Tagarchief: subsystemen

Minuchin’s gezinstherapie III

Na het blog Minuchin’s gezinstherapie I, over de mythe van de geïdentificeerde patiënt en het blog Minuchin’s gezinstherapie II, over de mythe van het vreedzame normale gezin ga ik nu in op de interventies van de therapeut. Die moeten gericht zijn op de structuur van het gezin, op ontwikkelingen binnen gezinnen en op de aanpassingen binnen gezinnen. Dit om zowel het gezin te doen voortbestaan als om de psychosociale groei van de individuele gezinsleden te blijven bevorderen ondanks de moeilijkheden van het normale gezinsleven.

Gezinsstructuur

Het gezin is een systeem dat werkt dankzij transactiepatronen. Gezinsstructuur is de manier waarop de gezinsleden transacties met elkaar aangaan, met elkaar omgaan. Herhaalde reacties op elkaar vormen patronen van hoe, wanneer en met wie er een relatie is en deze patronen zijn de pijlers van het systeem.

Transactiepatronen – in de loop van de jaren ontstaan – regelen het gedrag van de gezinsleden. Het systeem laat overschrijdingen van vertrouwde patronen niet gemakkelijk toe. Als de overschrijding te groot is, komen er mechanismen in werking die het oude patroon proberen te herstellen.

Maar als de omstandigheden veranderen moet de gezinsstructuur zich aanpassen. De kracht van het gezin als systeem hangt af van de beschikbaarheid van alternatieve transactiepatronen en van de flexibiliteit waarmee deze gemobiliseerd kunnen worden als het nodig is.

Een systeem dat moet reageren op interne en externe veranderingen moet kunnen transformeren om nieuwe omstandigheden het hoofd te kunnen bieden zonder dat de continuïteit, die voor de gezinsleden het referentiekader is, verloren gaat.

Subsystemen

Een gezinssysteem differentieert zich en kan zijn functies uitoefenen door de subsystemen. Individuen zijn subsystemen maar ook dyaden kunnen subsystemen zijn. Dyaden zoals man-vrouw of moeder-kind kunnen subsytemen zijn.

Subsystemen kunnen worden gevormd naar generatie, naar sekse, naar interesse of naar taken. Subsystemen worden bepaald door regels die de interacties tussen subsystemen bepalen. De transactiepatronen die de interacties tussen moeder en kind regelen bepalen ook de grens rond het moeder-kind subsysteem.

Een individu kan tot verschillende subsystemen behoren. Daarin heeft hij verschillende machtsposities en leert hij verschillende vaardigheden. Een man kan tegelijk zoon zijn of neef, oudere broer, jongere broer, echtgenoot, vader, etc. In de verschillende subsystemen gaat hij verschillende complementaire relaties aan. Mensen passen zich op een kaleidoscopische manier aan om de wederzijdsheid te verkrijgen die menselijke interactie mogelijk maakt. Het kind moet zich als zoon gedragen als zijn vader zich als een vader gedraagt. Het kan zijn dat hij dan de machtspositie die hij graag heeft in de interactie met zijn jongere broer, moet afstaan. Op deze manier krijgen de leden van een gezin een waardevolle training in het handhaven van een gedifferentieerd ‘ik’.

Grenzen moeten duidelijk zijn: hoe duidelijker, hoe beter het systeem functioneert

De grenzen van een subsysteem worden gesteld door de regels die bepalen wie er deelneemt en hoe. De grens van het subsysteem van de ouders wordt bijvoorbeeld bepaald als een moeder tegen haar oudste kind zegt: “Jij hoeft je broertje niet te verbieden. Als hij met zijn fietsje op straat komt, zeg het dan tegen mij dan zal ik hem wel terug roepen.”

moeder                         (gezaghebbend subsysteem)

———————————————————— (grens)

kinderen                       (subsysteem van kinderen)

Als het subsysteem van de ouders een ‘adjudant’ (hulp in de opvoeding) omvat dan wordt de grens anders bepaald. De moeder zegt bijvoorbeeld tegen de kinderen: “Tot ik terug ben van het boodschappen doen, moeten jullie naar Annie (de oudste dochter, het oudste zusje) luisteren.”

moeder en Annie       (gezaghebbend subsysteem)

————————————————————-(grens)

andere kinderen         (subsysteem van kinderen)

De grenzen beschermen de differentiatie binnen het systeem. Ieder subsysteem heeft specifieke functies en stelt specifieke eisen aan zijn leden. De ontwikkeling van vaardigheden om met elkaar om te gaan, is afhankelijk van de mate waarin het subsysteem bescherming biedt tegen inmenging door andere subsystemen. Een voorbeeld: om complementair gedrag tussen echtgenoten mogelijk te maken is het een vereiste dat er geen inmenging is van kinderen of van schoonfamilie en soms ook niet van de buitenwereld. Een ander voorbeeld: om met leeftijdsgenoten te leren omgaan, iets wat kinderen van elkaar leren, is het een vereiste dat de ouders zich er niet in mengen.

