Narcisme: “Dat maak ik zelf wel uit”

We hebben in Nederland een autoriteit op het gebied van narcisme: Jan Derksen, hoogleraar klinische psychologie en psychotherapeut. Enige tijd geleden werd hij geïnterviewd in het Filmtheater van Hilversum. Derksen had toen net zijn boek ‘Het narcistisch ideaal, opvoeden in een tijd van zelfverheerlijking’,  gepubliceerd.

In dit bericht aandacht voor het narcisme aan de hand van een toespraak van Derksen, die ik op het internet vond en die u hier kunt downloaden. Narcistische eigenschappen gedijen zeer goed in onze individualistische maatschappij.

Een mooi voorbeeld is hoe we steeds vaker iemand (of onszelf) horen zeggen: “Dat maak ik zelf wel uit…”. Of ik voor een rood licht stop, of ik zacht praat in de trein, of ik op mijn beurt wacht… dat maak ik zelf wel uit.

Derksen komt met nog een mooi voorbeeld van narcisme: een werkloze man die daar zichtbaar onder lijdt maar die niet zelf op zoek is naar hulp zegt tegen een hulpverlener: “Motiveer jij mij maar eens om weer aan het werk te gaan”…

Elke persoonlijkheidsstoornis gaat in meer of mindere mate terug naar een stoornis van het zelfgevoel. Narcisme is een oud en vertrouwd psychoanalytisch begrip. Allerlei lichamelijke klachten zoals chronische vermoeidheid, ‘burn-out’ maar ook eetstoornissen en verslavingen kunnen allemaal gebaseerd zijn op een gestoord zelfgevoel en het daarmee gepaard gaande onvermogen om gevoelens en conflicten te beleven, te verwerken, te beheersen en gecontroleerd te uiten.

In zijn toespraak besteed Derksen aandacht aan het ontstaan, de maatschappelijke aspecten en de behandeling van een gestoord zelfgevoel. Hier mijn samenvatting en commentaar.

Hoe het begint

2012-11-03-15-36-55.vallenm1fz60xa47yp

Een kleuter van drie. Hij voelt zich de koning op aarde. Dan struikelt hij op straat en valt. De gigantische schreeuw-partij die volgt komt niet alleen door de pijn maar ook door de boosheid. De ‘koning’ is gekrenkt en ligt op de grond.

Kan zijn vader hem hierbij helpen?

Eén vader geeft de stoeptegel de schuld. Het zelfgevoel, de trots en de almacht van de kleuter blijven intact. Deze vader is misschien zelf ook narcistisch.

Een andere vader roept dat zijn kleuter een stommeling is. Om de kwetsuur en de belediging te repareren denkt de kleuter bij zichzelf: Niemand snapt mij, ze zijn allemaal te stom.

Een derde vader vangt de narcistische krenking op: Hij helpt zijn zoontje overeind, geeft een zoen op de pijnlijke plek en legt hem uit dat zijn beentjes nog kort zijn en zijn ogen nog te veel in de verte gericht. Nu valt hij nog af en toe, maar over een tijdje lukt het hem zijn voeten op te tillen op die momenten dat het voor zo’n stomme tegel noodzakelijk is. Ja, en dit allemaal in begrijpelijke taal voor het kind, opvoeden is niet makkelijk.

Het kunnen voelen van de eigen beperkingen met het uitzicht straks wel te kunnen lopen zonder te vallen mits daaraan gewerkt wordt – de kleuter moet er wel iets voor over hebben – helpt bij het reguleren van de krenking.

Hoe het verder gaat

In de kleuterfase transformeren de narcistische investeringen in een ‘ik-ideaal’: een wensenpakket omtrent wat voor iemand je in de toekomst wil zijn. Als ouders vaak genoeg helpen bij het reguleren van krenkingen van het ik-ideaal dan wordt de afstand tussen het zelf en het ik-ideaal niet te groot en niet te klein.

Een te grote afstand tussen het zelf en het ik-ideaal leidt tot minderwaardigheidsgevoelens en tot perfectionisme. Deze mensen gaan er van uit dat ze over elke tegel struikelen. Zij houden zich schuil, zijn niet assertief, introvert, angstig of somber. Hun frustratie richt zich vooral naar binnen.

