Tagarchief: projectie

Zen en psychologie I

Tijd voor een vervolg op mijn vorige bericht over de 18 zen-lessen van Zen.nl in Hilversum. Het doel dat ik met het volgen van de lessen en de meditatie wil bereiken is vooral: meer aanwezig te kunnen zijn in het hier-en-nu. Zowel voor mij persoonlijk als voor mijn functioneren als hulpverlener vind ik dit een mooi doel.

Het is algemeen bekend dat ‘mindfulness’ en meditatie helpen bij psychische problemen. Dit heb ik door de lessen en de meditatie nu zelf ondervonden. En ik ben niet de enige reguliere hulpverlener die dit ontdekt. Binnen zen.nl is een groep huisartsen actief en er bestaat een Stichting Psychotherapie en Boeddhisme. Dit is een groep psychologen en psychiaters die interesse hebben in het samengaan en de wisselwerking tussen psychotherapie en boeddhisme.

Hieronder mijn verslag van de lessen 4 t/m 7.

4

Een les over concentratie, aandacht en afleiding.

De belangrijkste pijler van zen is om te doen wat je doet met zoveel mogelijk aandacht. Wie twee dingen tegelijk doet, doet beide dingen half en geniet ook maar voor de helft.  ‘Singletasken’ levert een gevoel van geluk op en het idee dat ‘multitasken’ tijd bespaart is een mythe. ‘Multitasken’ levert juist concentratieproblemen op.

Concentratieproblemen hangen inderdaad samen met allerlei vormen van stress en onverwerkte ervaringen en dus niet met zoiets als ADHD. ADHD is niets, het is een reïficatie, een label dat vervormd is tot een feit. Zeggen dat iemand concentratieproblemen heeft omdat hij ADHD heeft is hetzelfde als zeggen dat iemand veel geluid produceert omdat hij een schreeuwlelijk is.

We zeggen nogal gauw dat afleidingen komen door anderen maar vaak komt de afleiding door onszelf. Om daar achter te komen is zelfkennis nodig. Hoe meer onverwerkte ervaringen je hebt, hoe wijder de deur openstaat voor concentratie problemen maar ook voor slaapproblemen.

Mediteren is een voortdurende afwisseling van de concentratie (aandacht houden bij het tellen van de uitademing) en afleiding. Het grootste misverstand dat over mediteren de ronde doet is dat je alleen echt mediteert als je nergens aan denkt. Voor meer over ‘het tellen’ zie mijn vorige zen-bericht.

Als je tijdens het mediteren afgeleid raakt door een gedachte, een irritatie of iets pijnlijks dan is het niet gemakkelijk om tegen jezelf te zeggen: ‘dit is mijn gedachte en die laat ik nu gaan en ik breng mijn aandacht met zachte hand terug bij het tellen’. Onze zen-leraar stimuleerde ons om de afleidingen inderdaad te laten gaan tijdens de meditatie maar ook om achteraf een notitie te maken van de afleidende gedachten voor zover wij ons deze nog herinnerden.

In het Boeddhisme zegt men: ‘Pijn is onvermijdelijk maar lijden is een optie’. In therapie werkt het samen stilstaan bij een onverwerkte ervaring, iets irritants of iets wat pijnlijk is helend. Duurzame oplossingen en veranderingen bedenken ontstaat alleen in stilte en rust. We leren door te mediteren vooral dat we stil kùnnen staan.

Ons huiswerk voor deze les was om tenminste één handeling per dag met aandacht te doen. Dit kon zijn het tanden poetsen, het ontbijten of wat dan ook voor activiteit. Eigenlijk kun je van alles een meditatie maken. Zo kunnen we meer en meer genieten en minder lijden.

5

Les over het denkmodel van zen.nl: bubbels en puntjes.

Ik leg in het kort hier uit hoe het werkt maar het denkmodel staat ook op een CD.

Ons denken wordt gevoed door energie. Idealiter wordt de stroom energie getransformeerd in heldere gedachten en gedrag. Hoe minder onverwerkte ervaringen en verlangens de transformatie vertroebelen, hoe helderder en verlichter ons denken en handelen.

