Tagarchief: genogram

Hoopvolle en haalbare perspectieven creëren met gezinnen

DOOR MIDDEL VAN EEN GENOGRAM VAN KRACHTEN EN KWALITEITEN, EEN TIJDSLIJN EN DROMEN VOOR DE TOEKOMST*

Een persoonsgebonden hulpvraag is een moeilijker werkbare hulpvraag

Een genogram is een visuele weergave van de familiebanden van een cliënt. Het opstellen er van is een wijdverbreide techniek in de systeemtherapie om problemen en intergenerationele processen in kaart te brengen. Een genogram is niet alleen een diagnostische methode maar kan ook van grote therapeutische waarde zijn. Het kan er bijvoorbeeld zo uit zien:

genogram

Een mogelijk schema voor een genogram

De therapeut zou de motivatie om een genogram te maken als volgt onder woorden kunnen brengen: ‘Ik heb graag een tekening van jullie familie, want dan kan ik het beter volgen als jullie het over een familielid hebben’. Door het tekenen van het genogram wordt de bewustwording van de sociale context van een probleem gestimuleerd. Met behulp van de krachten en kwaliteiten in de context wordt het oplossen van een probleem makkelijker.

Het genogram van krachten en kwaliteiten

Bij dit genogram worden ideeën uit de oplossingsgerichte en narratieve therapie toegepast. De betrokkenen zijn op deze manier bijna als vanzelf binnen een positief klimaat en met een gevoel van verbondenheid op zoek naar een oplossing voor het probleem.

Het doel is om van een passieve slachtoffer-positie naar meer competentie te komen, om tegenslagen om te zetten in betekenissen die ergens goed voor zijn, om een systeem of individu te worden die moeilijke situaties aan kan. Om van een trauma-slachtoffer, een trauma-overlever te worden. Dit alles in verbondenheid met de anderen in het systeem. De therapeut stelt vragen die leiden tot die verbondenheid en zo komt het genogram van krachten en kwaliteiten tot stand.

Het zijn vragen zoals: Welke positieve eigenschappen/kwaliteiten hebben de leden van het systeem? Van wie komen deze eigenschappen? Wie heeft er nog meer een dergelijk probleem? In welke situaties speelt het probleem niet? Waarin lijken jullie op elkaar? Waarin lijken jullie niet op elkaar en hoe kunnen jullie de onderlinge verschillen verdragen? Welke hulpbronnen gebruiken jullie/staan tot jullie beschikking bij moeilijkheden? Bij wie vinden jullie steun? Welke oplossingen hebben jullie al geprobeerd? Welke positieve, aangename herinneringen delen jullie? Welke positieve identificatiefiguren heb je? Vrienden, vriendschappen, helden, enz. Wanneer hebben jullie goed contact met elkaar? Wat willen jullie behouden wat je als positief en effectief ervaart?

Gescande afbeelding 1

Een genogram van krachten en kwaliteiten kan er zo uit zien. In dit voorbeeld startten de kinderen met elkaars positieve eigenschappen en vervolgens brachten ze die van hun ouders in kaart. De ouders vulden de kinderen aan.

De therapeut kan alle gezinsleden vragen om positieve eigenschappen op te noemen van elkaar, vooral ook de kinderen in het gezin. Vaak zijn de ouders en de geïdentificeerde cliënt de mooie herinneringen en gewaardeerde eigenschappen vergeten. Gewaardeerde eigenschappen zoals zelfstandigheid, extraversie of moed kunnen juist ook voor de problemen hebben gezorgd.

Vaak gaat het benoemen van de gewaardeerde eigenschappen met discussie gepaard en wordt zichtbaar hoe het gezin te werk gaat met het onder woorden brengen er van. Door nuancering in het taalgebruik is men al bezig om een nieuwe betekenis of hernieuwde kijk op de werkelijkheid te construeren.

