Categorie archief: Onderwijs

Leren met reflecterende teams

Leren met reflecterende teams heb ik onlangs mee mogen maken in Weesp onder leiding van Monique Schirris. Zij werkt als therapeut, leidt op tot therapeut, geeft supervisie en leidt op tot supervisor. Verschillende niveau’s om met ons vak bezig te zijn. Schirris werd bijgestaan door Chris Bavinck, psychiater en supervisor. We waren met 15 therapeuten.

Om er in te komen bekeken we allemaal gedurende enige tijd eenzelfde kunstwerk en vertelden we elkaar in kleine groepjes wat we er in zagen. Het was een schilderij met veel geel tinten en enkele figuren er in. Persoonlijk riep het bij mij vooral vragen op en kon ik er niet direct een verhaal van maken. Zag ik daar een ontmoeting of juist een afscheid? Kwamen de figuren net aan of stonden ze op het punt van vertrek? Uitwisselend bleek op hoeveel verschillende manieren er naar het kunstwerk gekeken was. Er werd ons vervolgens gevraagd om te bedenken hoe iemand, die naar onze uitwisseling over het kunstwerk had geluisterd, onze interactie zou hebben beschreven. In mijn groepje werd gemeend dat onze interactie over het kunstwerk als zoekend, open en veilig beschreven zou kunnen worden, als een interactie waarbinnen iedereen kwetsbaar en ‘not knowing’ kon zijn. De positie van de buitenstaander-observator (outsider-witness) zullen we als lid van een ‘reflecterend team’ straks zelf gaan innemen.

Van deze inleidende oefening leerden we ook dat er veel meer is dan de pure waarneming van het oog en dat het interessant is om de verschillende waarnemingen en verhalen uit te wisselen, dat je kunt genieten van de rijkdom ervan, dat er ruimte kan zijn voor verscheidenheid, dat een waarneming je niet alleen doet denken maar ook doet voelen en dat het plezierig is om de tijd te nemen om iets uitgebreid en rustig te bekijken. Omdat je samen met de waarnemingen en verhalen bezig bent valt er ook nog een druk weg, een druk die we weleens voelen als we alleen in de behandelkamer zijn met cliënten die voor een crisis staan.

Monique Schirris is geïnspireerd door het werk van de Mexicaanse sociaal-constructivistische therapeut Sylvia London en de Spaanse psychiater en universitair docent Marie Rose Moro. Zij inspireren om te komen tot verhalen die tot weer nieuwe verhalen aanzetten om zo nieuwe perspectieven te creëren. Deze workshop wil ons aanzetten tot nieuwe verhalen over ons werk met cliënten en over onszelf als professionals.

Het sociaal-constructivisme is een psychologische kennistheorie die stelt dat verschijnselen in de werkelijkheid worden ervaren als iets wat werkelijk bestaat en van andere zaken onderscheidbaar is omdat daarover in de samenleving een (vaak impliciete) afspraak is gemaakt.

Hoe het leren met reflecterende teams werkt

We hebben ons op deze workshop voorbereid door een leervraag te bedenken. Met welke kwestie stoeien we? Wat doen onze cliënten ons aan? Waar hebben we de meeste last van? Degene die de leervraag inbrengt noemen we de supervisant. De supervisor en de supervisant zullen kort over de leervraag van gedachten wisselen. De rest van de groep wordt in tweeën verdeeld. Een deel vormt de binnencirkel en de andere de buitencirkel. De binnencirkel van observatoren zullen proberen om de leervraag als het ware te adopteren en zullen daarover met elkaar van gedachten wisselen. De buitencirkel neemt het geheel waar en probeert de vraag te beantwoorden waar dit alles hen aan doet denken. Wat voor beelden roept dit alles bij hen op? Daar zullen zij het over hebben met elkaar. Aan het eind wordt gevraagd wat de supervisant heeft opgestoken. Met welk nieuw perspectief kan de supervisant verder.