Een te kleine of geen afstand tussen het zelf en het ik-ideaal leidt tot gevoelens van grootheid en belangrijkheid, tot overdrijving van eigen talenten en prestaties, het gevoel recht te hebben op een speciale behandeling en weinig belangstelling voor wat er in andere mensen leeft. Deze mensen zijn vooral bezig met eigen macht, succes en rijkdom. De ironie is dat deze narcistische trekken tegenwoordig hogelijk gewaardeerd worden! Thatcher riep niet lang geleden nog: “There is no such thing as society”; de maatschappij, de anderen, bestaan niet!

Narcistische mensen kunnen behoren tot het ‘vergeetachtige’ type; deze spreken niet mèt mensen maar spreken mensen toe, ze zijn uit op bewondering en applaus en zoeken een omgeving die dit biedt. Een variant is het ‘waakzame’ type; deze mijden contacten met anderen waarmee zij beschadiging van hun grootheidsfantasieën proberen te voorkomen.

Er ontstaat een probleem zodra de grootheidsfantasieën botsen op de werkelijkheid; zodra de stoeptegel dwars zit. Frustraties gaan een grote rol spelen. Krenkingen en narcistische woede kunnen depressies in de hand werken.

Therapie

Volgens Derksen moet de therapeut directief te werk gaan. Hij moet niet gaan wachten totdat duidingen en interpretaties bij de cliënt bijna als vanzelf opkomen zoals in de klassieke psychoanalyse. De therapeut gaat ook niet de devaluatie of de idealisering waarop de cliënt hem zal trakteren afwachten en deze laten uitgroeien totdat een structurele verandering mogelijk is en het narcistische tekort van vroeger geheeld kan worden. De ‘narcist van nu’  is dan al lang van therapeut gewisseld. Dus géén klassieke psychoanalyse.

De therapeut vermijdt de fase van de devaluaties en idealiseringen door meteen een krachtige en sterke indruk te maken op de cliënt. Zodra je als therapeut een tactische weerstand voelt bij de cliënt zoals: “ik ben nu eenmaal zo” of: “dit maakt me heus niet jaloers”, doorbreek je deze weerstand door dieper liggende gevoelslagen aan te boren. Je blijft tamelijk bot en ongeïnteresseerd zolang de tactische weerstanden sterk blijven maar je bent heel empathisch zodra de afgeweerde gevoelens van krenking naar boven komen; zodra de cliënt het over zijn pijn heeft.

Tactische weerstanden dienen er toe om de therapeut op afstand te houden. Maar als je als therapeut onmiddellijk over gaat tot spiegeling van deze weerstanden of afweer, kom je sterk over. Het gevolg is dat de emotionele betrokkenheid van de cliënt bij de therapie toeneemt.

Emotionele betrokkenheid op zichzelf is al helend omdat die in de plaats komt van de narcistische afweer. Door de duiding van de afgeweerde gevoelens van gekrenktheid worden ze doorleefd en begrepen. Dit vermindert de noodzaak tot de afweer.

Empathie is van groot belang zodra de gekrenktheid in de gevoelsbeleving van de cliënt naar boven komt drijven. Ook hierin ervaart de cliënt de stevigheid van de therapeut. De therapeut straalt uit dat hij niet bang is voor wat er in de cliënt leeft. De therapeut moet zich ‘goed genoeg’ voelen en niet afgeleid zijn door eigen vermoeidheid of zorgen. Je moet zowel het probleem van de stratenmaker als van de kleine beentjes en de onbekommerdheid overzien. Dit kun je bereiken door heel empathisch te zijn en door tegelijkertijd scherp te luisteren naar de woorden van de cliënt en elke narcistische kleuring vast te stellen.

De therapeut voelt dus mee met iemands gekwetste gevoelens en heeft positieve aandacht voor de kwaliteiten waarmee iemand heeft geprobeerd om zichzelf op de kaart te zetten. Maar tegelijk duidt de therapeut met enige scherpte de grootheidsfantasieën die ten grondslag liggen aan de krenkingen. En duidt hij de minderwaardigheidsgevoelens waarop de grootheidsgevoelens een afweer waren.

