Tagarchief: extrinsieke motivatie

De ander is lui en hebzuchtig…

MAAR WIJZELF ZIJN DAT NIET…

Het artikel in De Correspondent van Rutger Bregman: ‘Weg met controle. Leve de intrinsiek gemotiveerde mens.’, gaat over het mensbeeld dat wij hebben van onze medemens. We zien niet onszelf maar vooral de ander als lui en hebzuchtig, als een ‘homo economicus’.

Bregman is de journalist die graag argumenten aandraagt voor het idee van ‘gratis geld voor iedereen’. Hij is een van mijn favoriete correspondenten. In dit artikel citeert hij meerdere psychologen.

Over onszelf denken we dat wij prikkels van buitenaf, zoals geld of dwang, niet nodig hebben. Wij denken dat het vooral de ander is die alleen maar in actie komt als er van dit soort prikkels mee gemoeid zijn. Alsof die ander de intrinsieke motivatie niet kent.

Bewezen is echter dat de meeste mensen in actie komen vanuit intrinsieke motivatie. Dus ook onze medemens. De meeste studenten bijvoorbeeld gaan iets studeren omdat het vakgebied hen interessant lijkt. Niet om het geld. Niet omdat ze gedwongen worden. Waarom geloven we dit alleen over onszelf en niet van de ander? Fluistert het systeem waarin wij leven ons in om de ander te wantrouwen? Hier een samenvatting en bewerking van het artikel van Bregman.

Homo economicus is een chimpansee

Over het mensbeeld dat de ander lui en hebzuchtig:

Eigenlijk is het hele moderne kapitalisme op dit mensbeeld gebaseerd. ‘Wat werknemers het liefste willen van hun werkgevers, meer dan wat ook, is een hoog loon,’ zei een van de eerste consultants, Frederick Taylor, honderd jaar geleden al. Taylor is beroemd geworden met zijn ‘wetenschappelijke bedrijfsvoering’ die ervan uitging dat prestaties heel precies gemeten moeten worden om fabrieken zo efficiënt mogelijk te maken. (En om arbeiders zo hard mogelijk uit te buiten.)

Als het vandaag gaat over thuiszorgers die in zeven minuten steunkousen moeten uittrekken, callcentermedewerkers die constant gemonitord worden of dokters die betaald worden per ‘diagnose-behandelcombinatie,’ dan hebben we het eigenlijk nog steeds over het taylorisme.

Taylor had een gitzwart mensbeeld. Hij zag zijn ideale werknemer als een beest – ‘zo dom, zo onverschillig, dat hij geestelijk meer wegheeft van een os.’

Het blijkt een psycholoog te zijn geweest die lijnrecht tegen Taylor inging. Deze psycholoog heette Edward Deci. Hij werkte aan zijn proefschrift toen de psychologie in de ban was van het ‘behaviorisme’. Het behaviorisme gaat er vanuit dat mensen passieve wezens zijn die prikkels nodig hebben en alleen in beweging komen voor een beloning of uit angst voor straf.

Maar Deci had het gevoel dat er iets niet klopte. Mensen doen voortdurend rare dingen die niet passen in het behavioristische mensbeeld. Denk aan bergbeklimmen (koud!), vrijwilligerswerk (gratis!) en kinderen krijgen (heftig!).

We doen de hele tijd dingen die geen geld opleveren en zelfs doodvermoeiend zijn, zonder dat we ertoe gedwongen worden. Waarom, in vredesnaam?

Deci kwam er zelfs achter dat mensen soms juist mìnder gemotiveerd zijn wanneer ze ergens geld voor krijgen. De meeste economen moesten niets van hem hebben en jammer genoeg konden ook de behavioristische psychologen niet aannemen dat extrinsieke beloningen de intrinsieke motivatie konden ondermijnen. Het ‘taylorisme’ heeft zich ondanks Deci als een virus over de wereld verspreid. Pas later in de 20e eeuw zouden steeds meer wetenschappers de vermoedens van Deci bevestigen.

De London School of Economics vond bijvoorbeeld bewijs dat financiële bonussen, de intrinsieke motivatie en het morele kompas van werknemers kunnen afstompen. Ze kunnen de creativiteit aantasten. Met extrinsieke prikkels zoals geld of angst voor straf krijg je eigenlijk vooral meer van hetzelfde.

