Tagarchief: betekenis van geld

Met de juiste maat en creativiteit is duurzaamheid mogelijk

De juiste maat

Paul van Tongeren, hoogleraar wijsgerige ethiek in Leuven en Nijmegen denkt dat de deugdethiek beter kan dienen als inspiratie voor duurzaamheid dan het idee van de verantwoordelijkheid die wij zouden moeten hebben voor toekomstige generaties. We hebben niet eens genoeg verantwoordelijkheid voor ons zelf!

De deugd, het juiste midden kan een duurzame samenleving tot stand brengen. Citaten uit de Groene Amsterdammer:

‘Deugdethiek wordt ten onrechte vaak voor moralisme gehouden’, zegt hij. ‘Eerder dan een voorschrift van wat mensen moeten doen, laat staan een oordeel daarover, is ze een richtlijn voor hoe zij de extremen kunnen vermijden en het juiste midden houden. Deugden als betrouwbaarheid, eerlijkheid, oprechtheid, solidariteit en rechtvaardigheid zijn daarbij behulpzaam.’

‘Je kunt uit een deugdethiek nooit exacte regels hoe te handelen halen, het is geen norm en die moet je er ook niet van proberen te maken, maar met alle vaagheid die er onvermijdelijk in zit, kan die ethiek mensen wel van dienst zijn in hun zelfvorming. Het gaat om de manier waarop wij reageren op onze eigen verlangens, passies, agressie.’

Van deugdethiek wordt een mens behalve duurzamer ook mooier:

‘Maat houden als het gaat om het milieu betekent aan de ene kant dat je je verlangen naar het hebben moet temperen. Het is mateloos om almaar meer te willen. Je moet een maat vinden in je con­sumptieniveau, in je omgang met natuurlijke hulpbronnen, in je reispatroon, niet omdat er ergens een objectieve grens is of omdat je je moet verantwoorden tegenover anderen, maar omdat je jezelf niet op een fraaie manier vorm geeft door ongelimiteerd aan je verlangens toe te geven.’

Creativiteit en geluk

Econoom en filosoof Antoon Vandevelde, hoogleraar aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de Universiteit van Leuven ziet een herwaardering van de creativiteit als voorwaarde voor duurzaamheid: ‘Nóg meer consumeren maakt mensen niet gelukkiger.’

‘Geluk schuilt in de creativiteit. Ik ben daarover hoopvol gestemd. Veel meer dan vroeger biedt onze rijke maatschappij mensen de gelegenheid om van kunst, muziek, theater te genieten en hun eigen creativiteit te ontplooien. Onze voorstellingen zijn op de hele wereld te zien, zoals deze zomer nog op het toneel­festival van Avignon, waar Vlaamse en Nederlandse theatergroepen een substantieel deel van het programma verzorgden. Daarop moeten we fier zijn, dat moeten we koesteren, dat is wat de verzuring kan wegnemen en het optimisme brengen. Het goede leven is een veelheid van creatieve, inventieve dingen ondernemen.’

Het idee dat we economisch, materieel moeten groeien zit in onze genen gebakken volgens Vandevelde.

‘Eeuwen en eeuwen lang heeft de grote meerderheid van de mensen moeten vechten tegen de schaarste. Successen op dit front, hoe klein ook, maakten hen gelukkig. Waarom zou dat nu niet meer het geval zijn?’

Vandevelde verwacht niet veel van de politiek. De politiek blijft geloven dat geluk te maken heeft met materie en consumptie. Bovendien is de politiek gericht op de korte termijn (verkiezingen). Het economische domein wordt net zoals de politiek geregeerd door kortzichtigheid (kwartaalwinsten en aandelenkoersen). Duurzaamheid en betere publieke voorzieningen raken steeds verder uit beeld.

Het doet hem denken aan de dialoog die Seneca met zijn oudere broer Gallio voert over het geheim van een gelukkig leven.

‘Allen willen gelukkig leven, broeder Gallio, maar ze tasten in het duister wanneer het erop aankomt te doorzien wat het is dat een gelukkig leven tot stand brengt’, zegt Seneca in De vita beata. ‘En het is zo verre van gemakkelijk een gelukkig leven te bereiken dat iedereen die de verkeerde weg heeft genomen zich er des te verder van verwijdert, naarmate hij er zich voortvarender naartoe beweegt.’

Onze blik is teveel gericht op wat anderen hebben en te weinig op wat we zelf hebben.