In feite is de therapeut de steunende ouder die in het volle licht van de schijnwerper het zelf losmaakt van het ik-ideaal. Tegelijk wijst hij de weg naar een toekomst waarin belangrijke wensen ten dele kunnen worden gerealiseerd maar niet zonder inspanning.

In deze fase wordt het verleden van de cliënt bespreekbaar. Hij is nu pas toe aan het voelen van zijn wortels en aan het voelen van de beperkingen maar ook van de stevigheid die zowel de wortels als de aarde met zich mee brengen.

Narcisme en slachtofferschap

Volgens Derksen is in onze maatschappij het individu naar buiten gericht. De oorzaak van bijvoorbeeld burn-out zoekt het individu volgens hem in de eerste plaats bij de werkomstandigheden. En wanneer posttraumatische stress zich tot een stoornis ontwikkelt (PTSS) wordt er gedaan alsof de dramatische gebeurtenis, de stressvolle werkomgeving, de oorzaak van de stoornis is. Derksen mist het psychologische aspect in deze denkwijze.

Ik denk dat het individu ook teveel naar binnen gericht kan zijn. Werkomstandigheden in onze maatschappij worden soms gekenmerkt door vervreemding, uitbuiting en pesterijen die werkelijk tot een ‘burn-out’ kunnen leiden. Aangemoedigd door de individualisering, het brein-denken en de medicalisering van psychische problemen, zoeken mensen de oorzaak van hun klachten soms juist bij zichzelf i.p.v. bij de omstandigheden. Graag verwijs ik naar een analyse van de oorzaak van veel psychische klachten door Trudy Dehue en Dirk de Wachter, die de meritocratische maatschappij en de ‘rat-race’ maatschappij er bij betrekken.

Toch blijf ik Derksen volgen in zijn analyse waarin hij de psychologische en narcistische oorzaken van klachten en stoornissen belicht. Derksen ziet ook wel dat de individualistische ‘rat-race’ maatschappij het narcisme alle ruimte geeft al is hij ook kritisch op het narcisme in het individu.

Vroeger was een oorlogservaring nodig om de diagnose PTSS te krijgen, nu lijkt volgens Derksen een treinvertraging al voldoende. Het slachtofferschap is de identiteit die wordt aangeroepen om zich van het eigen falen, met het oog op de grootheidsfantasieën, af te keren. Het slachtofferschap is in psychologisch opzicht het reddingsvest dat de persoon moet behoeden voor de narcistische krenkingen. Het aanklagen van de sociale omgeving, de politiek, de werkgever en de maatschappij gebeurt met de souplesse van de gevallen kleuter: “Dit ligt toch niet aan mij, dit kan toch niet”.

Het ‘ik heb borderline’ slachtoffer

De DSM (Diagnostictical and Statistical Manual of Mental Disorders) classificaties helpen mee aan het idee van het slachtofferschap door mensen middels het opplakken van labels passief te maken. De passiviteit heeft met name betrekking op de rol van het zelf, de identiteit. Een van Derksens cliënten draagt haar kruis aldus: “Ik heb borderline”, betoogt zij voor iedereen die het wil horen…

