Categorie archief: Persoonlijk en politiek

Vrede ligt voortdurend op de loer

Dit blijkt uit een bijdrage van Rutger Bregman in De Correspondent: ‘Laten we dit Kerstverhaal aan elkaar vertellen – juist nu’.

Het vertelt het verhaal van de soldaten die met Kerst spontaan en massaal ophielden met vechten tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Het was ongelooflijk wat er toen aan het front gebeurde maar het bewijs is overweldigend. Er zijn talloze verslagen van ooggetuigen die het zelf ook maar nauwelijks konden bevatten.

Maar Kerst 1914 was niet de enige keer dat er spontaan vrede uitbrak. Het gebeurde ook tijdens de Spaanse Burgeroorlog, tijdens de Boerenoorlog, tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog, tijdens de Krimoorlog, en tijdens de oorlog van Napoleon tegen de rest van Europa.

Waarom we dit Kerstverhaal aan elkaar moeten vertellen? Bregman:

Het benepen nationalisme is terug. De ongelijkheid groeit weer. Jonge mensen voelen zich eens te meer aangetrokken tot demagogen die beloven af te rekenen met een decadente elite. Ondertussen is een nieuwe generatie van slaapwandelaars aan de macht, politici die voortmodderen terwijl de democratie verslapt en de planeet opwarmt.

Ik weet niet of er slaapwandelaars aan de macht zijn of politici die wat aanmodderen. Noem me wantrouwig maar ik zou eerder denken dat er hebzuchtige cynici aan de macht zijn. En volgens mij hebben veel te weinig mensen door dat zij tegen anderen opgezet worden.

Uit onderzoek blijkt steeds opnieuw dat hoe verder van het front, hoe meer mensen geloven in het vijand-beeld dat machthebbers oproepen. Hoe verder van het front, hoe groter de haat. Haat die de samenleving wordt ingepompt.

We kunnen misschien troost putten uit het feit dat propaganda ons ook weer samen kan brengen. Een voorbeeld van hoe dit werkte is volgens Bregman te vinden in het Colombia van 2006. De oorlog daar duurde op dat moment dan al meer dan vijftig jaar.

Maar liefst 220.000 mensen zijn omgekomen. Het leger, rechtse paramilitairen en guerrillabewegingen als de FARC hebben gruwelijke oorlogsmisdaden gepleegd. Er is een hele generatie opgegroeid die nog nooit vrede heeft gekend. En het leger weet inmiddels: met grof geweld valt deze strijd niet te winnen.

Het verzoek om de wapens neer te leggen kwam in 2006 van het ministerie van defensie onder leiding van Juan Manuel Santos, die later president werd en de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Een reclamebureau werd door het ministerie ingeschakeld en die deed onderzoek naar de doelgroep: de guerilla’s. Ze probeerden te begrijpen wat de strijders de jungle in drijft – en wat ze daar houdt. Keer op keer komen ze tot dezelfde conclusie: dit zijn gewone mensen die gevoelig blijken voor de kerstboodschap, die verlangen naar hun moeders en hun wapens willen inleveren als ze een toekomst krijgen. De reclame campagnes leverden een belangrijke bijdrage aan de vredesbesprekingen die in 2011 begonnen. Colombia is nog steeds geen hemel op aarde maar Bregman ziet dit wel als een hoopvol verhaal.

Santos was een leider op zoek naar vrede maar meestal zijn het de leiders die niets willen horen van vrede. Die vrede een plaag vinden. Terug naar de Eerste Wereldoorlog:

Op 29 december 1914 vaardigde het Duitse Hoofdkwartier een bevel uit: alle vriendelijkheid jegens de vijand was ten strengste verboden. Ook een Britse veldmaarschalk beviel dat ieder gebaar van vriendschap moest stoppen. Wie ongehoorzaam was, werd voor de krijgsraad gesleept.

In de daaropvolgende jaren was de legertop beter voorbereid. Met kerst 1915 liet de Britse High Command de vijandelijke posities dag en nacht bombarderen, om zo iedere Kerstgedachte de kop in te drukken. Luitenant Wyn Griffith van de Royal Welsh Fusiliers schreef over ‘strikte orders… We moesten bezeten blijven door een geest van haat, en iedere toenadering met lood beantwoorden.’

Toch bleef vrede op de loer liggen.

Duizenden soldaten deden hun best om de vrede te bewaren. In het geheim stuurden ze brieven naar elkaar. ‘Wees op je hoede morgen,’ schreef een Franse eenheid. ‘De generaal komt onze positie bezoeken. […] we zullen moeten vuren.’ Een Brits bataljon kreeg een vergelijkbaar bericht van de Duitsers: ‘We zullen jullie kameraden blijven. Als we worden gedwongen te vuren, dan zullen we te hoog schieten.’

Op sommige plekken hield de wapenstilstand nog weken stand. En ondanks alle maatregelen van hogerhand zouden nog meer uitbraken van vrede volgen. Toen in 1917 de helft van de Franse divisies begonnen te muiten, hadden de Duitsers het niet eens door! Voor zover zij wisten hielden de Fransen zich gewoon aan de oude, stilzwijgende afspraak om niet te schieten.

De historicus Tony Ashworth beschrijft Kerst 1914 als het plotselinge boven water komen van ‘een grote ijsberg.’

Laat die metafoor even tot je doordringen. Zelfs in oorlogstijd is er een berg van vrede, die ieder moment kan bovendrijven. Generaals, politici en ophitsers moeten alles uit de kast trekken – geweld, dwang, nepnieuws – om die berg onder water te duwen. Haat en vijandschap zitten namelijk niet diep in onze natuur, maar vormen een dunne laag op een goed hart.


 

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek

Chaos in de geestelijke gezondheidszorg

Nine Kooiman (SP) en Jim van Os (hoogleraar psychiatrische epidemiologie en voorzitter Divisie Hersenen, UMC Utrecht) voor Joop BNN/Vara.nl

2 december 2017 – Minstens 40% van het geld in de GGZ gaat naar bureaucratie, in plaats van naar de zorg. Psychiaters zijn zelf gemiddeld 17 uur per week kwijt aan administratie, zo meldt Joop.bnnvara.nl

Ben je in ernstige psychische nood, dan krijg je in Nederland niet de zorg die je nodig hebt. Krantenkoppen berichtten over behandelstops bij Emergis in Zeeland, Queste en G-Kracht in Noord-Holland, GGZ Breburg in Brabant en Pro Persona in Gelderland. Er zijn teveel patiënten die complexe zorg nodig hebben, maar plek is er niet. Ook de huisartsen geven aan dat het niet langer kan, zij zien steeds meer mensen met psychische problemen die zij niet meer kunnen doorverwijzen vanwege lange wachtlijsten en behandelstops. De politie klaagt al jaren dat zij het aantal meldingen van ‘verwarde personen’ niet meer aan kunnen.

