Tagarchief: Carol Dweck

Helder denken en kritisch denken

Deze week in het Filmtheater Hilversum werd psycholoog, filosoof, journalist en mede oprichter van de Argumentenfabriek, Kees Kraaijeveld, geïnterviewd voor een goed gevulde zaal. Hij schreef dit voorjaar een artikel in de Volkskrant over wat volgens onderzoek steeds weer opnieuw de grootste zorg van Nederlanders schijnt te zijn.

Onze grootste zorg gaat over onze mentaliteit; over onze manier van denken. Over hoe we samenleven. Over hoe we ons gedragen en voelen. Over de ‘verhuftering’.

Het artikel in de Volkskrant: ‘Stop met dat gemopper. Laten we als samenleving trainen in geluk’, werd tijdens het interview aangehaald en heb ik er voor dit bericht bij gepakt.

We vinden denken en mentaliteit belangrijk maar we doen er niet veel aan, zegt Kraaijeveld, ook beleidsmatig niet. Mede hierom richtte hij de Argumentenfabriek op. Inmiddels 30 medewerkers trainen o.a. beleidsmakers om helder te denken door middel van het visualiseren van argumenten: een argumenten kaart.

Helder denken is denken waar structuur in zit en kan er voor zorgen dat mensen betrokken blijven en niet afhaken. Mensen vinden het prettig om argumenten te visualiseren; ze vinden het fijn om grip te krijgen op de ‘overload’ aan informatie. Mensen vinden het prettig om de tijd te krijgen om na te denken. Argumenten voor en tegen komen op een rij. Je leert om van perspectief te wisselen. Je leert om optimistische verklarings-taktieken te onderscheiden van negatieve. Je traint mentale fitheid en veerkracht. Hierdoor wordt het makkelijker om te wegen en te besluiten. En daar is behoefte aan.

Helder denken is volgens Kraaijeveld ook positief denken

85% van de Nederlanders noemt zichzelf ‘gelukkig en welvarend’ maar we menen met zijn allen ook dat de toestand in de wereld alleen maar is verslechterd. Volgens Kraaijeveld is dit beeld verwrongen en komt het omdat negatieve berichten een grotere invloed hebben op ons brein dan positieve. En deze ‘negativiteitsfout’ zit ons dwars zegt hij. Kraaijeveld in de Volkskrant:

We zijn overmatig kritisch, ook op ons eigen functioneren. Kijk maar naar de stijging van het aantal burn-outs. Onder al het gerapporteerde geluk ligt veel somberheid. De pakweg 800 duizend Nederlanders die nu antidepressiva slikken, doen dat heus niet allemaal voor niets.

Ik ben er niet zo zeker van of ‘burn-outs’ alleen veroorzaakt worden door overmatige zelfkritiek of negatief denken. Volgens mij komen ze eerder door van bovenaf opgelegde werkdruk en door de extreme prestatiegerichtheid. We worden overvraagd en overvragen onszelf.

Misschien wil Kraaijenveld het leven leuker maken met het positieve denken maar is dat wel de kant die we op moeten? Het lijkt er op dat hij denkt dat de grote problemen van deze tijd overgaan als we maar een roze bril opzetten.

Economie en mentaliteit

Beleid moet niet gaan over ‘meer economie’ maar over ‘meer mentaliteit’, zegt hij. Daar kan ik in mee gaan. Een toehoorder in de zaal vroeg wat hij dacht over de ‘participatie samenleving’.  De boodschap daarvan is: ‘doe zèlf iets en wacht niet op de overheid’, maar het werkt niet. Het idee van de ‘participatiesamenleving’ is weliswaar gericht op de veerkracht van mensen maar de regering investeerde er niet in. Integendeel; de regering bezuinigde. Het individualisme – en het egoïsme bleven alle ruimte krijgen.

Kraaijeveld haalt in de Volkskrant de econoom Layard er bij. Volgens Layard zal ons welbevinden niet lineair doorgroeien naarmate we rijker worden. We moeten eerder streven naar ‘bruto nationaal geluk’ dan ‘bruto nationaal product’.

