Tagarchief: Systeemtherapie

Cognitieve therapie, focus op gezond leven maar vooral: geen uitsluiting

Cognitieve therapie kan een alternatief zijn voor mensen met schizofrenie die geen antipsychotica willen gebruiken. Dit schrijven Engelse onderzoekers in the Lancet. En dat komt goed uit, want antipsychotica worden vaak te lang en in te hoge dosis voorgeschreven, zegt psychiater Jim van Os.

Zo luidt de inleiding van een artikel, gepubliceerd in GGZ Nieuws.nl met de titel: Psychosezorg rijp voor verschuiving.

The Lancet is een leidend medisch tijdschrift dat binnenkort een nieuw tijdschrift start speciaal over geestelijke gezondheid: Lancet Psychiatry. Het volledige artikel staat hier.

Van Os is niet verbaasd: ‘Patiënten zeggen al zo lang dat er veel meer manieren bestaan om beter te worden dan alleen antipsychotica.’

Hij waarschuwt dat dit goede nieuws ons niet te optimistisch moet stemmen omdat uitsluiting van het normale leven voor deze mensen een veel groter probleem is dan hun psychose en dat dat probleem nog lang niet opgelost is.

Dus de cliënt zelf, het directe ‘systeem’ rondom de cliënt maar ook de wijdere context, de gemeenschap, moet betrokken moeten worden bij de behandeling. Mensen met hun psychoses houden de maatschappij een spiegel voor. Verder uit GGZNieuws.nl:

Het beeld bestaat dat dit een levenslange, progressieve hersenziekte is, waardoor mensen geen baan krijgen, geen relatie. Patiënten internaliseren die negatieve verwachtingen, waardoor het nog slechter gaat. We moeten af van die focus op de ziekte behandelen, we moeten ons richten op gezond leven. Zorgen dat mensen weer deel uit gaan maken van de maatschappij. Dat is moeilijker, en misschien ook duurder dan wat we nu doen. Maar het levert ook veel meer op.

Kortom; systeemtherapie gericht op een wijdere context is geboden. Systeemtherapie naast cognitieve therapie. Wat mij niet onbelangrijk lijkt bij deze problemen is nog om jezelf te leren kalmeren of je omgeving te vragen om jou daarbij te helpen. En dat het liefst zonder (zelf)medicatie. Laten we ons inderdaad bij het behandelen van problemen richten op gezond leven.

Eerder werd in The Guardian geschreven over de kwalijke kant van de psychofarmaca hier en over hoe psychiatrische en psychologische hulpverlening mensen disciplineert met de hulp van psychofarmaca hier.

Jim van Os is bezig met het opzetten van een online netwerk gericht op een paradigmashift in de begeleiding van mensen die ooit een psychotische stoornis hebben doorgemaakt of nog hebben. Op de website zal informatie te vinden zijn over de aandoening, maar een ander belangrijk doel is het opstellen van een zorgstandaard. Op psychosenet.nl vindt u meer informatie.

Hij schreef al in 2010 over de rol van omgevingsfactoren bij de diagnose schizofrenie.

Over gezond leven gesproken: natuurbeleving heelt depressie en nog meer over de natuur en geestelijke gezondheid hier en hier.

Misschien is zelfs een retraite in de natuur op Terschelling iets voor u.

IMG_0722

Kalmeren in de natuur

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychiatrie, Psychologie, Systeemtherapie

Mentaliseren, hechting en systeemtherapie

Net zoals ‘Mentaliseren en hechting’ vind onderstaand artikel zijn oorsprong in jaargang 20, nr 3 van het tijdschrift Systeemtherapie. De titel was oorspronkelijk: “Echt een kind van haar moeder” en het werd geschreven door Robert van Hennik en Annah Planjer. Deze collega’s laten zien hoe zij gezinsleden helpen om meer te mentaliseren en om flexibele verhalen over hun identiteit en relaties te ontwikkelen – flexibele verhalen in plaats van rigide verhalen of chaotische verhalen.

Dit artikel beschrijft hoe de gehechtheids-theorie en de systeemtheorie geïntegreerd kunnen worden zodat ook de wederkerigheid van de relatie ouder-kind en het bredere systeem rond de ouder-kind relatie een belangrijkere plek krijgt binnen een therapie die het mentaliseren wil bevorderen. Werkwijzen uit de narratieve therapie spelen een belangrijke rol hierbij.

