Tagarchief: bevrijding

Een ode aan de psychotherapie van Griet Op de Beeck

De maakbaarheid van de mens

“Er is een heleboel in de wereld niet in orde maar uw leven is van u, u kunt het zelf bepalen,” roept de Vlaamse schrijfster Griet op de Beeck uit aan het eind van het TV programma Zomergasten van de VPRO. Ze heeft dit aan de hand van allerlei fragmenten uit films en documentaires geprobeerd duidelijk te maken. Namelijk dat het belangrijk is om niet stilletjes in een donker hoekje te gaan zitten afwachten en hopen dat het goed komt met je leven. Ze heeft betoogd dat het leven van de mens maakbaar is.

Maar het leek alsof het niet tot de interviewer Thomas Erdbrink wilde doordringen. Hij leek maar te blijven geloven dat Op de Beeck iets tegen hoop had. Daar had ze niets op tegen maar haar betoog was dat je ook actief aan de slag moet en dat hoop alleen niet genoeg is. Geduldig legt ze het aan het eind nog één keer uit: “Wat ik zeg is ongelooflijk hoopvol maar het is niet passief.” En ze weet ook dat er grenzen zijn aan wat je kunt bereiken met de activiteit die therapie heet: “Je blijft vechten tot aan het eind. Af komt het niet.”

Met haar betoog zit ze niet op dezelfde lijn als Hedy d’Ancona die een uitzending vòòr haar de Zomergast was. Voor d’Ancona is ‘het persoonlijke’ politiek en andersom. Als jij je niet met politiek bemoeit, bemoeit de politiek zich wel met jou. Op de Beeck maakt een ander punt. Veel mensen zijn passiever dan nodig in het maken van hun eigen leven. Haar betoog ligt meer op het gebied van ‘het persoonlijke’.

Griet bleef gedurende het hele interview stralen. Of Erdbrink haar nu wel of niet begreep of naar de bekende weg vroeg of een impertinente vraag stelde zoals de vraag naar haar huwelijkse staat. Misschien verdiende ze met dat stralen wel de handkus van Erdbrink die hij haar aan het eind van de avond gaf…

Het stralende van Op de Beeck komt wellicht door haar dankbaarheid en blijdschap over dat ze van haar oude angsten en anorexia verlost is maar ze laat met het stralen misschien ook een restje zien van de emotionele verwaarlozing uit haar kindertijd. Net zoals geadopteerde kinderen je altijd stralend kunnen blijven aankijken uit angst om ooit opnieuw verlaten te worden.

Ook bleef ze snel en veel praten. De ene volzin na de andere. Ze is een echte taalvirtuoos. Enkele van haar zinnen begon ik te noteren.

Gezien worden

Griet had zelf ouders die haar weliswaar niet verlieten maar ouders die geen oog voor haar hadden. Ze beschrijft haar jeugd als die van een ‘grondeloze eenzaamheid’. Hunkerde ze naar waardering? Nee, ze hunkerde naar gezien worden. En gezien worden betekent dat je ook voorbij jezelf kunt gaan kijken.

Hier legt ze de vinger op het ontstaan van het narcisme dat we allemaal in meer of mindere mate in ons dragen. Ouders die geen oog hebben voor hun kinderen geven het narcisme door; ofwel het ‘niet voorbij jezelf kunnen kijken’. Kinderen die later in therapie gaan kunnen volgens haar genezen. Welke diagnose ze dan ook kregen. Daar is zij zelf een voorbeeld van. Haar eigen ouders waren niet geschikt voor de rol van het ouderschap denkt ze. Daar kwam dan nog bij dat ze hun kinderen tegen elkaar uit speelden.

Niet alleen therapie maar ook de kunst hielp haar: “Kunst dwingt je om stil te vallen.” Als jongedame las ze alles van de grote Vlaamse schrijver Hugo Claus ook al kon ze het niet allemaal begrijpen, ze vond dat het heel erg aan haar besteed was.

