Tagarchief: herstelbeweging

Liefde, bent u er klaar voor? 3

Herman Gorter had het over het mysterie van de liefde in een van zijn brieven.

“Je kunt de liefde niet kennen, alleen maar voelen”, zegt de psychiater Dirk de Wachter, “zodra we er een hand op leggen is het weg”.

De hierna volgende citaten doen een poging om misschien nog ‘hogere’ gevoelens dan die van de liefde te beschrijven: de zogenaamde numineuze (bovennatuurlijke) gevoelens of ervaringen. Enkele beschrijvingen waarin deze gevoelens of ervaringen spontaan opkomen, vaak in de kindertijd, zijn te vinden in de bijlage bij het boek: Religie als genade, van de godsdienstfilosoof Paul Neff.

Over numineuze ervaringen heb ik eerder geschreven in een bericht over de herstelbeweging: Herstel is een uniek proces. Vooral de laatste paragraaf gaat er over: Bezielde openheid en geworteld zijn in je eigen element.

Het gaat bij numineuze gevoelens om wel heel bijzondere gevoelens. Toch heb ik het idee dat ik iets in de beschrijvingen hieronder herken. Misschien gaat het bijdeze ervaringen net als bij de liefde om een gevoel van verbinding en eenwording met een ander of met iets buiten je zelf zoals de natuur.

Om de liefde te voelen kunnen we misschien nog het best reiken naar het kind in onszelf. Iemand beschrijft hier een dergelijke ervaring: ‘Ontmoeting met mijzelf’. Het gaat om een meisje en ze is op vakantie.

‘Toen de allerlaatste dag aanbrak, zat ik rillend van de kou in de vochtige nevelige lucht aan het strand. Ik had een schip gebouwd van zand, hout en stenen, een schip, mooier en groter dan ik ooit gebouwd had. Het meer lag er stil bij alsof ze de winter in Antlitz al ervoer. De lucht droeg geen enkel geluid. Ik keek om me heen, omhoog naar ons vertrouwde huisje dat hoog aan de tuinrand stond. Het was er niet meer. Een muur van mist omringde mij zo, dat ik nog net het gele, natte loof van de onderste oeverbosjes kon zien. Ik was alleen met mijn schip, met de kleine inham van het onbeweeglijke meer. Toen drong het naar binnen. Als warme gestaag vallende vonken zonken de beelden die ik maandenlang begerig had geabsorbeerd vliegensvlug en piepklein in mijn innerlijk. Ze daalden af in mijn gemoed. Steeds sneller, talrijker en steeds dieper – allemaal, zonder er één over te slaan. En ze bleven daar liggen als onuitputtelijke voedingsbodem van mijn wezen, als een onverwoestbare schakel tussen de natuur en mij. Ik had mezelf een ogenblik lang temidden van de natuur, als onderdeel van de natuur zelf, gezien. Ik was mezelf in haar tegengekomen. De gedachte die mij toen uit de diepste regionen van mijn wezen vervulde was: Dit is de mooiste tijd van mijn leven, zo mooi kan het nooit meer worden. Dit wijze inzicht van een kind heeft tot op de dag van vandaag gelijk gehad.’

NB. Antlitz is mogelijk een fantasieplaats want ik kan nergens de plaats Antlitz vinden. Antlitz betekent ook ‘gelaat’.


Strandkasteel

Dit is weliswaar geen schip maar mijn mooiste strandkasteel. Op Schouwen-Duiveland toen ik een jaar of 10 was. Het was geen numineuze ervaring maar ik was er in mijn element.


De Engelse dichter Alfred Tennyson probeert ook een numineuze ervaring te beschrijven in zijn memoires.

‘Als ik helemaal alleen ben, dan ben ik vaak in een soort zwakke conditie. Dit overvalt mij doordat ik stilletjes mijn eigen naam herhaal, tot alles plotseling, zo lijkt het, wegspringt uit de intensiteit van het persoonlijke bewustzijn. De persoonlijkheid zelf lijkt zich op te lossen en langzaam te vervagen tot een ongebonden staat. Het is geen verwarrende maar de meest heldere en veiligste staat die absoluut niet in woorden te vatten is. Een conditie waarin de dood een bijna lachwekkende onmogelijkheid was – het verlies van persoonlijkheid (als die er al geweest zou zijn) leek geen opheffing maar het enige ware leven – ik voel me beschaamd om mijn ontoereikende beschrijving. Maar heb ik het niet gezegd: mijn staat was onbeschrijflijk?’

