Categorie archief: Persoonlijk en politiek

Liefde in, en grappen over de consumptiemaatschappij

Enige tijd geleden publiceerde ik een kort bericht met de titel: Grappen over de consumptie maatschappij met een link naar een video van de Amerikaanse komiek Bill Hicks. Korte tijd daarna verwijderde ik het bericht omdat ik was gaan twijfelen. Was de humor niet te grof of te ‘off topic’?

Maar vandaag besluit ik om de video er toch weer op te zetten omdat ik een mooi artikel las op de site van Brainwash van Dirk de Wachter over de liefde: ‘Liefde schuilt in de gewonigheid’.

De Wachter heeft het ondermeer over hoe de consumptiemaatschappij de liefde in de weg kan zitten. Als twee geliefden samen op zoek gaan naar de verloren liefde…

‘Dan ben ik inderdaad geneigd om het advies te geven een wandeling langs de oevers van de Schelde te maken – ik woon in Antwerpen – en niet een trip te boeken naar de Cayman-eilanden om daar in een bubbelbad te gaan zitten. Ik denk dat het beter werkt om gewone dingen te doen en daar de pracht van de verbinding in te vinden, dan prachtige dingen te doen en daar in de banaliteit van de verbinding terecht te komen.’

De interviewer: Toch hebben we de neiging om het in die grote gebaren te zoeken.

‘Dat hebben we in alles in deze consumptiemaatschappij. En die consumptiemaatschappij klopt dat ook heel erg op. Het lijkt erop dat ons leven alleen vervuld kan zijn als we fantastische dingen doen. Het lijkt alsof dáár de liefde, het geluk en het ware leven te vinden is. Daar wil ik kanttekeningen bij plaatsen. Ik ben daar genuanceerd in, als mensen nog een bon hebben liggen voor een pretpark, ga dan vooral. Ik ben geen tegenstander van plezantigheid, maar verwacht niet dat daar de zin van het leven zich aandient. De zin van het leven, de liefde, het geluk, die zitten in de dagelijksheid. In het thuiskomen en uw geliefde vastpakken en vragen hoe de dag is geweest. ‘Heel gewoon’, zal ze dan zeggen, ‘maar ik zie u graag.’

Ineens is me duidelijk waarom de humor van Hicks over de consumptiemaatschappij hier tòch op zijn plaats is.

Je moet er tegen kunnen…

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek

We hebben genoeg. Wees dankbaar.

Vandaag als abonnee van ‘De Correspondent’ weer een prachtige nieuwsbrief ontvangen van Ernst-Jan Pfauth, die ik graag hier graag, bijna in zijn geheel, overneem.

In de prestatiemaatschappij draait het om wat er beter kan. Daarmee vertellen we onszelf eigenlijk: we hebben nog niet genoeg. Die ontevreden houding staat lijnrecht tegenover wat goed is voor ons geluksgevoel: dankbaar zijn.

Dankbaarheid is erkennen dat de goede dingen in het leven geschenken zijn. Er is een duidelijk verband tussen dankbaarheid en welzijn: we worden er tevredener en optimistischer van. Doordat we ons realiseren hoeveel we te danken hebben aan anderen, worden we ook vriendelijker en empathischer. Verder zijn dankbare mensen minder agressief: uit verschillende experimenten blijkt dat dankbare mensen minder geneigd zijn tot vergelding. Bijvoorbeeld wanneer een deelnemer aan een experiment iets onaardigs tegen ze heeft gezegd. Deze effecten zijn zowel zichtbaar bij mensen die uit zichzelf dankbaarder zijn als bij mensen die vlak voor het experiment een dankbaarheidsoefening moesten doen. Dat betekent dat minder dankbare personen kunnen oefenen in dankbaarder worden.

Die conclusie trekt de Amerikaanse onderzoeker Brené Brown ook. Zij interviewde duizenden mensen over empathie, onzekerheid en geluk en publiceert haar bevindingen in populaire boeken als: ‘De moed van imperfectie’. De gelukkige mensen die ze sprak, schreven hun geluk ‘zonder uitzondering’ toe aan ‘dat ze actief dankbaarheid beoefenden’.

