Narcissus was niet narcistisch…

… althans niet in de betekenis zoals wij die er tegenwoordig aan geven.

Dit begrijp ik uit het artikel van Casper Thomas in De Groene Amsterdammer: De glorieuze terugkeer van het ‘ik’. Ken uw selfie.

Het begrip narcisme is de laatste decennia onterecht gebruikt om een egoïstisch individu mee te beschrijven. Maar met Narcissus zouden we eerder medelijden moeten hebben. De Groene Amsterdammer:

 … een belangrijk, en vaak vergeten, detail van de mythe is dat Narcissus zich aanvankelijk niet realiseerde dat hij naar zichzelf keek. Toen dat tot hem doordrong, schrok hij weg van de waterkant. Maar op dat moment was hij al fataal verliefd, niet op zijn selfie maar op wat hij dacht dat een prachtige onbekende jongeman was. Tragisch tot en met.

Het begrip narcisme komt uit de psychoanalyse en bij de popularisering er van is er een nuance verloren gegaan.

Freud was de eerste die het begrip gebruikte in 1914 in een essay: ‘Zur Einführung des Narzißmus’. Oorspronkelijk werd er zowel het beste als het slechtste in de mens mee aangeduid:

Het verklaarde onze capaciteiten voor creativiteit en idealisme, evenals onze woede en wreedheid, zowel ons streven naar perfectie als onze neiging tot destructiviteit.’ Narcisme, zo schreef de psychoanalyse voor, is nodig voor het streven van een kind om zelfstandig te zijn, op eigen benen te staan. Eenmaal volwassen, maakt het kinderlijke egoïsme plaats voor een gezonde aandacht voor het eigen welzijn, gecombineerd met aandacht voor de noden van anderen. Wie lijdt aan een narcistische persoonlijkheidsstoornis is blijven hangen in de fase waarin de mens denkt dat alles op aarde om hem draait.

Hoe Freud en latere psychoanalytici het begrip narcisme gebruiken is nog iets uitgebreider te lezen in het psychoanalytisch woordenboek.

Het begrip narcisme is beroofd van zijn dubbele betekenis schrijft Thomas in de Groene Amsterdammer. Het werd vanaf de jaren ’70 van de vorige eeuw vooral gebruikt om er de naoorlogse consumentencultuur mee aan te klagen. En nog steeds wordt het narcisme ongeveer gebruikt in die betekenis. Zelfoverschatting – en blindheid voor anderen – wordt steevast opgevoerd als reden waarom politiek en economie ontsporen.

Het waren narcistische bankiers die zichzelf superieur waanden en het algemeen belang offerden op het hakblok van hun eigen salarisstrookje. Ook de meest desastreuze politieke keuzes in de recente geschiedenis worden toegeschreven aan dit soort hybris. In 2009 schreef David Owen, dokter en politicus, het boek ‘The Hubris Syndrome: Bush, Blair the Intoxication of Power’, waarin hij constateerde dat veel leiders, politieke leiders vooral, zich op zo’n manier gedragen dat ze in aanmerking komen voor de kwalificatie ‘medisch erkende afwijking’. Ze geloven in de onfeilbaarheid van hun eigen gelijk, dichten zichzelf een haast messianistische rol toe en geloven dat zij boven wet en norm verheven zijn. Het zijn trekjes die in ieder mens aanwezig zijn, maar bij leiders en bestuurders vaak pathologische vormen aannemen, met alle destructieve gevolgen van dien.

Maar het begrip narcisme houdt meer in dan het geobsedeerd in jezelf geïnteresseerd zijn. Narcisme is ook nog ergens goed voor.

Vergeet niet op tijd jezelf los te rukken van het spiegelbeeld

De Engelse filosoof Simon Blackburn houdt een pleidooi voor zelfkennis en gepaste trots op de eigen prestaties, zonder daarin door te slaan:

… wie zichzelf wil kennen, zal naar zichzelf moeten kijken en misschien zelfs een beetje van zichzelf moeten houden. Zelfhaat, het tegenovergestelde van narcisme, is net zo hinderlijk, zij het meer voor de persoon zelf dan voor de maatschappij. Een beetje narcisme dus, maar niet te veel.

