Tagarchief: vrijheid

Herstel is een uniek proces

Op het symposium Crisis en Kritiek in psychiatrie en filosofie sprak de taalkundige Dienke Boertien, van het kenniscentrum Phrenos. Zij hield een pleidooi voor een ruimte en een taal van vrijheid en spiritualiteit buiten de psychiatrische diagnostiek om. Psychiatrische diagnostiek kan helpend zijn maar wordt ook vaak als beknellend ervaren. Hier heeft de herstelbeweging die plaatsvindt binnen de GGZ, een antwoord op.

Net als de andere lezingen op dit symposium had ook de lezing van Boertien een hoog abstractie niveau. Al luisterend kreeg ik desalniettemin het gevoel dat haar lezing aan iets dieps en belangrijks raakte en vroeg ik haar om mij de lezing op te sturen. Zo geschiedde. Hier een samenvatting van dat diepe en belangrijke.


Herstel is een uniek proces

Volgens Boertien bedoelen cliënten in de geestelijke gezondheidszorg met het begrip herstel iets anders dan genezing van een psychiatrische aandoening. Psychiatrische instellingen willen herstel wel ondersteunen en hebben meer oog voor ervaringskennis gekregen, maar blijven nog teveel vast zitten in de medisch psychiatrische kennis. Er heerst verwarring over wat het vernieuwende en onderscheidende van herstel nu eigenlijk is.

Herstel is een omvattend geheel van een uniek proces maar de psychiatrie blijft hangen in analyse en classificaties. Het gaat om herstel van rollen, van identiteit of variaties hierop en de rol van de psychiatrie hierbij blijft onduidelijk. De essentie van herstel kan zich niet manifesteren binnen de rationele kaders van de reguliere opvattingen over vrijheid en kennis.

Bezinning op begrippen zoals vrijheid, kennis en ervaring kan volgens Boertien helpen om de essentie van het begrip herstel te vatten. Boertien haalt voor die bezinning veel uit het werk van de Nederlandse filosoof Gerard Visser (Oorsprong en vrijheid, 2015).

Vrijheid

Er zijn momenteel drie verschillende debatten over het begrip vrijheid gaande: het maatschappelijke debat over politieke vrijheid en mensenrechten, het academische debat over determinisme (wij zijn ons brein) en de vrije wil en het debat over innerlijke vrijheid (spiritueel of existentieel). Er is een parallel te trekken met het debat over het begrip herstel.

Is er bijvoorbeeld bij herstel sprake van een samenleving waarin mensen met een psychiatrische achtergrond gelijke rechten hebben? Dan is herstel ook een herstel van de vrijheid om de maatschappelijke rol te kiezen die jij wilt. Als je hierin gelooft dan zoek je de oorzaak van een psychiatrische aandoening eerder in de omgeving dan in biologische factoren.

Is er bij herstel van een psychiatrische aandoening sprake van een vrije wil of ‘zijn wij ons brein’ en heerst de natuur over onze vrije wil? Als je in het laatste gelooft zul je herstel vooral zoeken in het beïnvloeden van biologische processen.

Vanuit zowel de biologie (‘nature’) als vanuit de mensenrechten (‘nurture’) kan een bijdrage geleverd worden aan herstel. Beide overtuigingen zijn heel verschillend maar hebben ook veel gemeen als je het bekijkt vanuit het begrip vrijheid. Want in beide overtuigingen wordt herstel gekoppeld aan de 18e eeuwse definitie van vrijheid, een definitie van de filosoof David Hume: Vrijheid is de macht om een daad te stellen of niet te stellen overeenkomstig een beslissing van de wil.

Als de biologie domineert in de benadering van herstel dan dan ben je eigenlijk niet vrij want het zijn je hersenen die je sturen. Er is alleen een illusie van vrijheid. Als de omgeving domineert dan kun je proberen die omgeving aan te passen zodat je een bewuste keuze kunt maken maar dan moet je die keuze wel hebben. In beide gevallen bestaat vrijheid bij de gratie van de vrije wil. De kern van vrijheid is dat je een keuze hebt en dat je die bewust kunt initiëren. Deze opvatting van vrijheid gaat over ‘vrij zijn van’ en is volgens Boertien rationeel van aard.

Is ‘vrij zijn van’ genoeg?

Stel dat je vrij bent van alle hinder van ontbrekende of disfunctionele hersenprocessen en vrij van hinder door omgevingsfactoren, VOEL je je dan ook vrij? VOEL je je dan ook vrij om te kiezen uit alles wat mogelijk is?

De discussie over vrijheid is al van oudsher verbonden met de wil maar de wil stond in een kosmisch of goddelijk verband. Bij Aristoteles is ieder wezen op weg naar zijn eigen voltooiing binnen een natuurlijk verband. Bij de Christenen is het een goddelijk verband. Deze gegeven verbanden hebben nu plaatsgemaakt voor een louter werk-oorzakelijk verband. Als je weet hoe iets werkt wordt je vrij om te kiezen.

Om willekeur van de vrije wil te voorkomen bedenkt een filosoof zoals Kant de achting die ieder mens als persoon verdient en bedenkt Hegel de rechtstaat als garantie tegen het tegendeel van vrijheid. Vrijheid was voor Hegel synoniem met de rechtstaat.

Achting (moraal) en recht spelen ook een rol in de discussie over herstel en ervaringskennis. Wat ons bij elkaar houdt is het algemeen geldende van de wet die als enige nog richting geeft in ons vermogen om vrij en rationeel mijn leven te kunnen kiezen. Maar kan een mens hiermee herstellen van ontwrichting. Hoe verhoudt zich de algemene moraal en het algemene recht tot mijn unieke herstelproces?

Het lijkt alsof er een fundamentele dimensie van vrijheid buiten beschouwing blijft.

Een wezen is vrij als het in zijn element is

Met deze definitie van vrijheid stelt de Nederlandse filosoof Gerard Visser zich op tegenover de definitie van Hume. We kunnen het makkelijk beamen maar wat is dat eigenlijk: ‘je element’? Meestal kun je achteraf wel een reden bedenken waarom je in je element was. Ik was in mijn element omdat het zo heerlijk was met mijn kinderen een dag in de duinen door te brengen. Je zou het zo als doel kunnen opnemen in een behandelplan. Maar zou ik gegarandeerd  iedere keer enorm in mijn element komen in de duinen? Of blijft hier iets buiten beschouwing? Is er een deel van mijn vrijheid, van mijn ‘element’ weggeredeneerd? Namelijk wat er allemaal nog om heen lag: de spontaniteit van het uitje, het magische licht in de duinen, de zon, het levend zijn van mijzelf en de kinderen, het afgestemd zijn op de natuur, het open staan voor de ervaring, enz.

Dat meer dan het rationeel bepaalde van het vrijheidsgevoel zit ook in het begrip herstel, zegt Boertien. Wanneer mensen het hebben over hun eigen ervaring van herstel gaat het over een opnieuw ervaren van een samenhang – een unieke levenssamenhang die alleen jij ervaart en waarin je soms op mysterieuze wijze weer een heelheid in jezelf voelt – al is het maar voor even.