‘Ongetwijfeld zijn we sociale wezens, maar dan veeleer door afgunst dan door mededogen. Als ik harder werk en mijn inkomen neemt toe, dan maak ik anderen ongelukkig. Om dat te vermijden gaan zij op hun beurt harder werken voor meer inkomen. Zo zijn wij terechtgekomen in een overstreste maatschappij waarin de meeste mensen zich te pletter werken, hun kinderen nauwelijks zien en geen tijd hebben voor partner of vrienden, om uiteindelijk uitgeblust vervroegd uit de arbeidsmarkt te treden. Onze rijke wereld streeft naar een steeds hoger inkomen, maar boekt tegelijkertijd records in depressie, alcoholisme, zelfmoord.’

‘De correlatie tussen geld en geluk is er wel zolang mensen niet kunnen voorzien in hun basale levensbehoeften. Boven die grens daalt het gelukseffect van meer inkomen snel en ontstaat het negatieve effect van de inkomensconcurrentie die voortkomt uit afgunst.’

We kunnen niet zonder vooruitgang. Maar volgens Vandervelde is er ook niets mis met vooruitgang alleen moeten we die zoeken in de creativiteit…

‘… in de creativiteit die mensen ontwikkelen, in de cultuur, in het duurzaam maken van onze economie, in doorbraken in energiezuinigheid, wetenschap, techniek. De creativiteit en verbeelding zijn het beste wat er in mensen zit. Creativiteit, je bestemming vinden, jezelf realiseren, dat geeft je voldoening in je leven. Geluk ligt in het lukken van onze activiteiten. Een architect wil stevige huizen bouwen, een arts zijn patiënten genezen, een landbouwer gezonde gewassen voortbrengen. Als dat lukt, dan zijn ze gelukkig.’

‘Consumptie wordt overgewaardeerd als geluksfactor, zelfrealisatie ondergewaardeerd’, zo vat Vandevelde zijn betoog samen. Dat is geen nieuw inzicht: ‘Aristoteles doceerde al dat een goed leven wordt bepaald door het intrinsieke doel van de activiteiten die mensen ondernemen, eerder dan door extrinsieke drijfveren zoals geld, eer of macht.’

Politiek

Het betoog van Vandevelde mondt uit in een betrekkelijk concreet politiek programma, met als kernpunten een drastische herverdeling van de rijkdom ten gunste van de armen, meer vrijheid voor de burgers, betrouwbare en democratische instituties, de ondersteuning van sociale netwerken, de afremming van de 24-uurs­economie en de vervanging van de belasting op arbeid door een hogere consumptieheffing. Maar daarnaast speekt hij zich ook uit voor een eerherstel van de cultuurpolitiek, in de brede betekenis van dat woord. ‘Misschien moet de agenda van de regering eruit bestaan dat ze mensen zegt dat de echte vooruitgang meer creativiteit, meer verbeeldingskracht en meer dienstbaarheid aan de maatschappij is.’

Ook Paul van Tongeren omarmt de idee van cultuurpolitiek. ‘De ellende van de hedendaagse politiek is dat ze alleen nog maar gaat over concrete problemen en pragmatische oplossingen. Politiek is gaan samenvallen met bestuur. Over moraal, over waarden spreekt ze niet meer.

Het betekent niet dat de politiek aan de mensen moet dicteren wat de goede keuzes zijn en wat de foute, integendeel, aan dat soort moralisme heb ik een broertje dood. Ik ben voor een politiek die zorg draagt voor de morele cultivering. Ze moet mensen de mogelijkheden bieden om vorm te geven aan zichzelf, door zich te oefenen in de wijze waarop ze met hun verlangens en passies omgaan.’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

2 reacties

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek

De koerswaarde van de systeemtherapie

Vrijdag 21 september 2012 ben ik naar Zeist gereisd voor het NVRG Congres  (Nederlandse Vereniging voor Gezins- en Relatietherapie). Het thema van de conferentie was: De koerswaarde van de systeemtherapie.

Die koerswaarde moet hoger. Maar de (farmaceutische) lobby achter het medische en lineaire model is voorlopig machtiger en pillen en behandelprotocollen komen beter voor de dag bij verzekeraars en overheid dan systeemtherapie. Ik ging naar huis met de boodschap dat systeemtherapeuten gewoon moeten doorgaan met waar zij goed in zijn en dat zij dit moeten blijven vertellen. 

De lezingen van Johan Bastiaensen en Dirk de Wachter (beiden uit België), de column door Mohammed Benzakour en het gesprek tussen Alfred Lange en Joep Choy vormden voor mij de hoogtepunten van de dag. De lezing van Bastiaensen ging over de betekenis van geld.

Niet trakteren als je wèl geld hebt is heel iets anders dan niet trakteren als je geen geld hebt

Johan Bastiaensen is systeem-theoretisch psychotherapeut en werkzaam bij de Interactie Academie. Hij  sprak over de emotionele en relationele betekenis van geld. In eerste instantie wilde hij eigenlijk de uitnodiging om hier over te komen spreken afslaan tot dat hij hoorde hoeveel geld hij er voor kreeg… ha,ha. Het werd een onderhoudend verhaal.

Net als voor Bastiaensen behoorde ook voor mij, als student in de 70-er jaren, geld geen rol te spelen. Je keek er wel voor uit  en geld speelde ook geen rol in je beroepskeuze. En met cliënten praat je als therapeut ook niet over geld. Je behoort je met diepere zaken bezig te houden. Misschien is de koerswaarde van de systeemtherapie wel hierom zo laag…

Aan de hand van een vecht-scheidend paar toonde Bastiaensen aan hoe geld op een totaal onlogische manier een rol kan spelen. Deze ouders twistten een hele therapie-sessie lang over de aanschaf van een extra setje kleurpotloden van €12 voor hun dochter zodat dit meisje op beide adressen haar tekeningen kon kleuren zonder de potloden steeds weer in te hoeven pakken. De sessie kostte de ouders ieder 30 Euro…

Later bleek dat de strijd om de €12 een symbool was van vaders strijd tegen moeders keuze voor een antroposofische school. Het waren antroposofische potloden. Vader zag zijn dochter liever naar een andere school gaan.

Aan de zaal met 450 psychotherapeuten vroeg Bastiaensen wie er €75.000 op een spaarrekening had staan. Drie mensen staken aarzelend hun vinger op… Welk een verschil zou het uitmaken als je deze vraag zou stellen aan een zaal met bedrijfsleiders, vroeg Bastiaensen zich af. Er zou er waarschijnlijk geen één in de zaal zitten die er over zou twijfelen of hij zijn vinger wel op zou steken. Er zouden er zèlfs in de zaal zitten die stoer hun hand zouden opsteken ook al hadden zij die €75.000 helemaal niet op hun rekening staan!

Ondertussen was er achter hem op een groot scherm een projectie te zien van een sjiek geklede mevrouw die in een tekstwolkje meldt waarom ze te laat is voor haar afspraak: “I was late for my meeting because the car-washers had not finished cleaning my BMW”…

Inzake geld en het gevoel van zelfwaarde speelt vooral het niet mee kunnen doen met consumeren een belangrijke rol. Bastiaensen; “Niet trakteren als je wel geld hebt is heel iets anders dan niet trakteren als je geen geld hebt”.

Dat geld een zeer persoonlijk bezit kan zijn illustreerde hij aan de hand van de casus van Joke, een pleegmoeder. Ze had veel pleegkinderen en was ook nog oppasmoeder. Haar huis was zò vol met kinderen dat eigenlijk niemand een eigen plekje had. Een van haar pleegkinderen Bart gebruikte drugs. Ze drukte hem op het hart om in ieder geval niet thuis te blowen. Maar hij ging buiten voor de deur staan blowen. Joke kreeg een slechte naam en verloor werk hierdoor maar ze bleef achter Bart staan. Totdat Bart op een keer €40 uit haar tas stal. Voor Bart was het zakgeld maar voor Joke was het diefstal. Joke had het gevoel gekregen dat ze niets betekende voor Bart.

Bastieansen vond dat we wèl moeten praten over geld met onze cliënten. De betekenissen die mensen hechten aan geld zijn zeer verschillend en zeer veelbetekenend. Je kunt op je geld zitten en geld alleen maakt niet gelukkig, maar je wil het altijd wel een tweede kans geven…En: “Zijt ge hoer of zijt ge dief, hebt ge geld, ik heb u lief”.

Ik ben volwassen geworden toen ik 6 jaar was

Mohammed Benzakour (columnist, schrijver van Marokkaanse afkomst) vertelde een jeugdherinnering. Vergeleken met de Nederlandse kinderen waren er in zijn jeugd weinig feestdagen. Zijn ouders lieten hem naar een Islamitische basisschool gaan en daar had je geen eitjes zoeken met Pasen, geen Sinterklaas, geen Oud en Nieuw, enz.  en aan het slachten van een schaap bij het Islamitische Offerfeest had hij weinig prettige herinneringen. Benzakour is lijstduwer van de Partij voor de Dieren geworden.  Hij herinnerde zich dat hij op een keer door zijn vader uit een Carnavalsoptocht werd geplukt. Het was in de tijd voordat hij naar de basisschool ging en hij had zichzelf uitgedost met een felgekleurde sjaal van zijn kleurenblinde moeder. Zijn vader was tegen al die Nederlandse feesten want het kostte alleen maar geld. Ondanks dat zette de kleine Mohammed wel zijn schoen met Sinterklaas. Er kwam niets in. Hij zat als kind in de slachtofferrol: “Waarom hullie wel en ikke niet”. Maar hij kwam snel uit die rol: “Ik ben volwassen geworden toen ik 6 jaar was”.