Helaas komt dat besef voor veel mensen te laat. Brown vertelt over de interviews met mensen die iets verschrikkelijks hadden meegemaakt, zoals het verlies van een kind. Allemaal realiseerden ze zich dat de heel alledaagse momenten vóór de traumatische gebeurtenis de mooiste momenten in hun leven waren. Samen de hond uitlaten, het avondeten, dat soort dingen. Daarom heeft Brown het ook over ‘dankbaarheid beoefenen’. Als we niet bewust dankbaar zijn, vergeten we het, omdat we wennen aan wat we al hebben.

Het uiten helpt

Het uiten van je dankbaarheid geeft je meer vertrouwen in je vriendschappen. In een experiment kregen deelnemers verschillende opdrachten. Eén groep moest bedenken waarom ze een bepaalde vriend dankbaar was, een andere groep moest dat ook daadwerkelijk aan die vriend vertellen. Bij de groep die haar dankbaarheid moest betuigen, veranderde de kijk op hun vriendschappen. Na het experiment waren ze er meer van overtuigd dat de vriend hen zou steunen en helpen, zonder daar iets voor terug te verwachten. Bij de groep die de dankbaarheid niet hoefde uit te spreken, was dit effect niet zichtbaar. Dus vertel het vooral als een vriend, geliefde of familielid iets aardigs voor je doet. Hiermee bevestig je wat jullie voor elkaar betekenen en daarmee versterk je jullie relatie.

Een andere manier om dankbaarheid te beoefenen komt van de stoïcijnse filosofen uit de Griekse en Romeinse tijd. Hun filosofie draait om het loslaten van verlangen en daardoor gelukkig te zijn. Volgens de stoïcijnen is het verstandig om af en toe te denken aan onze sterfelijkheid en die van onze dierbaren. Door je voor te stellen dat jij of je dierbaren er niet meer zijn, realiseer je je hoe dankbaar je eigenlijk bent dat jullie leven. Neem de volgende situatie: je hebt net een kind gekregen en bent verbaasd over hoe vaak je baby huilt. Sterker nog, je wordt er gek van. De stoïcijnen wisten hier wel een remedie tegen. Stel je gewoon even voor dat het kind op je arm dood is. Juist, nu kun je er weer tegenaan, want je bent heel dankbaar dat het nog leeft.

Het opschrijven helpt

Wellicht vind je deze methode van ‘negatieve visualisatie’ een tikje te morbide. Gelukkig is er een positiever ritueel dat je kunt uitvoeren: opschrijven waar je dankbaar voor bent.

Uit de studies die naar dit ritueel gedaan zijn, blijkt dat vrijwel iedereen er baat bij heeft. Daarom schreef ik het Dankboek. Daarin kun je een halfjaar elke dag opschrijven waar je dankbaar voor bent én waarom je daar dankbaar voor bent. Waarom? Daarvoor kijken we naar het belangrijkste onderzoek dat er tot nu toe naar dankbaarheidsboeken is gedaan.

Psychologen Robert Emmons en Michael McCullough deelden aan drie willekeurige groepen een opdracht uit die ze tien weekenden achter elkaar moesten uitvoeren. Eén groep moest vijf dingen opschrijven waar ze die week dankbaar voor was. Een tweede groep vijf ongemakken die ze ervaren had. De derde groep moest vijf neutrale gebeurtenissen noteren.

Dit experiment herhaalden de onderzoekers twee keer met iets afwijkende voorwaarden. Bijvoorbeeld met een dagelijkse in plaats van een wekelijkse opdracht. In alle gevallen waren de mensen die een dankboek bijhielden optimistischer over de aankomende week, tevredener met hun leven als geheel en vriendelijker. Bovendien konden ze zich beter inleven in anderen, waardoor ze minder met zichzelf bezig waren en behulpzamer werden.

Wel lastig: als je wilt dat een dankbaarheidsboek effect heeft, moet je écht gemotiveerd zijn om je dankbaar te voelen. Dat klinkt als een open deur, maar het is precies waar het bij mij misging. Ik wilde me na verloop van tijd bij het invullen niet zozeer dankbaar voelen, ik wilde het gewoon zo snel mogelijk achter de rug hebben. Dat kwam doordat ik bij al die dankbaarheidsboeken minstens tien vragen moest beantwoorden. Soms zelfs meerdere keren per dag. En dan werkt het volgens Emmons – de man van het vergelijkende onderzoek uit 2001 – niet meer. ‘Diepgravendheid is belangrijker dan hoeveelheid,’ zegt hij. Als je elke dag tien dingen moet bedenken waar je dankbaar voor bent, neemt de motivatie af en is het moeilijk om de diepte in te gaan. Daarom adviseert Emmons maar één keer per week een bladzijde in te vullen. Dan is het effect op je geluksniveau het grootst. Bij drie keer per week neemt het al af, blijkt uit zijn data.