Zij bezoekt de lotgenotengroepen, ze heeft hiermee een ticket voor een woning, een uitkering, het gebruik van drugs, vergoeding van psychologische hulp en indien nodig volledige steun bij het indienen van een klacht aan de broek van de hulpverlener. Natuurlijk lijdt zij ook en is haar psychische ontregeling ernstig, maar hier overheen komt de sociale identiteit als slachtoffer-patiënt die verlammend werkt voor de eigen verantwoordelijkheid in de actieve participatie waardoor een behandeling voor de afgrond van de mislukking kan worden weggesleept. Minder dan een halve eeuw geleden zou ze niet zelfstandig en alleen hebben gewoond, maar zijn ondergebracht in een beschermend sociaal netwerk vormgegeven door familie, gezin of kerk. Nu komt ze naar buiten met haar (valse) identiteit en claimt aandacht voor haar kwetsbare kanten. Ze eist hulp, steun, geld, onderdak en beschuldigt haar omgeving van haar gebrek aan een klachtenvrij bestaan. De psychiatrie en klinische psychologie hebben diagnostische labels ter beschikking gesteld. Behandelmethoden en medicamenten liggen in de internet-etalage. De behandelaars worden afgezet tegen het forum gecreëerd door de patiëntenvereniging en nadat een klacht gegrond is verklaard door de professionele tuchtcommissie, doorgaans niet gehinderd door ervaring met deze patiëntengroep, volgt de schadeclaim via een civiele procedure. De goed bedoelende humanistisch ingestelde, goedgelovige klinisch psycholoog plukt de wrange vruchten van de eigen ideologische dwaling en gaat verbitterd, vervroegd met pensioen.

Om dit scenario te voorkomen pleit Derksen voor het snel spiegelen van de tactische weerstanden waar de DSM labels zoals ‘borderline’ dus toe behoren. Net zoals het: “ik ben nu eenmaal zo”, is ook het: “ik heb borderline”, een tactische weerstand. Leest u vooral ook  “Zo ben ik nu eenmaal!” van hoogleraar klinische psychologie Willem van der Does. De nieuwe editie van dit makkelijk leesbare boek bevat nog meer omgangstips met lastige of moeilijk te doorgronden individuen – ook als u er zelf een bent.

In de behandeling een passieve houding niet omzeilen

Het succes van de behandeling hangt af van hoe de cliënt op de spiegeling reageert. Het omzeilen van de passieve houding, van passief-agressieve uitingen en van de slachtoffer identiteit is geen goed idee want deze brengen elke poging om dingen te veranderen om zeep.

In een naar buiten gerichte cultuur zien we dat het verwerven van een slachtofferidentiteit en compensaties belangrijker gevonden worden dan zèlf veranderen binnen een behandeling. Het aanbieden van een therapeutische uitdaging aan iemand met een gekwetst narcisme kan erg ingewikkeld zijn. De buitenwereld is in de narcistische beleving van een adolescent soms een koude douche in een tot dan toe tropisch paradijs.

Een goede behandeling van trauma introduceert dus niet alleen de werkelijkheid op een passende manier en helpt bij de verwerking van vastzittende gevoelens, maar helpt ook om het zelf en het ik-ideaal uiteen te halen zodat een besef kan ontstaan voor de kwetsbaarheid van het eigen bestaan, het eigen lichaam en de eigen psyche. De neiging om deze kwetsbaarheid te verdringen ligt ten grondslag aan vele psychische klachten.

Bij allerlei typen cliënten moet de psycholoog volgens Derksen de verhouding tussen het zelf en het ik-ideaal onderzoeken. De narcistisch gestoorde cliënt zal de psycholoog niet makkelijk een blik gunnen op die verhouding. De psycholoog moet vooral goed luisteren naar datgene wat niet gezegd wordt, naar de tactische weerstanden en hij zal de cliënt vragen om door te praten waar die juist wilde stoppen, hij zal een komma zetten in plaats van een punt en zal een bijzin tot hoofdzin maken.

In de veel voorkomende stemmingsstoornissen (die de angststoornissen naar de tweede plaats hebben verdrongen) buitelen de narcistische krenkingen over elkaar heen. De onwelwillende werkelijkheid van de depressieve cliënt roept het failliet uit over de samensmelting van het zelf en het ik-ideaal. Bij sommige mensen roept de narcistische krenking en de frustratie woede op die zich naar binnen richt. De psycholoog kan hulp bieden bij de expressie van de woede maar mag niet vergeten om de verhouding tussen het zelf en het ik-ideaal te beïnvloeden want anders leidt de volgende krenking tot dezelfde problemen en kunnen we niet van psychologische groei spreken.

Cliënten die alleen uit zijn op een label en medicatie horen niet thuis bij de psycholoog.

