Tagarchief: Peter Rober

LIEF EN LEED

Dit is de titel van een nieuw boek van klinisch psycholoog en gezinstherapeut Peter Rober. Het zijn korte verhalen uit de praktijk van de psychotherapeut. We horen de stemmen van mensen die in therapie zijn.

Ik vind de verhalen stuk voor stuk juweeltjes en dat komt mede door de poëtische vorm waarin ze gegoten zijn. Hier het voorwoord en het eerste verhaal.


VOORWOORD

Daar is de kleine mens

en hij zoekt zijn weg

in de wereld

 

Er is veel verdriet.

En hier en daar

schoonheid

en deugddoende momenten

die troosten.

 

De wereld is koppig,

vaak tegendraads.

En de kleine mens;

hij heeft voor deze wereld niet gekozen,

en hij heeft hem niet gemaakt.

 

Maar hij probeert er het beste van te maken.

 

Soms doet de kleine mens

daarbij een beroep op ons,

psychotherapeuten.

We luisteren naar zijn verhaal,

van het struikelen

en nog juist recht blijven,

van het wankelen

en vallen.

 

En we proberen nuttig te zijn

bij het zoeken en tasten,

het wroeten en trachten.

Soms lukt dat goed.

Soms minder.

Soms niet.

 

Maar we proberen er het beste van te maken.


Hier het eerste verhaal:


VOOR WE BEGINNEN…

Voor we beginnen, wil ik duidelijk zijn.

Ik wil niet dat je mij behandelt als een geval.

Ik wil dat je naar me luistert.

 

Ik heb een verhaal te vertellen

en ik heb iemand nodig

die me helpt het te vertellen.

Iemand die luistert en

niet vindt dat ik gestoord ben,

of dat mijn leven een mislukking is.

 

Mijn vorige therapeut gaf me het gevoel

dat er iets grondig mis met mij was.

 

Ik vertelde mijn verhaal

over weinig eten om slank te worden,

over kijken in de spiegel

en zien dat het nog te vet is,

over mijn neerslachtigheid dan,

over mijn angst om buiten te komen

met zo een dik lijf.

 

Ik vertelde ook

dat ik anderzijds

mijn dikke lijf nodig had,

omdat het me beschermde,

zoals de dikke huid van een olifant.

Ik vertelde over mijn vader

die met zijn handen niet van mij af kon blijven,

en over mijn moeder die het niet zag,

en over mijzelf die er niet over durfde te spreken.

 

Ik vertelde dit alles

en ik wilde graag

nog veel meer vertellen,

maar de therapeut zei:

En waar wil je dan aan werken?

 

Ik begreep niet wat hij bedoelde.

 

Hij legde uit:

Ik moet eerst een duidelijke diagnose stellen,

zodat we een behandelingsplan kunnen uitwerken, 

en zodat ik de geschikte interventies kan kiezen.

 

Ik zweeg.

 

Mijn stilte maakte hem onzeker.

In plaats van mij te vragen wat er was,

begon hij verder uit te leggen wat hij wilde…

Ja, we werken hier vraaggestuurd. Dat vinden we heel

belangrijk. Maar het is me niet duidelijk wat je vraag is. Ik

hoor depressie, eetstoornis, angststoornis. Mogelijk ook een

posttraumatische stressstoornis, maat dat moet ik nog verder

onderzoeken. Ik heb hier nog ergens een vragenlijst liggen

die ons daarbij kan helpen.

 

Ik ben niet onmiddellijk buiten gestapt

en heb beleefd verder meegewerkt

maar het was toen al duidelijk

dat ik nooit meer terug zou komen bij deze vent.

 

Daarom vraag ik je nu maar meteen,

in deze eerste ontmoeting met jou:

Wil je mij behandelen

of ga je naar mijn verhaal luisteren?