Als je betaalt per uur krijg je meer uren. Als je betaalt per publicatie krijg je meer publicaties. Als je betaalt per operatie krijg je meer operaties.

Communistisch of kapitalistisch – in beide gevallen draait de cijferdictatuur de intrinsieke motivatie de nek om.

Bonussen blijken alleen effectief te zijn als het gaat om eenvoudige, mechanische handelingen. In onze moderne economie wordt meer en meer van dat werk door robots gedaan. Robots kunnen zonder intrinsieke motivatie maar wij mensen niet. Wij zijn niet de calculerende robots waar de tayloristen en behavioristen van uit gingen.

Het definitieve bewijs hiervoor is geleverd door Joseph Henrich van de Harvard-universiteit. Samen met zijn team zocht hij de hele wereld af naar homo economicus. Ze bezochten vijftien kleine gemeenschappen in twaalf landen op vijf continenten. Ze lieten landbouwers, nomaden, jagers en verzamelaars allerlei testjes doen, op zoek naar diegenen die voldeden aan het mensbeeld waar economen decennia vanuit gingen. Zonder resultaat. Keer op keer bleken mensen te sociaal en te intrinsiek gemotiveerd.

Het model van de homo economicus bleek eigenlijk alleen maar succesvol te zijn bij het voorspellen van het gedrag van chimpansees in eenvoudige experimenten.

Intrinsieke motivatie wordt afgestompt

We gaan er te vaak vanuit dat mensen van dit soort chimpansees zijn. Op kantoor. In callcenters. Op school. In ziekenhuizen. Aan de balies van de sociale dienst. Keer op keer nemen we het luie en zelfzuchtige in elkaar aan. Tegelijk blijkt uit onderzoek dat de overgrote meerderheid van de mensen zich meer identificeert met waarden als behulpzaamheid, eerlijkheid en rechtvaardigheid dan met geld, status en macht.

We hebben een verwrongen beeld van elkaar. Het probleem is echter ook dat het beeld dat we hebben van elkaar, ‘zelfvervullende voorspellingen’ kunnen worden. Wat je aanneemt in de ander is wat je eruit krijgt. Hoe meer we geloven dat we homo economicus zijn, hoe meer we ons als chimpansees (proefdieren) gaan gedragen.

Het bewijs stapelt zich hier voor op. Hoe langer studenten economie studeren, hoe meer ze op homo economicus gaan lijken. Ze gaan zich steeds zelfzuchtiger gedragen en verwachten dat ook van anderen. Ook de manier waarop je beloond wordt, kan je een ander mens maken. Psychologen hebben een paar jaar geleden aangetoond dat advocaten en consultants die per uur worden betaald uiteindelijk een prijs op ál hun tijd zetten. Ook als ze niet aan het werk zijn. Veel van onze grootste problemen worden veroorzaakt worden door de dictatuur van dit mensbeeld:

De lijst is eindeloos. CEO’s die alleen maar focussen op hun kwartaalresultaten trekken hun bedrijf de afgrond in. Academici die vooral worden afgerekend op hun plaats op een ranglijst voelen de verleiding te frauderen. Scholen die worden beoordeeld op de meetbare resultaten van gestandaardiseerde toetsen geven minder aandacht aan wat niet meetbaar is. Psychologen die betaald worden om zo lang mogelijk te behandelen gaan steeds langer behandelen. Bankiers die hun bonussen verdienen door zo veel mogelijk rommelhypotheken te verkopen, brengen het mondiale financiële systeem aan het wankelen. Enzovoorts, en zo verder.

Honderd jaar na Frederick Taylor zijn we elkaars intrinsieke motivatie nog altijd aan het afstompen. Uit een enorm onderzoek onder 230.000 werknemers in 142 landen bleek een paar jaar geleden dat slechts 13 procent zich ‘geëngageerd’ voelt op zijn werk. Nederland scoorde nog slechter dan gemiddeld: hier is slechts 9 procent echt enthousiast over zijn baan.

Het belang van intrinsieke motivatie wordt steeds duidelijker

De psycholoog Barry Schwarz vond dat 90 procent van de volwassenen inmiddels de helft van hun wakkere leven besteedt aan dingen die ze liever niet doen op plaatsen waar ze liever niet zijn.

