Opvoeden met het oog op een betere wereld

Er is een nieuw opvoed-ideaal nodig volgens pedagoge, filosofe en moeder Daan Roovers. Het gesprek over goed en kwaad moet met kinderen gevoerd worden. Dit betoogt ze in haar essay ‘Mensen maken’ en in het interview dat Lex Bohlmeijer met haar had voor de Correspondent. Luister vooral naar het interview maar hier volgt een samenvatting.

Armoedige, op problemen gerichte pedagogische cultuur

Roovers vind het gesprek over opvoeden onder ouders van nu armoedig  Het gaat teveel over gedrag en persoonlijkheidsvorming en te weinig over hoe je mens wordt, het gaat te weinig over dat je je kinderen iets bijbrengt over deze wereld, het gaat te weinig over hoe je leert denken. Ook is ze het niet eens met het psychologisch determinisme van tegenwoordig ofwel de ‘wij zijn ons brein’ cultuur: “Alsof je het af en toe water moet geven en er niet veel meer aan hoeft te doen.” Dit leidt tot een armoedige pedagogische cultuur.

Tot ‘leren denken’ behoort bijvoorbeeld het leren om onderscheid te maken tussen hoofd- en bijzaken. Dit is volgens Roovers van vitaal belang om onszelf niet te laten leiden door alles wat op ons afkomt en om zodoende gezond te blijven.

In opvoeden krijg je geen les en het is uit den boze om je met de opvoeding van een ander te bemoeien. Als je dit toch doet voelt de ander zich persoonlijk aangevallen. Dit komt omdat we zijn gaan opvoeden binnen het kerngezin. Er zou een veel bredere opvoed-cultuur moeten zijn. ‘It takes a village to raise a child’ is niet bedacht door Hillary Clinton. Plato had het er al over. Er zou een soort bredere familie moeten zijn of een breder opvoedkundig netwerk waar de buurt en de school bij inbegrepen zijn. Het alleen zijn met het opvoeden is niet goed. Als we nu een probleem hebben gaan we naar een deskundige, een pedagoog, een huisarts, een bureau ‘zus en zo’ en we gaan niet naar iemand uit onze eigen sociale omgeving. Bij deskundigen wordt het probleem vaak groter want zij zijn op problemen georiënteerd, zij weten alles over problemen en zo hebben we nu een op problemen georiënteerde opvoed-cultuur.

Weten wat je kind weet

We beschermen onze kinderen teveel wordt er nu beweerd. Maar met niemand minder dan Jean-Jacques Rousseau aan haar zijde – Rousseau die mogelijk het beroemdste boek over opvoeding ooit schreef – vind Roovers dat we kinderen wel degelijk moeten beschermen. Rousseau vond dat we kinderen met name in psychologische zin moeten beschermen tegen de slechte invloeden van buiten. Kinderen van nu ontkomen niet meer aan de voortdurende informatiestroom over oorlog, vluchtelingen, crisis en het klimaat. Opvoeders moeten zich afvragen of kinderen in mentaal opzicht wel opgewassen zijn tegen die invloeden. Ouders moeten in de buurt van hun kinderen blijven, een lijntje met ze blijven houden. Als kinderen ergens bang voor zijn, zeggen ze het niet altijd onmiddellijk. Roovers: “Je moet naast je kind blijven lopen. Het nieuws op het journaal is voor kinderen veel moeilijker om te relativeren dan voor volwassenen. Wij weten dat het journaal een selectie weergeeft van wat er in de wereld gebeurt en dat de wereld niet zo slecht is als op het journaal.”

Je houdt een lijntje met je kind maar je hebt ook verantwoordelijkheid. Wat betreft het nieuws op het journaal; je gaat niet bij de pakken neerzitten, je toont moed als het nodig is en je houdt er een optimistisch perspectief in. Dat is je taak als ouder. Waar haal je dat optimisme vandaan in de wereld van vandaag? Een begrijpelijke vraag van Bohlmeijer. Volgens Roovers moet de ouder laten zien dat je altijd enig grip hebt op de wereld waarin je leeft. Je kunt invloed hebben op de manier waarop je in je buurt, je stad, je land samenleeft en hoe je omgaat met het klimaat. Dat is de houding die je als opvoeder moet aannemen. Een kind opvoeden tot individualist in deze individualistische tijd zodat ze zich straks staande kunnen houden vindt Roovers te mager. Je hoort dit veel maar Roovers vindt het mooier om op te voeden met het oog op vernieuwing van de wereld. Volwassenen geven de wereld door aan kinderen, kinderen moeten behalve zichzelf ook die wereld in stand houden. Ze daarvoor iets meegeven vind ze mooier. Je moet tegen het individualisme in gaan en dat betekent niet dat je kinderen leert om in communes te wonen maar dit betekent dat je ze een breder perspectief aanbiedt, breder dan alleen het eigen perspectief.

