Tagarchief: puberhersenen

Adolescentie periode is ‘tipping point’

De laatste jaren is het makkelijker geworden om de hersenen te scannen. Door het hersenonderzoek komen psychologen met nieuwe ideeën over hoe kinderen leren: ideeën die niet uit gedragsonderzoek naar voren komen.

De hersenontwikkeling van pubers en adolescenten wordt momenteel in kaart gebracht door psychologen aan de Universiteit van Leiden onder leiding van Prof. dr. Eveline Crone. Het gaat om een groot onderzoek onder circa driehonderd jongeren tussen 8 en 28 jaar gedurende vijf jaar (2011-2015). In die periode werd bij de jongeren tweemaal naar hun hersenstructuur en hersenactiviteit gekeken bij het uitvoeren van bepaalde taken. Het is voor het eerst dat op een dergelijke schaal de hersenontwikkeling bij jongeren in kaart is gebracht. Er komen publicaties in de wetenschappelijke tijdschriften The Journal of Neuroscience en Developmental Cognitive Neuroscience over het onderzoek. Dit onderzoek heet het ‘brain time’ project.

De onderzoeken tonen aan dat de emotionele gevoeligheid aanwezig is in de hersenenen van àlle adolescenten maar dat die gevoeligheid niet altijd tot risicovol gedrag leidt. Crone vroeg zich vervolgens af waar die emotionele gevoeligheid goed voor is en wat blijkt: de emotionele gevoeligheid kan leiden tot het doen van domme dingen maar kan ook leiden tot meer meevoelen met anderen, tot meer plezier kunnen halen uit samenwerken, delen met anderen en het helpen van anderen. Deze gedragingen vallen onder het zogenaamde pro-sociale gedrag: gedrag waarbij je uit eigen wil goed doet voor anderen.

Kinderen die pro-sociaal zijn doen het beter op school, hebben later meer succes en het gedrag is een voorspeller voor allerlei andere positieve uitkomsten. Crone zou graag de wereld van jongeren willen verrijken want de adolescentie is een soort ‘tipping point’. In die leeftijdsfase ga je òf meer de richting op van op jezelf gericht zijn en het eigenbelang maximaliseren òf wordt je iemand die goed wil zijn voor anderen en de samenleving.

Men kwam er ook achter dat een hogere beloningsgevoeligheid (waar te nemen in de hersenen) in de puberteit samenhangt met huidig en toekomstig alcoholgebruik en dat impulsiviteit te voorspellen is.

Er is ter gelegenheid van de recente uitkomsten van dit onderzoek een leuke video gemaakt waarin onderzoekers en onderzochte jongeren aan het woord komen.


Ik vraag me af welke invloed de nadruk op het zelfstandig leren en de fixatie op cijfers, toetsen en testen van de laatste decennia in het onderwijs heeft op de ontwikkeling van het puber-brein. Ik vrees dat dit op veel eigenbelang en op weinig pro-sociaal gedrag uitdraait. Hoe dit te bewijzen met hersenonderzoek weet ik niet meteen. Misschien met een internationaal antropologisch/psychologisch hersenonderzoek.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologie

Nieuw gezag – deel 2

Modern ouderschap in de puberteit: “Ik laat je niet los”

Dit is de boodschap van ouders wanneer ze opnieuw het gezag proberen te krijgen over een weerbarstige puber of adolescent met de methode van ‘nieuw gezag’ of ‘geweldloos verzet’ van Haim Omer. Elders schreef ik hierover in dit weblog. En ook hier.

Haim Omer’s methode is de laatste jaren geëvolueerd. Aanvankelijk lag de nadruk op het stoppen van zinloze escalaties, betere emotie-regulatie en duidelijkere stellingname door de ouders en het betrekken van steun uit de omgeving. Later ontstond het idee dat het model in feite neerkwam op een nieuwe, beter aan de tijd aangepaste vorm van ouderlijk gezag (vanuit transparantie en kracht in plaats vanuit macht).

Haim Omer

Ik vond een mooie beschrijving van hoe zijn methode gebruikt word in een GGZ instelling in Almere-Stad, in Jaargang 22 (nr 3) van het tijdschrift Systeemtherapie. Hieronder een samenvatting.