Zij had zelf veel moed nodig om schrijfster te worden: “Je moet in evenwicht kunnen blijven als kunstenaar ook als je commentaar krijgt op wat je maakt.” Haar boeken zijn inmiddels bestsellers. 70% van haar lezers komen uit Nederland, 30% komt uit België en de reden daarvan is dat ze van directheid houdt en dat waarderen Nederlanders meer.

Uit een van de eerste fragmenten die we te zien krijgen in deze aflevering van Zomergasten blijkt volgens haar hoe sterk kinderen zijn. Te sterk, denkt ze. Kinderen zullen niet gauw zeggen: “Ik heb een slechte papa of mama”. Integendeel ze gaan proberen te compenseren voor wat er fout gaat in het gezin.

In het fragment zien we hoe wij met zijn allen dat ‘te sterk zijn’ van kinderen aanmoedigen. We zien een jongetje dat een vreselijk ongeluk heeft gehad terwijl hij aan het spelen was. Hij had er brandwonden over zijn hele lichaam aan over gehouden. Hij is aan het revalideren terwijl hij geïnterviewd wordt. Wij vinden dat jongetje allemaal geweldig omdat hij er spijt van heeft dat hij ondeugend is geweest. Hij wil het goed maken door later ambulancebroeder te worden. Dit vinden we mooi. We moedigen dit ‘te sterk zijn’ aan in kinderen. We vinden het mooi dat hij ‘sorry’ zegt terwijl hij in feite onschuldig is.

Op de Beeck vindt dat we kinderen een stem moeten geven: “Kinderen weten alles. Ze kunnen het alleen niet zeggen.” Daar moeten we hen bij helpen i.p.v. dat ‘sterk zijn’ aan te moedigen.

Een volgend fragment is uit een documentaire over zelfmoordenaars die van de Golden Gate Bridge afspringen. Een man die dit overleefde beschrijft hoe hij over de brug liep op zoek naar een goede plek om te springen zonder de brug eerst te raken. Hij begon te huilen. Een voorbijgangster vroeg hem of hij een foto van haar wilde maken. Dat deed hij. De voorbijgangster zag zijn tranen niet. Die was alleen met zichzelf bezig. Hij dacht: Dit is waarom ik spring. Ik loop huilend over een brug en niemand die het ziet.

Op de Beeck die zelf ook zelfmoord heeft willen plegen maakt een onderscheid tussen ‘dood willen’ en ‘willen dat het ophoudt’. Zij wilde dat haar angst ophield, haar angst dat het nooit in orde zou komen met haar leven en met het gevoel afgewezen te zijn. Zij stond zelf ook eens ooit op een brug en het waren voorbijrijdende en met hun licht seinende vrachtwagen chauffeurs die haar tegenhielden. Die gaven haar een gevoel van verbinding, het idee dat het iemand iets kon schelen.

Bevrijding

Griet heeft zichzelf uit allerlei soorten drek getrokken. Je hebt een fantastische ‘shrink’ nodig die je helpt om een goede ‘spot’ te zetten op de oorzaak. Maar dan lukt het. Iedereen moet in therapie. We zijn allemaal meesters in het wegkijken terwijl de beloning als je wèl kijkt zo immens groot is. Het is heftig om te doen maar we hebben maar één leven. Een goede vraag van Erdbrink: “Hoe voelt die bevrijding?” Griet: “Je voelt de bevrijding zelf niet maar je voelt de gevolgen van de bevrijding.” In haar geval was het gevolg dat ze haar eerste boek schreef dat haar alle mogelijke vormen van diep plezier gaf.

We zien vervolgens een fragment uit de documentaire: ‘Gardenia. Before the last curtain falls.’ Het gaat over het bevrijdingsproces van travestieten. Maar het gaat over meer dan dat. Op een toneel staan mannen in pakken die langzaam transformeren in vrouwen op de meeslepende muziek van Ravel’s Bolero. De opvoering op het toneel wordt afgewisseld met verhalen uit de levens van de mannen buiten het theater.