Wanneer er behandelstops en wachtlijsten zouden ontstaan voor de behandeling van borstkanker zou het land te klein zijn. Maar als een suïcidale vrouw geen hulp, of te laat hulp krijgt, dan is dat een gegeven. Sterker nog, voormalig minister Schippers gaf aan dat instellingen die aan de noodbel trokken dit niet moesten uitvechten in de media. Waar de doodzieke patiënt blijft in dit verhaal is een raadsel. Wat ons betreft zou er goed gekeken moeten worden naar wat er eigenlijk gebeurt als deze patiënten niet of te laat hulp krijgen. Het aantal suïcides stijgt, net als het aantal mensen met zware psychische problemen, maar een link met de behandelstops en wachtlijsten in de GGZ wordt door dit kabinet angstvallig ontweken

Is er dan niet voldoende geld om deze mensen te helpen? In tegendeel, geld is er genoeg. Al jaren wordt er stelselmatig minder geld uitgegeven dan er beschikbaar is voor de GGZ. Zo was er vorig jaar 300 miljoen over, maar zorgverzekeraars geven het niet uit. Zorgverzekeraars spreken van te voren het aantal behandeltrajecten af dat zij vergoeden; is er te weinig zorg ‘ingekocht’ dan mag de GGZ instelling of vrijgevestigde behandelaar kiezen: een wachtlijst laten ontstaan of onbetaald zorg verlenen.

Daarnaast is er met de invoering van marktwerking in de GGZ een groot bureaucratisch verspillend systeem ontstaan. Minstens 40% van het geld in de GGZ gaat naar bureaucratie, in plaats van naar de zorg. Psychiaters zijn zelf gemiddeld 17 uur per week kwijt aan administratie.

Voormalig minister Schippers gaf het bij het afzwaaien als minister ruiterlijk toe: met haar vertrek liet ze de GGZ niet op orde achter. Dit is nogal een understatement; het is chaos in de GGZ. Geld voor zorg gaat niet naar zorg en hulpverleners zitten teveel achter hun computer, in plaats van bij de patiënt. Patiënten worden veel te laat gezien, pas wanneer het te laat is komen ze (na een wachttijd) in een instelling. Wij pleiten ervoor dat hulp veel eerder en dichtbij geboden wordt. Dichtbij in de wijk en met oog voor het netwerk om een patiënt heen. Op die manier kunnen zwaardere en belastende behandelingen worden voorkomen en worden mensen eerder gezien.

De nieuwe staatssecretaris Blokhuis heeft een hoop te repareren. Zorg ervoor dat geld voor de zorg ook daadwerkelijk naar de zorg gaat en niet op de plank blijft liggen bij zorgverzekeraars – en ook niet verdwijnt in georganiseerd wantrouwen en bureaucratie. Onderzoek wat er gebeurt als mensen op een wachtlijst worden geplaatst, zonder hulp te krijgen. En zorg dat er geïnvesteerd wordt in de wijk. Door de meest deskundige hulp vroegtijdig in te zetten, kun je onnodig leed voorkomen. Breek niet af, maar bouw op.


Illustratie: Andrzej Krauze

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek

Idealen voor de opvoeding anno 2017

Volgens Marilse Eerkens van De Correspondent voeden Nederlandse ouders van nu vooral op met het doel voor ogen dat hun kind als individu slaagt en een plezierig leven leidt. In dit doel ontbreekt elke vorm van idealisme. De link tussen opvoeding en maatschappij wordt niet gelegd. Lees vooral haar artikel: Tot wat voeden we eigenlijk op?

Hier samengevat enkele idealen voor de opvoeding:

  1. Weten wat het betekent om in een democratische samenleving te leven. Democratie is niet meer vanzelfsprekend door het toenemend accent op eigenbelang, calculerend burgerschap, oprukkend fundamentalisme en politieke desinteresse. Veel Nederlandse scholieren blijken het beginsel van gelijke rechten af te wijzen.
  2. Een goed ontwikkeld empathisch vermogen. Het empathisch vermogen is weliswaar aangeboren maar het moet wél gevoed en ontwikkeld worden. Het empathische gehalte van een maatschappij wordt in belangrijke mate bepaald door de opvoeders.
  3. Liefde voor de natuur en kennis van milieuproblemen. Vijftienjarige kinderen in Nederland weten het minst over milieuproblemen vergeleken met bijna alle andere industriële landen in de wereld.
  4. Het vermogen om kritisch te denken en op te komen voor wat je belangrijk vindt. Opvoeders en bestuurders handelen vaak vanuit de opvatting dat mensen alleen in beweging komen om een straf te ontlopen of een beloning te krijgen. Maar handelen vanuit dit principe ondermijnt de intrinsieke motivatie van mensen en daarmee het zélf nadenken. In een samenleving waarin duurzaamheid het vaak aflegt tegen kortetermijnwinsten en waarin het moeilijk navigeren is in een zee van informatie is het belangrijk is om je voor dit doel in te zetten.

Een mooie toevoeging  aan deze idealen is misschien:

Opvoeden om dankbaar te kunnen zijn en opvoeden tot fouten mogen maken.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Opvoedkunde, Persoonlijk en politiek

Moderne devotie

We kunnen in succes en rijkdom vast komen te zitten. Dit legt filosofe en organisatiedeskundige Minke Tromp uit tijdens een interview met Lex Bohlmeijer van De Correspondent. Het gaat over het vastzitten in de ‘succesparadox’ en Tromp geeft toe dat ze er zelf ook last van heeft. Hoe meer succes je hebt, hoe hoger in de hiërarchie, hoe meer je gevangen kan komen te zitten in je eigen ambities, hoe minder tijd voor reflectie, hoe minder wijs.

Aan de top van een hiërarchie zijn vaardigheden vereist zoals strategisch en instrumenteel denken. Diep nadenken zou men juist daar moeten doen want er worden belangrijke beslissingen genomen die voor veel mensen gevolgen hebben. Hierover is men het meestal gauw eens. Maar zo werkt het niet.

Instrumenteel denken is doel-middel denken. Deze vorm van denken beperkt onmiddellijk de ruimte in je hoofd. Strategisch denken is: wat moet ik nu doen om… Dit is gekoppeld aan het doel-middel denken en geeft een soort geslotenheid.

Bohlmeijer komt met het voorbeeld van een toppoliticus zoals Jeroen Dijsselbloem die bezuinigingen oplegde aan de Grieken. Lijdt hij aan de succesparadox? Veel mensen waarschuwden dat die bezuinigingen desastreus zouden zijn voor Griekenland maar toch zette Dijsselbloem door. Gevangen in zijn eigen ambities, niet gehinderd door enige reflectie. Dit voorbeeld raakt haar hoewel het volgens Tromp niet zo is dat zo iemand meteen dom of slecht is want het is ècht zo dat de dynamiek aan dat soort onderhandelingstafels, sommige vragen of beslissingen niet toelaten.

Voor mij mag Tromp gerust zeggen over Dijsselbloem dat die een een snoeiharde technocraat is zonder idealen. Maar ze komt met een eigen voorbeeld van een groep leidinggevenden waar zij echt respect voor heeft en die zij een training geeft. Ze maakt mee dat het zo’n groep een kwartier kost om een antwoord te krijgen op de vraag: “Wat moet je doen als iemand tijdens een vergadering iets zegt wat jij niet begrijpt?” Haar dochter van 6 jaar geeft het antwoord meteen: “Vragen wat ze bedoelen.” Maar dit soort hele simpele dingen kunnen deze topmensen heel moeilijk over hun lippen krijgen. Dit is schokkend vindt Tromp. “Hoe arm zijn je reflectieve vermogens als het je een kwartier kost om een antwoord op een dergelijke eenvoudige vraag te geven?” Dit is de succesparadox aan het werk.