Voor het goed functioneren van een gezin moeten de grenzen tussen subsystemen duidelijk zijn. Zo kunnen de leden van het subsysteem hun functie uitoefenen. Tegelijk moet het subsysteem ook contact kunnen houden met leden van andere subsystemen. De functies zijn minder belangrijk dan de duidelijkheid van de grenzen. Het is zelfs zo dat de duidelijkheid van de grenzen als parameter gebruikt kan worden om het functioneren van een gezin te beoordelen!

Vage grenzen ………………………………………..

Sommige gezinnen keren zich geheel in zichzelf en vormen zo hun eigen microkosmos. Dit is een kluwen-gezin. De communicatie met elkaar en de zorg voor elkaar zijn sterk. De differentiatie binnen het systeem vervaagt. Zo’n systeem kan overbelast raken en de reserves missen om zich aan te passen en te veranderen in nieuwe omstandigheden.

Starre grenzen _________________

Er is onderling weinig contact met leden van andere subsystemen. Dit is het los-zand gezin.

Duidelijke grenzen ——————————-


kluwen-gezin                                                                                     los-zand gezin

……………………———————————————————————__________


Er is een breed stuk op bovenstaand continuüm dat ‘normaal’ genoemd kan worden, waar de grenzen tussen de subsystemen duidelijk zijn en waar de meeste gezinnen te plaatsen zijn. De benamingen ‘kluwen-gezin’ en ‘los-zand gezin’ slaan op de stijl van transacties, op de voorkeur voor een bepaalde soort transacties. Zij duiden geen kwalitatief verschil aan tussen functioneel of disfunctioneel. De meeste gezinnen hebben subsystemen die een kluwen zijn en anderen die los-zand zijn. Het subsysteem moeder-kinderen zal vaak in de richting van een kluwen gaan als de kinderen klein zijn en de vader zal een afstandelijker positie hebben tot de kinderen.

Maar interacties die zich afspelen op de uiteinden van het continuüm kùnnen pathologisch zijn. De saamhorigheid van de leden van een subsysteem of een gezin dat een ‘kluwen’ vormt kan ten koste gaan van de autonomie. Er is binnen een kluwen te weinig differentiatie tussen de leden, wat remmend werkt op het autonoom exploreren en oplossen van problemen. Speciaal bij kinderen kunnen cognitieve en affectieve vaardigheden hierdoor gehandicapt raken. Stress bij één individueel lid dringt door de vage grenzen heen en direct vindt dit zijn weerklank in andere subsystemen. Leden van een ‘los-zand’ subsysteem of gezin kunnen autonoom functioneren maar hebben een overtrokken gevoel van zelfstandigheid en een gebrek aan saamhorigheidsgevoel en loyaliteit. Hun mogelijkheid om afhankelijk te zijn of om hulp of steun te kunnen vragen kunnen gehandicapt zijn. Pas bij extreem zware stress binnen een subsysteem worden de mogelijkheden om elkaar te steunen geactiveerd.

In beide bovenstaande gevallen zijn de aanpassingsmechanismen scheef getrokken. Ouders van een kluwen-gezin kunnen te snel en te hevig reageren op iedere afwijking en bijvoorbeeld geheel van slag zijn als een kind zijn toetje niet op eet. Een los-zand gezin reageert niet als het wel noodzakelijk is. Ze maken zich er bijvoorbeeld geen enkele zorg over als een kind met veel tegenzin naar school gaat.

De therapeut heeft vaak de taak om de vage grenzen te verduidelijken en de rigide grenzen te openen. Het taxeren van de subsystemen in het gezin en het functioneren van de grenzen geeft hem een snel diagnostisch beeld waarop hij zijn interventies kan richten.