 

reflecterende-teams

 

De eerste leervraag 

De supervisant had zich ingezogen gevoeld in het verhaal van een vrouw die bij haar in relatietherapie was geweest. De vrouw was na enige tijd op consult gekomen zonder partner en vertelde dat ze wilde scheiden. Haar partner wist hier nog niets van. De therapeut voelde zich overdonderd en bedonderd door dit bericht. Ze voelde ook ergernis en dacht: ‘Mooie boel, iedereen weet het behalve de partner…’ De supervisor : “De lastigheid wordt al gevoeld voordat je weet wat de cliënt wil… waarom vertelt de cliënt aan iedereen dat ze wil scheiden?” De supervisant had deze relatietherapie willen gebruiken voor een presentatie en nu voelde het alsof deze niet bepaald een succesverhaal was… Bleek nu eigenlijk niet dat ze gefaald had als therapeut? Hoe dit nu aan te pakken?

Reflecterende binnencirkel

Er wordt gesproken over de innerlijke dialoog. Die kan in de weg zitten. De innerlijke dialoog bestond uit een oordeel: “Mooie boel…” en uit een oordeel over de therapeut zelf  “mijn relatietherapie was niet goed…”. Dat voelt niet fijn allemaal. We kunnen ons schuldig voelen of verantwoordelijk. Wat kan er veel tegelijk door je hoofd gaan. We vinden de woorden niet waarmee we ons eerlijk kunnen uiten. We vinden het soms zo moeilijk om bij de hulpvraag uit te komen of om daar bij te blijven.

De supervisant hoort in deze reflecties vooral dat het ingezogen gevoel en haar eigen verhaal maakte dat zij vergat te vragen wat de cliënt nu eigenlijk van haar wilde.

Reflecterende buitencirkel

Bij deze leervraag maakte ik deel uit van de buitencirkel. Verschillende beelden werden opgeroepen, alsof je achter tralies zit, de tralies van de oordelen. Het beeld van samen een soep maken. Iedereen komt met een ingrediënt. Inzoomen en uitzoomen. Het beeld van een mierenhoop vanwege de veelheid van gedachten. Het beeld van een kameleon die onzichtbaar wordt en de wijze uil die je zou willen zijn.

De supervisant hoort nu in de reflecties dat het werken met haar gevoelens in het moment haar meer ruimte, vrijheid en creativiteit zou kunnen geven tijdens de sessie.


De tweede leervraag

Wat maakt dat ik de boosheid die leeft binnen een cliëntsysteem niet op tafel krijg? Deze supervisant voelt zich gevloerd door haar angst voor agressie. Ze vraagt zich af of ze wel zou kunnen handelen als de agressie wèl op tafel zou komen.

Reflecterende binnencirkel

Bij deze leervraag zat ik in de binnencirkel. Met vuur spelen? Daar kan brand door ontstaan! Zelftwijfel maakt ons bang. Het vermijden van agressie adopteren de leden van deze binnencirkel gemakkelijk. Ook uit angst om partijdig te worden vermijden we de boosheid. Soms denk ik weleens dat ik bij vrouwen de agressie eerder onder de tafel houd dan bij mannen. Later denk ik dan: “Ze was gewoon boos en ik benoemde het niet!” Hoe kan ik veiligheid bieden als ik mijzelf verlamd voel? Soms kan het helpen om een co-therapeut in te schakelen.

De supervisant en de supervisor gaan in gesprek over een eventuele co-therapeut. Wie zou dit moeten zijn? De supervisant zou het liefst haar vriendin erbij hebben gehad want die kent haar en heeft een onvoorwaardelijk vertrouwen in haar. De vriendin of co-therapeut hoeft er niet echt te zijn, zegt Schirris. De geïnternaliseerde vriendin zou de supervisant kunnen helpen. Dat onvoorwaardelijke vertrouwen geeft de therapeut misschien net de kracht die ze nodig heeft als er agressie is.

