeld: hier is slechts 9 procent echt enthousiast over zijn baan.

Het belang van intrinsieke motivatie wordt steeds duidelijker

De psycholoog Barry Schwarz vond dat 90 procent van de volwassenen inmiddels de helft van hun wakkere leven besteedt aan dingen die ze liever niet doen op plaatsen waar ze liever niet zijn.

Dat extrinsieke beloningen en angst voor straffen of dwang de intrinsieke motivatie kunnen ondermijnen is ‘een van de meest robuuste bevindingen van de sociale wetenschap – en ook een van de meest genegeerde’, zegt de psycholoog Dan Pink die een bestseller schreef over intrinsieke motivatie. We laten een enorme hoeveelheid ambitie en energie liggen.

Stel je voor dat we op grote schaal inzetten op elkaars intrinsieke motivatie. Het zou een immense revolutie betekenen. CEO’s zouden ploeteren omdat ze geloven in hun bedrijf, academici zouden overuren draaien omdat ze gewoon nieuwsgierig zijn, leraren zouden lesgeven omdat ze verantwoordelijkheid voelen voor hun kinderen, psychologen zouden zo lang behandelen als nodig is voor hun cliënt en bankiers zouden voldoening halen uit hun rol als dienstverlener. Vakmanschap en competentie zouden centraal staan, niet rendement en productiviteit.

Natuurlijk zijn er op dit moment nog steeds talloze leraren, psychologen en ondernemers die tot op het bot intrinsiek gemotiveerd zijn om anderen te helpen. Maar die motivatie hebben ze eerder ondanks, dan dankzij de extrinsieke middelen van het geld en de dwang.

Bregman vroeg Jos de Blok, de oprichter van het succesvolle Buurtzorg, wat de grootste risico’s van intrinsieke motivatie zijn. Zijn antwoord: ‘Dat mensen te hard werken.’

Je leest het goed: een organisatie die de extrinsieke prikkels vaarwel zegt, krijgt niet te maken met luiheid en ledigheid. Integendeel. Ze moet oppassen dat haar werknemers geen burn-out krijgen door een explosie van werklust.

Nieuwsgierigheid en speelsheid zijn meer onze natuur dan luiheid en hebzucht

Als we het nu hebben over gedemotiveerde werklozen, gefrustreerde werknemers of hebzuchtige bankiers, dan hebben we steeds de neiging om aan te nemen dat er van nature iets mis is met de mens. Maar wat als het andersom is? Wat als luiheid, cynisme en hebzucht eerst aangeleerd moeten worden? En wat als veel van onze bedrijven, onze sociale regelingen en onze universiteiten daar min of meer voor ontworpen zijn?

Dan blijkt: het probleem zit niet in onze natuur. Iedere ouder weet dat kinderen als nieuwsgierige en speelse wezens geboren worden. Maar zoals een plant vruchtbare grond nodig heeft, zo heeft ook de mens een stimulerende omgeving nodig. De belofte van een nieuwe generatie psychologen en economen is dat we naar een samenleving kunnen evolueren waarin we kunnen blijven spelen. Of beter gezegd: waar het onderscheid tussen ‘werken’ en ‘spelen’ is vervaagd, we onze talenten kunnen ontwikkelen en onze dromen najagen.

Naar wat onze aard van nature is doet de bioloog Frans de Waal interessant onderzoek. We zouden van nature niet alleen nieuwsgierig en speels zijn maar ook empathisch. Een eerder bericht hierover is bijvoorbeeld: Empathie en mededogen.

De man bij wie de revolutie in het denken over motivatie begon, Edward Deci, gelooft dat de vraag niet langer is hoe we elkaar motiveren. De echte vraag luidt: hoe scheppen we een samenleving waarin mensen zichzelf motiveren? Dat is niet links of rechts, en ook niet kapitalistisch of communistisch. We hebben het hier over een derde beweging, waar de naam nog niet voor gevonden is. Maar één ding is zeker: niets is krachtiger dan mensen die doen wat ze doen omdat ze het willen doen.