Verwerkte ervaringen zijn puntjes of inzichten. Onverwerkte ervaringen worden bubbels genoemd. Bubbels nemen veel ruimte in en slokken energie op. Hoe ouder de bubbel hoe beter de afweer.

De paradox van het mediteren is dat je probeert om je aandacht te houden bij het tellen maar dat juist daardoor onverwerkte ervaringen, irritaties, verlangens of passies, enz. (bubbels) uit het onbewuste naar boven komen. Het is niet de bedoeling dat je tijdens het mediteren tegen jezelf zegt op het moment dat een bubbel voorbij komt; ‘die moet ik onthouden!’, want dit ‘ik moet het onthouden’, is op zichzelf al een bubbel.

Er is niets mis met bubbels – die horen er bij – maar een te grote hoeveelheid ervan kan problematisch worden. Bubbels slokken energie op.

Tijdens het mediteren kan een en dezelfde bubbel meerdere keren aan ons geestesoog voorbij trekken. Het is alsof je een boeiende film keer op keer ziet. Hoe vaker je hem ziet hoe meer je begrijpt hoe die film in elkaar zit. Door regelmatig te mediteren komt onverwerkte materie steeds opnieuw langs waardoor je het beter verwerkt.

“Kleine bubbels los je op met mediteren voor de grote ga je naar de psycholoog”, zegt mijn zen-leraar en wel grappig was dat hij er aan toevoegde: “hoe meer puntjes hoe wijzer, hoe meer bubbels hoe eigenwijzer”.

Puntjes zijn verwerkte bubbels. Het zijn inzichten die je verkrijgt door bewust na te denken over de onverwerkte ervaringen. Dit nadenken doe je na de meditatie. Je kunt bewust naar een punt of inzicht toewerken. Maar bubbels kunnen ook puntjes worden tijdens een droom, dus via het onderbewuste.

Een mooi doel is om je van enkele bubbels bewust te willen worden. Dit is natuurlijk ook het doel van therapie. Mijn zen-leraar gebruikt de metafoor van de afwas: “als de afwas van de vorige maaltijd er nog staat, kun je niet lekker koken”.

Ik heb ervaren dat het mediteren een enorm goed middel is voor bewustwording juist omdàt je tijdens het mediteren er naar streeft om je aandacht niet te laten afleiden door onverwerkte ervaringen. Het werd steeds helderder wat mij in de weg zat.

6

Een les over projectie en selectief waarnemen.

Hoe meer bubbels hoe minder objectief of zuiver we waarnemen. Bij projectie ken je eigenschappen van jezelf toe aan anderen en bij selectief waarnemen vallen bepaalde eigenschappen je juist extra sterk op en andere eigenschappen vallen weg.

Het is cruciaal om te beseffen dat onze ideeën over de wereld of mensen om ons heen vaak meer zeggen over onszelf dan over de wereld.

Deze les is volgens mij echt een psychologische les maar ook echt zen volgens het les-materiaaal: ‘Alleen door reflectie kunnen we zuiver waarnemen. Zen werkt niet met beelden zoals God of iets anders en daarom is zen een pure vorm van reflectie’. Volgens zen.nl is naast meditatie ook schrijven een goede methode om emoties te verwerken. Er bestaat inderdaad zoiets als schrijftherapie.

7

Deze les gaat over de hart-soetra. Een kroonjuweel van het zen-Boeddhisme. De tekst van de hart-soetra vertolkt de kern van de zen-leer in theoretische en filosofische zin. De kern ervan kan in één regel worden uitgedrukt: ‘vorm is leegte, leegte is vorm’.

De functie van een kopje is dat die leeg is en gevuld kan worden. Het is de vraag of het kopje leegte is of vorm. Ook wij mensen zijn zowel vorm als leegte. Vorm verwijst naar hoe we gevormd zijn en leegte naar ons potentieel. Alles is in verandering. Hoogstens onze ideeën kunnen vastgeroest zijn maar de dingen zelf roesten nooit vast. Een klankschaal kan ook een helm zijn. Te zeer aan de vorm vasthouden veroorzaakt lijden. Als je ruzie maakt over woorden zit je teveel vast aan de vorm. Natuurlijk is standvastigheid ook belangrijk. Denk aan een boom. Die waait niet om door zijn wortels maar ook omdat die flexibel is.

Flexibiliteit is belangrijk. Ook bij het oplossen van problemen in bijvoorbeeld gezinstherapie is flexibiliteit belangrijk. De meeste problemen in gezinnen (in systemen) komen omdat er op een rigide manier omgegaan wordt met omstandigheden, posities of relaties waar juist nieuwe manieren nodig zijn.

Door één te worden met verandering leven we in het eenheidsbewustzijn ofwel in het nirvana.

Persoonlijk spreken de volgende regels van de hart-soetra mij aan:

Omdat er geen bereiken bestaat, ondervindt degene die het volmaakte inzicht heeft, geen hindernissen in de geest. Zonder hindernissen in de geest, bevrijden we ons van illusies en verwezenlijken we nirwana.

Waarschijnlijk spreken deze regels mij aan omdat ik van jongs af aan gestimuleerd ben om onmogelijke dingen te bereiken, mijn best te doen, de oudste en de wijste zijn, enzovoort. Het idee dat ‘dit bereiken’ belangrijk is, is een vastgeroest idee.

Het reciteren van de hart-soetra is ook een stemoefening en een oefening in het beheersen van het spreken en ademen vanuit de buik.

Hier een recitatie van de hart-soetra door drie bassen: Moritz Boegel, Rients Ritskes en Misha Beliën

Hier een rap-versie van de hart-soetra

Hier een Japanse rap-versie van de hart-soetra

Hier de tekst van de hart-soetra.

 

 

Advertenties

4 reacties

Opgeslagen onder Filosofie, Psychologie en boeddhisme

Psychotherapie à la Darwin

Co-evolutie als centraal begrip

Volgens deze ecologische psychotherapie gaat het er in de partnerrelatie om dat je naast je persoonlijke ontwikkeling, je ook als partners samen ontwikkelt, dat je samen evolueert: co-evolueert. Dit is een biologisch concept. De therapie is ontwikkeld door de Zwitserse psychiater/psychotherapeut Jürg Willi. Persoonlijke ontwikkeling geschiedt in wisselwerking met je omgeving en dus ook in wisselwerking met je partner. De relatie staat ten dienste van de individuele ontwikkeling.

Collusie en versmelting

Aanvankelijk werkte Willi in de partnerrelatietherapie met het begrip collusie. Dit komt van het Latijnse colludere, wat ‘onder een hoedje spelen’ betekent. In de collusie projecteert de ene partner de eigen wensen en angsten aan op de ander en die projectie van de eigen wensen en angsten haakt aan bij de ander. Het lijkt alsof de partners inhoudelijk elkaar aanvullen maar op betrekkingsniveau sprake van symmetrie. Men is van elkaar afhankelijk: De een is de redder maar kan niet zonder de hulpeloze ander in wie de eigen afhankelijkheid is geprojecteerd.

De noodzaak om dit precaire evenwicht in stand te houden beperkt de mogelijkheid tot verdere groei en ontwikkeling. Collusies kunnen ook ontstaan in gezinnen en in de relatie met een therapeut.

In de therapie gaat het erom dat de betrokkenen zich bewust worden van deze geprojecteerde wensen, verlangens en angsten. Door deze bewustwording ontstaat ruimte voor individuele groei. De partners gaan zich zoals Willi het zegt; ‘auseinandersetzen’, ze gaan de vastgeroeste posities ten opzichte van elkaar opheffen. Ze worden zelf verantwoordelijk voor hun eigen individuele ontwikkelingsstappen.

Het proces van het ‘auseinandersetzen’ lijkt op het concept ‘differentiatie’ van Bowen, grondlegger van de intergenerationele systeemtherapie. Het differentiëren ofwel onderscheid maken tussen emoties van de een en emoties van de ander is noodzakelijk om het individu van samensmelting met de ander te bevrijden.

