Therapie is taal; het is samen een rijker verhaal maken

Samen een coherent en flexibel verhaal maken waarin meerdere en tegengestelde perspectieven mogen bestaan is een rijker verhaal en kan gezinsleden helpen bij het geven van betekenis aan pijnlijke ervaringen. Het kan helpen bij het reguleren van emoties, bij het vormen van relaties en bij het ervaren van regie over het eigen leven.

Dit is de narratieve systeemtherapie waarmee ik in aanraking kwam via mijn docent en supervisor Robert van Hennik.

Hieronder een samenvatting van een artikel uit Jaargang 23 nummer 2 van het tijdschrift Systeemtherapie van juni 2011 van Robert van Hennik: ‘Verder vertellen’. Hij komt daarin ondermeer met twee modellen die bij het ‘samen verhaal maken’ voor een therapeut behulpzaam kunnen zijn. 

Beeldtaal

Onder taal valt ook beeldtaal. We leven in een beeldcultuur. We kunnen gevangen worden in een beeld. Volgens de schrijver Gabriel Marquez is het zelfs bijna onmogelijk om niet te worden wie ànderen denken dat je bent, om niet te voldoen het beeld dat anderen van je hebben. Een interessante denkoefening wat betreft ‘het gevangen zitten in een beeld’, biedt het beantwoorden van de volgende vraag: “Zou je een herinnering aan jou in het geheugen van een ander willen verwijderen?” Uit: het Vergeetboek van Draaisma.

Wij vormen beelden en beelden vormen ons. Wij ontlenen onze identiteit aan beelden over ons die in onszelf of bij anderen bestaan. Die identiteit (zelfbeeld) bepaalt voor een groot deel onze kansen in relaties en de erkenning die we van anderen krijgen. Van Hennik wil het hebben over samen ‘beeldvormend’ een verhaal maken. De verteller en de luisteraar scheppen samen beelden die  ervaringen omvatten en tegelijkertijd beïnvloeden.

Vertellen in gezinstherapie

Een man kijkt zijn vrouw verbaasd aan. “Ik wist niet dat je daar nog steeds mee zat”… Wanneer het stilvalt wordt het spannend. Wij wachten op woorden … helpen gezinsleden om tot een verhaal te komen over ervaringen die nog niet in taal uitgedrukt zijn.

“Niet verder vertellen”, zegt een meisje van acht indringend tegen haar moeder in gezinstherapie. Moeder, dochter en therapeut kijken elkaar aan. De uitspraak van het meisje confronteert de therapeut met de vraag of verder vertellen goed is en wie daar op dit ogenblik over gaat. Therapie heeft onbedoeld iets dwingends. Je kunt bijna niet, niet vertellen. Het verhaal gaat…

Het is niet de vraag òf we verder vertellen maar hoe wij samen een verhaal maken dat gezinsleden willen delen en dat hen verder helpt. Hoe voer je een dialoog waarin pijnlijke verhalen gedeeld en gereguleerd worden? Hoe maak je samen een beeldvormend verhaal dat recht doet aan de waarden van de verschillende gezinsleden?

Eerst kijken we naar hoe verhalen in verschillende tradities van systeemtherapie worden gebruikt. Daarna komt aan de orde hoe een gedeeld verhaal een beschermende en helende werking kan hebben. Verder blijkt dat in het proces van samen verhaal maken, vooral het verhalend vermogen, de verteltrant en de vorm van het verhaal centraal staan.

Van Hennik ontwierp twee modellen die kunnen helpen om de aandacht van de therapeut te richten op de verteltrant en vorm van het verhaal.

Verschillende manieren van werken met gezinsverhalen binnen de systeemtherapie

– Minuchin (1983) spreekt van gezinsmythes. Volgens de mythes behoren gezinsleden zich op een bepaalde manier te gedragen binnen dit gezin. Zo’n gezinsmythe zou kunnen zijn ‘iedereen behoort zijn eigen problemen op te kunnen lossen’.