En wat te denken van een jeugdervaring van de Indiase dichter, schrijver Rabindranath Tagore:

‘Heel lang geleden, toen ik nog één was met de aarde en het groene gras me overdekte en ik overgoten werd door het herfstlicht, toen mijn weidse, groenschemerige lichaam in de zonneschijn de jeugdige geuren en warmte uit elke porie wasemde, toen ik het land en het water van verre landen en streken besloeg, lag ik stilzwijgend onder de heldere hemel. Ik voelde hoe in het herfstige zonlicht het wezen van de verrukking, een vitale levenskracht, zich in een intense, onuitgesproken, halfbewuste vorm in mijn uitgestrekte lichaam roerde met een acute, huiverende, uitgelezen golving – ik scheen me daar op dat moment iets van te herinneren! Het gevoel van de oeraarde, uitbottend, bloeiend en blij met haar beschermer, de zon. Het is alsof de bewustzijnsstroom in mij onmerkbaar en lang­zaam elke grasspriet, elke boomwortel, elke ader doordrenkt, in de golvende beweging die door de korenvelden trekt, pulserend in elk blad van de kokos­palm, dat trilt van levenslust.’

Ook de Engelse criticus, schrijver, dichter John Ruskin vertelde over bijzondere jeugdbelevenissen die regelmatig bij hem terugkeren.

‘Ten slotte: hoewel er geen welomlijnde religieuze gevoelens bij betrokken waren, toch was er een voortdurend beeld van heiligheid in de hele natuur. Van het kleinste voorwerp tot het meest immense – een instinctief ontzag, vermengd met verrukking; een onbestemde huivering zoals we die ons soms voorstellen om de nabijheid van een onstoffelijke geest aan te duiden. (Vergelijk Zinzendorf: ‘zoals iemand ’s avonds huiverig wordt op het land’.) Ik kon het alleen maar door en door aanvoelen als ik alleen was. Dan deed het vaak mijn hele lijf huiveren van vreugde en ontzag. Het overkomt me als ik enige tijd niet in de heuvels was geweest en ik allereerst naar de oever van een bergrivier ging waar het bruine water rond de steentjes cirkelde, of wanneer ik voor het eerst de toppen van ver land tegen zonsondergang zag, of de eerste lage gebrokkelde muur bedekt met bergmos.
Ik kan amper het gevoel beschrijven, maar denk niet dat dit aan mij ligt of aan de Engelse taal. Ik ben bang dat geen enkel gevoel goed te beschrijven is. Als we het gevoel van lichamelijke honger zouden moeten uitleggen tegenover iemand die nooit honger heeft gehad, zouden we moeite hebben het onder woorden te brengen. Het lijkt alsof de vreugde voor de natuur mij overkomt als een soort hartstochtelijk verlangen, gestild door de nabijheid van een grote en heilige Geest.
Dit gevoel bleef in zijn volle heftigheid bij me tot mijn achttiende of twintigste jaar. Toen mijn bedachtzaamheid en praktische kracht toenamen, en de ‘zorg van deze wereld’ op mijn schouders rustte, ebde het langzaam weg zoals Wordsworth beschreef in zijn Intimations of Immortality.’

Al dit soort beschrijvingen zouden wellicht kunnen inspireren bij het vinden van de liefde of om er klaar voor te zijn als de liefde langskomt. Verbinding en eenwording lijken me centrale begrippen.

Een voorbeeldweergave van het boek van Paul Neff staat op het internet: hier.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Psychologie, proza en poëzie

De nieuwe GGZ

Geciteerd uit het gelijknamige pamflet dat uitkwam in oktober 2015.

De huidige GGZ blijft onvoldoende in staat om antwoord te bieden aan het aanwezige psychisch lijden, terwijl er tegelijk onnodig veel mensen afhankelijk blijven van de GGZ. Een moeilijke paradox.

Er is nu nog teveel aandacht voor symptoomreductie, mede door de manier waarop de GGZ gefinancierd wordt. De zorg is gaan werken met zorg-producten, enz. Dit alles gaat ten koste van de context en de eigen kracht van het individu.

Hierdoor is er minder ruimte voor:

  • leren omgaan met klachten;
  • eigen regie voeren over de behandeling;
  • ontdekken dat ondanks symptomen je bezig kunt zijn met betekenisvolle doelen die voldoening geven.