Ook Willi ziet het ‘uit elkaar halen’ van echtparen als gunstig voor de individuele ontwikkeling. Bij het ‘auseinandersetzen’ of, zoals een cliënt die deze therapie volgde het noemde; bij ‘het uit elkaar geplukt worden’, is het de bedoeling dat men zich gaat richten op de eigen ontwikkelingstaak, die in de collusie bij de ander werd gelegd. Zo wordt een open ontmoeting met de ander weer mogelijk. Die open ontmoeting werkt stimulerend voor zowel de persoonlijke ontplooiing als voor de ontwikkeling van de relatie.

Om de collusie te onderzoeken wordt door Willi teruggegrepen op de oorspronkelijke partnerkeuze (waarom ben je op deze man of vrouw gevallen?) en op hoe de relatie zich heeft ontwikkeld. In het nadenken over de partnerkeuze ontstaat meer zicht op de onvervulde wensen en onbewuste verlangens en angsten.

Meer over collusie en het ontdekken van de grondthema’s die bij het ‘auseinandersetzen’ van de partners helpen hier.

Liefde na de verliefdheid

Willi zocht naar mogelijkheden tot verbinding en ontmoeting tussen mensen en naar manieren om elkaars binnenwereld te leren kennen anders dan via projectie van eigen wensen en angsten. Hij laat zich inspireren door de ontmoetingsfilosofie van Buber: ‘Het Ik ontstaat aan het Jij’.

Willi sluit ook aan bij de dialectische filosofie. Daarbinnen geldt dat een mens zich ontwikkelt doordat hij weerstand ervaart bij andere personen. Vanuit de ervaren weerstand ontwikkelt men een nieuwe, gezamelijke realiteit. De werkelijkheid ligt tussen de een en de ander. Dat ‘tussen’ is de liefde. Daarbij gaat het niet om versmelting en ook niet om ongelijkwaardigheid. Er is sprake van een spanningsvolle dialoog waarin beide personen zichzelf blijven en samen zichzelf kunnen overtreffen! De meeste echtparen geven aan dat het de liefde is die hen samenhoudt.

De benadering van Willi heeft veel overeenkomsten met de ‘crucible approach’ van de Amerikaanse seksuoloog David Schnarch. Ook voor hem staat het zelfgevoel binnen de intimiteit van een liefdesrelatie centraal. Juist in de confrontatie met de andere partner is het van belang het zelfgevoel te behouden. In een rijpe relatie treedt je de partner tegemoet zoals deze zelf is en tevens maak je je niet te afhankelijk van de bevestiging of het oordeel van de ander.

Na de fase van de verliefdheid kunnen partners geconfronteerd worden met de begrensde mogelijkheden van de ander. Verwachtingen die men aanvankelijk koesterde komen bijvoorbeeld niet uit. Wordt deze confrontatie aangegaan dan biedt deze de mogelijkheid tot groei van het individu en van de relatie. Wordt de confrontatie uit angst vermeden dan stagneert de relatie.

Pierre Auguste Renoir ‘Dance à Bougival’

Verwijten gebruiken om samen te groeien

Zowel Willi als Schnarch werken met de verwijten die partners elkaar maken. Willi ziet achter het verwijt een verborgen relationele wens. In het verwijt zitten vaak ook woorden waarmee het individu aangeeft wat hij/zij weet van zichzelf. Juist het overeind blijven onder de kritiek van een ander ziet Willi als een teken van individuele groei binnen de relationele context. Door het verwijt kunnen de partners zich ten opzichte van elkaar differentiëren. In deze zin is het verwijt een boodschap die de ontwikkeling van de relatie kan bevorderen! De partners kunnen zo van de uiteindelijk ziekmakende collusie inspiratie putten voor het co-evolueren: Het wederkerige proces van het zich aan elkaar ontwikkelen. In het uitdagen van elkaar ontvouwd men zichzelf en geeft men antwoord aan elkaar. In de onderlinge weerstand zit de uitdaging tot groei.

Biologie en de nieuwe ‘niche’

Ook in de biologie ziet men dat een verstoring van een evenwichtstoestand de uitdaging vormt voor een organisme om zich aan te passen. De uitkomst van de aanpassing komt deels toevallig tot stand en blijft bestaan zolang die een betere aanpassing is. Dit is een kenmerk van wat men in de biologie; zelforganiserende processen, noemt.
Willi werkt dit verder uit in zijn therapieaanpak. Men probeert zijn omgeving actief vorm te geven (accomoderen) en moet zich ook aanpassen aan zijn omgeving (assimileren). De leefwereld die iemand op deze wijze creeert noemt Willi zijn ‘niche’. Tot de ‘niche’ behoort al wat iemand om zich heen verzamelt, zijn huis en de inrichting daarvan, zijn bezit, zijn werk, zijn kinderen en relaties. Bij het aangaan van een relatie ontwikkelt zich een nieuwe gemeenschappelijke ‘niche’. De relatie krijgt concreet vorm door de inrichting van een woning. Mede daardoor zorgen de partners ervoor dat hun relatie ook voor derden zichtbaar is.

Vragen voor de therapie

Zoals al eerder naar voren kwam besteedt Willi veel aandacht aan de partnerkeuze en de ontwikkelingsmogelijkheden die deze keuze inhoudt. Vanuit zijn ecologische benadering vraagt hij (bij het maken van het genogram) vooral naar de ontwikkelingskansen die ontstonden door het aangaan van de nieuwe relaties.

Vragen zoals:

Welke beroepsontwikkeling hebben je ouders gehad? Welke beperkingen kwamen ze tegen?
Hoe werkt de beroepsontwikkeling van je ouders door in jouw leven?
Welke invloed had je partner op jouw contact met beide ouders?
Waarom heb je deze partner gekozen en jouw partner jou?
Ben je veranderd door het samenleven met jouw partner?
Welke ontwikkeling heeft jouw partner voor jou mogelijk gemaakt?
Heb je bij jouw partner een persoonlkijke ontwikkeling mogelijk gemaakt?
Wat van jou is in jouw kinderen verder ontwikkeld?
Ontwikkelt een van de kinderen zich anders dan verwacht?
Waarom heb je dit beroep gekozen?
Heb je iets kunnen corrigeren ten opzichte van je gezin van herkomst?

Verander(en)de leefomstandigheden zoals veranderingen in werk, ziek worden, het krijgen van kinderen of het overlijden van een familielid zorgen voor keerpunten in iemands leven. Er kunnen dan impasses ontstaan in de ontwikkeling van het individu of het paar. Willi onderzoekt in zijn therapie welke ontwikkelingsstappen er geblokkeerd worden en langs welke weg deze impasse opgeheven kan worden. Nagegaan wordt welke belemmerende en begunstigende factoren aanwezig zijn voor de volgende ontwikkelingsstap, die vervolgens worden bewerkt waarna de stap gezet kan worden.

Concreet en in de taal van de cliënt

Centraal staat de focusformulering. Hierin komt kort samengevat het co-evolutionaire proces van cliënten terug in hùn taal. Vanuit het ik-perspectief wordt de actuele relatie-impasse beschreven en de veranderende omstandigheden die daartoe geleid hebben. Hiernaast wordt de oorspronkelijke relatiedefenitie beschreven, met de individuele ontwikkelingsmogelijkheden die de relatie aanvankelijk mogelijk maakte en dat wat vermeden kon worden door de relatie. Ten slotte wordt beschreven welke volgende ontwikkelingsstap mogelijk is en welke persoonlijke en situationele omstandigheden dit bevorderen dan wel beperken. De formulering eindigt met een concrete stap die als eerste gezet kan worden. Deze stap is ontwikkelingsgericht, concreet geformuleerd en houdt rekening met de actuele omstandigheden van de client. De focus kan zowel op relatieniveau als op individueel niveau geformuleerd zijn.

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van het Tijdschrift ‘Systeemtherapie’. Jaargang 21 nr. 3 September 2009, p.168

Er zijn meerdere boeken van Willi vertaald in het Nederlands, o.a:
Willi, J. (2003)Psychologie van de liefde; jezelf ontwikkelen door partnerrelaties. Tielt: Lannoo.

2 reacties

Opgeslagen onder Systeemtherapie