Reflecterende buitencirkel

Het beeld van een groepje filosofen kwam op. Er was ruimte voor Socratische vragen. Er werd naar woorden gezocht. Maar waar leiden deze reflecties toe? Er viel zelfs een stilte in de binnencirkel! Het beeld van ballonnen die werden opgelaten. Wat als je er een doorprikt?  Wat moeten we er mee? Het beeld van een Russische roulette…

Schirris ving ons allen hier op. De gesprekken in zowel de binnen- als de buitencirkel over deze tweede leervraag ging over het moeilijkste aspect van ons vak, namelijk over het punt waar we de controle kunnen verliezen: het punt dat agressie de kamer inkomt. Maar we kunnen het gesprek gewoon stopzetten en dat is het beste om te doen omdat een gesprek waarin geen reflectie mogelijk is, zinloos is. Heel simpel: “Gewelddadig gedrag accepteren we niet”.

Schirris zei nog iets heel moois over agressie: “Met de hand waar mee je slaat zou je willen strelen en daar zit hem de pijn.”

Interessant is dat het ballonnetje van de sekse, als het gaat om agressie eigenlijk niet uit de verf kwam in de binnencirkel. Mocht die invalshoek er zijn? Misschien was hier sprake van een parallelproces; misschien mochten er ook binnen het systeem van de casus bepaalde invalshoeken niet aan de orde komen.

Evaluatie

We waren opgetogen over de workshop. Wederom bleek hoe belangrijk het is om de innerlijke dialoog in de gaten te houden en in te zetten. Het gaf ons het besef hoe belangrijk het is dat we weten dat we samen zijn; dat we niet alleen zitten met een probleem. Dit is misschien het voornaamste parallelproces dat we tegen kunnen komen in ons werk: zoals wij therapeuten het niet alleen kunnen, zo kunnen onze cliënten het niet alleen!

Het leren met reflecterende teams moet een van de meest veilige manieren van leren zijn die ik ooit heb meegemaakt. Veilig omdat het oordelen en beoordeeld worden geen rol van betekenis speelt terwijl moeilijke aspecten van het vak niet vermeden worden. Het oordelen was er tòch wel omdat wij onszelf beoordelen, streng of minder streng. ‘Doe ik het wel goed genoeg?’, is een vraag die ons soms ineen doet krimpen. Tot dat oordelen wordt je in het leren met reflecterende teams echter niet uitgenodigd. Het is een veilige en vruchtbare manier van leren. Bij het leren met rollenspellen zal het beoordeeld worden en voelen eerder een rol spelen dan bij het leren met reflecterende teams. Er is natuurlijk niets mis met twijfel of zelfkritiek, maar het oordelen mag vaak wat minder hard.

Door de vorm van de reflecterende teams waren we minder bezig met presteren en meer bezig met samen werken. We durfden zichtbaar te zijn, we konden niets fout doen!

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Onderwijs, Systeemtherapie

Filosoferen met kinderen

Dit interessante filmpje kwam ik op zoek naar iets anders tegen op het internet. Het is in 2000 gemaakt door Jan Diederen voor Noorderlicht, het wetenschapskanaal van de VPRO, nu Tegenlicht. Het is prachtig om te zien hoe kinderen slimme antwoorden geven op moeilijke vragen en hoe kritisch ze kunnen denken. De tekst van de VPRO bij het filmpje:

Kinderen hebben een natuurlijke neiging tot filosoferen. Jammer genoeg wordt deze ergens rond hun achtste jaar – onder andere door het onderwijssysteem – in de kiem gesmoord. Noorderlicht filmde op een basisschool in Heemstede waar met jonge kinderen wordt gefilosofeerd en op een school in Oost-Duitsland, waar na ‘die Wende’ filosofie als keuzevak op alle basisscholen werd ingevoerd.

 

Ik denk dat onze neiging tot filosoferen inderdaad wordt ingeperkt. En niet alleen binnen het onderwijs. Filosoferen is in zekere zin een subversieve bezigheid zegt iemand in het filmpje.

Hoe het momenteel gesteld is met het filosofie onderwijs op de basisscholen weet ik eigenlijk niet. Er wordt nog wel anno 2016 gefilosofeerd met kinderen blijkt uit een recent bericht in het tijdschrift Filosofie.