Bij probleemgezinnen met adolescenten merkt men soms weinig of geen evolutie meer, de jongere zit vast in een negatief beeld van zichzelf en trekt zich terug uit het contact. Soms dreigt het hele gezin vast te slibben in een negatief interactiepatroon. Uitzonderingsvragen kunnen dan goed helpen. Vragen zoals: ‘Met wie in de familie heeft de jongere wèl goed contact? Wat is er anders in het contact met die oom of tante? In welke situaties is het contact nog wel goed?’

De therapeut kan ook de gezinsleden het genogram zelf laten tekenen. Al leidt dit niet meteen tot een overzichtelijk geheel, het zorgt voor een aangename sfeer van samenwerken. Men maakt bijna als vanzelf ruimte om naar elkaar te luisteren. Pijnlijke gebeurtenissen of problemen komen binnen een positief klimaat aan de orde. Hoe meer speelsheid in de discussie over de problemen van nu, hoe makkelijker het is voor de gezinsleden om zich veranderingen voor te stellen.

Hulpbronnen en positieve eigenschappen worden in kaart gebracht met vragen rond bepaalde thema’s . Thema’s zoals tradities (welke tradities vinden jullie het gezelligst?), mooie momenten (wat betekenen die voor jullie?), moeilijke momenten (wat was jullie kracht, wat leerden jullie er van?), beroep, vriendschap (zijn er vrienden die een bijzondere rol gespeeld hebben voor jullie?), helden (wie in je familie bewonder je? is er iemand in de familie die een zware tegenslag heeft overwonnen?), geloof, religie en waarden (welke waarden zijn voor jullie belangrijk?), verhalen, kunst en cultuur (favoriete boeken, muziek, verhalen?), vrije tijd, sport en spel (favoriete sport, vakanties?) geld (wat voor betekenis heeft geld in jullie gezin en verdere familie?).

Het is niet zo dat er geen ruimte meer is voor het negatieve. Maar uitgesproken negatieve ervaringen (misbruik, verwaarlozing) krijgen een duidelijke plaats. Men besteedt dan extra aandacht aan een veilige context. Bedreigende personen of herinneringen worden in eerste instantie alleen benoemd en niet verder geëxploreerd voordat er voldoende veiligheid is gecreëerd.

Na het in kaart brengen van de krachten en kwaliteiten van het kerngezin kan men ook op zoek gaan naar hulpbronnen bij de gezinnen van oorsprong; de gezinnen van de ouders. Vragen kunnen zijn: ‘Is er iemand in de familie van je moeder of je vader die ook deze eigenschappen had?’ Wat is in jullie familie de meest helpende manier om hier mee om te gaan?’.

Terwijl je zo met het genogram bezig bent zoek je naar competenties in de wijdere familie waarmee de gezinsleden moeilijke situaties aan kunnen, waarmee tegenslagen een zinvolle betekenis kunnen krijgen en waarmee een gevoel van weerbaarheid, saamhorigheid en welzijn ontstaat.

Je bent met elkaar op zoek naar steunbronnen bij bijvoorbeeld het verwerken van verlies of depressie. Kennen de gezinsleden nog iemand anders in hun familie die dit op zijn pad kreeg? Kunnen zij vertellen hoe die daar mee omging? Punten van gelijkenis kunnen enorm verbindend en versterkend werken.

De tijdslijn

Het genogram wordt gecombineerd met een tijdslijn en met vragen of doelen voor de toekomst. Net zoals bij het genogram wordt door het werken met de tijdslijn een basis gelegd voor zowel de individualiteit als de gemeenschappelijkheid en is er een evenwicht tussen reflectie en actie. Ook hierdoor wordt het oplossen van een probleem gemakkelijker.

Er is in de oplossingsgerichte en narratieve therapie veel aandacht voor het helder krijgen van de hulpvraag. De hulpvraag kan steeds opnieuw gedefinieerd of geherformuleerd worden. Door het opstellen van het genogram en de tijdslijn krijgt de hulpvraag een plaats binnen een ruimere context en kan niet vergeten worden maar de krachten en de kwaliteiten uit de context worden ook niet vergeten.