Soms leest Tromp een gedicht voor tijdens een training. En laat dan een stilte vallen. Om openheid en denkruimte te laten ontstaan. Het gedicht hieronder is van Wislawa Szymborska (1923-2012). Gepubliceerd in 1986.

Het schrijven van een c.v.

 

Wat moet je doen?

Je moet een aanvraag indienen

en bij die aanvraag een c.v. insluiten.

 

Ongeacht de lengte van het leven

moet het c.v. kort zijn.

 

Bondigheid en selectie zijn verplicht.

Vervang het landschap door adressen

en wankele herinneringen door vaste data.

 

Van alle liefdes volstaat de echtelijke,

en van de kinderen alleen die welke geboren zijn.

 

Wie jou kent is belangrijker dan wie jij kent.

Reizen alleen indien buitenslands.

Lidmaatschappen waarvan, maar niet waarom.

Onderscheidingen zonder waarvoor.

 

Schrijf zo alsof je nooit met jezelf hebt gepraat

en altijd ver uit je eigen buurt bent gebleven.

 

Ga zwijgend voorbij aan honden, katten, vogels,

rommeltjes van vroeger, vrienden, dromen.

 

Liever de prijs dan de waarde,

de titel dan de inhoud.

Eerder nog de schoenmaat dan waarheen hij loopt,

hij voor wie jij doorgaat.

 

Daarbij een foto met één oor vrij.

Zijn vorm telt, niet wat het hoort.

Wat hoort het dan?

Het dreunen van de papiervernietigers.


Het laten vallen van een stilte is niet altijd even makkelijk voor Tromp. Ze is goed in het verzinnen van vragen rond allerlei filosofische thema’s en er staan er enkele op haar website: succesparadox.nl. Thema’s zoals dankbaarheid, macht en moed. Vragen die aanzetten tot diep nadenken en de succesparadox kunnen doorbreken. Je kunt een groter bewustzijn krijgen rondom deze thema’s. Met vragen en opdrachten geeft Tromp structuur. Dat is nodig want het denken gaat alle kanten op. Het is de bedoeling dat je je geest ontstijgt. Daar helpt structuur bij.

Ze krijgt haar inspiratie ondermeer van de filosoof Geert Grote (1340-1384) die geldt als grondlegger van de Moderne Devotie, een onderstroom in de cultuur die door de eeuwen heen is blijven waarschuwen: pas op dat bezieling zich louter op het uiterlijke richt en zijn magie verliest. Tromp heeft meegeschreven aan het boekje: Goede punten van Geert Grote.

In zijn tijd, bijna 700 jaar geleden, was meditatie op korte teksten een scholingspraktijk, een manier om praktische wijsheid te ontwikkelen, om inzicht in het juiste handelen te integreren in het karakter van mensen.

Hebben we niet te veel? Zijn we niet te druk met aanzien, posities en macht en andere uiterlijke zaken, in plaats van innerlijke rijkdom en welzijn van onszelf en onze naasten? De thematiek lijkt tijdloos te zijn en Geert Grote geeft duidelijke, concrete adviezen en leefregels voor goed handelen en een juiste ‘innerlijke’ houding zoals:

Verlang niet naar vergankelijke winst. Heb niet teveel functies en doe niet teveel opdrachten tegelijk. De grootste verleiding schuilt erin de verleiding niet meer te voelen.

Dat bezieling iets plats wordt gaat vanzelf

We moeten oppassen dat het niet meer de innerlijke rijkdom is die ons inspireert en motiveert en dat bezieling verwordt tot iets van de buitenkant, tot iets plats. En volgens Tromp gebeurt dit vanzelf, voordat je het weet is de bezieling iets plats geworden. Het is de valkuil waar we voortdurend in kunnen vallen, het is de immanente dynamiek van het succes. Ze ziet succes als iets breeds. Ook het succes van de kunstenaar die overal buiten wil blijven en die dat bereikt, kan daar vervolgens in gevangen komen te zitten en de bezieling verliezen.

Het aantrekkelijke van de moderne devotie is volgens Tromp dat het een dynamiek volgt die eigen is aan het leven. Zo gaat het. Je kunt voortdurend het succes opgeven en niet weten wat er gaat gebeuren. Dit is ook een uitdaging voor haarzelf. Het is een soort sterven wat je moet oefenen. Tromp oefent dit bijvoorbeeld als ze een training geeft en ook tijdens het interview met Bohlmeijer. Ze probeert voortdurend om niet iets te roepen wat ze van te voren heeft bedacht. Dit opgeven is voor haar een soort sterven, eventjes doodgaan. Op zo’n moment ben je heel kwetsbaar en sta je open, niet wetend wat er gaat gebeuren. Hier elkaar bij helpen, daar gaat het om.

Reflectie

1 reactie

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek, Psychologie, proza en poëzie

Opwarming van de aarde is een systemisch probleem

Milieujournalist Richard Heinberg is op de systeemtheoretische toer net als ik zelf als therapeut. Hij wordt geciteerd in de laatste nieuwsbrief van Jelmer Mommers*, dè milieuman van De Correspondent en beide journalisten bevinden zich in goed gezelschap. Een klein stukje uit Mommers nieuwsbrief:

‘We must restrain ourselves,’ schrijft Heinberg, ‘like an alcoholic foreswearing booze. That requires honesty and soul-searching.’ Op De Correspondent hebben denkers als Naomi Klein en paus Franciscus dat eerder ook bepleit.

Zoals u weet gaat het bij ‘soul-searching’ om een diepe en noodzakelijke beschouwing van onze emoties, motieven en de juistheid van ons handelen. Wij zullen volgens Heinberg net zoals de alcoholist moeten gaan matigen willen we prettig kunnen blijven leven op deze planeet.

Heinberg heeft een manifest geschreven: ‘There is no app for that’. Hij is Senior Fellow van het Post Carbon Institute en wordt in het algemeen beschouwd als een van de voornaamste bepleiters van de noodzaak om af te stappen van fossiele brandstoffen.

Ook Mommers vraagt zich af hoe wij opnieuw kunnen leven binnen de draagkracht van de aarde. Een deel van het antwoord is voor hem onvermijdelijk nl. dat de rijkste consumenten hun impact moeten verkleinen. Maar ook de gemiddelde Nederlander vervuilt en verbruikt alsof er 3,6 aardes zijn, stelt Babette Porcelijn in haar boek: De verborgen impact.

Het probleem is dat we het grootste deel van de impact die we veroorzaken niet zien. En bij het leren waarnemen en het matigen is de ‘soul-searching’ dus nodig.

Ik besloot om eens diep in het artikel van Heinberg te duiken en vooral ook om het filmpje te bekijken dat bij het artikel en het manifest hoort. In 2 minuten krijg je een uitleg over welke rol de technologie heeft gespeeld en in de toekomst nog spelen kan bij het oplossen van problemen. Mooi gemaakt en indrukwekkend!