Dat ‘meer’ en die samenhang zijn ook in het geding als mensen die waanzin hebben ervaren en er over vertellen. Wanneer die ervaringen uitsluitend als ziektesymptomen worden gelabeld kunnen die mensen woedend worden. De Nieuw-Zeelandse psychiater Patte Randal verklaart haar eigen ervaringen van waanzin als een spirituele noodkreet. Het gemis aan spiritueel geworteld zijn dreef haar in die momenten al was het niet gebalanceerd en geforceerd. De Nederlandse psychiater en filosoof Wouter Kusters heeft ervaringen van waanzin gebundeld (in: Filosofie van de waanzin) die ook het ‘in je element’ zijn laten zien van die ervaringen. Je zou kunnen spreken van een geforceerd ‘in je element’ komen. Daarin en daarna zijn er ook het leed, de verwarring, de angst, de afwijzing en het weer ‘uit je element’ raken omdat de behoefte aan existentiële vrijheid en heelheid niet blijvend bevredigd werden.

Herstel is dus – ook – het hervinden van die innerlijke vrijheid en het domein van de innerlijke vrijheid is dus niet puur rationeel van aard zoals het gangbare vrijheidsbegrip. Op dat gangbare vrijheidsbegrip kunnen we volgens Boertien niet blijven varen als we tot herstel willen komen. Maar ook het begrip ervaring moet volgens haar ontdaan worden van het rationele kader waarin het gevangen zit.

Ervaring, beleving

Met de dominantie van het rationele, het bewuste en het algemene ging er iets verloren. Dat besef leidde tot een omwenteling in de 19e eeuwse filosofie. Bij het zoeken naar de waarheid had de waarneming en het verstand centraal gestaan. Maar filosofen zoals Nietzsche en Dilthey breken daarmee. Filosofen hadden eeuwenlang gezocht naar het ene, het algemene in het vele van alle ervaringen. Maar in het algemene gaat mijn ervaring niet op. Er blijft altijd een heleboel achter. Dilthey schrijft:

De grondgedachte van mijn filosofie is dat tot nog toe aan het filosoferen nooit de totale volle onverminkte ervaring ten grondslag heeft gelegen, nog nooit de totale en volle werkelijkheid.

Niet de vraag naar het ‘wat’ van de wereld maar de vraag naar het ‘wie’ van de mens kwam centraal te staan. Om het ruime van de volle, individuele en unieke van de levende ervaring aan te geven kwam de filosofie met het begrip beleving. De beleving werd de toegang tot de werkelijkheid. Nietzsche roept op om te worden wie je bent door goed naar de eigen begeerten te luisteren. In de beleving opent zich het speelveld van de begeerten. Bij Dilthey gaat het om de beleving van een verbinding, een eenheid van het zelf en de wereld.

De beleving wordt gezien als een ingang tot innerlijke vrijheid om weer ‘in je element’ te komen. De beleving is de dragende grond in onszelf.

Een kritische kanttekening is dat het begrip beleving ook toegepast wordt binnen een structuur van de rationele zelfbepaling: ‘beleef je leven, haal er uit wat er in zit, manipuleer de omstandigheden zo dat het leven je bevalt’, staat overal en ook in de GGZ hoog in het vaandel. Maar zo hebben deze filosofen het begrip beleving niet ingevuld.

Bezielde openheid en geworteld zijn in je eigen element

Als je levenssamenhang verstoord is en je je niet meer in je element voelt, hoe herstel je dan? Wat heb je dan aan het begrip beleving? In haar zoektocht naar woorden voor het ervaren van herstel – je ook weer VRIJ VOELEN – komt Boertien terug bij de Nederlandse filosoof Gerard Visser. De openheid van ons in de wereld geworpen zijn ziet hij als een bezielde openheid die ons zijn laat. Dit is het hart van het levend zijn.

Het geheim en de ondoorgrondelijkheid van het leven is dat wij allemaal zolang we ademen toegang hebben tot een bezielde leegte die ons zijn laat – open naar de wereld en open naar onszelf. In die openheid kan ik iets vernemen dat mij raakt en terugroept naar mijzelf. De bezielde leegte is meer dan een openheid naar de wereld. Als het alleen die openheid was dan werd die al gauw bepaald door de verschillende mogelijkheden die ik al dan niet realiseer. Dan word ik al gauw een speelbal van de mogelijkheden. Het is juist de bezielde leegte in mijzelf die weer de ruimte geeft om de dingen in perspectief te plaatsen, mijn verhaal te maken, mijn eigen betekenis te vinden en keuzes te maken. Het bestaan van die bezielde leegte maakt dat ik er op kan vertrouwen als mijn eigen bron. En dat geeft hoop.

Wanneer je weer in contact kunt komen met die bezielde leegte die jou zijn laat, komt er niet alleen weer ademruimte maar ook ruimte in je hoofd, dat hoofd waar we zo gemakkelijk in opgesloten kunnen raken. Dan kan ik de ademruimte vinden voor mijn verhaal en de levenssamenhang herstellen van waaruit ik het leven weer aan kan. Dan kan ik dat vanuit een innerlijke vrijheid telkens opnieuw doen en hoef ik nooit vast te komen zitten in welk verhaal dan ook. Dan ben ik geworteld in mijn eigen element.

Er zijn vele toegangswegen tot die bezielde openheid. Een centrale term is gelatenheid. De oefening in het laten staat niet voor niets in zo veel mystieke en spirituele tradities centraal. Soms is het ook pure genade. Dan overvalt het je. Zo’n ervaring werd door de theoloog Rudolf Otto in 1917 benoemd met een nieuw woord: ‘numineus’. Dit beschrijft het ervaren van een groot en onzegbaar geheim. Per definitie is deze ervaring niet rationeel. Maar een dergelijke ervaring kan een leven lang meegaan als de dragende kracht voor de eenheid van dat leven.

Een zo’n ervaring wordt geciteerd door de theoloog Tjeu van den Berk in het boek ‘Echt zijn’ van Rita Beintema.

In 1942 toen ik tien jaar was logeerde ik in de grote vakantie op een boerderij van vrienden van mijn ouders. Deze vrienden hadden een groot gezin met alleen maar zonen. Hoe klein mijn handen ook waren, er moest wel geholpen worden. Zo leerde ik in korte tijd koeien melken, wat ik fijn vond om te doen. Het was maaitijd en iedereen die kon helpen stond bij zonsopgang op. Zo gebeurde het dat ik op zekere ochtend – in het bijna donker – met emmer en kruk naar een koe liep, me installeerde en met de rechter zijkant van mijn hoofd tegen het warme koeienlijf gedrukt, ging melken. Zo zag ik de zon opkomen. Toen gebeurde het wonder; alles loste op in één lichtend zijn.

Hoe lang ik zo gezeten heb weet ik niet maar dat moment werd in mijn hele leven geëtst. Naar mate ik ouder werd brandde die plek van heimwee steeds dieper in mijn hart. Bij alle moeilijkheden in het leven heeft dat moment mij – als een lichtend iets – nooit verlaten en me het uithoudingsvermogen gegeven om te zoeken naar wat ik toen dacht dat het iets met de zin van het leven te maken moest hebben.

Alle vormen van meditatie zijn een mogelijke toegang tot de bezielde leegte. De sterke opkomst van ‘mindfullness’ in de GGZ inclusief het groeiend aantal onderzoeken naar de effecten, getuigt van de helende kracht er van. Het lezen van filosofische teksten en de religieuze praktijk kunnen een toegang zijn. De eerder genoemde Patte Randal vond gehoor bij christelijke tradities en metaforen. Het lezen van het Johannes-evangelie gaf haar niet alleen woorden voor haar ervaring van waanzin maar gaf een uitgebalanceerde invulling aan haar spirituele behoefte om haar leven in samenhang met een groter geheel te kunnen zien. Haar opleiding tot psychiater had haar die ruimte niet gegeven.