Het subsysteem van de echtgenoten

Meestal heeft een echtpaar de bedoeling om een gezin te stichten. Daarvoor zijn bepaalde taken of functies van levensbelang. Voor de uitvoering van deze functies zijn aanpassingsvermogen, wederzijdse afhankelijkheid en complementariteit een vereiste. Het paar moet patronen ontwikkelen die het functioneren van beide partners op velerlei gebied kan ondersteunen. Ze moeten complementaire patronen ontwikkelen waardoor iedere partner kan toegeven zonder het gevoel te hebben dat hij iets opgeeft. Man en vrouw moeten beiden iets opgeven van hun zelfstandigheid om daardoor te winnen aan saamhorigheid.

Het partnersubsysteem kan een vluchtheuvel zijn voor stress uit de buitenwereld maar kan ook een middel zijn om contact te leggen met andere sociale systemen. Het kan creativiteit en groei bevorderen. In het proces van wederzijdse aanpassing kunnen de partners de creatieve aspecten van elkaar die eerder niet aan bod kwamen, actualiseren en elkaars beste kanten bevestigen.

Andersom kan een echtpaar ook elkaars negatieve kanten activeren. Ze kunnen elkaar willen verbeteren, beschermen of redden en elkaar daardoor diskwalificeren. Er kan een afhankelijk-beschermend patroon ontstaan waarin het afhankelijke lid afhankelijk blijft om het ‘beschermersgevoel’ van de partner te beschermen. Er kunnen dergelijke patronen ontstaan zonder dat er sprake hoeft te zijn van uitgebreide pathologie of kwaadwillige intenties van de partners. Om de complementariteit van het systeem te benadrukken en de positieve en negatieve kanten van iedere partner te verbinden zou een therapeut in het geval van een afhankelijk-beschermend patroon kunnen opmerken: “U beschermt uw vrouw op een manier die haar remt, maar anderzijds bent u er knap in om van uw man meer bescherming te krijgen dan nodig is”.

Het partnersubsysteem moet een grens hebben die het beschermt tegen de inmenging van vragen en eisen van andere systemen. Vooral als er kinderen zijn moet het paar een eigen psychosociaal territorium hebben, een toevluchtsoord waar zij elkaar emotioneel kunnen steunen. Als de grenzen te star zijn kan het systeem onder stress komen te staan door hun isolement. Als de grenzen te vaag zijn kunnen andere subsystemen zoals schoonfamilie of kinderen inbreuk maken op het subsysteem van het echtpaar.

Eenvoudig gezegd: man en vrouw moeten bij elkaar hun toevlucht kunnen zoeken tegen de vele eisen die het leven hen stelt. Een therapeut moet zo nodig de grenzen rond dit subsysteem beschermen.

Het subsysteem van de ouders

Bij de geboorte van een kind moet het partnersubsysteem gaan differentiëren omdat het nu ook moet zorgen voor het kind zonder dat daarbij de wederzijdse steun – die het partnersubsysteem kenmerkt – verloren gaat. Er moet een grens komen die het kind toestaat zijn beide ouders te bereiken terwijl het kind buiten de partnerfuncties wordt gehouden.

Als het kind groter wordt gaat het meer autonomie maar ook meer leiding vragen. Het ouderlijk subsysteem moet zich aanpassen om aan deze vragen tegemoet te kunnen komen. Het kind komt in contact met andere socialiserende factoren. Het ouderlijk subsysteem moet zich aanpassen aan deze nieuwe factoren die een inbreuk kunnen zijn op zijn socialiserende en leidinggevende taak. Als het kind buiten het gezin onder zware stress staat dan kan dit zowel invloed hebben op zijn relatie met zijn ouders als op de transacties binnen het partnersubsysteem.

Het oude onbetwistbare gezag van het oudersubsysteem is grotendeels verdwenen. Ouders van nu hebben een meer flexibele, rationele autoriteit. Ze moeten begrip hebben van de behoeften van hun kinderen in de verschillende ontwikkelingsfasen en de regels die zij stellen kunnen uitleggen. Opvoeden is een heel moeilijk proces dat verandert met de leeftijd van de kinderen. Waarschijnlijk is het altijd min of meer onmogelijk om er zonder schrammen doorheen te komen. Het is essentieel dat men begrijpt hoe moeilijk opvoeden is. Om te kunnen opvoeden moet men kunnen verzorgen, leiding geven en controleren afhankelijk van de ontwikkelingsfase van de kinderen. Volgens Minuchin vereist opvoeden altijd autoriteit: om effectief te kunnen functioneren is het een vereiste dat zowel ouders als kinderen het feit accepteren dat een gedifferentieerd gebruik van autoriteit een noodzakelijk bestanddeel is van het ouderlijk subsysteem. Maar een puber probeert autonoom te worden en te groeien. Dat is zijn recht en zijn plicht en het kan zijn dat een therapeut ziet dat dit een therapeutisch doel is. In deze situaties moet de therapeut in gedachten houden dat alleen een zwak ouderlijk subsysteem teveel inperkende controle uitoefent en dat teveel controle vooral voorkomt als de controle niet effectief is. De therapeut moet het stellen van regels blijven ondersteunen. Het is zijn functie om de subsystemen te helpen bij hun onderhandelingen en hun aanpassing aan elkaar.