Opvoeden met een oog op de wereld

Rousseau had een afkeer van de corrupte maatschappij en experts en pleitte voor een zo lang mogelijke onbezorgde kindertijd. Hier zet Roovers iets tegenover. Ze vindt met de filosoof Emmanuel Kant dat kinderen moeten leren denken want aan het eind van de opvoeding moeten kinderen ‘das Weltbeste’ voor ogen hebben. Dit wil niet zeggen dat je de opvoeding ondergeschikt maakt aan een of ander politiek ideaal. Maar toch moet je opvoeden met zowel een oog op het kind als met een oog op de wereld. Anders krijg je kinderen die niet op de wereld zijn voorbereid en krijg je een samenleving die op los zand staat. Bij de filosoof Hannah Arendt gaat het ook om zowel het kind als de wereld. Deze twee kun je niet van elkaar losmaken. Je moet je als ouder juist publiek engageren. Daar moet je in je relatie tot je kind het voortouw in nemen.

Moraal kun je niet afdwingen, zegt Kant, maar je kunt het er wel over hebben. Zo kan moraal zich van binnenuit ontwikkelen. Het gesprek over goed en kwaad moet gevoerd worden en je moet aan kinderen uitleggen wat het is. Op den duur zullen kinderen het goede herkennen en het goede doen. Zo kom je uit op het ideaal van de ‘Bildung’; het mens worden. Zo voed je op zodat je kind kan leven in de toekomst. Een toekomst die we nog niet kennen. Het gaat bij ‘Bildung’ niet zozeer om het aanleren van vaardigheden, dat laatste is ‘Ausbildung’, maar het gaat in de eerste plaats om het aanleren van een oriëntatie-vermogen zodat kinderen weten hoe ze zichzelf kunnen ontwikkelen in de toekomst. Volgens Arendt gaat politiek over het vormgeven van de toekomst en zijn kinderen de mensen van de toekomst. Ze moeten opgevoed worden voor een wereld die er nog niet is.

Rousseau vind dat je kinderen niet zozeer tot burgers moet opvoeden maar eerder dat je ze tot mens moet opvoeden. Het gaat er niet op de eerste plaats om dat je kinderen een ambacht leert, dat kan later ook nog, je moet ze vooral leren leven. Dat voelt misschien wat kaal aan maar samen met het leren denken kom je er volgens Roover uit. Opvoeden is kinderen leren leven, leren om mens worden en leren denken. Zo komen kinderen te weten hoe ze met nieuwe en onbekende dingen om kunnen gaan. Zo leer je ze te leven in een wereld die er nog niet is.

Dit is een fantastisch maar ook haalbaar ideaal. De opvoeder kan zich op deze manier zelfs enige bescheidenheid veroorloven. Zowel de ouder als het kind kennen de toekomst niet. Je bent als volwassene verantwoordelijk voor de wereld waar je nu in leeft maar je bent niet de deskundige van de toekomst. Die bescheiden houding voelt prettig aan.

In haar eigen gezin hanteert Roovers zelf twee regels. De eerste is dat ze met elkaar praten tijdens het eten. De tweede is dat ze geen klagende houding aannemen. Je kunt je bij haar thuis niet zomaar in zijn geheel afkeren van de wereld, van een ander of van een gesprek. Een zeker optimisme is geldig voor alle gezinsleden.

Haar grootste zorg is dat ze haar kinderen niet begrijpt: “Niet begrijpen wat er in je kind omgaat, dat vind ik het moeilijkste.” Roover zal blijven proberen om zo dicht mogelijk in de buurt te komen. Er is veel onbegrip tussen generaties en het is moeilijk om elkaar ten diepste te begrijpen. Vooral het onbegrip dat tot eenzaamheid leidt wens je je kind niet toe. Je kunt dit niet uitsluiten maar je hoopt dat je in de buurt komt van hoe je kinderen iets beleven, hoe ze iets zien.

Als je kinderen krijgt, krijg je er tijd bij

Aandacht hebben voor je kind, weten wat je kind weet, er zoveel mogelijk tijd mee doorbrengen zegt Rousseau en dat betekent dat je tijd mag verliezen. Zolang je kind bent heb je het voorrecht om tijd te verliezen. De mooiste tijd is de tijd waarin niets gebeurt. Hier is Roovers het hartstochtelijk mee eens. Ouders kunnen hier hun voordeel mee doen: “Als je kinderen krijgt dan krijg je er tijd bij, je besteedt uren aan voorlezen, liedjes zingen enz. Als je je hieraan kunt overgeven krijg je iets terug wat je in jaren niet had en wat heel nuttig kan zijn.


Voor meer over het ouders die wel of niet proberen hun kind te begrijpen lees het Zomergasten interview met de schrijfster Griet op de Beeck: Een ode aan de psychotherapie, onder het kopje ‘Gezien worden’.

Voor meer over ‘leren leven’ lees wat psychiater Dirk de Wachter hierover zegt en schrijft: Hoe moet ik leven?

 

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Filosofie, Opvoedkunde, Persoonlijk en politiek, Psychologie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.