Tagarchief: trauma

Leiders op het gebied van trauma therapie

Zo werden de 24 mensen aangekondigd die mee werkten aan een ‘healing trauma summit’ op het internet. Je kon je er als toehoorder voor inschrijven voor een kleine 500 dollar, enkele weken later later afgeprijsd naar een kleine 300 dollar. Het was de ondernemende psychotherapeut Jeffrey Rutstein die deze top organiseerde. Ik bekeek wie er aan meewerkten en waar zij voor staan. Interessante mensen en therapieën.

Peter Levine legt er de nadruk op dat traumatische gebeurtenissen bepaalde herkenbare fysieke symptomen veroorzaken. Door aanraking van die lichamelijke sensaties kunnen patienten hun angst, hulpeloosheid en overweldigende verledens loslaten.

Judith Blackstone heeft het over hoe het bewonen van je lichaam ofwel het afstemmen op een gegronde vorm van bewustzijn van het lichaam ons helpen kan. Dit ‘zijn’ in het lichaam samen met een veerkracht tegen emotionele en sensorische prikkels en de mogelijkheid om ons te verbinden met anderen zonder dat we het contact met onszelf te verliezen en het loslaten van somatische beperkingen die trauma gerelateerd zijn, zal ons bevrijden.

Gabor Maté’s betoog is dat de meeste fysieke en mentale problemen manifestaties zijn van trauma’s uit de kindertijd. Het is nodig dat we diepgaand onderzoek doen naar overtuigingen die we al heel lang hebben en door het trauma zijn ontstaan. Ziektes zijn vaak een aanwijzing voor een overvraagd en overweldigend leven. Hij combineert Westerse en Oosterse theorieën over lijden en het ware zelf en ziet het als een voorwaarde dat professionals die mensen helpen zelf ook aan hun heling werken.

Zainab Salbi heeft ‘Women for Women International’ opgericht. Duizenden vrouwen uit oorlogssituaties zijn door deze organisatie geholpen om hun vernietigde levens weer op te bouwen. Zij vertelt hoe ze zelf heeft gestreden met haar eigen trauma door bijvoorbeeld de stilte te verbreken wat heel moeilijk kan zijn maar een belangrijke stap is op de weg naar heling. Naast zelf-onderzoek is het begrijpen van alles wat met het trauma te maken heeft van belang. Jezelf vergeven voor je eigen fouten en overtredingen kan helpen bij het accepteren van verontschuldigingen van anderen.

Volgens Mark Epstein is trauma niet iets dat slechts enkele mensen met pech overkomt; het overkomt iedereen. Als we niet lijden aan post traumatische stress dan lijden we wel aan pre-traumatische stress. Trauma staat aan de wieg van onze psyche. Dood en ziekte zal ons allemaal treffen maar ook dagelijkse angsten, stress en eenzaamheid kunnen traumatisch zijn. Psychoanalyse beschrijft de trauma’s ontwikkeld in de kindertijd en Boeddhisme heeft het over de inherente onzekerheid van ons eindige bestaan. Zowel psychoanalyse als ‘mindfulness’ kunnen helpen bij de verwerking van trauma. Zowel de westerse hechtingstheorieën als het boeddhistische concept van de onthechting en de leegte kunnen helpen bij het reguleren van sterke emoties.

Richard Miller maakt bij zijn traumatherapie gebruik van wat al heel is en wat altijd heel is in ons zelf; datgene dat nooit heling, opknappen of verandering nodig heeft. We zijn al heel. Als we dit niet kunnen ervaren dan zullen we altijd het gevoel hebben dat er nog iets mis is met ons. Als we ons bewust worden van die aangeboren heelheid dan ervaren we een onverwoestbare kracht in ons waarmee we datgene in ons lichaam of geest dat heling nodig heeft, kunnen aanspreken. We kunnen leren om onze wezenlijke heelheid te verwelkomen zodat we in staat zijn om te navigeren in de meest uitdagende omstandigheden in ons leven. Miller geeft o.a. yogatherapie.

Elizabeth Rosner is een dochter van Holocaust overlevenden en zij heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de intergenerationele en interculturele nasleep van genocide en andere gruweldaden, naar de impact er van op individuen, groepen en de maatschappij. Hoe herinneringen aan het verleden zowel educatief als verzoenend kunnen werken en hoe een creatieve aanpak kan helpen. Het gaat haar niet alleen om de Holocaust, ook om andere gruweldaden zoals de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, de genocide in Cambodja en de nog immer voortdurende traumatische gevolgen van de slavernij in de VS. Rosner heeft veel aandacht voor taal. Ze onderzoekt het vocabulaire van trauma en veerkracht.

David Emerson ontwikkelde een trauma gevoelige vorm van yoga. Door trauma kun je het gevoel voor je lichaam verliezen. Deze vorm van yoga geeft dat lichaamsgevoel terug.

Laurel Parnell ontwikkelde een hechtingsgerichte vorm van EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) voor mensen met trauma die in de hechtingsrelatie ontstond. De therapie benadrukt de waarde van een veilige therapeut-cliënt relatie voor de heling van het trauma.

Leslie Booker richt zich op het terugbrengen van de menselijkheid bij mensen die buitengesloten zijn geweest. We moeten de menselijkheid zien voordat we de kleur, handicap of misdaad van iemand zien. Heling van het trauma van kwetsbare groepen kan alleen als behandelaars zich zelf bewust zijn van hoe macht en vooroordeel werkt. De ontmanteling van macht is op zichzelf een daad van liefde en alleen van daaruit kunnen behandelaars echt een verschil maken. Booker werkt met lichamelijke belevingen zoals ‘holding’. Ze leert je om in je eigen lichaam gegrond te zijn en zo samen de emoties te reguleren. Ze leert je vallen en opstaan.

Edward Tick onderzoekt het effect van oorlog en geweld op de ziel, de onzichtbare wonden die het veroorzaakt en psychologische, spirituele en maatschappelijke manieren om die wonden te helen. Hij heeft het over een archetypische manier om trauma door geweld te begrijpen en ontwikkelt een filosofie en een strategie om trauma op individueel en maatschappelijk niveau aan te pakken.

Pat Ogden is van de somatische psychologie en integreert cognitieve en somatische interventies. Ze legt nadruk op het lichamelijke bewustzijn, op anders handelen en het opbouwen van krachtbronnen in het lichaam. De wijsheid van het lichaam staat centraal. Welke krachten in het lichaam kun je inzetten bij traumatische emotionele reacties? Welke handelingen geven kracht? Eerst worden traumatische emoties losgekoppeld van lichamelijke sensaties waarna gezocht wordt naar het voelen van nieuwe krachten door nieuwe handelingen. Het gaat om een herijking van het zenuwstelsel.

Shaka Senghor ontvluchtte op 13 jarige leeftijd een mishandelende thuissituatie om enkele jaren later in de gevangenis te belanden. In de 19 jaar dat hij opgesloten was begon hij te mediteren, compassie te beoefenen en vooral begon hij met het bijhouden van een dagboek. Hij werkte mee aan de hervorming van het rechtssysteem dat geen begrip heeft van trauma en ging anderen helpen. Hij legt de nadruk op actief luisteren en de noodzaak van een mentor bij de behandeling van trauma. Zijn memoires vormen een onvergetelijk verhaal van vergeving en tweede kansen en herinnert ons er aan dat hetgeen we fout doen niet bepaalt wie we zijn en wat we kunnen bijdragen aan de wereld.

Sandra Ingerman haalt inspiratie uit de ervaring van sjamanen over de hele wereld met het terughalen van de ziel om trauma te helen. Ze laat geeft oefeningen om vastliggende en oude wonden te laten gaan en je je weer vrij voelt om positief, gezond en met plezier in het heden te staan. Er staan veel filmpjes op Youtube waarin ze laat zien hoe zij werkt.

Richard Schwarz helpt met zijn Internal Family Systems model op een niet pathologische en empowering manier, om toegang te krijgen tot de onbeschadigde essentie van jezelf waarmee je de beschadigde delen van jezelf die nog in shock, pijn en schaamte leven, kunt helen. Veel trauma therapieën beschouwen het bestaan van verschillende delen van een persoonlijkheid als pathologisch maar Schwarz ziet dit juist als waardevol. Het zijn krachten, veelal voortkomend uit natuurlijke, gezonde en waardevolle toestanden die op een extreme en beschermende manier op de voorgrond treden en veroorzaken dat je het contact met je Zelf verliest. Dat Zelf bestaat uit een innerlijke essentie van kalmte, vertrouwen, helderheid, verbondenheid en creativiteit. Schwarz begon als gezinstherapeut maar leerde van zijn cliënten hoe delen van een persoonlijkheid net zo werken als delen van een netwerk en dus net zo werken als familierelaties.

Bonnie Badenoch vindt dat we tegenwoordig op een extreme manier elke dag opnieuw worden uitgedaagd. We zijn een getraumatiseerde soort en veiligheid ìs de therapie. Psychische en emotionele veiligheid ìs de basis voor heling en voor het voortbestaan in deze wereld. Door niet te oordelen, door trauma te integreren en elk aspect van onszelf en anderen welkom te heten. Door op een therapeutische manier aanwezig te zijn. Badenoch verbindt neuro-wetenschappelijke kennis met kennis van het hart.

David Grand komt met een hersen-lichaam ‘mindfulness’ therapie; ‘brainspotting’. De stand van de ogen speelt een rol in het lokaliseren en behandelen van het trauma in de hersenen. Er zijn drie oog posities die een rol spelen. ‘Brainspotting’ is een opvolger van EMDR.