Op het weblog van Peter Rober zijn meerdere verhalen uit het boekje te lezen

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychologie, proza en poëzie, Psychotherapie

Het kind in de systeemtherapie

Dit is het thema van de eerste dag van een cursus die ik momenteel doe. We moeten er aardig wat vakliteratuur voor lezen. Gelukkig had ik er meteen iets aan voor de dagelijkse praktijk. Alleen al het voorwoord van John Burnham bij het boek van Jim Wilson: ‘Child-focused practice. A Collaborative Systemic Approach’ was inspirerend.

Burnham belooft in zijn voorwoord namelijk dat Wilson verder zal gaan dan het beschrijven van verschillende therapeutische technieken. Hij zal ook schrijven over wat je als therapeut achteraf leert van een sessie, hij zal het hebben over het stoppen van een sessie als je die niet productief vindt, over hoe je je eigen tekortkomingen kunt toegeven zonder het vertrouwen van de cliënt kwijt te raken, over hoe je eigen ervaringen kunt delen, enz. Al deze niet zozeer technische zaken houden me inderdaad bezig.

Maar Wilson zal wel degelijk therapeutisch gereedschap aanreiken vooral om op een zodanige manier met kinderen te werken dat hun mogelijkheden om invloed uit te oefenen op hun eigen leven bevorderd worden en ook om op een manier met volwassenen te werken dat hun vaardigheden om voor kinderen te zorgen nieuw leven krijgen ingeblazen en natuurlijk zal hij het hebben over hoe je ruimte kunt scheppen voor een betere communicatie tussen kinderen en volwassenen.

Ik pluk een aantal dingen uit de eerste hoofdstukken die een gezinstherapeut verder op weg kunnen helpen.

  • Hoe je over een gezin nadenkt wordt niet alleen bepaald door wat de ouders jou er over vertellen.
  • Het verhaal van de ouder moet niet de enige waarheid worden.
  • Welk woord geeft het kind aan het probleem?
  • Niet alles wat je tijdens een sessie opmerkt hoef je meteen naar voren te brengen.
  • Probeer een algemeen beeld van het leven van het kind te krijgen.
  • Probeer het verlangen van de ouder om de problemen van het kind te beschrijven uit te stellen.
  • Praat over hun leven binnen en buiten het gezin.
  • Hoe vinden ze het om hier te zijn?
  • Probeer een beeld te krijgen van de sterke punten van het gezin.
  • Verwacht niet dat kinderen het over hun gevoelens zullen hebben.
  • Vraag het kind eerst of je het kunt hebben over een pijnlijk onderwerp.
  • De eigen beschrijving van de zorgen die het kind heeft kun je verweven met die van de andere gezinsleden.

Een mooie beschrijving van een stukje gesprek:

One reluctant young teenage boy was brought to therapy by his mother but refused to be drawn into ‘problem talk’, despite his mothers prompting. I quickly turned my attention to non-problem areas of his life. I asked if I could hear more about his life “to help me get a bigger picture”. He reluctantly agreed and after some prompting he told me that one of his pastimes was playing the guitar. I secretly lit up inside because playing the guitar is one of my personal passions and asked him more about his interest in music. He described a number of musicians from an era well before he was born. When I asked him how he became so interested in music, he explained that his father had given him many records which he still listened to. This allowed the beginnings of a discussion about the importance of his father: he had committed suicide eighteen months earlier, and since then the boy had not talked to anyone about his relationship with his father.

Wilson neemt nogal wat gesprekken op en legt uit aan de gezinnen dat de opnames hem helpen om te kijken naar hoe hij met hen praat. Eerst vraagt hij hier natuurlijk toestemming voor. Enkele grondregels zijn voor hem dat iedereen het recht heeft om mee te praten maar ook om te zwijgen. Het is maar goed ook dat de meeste mensen goed nadenken over aan wie ze hun zorgen vertellen!