Laat ons alsjeblieft een beetje ongelukkig zijn

Later in de middag was er de lezing van Dirk de Wachter (psychiater, psychotherapeut, diensthoofd systeem- en gezinstherapie aan het Universitair Psychiatrisch Centrum van de Katholieke Universiteit van Leuven). Voor mij het absolute hoogtepunt van de conferentie. Hij bewoog over het podium als een volleerde cabaretier maar zijn boodschap was bloedserieus.

Wij zijn geobsedeerd met geluk en dat is een ernstig probleem. We willen gelukkig zijn en dat geluk zien we, wanneer we het bereiken, als een eigen verdienste. Een eigen verdienste in een maakbare wereld; een meritocratie. Héél gelukkig zijn willen we; leven op aarde als in een paradijs. En als we ongelukkig zijn is dat een persoonlijke mislukking. Ongelukkig zijn zien we zelfs als een ziekte. “Dat is uw eigen schuld, dan moet u pillen nemen; u moet er iets aan doen, in therapie”. De Wachter noemt dit de psychologisering van problemen. En dat zou nog wel gaan maar wordt inmiddels; de ‘psychiatrisering’ van problemen. “Het ongelukkig zijn heeft te maken met uw brein…de ‘Verswabing’ van het Avondland…het ongelukkig zijn wordt gemedicaliseerd. We worden slikkende ongelukkigen…” De Wachter verwijst met het woord ‘Verswabing’ naar de bestseller van Dick Swaab: Wij zijn ons brein.

Aan zijn kinderen legde de Wachter vroeger uit dat hij een Verdriet-dokter was. De Wachter is graag een Verdriet-dokter… “Laat ons alsjeblieft een beetje ongelukkig zijn”…. “Laten we weten dat er beperkingen zijn aan geluk”.

Laat ons alsjeblieft een beetje ongelukkig zijn…

Afgezien van dat de Wachter van mening is dat we in een bijzonder goede tijd leven met een uniek systeem van zorg ziet hij wel enkele problemen in de zorg. We moeten blijven veranderen zegt de Wachter zoals beschreven in het boek: “Il gattopardo” vertaald in het Nederlands als “De tijgerkat”. Dit is de titel van een boek van de 20e eeuwse Italiaanse schrijver De Lampedusa, die een 19e eeuwse maatschappij beschrijft waarin de belangrijke positie van de adel langzamerhand verdwijnt. We moeten blijven veranderen.

De Wachter noemt 6 belangrijke problemen in de zorg.

1. De verbrokkeling

Een goede therapeut kan een grote boog maken. Goede zorg is het blijven houden van het overzicht. De huisarts is vaak degene die nog het overzicht heeft.

2. De vervlakking

Er wordt een grafiek in de vorm van een piramide geprojecteerd. In de onderste laag staat: neurofysiologie. De laag daarboven, psychologie. De laag daarboven, filosofie en de kleine toplaag bovenaan blijft wat de Wachter betreft leeg: “Wovon man nicht sprechen kann, davon soll man schweigen”. Een therapeut moet iets van pillen weten maar hij moet ook kunnen bidden en zorgen.

wovon man nicht sprechen kann, davon soll man schweigen…

3. Te weinig hechting

Er is teveel aandacht voor de diagnose en te weinig voor de persoon. Teveel aandacht voor marktgerichte modieuze toestanden dan voor hechting. De Wachter vind het mooi om een cliënt in de loop van de jaren nog eens terug te zien.

4. Infantiele cultuur

Het uitdrukken van gevoelens is een probleem geworden. Men praat met elkaar in heel korte zinnen: “Hoe’st”. “Goed”. Het is een beeldcultuur. Er zijn geen verhalen. Cijfers in plaats van letters.

5. Gebrek aan tijd

de speedboot niet bij kunnen houden…

‘Kein Zeit, kein Sein’. Goede zorg raakt aan de existentie. De Wachter stelt onze cultuur voor als een ‘speedboat’ en steeds meer mensen vallen uit de boot. Hoe sneller de boot hoe meer er gaan uitvallen.En dan komen de roeiboten, de psychiaters, om de mensen uit het water te vissen. “Maar met mijn roeiboot kan ik die speedboat niet bijhhouden”, zegt De Wachter. En dan zegt de overheid: “We gaan bezuinigen op roeiboten”…

6. Gebrek aan stilte

Er wordt zoveel geluld en zo weinig gezegd. Goede zorg is stille, langdurige zorg. “Dasein, mit sein’. Zeg tegen je client: “Ik ga nadenken, ik weet het nog niet maar ik ga nadenken…” Deemoed en bescheidenheid horen daarbij en … het wonden-boek waarin je oude wonden op kunt zoeken.

De Wachter besluit met een idee van de filosoof Levinas: Het idee van ‘de kleine goedheid’. Die wil niet alles oplossen. De goedheid van de nederige mens. Dat is de kracht van een systeemtherapeut.

Ouwe lullen voor de open haard

Alfred Lange en Joep Choy zitten gemoedelijk naast elkaar in twee barokke leunstoelen op het podium en boven hen is een knapperig haardvuur geprojecteerd. Ze beweren vrienden te zijn maar hun ideeën staan in meer dan een opzicht lijnrecht tegenover elkaar. Lange de ‘wetenschapsman’ en Choy de ‘vrije jongen’.

Op de vraag van de gespreks-leider  Stefan Wijers wat de heren vinden van de koerswaarde van de systeemtherapie begint Choy zijn betoog met te zeggen dat systeemtherapeuten niet te ‘slachtofferig’ moeten doen en moeten kijken naar wat ze kunnen gebruiken van anderen. Er zijn teveel rigide concepten. We moeten de aandacht blijven houden voor de context. Choy: “Je moet de problemen oplossen waar ze begonnen zijn. Dùs in het gezin. Dùs zijn systeemtherapeuten goed bezig. Ik vraag mij eigenlijk af waarom er andere therapievormen zijn dan de systeemtherapie”. Applaus! Choy vind dat systeemtherapeuten met de concepten inhouds- en betrekkingsniveau eersteklas eye-openers hebben gegeven. Dat is iets om trots op te zijn. Hij maakt er geen geheim van dat hij bijna € 500 voor een sessie vraagt. Dat is zijn persoonlijke koerswaarde. Er blijken in de zaal niet zo erg veel psychotherapeuten te zitten die ook zoveel geld voor een sessie zouden willen vragen…

Lange vraagt zich af hoe wij systeemtherapeuten duidelijk kunnen maken dat we meer doen dan individuele gedragstherapie. Wij doen èn individueel èn systeem en dùs doen we meer. Hoe kunnen we beter laten zien dat systeemtherapie meer effect heeft?

Choy vind de persoon van de therapeut belangrijker dan dat een therapie ‘evidence-based’ is. Hij vindt ook dat er meer leiding-graaiers dan leiding-gevers zijn. In het bedrijfsleven maar ook in de hulpverlening.

Lange vind het begrijpelijk dat een verzekeraar wil zien hoeveel mensen vinden dat het beter met ze gaat na een therapie en dat je er dus meer aan hebt dan aan pillen. Het is overigens onvoorspelbaar waar mensen wat aan hebben zegt Lange. Een mevrouw vertelde hem na een therapie dat ze er vooral veel aan gehad had dat hij zo had zitten peinzen. “Dat heeft me goed gedaan”, zei die mevrouw…

Choy probeert zich een afdeling Marketing van de Systeemtherapie voor te stellen. Marketing betekent; jezelf belangrijk maken. Een gloedvol betoog houden. Onze therapie is ongelooflijk goed. Kom maar kijken! Lange zegt: “Ik ben geen ondernemer”… Choy hoopt dat het ‘the therapy of choice’ wordt.

Hoe ingewikkeld systeemtherapie soms kan zijn blijkt aan het eind als de twee heren nog een circulaire vraag voorgeschoteld krijgen. Wat denkt Choy dat Lange zal antwoorden als … helaas, ik ben de vraag vergeten. Er kwamen heel wat psychotherapeuten uit de zaal bij te pas om de heren duidelijk te maken wat de vraag was.

Naast deze lezingen heb ik een workshop gevolgd waarin ik nog iets meer leerde over het gebruik van Duplo poppetjes in therapie. Het is een methode om de interne en externe werkelijkheid van een systeem te visualiseren: ‘Een taal erbij’ en is ontwikkeld door Marleen Diekmann vanuit het contextuele gedachtengoed van de Hongaarse psychiater Ivàn Boszormeny-Nagy.

In ieder geval heeft de dag mijn geest verrijkt, nu nog mijn koerswaarde:)

9 reacties

Opgeslagen onder Systeemtherapie