Tagarchief: meditatie

Herstel is een uniek proces

Op het symposium Crisis en Kritiek in psychiatrie en filosofie sprak de taalkundige Dienke Boertien, van het kenniscentrum Phrenos. Zij hield een pleidooi voor een ruimte en een taal van vrijheid en spiritualiteit buiten de psychiatrische diagnostiek om. Psychiatrische diagnostiek kan helpend zijn maar wordt ook vaak als beknellend ervaren. Hier heeft de herstelbeweging die plaatsvindt binnen de GGZ, een antwoord op.

Net als de andere lezingen op dit symposium had ook de lezing van Boertien een hoog abstractie niveau. Al luisterend kreeg ik desalniettemin het gevoel dat haar lezing aan iets dieps en belangrijks raakte en vroeg ik haar om mij de lezing op te sturen. Zo geschiedde. Hier een samenvatting van dat diepe en belangrijke.


Herstel is een uniek proces

Volgens Boertien bedoelen cliënten in de geestelijke gezondheidszorg met het begrip herstel iets anders dan genezing van een psychiatrische aandoening. Psychiatrische instellingen willen herstel wel ondersteunen en hebben meer oog voor ervaringskennis gekregen, maar blijven nog teveel vast zitten in de medisch psychiatrische kennis. Er heerst verwarring over wat het vernieuwende en onderscheidende van herstel nu eigenlijk is.

Herstel is een omvattend geheel van een uniek proces maar de psychiatrie blijft hangen in analyse en classificaties. Het gaat om herstel van rollen, van identiteit of variaties hierop en de rol van de psychiatrie hierbij blijft onduidelijk. De essentie van herstel kan zich niet manifesteren binnen de rationele kaders van de reguliere opvattingen over vrijheid en kennis.

Bezinning op begrippen zoals vrijheid, kennis en ervaring kan volgens Boertien helpen om de essentie van het begrip herstel te vatten. Boertien haalt voor die bezinning veel uit het werk van de Nederlandse filosoof Gerard Visser (Oorsprong en vrijheid, 2015).

Vrijheid

Er zijn momenteel drie verschillende debatten over het begrip vrijheid gaande: het maatschappelijke debat over politieke vrijheid en mensenrechten, het academische debat over determinisme (wij zijn ons brein) en de vrije wil en het debat over innerlijke vrijheid (spiritueel of existentieel). Er is een parallel te trekken met het debat over het begrip herstel.

Is er bijvoorbeeld bij herstel sprake van een samenleving waarin mensen met een psychiatrische achtergrond gelijke rechten hebben? Dan is herstel ook een herstel van de vrijheid om de maatschappelijke rol te kiezen die jij wilt. Als je hierin gelooft dan zoek je de oorzaak van een psychiatrische aandoening eerder in de omgeving dan in biologische factoren.

Is er bij herstel van een psychiatrische aandoening sprake van een vrije wil of ‘zijn wij ons brein’ en heerst de natuur over onze vrije wil? Als je in het laatste gelooft zul je herstel vooral zoeken in het beïnvloeden van biologische processen.

Vanuit zowel de biologie (‘nature’) als vanuit de mensenrechten (‘nurture’) kan een bijdrage geleverd worden aan herstel. Beide overtuigingen zijn heel verschillend maar hebben ook veel gemeen als je het bekijkt vanuit het begrip vrijheid. Want in beide overtuigingen wordt herstel gekoppeld aan de 18e eeuwse definitie van vrijheid, een definitie van de filosoof David Hume: Vrijheid is de macht om een daad te stellen of niet te stellen overeenkomstig een beslissing van de wil.

Als de biologie domineert in de benadering van herstel dan dan ben je eigenlijk niet vrij want het zijn je hersenen die je sturen. Er is alleen een illusie van vrijheid. Als de omgeving domineert dan kun je proberen die omgeving aan te passen zodat je een bewuste keuze kunt maken maar dan moet je die keuze wel hebben. In beide gevallen bestaat vrijheid bij de gratie van de vrije wil. De kern van vrijheid is dat je een keuze hebt en dat je die bewust kunt initiëren. Deze opvatting van vrijheid gaat over ‘vrij zijn van’ en is volgens Boertien rationeel van aard.

Is ‘vrij zijn van’ genoeg?

Stel dat je vrij bent van alle hinder van ontbrekende of disfunctionele hersenprocessen en vrij van hinder door omgevingsfactoren, VOEL je je dan ook vrij? VOEL je je dan ook vrij om te kiezen uit alles wat mogelijk is?