Je mag als therapeut niet in de ‘expert’ positie gaan zitten die de kinderen wel eens aan het praten zal krijgen omdat je de ouders niet teleur wil stellen. Therapie moet niet een krenkende of tenenkrommende ervaring worden. Je kunt wel zoeken naar andere woorden die achter de verwijten liggen. Want verwijten zijn er vaak.

Basisregels

Als er veel verwijten zijn kun je familieleden een keer apart uitnodigen. Wilson wil eventueel wel de scheidsrechter zijn maar als de regels van de scheidsrechter worden overtreden en er aan de verwijten geen einde komt dan stopt hij de sessie. Je hoeft als therapeut geen held te zijn.

Je onderzoekt hoe de verschillen of conflicten geuit kunnen worden en hoe deze nuttig kunnen worden. Waar je op moet letten is dat sommige manieren van praten vernederend kunnen zijn of een gezinslid ernstig in verlegenheid kunnen brengen en hier ligt dan ook een grens of grondregel waaraan je iedereen moet houden. Mochten deze basisregels zijn overtreden dan kun je daarvoor je verontschuldiging aanbieden. Je hoeft hierbij andere gezinsleden niet te beschuldigen; je kunt gewoon toegeven dat jij een therapeutische vergissing maakte zonder daarin jezelf weer te vernederen. Vergissen is menselijk.

Als de gemoederen hoog oplopen en je jezelf ‘niet meer kunt horen denken’ maak je enkele kalmerende gebaren of opmerkingen, ga je zachter praten en herinner je iedereen nog even aan de basisregels zoals dat er zo weinig mogelijk door elkaar gepraat wordt en dat jij als therapeut niet naar iedereen tegelijk kunt luisteren en niet alle details kan onthouden.

Vragen die je aan kinderen kunt stellen

Open vragen zijn voor kinderen moeilijker dan meer-keuze vragen. Een leuke meerkeuze vraag van Wilson aan een 11 jarig meisje:

Clare, do you think that being brought here was more like being brought to see the headmaster for doing something wrong… or the dentist because you had a toothache… or would be a little bit worrying but sort of OK… or something else?

Als je toestemming hebt om over pijnlijke dingen te vragen kun je nog vragen of je vraag OK is of stom. Je kunt vragen hoe het kind er over praat met zijn vrienden. Je moet niet gaan interpreteren maar je mag wel raden naar emoties of gedachten. Over de vader die zelfmoord pleegde (zie hierboven) vroeg Wilson:

“I imagine your dad must have been very unhappy with himself to decide he would take the pills.”

“I imagine he locked himself in the bathroom so nobody would be able to stop him from swallowing them. He must have been sure he wanted to take them.”

Je kunt wel raden naar emoties maar je mag niet dramatiseren. Eventueel kun je gevoelens opschrijven in een wolk boven een tekening van de familieleden. Zo worden de gevoelens los gezien van het individuele gezinslid en worden ze een systemisch fenomeen. Een wolk is een mooie metafoor want een wolk kan ook weer overwaaien, leeg regenen of opgelost worden door zonneschijn. Je kunt het over gevoelens hebben met werkwoorden en vragen naar wat het kind doet als het verdrietig of boos is. Geef kinderen altijd de mogelijkheid om niet te antwoorden op een vraag.

Vertalen in kindertaal

Er is een verschil tussen de taal van volwassenen en kinderen. De betekenis van volwassen woorden kan zelfs duidelijker worden in kindertaal. Bijvoorbeeld:

Appropriate                                       ‘right thing to do’

Appointment                                     ‘when we meet again’

Boundary                                            ‘not giving in, saying ‘yes’ or ‘no’

Anxious                                               ‘worried, nervous’

Depression                                         ‘sad, down’

Confusion                                           ‘just don’t know what to think’

Communication                                ‘talk’

Relationship to                                  ‘how you get on with’

Reflecting Team                                ‘our listeners’

Speculation                                         ‘guess’

Acting out                                            ‘what you do when you have a problem’

Reflection                                            ‘what i think, feel’

Context                                                 ‘all the things and people important to us’

Genogram                                            ‘family tree’

Interaction                                           ‘what he or she does and what you do back’

Outcome                                               ‘what happened at the end’

Help mensen als therapeut om te bedenken dat je kunt verschillen van de anderen in het gezin zonder dat men daarom niet meer van je houdt. Vraag: Hoe kun je verschillen en toch om elkaar geven?