Wat wij niet zien is dat we voorbij gaan aan onszelf

De kern van het ecologische probleem zit ‘m volgens Heinberg niet in de opwarming van de aarde zelf. Het probleem zit ‘m in de ‘overshoot’, ‘het voorbij gaan aan’, ‘het voorbijstreven van’ waar wij als mensen mee bezig zijn, waarbij de opwarming van de aarde een symptoom is.

Het voorbij gaan aan onze diepere trauma’s, onze werkelijke behoeften en gevoelens is ook in psychologisch opzicht natuurlijk een van de grootste oorzaken van allerlei problemen, denk aan stress, depressie, angst, ‘burn out’, enz. Andere oorzaken van psychische symptomen zitten volgens systeemdenkers o.a. in de manier waarop we met elkaar omgaan. Ook daar staan we vaak niet bij stil en streven we aan voorbij.

‘Overshoot’, het voorbijstreven, is volgens Heinberg een systemisch probleem en dat zit zo: De laatste anderhalve eeuw hebben de enorme hoeveelheden goedkope energie uit de fossiele industrie, de groei, de productie en de consumptie mogelijk gemaakt wat leidde tot overbevolking, vervuiling, verlies van de natuurlijke leefomgeving en verlies van biodiversiteit. Het systeem van de mensheid breidde zich enorm uit en ging ondertussen voorbij aan de lange termijn vermogens van onze aarde. We hebben de ecologische systemen waar we afhankelijk van zijn, van streek gemaakt.

Zolang we deze systemische onbalans niet echt begrijpen en aanpakken zullen symptomatische oplossingen zoals het tegengaan van vervuiling, het redden van bedreigde diersoorten en het voeden van een groeiende bevolking met genetisch gemodificeerde gewassen, niet meer zijn dan een reeks eindeloze pleisters op de wonden die te weinig effect hebben.

De milieubeweging van de jaren ’70 van de vorige eeuw profiteerde nog van het denken in systemen. Deze manier van denken was toen in de mode en de wetenschap die de wisselwerking tussen organismen en hun omgeving bestudeerde, de ecologie, was op zichzelf een systemische wetenschap. Alle vooraanstaande ecologen zagen het milieu, de maatschappij en de mensheid als ten diepste met elkaar verbonden.

Maar naarmate de opwarming van de aarde als onderwerp is gaan domineren, lijken de systemische verbanden te zijn vervaagd. Opwarming en ecologische problemen zoals overbevolking, vervuiling, uitsterven van soorten, verlies van gezonde bouwgrond en schoon drinkwater worden nu veel meer als los van elkaar bekeken. Waarom is dit?

Zijn klimaatwetenschappers gaan denken dat het denken in systemen te moeilijk is voor beleidsmakers? Denken ze dat ze het niet kunnen maken om te zeggen dat ons hele economische systeem moet veranderen? Is het misschien gemakkelijker om te zeggen dat er een probleem is met vervuiling en dat daar technische oplossingen voor zijn? Is het misschien gemakkelijker om de daarmee samenhangende problemen (overbevolking, biodiversiteit, enz.) dan maar op de achtergrond te plaatsen?

Beleidsmakers en industriëlen blijven liever in dezelfde ‘mind-set’

Het antwoord op deze vragen moet wel ‘ja’ zijn. Als klimaatverandering namelijk gezien wordt als een losstaand probleem waar een technische oplossing voor is, dan kunnen beleidsmakers en economen op de voor hen bekende terreinen blijven opereren. Ze hoeven hun ‘mind-set’ niet te veranderen. Technologische oplossingen als zonne-pannelen, windmolens, kernenergie, batterijen, elektrische auto’s, en als alles faalt het beïnvloeden van de kracht van de zon via atmosferische aerosolen, vereisen een zelfde manier van denken als financieel investeren of industrieel produceren. Systemisch denken is daarvoor niet vereist.

Men hoeft dan niet in te zien hoe menselijke systemen werken op het systeem aarde. Het enige waar de beleidsmakers zich dan mee bezig hoeven houden is het transplanteren van investeringen, het geven van bepaalde opdrachten aan andere ingenieurs en beleid maken zodanig dat de nieuwe banen in de groene industrie compenseren voor het verlies van banen in de fossiele industrie.

Deze ‘techno-fix’ strategie veronderstelt dat we op een zeker moment in de toekomst in staat zullen zijn om een systeemverandering te installeren en dat het probleem van de opwarming en alle andere symptomatische crises opgevangen kunnen worden met een of andere techniek. Deze manier van denken komt beleidsmakers en investeerders bekend voor. Iedereen houdt van techniek. Techniek lost bijna alle problemen op: ziektes, voedseltekorten, vervoer, enz. enz. Waarom zou techniek niet ook de opwarming van de aarde kunnen oplossen?

Technologische oplossingen zijn te oppervlakkig en de technocraat is allergisch voor vermindering van groei

Heinberg heeft zich maandenlang samen met wetenschappers beziggehouden met technische oplossingen. Hun conclusie is dat kernenergie te duur en te riskant is en dat zon- en wind energie – als zij een grote hoeveelheid van het totale gebruik aan elektriciteit voor haar rekening wil nemen – drie grote strategische problemen moeten oplossen: de overtollige productie van energie, de opslag van energie en de aanpassing aan de vraag. Tegelijkertijd moeten de industriële landen ten aanzien van het gebruik van energie geheel overstappen op elektriciteit.

Deze energietransitie wordt een enorme onderneming, ongekend in zijn vereisten ten aanzien van het investeren en het vervangen. Als je de grootte van de transitie goed beschouwd dan zie je niet hoe onze huidige energieproductie gehandhaafd kan blijven.

De grootste horde die dus genomen moet worden is de schaal! Alleen als de enorme hoeveelheid energie die de mensheid nu gebruikt, aangepakt wordt is de kans op een weg naar een post-carboon tijdperk geloofwaardig.

Het verminderen van energiegebruik betekent een vermindering van industrie, van fabricage, van transport, van afval, enz. enz. En dàt is een systemische interventie. Een interventie waar de ecologen van de jaren ’70 in de vorige eeuw toe opriepen: “Reduce, re-use and recycle”. Ook de bevolkingsaanwas moet verminderen. En hier raken we aan de kern van het probleem en juist voor de interventie van het verminderen, het matigen, zijn technocraten, industriëlen en investeerders op een kwaadaardige manier allergisch.

Het ecologische betoog is in essentie een moreel betoog

Elke systeemdenker die begrijpt wat ‘voorbij gaan aan en voorbijstreven’ betekent en die ‘consuminderen’ voorschrijft als behandeling, is in feite bezig met de behandeling van verslavingsgedrag. Onze maatschappij is verslaafd aan groei en dat heeft verschrikkelijke gevolgen voor de planeet en als gevolg daar weer van, voor ons zelf. We moeten ons collectieve en ons individuele gedrag veranderen en iets opgeven waar we afhankelijk van zijn: de macht over onze omgeving. We moeten leren matigen net als de alcoholist en daar is eerlijkheid en ‘soul-searching’ voor nodig.