Ervaringen in de natuur kunnen een ingang vormen die vrijheid, ademruimte en inspiratie bieden om weer tot jezelf te komen en een verbinding te voelen tot het grotere geheel van jezelf en je omgeving. Op dit blog meer over de helende kracht van de natuur hier en hier en hier, enz.

Kunst, muziek en poëzie kunnen iemand in zijn element roepen. Veel poëzie getuigt van die ervaringen van heelheid en verbondenheid en kan bij de lezer een vergelijkbaar ervaren doen opkomen.

Boertien sloot haar lezing af met het tonen van een fragment uit een interview van tv en radio presentator Annemiek Schrijver met de theoloog Gilles Quispel. Quispel wijdde zijn leven aan het ontsluiten van de teksten van de Gnosis, de kennis van het hart. Waar kwam zijn gedrevenheid – zijn richting – vandaan? In het interview benoemt Quispel een eigen cruciale ervaring (in minuut 19-22).

Advertenties

3 reacties

Opgeslagen onder Filosofie, Psychiatrie

Nieuwe grond onder autoriteit

De titel van het nieuwe boek van de Belgische psychotherapeut en hoogleraar Paul Verhaeghe is: Autoriteit. Ik las een interview met hem in de Correspondent.

Eerder kwam een andere van mijn favoriete psychologen, de Israeliër Haim Omer met het concept van het ‘nieuwe gezag‘, gebaseerd op geweldloosheid. De Rotterdamse burgemeester Aboutaleb had het onlangs in een aflevering van het TV programma Zomergasten over natuurlijke wereldleiders en het gebrek daar aan. En nu dit interview met Verhaege over autoriteit. Het onderwerp, gezag, autoriteit, leiderschap ligt op mijn pad en gaat me aan het hart.


We moeten beginnen met het maken van een onderscheid tussen macht en autoriteit zegt Verhaeghe. Traditionele autoriteit was gebaseerd op het patriarchaat. Omdat dit verdwenen is, is een hergronding van autoriteit nodig. De oplossing ligt niet in het afschaffen van autoriteit omdat zodoende onze maatschappij steeds meer ‘noodgedwongen’ onderworpen zal worden aan machtsstructuren. Er zijn steeds meer militairen op straat (bijvoorbeeld in Parijs), politie wordt steeds meer bewapend maar ook in de zorg en het onderwijs zien we dat macht de plaats inneemt van de traditionele autoriteiten die zo goed als verdwenen zijn. Willen we dit? Verhaeghe gaat op zoek naar een alternatief voor het traditionele gezag maar zeker ook voor de huidige machtsstructuren. Het alternatief is volgens hem een autoriteit die gebaseerd is op het collectief en niet op een leider of een of ander groot (religieus of ideologisch) verhaal. We moeten een nieuw ‘derde punt’ vinden waar we met zijn allen in geloven.

Waarom therapeuten zich met een onderwerp zoals dit bezig houden spreekt voor zich: therapie is om mensen te bevrijden en dus zeker ook van macht.


Het ‘derde punt’

De nieuwe vorm van autoriteit moet niet komen van een leider of ideologie maar van een collectief van mensen die zich groeperen rond een gemeenschappelijk en concreet doel. Doelen die dichtbij liggen en te realiseren zijn. Ze gaan over praktische zaken zoals hoe we ons vervoer regelen, hoe we onze kinderen verzorgen, hoe we samen energie kunnen opwekken, hoe we ons voedsel produceren, enz.

Bestaande autoriteiten en machtsstructuren zullen plaats moeten maken voor nieuwe; een revolutie is dus nodig. Verhaeghe hoopt op een geleidelijke overgang zonder geweld en hij ziet dat er hier en daar al een beweging is. Een bekend voorbeeld is het Braziliaanse bedrijf Semco.

Het is een corporatie met winstoogmerk en kan dus moeilijk communistisch genoemd worden. Tegelijk hebben de werknemers de hand in alle besluitvorming, inclusief winst- en verliesverdeling, over aanwervingen en ontslag, over de organisatie van hun eigen werk. Dit is een sterk economisch voorbeeld van een collectief.

Mannen en vrouwen naast elkaar

De traditionele organisatiestructuur was top-down en piramidaal, de nieuwe is bottom-up en horizontaal. Het is deze organisatiestructuur die bepalend werkt en niet of het collectief geleid wordt door een man of een vrouw. Ook met een vrouw zoals Lagarde aan de top van het IMF blijft de organisatie piramidaal gestuurd. Zolang de organisatiestructuur niet verandert, maakt een vrouw of een man niet veel verschil. Wanneer het nieuwe collectieve model doorgang vindt, moet je goed beseffen dat het groepen zijn die beslissen, met horizontaal leiderschap.

Krijtlijnen

Wel zijn er bepaalde krijtlijnen nodig waarbinnen het collectief functioneert. Het antiautoritaire idee dat zoiets als een spontane zelforganisatie mogelijk én goed is, is net zoiets als de illusie van de ‘onzichtbare hand’ van de zogenaamde vrije markt. Die fout zullen we nu niet meer maken en dat is een verschil met de jaren zeventig.

De econoom Elinor Ostrom won in 2009 de Nobelprijs voor economie. Haar onderzoek laat met concrete voorbeelden zien hoe regels en instituties van gemeenschappen ‘bottum-up’ kunnen ontstaan, buiten de markt en de overheid – waarmee een duurzaam en gedeeld gebruik van grondstoffen te organiseren is, dat ook economisch efficiënter is.

Macht en instabiliteit

Het algemene beeld is dat de jongere generatie de nieuwe manier van werken naar voren schuift, terwijl de oude generatie de macht wil behouden binnen het oude model. De splitsing horizontaal-verticaal staat los van de splitsing links-rechts. Het is juist dat rechtse populisten in West-Europa succes oogsten door terug te vallen op het patriarchale model. Toch zullen dergelijke projecten vroeg of laat mislukken. Zoals gezegd: de grond eronder is weggevallen – elke poging ertoe wordt al heel snel machtsuitoefening en is dus instabiel. Dat maakt hen natuurlijk niet minder gevaarlijk, integendeel.

Macht is in de plaats gekomen van autoriteit en roept steeds meer verzet op. Het herstel van de democratie hangt direct samen met het installeren van een nieuwe autoriteit op basis van horizontale vormen.

Deliberatieve democratie

Deliberatie betekent ‘het uitwisselen van meningen’. Wanneer een democratie gebruik maakt van deliberatieve besluitvorming, houdt dat in dat elk besluit wordt genomen op basis van de uitkomst van een discussie onder burgers. Binnen een deliberatieve democratie wordt niet door het hele volk gestemd. Er wordt een representatieve groep uit de gemeenschap geselecteerd op basis van gender, opleidingsniveau, etnische achtergrond en leeftijd, waaraan één bepaald probleem voorgelegd wordt, bijvoorbeeld energievoorziening. Deze groep krijgt gedurende een aantal dagen objectieve informatie vanuit verschillende invalshoeken, heeft ruimschoots de kans tot discussie en overleg onder begeleiding van professionele moderatoren en kan dan overgaan tot stemming.