Veel van zijn collega’s zijn het niet met dat advies eens, omdat bij zo’n lage frequentie de kans groot is dat het invullen geen terugkerende gewoonte wordt. Dat merkte ik ook. Dus schrijf ik nu één keer per dag op waar ik dankbaar voor ben en waarom. En ik noteer dan niet zoals eerst tien dingen, maar slechts drie. Door deze frequentie merk ik dat het weer een bedachtzaam ritueel is geworden.

Je vraagt je misschien af: waarom moet je het allemaal opschrijven? Kun je niet alleen bedenken waar je dankbaar voor bent? Zeker als je het al tegen iemand gezegd hebt? Uiteraard, maar dan mis je het terugbladeren. Ik ben op weinig momenten dankbaarder dan wanneer ik een oud dankboek op een willekeurige bladzijde opensla en lees wat voor mooie momenten ik een paar maanden geleden had. Sommige was ik alweer vergeten en ervaar ik nu opnieuw.

Daarnaast dwingt het opschrijven je goed te verwoorden wat je voelt. Je moet je gedachten interpreteren en die vervolgens logisch opschrijven. Zo ben je veel actiever bezig met waar je dankbaar voor bent. Om diezelfde reden is het belangrijk dat je pen en papier gebruikt. Dat is beter dan bijvoorbeeld in je telefoon noteren waar je dankbaar voor bent. Want als je met de hand schrijft, worden je hersenen meer gestimuleerd. In plaats van het simpelweg aanraken van een toets, voel je het papier, houd je een pen vast, en moet je deze heel precies richting geven. Door die extra stimulansen ben je je bewuster van de tekst. Ook denk je beter na over hoe je iets gaat formuleren: ten eerste schrijf je selectiever omdat je niet onbeperkt de ruimte hebt. Ten tweede moet je de zinnen weloverwogen opschrijven, want er is geen backspace knop. En kijk je op een dag niet al genoeg naar een scherm? Zie het schrijven op papier als een rustmoment. Alleen jij en je gedachten, en geen appjes die om je aandacht vragen.

Zo oefen je in dankbaarheid, en word je een tevredener mens.

Het dankboek van Ernst-Jan Pfauth

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychotherapie

Zonder afstemming op je lijf is een goed leven niet mogelijk

Psychoanalyticus en hoogleraar psychodiagnostiek Paul Verhaeghe schrijft met enige regelmaat voor Brainwash, podium voor verrassende ideeën. Deze keer schrijft hij: We zijn verleerd naar ons lichaam te luisteren

De titel raakte meteen een snaar. Naarmate ik ouder word, praat mijn lichaam steeds duidelijker terug. Ik voel steeds meer de noodzaak om er beter naar te luisteren en te leren om er fijner op af te stemmen. Hier had ik al veel jonger mee kunnen beginnen.

Het mooie is dat Verhaeghe laat zien hoe het persoonlijke en het lichamelijke verweven zijn met het publieke en het politieke. Concentratieproblemen, stoornissen die op lichamelijke aandoeningen lijken, burn-outs, depressie, enz. zijn beter aan te pakken als we ze begrijpen in de bredere context.


Hier een bewerking en enkele alinea’s uit het stuk van Verhaeghe.

Goed in je vel zitten vind ik een prachtige omschrijving voor een gezonde combinatie tussen lichaam en geest – eigenlijk tussen voelen en denken. Dat heb je voor een flink stuk te danken aan de interactie met je ouders, maar de uitbouw van je identiteit en de daarin besloten afstemming op je lichaam gebeurt natuurlijk ook buiten het gezin. Toch zien we dat het lichaam in onze moderne maatschappij steeds vaker te veel onder druk wordt gezet, met grote gevolgen voor je welzijn.

Sluiten de beelden die vanuit uit de maatschappij op ons af komen en ons beïnvloeden min of meer aan bij wat wij zelf voelen? Sluiten de verwachtingen van buiten aan bij onze persoonlijke mogelijkheden? In welke mate laten de beelden van buiten keuzes toe?

Als het antwoord op die vragen negatief is, dan spreken we over vervreemding. Dan nemen we ideeën en beelden over die ons ziek maken. Het gevolg is dat we niet langer afgestemd zijn op wat er binnen in ons en in ons lichaam aan het werk is.