Linda Graham vindt dat mensen kunnen leren van tegenslagen en uitdagingen wanneer ze gesteund worden en genoeg vaardigheden in huis hebben. ‘Mindfulness’, mededogen met jezelf, empathie en vergeving helpen om het functioneren van de hersenen te veranderen van samentrekking en reactiviteit naar ontvankelijkheid en openheid, naar het bredere perspectief. Mensen kunnen vaardigheden terugkrijgen die de impact van stress of een trauma verminderen, ze kunnen hun innerlijke stabiliteit, betekenis en doelen herstellen en zich bewegen in de richting van voorspoed en groei. Graham maakt gebruik van lichaamswerk om je opnieuw kalm en veilig te voelen. Oefeningen in empathie en mentaliseren kunnen heftige emoties reguleren. We moeten veilige plaatsen ontwikkelen om naar toe te vluchten, zowel binnen in ons zelf als bij anderen. We kunnen een transformerende innerlijke dialoog voeren waarbij de innerlijke criticus en schaamte zich terugtrekken. Schaamte is een zeer krachtige vernietiger van bronnen van veerkracht. Met behulp van de ‘drama-driehoek’ ontdekken we hoe we kunnen ophouden om steeds terecht te komen in de rol van slachtoffer, redder of aanklager, of je dat nu doet in jezelf of dat je dat doet in relatie met anderen.

Kevin Pearce was een professionele ‘snowboarder’ die tijdens een training een traumatisch hersenletsel opliep. Het is zijn missie om hersenletsel te voorkomen, om steun te geven aan herstel en om gezondheid van de hersenen te promoten. Ook hij heeft het over ‘mindfulness’ en ‘body-mind’ oefeningen*.

De bijdrage van Dawson Church is nuttig voor iedereen die geplaagd wordt door herinneringen aan nare gebeurtenissen, door slapeloosheid, nachtmerries of ‘flashbacks’. Of voor degenen die mensen of situaties vermijden die werken als een ‘trigger’, voor mensen die het vertrouwen in anderen en de wereld  verloren hebben of degenen die emotioneel verdoofd de dag moeten zien door te komen. Hij maakt gebruik van de Emotion Freedom Technique (EFT).

Edith Eger wordt geïnterviewd over haar concentratiekamp ervaring. Zij biedt een hartverscheurend verhaal over het overleven van onvoorstelbare verschrikkingen en lijden. De lessen die ze leerde past ze ook als psycholoog toe. Ze legt uit hoe een ‘slachtoffer bewustzijn’ zichzelf kan versterken als je niet goed uitkijkt, hoe je volledig kunt leven in het huidige moment en hoe je een kracht kunt cultiveren die niemand van je kan afpakken. Je ‘ware zelf’ kun je terug pakken, je kunt je concentreren op het ‘wat’ en het ‘hoe’ in plaats van op het ‘waarom’; ‘waarom’ is een op het verleden georiënteerd woord, terwijl ‘hoe’ een op de toekomst gericht woord is. Je kunt leven met het verleden door het te integreren, niet door het verleden te vergeten.

Rick Doblin introduceert een therapie met de drug MDMA. Dit is een van de meest gebruikte synthetische drugs in de wereld van de elektronische muziek zoals techno, trance, house en hardcore maar wordt ook in psychotherapie gebruikt. De voor en nadelen (risico’s) van deze therapie worden besproken. Doblin heeft het over hoe de MDMA kan helpen bij seksueel misbruik, oorlogstrauma’s, of andere trauma’s. Er is onderzoek gedaan naar het gebruik van MDMA door veteranen, brandweermannen en politieagenten.

Doblin werkt mee aan het legaliseren van het gebruik van psychedelische middelen zoals marihuana als medicijn maar ook als middel bij persoonlijke groei voor gezonde mensen.  Doblin doet ook aan ‘holotropisch’ ademwerk. In het filmpje hieronder wordt uitgelegd wat dit inhoudt.

Volgens Diane Poole Heller kan trauma zo overweldigend zijn dat mensen het gevoel krijgen alsof alle verbindingen verbroken zijn, fysiek, emotioneel en spiritueel èn in hun relaties met anderen. Hoe los je het trauma op en kun je vitaliteit herstellen en deelnemen aan een gegrond en authentiek leven? Hoe kun je het lijden en dissociëren beëindigen? Met behulp van lichaamswerk lost ze het trauma op in een reis naar de bron van je ware aard en leert ze je hoe je met je ‘derde oor’ kunt luisteren naar je verblijdende kern. Ook zij werkt met het verminderen van schaamte en schuld en met het her-etiketteren van concepten en herinneringen aan de traumatische gebeurtenissen met de focus op compassie. Hoe kun je bedreigingen op  zo’n manier bekijken dat ze te tolereren zijn zodat symptomen afnemen? Heller maakt gebruik van hechtings-therapeutische modellen. Hier kun je een CD van haar bestellen: ‘Healing your attachment wounds’.

Stephen Porges ontwikkelde de polyvagale theorie die ons beter doet begrijpen hoe anders het autonome zenuwstelsel werkt op momenten dat we ons onveilig voelen en we het gevoel hebben dat we in gevaar zijn of op momenten dat we ons veilig voelen met vrienden of verzorgers om ons heen. Zijn theorie helpt om de werking van ‘triggers’ beter te begrijpen. ‘Triggers’ die ons verdedigingsmechanisme aan het werk zetten en ‘triggers’ die ons doen kalmeren en ons ondersteunen in het spontaan aangaan van sociale verbintenissen. Gezichtsuitdrukkingen, intonatie en gebaren kunnen bepalen of wij ons zullen verbinden of niet.

* ‘Mind-body practices’ , ofwel ‘lichaam-geest werk’ bestaat meestal uit yoga, tai chi en meditatie oefeningen.


Er zijn veel verschillende wegen naar Rome blijkt wel uit deze samenvatting. Wat mij inspireerde voor mijn trauma therapieën maar ook voor mijn eigen leven is de aandacht die er is voor het lichaam: de wijsheid van het lichaam. Ook de aandacht voor ‘mindfulness’ en het zoeken naar de verbinding met het ware, ongeschonden ‘zelf’ zie ik als waardevol. Dat ‘zelf’ dat we kunnen kwijtraken en terugvinden.

Maak bij de heling gebruik van wat al heel is en wat altijd heel is in ons zelf; datgene dat nooit heling, opknappen of verandering nodig heeft. We zijn al heel. Als we dit niet kunnen ervaren dan zullen we altijd het gevoel hebben dat er nog iets mis is met ons. Als we ons bewust worden van die aangeboren heelheid dan ervaren we een onverwoestbare kracht in ons waarmee we datgene in ons lichaam of geest dat heling nodig heeft, kunnen aanspreken.

Je ‘ware zelf’ kun je terug pakken, je kunt je concentreren op het ‘wat’ en het ‘hoe’ in plaats van op het ‘waarom’; ‘waarom’ is een op het verleden georiënteerd woord, terwijl ‘hoe’ een op de toekomst gericht woord is. Je kunt leven met het verleden door het te integreren, niet door het verleden te vergeten.

Als laatste vond ik het waardevol dat er bij meerdere therapeuten aandacht is voor gevoelens van schaamte die veerkracht bij ons wegneemt. Heel belangrijk om ons niet te schamen voor onze trauma’s.

Het mooiste is natuurlijk als we trauma kunnen voorkomen door een veilige omgeving te creëren waar geen plaats is voor uitbuiting en misbruik maar wel voor mededogen en liefde.

 

 

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologie en boeddhisme, Psychotherapie - Trauma

De zachte kracht van P.A.C.E.

PLAYFULNESS. ACCEPTATION. CURIOSITY. EMPATHY.

Dit bericht gaat over een therapie die gebaseerd is op de hechtingstheorie, ontwikkeld door Daniel Hughes. Hij was in april 2016 in Nederland om een training te geven. Cathy van Gorp en Nine van Stratum, beiden psycholoog en systeemtherapeut, interviewden hem. Een verslag van het interview stond in het tijdschrift Systeemtherapie, deel 3 in 2016 onder de titel: De zachte kracht van ‘pace’.

De therapie van Hughes heet ‘attachment focused family therapy’ (afft) of ook wel ‘dyadic, developmental psychotherapy’ (ddp) en ‘pace’ is er een belangrijk onderdeel van. In het Nederlands wordt ‘pace’ weleens vertaald met ‘sane’. We gaan speels, accepterend, nieuwsgierig en empathisch onze weg in deze therapie. Vooral in engelstalige landen worden therapeuten opgeleid in ddp maar in het najaar van 2016 ging Hughes ook therapeuten in Kenia en Tanzania opleiden. In het interview zei hij daarover:

Net als in Israël is het in deze omgevingen, waar gevaar zeer reëel is en alomtegenwoordig, een uitdaging om ouders te stimuleren om hun kinderen niet enkel als sterk gewapende individuen op te voeden, te eenzijdig gericht op autonomie, maar om hun ook het belang van een veilige en responsieve basis aan te leren.

Hughes richt zich in zijn boeken en DVD’s tot zowel ouders als therapeuten. Aan het eind van het interview vertelde hij dat zijn kleindochter zijn visie onlangs heel goed samenvatte in de vorm van een verzoek aan haar moeder die haar van school zou komen halen. Haar moeder had kort daarvoor een operatie ondergaan en ze vroeg: “Wil je me op tijd ophalen op school? Ik heb nog veel heftige gevoelens over jouw operatie en daar moet ik over nadenken en dat doe ik het beste thuis.”

Op een veilige manier met trauma aan de slag

Hughes werkt met mensen over de hele wereld die zeer onveilige situaties meegemaakt hebben. Van Gorp en Stratum beschrijven hem als een rustige man op leeftijd die zeer gedreven en doorleefd over zijn model en therapieën vertelt.

Zijn carrière begon met een zoektocht in de tijd dat hij werkte met misbruikte kinderen. Hij vertelt openhartig over zijn eerste ervaringen in de jaren ’80 van de vorige eeuw:

Het was erg moeilijk om de ouders van deze misbruikte kinderen te helpen, ze kwamen niet op de afspraak, of ze kwamen wel maar ontkenden de situatie. Zo kwam het dat ik me meer ging concentreren op de pleegouders aan wie de kinderen waren toegewezen. Mijn doel was toen om de pleegouders te leren om het kind beter te laten communiceren, waarbij ik ook oog had voor het verbeteren van de relatie. Ik merkte opnieuw dat ik daar niet veel succes mee oogstte. Daarenboven zag ik dat de kinderen afhaakten. Zij waren immers, vergeleken met niet-getraumatiseerde leeftijdgenoten, slecht in reflecteren en verbaliseren. In mijn pogingen te begrijpen waarom de behandelingen niet succesvol waren, kwam ik uit bij waardevolle literatuur en onderzoek omtrent hechting. Al heel snel werd duidelijk dat deze kinderen heel slecht in staat waren om een veilige hechtings-band met hun pleegouders op te bouwen. Ik zag dat de meeste kinderen die ik begeleidde in de categorie van gedesorganiseerde hechting onder te brengen waren.