Een experiment hiermee vond plaats in Texas en ging over energievoorziening en had als resultaat dat Texas vandaag veel meer uit hernieuwbare energie put dan uit olie! Deze vorm van democratie heeft dus grote gevolgen.

Het moeilijkste punt is de organisatie van ruime en objectieve informatie over het onderwerp en dat deze aan de representatieve groep uit de gemeenschap onderwezen wordt, waarbij er ruimte is voor overleg en onderlinge discussie. Dat gaat niet in een uurtje of twee. Het minimum is een weekend. Bovendien is er heel wat voorbereiding nodig. Die gebeurt niet door de burgers zelf, maar vooraf, door alle groepen die bij de besluitvorming zijn betrokken. Zo wordt voorkomen dat lobbygroepen de informatievoorziening kapen.

Democratie is natuurlijk nooit af, het blijft een project. Maar wat we nu meemaken is de uitholling van de centralistische democratie. Het algemeen kiesrecht is in de vorige eeuw geïntroduceerd en heeft vooral in de tweede helft goed gewerkt; inmiddels heeft dit kader geleid tot een verkozen aristocratie. Er wordt ook wel gesproken van een particratie, waarbij de partijbureaus bepalen wat er moet gebeuren: de parlementen staan feitelijk buitenspel.

Maar tegelijkertijd wordt democratie op een decentraal niveau opnieuw uitgevonden. Steden werken horizontaler, kunnen burgers meer betrekken. Ze hebben bijvoorbeeld vaak een veel ambitieuzer klimaatbeleid dan bovenliggende politieke niveaus. Burgers nemen zelf initiatief en stappen naar de overheid met eigen, goed onderbouwde voorstellen in het belang van de gemeenschap. Die dingen stemmen mij hoopvol.

2 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychotherapie

Vrijheid voor de sterksten

Dit is géén nieuws. De partij voor vrijheid en democratie blijft tegen de vrije keuze in de zorg voor iedereen.

Minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport creëert een boel mist maar de vrijheid zoals de VVD die voorstaat blijft louter een vrijheid voor de sterksten. Als zij haar zin krijgt worden verzekerden straks verleid om hun vrije artsenkeuze te verpatsen in ruil voor een verlaging van het eigen risico. Voor de ruim één miljoen Nederlanders die nu al grote moeite hebben om hun zorgkosten te betalen, is de keuze dan snel gemaakt.

Over de mist van Schippers, Renske Leijten van de SP:

‘De minister roept al jaren dat zorgverzekeraars moeten selecteren op kwaliteit. Tot nu toe heeft niemand mij uit kunnen leggen wat die ‘kwaliteit’ inhoudt en hoe die gemeten wordt. We zien dat de zorgverzekeraars alleen maar meer macht naar zich toegeschoven krijgen en alleen inkopen uit het oogpunt van kostenbesparing. Dit doen ze op een spijkerharde manier waarbij kleine zorgaanbieders zoals huisartsen en vrijgevestigden het onderspit delven.’

Voor meer over dit onderwerp: hier en hier.

Het is hoog tijd om de belangentegenstellingen onder ogen te zien; te weten de kliek van staat en kapitaalverzamelingen (verzekeraars) contra burgers en professionals. Deze tegenstellingen zijn niet stabiel maar fluïde. De context kan snel veranderen en wij kunnen daarop invloed uitoefenen.

1 reactie

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek

Zen en psychologie II

IMG_5907

Tijd voor een vervolg op mijn vorige twee berichten (hier en hier) over de 18 zen-lessen van Zen.nl in Hilversum. Het doel dat ik met het volgen van de lessen en de meditatie wil bereiken is vooral: meer aanwezig te kunnen zijn in het hier-en-nu. Zowel voor mij persoonlijk als voor mijn functioneren als hulpverlener vind ik dit een mooi doel.

Het is algemeen bekend dat ‘mindfulness’ en meditatie helpen bij psychische problemen. Dit heb ik dankzij de meditatie lessen zelf ondervonden. En ik ben niet de enige reguliere hulpverlener die dit ontdekt. Binnen zen.nl is een groep huisartsen actief en er bestaat een Stichting Psychotherapie en Boeddhisme. Dit is een groep psychologen en psychiaters die interesse hebben in het samengaan en de wisselwerking tussen psychotherapie en boeddhisme.

Hieronder mijn verslag van de lessen 8 t/m 10 en een extra les.

8

Een evaluatieles.

We wisselen onze ervaringen met het mediteren uit en wat onze belangrijkste leerervaringen zijn met betrekking tot ons leerdoel. Wat betreft mijn leerdoelen; meer in het hier-en-nu kunnen zijn en milder oordelen, vind ik dat ik vooruitgang boek. Ik voel mij minder gejaagd en kan iets makkelijker vanaf een afstandje waarnemen door welke ideeën ik me laat leiden.

Het mediteren gunt ons de tijd om dingen te zien van jezelf. Je leert dat je net op een andere manier naar dingen kunt kijken. Maar je moet wel geduld hebben èn je moet nieuwsgierig zijn. Het gaat er om een balans te vinden; dingen te willen zien maar het niet tè graag willen. Het is net zoals met een spelletje; teveel willen winnen is niet leuk maar te weinig willen winnen is ook niet leuk.

Mediteren kan ontspannend zijn maar ook bloed, zweet en tranen kosten. Net zoals het gewone leven.

Hoe je kijkt naar delen van jezelf bepaalt hoe die delen bewegen. Volgens mijn zen leraar geldt dit ook voor de Higgs deeltjes in de natuurkunde.

9

Les over lichaam en geest.

Dat alles één is en samenhangt met elkaar is het vertrekpunt van zen. Lichaam en geest zijn dus één.

Meditatie bevordert een natuurlijk verloop van de ademhaling. Als je oppervlakkig denkt, haal je oppervlakkig adem. Als je rustig ademhaalt denk je ook rustig. Als je diep ademhaalt kun je tot diepe inzichten komen. Bewust werken aan de verdieping van de ademhaling is zinvol zolang we het niet forceren.

Zen is ook een training van de ruggengraat. De fysieke stabiliteit van de houding maakt het makkelijker om te gaan denken wat je wilt denken.

Adrenaline is een stresshormoon. Het lichaam produceert het als we angst ervaren en dat kan heel nuttig zijn om te vechten of te vluchten. Maar adrenaline wordt ook aangemaakt bij een herinnering aan een angstwekkende gebeurtenis en dan hoeven we niet te vechten of te vluchten. Integendeel. Goed nadenken kan dan veel nuttiger zijn. Een nadeel is dat adrenaline lang in ons lichaam blijft zitten en dat het de bloedsomloop in de hersenen vermindert. Een teveel aan adrenaline gaat ten koste van onze creativiteit.

Met mediteren raken we de adrenaline niet kwijt. Als je dat wil kun je beter gaan sporten want dan gebruik je de adrenaline min of meer waarvoor het is aangemaakt.

10

Les over zen en geluk

Zoals het hormoon adrenaline hoort bij angst en stress hoort het hormoon endorfine bij geluk en creativiteit. We kunnen leren om endorfines aan te maken door te mediteren.