Dat extrinsieke beloningen en angst voor straffen of dwang de intrinsieke motivatie kunnen ondermijnen is ‘een van de meest robuuste bevindingen van de sociale wetenschap – en ook een van de meest genegeerde’, zegt de psycholoog Dan Pink die een bestseller schreef over intrinsieke motivatie. We laten een enorme hoeveelheid ambitie en energie liggen.

Stel je voor dat we op grote schaal inzetten op elkaars intrinsieke motivatie. Het zou een immense revolutie betekenen. CEO’s zouden ploeteren omdat ze geloven in hun bedrijf, academici zouden overuren draaien omdat ze gewoon nieuwsgierig zijn, leraren zouden lesgeven omdat ze verantwoordelijkheid voelen voor hun kinderen, psychologen zouden zo lang behandelen als nodig is voor hun cliënt en bankiers zouden voldoening halen uit hun rol als dienstverlener. Vakmanschap en competentie zouden centraal staan, niet rendement en productiviteit.

Natuurlijk zijn er op dit moment nog steeds talloze leraren, psychologen en ondernemers die tot op het bot intrinsiek gemotiveerd zijn om anderen te helpen. Maar die motivatie hebben ze eerder ondanks, dan dankzij de extrinsieke middelen van het geld en de dwang.

Bregman vroeg Jos de Blok, de oprichter van het succesvolle Buurtzorg, wat de grootste risico’s van intrinsieke motivatie zijn. Zijn antwoord: ‘Dat mensen te hard werken.’

Je leest het goed: een organisatie die de extrinsieke prikkels vaarwel zegt, krijgt niet te maken met luiheid en ledigheid. Integendeel. Ze moet oppassen dat haar werknemers geen burn-out krijgen door een explosie van werklust.

Nieuwsgierigheid en speelsheid zijn meer onze natuur dan luiheid en hebzucht

Als we het nu hebben over gedemotiveerde werklozen, gefrustreerde werknemers of hebzuchtige bankiers, dan hebben we steeds de neiging om aan te nemen dat er van nature iets mis is met de mens. Maar wat als het andersom is? Wat als luiheid, cynisme en hebzucht eerst aangeleerd moeten worden? En wat als veel van onze bedrijven, onze sociale regelingen en onze universiteiten daar min of meer voor ontworpen zijn?

Dan blijkt: het probleem zit niet in onze natuur. Iedere ouder weet dat kinderen als nieuwsgierige en speelse wezens geboren worden. Maar zoals een plant vruchtbare grond nodig heeft, zo heeft ook de mens een stimulerende omgeving nodig. De belofte van een nieuwe generatie psychologen en economen is dat we naar een samenleving kunnen evolueren waarin we kunnen blijven spelen. Of beter gezegd: waar het onderscheid tussen ‘werken’ en ‘spelen’ is vervaagd, we onze talenten kunnen ontwikkelen en onze dromen najagen.

Naar wat onze aard van nature is doet de bioloog Frans de Waal interessant onderzoek. We zouden van nature niet alleen nieuwsgierig en speels zijn maar ook empathisch. Een eerder bericht hierover is bijvoorbeeld: Empathie en mededogen.

De man bij wie de revolutie in het denken over motivatie begon, Edward Deci, gelooft dat de vraag niet langer is hoe we elkaar motiveren. De echte vraag luidt: hoe scheppen we een samenleving waarin mensen zichzelf motiveren? Dat is niet links of rechts, en ook niet kapitalistisch of communistisch. We hebben het hier over een derde beweging, waar de naam nog niet voor gevonden is. Maar één ding is zeker: niets is krachtiger dan mensen die doen wat ze doen omdat ze het willen doen.


Bregman kwam met collega Jesse Frederiks, kort na het publiceren van dit artikel met een podcast over hoe geld is ontstaan en waarom het hetzelfde is als schuld. Daar maakte een 17 jarige lezer van De Correspondent, Lotte Schuengel een leuke animatie bij. Die moet u zien en u begrijpt hoe de extrinsieke motivatiefactor van het geld is ontstaan.