Layard ontwikkelde samen met de Britse regering grootschalig beleid gericht op het verbeteren van de mentale gezondheid. Jaarlijks worden bijna een miljoen Britten geholpen bij het voorkomen en genezen van depressie en angststoornissen, schrijft Kraaijeveld in de Volkskrant maar voor zover ik weet breekt de conservatieve regering in Groot-Brittannië nu juist de gezondheidszorg af, waaronder de geestelijke gezondheidszorg. Hoeveel helder denken is hier bij te pas gekomen?

Kraaijeveld denkt dat de maatschappij ‘maakbaarder’ is dan we denken. Dit wil ik geloven en vind ik hoopgevend. Hij geeft als voorbeeld dat we in de laatste 20 jaar heel anders zijn gaan denken over roken. Goeie ideeën zijn inderdaad besmettelijk. Ik herinner me Oscar Wilde die zei:  ‘Stronger than a thousand armies, is an idea whose time has come.’

Waar zet je positieve psychologie en mentale veerkracht voor in?

Kraaijeveld wil bij mentaliteitsverbetering gebruik maken van de zogenaamde positieve psychologie, de wetenschap over hoe mensen mentaal kunnen floreren. Deze psychologie is gebaseerd op de bevindingen van psychologen zoals Martin Seligman en Carol Dweck. Er schijnt wereldwijd een beweging gaande te zijn gericht op mentale vooruitgang, zowel individueel als collectief.

Ook hier een kritische kanttekening: Seligman maakt furore in de VS, onder andere met programma’s waarmee hij de mentale veerkracht van de Amerikaanse strijdkrachten weet te vergroten. ‘Hunt the good stuff’, zegt men nu stoer in het Amerikaanse leger. Seligman heeft de militairen onder meer geleerd dagelijks hun positieve emoties bij te houden in een dagboek. En dat werkt.

Furore maken met het stimuleren van positief denken binnen een organisatie als het Amerikaanse leger kan ik niet zien als positief. Soldaten veerkrachtig maken zodat ze nog meer Afghaanse, Jemenitische en andere burgers kunnen doden vind ik zelfs zeer kwalijk! Psychologen zouden hun kennis daarvoor niet moeten inzetten.

Het werk van Dweck kan ik wèl zien als positief. Met haar ‘growth mindset’ wil Dweck onder meer bereiken dat we, naast meer energie om inspanningen te leveren op het gebied van het leren ook meer gelijkheid en meer kansen voor kinderen uit lagere milieus creëren.

Een mentale schijf van vijf

Seligman noemt vijf terreinen die aandacht verdienen bij een mentale leefstijl verandering: emoties, betrokkenheid, relaties, betekenis en prestaties. Zodra het op deze gebieden beter gaat, ben je als mens mentaal fitter.

Hoe bouwen we een samenleving waarin mensen floreren op elk van deze deel terreinen?

  • Het gaat erom dat we meer positieve emoties ervaren. Blijdschap, plezier, geluk. Dat begint met begrijpen van wát je voelt. Psychologen noemen dit: emotie-differentiatie. Mensen die beter weten wat ze voelen, kunnen gevoelens beter bijsturen, bijvoorbeeld door rekening te houden met de negativiteitsfout en er bewust positieve emoties voor in de plaats te zetten.
  • Ook betrokkenheid begint bij weten wát je intrinsiek motiveert en wat niet. Vervolgens is het dan de kunst tijd te maken voor de dingen waar je plezier in hebt. In utopische zin betekent betrokkenheid een samenleving waarin mensen zichzelf beter kennen, waarin we weten waarin we goed zijn en dingen doen waarvoor we intrinsiek gemotiveerd zijn.
  • Relaties, het derde aandachtsgebied, bepalen ons bestaan. Tegelijkertijd weten we hoe moeilijk het is om zinvolle relaties te onderhouden. De psychologie biedt al honderden interventies waarmee we de kwaliteit van onze relaties kunnen verbeteren; gesprekstechnieken, aandachtiger luisteren, conflicthantering. Het kan allemaal veel beter en dat is leerbaar. In utopische zin verschijnt er zo een samenleving waarin we beter met elkaar omgaan, minder misverstanden, minder frustratie, minder agressie, minder gepest, gezanik en gezeur. Meer complimenten, meer steun voor elkaar, meer aandacht, meer vertrouwen en meer vriendschap.
  • Behalve zinnige relaties willen mensen ook betekenisvol bezig zijn. Dat is aandachtsgebied vier. Voor de meeste mensen is religie hierbij de belangrijkste steunpilaar. In het geseculariseerde Nederland is het aan onszelf om het bestaan zin te geven. Dat is niet eenvoudig. Het vergt gerichte introspectie, verbeeldingskracht en oefening: je eigen waarden expliciet maken; nieuwe betekenisvolle gewoonten en rituelen ontwikkelen. De mentale utopie is een samenleving waarin mensen weten wat ze belangrijk vinden en waarom. Een samenleving met minder verveling en zinloosheid en meer zinvolle gesprekken en nieuwsgierigheid naar elkaars waarden.
  • Het vijfde aandachtsgebied heeft te maken met presteren. Het gevoel iets goed te kunnen en daarvoor waardering te krijgen, is geweldig. Tegelijkertijd zien we steeds meer mensen gebukt gaan onder ‘prestatiedruk’. Met haar groeimentaliteit-aanpak heeft Stanford-hoogleraar Carol Dweck laten zien dat gezond presteren iets is wat we kunnen leren. De mentale utopie is daarom een samenleving vol prachtige menselijke prestaties, waarin we uitdagingen waarderen, volhouden bij tegenslag en elkaar steunen. Waarin we inspanning zien als manier om vooruit te komen en we gemotiveerd raken door het succes van anderen.

Mentale utopie

Kraaijeveld heeft het over een mentale utopie: ‘Stop met dat gemopper, schrijft hij in de Volkskrant. Laten we ons als samenleving trainen in geluk’.

Als meer mensen positief in het leven staan, is het makkelijker je te wapenen tegen de ingebakken negativiteit. Werken aan zelfkennis, aan positieve emoties, aan meer betrokkenheid, aan betere relaties, aan betekenis en aan prestaties doe je niet alleen. Mentaliteitsverbetering is hierdoor lekker besmettelijk.

Een betere mentaliteit heeft positieve neveneffecten, benadrukken Seligman en zijn collega’s. Betere motivatie, hogere productiviteit, minder relationele ellende, minder ziekten.

De mentale utopie is een prachtdoel. Niet alleen voor u en voor mij, maar ook voor de politiek, het bedrijfsleven en het onderwijs. De ingrediënten voor een ‘nationaal programma mentale vooruitgang’ liggen al klaar: meer karaktervorming en psychologie op school; meer tijd en aandacht voor reflectie en mindfullness in de zorg; progressiegericht leidinggeven en meer vertrouwen op de werkvloer; op waarden gebaseerde besluitvorming in de bestuurskamers; en politiek sturen op een breder welvaartsbegrip, waarin de kwaliteit van onze mentaliteit centraal staat.

Het klinkt allemaal fantastisch maar ik blijf graag nog wat door mopperen. Zoals bijvoorbeeld op de waarde die gehanteerd wordt in de bestuurskamers van grote concerns. Hun enige waarde is namelijk: winst maken. Dit bleek onlangs weer eens uit een commentaar in De Correspondent op een interview met Shell baas Van Beurden over klimaatverandering. Zonder kritiek op kapitalisme en militarisme kom je er niet. Aan kritisch denken is net zoveel behoefte als aan helder denken.


Kraaijeveld schreef eerder een pleidooi voor de waarheid waarover op dit blog het bericht: Streven naar waarheid kan verbinden.

Over de toename van depressie en het gebruik van pillen heeft psychiater Dirk de Wachter ook interessante dingen te zeggen. Zie het bericht: Het idee dat het leven vooral leuk moet zijn, is dè ziekte van deze tijd

Voor meer over Carol Dweck lees: ‘Manier van denken bij het leren: geloven in groei’. 

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek, Psychologie

Manier van denken bij het leren: geloven in groei

Een getalenteerde maar bij vlagen erg onzekere internationale student maakte mij onlangs attent op een paar interessante filmpjes. Later vond ik er nog een paar bij.