De milieubeweging kwam in de jaren ’70 nog wèl met het morele betoog en het werkte tot op zekere hoogte. De bezorgdheid over de snelle bevolkingsgroei bijvoorbeeld leidde in de hele wereld tot geboortebeperking. Bezorgdheid over biodiversiteit en vervuiling van lucht en water leidde tot regulering.  Maar het was niet genoeg.

Sommige milieu theoretici, de eco-modernisten hebben het morele gevecht laten vallen. Hun rechtvaardiging daarvoor is dat mensen een blijmoedige toekomst-visie willen en niet een die om opoffering vraagt. Alleen de techniek biedt hoop denken zij nu.

Het punt van Heinberg is dat zelfs als een moreel betoog van milieuactivisten faalt, de techniek ons niet gaat redden. Volgens hem zal zèlfs een reusachtige investering in de nieuwe technologie ons niet redden of het nu om kernenergie of om zonne-energie gaat. Techniek biedt geen hoop.

Het goede nieuws

De morele milieubeweging is tekortgeschoten omdat het niet in staat was om het kernprincipe van de industriële maatschappij te veranderen. Dat kernprincipe is: het voluit gaan voor groei ten koste van alles. Het kern-principe is het geloof in ‘groei-isme’. Als we hier niet overheen komen betekent dit niet alleen het falen van de milieubeweging maar ook het falen van de beschaving.

Het goede nieuws is echter dat systemische veranderingsprocessen fractaal van aard zijn. Dit houdt in dat systemische verandering handeling vereist op verschillende niveau’s tegelijk. We kunnen op individueel zowel als op gemeenschappelijk niveau in actie komen. Op individueel niveau kunnen we ons gedrag bijstellen. We hoeven niet te wachten op een catharsis op globaal of nationaal niveau. Zelfs als onze individuele pogingen de consumptiemaatschappij niet redt dan kunnen ze in ieder geval een zaadje planten van een mensheid die waardig is om te overleven.

En het andere goede nieuws is dat als wij mensen er voor kiezen om te minderen zowel in aantal als in consumptie dat dan de technologie ons kan ondersteunen. Techniek kan onze voortgang bij het minderen begeleiden, ook simpele technische middelen kunnen helpen en sommige technologie kan ons zelfs helpen bij het herstel van ecosystemen. Maar het zijn niet de machines die de belangrijkste keuzes zullen maken en ons op een duurzame weg zullen zetten. Dat zal een systemische verandering die geleid wordt door een moreel ontwaken wèl doen. En dat is niet alleen onze enige hoop, het is de enige hoop die we ooit gehad hebben.

Over het matigen van de grote verschillen tussen arm en rijk 

Graag voeg ik aan Heinberg’s artikel en systemische analyse van de milieuproblematiek iets toe. Wat ik mis in zijn pleidooi is dat het vooral de rijken en de rijke landen zijn die reusachtige hoeveelheden fossiele energie gebruiken en dat het vooral de rijke landen zijn die moeten matigen. Jelmer Mommers van De Correspondent benoemt dit wèl expliciet.

Ook in een volgende nieuwsbrief van Mommers* is bijvoorbeeld te lezen dat de Guardian- columnist George Monbiot heel duidelijk het kapitalistische systeem aanwijst. Echt praten over klimaatontwrichting is het hele systeem waarin we leven ter discussie stellen. Monbiot:

‘It is to challenge the very basis of capitalism; to inform us that our lives are dominated by a system that cannot be sustained – a system that is destined, if it is not replaced, to destroy everything.’

Naomi Klein heeft het over het roofkapitalisme dat mens, dier en klimaat vermorzelt en over het ‘ecocidale’ kapitalisme, het kapitalisme dat de natuurlijke omgeving verwoest. Lees vooral haar verslag van het inspirerende verzet tegen de oliepijpleiding bij het indiaanse reservaat Standing Rock in Noord-Amerika: Een jaar na Standing Rock is het verzet tegen Donald Trump springlevend.

Uit de serie Faces of Standing Rock van fotograaf Mico Toledo

Verbetering van de positie van vrouwen, minder armoede en betere verkrijgbaarheid van voorbehoedsmiddelen kunnen veel betekenen bij het afremmen van de overbevolking. Wanneer milieudeskundigen eenzijdig wijzen naar overbevolking in arme landen, wat Heinberg overigens niet doet, dan moeten we op onze hoede zijn want het klimaatprobleem wordt nu juist veroorzaakt door de rijke landen, door bedrijven zoals Shell en ExxonMobile die veel belang hebben bij onze verslaving aan hun producten. Het gaat hier om bedrijven waar arme mensen in arme landen veelal het slachtoffer van zijn.

Heinberg heeft het er over dat milieudeskundigen het niet meer aandurven om te adviseren dat het hele economische systeem moet veranderen maar hij noemt in zijn artikel het systeem niet bij naam. Bij een systemische aanpak hoort denk ik ook dat we man en paard noemen. Het gaat om het kapitalistische systeem dat de grote verschillen tussen arm en rijk veroorzaakt, een systeem waarbij de productiemiddelen in handen zijn van grote bedrijven die winstmaximalisatie als doel hebben. Laat het duidelijk zijn dat vooral dit onder het ‘groei-isme’ valt. In zijn manifest ‘There’s no app for that’ noemt Heinberg de ongelijkheid tussen rijk en arm wel als problematisch maar hij meent dat dit probleem ons afleidt van de ecologische aspecten die daar toe bijdragen. In dit deel van zijn betoog mis ik dus iets.

De milieubeweging moet volgens mij hand in hand gaan met de vredesbeweging en de strijd tegen de ongelijkheid tussen rijk en arm, mannen en vrouwen, wit en zwart om het systeem van het ‘ecocidale’ kapitalisme te veranderen. Dit alles bij elkaar valt volgens mij onder het moreel ontwaken waar Heinberg het over heeft en wat onze enige hoop is.


*Je kunt de nieuwsbrief van Jelmer Mommers ontvangen als je abonnee bent van De Correspondent.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Opvoedkunde, Persoonlijk en politiek, Psychologie en klimaat, Systeemtherapie

Psychiater Glenn Helberg danst in Zomergasten

“JEZELF KUNNEN ZIJN IN EEN MENSELIJKE RELATIE IS HET MOOISTE WAT ER IS”

Dit waren de woorden van Glenn Helberg, psychiater en lid van de Raad van Advies van het College voor de Rechten van de Mens, aan het eind van het VPRO televisie programma Zomergasten. Volgens mij waren zowel Helberg als de interviewster Janine Abbring er aardig in geslaagd om tijdens de uitzending zichzelf te blijven. En ze vierden dit aan het eind door te dansen op de muziek van Louis Armstrong. In elkaars armen, een zwart mens en een wit mens, een man en een vrouw, een homo en een hetero uit verschillende generaties. Ze hadden het tijdens het interview ook over hun relatie tot elkaar gehad, in het hier en nu, ook al was het ongemakkelijk. Ik bleef geboeid kijken en luisteren.

