Zelfhulpindustrie is opium voor het volk

WE VOELEN ONS NIET GEZIEN EN DAT KOMT OMDAT WE TEVEEL MET ONS ZELF BEZIG ZIJN… Dit was volgens mij het thema van de Zomergasten uitzending van de VPRO met Griet op de Beeck. Haar boodschap was: Als het niet goed met je gaat en je het leven niet ziet zitten ga dan in therapie. Het helpt! Je kunt er iets aan doen! Ga niet stil in een hoekje zitten hopen tot het beter wordt. Zoek een goede ‘shrink’ zegt Griet.

Als het niet goed met je gaat kan dit te herleiden zijn tot het ‘niet gezien zijn’ in de kindertijd. In ieder geval gold dit voor Griet zelf. En ze betoogde dat volwassenen meer naar hun kinderen moeten kijken. Hun eigen kinderen maar ook die van anderen. Dan zouden die kinderen zich tenminste wèl gezien voelen en dan konden ze ook voorbij zichzelf gaan zien. Griet legde nog uit dat kinderen àlles zien maar het niet kunnen vertellen. Volwassenen moeten kinderen daarbij helpen.

Het gaat hier om een positief circulair proces van het zien van de een, je gezien voelen door de ander, dus meetellen en dus voorbij jezelf kunnen zien en dus sociaal en empathisch kunnen zijn. Voilà! Het recept voor creatief explorerend gedrag èn voor de liefde. Een contextueel en individueel proces van veilige hechting.

Maar wat is nu eigenlijk dat ‘teveel met onszelf bezig zijn’? Er zijn kennelijk verschillende manieren waarop je met jezelf bezig kunt zijn.

Zelfontplooiing moet niet het hoogste ideaal zijn

Te veel met onszelf bezig zijn blijkt bijvoorbeeld uit de extreme focus op zelfontplooiing die tot een reusachtige zelfhulpindustrie leidde. Hierover gaat een artikel in De Groene Amsterdammer van Jop de Vrieze. Sommige critici zien zelfhulpboeken als ‘opium voor de massa’ of zelfs als ‘ritalin voor de massa’.

Zelfhulpboeken maken narcistisch zegt de Deense filosoof Svend Brinkmann:

‘Ze geven ons de indruk dat we al onze problemen kunnen oplossen door in onszelf te kijken en dat zelfontplooiing het hoogste ideaal is. Terwijl wat de meeste boeken doen niets meer is dan symptoom­bestrijding.’

Hier wordt inderdaad niemand gelukkig van en de maatschappij niet beter. Wat Griet op de Beek bedoelde met haar geloof in de maakbaarheid van het individu is dat we vooral niet passief moeten gaan zitten hopen totdat het beter gaat met ons. Daar maakt ze een belangrijk punt maar de zelfhulpindustrie maakt hier misbruik van. Die belooft het individu teveel of leidt het individu om de tuin. Die stimuleert ons mensen om te veel of op een verkeerde manier met onszelf bezig te zijn.

Er wordt in het artikel in De Groene Amsterdammer gesproken over een zelfhulpindustrie waar niet alleen goeroes en pseudo wetenschappers maar nu ook serieuze journalisten en vooraanstaande wetenschappers in bezig zijn. Naast de zelfhulpboeken zijn er natuurlijk nog de meer autoritaire groepen zoals Scientology en Landmark die tot de zelfhulpindustrie gerekend kunnen worden. Het zijn kapitalistische op winst gerichte multinationale bedrijven. Landmark erkent dat ze een onderneming zijn. Scientology niet, die zeggen dat ze een kerk zijn, om geen belasting te hoeven betalen. Dit soort groepen noemt het artikel in De Groene niet.

Dat de reguliere zorg en de reguliere psychologische hulpverlening sinds de marktwerking ook een beetje een industrie is geworden, met o.a. winst voor zorg-verzekeraars, komt ook niet aan de orde. Maar de historische context van de zelfhulpindustrie komt wèl aan de orde in het artikel.

De godsdienst is steeds minder belangrijk geworden in het Westen maar de Westerling bleek niet zonder zingeving te kunnen. Citaat uit de Groene Amsterdammer:

‘Zelfhulp voorziet in een gigantische behoefte’, verzucht filosoof René ten Bos van de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘De opkomst ervan kun je niet los zien van zwakke regeringen, die het lot meer in de hand van de burger hebben gelegd. Zo kwam de ‘self made man’ op die zichzelf moest zien te redden. Niet voor niets is deze trend opgekomen in de Angelsaksische wereld, hand in hand met de zelfhulpindustrie.’