 

 

 

Advertenties

3 reacties

Opgeslagen onder Dierengedrag, Persoonlijk en politiek, Psychologie

Van huis weglopen wegens prestatiedwang

Onderstaand artikel komt van een journaliste van Al Jazeera: Jennifer Chang

Eerlijk gezegd werd ik er niet goed van toen ik het las. Toch wil ik er graag aandacht voor vragen. Het gaat om kinderen in Zuid-Korea die in de prostitutie belanden wegens prestatiedruk op het leren voor school.

Er blijkt hier weer eens uit hoe enorm belangrijk het is om perspectieven te blijven bieden aan jongeren die om een of andere reden niet een ‘hoge’ opleiding kunnen volgen. Voor mij is hoe succesvol een maatschappij hier in is, een graadmeter voor hoe beschaafd het land is.

Daarnaast lijkt het me goed om onze ideeën over intelligentie en academische prestaties kritisch te bekijken. Veel liever dan de twee vormen van intelligentie die gemeten worden in de intelligentieonderzoeken van Wechsler die alom gebruikt worden om succes op school te voorspellen, spreek ik van de door Howard Gardner onderscheiden zeven vormen van intelligentie. Al die zeven vormen van intelligentie zouden voor jongeren evenveel perspectief moeten bieden op betekenisvol en gewaardeerd bezig zijn op school en later in de maatschappij.

In ons land bieden wij kinderen die stress ervaren in verband met prestatiedruk op school faalangst-trainigen aan. Maar als de nadruk thuis, op school en in de maatschappij blijft liggen op het behalen van hoge cijfers, is het geven van faalangst-therapie eigenlijk dweilen met de kraan open.

Prestatiedwang

De nadruk die er ook in ons land wordt gelegd op cijfers en leerresultaten doet niets voor de intrinsieke motivatie voor het leren. Intrinsieke motivatie voor het leren komt voort uit het plezier dat men aan het leren op zich beleeft. Extrinsieke motivatie is de motivatie die in werking gesteld wordt door beloningen in het vooruitzicht te stellen: een compliment, een hoog cijfer, een hoog betaalde baan. Belangrijk maar niet de enige vorm van motivatie!

Hieronder het vertaalde en samengevatte artikel van Jennifer Chang.

De druk die de ouders op kinderen uitoefenen om hoge cijfers te halen leidt in Zuid Korea tot een pijnlijke hoeveelheid kinderen die uit huis vluchten en zichzelf als prostituee aanbieden.

Het strakke onderwijssysteem in Zuid-Korea wordt gezien als een belangrijke oorzaak voor het economische succes van het land. Maar er zijn ongeveer 200.000 jongeren, waarvan 60 procent tieners, die op straat rondzwerven. Ongeveer de helft ervan hebben gewerkt als prostituee  volgens de laatste cijfers van de regering.

Er wordt beweerd dat deze kinderen weglopen van huis om meer tijd  met hun vrienden door te brengen.

Volgens een professor van een vooraanstaande universiteit komt het echter door de extreem hoge academische prestatiedruk die er op de kinderen uitgeoefend wordt dat kinderen op straat belanden. De druk begint op het 12e jaar. Scholieren die in ‘highschool’ zitten worden door hun ouders gedwongen om tot laat ’s avonds te blijven studeren zodat ze later naar een vooraanstaand ‘college’ kunnen. Dit is de voorwaarde voor een goed-betaalde baan. Soms moeten ze tot 1 uur ’s nachts studeren! De professor wil anoniem blijven omdat het onderwerp in Zuid-Korea zeer gevoelig ligt.

Veel van deze kinderen gaan wonen in een ‘runaway family’, een groep tieners die elkaar ontmoet hebben op het Internet en die relaties met elkaar onderhouden gebaseerd op het verkopen van seks. Vaak wonen ze bij elkaar in hotelkamers waar al eerder prostitutie bedreven werd.

Het prostitutie-probleem in Zuid-Korea blijft iets waar de autoriteiten erg veel moeite mee hebben. De schatting is dat meer dan een miljoen vrouwen prostituee is. Ongeveer 20% van alle vrouwen tussen de 15 en 29 jaar.

In Zuid-Korea is is de bevolking voor 30% christelijk. Veel meer dan in andere oost-Aziatische landen. Het land is sterk beïnvloed door de VS.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Opvoedkunde, Persoonlijk en politiek