Griet ziet veel relaties die niet kloppen. Mensen kunnen wel zeggen dat ze best gelukkig zijn maar als er geen echte wederkerigheid en verbinding in de relatie is, klopt het niet. Haar eigen ouders waren geen feestje samen. Ze denkt dat haar vader al vroeg opgehouden was met leven. Hij kon nog wel charmeren maar hij had geen echte vrienden. Hij hield mensen op afstand. Hij zweeg behalve als hij dronken was. Ze is blijven zitten met veel vragen over haar vader. Griet heeft geprobeerd om haar ouders gelukkig te maken. Erdbrink vroeg of het haar lukte. Terecht merkt ze op dat dit een onmogelijke opdracht was.

Kinderen zullen blijven verlangen naar onvoorwaardelijke liefde. Alleen ouders kunnen dat aan hun kinderen geven en niet andersom. Dat werkt niet. Zij wil zelf absoluut geen relatie hebben zoals die van haar ouders met hun complete gebrek aan empathie voor elkaar. Daarbij helpt het bij het liefhebben van je partner als je jezelf kent, als je inzicht hebt in je eigen blinde vlekken.

Ze laat een fragment zien uit een documentaire waaruit blijkt hoe gemakkelijk het is om kinderen racisme aan te leren en een waaruit blijkt hoe psychologisch onveilig het is om gevluchte gezinnen met kinderen terug te sturen naar het land van herkomst. De veiligheid waarmee deze kinderen hier zijn opgegroeid wordt hen ontnomen wat een enorme ontreddering tot gevolg heeft. Voor de beschadiging van deze kinderen is dit beleid verantwoordelijk. Erdbrink vraagt: Waarom doen we dit? Griet: “We zijn alleen met onszelf bezig!”

Hard leven

Met de schrijver Jonathan Franzen vindt Griet dat je boeken moet schrijven terwijl het schaamrood je op de kaken staat. Erdbrink vraag waar zij zich voor schaamt. Griet is verbaast dat hij dit vraagt na alles wat ze tot nu toe uit de doeken deed maar ze legt het nog wat duidelijker uit: “Schaamte voor alles, voor het niet waard zijn, voor het niet verdienen van alles wat mooi en goed is.” Franzen betoogt dat Kafka over zijn strijd met zijn familie schreef ook al had hij het over insecten. Het blijft kunst ook al zitten er autobiografische elementen in. Een roman moet een persoonlijke strijd zijn, een schrijver moet een persoonlijk risico nemen. Volgens Griet moet er bij elk boek een nieuwe hindernis genomen worden. Bij haar eerste boek was dit de hindernis van het zichzelf te durven te laten zien: “Hé ik ben er ook nog!” Dat was het eerste risico dat ze nam. Als dramaturg was ze dienstbaar maar als schrijfster toont zij zich.

Hard leven betekent dat je strijd voert tegen de banaliteit. Het betekent dat je diep graaft, verder kijkt, veel voelt, intensiteit opzoekt, durft stil te staan en nog dieper durft te denken. Zelfs van grote trauma’s kun je herstellen. Ook al zal de verpletterende leegte je soms blijven overvallen. Die leegte moet je vullen: “Uw grootste noden zijn uw grootste troeven.”

Een plaats bij uitstek waar mensen niet gezien worden is wel de gevangenis. Als dramaturg heeft Op de Beeck toneel gemaakt met gedetineerden. “Wij gaan zo slecht met hen om terwijl van alle kanten is aangetoond dat opsluiten alleen maar schadelijk is. Er is veel te weinig aanbod van therapie in de gevangenis. Dit is een groot gebrek van onze beschaving. Gedetineerden die elke week een therapeut op bezoek krijgen gaan vooruit. Ook voor deze mensen geldt de maakbaarheid. Wij lijken meer op elkaar dan dat we van elkaar verschillen.”