“Echt een kind van haar moeder”, is een uitspraak van een tante over haar nichtje van 14 jaar, Nathalie. Op drie plaatsten zal de casus van Nathalie in het artikel terugkomen ter illustratie. 

Mentaliseren en gehechtheid worden opnieuw met elkaar in verband gebracht. Een onveilige basis (hechting) belemmert de ontwikkeling van een reflectief vermogen (mentaliseren) en het beleven van wederkerigheid in relaties. Bij angstig-vermijdende gehechtheid (de ouder was emotioneel niet beschikbaar en de gevoelens van het kind werden niet gespiegeld) leren kinderen zich af te sluiten voor contact. Ze gaan net als hun verzorgers de nadruk leggen op feitelijkheden en cognities en houden hun gevoelens op afstand. Bij angstig-ambivalente gehechtheid (de ouder reageerde vaak overdreven emotioneel geladen op de gevoelens van het kind) raken kinderen overdreven geprikkeld en zijn zij claimend en veeleisend in het contact.

angstig vermijdend

Gehechtheid in de werkrelatie met de therapeut

De twee verschillende manieren van onveilig gehecht zijn hebben invloed op de werkrelatie met de therapeut. Een veilig gehechte cliënt zal zichzelf ook in deze werkrelatie ervaren als iemand die de moeite waard is en er van uit gaan dat de therapeut sensitief en responsief zal reageren op zijn nood. Voor de angstig-vermijdend gehechte cliënt zal praten over problemen emotioneel belastend zijn en de angstig-ambivalent gehechte client zal een relatie aangaan waarin veel nadruk gelegd wordt op gevoel. Deze cliënten zullen hun gevoelens moeilijk kunnen koppelen aan concrete gebeurtenissen en deze gebeurtenissen moeilijk feitelijk kunnen beschrijven.

De rol van mentaliseren in gehechtheidsrelaties

Het begrip mentaliseren is ontwikkeld vanuit het psychoanalytisch gedachtengoed en de gehechtheidstheorie.

Mentaliseren is het veelal onbewust rekening houden met mentale toestanden van jezelf en anderen. Deze vaardigheid ontwikkelt een mens rond het vierde jaar in alledaagse interacties met gehechtheidsfiguren. Het spiegelen van gevoelens door de ouder draagt er aan bij. Als het goed is gebeurt dit spiegelen congruent met de gevoelens van het kind, voldoende ‘gemarkeerd’ (het is duidelijk dat het om het gevoel van het kind gaat en niet van de ouder) en contingent (het kind leert dat zijn acties of gevoelens een bepaald gevolg hebben).

Het spiegelen kan op een speelse, humorvole manier gebeuren. Door congruent, gemarkeerd en contingent te spiegelen, groeit er een stevig onderscheid tussen het ‘ik’ en de ‘ander’. Het kind ervaart dat de ander (de ouder) in staat is om bijvoorbeeld teleurstelling of boosheid te containen – te omvatten, te verteren voor het kind en terug te geven – zonder dat de ouder zelf (teveel) teleurgesteld, boos of gekrenkt raakt.

Het kind ontwikkelt een stevig en positief gekleurd ‘zelf’. Het weet dat zijn gedachten en gevoelens er toe doen. Er ontstaat een positief beeld van de ander. Die ander is in beginsel voldoende, good enough, sensitief en responsief.

Als iemand niet veilig gehecht is kan hij de psychische werkelijkheid op twee manieren beleven.

1) De equivalente manier: Een mentale beleving staat voor dit mens gelijk aan de realiteit. Men is zich nauwelijks bewust van een verschil tussen zichzelf en de ander of tussen zichzelf en de buitenwereld. Andere perspectieven dan het eigen perspectief worden niet gezien of niet verdragen. In deze toestand kun je dingen louter concreet begrijpen. Extreem rigide gedachtegangen, absolute overtuigingen van het eigen gelijk en de overtuiging dat jouw lezing van de gedachten van een ander de enige juiste lezing is, zijn kenmerken van de equivalente manier van beleven.

