Meer wijsheid dan geluk

Onder deze titel organiseerde Deforum een interview met Ap Dijksterhuis in het Filmtheater van Hilversum. Dijksterhuis is hoogleraar sociale psychologie en schreef onlangs ‘Op naar geluk’. Hij verdiepte zich daarvoor in het onderzoek naar geluk van de laatste tijd.

Misschien had de titel van de avond moeten zijn: ‘meer geluk dan wijsheid’ want Dijksterhuis maakt duidelijk dat in rijke landen meer gelukkige mensen wonen dan in arme landen. Het is meer geluk dan wijsheid dat wij in Nederland geboren zijn.

Toch is het niet zo dat geld gelukkig maakt. Het is zelfs zo dat mensen die heel erg bezig zijn met geld minder gelukkig zijn dan mensen die er niet mee bezig zijn. En in rijke landen wonen meer mensen die zich niet zo heel erg bezig hoeven te houden met geld. Daarom zijn ze gemiddeld genomen gelukkiger.

Dijksterhuis vindt ondanks ons grote geluk dat onze Nederlandse overheid achterloopt. Wij hòeven weliswaar niet bezig te zijn met geld maar we zijn het vaak wel. Er wordt ons nog steeds wijs gemaakt dat we van alles moeten hebben – kopen met geld – om gelukkig te zijn. Economie verbeteren wordt door de overheid nog teveel voorop gesteld. Het achterlopen van onze overheid blijkt ook uit het feit dat wij in Nederland nog geen ministerie voor Geluk hebben. We zouden in Nederland dus nog veel gelukkiger kunnen zijn.

Als rijke mensen ondanks alles toch ongelukkig zijn zou het helpen als zij konden ophouden met denken aan geld. Arme mensen kunnen het zich meestal niet veroorloven om op te houden met denken aan geld want dan overleven ze het niet. Voor hen maakt geld wel gelukkig. Hoe groter de ongelijkheid tussen rijk en arm, hoe minder geluk er is in een land.

De kwaliteit van de overheid blijkt een van de belangrijkste voorwaarden te zijn voor geluk. Gelijke rechten voor mannen, vrouwen, de kwaliteit van de zorg en het onderwijs, een grote middenklasse, enz. zijn allemaal van belang.

Het blijkt dat er meer depressies voorkomen op de Veluwe, de ‘bible belt’. Op een kritische vraag uit het publiek nuanceert Dijksterhuis dit. Geloof kan inderdaad gelukkig maken – vooral in arme landen – maar bepalend daarbij is de verbondenheid die de gelovigen hebben met elkaar. Verbondenheid is dan ook een van de drie belangrijkste menselijke behoeften. Naast de behoefte aan verbondenheid is ook de behoefte aan autonomie of macht en de behoefte aan competentie of prestatie belangrijk. Bevrediging van de behoefte aan autonomie in het uitoefenen van jouw werk draagt bij aan jouw geluk.

Hoe deze drie behoeften bevredigd worden spelen een grote rol in het geluksgevoel. Ze kunnen in verschillende mate bij iemand aanwezig zijn. Als je behoefte aan verbinding bijvoorbeeld het sterkst is ontwikkeld dan zul je bij een afwijzing in de liefde veel langer ongelukkig zijn dan wanneer je behoefte aan autonomie het sterkst ontwikkeld is. Wanneer de behoefte aan macht of autonomie bij een president het sterkst ontwikkeld is zal hij gelukkiger zijn dan wanneer zijn behoefte aan presteren of competentie het sterkst ontwikkeld is. Als iemands behoefte aan macht het sterkst ontwikkeld is zal diegene sneller ongelukkig zijn wanneer een ander macht over hem/haar uitoefent, enz.

‘Flow’, het gevoel dat je hebt als je ergens in op gaat, zodanig dat je de tijd vergeet brengt geluk. Alleen besef je dat geluk pas daarna. Alleen in het bewustzijn beseffen we dat we gelukkig zijn. ‘Flow’ lijkt een beetje op ‘mindfulness’. Dingen met aandacht doen kan bijdragen aan een geluksgevoel. ‘Multitasken’ maakt niet gelukkig.