We beseffen te weinig hoe een economische ideologie onze identiteit op een sluipende manier overgenomen heeft, ogenschijnlijk onafhankelijk van een ideologie. De meest doortrapte list bij deze onzichtbare vervreemding is de uitnodiging van de reclame- en mediawereld om onze ‘individualiteit’ belangrijk te maken. In de praktijk betekent dit dat we met zijn allen dezelfde, grotendeels overbodige spullen kopen, dezelfde rommel eten, aan dezelfde vormen van ontspanning doen, collectief steeds harder werken, gevolgd door hetzelfde soort vakantie die we vervolgens op hetzelfde soort Facebookpagina etaleren. En allemaal denken we uniek te zijn.

Wij zijn ‘onbewust gehoorzaam’ maar dat zien we niet, we zien onszelf eerder als realistisch, normaal of rationeel. We menen te weten hoe het leven echt is.

Als we ons niet goed voelen bij het leven dat we leiden – voor zover we dat gevoel al toelaten – schrijven we dat toe aan een persoonlijk falen. We moeten nog méér ons best doen, nog harder werken, nog bétere keuzes maken. Tegenwoordig moet alles steeds sneller, ook onze manier van denken, consumeren, werken, ontspannen zoals blijkt uit eigentijdse uitdrukkingen: quality time, short ski, fast food, speed dating, powernaps. Slaap dient om onze batterijen op te laden, niet om uit te rusten. Work hard, play hard.

De oorzaak van vervreemding en versnelling ligt in het alomtegenwoordig concurrentieprincipe gebaseerd op het gevoel constant geëvalueerd te worden. Via onze smartphone beoordelen we elkaar met één klik (van een tot vijf sterren). Je cijfer is voor iedereen zichtbaar en bepaalt je leven; van het soort auto dat je kan huren tot de kwaliteit van de medische zorg die je ontvangt. Alles hangt af van het aantal sterren toegekend door anderen.

Wie Uber-taxi’s gebruikt, kan de chauffeur een digitale beoordeling geven en krijgt er zelf ook een. De resultaten daarvan zijn publiek zichtbaar en hebben effecten: een passagier met een 4,8 rating heeft ‘recht’ op Uber VIP, met betere auto’s en chauffeurs met een hogere rating. Bij een hyperslechte rating raak je niet van de straat.

Met concurrentie is op zich niks verkeerd en competitie kan best leuk zijn. Het wordt een probleem als heel het leven in het teken van competitie komt te staan. Het idee dat concurrentie alleen maar ons professioneel leven betreft en we thuis lekker kunnen relaxen, klopt niet langer. Ik ben een product dat ik zelf aan de man moet brengen, in voortdurende competitie met andere producten in een omgeving die één grote markt geworden is. Omwille van die concurrentie moet ik mezelf aanprijzen en oppimpen, want enkel zichtbaar succes telt mee, met als typische illustratie het aantal ‘likes’ en ‘vrienden’ op je Facebook en Instagram, het aantal volgers op je Twitter en het aantal contacten op LinkedIn, het aantal dates op Tinder.

De verplichting om steeds meer te voldoen aan het verwachte ideaal maakt dat we steeds harder ons best doen. Tot het helemaal mislukt. Burn-out en depressie zijn de algemene noemers voor een instorting die volgt op een vaak langdurige periode van inspanning, naast alle andere medisch-psychologische gevolgen van stress.

De buik laat zich als eerste horen

Als het de verkeerde richting uitgaat, laat mijn lijf van zich horen. ‘Mijn lichaam heeft niet dezelfde ideeën als ik’ – deze uitdrukking komt van de Franse cultuurfilosoof Roland Barthes. Als ik mij identificeer met – beter: als ik mij vervreemd aan – beelden en idealen die ingaan tegen mijn lichaam, dan is mijn buik de eerste lichaamsregio die protest aantekent, lang voordat ik bewust besef wat er aan de hand is. Onze (onder)buik is de plaats waar affecten voelbaar worden, zoals blijkt uit de wijsheid van onze taal. ‘Het ligt zwaar op mijn maag’; ‘ik doe het in mijn broek van angst’; ‘er ligt iets op mijn lever’. Wanneer ik daar geen gehoor aan geef en ondanks de protesten verder ga op de ingeslagen weg, worden de signalen dwingender en verschuift protest naar ongemak en pijn en vervolgens naar ziekte.