– Byng-Hall (1995) komt met de familiescripts die over generaties heen in verhalen en ervaringen worden doorgegeven. Het script is door de gezinsleden geïnternaliseerd en leidt tot verwachtingen en voorspellingen van elkaars gedrag. In de familieverhalen gaat het niet zozeer om de inhoud maar om de vorm en de verteltrant want die zeggen iets over de manier waarop de gezinsleden gehecht zijn.

Een verhaal waaruit veilige gezinsgehechtheid blijkt, is een overwegend coherent verhaal over gebeurtenissen waarin zowel zintuigelijke als betekenis-gevende responsen te herkennen zijn en waarin soms tegenstrijdige aspecten van een ervaring geïntegreerd zijn tot een geheel.

Bij een onveilige, vermijdende gehechtheid zijn de verhalen incoherent, rigide of onsamenhangend. Gebeurtenissen worden geïdealiseerd of gediskwalificeerd. Betekenis-gevende responsen overheersen. Persoon, gebeurtenis en emotie lijken van elkaar los te staan.

Bij een onveilige, ambivalent-gepreoccupeerde gehechtheid zijn de verhalen eveneens incoherent, rigide of onsamenhangend. Er zijn sterke gevoelens over onrecht, over hoe het eigenlijk zou moeten zijn. Zintuigelijke responsen overheersen. Persoon, gebeurtenis en emotie lijken samen te vallen.

– In meerdere tradities binnen de systeemtherapie bestaat er bijzondere aandacht voor het gebruik van de metafoor als verhaal. De metafoor past zo goed in het systeemdenken omdat het een niet-linaire (niet oorzaak-gevolg) beschrijving betreft, die op meerdere manieren te interpreteren is, waar geen waarheidsclaim op rust. Metaforen geven een compleet beeld waarin verschillende feiten en gebeurtenissen in samenhang tot elkaar gezien kunnen worden.

– De narratieve benadering (White 2007) gaat een stap verder en ziet het verhaal niet als een weergave van de werkelijkheid maar als een creatie van de werkelijkheid. Verhalen scheppen onze werkelijkheid. Wij leven onze verhalen.

De verhalen waarmee wij leven omvatten lang niet al onze levenservaringen. Aan de meeste van onze levenservaringen wordt niet actief betekenis gegeven en er zijn veel niet verhaalde ervaringen.

We identificeren ons met verhalen afhankelijk van de respons die er op volgt. Of een ervaring wel of niet verhaald wordt, wel of niet een respons krijgt hangt af van normerende, maatschappelijk en cultureel bepaalde opvattingen. In het therapeutisch ‘verhalen maken’ gaat het om bewuste beeldvorming binnen een sociale en culturele context. De narratieve therapie is met recht een systeemtherapie; niet alleen het systeem rond de client maar ook het bredere systeem van de maatschappij en haar geschiedenis worden meegenomen in de therapie.

Een narratief therapeut laat in het gesprek ruimte ontstaan voor nog niet vertelde verhalen die recht doen aan levenservaringen die gewaardeerd worden door het cliëntsysteem en die uitdrukking geven aan een identiteit die de voorkeur heeft van de cliënt en helpt om een erkennende sociale respons te organiseren bij degenen die het cliëntsysteem omringen. De therapeut laat ruimte ontstaan voor een voorkeursverhaal waardoor het probleem-verzadigde verhaal naar de achtergrond verdwijnt. Zie ook hier op iets andere wijze hetzelfde verwoord: Van ‘dunne’ verhalen naar ‘dikke’ verhalen.

Gezinsverhalen schrijven iets voor; er liggen verwachtingen in besloten ten aanzien van hoe je met elkaar omgaat, hoe je dingen beleeft en in hoeverre, waarvoor  en voor wie je beschikbaar bent. Gezinsverhalen ontstaan in een dialoog, hebben een inhoud, een vorm en een structuur. Dit alles is van invloed op de mate waarin er met een verhaal uitdrukking gegeven kan worden aan persoonlijke ervaringen.

Beschermende verhalen: narratieve ‘holding’

Het ‘samen verhaal maken’ kan ons helpen terwijl het tegelijkertijd pijn kan doen. Vandaar de aandacht voor narratieve ‘holding’. ‘Holding’ in de betekenis van invoelend opvangen. Een kind wordt invoelend opgevangen door zijn moeder met haar weergave van zijn ervaringen ook al waren die ervaringen gefragmenteerd.