De drieteenstrandlopertjes dribbelen driftig langs de strandrand

De kiekendief schommelt geruststellend boven het waddenland

Niet alles is al helemaal

Kapot

Gedicht van Peter Storm.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Onderwijs, Opvoedkunde, Persoonlijk en politiek

Empathie leren van een baby

In dit filmpje introduceert de Canadese onderwijskundige en sociale ondernemer Mary Gordon een programma dat succesvol is in het onderwijzen van empathie. Het programma heet: Roots of Empathy, a program that brings babies into classrooms to teach children compassion. Een heel leuk en interessant filmpje.

Gevonden dankzij Marilse Eerkens van De Correspondent. Lees vooral haar hele artikel.

Het filmpje is ook te zien op de website van Greater Good. The science of a meaningfull life. Een interessante website met als belangrijkste thema’s: dankbaarheid, altruïsme, mededogen, empathie, vergevingsgezindheid en ‘mindfulness’.

1 reactie

Opgeslagen onder Onderwijs, Psychologie

Waarom is die ‘smartphone’ nog niet verboden?

Vaak worden leerlingen aangemeld bij de psycholoog omdat ze een concentratieprobleem hebben. De laatste jaren was het in de mode om te denken dat je waarschijnlijk ADHD had waar je een pilletje tegen kon slikken. Deze mode is geloof ik een beetje voorbij. En terecht want een concentratieprobleem hangt meestal met heel andere en met veel verschillende dingen samen. Dat kun je uitzoeken met elkaar.

Maar het mobieltje blijkt ook een rol te kunnen spelen in de concentratie problemen. Johannes Visser, een docent die werkt als journalist voor De Correspondent ging een experiment aan met zijn mentorklas en deed verslag. Deze leerlingen besloten om een week lang iedere ochtend hun mobieltje in te leveren bij de receptie en dat pas aan het eind van de lesdag weer op te halen. Gedurende deze week hielden de leerlingen een dagboek bij. Uit het experiment bleek hoezeer het mobieltje deel uitmaakte van een reguliere schooldag.

Een leerling schrijft in haar dagboek: ‘Ik merk dat ik beter meedoe met de les. Ik heb anders toch niks te doen.’ Een ander: ‘Nu kan ik eindelijk beginnen aan mijn boek Twee vrouwen. Ik heb toch niks beters te doen.’

Met een mobieltje is een leerling voortdurend afgeleid. Ze appen de hele dag door met elkaar. Alleen al de aanwezigheid van het mobieltje werkt afleidend. Onderzoek heeft al aangetoond dat wanneer je het uit de klas verbant de leerprestaties omhoog gaan. Vooral zwakkere leerlingen blijken baat te hebben bij zo’n verbanning. Maar over de gehele linie presteren scholen waarop een algeheel verbod op telefoontjes is ingevoerd beter.

Het altijd online zijn heeft kwalijke gevolgen voor ons brein schrijft de psycholoog Theo Compernolle in zijn boek: Ontketen je brein. Een citaat uit het artikel in de Correspondent:

De afgelopen twintig jaar hebben psychologen vastgesteld dat we drie cognitieve, besluitvormende breinsystemen hebben: het archiverende brein, het reflecterende brein en het reflexbrein.

Vooral het verschil tussen die laatste twee breinen is van belang. Het reflecterende brein is verantwoordelijk voor logisch, analytisch, synthetisch en creatief denken, voor het oplossen van problemen, vooruitdenken, reflecteren op het verleden en diep nadenken. Het is langzaam en heeft voortdurend aandacht en concentratie nodig. Het reflexbrein daarentegen is een soort ‘flitslicht’-brein, dat zijn conclusies uitsluitend baseert op het hier en nu.

Wie altijd online is, traint zijn reflexbrein en verwaarloost zijn reflecterende brein, stelt Compernolle. Hij haalt legio onderzoek aan dat laat zien dat ons reflecterende brein niet kan multitasken. Door voortdurend online te zijn, lopen onze intellectuele prestaties simpelweg terug.

Docenten en leerlingen zijn overwegend positief over het experiment van Visser. Leerlingen hadden verwacht ‘dat het erger zou zijn’.

Op de laatste dag van het experiment schrijft een leerling: ‘We hebben scheikunde. Ik voel me aangenaam rustig. Ik voel me serieuzer en ook geconcentreerder. In mijn hoofd is het stil en ik denk bijna niet aan mijn telefoon.’