Mijn lijf tekent protest aan. Geef ik daar gehoor aan? Bij gebrek aan een goede afstemming op mijn lichaam doe ik dat niet. Het kan nog erger: vanuit het concurrentieprincipe kan ik een stap verdergaan en de pijn als deel van het ‘offer’ beschouwen dat ik moet brengen om een ideale vrouw of man te worden, als een te betalen prijs voor succes. Een dergelijke interpretatie van pijn illustreert hoe vervreemding erin slaagt ons een voordehandliggende betekenis van signalen te doen negeren of zelfs om te keren. Pijn lezen als een aanmoediging om nog harder door te gaan op de ingeslagen weg – veel gekker hoeft het niet te worden.

De grappige vervreemdingseffecten op ons uiterlijk, van gescheurde broeken tot gekke kapsels, zijn klein bier in vergelijking met de dodelijke vervreemdingseffecten op de binnenkant van ons lijf. Onderzoek legt steeds duidelijker het verband tussen langdurige stress en ernstige ziektes. Ondanks onze langere levensduur en betere gezondheid zien we dat mensen op jongere leeftijd ziektes en stoornissen ontwikkelen waarvoor ogenschijnlijk een duidelijke verklaring ontbreekt. We vinden geen oorzaak omdat we nog te vaak exclusief medisch-biologisch redeneren en omdat we alles netjes in hokjes willen opdelen en benoemen, zelfs als we niet begrijpen wat er aan de hand is. Misschien zelfs vooral wanneer we het niet begrijpen; hokjes scheppen een illusie van veiligheid. Naast de stijging van het aantal mensen dat aan onverklaarbare pijn lijdt, zien we een toename van obesitas, diabetes en auto-immuunziektes. Op mentaal vlak zetten depressie en angst de toon, samen met een veralgemeende ADHD-drukte (we stappen, spreken, eten een flink stuk sneller dan een generatie terug) die heel plots kan omslaan in een totaal energieverlies van burn-out of het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS).

Deze ziektes ontstaan nooit plots, ze hebben een jarenlange voorgeschiedenis waarbij ons lichaam al heel wat signalen gaf dat we verkeerde ‘keuzes’ aan het maken zijn, als individu en als gemeenschap. Veel mensen voelen de signalen niet, ook al omdat ze die met de hulp van pillen, lijntjes coke en alcohol het zwijgen opleggen. Maar het lichaam blijft van zich laten horen, het buikgevoel wordt pijn en pijn wordt ziekte, tot we luisteren of helemaal verdwijnen (meestal in een ziekenhuisbed).

Zonder afstemming op je lijf is een goed leven niet mogelijk.


Een ander stuk van Verhaeghe luidt:

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie

Zingevingscrisis

Dit belooft een interessante nieuwe serie te worden in De Correspondent: Voor zingeving heb je geen religie nodig. Van Arjen van Veelen.

Van Veelen denkt dat er een ‘zingevingscrisis’ is. De behoefte aan zingeving of betekenis is volgens hem veel groter dan het aanbod. Bijna alles wat betekenis kon geven hebben we ondermijnd.

Hij wil op zoek naar een robuuste en duurzame vorm van betekenis. Hij gaat zelfs op zoek naar een basisreligie. En daar heeft hij de bestaande godsdiensten niet bij nodig want:

Miljoenen mensen geven dagelijks op praktische wijze antwoord op de vraag wat de Zin van het Leven is. Al die mensen hebben een Iets Waar Je Het Allemaal Voor Doet.

De armoedige, heersende filosofie van deze tijd die je kunt samenvatten als ‘alles uit je leven halen’, geeft het gevoel van betekenis niet. In deze filosofie wordt het leven voorgesteld als een tube tandpasta die je moet uitpersen.

We moeten betekenis en geluk van elkaar leren onderscheiden. In de zogenaamd ‘gelukkige’ landen worden relatief meer zelfmoorden gepleegd doordat het gevoel van betekenis bij de mensen ontbreekt. Geluk is ‘vluchtig’. Betekenis maakt je bestand tegen een stootje.

Hoe krijg je meer betekenis?