De therapeut die narratieve ‘holding’ beoogt, let op het vertellend vermogen, de verteltrant en de vorm van het verhaal met als doel dat er in samenspraak nieuwe betekenissen worden ontwikkeld.

Een gedeeld, coherent en voldoende flexibel verhaal heeft een beschermende en helende uitwerking wanneer mensen zich geconfronteerd zien door ingrijpende ervaringen. Iemand die meervoudige versies van zichzelf in zichzelf verhaald heeft, beschikt over meer veerkracht in reactie op stress en trauma. Het toegankelijk maken, verrijken en delen van levensverhalen stelt mensen in staat om, ondanks de invloed van trauma’s, eigen regie te herkennen en daarmee te leven.

Voordat iemand kan beschikken over beschermende verhalen moet hij eerst vermogen hebben om over ervaringen te verhalen/vertellen. Om in therapie het verhalend vermogen te bevorderen kan het helpen om te weten hoe ervaringen in het geheugen worden opgeslagen.

Het geheugen

Ervaringen worden afhankelijk van de ontwikkelingsfase van een kind in verschillende geheugensystemen opgeslagen. Onderscheiden worden het impliciete en het expliciete geheugen.

In het impliciete geheugen worden repeterende stimuli  als zintuigelijke (geuren bijvoorbeeld) belevingen voor-bewust en pre-verbaal opgeslagen.

In het expliciete geheugen wordt informatie bewust en verbaal opgeslagen. Het expliciete geheugen wordt ingedeeld in 1. het verhalende geheugensysteem waarin betekenissen toegekend worden; 2. het episodisch geheugensysteem, waarin meerdere betekenissen met elkaar verbonden worden en er een verhaal ontstaat en; 3. het integratieve geheugensysteem waarin er op deze verhalen gereflecteerd kan worden.

Mensen die een ernstig trauma hebben meegemaakt slaan informatie daarover vaak gefragmenteerd op. Bij het vertellen hierover kunnen voor-bewuste zintuigelijke herbelevingen geactiveerd worden (uit het impliciet geheugen) of kunnen juist de betekenis gevende responsen (uit het expliciet geheugen) gaan domineren. Hierdoor ontstaat er geen geïntegreerd verhaal waarin de verteller ervaringen heeft geordend en waarmee hij zich identificeren kan.

Het is voor kinderen een opgave om impliciet opgeslagen informatie te verbinden met betekenissen die in interacties ontstaan en te leren schakelen tussen binnenwereld en buitenwereld. Getraumatiseerde kinderen kunnen dit vaak niet. Er is een tussenruimte denkbaar. Winnicot (1971) spreekt van een bemiddelende tussenruimte met elementen uit de binnen- en buitenwereld die een kind met fantasiespel betreedt. Zo worden groei en ontwikkeling mogelijk.

Een metafoor kan net zoals fantasiespel fungeren als een intermediair tussen de logische taal van het rationale denken en de analoge taal van de emoties en verbeelding. Smith (2005) laat kinderen met oorlogstrauma’s verhalen maken waarin werkelijkheid en fantasie opzettelijk door elkaar lopen. Ze lezen die verhalen voor aan hun ouders. Het actief helpen schakelen tussen fantasie en realiteit en tussen beleving en vertelling is hierbij essentieel.

In dialoog is men bezig om de taal van het innerlijk leven dat door trauma’s onvoldoende is ontwikkeld of gefragmenteerd is geraakt te herstellen.

Twee modellen die hierbij helpen: Het model voor het integrerend (tot een geheel samenvoegend) verhalen/vertellen en het model voor kalme chaos, verbinding en regie.

Model 1:  Integrerend verhalen

integrerend verhalen

Het model heeft de vorm van een trap. We kunnen bij het samen verhaal maken treden op de trap naar boven en beneden nemen. De treden lopen van beleven (onderaan de trap) tot aan begrijpen of reflecteren op afstand (bovenaan de trap). Tussen de onderste drie treden en de bovenste drie treden is er de trede van de fantasie en de metafoor: de trede die de schakel vormt tussen het uitdrukken van de beleving en het geven van betekenis aan de beleving.