Het onderwijsbeleid loopt achter de commercie aan

Het gesprek over het gebruik van smartphones op school is nooit goed gevoerd. In tien jaar tijd veroverde de smartphone het leven van leerlingen. Het onderwijs stond erbij en keek ernaar.

De commercie speelt een belangrijke rol. Bedrijven benadrukken de belofte van ict voor het onderwijs. Sommige bedrijven geven zelfs aanwijzingen voor hoe docenten het kunnen winnen van Snapchat en WhatsApp: “Probeer niet alleen maar te ‘zenden’; houd je leerlingen op de juiste manier actief.” De correspondent Visser:

Het vergt moed van schoolleiders en docenten om smartphones te verbieden. De vrees van schoolleiders is dat een verbod op smartphones de school onaantrekkelijker maakt, waardoor leerlingen uitwijken naar een concurrerende school waar je wel kan Snapchatten tijdens de les en waar paps en mams voortdurend contact kunnen hebben met hun kind. Liever profileer je je als school die leerlingen voorbereidt op de toekomst en die volop gebruikmaakt van de mogelijkheden van ict.

Desalniettemin heeft Visser besloten om smartphones in zijn les te verbieden. Hij is geschrokken van de vanzelfsprekendheid waarmee leerlingen tijdens de lessen met hun telefoon in de weer zijn:

Ongetwijfeld zijn er allerlei apps en andere toepassingen die leerlingen kunnen helpen bij het leren maar er is op dit moment geen device om die technologie verantwoord in de klas te gebruiken. Dat ene quizje op de smartphone om leerlingen te motiveren weegt bij lange na niet op tegen de voortdurende afleiding die de smartphone biedt. Quizvragen lees ik voortaan wel voor en als leerlingen iets op internet moeten opzoeken reserveer ik de laptop-kar (een kar waar 32 laptops in zitten). Als een leerling wil weten wat een woord betekent dan zoekt hij dat maar op in het woordenboek.

9789401417457-240x300

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Onderwijs, Persoonlijk en politiek, Psychologie

Het opvoed- en onderwijssysteem steeds meer onder druk

In een recent artikel uit de Correspondent ‘Ministerie maakt ouders monddood…’ gaat het niet alleen om de zogenaamde geheime contracten die het ministerie (O&W) heeft met sommige ouders maar om verschillende aanvaringen die onderwijsjurist Katinka Slump heeft met het ministerie. De huidige regering ziet volgens haar de rechtsbescherming van ouders en kinderen als een vorm van activisme.

Wat zijn dat voor geheime contracten?

… geheime onderwijscontracten die ouders door een ‘inspecteur bijzondere opdrachten’ van het ministerie (van Onderwijs en Wetenschappen) worden aangeboden. De contracten zorgen ervoor dat ze geld krijgen om hun thuiszittende kinderen – ziek, hoogbegaafd, zwaar gepest of met psychische problemen – thuisonderwijs te geven. Daarnaast voorkomen ze dat ouders in de problemen komen omdat ze de leerplichtwet overtreden.

Ik wist niet van het bestaan van deze contracten die dus al enige tijd niet meer geheim zijn. Zie het NRC artikel uit 2014: Thuisonderwijs via geheime constructies.

Het lijkt alsof allerlei kunst en vliegwerk uit de kast gehaald wordt om het huidige onderwijssysteem in stand te houden. Waarom is dat nodig? Werkt het systeem niet?

Ook in de Groene veel belangstelling voor ons huidige opvoed- en onderwijssysteem. Het systeem bevordert het steeds grotere verschil tussen arm en rijk. Uit het themanummer van de Groene:

De staat van het onderwijs, het ­jaarlijkse rapport van de inspectie, laat het ­Nederlandse onderwijs zien als een plek waar kinderen uit gezinnen met laagopgeleide ouders ­consequent in het nadeel zijn. Ze zitten op slechtere ­scholen, met minder bevoegde docenten, hoger ­ziekteverzuim en groter verloop van personeel.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Onderwijs, Persoonlijk en politiek