De discussie over vrijheid is al van oudsher verbonden met de wil maar de wil stond in een kosmisch of goddelijk verband. Bij Aristoteles is ieder wezen op weg naar zijn eigen voltooiing binnen een natuurlijk verband. Bij de Christenen is het een goddelijk verband. Deze gegeven verbanden hebben nu plaatsgemaakt voor een louter werk-oorzakelijk verband. Als je weet hoe iets werkt wordt je vrij om te kiezen.

Om willekeur van de vrije wil te voorkomen bedenkt een filosoof zoals Kant de achting die ieder mens als persoon verdient en bedenkt Hegel de rechtstaat als garantie tegen het tegendeel van vrijheid. Vrijheid was voor Hegel synoniem met de rechtstaat.

Achting (moraal) en recht spelen ook een rol in de discussie over herstel en ervaringskennis. Wat ons bij elkaar houdt is het algemeen geldende van de wet die als enige nog richting geeft in ons vermogen om vrij en rationeel mijn leven te kunnen kiezen. Maar kan een mens hiermee herstellen van ontwrichting. Hoe verhoudt zich de algemene moraal en het algemene recht tot mijn unieke herstelproces?

Het lijkt alsof er een fundamentele dimensie van vrijheid buiten beschouwing blijft.

Een wezen is vrij als het in zijn element is

Met deze definitie van vrijheid stelt de Nederlandse filosoof Gerard Visser zich op tegenover de definitie van Hume. We kunnen het makkelijk beamen maar wat is dat eigenlijk: ‘je element’? Meestal kun je achteraf wel een reden bedenken waarom je in je element was. Ik was in mijn element omdat het zo heerlijk was met mijn kinderen een dag in de duinen door te brengen. Je zou het zo als doel kunnen opnemen in een behandelplan. Maar zou ik gegarandeerd  iedere keer enorm in mijn element komen in de duinen? Of blijft hier iets buiten beschouwing? Is er een deel van mijn vrijheid, van mijn ‘element’ weggeredeneerd? Namelijk wat er allemaal nog om heen lag: de spontaniteit van het uitje, het magische licht in de duinen, de zon, het levend zijn van mijzelf en de kinderen, het afgestemd zijn op de natuur, het open staan voor de ervaring, enz.

Dat meer dan het rationeel bepaalde van het vrijheidsgevoel zit ook in het begrip herstel, zegt Boertien. Wanneer mensen het hebben over hun eigen ervaring van herstel gaat het over een opnieuw ervaren van een samenhang – een unieke levenssamenhang die alleen jij ervaart en waarin je soms op mysterieuze wijze weer een heelheid in jezelf voelt – al is het maar voor even.

Dat ‘meer’ en die samenhang zijn ook in het geding als mensen die waanzin hebben ervaren en er over vertellen. Wanneer die ervaringen uitsluitend als ziektesymptomen worden gelabeld kunnen die mensen woedend worden. De Nieuw-Zeelandse psychiater Patte Randal verklaart haar eigen ervaringen van waanzin als een spirituele noodkreet. Het gemis aan spiritueel geworteld zijn dreef haar in die momenten al was het niet gebalanceerd en geforceerd. De Nederlandse psychiater en filosoof Wouter Kusters heeft ervaringen van waanzin gebundeld (in: Filosofie van de waanzin) die ook het ‘in je element’ zijn laten zien van die ervaringen. Je zou kunnen spreken van een geforceerd ‘in je element’ komen. Daarin en daarna zijn er ook het leed, de verwarring, de angst, de afwijzing en het weer ‘uit je element’ raken omdat de behoefte aan existentiële vrijheid en heelheid niet blijvend bevredigd werden.

Herstel is dus – ook – het hervinden van die innerlijke vrijheid en het domein van de innerlijke vrijheid is dus niet puur rationeel van aard zoals het gangbare vrijheidsbegrip. Op dat gangbare vrijheidsbegrip kunnen we volgens Boertien niet blijven varen als we tot herstel willen komen. Maar ook het begrip ervaring moet volgens haar ontdaan worden van het rationele kader waarin het gevangen zit.