De student was er achter gekomen dat hij last had van een ‘fixed mindset’. Dit is een manier van denken waarbij je bij het leren en studeren denkt in vastgelegde resultaten, waaronder cijfers en waarbij je je teveel zorgen maakt over hoe je beoordeeld wordt door anderen. Met een vaste ‘mindset’ heb je een idee van jezelf dat je iets kunt of niet kunt – waarbij er weinig ruimte is om te leren en te groeien. Het is ook het idee alsof hetgeen jij presteert een deel van jouw persoonlijkheid is en dat idee – dat we falen als persoon wanneer we een fout maken – veroorzaakt een heel vervelend gevoel.

In het eerste filmpje (11 minuten) legt Stanford professor in de psychologie Carol Dweck zorgvuldig uit hoe nadelig deze manier van denken werkt en komt ze met een alternatief waarvan ze vind dat het tot een van de mensenrechten zou moeten behoren: de ‘growth mindset’.

Met de ‘growth mindset’ is de student geneigd om de strijd aan te binden als hij zich vergist heeft, de fout te verwerken en te corrigeren en met de ‘fixed mindset’ krijgt de student vooral een gevoel dat hij gefaald heeft. Hij zal zich dan eerder voornemen om bij een volgende test te frauderen of hij zal geneigd zijn om neer te kijken op studenten die minder hoog scoorden dan hij. Hij zal zich geobsedeerd gaan bezig houden met cijfers.

Door de ‘growth mindset’ krijgen we naast meer energie om inspanningen te leveren ook meer gelijkheid, meer kansen voor kinderen uit lagere milieus.

The power of yet

Hier nog een geanimeerde versie van Dweck’s uiteenzetting (10 minuten).

Hoe meer we onze kinderen prijzen om hoe goed ze ergens in zijn of om hoe slim ze zijn, hoe onzekerder we hen maken. We denken dat dit prijzen goed is voor hun zelfvertrouwen maar het tegenovergestelde wordt bereikt. Het prijzen zet hen in de ‘fixed mindset’ waardoor ze hun zelfvertrouwen verliezen als dingen moeilijk worden en waardoor ze bang worden voor uitdagingen.

Hier een filmpje waarin dit mooi duidelijk gemaakt wordt.

Een en ander doet me denken aan wat ik leerde tijdens mijn pedagogie studie (jaren ’70) over intrinsieke en extrinsieke motivatie.

‘Mindset affects all of us’

In het volgende filmpje; ‘The power of belief’ wordt verwezen naar de ideeën van professor Dweck. De presentator is Eduardo Briceno, mede oprichter van Mindset Works. Hij haalt in het filmpje (10 minuten) de schaak- en vechtsport kampioen Joshua Waitzkin aan die zegt dat hij zijn succes te danken heeft aan het verliezen van een van zijn eerste wedstrijden. Volgens Waitzkin wordt een mens bijzonder breekbaar zodra hij gelooft dat hij zijn succes te danken heeft aan een soort van aangeboren aanleg. Je moet niet geloven dat je bijzonder bent of slimmer. Je moet er in geloven dat je kunt groeien en dat je dààrdoor kunt slagen.

Het is belangrijk dat het prijzen van kinderen en leerlingen proces-gerelateerd is en niet talent-gerelateerd. Zoals Waitzkin zegt: “Als we winnen omdat we een ‘winner’ zijn dan moeten we wel een ‘loser’ zijn als we verliezen.”

De sleutel voor succes is dus de ‘growth mindset’ die ten grondslag ligt aan de nodige inspanning, focus en veerkracht. Met deze manier van denken kunnen we ons makkelijker richten op wat we nog kunnen leren.

Managers met ‘fixed mindsets’ houden niet van kritiek en zijn minder goede begeleiders van werknemers. Een op groei gerichte manier van denken kan grote sociale problemen oplossen. We kunnen onze ‘fixed ideas’ veranderen. In een onderzoek werden een groep Palestijnen en een groep Israëliërs geleerd dat een manier van denken kan veranderen waarna ze meer bereid waren om te onderhandelen en aan vrede te werken.

The power of belief


Eerder op dit blog schreef ik over positieve en negatieve gevoelens bij het leren.

2 reacties

Opgeslagen onder Opvoedkunde, Persoonlijk en politiek, Psychologie