Tagarchief: taal

Filosoferen met kinderen

Dit interessante filmpje kwam ik op zoek naar iets anders tegen op het internet. Het is in 2000 gemaakt door Jan Diederen voor Noorderlicht, het wetenschapskanaal van de VPRO, nu Tegenlicht. Het is prachtig om te zien hoe kinderen slimme antwoorden geven op moeilijke vragen en hoe kritisch ze kunnen denken. De tekst van de VPRO bij het filmpje:

Kinderen hebben een natuurlijke neiging tot filosoferen. Jammer genoeg wordt deze ergens rond hun achtste jaar – onder andere door het onderwijssysteem – in de kiem gesmoord. Noorderlicht filmde op een basisschool in Heemstede waar met jonge kinderen wordt gefilosofeerd en op een school in Oost-Duitsland, waar na ‘die Wende’ filosofie als keuzevak op alle basisscholen werd ingevoerd.

 

Ik denk dat onze neiging tot filosoferen inderdaad wordt ingeperkt. En niet alleen binnen het onderwijs. Filosoferen is in zekere zin een subversieve bezigheid zegt iemand in het filmpje.

Hoe het momenteel gesteld is met het filosofie onderwijs op de basisscholen weet ik eigenlijk niet. Er wordt nog wel anno 2016 gefilosofeerd met kinderen blijkt uit een recent bericht in het tijdschrift Filosofie.


De drieteenstrandlopertjes dribbelen driftig langs de strandrand

De kiekendief schommelt geruststellend boven het waddenland

Niet alles is al helemaal

Kapot

Gedicht van Peter Storm.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Onderwijs, Opvoedkunde, Persoonlijk en politiek

Minuchin VI. Over transformatie en verandering

Minuchin: “Het gezin moet een stelsel zijn voor groei en genezing van al zijn leden”

Het gezinslid dat is bestempeld tot patiënt

In deze serie over de structuurtherapie van Minuchin is al eerder het begrip ‘geïdentificeerde patiënt’ gevallen. De betekenis heeft wel iets weg van zondebok. Het gaat om het gezinslid dat ‘problemen’ heeft of dat ‘het probleem is’ oftewel het gezinslid dat door de andere gezinsleden is bestempeld tot ‘patiënt’. Maar de symptomen van de ‘geïdentificeerde patiënt’ worden door het gezinssysteem bekrachtigd (in stand gehouden, versterkt).

Volgens Minuchin kunnen de symptomen het disfunctioneren van het gezin tot uitdrukking brengen. De symptomen kunnen ook elders ontstaan zijn en vervolgens door het gezin gebruikt en onderhouden worden.

Een disfunctioneel gezin is een systeem dat als reactie op interne en externe eisen om te veranderen stereotiep gaat functioneren. Het systeem wil verandering tegen gaan en om dit te bereiken maakt het de gezinsstructuur (het impliciete en expliciete geheel aan afspraken) tot een ding, tot een op zich bestaand iets dat vast staat. Vertrouwde transactiepatronen worden gehandhaafd met een starheid die iedere mogelijkheid tot een alternatief blokkeert. Het selecteren van één persoon die het probleem is, is een eenvoudige methode om het systeem in stand te houden.

Deze visie van Minuchin was in de jaren ’70 revolutionair en dat is deze, in de huidige gemedicaliseerde en op het individu gerichte geestelijke gezondheidszorg, nog steeds. Veel psychologen en psychiaters dragen nog steeds niets anders dan de individualistische visie uit. In de behandeling van gezinnen met kinderen wordt er vaak voorbijgegaan aan de mogelijkheden die de systeemtherapie biedt. De individualistische visie wordt soms terecht bekritiseerd als gebaseerd op pseudo-wetenschap. En zelfs de ‘geïdentificeerde patiënt’ zelf lijkt deze manier van behandelen vaak te prefereren. Zie mijn eerdere blogbericht: ‘De patiënt wil zelf voor gek worden verklaard‘. Maar binnen het grotere systeem van onze maatschappij is weinig ruimte voor de systeembenadering.

Er zitten natuurlijk ook veel nuttige kanten aan individuele therapie. Zie hiervoor bijvoorbeeld alleen al het therapeutische werk van Ingeborg Bosch. Maar Minuchin ziet het als de taak van de therapeut om het gezin en de ‘geïdentificeerde patiënt’ te helpen door middel van het faciliteren van een transformatie van het systeem.