Een verhaal waarin de betekenis-gevende responsen overheersen is te verrijken door te bewegen van begrijpen naar beleven, van boven naar beneden op de trap, via de tussenruimte van de fantasie en de metaforen en te vragen naar belevingen en gemoedstoestanden en naar zintuigelijke responsen.

Een samenhangend en flexibel verhaal met zowel zintuigelijke als betekenis-gevende responsen is te verrijken door een stapje naar boven te doen op de trap en uit te nodigen tot reflectie, waarmee bijstelling en meerdere perspectieven mogelijk worden.

 Model 2:  Kalme chaos, verbinding en regie

Van Hennik noemt dit model ‘kalme chaos’ omdat hij een beetje chaos ziet als een voorwaarde voor het kunnen reflecteren op een vertrouwd geworden, probleem verzadigd verhaal. De therapie vraagt aan de verteller om een beetje buiten de orde van het bestaande verhaal te treden. Wanneer mensen stress ervaren, vernauwt de blik, houden ze vast aan zekerheden en neemt het reflectieve vermogen af.

kalme chaos

Aan de uiteinden van de groene lijnen in het model bevinden zich de extreme eigenschappen die verhalen kunnen hebben. Op lijn A (betrokkenheid), van teveel betrokkenheid naar te weinig betrokkenheid in het verhaal. Op lijn B (ordening): van teveel ordening, een rigide verhaal dat domineert naar te weinig ordening, een onsamenhangend chaotisch verhaal. Op lijn C (emotie-regulatie) van teveel emotie naar geen emotie in het verhaal. Op lijn D (regie): van teveel regie, een vervreemdend, objectiverend verhaal waarin mensen of dingen geïsoleerd van de context beschreven worden naar te weinig regie, een verhaal waarin iemand zichzelf beschrijft als willoos overgeleverd aan de omstandigheden, als ‘dust in the wind’. Dit model helpt de therapeut om de verhalen te herkennen waarmee het gezin niet tot samenspraak komt.

Van Hennik spreekt liever niet van interventies maar van uitnodigingen om tot samenspraak te komen. Uitnodigingen kunnen worden afgeslagen en uitnodigen vraagt om afstemming. Hoe kunnen gezinsleden zeggen wat zij willen zeggen zonder het contact te verliezen met elkaar?

Uitnodigingen

Hieronder volgen enkele mogelijke therapeutische uitnodigingen. In het model ‘kalme chaos’: terug te vinden in de oranje gekleurde cirkeltjes.

1. Leden van het gezin uitnodigen om een persoonlijke respons te geven op elkaars verhalen. Uitnodigen om samen een creatieve opdracht te doen om tot samenspraak te komen.

2. Uitnodigen tot bijvoorbeeld ‘outsider witness’ reflecties, een typische narratieve techniek. Hiermee kunnen de grenzen tussen gezinsleden gemarkeerd worden. Bij een teveel aan betrokkenheid en een uniform verhaal kan dit leiden tot hervertellingen waarin er binnen de gezamenlijkheid ook verschillen kunnen bestaan.

In ‘outsider witness’ reflecties wordt een gezinslid door de therapeut geïnterviewd en de anderen wordt gevraagd te luisteren vanuit een getuigen-positie. Daarna wordt aan de getuigen gevraagd om niet oordelend te reageren en vragen te beantwoorden zoals: Welk woord trok jouw aandacht, komt er een metafoor in jou op, raakt het aan een eigen ervaring, hoor je iets nieuws, waartoe zet het je aan?

3. Uitnodigen om verbanden te ontdekken, vragen naar overeenstemming in de verschillende verhalen en helpen met thematiseren.