Partnerrelaties

Naast depressie scoren relatieproblemen ook hoog op de agenda van de psycholoog. De keuze voor een partner kan op narcistische motieven gestoeld zijn. Maar een partner kan ook gekozen worden op basis van een van beide ouderfiguren. Dan speelt geschiedenis een rol, wat in deze tijd als ouderwets wordt gezien.

De individualistische jongere die onbewust is raakt gefascineerd door alles dat men in de ander herkent. Of hij kiest voor een wens-beeld dat ontstaan is uit een samensmelting tussen het zelf en het ik-ideaal wat hij projecteert in de ander. Vervolgens identificeert deze jongere zich met dit wens-beeld en zo tracht hij zijn identiteit van buitenaf te verstevigen. Deze narcistische collusie (een term van Laing, 1971)  is kwetsbaar. De partner krijgt een functie in het handhaven van een inadequaat zelfgevoel. Op allerlei momenten leidt dit tot schipbreuk en worden er verwijten op die partner gericht.

In plaats van een depressie zien we dan een op de partner gerichte agressie. De relatietherapeut en tegenwoordig ook de mediator staan klaar maar vaak zonder kennis van narcistische patronen. De hulp blijft dan oppervlakkig en gebrekkig maar wel heel duur.

Hoe het afloopt

Het door fantasie in plaats van traditie en geschiedenis aangeklede zelf, plus het in de relatie ontstane gemeenschappelijke zelf is de basis voor de opvoeding van de kinderen. Deze narcistische constellatie heeft de pedagogiek die gebaseerd is op opvoedingstraditie en ideologie verdrongen. Wederom geen sociale patronen die het gedrag van de opvoedende ouders ondersteunen, men heeft alleen zichzelf.

Een individualistisch impulsieve opvoedingsstijl die niet gebaseerd is op een gedachtengoed ziet er ongeveer zo uit:

Het lege zelf van de ouders geeft de aanzetten tot het lege zelf van de kinderen, overigens rijkelijk ingevuld met hockey, voetbal, zwemles, pianospelen, paardrijden, gameboys, dvd’s, internet, video’s en uitzicht op een nieuw zomerkamp terwijl de ouders overuren maken teneinde de hypotheek op te kunnen brengen. In de narcistische beeldcultuur hebben spelletjes met onkwetsbare helden het overgenomen van de boeken of nog verder terug van de verhalen over het verleden rondom het houtvuur. Al chattend, eventueel ondersteund door een webcam, kan men op het internet in narcistisch opzicht de meest bizarre fantasmatische relaties aller tijden aangaan en snel weer afbreken.

Aan het betoog van Derksen komt een einde met de leegte maar dat is nu eenmaal het gevolg van een narcistisch zelfgevoel dat zich dus kan ontwikkelen na een niet gereguleerde struikel-partij in de kleutertijd. Laten we opvoeden maar flink serieus nemen.


Een fijne website voor slachtoffers van ernstige vormen van narcisme kan die van Iris Koops zijn: Het verdwenen zelf.

21 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk en politiek, Psychologie, Psychotherapie, Psychotherapie - Trauma, Systeemtherapie

21 Reacties op “Narcisme: “Dat maak ik zelf wel uit”

  1. Pingback: Een mij, mij, mij maatschappij | Psychologenpraktijk Gerie Hermans

  2. liz

    Narcisme is een te weinig ontwikkeld zelf. Iedereen die de persoon met het te weinig ontwikkeld zelf bekijkt als zielig of schuldig of wat dan ook, blijft zich richten op het valse zelf. Probeer door het masker heen te kijken.

    Like

  3. Pingback: Vijf subtiele tekenen die duiden op narcisme | Psychologenpraktijk Gerie Hermans

  4. Dank voor jouw reactie en de link naar het interessante fragment van Brandpunt met de Canadese psychiater Robert Hare die in 2012 in Nederland was om te spreken voor een groep forensische psychiaters. Volgens hem is één op de 100 mensen psychopaat! Hij gebruikt het woord narcisme niet. Of ik moet iets gemist hebben. Interessant hoe hij op de vraag waar we psychopaten tegen kunnen komen, onder andere politici noemt omdat politici mogen liegen…