De hechtingstheorie was al ontwikkeld toen Hughes begon als therapeut en de hechtings-stijlen waren bekend maar een hierop gebaseerde therapie was er eigenlijk niet. Hij begon interventies op te zetten en uit te proberen die voor zijn gevoel aansloten en werkt zijn ideeën nu nog steeds verder uit.

Een therapeut kan volgens hem niet stil, achteruit leunend en zogenaamd objectief op zijn/haar stoel blijven zitten. Vooral in zijn interactie met kinderen maar ook met adolescenten en volwassenen wil hij actief en enthousiast zijn. Hij probeerde de pleegouders van de kinderen hierin mee te krijgen en ook op die actieve manier contact te laten maken met hun getraumatiseerde kinderen.

Hughes vindt het concept van de ‘intersubjectiviteit’ eigenlijk belangrijker dan de gehechtheids-stijlen. We worden allemaal geboren met de mogelijkheid tot interactie. Hij vind het erg jammer dat er naar de therapeutische kracht van de speelse, vreugdevolle, actieve interactie nog maar weinig onderzoek is gedaan. Het onderzoek richt zich meer op modellen en te weinig op de relatie. Meer over de therapeutische relatie in het bericht de therapeutische alliantie.

Eerst connectie, dan correctie

Behandelmodellen zijn veelal gebaseerd op de sociale leertheorie maar Hughes richt zich vooral op het opbouwen van een veilige band tussen het kind en de opvoeders en baseert zich op de hechtingstheorie. Technieken die voortkomen uit de sociale leertheorie, zoals straffen en belonen werken alleen als er sprake is van een goede relatie.

Als je misbruikte kinderen helpt om zich veilig te voelen, help je hen om het trauma te overstijgen

De basisaanname van hechting is veiligheid. De fundamentele ondertoon van trauma is het ontbreken van veiligheid. Als je misbruikte kinderen helpt om zich veilig te voelen, help je hen om het trauma te overstijgen. Ouders kunnen geen veiligheid bieden als ze kritisch blijven, op afstand blijven, straffend blijven, zich niet kunnen verbinden, enz. Deze ouders zitten wellicht vast in hun eigen hechtings-geschiedenis.

In sommige gevallen stelt Hughes de gezinsgesprekken uit en wordt er exclusief gewerkt aan de band met de ouders. Een goede afstemming en verhouding met hen is noodzakelijk. Tegelijkertijd krijgt in dat geval het kind individuele therapie. Maar soms is één gesprek al voldoende om draagvlak te creëren en wordt het kind er meteen erbij betrokken.

Omdat de focus van de therapie gericht is op de afstemming en de relatie is deze therapie geschikt voor kinderen maar net zo goed voor adolescenten en volwassenen. Zodra iemand signaleert dat het niet veilig is wordt er vertraagd. Het belang van non-verbale signalen is groot. Hughes geeft in het interview een mooi voorbeeld van een sessie met een meisje waarin hij plotseling voelde dat hij het contact verloor. Hij vroeg haar op een zachte toon:

‘Ik denk dat je aan iets anders denkt op dit moment. Je hebt beslist om over iets leukers dan het onderwerp van zonet na te denken, lijkt me. Misschien herinner je je plots een droom of een plaats die jou een blij gevoel geeft. Zou je me willen vertellen waar je mee bezig bent nu? Misschien praatte ik net over iets dat je niet zo leuk vindt of waar je nu liever niet over praat Als je me liever even wil negeren is dat prima hoor.’

Hier demonstreert Hughes twee belangrijke peilers van zijn model: acceptatie en nieuwsgierigheid. De reactie van het meisje na deze woorden:

‘Ik ben in het land van de dinosauriërs, ik rijd op Diamant, mijn eenhoorn.’ Hughes vraagt haar: ‘Echt? Je rijdt gewoon rond?’ ‘Ja, en als een dinosauriër te dichtbij komt, dan prikt Diamant hem met zijn hoorn.’ ‘Dat is geweldig. Je bent heel veilig daar. Mag ik je daar komen bezoeken?.’ ‘Nee! Het is mijn speciale plek.’ ‘Als je straks terug wil komen op bezoek bij mij, wil je dan eventueel Diamant meebrengen? Zo kan Diamant mij ook prikken als ik te dicht bij jou kom.’ Het meisje lachte, vertelt Hughes. ‘Laat je me weten als je terug bent?’ Ze kijkt hem aan wat voor hem een teken is dat ze terug is. ‘Wil je me waarschuwen als Diamant me gaat prikken?’ ‘Nee!’, roept het meisje. ‘Verdorie’, lacht Hughes, ‘ik kan maar beter oppassen dan’!

Hiermee is aangetoond hoe belangrijk het is om een dissociatie te accepteren. Een van de peilers van zijn model: acceptatie. De dissociatie is een zinvolle, betekenisvolle reactie op gevaar en gebrek aan veiligheid. Het accepteren er van geeft veiligheid en maakt de dissociatie minder hard nodig. Vaak uit angst gaan ouders of minder ervaren therapeuten dissociaties uit de weg. Uit angst gaan ze contact vermijden of de dissociatie bestrijden.

Een belangrijk punt is dus dat de therapeut in verbinding moet zijn met zijn/haar eigen gevoelens en zicht hebben op zijn/haar eigen hechtins-geschiedenis. Als we dat contact kwijt raken gaan we rationaliseren. Een belangrijk citaat uit zijn meest recente boek is: ‘Eerst connectie, dan correctie’. Dit geldt voor zowel de opvoeding als voor de therapie.

Mentaliseren

Als therapeut mag je dus directief zijn en mag je niet teveel in de ontvankelijke rol zitten. Het is essentieel om het belang van de intersubjectiviteit te beseffen en in te zetten in de therapie. Je stuurt als therapeut het proces, je zorgt actief mee voor de beweging.

Het kunnen reflecteren is bij getraumatiseerde mensen zeer beperkt. Zij hebben vaak geen woorden voor hun innerlijke belevingen. Als je hen laat leiden, verzand je. Je zoekt dus samen met hen actief naar woorden en je geeft hen de ruimte om jou te corrigeren. Ook kinderen zullen je corrigeren: ‘Nee ik ben niet verdrietig maar misschien wel in de war’. Het proces van samen zoeken en aftasten maakt mensen sterk en verhoogt hun gevoel van veiligheid. Als een kind ‘nee’ kan zeggen getuigt dit van een basisgevoel van veiligheid.

Speelsheid

Speelsheid is een kernelement voor Hughes die als speltherapeut begon maar speelsheid behelst nu voor hem veel meer dan het spelen met materiaal. Het materiaal haalt hij nog zelden uit de kast. Om je te verbinden met kinderen heb je het echt niet nodig. Onder speelsheid verstaat hij de afwisseling van enthousiasme, lichtheid, hoopvol zijn, gek doen, plagen, opgewonden zijn, enz. Hij is blij dat er veel interesse is voor het enthousiast, veilig en geëngageerd werken met zwaar getraumatiseerde kinderen.

Meer over hechtings-therapie op dit web-log: Mentaliseren en hechting, Hechting tussen client en therapeut, Hoe gehecht bent u?

Meer over trauma therapie op dit web-log: Schrijftherapie bij trauma, Schrijftherapie bij trauma deel 2, Het onderliggende trauma wordt niet behandeld.

 

3 reacties

Opgeslagen onder Opvoedkunde, Psychotherapie - Trauma, Systeemtherapie

Een ode aan de psychotherapie van Griet Op de Beeck

De maakbaarheid van de mens

“Er is een heleboel in de wereld niet in orde maar uw leven is van u, u kunt het zelf bepalen,” roept de Vlaamse schrijfster Griet op de Beeck uit aan het eind van het TV programma Zomergasten van de VPRO. Ze heeft dit aan de hand van allerlei fragmenten uit films en documentaires geprobeerd duidelijk te maken. Namelijk dat het belangrijk is om niet stilletjes in een donker hoekje te gaan zitten afwachten en hopen dat het goed komt met je leven. Ze heeft betoogd dat het leven van de mens maakbaar is.

Maar het leek alsof het niet tot de interviewer Thomas Erdbrink wilde doordringen. Hij leek maar te blijven geloven dat Op de Beeck iets tegen hoop had. Daar had ze niets op tegen maar haar betoog was dat je ook actief aan de slag moet en dat hoop alleen niet genoeg is. Geduldig legt ze het aan het eind nog één keer uit: “Wat ik zeg is ongelooflijk hoopvol maar het is niet passief.” En ze weet ook dat er grenzen zijn aan wat je kunt bereiken met de activiteit die therapie heet: “Je blijft vechten tot aan het eind. Af komt het niet.”

Met haar betoog zit ze niet op dezelfde lijn als Hedy d’Ancona die een uitzending vòòr haar de Zomergast was. Voor d’Ancona is ‘het persoonlijke’ politiek en andersom. Als jij je niet met politiek bemoeit, bemoeit de politiek zich wel met jou. Op de Beeck maakt een ander punt. Veel mensen zijn passiever dan nodig in het maken van hun eigen leven. Haar betoog ligt meer op het gebied van ‘het persoonlijke’.

Griet bleef gedurende het hele interview stralen. Of Erdbrink haar nu wel of niet begreep of naar de bekende weg vroeg of een impertinente vraag stelde zoals de vraag naar haar huwelijkse staat. Misschien verdiende ze met dat stralen wel de handkus van Erdbrink die hij haar aan het eind van de avond gaf…

Het stralende van Op de Beeck komt wellicht door haar dankbaarheid en blijdschap over dat ze van haar oude angsten en anorexia verlost is maar ze laat met het stralen misschien ook een restje zien van de emotionele verwaarlozing uit haar kindertijd. Net zoals geadopteerde kinderen je altijd stralend kunnen blijven aankijken uit angst om ooit opnieuw verlaten te worden.