2) De ‘alsof’ manier: Gedachten en gevoelens leiden een eigen leven zonder dat er een koppeling is met de buitenwereld. De verhalen voelen als onecht aan. Dissociëren en pseudo-mentaliseren vallen hier onder. Bij pseudo-mentaliseren worden er met zekerheid beweringen gedaan over de gedachten of het gevoel van een ander.

Om het mentaliseren te bevorderen blijft de therapeut gericht op de manier waarop iets verteld wordt. De therapeut doet niet aan duiding van hetgeen de cliënt verteld. Hij beloont interacties waarin gezinsleden nieuwsgierig zijn naar elkaars perspectieven. Er is dan namelijk een besef dat een gedachte van een ander een weerspiegeling is van de werkelijke gebeurtenis.

Systeemtheorie en gehechtheids-relaties

Vanuit de systeemtheorie is het duidelijk dat veiligheid en veerkracht ontwikkeld worden in een web van relaties en ervaringen die gedurende de levensloop en door generaties heen ontstaan. In veel literatuur over hechtings-stoornissen wordt beschreven hoe een kind reageert op de inconsequente of afwezige ouder. Dit is een lineaire benadering. Maar interacties zijn volgens de systeemtheorie circulair: Zoals kinderen zichzelf in de ogen van de ouders ontdekken, ontdekken ouders zichzelf in de ogen van hun kinderen. Daarnaast kleuren inter-generationele conflicten en actuele stresserende omstandigheden de ouder-kind interacties. Ouder en kind beïnvloeden elkaar binnen grotere systemen en ontlenen veiligheid of niet aan die grotere systemen die hen omringen.

Emoties zijn geen autonome sensaties. Emotie wordt door Hughes (Attachment Focussed Family Therapy, 2007) intersubjectief gedefinieerd. Emoties ontlokken reacties afhankelijk van de betekenis die zij van iemand krijgen. Ouder en kind ervaren in onderlinge afstemming, acceptatie van elkaar in de relatie. Hughes spreekt van het co-reguleren van de betekenis van een (escalerende) emotie. Ouder en kind interpreteren non-verbale signalen in termen van innerlijke beleving. Zij reflecteren samen op de ervaring en bouwen samen aan een betekenis die daarbij past.

Als het kind 4 jaar is leert het om zich kritisch te verhouden tot de ouders, gaat het hun zienswijzen bevragen en gaat het begrijpen dat gebeurtenissen op verschillende manieren kunnen worden uitgelegd. De betrouwbaarheid van de ouders, maar ook de vrijheid om hun zienswijzen te bevragen zijn voorwaarden voor het samen creëren van coherente verhalen. In dit soort van verhalen zijn verschillende perspectieven geïntegreerd.

Een narratief perspectief

In het diagnosticeren van gehechtheids-problematiek is voor een narratief therapeut niet zozeer de inhoud maar zeker ook de vorm waarin over gehechtheids-relaties wordt gesproken, indicatief.

Gefragmenteerde onsamenhangende vertellingen over interpersoonlijke en emotionele thema’s zijn een kenmerk. Het ontbreekt aan een passende samenhang tussen de beschreven feiten en gevoelens en aan een passende integratie van positieve en negatieve aspecten van relaties. Dit beperkt het vermogen om te leren van ervaringen, om zich te vereenzelvigen met geprefereerde aspecten van het zelf en om in de sociale context veerkracht te ontwikkelen.

In de narratieve therapie zijn gesprekstechnieken ontwikkeld die uitnodigen tot reflectie, betekenis-geving en het samen bouwen aan voorkeurs-verhalen over het eigen leven, over de eigen relaties en identiteit. Narratieven ontstaan in conversaties met anderen en in innerlijke dialogen met een geïnternaliseerde ander of een geïnternaliseerde ander die bepaalde culturele normen en waarden representeert. Narratieve flexibiliteit neemt toe al naargelang er meerdere perspectieven mogen bestaan en leidt tot een breder verhaal. Circulair vragen stellen draagt bij tot het kijken vanuit een ander perspectief, tot het inleven in de mentale toestand van de ander, tot het ontwaren van intenties achter gedragingen van anderen. Circulaire vragen stellen is een mentalisatie bevorderende interventie van de therapeut: Hoe denk je dat jouw kind dit beleeft? Hoe denk je dat jouw vader dit beleeft? Enz.