Helberg wilde met zijn gekozen film en documentaire fragmenten en optredens van artiesten de fundamenteel relationele kant van de mens tonen. Ze zouden gaan over de verbinding tussen mensen of over het gebrek er aan. Het ging om te beginnen over de verbinding tussen zwarte en witte mensen. De zwarte mens kan nu tegen de witte zeggen: “Jij hebt mijn zwart zijn niet meer nodig”. En de witte kan misschien hetzelfde zeggen. Wit en zwart kunnen elkaar een hand geven. Zoals bezongen wordt door Louis Armstrong in ‘What a wonderful world’: “I see men shaking hands, how do you do…” Want wit en zwart zijn fundamenteel gelijkwaardig. Zoals James Baldwin het zegt in de film ‘I am not Your Negro’ en in een interview voor de Nederlandse televisie: “Alle mensen zijn broeders, daar gaat het om”.

Ook homo’s en hetero’s zijn verbonden. Niemand hoeft buitengesloten te worden. ‘Civil rights’ en ‘gay rights’ moeten samen werken. Alle minderheden moeten elkaar steunen. Helberg heeft het over ‘inclusie’: Iedereen moet het gevoel kunnen hebben dat hij zichzelf kan zijn en er bij hoort. Dit hebben we nog lang niet bereikt. ‘It takes a village to raise a child’, maar de ‘village’ moet nog ‘geraised’ worden denkt Helberg.

We denken in Nederland dat we niet zo racistisch zijn als in Amerika maar dat klopt niet. Wij zijn het racisme in Nederland aan het ontkennen. Dat is een sterke afweer die ontkenning. We moeten juist onze vooroordelen aan elkaar vertellen zodat we elkaar gaan begrijpen. Hier is een psychiater aan het woord die psychische gezondheid bekijkt binnen de context en de systemen die daar een voorwaarde voor zijn.

Verbinding met jezelf

Het eerste fragment dat Helberg de kijkers liet zien ging over een Braziliaanse vrouwelijke psychiater die in de jaren ’40 van de vorige eeuw zocht naar een alternatief voor de toen gebruikte lobotomie behandelingen (een chirurgische ingreep die verbindingen in de hersenen verbreekt). Zij wil aandacht genereren voor het verhaal van de patiënten. Zij wil de patiënten verbinden met hun eigen verhaal, hoe moeilijk hun toestand ook is.

Helberg: “Als je een verhaal vertelt aan de ander vertel je het eigenlijk ook aan jezelf. En dan maak je contact en gaat het vlammetje in jezelf weer aan.” Als deze verbinding tot stand komt dan voel je het lichamelijk. Soms hebben mensen hier hulp bij nodig. Die hulp wil Helberg geven.

Als je mensen vertelt dat ze geestelijk ziek zijn, zoals bijvoorbeeld homo’s verteld werd tot aan 1973, verliezen ze hun trots. Daar gaat Gay Pride over. Kunnen zeggen: ‘Hier ben ik’. Martin Luther King had het daar ook over: ‘We don’t want to be a nobody, we want to be a somebody’. De psychiatrische patiënten uit het fragment waren ook ‘nobodies’ geworden.

Aan het schrappen van homoseksualiteit uit de DSM, het stoornissen classificatiesysteem in de psychiatrie, ging een belangrijke opstand vooraf. Namelijk die bij de homobar The Stonewall Inn in Greenwich Village in New York in 1969. Uit een documentaire hierover kwam het volgende fragment. Ook hetero’s deden mee aan die opstand want ook zij willen natuurlijk zichzelf kunnen zijn. Deze samenwerking tussen homo’s en hetero’s deed me denken aan de film Pride waar Engelse mijnwerkers in hun staking gesteund worden door homo activisten. Mensen die onderdrukt worden herkennen elkaar ook al komen ze uit verschillende hoeken van de samenleving.

Helberg: “Mensen moeten snappen dat iedereen die zich niet met zichzelf mag verbinden, die dus niet zichzelf mag zijn, hetzelfde probleem heeft.” Iedereen mag er zijn, ook de niet-man en de niet-vrouw. Het lukt echter de een nog steeds om tegen de ander te zeggen: “Jij hoort er niet bij.” En het lukt de een nog steeds om misbruik te maken van de ander, de ander te onderdrukken. Het gaat hier om mensenrechten die nog steeds geschonden worden.

Helbergs ouders kwamen uit Suriname maar hij groeide op in Curaçao. Hij merkte als jongeman dat hij jongens spannender vond dan meisjes. Bij het masturberen dacht hij aan jongens en op het hoogtepunt dacht hij snel even aan een meisje want dan zou God hem zijn afwijking vergeven… Later bedacht hij dat hij niet gek wilde worden. Hij zei tegen zijn toenmalige vriendin: “Jij vrijt met een man, maar ik niet…” Hij vertelde zijn vader dat hij homo was, waarna de vader 5 dagen niet at en zei: ” Laat mijn zoon komen, want hij is mijn zoon.” En tegen zijn zoon zei hij: “Als je met een jongen thuis komt, breng dan een goede jongen mee”. Helbergs verhaal lijkt op het Bijbelse verhaal van de verloren zoon. Dat de vader van Helberg hem toen niet afwees, was het grootste geschenk dat hij ooit kreeg. Het kan hem nu nog ontroeren.

Zijn moeder overleed toen hij 13 jaar was. Zij had hem goed op haar overlijden voorbereid en Helberg kreeg al vroeg belangrijke levenslessen mee. Je kon merken dat de verbinding met zijn moeder nog levend was want Helberg zei dat de groene jurk die Abbring droeg tijdens het interview, hem aan zijn moeder deed denken en hem vertrouwen gaf. Zijn moeder zei altijd als ze nieuwe kleren ging kopen: “Nou heb ik weer een groene jurk gekocht!”.

Gelijkwaardigheid genereert eigenwaarde

Een volgend fragment kwam uit een Polygoonjournaal van 1969 over een opstand tegen Shell op Curaçao. Volgens het journaal was automatisering de diepere oorzaak van de opstand maar dat klopt niet, zei Helberg. De opstand had te maken met de ongelijkheid; zwarten verdienden een derde van wat blanken verdienden. De opstand ging over gelijke rechten!

Als we een inclusieve samenleving willen dan moeten we goed geïnformeerd zijn. Educatie speelt een belangrijke rol. Ook blanke Nederlanders moeten weten waarom 30 juni een belangrijke dag is: de dag van de herdenking van de afschaffing van de slavernij. We kennen onze geschiedenis niet en de geschiedenis moet belicht worden vanuit verschillende kanten. Pas dan weet je welk onrecht gedaan is.

Helberg vindt dat de emancipatie van de zwarte mens nog steeds niet goed op gang is gekomen. Hoe diep de discriminatie gaat en hoe diep die in persoonlijke levens doordringt wordt mede duidelijk in een fragment waarin blanke docenten een klasje met zwarte werknemers van een of ander bedrijf onderwijzen over hoe ze sterker kunnen staan in hun functie. Als ze dat aankijken van klanten zouden kunnen, dan zouden ze assertiever overkomen. De blanke docenten hadden goede bedoelingen maar eigenlijk werden de zwarte werknemers geschoffeerd. Abbring had met het schaamrood op de kaken naar het fragment gekeken.