De ethiek trok zich terug in een ivoren toren

We hebben in het Westen veel vrijheid, maar weinig houvast.

Hoe moeten we leven? Wat is goed? Waar worden we gelukkig van? Op al die vragen poogt zelfhulp een antwoord te bieden. Volgens Ten Bos draait het daarbij steeds weer om een nieuwe hype, waar grote groepen mensen achteraan lopen. ‘Het geldt eigenlijk voor alles wat met mode, met trends en hypes te maken heeft: daar ben je alleen gevoelig voor als je niet goed weet waar je zelf voor staat.’

De Britse filosoof Alain de Botton die de School of Life oprichtte heeft een meer genuanceerde blik op de zelfhulp boeken. Hij richtte de School of Life op uit frustratie. Scholen en universiteiten van tegenwoordig leren mensen van alles voor het professionele domein, maar vrijwel geen kennis die nodig is voor het dagelijks leven. Volgens Alain de Botton werd kennis voor het dagelijks leven ook in de Oudheid gezien als relevant.

‘Lange tijd gold het zelfhulpboek in het Westen als een hoogtepunt op het gebied van literaire prestaties. De oude Grieken waren bijzonder bedreven beoefenaars. Aristoteles, Epicurus, Seneca. Christelijke schrijvers en wijsgeren zoals de benedictijnen en jezuïeten zetten deze traditie voort.’

Deugd-ethicus en filosoof Paul van Tongeren van de Radboud Universiteit Nijmegen die liever spreekt van zelfzorg in plaats van zelfhulp ziet dit net zoals De Botton als een klassieke, reeds lang bestaande beweging. De oude denkers hielden zich volgens hem vooral bezig met situaties waarin er géén evidente ‘zin’ was. Het ging niet om het vinden van de ‘zin’ maar juist om het omgaan met het ontbreken daarvan.

Toen in de achttiende eeuw het liberalisme opkwam, veranderde de focus van de ethiek. Iedereen moest zelf maar gaan bedenken wat goed en slecht voor hem was. Van Tongeren:

Het worden van een ‘goed mens’ werd niet langer gezien als een ideaal. Jezelf ontplooien was belangrijker en de vrijheid van de een hield op waar die van de ander begon. De ethiek trok zich terug in de ivoren toren. ‘Op de universiteiten werden filosofen en intellectuelen niet langer beloond om nuttig te zijn maar voor het verzamelen van feiten’, zegt Van Tongeren. ‘Er is natuurlijk niets mis met het verzamelen van feiten maar dat ging gepaard met een sterke versmalling van de ethiek en een volledige verwaarlozing van ‘het nut’.’ Voor de zingeving was er eerst nog de kerk, maar toen ook die wegviel bleef de westerse mens vertwijfeld achter. Tot daar de zelfhulpindustrie was. ‘Zelfhulp, of zelfzorg, is dus niet iets nieuws, geen modieus ding maar terug van weg geweest’.

Zelfhulpboeken geven een reflectie van welke thema’s de mensen mee worstelen. Iedere tijd heeft zijn eigen kenmerken en uitwassen en de auteurs spelen daarop in. De laatste jaren zijn we overspoeld met boeken over mindfulness, die ons ervan doordringen te leven in het nu in plaats van constant met van alles en nog wat tegelijk bezig te zijn.

Behalve een teken des tijds kunnen zelfhulpboeken ook taboedoorbrekend zijn, en geschreven met een duidelijke missie voor ogen. Een bekend voorbeeld hiervan is de Amerikaanse hoogleraar maatschappelijk werk Brené Brown, die in haar bestsellers De kracht van kwetsbaarheid en De moed van imperfectie (beide in Nederland verschenen in 2013) juist ingaat tegen de hoge eisen die we onszelf stellen en pleit voor authenticiteit en realiteitszin.

Van Tongeren:

‘Zelfhulp wordt oppervlakkig wanneer het te veel een geheel van adviezen of leefregels wordt, die niet meer ingebed zijn in een reflectie over waarom dat soort dingen voor ons relevant zijn en zich verhouden tot andere plekken en tijden.’

gr3_5b1_5d

Het onderscheid tussen goede en slechte zelfhulpboeken

Onder goede zelfzorg liggen wetmatigheden en principes verscholen. Oppervlakkige zelfhulp blijft hangen bij praktische lijstjes. Zelfhulp wordt oppervlakkig wanneer het te veel een geheel van adviezen of leefregels wordt die niet meer ingebed zijn in een reflectie over waarom ze voor ons relevant zijn en hoe ze zich verhouden tot andere plekken en tijden.