Trauma is aantoonbaar beter te verdragen wanneer de ervaringen geïntegreerd kunnen worden in een coherent verhaal over de gebeurtenissen en wanneer deze verhalen gedeeld kunnen worden met een belangrijke ander. De narratief therapeut probeert naast het probleem-verzadigde verhaal een alternatief verhaal te laten ontstaan dat ervaringen beschrijft waarvoor nog weinig taal was en dat recht doet aan intenties, waarden en voorkeuren over jouw identiteit en leven. Hierover meer in het artikel over schrijftherapie bij trauma.

Michael White spreekt over ‘the absent but implicit’. Iemand die over wanhoop spreekt heeft ook een idee van wat hoop is. Een vrouw die vertelt dat zij door het geweld wat haar is aangedaan het vertrouwen in anderen is verloren, vertelt impliciet over iets wat van waarde is voor haar. Namelijk: Het vertrouwen hebben in anderen. Dat wat voor haar van waarde is werd door het trauma geschonden of raakte verloren.

Wat is de geschiedenis van deze waarde voor deze vrouw? Kan deze waarde verbonden worden met haar verhalen van nu en zo een contrast vormen met het probleem-verzadigde trauma verhaal? White spreekt over een ‘testimony to what was precious and violated’. Een getraumatiseerde cliënt zou zich extra goed kunnen identificeren met een nieuwe verhaallijn wanneer er respons van belangrijke anderen volgt op haar verhaal. Dit kan gestructureerd plaatsvinden in outsider witness conversations: Vanuit een veilige postie kan een cliënt reflecteren op de reacties van ‘getuigen van buiten’ op zijn verhaal en deze reacties van buitenstaanders verbinden met eigen belevingen en ervaringen. Als deze nieuwe verhalen wijder bekend raken en dieper beleefd worden, wordt het weer mogelijk om te leven vanuit datgene waar waarde aan gehecht wordt en wordt het weer mogelijk om verbindingen aan te gaan met diegenen die belangrijk voor de cliënt zijn.

Mentaliseren bevorderende narratieve systeemtherapie: Een integratie van verschillende visies

Overeenkomsten tussen de verschillende therapeutische benaderingen bij gehechtheids-problematiek zijn bijvoorbeeld het gestructureerd reflecteren, meta-communiceren en het stellen van circulaire vragen. Overeenkomsten tussen de Mentalisatie Bevorderende Therapie (MBT) en de narratieve therapie zijn het werken vanuit de not-knowing positie. De therapeut gaat er in beide benaderingen van uit dat hij niet kan weten wat de cliënt denkt en voelt. De therapeut is alleen deskundig in het stellen van vragen om daar achter te komen. Overeenkomstig zijn ook de inter-generationele ideeën: Ouders die veilig gehecht zijn hebben een grotere kans op veilig gehechte kinderen. Dallos (Attachment Narrative Therapy, 2006) brengt de gehechtheids-relaties in kaart (geno-gram, sociogram) en gaat op zoek naar de beleving van verlies en troost door de generaties heen. Hoe is emotioneel en gedragsmatig omgegaan met gebeurtenissen die een appel doen op het systeem? Dallos heeft aandacht voor de vorm waarin er verteld wordt: Op een coherente, chaotische of rigide manier. De manier waarop er verteld wordt zegt hem iets over de gehechtheids-stijl (veilige, angstige of vermijdende stijl).

Er zijn ook verschillen. Het eerste verschil gaat over de therapeutische relatie. In de systemische en narratieve benaderingen lijkt te worden voorbijgegaan aan het feit dat kinderen die onveilig gehecht zijn weinig besef hebben van de eigen mentale toestand en die van anderen. Zij zullen ook de therapeutische relatie niet automatisch als veilig, betrouwbaar en helpend beschouwen. Daarom wordt het belang benadrukt om aandacht te besteden aan het samen opbouwen van die relatie in het hier-en-nu, in de therapiekamer.