De vraag van de therapeut bij de tijdslijn kan zijn: Wat zijn belangrijke gebeurtenissen in jullie familiegeschiedenis? Of: ‘Ik wil samen jullie op zoek naar mogelijkheden binnen jullie eigen familiegeschiedenis, naar mogelijke oplossingen voor het probleem waarvoor jullie hier gekomen zijn.’ Of: ‘Zullen we eens kijken welke kwaliteiten en mogelijkheden er in jullie familiegeschiedenis zijn?’

Een tijdslijn biedt op een heldere manier een chronologisch overzicht van gebeurtenissen die voor het gezin belangrijk zijn. Ook de problemen krijgen een plaats op de lijn en zijn zo minder persoonsgebonden. Nogmaals: Een persoonsgebonden hulpvraag is een moeilijker werkbare vraag.

Bij het beschrijven van het probleem is ook de vraag naar welke oplossingen de cliënten zelf al geprobeerd hebben een van de belangrijkste manieren om hun perspectieven te leren kennen. Daarbij is het spreken over de problemen op deze manier minder bedreigend. Het helpt bij het omgaan met zowel de moeilijkheden als de mogelijkheden. Dit alles met het oog op een hoopvollere toekomst.

Het samen reflecteren en in dialoog gaan over de eigen familiegeschiedenis draagt bij tot een beter begrip, niet enkel van zichzelf maar ook van de anderen in het gezin en het kan de hechtings-processen binnen het gezin bevorderen en verbindend werken.

Het stilstaan bij de eigen innerlijke leefwereld en zich inleven in de leefwereld van een ander en daarover reflecteren noemt men ook wel: mentaliseren. Kan het gezin mentaliserend een gemeenschappelijke taal ontwikkelen? Kunnen ze om dezelfde dingen lachen en dezelfde pijnpunten met elkaar delen?

Meer over mentaliseren en hechting hier.

DROMEN VOOR DE TOEKOMST

IMG_3265

toverstafjes

Doel van de oplossingsgerichte therapie is om minder vast te zitten in het probleemverhaal en meer ruimte te scheppen voor creativiteit en improvisatie. Het familiescript waarbinnen problemen niet opgelost werden kan herschreven worden met deze therapie.

Door vanuit het genogram en de tijdslijn en de in kaart gebrachte hulpbronnen vragen te stellen over de toekomst komt er een mooie verbinding tot stand tussen verleden, heden en toekomst. Bij sommige dromen en wensen voor de toekomst zou je een toverstafje kunnen gebruiken.

Vragen zoals: Welke dromen hadden jullie ouders/grootouders? Welke dromen delen jullie samen of welke dromen hebben jullie zelf? Mochten jullie elk een wens doen voor dit gezin, welke wens zouden jullie dan doen? Hoe ziet het toekomstscenario er concreet uit? Wat zien jullie als haalbaar/realistisch? Wat zouden jullie er zelf aan kunnen doen en wat kan jullie hierbij helpen?

Door vanuit het genogram te werken aan het formuleren van doelen voor de toekomst komt men makkelijker op realistische doelen. Hier een mooi voorbeeld van doelen die geënt zijn op het eigen verleden:

Een één-oudergezin met een alleenstaande weduwnaar en drie dochters, waarin om elkaar te beschermen niet gesproken werd over de overleden moeder, besloot na het maken van het genogram tot de volgende doelstellingen: – samen foto’s bekijken van moeder en rouw bespreekbaar maken. – een gezamenlijk bezoek brengen aan de ouders van moeder. – rustiger en minder conflictueus contact tussen de twee oudste dochters. – zoeken naar een goede nabijheid en afstand tussen vader en dochters.


 

  • Voor dit bericht is gebruik gemaakt van  het artikel: Narratieve en oplossingsgerichte toepassingen bij genogrammen van Bruno Hillewaere (systeemtherapeut) en Myriam Le Fevere (kinder- en jeugdpsychiater) in het tijdschrift Systeemtherapie Jaargang 18 nr 2 juni 2006.
Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Systeemtherapie