De schrijvers van het pamflet zijn op zoek naar een nieuw elan in de GGZ. Voorop gaat Jim van Os, hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit van Maastricht. Dit nieuwe elan hoeft niet te resulteren in hogere kosten. De 7 ingrediënten voor dit nieuwe elan kunt u vinden in het pamflet.

De herstelbeweging verwoordt reeds jaren de noodzaak van deze transitie. Ook in de somatische zorg winnen begrippen zoals herstel, eigen regie enz. aan kracht omdat ze aansluiten bij een positieve visie op gezondheid, die beter past bij de groeiende aandacht voor het managen van kwetsbaarheden in een ouder wordende populatie waar chronische aandoeningen eerder regel dan uitzondering zijn.

Het begrip herstel wordt echter nog niet overal in de GGZ goed begrepen vernam ik onlangs van de taalkundige en projectmedewerkster bij Phrenos Dienke Boertien. Lees mijn vorige bericht hierover: Herstel is een uniek proces. Phrenos weet veel en ondersteunt herstel met verschillende projecten.

In de nieuwe GGZ is er sprake van meer autonomie bij de cliënt en meer hulpverlening aanwezig op momenten dat de angst opkomt, men wantrouwig wordt of zich gekwetst voelt. Geciteerd uit het pamflet:

Daarbij is het van belang dat zorg aan individuele patiënten in hun persoonlijke sociaal-maatschappelijke context wordt geoptimaliseerd en dat we niet meer uitgaan van gemiddelde patiënten.

Het lijkt me een pleidooi voor systeemtherapie. Ik heb het pamflet met plezier ondertekend!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Psychiatrie

Herstel is een uniek proces

Op het symposium Crisis en Kritiek in psychiatrie en filosofie sprak de taalkundige Dienke Boertien, van het kenniscentrum Phrenos. Zij hield een pleidooi voor een ruimte en een taal van vrijheid en spiritualiteit buiten de psychiatrische diagnostiek om. Psychiatrische diagnostiek kan helpend zijn maar wordt ook vaak als beknellend ervaren. Hier heeft de herstelbeweging die plaatsvindt binnen de GGZ, een antwoord op.

Net als de andere lezingen op dit symposium had ook de lezing van Boertien een hoog abstractie niveau. Al luisterend kreeg ik desalniettemin het gevoel dat haar lezing aan iets dieps en belangrijks raakte en vroeg ik haar om mij de lezing op te sturen. Zo geschiedde. Hier een samenvatting van dat diepe en belangrijke.


Herstel is een uniek proces

Volgens Boertien bedoelen cliënten in de geestelijke gezondheidszorg met het begrip herstel iets anders dan genezing van een psychiatrische aandoening. Psychiatrische instellingen willen herstel wel ondersteunen en hebben meer oog voor ervaringskennis gekregen, maar blijven nog teveel vast zitten in de medisch psychiatrische kennis. Er heerst verwarring over wat het vernieuwende en onderscheidende van herstel nu eigenlijk is.

Herstel is een omvattend geheel van een uniek proces maar de psychiatrie blijft hangen in analyse en classificaties. Het gaat om herstel van rollen, van identiteit of variaties hierop en de rol van de psychiatrie hierbij blijft onduidelijk. De essentie van herstel kan zich niet manifesteren binnen de rationele kaders van de reguliere opvattingen over vrijheid en kennis.

Bezinning op begrippen zoals vrijheid, kennis en ervaring kan volgens Boertien helpen om de essentie van het begrip herstel te vatten. Boertien haalt voor die bezinning veel uit het werk van de Nederlandse filosoof Gerard Visser (Oorsprong en vrijheid, 2015).

Vrijheid

Er zijn momenteel drie verschillende debatten over het begrip vrijheid gaande: het maatschappelijke debat over politieke vrijheid en mensenrechten, het academische debat over determinisme (wij zijn ons brein) en de vrije wil en het debat over innerlijke vrijheid (spiritueel of existentieel). Er is een parallel te trekken met het debat over het begrip herstel.

Is er bijvoorbeeld bij herstel sprake van een samenleving waarin mensen met een psychiatrische achtergrond gelijke rechten hebben? Dan is herstel ook een herstel van de vrijheid om de maatschappelijke rol te kiezen die jij wilt. Als je hierin gelooft dan zoek je de oorzaak van een psychiatrische aandoening eerder in de omgeving dan in biologische factoren.