Het publiek is gaan hunkeren naar snelle oplossingen maar die zijn meestal te mooi om waar te zijn. De meest populaire boeken zijn meestal de minst goede. Boeken die meer van de lezer vragen zijn vaak minder populair.

Gedragsverandering is nu eenmaal niet makkelijk, en suggereren dat het dat wél is, is oneerlijk.

sig0801221

Cartoon van Peter de Wit

Goede zelfhulp is grotendeels beschrijvend en niet voorschrijvend. De auteur vertelt je niet hoe je je leven moet leiden maar helpt je om zelf uit te vinden hoe dat te doen, door je de juiste vragen te laten stellen en te helpen de antwoorden daarop te vinden.

Zelfs de Deense filosoof Brinkmann beaamt dat zelfhulpboeken effectief kunnen zijn, maar volgens hem is dat juist een van de problemen:

‘De toch al succesvolle, pro-actieve mensen worden nog effectiever in het bereiken van hun eigen doelen, en kijken des te meer neer op anderen die daar niet in slagen.’ Kansarme mensen hebben het vaak te druk met overleven om zich met reflectie en zelfverbetering bezig te houden, laat staan dat ze erin geloven. Zelfhulp maakt problemen per definitie individueel, terwijl ze dat vaak niet zijn. Vaak zijn problemen een gevolg van sociale structuren en ongelijkheid, waaruit een vicieuze cirkel ontstaat van op papier onverstandige keuzes. Voor deze mensen geven die boeken een vals signaal af: als je ongelukkig bent, is het je eigen schuld.

Geen ‘selfhelp’ maar ‘otherhelp’

Svend Brinkmann heeft het over zelfhulpboeken die de niet zozeer opium maar eerder ‘ritalin’ voor de massa zijn:

‘Het is een vorm van symptoombestrijding die belooft je problemen op te lossen, en wanneer gewone mensen het nemen raken ze niet verdoofd, maar worden ze hyperalert en nóg productiever. Dat is wat de maatschappij van hen verlangt.’

Vanwege deze perverse kanten zou Brinkmann het liefst de focus helemaal af halen van het individu.

‘Misschien hebben we een nieuw genre nodig. Geen ‘selfhelp’, maar iets als ‘otherhelp’. Over hoe je samen met elkaar je gemeenschap en maatschappij beter kunt maken en wat je daar als verschillende individuen voor nodig hebt.’ In feite is dat genre er zelfs al, zegt hij: ‘We hebben niet voor niets de roman uitgevonden. Welke filosoof heeft ons meer levenslessen bij­gebracht dan Charles Dickens? En tegenwoordig hebben we prachtige televisieseries, met meer diepgang, realistische dilemma’s en karakters. Daar leer je vaak meer van dan van een zelfhulpboek.’

De ethiek weer de straat op, maar niet op een vermomde manier

Toch laat Brinkmann nog wel wat ruimte over voor zelfhulp, zij het binnen een meer sociaal-­maatschappelijke context. Uiteindelijk zou het volgens hem niet moeten draaien om beter presteren of lekkerder in je vel zitten, maar om zin­geving. Om ideeën die ons leven betekenis geven. Daarmee pleit hij in feite voor een terugkeer van het moralisme. Daarin is hij niet de enige. Waar zelfhulpklassiekers als Dale Carnegie’s How to Win Friends and Influence People uit 1936 nog schaamteloos immoreel waren, zijn de zelfhulpboeken van nu weer meer moralistisch, zoals de klassieke zelfzorg dat ook was.

Deze ontwikkeling is niet alleen maar positief, aldus Van Tongeren. De klassieke zelfzorg ging over hoe mensen zich het best kunnen gedragen en wat ze kunnen doen om een goed mens te worden binnen de gemeenschap, over deugden en karaktervorming, terwijl zelfhulp binnen het liberale individualisme wordt geschreven als een persoonlijke zoektocht, het ontwikkelen van dat wat je zelf in je hebt en slechts handreikingen doet. ‘Wanneer die twee samengaan, dan ontstaat er frictie: eerst schrijf je iets voor en tegelijk zeg je dat iedereen het zelf moet weten’, zegt Van Tongeren. Hij noemt als voorbeeld de Duitse levenskunstfilosoof Wilhelm Schmid, van wie verscheidene boeken zijn vertaald in het Nederlands. ‘Je moet beseffen dat wanneer je bijvoorbeeld tips geeft over liefdes­relaties je impliciet ook aangeeft wat de waarde is van een relatie en wat de lezer zou moeten nastreven’, zegt Van Tongeren. ‘Als je dat niet expliciet benoemt is er sprake van een soort vermomd moralisme.’

Het moralisme moet dus explicieter, maar dat ligt gevoelig, zegt Brinkmann: ‘Daar zijn we sinds de opkomst van het liberalisme namelijk allergisch voor. Iedereen moest kunnen worden wie hij wilde zijn, en wie was jij om te oordelen over de ideeën en waarden van anderen? Daar komen we langzaam op terug.’ Die extreme focus op zelfontplooiing heeft ons heel veel vrijheid gegeven, maar ook een vorm van moreel relativisme die leidde tot een maatschappij waarin reputatie belangrijker is dan daden, tot kinderen die liever beroemd worden dan iets bijdragen aan de samenleving, enorme verschillen tussen arm en rijk en tot een bankencrisis waarbij vrijwel niemand de hand in eigen boezem steekt omdat vrijwel alles wat gebeurde binnen de wet viel.

De onvrede over deze uitwassen en leegheid uit zich in het maatschappelijk debat, waarin we eerst nog schouderophalend reageerden op de ‘normen en waarden’ van Jan Peter ­Balkenende, en nu volop discussiëren over waar we voor staan. Wat Brinkmann betreft voeren we dit debat volop en kijken we daarbij wat vaker in de spiegel. ‘Het is juist waardevol als we weer leren karakter te tonen en te staan voor onze fundamentele waarden, zonder dogmatisch te worden. Die middenweg moeten we zien te vinden. Met of zonder hulpboeken.’

Unknown

Advertenties

7 reacties

Opgeslagen onder Filosofie, Persoonlijk en politiek

7 Reacties op “Zelfhulpindustrie is opium voor het volk

  1. Pingback: My life blog liefde uit de hemel

  2. Pingback: Gratis zelfhulp van De Correspondent | Psychologenpraktijk Gerie Hermans

  3. Dank Magda en nee ik publiceer alleen op dit weblog. Veel van wat ik schrijf komt uit vaktijdschriften, vakliteratuur, uit De Correspondent of De Groene Amsterdammer enz. Dus het was al ergens anders gepubliceerd. Wat ik doe is de hoogtepunten er uit halen, samenvatten, verhelderen, kritiek geven, iets toevoegen, enz. Ik ben elke keer weer blij als ik zo’n ei gelegd heb. En blij met ongeveer 400 lezers (bezoekers) per dag. Het gaat er om dat de kennis en dat positieve ideeën verspreid worden. En daar draag ik op mijn bescheiden wijze aan bij. Vind ik wel goed zo.

    Like

  4. booxalivedotnl

    Wauw Gerie, wat ’n prachtig artikel dat eindelijk eens écht hout snijdt! Ik voel die maatschappelijke schuring veel te vaak, en hier wordt dat goed uitgelegd. Zo heb ik mijn dochter ook opgevoed, met ‘otherhelp’ en empathie. Zelfontwikkeling, maar niet ten koste van je omgeving.

    Ik ben héél blij dat ik op je nieuwsbrieven ben geabonneerd, ze brengen mij telkens ’n schepje hoop, ’n handje uitleg, ’n stukje vertrouwen.
    Publiceer je zulke artikelen ook in bijvoorbeeld een psychologisch magazine?

    Like

  5. Ja, dat denk ik ook Gerie, dat dat zo kan werken! Dat doet mij ook weer denken aan een inspirerende aflevering van Sunny Side of Spirit 3-12-2016, die gaat over depressie en hoe relatief weinig dat in Ghana voorkomt. Daarin beschrijft een vrouw hoe de gemeenschap gevoelig is voor psychisch ongemak bij leden van de groep en dat mensen elkaar snel te hulp schieten. Het is namelijk in het belang van de groep dat het met iedereen goed gaat. Zo is ‘otherhelp’ in het belang van de gemeenschap. Heel mooi vond ik.

    Like

  6. Dank Frederiek, ook voor de toevoeging. Volgens mij moet het bijvoorbeeld mogelijk zijn om mensen van hun depressie af te helpen door samen met hen te zoeken naar manieren waarop zij anderen kunnen helpen, ‘otherhelp’. Zodoende kunnen ze meer betekenis krijgen, wat hen gelukkiger zou kunnen maken.

    Like

  7. Heel mooi breed uitgelicht hoe we zelfhulp kunnen beschouwen! ‘Otherhelp’ gaat ons verder brengen, zie ook ‘Empathie’ van Roman Krnzaric.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.