Je kunt raden naar de reactie van een ander, hoe een soortgelijk probleem in de toekomst opgelost gaat worden, raden naar wat er moet gebeuren zodat het probleem verdwijnt, raden naar wat het gezin gaat doen als het probleem is opgelost, raden naar hoe er met een probleem zou zijn omgegaan in de tijd dat de ouders zelf jong waren. ‘Wat als’ vragen tillen gezinsleden op naar een ander tijdsbestek.

Je kunt vragen naar de sterkte van een probleem op een schaal van 1 tot 10. Je kunt gebruik maken van metaforen in je vragen. Een jongen van 12 had schuldgevoelens die bij elkaar wel een ton wogen. De volgende sessie vroeg Wilson of de jongen nog wat had kunnen wegbikken van het gewicht. In een gezin waar de vader ergens anders is gaan wonen brengt Wilson in dat in die situaties gezinsleden zich vaak voelen alsof ze in het diepe gegooid zijn. Aan een van de kinderen vraagt hij: “Hoe diep denk je dat iedereen zich erin gegooid voelt?” “Is je vader aan het rond spartelen, naar adem happend of zwemt hij ver vooruit je?” “Heb je het gevoel dat je bijna verdrinkt of ben je bezig naar het ondiepe te zwemmen?”

Wilson gebruikt de metafoor van twee eilanden: ‘Lost Island’ en ‘Found Island’, en hij tekent twee grote cirkels op een vel papier. Iedereen kan potloden pakken. Nadat ze hebben getekend wat er op die eilanden te vinden is begint hij samen met het gezin een brug te tekenen tussen de twee eilanden… Hoe ziet die brug er uit? Hoe groter de verschillen hoe mooier de brug?


 

We kregen een artikel van Peter Rober te lezen: ‘Kindertekeningen in de gezins-therapeutische sessie’ uit het Tijdschrift voor Systeemtherapie, 2006, jaargang 16, nr 4.  Rober biedt een dialogische benadering van het onderwerp. Gezinstherapie is volgens hem een dialoog over dingen die moeilijk zijn. Hij wil ruimte maken voor dingen die nog niet gezegd zijn.

Dialogisch in dit geval is dat niet zozeer de achterliggende betekenis die de expert heeft van de kindertekening van belang is, maar dat de dialoog tussen alle betrokkenen over de betekenis van de tekening van belang is. De therapeut probeert een gesprek op gang te krijgen waarbij zoveel mogelijk betekenissen ruimte krijgen. Je bent nieuwsgierig en wil graag over de tekening praten. Je geeft je associaties bij de tekening en het kind kan afwachten of reageren. Dit is veiliger dan een ondervraging over de tekening. Welke associaties hebben de anderen? Dan vraag je naar de relevantie voor de therapie.

Rober heeft ook een dialogische visie op communicatie. Taal is een instrument om ons samenleven te structureren en onze handelingen te coördineren. De therapeut gaat niet in op de inhoud maar bouwt het verhaal van het gezin uit. Begrijpen is praktisch verder kunnen uitwisselen. Is een emotie bespreekbaar? Je ontwikkelt samen met het gezin een context van veiligheid waarin onzekerheid verdragen kan worden en exploratie mogelijk is.

De therapeut nodigt uit om samen betekenissen te onderzoeken maar er is ruimte en aandacht voor aarzelingen.