De genen

Geluk kan intergenerationeel doorgegeven worden. In sommige families is meer depressie dan in andere. Om dan meteen te concluderen, zoals Dijksterhuis deed, dat geluk erfelijk is (voor 40%), gaat mij te ver. Een heel andere verklaring dan erfelijkheid kan de structuur in de betreffende families zijn.

De bewering van Dijksterhuis dat een stofje in het brein iets met de depressies te maken heeft, gaat mij ook te ver. De zogenaamd wetenschappelijke ‘stofjesverklaring’ blijkt nu juist niet te kloppen. Dit wordt de laatste jaren steeds vaker aangetoond. Lees hierover mijn bericht: De mythe van het ontbrekende stofje in het brein.

Later in de foyer van in het theater sprak ik Dijksterhuis hier op aan. Hij gaf toe dat de ‘stofjesverklaring’ voor depressie op losse schroeven staat en voegde er aan toe dat inderdaad uit de laatste onderzoeken naar behandelingen van depressie met antidepressiva, placebo’s en sport en beweging, blijkt dat sport en beweging het beste werken.

Natuurlijk spelen de hormonen een rol en ik zal ook zeker niet ontkennen dat het lichaam en de geest met elkaar verbonden zijn. Dijksterhuis weet ook dat door sport en beweging het lichaam bijvoorbeeld endorfines aanmaakt en dat die voor enige tijd bijdragen aan een prettig gevoel. Maar een prettig gevoel en genieten zijn nog niet hetzelfde als geluk. Dit is een belangrijk onderscheid dat hij maakt. Een prettig gevoel is tijdelijk en geluk is dat in veel mindere mate. Het najagen van prettige gevoelens, lust, genot en plezier dragen niet bij aan het geluksgevoel. Integendeel.

Verlichting

Het streven naar verlichting verschilt enigszins van het streven naar geluk. Bij verlichting ligt de nadruk meer op de afwezigheid van lijden. Verlichting bereik je door je niet teveel te hechten. Dit wordt getraind door te mediteren. In het mediteren leer je om afstand te nemen van negatieve gedachten. Negatieve stemmen in het hoofd kunnen je gegijzeld houden. Die stemmen uit kunnen zetten brengt verlichting.

Volgens de interviewer, journalist en psycholoog Marijke Prins is het hebben van een rustig gemoed een mooie vorm van gelukkig zijn. Daar is Dijksterhuis het mee eens: ‘Ja, gemoedsrust is ongeveer hetzelfde als geluk’. Als je meer waarde hecht aan tijd dan aan geld ben je gelukkiger. De rijken moeten vaak tijd ‘kopen’ met hun geld.

De top twee onder de uitingen van spijt die mensen doen op hun sterfbed zijn: ‘Ik heb mijn hart niet gevolgd’ en ‘Ik heb te hard gewerkt’. Oudere mensen zijn gemiddeld gelukkiger dan jonge mensen. Weten wat je wèl of niet kan en weten wat je wèl of niet leuk vind helpt bij gelukkig zijn en dat weten jonge mensen vaak nog niet zo goed.

Marijke Prins vroeg tegen het einde nog of het kijken naar het nieuws, door de gevoelens van machteloosheid die het oproept, niet ongelukkig maakt. Ik weet niet meer wat Dijksterhuis hierop antwoordde maar het lijkt mij dat het er erg aan ligt naar welke nieuwsprogramma’s je kijkt. Onafhankelijke nieuwsprogramma’s waar voldoende achtergrondinformatie gegeven wordt zijn er weinig waardoor het inderdaad vaak deprimerend is om naar het nieuws te kijken. Er zijn jonge journalisten zoals Rutger Bregman die als missie hebben om te schrijven over wat er wél goed gaat in Nederland en de wereld. Het besef dat dit soort mensen bestaan maakt mij persoonlijk wel gelukkig.

9200000040608154

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.