4. Uitnodigen om de aandacht te richten op andere dan probleem-verzadigde verhalen.

5. Uitnodigen om te kalmeren en te mentaliseren.

6. Uitnodigen om uitdrukking te geven aan gevoelens in geuren en kleuren of door ze uit te beelden.

7. Uitnodigen om de relatie met de context te herstellen door bijvoorbeeld circulaire vragen te stellen. Een circulaire vraag is bijvoorbeeld: Wat zou jouw grootvader zeggen als hij in jouw plaats zou staan? Of uitnodigen om te verhalen over de invloed van algemeen aanvaarde opvattingen: Wat heb je geleerd hierover te denken?

8. Uitnodigen om ik-boodschappen te geven en de aandacht te richten op het effect daarvan.

Tot slot enkele vormen van verhalen

Met de twee modellen in gedachten probeert van Hennik om een context te scheppen waarin het gezin een ander gesprek voert dan ze thuis gewend zijn opdat er in samenspraak betekenis ontwikkeld wordt, in het licht van de vele levenservaringen. Van elke sessie maakt hij een verslag in verhaalvorm dat hij de volgende keer voorleest aan de gezinsleden. Na verloop van tijd worden deze verhalen samengevat.

Van Hennik vindt het belangrijk dat verhalen vastgelegd worden. Woorden op papier of film verdwijnen niet en kunnen zo blijvend getuigen van gewenste ontwikkelingen.

Drie vormen van verhalen zijn: parallelverhalen, voorkeurverhalen en het samen tekenen van een levenslijn.

Parallelverhalen zijn vertellingen waarin een opeenvolging van gebeurtenissen overeenkomt met een werkelijke opeenvolging van gebeurtenissen maar uitgedrukt in een symbolische vorm. De samenhang tussen de ‘werkelijke’ en de gesymboliseerde wereld is voor meerdere interpretaties vatbaar. Binnen het parallelverhaal zoeken de gezinsleden naar voortgang en oplossingen. Het is een speelse manier van werken waarbij de intuïtie en het meegaan in het moment een rol spelen. De kunst van deze therapie is om te spelen zoals kinderen doen wanneer ze zich in een veilige omgeving bevinden.

Voorkeurverhalen  zijn verhalen waarin een gewenst beeld wordt gevormd. In een dergelijk nieuw en verrijkt verhaal ontstaat er een groter repertoire van betekenissen waarmee een diversiteit van ervaringen begrepen kan worden. Unieke uitkomsten, niet verhaalde ervaringen worden aan elkaar geregen tot een nieuw meerstemmig verhaal met nieuwe conclusies over identiteit en relaties.

Bij het tekenen van een levenslijn tekenen ouders en kinderen samen hun familiegeschiedenis. Op de bovenste lijn worden de feitelijke gebeurtenissen chronologisch opgeschreven. Daaronder heeft ieder gezinslid een eigen belevingslijn. Gezinsleden tekenen of schrijven iets waarmee zij uitdrukking geven aan hun gevoel. Zo ontstaat er een verhaal waarin de loop der gebeurtenissen overeenkomen en waarin er differentiatie mag bestaan in de beleving van die gebeurtenissen door verschillende gezinsleden.

Een eerdere blogpost over narratieve therapie hier

9 reacties

Opgeslagen onder Psychotherapie, Systeemtherapie

9 Reacties op “Therapie is taal; het is samen een rijker verhaal maken

  1. Pingback: Therapie is Taal | Psychologenpraktijk Gerie Hermans

  2. Pingback: Esther Perel in Zomergasten | Psychologenpraktijk Gerie Hermans

  3. Pingback: Narratieve therapie voor de hele wereld | Psychologenpraktijk Gerie Hermans

  4. Pingback: Schrijftherapie bij trauma 2 | Psychologenpraktijk Gerie Hermans

  5. Pingback: Verschil tussen therapie en opvoeden | Psychologenpraktijk Gerie Hermans

  6. Pingback: De kracht van het vertellen van verhalen | Psychologenpraktijk Gerie Hermans

  7. Pingback: Het belangrijkste is om baas te worden over je eigen verhaal | Psychologenpraktijk Gerie Hermans

  8. Pingback: Wat is je verhaal? | psychologenpraktijk

  9. Pingback: Crisis: vooral niet bang worden en nutteloos wakker liggen | psychologenpraktijk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.