Bregman kwam met collega Jesse Frederiks, kort na het publiceren van dit artikel met een podcast over hoe geld is ontstaan en waarom het hetzelfde is als schuld. Daar maakte een 17 jarige lezer van De Correspondent, Lotte Schuengel een leuke animatie bij. Die moet u zien en u begrijpt hoe de extrinsieke motivatiefactor van het geld is ontstaan.

 

 

 

3 reacties

Opgeslagen onder Dierengedrag, Persoonlijk en politiek, Psychologie

Minuchin’s gezinstherapie II

Enkele weken geleden begon ik aan een serie blogs over Minuchin’s gezinstherapie. Deze blogs schrijf ik omdat ik hetgeen Minuchin te bieden heeft niet vergeten wil en omdat het mij in de dagelijkse praktijk van het meedenken met gezinnen met problemen, scherp houdt. Ik wil niet meedoen aan de nog steeds overheersende trend in de hulpverlening, nl. aan het individualiseren en psychiatriseren van menselijke problemen.

Hieronder een vervolg op Minuchin’s gezinstherapie I 

In het nu

Gezinstherapie bij Minuchin is gezins-structuurtherapie en is een actietherapie. Het gaat niet om het verkennen en interpreteren van het verleden maar om het veranderen van het nu.  Hoe het gezin nu functioneert en georganiseerd is, is mede door het verleden bepaald. Maar hoe het nu functioneert kan in het nu bewerkt worden.

De therapeut sluit zich aan bij het gezinssysteem en daardoor transformeert het.  De positie van de verschillende leden van het systeem verandert en iedere verandering brengt weer andere veranderingen teweeg.

Het gezin is georganiseerd om zijn leden te steunen, te reglementeren, te verzorgen en te socialiseren. Het is het werk van de therapeut om het functioneren van het gezin te herstellen of te veranderen zodat het deze taken beter kan uitvoeren.

Als er eenmaal een verandering bereikt is dan zal het gezin die in stand houden door de werking van de zelfregulerende mechanismen van het systeem. Er zal een ander patroon ontstaan in de feed-back die ervaringen van gezinsleden voortdurend kwalificeren en valideren.

Gezins-structuurtherapie gaat uit van goed functionerende gezinnen; van normale gezinnen met normale gezinsmoeilijkheden.

Het ontstaan van een gezin

Formeel begint het gezin als twee partners samenkomen met de bedoeling om een gezin te vormen. Maar hoe wordt dit een levensvatbare eenheid?

Eerst stellen de partners vast wat voor relatie zij hebben met het gezin waaruit zij vandaan komen. Die gezinnen van herkomst moeten zich ook aanpassen aan een nieuwe situatie. Ze moeten scheiden van een lid en een nieuw lid opnemen. De gezinnen van de partners moeten zich aanpassen aan een nieuw echtpaar-subsysteem. Als de bestaande structuren van die gezinnen niet veranderen vormen zij een bedreiging voor het proces waarin de nieuwe eenheid moet worden gevormd.

Bijvoorbeeld: de ouders van mevrouw kunnen zich niet aanpassen en kunnen hun dochter niet zien als een echtgenote en blijven haar behandelen als hun dochter. Haar echtgenoot zuigen ze op in hun gebruikelijke patronen.

Dit noemt Minuchin een grens-probleem: een probleem bij het vaststellen van goede regels voor onderhandelingen tussen subsystemen. Een probleem van ten onrechte gehandhaafde transactiepatronen. Minuchin wil weten wat voor dingen een partner heeft moeten doen om zich van zijn/haar ouderlijk gezin los te maken.

Het ouderlijk subsysteem is de eenheid van het gezin dat de grootste verantwoordelijkheid draagt voor de leiding, de verzorging en de opvoeding van de kinderen. Meestal, maar niet altijd, zijn dit de vader en de moeder. Hoe het ouderlijk subsysteem is samengesteld is niet zo belangrijk. Belangrijker is een duidelijke omschrijving van de functies. Vaak stromen de conflicten die de echtgenoten hebben over in hun functies als opvoeders. Het ouderlijk gezag is verdeeld en de ouders vechten met elkaar via hun kind.

In een huwelijk komen twee verschillende subsystemen bijelkaar. Minuchin wil weten hoe het nieuwe ouderlijke subsysteem nieuwe regels gaat vaststellen.