Ervaring, beleving

Met de dominantie van het rationele, het bewuste en het algemene ging er iets verloren. Dat besef leidde tot een omwenteling in de 19e eeuwse filosofie. Bij het zoeken naar de waarheid had de waarneming en het verstand centraal gestaan. Maar filosofen zoals Nietzsche en Dilthey breken daarmee. Filosofen hadden eeuwenlang gezocht naar het ene, het algemene in het vele van alle ervaringen. Maar in het algemene gaat mijn ervaring niet op. Er blijft altijd een heleboel achter. Dilthey schrijft:

De grondgedachte van mijn filosofie is dat tot nog toe aan het filosoferen nooit de totale volle onverminkte ervaring ten grondslag heeft gelegen, nog nooit de totale en volle werkelijkheid.

Niet de vraag naar het ‘wat’ van de wereld maar de vraag naar het ‘wie’ van de mens kwam centraal te staan. Om het ruime van de volle, individuele en unieke van de levende ervaring aan te geven kwam de filosofie met het begrip beleving. De beleving werd de toegang tot de werkelijkheid. Nietzsche roept op om te worden wie je bent door goed naar de eigen begeerten te luisteren. In de beleving opent zich het speelveld van de begeerten. Bij Dilthey gaat het om de beleving van een verbinding, een eenheid van het zelf en de wereld.

De beleving wordt gezien als een ingang tot innerlijke vrijheid om weer ‘in je element’ te komen. De beleving is de dragende grond in onszelf.

Een kritische kanttekening is dat het begrip beleving ook toegepast wordt binnen een structuur van de rationele zelfbepaling: ‘beleef je leven, haal er uit wat er in zit, manipuleer de omstandigheden zo dat het leven je bevalt’, staat overal en ook in de GGZ hoog in het vaandel. Maar zo hebben deze filosofen het begrip beleving niet ingevuld.

Bezielde openheid en geworteld zijn in je eigen element

Als je levenssamenhang verstoord is en je je niet meer in je element voelt, hoe herstel je dan? Wat heb je dan aan het begrip beleving? In haar zoektocht naar woorden voor het ervaren van herstel – je ook weer VRIJ VOELEN – komt Boertien terug bij de Nederlandse filosoof Gerard Visser. De openheid van ons in de wereld geworpen zijn ziet hij als een bezielde openheid die ons zijn laat. Dit is het hart van het levend zijn.

Het geheim en de ondoorgrondelijkheid van het leven is dat wij allemaal zolang we ademen toegang hebben tot een bezielde leegte die ons zijn laat – open naar de wereld en open naar onszelf. In die openheid kan ik iets vernemen dat mij raakt en terugroept naar mijzelf. De bezielde leegte is meer dan een openheid naar de wereld. Als het alleen die openheid was dan werd die al gauw bepaald door de verschillende mogelijkheden die ik al dan niet realiseer. Dan word ik al gauw een speelbal van de mogelijkheden. Het is juist de bezielde leegte in mijzelf die weer de ruimte geeft om de dingen in perspectief te plaatsen, mijn verhaal te maken, mijn eigen betekenis te vinden en keuzes te maken. Het bestaan van die bezielde leegte maakt dat ik er op kan vertrouwen als mijn eigen bron. En dat geeft hoop.

Wanneer je weer in contact kunt komen met die bezielde leegte die jou zijn laat, komt er niet alleen weer ademruimte maar ook ruimte in je hoofd, dat hoofd waar we zo gemakkelijk in opgesloten kunnen raken. Dan kan ik de ademruimte vinden voor mijn verhaal en de levenssamenhang herstellen van waaruit ik het leven weer aan kan. Dan kan ik dat vanuit een innerlijke vrijheid telkens opnieuw doen en hoef ik nooit vast te komen zitten in welk verhaal dan ook. Dan ben ik geworteld in mijn eigen element.

Er zijn vele toegangswegen tot die bezielde openheid. Een centrale term is gelatenheid. De oefening in het laten staat niet voor niets in zo veel mystieke en spirituele tradities centraal. Soms is het ook pure genade. Dan overvalt het je. Zo’n ervaring werd door de theoloog Rudolf Otto in 1917 benoemd met een nieuw woord: ‘numineus’. Dit beschrijft het ervaren van een groot en onzegbaar geheim. Per definitie is deze ervaring niet rationeel. Maar een dergelijke ervaring kan een leven lang meegaan als de dragende kracht voor de eenheid van dat leven.

Een zo’n ervaring wordt geciteerd door de theoloog Tjeu van den Berk in het boek ‘Echt zijn’ van Rita Beintema.