Twee achtergronden van het ontstaan van ‘nieuw gezag’

1. Afgenomen machtsverschillen tussen jong en oud

Na de 2e wereldoorlog is de machtsongelijkheid tussen jong en oud steeds meer afgenomen. In het gezin is overgestapt van een ‘bevelshuishouding’ naar een ‘onderhandelingshuishouding’. Ook in de maatschappij worden sociale regels steeds meer gezien als iets relatiefs dat in twijfel kan worden getrokken. Maar in een sociale context met minder sturing van bovenaf heeft het individu veel meer zelfsturing nodig.

Jongeren hebben veel meer vrijheid en bewegen zich meer in een eigen jongerenwereld. Die eigen wereld bestaat ook steeds meer uit digitale netwerken op het internet. Op deze wereld hebben ouders steeds minder zicht.

Ouders hebben steeds minder houvast aan de regels van het traditionele gezag vanuit de maatschappij. Bij allochtone ouders gaat deze ontwikkeling in versneld tempo; deze ouders rekenen nog op hiërarchie en opvoedingssteun van buiten af maar die is er in de Westerse maatschappij veel minder.

2. Puber-hersenen en ‘hulphersenen’

Uit hersenonderzoek blijkt dat de rijping van hersenen van jongeren er langer over doet dan men eerder dacht en veel langer dan de rijping van hun lijf. Dit verklaart veel van het typische puber-gedrag. De ouders weten dit vaak niet en spreken de jongeren aan op volwassen verantwoordelijkheid.

De jongeren hebben hun ouders nog nodig als ‘hulphersenen’. Vooral op het gebied van redeneren, planning op langere termijn, abstract denken, sociaal gedrag en uitstel van directe reacties. Dit zijn de functies van het pre-frontale deel van de hersenen, waarvan de rijping pas op het 24e jaar min of meer voltooid is.

Meestal gaat het goed maar de verhouding tussen de ouders en de jongere kan in deze periode verslechteren door oplopende negatieve interacties. Dan verliezen de ouders hun rol als volwassen vertrouwenspersoon en als ‘hulphersenen’ en raakt de band met de jongere verstoord. De ouders voelen zich machteloos.

Reacties van macht en onmacht komen in de plaats van veilige hechting en leiding. Als er twee ouders in het gezin zijn, is de ene vaak de toegevende en de andere de strenge, en laten zij zich uitspelen in plaats van samen te werken.

Veel oudertrainingen gaan uit van het idee dat de ouder de controle moet krijgen over het kind. Pubers herkennen dit en wapenen zich daartegen. Het ‘nieuwe gezag’ heeft hier een antwoord op.

HET ‘NIEUWE GEZAG’

Dit gezag is geweldloos. De ouder vermijdt fysiek geweld en het gebruik van dreigende, vernederende of beledigende taal en gaat niet mee in escalaties. De ouder biedt echter op een nieuwe manier verzet tegen de dominantie of onbereikbaarheid van de jongere.

Er wordt op een vasthoudende wijze ouderlijke aanwezigheid in het leven van het kind aangeboden, waarbij de kernboodschap luidt: “Hier ben ik! Ik ben je ouder en ik blijf je ouder. Ik geef niet toe en ik geef je niet op!” Macht en/of onmacht worden vervangen door uitingen van kracht.

De ouders bepalen het speelveld, waarvan de grenzen bestaan uit gedrag van de jongere dat voor hen onacceptabel is. Daarbinnen krijgt de jongere ruimte om zijn of haar wensen aan te geven.

Het maken van verzoeningsgebaren tegenover de jongere, is altijd al een belangrijk onderdeel geweest van het ‘nieuwe gezag’ maar deze gerichtheid op het herstellen van de relatie van de ouder met de jongere neemt een steeds belangrijkere plaats in: Herstel van een positieve, veilig gehechte ouder-kind relatie.

Het ‘nieuwe gezag’ is hierdoor een algemeen model geworden voor modern ouderschap in de puberteit en niet alleen een model voor gezinnen van pubers met extreem agressief en destructief gedrag.

Twee principes

1. De ouders nemen een krachtig standpunt in ten opzichte van geweld (fysiek of verbaal), risicogedrag en antisociaal gedrag.

2. Hierbij vermijden zij absoluut elke vorm van fysieke of verbale aanval.

Deze principes worden uitgewerkt in een aantal methoden waarbij de ouders gesteund kunnen worden:

Het weerstaan van provocaties en uitgestelde reacties

Het gaat hierbij om het inzicht dat zowel escalatie als terugtrekking niet werken en dat het gezag en de relatie met de jongere er alleen maar verder door ondermijnd wordt. Ouders gaan leren om niet meer in te gaan op provocaties. Ze leren om hun emoties van boosheid, verdriet en angst te reguleren en hun reactie uit te stellen tot een rustig moment: ‘smeedt het ijzer als het koud is’.