Is er bij herstel van een psychiatrische aandoening sprake van een vrije wil of ‘zijn wij ons brein’ en heerst de natuur over onze vrije wil? Als je in het laatste gelooft zul je herstel vooral zoeken in het beïnvloeden van biologische processen.

Vanuit zowel de biologie (‘nature’) als vanuit de mensenrechten (‘nurture’) kan een bijdrage geleverd worden aan herstel. Beide overtuigingen zijn heel verschillend maar hebben ook veel gemeen als je het bekijkt vanuit het begrip vrijheid. Want in beide overtuigingen wordt herstel gekoppeld aan de 18e eeuwse definitie van vrijheid, een definitie van de filosoof David Hume: Vrijheid is de macht om een daad te stellen of niet te stellen overeenkomstig een beslissing van de wil.

Als de biologie domineert in de benadering van herstel dan dan ben je eigenlijk niet vrij want het zijn je hersenen die je sturen. Er is alleen een illusie van vrijheid. Als de omgeving domineert dan kun je proberen die omgeving aan te passen zodat je een bewuste keuze kunt maken maar dan moet je die keuze wel hebben. In beide gevallen bestaat vrijheid bij de gratie van de vrije wil. De kern van vrijheid is dat je een keuze hebt en dat je die bewust kunt initiëren. Deze opvatting van vrijheid gaat over ‘vrij zijn van’ en is volgens Boertien rationeel van aard.

Is ‘vrij zijn van’ genoeg?

Stel dat je vrij bent van alle hinder van ontbrekende of disfunctionele hersenprocessen en vrij van hinder door omgevingsfactoren, VOEL je je dan ook vrij? VOEL je je dan ook vrij om te kiezen uit alles wat mogelijk is?

De discussie over vrijheid is al van oudsher verbonden met de wil maar de wil stond in een kosmisch of goddelijk verband. Bij Aristoteles is ieder wezen op weg naar zijn eigen voltooiing binnen een natuurlijk verband. Bij de Christenen is het een goddelijk verband. Deze gegeven verbanden hebben nu plaatsgemaakt voor een louter werk-oorzakelijk verband. Als je weet hoe iets werkt wordt je vrij om te kiezen.

Om willekeur van de vrije wil te voorkomen bedenkt een filosoof zoals Kant de achting die ieder mens als persoon verdient en bedenkt Hegel de rechtstaat als garantie tegen het tegendeel van vrijheid. Vrijheid was voor Hegel synoniem met de rechtstaat.

Achting (moraal) en recht spelen ook een rol in de discussie over herstel en ervaringskennis. Wat ons bij elkaar houdt is het algemeen geldende van de wet die als enige nog richting geeft in ons vermogen om vrij en rationeel mijn leven te kunnen kiezen. Maar kan een mens hiermee herstellen van ontwrichting. Hoe verhoudt zich de algemene moraal en het algemene recht tot mijn unieke herstelproces?

Het lijkt alsof er een fundamentele dimensie van vrijheid buiten beschouwing blijft.

Een wezen is vrij als het in zijn element is

Met deze definitie van vrijheid stelt de Nederlandse filosoof Gerard Visser zich op tegenover de definitie van Hume. We kunnen het makkelijk beamen maar wat is dat eigenlijk: ‘je element’? Meestal kun je achteraf wel een reden bedenken waarom je in je element was. Ik was in mijn element omdat het zo heerlijk was met mijn kinderen een dag in de duinen door te brengen. Je zou het zo als doel kunnen opnemen in een behandelplan. Maar zou ik gegarandeerd  iedere keer enorm in mijn element komen in de duinen? Of blijft hier iets buiten beschouwing? Is er een deel van mijn vrijheid, van mijn ‘element’ weggeredeneerd? Namelijk wat er allemaal nog om heen lag: de spontaniteit van het uitje, het magische licht in de duinen, de zon, het levend zijn van mijzelf en de kinderen, het afgestemd zijn op de natuur, het open staan voor de ervaring, enz.

Dat meer dan het rationeel bepaalde van het vrijheidsgevoel zit ook in het begrip herstel, zegt Boertien. Wanneer mensen het hebben over hun eigen ervaring van herstel gaat het over een opnieuw ervaren van een samenhang – een unieke levenssamenhang die alleen jij ervaart en waarin je soms op mysterieuze wijze weer een heelheid in jezelf voelt – al is het maar voor even.