Je kunt gebruik maken van het lijstje van Esfahani Smith. Die is gebaseerd zowel op wat grote denkers erover hebben bedacht als op gesprekken met gewone mensen. Je leven is zinvol als je:

– jezelf onderdeel voelt van iets groters
– een doel hebt in je leven
– een goed verhaal hebt om je eigen leven en de wereld te begrijpen
– momenten van transcendentie ervaart (zeg maar: een kippenvelmoment)

Van Veelen gaat met behulp van dit lijstje op zoek naar op welke manier mensen betekenisvol bezig zijn. Hij gaat dus niet bij filosofen of religieuze professionals te rade, hij gaat kijken naar wat gewone mensen dóen om hun leven te laten uitstijgen boven het leegknijpen van een tube tandpasta. Hij gaat op zoek naar de leermeesters van het gewone leven.

Geen slaaf meer willen zijn van je eigen prestatiedrang

Volgens Van Veelen maakt bijvoorbeeld de zwemmer Maarten van der Weijden de omslag naar het streven naar betekenis. Van der Weijden wilde geen slaaf meer zijn van zijn eigen prestatiedrang. Van een sportmachine veranderde hij in een sociaal bewogen mens. Hij zamelde geld in met het zwemmen voor onderzoek naar kanker.

In zijn boek: ‘Beter’, heeft Van der Weijden het niet over kanker overwinnen maar over kanker doorstaan; over het doorstaan van het lijden. Hij gaat in tegen de filosofie die van ziek zijn je eigen verantwoordelijkheid maakt. Volgens hem is kanker gewoon een kwestie van pech.

Terecht vraagt Van Veelen zich af hoe Van der Weijden actief kan zijn voor de VVD, de partij die juist steeds op de eigen verantwoordelijkheid hamert en het recht op pech ontkent.

Ik vraag me af hoe gewoon deze leermeester is. Van der Weijden was een topsporter. Dat vind ik niet zo gewoon.

Desalniettemin kijk ik uit naar de volgende ‘gewone’ leermeester die mij nog meer leert over hoe mensen betekenis vinden.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek

Burgerschapsonderwijs

Hier een citaat uit een artikel in Trouw: ‘Wie stelt dat populisme ondemocratisch is, moet uitleggen waarom’. Aan het woord is de politiek filosoof Michael Sandel:

Beschaafdheid en wederzijds respect zijn aan het afbrokkelen in onze maatschappij. We moeten een cultuur van beschaafdheid ontwikkelen. Dan heb ik het niet alleen over beleefdheid en goede manieren tegenover mensen met wie we fors van mening verschillen. Het vraagt meer. Het vermogen om een ander te overtuigen en de mogelijkheid om zelf overtuigd te worden door mensen met wie je het oneens bent. Daar zijn we niet goed in. We hebben burgerschapsonderwijs nodig. Goede burgers worden gemaakt, ze worden niet geboren. Leren luisteren moet je oefenen.

Sandel zet het afwijzen van populisme neer als ondemocratisch. Hij wil hiermee een moreel dilemma voorleggen:

‘Veel mensen zeggen te snel dat populisten ondemocratisch zijn zonder precies uit te leggen wat dat betekent.’

Het bovenstaande verwijt is terecht. Maar Sandel legt niet goed uit wat populisme is. Hij zegt alleen: ‘Op het eerste gezicht gaat populisme over besturen door het volk.’  Dat hij het niet verder uitlegt is jammer want het is, ook voor de respectvolle discussie over democratie en populisme die hij wil stimuleren, belangrijk om te weten waar het begrip populisme precies vandaan komt.

Het begrip ontstond als naam van een beweging onder arme boeren in de Verenigde Staten, met name in de zuidelijke staten in de jaren 1890. Deze beweging keerde zich tegen banken en andere grote bedrijven die de boeren schade toebrachten. Het populisme was uniek omdat het zwarte en witte boeren en andere arme mensen samenbracht: toen een groot taboe in het door en door racistische zuid-oosten van de Verenigde Staten.

Het is ironisch dat President Trump tegenwoordig ‘populist’ genoemd wordt. Trump, die blanke suprematie verheerlijkt en raciale scheidslijnen versterkt. Trump, die banken en andere grote bedrijven honderden miljarden dollars cadeau geeft ten koste van arme mensen.

‘Populisme’ is een woord geworden dat misbruikt wordt door journalisten in grote media, die te laf zijn om politici zoals Trump in Amerika, Salvini in Italië, Le Pen in Frankrijk, enz. aan te duiden als ‘racistisch’, ‘extreem rechts’ of ‘neofascistisch’.