Drie belangrijke stappen in het veranderingsproces

– De therapeut voegt zich bij het gezin in een leiderspositie.

– De therapeut brengt de gezinsstructuur aan het licht en evalueert die. (Zie hiervoor mijn eerdere bericht over de gezinskaarten maar ook bijvoorbeeld door het werken met poppetjes kan de gezinsstructuur aan het licht gebracht worden. De therapeut zet dan ook zichzelf met een poppetje op tafel.)

–  De therapeut schept omstandigheden waarin transformatie van de structuur mogelijk wordt. Hierdoor zullen de posities van de gezinsleden ten opzichte van elkaar veranderen. Impliciete en expliciete afspraken zullen veranderen. De ‘extra-cerebral mind’ van ieder gezinslid wordt getransformeerd waardoor zijn eigen ervaring veranderd. Dat is van belang voor alle gezinsleden maar vooral voor de geïdentificeerde patiënt. Hij wordt bevrijd uit zijn afwijkende positie.

Wat betekent transformatie en verandering in gezinstherapie?

Transformatie van de gezinsstructuur betekent dat de posities van gezinsleden ten opzichte van elkaar veranderen. Transformatie is de herstructurering van het gezinssysteem en de transformatie leidt tot  verandering; tot veranderde ervaringen voor de gezinsleden. Niet de samenstelling van het gezin wordt veranderd maar de wijze waarop de gezinsleden zich tot elkaar verhouden.

De therapeut verliest de individuele gezinsleden niet uit het oog maar hij richt zich op een verbetering in het functioneren van het gezinssysteem. Het gezin moet een stelsel zijn voor genezing en groei van al zijn leden. De gezinstherapeut is verantwoordelijk voor het verwezenlijken daarvan.

Voorbeeld: Gezin met een dochter met anorexia nervosa

Omdat de therapeut verantwoordelijk is voor de transformatie moet hij interventies doen die het systeem uit zijn balans brengen. Dit doet de therapeut bijvoorbeeld bij een gezin met een dochter van 14 met anorexia nervosa. De kaart die de therapeut heeft gemaakt laat een symbiotische coalitie zien van moeder en dochter. De echtgenoot en moeder’s moeder vormen ook een coalitie die de moeder isoleert binnen het subsysteem van de volwassenen. De moeder kan alleen bekwaam en competent zijn in de relatie met haar dochter. Het doel van de therapeut is om een afgrenzing te krijgen rond het subsysteem van de ouders en om een afstand te scheppen tussen de moeder en de dochter. Daardoor worden de moeder en de dochter uit hun afwijkende positie bevrijd. De therapeut brengt het systeem uit balans door een coalitie aan te gaan met de dochter tegen de moeder. Hij moedigt het meisje zelfs aan om openlijk agressief te zijn tegen haar moeder. Zijn interventies ontwrichten het evenwicht van alle vier de gezinsleden. De moeder die onder druk staat van de kritiek van haar dochter samen met de therapeut, kan zich alleen nog wenden tot haar echtgenoot.

Het kan onbillijk lijken wat de therapeut doet maar de therapeut blijft zodanig contact houden met de individuele gezinsleden dat zij hem blijven volgen, zelfs in momenten dat zij hem unfair vinden. Hij blijft de individuele leden respecteren en steunen en bepaalde aspecten van hun persoonlijkheid bekrachtigen zelfs als hij hen op andere terreinen aanvalt. Het vertrouwen van het gezin in de therapeut is buitengewoon belangrijk bij het uit het lood trekken van het systeem.

Terwijl de therapeut probeert het systeem uit zijn evenwicht te brengen kunnen de gezinsleden hier tegen in gaan. De therapeut moet proberen bij het therapeutisch doel te blijven en de gezinsleden aan te moedigen om de onzekerheden van de overgangsfase te doorstaan. Dit wordt mogelijk gemaakt door het begrip van de therapeut, door zijn steun en het accepteren van de gevoelens van de gezinsleden.

De zuigkracht van het systeem kan de therapeut echter ook doen meetrekken naar een niet gewenste positie waardoor transformatie van het systeem uitblijft. Dan moet de therapeut een andere positie innemen.