Een positieve verwachting over de afloop van een lastige situatie leidt tot de aanmaak van endorfines. Hoe we een situatie bekijken bepaalt of ons lichaam endorfines of adrenaline produceert.

Als het goed met ons gaat neigen we er toe om ons daar aan vast te klampen. Zo moet het altijd blijven, denken we. Helaas zijn we dan afgedwaald uit het hier-en-nu naar de toekomst en meteen ebben onze geluksgevoelens weg.

Het vermogen om ongeluk te tolereren is het spiegelbeeld van het kunnen ervaren van geluk: hoe meer angst we hebben voor ongeluk hoe minder we het geluk kunnen ervaren. Hoe meer frustratie en pijn we kunnen tolereren, hoe meer geluk we kunnen ervaren.

Mediteren is een oefening in afzien. Uit vrije wil oefenen we ons 2 maal 20 minuten in afzien en leren we zelfs dat afzien leuk kan zijn. Hierdoor verliezen we onze angst voor afzien en de drang om pijn en lijden koste wat kost te vermijden. Zo opent het mediteren de deur naar geluk.

Al met al doet deze zen les mij denken aan de vraag van mijn favoriete Belgische psychiater Dirk de Wachter: “Mogen we alsjeblieft weer een beetje ongelukkig zijn”? Met het stellen van deze vraag alleen al voel ik de troost naar binnen stromen. Het mag. Het is OK. We mogen ongelukkig zijn… Volgens De Wachter is er voor ongelukkig zijn in onze hype cultuur veel te weinig plaats.

Angst voor persoonlijke groei, zelfconfrontatie, pijn en vermoeidheid leidt tot ongeluk leer ik in deze zen les. Zowel sporten als mediteren leiden tot geluk. In het totaal zo’n anderhalf uur per dag. Hierbij is een positieve verwachting over de afloop van het sporten en het mediteren van belang.

Alcohol en drugs zorgen er voor dat de receptoren voor endorfine groter worden maar ze worden er ook ongevoeliger door. Door te mediteren worden die receptoren juist gevoeliger. Hoe meer we de lol van het opzettelijke afzien kunnen ervaren, hoe beter we er in worden om het afzien waar we niet voor kiezen, te verdragen. Zo worden we gelukkiger.

Als huiswerk krijgen we mee om elke dag iets te doen waar je tegen op ziet zoals koud af-douchen. En dit is ook nog eens goed voor je immuunsysteem!

Door mijn gedachten te richten op een positieve uitkomst kon ik enkele dagen later beter terug in slaap komen, nadat ik een tijdje wakker had gelegen ergens over. De aangemaakte endorfines hielpen meteen.

Extra les: Zen en Boeddhisme

Vier leerstellingen van het Boeddhisme:

1 Het leven is lijden.

2 Het lijden komt door onwetendheid.

3 Als je de onwetendheid opheft, hef je het lijden op.

4 Onwetendheid hef je op door: het juiste inzicht, de juiste intentie, de juiste spraak, het juiste handelen, het juiste levensonderhoud, de juiste inspanning, de juiste meditatie en de juiste concentratie.

Het gaat om een interne verandering van onvrij naar vrij. Boeddha zegt: Geloof niet in mij maar probeer uit wat ik verkondig en kijk naar wat werkt voor jou. Er is geen vaste waarheid en er is ook geen vaststaand zelf. Je kunt een zelfbeeld hebben maar dat ben je niet. Als je denkt van wel dan zit je in de ‘ik-kramp’ volgens mijn zen-leraar.

Hoewel het de vraag blijft wat dan het juiste inzicht, de juiste intentie, spraak, enz. is spreekt de beweging van onvrij naar vrij aan. Eén waarheid zet alles vast terwijl in de natuur juist alles in beweging is. Misschien is die beweging wel het enige wat vaststaat. In één waarheid kan een mens gevangen zitten.

Ik denk dat sommige dingen meer kloppen dan andere en dat sommige dingen meer ‘waar’ zijn dan andere. Leven zonder allerlei afweermechanisme is meer ‘waar’ dan overleven. Hoewel overleven ook ‘waar’ is, maar of het vrij is … therapie en meditatie werken bevrijdend en verlichtend als het goed is, hoewel je meestal eerst ergens doorheen moet.

Op naar de laatste lessen.

IMG_6072

 

De foto’s bij deze blogpost heb ik in Meyendel bij Den Haag gemaakt. Meer foto’s hier.

2 reacties

Opgeslagen onder Filosofie, Psychiatrie, Psychologie en boeddhisme

Lichamelijke en maatschappelijke immuniteit

Volgens biologe en filosofe Inge Mutsears zijn jongeren die naar Syrië gaan niet a priori onze vijanden en moeten we de context beter begrijpen. Zij onderzoekt wat de samenleving kan leren van het biologische lichaam. Het is namelijk de vraag of we als samenleving wel de juiste strategie gebruiken om met bedreigingen zoals deze jongeren om te gaan.

Dit is te lezen in de Correspondent en in haar proefschrift: ‘Immunisation and its Discontents’, dat een een kritische analyse omvat van het gebruik en de bruikbaarheid van immunologische modellen in de politieke filosofie.

Immuunsystemen beschermen ons lichaam tegen wat wij beschouwen als indringers en bedreigingen. Maar of iets lichaamsvreemd of lichaamseigen is, wordt bepaald door de context. Mutsaers bepleit meer aandacht daarvoor en gaat tegen de huidige symptoombestrijding in.

Het immuunsysteem valt lang niet alle indringers aan; veel indringers worden juist getolereerd

Immuniteit is van oorsprong een juridisch begrip. Het dook voor het eerst op in het oude Rome, ongeveer tweeduizend jaar geleden. Het Latijnse immunis betekent ‘vrij van bepaalde gemeenschappelijke taken,’ zoals het betalen van belasting of militaire dienst. Immuniteit betrof veelal politieke ambtsdragers.

Pas aan het eind van de negentiende eeuw krijgt het begrip een biomedische betekenis. In die tijd ontdekken Pasteur en Koch de bacterie als veroorzaker van infectieziekten. De Russische embryoloog Metsjnikov ontdekt vervolgens dat er afweercellen zijn in het lichaam. Die afweercellen bleken in staat om bacteriën en virussen aan te vallen en te vernietigen in het lichaam. Ze kunnen ‘het eigene’ (lichaamseigen) onderscheiden van ‘het andere’ (lichaamsvreemd).

Zo ontstond het beeld van het immuunsysteem als afweersysteem, ofwel als verdedigingssysteem, met als taak om lichaamseigen cellen en weefsels te onderscheiden van lichaamsvreemde elementen als parasieten, bacteriën en virussen. Kortom, het immuunsysteem werd voorgesteld als een verdedigingsleger dat vreemden of vijanden aanvalt.

Naarmate de wetenschap zich verder ontwikkelde zijn immunologen binnen de biomedische wetenschappen anders tegen immuunsystemen gaan aankijken. Ze ontdekten bijvoorbeeld dat het immuunsysteem lang niet alle indringers aanvalt. Veel indringers worden juist getolereerd.

In onze darm bijvoorbeeld leven talloze bacteriën en ook virussen, omdat onze spijsvertering in aanwezigheid van die bacteriën en virussen beter functioneert. Zonder bacteriën zouden we, om maar iets te noemen, geen plantaardig voedsel kunnen verteren.