Het subsysteem van de kinderen

Binnen dit subsysteem steunen en isoleren kinderen elkaar, maken zij elkaar tot zondebok en leren zij van elkaar. In de wereld van broertjes en zusjes leren kinderen onderhandelen, samenwerken en wedijveren, hoe je vrienden en bondgenoten moet maken, hoe je je gezicht kunt redden als je voor iemand moet onderdoen en hoe je erkenning kunt krijgen voor je vaardigheden. Zij kunnen verschillende wegen opgaan om de uitdagingen aan elkaar te ontlopen en deze posities, reeds vroeg in het subsysteem ingenomen, kunnen bepalend zijn voor de rest van hun leven.

In grotere gezinnen is het subsysteem van de kinderen nog onderverdeeld. De jongeren die nog verzorging nodig hebben en de ouderen die gericht zijn op de buitenwereld.

Als kinderen contact leggen met leeftijdsgenoten buiten het gezin, dan zullen zij dat eerst doen op de manier zoals zij dat met hun broers en zussen deden. Als zij buiten andere manieren leren nemen ze dat mee naar binnen. Wanneer het gezin er een heel aparte stijl op na houdt, dan kunnen de grenzen tussen het gezin en de wereld daarbuiten te star, te rigide worden. Het kind kan het dan moeilijk krijgen om in andere sociale systemen te worden opgenomen. Enige kinderen ontwikkelen al vroeg een gedrag dat aangepast is aan de volwassenen. Zij kunnen moeilijkheden ervaren in het ontwikkelen van autonomie, in het kunnen delen, samenwerken en wedijveren met anderen.

De therapeut moet het recht van het kind op autonomie ondersteunen zonder af te doen aan het recht van de ouders. Soms is hij tolk tussen de ouders en de kinderen. Soms zal hij een subsysteem moeten helpen om duidelijke maar overschrijdbare grenzen te trekken naar de buitenwereld toe en andersom als het kind gevangen zit in een  web van overdreven gezinsloyaliteit zal de therapeut als brug fungeren tussen het kind en de buitenwereld.

Aanpassing van het gezin aan de druk van buiten en de druk van binnen

Om op deze druk te kunnen reageren is vaak een transformatie nodig van de posities van de gezinsleden ten opzichte van elkaar. Het gezin als geheel bewaart ondanks deze transformaties zijn continuïteit. Kenmerkend voor een overgangsproces zijn gevoelens van angst en een gebrekkige differentiatie waardoor het proces vaak gezien wordt als pathologisch. Dit is onterecht. Het gezin, het systeem heeft te kampen met een nieuwe situatie. De nadruk moet liggen op het overgangsproces waar het systeem zich in bevind. Het systeem moet beschouwd en behandeld worden als een gewoon gezin in een overgangssituatie, met alle narigheid die het aanpassen aan nieuwe situaties met zich meebrengt. De therapeut kan er op vertrouwen dat het systeem hulpbronnen kan mobiliseren binnen het systeem zelf die voor een transformatie zorgen.

Het woord pathologisch reserveert de therapeut voor systemen die in stress-situaties de rigiditeit van hun transactiepatronen verhogen en die het exploreren van alternatieven weerstaan of vermijden. In deze systemen moet een therapeut een acteur worden in het gezinsdrama. Hij moet tijdelijke coalities aangaan met gezinsleden om het bestaande systeem uit het lood te brengen zodat er een nieuw evenwicht bereikt kan worden.

In een volgende blog-post staat een beschrijving van de vier bronnen van stress die een gezinssysteem kunnen overbelasten en hoe de therapeut daar volgens Minuchin mee om moet gaan.

 

Advertenties

3 reacties

Opgeslagen onder Systeemtherapie