Voorbeeld: Samengesteld gezin en een dochter met huilbuien

Een man (vader) was gescheiden van zijn vrouw die manisch-depressieve periodes had. Met zijn nieuwe vrouw kreeg hij nog een kind. Na enkele jaren kwamen de twee dochters uit zijn eerste huwelijk bij hem en zijn nieuwe gezin wonen. Ze kwamen in behandeling omdat een van de dochters huilbuien had en het gevoel had dat niemand van haar hield. Volgens de therapeut leed het gezin aan de problemen die door de overgangssituatie (twee nieuwe leden opnemen in het gezin) werden veroorzaakt. De vader was als buffer gaan fungeren tussen de dochter en zijn nieuwe vrouw. Hij ging een machtsstrijd aan met de dochter en hij zei dat ze teveel op haar moeder leek. Met zijn eerste vrouw had hij eenzelfde soort conflicten gehad als hij nu met zijn dochter had. Hij zei dat hij zich zorgen maakte dat zijn dochter ook gek zou worden als ze later groot was.

De therapeut wilde het meisje bevrijden van dit ‘spookbeeld’ van de vorige vrouw (haar moeder) en hij wilde het gezin door de overgangssituatie heen helpen. In zijn strategie richtte hij zich op de stiefmoeder en vormde een coalitie met haar en zei dat het van vitaal belang was voor het gezin en het huwelijk dat zij de dochter van haar man accepteerde. Hij vroeg zich openlijk af of het goed was dat ook zij het ‘spookbeeld’ van de eerste vrouw aannam. De therapeut moedigde de vrouw aan om dit ‘spookbeeld’ bij zichzelf en de man te verdrijven. De vader werd er op aangevallen dat hij zich niet realiseerde dat zijn dochter een teenager was en niet een volwassene met wie hij een machtsstrijd kon aangaan. Hij kreeg te horen dat zijn dochter iemand was met een eigen persoonlijkheid en niet een verlengstuk van haar moeder. De coalitie van therapeut, vrouw en dochter transformeerde het gezin. Het bevrijdde de dochter en maakte de vader tijdelijk tot afwijkende.

Waarom veranderen mensen in therapie?

De ervaring van mensen verandert als hun positie ten opzichte van elkaar wordt getransformeerd. Maar waarom accepteren gezinsleden dit herplaatsen? En waarom blijven transformaties in stand ook na de therapie? Waarom zouden gezinsleden toestaan dat de therapeut hen uitprobeert terwijl ze komen met een aanmeldingsklacht en een geïdentificeerde patiënt?

Zoals alle therapeuten zet ook de gezinstherapeut vraagtekens bij hoe gezinsleden hun realiteit waarnemen. De therapeut zit in de positie van de twijfelaar. Hij brengt gezinsleden aan het twijfelen over hun ervaringen omdat hij weet dat de werkelijkheid complex is. De gezinstherapeut suggereert dat er nog iets meer is dan zij hebben waargenomen. Hij zegt: Ja, en… of ja,maar… Zijn positie als twijfelaar moet berusten op opmerkingen die door de gezinsleden als juist herkend kunnen worden. Zijn twijfels moeten aanhaken bij alternatieve ervaringsmogelijkheden of alternatieve codes waarover gezinsleden beschikken. Wat hij (zich) voorstelt behoort deel uit te maken van het repertoire van de gezinsleden of zou er deel van uit kunnen maken.

Omdat de therapeut iets toevoegt aan de realiteit van het gezin blokkeert hij de goed geoliede maar disfunctionele relaties. Tegelijk heeft de uitdagende en verandering vereisende inbreng van de therapeut iets vertrouwds.

Voorbeeld: een man heeft persoonlijke problemen en problemen in de opvoeding van twee zonen

De vader beschrijft zichzelf als iemand die intellectueel is en logisch denkt. Omdat hij zo logisch denkt weet hij zeker dat hij gelijk heeft en daarom heeft hij de neiging autoritair te zijn. Als het hele gezin samen is wordt duidelijk dat de kinderen en de moeder een coalitie vormen waardoor vader in een geïsoleerde positie staat. Als hij regels stelt doet hij dat op een pompeuze manier waardoor de moeder zich gefrustreerd en machteloos voelt. De zoons misdragen zich en speciaal de jongste zoon is hier zo goed in dat de relatie met zijn vader heel gespannen is. De tactiek van de therapeut is om de coalitie tussen de moeder en de zoons te verbreken, de grens rond het subsysteem van de ouders duidelijker te maken en zowel man en vrouw als vader en zoons dichter bij elkaar te brengen. Bij zijn strategie past het dat hij de vader steunt ook al is hij het niet met hem eens en ook al vind hij het moeilijk om de moeder onder druk te zetten.