Een tweede verschil is het werken met het tweetal (ouder-kind of therapeut-kind) in de MBT of met een complexer systeem van gehechtheids-relaties in de systeemtherapie. Al die relaties hebben volgens de systeemtherapie invloed op het vormen van een veilige gezinsbasis. het derde verschil betreft de focus van de therapie. Bij MBT is het mentaliseren zelf de focus. Het idee is dat wanneer gezinsleden leren mentaliseren dat zij dan zelf hun relationele problematiek kunnen aanpakken. In de narratieve systeemtherapie is er meer aandacht voor  het bespreken van het emotionele appel in de relatie. Emoties worden volgens de narratieve systeembenadering niet alleen gestuurd door interne toestanden maar ook door interacties.

Op basis van deze overeenkomsten en verschillen komen van Hennik en Planjer op een werkmodel met 5 stappen waartussen ook heen en weer geschakeld kan worden.

1. Een veilige basis in de therapie.

2. Een veilige basis in het gezin.

3. Een context creëren voor meervoudige perspectieven en flexibele narratieven.

4. Het samen bouwen aan samenhangende en geprefereerde verhalen over identiteit en relaties.

5. Het bevorderen van het emotionele gezinsgesprek en het samen reguleren van affecten (gevoelswaarden).

Gedurende alle stappen wordt het mentaliseren bevorderd.

1. Veilige basis in de therapie. De rol van de therapeut is vergelijkbaar met de rol van de ouder die zijn kind voorziet van een veilige basis van waaruit geëxploreerd kan worden. Hij of zij geeft het goede voorbeeld en bespreekt wat hij of zij beleeft in reactie tot anderen en benoemt in het gesprek wat hij of zij zich voorstelt bij de mentale toestanden van de gezinsleden. De therapeut neemt daarbij een speelse, accepterende, waarderende, nieuwsgierige, niet-wetende  en empathische positie in.

Een voorbeeld: De moeder van Nathalie (14) is acht jaar geleden overleden aan een overdosis drugs. Nathalie is misbruikt in een pleeggezin en vervolgens in instellingen opgegroeid. De therapeut vraagt terwijl ze een schema tekenen van de mensen om haar heen: “Waar zou je mij zetten”? Nathalie: “Jij hoort hier niet bij. Als ik straks de deur uitloop, ben je mij vergeten”. De therapeut: “Goh, ik wist niet dat je dat over mij dacht. Het lijkt me moeilijk om iemand in vertrouwen te nemen waarvan je denkt dat die je zo gemakkelijk vergeten zal”.

2. Veilige basis in het gezin. Hoe kan het gezin aan alle gezinsleden een veilige basis bieden waarin zij kwetsbaar kunnen zijn en elkaar kunnen vertellen wat hun hechtings-behoeften zijn? De therapeut voelt zich vooral verantwoordelijk voor de veiligheid van de ouders. Samen met de ouders kan veiligheid voor de kinderen gewaarborgd worden. Er is aandacht voor de gezinsstructuur, interactiepatronen, inter-generationele patronen en het affectieve klimaat. Er is aandacht voor het her-positioneren van de ouders in een meta-positie waarin zij regie ervaren en holding bieden als de kinderen een emotioneel appel doen. Er is aandacht voor onopgeloste familie- en partner-relatieproblematiek, samenwerking tussen de ouders en het uit de driehoek halen met de kinderen. Als er troost en steun is, als er momenten zijn van mentaliseren en intersubjectiviteit wordt dit geïdentificeerd en bekrachtigd. Er is aandacht voor non-verbale signalen als uiting van mentale toestanden en relationele boodschappen.

Als er sprake is van een angstig-ambivalente hechtings-stijl in het gezin probeert de therapeut vooral om het reflectieve vermogen te vergroten door te werken met geno-grammen, gezins-levenslijnen, het traceren van circulaire patronen en het interviewen van geïnternaliseerde anderen. Door observatie en reflectie leren gezinsleden afstand te scheppen tot de emoties in plaats van direct te reageren. Als er sprake is van een vermijdende hechtings-stijl probeert de therapeut juist om de mogelijkheden tot expressie van emoties uit te breiden.