Ook bleef ze snel en veel praten. De ene volzin na de andere. Ze is een echte taalvirtuoos. Enkele van haar zinnen begon ik te noteren.

Gezien worden

Griet had zelf ouders die haar weliswaar niet verlieten maar ouders die geen oog voor haar hadden. Ze beschrijft haar jeugd als die van een ‘grondeloze eenzaamheid’. Hunkerde ze naar waardering? Nee, ze hunkerde naar gezien worden. En gezien worden betekent dat je ook voorbij jezelf kunt gaan kijken.

Hier legt ze de vinger op het ontstaan van het narcisme dat we allemaal in meer of mindere mate in ons dragen. Ouders die geen oog hebben voor hun kinderen geven het narcisme door; ofwel het ‘niet voorbij jezelf kunnen kijken’. Kinderen die later in therapie gaan kunnen volgens haar genezen. Welke diagnose ze dan ook kregen. Daar is zij zelf een voorbeeld van. Haar eigen ouders waren niet geschikt voor de rol van het ouderschap denkt ze. Daar kwam dan nog bij dat ze hun kinderen tegen elkaar uit speelden.

Niet alleen therapie maar ook de kunst hielp haar: “Kunst dwingt je om stil te vallen.” Als jongedame las ze alles van de grote Vlaamse schrijver Hugo Claus ook al kon ze het niet allemaal begrijpen, ze vond dat het heel erg aan haar besteed was.

Zij had zelf veel moed nodig om schrijfster te worden: “Je moet in evenwicht kunnen blijven als kunstenaar ook als je commentaar krijgt op wat je maakt.” Haar boeken zijn inmiddels bestsellers. 70% van haar lezers komen uit Nederland, 30% komt uit België en de reden daarvan is dat ze van directheid houdt en dat waarderen Nederlanders meer.

Uit een van de eerste fragmenten die we te zien krijgen in deze aflevering van Zomergasten blijkt volgens haar hoe sterk kinderen zijn. Te sterk, denkt ze. Kinderen zullen niet gauw zeggen: “Ik heb een slechte papa of mama”. Integendeel ze gaan proberen te compenseren voor wat er fout gaat in het gezin.

In het fragment zien we hoe wij met zijn allen dat ‘te sterk zijn’ van kinderen aanmoedigen. We zien een jongetje dat een vreselijk ongeluk heeft gehad terwijl hij aan het spelen was. Hij had er brandwonden over zijn hele lichaam aan over gehouden. Hij is aan het revalideren terwijl hij geïnterviewd wordt. Wij vinden dat jongetje allemaal geweldig omdat hij er spijt van heeft dat hij ondeugend is geweest. Hij wil het goed maken door later ambulancebroeder te worden. Dit vinden we mooi. We moedigen dit ‘te sterk zijn’ aan in kinderen. We vinden het mooi dat hij ‘sorry’ zegt terwijl hij in feite onschuldig is.

Op de Beeck vindt dat we kinderen een stem moeten geven: “Kinderen weten alles. Ze kunnen het alleen niet zeggen.” Daar moeten we hen bij helpen i.p.v. dat ‘sterk zijn’ aan te moedigen.

Een volgend fragment is uit een documentaire over zelfmoordenaars die van de Golden Gate Bridge afspringen. Een man die dit overleefde beschrijft hoe hij over de brug liep op zoek naar een goede plek om te springen zonder de brug eerst te raken. Hij begon te huilen. Een voorbijgangster vroeg hem of hij een foto van haar wilde maken. Dat deed hij. De voorbijgangster zag zijn tranen niet. Die was alleen met zichzelf bezig. Hij dacht: Dit is waarom ik spring. Ik loop huilend over een brug en niemand die het ziet.

Op de Beeck die zelf ook zelfmoord heeft willen plegen maakt een onderscheid tussen ‘dood willen’ en ‘willen dat het ophoudt’. Zij wilde dat haar angst ophield, haar angst dat het nooit in orde zou komen met haar leven en met het gevoel afgewezen te zijn. Zij stond zelf ook eens ooit op een brug en het waren voorbijrijdende en met hun licht seinende vrachtwagen chauffeurs die haar tegenhielden. Die gaven haar een gevoel van verbinding, het idee dat het iemand iets kon schelen.

Bevrijding

Griet heeft zichzelf uit allerlei soorten drek getrokken. Je hebt een fantastische ‘shrink’ nodig die je helpt om een goede ‘spot’ te zetten op de oorzaak. Maar dan lukt het. Iedereen moet in therapie. We zijn allemaal meesters in het wegkijken terwijl de beloning als je wèl kijkt zo immens groot is. Het is heftig om te doen maar we hebben maar één leven. Een goede vraag van Erdbrink: “Hoe voelt die bevrijding?” Griet: “Je voelt de bevrijding zelf niet maar je voelt de gevolgen van de bevrijding.” In haar geval was het gevolg dat ze haar eerste boek schreef dat haar alle mogelijke vormen van diep plezier gaf.

We zien vervolgens een fragment uit de documentaire: ‘Gardenia. Before the last curtain falls.’ Het gaat over het bevrijdingsproces van travestieten. Maar het gaat over meer dan dat. Op een toneel staan mannen in pakken die langzaam transformeren in vrouwen op de meeslepende muziek van Ravel’s Bolero. De opvoering op het toneel wordt afgewisseld met verhalen uit de levens van de mannen buiten het theater.

Griet ziet veel relaties die niet kloppen. Mensen kunnen wel zeggen dat ze best gelukkig zijn maar als er geen echte wederkerigheid en verbinding in de relatie is, klopt het niet. Haar eigen ouders waren geen feestje samen. Ze denkt dat haar vader al vroeg opgehouden was met leven. Hij kon nog wel charmeren maar hij had geen echte vrienden. Hij hield mensen op afstand. Hij zweeg behalve als hij dronken was. Ze is blijven zitten met veel vragen over haar vader. Griet heeft geprobeerd om haar ouders gelukkig te maken. Erdbrink vroeg of het haar lukte. Terecht merkt ze op dat dit een onmogelijke opdracht was.

Kinderen zullen blijven verlangen naar onvoorwaardelijke liefde. Alleen ouders kunnen dat aan hun kinderen geven en niet andersom. Dat werkt niet. Zij wil zelf absoluut geen relatie hebben zoals die van haar ouders met hun complete gebrek aan empathie voor elkaar. Daarbij helpt het bij het liefhebben van je partner als je jezelf kent, als je inzicht hebt in je eigen blinde vlekken.

Ze laat een fragment zien uit een documentaire waaruit blijkt hoe gemakkelijk het is om kinderen racisme aan te leren en een waaruit blijkt hoe psychologisch onveilig het is om gevluchte gezinnen met kinderen terug te sturen naar het land van herkomst. De veiligheid waarmee deze kinderen hier zijn opgegroeid wordt hen ontnomen wat een enorme ontreddering tot gevolg heeft. Voor de beschadiging van deze kinderen is dit beleid verantwoordelijk. Erdbrink vraagt: Waarom doen we dit? Griet: “We zijn alleen met onszelf bezig!”

Hard leven

Met de schrijver Jonathan Franzen vindt Griet dat je boeken moet schrijven terwijl het schaamrood je op de kaken staat. Erdbrink vraag waar zij zich voor schaamt. Griet is verbaast dat hij dit vraagt na alles wat ze tot nu toe uit de doeken deed maar ze legt het nog wat duidelijker uit: “Schaamte voor alles, voor het niet waard zijn, voor het niet verdienen van alles wat mooi en goed is.” Franzen betoogt dat Kafka over zijn strijd met zijn familie schreef ook al had hij het over insecten. Het blijft kunst ook al zitten er autobiografische elementen in. Een roman moet een persoonlijke strijd zijn, een schrijver moet een persoonlijk risico nemen. Volgens Griet moet er bij elk boek een nieuwe hindernis genomen worden. Bij haar eerste boek was dit de hindernis van het zichzelf te durven te laten zien: “Hé ik ben er ook nog!” Dat was het eerste risico dat ze nam. Als dramaturg was ze dienstbaar maar als schrijfster toont zij zich.

Hard leven betekent dat je strijd voert tegen de banaliteit. Het betekent dat je diep graaft, verder kijkt, veel voelt, intensiteit opzoekt, durft stil te staan en nog dieper durft te denken. Zelfs van grote trauma’s kun je herstellen. Ook al zal de verpletterende leegte je soms blijven overvallen. Die leegte moet je vullen: “Uw grootste noden zijn uw grootste troeven.”

Een plaats bij uitstek waar mensen niet gezien worden is wel de gevangenis. Als dramaturg heeft Op de Beeck toneel gemaakt met gedetineerden. “Wij gaan zo slecht met hen om terwijl van alle kanten is aangetoond dat opsluiten alleen maar schadelijk is. Er is veel te weinig aanbod van therapie in de gevangenis. Dit is een groot gebrek van onze beschaving. Gedetineerden die elke week een therapeut op bezoek krijgen gaan vooruit. Ook voor deze mensen geldt de maakbaarheid. Wij lijken meer op elkaar dan dat we van elkaar verschillen.”

Ze gelooft in de maakbaarheid van de mens maar de mens moet er wel iets voor doen. Dat moge duidelijk zijn. Hoe gevaarlijk een passieve vorm van hoop is wordt volgens haar mooi duidelijk in de rol van Sonja en het toneelstuk Oom Wanja van Tsjechov hoewel ook de andere personages zichzelf dwars zitten. Sonja is verliefd op de dokter in het stuk maar de dokter ziet haar niet staan. Als een ander personage haar aanbiedt om deze toestand te helpen doorbreken zegt Sonja: “Doe mij maar onzekerheid want dan is er tenminste nog hoop”. Het is een gevaarlijke zin omdat Sonja op deze manier blijft ronddraaien in dezelfde cirkel.