Omgekeerd vinden er ook immuunreacties plaats waarbij het immuunsysteem zich juist tegen lichaamseigen delen keert. Dit proces wordt auto-immuniteit genoemd. Auto-immuniteit kan positief zijn, bijvoorbeeld als kapotte of ontspoorde (eigen) cellen door het immuunsysteem worden opgeruimd. Maar het kan ook gebeuren dat gezonde (eigen) cellen door het immuunsysteem worden aangevallen, met negatieve gevolgen.

Met de ontdekking van auto-immuniteit en tolerantie werd duidelijk dat een immuunsysteem zowel op lichaamseigen als op lichaamsvreemde componenten reageert en dat immuunreacties sterk afhankelijk zijn van de ‘context’ waarin ze plaatsvinden. Of iets lichaamsvreemd (ander) of lichaamseigen (zelf) is staat niet van tevoren vast, maar wordt bepaald door de ‘context’ waarin een immuunreactie plaatsvindt.

Veel ruimte voor uitwisseling en interactie met de omgeving; de grens tussen het zelf en de ander is veranderlijk

De ‘antigenen,’ waarop ons immuunsysteem reageert, zijn dus niet a priori ‘de vijand.’ De grens tussen het zelf en de ander is veranderlijk, niet vastomlijnd. De voorstelling van het immuunsysteem als verdedigingsleger tegen binnendringende anderen is dan ook een veel te eenvoudige voorstelling van zaken gebleken. Deze doet geen recht aan de biologische realiteit.

Het immuunsysteem heeft een veel breder palet (repertoire) dan alleen de opdracht: ‘Aanvallen!’ Het immuunsysteem is kort samengevat niet alleen agressief, maar ook coöperatief en tolerant.

Macfarlane Burnet, een Australische immunoloog, merkte in 1962 al op dat op biologisch niveau de ontmoetingen tussen ‘zelf’ en ‘ander’ vaak onschadelijk zijn. Als er al sprake is van een norm in dergelijke ontmoetingen, dan is dat eerder wapenstilstand dan oorlog. Eerder tolerantie dan destructie.

De eerste les van de biologie: niet alleen aanvallen of verdedigen

En zie hier de eerste les die het lichaam de samenleving leren kan: Het biologische lichaam is geen slagveld. Het politieke lichaam is dat evenmin. Wie het nieuws volgt ziet dat deze les nog niet al te breed is doorgedrongen. Overal in Europa wordt een groeiend verlangen naar radicale zuiverheid zichtbaar. Op verschillende niveaus eisen groepen de ‘eigen’ cultuur en identiteit voor zich op.

De laatste jaren hebben verschillende anti-Europese en anti-islamitische partijen en bewegingen grote winsten geboekt. Aanslagen zoals die in Parijs op de redactie van Charlie Hebdo zijn koren op hun molen. Ze maken van het politieke lichaam toch dat slagveld, waarin op elke aanval een besliste verdediging moet volgen.

De oproep van de PVV om alle moskeeën te sluiten aangezien anders de Nederlandse eigenheid, identiteit en cultuur om zeep worden geholpen kan worden gezien als een soort immunologische weigering (afweerrespons) van PVV-stemmers om zich te laten ‘besmetten’ door de islamitische cultuur.

Maar bevorderen zulke auto-immuunreacties de gezondheid van de samenleving eigenlijk wel? Op het eerste gezicht lijkt het effectief: de boosdoeners worden uit de samenleving gehouden of hun dubbele paspoort wordt ze ontnomen. Maar het antwoord op de vraag is ontkennend. Het bevordert de gezondheid van de samenleving niet. De immuniseringsreactie die ons bijvoorbeeld tegen het gevaar van Syriëgangers zou moeten beschermen, beschadigt in zekere zin de eigen samenleving (het eigen ‘politieke lichaam’).

Het oppakken staat bijvoorbeeld op gespannen voet met de vrijheid van personenverkeer, meningsuiting en andere grondrechten. Ook de privacy wordt ernstig aangetast. De maatregelen houden niet alleen de ‘indringers’ buiten, maar raken ook anderen, zoals onszelf.

Zo hebben de meeste EU-lidstaten tal van administratieve maatregelen ontwikkeld die niet alleen de beoogde groep treffen, maar ook een groot deel van de rest van de moslimbevolking in Europa. Soms worden burgerrechten van de gehele bevolking aangetast. Het mogelijke gevolg hiervan is dat gevoelens van wrok worden gevoed en dat het geweld verder escaleert.

Kortom, onze immuniseringsmaatregelen tegen terreur, hoe begrijpelijk op zichzelf ook, slaan – als we niet uitkijken – als een boemerang terug op onze eigen samenleving. Ze beschadigen de samenleving die ze juist beogen te beschermen. Hoe je deze ‘collateral damage’ kan voorkomen is een belangrijke vraag.

De tweede les van de biologie: meer aandacht voor de context

Immunisering is meer dan simpelweg afweer en verdediging. Immunisering omvat een veelheid aan responsen en ‘aanvallen van vijanden’ is daar slechts één van. De aanval is dus niet altijd de beste verdediging. Verdedigen is sowieso niet altijd de meest effectieve weg om een maatschappelijk kwaad te bestrijden. Dat laat de bestrijding van de vogelgriep zien.

Staatssecretaris Dijksma van de PvdA heeft – volgens de sector weliswaar rijkelijk laat – stevig gereageerd op de vogelgriepbesmetting door het breed preventief ruimen van pluimvee. Daarnaast zijn knobbelzwanen, wilde eenden en meeuwen uit voorzorg gevangengenomen voor monsterafname, om op die manier na te kunnen gaan of zij dragers zijn van het virus dat de vogelgriep veroorzaakt. Er wordt al gekscherend voorspeld dat Dijksma zal pleiten voor het preventief ruimen van wilde vogels. Ondertussen loopt de financiële schade voor de pluimveesector al in de miljoenen. Daarbij zijn er inmiddels sterke aanwijzingen zijn dat niet wilde vogels maar slechte hygiëne in de bio-industrie de vogelgriep veroorzaken.

Ook in het geval van vogelgriep hebben we te maken met een sterke afweerreactie die de nodige ‘collateral damage’ veroorzaakt: financiële schade, tanend vertrouwen van de consument, angst, etc. Waren al die voorzorgsmaatregelen dit wel waard?

Je zou kunnen zeggen dat we in dit geval meer aandacht hadden moeten hebben voor de context van onze immuunreacties.

We kunnen de natuur niet van de wereld afsluiten. Wij zijn integraal onderdeel van ‘de natuur,’ evenals de kippen, knobbelzwanen, virussen en wilde eenden. Wat we nodig hebben is niet nog meer immunisering, in de vorm van antibiotica en slachtingen, maar meer onderzoek naar de rol van ecologische en klimatologische factoren in het vormen en overbrengen van virussen.

juuke_schoorl_-_rek_3

Uit de fotoserie ‘Rek’. Foto: Juuke Schoorl

Wat de biologie van de politiek leert… maar is dit een goede les?

De vogelgriep was eerder onderwerp van debat. In 2012 was er veel discussie over de lab-gefabriceerde variant van het vogelgriep virus dat van mens-op-mens overdraagbaar was. De virologen ontwikkelden dit virus met het oog op de productie van een vaccin tegen dit virus voor het geval er ooit een pandemie van dat virus zou uitbreken. Maar in de natuur bestaat tot op de dag van vandaag nog helemaal geen van mens-op-mens overdraagbare variant van het vogelgriep-virus. De virologen waren dus bezig het ontwikkelen van een vaccin tegen een dreiging (virus) die nog helemaal niet bestaat: een typisch voorbeeld van ‘pre-emption’.