Dat narcisme een noodzakelijk station is richting zelfkennis is ook de overtuiging van filosoof en schrijver Martijn Meijer. ‘Waarom ik een filosofische narcist ben’, zo opent zijn boek ‘Moeilijk te geloven dat ik echt besta. Over het verlangen naar zelfkennis’, dat een verzameling korte overpeinzingen bevat over hoe het ik met zichzelf wordt geconfronteerd. Meijer gelooft in zelfreflectie die uiteindelijk moet leiden tot zelfkennis. Hij is bovenmatig geïnteresseerd in zichzelf als studieobject niet omdat hij zo interessant is, maar omdat er niemand dichter bij hem staat dan hijzelf.

Meijer meent net als velen dat we in een narcistisch tijdperk leven. Was in de negentiende eeuw de dandy met zijn zorgvuldig geconstrueerde verschijning een uitzondering, zo merkt hij op, ‘vandaag leven en slapen we allemaal voor de spiegel’. Loop op een gemiddelde dag door Amsterdam en je ziet wat Meijer bedoelt: een parade van zorgvuldig gestylede mensen, in de zomer met vintage-zonnebril, ’s winters met de juiste muts en donsjack. Maar hoewel we zo gecharmeerd zijn van ons eigen voorkomen komen we nog altijd te kort en daarom zoeken we bevestiging bij anderen. En dus wordt de telefoon te voorschijn gehaald om een selfie te maken voor onze vrienden op Facebook. We kijken naar onszelf, maar doen dat door de blik van anderen. Maar dat leidt niet tot zelfkennis, en mensen zonder zelfkennis zijn misschien nog vervelender dan de persoon die zichzelf met de Taj Mahal op de foto zet…

Voor zelfkennis moet je tijd met jezelf doorbrengen, ongehinderd door anderen. Wees daarom een narcist, en dan wel een echte graag, die naar zichzelf kijkt en genoeg heeft aan zichzelf. Daar komt de middenweg die de filosofen Blackburn en Meijer bepleiten op neer. Maar vergeet niet jezelf op tijd los te rukken van dat spiegelbeeld.

Narcissus bleef een kind

Ik zou willen toevoegen dat het voortdurend naar jezelf kijken door de ‘bewonderende’ blik van anderen inderdaad verwijst naar het narcisme in de huidige, eenzijdige betekenis.

Het naar jezelf kijken vanuit het perspectief van de ander kan inderdaad betekenen dat je empathie en interesse voor de ander hebt en kan diepte geven aan het sociale contact. Als therapeut leerde ik om circulaire vragen te stellen. Hoe denk jij dat de ander jou ziet, hoort of beleeft? Wat denk jij, dat hetgeen jij zegt of doet betekent voor de ander? Dit soort vragen stimuleert het wederzijds begrip en daardoor ook het (relatie-probleem) oplossend vermogen.

Onze huidige ‘narcist’ fantaseert dat hij bewonderd wordt door anderen en frustratie van deze verbeelding leidt tot woede. Narcissus uit de oude mythe (er zijn meerdere versies van de mythe) lijkt inderdaad meer dan dat.

Volgens Wikipedia keek Narcissus in bewondering naar zijn spiegelbeeld maar hij dacht dat het een mooie geest was die in de vijver woonde. Dat had hij niet door waardoor het uiteindelijk slecht met hem afliep. Hij was zich te weinig bewust van wie hij was. Hij was gebleven als een kind. Maar in de mythe was deze kind toestand ook voorspeld. Hij zou alleen in leven blijven als hij zichzelf niet zou kennen. Een straf die bedacht werd door de blinde ziener: Tiresias. Wat een straf!

Zowel uit de oude mythe als uit Freud’s begrip van het narcisme leren we inderdaad dat wij niet goed kunnen leven als volwassenen met anderen zonder zelfkennis. En daarom mogen we wel een beetje narcistisch zijn.

centeroftheuniverse-150x150-1unknown-53

Advertenties

2 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie

2 Reacties op “Narcissus was niet narcistisch…

  1. Pingback: Verbinding met de natuur maakt ons minder narcistisch | Psychologenpraktijk Gerie Hermans

  2. Pingback: De hijgerigheid van het zelf. | Anki Raemaekers

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s