Hij geeft een opdracht die vader en de jongste zoon samenbrengt en de moeder buitensluit. Vader moet drie maal per week een uur met de lastigste zoon doorbrengen. Hij moet dan zijn vermogen tot objectief observeren gebruiken zodat hij in de volgende zitting speciale trekjes van zijn zoon kan beschrijven.

De therapeut wordt op deze manier observator op afstand van het contact tussen vader en zoon. De vader wiens relatie met de zoon normaliter bestond uit een onder de duim houden met impulsieve, kleinerende opmerkingen zal zich gesteund voelen in zijn sterke kant: het wetenschappelijk observeren. De moeder zal het wel moeilijk hebben door het buitengesloten zijn maar zal zich ook gesteund voelen in haar wens dat haar man een goede vader wordt.

Vader, moeder en zoon zijn alle drie in een andere positie gekomen door de interventie. Ze accepteren de interventie omdat ze alternatieve posities aangeboden krijgen die binnen hun mogelijkheden liggen en die de belofte inhouden van een betere manier van omgaan met elkaar. De transformatie zal stand houden ook zonder de aanwezigheid van de therapeut omdat er nieuwe processen tussen de gezinsleden geactiveerd worden.

Drie redenen waarom cliënten veranderen

1. Omdat de waarneming van hun eigen werkelijkheid wordt aangevochten.

2. Omdat ze alternatieve mogelijkheden krijgen aangeboden die aanspreken en te doen zijn.

3. Door het uitproberen van de nieuwe transactiepatronen, interacties, ontstaan er nieuwe relaties en deze bekrachtigen (bevestigen en versterken) zichzelf.

Het begrip transformatie heeft betrekking op een grote structurele verandering. Deze treedt pas op na verloop van tijd. De therapeut moet weten hoe hij in kleine stappen het grotere doel kan bereiken. Bij de kleine stappen moet het gezin steun kunnen krijgen. Hoe de therapeut dit doet wordt in de volgende berichten in deze serie beschreven op een technische manier.

De context van een therapeutische sessie wordt bepaald door tal van specifieke factoren zoals de persoonlijkheid van de therapeut, de eigen stijl en affectieve toon van het gezin, de plaats waar de sessie plaatsvindt enz. Therapie moet aansluiten bij het dagelijks leven van het gezin en de therapeut. Een beschrijving op het niveau van de structuur geeft niet altijd de directe werkelijkheid weer. De psychische dynamiek en de structuur komen naar voren via de inhoud en de volgorde van de communicatie.

Een therapeut die invoegt in het gezin heeft aandacht voor de inhoud van hun transacties, hun mythes, hun wederzijdse verwachtingen, waardesystemen, dromen, hoop en idealen. Hij wil begrip krijgen voor ieder gezinslid zodat zijn therapeutische taak vergemakkelijkt wordt: het transformeren van de structuur en het maximaal benutten van het gezin als medium voor de groei en de genezing van zijn leden.

Stijlen van therapie zijn er net zoveel als leefstijlen. Minuchin heeft de neiging om als therapeut een soort ver familielid te zijn van het gezin. Hij houd er van om anekdotes te vertellen over zijn ideeën, zijn eigen ervaringen  en over wat hij heeft gelezen en gehoord van anderen voor zover hij denkt dat het relevant kan zijn. Hij past zich aan aan de taal van het gezin en werkt graag met concrete beelden en vergelijkingen zoals ‘het spookbeeld van de vorige echtgenote dat verdreven moest worden’ in de zojuist beschreven casus. Het begrip ‘spookbeeld’ paste bij de taal van dit gezin. Deze manier van aanpassen aan de taal leidt snel tot het overbruggen van een afstand. Het draagt bij aan het scheppen van een sfeer die op een bijeenkomst van oude kennissen lijkt. De interventie die hij als therapeut doet is structureel maar de inhoud ervan is specifiek en ‘geografisch’ dichtbij.

Minuchin heeft veel aandacht voor kwesties van nabijheid en afstand en van het bewegen van gezinsleden ten opzichte van elkaar.

“Mijn taalgebruik brengt mensen er toe om van het denken over één gezinslid over te stappen naar het overwegen van hoe het hele gezin werkt. Het gaat eerder over hoe iets in zijn werk gaat dan over individuele gezinsleden.”