Anorexia gaat niet over eten

Volgens Op de Beeck heeft een eetstoornis vooral te maken met een destructief denksysteem. Het gaat over perfectionisme, over schaamte en jezelf willen straffen. Het perfectionisme waardoor je altijd faalt en blijft denken dat je niet mooi bent, niet goed, niets waard. Ze spreekt uit ervaring. Op een goed moment woog ze nog maar 35 kilo en voelde ze liggend in de zon ineens dat haar lijf op was en besloot ze om een etentje te geven. Ze kan nog steeds in gevecht zijn tegen het basismechanisme dat aan de stoornis ten grondslag ligt maar ze is vastbesloten om dat gevecht te winnen. Na een fragment uit de film: ‘Le tout nouveau testament’, legt ze uit dat zij haar trauma helemaal wil aankijken en dat ze de emotie die dat teweegbrengt wil laten bestaan. Het gaat er volgens haar om dat je het verval durft te zien, dat je het leed durft te laten bestaan.

Als dit geen ode is aan de psychotherapie dan weet ik het niet. Veel dank Griet voor je boeken en voor dit interview.

8 reacties

Opgeslagen onder Psychiatrie, Psychologie, proza en poëzie, Psychotherapie

Het onderliggende trauma wordt niet behandeld

In de Groene Amsterdammer stond een artikel: De trauma-paradox. De paradox is dat mensen met de grootste problemen het minst geholpen worden. Er worden namelijk wèl behandelingen uitgevoerd voor allerlei stoornissen maar het onderliggende trauma wordt niet behandeld. Hier mijn samenvatting van het artikel.

Je moet er maar mee leren leven

De juiste diagnose wordt vaak niet gesteld omdat behandelaar en cliënt blijven steken bij een stoornis zoals een depressie of een eetprobleem. Dit werkt re-traumatiserend en versterkt het lijden van de cliënt. Ook zeggen hulpverleners tegen cliënten dat ze maar met het trauma moeten leren leven. Maar dat kunnen ze niet.

Veel mensen met vroegkinderlijke chronische traumatisering wordt de toegang tot de geestelijke gezondheidszorg geweigerd en tal van therapeuten met een particuliere praktijk voelen zich voor deze behandelingen onvoldoende toegerust.

Dit beweert Onno van der Hart, trauma-expert en emeritus hoogleraar aan de Universiteit Utrecht.

Het is deze alinea die mij motiveert om iets nieuws te gaan schrijven over mijn ervaring met trauma therapieën. Ook al werk ik in een eigen praktijk, ik voel mij wel degelijk toegerust. Het zijn zelfs mijn ‘favoriete’ therapieën. Waar de hoogleraar de opmerking over particuliere praktijken vandaan haalt wordt verder niet toegelicht. Een eerder bericht over trauma-behandeling op dit weblog is: Schrijftherapie bij trauma.

Als hulpverleners zich onvoldoende toegerust voelen dan zou dat weleens kunnen komen omdat zij binnen de instellingen door hun leidinggevenden onvoldoende ondersteund worden. Instellingen werken namelijk meestal vanuit de DSM, wat een armetierige basis is voor behandeling van trauma. Hierover uitte de Vlaamse psychotherapeut Paul Verhaeghe terecht zijn zorgen op het congres van de NVRG in 2015. We beseffen volgens hem te weinig hoe sociaal normerend de DSM is. Het woordje ‘te’ komt er het vaakst in voor. Mensen krijgen een label omdat ze ‘te’ veel dit of ‘te’ weinig dat doen. Maar voor dat ‘te’ is er geen andere maatstaf dan een sociale norm. O.a de norm van hun hulpverleners. Hulpverleners worden gedwongen om op deze manier te diagnosticeren en zijn daarmee automatisch gericht op sociale aanpassing.

Verder met het artikel uit de Groene Amsterdammer

Volgens een ervaringsdeskundige …

…. vinden ze in de ggz trauma gevallen meestal te zwaar. Er wordt in de regel niet aan de traumatische ervaringen gewerkt. Alles is gericht op stabilisatie. In de praktijk komt dat neer op medicijnen en coping-strategieën. Dan krijg je bijvoorbeeld een training emotieregulatie. Maar dat helpt niks. Mensen blijven zichzelf bijvoorbeeld snijden, want de traumatisering zelf wordt niet opgelost. Er zijn tegenwoordig zoveel technieken voor traumabehandeling, maar ze durven het niet aan. Bovendien moet alles kort en snel. Terwijl voor deze mensen het nemen van de tijd juist cruciaal is.’

Fatalisme bij hulpverleners

Vroegkinderlijk, herhaaldelijk en langdurig fysiek geweld leidt tot complexe trauma’s en laat enorme sporen na. Vaak is er sprake van depressies, psychoses, verslavingen, zelfbeschadiging. Maar ook zijn er veel al dan niet onbegrepen lichamelijke klachten. Bovendien is het vaak niet mogelijk om in een werkomgeving te functioneren.

Opeenstapeling van problematiek op veel gebieden tegelijk leidt tot een terughoudende opstelling in de ggz soms zelfs tot een soort fatalisme. Het adagium werd: ‘als je deze mensen gaat behandelen, worden ze alleen maar slechter.’ Maar er zijn nieuwe inzichten en er zijn hulpverleners die met zweet op hun rug beginnen aan trauma-behandelingen. Dat is heel spannend zegt een bestuurder van GGNet, een ggz-instelling de Achterhoek die zich op het screenen op trauma van al hun cliënten heeft gestort. Als hulpverleners merken dat het wél gaat en dat ze successen boeken, dan maken ze een omslag. Inmiddels blijkt uit onderzoek dat zelfs psychotische mensen met ptss behandeld kunnen en moeten worden.

Ook van de groep slachtoffers van seksueel geweld wordt te snel aangenomen dat zij een traumagerichte behandeling niet aankunnen.

De ggz is te aanbodgericht

Wilma Boevink, onderzoeker bij het Trimbos Instituut en ervaringsdeskundige, vertelt aan de telefoon: ‘Ik ben nu 52. Op mijn zeventiende belandde ik in de ggz. Eerst ambulant, daarna jarenlang via verschillende opnames. Ik ben mijn hele leven al bezig. En dat is niet omdat ik het zo leuk vind.’ De ggz is te aanbodgericht, volgens haar. ‘Uw ziekte bestaat niet omdat wij het aanbod hier niet hebben. Dat idee.’ Sinds 2000 houdt Boevink zich bezig met de zogenaamde herstelbeweging. ‘We begonnen met herstelwerkgroepen, waar mensen leerden te vertellen wat ze hadden meegemaakt. Daar kwam een enorme stoot van geweldsverhalen los. Naar die verhalen was nog nooit gevraagd. Mij was ook nooit gevraagd naar mijn verleden tijdens al die opnames. De vraag ‘wat is er met je gebeurd?’ was simpelweg nooit gesteld. In de psychiatrie is er een aanname dat iemand een ziekte heeft die je kunt opsnorren. Je praat dan dus niet met een persoon maar met een stoornis.’

Meer over de herstelbeweging op dit weblog: Herstel is een uniek proces.

Er zijn dappere hulpverleners nodig

In de kinderjaren mishandelde kinderen zijn de hoogste gebruikers van de gezondheidszorg als ze volwassen zijn. De zorgconsumptie is driemaal zo hoog vergeleken bij degenen die zijn opgegroeid in een veilige omgeving.

Hulp bieden aan traumaslachtoffers is niet alleen een morele verplichting, maar ook een praktische. Er valt immers zoveel te winnen: gezondheidswinst voor slachtoffers natuurlijk. Maar ook: verhoging van arbeidsparticipatie, verlaging van zorgkosten, het doorbreken van patronen die van generatie op generatie worden doorgegeven.

Slachtoffers van kindermishandeling zijn als bange kinderen. ‘Die hebben dappere hulpverleners nodig’ zegt een pleegvader.

Er is werk aan de winkel. Maar werken vanuit een stoornis helpt dus niet. Het levensverhaal en de verdere context van de cliënt moeten het uitgangspunt zijn.

Een bericht over mijn eigen schrijftherapieën bij trauma volgt nog.

2 reacties

Opgeslagen onder Psychotherapie - Trauma

Verschil tussen therapie en opvoeden

Vanzelfsprekend! Natuurlijk is er een verschil. Net zoals er een verschil is tussen hoe een therapeut omgaat met zijn vrienden of familieleden en hoe h/zij omgaat met zijn/haar cliënten.

Ontwikkelingspsycholoog Gerrit Breeuwsma vind echter dat Ingeborg Bosch (ook psycholoog) in haar boek: ‘De onschuldige gevangene’, te weinig onderscheid maakt tussen therapie en opvoeden.

Dit is te lezen in zijn artikel in Ouders Online: Het sadistisch universum van Ingeborg Bosch. Gepubliceerd in 2009. Breeuwsma vind dat Bosch ouders teveel aanspoort om therapeutje te spelen met hun eigen kinderen.


Bosch werkt als psychotherapeut met een methode die zij ‘Past Reality Integration’ (PRI) noemt. Een methode die zij mijns inziens goed uit de doeken doet in haar boek: ‘Herontdekking van het ware zelf’. Ik heb op dit weblog een samenvatting van dit boek gepubliceerd: Wie ben ik nou echt?

De verdienste van Breeuwsma is m.i. vooral dat hij de methode van Bosch plaatst binnen de ‘early formation’ theorie en de psychoanalyse. Bosch doet namelijk een beetje teveel alsof zij zelf het wiel uitgevonden heeft.

Ik denk dat ik de zorg van Breeuwsma over het ‘therapeutje spelen’ begrijp maar voor mij blijft de therapie zoals Bosch die beschrijft, als therapie voor volwassenen absoluut bruikbaar en ik boek er resultaat mee. En dat allemaal zonder expliciete psychoanalytische scholing of speciale PRI cursus.


Volgens Bosch zijn kinderen – machteloos en onschuldig – overgeleverd aan de grillen van hun ouders en zijn kinderen de gevangenen van hun ouders. Een gelukkige jeugd is een illusie volgens Bosch, wat een beetje een negatief idee is.

Dat kinderen van zeer jongs af aan gevoelig zijn voor allerlei indrukken die traumatisch kunnen zijn, betekent nog niet dat kinderen niet òòk weerbaar zijn, merkt Breeuwsma terecht op.

Een tekort aan aandacht kan schadelijk zijn voor het kind, maar een teveel aan bemoeienis met het kind is niet op voorhand beter en ook niet nodig.