Afgezien van deze omissie ben ik het geheel met Sandel eens dat goed burgerschap en goed luisteren te leren is.


Je kunt hem aan het werk zien op TV in het programma: ‘Change Your Mind’ (Human) is vanaf dinsdag 7 augustus 2018 te zien, om 22.45 uur op NPO 2.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Onderwijs, Persoonlijk en politiek

Laat maar…

OFWEL: HEILZAME ONVERSCHILLIGHEID

Brainwash.nl schreef een artikel naar aanleiding van recente racistische uitspraken van VVD minister Blok: Haatzaaien is makkelijk, samenleven nog niet zo eenvoudig. 

Hierin komt aan het woord Abram de Swaan, emeritus-universiteitshoogleraar sociale wetenschap aan de Universiteit van Amsterdam.

Er is geweldige verontwaardiging over wat minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok heeft gezegd. Een bijna heilige verontwaardiging, alsof wij in Nederland de kerk van het multiculturalisme zijn, en deze man heeft gevloekt in de kerk. Dat vind ik vervelend, omdat het een vrij feitelijke discussie zou moeten zijn hoe wij moeten samenleven, wat nog zo eenvoudig niet is. Blok denkt dat groepen heel moeilijk met elkaar kunnen samenleven. ‘Noem mij een voorbeeld, van een multi-etnische of multiculturele samenleving, waar de oorspronkelijke bevolking nog woont. (….) En waar een vreedzaam samenlevingsverband is. Ik ken hem niet’, zei hij. Toch is een van de eerste dingen die je kunt zeggen dat het niet alleen vaak heel goed gaat, maar ook dat het niet zo makkelijk is om over groepen te praten, want die groepen máken elkaar.

De Swaan: “Je hoeft niet van elkaar te houden in onze samenleving, je moet beginnen met elkaar niet te haten. Laat maar, is misschien wel de beste politieke slogan die er is.”
Blok gaf het voorbeeld van Rwanda. ‘Ik kan het verschil tussen een Hutu en een Tutsi niet zien. Ook niet tussen een sjiiet en een soenniet. Ze kunnen het helaas zelf wel,’ zei hij.

Maar wat grappig is, is dat Hutu’s en Tutsi’s dezelfde taal spraken, hetzelfde verleden en dezelfde cultuur hadden, en ze allemaal katholiek en zwart waren. Met de komst van het kolonialisme, eerst de Duitsers en daarna de Belgen, zijn zij de clans van voornamelijk herders en boeren door een heel nieuwe, moderne bril gaan lezen, namelijk de rassenkunde. Dat was destijds heel verlicht en modern. Zij hebben daar verschillende rassen van geprobeerd te maken, en dat is tot op zekere hoogte gelukt. Dat is wat je noemt, een sociale constructie.Een tegenvoorbeeld: Nederland, wat zo homogeen leek. Rond 1950 was er een strijd tussen katholieken en protestanten, die zo hoog opliep, dat als je als katholiek lid werd van de socialistische vakbond (NVV), dan werd je geëxcommuniceerd. Een ergere straf bestaat er in de kerk niet. De protestanten dachten dat heel Nederland binnen afzienbare tijd katholiek zou zijn, omdat katholieken zich sneller voortplantten. Daarom riep de voorman van de protestanten, Kornelis Miskotte van de Vrije Universiteit (VU), zijn aanhang op om maar te emigreren naar Australië of Canada! Zo lang is dat niet geleden. Maar als je studenten nu vraagt naar het geloof van hun ouders, weten ze vaak niet eens of die katholiek of protestant zijn. Het kan niemand meer zo veel schelen. Dus daarin zie je de constructie en de historische veranderlijkheid van de samenleving.

1532443149.jpg

Foto: Aaron Blanco Tejedor

Soms kunnen verschillende groepen heel makkelijk samenleven, soms zien ze de verschillen niet zo, en soms maken ze van een verschil wat er nauwelijks is een heel groot verschil. Ik zou tegen Stef Blok willen zeggen: lees eens iets van dat vak sociale wetenschappen, op z’n slechtst steek je er wat van op. Maar goed, dat is zijn vak niet, en ik denk dat hij een proefballonnetje opliet. Hij is een politieke vakman, en wist dondersgoed dat dit filmpje gelekt zou worden. Hij keek even of als hij een scheetje naar rechts hield of dat met smaak zou worden opgesnoven. En dat bleek niet zo te zijn.