Helberg legde uit dat ‘het niet aankijken’ door zwarte mensen een gevolg is van de slavernij. In de slavernij leer je dat je de ander tot ding kunt maken als je ze niet aankijkt. Het was volgens Helberg beter geweest als deze docenten hadden geprobeerd om de zwarte medewerkers te begrijpen in plaats van hen te onderwijzen. Op basis van gelijkwaardigheid met elkaar bezig zijn genereert eigenwaarde. Als de een ergens rijker van wordt, dan de ander ook. Dàt genereert eigenwaarde en dan hoef je niemand te ‘empoweren’. Baldwin zegt: “Ik ben hier nu en ik ben niet van jou. Ik ben niet minder waard.”

Het onderwijs kan een positieve rol spelen. Louis Armstrong zingt er over dat onze kinderen meer zullen leren dan wij ooit zullen weten. Universiteiten maken hun onderwijs inclusiever. Het gaat de goede kant op. We kunnen gaan onderzoeken wat racisme is, in plaats van het te ontkennen, zodat we er mee op kunnen houden.

De partij Artikel 1, die inmiddels na een rechtszaak niet meer zo mag heten en waarvan Helberg de lijstduwer was, wil radicale gelijkwaardigheid. Er kan wel gezegd worden dat de economie vooruit gaat maar dat betekent zeker niet dat iedereen vooruit gaat.

Vaders

In het fragment ‘Boys of Summer’ (2008) krijgen we te zien hoe een zwarte vader zijn zoon coacht met honkballen. We zien een zwarte vader zijn die wèl aanwezig is in het leven van zijn kind. Het verhaal dat zwarte vaders er niet zijn voor hun kinderen wordt steeds herhaald maar we moeten deze vaders een helpende hand bieden. Ook hier blijkt hoe diep de slavernij in de psyche is doorgedrongen. Het zwarte vaderschap is verarmd door de slavernij, door de reis van Afrikanen naar Amerika. Hele familieverbanden zijn uit elkaar gerukt. Dàt moeten we begrijpen. Daar komt bij dat de slaveneigenaars die kinderen hadden verwekt bij slavinnen meestal afwezig waren als vader. Zwarten hebben nog steeds meer wantrouwen binnen hun relaties dan witten.

In het fragment uit de documentaire over de Oekraïense danser Sergei Polunin zegt de (witte) vader: “Als ik het over zou kunnen doen, zou ik meer aandacht aan mijn gezin hebben besteed.” Toen ouders van deze jonge danser gingen scheiden viel zijn wereld uitelkaar. Hij wist niet meer waarvoor hij danste maar de machine die geld verdiende aan zijn talent draaide door. Hij raakte aan de drugs en kreeg de naam dat hij niet te vertrouwen was, terwijl hij gewoon hulp nodig had. Het dansen had geen betekenis meer voor hem. Hij was de verbinding met zichzelf kwijt. Pas toen hij weer heel was kon hij weer dansen.

Helberg wilde zelf ook danser worden maar zijn moeder wilde dat hij dokter werd. Na een gebroken knie was het besluit niet meer zo moeilijk. Hij ging medicijnen studeren. Nu vind hij het prettig dat hij mensen kan helpen om weer heel te worden.

Relatietherapie

We krijgen een fragment te zien uit ‘Scenes uit een huwelijk’ (1974) van Ingmar Bergman. We zien twee mensen die van elkaar houden maar niet samen kunnen zijn. We moeten volgens Helberg de liefde leren. Wij kunnen onze liefde aan die ander geven maar als die ander zijn of haar liefde niet meer aan ons kan geven dan is het klaar. De liefde is wel voor de ander maar niet van de ander. In een relatie geven beiden 50% maar je blijft altijd 100% verantwoordelijk voor jouw 50%. Ook voor je eigen boosheid ben je voor 100% zelf verantwoordelijk. Relatietherapie blijft van waarde, ook als de partners toch gaan scheiden. Het kan de partners leren elkaar beter te verstaan en dat blijft fijn ook als ze uit elkaar gaan.

We krijgen nog een mooi fragment te zien uit de film ‘Moonlight’ uit 2016. We zien twee zwarte jongemannen die in hun kindertijd een relatie met elkaar hadden en elkaar na vele jaren opnieuw ontmoeten. Het fragment eindigt er mee dat ze tegen elkaar aan zitten, de een met zijn hoofd op de schouder van de ander, de ander streelt zijn schedel. We mogen die intimiteit zien en dat is heel bijzonder. Het gaat eens een keer niet om de coïtus, het gaat om de aanraking van de huid, ons grootste orgaan, zegt Helberg. Door de aanraking van de huid weten we ons geborgen. Zelf mist hij het dat hij al lang niet meer aangeraakt is… Jezelf kunnen zijn in een menselijke relatie is het mooiste wat er is.

Ook aan deze televisie zomeravond komt een einde. Helberg en Abbring staan op en dansen.


Ga vooral deze film zien: I am not your Negro.

En ook de keuze film van Helberg is een aanrader: Selma.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychiatrie, Systeemtherapie

Samenleven begint met alleen kunnen zijn

Getipt door de Correspondent las ik dit artikel van de Amerikaanse historica Jennifer Stitt, ‘Before you can be with others, first learn to be alone’.

Clamdigger 1935 by Edward Hopper.

In 1840 was het Edgar Allen Poe die het belang van alleen zijn beschreef. Mensen die niet alleen kunnen zijn, waren volgens hem ongelukkig. Hij beschreef de boze energie van een oude man die door London zwierf van zonsopgang tot zonsondergang en die alleen opluchting kon vinden voor zijn wanhoop als hij zich onderdompelde in het onstuimige gedrang van de stadsbewoners.

Twintig jaar daarna was het Ralph Waldo Emerson, een andere bekende 19e-eeuwse Amerikaanse schrijver, die ook gegrepen was door het idee van het alleen zijn. Hij kwam met een uitspraak die aan Pythagoras is toegeschreven:

‘In the morning, – solitude; … that nature may speak to the imagination, as she does never in company.’

Emerson moedigt docenten aan om er bij hun leerlingen de nadruk op te leggen dat periodes en praktijken van alleen zijn, serieus en abstract nadenken mogelijk maken.

Weer later in de 20e eeuw, stond het alleen zijn centraal in de filosofie van Hannah Arendt (1906-1975). Zij was een Duits-Joodse emigrant, gevlucht naar de Verengde Staten voor de Nazi’s en bestudeerde een groot deel van haar leven de relatie tussen het individu en de politiek.

Voor haar was vrijheid verbonden met het alleen zijn in de privé-sfeer (‘vita contemplativa’) èn met samen zijn in de publieke of politieke sfeer (‘vita activa’). Zij begreep dat vrijheid veel meer was dan het vermogen van de mens om spontaan te handelen in de publieke ruimte. Vrijheid was voor haar ook het vermogen om na te denken en te oordelen in stilte, ver weg van de kakofonie van de massa.