Dat ‘meer’ en die samenhang zijn ook in het geding als mensen die waanzin hebben ervaren en er over vertellen. Wanneer die ervaringen uitsluitend als ziektesymptomen worden gelabeld kunnen die mensen woedend worden. De Nieuw-Zeelandse psychiater Patte Randal verklaart haar eigen ervaringen van waanzin als een spirituele noodkreet. Het gemis aan spiritueel geworteld zijn dreef haar in die momenten al was het niet gebalanceerd en geforceerd. De Nederlandse psychiater en filosoof Wouter Kusters heeft ervaringen van waanzin gebundeld (in: Filosofie van de waanzin) die ook het ‘in je element’ zijn laten zien van die ervaringen. Je zou kunnen spreken van een geforceerd ‘in je element’ komen. Daarin en daarna zijn er ook het leed, de verwarring, de angst, de afwijzing en het weer ‘uit je element’ raken omdat de behoefte aan existentiële vrijheid en heelheid niet blijvend bevredigd werden.

Herstel is dus – ook – het hervinden van die innerlijke vrijheid en het domein van de innerlijke vrijheid is dus niet puur rationeel van aard zoals het gangbare vrijheidsbegrip. Op dat gangbare vrijheidsbegrip kunnen we volgens Boertien niet blijven varen als we tot herstel willen komen. Maar ook het begrip ervaring moet volgens haar ontdaan worden van het rationele kader waarin het gevangen zit.

Ervaring, beleving

Met de dominantie van het rationele, het bewuste en het algemene ging er iets verloren. Dat besef leidde tot een omwenteling in de 19e eeuwse filosofie. Bij het zoeken naar de waarheid had de waarneming en het verstand centraal gestaan. Maar filosofen zoals Nietzsche en Dilthey breken daarmee. Filosofen hadden eeuwenlang gezocht naar het ene, het algemene in het vele van alle ervaringen. Maar in het algemene gaat mijn ervaring niet op. Er blijft altijd een heleboel achter. Dilthey schrijft:

De grondgedachte van mijn filosofie is dat tot nog toe aan het filosoferen nooit de totale volle onverminkte ervaring ten grondslag heeft gelegen, nog nooit de totale en volle werkelijkheid.

Niet de vraag naar het ‘wat’ van de wereld maar de vraag naar het ‘wie’ van de mens kwam centraal te staan. Om het ruime van de volle, individuele en unieke van de levende ervaring aan te geven kwam de filosofie met het begrip beleving. De beleving werd de toegang tot de werkelijkheid. Nietzsche roept op om te worden wie je bent door goed naar de eigen begeerten te luisteren. In de beleving opent zich het speelveld van de begeerten. Bij Dilthey gaat het om de beleving van een verbinding, een eenheid van het zelf en de wereld.

De beleving wordt gezien als een ingang tot innerlijke vrijheid om weer ‘in je element’ te komen. De beleving is de dragende grond in onszelf.

Een kritische kanttekening is dat het begrip beleving ook toegepast wordt binnen een structuur van de rationele zelfbepaling: ‘beleef je leven, haal er uit wat er in zit, manipuleer de omstandigheden zo dat het leven je bevalt’, staat overal en ook in de GGZ hoog in het vaandel. Maar zo hebben deze filosofen het begrip beleving niet ingevuld.

Bezielde openheid en geworteld zijn in je eigen element

Als je levenssamenhang verstoord is en je je niet meer in je element voelt, hoe herstel je dan? Wat heb je dan aan het begrip beleving? In haar zoektocht naar woorden voor het ervaren van herstel – je ook weer VRIJ VOELEN – komt Boertien terug bij de Nederlandse filosoof Gerard Visser. De openheid van ons in de wereld geworpen zijn ziet hij als een bezielde openheid die ons zijn laat. Dit is het hart van het levend zijn.

Het geheim en de ondoorgrondelijkheid van het leven is dat wij allemaal zolang we ademen toegang hebben tot een bezielde leegte die ons zijn laat – open naar de wereld en open naar onszelf. In die openheid kan ik iets vernemen dat mij raakt en terugroept naar mijzelf. De bezielde leegte is meer dan een openheid naar de wereld. Als het alleen die openheid was dan werd die al gauw bepaald door de verschillende mogelijkheden die ik al dan niet realiseer. Dan word ik al gauw een speelbal van de mogelijkheden. Het is juist de bezielde leegte in mijzelf die weer de ruimte geeft om de dingen in perspectief te plaatsen, mijn verhaal te maken, mijn eigen betekenis te vinden en keuzes te maken. Het bestaan van die bezielde leegte maakt dat ik er op kan vertrouwen als mijn eigen bron. En dat geeft hoop.