    Ik heb een beetje moeite om de term ‘narcist’ te gebruiken en spreek liever over iemand met narcistische trekken maar ik denk dat je gelijk hebt dat je iemand met een narcistische persoonlijkheidsstoornis (een ‘narcist’) niet zomaar kunt helen. Ik ben ook geneigd om met Robert Hare mee te gaan dat psychopaten niet geheeld kunnen worden. Hoewel ik de deur naar heling liever op een kier houd. Hare uit in het fragment zijn verbazing over hoe wij in Nederland met deze mensen therapeutisch aan de slag gaan alsof we iemand met een trauma behandelen. Ik denk vooral dat je hoe dan ook niemand helen kunt die niet zelf op zoek is naar heling.

    Bedankt ook voor de link naar het boek dat je mij persoonlijk nog stuurde: Narcisme te lijf van de psycholoog en cognitief gedragstherapeut Piet van der Ploeg.

    Liked by 1 persoon

  5. Eleval

    http://brandpunt.kro.nl/seizoenen/2012/afleveringen/10-06-2012/fragmenten/gewetenloos-gevaar

    Denken dat je een narcist kunt helen staat gelijk aan het afbreken van je eigen geloofwaardigheid en zelf slachtoffer worden van een narcist.

    Like

  6. Beste Peter,

    Veel dank voor jouw link naar de toespraak van Derksen. Mijn oorspronkelijke link werkte inderdaad niet meer. Ik heb het nu gerepareerd. Ook dank voor de rest van je reactie. Ik denk dat je goed verwoordt hoe moeilijk het is te leven met ‘een narcist’. Ik gebruik deze term zo weinig mogelijk omdat het te veel op een scheldwoord lijkt. Ook ‘autist’ is een scheldwoord geworden. En scheldwoorden helpen niet. Maar goed, ik snap jouw uiteindelijke punt en daar kan ik het mee eens zijn. Jij schrijft: De ‘narcist’ is zich van geen kwaad bewust en daar zit hem precies het probleem. Zonder bewustwording kun je niets veranderen.

    Like

  7. Pingback: Waarom we narcistischer zijn geworden | Psychologenpraktijk Gerie Hermans

  8. De link naar de toespraak van Derksen is http://tinyurl.com/o9czvor

    Jammer dat hij ‘burn out’ en narcisme in één lezing onderbrengt, want ‘burn out’ is heel wat anders dan narcisme. Met beiden heb ik ervaring.

    De ‘burn out’ kreeg ik toen het grote bedrijf ging reorganiseren, allerlei functies in elkaar schoof, wat de werklast voor de medewerkers dermate zou vergroten dat ik dat kenbaar maakte bij de directie. Die was het met me eens, “maar toch doen we het zo”. Ik kreeg een ‘burn out’, werd een jaar later ontslagen en hoorde jaren later dat al het betreffende werk was ge-offshored naar de Filipijnen en India.

    Mijn ‘burn out’ lag aan mij. Ik kon die verandering aan zien komen en was het er niet mee eens.

    Voor wat betreft narcisme: leuk dat Derksen uitlegt hoe narcistisch gedrag kan worden behandeld, maar narcisme is niet af te leren omdat de narcist zich van geen kwaad bewust is en niet behandeld wíl. ‘Youtube’ staat vol informatie over narcisme en één ding is duidelijk: zolang de narcist zich prima kan handhaven in de uiterlijke wereld wíl ie geen behandeling. Zie ook de waarschuwing tegen therapie op http://tinyurl.com/p796dz3 . Want de narcist is zo gehaaid, dat hij meer leert van de therapie dan afzweert.

    Ik heb zelf een vriendin gehad die narcist is. En heb alle prototypisch gedrag en fases mogen meemaken: van ‘soulmate’, devaluatie, harem, zuigen, liegen, ‘gaslighting’, manipulatie, woede-aanvallen, rationele scherpslijperij ter afscherming van emotionele kwetsbaarheid, etc. Ik ben nogal een zendeling en heb geprobeerd haar emotionaliteit, haar kwetsbaarheid naar boven te halen, om haar meer eigenwaarde en zelfverzekerdheid te geven. Maar zonder resultaat. En wat uiteindelijk van haar naar boven kwam bleek een lege huls, een diep onzekere persoonlijkheid zo plat als een dubbeltje, die een omgeving zoekt die alleen maar bevestiging geeft, die alle kritiek afkapt en omzeilt, maar wel hoog opgeeft over het fantastische leven dat ze leidt. Zie de filmpjes op self care haven, http://tinyurl.com/penbyv8. Ik herkende alle kenmerken, die zij noemt.