Ook lazen we van Diane Gehart: ‘Creating Space for Children’s Voices: A Collaborative and Playful Approach to Working with Children and Families’. Gehart maakt er net als Wilson een punt van dat we ruimte moeten maken voor de kinderstem in plaats van dat we ouders laten vertellen hoe lastig hun kind is.

Kinderen hechten andere betekenissen aan gebeurtenissen dan volwassenen en kinderen willen niet praten maar iets doen, iets meemaken. Naast woorden hebben ook handelingen betekenis. Kinderen leren wat OK is en leren sociaal te navigeren door acties en reacties.

Door acties en reacties, over en weer, creëren mensen, meestal zonder dit te beseffen, een voortdurende zee aan mogelijkheden en beperkingen, aan privileges en aanspraken, aan feedback, enz. In de kindertijd leren we dit door acties en later meer door woorden. Gezinstherapeuten zouden minder afhankelijk van woorden moeten worden.

Kinderen zijn het ‘gezonde verstand’ nog aan het ontwikkelen. Het gebrek aan ‘gezond verstand’ moet gezien worden als een bron van verandering. De therapieruimte moet kindvriendelijk zijn. We moeten de tijd nemen om naar het kind te luisteren. De therapeut moet echt nieuwsgierig zijn naar het wereldbeeld en het perspectief van het kind en niet in de expert positie gaan zitten. Hoe geeft het kind betekenis aan zijn ervaringen, zowel binnen als buiten het gezin?

De therapeut mag komen met gepaste maar ongewone reacties want die kunnen leiden tot reflectie of tot nieuwe zienswijzen. Die ongewone reacties hoeven niet verbaal te zijn, soms teken je iets, of schrijf je een woord op een bord of zeg je iets tegen een pop of maak je gebaren. Als je met een kind of een puber het gevoel hebt de plank mis te slaan vraag dan of het wel gaat over waar het over moet gaan.

Unieke wijzen van vertellen vinden plaats in een zandbak, een tekening of een poppenhuis. Soms wordt daar de interne dialoog zichtbaar. Gehart maakt gebruik van samen gemaakte bordspelen waarbij gezinsleden zelf gemaakte opdrachten krijgen of vragen moeten beantwoorden als ze op een bepaald vakje komen met hun pion. Opdrachten kunnen zijn: Vertel een leuke familieherinnering, deel iets van wat je waardeert in een ander familielid. Vragen kunnen zijn: Wat hoop je ten aanzien van…? Wat is je grootste zorg over…? Je kunt gebruik maken van poppen en rollenspelen.

Als gezinsleden elkaar niet laten uitspreken kun je een bal gebruiken. Wie de bal heeft mag spreken.

Expressie in tekeningen of klei resulteren in beelden die meer zeggen dan 1000 woorden. Eindeloze en wonderlijke mogelijkheden komen voort uit de kinderstem.

1 reactie

Opgeslagen onder Systeemtherapie

Innerlijke dialoog

Misschien heeft u het nog niet gezien maar vorige week heb ik een nieuw weblog op mijn blogroll gezet: Peter Rober’s blog. Hij is een bekende Belgische klinisch psycholoog, gezins- en relatietherapeut en opleider en heeft leuke filmpjes op zijn blog staan.

In een van de filmpjes wordt hij geïnterviewd over het fenomeen van de innerlijke dialoog. Iedereen heeft natuurlijk de hele dag door innerlijke dialogen (het voortdurende geklets in je hoofd) maar Rober doet onderzoek naar de innerlijke dialoog van de therapeut tijdens een therapiesessie. Die dialoog is rijk en complex. De wildste gedachten van de therapeut kunnen nuttig blijken te zijn: “We luisteren niet alleen met onze oren, ook met onze ogen, met onze ervaringen en met ons hart.”

‘Voer voor psychologen’, zou ik zeggen. Luister vooral naar het interview maar hier een bericht over wat ik er van begreep en er van meenam.