De ouders zullen niet meer op elke slak zout leggen maar de jongere aanspreken op echt belangrijke gedragingen die de veiligheid, gezondheid of ontwikkeling van de jongere of van anderen in gevaar brengen.

De ouders spreken hun besluit op een expliciete en positieve manier uit: “Omdat we van je houden en bezorgd over je zijn, kunnen we niet langer accepteren dat je ….” Ze vermelden daarbij dat zij alleen controle kunnen uitoefenen over hun eigen gedrag en niet over dat van de jongere.

Als de jongere zijn of haar wensen wil afdwingen of intimiderend gedrag vertoont, geeft de uitgestelde reactie de ouders de ruimte om na te denken of om eerst met anderen te overleggen: ”Ik heb gehoord wat je zegt, ik kom er vanavond op terug”.

Het doorbreken van de geheimhouding

Ouders die met hun kind in de problemen zijn gekomen zijn dit vaak steeds meer geheim gaan houden uit gevoelens van schaamte en schuld, onder het mom van:” Je hangt je vuile was niet buiten”. Maar volgens Haim Omer gaat veiligheid boven privacy. Hij vindt het juist belangrijk dat de ouders steun gaan vragen: “It takes a village to raise a child”.

Omwille van het belang van het kind kunnen familie, vrienden, kennissen, buren of de school gevraagd worden om te helpen. De jongere mag ook steunfiguren vragen. Er worden geen ouders en anderen meer tegen elkaar uitgespeeld: “Alle hens aan dek”

– De ‘sit-in’

De ouders zoeken de jongere op in zijn of haar kamer, kondigen aan welk gedrag zij niet langer kunnen tolereren, en blijven een tijd, zwijgend en zonder discussie, bij de deur zitten. Het doel is hun ouderlijke betrokkenheid en stellingname ten aanzien van de grenzen te tonen.

sit-in van jongeren voor vrede

De ‘sit-in’ is een bekend demonstratiemiddel.

– De telefoonronde en ‘het volgen’

Deze twee methoden dienen om de ouders weer aanwezig te laten zijn in het leven van hun kind als hij of zij te laat thuiskomt, weigert te vertellen waar hij of zij uithangt of is weggelopen.

De ouders sporen de vrienden en kennissen, enz. van de jongere op, bellen hen en verzoeken hen om de jongere te vragen contact met thuis op te nemen. De boodschap is steeds: “Wij willen weten waar je bent, omdat we bezorgd zijn”. De ouders gaan naar de jongere op zoek om hun betrokkenheid te laten blijken, niet om te straffen.

– Het weigeren van bevelen

Praat niet tegen me

Ouders verlenen geen diensten meer aan het kind uit angst of omdat het kind dit eist, maar doen uitsluitend dingen voor hem of haar die ze als ouder uit vrije wil verkiezen te doen.

De ouders houden zich niet meer aan taboes of verboden zoals die zijn ontstaan uit angst voor de reacties aan de jongere, zoals niet meer op de kamer mogen komen van de jongere of geen vragen mogen stellen over school of vrienden.

– Verzoenende gebaren

De ouders maken op relatieherstel gerichte gebaren jegens het kind: Ze doen aardige dingen voor hem of haar, bieden gezamenlijke activiteiten aan, drukken hun waardering uit voor de goede kanten van de jongere of bieden excuses aan voor wanneer zij zelf de fout in zijn gegaan. Ze doen dit onafhankelijk van eventueel goed gedrag van de jongere en zonder straffend te reageren als de jongere die gebaren afwijst. Natuurlijk reageren de ouders positief op de verzoeningsgebaren van hun kind.

Als de ouders hun veranderde opstelling stug volhouden zal de jongere op den duur bijna onvermijdelijk ook veranderen. Bij het volhouden van de veranderde houding hebben de ouders vaak steun nodig.

De praktijk

In Almere hebben hulpverleners ervaring met het helpen van ouders met de methode van het ‘nieuwe gezag’.

Vaak vragen de ouders: “Waarom moeten wij veranderen, terwijl ons kind degene is die zich niet gedraagt”? Uitgelegd wordt dat er een escalatie-patroon is ontstaan waarbij eigenlijk iedereen de greep op de situatie is kwijtgeraakt. Met deze methode kunnen de ouders geholpen worden om weer de regie over hun gezin te krijgen.