‘Pre-emption’ staat voor een tegenaanval voordat een werkelijke aanval is gepleegd of voordat er überhaupt sprake is van concrete dreiging. De strategie van ‘pre-emption’ is afkomstig uit de wereld van internationale betrekkingen en werd door de VS veelvuldig toegepast in de zogenaamde oorlog tegen terrorisme (in de vorm van ‘pre-emptive strikes’, bijvoorbeeld in Irak en Afghanistan). De term ‘oorlog tegen terrorisme’ wordt gebruikt in de propaganda van regeringen om oorlogen te kunnen voeren om bijvoorbeeld olie.

In toenemende mate zie je de ‘pre-emption’ strategie nu ook opdoemen binnen het veld van infectieziektebestrijding en publieke gezondheid. In dit geval leert de biologie dus van de politiek maar het is zeer de vraag of dit wel zo’n goede les is.

De les die het lichaam ons leert is: laat de context bepalen welke strategie wanneer de juiste is. En ga op zoek naar de wortel van een probleem in plaats van slechts de symptomen te bestrijden.

Keiharde immunisering is een gebed zonder end

Meer aandacht voor de context van immuunreacties betekent in het geval van de jongeren die naar Syrië gaan, dat deze niet a priori onze vijand zijn. Ze kunnen zich als vijand presenteren (zie de daders van de aanslag in Parijs), maar ze werden pas een vijand toen ze zichzelf zo gingen gedragen.

We moeten, als we willen voorkomen dat ook anderen naar de wapens grijpen, eerst onderzoek doen naar de oorzaak (context) van hun radicalisering.

De prijs van overmatige immunisering is nu vaak te hoog in verhouding tot de winst in veiligheid. Een effectieve immuniseringsrespons komt niet alleen voort uit het besef dat het leven gemakkelijk vernietigd kan worden (door anderen). Even belangrijk is dat we ons bewust zijn van onze inherente afhankelijkheid van anderen voor ons bestaan, zowel op biologisch als op politiek niveau.

We leven in een geglobaliseerde wereld die vol is van afhankelijkheidsrelaties. Geen enkele immuniseringsmaatregel kan deze afhankelijkheid tenietdoen.

Het lichaam leert ons dat tolerantie, openheid en kwetsbaarheid ten opzichte van de ander lonen. En dat onze bedreigde identiteit niet kan worden beschermd met keiharde immunisering, maar soms juist met openheid gepaard kan gaan. Dat is in de eerste plaats natuurlijk een les voor Chérif en Saïd Kouachi, de verdachten van de aanslag in Parijs. Zij hadden die cartoons over hun profeet natuurlijk niet als een aanval op hun bedreigde identiteit moeten zien, maar als de keerzijde van de vrijheid die ze zelf hebben om hun mening uit te dragen.

Wat we nodig hebben zijn alternatieve, meer genuanceerde immuniseringsstrategieën die rekening houden met de sociaal-politieke context van de dreigingen die we om ons heen waarnemen. Want keiharde immunisering is een gebed zonder end.

En als we niet oppassen, leidt het tot een ware maatschappelijke auto-immuunziekte: nog meer controle, minder vrijheid, een angstige samenleving en gebrek aan solidariteit.

Wie kan ons daartegen beschermen?

juuke_schoorl_-_rek_5

Uit de fotoserie ‘Rek’. Foto: Juuke Schoorl


De foto’s bij dit stuk zijn gekozen door de Correspondent en komen uit de serie ‘Rek’ van fotografe Juuke Schoorl (1989). Met dit project wilde zij de esthetische mogelijkheden van de huid onderzoeken. Door de huid te manipuleren met allerlei soorten goedkope oplossingen, zoals nylondraad en plakband, heeft zij modieuze nieuwe vormen en structuren voor het lichaam weten te creëren. De huid is flexibel en weet zich goed aan te passen aan omstandigheden.


Meer op dit weblog over de bijdrage die de biologie kan leveren aan politiek en samenleving is te vinden bij de onderzoekingen van de bioloog Frans de Waal. Hij toont aan dat niet alleen competitie maar ook empathie ervoor heeft gezorgd dat wij als soort hebben kunnen overleven. Hier op dit weblog.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek

Samen lawaai maken. Zorg-professionals van Nederland verenigt u!

620-pixels-141218-Zorg

Als je een beetje volgt hoe het kabinet Rutte op despotische wijze probeert er een wet door te drukken die de macht van de zorgverzekeraars vergroot en de vrijheid van de burgers inperkt dan kun je deze column van Youp van ’t Hek ook volgen. Hieronder enkele fragmenten. De gehele column is hier.

Youp over PvdA-senator Adri Duivesteijn:

Hij is ziek. Hij heeft kanker. Was door een arts reeds opgegeven, maar een andere dokter zette zijn tanden erin. En de Hagenees leeft nog. En hoe. Hij is strijdbaarder dan ooit. Zeker als het om de vrije dokterskeuze gaat. Een liberaal standpunt overigens.

Youp over een van zijn beste vrienden:

Hij heeft iets aan zijn ogen en wordt daarom behandeld in de VU. Tot zijn grote tevredenheid. Met zeer veel deskundige zorg en toewijding knokken ze daar al meer dan een jaar voor het licht in zijn ogen. Ik bespaar u de details.

Laatst zei de professor dat ze binnenkort afscheid van hem moeten nemen omdat hij in dat jaar te veel van het budget van de zorgverzekeraar heeft versnoept. Mijn vriend is niet arm en bood aan om het dan maar uit eigen zak te betalen. Hij voelt zich zo veilig bij de professor. Maar daar gaat het niet om. Straks moet hij naar een ander ziekenhuis. Met zijn dossier onder zijn arm bij een totaal nieuw team opnieuw beginnen. Moet hij zijn hele verhaal opnieuw vertellen. Gaan ze alle onderzoeken weer opnieuw doen. Mijn vriend, die zelf een goed georganiseerd bedrijf heeft en weet hoe hij zaken moet doen, probeert het te begrijpen, maar hij snapt het niet. Ik ook niet. Niemand heeft hem nog helder kunnen uitleggen waarom hij niet bij zijn artsen van de VU mag blijven. Hij heeft wel zin om te protesteren, maar hij heeft op dit moment wel iets anders aan zijn hoofd, zijn ogen bijvoorbeeld. Een kwestie van pompen of verzuipen. To see or not to see.

En over een huisarts en hoe ver de macht van de zorgverzekeraars gaat wanneer je een contract met hen afsluit:

Huisartsen mogen onderling niet spreken over hun contracten met de verzekeringsboeren. Ik luisterde naar zijn relaas en dacht even dat hij de taal van de Noord-Koreaanse Kim Jong-un sprak. De verzekeraars hebben de macht en bepalen alles voor ons patiënten. De winst klotst bij hen niet alleen tegen de plinten, ze verzuipen er bijna in. Maar ze maken waarschijnlijk nog niet genoeg winst.