Als hij met pubers werkt brengt hij graag gedichten ter sprake en algemene vragen over de zin van het leven omdat zij in deze fase bezig zijn met hun richting te bepalen.

In gezinnen waar stress en conflicten vermeden worden zodat disfunctionele patronen in stand blijven, zal hij confronterender en uitdagender zijn dan in andere gezinnen om zo emoties in de sessie te brengen.

Wat betreft de inhoud van zijn interventies is hij spontaan maar hij is steeds bezig om de volgorde en het ritme van de communicaties te observeren en hij kiest weloverwogen wanneer hij tegen wie spreekt.

1 reactie

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Systeemtherapie

Een patroon van geweld tegen vrouwen

Therapie is taal maar feminisme is ook taal. Althans dat heb ik begrepen uit het artikel in de Correspondent van Lynn Berger dat gaat over twee essay-bundels die het debat over het feminisme proberen open te breken.

Volgens de Amerikaanse schrijfsters van deze essays is de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen op een fundamenteel niveau nijpend en dan hebben ze het over het geweld tegen vrouwen. Ook in Nederland is geweld tegen vrouwen nog lang niet uitgebannen. Minister Bussemaker stelt in haar emancipatie-nota dat 39 procent van alle Nederlandse vrouwen ooit slachtoffer is geweest van seksueel geweld, en dat 84 procent van de meisjes tussen 15-25 jaar te maken heeft gehad met ‘seksueel grensoverschrijdend gedrag.

In dit blog aandacht hiervoor omdat ik nogal wat meisjes en vrouwen in therapie krijg die geweld van jongens en mannen proberen te verwerken. Taal helpt daarbij. Ik maak gebruik van schrijftherapie en narratieve therapie en ben regelmatig getuige van de strijd die vrouwen hebben om woorden te geven aan hun ervaringen.

Therapie is taal maar therapie is ook verbinden en daar gaat het bij de schrijfsters van deze essays ook om. Het geweld tegen vrouwen wordt nog steeds afgedaan als een individuele aangelegenheid en daar zijn zij het niet mee eens. Er is sprake van een patroon.


53ee1d29d7af70258964694

Untitled (Performance documentation at San Diego/Tijuana border) 2012, van kunstenares Ana Teresa Fernandes (Courtesy: Gallery Wendi Norris)

Een van de schrijfsters, Rebecca Solnit, bracht in 2008 in haar bundel; ‘Men Explain Things To Me’, een nieuw woord in omloop: ‘mansplaining’. Het woord ‘mansplaining’ omschrijft de neiging van (sommige) mannen om dingen aan vrouwen uit te leggen waarvan die vrouwen vaak zelf veel meer verstand hebben.

Er is bij mijn weten nog geen Nederlandse vertaling van ‘mansplaining’ dus gebruik ik in mijn gesprekken voorlopig maar het Engelse woord.

Solnit maakt bezwaar tegen de vele feministische teksten waarin het feminisme als een individuele aangelegenheid wordt voorgesteld. In deze teksten is men erop gericht dat vrouwen ‘de top’ moeten bereiken, of in elk geval een succesvolle carrière moeten op bouwen. Als hen dit niet lukt is hebben de vrouwen volgens deze teksten een persoonlijke probleem. Zo denkt ook de nieuwe hoofdredacteur Irene de Bel van het Nederlandse blad Opzij er over aldus het artikel in de Correspondent.

Het is natuurlijk belangrijk dat vrouwen financieel onafhankelijk zijn zodat ze door kunnen als hun huwelijk op de klippen loopt of als het inkomen van hun partner wegvalt. Er is in de Europese Unie nog steeds een verschil van 20 procent in de gemiddelde inkomens van werkende mannen en vrouwen. Economische ongelijkheid draagt denk ik bij aan een gunstig klimaat voor geweld tegen vrouwen.

Het is goed om het over arbeidsparticipatie te hebben, stellen de twee schrijfsters, maar op een veel basaler niveau is de ongelijkheid tussen man en vrouw stukken nijpender. En dan bedoelen ze het geweld tegen vrouwen waarbij de taal tekortschiet. Ik denk persoonlijk dat het er niet om gaat welk onderwerp het meest basaal is; het geweld tegen vrouwen of de economische ongelijkheid, omdat beide onderwerpen met elkaar te maken hebben. Het is een kip of ei kwestie.