In 1961 volgde Arendt, in opdracht van The New Yorker, het proces Adolf Eichmann, de SS officier die meehielp aan het ten uitvoer brengen van de Holocaust. Arendt probeerde er achter te komen hoe iemand tot zoveel kwaad in staat was. Ze werd verrast door Eichmann’s volkomen gebrek aan verbeelding en conventionalisme. Hij kwam niet over als een door en door slechte sociopaat. Zijn daden waren monstrueus maar als persoon kwam hij als alledaags op haar over.

Zij ontdekte geen sterke ideologische overtuigingen bij hem en schreef zijn immoraliteit – zijn vermogen en zelfs zijn begeerte om misdaden te plegen – toe aan zijn gedachteloosheid, aan zijn banaliteit. Het was volgens haar zijn onvermogen om stil te kunnen staan en na te denken waardoor het voor hem mogelijk werd om deel te nemen aan de massamoorden.


Hier wil ik iets toevoegen aan het artikel van de Amerikaanse historica want op het punt dat Arendt hier maakt valt wel iets af te dingen. Eichmann was wel degelijk een overtuigd antisemiet ook al deed hij zich tijdens zijn proces onnozel voor. Hij dacht wel degelijk na, maar geheel conform de nazi-ideologie. Hij dacht dus niet anders dan massa’s andere nazi’s. Arendt’s concept van ‘de banaliteit van het kwaad’ blijft waardevol, ook al heeft ze zich door de onnozele pose van Eichmann gedurende het proces laten misleiden.

Een saillant detail is nog dat Arendt’s leermeester, de filosoof Heidegger wel degelijk moet hebben nagedacht maar toch lid werd van de nazi-partij. Arendt heeft hem verdedigd door te zeggen dat dit naïef van Heidegger was.

Terug naar waar het hier om gaat:  De waarde van het alleen en in stilte overdenken van dingen.


Edgar Allen Poe vermoedde dat er iets duisters schuilde binnen de mens in de massa. Arendt’s ideeën sluiten hier op aan. Iemand die het in stilte onderzoeken van wat je gezegd en gedaan hebt niet kent, zal volgens haar ook niet tegen zichzelf in gaan en zal niet in staat zijn of bereid zijn om rekenschap te geven want hij rekent er op dat zijn daden vergeten zullen worden.

Eichmann meed zelfreflectie volgens Arendt. Hij keerde niet terug naar een stil moment in zichzelf, een toestand van beschouwing waarmee de betekenis van de dingen onderzocht kunnen worden, waarbinnen feiten en fictie, waarheid en leugen, goed en kwaad onderscheiden kunnen worden. Het is niet zo dat mensen die niet nadenken automatisch monsters zijn maar volgens haar kan een maatschappij niet vrij en democratisch functioneren zonder individuen die zelf in stilte nadenken. Arendt geloofde dat samenleven met anderen begint met kunnen leven met jezelf.

Alleen of eenzaam

Wat als we ons in het alleen zijn eenzaam voelen of wat als we ons isoleren? Wat als we ons afgesneden voelen van het plezier van vriendschap?

Filosofen maakten heel lang geleden al een onderscheid tussen alleen zijn en eenzaamheid. Een parabel van Plato uit De Republiek (350 voor Christus) gaat over een filosoof die uit een ondergronds hol ontsnapt aan het gezelschap van andere mensen en het zonlicht van de contemplatie in loopt. Alleen, maar niet eenzaam stemt de filosoof volgens Plato af op zijn innerlijke zelf en de wereld. In het alleen zijn luistert hij naar een dialoog die de ziel heeft met zichzelf en die dan eindelijk hoorbaar is.

Je hoort inderdaad mensen wel eens klagen als er veel geluid en drukte om hen heen is: “ik kan mijzelf niet eens meer horen denken.”

Arendt vindt in navolging van Plato dat alleen zijn en denken niet eenzaam is. Eenzaam ben je als je naar gezelschap verlangt en het niet vinden kan. Zij ziet het alleen zijn als een toestand waarin je jezelf gezelschap houdt. Het is een soort van ‘existentieel spreken’. In het alleen zijn is je innerlijke zelf jouw gezelschap, jouw vriend waarmee je van gedachten wisselt, een stille stem die een Socratische vraag stelt (een vraag die je stelt met het doel om verder te komen) zoals: ‘Wat bedoel je als je zegt …? Het ‘zelf’ is volgens Arendt de enige waaraan je niet kunt ontsnappen tenzij je ophoudt met denken.
In onze hyperverbonden wereld is het waardevol om ons de woorden van Arendt te herinneren. We leven nu in een wereld waarin we voortdurend en direct communiceren via het internet en we nemen zelden de tijd voor contemplatie. We checken voortdurend onze emails, zijn obsessief bezig met sociale media, lijden onder de voortdurende verbinding met zowel nauwe als minder nauwe kennissen. Het lijkt wel alsof we zo nodig voortdurend in gezelschap moeten zijn.
Als we ons vermogen om alleen te kunnen zijn verliezen, als we ons vermogen om in ons eigen gezelschap te verkeren verliezen, dan verliezen we volgens Arendt ons denkvermogen. We lopen het risico dat we weggevaagd worden door wat alle anderen doen en waar alle anderen in geloven, we lopen het risico dat we niet langer in staat zijn om goed van kwaad of mooi van lelijk te onderscheiden. Gevangen in een kooi van gedachteloze conformiteit.
Alleen zijn is niet alleen een noodzakelijke mentale toestand voor de ontwikkeling van het bewustzijn en het geweten maar het is ook een praktijk die ons voorbereidt op deelname aan het sociale en politieke leven. Voordat we in gezelschap kunnen zijn moeten we leren om alleen te zijn.

Ik denk dat niet alle vormen van in stilte nadenken automatisch tot positieve resultaten zullen leiden. Bij het alleen nadenken loop je toch een risico dat je niet tegengesproken wordt. Het in stilte nadenken kan broeierig worden en dan leidt het nergens toe. Het in stilte nadenken van eenzame en gestrande mensen kan zelfs leiden tot daden van wanhoop, van agressie en geweld. Denk aan Syrië-gangers of aan de Noorse massamoordenaar Breivik. Deze mensen zoeken alleen nog het contact met gelijkgestemden. Misschien zijn ze wel zo eenzaam dat ze zich helemaal nooit meer laten tegenspreken omdat dit onverdraaglijk is geworden.
Het begrip cognitieve dissonantie is in verband hiermee interessant. Cognitieve dissonantie is de onaangename spanning die iemand ervaart bij tegenstrijdige overtuigingen, ideëen of opvattingen of als er wordt vastgesteld dat diegene in strijd met de eigen overtuiging handelt. De spanning leidt ertoe dat men een of meer meningen of houdingen onbewust herziet om ze meer met elkaar in overeenstemming te brengen, consonant te maken. Dit vrij recente sociaal psychologische begrip van de cognitieve dissonantie (1957) werd heel lang geleden al herkend getuige een fabel van de Griekse dichter Aisopos (ca. 620-560 voor Christus): De fabel van de vos en de druiven. Wanneer de vos niet tot bij de druiven kan, besluit hij dat hij ze achteraf bekeken niet écht wilde “…omdat ze toch zuur waren.”

1 reactie

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek