Opeens heel anders naar iets kijken

Door een podcast op de site van de Correspondent met Tamar Stelling en Joris Luyendijk kijk ik ineens anders naar enkele voor ons voortbestaan essentiële zaken. Met iets meer optimisme.

Het is niet zozeer strijd maar samenwerking die de evolutie veroorzaakt

Heel anders naar iets gaan kijken, vanuit een heel ander en nieuw perspectief, is een belangrijke voorwaarde voor verandering. Dit weten veel mensen al maar wanneer we de evolutie nou eens niet meer zouden zien als een uitkomst van strijd, maar als een uitkomst van samenwerking, wat dan? Wat wordt dan ons bredere perspectief? Zouden we ons dan zelfs een eind aan oorlog en geweld kunnen voorstellen en een eind aan de trauma’s die er door veroorzaakt worden? Zouden we ons dan kunnen voorbereiden op het uitbreken van de wereldvrede? Misschien wel.

De biologen zijn al een tijdje klaar voor het nieuwe perspectief. De meerderheid heeft uiteindelijk kunnen aanvaarden waar de evolutietheorie van Charles Darwin* te kort schoot. Darwin verklaarde weliswaar hoe de beste variant van een soort, althans de beste op een bepaald tijdstip en plaats, de meeste nakomelingen krijgt maar verklaarde niet wat de drijvende kracht was achter de grote variatie van soorten. Van het artikel van Stelling begrijp ik dat het vooral de bioloog en bacterioloog Lynn Margulis is, die ontdekte hoe evolutie echt werkt. Namelijk door samenwerkingen.

Tamar Stelling publiceerde vòòr de genoemde podcast met Joris Luyendijk het artikel: Vergeet even alle oorlogen. En zie: het bestaan is een grote wonderlijke samenwerking, op de Correspondent. Hierin wordt de revolutie die Margulis in de biologie veroorzaakte, helder beschreven. In de podcast horen we de verwondering van Luyendijk over wat Stelling in haar artikelen aankaart. Ze schrijft over kennis van het leven waar veel te weinig mensen van af weten. Uit het hierboven genoemde artikel:

De laatste jaren blijkt strijd dan ook steeds meer gewoon slechts één – onterecht overbelichte – kant van de evolutionaire medaille. Wat maakt de natuurlijke wereld dan wel tot wat hij is? Juist extreem geraffineerde samenwerkingsverbanden.

‘De planeet hangt van symbioses aan elkaar’, stelde Margulis. Samenwerkingen dus. Wat zijn voorbeelden van symbiose? Neem koraal. Koraal heeft algen nodig om zonlicht om te zetten in energie. Algen wonen in koraal. Of neem korstmos, dat bestaat uit schimmels en algen in innige omhelzing.

Soms is het samenzijn zelfs zó innig, dat diersoorten letterlijk in elkaar opgaan. Die fusie van totaal verschillende soorten tot nieuwe beestjes noemen we symbiogenesis. En symbiogenesis staat, volgens Margulis, aan de basis van alle evolutie. Een revolutionaire gedachte.

Dit soort wetenswaardigheden uit de biologie spreken mij als systeemtherapeut aan. Juist vanuit de samenwerking, vanuit de verbinding en de context, willen systeemtherapeuten problemen oplossen. Niet zozeer door strijd verder komen in het leven maar door samenwerking!

Margulis kwam al met haar inzichten in het midden van de vorige eeuw maar ze werden pas aan het einde van de vorige eeuw geaccepteerd. Ze ging tegen de evolutietheorie in wat haar niet direct in dank werd afgenomen.

Tijdens een debat in 2009, getiteld ‘Homage to Darwin,’ aan de universiteit van Oxford, vroeg een zichtbaar getergde Richard aan Margulis: ‘Waarom? Waarom zou je onze elegante ideeën over evolutie nu willen compliceren met zoiets oneconomisch als

Waarop Margulis antwoordde, immer Because it’s there.’ ‘I am not controversial, I am right’

Ze vervolgde: ‘En noem me één geval! Uit het fossielenverslag, uit het lab, uit het veld of waar dan ook! Waarbij het slechts een optelsom van willekeurige mutaties was, die leidde tot de evolutie van de ene diersoort in de andere?’

Geen van de aanwezige vooraanstaand biologen kon een soort noemen.

Zo zie je maar dat strijd nog wel belangrijk blijft. Margulis heeft moeten strijden voor erkenning van haar endosymbiose-theorie.

Stelling is correspondent ‘niet-mens’ en houdt zich vooral met dieren bezig maar haar artikelen hebben veel gevolgen voor de mens. We zouden ook op een heel andere manier kunnen gaan kijken naar onszelf. Wij bestaan namelijk niet alleen uit ons DNA maar wij bestaan zeker voor de helft dankzij allerlei vreemde bacteriën.