angstig-ambivalent

3. Meervoudige perspectieven en narratieve flexibiliteit. Voor gezinsleden met gehechtheids-problematiek is het vaak moeilijk om te accepteren dat eenzelfde gebeurtenis meerdere betekenissen kan hebben. Ieder gezinslid beleeft de gebeurtenis op een andere manier en geeft er een andere betekenis aan. Maar deze verschillen kunnen gezien worden als een bedreiging voor de stabiliteit van de relaties in het gezin. In de behandeling wordt een context gecreëerd waarin meerdere, verschillende, soms tegenstrijdige perspectieven naast elkaar kunnen bestaan. De narratieve therapie maakt gebruik van interventies zoals het externaliseren, het ontwikkelen van een meerstemmig zelf, interviewen met getuigen en verhalen maken.

Iemand met een angstige hechtings-stijl lijkt als persoon samen te vallen met zijn of haar gevoel. Door het gevoel te externaliseren kan de persoon zich er toe gaan verhouden en is het gevoel niet langer een vaststaande werkelijkheid. Er kan over het gevoel nagedacht worden en het kan bekeken worden. Het zelf is geen rigide entiteit maar een flexibele organisator van subjectieve ervaringen (Hughes, 2007) en een geïntegreerd geheel van geïnternaliseerde conversaties (Anderson, The reflecting team, 1991).

Een meerstemmig zelf wordt door de therapeut bevorderd door innerlijke conversaties bij de cliënt op te merken, aandachtig te volgen en te doen delen met anderen. De cliënt kan bijvoorbeeld de opdracht krijgen om een brief te schrijven aan iemand wiens stem hij van binnen hoort. Dit kan bijvoorbeeld een overleden familielid zijn.

Een voorbeeld: Nathalie schrijft een brief aan haar overleden moeder en vertelt haar hoe het met haar gaat. Vervolgens krijgt Nathalie de vraag om een door haar zelf bedachte brief van haar moeder terug te schrijven. Nathalie wordt uitgelegd dat zij haar moeder heeft gekend en op basis van deze kennis zich een voorstelling kan maken van haar moeders mening en waarden in het hier-en-nu en deze een stem kan geven die van invloed kan zijn op haar. Op deze manier kan de hoop die moeder voor Nathalie had een steunende rol voor Nathalie zijn en kan Nathalie eer betonen aan de wensen die haar moeder voor haar had.

De therapeut kan ook een gezinslid interviewen en andere gezinsleden vragen om als getuigen-team mee te luisteren. Het getuigen-team wordt na het interview gevraagd om met elkaar te reflecteren over wat er bij hen van binnen weerklonk tijdens het luisteren naar het verhaal van de geïnterviewde of hen te laten reflecteren over wat ze denken wat van waarde is voor de verteller. In deze gespreksmethode wordt de strijd om het gelijk vermeden en kunnen verschillende uitgesproken indrukken naast elkaar bestaan.

Het verhalen maken kan als volgt: De ouders schrijven op een lijn het chronologisch verloop van gebeurtenissen in de gezinsgeschiedenis. De gezinsleden tekenen ieder op een eigen lijn de eigen beleving bij deze gebeurtenissen. Zo ontstaat er een gedeeld coherent verhaal over de gezinsgeschiedenis en is er gelijk ruimte voor het onderling onderscheiden van de eigen beleving met die van de anderen.

4. Samen bouwen aan samenhangende voorkeursverhalen. Voor de dominante probleem-verzadigde verhalen worden alternatieve, contrasterende verhalen gezocht die tastbaar worden door ze te documenteren. Onopgemerkte initiatieven, intenties, kennis en waarden die gerelateerd zijn aan iemands persoonlijke geschiedenis worden naar voren gehaald en belicht. Er wordt doorgevraagd naar wat ‘afwezig maar impliciet aanwezig’ is. Michael White spreekt in dit verband over re-authoring en re-membering. Jouw eigen verhaal her-schrijven (re-authoring) en opnieuw deelnemer (re-member) zijn in een sociaal netwerk.