Ze gelooft in de maakbaarheid van de mens maar de mens moet er wel iets voor doen. Dat moge duidelijk zijn. Hoe gevaarlijk een passieve vorm van hoop is wordt volgens haar mooi duidelijk in de rol van Sonja en het toneelstuk Oom Wanja van Tsjechov hoewel ook de andere personages zichzelf dwars zitten. Sonja is verliefd op de dokter in het stuk maar de dokter ziet haar niet staan. Als een ander personage haar aanbiedt om deze toestand te helpen doorbreken zegt Sonja: “Doe mij maar onzekerheid want dan is er tenminste nog hoop”. Het is een gevaarlijke zin omdat Sonja op deze manier blijft ronddraaien in dezelfde cirkel.

Anorexia gaat niet over eten

Volgens Op de Beeck heeft een eetstoornis vooral te maken met een destructief denksysteem. Het gaat over perfectionisme, over schaamte en jezelf willen straffen. Het perfectionisme waardoor je altijd faalt en blijft denken dat je niet mooi bent, niet goed, niets waard. Ze spreekt uit ervaring. Op een goed moment woog ze nog maar 35 kilo en voelde ze liggend in de zon ineens dat haar lijf op was en besloot ze om een etentje te geven. Ze kan nog steeds in gevecht zijn tegen het basismechanisme dat aan de stoornis ten grondslag ligt maar ze is vastbesloten om dat gevecht te winnen. Na een fragment uit de film: ‘Le tout nouveau testament’, legt ze uit dat zij haar trauma helemaal wil aankijken en dat ze de emotie die dat teweegbrengt wil laten bestaan. Het gaat er volgens haar om dat je het verval durft te zien, dat je het leed durft te laten bestaan.

Als dit geen ode is aan de psychotherapie dan weet ik het niet. Veel dank Griet voor je boeken en voor dit interview.

8 reacties

Opgeslagen onder Psychiatrie, Psychologie, proza en poëzie, Psychotherapie

Zen en psychologie I

Tijd voor een vervolg op mijn vorige bericht over de 18 zen-lessen van Zen.nl in Hilversum. Het doel dat ik met het volgen van de lessen en de meditatie wil bereiken is vooral: meer aanwezig te kunnen zijn in het hier-en-nu. Zowel voor mij persoonlijk als voor mijn functioneren als hulpverlener vind ik dit een mooi doel.

Het is algemeen bekend dat ‘mindfulness’ en meditatie helpen bij psychische problemen. Dit heb ik door de lessen en de meditatie nu zelf ondervonden. En ik ben niet de enige reguliere hulpverlener die dit ontdekt. Binnen zen.nl is een groep huisartsen actief en er bestaat een Stichting Psychotherapie en Boeddhisme. Dit is een groep psychologen en psychiaters die interesse hebben in het samengaan en de wisselwerking tussen psychotherapie en boeddhisme.

Hieronder mijn verslag van de lessen 4 t/m 7.

4

Een les over concentratie, aandacht en afleiding.

De belangrijkste pijler van zen is om te doen wat je doet met zoveel mogelijk aandacht. Wie twee dingen tegelijk doet, doet beide dingen half en geniet ook maar voor de helft.  ‘Singletasken’ levert een gevoel van geluk op en het idee dat ‘multitasken’ tijd bespaart is een mythe. ‘Multitasken’ levert juist concentratieproblemen op.

Concentratieproblemen hangen inderdaad samen met allerlei vormen van stress en onverwerkte ervaringen en dus niet met zoiets als ADHD. ADHD is niets, het is een reïficatie, een label dat vervormd is tot een feit. Zeggen dat iemand concentratieproblemen heeft omdat hij ADHD heeft is hetzelfde als zeggen dat iemand veel geluid produceert omdat hij een schreeuwlelijk is.

We zeggen nogal gauw dat afleidingen komen door anderen maar vaak komt de afleiding door onszelf. Om daar achter te komen is zelfkennis nodig. Hoe meer onverwerkte ervaringen je hebt, hoe wijder de deur openstaat voor concentratie problemen maar ook voor slaapproblemen.

Mediteren is een voortdurende afwisseling van de concentratie (aandacht houden bij het tellen van de uitademing) en afleiding. Het grootste misverstand dat over mediteren de ronde doet is dat je alleen echt mediteert als je nergens aan denkt. Voor meer over ‘het tellen’ zie mijn vorige zen-bericht.

Als je tijdens het mediteren afgeleid raakt door een gedachte, een irritatie of iets pijnlijks dan is het niet gemakkelijk om tegen jezelf te zeggen: ‘dit is mijn gedachte en die laat ik nu gaan en ik breng mijn aandacht met zachte hand terug bij het tellen’. Onze zen-leraar stimuleerde ons om de afleidingen inderdaad te laten gaan tijdens de meditatie maar ook om achteraf een notitie te maken van de afleidende gedachten voor zover wij ons deze nog herinnerden.

In het Boeddhisme zegt men: ‘Pijn is onvermijdelijk maar lijden is een optie’. In therapie werkt het samen stilstaan bij een onverwerkte ervaring, iets irritants of iets wat pijnlijk is helend. Duurzame oplossingen en veranderingen bedenken ontstaat alleen in stilte en rust. We leren door te mediteren vooral dat we stil kùnnen staan.

Ons huiswerk voor deze les was om tenminste één handeling per dag met aandacht te doen. Dit kon zijn het tanden poetsen, het ontbijten of wat dan ook voor activiteit. Eigenlijk kun je van alles een meditatie maken. Zo kunnen we meer en meer genieten en minder lijden.

5

Les over het denkmodel van zen.nl: bubbels en puntjes.

Ik leg in het kort hier uit hoe het werkt maar het denkmodel staat ook op een CD.

Ons denken wordt gevoed door energie. Idealiter wordt de stroom energie getransformeerd in heldere gedachten en gedrag. Hoe minder onverwerkte ervaringen en verlangens de transformatie vertroebelen, hoe helderder en verlichter ons denken en handelen.

Verwerkte ervaringen zijn puntjes of inzichten. Onverwerkte ervaringen worden bubbels genoemd. Bubbels nemen veel ruimte in en slokken energie op. Hoe ouder de bubbel hoe beter de afweer.

De paradox van het mediteren is dat je probeert om je aandacht te houden bij het tellen maar dat juist daardoor onverwerkte ervaringen, irritaties, verlangens of passies, enz. (bubbels) uit het onbewuste naar boven komen. Het is niet de bedoeling dat je tijdens het mediteren tegen jezelf zegt op het moment dat een bubbel voorbij komt; ‘die moet ik onthouden!’, want dit ‘ik moet het onthouden’, is op zichzelf al een bubbel.

Er is niets mis met bubbels – die horen er bij – maar een te grote hoeveelheid ervan kan problematisch worden. Bubbels slokken energie op.

Tijdens het mediteren kan een en dezelfde bubbel meerdere keren aan ons geestesoog voorbij trekken. Het is alsof je een boeiende film keer op keer ziet. Hoe vaker je hem ziet hoe meer je begrijpt hoe die film in elkaar zit. Door regelmatig te mediteren komt onverwerkte materie steeds opnieuw langs waardoor je het beter verwerkt.

“Kleine bubbels los je op met mediteren voor de grote ga je naar de psycholoog”, zegt mijn zen-leraar en wel grappig was dat hij er aan toevoegde: “hoe meer puntjes hoe wijzer, hoe meer bubbels hoe eigenwijzer”.

Puntjes zijn verwerkte bubbels. Het zijn inzichten die je verkrijgt door bewust na te denken over de onverwerkte ervaringen. Dit nadenken doe je na de meditatie. Je kunt bewust naar een punt of inzicht toewerken. Maar bubbels kunnen ook puntjes worden tijdens een droom, dus via het onderbewuste.

Een mooi doel is om je van enkele bubbels bewust te willen worden. Dit is natuurlijk ook het doel van therapie. Mijn zen-leraar gebruikt de metafoor van de afwas: “als de afwas van de vorige maaltijd er nog staat, kun je niet lekker koken”.

Ik heb ervaren dat het mediteren een enorm goed middel is voor bewustwording juist omdàt je tijdens het mediteren er naar streeft om je aandacht niet te laten afleiden door onverwerkte ervaringen. Het werd steeds helderder wat mij in de weg zat.

6

Een les over projectie en selectief waarnemen.

Hoe meer bubbels hoe minder objectief of zuiver we waarnemen. Bij projectie ken je eigenschappen van jezelf toe aan anderen en bij selectief waarnemen vallen bepaalde eigenschappen je juist extra sterk op en andere eigenschappen vallen weg.

Het is cruciaal om te beseffen dat onze ideeën over de wereld of mensen om ons heen vaak meer zeggen over onszelf dan over de wereld.

Deze les is volgens mij echt een psychologische les maar ook echt zen volgens het les-materiaaal: ‘Alleen door reflectie kunnen we zuiver waarnemen. Zen werkt niet met beelden zoals God of iets anders en daarom is zen een pure vorm van reflectie’. Volgens zen.nl is naast meditatie ook schrijven een goede methode om emoties te verwerken. Er bestaat inderdaad zoiets als schrijftherapie.

7

Deze les gaat over de hart-soetra. Een kroonjuweel van het zen-Boeddhisme. De tekst van de hart-soetra vertolkt de kern van de zen-leer in theoretische en filosofische zin. De kern ervan kan in één regel worden uitgedrukt: ‘vorm is leegte, leegte is vorm’.

De functie van een kopje is dat die leeg is en gevuld kan worden. Het is de vraag of het kopje leegte is of vorm. Ook wij mensen zijn zowel vorm als leegte. Vorm verwijst naar hoe we gevormd zijn en leegte naar ons potentieel. Alles is in verandering. Hoogstens onze ideeën kunnen vastgeroest zijn maar de dingen zelf roesten nooit vast. Een klankschaal kan ook een helm zijn. Te zeer aan de vorm vasthouden veroorzaakt lijden. Als je ruzie maakt over woorden zit je teveel vast aan de vorm. Natuurlijk is standvastigheid ook belangrijk. Denk aan een boom. Die waait niet om door zijn wortels maar ook omdat die flexibel is.

Flexibiliteit is belangrijk. Ook bij het oplossen van problemen in bijvoorbeeld gezinstherapie is flexibiliteit belangrijk. De meeste problemen in gezinnen (in systemen) komen omdat er op een rigide manier omgegaan wordt met omstandigheden, posities of relaties waar juist nieuwe manieren nodig zijn.

Door één te worden met verandering leven we in het eenheidsbewustzijn ofwel in het nirvana.

Persoonlijk spreken de volgende regels van de hart-soetra mij aan:

Omdat er geen bereiken bestaat, ondervindt degene die het volmaakte inzicht heeft, geen hindernissen in de geest. Zonder hindernissen in de geest, bevrijden we ons van illusies en verwezenlijken we nirwana.

Waarschijnlijk spreken deze regels mij aan omdat ik van jongs af aan gestimuleerd ben om onmogelijke dingen te bereiken, mijn best te doen, de oudste en de wijste zijn, enzovoort. Het idee dat ‘dit bereiken’ belangrijk is, is een vastgeroest idee.

Het reciteren van de hart-soetra is ook een stemoefening en een oefening in het beheersen van het spreken en ademen vanuit de buik.

Hier een recitatie van de hart-soetra door drie bassen: Moritz Boegel, Rients Ritskes en Misha Beliën

Hier een rap-versie van de hart-soetra

Hier een Japanse rap-versie van de hart-soetra

Hier de tekst van de hart-soetra.

 

 

4 reacties

Opgeslagen onder Filosofie, Psychologie en boeddhisme