Een therapeut worstelt met allerlei hypothesen over de casus. H/zij worstelt ook met eigen gevoelens en daarbij superviseert h/zij ook nog eens zichzelf. Soms bekritiseren therapeuten zichzelf erg streng, soms zelfs bijna destructief. Het belangrijkste is dat je je hiervan bewust bent; dat je je ervan bewust bent hoe rijk de innerlijke dialoog is en dat je leert om innerlijke gevoelens en reflecties in dienst te stellen van de therapie.

Rober onderscheidt 4 soorten reflecties:

reflecties over het verhaal van de client
reflecties over hun innerlijke toestand, hun gedachten, hun belevingen
reflecties over de eigen innerlijke toestand en
reflecties over mogelijke interventies, vragen, opdrachten, enz.

Therapeuten zijn het gewend om bij zichzelf na te gaan wat ze gedaan en gezegd hebben en wat ze de volgende sessie zouden kunnen doen; welke vragen ze dan zouden kunnen stellen, enz. Ze vertellen zichzelf wat er goed ging en wat er fout ging, enz. Dit doen ze al maar volgens Rober kan de therapeut leren om een nòg betere zelf-supervisor te worden. Het innerlijke superviseren kun je trainen.

De therapeut kan zijn reflecties namelijk tot onderwerp maken van reflectie en aan meta-reflectie leren doen. Hierin moet de therapeut niet te ver doorschieten natuurlijk; h/zij moet de tijd nemen. Tussen de ene en de andere meta-reflectie moet de therapeut de tijd nemen om zelf te groeien.

Er zijn volgens Rober veel ervaringen en belevingen die de therapeut wel heeft maar niet gebruikt. Het is niet altijd gemakkelijk om bijvoorbeeld een gevoel als irritatie te integreren in de therapie en om te zetten in een interventie. Dit geld ook voor sterke positieve gevoelens of zelfs seksuele gevoelens. Al deze gevoelens moeten we vooral niet op een psychiatrische of pathologische manier proberen te begrijpen maar op een existentiële manier. Dit existentieel begrijpen is voor Rober een voorwaarde. Gevoelens zien als problemen of als oorzaken van problemen helpt niet.

Als de therapeut zijn innerlijke dialoog, zijn rijke bron traint samen met andere therapeuten wordt die bron nog rijker. Soms weet je als therapeut iets intuïtief waarvan je je nog niet eens bewust bent. Je kunt je bijvoorbeeld droevig voelen bij iets wat een cliënt zegt. Dit kan een aanleiding zijn om over de droefheid in het systeem van de cliënt te spreken omdat je mogelijk iets voelt dat tot het cliëntsysteem behoort. Bewust worden van het gevoel is stap 1. Het gevoel inbrengen is stap 2.

Een echte supervisor die de therapeut helpt bij het leren meta-reflecteren moet steunend zijn. Dit is heel belangrijk omdat de therapeut zich kwetsbaar opstelt. De supervisor zegt om te beginnen vier steunende, validerende dingen en zegt vervolgens iets waardoor de supervisant de volgende stap kan zetten. De supervisor heeft het met de supervisant niet over de sessie maar over de gevoelens en reflecties die bij de therapeut zijn opgeroepen.

Staat de therapeut zijn/haar gevoelens toe en vraagt de therapeut zichzelf af hoe h/zij deze gevoelens therapeutisch kan gebruiken op een systemische manier? Systeemtherapeuten reflecteren ook over posities. We proberen empathisch te zijn ten opzichte van elk individu maar onze innerlijke dialoog zegt ook iets over de posities en over de veranderingen in de posities, ook over veranderingen in onze eigen positie. Bijv. als een cliënt gaat huilen tijdens een sessie kan het zijn dat we ons dichter bij deze persoon voelen staan. In het meta-reflecteren leer je als systeemtherapeut ook om bewust te zijn van jouw positie binnen het systeem, om die positie te gebruiken en om flexibel te worden in de positie die je inneemt.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Systeemtherapie