De ouders maken na een introductie, prioriteiten in het probleemgedrag wat ze willen aanpakken. De lijst van probleem gedrag wordt verdeeld in te negeren gedrag (60%), gedrag waar je een enkele opmerking over maakt maar verder geen actie op onderneemt (30%) en onacceptabel gedrag (10%). Die 10% is niet meer te tolereren gedrag, dat het gezin het meest ontwricht. Dat zijn de een tot drie gedragingen waarvoor de ouders een plan van aanpak gaan maken.

Uitgebreid wordt stilgestaan bij hoe belangrijk het is dat de ouders hun eigen emoties leren reguleren, hoe moeilijk dat ook zijn mag.

De ouders krijgen de opdracht om een ‘aankondigingsbrief’ te schrijven. Hierin beschrijven ze, vanuit een liefdevolle houding en in zo concreet mogelijke termen, welke gedragingen ze van hun kind niet meer kunnen tolereren.

De brief wordt voorgelezen tijdens een plechtig overgangsritueel waar de ouders personen uit het steunnetwerk bij betrekken. De plek waar het ritueel plaatsvindt is meestal in een formele setting: de therapie kamer, op school, enz. Na het voorlezen van de brief mag de jongere vragen stellen en de brief wordt overhandigd. Deze gebeurtenis heeft vaak een krachtige emotionele uitwerking. De plechtige opzet van dit overgangsritueel is belangrijk omdat beide partijen in de strijd het zicht zijn kwijtgeraakt op de onderliggende positieve betrokkenheid van de ouders.

Een voorbeeld van een aankondigingsbrief

Lieve J,

Bijna 14 jaar geleden kwam ik bij jouw papa wonen. Jij was een klein lief jongetje, dat met zijn lieve glimlach en zijn mooie blauwe ogen zo mijn hart veroverde en mij tot mama maakte. Ik vond het in het begin best moeilijk om ineens een kindje op te voeden. Door jouw onvoorwaardelijke liefde voor ons en hoe jij alles zo mooi vond wat we met jou deden, werden we al snel een hecht gezin. Wat was je trots op elk zusje dat geboren werd.

Het jaar dat je naar een andere school moest werd een naar jaar in ons gezin. Je werd steeds opstandiger. Wat hebben we ons vaak machteloos gevoeld. Gelukkig gaat het nu goed op school en heb je veel steun aan je mentor. We zijn heel trots op je, op hoe het nu op school gaat.

Thuis laat je nog regelmatig agressief gedrag naar ons, je zusjes en onze hond zien. We zijn nu hier bij elkaar vanwege dat gedrag. Wij willen je het volgende vertellen:

Papa en ik willen dat dit agressieve gedrag stopt om de sfeer thuis te verbeteren. We accepteren niet meer dat jij scheldt, schreeuwt, ons slaat, de hond schopt of spullen vernielt. Niet om controle over jou uit te oefenen, maar om ons gezinsleven voor iedereen weer zo aangenaam mogelijk te laten zijn. Wij willen consequent in jouw leven aanwezig zijn omdat we van je houden. Deze brief is geen dreigement maar papa en ik zien het als onze verantwoordelijkheid om onze problemen met jou op te lossen. Wij willen samen met jou, vrienden, familie en school hieraan werken. Daarom zijn vandaag mijn broer B en onze vriend V hierbij om ons te gaan helpen. 

Dit doen wij, J, omdat wij zielsveel van jou houden.

Liefs, papa en mama

De principes van het ‘nieuwe gezag’ staan haaks op de gangbare overtuigingen van ouders, bijvoorbeeld dat ze de strijd moeten zien te winnen of dat de problemen de omgeving niets aangaan of dat de plechtigheid van het overgangsritueel overdreven is of dat ze geen verzoeningsgebaren hoeven maken omdat ze te gekwetst zijn.

Soms loopt hierdoor de werkrelatie met de therapeut gevaar omdat de therapeut de ouders op hun eigen gedrag aanspreekt in plaats van op het gedrag van hun ‘gestoorde’ kind. Daarom is het goed om samen met andere ouders hieraan te werken. Ouders kunnen misschien onderling elkaar beter houden aan de principes van het ‘nieuwe gezag’ dan dat therapeuten dat kunnen. In Almere wordt gewerkt met groepen ouders.

4 reacties

Opgeslagen onder Opvoedkunde