En tot besluit:

Er is iets raars aan de hand. Ik ben te weinig deskundig, maar ik voel aan mijn water dat er iets niet klopt. Als je zoals Adri Duivesteijn, Guusje ter Horst en Marijke Linthorst gewoon je oude politieke idealen nastreeft heet je in Den Haag dissident.

Wat te doen? Ik denk gewoon lawaai maken. Dokters en patiënten samen. Ouderwets dwarsliggen. Protesteren dus. Het niet langer pikken. De verzekering is ooit in het leven geroepen om risico’s te spreiden. Het woord winst bestond niet in die kringen.

Hup de straat op met zijn allen. Men moet weer gewoon doen. De macht weer bij de mensen leggen. Bij diegenen die ziek zijn. Die goede zorg nodig hebben. En niet bij hen die aan de zorg verdienen.

Ik heb wel zin in een ouderwets potje protest. Tekeergaan tegen de hoge dames en heren. Tegen de Van Boxteltjes, de Dupuistjes en andere vazallen van het grootkapitaal. Met rode vlaggen naar het Malieveld. Wat zal Samsom daarvan vinden? Misschien doet het hem wel aan vroeger denken en gaat er iets in hem gloeien. Toch iets anders dan een wetje op sluwe, ondemocratische wijze door de Kamer jassen.

Samen lawaai maken

Over samen lawaai maken tegen de macht van de zorgverzekeraars gaat ook de column van Kees Kraaijeveld in Vrij Nederland die opmerkt dat het opvallend is dat de zorgaanbieders als enige van de drie hoofdrolspelers: de burgers (in de rol van verzekerde en patiënt), de zorginkopers en de zorgaanbieders, hun gemeenschappelijke belang niet hebben georganiseerd. Het is noodzakelijk dat zij dit wel gaan doen.

Macht vraagt om tegenmacht. Zorgprofessionals van Nederland, verenigt u!

Voorlopig lijken de drie senatoren uit de Eerste Kamer hun rug recht te houden getuige een brief van Adri Duijvestein aan de vice premier Lodewijk Ascher, maar wij zorg-professionals mogen best nog wat meer lawaai maken om hen te steunen want zij worden enorm onder druk gezet.

ANP-29514397-568x332

PvdA-senator Adri Duivesteijn. Foto ANP/ Martijn Beekman

Het is heel hard nodig om lawaai te maken want de argumenten van het kabinet deugen niet. Het kabinet chanteert de burger! De premie gaat niet omlaag en er wordt niet bezuinigd door de vrije artsenkeuze af te schaffen.

Beweren dat het eigen risico en de zorgpremie omhoog gaan als de vrije artsenkeuze niet wordt ingeperkt, komt in feite neer op chantage. Dat zegt Chris Oomen, directeur van DSW verzekeringen, op BNR. Hij reageert daarmee op opmerkingen van André Rouvoet van Zorgverzekeraars Nederland, die alsnog pleit voor een inperking van de vrije artsenkeuze.

“Rouvoet heeft volkomen ongelijk. Noch bij het ministerie van VWS, noch bij Zorgverzekeraars Nederland ligt ook maar één velletje papier met het begin van onderbouwing voor het feit dat afschaffing van de vrije artsenkeuze iets oplevert, laat staan een miljard euro. En geen van de andere verzekeraars zal beweren dat het zo is. Ze moeten van de vrije artsenkeuze afblijven en zorgen dat verzekeraars er beter op letten dat ze geen zorg vergoeden die daar volgens de zorgverzekeringswet niet voor in aanmerking komt.”

Het Ministerie van Volksgezondheid laat zelfs misleidende spotjes maken over de zorg om op de televisie uit te zenden. Vakbond FNV heeft er een klacht over ingediend. Corrie van Brenk van de FNV:

Minister Schippers en staatssecretaris Van Rijn proberen Nederland in slaap te sussen met mooie verhaaltjes.

 

1 reactie

Opgeslagen onder Zorgverzekeringen

Zelfmoord Arthur Gotlieb III ‘Bezwaarschrift, of de afgang van de managersmentaliteit’

Dit had volgens Carel Peeters in Vrij Nederland de titel moeten zijn van het boek: Operatie ‘werk Arthur de deur uit’. Dagboek van een ongewenste werknemer.

Operatie ‘werk Arthur de deur uit’. Dagboek van een ongewenste werknemer, waarin de NRC-redacteuren Joep Dohmen en Jeroen Wester een groot deel van het zeshonderd pagina’s tellende Bezwaarschrift van Arthur Gotlieb publiceren, zou, naar analogie van Multatuli’s Max Havelaar, eigenlijk moeten heten Bezwaarschrift, of de afgang van de managersmentaliteit. De titel van Dohmen en Wester vestigt de aandacht te veel op Gotlieb, terwijl het accent ligt op de bedorven mores aan de top van de semi-overheidsinstelling. Het sobere, karaktervaste en met humor geschreven Bezwaarschrift is een aanklacht tegen list en bedrog aan de top van de NZa, de machiavellistische arrogantie, het gebrek aan menselijkheid, het hierarchie-fetisjisme, de slordigheid, de belangenverstrengeling, de zelfverwennerij en de plichtsverzaking. Daar werd Gotlieb de dupe van.

Deze recensie van het boek  staat in Vrij Nederland.

Te lezen valt hoe de managers van de NZa niks hebben met hetgeen zij managen, nl. de zorg en hoe zij wel iets hebben met bonussen, dure hotels, communicatietrainingen en een Sovjet-achtige cultuur van beoordeling van het eigen personeel.

Op een soortgelijke wijze proberen ook zorgverzekeraars zorg-verleners te beoordelen en te onderdrukken, is mijn beleving. In een door de VVD geregeerd land is vrijheid ver te zoeken en als je die vrijheid toch zoekt en vindt ‘wordt die duur betaald’.

Peeters gebruikt in het volgende citaat nog een keer de vergelijking met Multatuli’s boek: ‘Max Havelaar of de koffieveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappij’:

Er ontstaat een Multatuliaanse groteske wanneer Gotlieb het beeld schetst van de zorg die besteed wordt aan de periodieke ‘beoordelingen’ van de medewerkers, compleet met formulieren met tientallen punten waarop men positief en negatief kan scoren. Deze periodieke beoordeling door de managers heet De Vlootschouw. De veelal academisch gevormde medewerkers worden tijdens deze schouw door hun managers beoordeeld, managers die veelal geen idee hebben wie ze beoordelen omdat ze niet of nauwelijks contact hebben gehad met hun medewerkers…

Net zoals naar voren kwam in het TV programma Zembla,  bevreemdt het Peeters dat de Commissie Borstlap rapporteert dat de managers van Gotlieb te weinig ‘signalen’ kregen van de problemen die hij had. Dit terwijl Gotlieb’s bezwaarschrift bol staat van bewijzen van het tegendeel.

De managerscultuur bij de NZa wordt uiteindelijk toch nog onterecht door de Commissie beschermd. Zie ook mijn twee vorige blogs over dit onderwerp. https://psychologenpraktijk.wordpress.com/2014/04/14/zelfmoord-arthur-gotlieb/ en https://psychologenpraktijk.wordpress.com/2014/09/10/zelfmoord-arthur-gotlieb-ii/

Bekijk ook de website van de Stichting Beroepseer waar een mooie brief aan Arthur staat.

En lees de column van Marc Chavannes: Gotlieb maakte MRI van de ‘zorgmarkt’.

 

3 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek