Tagarchief: Zomergasten

Damiaan Denys: “Psychisch lijden is oeverloos…

EN DAAROM WERKT DE MARKTWERKING IN DE ZORG NIET.”

Aldus de Vlaamse filosoof, psychiater (Academisch Medisch Centrum in Amsterdam), hoogleraar psychiatrie (UVA) Damiaan Denys in de laatste uitzending van dit seizoen van het televisieprogramma Zomergasten. Door de marktwerking groeit het aantal stoornissen. Juist door de marktwerking wordt de zorg onbetaalbaar. Daarbij is ook de overregulering (controle-drift) waar nu in de zorg sprake van is, een doorn in het oog van Denys. De overregulering is gebaseerd op een wantrouwen van de overheid en de zorgverzekeraars. Het vertrouwen in de medicus moet worden hersteld. Men moet er van uitgaan dat een arts het goede wil.

Ik ben net als Denys een fervent tegenstander van de marktwerking in de zorg maar ik denk niet dat psychisch lijden oeverloos is. Het verzinnen van trucs om ergens geld mee te verdienen, ook in de zorg, is helaas wèl oeverloos en wordt door de marktwerking gestimuleerd.

Zomergast Denys had interessante dingen te zeggen maar ik bleef aan het eind met gemengde gevoelens zitten. Behandeling van psychische problemen met Deep Brain Stimulation, waar Denys onderzoek naar doet en patiënten mee behandelt, riep veel vragen op. Hier kom ik op terug. Ik vond ook dat hij enge fragmenten had gekozen. Zoals een oud filmpje van een onderzoek naar conditioneren. Een peuter die niet bang was voor dieren was na het horen van een scherp geluid tegelijk met het verschijnen van het dier wèl bang voor dieren. We zaten eigenlijk naar kindermishandeling te kijken. Zonder dat er kritiek op kwam. Interviewer Wilfried de Jong verzuchtte halverwege de avond: “waar komen we allemaal in terecht?” Denys is specialist op het gebied van angst, controle en dwangstoornissen. Misschien daarom de enge fragmenten?

Wat is psychiatrie?

Psychiatrie is volgens Denys een kernachtig verhaal; “het is de essentie van iemand kort kunnen beschrijven”. Vlak hiervoor zagen we een fragment uit ‘Silence of the Lambs’ (ook eng) waarin de intelligente seriemoordenaar Lecter vanachter de tralies van zijn cel een korte beschrijving geeft van een jonge FBI agente die hem in de gevangenis opzoekt. Je voelt als kijker onmiddellijk dat Lecter probeert om haar in zijn macht te krijgen, onder zijn controle. Wil Denys dit misschien ook … controle over zijn patiënt? Deze vraag werd niet zo direct gesteld maar Denys zei al dat een korte beschrijving van essentiele kenmerken van een persoon, gedaan door een psychiater, natuurlijk tot doel had om de patiënt beter te maken. En niet zoals bij Lecter met kwaadaardige motieven.

Denys ziet de relatie psychiater-patiënt echter wel als een machtsrelatie. Dit is onvermijdelijk volgens hem want de patiënt komt bij de psychiater om hulp te vragen bij zijn lijden. Ik denk hier toch echt anders over. In een machtsrelatie zou ik mij als psycholoog helemaal niet thuis voelen. Al ben ik een professional, mijn cliënt blijft de expert van zijn leven. Ik werk eerder samen met de cliënt en vanuit een positie van ‘niet-weten’ (een concept uit de oplossingsgerichte therapie). Hoogstens straal ik enig gezag uit en heb ik enige kennis en ervaring. Maar daar dat is toch iets anders dan een machtsrelatie.

Denys haalde de Franse filosoof en psychiater Lacan naar voren met een fragment van een lezing in Leuven in 1972. Lacan was toen op de top van zijn roem. De verdienste van Lacan is bijvoorbeeld dat hij duidelijk maakte dat ‘het impliciete’ ons leven sterk bepalend is. Wij mensen worden hoofdzakelijk bestuurd door dingen die wij niet begrijpen. In de psychiatrie gaat het nu juist om die onbegrijpelijkheid. Denys vind het jammer dat het onbegrijpelijke wordt weggestopt in het gestoorde. Hij vindt dat wij juist ontvankelijk moeten zijn voor het impliciete en het onbegrijpelijke. Hier kan ik het geheel mee eens zijn.

In het fragment zien we dat de lezing van Lacan verstoord wordt door iemand uit het publiek die eerst de lessenaar van Lacan overgiet met de sap uit een kan die daar staat en vervolgens in een monoloog uitbarst waar geen touw aan vast te knopen was. Het is mooi om te zien hoe anno 1972 zo iemand bejegend wordt. Lacan zelf gaat er gemoedelijk, bijna vaderlijk mee om. Hij leidt de jongen met zachte hand weg. Denys: “Zo iemand noemen we nu ‘een verwarde man'”. Hij vindt dat we zo iemand niet moeten benaderen als een verwarde man maar als een man die nu verward is. Overigens vond ik de lezing van Lacan zelf ook moeilijk om een touw aan vast te knopen. Maar ik ben verontschuldigd want Denys heeft er zelf jaren over gedaan om Lacan te begrijpen.

De psychiaters Lacan en Denys hebben bij het begrip ‘impliciet’, ‘het onbegrijpelijke’ voor ogen. Een van mijn favoriete psychotherapeuten Michael White heeft het over het impliciet afwezige  (‘absent but implicit’). Hiermee worden de impliciete verhalen over het ‘zelf’ bedoeld, die op de achtergrond staan maar een rol kunnen spelen in de oplossing van een psychisch probleem. ‘Absent but implicit’ kan de tegenhanger zijn van het probleem wat op de voorgrond staat; ‘absent but implicit’ verwijst naar het positieve verhaal wat niet verteld wordt. Nieuwsgierigheid naar dit afwezige verhaal is cruciaal voor de behandeling. White is meer dan ontvankelijk voor het impliciete en dan vooral voor het positieve gedeelte er van.

De Vlaming Denys ervaart Nederland als het land van het expliciete. Het is alsof het impliciete er niet is. Soms mist hij Vlaanderen. Hij kan verlangen naar ‘dat kleine dorp’ met zijn zachte humor. Het fragment uit de Vlaamse televisieserie ‘Eigen Kweek’ was ontroerend en grappig. Denys ziet deze humor als oorspronkelijk en een humor die kwetsbaar aanvoelt. Dat is Vlaamse humor. De Nederlandse humor is brutaler.

Toch voelde Denys zich aangetrokken door het meer wereldse Nederland en emigreerde. Hij vindt het echter jammer dat Nederland steeds meer gedomineerd wordt door een ‘hekjes cultuur’. We worden te strikt, teveel gestuurd door angst en te weinig door nieuwsgierigheid. Ik denk dat dit een wereldwijde ontwikkeling is.

Angst

Als onderzoeker is Denys verbonden aan het Nederlands Instituut van Neurowetenschappen. Het grootste probleem van de neurowetenschappen is de vraag naar de verhouding tussen de geest en de hersenen. Neurowetenschappen proberen de gebieden en de circuits in de hersenen in kaart te brengen. Denys: “We weten slechts een fractie over de werking van de hersenen”.

We zien een filmpje van een van zijn patiënten die een dwangstoornis heeft. Deze adolescent is bang dat zij iemand de opdracht zal geven om een moord te plegen. Daarom filmt ze zichzelf de hele dag door en haar vader moet ’s avonds de filmpjes nakijken. Iemand met een dergelijk probleem wordt behandeld met gedragstherapie en/of medicijnen. Hoe dit meisje en deze gezinsleden in deze situatie terecht gekomen zijn komt niet aan de orde. De leek Wilfried de Jong vond de gedragstherapie die het meisje kreeg en die Denys beschreef nogal voor de hand liggend. Dat is gedragstherapie ook wel.

Ik zie deze casus als een typisch geval voor systeemtherapie maar daar is Denys niet van. Hij staat ondanks enkele vooruitstrevende ideeën in het kamp van het medische model met het daarbij behorende classificatie-circus van stoornissen van de DSM en hij blijft met zijn aandacht steken bij de geïdentificeerde patiënt; bij de geest en het brein van de geïdentificeerde patiënt. Over de context, het systeem van de cliënt geen woord. Dat is wat ik gemist heb in dit interview.

Deep Brain Stimulation (DBS)

Een deel van zijn wetenschappelijk onderzoek gaat over Deep Brain Stimulation. We zien een fragment van een van zijn patiënten die zo’n behandeling ondergaat. Opnieuw een vrouw met een dwangstoornis. Een hersenoperatie. Er worden elektroden in de hersenen geplaatst. Later kan ze met een soort afstandsbediening deze elektroden aan en uit zetten waarmee ze de mate van angst kan beïnvloeden. Dit soort operaties worden ook uitgevoerd bij patiënten met agressie en bij Parkinson patiënten. Psychiatrische patiënten komen pas in aanmerking voor deze behandeling als ze zeer ernstig lijden en als alle andere behandelingen gefaald hebben. Hoe ernstig iemand lijdt is moeilijk in te schatten, geeft Denys toe. In ieder geval gaat het volgens hem om een patiënt waarbij de geest geen invloed meer heeft op de hersenen.

Na de operatie blijft gedragstherapie nodig. Want als je bijvoorbeeld je hele leven bang ben geweest om de bus te nemen en je kunt die angst ineens ‘uit’ zetten dan weet je nog niet hoe je de bus neemt en hoe je deze mogelijkheid in je leven integreert.

De moed zonk mij in de schoenen toen ik Denys antwoord hoorde geven op de vraag: Hoe ontstaan die angsten? Zijn antwoord: “Met deze vraag houd ik mij niet bezig”! Hij haalde de neurobioloog Schwab aan en zei over deze geopereerde patiënt: “Zij was echt haar brein geworden. Haar geest had geen invloed meer op haar brein. Waarom dit zo is weten we niet.” Hij vind het wel raar dat je iemand met elektroden kunt besturen en hij ziet ook wel ethische problemen maar hij wil iemand kunnen helpen om van zijn klachten af te komen. In dit fragment had de patiënte nog verteld dat haar dwang begonnen was nadat een klasgenootje had gevonden dat zij uit haar mond stonk…

Het is wel eens voorgekomen dat iemand na een DBS behandeling heel blij werd maar dat de dwang niet verdwenen was. Dit noemt hij een medische misser. Een psychiatrische behandeling heeft niet tot doel om iemand gelukkig te maken volgens Denys.

Waarom storten we ons eigenlijk nog in die ellenlange gesprekken als we met elektroden iemands psychische klachten kunnen behandelen, vroeg De Jong zich hardop af. Denys wist te vertellen dat de behandeling 5 ton kost (!) en misschien om De Jong een beetje te plagen voegde hij er aan toe; “psychisch lijden maakt ons ook creatief…” Dit was misschien wel de belangrijkste opmerking van de avond en misschien moet de psychiater zijn patiënten maar gaan leren om te lijden in plaats van ze te behandelen met medicijnen en elektroden.

Denys vind het niet terecht dat er angst is voor biotechnologie. Maar ik maak mij er toch zorgen over en dat deze behandeling slechts sporadisch wordt uitgevoerd heeft mij niet gerustgesteld. Integendeel. Het Amerikaanse leger is geïnteresseerd in DBS. Een Amerikaanse collega van Denys heeft miljoenen gekregen om hier onderzoek naar te doen. Het leger wil militairen die terugkomen uit een oorlog met een trauma of met een depressie, met DBS behandelen!