Jerome Kagan schreef al eens dat de meeste kinderen wel tegen een stootje kunnen en een ‘milde verwaarlozing’ prima weten te overleven. Bruno Bettelheim meende dat het voldoende was als ouders ‘niet volmaakt, maar goed genoeg’ waren.

Gelukkig hoeft dus niet iedereen die in zijn kindertijd nare dingen heeft meegemaakt in therapie en van mij hoeft ook niet iedereen iets te veranderen aan zijn oude afweermechanismen. Misschien zorgen ouders die ‘goed genoeg’ zijn wel voor een kindertijd die ‘gelukkig genoeg’ is.

De illusie dat ik helemaal vrij zou kunnen zijn van oude afweer heb ik persoonlijk niet hoewel ik er wel graag zo vrij mogelijk van zou willen zijn. Dus ‘werk’ ik nog steeds aan mijzelf. Dat vind ik leuk, ik zie het als een luxe en een weg naar bevrijding.

Behoefte aan therapie komt regelmatig voort uit het hebben van te veel last van oude afweermechanismen in het heden en van teveel last hebben van de ongelukkige kindertijd. In die gevallen blijft voor mij de therapie zoals Bosch die beschrijft goed bruikbaar naast mogelijk elke andere therapie die gebaseerd is op de ‘early formation’ theorie.

Breeuwsma lijkt überhaupt niet veel op te hebben met de ‘early formation’ theorie. Hij vraagt zich af of het mogelijk is om herinneringen uit de kindertijd weer te activeren op zo’n manier dat we zicht krijgen op de inhoud en de betekenis ervan. En of dit wenselijk is. Hij haalt onderzoek en literatuur naar voren waaruit blijkt dat ons vermogen tot zelfbewustzijn en zelfkennis beperkt is en waarin beweert wordt dat mensen in essentie vreemden zijn voor zich zelf.


Het voorbeeld waarmee Breeuwsma in zijn artikel aantoont dat Bosch in ‘De onschuldige gevangene’ ouders teveel aanspoort om therapie met hun kinderen te doen vind ik niet heel sterk. Het gaat over een jongetje dat niet uit logeren durft.

Vertel hem dan, aldus Bosch, dat hij als baby na de geboorte bij jou (zijn moeder) is weggehaald, omdat jij rust nodig had en dat hij toen de hele nacht gehuild heeft: “Ik vond het zo erg, maar het was te laat, ik kon er niets meer aan doen”  (p.249). Later kun je hem ook helpen terug te gaan naar zijn oude pijn.

Zoek dan een rustige plek op, bij voorkeur een slaapkamer waar je kind zich veilig voelt, laat hem liggen op bed, met zijn ogen dicht, en help hem zich voor te stellen dat hij bij Jan logeert. Laat hem zich de hele situatie zo concreet mogelijk voorstellen en vraag wat het ergste is in die situatie, waar hij het meest bang voor is. Laat hem zich vervolgens voorstellen dat waar hij het meest bang voor is ook echt zou gebeuren en hoe dat zou zijn. (p.254)

Wie Jan is weet ik niet omdat ik ‘De onschuldige gevangene’ zelf niet gelezen heb maar ik ga er vanuit dat het een vriendje o.i.d. is. De vraag naar waar het jongetje het meest bang voor is vind ik gewoon een nieuwsgierige vraag van een betrokken ouder. Dat je als ouder vervolgens vraagt naar hoe het zou zijn als datgene waar het jongetje bang voor is ook echt zou gebeuren, vind ik een wat vertrouwelijke vraag maar als de relatie goed is en de ouder denkt de reactie van het kind aan te kunnen en denkt dat het kind het aankan lijkt het mij niet verkeerd. Vertrouwelijkheid tussen ouders en kinderen hoeft op zijn tijd niet verkeerd te zijn en een persoonlijke vraag hoeft ook niet direct therapie te zijn. Belangrijkst vind ik het dat er geen macht in het spel is.

Misschien is het wat gekunsteld om het kind te vragen om zijn ogen te sluiten terwijl het zich probeert voor te stellen wat het precies zo eng vind. Dat zou ik persoonlijk niet letterlijk overnemen. Misschien doet het kind trouwens uit zichzelf zijn ogen dicht omdat het zich concentreert maar ik denk vooral dat het eigen woordgebruik, de eigen taal van de ouder belangrijk is in zo’n interactie. Anders is de interactie al meteen onveilig.

Uit het voorbeeld blijkt dat therapie en opvoeding raakvlakken hebben. Het woord therapie komt van therapeia, een oud-Grieks woord. Het betekent behandeling, geneeswijze. Ook wel: Het geven van zorg en aandacht aan een ander door te pogen naast of met die ander te staan. Ik kan mij best voorstellen dat de interactie zoals Bosch die voorstelt in dit geval zo’n poging is en dat die troostend of geruststellend kan zijn voor het kind en dat het kind er iets van leert mits de ouder zichzelf kan blijven.

Meer over het belang van taal in therapie vind u hier: Therapie is taal en Therapie is taal; het is samen een rijker verhaal maken.


Breeuwsma heeft niets met Bosch’ idee dat een gelukkige kindertijd niet bestaat:

Ga er maar vanuit dat het nooit goed is, lijkt haar motto. Ze haalt dan ook gevallen aan in haar boek, zoals een 40-jarige man, die begint met: “Ik dacht altijd dat ik wel een fijne jeugd had gehad”, waarna Bosch hem uit de droom helpt.

En hij heeft ook niets met haar onbescheiden houding. Ze prijst haar therapie aan als fundamenteel vernieuwend waarin een brug geslagen wordt tussen oosterse en westerse concepten en die een fundamentele andere kijk op emotionele problematiek voorstaat.

Ze heeft ook een toekomstdroom, die allesbehalve bescheiden is. Citaat uit ‘De onschuldige gevangene’:

Mijn uiteindelijke hoop is dat de volgende scène op een dag heel normaal zal zijn. Twee jonge stellen zitten in de kroeg. Vraagt het ene stel aan het andere: ‘Denken jullie al over kinderen?’ Waarop het andere stel antwoordt: ‘Nou dat is ook toevallig dat jullie daarover beginnen! Wij […] hebben net de knoop doorgehakt dat we echt een kind willen en hebben dus de eerste stap gezet.’ ‘Je bedoelt dat je met de pil gestopt bent?’ ‘Nee joh, we zijn allebei begonnen serieus te kijken naar de bagage die we uit onze eigen jeugd bij ons dragen. Die willen we niet doorgeven!’ ‘O ja, natuurlijk’ (p.399).

Breeuwsma maakt bezwaar tegen de commerciële aanpak van Bosch. Ze heeft niet alleen een therapie ontwikkeld, maar ook een product.

Ze doet er alles aan om haar werk aan de man te brengen, via haar therapieën, cursussen en boeken, maar ook door middel van de opleiding van PRI-therapeuten. Een opleiding psychologie is daarvoor niet een vereiste, maar op haar website staat onder de opleidingseisen wel vermeld dat zij de voorkeur geeft aan BIG-geregistreerde psychologen en psychotherapeuten.

Hier ben ik het van harte met hem eens want ik ben mordicus tegen de marktwerking en producten in de zorg. Toch wil ik Breeuwsma, die universitair docent is aan de Universiteit van Groningen, zeggen: Probeer eens te overleven als uitvoerend psycholoog in een op marktwerking gebaseerde GGZ. Bosch is met haar boeken, onbescheidenheid enz. misschien wel een product van dat systeem.

1 reactie

Opgeslagen onder Opvoedkunde, Psychologie, Psychotherapie

De kracht van het vertellen van verhalen

annejet

Iedere therapeut die narratieve (verhalende) technieken gebruikt zal genoten hebben van het televisieprogramma Zomergasten met schrijfster Annejet van der Zijl. Een meesterverteller was uitgebreid aan het woord over haar leven en haar werk. Ze schreef o.a. de biografieën van Annie M.G. Schmidt en Prins Bernard en het gereconstrueerde verhaal Sonny Boy.

Vooral toen ze zei dat mensen ‘heel veel waarheid’ kunnen verdragen als het maar in de context wordt gezet raakte mij dit als psycholoog. Zo is het echt! Ik ervaar in elke therapie dat het scheppen van een kloppend verhaal helpend is. De vaak verzwegen of onderdrukte waarheid valt op zijn plek. Daarom vind ik mijn werk misschien net zo mooi als Van der Zijl het hare.

Net zoals het schrijven van een goed verhaal kan therapie ook niet zonder context. En daarom moet er een eind komen aan het stigmatiseren en medicaliseren van mensen die het moeilijk hebben. Dat helpt mensen niet. Het is armoe. Mijn vorige bericht ging hier over.

Narratieve therapie wil van ‘arme’ verhalen, ‘rijke’ verhalen maken; wil van ‘dunne’ verhalen, ‘dikke’ verhalen maken; wil bewegen van verhalen waarin het probleem overheerst naar verhalen waarin ook voorkeuren, verlangens en dromen staan. Die verhalen geven veerkracht. Hoe erg de gebeurtenissen in het verhaal ook zijn, de cliënt maakt er in dialoog met de therapeut een verhaal over waar hij of zij mee verder kan.

Een kloppend verhaal geeft rust zegt Van der Zijl. En het moeten volgens haar niet zozeer karakterbeschrijvingen zijn die verteld worden maar gebeurtenissen uit iemands leven. De gebeurtenissen scheppen de context. Het ligt er maar net aan waar en wanneer je geboren bent, wat voor verhaal het wordt. Een spannend voorbeeld van een beschrijving van gebeurtenissen was te zien in het fragment uit de documentaire Bravehearts van Kari Anne Moe. De Noorse studente Johanne doet daarin verslag van de traumatische gebeurtenissen die haar overkwamen in 2012 op het eiland Utøya. Hieronder de trailer van de documentaire.

Hier een link naar een bericht over schrijftherapie bij trauma.


“Schrijven is verleiden,” volgens Van der Zijl. Voor het publiceren van haar biografie over Annie M. G. Schmidt bijvoorbeeld was het voor haar belangrijk dat de zoon van Schmidt het manuscript goedkeurde. Het was belangrijk dat zij de zoon kon verleiden met haar verhaal over bijvoorbeeld het overlijden van zijn moeder. Schmidt had uit eigen wil een einde aan haar leven gemaakt. Het was niet zo gemakkelijk om deze waarheid naar buiten te brengen. ‘De schrijfster van Jip en Janneke maakte een eind aan haar leven’, zou een niet te verdragen verhaal geweest zijn en het zou ook een niet kloppend verhaal geweest zijn. Door de context van het leven van Annie M.G. die door de hele biografie heen wordt neergezet als een vrouw die op vele momenten haar leven in eigen hand nam, kon de waarheid van haar zelfgekozen dood verteld en verdragen worden.

Voordat Van der Zijl begint met het schrijven van een verhaal moet ze nieuwsgierig zijn en moet ze iets niet snappen. Dan gaat ze op zoek en begint ze te begrijpen en schrijft ze het boek. Ze kan er goed tegen als ze iets niet direct snapt.


Na haar kindertijd in het provinciale Leeuwarden van de jaren ’70 voelt ze zich aangetrokken tot grote, dramatische verhalen.  Ze studeert geschiedenis en werkt een tijd als journalist. Op haar 40e kwam ze erachter dat ze het liefst schrijft over avontuurlijke levens uit andere werelden om daar thema’s in te ontdekken waardoor je die levens steeds beter gaat begrijpen.

Een thema uit haar eigen leven waar ze zelf lange tijd geen verhaal van kon maken is dat van de ‘halve tweeling’.  Een halve tweeling noem je iemand die zijn of haar tweelingbroertje of -zusje verloren is. Haar moeder vertelde haar toen ze 7 was dat ze een tweelingbroertje had gehad die was overleden vlak na zijn geboorte. Het heeft heel lang geduurd voordat Van der Zijl woorden kon geven aan dit verhaal. Haar vader was zelf ook een halve tweeling en dit was voor hem een te pijnlijk onderwerp. Er kon bij haar thuis dus niet over gesproken worden. Annejet respecteerde dat. Haar vader is inmiddels overleden.

We zagen een fragment uit de documentaire van Anna van der Wee over halve tweelingen; Lone Twins. Hieronder de trailer van de documentaire.

De tweelingrelatie is natuurlijk een heel bijzondere omdat die al in de baarmoeder begint. In het fragment is te zien hoe een arts/fotograaf de gelegenheid kreeg om een kunstzinnige zwart-wit foto te maken van een tweeling vlak na de geboorte. Bij het geboren worden moet een tweeling na 9 maanden samen in de baarmoeder natuurlijk voor even gescheiden worden en nog wel gedurende een zeer heftige gebeurtenis. De foto laat heel mooi en duidelijk zien hoe meteen alles goed is als de tweelingbaby’s weer samen zijn. Tweelingen delen één ziel volgens een Afrikaanse stam.

Van der Zijl over haar eigen ‘halve tweeling’ beleving: “Je kunt moeilijk verdriet hebben over de dood van iemand die je niet kent… het is heel moeilijk om in woorden te vatten. Al die halve tweelingen denken: Wat ben ik nou? Ik ben geen ‘singleton’ maar ook geen ‘twin’. Ik ben een ‘twinless twin’.” Ze is de documentairemaakster Van der Wee erg dankbaar want de documentaire hielp haar om woorden te vinden voor haar eigen ervaringen. Ze zet zich in voor twee want haar broertje kreeg de kans niet… En bij het schrijven van haar boeken leeft ze twee levens; “misschien is één leven een beetje saai…”

Haar laatste fragment was niet saai. Ze koos het om met hoop te eindigen.

Het is een filmclip bij een lied maar het is eigenlijk een minidocumentaire over een zwarte ruiterclub in Philadelphia. We zien jongens die opgroeien in zo’n hopeloze zwarte wijk zoals je die in Amerika hebt – denk ook aan Ferguson. De club bestaat al zo’n 80 jaar, de paarden zijn bij het slachthuis vandaan gehaald en de clubleden zijn voor de paarden gaan zorgen en er wedstrijden mee gaan organiseren. Al die jaren is deze club er geweest voor deze jongeren om even aan de uitzichtloosheid te kunnen ontsnappen. Het zijn ervaringen van trots en plezier die niemand deze kinderen meer kan afnemen. Dit is te zien:

De documentaires Bravehearts en Lone Twins zijn te zien op de site van de NPO.


Meer over narratieve therapie in mijn berichten  Therapie is taal en Taal, metaforen en verhaal en Narratieve therapie in actie en zo zijn er nog een paar te vinden op mijn blog.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologie, proza en poëzie, Psychotherapie

Schrijftherapie bij trauma

Tot de EMDR-methode (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) die bij de behandeling van trauma de laatste jaren in de mode is, voel ik mij niet aangetrokken. Het is mij teveel een techniek.

Met een tikgeluid of een van links naar rechts heen en weer bewegende hand, wordt de aandacht van de cliënt afgeleid terwijl deze de pijnlijke onderdelen van zijn verhaal vertelt. Het idee is dat de afwisselende prikkeling van de linker en de rechter hersenhelft, de verwerking van de pijnlijke ervaring stimuleert.

Ik werk liever met schrijftherapie en zie goede en blijvende resultaten. Ook als de traumatische gebeurtenis lang geleden gebeurd, chronisch of ernstig is. De meeste therapieën gaan over mishandeling, misbruik en/of ernstige emotionele verwaarlozing. Voor zowel mij als voor de cliënt is de schrijftherapie een natuurlijke manier van werken. In de schrijftherapie werken we samen. Het verhaal groeit – wordt rijker – totdat het aan het eind een verhaal is waar de cliënt mee kan leven en mee verder kan.

Al schrijvend – zowel tijdens de therapie als thuis – wordt net als bij EMDR ook aan ‘re-processing’ gedaan. Er is tijd, ruimte en aandacht voor de gevoelens die worden opgeroepen. Al vertellend, schrijvend en luisterend – de therapeut leest soms delen van het verhaal voor – komen er nieuwe cognities op gang en wordt de negatieve werking van het trauma in het heden steeds minder actueel. De cliënt komt bijna als vanzelf en in zijn eigen tempo toe aan nieuw gedrag in situaties die voorheen stressvol en traumatisch waren.

Een belangrijk en laatste onderdeel van de schrijftherapie is het delen van het verhaal met anderen. Dit kan in de vorm van een ritueel of een brief. Het afscheid nemen van het trauma wordt hiermee onderstreept.

Onlangs kreeg ik nieuwe inspiratie voor de schrijftherapie door twee narratief therapeuten: Gerrilyn Smith en Kaethe Weingarten. Smith heeft gewerkt met Albanezen die gevlucht waren voor genocide in Kosovo en ze werkt met kinderen die seksueel misbruikt zijn. Weingarten heeft een boek geschreven getiteld: Common Shock: Witnessing Violence Every Day – how we are harmed, how we can heal (2003). Ze werkt met gezinnen met trauma’s.

Verbeeldingskracht 

Het benoemen en bevestigen van de traumatische ervaring is natuurlijk de cruciale eerste stap in het opnieuw vertellen van de ervaring. Smith realiseert zich dat ze na vele jaren ervaring met enig gemak kan praten over afschuwelijke dingen. Het ongewone kan zij bespreekbaar maken en tot onderwerp van een discussie. Zij maakt zich de ‘piek-episodes’ van de traumatische gebeurtenissen eigen om een verschillend inzicht op gang te brengen en om complexiteit en affectieve nuances te introduceren in het verhaal van de cliënt. De ‘piek-episode’ van het trauma is dat deel van de traumatische gebeurtenis waar iemand steeds naar terugkeert in zijn gedachten of dromen.

Smith gelooft dat de therapeut naast iets professioneels ook iets persoonlijks te bieden heeft. Persoonlijke verbeeldingskracht ziet zij zelfs als een noodzaak voor therapie; zeker als therapie echt uit is op verandering en genezing. Haar gesprekken over haar werk met haar zoon en anderen zijn een zeer belangrijk onderdeel van haar werk als therapeut. Hoewel ze de grenzen tussen haar professionele en persoonlijke leven bewaakt spoelt er toch het een en ander over, getuige een gedicht – een school opdracht – waar haar 13-jarige zoon op een keer mee thuis kwam.

Forgotten children

We sit in what is left of our home crying

Wishing it would end

Explosions are everywhere

Death is near, we can feel it

A playground once filled with happiness is a smoking crater

We are the forgotten children of Kosovo

 

We are huddling in our school terrified

Fearing what might happen next

Gunshots can be heard

Death is here, we can see it

A girl once filled with joy is lying dead on the floor

We are the forgotten children of Palestine

 

We are lying in the street starving

Wondering if there is a better world out there

Screams reverberating in our heads

Death has been here, it has touched us

Our parents once filled with love were executed in front of us

We are the forgotten children of Afghanistan 


We are the forgotten children of the world

Het gebruik maken van verhalen in therapie past naadloos aan bij het normale dagelijkse leven. Verhalen die we graag horen, vertellen we steeds weer opnieuw. Maar ook afschuwelijke verhalen moeten steeds opnieuw verteld worden want het helpt om de verlammende, verdovende werking ervan te verdunnen. Verhalen hebben lezers nodig. Smith hoopt dat de lezer ziet hoe er zaadjes van kracht en veerkracht verborgen zitten in de hoeken en gaten van het verhaal, hoe afschuwelijk ook.

Lezen, schrijven en luisteren 

Smith moedigt het kind of de jongere aan om het verhaal te vertellen en samen schrijven ze het verhaal op. Ze laat het kind het verhaal vertellen aan de ouders of zij leest het zelf voor. Het kind hoort de reacties van de ouders en kan beginnen om er meta-cognities over te ontwikkelen. Het kind wordt aangemoedigd om afwisselend lezer, schrijver en luisteraar te zijn van zijn eigen levensverhaal. De therapeut stelt vragen over het verhaal en samen worden er misschien een aantal verschillende einden aan het verhaal geschreven. Zo worden complexiteit en verscheidenheid geïntroduceerd in de traumatische ervaring die alles overheersend was. Het verhaal is op deze manier niet meer een ‘bevroren’ verhaal.