Vragen die de therapeut stelt zijn: Wat waren de bijdragen van belangrijke anderen aan het leven van de gezinsleden? Welke indruk denken de gezinsleden te hebben gemaakt op die belangrijke anderen? Kunnen ze stilstaan bij wat zij hebben bijgedragen en wat deze daaraan heeft kunnen ontlenen? Zo ontstaan er nieuwe verhaallijnen die verstevigd en tastbaar kunnen worden door ze te documenteren met brieven, tekeningen en film. Op deze documenten kunnen in een bredere sociale context reacties georganiseerd worden waarmee de voorkeursverhalen herkenbaar worden en een functie krijgen in het vormen van nieuwe relaties.

Een voorbeeld: Nathalie vertelde dat er in haar familie schaamte bestaat over de verslavings-problemen van haar moeder en de uithuis-plaatsing van de kinderen. “Er wordt eigenlijk niet meer over mijn moeder gesproken”. Nathalie besluit om een gedenkavond te organiseren voor haar moeder en vraagt familieleden foto’s en herinneringen mee te nemen. Na deze gebeurtenis interviewt de therapeut een tante van Nathalie, een zus van haar moeder. Nathalie luistert naar dit gesprek als getuige. De tante vertelde onder de indruk te zijn van het initiatief van Nathalie. “Zij is echt een kind van haar moeder”, zegt de tante. Nathalie kijkt er van op. “Het is dapper om het zwijgen in de familie te durven doorbreken”. De tante verteld dat haar zus zeer trots zou zijn geweest op Nathalie. Dapper zijn en lef hebben waren belangrijke waarden voor moeder. Zij had, als enige van drie zussen, het durven opnemen tegen een zeer autoritaire en gewelddadige vader. Nathalie heeft het van haar moeder om zich, ondanks de kans op weerwoord, uit te spreken, vertelt tante. Als moeder vanaf een wolk had kunnen meekijken, zou zij haar eigen lef in haar dochter terugzien. Zij zou zien dat zij niet enkel de moeder was die haar dochter in de steek liet, maar ook een moeder die haar dochter iets heeft kunnen leren.

5.  Het emotionele gezinsgesprek en het samen reguleren van affecten (gevoelswaarden).

Het samen zorgen voor veiligheid, het bevorderen van het mentaliserend vermogen, momenten van intersubjectiviteit en narratieve flexibiliteit krijgen voortdurend aandacht door het communiceren over gemoedstoestanden en gehechtheids-behoeften in het hier-en-nu. Ouders leren zodoende om uit de machtsstrijd te blijven, om niet afwijzend op negatief gedrag van kinderen te reageren maar om contact te maken met de gehechtheids-behoeften en angsten die achter het negatieve gedrag schuilgaan. Ouders leren grenzen te stellen zonder bedreigend te zijn. Ze ontdekken dat ze frustratie en conflict kunnen verdragen door bewust hun eigen gemoedstoestanden waar te nemen en dat zij zo hun eigen gevoelswaarden en impulsen kunnen reguleren. Zij leren om onderscheid te maken tussen hun eigen emotionele thema’s en de emotionele reacties die in het gezin hier-en-nu ontstaan. Ouders en kinderen ervaren in momenten van intersubjectiviteit dat de gezinsrelaties stabiel kunnen blijven ook als er spanning is en dat zij als het spannend is samen hun emoties kunnen reguleren.

Bij een angstig-vermijdende hechtings-stijl zijn gezinsleden gericht op feiten. De therapeut helpt hen dan om verborgen gevoelens te identificeren en te benoemen. De therapeut neemt hierbij een niet-wetende rol in maar probeert het samen met het gezin te begrijpen.

Bij een angstig-ambivalente hechtings-stijl overheerst de emotie. De therapeut helpt om afstand en reflectie te bevorderen. De metafoor van het ‘kind van binnen’ zou bijvoorbeeld geïntroduceerd kunnen worden. Ouders leren zo om hun emoties te begrijpen als gehechtheids-behoeften van het kind binnen in hen zelf.

Gezinspatronen waarin steun en troost geboden worden, worden herkent, benoemt en bekrachtigd.

Ten slotte

Ik hoop dat u als therapeut of u als cliënt (ouder of kind, broer of zus) enthousiast geworden bent voor de kracht van deze vorm van therapie. Ik ben het zelf in ieder geval.

8 reacties

Opgeslagen onder Psychotherapie - Trauma, Systeemtherapie