Denys maakt wel een onderscheid. Als behandeling is hij vòòr DBS maar als deze operaties worden toegepast om menselijke prestaties te verbeteren (‘human enhancement’) is hij er tegen. Hij wil met de hersenoperaties een disfunctie opheffen, een ziekelijk tekort waardoor iemand niet menselijk kan leven. Ik vind het verschil tussen behandelen en verbeteren vaag. De Jong vond het jammer dat er zoveel voorwaarden waren want hij zou zo’n operatie wel willen als hij daardoor beter akkoorden op de gitaar zou kunnen onthouden…

Over het brein en de neurowetenschappen gesproken; we zagen nog een sketch van John Cleese: ‘All about the brain’.

Hier voegde Denys aan toe dat er veel gekletst wordt in de neurowetenschappen. Volgens hem is de wetenschap niet altijd op zoek naar de waarheid. Zijn waarheid over angst kon hij er in ieder geval niet kwijt en daarom ging hij met een monoloog over angst het theater in. Een bijzondere stap waar veel van zijn collega’s van stonden te kijken. Waarheid toetsing gebeurt nu door zijn publiek.

Over zijn gang naar het theater heb ik eerder een bericht geschreven: Psychiater gaat het theater in vanwege het harnas van de wetenschap.

Het tegenovergestelde van angst en dwang

Tijd voor een leuk fragment: Sonny Boy Williamson die mondharmonica speelt.

Hiermee wilde Denys het tegenovergestelde van dwang en controle laten zien. Deze man verliest zichzelf in zijn spel. “Dat is het mooiste wat er is; in een ‘act’ kunnen verdwijnen… jezelf ergens in kunnen verliezen met behoud van waardigheid. Alleen kunnen zijn in je eigen universum is een gezonde overlevingsstrategie.”

Aan de hand van een fragment over een bergbeklimmer : ‘Fearless Climber’, benadrukte Denys nog dat je als mens je angst kunt overwinnen. Deze bergbeklimmer is over zijn angst heen gekomen door uren te klimmen, door uren te oefenen. Respect!

Advertenties

6 reacties

Opgeslagen onder Filosofie, Psychiatrie

De kracht van het vertellen van verhalen

annejet

Iedere therapeut die narratieve (verhalende) technieken gebruikt zal genoten hebben van het televisieprogramma Zomergasten met schrijfster Annejet van der Zijl. Een meesterverteller was uitgebreid aan het woord over haar leven en haar werk. Ze schreef o.a. de biografieën van Annie M.G. Schmidt en Prins Bernard en het gereconstrueerde verhaal Sonny Boy.

Vooral toen ze zei dat mensen ‘heel veel waarheid’ kunnen verdragen als het maar in de context wordt gezet raakte mij dit als psycholoog. Zo is het echt! Ik ervaar in elke therapie dat het scheppen van een kloppend verhaal helpend is. De vaak verzwegen of onderdrukte waarheid valt op zijn plek. Daarom vind ik mijn werk misschien net zo mooi als Van der Zijl het hare.

Net zoals het schrijven van een goed verhaal kan therapie ook niet zonder context. En daarom moet er een eind komen aan het stigmatiseren en medicaliseren van mensen die het moeilijk hebben. Dat helpt mensen niet. Het is armoe. Mijn vorige bericht ging hier over.

Narratieve therapie wil van ‘arme’ verhalen, ‘rijke’ verhalen maken; wil van ‘dunne’ verhalen, ‘dikke’ verhalen maken; wil bewegen van verhalen waarin het probleem overheerst naar verhalen waarin ook voorkeuren, verlangens en dromen staan. Die verhalen geven veerkracht. Hoe erg de gebeurtenissen in het verhaal ook zijn, de cliënt maakt er in dialoog met de therapeut een verhaal over waar hij of zij mee verder kan.

Een kloppend verhaal geeft rust zegt Van der Zijl. En het moeten volgens haar niet zozeer karakterbeschrijvingen zijn die verteld worden maar gebeurtenissen uit iemands leven. De gebeurtenissen scheppen de context. Het ligt er maar net aan waar en wanneer je geboren bent, wat voor verhaal het wordt. Een spannend voorbeeld van een beschrijving van gebeurtenissen was te zien in het fragment uit de documentaire Bravehearts van Kari Anne Moe. De Noorse studente Johanne doet daarin verslag van de traumatische gebeurtenissen die haar overkwamen in 2012 op het eiland Utøya. Hieronder de trailer van de documentaire.

Hier een link naar een bericht over schrijftherapie bij trauma.


“Schrijven is verleiden,” volgens Van der Zijl. Voor het publiceren van haar biografie over Annie M. G. Schmidt bijvoorbeeld was het voor haar belangrijk dat de zoon van Schmidt het manuscript goedkeurde. Het was belangrijk dat zij de zoon kon verleiden met haar verhaal over bijvoorbeeld het overlijden van zijn moeder. Schmidt had uit eigen wil een einde aan haar leven gemaakt. Het was niet zo gemakkelijk om deze waarheid naar buiten te brengen. ‘De schrijfster van Jip en Janneke maakte een eind aan haar leven’, zou een niet te verdragen verhaal geweest zijn en het zou ook een niet kloppend verhaal geweest zijn. Door de context van het leven van Annie M.G. die door de hele biografie heen wordt neergezet als een vrouw die op vele momenten haar leven in eigen hand nam, kon de waarheid van haar zelfgekozen dood verteld en verdragen worden.

Voordat Van der Zijl begint met het schrijven van een verhaal moet ze nieuwsgierig zijn en moet ze iets niet snappen. Dan gaat ze op zoek en begint ze te begrijpen en schrijft ze het boek. Ze kan er goed tegen als ze iets niet direct snapt.


Na haar kindertijd in het provinciale Leeuwarden van de jaren ’70 voelt ze zich aangetrokken tot grote, dramatische verhalen.  Ze studeert geschiedenis en werkt een tijd als journalist. Op haar 40e kwam ze erachter dat ze het liefst schrijft over avontuurlijke levens uit andere werelden om daar thema’s in te ontdekken waardoor je die levens steeds beter gaat begrijpen.

Een thema uit haar eigen leven waar ze zelf lange tijd geen verhaal van kon maken is dat van de ‘halve tweeling’.  Een halve tweeling noem je iemand die zijn of haar tweelingbroertje of -zusje verloren is. Haar moeder vertelde haar toen ze 7 was dat ze een tweelingbroertje had gehad die was overleden vlak na zijn geboorte. Het heeft heel lang geduurd voordat Van der Zijl woorden kon geven aan dit verhaal. Haar vader was zelf ook een halve tweeling en dit was voor hem een te pijnlijk onderwerp. Er kon bij haar thuis dus niet over gesproken worden. Annejet respecteerde dat. Haar vader is inmiddels overleden.

We zagen een fragment uit de documentaire van Anna van der Wee over halve tweelingen; Lone Twins. Hieronder de trailer van de documentaire.

De tweelingrelatie is natuurlijk een heel bijzondere omdat die al in de baarmoeder begint. In het fragment is te zien hoe een arts/fotograaf de gelegenheid kreeg om een kunstzinnige zwart-wit foto te maken van een tweeling vlak na de geboorte. Bij het geboren worden moet een tweeling na 9 maanden samen in de baarmoeder natuurlijk voor even gescheiden worden en nog wel gedurende een zeer heftige gebeurtenis. De foto laat heel mooi en duidelijk zien hoe meteen alles goed is als de tweelingbaby’s weer samen zijn. Tweelingen delen één ziel volgens een Afrikaanse stam.

Van der Zijl over haar eigen ‘halve tweeling’ beleving: “Je kunt moeilijk verdriet hebben over de dood van iemand die je niet kent… het is heel moeilijk om in woorden te vatten. Al die halve tweelingen denken: Wat ben ik nou? Ik ben geen ‘singleton’ maar ook geen ‘twin’. Ik ben een ‘twinless twin’.” Ze is de documentairemaakster Van der Wee erg dankbaar want de documentaire hielp haar om woorden te vinden voor haar eigen ervaringen. Ze zet zich in voor twee want haar broertje kreeg de kans niet… En bij het schrijven van haar boeken leeft ze twee levens; “misschien is één leven een beetje saai…”

Haar laatste fragment was niet saai. Ze koos het om met hoop te eindigen.

Het is een filmclip bij een lied maar het is eigenlijk een minidocumentaire over een zwarte ruiterclub in Philadelphia. We zien jongens die opgroeien in zo’n hopeloze zwarte wijk zoals je die in Amerika hebt – denk ook aan Ferguson. De club bestaat al zo’n 80 jaar, de paarden zijn bij het slachthuis vandaan gehaald en de clubleden zijn voor de paarden gaan zorgen en er wedstrijden mee gaan organiseren. Al die jaren is deze club er geweest voor deze jongeren om even aan de uitzichtloosheid te kunnen ontsnappen. Het zijn ervaringen van trots en plezier die niemand deze kinderen meer kan afnemen. Dit is te zien:

De documentaires Bravehearts en Lone Twins zijn te zien op de site van de NPO.


Meer over narratieve therapie in mijn berichten  Therapie is taal en Taal, metaforen en verhaal en Narratieve therapie in actie en zo zijn er nog een paar te vinden op mijn blog.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologie, proza en poëzie, Psychotherapie

Liefde voor een ander perspectief

Meestal ga ik er voor zitten en zo ook deze keer: Het programma Zomergasten op TV. De jongste zomergast tot nu toe: Filosoof en schrijfster Simone van Saarloos (25 jaar). Ik kende haar nog niet en was nieuwsgierig.

Het ging behalve over de liefde tussen mensen ook over de liefde voor een andere, nieuwe blik op de werkelijkheid. En vrouwen spelen daar voor Van Saarloos een belangrijke rol in. Vrouwelijke filmers laten een andere werkelijkheid zien en dat is hard nodig. Wat vrouwen geil maakt is anders en hoe vrouwen schrijven, filmen en sporten is anders. Niet dat mannen het ook niet anders kunnen, maar toch…

Saarloos vertelde over enkele interessante bijeenkomsten zoals die over porno voor vrouwen (porna) en over oorlogs-verslaggeving.

De liefde voor de nieuwe, andere blik, voor een ander perspectief kwam tot uiting bij de verstilde filmbeelden van de fotografe Charlotte Dumas van de wilde mustangs in de VS die werkeloos rondhangen in de buurt van een dorp. Het is niet een beeld van wilde paarden zoals we dat we gewend zijn. Ook het feit dat er geen geluid bij het beeld is maakt dat het beeld anders binnenkomt. Van Saarloos: “Als we niet met die dieren werken hebben we er geen relatie meer mee…” Dat laat Dumas mooi zien.

Ook in het fragment uit de film ‘Girlhood’ van de filmmaakster Céline Sciamma zien we de andere blik. We zien eerst de gezichten van de meisjes en pas daarna hun dansende konten. Die volgorde is belangrijk. We hebben via de beelden van hun gezichten uitgebreid kennis met de meisjes gemaakt. Het gaat duidelijk niet alleen om hun konten.

Ook in de Utube documentaire: ‘Syria Behind The Lines’ zien we een soort verslaglegging die we in het nieuws niet zien. We zien wat de oorlog in het gewone dagelijkse leven betekent. We zien de banale dingen die er een rol in spelen. De stem van de verslaggever en hoe hij de situatie persoonlijk ervaart speelde hier een belangrijke rol.

Liefde

De liefde kwam in vele gedaanten terug in deze aflevering. Ook de vreemde dingen die we doen om liefde te beleven. Dit was te zien in het fragment uit de film ‘Paradies Liebe’ waarin twee vrouwen van middelbare leeftijd naar Kenia gaan om de liefde te bedrijven met Keniaanse mannen die aardig wat jonger zijn dan zij. Van Saarloos: “Dit noemen we toerisme, dit vinden we normaal maar het is problematisch wat we hier zien”. Wilfried de Jong, de interviewer, zag er eigenlijk niets problematisch in: “Het is gewoon een ruil; de vrouwen krijgen de liefde, de mannen het geld”. Hier ging Van Saarloos na enige discussie gelukkig niet in mee. “Het perspectief van de mannen zien we niet in de film maar de ongemakkelijkheid van de situatie komt toch wel over…”, zei ze. Inderdaad, ik had bijvoorbeeld de verlegenheid van de zwarte man op zijn scooter duidelijk gezien. Terecht merkte Van Saarloos op dat deze vorm van toerisme niets oplost; er veranderd niets aan het liefdeloze, oppervlakkige leven van de vrouwen en ook niet de financiële armoede van de Keniaanse mannen.

Als het om echte liefde gaat meent Van Saarloos dat je vanuit het single zijn meer mogelijkheden hebt om je te verbinden in liefde dan in een vaste monogame relatie: “in een vaste relatie ga je er te gemakkelijk van uit dat de partner jou moet opvullen… als de partner je niet geeft wat je verlangt moet je niet meteen gaan trappelen.” Ze haalde de Soefi mysticus, dichter, filosoof Rumi aan: “Ver voorbij onze ideeën van goed en kwaad is een plek. Ik ontmoet jou daar.” Het is de vrijheid die juist leidt naar de liefde. Niet een hedonistische vrijheid maar een speelse vrijheid. Elk contact is een vorm van spelen.

Ze liet een fragment zien waarin de zwarte rapper Typhoon optreedt voor een koninklijk gezelschap ter gelegenheid van de viering van ons 200 jaar koninkrijk. Er is enige ongemakkelijkheid te bespeuren bij het publiek als Typhoon rapt over ons slavernij-verleden: “Zonder donker kan het licht zichzelf niet kennen”. Het lijkt nog steeds niet gemakkelijk om te erkennen dat we aan de slavernij meegedaan hebben. Voor Typhoon is liefde de basis en dat is natuurlijk heel mooi. Van Saarloos geeft toe dat voor haar een cynische positie veiliger aanvoelt omdat je dan minder kwetsbaar bent. Desalniettemin wil ze liever denken: liefde is de basis, op zijn Surinaams; ‘lobi da bassi’.

Niet zo diep naar binnen kijken

We zagen ook een fragment uit de documentaire ‘The Century of the Self’ die gaat over hoe Freud’s theorie van de psychoanalyse gebruikt en misbruikt is. We zagen een fragment van een groepstherapie met Fritz Perls uit de 60er jaren. Deze vorm van therapie werd populair omdat men er achter kwam dat we het systeem van de maatschappij toch niet konden veranderen, waarop men zich dan maar op zichzelf ging storten. Van Saarloos vroeg zich af of het wel goed is om zo diep naar binnen te kijken: “moet je niet meer om je heen kijken?” Ik ben het hier van harte mee eens en daarom vind ik ook dat elke psychologische behandeling gepaard moet gaan met het betrekken van de mensen en het systeem om de ‘zogenaamde’ cliënt heen. Zoals Van Saarloos het formuleerde: “de verhalen die diep binnen in ons zitten, lijken op de verhalen die er al zijn in de wereld.”

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek, Psychologie, proza en poëzie