De partners verwachten meestal dat de transacties tussen hen beiden zullen verlopen  zoals ze gewend zijn van huis uit of zoals ze het graag willen zien. Er zal druk worden uitgeoefend op de ander. Iedere partner zal punten hebben waarop hij/zij geen flexibiliteit kan toestaan. Maar op andere punten kan hij/zij alternatieve manieren van omgaan met elkaar kiezen in reactie op de voorkeuren van de ander. Sommige gedragingen worden bekrachtigd, andere worden afgedankt. Op deze manier wordt een nieuw gezinssysteem gevormd.

Minuchin stelt vragen zoals: Jullie moesten zelf nieuwe regels gaan vaststellen. Hoe verliep dat? Hij vraagt: Hoe waren de eerste jaren van jullie huwelijk? Wat gebeurde er? Hoe veranderde je leven door het huwelijk? Hoeveel gaf je op voor het huwelijk?

Het scheppen van een nieuw gezinssysteem betekent het scheppen of versterken van een grens rond het echtpaar. Wanneer voelden de partners zich werkelijk getrouwd? Soms kan dit lang duren. Soms kunnen sociale situaties een handicap vormen bij het formeren van een levensvatbaar echtpaar-subsysteem. Bijvoorbeeld als het paar gaat inwonen bij een van de ouders. Daarbij kan dan nog komen dat deze ouders hun zoon of dochter niet kunnen laten gaan. Het wordt dan erg moeilijk voor het echtpaar om elkaar te steunen in het versterken van de grenzen tussen henzelf en de ouders. Het paar kan overspoeld worden door disfunctionele patronen.

Bij de geboorte van een kind moeten ook nieuwe functies ontstaan. Het functioneren van het echtpaar subsysteem moet aangepast worden aan de eisen van het ouderschap. Daarbij komen nog de complexe veranderingen die een systeem in het algemeen doormaakt als een systeem van twee leden verandert in een systeem van drie leden. Door de zwangerschap is het kind voor de vrouw veel eerder een realiteit dan voor de man. Zij is doorgaans dieper verbonden met het kind en heeft zich eerder aangepast aan de nieuwe fase van het gezin dan de man.

Een gedifferentieerd systeem kan oudertaken scheiden van de partnertaken maar het opvoeden van kinderen kan een terrein worden van veldslagen waarbij onopgeloste conflicten van partners meespelen als het gaat om het opvoeden van kinderen. Een web van disfunctionele transacties kan ontstaan. Maar evengoed geeft het opvoeden van kinderen veel mogelijkheden voor individuele groei en versterking van het gezinssysteem.

Veranderende levensomstandigheden lopen vaak parallel aan veranderingen binnen het gezinssysteem. Bijvoorbeeld de man die ophoudt student te zijn en een baan krijgt. Hierdoor is hij minder afhankelijk van zijn ouders die de studie betaalden. Hij krijgt een positie in de buitenwereld met een eigen zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. De grens tussen het gezin en de wereld daarbuiten zal duidelijker worden.

Soms is een paar lange tijd ‘oneerlijk’ tegenover hun huwelijk omdat ze nog lange tijd met hun eigen dingen bezig zijn en niet echt kunnen luisteren naar wat de ander nu eigenlijk zegt. Het kan een tijd duren voordat een paar zich werkelijk getrouwd voelt. De een kan zich langer ongetrouwd voelen dan de ander.

Het gezin nader beschouwd

Veranderingen in het gezin gaan parallel aan veranderingen in de samenleving. Het gezin heeft de functies van het beschermenen en socialiseren van zijn leden overgenomen of afgestaan al naar gelang de maatschappij dat van haar vroeg. Het gezin is aan de ene kant naar binnen gericht: beschermen van zijn leden en aan de andere kant naar buiten gericht: aanpassen aan en overdragen van de cultuur.

De moderne samenleving heeft veel functies overgenomen van het gezin. Desondanks houden we vast aan normen die stammen uit een samenleving waarin de grenzen tussen het gezin en buitenwereld heel duidelijk waren.

De westelijke wereld zit in een overgangssituatie en het gezin verandert mee. Maar temidden van de moeilijkheden die een overgangsfase met zich mee brengt, is de voornaamste taak van het gezin – het ondersteunen van de gezinsleden – belangrijker dan ooit. Alleen het gezin, de kleinste groep in de samenleving, kan veranderen en tegelijk genoeg continuïteit behouden om kinderen op te voeden die geen vreemdelingen in een vreemd land zullen zijn maar die genoeg geworteld zijn om te kunnen groeien en zich aan te passen.

Het is in iedere cultuur het gezin dat zijn leden een gevoel van eigenheid of identiteit inprent. De mens ervaart daarbij twee elementen: een gevoel van ergens bij te horen (relatie, verbinding) en een gevoel van apart te zijn (autonomie).

Het identiteitsgevoel van ieder individu wordt beïnvloed door zijn gevoel van te behoren bij verscheidene groepen. Een deel van je identiteit is dat je vader bent, echtgenoot maar ook dat je kind bent van je ouders. De componenten van het identiteitsgevoel veranderen en blijven constant. Iemand die een essay schrijft, punten scoort of de straat oversteekt staat als een te herkennen eenheid tussen zijn onstabiele innerlijkheid en zijn uiterlijke context. Met beide is hij verbonden en van beide is hij ook diepgaand gescheiden.

Het gezin is hèt medium voor de psychosociale ontwikkeling van de gezinsleden en de structuren en taken die met die functie samenhangen. Tegelijk moet het gezin zich ook aanpassen aan de samenleving en de continuïteit  van de cultuur verzekeren. De samenleving moet soms op complementaire wijze structuren ontwikkelen om tegemoet te komen aan nieuwe sociale en economische realiteiten. In de jaren ’70 van de vorige eeuw, toen Minuchin zijn boek schreef eiste de samenleving dat beide ouders van het gezin buitenshuis gingen werken maar de benodigde structuren in de samenleving (kinderopvang) waren er nog niet.

Minuchin zag in zijn tijd ook hoe het gezin steeds vroeger afstand ging doen van het socialiseren van kinderen. De school, de massamedia en leeftijdsgenoten zouden dit overnemen. Maar de samenleving had er nog geen voldoende hulpbronnen voor ontwikkeld. Als het gezin zijn pubers loslaat worden zij overgelaten aan ontoereikende steun gevende systemen. Onze samenleving kent geen duidelijk omschreven functies voor pubers zoals bijvoorbeeld in de Masai samenleving of zoals in een kibboets.

Verandering vindt altijd plaats vanuit de samenleving, vanuit de grotere eenheid richting de kleinere. Het gezin zal veranderen maar het zal blijven bestaan omdat het, zoals de antropologe Margaret Mead duidelijk maakte, de beste menselijke eenheid is voor snel veranderende samenlevingen.

De mythe van de normaliteit

Op een of andere manier hebben we ons vastgehouden aan een ideaalbeeld van het normale gezin als een gezin zonder spanningen en moeilijkheden. Dit noemt Minuchin de mythe van de vreedzame normaliteit. Het beeld van gezinsleden die in harmonie samenleven, die sociale omstandigheden aankunnen zonder in de war te raken, die vriendelijk samenwerken met elkaar, schrompelt ineen als we naar een willekeurig gezin met zijn menselijke moeilijkheden kijken. Een ‘normaal gezin’ kan niet onderscheiden worden van een ‘abnormaal gezin’ op grond van het ontbreken van problemen.

Ook een therapeut zou kunnen vasthouden aan deze mythe van de vreedzame normaliteit. Het was echter Freud al die er op wees dat een therapie neurotische patronen verandert in gewone levensproblemen. Minuchin vraagt zich af hoe een gezinstherapeut kan bepalen waarop hij zijn interventies moet richten. Hij biedt de therapeut het volgende schema aan. Het is een schema met drie componenten:

1. Structuur: een gezin is een open socio-cultureel systeem in transformatie.

2. Ontwikkeling: gezinnen maken fasen door die om herstructurering vragen.

3. Aanpassing: het gezin moet het voortbestaan van het gezin verzekeren en de psychosociale groei van ieder gezinslid bevorderen ondanks de moeilijkheden van het gezinsleven.

In mijn volgende blog wordt dit schema uitgewerkt.

3 reacties

Opgeslagen onder Psychologenpraktijk Gerie Hermans, Systeemtherapie