In 1942 toen ik tien jaar was logeerde ik in de grote vakantie op een boerderij van vrienden van mijn ouders. Deze vrienden hadden een groot gezin met alleen maar zonen. Hoe klein mijn handen ook waren, er moest wel geholpen worden. Zo leerde ik in korte tijd koeien melken, wat ik fijn vond om te doen. Het was maaitijd en iedereen die kon helpen stond bij zonsopgang op. Zo gebeurde het dat ik op zekere ochtend – in het bijna donker – met emmer en kruk naar een koe liep, me installeerde en met de rechter zijkant van mijn hoofd tegen het warme koeienlijf gedrukt, ging melken. Zo zag ik de zon opkomen. Toen gebeurde het wonder; alles loste op in één lichtend zijn.

Hoe lang ik zo gezeten heb weet ik niet maar dat moment werd in mijn hele leven geëtst. Naar mate ik ouder werd brandde die plek van heimwee steeds dieper in mijn hart. Bij alle moeilijkheden in het leven heeft dat moment mij – als een lichtend iets – nooit verlaten en me het uithoudingsvermogen gegeven om te zoeken naar wat ik toen dacht dat het iets met de zin van het leven te maken moest hebben.

Alle vormen van meditatie zijn een mogelijke toegang tot de bezielde leegte. De sterke opkomst van ‘mindfullness’ in de GGZ inclusief het groeiend aantal onderzoeken naar de effecten, getuigt van de helende kracht er van. Het lezen van filosofische teksten en de religieuze praktijk kunnen een toegang zijn. De eerder genoemde Patte Randal vond gehoor bij christelijke tradities en metaforen. Het lezen van het Johannes-evangelie gaf haar niet alleen woorden voor haar ervaring van waanzin maar gaf een uitgebalanceerde invulling aan haar spirituele behoefte om haar leven in samenhang met een groter geheel te kunnen zien. Haar opleiding tot psychiater had haar die ruimte niet gegeven.

Ervaringen in de natuur kunnen een ingang vormen die vrijheid, ademruimte en inspiratie bieden om weer tot jezelf te komen en een verbinding te voelen tot het grotere geheel van jezelf en je omgeving. Op dit blog meer over de helende kracht van de natuur hier en hier en hier, enz.

Kunst, muziek en poëzie kunnen iemand in zijn element roepen. Veel poëzie getuigt van die ervaringen van heelheid en verbondenheid en kan bij de lezer een vergelijkbaar ervaren doen opkomen.

Boertien sloot haar lezing af met het tonen van een fragment uit een interview van tv en radio presentator Annemiek Schrijver met de theoloog Gilles Quispel. Quispel wijdde zijn leven aan het ontsluiten van de teksten van de Gnosis, de kennis van het hart. Waar kwam zijn gedrevenheid – zijn richting – vandaan? In het interview benoemt Quispel een eigen cruciale ervaring (in minuut 19-22).

Advertenties

3 reacties

Opgeslagen onder Filosofie, Psychiatrie

Veilig gehecht op het meditatiekussen

“Ik voel me goed, precies zoals ik ben”, zegt DJ Ramon Roelofs aan het eind van zijn Ted Talk over zen meditatie. Voor hem was dit gevoel een bijzondere ervaring.

‘Zo zal een veilig gehecht kind zich altijd voelen’, dacht ik.

Een veilig gehecht kind denkt: ‘ik ben er om van te houden’…

Bekijk hoe Roelofs hier naar toe werkt. Hij kan het mooi vertellen.

Hij noemt het bijzondere gevoel: ‘the beginners-mind’… en hij weet dat je altijd naar dat gevoel terug kunt keren. Dit is ook mijn ervaring hoewel het mediteren blijvend oefening vereist. Hier een bericht over de meditatielessen die ik volgde.


Veilig gehecht

Het gevoel van veilige hechting ontstaat in een relatie waarin de ouder de emoties en het gedrag van het kind kan onderkennen als iets van dat kind, los van de eigen emotie. Zo kan de ouder troost bieden, zonder zelf te ontregelen of angstig of boos te worden.

Het kind leert op deze manier dat zijn emoties iets van hem zijn en leert om er woorden aan te geven. Hij leert om de realiteit binnenin hem te onderscheiden van de realiteit buiten hem en om zijn eigen emoties te onderscheiden van die van anderen.

Veilige hechting is gebaseerd op een innerlijk model van de ander als veilig en betrouwbaar en van zichzelf als competent en ‘om van te houden’.

Dat een onveilig gehecht kind niet altijd een onveilige volwassene hoeft te zijn laat Roelofs mooi zien in het filmpje. Ook als psychotherapeut werkt je hier naar toe met je cliënt. Naar een veilig gevoel dat nooit ver weg is.

Zie o.a.: Mentaliseren, hechting en systeemtherapieHechting tussen cliënt en therapeut en Wie ben ik nou echt?

Voor een overzicht van de verschillende stijlen van hechting zie het bericht: Hoe gehecht bent u?

1 reactie

Opgeslagen onder Psychologie en boeddhisme, Psychotherapie

Zen en psychologie II

IMG_5907

Tijd voor een vervolg op mijn vorige twee berichten (hier en hier) over de 18 zen-lessen van Zen.nl in Hilversum. Het doel dat ik met het volgen van de lessen en de meditatie wil bereiken is vooral: meer aanwezig te kunnen zijn in het hier-en-nu. Zowel voor mij persoonlijk als voor mijn functioneren als hulpverlener vind ik dit een mooi doel.

Het is algemeen bekend dat ‘mindfulness’ en meditatie helpen bij psychische problemen. Dit heb ik dankzij de meditatie lessen zelf ondervonden. En ik ben niet de enige reguliere hulpverlener die dit ontdekt. Binnen zen.nl is een groep huisartsen actief en er bestaat een Stichting Psychotherapie en Boeddhisme. Dit is een groep psychologen en psychiaters die interesse hebben in het samengaan en de wisselwerking tussen psychotherapie en boeddhisme.

Hieronder mijn verslag van de lessen 8 t/m 10 en een extra les.

8

Een evaluatieles.

We wisselen onze ervaringen met het mediteren uit en wat onze belangrijkste leerervaringen zijn met betrekking tot ons leerdoel. Wat betreft mijn leerdoelen; meer in het hier-en-nu kunnen zijn en milder oordelen, vind ik dat ik vooruitgang boek. Ik voel mij minder gejaagd en kan iets makkelijker vanaf een afstandje waarnemen door welke ideeën ik me laat leiden.

Het mediteren gunt ons de tijd om dingen te zien van jezelf. Je leert dat je net op een andere manier naar dingen kunt kijken. Maar je moet wel geduld hebben èn je moet nieuwsgierig zijn. Het gaat er om een balans te vinden; dingen te willen zien maar het niet tè graag willen. Het is net zoals met een spelletje; teveel willen winnen is niet leuk maar te weinig willen winnen is ook niet leuk.

Mediteren kan ontspannend zijn maar ook bloed, zweet en tranen kosten. Net zoals het gewone leven.

Hoe je kijkt naar delen van jezelf bepaalt hoe die delen bewegen. Volgens mijn zen leraar geldt dit ook voor de Higgs deeltjes in de natuurkunde.

9

Les over lichaam en geest.

Dat alles één is en samenhangt met elkaar is het vertrekpunt van zen. Lichaam en geest zijn dus één.

Meditatie bevordert een natuurlijk verloop van de ademhaling. Als je oppervlakkig denkt, haal je oppervlakkig adem. Als je rustig ademhaalt denk je ook rustig. Als je diep ademhaalt kun je tot diepe inzichten komen. Bewust werken aan de verdieping van de ademhaling is zinvol zolang we het niet forceren.

Zen is ook een training van de ruggengraat. De fysieke stabiliteit van de houding maakt het makkelijker om te gaan denken wat je wilt denken.

Adrenaline is een stresshormoon. Het lichaam produceert het als we angst ervaren en dat kan heel nuttig zijn om te vechten of te vluchten. Maar adrenaline wordt ook aangemaakt bij een herinnering aan een angstwekkende gebeurtenis en dan hoeven we niet te vechten of te vluchten. Integendeel. Goed nadenken kan dan veel nuttiger zijn. Een nadeel is dat adrenaline lang in ons lichaam blijft zitten en dat het de bloedsomloop in de hersenen vermindert. Een teveel aan adrenaline gaat ten koste van onze creativiteit.

Met mediteren raken we de adrenaline niet kwijt. Als je dat wil kun je beter gaan sporten want dan gebruik je de adrenaline min of meer waarvoor het is aangemaakt.

10

Les over zen en geluk

Zoals het hormoon adrenaline hoort bij angst en stress hoort het hormoon endorfine bij geluk en creativiteit. We kunnen leren om endorfines aan te maken door te mediteren.

Een positieve verwachting over de afloop van een lastige situatie leidt tot de aanmaak van endorfines. Hoe we een situatie bekijken bepaalt of ons lichaam endorfines of adrenaline produceert.

Als het goed met ons gaat neigen we er toe om ons daar aan vast te klampen. Zo moet het altijd blijven, denken we. Helaas zijn we dan afgedwaald uit het hier-en-nu naar de toekomst en meteen ebben onze geluksgevoelens weg.

Het vermogen om ongeluk te tolereren is het spiegelbeeld van het kunnen ervaren van geluk: hoe meer angst we hebben voor ongeluk hoe minder we het geluk kunnen ervaren. Hoe meer frustratie en pijn we kunnen tolereren, hoe meer geluk we kunnen ervaren.

Mediteren is een oefening in afzien. Uit vrije wil oefenen we ons 2 maal 20 minuten in afzien en leren we zelfs dat afzien leuk kan zijn. Hierdoor verliezen we onze angst voor afzien en de drang om pijn en lijden koste wat kost te vermijden. Zo opent het mediteren de deur naar geluk.

Al met al doet deze zen les mij denken aan de vraag van mijn favoriete Belgische psychiater Dirk de Wachter: “Mogen we alsjeblieft weer een beetje ongelukkig zijn”? Met het stellen van deze vraag alleen al voel ik de troost naar binnen stromen. Het mag. Het is OK. We mogen ongelukkig zijn… Volgens De Wachter is er voor ongelukkig zijn in onze hype cultuur veel te weinig plaats.

Angst voor persoonlijke groei, zelfconfrontatie, pijn en vermoeidheid leidt tot ongeluk leer ik in deze zen les. Zowel sporten als mediteren leiden tot geluk. In het totaal zo’n anderhalf uur per dag. Hierbij is een positieve verwachting over de afloop van het sporten en het mediteren van belang.

Alcohol en drugs zorgen er voor dat de receptoren voor endorfine groter worden maar ze worden er ook ongevoeliger door. Door te mediteren worden die receptoren juist gevoeliger. Hoe meer we de lol van het opzettelijke afzien kunnen ervaren, hoe beter we er in worden om het afzien waar we niet voor kiezen, te verdragen. Zo worden we gelukkiger.

Als huiswerk krijgen we mee om elke dag iets te doen waar je tegen op ziet zoals koud af-douchen. En dit is ook nog eens goed voor je immuunsysteem!

Door mijn gedachten te richten op een positieve uitkomst kon ik enkele dagen later beter terug in slaap komen, nadat ik een tijdje wakker had gelegen ergens over. De aangemaakte endorfines hielpen meteen.

Extra les: Zen en Boeddhisme

Vier leerstellingen van het Boeddhisme:

1 Het leven is lijden.

2 Het lijden komt door onwetendheid.

3 Als je de onwetendheid opheft, hef je het lijden op.

4 Onwetendheid hef je op door: het juiste inzicht, de juiste intentie, de juiste spraak, het juiste handelen, het juiste levensonderhoud, de juiste inspanning, de juiste meditatie en de juiste concentratie.

Het gaat om een interne verandering van onvrij naar vrij. Boeddha zegt: Geloof niet in mij maar probeer uit wat ik verkondig en kijk naar wat werkt voor jou. Er is geen vaste waarheid en er is ook geen vaststaand zelf. Je kunt een zelfbeeld hebben maar dat ben je niet. Als je denkt van wel dan zit je in de ‘ik-kramp’ volgens mijn zen-leraar.

Hoewel het de vraag blijft wat dan het juiste inzicht, de juiste intentie, spraak, enz. is spreekt de beweging van onvrij naar vrij aan. Eén waarheid zet alles vast terwijl in de natuur juist alles in beweging is. Misschien is die beweging wel het enige wat vaststaat. In één waarheid kan een mens gevangen zitten.

Ik denk dat sommige dingen meer kloppen dan andere en dat sommige dingen meer ‘waar’ zijn dan andere. Leven zonder allerlei afweermechanisme is meer ‘waar’ dan overleven. Hoewel overleven ook ‘waar’ is, maar of het vrij is … therapie en meditatie werken bevrijdend en verlichtend als het goed is, hoewel je meestal eerst ergens doorheen moet.

Op naar de laatste lessen.

IMG_6072

 

De foto’s bij deze blogpost heb ik in Meyendel bij Den Haag gemaakt. Meer foto’s hier.

2 reacties

Opgeslagen onder Filosofie, Psychiatrie, Psychologie en boeddhisme