Als het kind tweetalig is maakt Smith daar gebruik van. Hieronder verteld een Albanees meisje haar verhaal over het wegrennen voor gevaar:

When I saw all those people lying down, I said to myself ‘Am I going to be like that?’ I couldn’t think about anything – just to get out of there. I was talking to myself and saying that ‘I can do this.’ …‘Did you say this in English?’ She looked at me as if I were stupid – ‘No’ she said. ‘Can you say it in Albanian for me? I would like to hear it.’

Zo wordt de draad van de kracht in het verhaal opgepakt en worden tegelijk de oude en de nieuwe taal van het gevluchte kind met elkaar verweven.

Veel kinderen vertellen Smith hoe alledaagse interacties op het schoolplein traumatische herinneringen opwekken. Een spel kan plotseling een nachtmerrie worden. Het verschil tussen wat echt is en wat fantasie kan therapeutisch gebruikt worden door te switchen van het een naar het ander. Een vraag als; “Hoe zou je hebben willen omgaan met de traumatische ervaring”, kan de narratieve flexibiliteit bevorderen. Aan een door oorlog getraumatiseerde jongen vraagt Smith hoe hij het liefst had willen reageren toen hij beschoten werd in het bos. De jongen zegt dat hij graag had teruggeschoten. Na 4 jaar is zijn boosheid nog steeds voelbaar. Daarna zegt hij:

I can’t believe I’m here. I’m meant to be here but I don’t know why yet? The thing about me is I have lots of spirit. Everybody loves me.

De jongen praat verder over hoe hij geleerd heeft om zijn gevoelens van angst en schrik te beheersen:

I do my breathing exercises and I talk to myself…’I’ve done this and defeated it before. I am the master of my own destiny. I survived. Don’t look back. Look forward. I can calm myself down.’

Smith maakt bij de trauma therapie gebruik van een ‘levensgrafiek’. Zie hieronder.

levensgrafiek

Eigenschappen van een trauma verhaal

Door een traumatische ervaring bevriest de tijd en het verhaal, wat gevangen is in de bevroren tijd, is vaak een eenvoudig verhaal met losse zintuigelijke fragmenten zonder verbindingen met associatief materiaal en zonder hoop, licht en veerkracht die het leven positief en vrolijk maakt. Het trauma verhaal kan vol emotie zitten of juist geheel zonder emotie. Vaak zitten er alleen daders en slachtoffers in het verhaal en geen andere figuren. De dader heeft geen echte identiteit, het is simpelweg; de andere. In het trauma verhaal zit geen verbeeldingskracht. Er zitten geen gradaties van gevoelswaarden in het verhaal. Wanneer een absolute macht wordt uitgeoefend over iemand is er geen ruimte meer in de geest voor een eigen wil of voor een actieve vorm van denken.

De rol van de therapeut is om eigen verbeeldingskracht ‘uit te lenen’ zodat er een nieuw narratief kan ontstaan. Onderdeel van het herstel – het opnieuw vertellen – moet zijn; zowel een verbetering van een gevoel van ‘personal agency’ als het ruimte geven aan meta-cognities waardoor er betekenis aan het trauma verhaal georganiseerd en ontleend kan worden. De rol van de therapeut moet zijn om de cliënt te helpen bij de ontwikkeling van een geest die in staat is om na te denken over de traumatische ervaring in plaats van dat het kind alleen kan reageren op gebeurtenissen in het hier-en-nu op een manier die afgedwongen wordt door de vroegere terreur. Het is belangrijk om ook gevoel te hebben voor de overlevingsstrategie van ‘doen alsof er niets is gebeurd’, want dit kan voorlopig de beste manier zijn om te overleven totdat het moment komt dat dit niet meer werkt.

Nieuwe verhalen

Eén woord kan een verschil maken. Smith werkte met een vrouw die door drie mannen verkracht was. De vrouw vertelde dat deze mannen haar geest van haar hadden afgenomen. Haar werd gevraagd of haar geest was àfgenomen of dat haar geest in zijn oneindige wijsheid had besloten om haar te verlaten. Door dit te vragen kon de vrouw een maximum aan waarde ontlenen aan haar geloof in de geest – die op zichzelf van belang is voor veerkracht – maar ook vormde de vraag een keerpunt; betrof het een ‘diefstal van de geest’ of een ‘vrijwillige vlucht van de geest’? De vrouw ging nadenken over hoe zij haar ziel/geest kon aan moedigen om terug te keren.

Smith is voortdurend op zoek naar elementen in het verhaal die in aanmerking komen om uitgedaagd te worden, die opnieuw gedefinieerd kunnen worden of opnieuw geïnterpreteerd kunnen worden. Het doel is om verhalen te maken waar je mee kunt leven, die een dynamische kwaliteit hebben en de veerkracht van een mens aanmoedigen.

In het helpen van kinderen gebruikt Smith de metafoor van de ‘schildpad’. Ze doet vaak aan het begin van een sessie een fysieke oefening waarbij kinderen van onder het schild vandaan komen en hun vleugels uitslaan. Vleugels die nodig zijn om hoog boven onze traumatische ervaring te kunnen vliegen, er een goed uitzicht over te krijgen en er niet meer bang voor te zijn. Dat is de kracht van een goed verhaal.

Aan diggelen geslagen

Weingarten beschrijft de verschillende effecten die trauma kunnen hebben. Een van die effecten noemt ze: ‘shattering of expectations’; aan diggelen geslagen verwachtingen. Het idee wat je had over je leven is door het trauma aan diggelen geslagen. Het trauma maakt zichtbaar welke aannames je had over jouw leven. Het beeld dat je van jezelf had is volledig veranderd.

Weingarten heeft zelf de diagnose kanker gekregen. Het lijden richt verwoestingen aan, zegt ze. Maar wat ze fantastisch vindt zijn de manieren waarop mensen samen met anderen kracht en creativiteit aanwenden om het lijden ‘t hoofd te bieden.

Getuige zijn van pijn en helpen

Ieder individu geeft een geheel eigen betekenis aan een trauma en het is essentieel om die specifieke betekenis te leren kennen, wil je kunnen helpen. Hulpverleners hoeven niet zo nodig objectief te zijn in hun respons op het trauma-verhaal. Aan de andere kant mogen ze de client niet overspoelen met eigen emoties. Het is belangrijk dat hulpverleners hun eigen vooroordelen en aannames kennen en begrijpen en dat ze een goede manier ontwikkelen om met de onvermijdelijke en waardevolle uitingen van emotie en betekenis om te gaan.

Getuige te zijn van het lijden van een ander vereist een ethische betrokkenheid. Volgens Weingarten moet je als getuige (therapeut) in de eerste plaats uitdrukking geven aan hoe volledig je je verbonden hebt aan het begrijpen van het lijden van de ander. Je haalt alles uit de kast om een brug te slaan naar de ander. Dit willen begrijpen alleen al is voor degene die lijdt een waardevolle ervaring.

In de tweede plaats moet er enige beweging zijn en vragen worden gesteld om de precieze betekenissen voor degene die lijdt te begrijpen. Langzaam en in samenspraak ontwikkelt de beweging zich.

Ten derde brengt de getuige alles wat hij in zijn leven geleerd heeft mee naar dit moment. Hij/zij moet weten wat het is in de getuigenis, dat in hem zelf weerklinkt.

Ten vierde biedt de getuige zijn reflecties aan. Het is tijd om te laten zien dat je echt  binnen heb laten komen hebt wat er gezegd is, dat je hebt geprobeerd om er betekenis aan te geven, dat je het belang ervan beseft en dat je het op alle mogelijke manieren aanvoelt. Dit is voor beide een diep menselijke ervaring.

Het getuigen maakt het mogelijk opnieuw verbindingen te leggen met hun kwaliteiten, gevoelens, overtuigingen en verplichtingen die door het trauma verbroken waren. Een trauma veroorzaakt breuken in de beleving van je zelf. Het verleden kan verhuist zijn naar het heden. De praktijk van het getuigen met compassie zorgt voor een herstel van het gevoel van continuïteit van het zelf.

We zien elke dag onmenselijke praktijken om ons heen. We hebben allemaal wel eens geweld meegemaakt. Of het gaat om structureel geweld (armoede), collectief geweld of dat het gaat om persoonlijk geweld door vernedering en beschaming, het is alsof je er niet aan kunt ontsnappen. Maar er zijn ook praktijken van waardigheid, respect en compassie. Alleen door die praktijken kunnen we leven op een manier die minder door angst worden bepaald. Iedere interactie kunnen we gebruiken om ons te verwijderen van een cultuur van geweld en intimidatie en te bewegen naar een cultuur van mededogen.

Hier een interview met Kaethe Weingarten.


Nog iemand die zich niet tot EMDR voelt aangetrokken is Aram Hassan, transcultureel psychiater van Koerdische afkomst die momenteel werkt met o.a. Syrische vluchtelingen. In het dagblad Trouw schrijft hij:

Ik laat mijn patiënten hun levensverhaal optekenen – letterlijk, met tekeningen. Daar reageren ze veel beter op dan op EMDR. En het verrijkt mijn beeld van hen.
… De therapeut moet wel een ‘multiculturele bril’ op kunnen zetten. Nederlanders weten wel veel van andere culturen, maar ik merk geregeld dat al die kennis nog geen inzicht is. Neem de behandelaar in ons team die vertelde hoe ze werd bejegend door een Iraakse patiënt. Die maakte allerlei seksuele toespelingen, in bloemrijke taal. Ze zei dat ze er wel wat moeite mee had, maar dat de patiënt nu eenmaal uit de wereld van ‘Duizend-en-één-nacht’ kwam. Ik vertelde haar dat ze aan dat gedrag onmiddellijk een einde moest maken. De psychotherapeute had een westers-romantisch beeld van Sheherazade, maar durfde daardoor niet te zeggen dat de man gewoon seksueel ontremd was.


Voor over de fasen in de schrijftherapie lees: Schrijftherapie bij trauma deel 2

7 reacties

Opgeslagen onder Psychotherapie - Trauma