Iedereen draagt zo’n anderhalve kilo bacteriën mee, met name in de En van daaruit bestieren bacteriën de boel, zo komt uit steeds meer onderzoek naar voren.

Overleven zonder ons selecte gezelschap aan bacteriën – zo’n 100 triljoen van 1000 verschillende soorten alleen al in het maagdarmkanaal – zal niet gaan. Bacteriën genereren bijvoorbeeld een derde van alle moleculen in je bloedbaan. De ene bacterie maakt essentiële vitamines zoals de andere bacterie zorgt dat je voedingsstoffen kunt halen uit je eten. Zo vinden we in Japanners veel Bacteroides plebeius, die zorgen dat Japanners het beste halen uit sushi.

En we hadden nooit gedacht dat darmbacteriën iets te maken zouden hebben met allerlei aandoeningen zoals maar ook dat bleek onlangs het

Maar daar stopt de bacterie-mens-symbiose Want ook elke cel mét menselijk DNA – de eukaryotische cel – is niet het gevolg van een oercel die middels goed uitpakkende mutaties gewoon steeds maar complexer werd. Nee, onze cellen zijn van origine een samenwerkingsverband tussen losse bacteriën, die om hun moverende redenen besloten dat het beter vertoeven was samen binnen hetzelfde

Dat hokken van meerdere kleine bacteriën in een grotere cel, noemen we ‘endosymbiose.’ Een enkeling sprak daar vroeg in de twintigste eeuw ook al wel over, maar dankzij Margulis werd de endosymbiontentheorie een coherente theorie.

Geneeskunde

Lange tijd had de geneeskunde alleen aandacht voor die paar bacteriën die de boel verzieken, nooit voor de bacteriën die de zaak structureel in stand houden. Hoe anders is dat nu. Bestreden we bacteriën eerst nog met hand en tand – iedereen aan de antibacteriële zeep! – nu is het juist aan deze nijvere eencelligen om ons weer beter te maken, of weer meer ‘onszelf.’

Want misschien zijn veel ziektes en aandoeningen – zoals diabetes of zelfs autisme – wel geen genetisch defect, maar veel eerder een verstoring van je populatie minibeestjes. Dokters experimenteren inmiddels naar met zogenaamde ‘poeptransplantaties’ van gezonde naar zieke mensen, en het tijdschrift Wired berichtte onlangs over de

En nee, het zijn niet alleen bacteriën en beesten die elkaar vinden in samenwerkingsverbanden. Wetenschappers verwachten nog allerlei gelijksoortige symbiotische verbonden te tussen schimmels, planten en dieren.

Zonder samenwerking zijn we ten dode opgeschreven

Dus: de volgende keer dat iemand je vertelt dat het leven getekend wordt door dat de natuur ‘nu eenmaal wreed is’ en we onze bedrijven, overheden en relaties maar beter kunnen inrichten in ‘de geest van de evolutie’ – vertel dan het verhaal van Lynn Margulis.

‘Wat is een koe die geen gras kan eten?’, vroeg Margulis haar studenten. ‘Een uitgehongerde koe. Wat is een termiet die niet in staat is om hout te verteren? Een dode termiet. Beide soorten danken hun bestaan aan grote gemeenschappen zeer specifieke symbionten, die in hun magen en darmen leven en van daaruit voedsel verwerken.’

Negentig procent van de bacteriën in de magen van termieten komen nergens anders ter wereld voor. En de termietbacterie die enzymen produceert die hout omzetten in pulp, wordt zelf óók weer bijgestaan door honderdduizenden nóg kleinere bacteriën, die op hun beurt de houtverwerkende bacterie ‘ronddragen’ door hun gezamenlijke termietgastheer.

Samenwerking maakt sterk en fit, samenwerking zorgt dat soorten zich kunnen aanpassen aan nieuwe omgevingen en situaties. En zonder samenwerking zijn we ten dode opgeschreven.

Verwondering en escalerende interesses

De nieuwe biologische theorie leidt tot verwondering. Hier geeft Luyendijk in de pod-cast uiting aan: “De grens tussen mij en niet-mij (het vreemde) is minder absoluut dan we dachten want al het andere leven zit ook in mij. Net zoals de grens tussen leven en dood minder absoluut is. Kijk bijvoorbeeld naar het ‘onsterfelijke’ kwalletje Turritopsis dohrnii.” Hier heeft Stelling eerder over geschreven: Hoe de onsterfelijke kwal mythische proporties aannam.

Wat dit kwalletje doet staat haaks op wat wij tot nu toe denken over veroudering. Het stuurt zijn cellen als het ware terug in de tijd op een moment dat de omstandigheden voor hem niet ideaal zijn. In een soort babyfase wacht hij betere tijden af en groeit later uit tot volwassene.

Turritopsis dohrnii, getekend op een T-shirt

Wat ook tot verwondering leidt is het feit dat meer dan 99% van alles wat leeft niet menselijk is. Meer dan 99% van het leven bestaat uit planten, microben, insecten en schimmels. Als de mens wegvalt heeft dat weinig gevolgen voor de algemene leefbaarheid van de planeet.

Stelling spreekt in de podcast over haar escalerende interesse. Er wordt bijvoorbeeld teveel vis uit zee gehaald. IJsland en Noorwegen willen zich niet houden aan de visquota en sluiten zich daarom niet aan bij de EU. En dan blijkt dat dit samenhangt met de Brexit van Groot-Britannië. Hier kom je niet zo gauw op.

We hebben last van kwallen omdat we hun natuurlijke vijanden hebben gedood. Dan vinden we een ‘kwallenshredder’ uit. Door dit apparaat te gebruiken komen de zaadjes en eicellen van de kwallen allemaal los waardoor we weer meer kwallen krijgen. We vernietigen koraalriffen en mangrovebossen waardoor we overstromingen krijgen en dan komt de industrie met techniek om ons te wapenen tegen overstromingen.

We kunnen ons verwonderen over dat kleine beetje leven dat wij mensen zijn en dat die soort bezig is om alles te vernietigen wat hij nodig heeft. Stelling probeert positief te blijven. Ze benadrukt dat onze cultuur voor ons belangrijk is en laat zien dat de cultuur voor bijvoorbeeld walvissen en andere dieren net zo belangrijk is. In de podcast zegt Luyendijk dat mensen gevangen zitten in hun cognitieve beperkingen. Omdat mensen de panda zo leuk vinden gaan ze die beschermen maar de sprinkhaan niet en zo gaat de mensheid ten onder. Stelling voegt hier aan toe dat er heel veel geld besteed wordt aan onderzoek naar buitenaards leven en zwarte gaten maar dat we nog te weinig weten over het leven op deze planeet: ‘Kwallen zijn belangrijker dan zwarte gaten.’

We hebben te weinig morele kaders waarbinnen we over het leven nadenken. Het is de techniek die bepaalt wat er gebeurt. De wetenschap construeert met techniek de werkelijkheid terwijl het eerder haar rol is om dingen te ontdekken over de werkelijkheid.

Mensen die een kind willen lijken de aanjagers te zijn van het embryo onderzoek maar waarom zijn er zoveel van deze mensen? Waarom kunnen ze niet een kind krijgen op een natuurlijke manier? Omdat ze er te laat aan begonnen zijn! En waarom is dat? Omdat de samenleving niet ingericht is op gelijkwaardige man-vrouw verhoudingen. De eigenlijke aanjager achter de embryo-techniek is de ongelijke man/vrouw verhouding. Weer zo’n escalerende interesse van Stelling.

Luyendijk vraagt haar: Hoe krijgen we grote groepen mensen geïnteresseerd in dit soort wetenschap die hen zo direct raakt? Stelling geeft als voorbeeld de Noorse insectendeskundige Anne Sverdrup-Thygeson die haar best doet om mensen te interesseren voor insecten.

Insecten redden elke dag een klein beetje ons leven. Ze zijn klein maar hun prestaties zijn onmisbaar. Ze recyclen voedingsstoffen en dienen als een soort lijm in de natuur: ze verbinden soorten met elkaar en zorgen voor producten die mensen nodig hebben. Denk aan alles wat dood gaat en de mest die dat veroorzaakt. Dat moet allemaal gerecycled worden. Insecten werken samen met schimmels en bacteriën om afval terug in de circulatie te brengen. Dat composteren is belangrijk voor ons mensen. Als dat niet zou gebeuren zouden we ons niet meer in de natuur kunnen begeven. We hebben lange tijd insecten voor lief genomen maar nu door de intensieve landbouw, de insecticiden en de invasieve soorten zijn we de voorwaarden voor het leven zo snel aan het beïnvloeden dat de insecten hun diensten niet meer kunnen bewijzen.

Het blijft Luyendijk verbazen hoe beperkt de kennis is over datgene dat het leven mogelijk maakt. Dat raakte me. Vandaar dit bericht over het werk van Tamar Stelling op de Correspondent.


* Darwin heeft het zelf niet over strijd maar over overleving van de best aangepasten, ‘survival of the fittest’, wat iets anders is dan strijd. Het zijn de sociaal Darwinisten, die na hem kwamen en die het idee van strijd met zijn evolutietheorie verbonden. Dit onder leiding van de rechts liberale socioloog, filosoof en antropoloog Herbert Spencer.

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Dierengedrag, Psychologie en klimaat

Een Reactie op “Opeens heel anders naar iets kijken

  1. booxalivedotnl

    Wauw!! Wat ’n onbekend terrein wordt daar blootgelegd!! Dank je voor het doorgeven!!

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.