Afgelopen maandag ondertekenden zestig wetenschappers, schrijvers, acteurs, journalisten, programmamakers en kunstenaars een open brief in de Volkskrant waarin ze kritiek uitten op het openbare debat over migratie en integratie. Haatzaaien is makkelijk, samenleven is nog niet zo eenvoudig. Zeker als iemand anders eet, anders gekleed gaat of anders praat, daar moet je aan wennen. Sommige mensen zijn juist ook nieuwsgierig naar het vreemde − wij allemaal als we naar een ander land gaan, dan willen we het exotische van een afstand voor korte tijd beleven. Ik ben het wel eens met die brief, hou toch eens op met dat haatzaaien en kijk eens hoe je op een fatsoenlijke manier met elkaar kunt omgaan. Vaak bestaat dat uit heilzame onverschilligheid. Je hoeft helemaal niet bevriend te zijn met een Turk of Zuid-Afrikaan. Dat is helemaal niet nodig. Je moet bereid zijn om ieder de ruimte te laten, als hij jou de ruimte ook laat. Ik ben niet zo’n theedrinker. In de openbare sfeer moet je vreedzaam met elkaar omgaan. Je moet je houden aan de wet en de etiquette. Dat is heel belangrijk, beleefdheid, om met andere mensen om te gaan. En je moet een beetje gevoel voor humor hebben. Deze politici doen het inderdaad niet goed, maar wij doen het ook niet heel veel beter.

Je hoeft niet van elkaar te houden in onze samenleving, je moet beginnen met elkaar niet te haten. Nu staan we voor de vraag hoe er met de islam geleefd moet worden. Ik had gedacht dat de meeste moslims net zo onchristelijk, onkatholiek, onjoods zouden worden als de meeste Nederlanders. Dat blijkt voor een deel niet zo te zijn. In werkelijkheid zijn ook veel islamitische mensen bezig van hun geloof te vallen. Maar wat er gebeurt als je geweldig tekeergaat tegen de hoofddoek, is dat zij zich solidair verklaren met hun broeders van het geloof. Als je niets zegt, lopen de meeste mensen de moskee uit, dat is de grootste stroom. Een aantal mensen reageert door intenser religieus te worden, maar wat is daar eigenlijk tegen? Je moet mensen hun gang laten gaan, zolang mensen bereid blijven anderen ook hun gang laten gaan.

1 reactie

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek

Rijk worden met het opsluiten en emotioneel verwaarlozen van kinderen

Dit is een heel triest bericht. De twee grootste problemen van het beleid van de regering-Trump in de VS met betrekking tot de migranten-kinderen: 1. Er wordt veel geld aan verdiend en 2. de kinderen krijgen er extra trauma’s bij – ze zijn al gescheiden van hun ouders – door de behandeling in de gevangenissen. Het is niet voor niets dat hier wereldwijd verontwaardiging over is. In Amerika kun je rijk worden met het opsluiten en emotioneel verwaarlozen van kinderen.

Veel eigenaren van particuliere gevangenissen hebben Trump’s campagne om president te worden gesponsord. Er zijn meer dan honderd van dit soort gevangenissen. Ook, officieel ‘non-profit’ en streng religieuze gevangenissen, waar directeuren anderhalf miljoen dollar per jaar verdienen, profiteren.

Voor meer hier over van Associated Press: ‘Detaining immigrant kids is now a billion-dollar industry’

Schokkend is het om te vernemen hoe deze kinderen aan strenge regels worden onderworpen: het is hen verboden om elkaar aan te raken, te knuffelen, te rennen, te huilen, elkaar een bijnaam te geven, enz.

The New York Times reported that one rule a little girl named Leticia had to abide by in her Texas facility was that you cannot touch another child, even if they were your little brother or sister.

The rule often meant that children had to resort to hugging themselves. An employee at a different Texas facility told The Times that when children get sad, “you’ll see them sit on the floor and just kind of wrap their arms around themselves.”

Diego is a 10-year-old Brazilian boy who was released from a Chicago facility after 43 days. Upon his departure, Diego made sure to say goodbye to another child he had become friends with. He told The Times that he didn’t hug his friend because of the no touching policy.

Voor meer hier over uit de New York Times: Cleaning toilets, Following Rules: A migrant Child’s Days in Detention

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Opvoedkunde, Persoonlijk en politiek