Wanneer je weer in contact kunt komen met die bezielde leegte die jou zijn laat, komt er niet alleen weer ademruimte maar ook ruimte in je hoofd, dat hoofd waar we zo gemakkelijk in opgesloten kunnen raken. Dan kan ik de ademruimte vinden voor mijn verhaal en de levenssamenhang herstellen van waaruit ik het leven weer aan kan. Dan kan ik dat vanuit een innerlijke vrijheid telkens opnieuw doen en hoef ik nooit vast te komen zitten in welk verhaal dan ook. Dan ben ik geworteld in mijn eigen element.

Er zijn vele toegangswegen tot die bezielde openheid. Een centrale term is gelatenheid. De oefening in het laten staat niet voor niets in zo veel mystieke en spirituele tradities centraal. Soms is het ook pure genade. Dan overvalt het je. Zo’n ervaring werd door de theoloog Rudolf Otto in 1917 benoemd met een nieuw woord: ‘numineus’. Dit beschrijft het ervaren van een groot en onzegbaar geheim. Per definitie is deze ervaring niet rationeel. Maar een dergelijke ervaring kan een leven lang meegaan als de dragende kracht voor de eenheid van dat leven.

Een zo’n ervaring wordt geciteerd door de theoloog Tjeu van den Berk in het boek ‘Echt zijn’ van Rita Beintema.

In 1942 toen ik tien jaar was logeerde ik in de grote vakantie op een boerderij van vrienden van mijn ouders. Deze vrienden hadden een groot gezin met alleen maar zonen. Hoe klein mijn handen ook waren, er moest wel geholpen worden. Zo leerde ik in korte tijd koeien melken, wat ik fijn vond om te doen. Het was maaitijd en iedereen die kon helpen stond bij zonsopgang op. Zo gebeurde het dat ik op zekere ochtend – in het bijna donker – met emmer en kruk naar een koe liep, me installeerde en met de rechter zijkant van mijn hoofd tegen het warme koeienlijf gedrukt, ging melken. Zo zag ik de zon opkomen. Toen gebeurde het wonder; alles loste op in één lichtend zijn.

Hoe lang ik zo gezeten heb weet ik niet maar dat moment werd in mijn hele leven geëtst. Naar mate ik ouder werd brandde die plek van heimwee steeds dieper in mijn hart. Bij alle moeilijkheden in het leven heeft dat moment mij – als een lichtend iets – nooit verlaten en me het uithoudingsvermogen gegeven om te zoeken naar wat ik toen dacht dat het iets met de zin van het leven te maken moest hebben.

Alle vormen van meditatie zijn een mogelijke toegang tot de bezielde leegte. De sterke opkomst van ‘mindfullness’ in de GGZ inclusief het groeiend aantal onderzoeken naar de effecten, getuigt van de helende kracht er van. Het lezen van filosofische teksten en de religieuze praktijk kunnen een toegang zijn. De eerder genoemde Patte Randal vond gehoor bij christelijke tradities en metaforen. Het lezen van het Johannes-evangelie gaf haar niet alleen woorden voor haar ervaring van waanzin maar gaf een uitgebalanceerde invulling aan haar spirituele behoefte om haar leven in samenhang met een groter geheel te kunnen zien. Haar opleiding tot psychiater had haar die ruimte niet gegeven.

Ervaringen in de natuur kunnen een ingang vormen die vrijheid, ademruimte en inspiratie bieden om weer tot jezelf te komen en een verbinding te voelen tot het grotere geheel van jezelf en je omgeving. Op dit blog meer over de helende kracht van de natuur hier en hier en hier, enz.

Kunst, muziek en poëzie kunnen iemand in zijn element roepen. Veel poëzie getuigt van die ervaringen van heelheid en verbondenheid en kan bij de lezer een vergelijkbaar ervaren doen opkomen.

Boertien sloot haar lezing af met het tonen van een fragment uit een interview van tv en radio presentator Annemiek Schrijver met de theoloog Gilles Quispel. Quispel wijdde zijn leven aan het ontsluiten van de teksten van de Gnosis, de kennis van het hart. Waar kwam zijn gedrevenheid – zijn richting – vandaan? In het interview benoemt Quispel een eigen cruciale ervaring (in minuut 19-22).

3 reacties

Opgeslagen onder Filosofie, Psychiatrie