    Wat ik hiermee wil zeggen is dat écht ‘narcisme’ fundamenteel verschilt van ‘narcistisch gedrag’ en feitelijk onbehandelbaar is. Omdat de narcist niet wíl !

    Liked by 1 persoon

  9. Beste Evalien,
    Eerlijk gezegd ben ik niet zo voor breken en negeren en ben ik meer voor het bespreken van problemen met elkaar. Het is mijn werk om mensen daarbij te helpen. Ik weet best dat bespreken niet gemakkelijk is. Vriendelijke groet, Gerie

    Like

  10. evalien

    Hallo, ik ben een vrouw van 44 jaar en kind van een vader met een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Omdat ik hier in mijn jeugd maar ook later veel last van heb ondervonden heb ik 5 jaar geleden met mijn ouders gebroken. Mijn vader zorgt toch nog altijd er voor dat ik met hem bezig ben. Hij stuurt me op het moment brieven. Ik heb eigenlijk 5 jaar lang alles genegeerd wat hij voor toenaderingen heeft geprobeerd. Mijn vraag aan u is. Hoe moet ik hier mee omgaan en hoe is het mogelijk hem te doen laten stoppen met zijn acties of is blijven negeren de beste optie? Ik hoor heel graag uw reactie. Vriendelijke groet Evalien.

    Like

  11. Pingback: Vijf subtiele tekenen die duiden op narcisme | psychologenpraktijk

  12. Pingback: GGZ-instellingen zijn verworden tot neurotische knutselfabrieken – deel I | psychologenpraktijk

  13. ‘Emotioneel mishandeld’ is inderdaad heftig. Maar misschien werd er gezegd: ‘emotioneel verwaarloosd’?
    Voordat u opnieuw een werkrelatie met een psycholoog aangaat lijkt het me erg belangrijk door te nemen waar het precies verkeerd ging in de vorige contacten en wat uw ideeën zijn over een sterke persoonlijkheid. Derksen heeft het over een directieve vorm van therapie bij narcisme. Daar trek ik lering uit. Dat het u eng lijkt kan ik mij voorstellen. Veranderen kan eng zijn maar werkt uiteindelijk bevrijdend. In uw bericht klinkt het een beetje alsof u aan verandering toe bent.
    Ik heb een kleine praktijk met veel verschillende soorten hulpvragen. Elke hulpvraag is uniek. Ik denk echter dat veel mensen, inclusief ik zelf, narcistische trekken hebben dus kom je ze overal tegen en voor zover ze in de weg staan wordt er in therapie aandacht aan besteed. Dat is mijn ervaring.

    Like

  14. Frank

    Helaas herken ik veel in het artikel, ik ben ook bang zelf narcist te zijn. Ik voel vaak minder mee dan andere mensen, ik heb ook zelf vaak de neiging gesprekken te overheersen, ik vind het ook fijn om door groepen gewaardeerd te worden. Ik heb ook sterk de behoefte om een groots en meeslepend doel te hebben en te verwezenlijken. Altijd heb ik ook het gevoel gehad dat ‘ik niet goed genoeg’ was, hoewel ik daar wel heel erg mijn best voor deed. Dat eerder genoemde doel was dan ook bedoeld om eindelijk ‘goed genoeg’ te zijn voor waardering.

    Eerder was ik al bij een psycholoog en die stelde dat ik ‘emotioneel mishandeld’ ben door mijn ouders. Voor mij was dat een vrij heftige conclusie en ook niet helemaal recht doen aan de liefde en het werk wat mijn ouders voor mij hebben verzet.

    Het vreemde is dus dat ik zelf wel inzicht heb in hoe het komt, wat ik verkeerd doe, maar mis ik het vertrouwen dat mensen uit zichzelf in mij geïnteresseerd zijn. Dit gebrek aan vertrouwen komt ook omdat wanneer ik interesse in hen toon, dat er naar mijn idee te weinig terug komt. Daarom probeer ik mijn eigen problemen ook vooral zelf op te lossen en vind ik het heel vreemd als iemand mij wil helpen. Dat is ook misgegaan in het contact met psychologen, want ik mis een sterke persoonlijkheid die zonder genade kan laten zien wat er precies gebeurt en die mij helpt bij het alsnog krijgen van een gezonde relatie met andere mensen. Dat allemaal zonder mij het gevoel te geven dat ik een ‘hopeloos’ geval ben, en toch maar continue in de fout spring.

    Ik mis uit dit artikel mensen die wel goed zijn in het behandelen van narcisten, die er ervaring in hebben. De focus ligt voornamelijk bij de slachtoffers en de narcisten zelf worden al bij voorbaat als verloren beschouwd lijkt het. Maar ik wil het wel graag veranderen, alleen heb ik niet zulke goede ervaringen en vind ik het ook gewoon ronduit eng.

    Wie weet bent u een psycholoog met die ervaring en die sterke persoonlijkheid?

    Alvast bedankt.

    Like

  15. Uw reactie laat zien dat interactie- en transactiepatronen inter-generationeel worden doorgegeven. Ook dys-functionele transactiepatronen worden doorgegeven. Grenzen tussen subsystemen worden hier overschreden: in uw verhaal de grenzen tussen het subsysteem van grootouders, dat van de ouders, van de partnerrelatie en dat van de kinderen. Daar kunnen mensen slachtoffer (zondebok, zwart schaap, ziek) van worden. De kunst is om in gezinstherapie samen de dys-functionele patronen te veranderen.

    Like

  16. M. Cremer

    Maar al te vaak wordt gesteld dat de narcistische ouder de oorzaak is van narcisme bij haar of zijn kind. Ik ken andere patronen waarbij niet de OUDER, maar de narcistische GROOTMOEDER en de narcistische ZUS gezorgd heeft voor het ontstaan van narcisme bij een kind van een niet narcistische ouder! Iemand die een narcistische moeder heeft (gehad) weet hoe ZIJ de kleinkinderen manipuleert en opzet tegen hun ouders. Dit met maar één doel: om blijvend het narcistisch slachtoffer van die moeder, het zwarte schaap, kapot te maken. Eerst als kind, daarna door het bestoken van de partner en de nieuwgeboren kinderen. Niet alleen je leven als kind wordt door een narcistische moeder kapot gemaakt, maar generatie op generatie is zij de eerste die er voor zorgt dat de leugens, de manipulatie, in stand worden gehouden, en het isoleren en krenken van het slachtoffer wordt voortgezet. Met als einddoel: uitsluiting. Vernietiging.

    Like

  17. Omdat het lastig is zegt de specialist Jan Derksen dat de therapeut directief te werk moet gaan. Zie onder het kopje; Therapie, in de blogpost. Daar trek ik lering uit.

    Like

  18. steven

    Het is enorm lastig om mensen met narcisme te veranderen. Vaak herkennen zij zich totaal niet in het beeld dat wordt geschetst.. Ik schrijf al jaren over het begrip narcisme. Iedere keer weer blijkt dat partners jarenlang denken dat zij de persoon die leidt aan narcisme wel kunnen veranderen. Achteraf komen zij er vaak achter dat het niet is gelukt. Een goed advies is wel om in een vroegtijdig stadium professionele hulp erbij te betrekken Het begint bij het inzichtelijk maken bij de persoon zelf. Voor meer informatie over het begrip narcisme is wellicht http://www.narcisme.net handig.

    Like

  19. Pingback: Stress veroorzaakt door een illusie van vrijheid | psychologenpraktijk

  20. Pingback: De epidemie van mentale stoornissen. Waarom? | psychologenpraktijk

  21. Pingback: Spinoza en narcisme | psychologenpraktijk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.