Solnit schrijft in haar essay; ‘The longest war’, over een patroon van geweld tegen vrouwen dat breed en diep en afschuwelijk is en waar continu aan voorbij wordt gegaan. Geweld kent geen ras, klas, religie, of nationaliteit, maar het heeft wel een sekse – en daar moeten we het over hebben, schrijft ze.

Natuurlijk zijn er ook gewelddadige vrouwen; en natuurlijk zijn er ook ontzettend veel mannen die nooit een vrouw geweld aan zullen doen. Maar wie geweld door mannen tegen vrouwen als een individuele aangelegenheid blijft zien, als een reeks uitzonderingen en incidenten, die heeft een bord voor z’n kop.

We have dots so close they’re spatters melting into a stain, but hardly anyone connects them, or names that stain.

Solnit komt met haast ongelooflijke statistieken. In de Verenigde Staten wordt elke 6,2 minuten een verkrachting gerapporteerd en slaat elke 9 seconden een man zijn vrouw. Wereldwijd lopen vrouwen tussen de 15 en 44 jaar een grotere kans om te sterven of verminkt te raken door een gewelddadige man dan door kanker, malaria, oorlog en verkeersongelukken bij elkaar.

We hebben nieuwe woorden nodig, zegt ze, om de werkelijkheid goed te kunnen zien en zolang we die woorden niet hebben, dan toch in elk geval schrijvers – feministen – die hun best doen er bij in de buurt te komen.

Het onzorgvuldige taalgebruik van seksueel geweld

Roxanne Gay is zo’n schrijfster. Zij is professor in de Engelse taal en schrijft over tekenen van geweld en onderdrukking in de populaire cultuur. Dit is bij uitstek de plaats waar de normen en waarden van de maatschappij worden overgedragen. De populaire cultuur die Gay bespreekt wordt ook in Nederland volop geconsumeerd.

Ze schrijft over een zanger als Robin Thicke, die in het nummer ‘Blurred Lines’ zingt dat hij precies weet wat een vrouw wil, beter dan die vrouw zelf. Ze schrijft over het succes van boeken als ‘Fifty Shades of Grey’, waarin een jonge vrouw zich opoffert om haar bezitterige controlfreak van een man te behagen.

Net als Solnit schrijft Gay over seksueel geweld – iets waarvan zij zelf, op haar twaalfde, slachtoffer is geweest, zoals ze vertelt in het pijnlijke en openhartige essay ‘What We Hunger For.’ Ze schrijft over wetgevers in Texas, Ohio en North Carolina die, vorig jaar nog, probeerden te beperken waar en wanneer vrouwen een abortus kunnen krijgen, en die opnieuw wilden definiëren wat een foetus is. Er schemert een soort ongeloof door haar essays: ongeloof dat ze dit, anno 2014, nog moet zeggen, maar dat vrouwen toch echt zelf zouden moeten kunnen bepalen wat er met hun lichaam gebeurt.

In; ‘The careless language of sexual violence’, analyseert Gay de woordkeuze in een New York Times-artikel over een meisje van elf in Cleveland, Texas, dat door achttien jonge mannen werd verkracht. Het artikel richtte zich vooral op de gevolgen hiervan voor de gemeenschap waar de mannen en het meisje vandaan kwamen, ‘as if the victim in question were the town itself.’ Het meisje zelf kwam nauwelijks aan bod – behalve toen werd opgemerkt dat ze zich ‘kleedde alsof ze twintig was.’ Het haast vergoelijkende taalgebruik in dat artikel ziet zij als symptomatisch voor een cultuur die ‘doordrenkt is’ van het idee ‘dat mannelijke agressie en geweld jegens vrouwen acceptabel en vaak zelfs onvermijdelijk is.’ We hebben het over verkrachting, schrijft ze, ‘but we carefully don’t talk about rape.’

Zowel Solnit als Gay betogen dat het feminisme geen individuele aangelegenheid is, maar iets wat op de helft van de wereldbevolking betrekking heeft (en eigenlijk ook op de andere helft). Wereldwijd gaat de ongelijkheid tussen man en vrouw nog altijd veel verder dan ongelijkheid op de werkvloer. De manier waarop dat zich uit blijft vaak onzichtbaar – mede omdat onze taal niet specifiek genoeg is, of zelfs misleidend. Gay en Solnit zouden graag over andere dingen schrijven, maar dit vergt volgens hen nu de aandacht.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie